MER Spoordok
Tekst van het document
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
31/81
Alde Feanen De Alde Feanen (Oude Venen) bij Earnewâld vormen het meest gevarieerde laagveenmoeras van Fryslân. Net als een aantal andere Nederlandse laagvenen in Nederland zijn ze ontstaan als hoogveen, vervolgens door bodemdaling verdronken, en hebben ze hun huidige gedaante te danken aan vergraving en gedeeltelijke ontginning. De biologische kwaliteit van het gebied ligt vooral in het naast elkaar voorkomen van vele verlandingsstadia en natte graslanden. Grote en kleine plassen en watergangen wisselen af met rietlanden, moerasbos, blauwgrasland en boezemgrasland. Over de vele waterwegen foerageren hoge aantallen van de Meervleermuis. In 2007 werd het gebied met 48 ha uitgebreid in het kader van een LIFEproject ten behoeve van onder andere de Noordse woelmuis. Net als de Weerribben, de Wieden en de Oostelijke Vechtplassen liggen de Alde Feanen in de grenszone van het Pleistocene en het Holocene deel van Nederland. In verband met het geringe reliëf verloopt de overgang tussen beide delen in Fryslân zeer geleidelijk. De dikte van de veenlaag varieert; waar de zandondergrond op geringe diepte ligt, treedt op lokale schaal kwel op. De Alde Feanen herbergen een reeks van habitattypen en zo’n honderd broedvogelsoorten, waaronder een reeks van zeldzame moerasbewoners. De Alde Feanen is aangemerkt als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied.
Er is sprake van een overbelasting door stikstof.
Groote Wielen
Alde Feanen
Figuur 5.6 Natura 2000-gebieden Groote Wielen en Alde Feanen (Bron: atlasleefomgeving.nl)
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
32/81
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van natuurgebieden met belangrijke (inter)nationale natuurwaarden. Het NNN is de ruggengraat voor de ontwikkeling van natuur in de provincie. Het natuurnetwerk zoals op de kaart staat, begrenst het gebied dat voor natuurontwikkeling in aanmerking komt. Niet ieder perceel binnen het natuurnetwerk is nu dus al natuurgebied. Natura 2000-gebieden zijn ook onderdeel van het NNN. Figuur 5.7 laat de NNN gebieden in de omgeving van Spoordok zien. Spoordok zelf is geen onderdeel van het NNN.
Figuur 5.7 Natuurnetwerk Nederland (Bron: https://www.fryslan.frl/natuurnetwerk-nederland)
Gemeentelijke groenstructuren Spoordok is in de huidige situatie geen onderdeel van een gemeentelijke groenstructuur. In de Omgevingsvisie Leeuwarden wordt wel de ambitie uitgesproken om Spoordok te laten functioneren als een gebied dat groenstructuren met elkaar verbindt (figuur 5.8). Hiermee wordt het buitengebied met de natuur van de stad verbonden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
33/81
Figuur 5.8 Kaart Omgevingsvisie Leeuwarden
Autonome ontwikkelingen In de huidige situatie is de Snekertrekweg 23a bestemd voor wonen. Realisatie moet nog plaatsvinden en kan een effect hebben op het thema natuur. Verder worden er in de autonome ontwikkeling in het kader van dit MER geen aanvullende bouwplannen in het plangebied uitgevoerd. Er zijn ook geen andere autonome ontwikkelingen die een effect zullen hebben op het thema natuur. Bescherming ondergrond/bovengrond
5.5
Bescherming ondergrond/bovengrond
Hoogteprofiel De hoogte van het maaiveld in Spoordok varieert van circa NAP +1,2 m in het oostelijke deel en circa NAP +0,85 m in het westelijke deel (zie figuur 5.9).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
34/81
Figuur 5.9 Hoogtekaart
Water Het plangebied van Spoordok ligt in het beheergebied van het Wetterskip Fryslân. Volgens de legger van het Wetterskip liggen in het plangebied geen primaire wateren door het gebied heen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de primaire watergang Harlingervaart. Deze heeft een bodemhoogte van NAP -2,55m en een vast streefpeil van NAP -0,52 m en maakt deel uit van de Friese Boezem. Op dit moment is er in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. In het plangebied is in de huidige situatie veel verharding aanwezig door het huidige gebruik als bedrijventerrein. Aan de zuidzijde van het spoor bevindt zich een peilgebied met secundaire watergangen met een streefpeil van NAP -0,65 m6. Grondwater Binnen het plangebied is weinig ruimte in de grond voor het opvangen van water. Dit laat figuur 5.10 zien. Groen gekleurde plekken op de kaart geven aan waar de ondergrond het meeste water kan opslaan. De rode en oranje plekken geven de gebieden aan waar de bodem minder water kan opvangen, omdat er minder ruimte is in de grond voor water. Door bodemdaling en klimaatverandering zijn deze gebieden extra kwetsbaar voor extreme regenval. Hierdoor zal er vaker wateroverlast ontstaan op plekken waar minder ruimte is voor water om weg te stromen. Het plangebied is hoofdzakelijk oranje gekleurd, wat inhoudt dat het waterbergend vermogen tussen de 100 en 250 mm bedraagt.
