MER Spoordok
Tekst van het document
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
62/81
Procesgeïntegreerde maatregelen bij de bron (werken met gesloten procesapparatuur, veranderen van grondstoffen op hulpstoffen, afspraken maken over de tijd en frequentie). Planaanpassingen, zodat kwetsbare objecten niet binnen de geurcontour vallen.
Trillingen
Maatregelen bij nieuwbouw: een reductie in trillingsniveaus in de nieuwbouw. Bij het ontwerp van een nieuw gebouw is hiervoor een verscheidenheid aan maatregelen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan aanpassen van de fundering of vloerconstructie. Maatregelen bij de bron: bijvoorbeeld het langzamer rijden van treinen op het betreffende traject. Trillingsoverdracht door de bodem: een overdrachtsmaatregel is een maatregel in de bodem tussen spoor en gebouw. Zo'n maatregel kan in de vorm van een sloot, maar ook kan een betonwand of ander type wand in de grond worden aangebracht.
Externe veiligheid Er kunnen diverse maatregelen worden ingezet om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden, bijvoorbeeld12:
afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied aanvullende risicocommunicatie beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron vlucht- en schuilmogelijkheden omgevingsmaatregelen aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied.
Gezondheidsbescherming De bovenstaande maatregelen ten aanzien van geluid, geur en externe veiligheid dragen ook bij aan een betere milieugezondheidskwaliteit. Gezondheidsbevordering Er zijn geen relevante mitigerende en/of compenserende maatregelen voor dit thema.
7.4
Natuur en biodiversiteit
7.4.1
Effectbeoordeling
Voor natuur en biodiversiteit wordt een effectbeoordeling uitgevoerd voor de volgende toetsingscriteria:
12
Beschermde gebieden: Natura 2000-gebieden, NNN en stikstofdepositie Beschermde soorten: leefgebied beschermde soorten Invloed op biodiversiteit
Bron: https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/externe-veiligheid-in-omgevingsplan/aandachtsgebiedenvoorschriftengebieden/
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
63/81
Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de nabijheid van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Groote Wielen ligt op circa 5 km afstand van het plangebied. Het Natura 2000-gebied Alde Feanen ligt op circa 9,5 km afstand van het plangebied. Voor beide Natura 2000-gebieden geldt dat effecten door oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging door geluid, licht en trillingen, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en effecten door externe werking daardoor niet aan de orde zijn. Voor het effecttype stikstofdepositie geldt het volgende: Het Natura 2000-gebied Groote Wielen is niet stikstofgevoelig. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn derhalve uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Alde Feanen is wel stikstofgevoelig. Hiervoor is een Aerius-berekening gemaakt voor de gebruiksfase (zie bijlage 2). Hieruit blijkt dat de toename 0,01 mol n/ha/jaar is. Bij de verdere planuitwerking zal door middel van een ecologische beoordeling (voortoets) moeten worden nagegaan of, ondanks een kleine toename, significante effecten ten gevolge van de gebruiksfase op voorhand worden uitgesloten.
NNN Gelet op de afstand tussen het plangebied en de NNN-gebieden (in alle gevallen meer dan een kilometer) zijn directe effecten vanuit het plangebied zelf op de natuurkwaliteit in de NNN-gebieden niet te verwachten. Resumerend: Het project Spoordok leidt tot een kleine toename in stikstofdepositie van 0,01 mol n/ha/jaar voor het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Spoordok zal de andere beschermde natuurgebieden in de omgeving niet negatief beïnvloeden. Gelet op het voorgaande worden beide varianten ten aanzien van beschermde gebieden beoordeeld als beperkt negatief (effectbeoordeling: 0/-).
Beschermde soorten Uit recent ecologisch onderzoek voor bouwplannen in de omgeving van het plangebied die reeds afgerond zijn blijkt dat er beschermde soorten in het gebied kunnen voorkomen. Vleermuizen Uit verschillende onderzoeken blijkt dat bestaande verouderde bedrijfsbebouwing interessante habitat kan vormen voor vleermuizen. Ook kunnen vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. De watergang de Harlingervaart kan gebruikt worden als essentiële vliegrouteondersteuning voor diverse vleermuizen. Vogels Het kan zijn dat er in nog gebruik zijnde bebouwing nog diverse vogelnesten aanwezig zijn. Dit dient vooraf aan een uitwerking van een plan per deelgebied nader onderzocht te worden. Het is mogelijk dat er tijdens het broedseizoen nesten in Nederland van algemeen voorkomende vogels in de opgaande vegetatie in het plangebied aanwezig zijn. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
64/81
Overige zoogdieren Er zijn in het verleden twee beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk gewone zeehond en otter. Het betrof één waarneming van de gewone zeehond in het centrum van Leeuwarden. Dit betrof een verdwaald exemplaar, de watergang rond het plangebied betreft geen geschikt leefgebied voor de gewone zeehond, aangezien de zeehond voornamelijk leeft in zout water en dit zoet water betreft met veel urbane verstoring en een ongeschikte oever. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de gewone zeehond kan daarmee worden uitgesloten. Er zijn twee waarnemingen bekend van otters rond het plangebied. Het plangebied bevat geen geschikte rust- en verblijfsplaatsen voor de otter vanwege onvoldoende dekking. Rond het plangebied zijn veel fietsers, wandelaars en verkeer aanwezig, waardoor er voor de otter teveel verstoring is. Aanwezigheid van de otter in en rond het plangebied kan daarmee worden uitgesloten. Verder kunnen in binnen en in de omgeving van het plangebied algemene soorten voorkomen, zoals egel, steenmarter, verschillende muizensoorten en vos. Onder de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming) geldt voor deze algemene soorten een vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen op basis van Artikel 11.54 Besluit activiteiten Leefomgeving, zie onderstaande tabel.
Voor de soorten die hieronder vallen is slechts de algemene zorgplicht van toepassing. Tabel 7.5 Zoogdieren met een algemene vrijstelling binnen de provincie Friesland (geraadpleegd op 60-02-2024)
Zoogdiersoort Aardmuis
Bastaardkikker
Bosmuis
Bruine kikker
Dwergmuis
Dwergspitsmuis
Egel
Gewone bosspitsmuis
Gewone pad
Haas
Huisspitsmuis
Kleine watersalamander
Konijn
Meerkikker
Ree
Rosse Woelmuis
Steenmarter
Tweekleurige bosspitsmuis
Veldmuis
Vos
Woelrat
Met de sloop van gebouwen en herinrichting van gronden kan met name de aanwezigheid van vleermuizen en vogels mogelijk negatief beïnvloeden. Resumerend: In beide varianten kunnen mogelijke effecten optreden ten aanzien van leefgebied (verblijfplaatsen en/of vliegroutes) van vleermuizen. Tevens kan mogelijk sprake zijn van vernietiging en/of verstoring van broedende vogels en hun nesten. Dit effect wordt voor beide varianten als beperkt negatief (0/-) beoordeeld. Uit nader onderzoek zal moeten blijken in welke mate dit voorkomt, eventuele effecten moeten nader worden afgewogen in het kader van de Omgevingswet. Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
65/81
Invloed op biodiversiteit Uit de Gebiedsvisie Spoordok en het Ontwikkelkader Spoordok blijkt dat Spoordok natuurinclusief en biodivers wordt. Voor Spoordok is natuurinclusief bouwen het uitgangspunt, op zowel stedenbouwkundige als architectonische schaal. Het groensortiment in de openbare ruimte ondersteunt en verrijkt de biodiversiteit. Zo worden in muren en daken nestgelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten gebouwd en krijgt een deel van de kade (ter hoogte van de Groene Kade) een natuurlijke oever, waardoor de biodiversiteit wordt vergroot. Hierdoor verbetert de biodiversiteit ten opzichte van de referentiesituatie, die wordt gekenmerkt door veel verharding met weinig voorzieningen voor flora en fauna. De effectbeoordeling voor de twee varianten voor wat betreft biodiversiteit komt daarom uit op positief. In de variant Intensief zal er iets meer geveloppervlak zijn om voorzieningen voor flora en fauna te treffen, maar naar verwachting is dit extra positieve effect niet dermate groot dat dit tot uitdrukking komt in een andere effectbeoordeling. Resumerend: De transformatie van Spoordok biedt kansen om de biodiversiteit in het gebied te vergroten. Spoordok speelt hier met verschillende maatregelen zoals groene oevers en nestgelegenheden in gevels op in. Beide varianten worden daarom als positief beoordeeld (+).