6
Bron: wetterskipfryslan.nl/over-ons/voldoende/uitleg-over-peilbeheer-en-peilbesluiten & Vastgestelde legger Wetterskip Fryslan
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
35/81
Figuur 5.10 Maximale berging in grondwater (Bron: atlasleefomgeving.nl)
Uit grondwatermonitoringsgegevens in de omgeving van het plangebied blijkt dat de ondiepe grondwaterstand (freatisch grondwater) in de deklaag kan reiken tot slechts enkele decimeters beneden maaiveld. Hieruit is af te leiden dat infiltratie van hemelwater eveneens niet of nauwelijks kan plaatsvinden.
Figuur 5.11 Grondwaterstandsmetingen in peilbuis B06C1359_1. Uit de metingen is af te leiden dat de grondwaterstand tot enkele decimeters onder maaiveld kan reiken (Bron: Dinoloket.nl)
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
36/81
Figuur 5.12 Grondwaterstandsmetingen in peilbuis B06C1336_1. Uit de metingen is eveneens af te leiden dat de grondwaterstand tot enkele decimeters onder maaiveld kan reiken (Bron: Dinoloket.nl).
Bodem Bodemkwaliteit Op basis van de bodemkaart van de gemeente Leeuwarden wordt aangegeven dat als gevolg van de eerdere bedrijfsactiviteiten plaatselijke bodemverontreinigingen aanwezig zijn7. Op de kaart (figuur 5.13) zijn verschillende verontreinigingscontouren te zien. Dit betekent dat daar onderzoeken zijn uitgevoerd. De bruin gemarkeerde locaties duiden op mogelijke bodemverontreiniging, de blauw gemarkeerde locaties duiden op mogelijke grondwaterverontreiniging.
Figuur 5.13 Kaart bodemverontreiniging (Bron: https://zichtopgrond.nl/makelaars)
Bodemopbouw Het plangebied is onderdeel van het landschapstype Kleigebied Middelzee & Marne. Dit is een stuk land dat door aanslibbing is ontstaan. De zee zette zeeklei af. Wanneer een 7
De informatie is afkomstig uit het bodeminformatiesysteem NAZCA-i van gemeente Leeuwarden. Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken uitgevoerd. De informatie is niet volledig dekkend.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
37/81
dergelijk buitendijks stuk land groot en hoog genoeg was, legde men er een dijk omheen. De bodem en ondergrond van het plangebied bestaan hierdoor voornamelijk uit zware en kleien zavelgronden. Archeologie De provincie Fryslân heeft het initiatief genomen om het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v. Chr. zie figuur 5.14), en één voor de periode ijzertijd-middeleeuwen (800 v. Chr. 1.500 n. Chr. zie figuur 5.15).