7.4.2
Overzicht effectbeoordelingen
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de twee varianten weergegeven voor de thema natuur en biodiversiteit. Tabel 7.6 Effectbeoordeling natuur en biodiversiteit
Natuur en biodiversiteit
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Beschermde gebieden
0/-
0/-
Beschermde soorten
0/-
0/-
Invloed op biodiversiteit
+
+
7.4.3
Mitigerende en compenserende maatregelen
Voor de bouwplannen zal tijdig onderzoek moeten plaatsvinden naar het op die locatie voorkomen van beschermde soorten. Als soorten worden aangetroffen kunnen voor die soorten de vereiste mitigerende en compenserende maatregelen worden ontwikkeld en uitgevoerd.
7.5
Bescherming ondergrond/bovengrond
7.5.1
Effectbeoordeling
Voor bescherming ondergrond/bovengrond wordt een effectbeoordeling uitgevoerd voor de volgende toetsingscriteria:
13
Oppervlaktewater13: Kwaliteit oppervlaktewater, waterafvoer en toename/afname verhard oppervlak
In de NRD was een los criterium opgesteld genaamd: Waterkwaliteit: kwaliteit oppervlaktewater door afstromend hemelwater. Dit criterium is hierbij betrokken vanwege de overlap in de beoordeling.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
66/81
Grondwater: grondwaterstand en grondwaterstroming door verandering kwel/infiltratie en grondwateronttrekking Bodemkwaliteit: bestaande bodemverontreiniging en risico op ontstaan nieuwe bodemverontreiniging Landschap, cultuurhistorie en archeologie: landschappelijk waardevolle structuren en elementen, cultuurhistorisch waardevolle patronen en elementen en bekende en te verwachten archeologische waarden
Oppervlaktewater De Harlingervaart begrenst het plangebied in het noorden en wordt in de nieuwe situatie direct onderdeel van het plangebied, doordat er een waterinsteek wordt gerealiseerd vanaf de Harlingervaart naar het zuiden. Deze insteek vormt daarmee de begrenzing van het westelijke deel van het plangebied. Andere oppervlaktewateren zijn niet aanwezig in het plangebied. In het plangebied is in de huidige situatie veel verharding aanwezig door het huidige gebruik als bedrijventerrein. De herontwikkeling leidt tot een afname van verhard oppervlak, onder andere door de toevoeging van deelgebied Arcadiapark als groene hart van Spoordok en de inzet van daken voor het bergen van water. Door de kleiige ondergrond zal het bergen van oppervlaktewater door infiltratie echter minimaal zijn. De inzet van daken kan hier wel in aan bijdragen. Daarnaast wordt voor Spoordok het uitgangspunt gehanteerd dat geen druppel water het gebied uit gaat. Grijs en zwart water wordt in het gebied gefilterd en hergebruikt en hemelwater wordt opgevangen en op verschillende manieren gebruikt. Dit zorgt onder andere voor een toename van het bergend vermogen. Een toename van bergend vermogen leidt tot een positief effect (+) op de waterhuishouding. Als het bergend vermogen toeneemt, kan in natte perioden meer water in het plangebied worden vastgehouden/geborgen.
De omgeving wordt dan minder belast met waterafvoer vanuit het plangebied. In de verdere uitwerking zal moeten blijken of er bij hevige neerslag of langdurige regen voldoende bergingsmogelijkheden in het plan zijn opgenomen of dat er alsnog een bepaalde manier van afvoer nodig is. De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt als gevolg van de ontwikkeling niet negatief beïnvloed. De ontwikkeling van de nieuwe woonfuncties zal niet leiden tot een toename van emissies naar het oppervlaktewater. Het wegwater van de Marshallweg (waar een toename van verkeer optreedt) zal worden opgevangen via de riolering, en dus niet het oppervlaktewater belasten. Resumerend: de voorgenomen activiteit zal ertoe leiden dat het bergend vermogen toeneemt. Dit is gunstig voor de waterhuishouding. Effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater worden niet verwacht. Gelet op het voorgaande worden beide varianten beoordeeld als positief (+). Grondwater Grondwaterstand Doordat de ondergrond voornamelijk bestaat uit zware klei- en zavelgronden, is de bodem in de huidige situatie slecht waterdoorlatend. In combinatie met het grote percentage verhard oppervlak in de huidige situatie kan er weinig hemelwater naar de ondergrond infiltreren. Dit betekent dat er weinig water de grond infiltreert bij neerslag, maar dat er ook weinig bergingscapaciteit aanwezig is.
In de nieuwe situatie zal er minder verharding aanwezig zijn
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
67/81
in het plangebied. Dit betekent dat er meer infiltratie kan plaatsvinden met als gevolg een stijging van de grondwaterstand, echter de infiltratiecapaciteit van de bodem blijft zeer beperkt. De ontwikkeling van het plangebied tot gemengd gebied heeft op regionale schaal geen invloed op het grondwatersysteem, tenzij (structurele) voorzieningen worden getroffen die tot onder de deklaag invloed hebben. Dit betreft bijvoorbeeld een eventuele (structurele) onttrekking van (grond)water voor bedrijfsdoeleinden, WKO installaties of winning van aardwarmte (geothermie). Deze activiteiten maken geen expliciet onderdeel uit van de voorgenomen activiteit, maar zijn ook niet uit te sluiten binnen de beoogde gemengde bestemming. Aandachtspunt is de eventuele doorsnijding van afsluitende lagen en het opwellen van zout grondwater in dit gebied. Bij bouwwerkzaamheden onder de grondwaterspiegel (zoals buisleidingen of kelders) zullen mogelijk tijdelijke grondwaterbemalingen worden toegepast om in droge omstandigheden te kunnen werken. Deze grondwaterbemalingen kunnen leiden tot tijdelijke verlagingen van de grondwaterstand. Grondwaterstroming Voor Spoordok worden ophogingen voorzien binnen het plangebied, omdat Spoordok als een terp word opgebouwd. Ophogen met zand kan leiden tot stagnatie van regenwater in de ophooglaag, omdat het niet kan infiltreren naar de onderliggende kleigrond.
Dit effect kan optreden binnen het plangebied door de kleiige ondergrond in het gebied. Er dienen dan alsnog maatregelen te worden genomen om het stagnerende hemelwater af te voeren. Resumerend: Het ontwikkelen van het plangebied tot gemengd gebied met minder verharding kan gepaard gaan met tijdelijke grondwatereffecten (bemaling) of permanente grondwatereffecten (meer infiltratie met weinig bergingsruimte). Ook kan het grondwater worden beïnvloed door het aanbrengen van geothermie, WKO (open systemen), industriële onttrekkingen en ophogingen. In relatie tot de omvang van het gehele grondwatersysteem wordt het effect aangemerkt als beperkt negatief (0/–). Dit geldt voor beide varianten. Bodemkwaliteit Er kan op twee manieren sprake zijn van een verandering van de bodemkwaliteit. Bij de aanleg van Spoordok kan het zijn dat bestaande bodemverontreiniging wordt gesaneerd. In dat geval ontstaat er een positief effect op de bodemkwaliteit. Aan de andere kant kunnen er nieuwe bronnen worden toegevoegd die ertoe kunnen leiden dat er verontreiniging van de bodem ontstaat. Er is voor veel van de percelen verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 5.5). Inmiddels zijn al veel verontreinigingen in het gebied gesaneerd, maar meerdere percelen moeten nog gesaneerd worden om de nieuwe woningen te kunnen bouwen.
Beide varianten leiden ertoe dat diverse bodemsaneringen zullen worden uitgevoerd, waardoor de bodemkwaliteit verbetert. Dit is een positief (+) effect. In de variant Intensief wordt een groter deel van het plangebied getransformeerd naar woongebied. Hierdoor is het positieve effect mogelijk nog iets groter dan voor de variant Ontspannen, maar naar verwachting is dit extra positieve effect niet dermate groot dat dit tot uitdrukking komt in een andere effectbeoordeling. De kans dat er als gevolg van de nieuwe functies risico’s ontstaan op nieuwe bodemverontreiniging is zeer gering.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
68/81
Resumerend: de voorgenomen activiteit zal ertoe leiden dat de bodemkwaliteit in het plangebied geschikt wordt gemaakt om er te wonen. Ten opzichte van de referentiesituatie zal de bodemkwaliteit hierdoor deels verbeteren. De kans op nieuwe verontreinigingen is zeer gering. Gelet op het voorgaande worden beide varianten ten aanzien van bodemkwaliteit beoordeeld als positief (+). Landschap en cultuurhistorie Het planvoornemen zal aanwezige cultuurhistorische structuren en elementen naar verwachting niet negatief beïnvloeden. De belangrijkste landschappelijke en cultuurhistorische structuur in en rond het plangebied is de Harlingervaart. Dit element blijft behouden en wordt binnen het planvoornemen beter beleefbaar gemaakt. Het Spoordok is zodanig ontworpen dat het aansluit op het onderliggende historische landschap, waardoor het een onderdeel wordt van de stedelijke opbouw. De stedenbouwkundige opzet, georiënteerd ten opzichte van de Harlingervaart, resulteert erin dat alle zijstraten van het Spoordok een haakse verbinding met het water vormen. Dit zorgt ervoor dat het open water steeds binnen handbereik is. Monumenten Binnen het plangebied bevinden zich geen monumentale bouwwerken. Ten westen van het plangebied staat een cultuurhistorisch waardevol object (Snekertrekweg 57; De Friesche Kip, Zandleven Coatings). Deze blijft behouden.
Het betreft hier geen rijksmonument, maar een gemeentelijk monument. Resumerend: Een transformatie van het gebied naar Spoordok zal de cultuurhistorische en monumentale waarden niet negatief beïnvloeden. In beide varianten blijven de belangrijke landschappelijke cultuurhistorische structuren behouden en wordt het gemeentelijke monument ten westen van het plangebied niet aangetast. Gelet op voorgaande worden beide varianten beoordeeld als geen of nauwelijks effect (0).
Archeologie Bij de ontwikkeling van Spoordok zal grondverzet nodig zijn, onder meer voor de fundering van bebouwing, waterpartijen, groenvoorzieningen en boven- en ondergrondse infrastructuur. Hierdoor kunnen bekende en verwachte archeologische waarden worden aangetast. Bekende waarden: voor een deel van het plangebied, ter hoogte van Rijkswaterstaat NoordNederland en de parkeerplaats, is in eerdere onderzoeken reeds aangetoond dat in deze zones concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. Het gaat hierbij om terreinen waarvan is vastgesteld dat hier essentiële informatie over het verleden van de gemeente in de bodem aanwezig is. Er bestaat dus een kans op aantreffen van archeologische waarden en mogelijke aantasting daarvan bij realisatie van Spoordok. Resumerend: De kans dat er als gevolg van de ontwikkeling archeologische waarden aangetroffen en aangetast is aanwezig. Het effect voor de varianten wordt beoordeeld als negatief (-).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
69/81
7.5.2
Overzicht effectbeoordelingen
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de twee varianten weergegeven voor het thema bescherming ondergrond/bovengrond. Tabel 7.7 Effectbeoordeling ondergrond/bovengrond
Bescherming ondergrond/bovengrond
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Oppervlaktewater
+
+
Grondwater
0/-
0/-
Bodemkwaliteit
+
+
Landschap en cultuurhistorie
0
0
Archeologie
-
-
7.5.3
Mitigerende en compenserende maatregelen
Water Oppervlaktewater Er zijn geen mitigerende en compenserende maatregelen voorzien, aangezien het verhard oppervlak afneemt en er oppervlaktewater bij komt. Grondwater Effecten op grondwater zijn sterk afhankelijk van de uitvoeringswijze en bouwmethoden en moeten worden afgewogen in latere (water)vergunningsprocedures. In ieder geval dient aandacht te zijn voor het voorkomen van doorsnijding van afsluitende lagen en opwelling van zout grondwater. Waterkwaliteit Bij vergunningverlening en realisatie WKO-systemen borgen dat geen nieuwe grondwaterverontreinigingen ontstaan of bestaande grondwaterverontreinigingen worden vergroot. Bodemkwaliteit Voor dit aspect zijn geen mitigerende maatregelen voorzien. Landschap en cultuurhistorie Voor dit aspect zijn geen mitigerende maatregelen voorzien. Archeologie Wanneer er toch archeologische waarden worden ontdekt tijdens uitvoering van de werkzaamheden moeten deze worden behouden of worden ontzien.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
70/81
7.6
Klimaat en energie
7.6.1
Effectbeoordeling
Voor klimaat en energie wordt een effectbeoordeling uitgevoerd voor de volgende toetsingscriteria:
Energie en circulariteit: regelgeving en ambities Klimaatbestendigheid: hittestress, droogte, waterveiligheid en wateroverlast
Energie en circulariteit De gebiedsontwikkeling Spoordok leidt in principe tot een grotere energievraag. Er wordt een aantal grote gebouwen / clusters met (voornamelijk) woningen toegevoegd, hierdoor zal de gebouwgebonden energievraag toenemen. Er zijn goede technische mogelijkheden voorhanden om op duurzame wijze invulling te geven aan de grotere energievraag. In Spoordok is het streven om geheel onafhankelijk te zijn van aardgas en volop in te zetten op hernieuwbare energiebronnen. Het streven is om optimaal gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen zoals de grond en het omringende water, en het benutten van zonne- en windenergie. Het doel is om het gebied volledig energieneutraal, of zelfs energieproducerend, te maken. Op het niveau van het plangebied wordt gebruikgemaakt van een slim energienetwerk (smartgrid) dat alle vormen van energieproductie en -opslag met elkaar verbindt. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat de mobiliteitshub fungeert als een gemeenschappelijke batterij voor de wijk, vooral wanneer er veel auto's worden opgeladen. Vooral de gebouwen met hoge daken zullen worden uitgerust met PV-cellen, in combinatie met groendaken. Voor de opslag van warmte en koude zal er een centraal systeem in het gebied worden geïmplementeerd om te profiteren van de voordelen van schaalvergroting.
Dit systeem maakt uitwisseling van warmte en koude mogelijk, niet alleen tussen de onder- en bovengrond, maar ook tussen de verschillende woon- en werkeenheden binnen het gebied.