Figuur 5.14 FAMKE steentijd
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
38/81
Figuur 5.15 FAMKE Middeleeuwen
De Nota Archeologische Monumentenzorg Leeuwarden (2018) en het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Archeologie’ uit 2022 geven aan dat in het plangebied voor een klein gedeelte ‘Waarde – Archeologie 3’ (gebied of terrein van archeologische waarde) geldt zie figuur 5.16. Ter hoogte van Rijkswaterstaat Noord-Nederland en de parkeerplaats. In eerdere onderzoeken is reeds aangetoond dat in deze zones concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. Het gaat hierbij om terreinen waarvan is vastgesteld dat hier essentiële informatie over het verleden in de bodem aanwezig is.
Figuur 5.16 Bestemmingsplan 'Partiële herziening Archeologie' waarde 3
Voor het overgrote deel van het plangebied komt ‘Waarde – Archeologie 6’ (gebied met lage archeologische verwachting) voor zie figuur 5.17. Het gaat hierbij om gebieden waar op archeologische en landschappelijke gronden de kans op behoudenswaardige archeologische relicten klein wordt geacht, maar niet uitgesloten kan worden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
39/81
Figuur 5.17 Bestemmingsplan 'Partiële herziening Archeologie' waarde 6
Cultuurhistorie Het Spoordok is een gebied in Leeuwarden dat volgens moderne stedenbouwprincipes als een functionele enclave is ontwikkeld, ingesloten tussen het spoor en de Harlingervaart. Hoewel de geschiedenis van Leeuwarden teruggaat tot de Romeinse tijd, is een groot deel van de stad relatief jong omdat het tot in de negentiende eeuw binnen de stervormige stadsgracht en bolwerken ontwikkelde op basis van relevante verdedigingsprincipes. Bebouwing ontstond langs belangrijke water- en uitvalswegen, zoals langs de Potmarge en de Schrans ten oosten van het Spoordok. Het Spoordok bevindt zich aan de rand van wat voorheen de Middelsee was, en de plattegrond van het centrum van Leeuwarden wordt nog steeds bepaald door deze waterwegen en terpen eromheen. Het Spoordok zelf is gekenmerkt door de spoor- en waterwegen die letterlijk vormgeven aan het gebied, maar ook de ontoegankelijkheid ervan bepalen. Landschap Op de kaart (figuur 5.18) zijn de landschappelijke en cultuurhistorische elementen in het plangebied te zien. In het studiegebied bevindt zich een gemeentelijk monument namelijk de Snekertrekweg 57 (Zandleven Coatings – paars aangeduid). Verder aan de oostkant van het plangebied is een vlak wat aangeduid is als een historische boerderijplaats. Aan de gehele noordkant van het plangebied (zwarte lijn) lag een zeepolderdijk en een trekvaart op de Harlingervaart.
Ook is er nog een lokale spoorweg herkenbaar in het zuiden van het plangebied. Legenda
Figuur 5.18 Kaart landschap en cultuurhistorische elementen (Bron: https://experience.arcgis.com/experience/7852db9d397e4a8ab7351a22089c6239/page/Atlas/)
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
40/81
Autonome ontwikkeling In de huidige situatie is de Snekertrekweg 23a bestemd voor wonen. Realisatie moet nog plaatsvinden en kan een effect hebben op de bescherming van de ondergrond/bovengrond. Verder worden er in de autonome ontwikkeling in het kader van dit MER geen aanvullende bouwplannen in het plangebied uitgevoerd. Er zijn ook geen andere autonome ontwikkelingen die een effect zullen hebben op het thema bescherming ondergrond/bovengrond.
5.6
Klimaat en energie
Energie en circulariteit Alle nieuwbouw in Nederland moet vanaf 1 juli 2018 aardgasloos zijn, en vanaf 1 januari 2021 voldoen aan de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). In de Energieagenda (‘Leeuwarder Energieagenda Daadkracht en dialoog 2021-2024’). Op termijn wil de gemeente onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas. Er zijn echter veel verouderde panden binnen Spoordok gelegen. Deze zijn minder goed geïsoleerd. Er is bovendien nog weinig sprake van opwek van duurzame energie in de vorm van zonnepanelen. Klimaatbestendigheid In de huidige situatie is er reeds bebouwing aanwezig. Het gebied kent in de huidige situatie veel verharding, waardoor neerslag moeilijk kan infiltreren of afstromen. Dit kan ten tijde van piekbuien wateroverlast veroorzaken. De aanwezigheid van verharding en de schaarsheid aan grote bomen (die zorgen voor verkoeling) zorgt er bovendien voor dat het tijdens de zomers erg warm kan worden. Ten noorden van het plangebied grenst boezemwater (Harlingervaart), hierdoor is er een risico op overstromingen. In de Friese Klimaatatlas is een kaart opgenomen waarop de overstromingsdiepte wordt weergegeven. Deze kaart toont hoe hoog het water kan komen door overstroming vanuit de zee of het IJsselmeer.