Resumerend: Voor beide varianten geldt dat op alle nieuwbouwlocaties een duurzame energievoorziening moet worden gerealiseerd, die voldoet aan regelgeving en het gemeentelijke beleid. Aangenomen kan worden dat de voorgenomen activiteit leidt tot een meer duurzame energievoorziening dan in de referentiesituatie, door onder andere te werken met smartgrids, zonne- en windenergie en warmte-koude opslag. Het effect van beide varianten wordt beoordeeld als positief (+). Klimaatbestendigheid Wateroverlast, droogte, hitte Klimaatverandering zal leiden tot heftigere buien. Als het riool dit regenwater niet aankan, zal wateroverlast ontstaan. Wegen en gebouwen kunnen onder water komen te staan, waardoor schade optreedt en gebieden tijdelijk onbereikbaar kunnen worden. Tegelijkertijd wordt ook de kans op langdurige droge perioden groter. Dit kan leiden tot schade aan gebouwen (door verzakkingen als gevolg van zettingen) en groengebieden. Hitte in de zomer zal ook steeds vaker voorkomen, zowel overdag als ’s nachts. Dit kan onder andere tot gezondheidsklachten leiden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
71/81
Met genoemde inrichtingsmaatregelen uit het Ontwikkelkader (zoals veel ruimte voor waterberging, schaduwplekken in de openbare ruimte, e.d.) kunnen negatieve gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte worden beperkt. Daarnaast kunnen ontwikkelaars worden gestimuleerd om de private ruimte zo groen mogelijk in te richten en platte daken als groen dak in te richten. Het effect wordt daarom beoordeeld als positief. Overstromingen Klimaatverandering leidt tot nieuwe uitdagingen voor het beheer van onze dijken. Zeespiegelstijging zal er bijvoorbeeld toe leiden dat er vaker niet op zee gespuid kan worden waardoor het waterpeil in de kanalen oploopt en kanaaldijken het zouden kunnen begeven. Ook kan de zeedijk zelf doorbreken. Het plangebied kan door de directe ligging langs de Harlingervaart bij een overstroming vanuit zee en/of kanalen overstromen. Het op orde houden van de waterkeringen is de verantwoordelijkheid van het Wetterskip Fryslân. De gemeente Leeuwarden kan hiervoor geen aanvullende maatregelen treffen. De gemeente kan wel maatregelen treffen om de gevolgen te beperken, bijv. door erop te sturen dat er ’waterrobuust’ wordt gebouwd. Daarnaast heeft de gemeente een rol bij het beheersen van crisissituaties (o.a. door te sturen op tijdige en ordentelijke horizontale en verticale evacuatie van bewoners bij een dreigende overstroming).
Door de herontwikkeling zullen veel meer mensen langdurig in het plangebied verblijven dan in de referentiesituatie, waarmee de impact in geval van een overstroming ook groter zal zijn dan in de referentiesituatie. Echter, blijkt uit de referentiesituatie dat de waterdiepte beperkt is tot 50 cm. Dat kan leiden tot grote schade, maar direct verdrinkingsgevaar voor mensen is beperkt. Het effect ten aanzien van waterveiligheid wordt daarom beoordeeld als beperkt negatief.
Resumerend: Spoordok zorgt voor minder verharding (o.a. door toename openbare groene ruimte, groene daken en veel ruimte voor water(berging)), waardoor klimaatrisico’s als hittestress en wateroverlast afnemen. In beide varianten zal dit het geval zijn, waarbij het verschil tussen de varianten niet noemenswaardig is. Gelet op het voorgaande worden beide varianten op het criterium ‘Klimaatbestendigheid – droogte, hitte en wateroverlast’ beoordeeld als positief (+). Echter zorgt de ontwikkeling tegelijkertijd wel voor meer mensen die langdurig in het plangebied blijven, waardoor het effect in relatie tot overstromingen als beperkt negatief (0/-) wordt beoordeeld.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
72/81
7.6.2
Overzicht effectbeoordelingen
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de twee varianten weergegeven voor het thema klimaat en energie. Tabel 7.8 Effectbeoordeling klimaat en energie
Klimaat en energie
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Energie en circulariteit
+
+
Klimaatbestendigheid
+
+
0/-
0/-
(hitte, droogte en wateroverlast) Klimaatbestendigheid (waterveiligheid)
7.6.3
Mitigerende en compenserende maatregelen
Energie en circulariteit Voor dit thema zijn geen relevante mitigerende en/of compenserende maatregelen. Klimaatbestendigheid (waterveiligheid) Bij de planuitwerking kan verder aandacht worden besteed aan waterrobuust bouwen. Belangrijk hierbij is dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen door horizontaal (droge vluchtroutes) of verticaal (bereiken van hoge en droge verdiepingen van gebouwen in het plangebied) te vluchten, en dat gebouwen bestand zijn tegen een overstroming.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
73/81
8
Voorkeursvariant
8.1
Inleiding
In dit hoofdstuk vindt een vergelijking plaats van de milieueffecten van de twee varianten die zijn onderzocht in het kader van dit MER. Dit gebeurt in paragraaf 8.2. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de effectbeschrijvingen en -beoordelingen uit hoofdstuk 7. De paragraaf wordt afgesloten met een beschrijving van de voorkeursvariant.
8.2
Spoordok
8.2.1
Vergelijken varianten
Voor het ontwerpen en programmeren van Spoordok zijn twee varianten onderzocht: de variant Intensief en de variant Ontspannen. Variant ontspannen scoort beter dan de variant Intensief, te weten op het criterium externe veiligheid. Dit is een gevolg van de aandachtsgebieden die het plangebied grotendeels overlappen in relatie tot de procentuele toename van het aantal woningen dat in deze gebieden wordt gerealiseerd in de variant Intensief ten opzichte van de variant Ontspannen. De boordelingen op de overige criteria zijn niet onderscheidend. In de onderstaande tabel worden alle effectbeoordelingen uit hoofdstuk 7 weergegeven. Tabel 8.1 Effectbeoordeling varianten
Beoordelingscriterium
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Duurzame mobiliteit
+
+
Wegverkeer
0
0
Verkeersveiligheid
+
+
Geluidhinder
-
-
Luchtkwaliteit
0
0
Geur
0/-
0/-
Trillingen
-
-
Externe veiligheid
-
--
Gezondheidsbescherming
-
-
Gezondheidsbevordering
+
+
Beschermde gebieden
0/-
0/-
Beschermde soorten
0/-
0/-
Invloed op biodiversiteit
+
+
+
+
Mobiliteit
Gezonde en krachtige leefomgeving
Natuur en biodiversiteit
Bescherming ondergrond/bovengrond Oppervlaktewater
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
74/81
Grondwater
0/-
0/-
Bodemkwaliteit
+
+
Landschap en cultuurhistorie
0
0
Archeologie
-
-
Energie en circulariteit
+
+
Klimaatbestendigheid
+
+
0/-
0/-
Klimaat en energie
(hitte, droogte en wateroverlast) Klimaatbestendigheid (waterveiligheid)
Uit de tabel komt naar voren dat de twee varianten op vrijwel alle beoordelingscriteria gelijk zijn beoordeeld. Het enige verschil in de effectbeoordeling ontstaat bij externe veiligheid. Hieronder wordt per thema op hoofdlijnen ingegaan op de effecten en het onderscheid tussen de varianten ten aanzien van externe veiligheid. Mobiliteit Spoordok zet in op duurzame mobiliteit. Gebruik van de fiets, het OV en lopen wordt gestimuleerd. Autogebruik wordt zoveel mogelijk beperkt. De verkeersveiligheid neemt toe doordat het ontwerp van het gebied zorgt voor een veilige en prettige omgeving voor voetgangers en fietsers. Gezonde en krachtige leefomgeving Spoordok leidt tot de bouw van een groot aantal woningen in een gebied met milieubelasting vanwege weg, spoor en bedrijvigheid. Milieuaspecten zoals geluid en trillingen hebben hierdoor een negatief effect op de geplande ontwikkeling. Tegelijkertijd zet Spoordok in op gezondheidsbevordering, bijvoorbeeld door in te zetten op bewegen, groen en ontmoeten. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt het spoor.
Over dit spoor is vervoer van gevaarlijke stoffen toegestaan, om die reden gelden er langs het spoor zogenoemde ‘aandachtsgebieden’ Ten opzichte van de referentiesituatie wordt het effect ten aanzien van externe veiligheid de van variant Ontspannen beoordeeld als negatief (-) en het effect van het variant Intensief als zeer negatief (--), omdat er met de variant Intensief circa 39 procent meer (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden worden gerealiseerd, dan in de variant Ontspannen. Natuur en biodiversiteit Spoordok zorgt voor een kleine toename in stikstofdepositie. Daarnaast kunnen ingrepen in het plangebied mogelijk leefgebied van vleermuizen aantasten en/of kan er sprake zijn van vernietiging/verstoring van broedende vogels en hun nesten. De transformatie van Spoordok biedt kansen om de biodiversiteit in het gebied te vergroten.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
75/81
Beschermde ondergrond/bovengrond De gebiedsontwikkeling voorziet in veel ruimte om water vast te houden, dit is positief voor de waterhuishouding. Ook worden bodemverontreinigingen gesaneerd, dit is gunstig voor de bodem- en grondwaterkwaliteit. Het aanbrengen van ondergrondse constructies en energiesystemen kan (enige) invloed hebben op het grondwater. Ook kunnen bodemingrepen effecten hebben op archeologische resten. Klimaat en energie Met Spoordok worden duurzame energievoorzieningen gerealiseerd, meer dan dat er in de referentiesituatie aanwezig zijn. Daarnaast neemt het verhard oppervlak af, waardoor klimaatrisico’s als hittestress en wateroverlast afnemen. Bij een grote overstroming kan er een laag water in het plangebied komen te staan, maar de waterdiepte is beperkt.
8.2.2
Voorkeursvariant
De gemeente kiest voor de variant Ontspannen als basis voor de Voorkeursvariant. Om enige flexibiliteit te behouden wil de gemeente een aantal woningen extra mogelijk kunnen maken. In de onderstaande tabel is het extra aantal woningen in m2 weergegeven. In totaal worden in de voorkeursvariant 2.000 woningen voorzien (circa 11 procent meer dan in de variant Ontspannen). Tabel 8.2 Indicatie m2 Voorkeursvariant
Deelgebieden
Distrikt
Arcadiapark
Hoven
Stationskwartier
Totaal
Variant Ontspannen
73.600 m²
15.200 m²
62.700 m²
44.550 m²
196.050 m²
Voorkeursvari ant (VKV)
81.696 m²
16.872 m²
69.597 m²
49.451 m²
217.616 m²
Hieronder wordt ingegaan op de milieueffecten van de Voorkeursvariant (VKV). Mobiliteit De verkeersgeneratie van de VKV is hoger dan van de variant Ontspannen. De effecten op verkeersafwikkeling zijn daarmee beperkt ongunstiger dan de verkeereffecten van de variant Ontspannen, maar niet in die mate dat de effectbeoordeling anders uitvalt. Gezonde en krachtige leefomgeving Het aantal woningen in de VKV is hoger dan in de variant Ontspannen. De effecten door geluidhinder, lucht, geur, trillingen, externe veiligheid en gezondheid zijn daarmee beperkt ongunstiger dan de effecten van de variant Ontspannen, maar niet in die mate dat de effectbeoordeling anders uitvalt. Natuur en biodiversiteit De effecten op de natuur en biodiversiteit worden vooral veroorzaakt door het ontwikkelen van het plangebied en minder door het aantal te realiseren woningen. De effectbeoordeling van de VKV komt daardoor overeen met de beoordeling voor de variant Ontspannen.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
76/81
Bescherming ondergrond/bovengrond De effecten op de ondergrond/bovengrond worden vooral veroorzaakt door het ontwikkelen van het plangebied en minder door het aantal te realiseren woningen. De effectbeoordeling van de VKV komt daardoor overeen met de beoordeling voor de variant Ontspannen. Klimaat en energie In de VKV worden meer woningen gerealiseerd dan in de variant Ontspannen maar de mogelijkheden voor een klimaatadaptieve inrichting zullen niet sterk afwijken van de variant Ontspannen. Doordat extra vierkante meters vooral in de hoogte wordt gezocht en niet in de breedte, verandert er bijvoorbeeld weinig aan het aantal vierkante meters dakoppervlak en daarmee voor de mogelijkheden voor berging op daken. De effectbeoordelingen van de VKV voor klimaat en energie komen overeen met de beoordelingen voor de variant Ontspannen. De effecten van het VKV worden in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 8.3 Effectbeoordeling Voorkeursvariant
Beoordelingscriterium
Voorkeursvariant
Mobiliteit Duurzame mobiliteit
+
Wegverkeer
0
Verkeersveiligheid
+
Gezonde en krachtige leefomgeving Geluidhinder
-
Luchtkwaliteit
0
Geur
0/-
Trillingen
-
Externe veiligheid
-
Gezondheidsbescherming
-
Gezondheidsbevordering
+
Natuur en biodiversiteit Beschermde gebieden
0/-
Beschermde soorten
0/-
Invloed op biodiversiteit
+
Bescherming ondergrond/bovengrond Oppervlaktewater
+
Grondwater
0/-
Bodemkwaliteit
+
Landschap en cultuurhistorie
0
Archeologie
-
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
77/81
Klimaat en energie Energie en circulariteit
+
Klimaatbestendigheid
+
(hitte, droogte en wateroverlast) Klimaatbestendigheid
0/-
(waterveiligheid) Mitigerende maatregelen Hieronder zijn alle mitigerende/compenserende maatregelen weergegeven. Deze maatregelen kunnen door de gemeente betrokken worden bij de besluitvorming over de vaststelling van het Ontwikkelkader en de verdere planuitwerking. Tabel 8.4 Overzicht mitigerende maatregelen
Thema
Maatregel
Gezonde en krachtige leefomgeving
Geluidhinder
Geur
Verlaging van de rijsnelheid op de Spoorlaan naar 30 km/uur: Met deze maatregel neemt de directe geluidbelasting vanwege de Spoorlaan met circa 4 dB af. Een mogelijk bijeffect is dat de route daarmee onaantrekkelijker wordt voor doorgaand verkeer, waarmee ook de verkeersintensiteit afneemt. De toepassing van geluidreducerend asfalt: Dit resulteert in een afname van de geluidemissie met circa 2 dB ten opzichte van regulier dicht asfaltbeton. Bij kruisingen en minirotonden is deze maatregel echter niet goed toepasbaar. Dit omdat geluidreducerende deklagen slecht bestand zijn tegen wringend verkeer. Het vergroten van de afstand van de gevel tot (het hart) de weg: De geluidafname bedraagt circa 3 dB bij een 50% grotere afstand tot het hart van de weg en 6 dB bij een verdubbeling van de afstand. Aanpassing gebouwontwerp: Hiermee wordt bedoeld dat bij het ontwerpen van het gebouw rekening wordt gehouden met de geluidbelasting en hierop wordt geanticipeerd. Bijvoorbeeld door geluidgevoelige ruimten/functies te situeren aan de geluidluwe zijde, nadere aandacht voor de gevelgeluidwering, de toepassing van afgeschermde balkons etc. Het toepassen van geluidwerende schermen. Indien dit gewenst is vraagt een dergelijke maatregel vanuit stedenbouwkundig oogpunt een goede inpassing.
Procesgeïntegreerde maatregelen bij de bron (werken met gesloten procesapparatuur, veranderen van grondstoffen op hulpstoffen, afspraken maken over de tijd en frequentie).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
78/81
Trillingen
Planaanpassingen, zodat kwetsbare objecten niet binnen de geurcontour vallen.