Uit deze kaart blijkt dat in het plangebied Spoordok de waterdiepte vrijwel overal 50 cm of minder zal zijn, vlak langs de Harlingervaart en op één plek langs de huidige Marshallweg kan de waterdiepte oplopen tot 1 meter.
Figuur 5.19 Overstromingsdiepte vanuit zee of IJsselmeer (Bron: Friese Klimaatatlas)
Autonome ontwikkeling Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
41/81
In de autonome situatie ontwikkelt het plangebied zich waarschijnlijk verder zoals het nu ook bestemd is namelijk als bedrijventerrein met kantoren. Het is onbekend hoe pandeigenaren met hun panden in de toekomst om gaan, mogelijk gaan ze verduurzamen. De klimaatverandering zal naar verwachting doorzetten en dit kan leiden tot toenemende klimaatgerelateerde effecten (t.a.v. hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
42/81
6
Voorgenomen activiteit en varianten
6.1
Voorgenomen activiteit
De voorgenomen activiteit is de herontwikkeling van Spoordok. Door de centrale ligging biedt het Spoordok economische en ruimtelijke kansen. Herontwikkeling biedt de kans om een deel van de woningbouwopgave van Leeuwarden binnenstedelijk op te lossen (circa 1.800 woningen/196.050 m²). Maar het gebied biedt ook de ruimte om andere functies (totaal 58.950 m² ) zoals lichte bedrijvigheid, horeca, dienstverlening en cultuur toe te voegen. Samen met de eigenaren in het gebied, en met bijdragen uit de samenleving, heeft de gemeente al een gebiedsvisie Spoordok gemaakt. De gebiedsvisie is eind 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Na de gebiedsvisie is het Ontwikkelkader opgesteld, waarvoor voorliggend MER de milieueffecten in beeld brengt. Het programma uit het Ontwikkelkader ziet er als volgt uit: Tabel 6.1 Programma Spoordok
Deelgebieden
Distrikt
Arcadiapark
Hoven
Stationskwartier
Totaal
m²
92.000 m2
16.000 m²
66.000 m²
81.000 m², waarvan bestaand: 22.500 m²
Wonen
73.600 m² 80%
15.200 m² 95%
62.700 m² 95%
44.550 m² 55%
255.000 m², waarvan bestaand 22.500 m² 196.050 m²
Niet-wonen
18.400 m² 20%
800 m² 5%
3.300 m² 5%
36.450 m² 45%
58.950 m²
In de onderstaande tabel zijn deze deelgebieden nader beschreven: Tabel 6.2 Omschrijving deelgebieden
Deelgebieden
Planvoornemen
Distrikt
Distrikt wordt een iconische plek voor de blauwe economie in Spoordok. Hier verrijst een centrum gericht op innovatieve kennis op het gebied van gezondheid, water en circulariteit in de stad. Vanwege de ligging vormt Distrikt een schakel tussen de huidige bedrijventerreinen aan de westzijde en de rest van Spoordok en het centrum aan de oostzijde.