Maatregelen bij nieuwbouw: een reductie in trillingsniveaus in de nieuwbouw. Bij het ontwerp van een nieuw gebouw is hiervoor een verscheidenheid aan maatregelen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan aanpassen van de fundering of vloerconstructie. Maatregelen bij de bron: bijvoorbeeld het langzamer rijden van treinen op het betreffende traject. Trillingsoverdracht door de bodem: een overdrachtsmaatregel is een maatregel in de bodem tussen spoor en gebouw. Zo'n maatregel kan in de vorm van een sloot, maar ook kan een betonwand of ander type wand in de grond worden aangebracht.
Externe veiligheid
Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied. Aanvullende risicocommunicatie. Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron. Vlucht- en schuilmogelijkheden. Omgevingsmaatregelen. Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied.
Natuur en biodiversiteit Beschermde soorten
Tijdig onderzoek naar het op die locatie voorkomen van beschermde soorten. Als soorten worden aangetroffen kunnen voor die soorten de vereiste mitigerende en compenserende maatregelen worden ontwikkeld en uitgevoerd. Bescherming ondergrond/bovengrond Grondwater
Effecten op grondwater zijn sterk afhankelijk van de uitvoeringswijze en bouwmethoden en moeten worden afgewogen in latere (water)vergunningsprocedures. In ieder geval dient aandacht te zijn voor het voorkomen van doorsnijding van afsluitende lagen en opwelling van zout grondwater.
Archeologie
Wanneer er toch archeologische waarden worden ontdekt tijdens uitvoering van de werkzaamheden moeten deze worden behouden of worden ontzien.
Klimaat en energie Klimaatbestendigheid (waterveiligheid
Bij de planuitwerking kan verder aandacht worden besteed aan waterrobuust bouwen. Belangrijk hierbij is dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen door horizontaal (droge vluchtroutes) of verticaal (bereiken van hoge en droge verdiepingen van gebouwen in het plangebied) te vluchten, en dat gebouwen bestand zijn tegen een overstroming.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
79/81
9
Leemten in kennis en monitoring
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de relevante leemten in kennis die zijn overgebleven na het verrichten van het onderzoek voor dit MER. Daarnaast wordt ingegaan op de manier waarop via monitoring een vinger aan de pols wordt gehouden.
9.1
Leemten in kennis
Elk MER dient een overzicht te bevatten van de ‘leemten in kennis’ die zijn overgebleven na het verrichte onderzoek. Een dergelijk overzicht maakt inzichtelijk of er op het moment dat het MER gereed is nog belangrijke milieu-informatie ontbreekt die van betekenis kan zijn voor de volgende stappen in de besluitvorming. Bij de beschrijving van de leemten in kennis en informatie is onderscheid te maken in de voorgenomen activiteiten en in de diverse relevante milieuaspecten. Mogelijke oorzaken van leemten in kennis en informatie kunnen zijn:
Het ontbreken van gebiedsinformatie; Het ontbreken van voldoende detailinformatie over (onderdelen van) de voorgenomen activiteiten, waardoor effectvoorspellingen slechts in algemene zin kunnen plaatsvinden; o Onvoldoende informatie omtrent ingreep-effectrelaties; o Onzekerheid over autonome ontwikkelingen.
Door onderzoek zijn de effecten voor de gehele ontwikkeling van Spoordok (ten behoeve van het Ontwikkelkader) zo goed mogelijk in beeld gebracht. Er zijn geen belangrijke leemten in kennis en/of informatie die een goede besluitvorming over het Ontwikkelkader in de weg staan. Wel is er een aantal onzekerheden te benoemen die aandacht vragen bij de verdere uitwerking van de plannen en de vaststelling van toekomstige ruimtelijke plannen voor het gebied en/of kavels. Hieronder is een beschrijving opgenomen van gesignaleerde onzekerheden.
9.2
De spoorlijn ten zuiden van het plangebied is aangeduid als basisnet – spoor. Dit zorgt ervoor dat nagenoeg het hele plangebied binnen aandachtsgebieden vallen. In de praktijk blijkt dat dit basisnet niet gebruikt wordt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Echter, door de aanduiding dient er op papier wel rekening te worden gehouden met deze mogelijkheid. Meer duidelijkheid over de aanduiding en hoe hiermee om te gaan in de verder planuitwerking kan meer zekerheid geven over mogelijke effecten ten aanzien van externe veiligheid. Er wordt uitgegaan van een bufferwerking door de overkapping van de parkeerhub aan de Spoorlaan ten aanzien van geluid, trillingen en externe veiligheid. In welke mate dit daadwerkelijk bijdraagt zal in een later stadium nader moeten worden onderzocht.
Monitoring
Als het voornemen uit het Ontwikkelkader tot uitvoering wordt gebracht (door het realiseren van nieuwe gebouwen en bijbehorende inrichting) zal blijken of de verwachte effecten daadwerkelijk optreden. Om dit goed vast te stellen kan de gemeente de milieueffecten monitoren. Monitoren van milieueffecten kan leiden tot evaluatie en bijsturing van het beleid. Monitoring kent twee doelen: 1. Toetsen of de (milieu)effecten niet groter uitpakken dan in het MER beschreven;
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
80/81
2. Toetsen of de in het MER voorgeschreven mitigerende/compenserende maatregelen in voldoende mate bijdragen aan het beperken of voorkomen van effecten. De monitoring is gericht op zowel de externe effecten (effecten van de transformatie van dit gebied op de omgeving) als de interne effecten (leef- en omgevingskwaliteit van de nieuwe bewoners en gebruikers).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
81/81
www.noormanadvies.nl
Rapport 22310178.R01
Spoordok Leeuwarden MER
- Onderzoek geluidbelasting -
Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu
Rapport 22310178.R01
Spoordok Leeuwarden MER
- Onderzoek geluidbelasting -
Datum:
7 maart 2024
Opdrachtgever:
Sweco Nederland B.V. Rozenburglaan 11 9297 DL Groningen
Auteur:
dhr. J. Dijkstra (projectleider)
Collegiale toets:
dhr. ir. R.G.W. Hendriks
Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen
Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn
T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl
Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01
Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
www.noormanadvies.nl
Inhoud 1|
Inleiding
5
2| 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.2 2.2.1 2.2.2
Uitgangspunten Spoordok Bestaande situatie Invulling plangebied en deelgebieden Wegenstructuur plangebied Hoogtezones, parkeren en overkluizing Studiegebied Algemeen Studiegebied
6 6 6 7 8 8 9 9 9
3| 3.1 3.2
Beoordelingskader Gezondheidseffectscreening (GES) Omgevingswet
10 10 11
4| 4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5
Rekenmodel Algemeen Ingevoerde wegen Ingevoerde spoorwegen Industrielawaai Prorail, Stadler en Zandleven Gezoneerd industrieterrein Overige invoergegevens Overzicht van het rekenmodel
12 12 12 12 13 13 14 15 16
5| 5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3
Resultaten, beoordeling en mitigerende maatregelen Bestaande woningen en ligplaatsen Resultaten Beoordeling resultaten Plangebied Spoordok Resultaten Beoordeling Mitigerende maatregelen
18 18 18 19 19 19 19 21
6|
Conclusie
21
22310178.R01
pagina 3 van 22
www.noormanadvies.nl
Figuren 1
Ligging vergunningpunten bedrijven Prorail, Stadler en Zandleven
2
Rekenmodel wegverkeerlawaai
3
Rekenmodel spoorweglawaai
4
Rekenmodel industrielawaai
5
Geluidbelasting [GES-klasse] plangebied, scenario 1C
Bijlagen 1
Overzicht van de ingevoerde wegen
2
Overzicht van de ingevoerde industrielawaaibronnen en berekeningsresultaten vergunningpunten
3
Rekenresultaten en GES-scores bestaande woningen
4
Rekenresultaten en GES-scores plangebied Spoordok
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van Noorman Bouw- en milieu-advies. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij Noorman Bouw- en milieu-advies gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
22310178.R01
pagina 4 van 22
www.noormanadvies.nl
1 | Inleiding Eind 2021 heeft de gemeenteraad van Leeuwarden de Omgevingsvisie ‘vergroenen, verbinden en verwaarden’ vastgesteld. Naar aanleiding van de Omgevingsvisie worden bepaalde gebieden nader uitgewerkt middels het instrument Ontwikkelkader. Eén van de gebieden waarvoor een Ontwikkelkader wordt opgesteld is het gebied Spoordok. Spoordok wordt een nieuw stadsdeel in Leeuwarden. De gebiedsontwikkeling moet leiden tot een plek waar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het Ontwikkelkader, wordt een milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd. Voor de MER is, in opdracht van Sweco Nederland B.V., een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting door weg- en railverkeer, alsmede industrielawaai. In dit onderzoek is de te verwachten geluidsituatie ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt en is gekeken naar de te verwachten akoestische effecten (door onder meer de verkeersaantrekkende werking) op de bestaande woonbebouwing in de omgeving. In dit akoestisch onderzoek zijn twee ontwikkelscenario’s doorgerekend, te weten: het scenario ‘1A Ontspannen’ en het scenario ‘1 C - Intensief’. In het scenario ‘1A - Ontspannen’ is voorzien in de realisatie van circa 1.800 woningen/appartementen en circa 50.000 m2 overige functies (als horeca, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid).
In het scenario ‘Intensief’ wordt rekening gehouden met de realisatie van in totaal circa 2.500 woningen/appartementen en circa 60.000 m2 overige functies. Bij de uitwerking is gebruik gemaakt van de door Sweco Nederland B.V. aangeleverde wegverkeersgegevens. De wegverkeersgegevens hebben betrekking op het prognosejaar 2040. De uitkomsten per scenario zijn vergeleken met de referentiesituatie in 2040. De railverkeergegevens zijn rechtstreeks overgenomen van het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beheerde Geluidregister Spoor1. In de directe omgeving van het plangebied liggen verder de volgende, mogelijk geluidrelevante, bedrijven: • Prorail B.V. - spoorwegemplacement, zuidelijk van het plangebied; • Stadler Service Nederland B.V. - werkplaats met kantoorruimte, gelegen aan de Snekertrekweg 19;
1
Per 1-1-2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In aansluiting op Omgevingswet is de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) ontwikkeld. Dit is het digitale systeem waarin de geluidgegevens verzameld worden voor de Omgevingswet en de Richtlijn omgevingslawaai. Het CVGG is momenteel nog niet gevuld. Voor de gehanteerde spoorgegevens is om die reden gebruik gemaakt van spoorgegevens zoals die eerder (24 juli 2023) waren opgenomen in het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beheerde ‘Geluidregister Spoor’ .
22310178.R01
pagina 5 van 22
www.noormanadvies.nl
• Zandleven Coatings B.V. - inrichting voor de opslag, verwerking en bewerking en het transporteren van verf- en harsachtige producten, gelegen aan de Snekertrekweg 57 en 59 te Leeuwarden. Voor het bepalen van de te verwachten geluidbelasting vanwege deze bedrijven is gebruik gemaakt van bekende vergunningsgegeven c.q. vergunningaanvraaggegevens zoals ontvangen van Sweco Nederland B.V. Bij de uitwerking is verder gebruik gemaakt van het document Ontwikkelkader 2.1, versie 10-11-2023 “SPOORDOK stadsterp van de toekomst”. De berekende geluidbelastingen zijn beoordeeld aan de hand van een Gezondheidseffectscreening (GES).
2 | Uitgangspunten 2.1 Spoordok 2.1.1 Bestaande situatie Afbeelding 1 geeft een luchtfoto van de bestaande situatie, met paars omlijnd het plangebied Spoordok. De situering van de bedrijven Prorail, Stadler en Zandleven is eveneens (globaal) aangegeven. Afbeelding 1: Luchtfoto (2023) met paars omlijnd het plangebied (bron: PDOK)
Stadler
Zandleven Emplacement Prorail (globale aanduiding)
22310178.R01
pagina 6 van 22
www.noormanadvies.nl
2.1.2 Invulling plangebied en deelgebieden De afbeeldingen 2 en 3 zijn ontleend aan het Ontwikkelkader 2.1 en geven een overzicht van de beoogde invulling van het plangebied, tezamen met nadere informatie omtrent bouwhoogten, verdeling van functies etc. De situering van de bouwblokken (deels carré-vorm) maakt dat door het geluidafschermende effect van deze bouwblokken deels geluidluwe zones/binnentuinen ontstaan. Afbeelding 2: Beoogde invulling van het plangebied
Afbeelding 3: Nader overzicht deelgebieden
22310178.R01
pagina 7 van 22
www.noormanadvies.nl
2.1.3 Wegenstructuur plangebied Afbeelding 4 geeft een nader overzicht van de beoogde wegenstructuur, tezamen met de bijbehorende rijsnelheid. Langs de zuidelijke grens van het plangebied komt een nieuwe gebiedsontsluitingsweg (“Spoorlaan”, 50 km-weg). De bestaande Marshallweg en Snekertrekweg worden afgewaardeerd tot erftoegangswegen met een toegestane rijsnelheid van 30 km/uur (“Marshall-boulevard”). De Snekertrekweg wordt verder op twee posities middels een ‘knip’ afgesloten voor doorgaand wegverkeer. Afbeelding 4: Beoogde wegenstructuur
Marshallboulevard Spoorlaan
parkeerhub
2.1.4 Hoogtezones, parkeren en overkluizing Als referentie naar de belangrijke rol die terpen van oudsher speelden in geschiedenis van Leeuwarden wordt het concept ‘stadsterp’ leidend voor de vormgeving van het Spoordok. Binnen het plangebied is om die reden voorzien in verschillende hoogtezones, waarbij sprake is van een oplopend talud richting het spoor c.q. de Spoorlaan. Als zichtbaar in afbeelding 4 is ter plaatse eveneens voorzien in een centraal gelegen parkeerhub. Deze parkeergelegenheid wordt geïntegreerd met de ‘stadsterp’. Afbeelding 5 (eveneens ontleend aan het Ontwikkelkader 2.1) geeft een mogelijke uitwerking van deze integratie, waarbij sprake is van een ondergronds meerlaags parkeergebouw die opgenomen wordt in de stadsterp. De nieuwe gebiedsontsluitingsweg Spoorlaan wordt in dit voorbeeld deels overkluisd. Een mogelijk alternatief is dat de Spoorlaan niet wordt overkluisd, maar dat het parkeergebouw c.q. de parkeerhub (conform afbeelding 4) direct noordelijk van de Spoorlaan komt en daar wordt geïntegreerd in de stadsterp.