Arcadiapark
Arcadiapark is een plek waar de natuur en het landschap centraal staan. Er is ruimte voor recreatie, evenementen en een paviljoen dat in het teken staat van water. Het park heeft uitlopers in het groen en zoekt daarmee de relatie met de omliggende deelgebieden. Door de onbestemde ruimte kan het
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
43/81
park op verschillende manieren worden gebruikt door mensen en organisaties gedurende het jaar. Het hart van het park bevat een plateau dat geschikt is voor kleinschalige evenementen. Het Arcadiapark fungeert als ontmoetingsplek en zal een aantrekkingskracht hebben op de gehele stad. Hoven
Hoven is een plek van rust te midden van reuring. De blokken zijn gesloten langs de Marshallboulevard, waardoor de collectieve binnentuin een groene oase van rust wordt. Er is doorzicht richting de Harlingervaart, zodat het water altijd nabij is. De binnentuinen vormen een extra overgang tussen publiek en privé en bieden ruimte voor gemeenschapsruimtes en gedeelde voorzieningen. Op de daken is plek voor energieopwekking en daktuinen. Het woonprogramma vormt 95% van het bebouwde programma en bestaat voornamelijk uit grondgebonden woningen met tuin, maisonnettes en appartementen. Er zijn publieke voorzieningen zoals een kinderdagverblijf en een buurthuiskamer, die ten dienste staan van het woonprogramma.
Stationskwartier
Stationskwartier een levendig en hoogstedelijk gebied dat gelegen is aan de oostzijde van Spoordok en fungeert als natuurlijke verbinding tussen Spoordok en het stadscentrum. Het biedt ruimte voor een versterking van het MKB ecosysteem, waarbij flexibiliteit in de gebouwen is ingebouwd om cultuurverandering te faciliteren. Het gebied bestaat uit een serie pleinen, begrensd door bebouwing met een levendige plint waarin ruimte is voor zichtfuncties zoals winkels, horeca, kantoren en maakindustrie. Het programma bestaat voor 55% uit wonen en voor 45% uit niet-wonen. In de extra hoge plint 92x4,5m) is ruimte voor zichtfuncties zoals winkels, horeca, kantoren en maakindustrie. Hierboven is volop ruimte voor woningen en eventueel kantoren. Het woningaanbod is vooral gericht op zelfstandigen en starters, met op de hogere verdiepingen meer luxe appartementen voorzien van een daktuin.
Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de verschillende deelgebieden in Spoordok.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
44/81
Figuur 6.1 Verschillende deelgebieden in Spoordok
6.2
Alternatieven
Een vast onderdeel in de m.e.r.-procedure is een alternatievenonderzoek: in hoeverre zijn er naast of binnen de voorgenomen activiteit reële alternatieven of varianten met mogelijk andere milieueffecten? In deze paragraaf wordt beschreven welke varianten in het MER worden onderzocht. De gemeente Leeuwarden ziet de volgende aspecten als relevant voor de MER-varianten:
Het bouwen van extra woningen en andere voorzieningen leidt tot een toename van autoverkeer. De omgang met dit extra autoverkeer is voor de gemeente Leeuwarden een relevante milieukwestie bij de totstandkoming van het Ontwikkelkader. In relatie tot het autoverkeer is de situering van en het aantal woningen bepalend voor de leef- en verblijfskwaliteit in het gebied.
Op basis van deze twee aspecten zijn de varianten Ontspannen en Intensief ontwikkeld. Daarnaast wordt voor zowel variant 1 als variant 2 een gevoeligheidsanalyse op geluidbelasting gedaan door de Spoorlaan als 30 km weg te beschouwen in plaats van 50 km weg.
6.2.1
Variant Spoordok Ontspannen
In deze variant wordt uitgegaan van 1.800 woningen en 50.000 m2 niet-wonen. In deze variant zullen de bouwvolumes in beginsel minder groot en hoog hoeven te worden in vergelijking met de variant Intensief, en zal de verkeersaantrekkende werking naar verwachting beperkter zijn. Onderdeel van deze variant is een afwaardering van de Marshallweg voor gemotoriseerd verkeer. Op de nieuwe Marshallboulevard hebben Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
45/81
wandelen en fietsen het primaat. De Marshallboulevard krijgt een ‘knip’ (fysieke afsluiting) voor het gemotoriseerde verkeer en de maximum snelheid wordt 30 km/uur. Door het aanbrengen van een knip wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer geweerd. Ten behoeve van de ontsluiting van de hub, het busstation en de bereikbaarheid van de binnenstad wordt aan de zuidzijde van Spoordok de Spoorlaan aangelegd. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Deze keuze is gemaakt om het lawaai van wegverkeer en spoor te bundelen en vanwege de busfunctie tussen het station en de remise. De overkluizing van de Spoorlaan en de hoogte van de hub zal voor Spoordok dienen als geluidsscherm.