22310178.R01
pagina 8 van 22
www.noormanadvies.nl
Met een oplopend talud richting de Spoorlaan en het spoor vormt de stadsterp (inclusief geïntegreerd parkeergebouw) een geluidafschermend grondlichaam tegen zowel wegverkeerlawaai (met name afscherming vanwege het geluid van de Spoorlaan) als spoorweglawaai en industrielawaai (Prorail en Stadler). Daarbij moet wel bedacht worden dat deze geluidafschermende werking het grootst is op maaiveldniveau en de lagere bebouwing/bouwlagen. Bij hogere bebouwing/bouwlagen is het geluidafschermende effect al snel beperkt. Afbeelding 5: Voorbeelduitwerking met hoogteprofiel (parkeergebouw geïntegreerd in de stadsterp)
integratie parkeren/stadsterp
2.2 Studiegebied 2.2.1 Algemeen Wegen in de directe omgeving van het Spoordok leveren mogelijk een relevante geluidbelasting op het plangebied en zijn daarmee relevant voor het onderzoek. De verkeersaantrekkende werking van het Spoordok met de bijbehorende wijzigingen in de wegenstructuur heeft daarnaast effect op de verkeersafwikkeling op wegen in de wijdere omgeving en daarmee op de geluidbelasting op de bestaande woningen langs deze wegen. 2.2.2 Studiegebied Als aangegeven in de inleiding zijn in voorliggend onderzoek twee scenario’s beschouwd, te weten: scenario 1A – ontspannen en scenario 1 C - Intensief. De uitkomsten per scenario zijn vergeleken met de referentiesituatie in 2040. De referentiesituatie heeft betrekking op de bestaande situatie, rekening houdend met autonome groei van het verkeer. In de praktijk is een geluidniveauverschil van 1 dB als niet tot nauwelijks hoorbaar te beoordelen. Als afbakening voor het studiegebied is gebruik gemaakt van dit 1 dB criterium. Concreet betekent dit dat in het voorliggende onderzoek de volgende wegen (met omliggende woningen) zijn betrokken:
22310178.R01
pagina 9 van 22
www.noormanadvies.nl
• wegen en woningen in de directe omgeving; • in de wijdere omgeving gelegen wegen/weggedeelten (met omliggende woningen) waarvan op basis van de etmaalintensiteit (scenario 1C) een toename van de geluidbelasting wordt verwacht van afgerond tenminste 1 dB (oftwel > 0,5 dB) ten opzichte van de referentiesituatie.
3 | Beoordelingskader 3.1 Gezondheidseffectscreening (GES) Een manier om de geluidbelasting ter hoogte van woningen kwalitatief te beoordelen is de Gezondheidseffectscreening2. De gezondheidseffectscreening is een methode om lokale gezondheidseffecten van stedelijke ontwikkelingsprojecten zichtbaar te maken. In het kader van voorliggend akoestisch onderzoek is het instrument tevens ingezet om de milieueffecten van de verschillende ontwikkelscenario’s (1A en 1C) ten opzichte van de referentiesituatie (autonoom) onderling te vergelijken. De gezondheidseffectscreening hanteert een scoresysteem (GES-score) waarmee per geluidbelastinginterval de gezondheidseffecten vanwege geluid in de woonomgeving worden beoordeeld. Voor geluid loopt het score-systeem van 0 ‘Zeer goed’ tot 8 ‘Zeer onvoldoende’. Aan de verschillende GES-scores (Lden) is een percentage ernstig gehinderden gekoppeld. Een classificatie van de GESscores en de bijbehorende milieugezondheidkwaliteit is gegeven in de tabellen 1 t/m 3. Tabel 1: WEGVERKEER: Classificering GES-score met Milieugezondheidkwaliteit GES-score*
Lden in dB
Ernstig gehinderden in %
Milieugezondheidkwaliteit
0
<43
0
Zeer goed
1
43 - 47
0-3
Goed
2
48 - 52
3-5
Redelijk
4
53 - 57
5-9
Matig
5
58 - 62
9 - 14
Zeer matig
6
63 - 67
14 - 21
Onvoldoende
7
68 - 72
21 - 31
Ruim onvoldoende
8
≥73
≥31
Zeer onvoldoende
*
Voor wegverkeerlawaai wordt de GES-score 3 en de daarbij behorende kwalificatie overgeslagen.
2
De volledige methode voor het uitvoeren van een gezondheidseffectscreening is beschreven in het rapport ‘Gezondheidseffectscreening Gezondheid - Milieu en gezondheid in ruimtelijke planvorming’, GGD GHOR Nederland, d.d. januari 2018.
22310178.R01
pagina 10 van 22
www.noormanadvies.nl
Tabel 2: RAILVERKEER: Classificering GES-score met Milieugezondheidkwaliteit GES-score*
Lden in dB
Ernstig gehinderden in %
Milieugezondheidkwaliteit
0
<48
<1
Zeer goed
1
48 - 57
1-4
Goed
3
58 - 62
4-7
Vrij matig
6
63 - 67
7 - 12
Onvoldoende
7
68 - 72
12 - 19
Ruim onvoldoende
8
≥73
≥19
Zeer onvoldoende
*
Voor spoorweglawaai worden de GES-scores 2, 4 en 5 en de daarbij behorende kwalificatie overgeslagen.
Tabel 3: BEDRIJVEN: Classificering GES-score met Milieugezondheidkwaliteit GES-score*
*
Lden in dB
Ernstig gehinderden in %
Milieugezondheidkwaliteit
0
<43
<2
Zeer goed
1
43 - 47
2-4
Goed
3
48 - 52
4-7
Vrij matig
5
53 - 62
7 - 18
Zeer matig
6
63 - 67
18 - 25
Onvoldoende
7
≥68
≥25
Ruim onvoldoende
Voor industrielawaai worden de GES-scores 2 en 8 en de daarbij behorende kwalificatie overgeslagen.
3.2 Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden met de bijbehorende besluiten (onder meer Besluit kwaliteit leefomgeving) en regelingen (waaronder de Omgevingsregeling). In het Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede het gemeentelijke omgevingsplan, zijn geluidgrenswaarden opgenomen. De wijze van toetsing en beoordeling in het kader van de Omgevingswet wijkt af van de GESbeoordelingssystematiek. Het voorliggende onderzoek is bedoeld om de referentiesituatie en de verschillende scenario’s ‘Ontspannen’ en ‘Intensief’ met elkaar te vergelijken. Pas in een later stadium (bestemmingsplanprocedure) dient een nadere toetsing en beoordeling aan de grenswaarden als vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving en/of omgevingsplan te worden uitgevoerd.
22310178.R01
pagina 11 van 22
www.noormanadvies.nl
4 | Rekenmodel 4.1 Algemeen De modellering en berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, het railverkeer en het industrielawaai is uitgevoerd volgens de rekenmethoden als beschreven in bijlage IVe (wegverkeer), IVf (railverkeer) en IVh (industrielawaai) van de Omgevingsregeling. De cumulatieve geluidbijdrage is berekend conform de rekenregels als gegeven in artikel 3.25. van de Omgevingsregeling. Bij de uitwerking is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu versie 2023.3.
4.2 Ingevoerde wegen Bijlagen 1.1 t/m 1.3 geven voor respectievelijk de referentiesituatie, de scenario ‘1A – ontspannen’ en scenario ‘1C – intensief’ een overzicht van de ingevoerde wegen, met bijbehorende invoerparameters, waaronder (per rijrichting): de etmaalintensiteit, de verkeersverdeling, rijsnelheid en het wegdektype. Voor de wegen binnen het plangebied (Spoorlaan een Marshallboulevard) is uitgegaan van de toepassing van een regulier wegdek bestaande uit dicht asfaltbeton (DAB) of gelijkwaardig. De voor de geluidbelasting relevante verkeerslichtgeregelde kruisingen zijn overeenkomstig de modelregels ingevoerd. Daarmee is rekening gehouden met een toeslag vanwege het optrekkende verkeer. Het betreft de kruisingen: Marshallweg - (op-/afritten) Heliconweg, westelijk van het plangebied. Een overzicht met de relevante invoerparameters is gegeven in bijlage 1.4. De gehanteerde wegverkeersgegevens zijn gebaseerd op verkeerskundig onderzoek, uitgevoerd door Royal HaskoningDHV. Van de Harlingertrekweg zijn geen verkeersgegevens aangeleverd. Deze weg maakt wel deel uit van het wegverkeerlawaaimodel. In alle scenario’s is voor de Harlingertrekweg rekening gehouden met een verkeersintensiteit van 2.000 motorvoertuigen per dag.
Deze intensiteit is afgeleid van het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd door Rho adviseurs te behoeve van de herbestemming van het perceel Harlingertrekweg 53.