6.2.2
Variant Spoordok Intensief
Deze variant voor de gebiedsontwikkeling Spoordok gaat uit van een maximale benutting van het gebied voor woningbouw en overige functies door circa 2.500 woningen en 60.000 m2 niet-wonen te realiseren. De variant zal dus in beginsel leiden tot hogere bouwvolumes en tot meer verkeersaantrekkende werking. Het afwaarderen van de Marshallweg tot een boulevard met het primaat voor wandelen en fietsen (max 30 km /uur en een ‘knip’ voor gemotoriseerd verkeer) en het realiseren van de 50 km weg Spoorlaan is ook onderdeel van deze variant. De stedenbouwkundige opzet van de bouwblokken zoals opgenomen in de voorgenomen activiteit laten weinig ruimte om aanvullende vierkante meters in de breedte op maaiveldniveau op te vangen. Daarom wordt als uitgangspunt voor de variant Intensief genomen dat extra vierkante meters in de hoogte worden gezocht, met als aanvullend criterium dat het Arcadiapark zoveel mogelijk wordt ontlast van extra vierkante meters om de kwaliteit van het deelgebied als groen stadspark te behouden. Om een indicatie te geven van het verschil in bouwhoogtes tussen de variant Ontspannen en Intensief is hieronder in de tabel het procentuele verschil (39%)8 vertaald naar indicatieve bouwhoogtes voor de deelgebieden Distrikt, Stationskwartier en De Hoven. Deelgebied Distrikt
Ontspannen
Intensief
Max. bouwhoogte
40 meter
(+39%)* 56 meter
* Hoogtes nog niet gecorrigeerd op eventuele hoogtebeperkingen vanuit het luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Leeuwarden. Daar kunnen ruimtelijke beperkingen uit voortvloeien.
Figuur 6.2 Het Distrikt
8
(2500 woningen – 1800 woningen) / 1800 woningen = 39%
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
46/81
Deelgebied Stationskwartier
Ontspannen
Intensief
Max. bouwhoogte
25 meter
(+39%)* 35 meter
* Hoogtes nog niet gecorrigeerd op eventuele hoogtebeperkingen vanuit het luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Leeuwarden. Daar kunnen ruimtelijke beperkingen uit voortvloeien.
Figuur 6.3 Stationskwartier Deelgebied De Hoven
Ontspannen
Intensief
Max. bouwhoogte
24 meter
(+39%)* 34 meter
* Hoogtes nog niet gecorrigeerd op eventuele hoogtebeperkingen vanuit het luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Leeuwarden. Daar kunnen ruimtelijke beperkingen uit voortvloeien.
Figuur 6.4 De Hoven
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
47/81
7
Effectbeoordeling varianten
7.1
Inleiding
In dit hoofdstuk vindt de effectbeoordeling van de varianten en van de mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen plaats. Dit gebeurt op basis van het onderstaande beoordelingskader. Tabel 7.1 Beoordelingskader
Thema
Mobiliteit
Beoordelingscriteria
Wijze van beoordeling
Duurzame mobiliteit
Kwalitatief: mate van gebruik lopen, fiets en OV. Kwantitatief: afwikkeling wegverkeer in de gebruiksfase (op basis van berekeningen model). Kwalitatief: analyse effecten verkeersveiligheidssituatie in en buiten plangebied. Kwalitatief: cumulatie verschillende geluidbronnen gebruiksfase. Kwantitatief: berekening verkeersgeluid (wegverkeer en railverkeer) met geluidmodel. Kwalitatief: beoordeling effecten op de luchtkwaliteit tijdens de aanlegfase. Kwalitatief: beschouwing aan de hand van regelgeving en gemeentelijke ambities. Kwalitatief: beschouwing aan de hand van bureauonderzoek. Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden: kwalitatieve analyse effecten door PR-contouren van bestaande en nieuwe risicobronnen kwalitatieve analyse effecten door aandachtsgebieden van bestaande en nieuwe risicobronnen. Kwalitatief: beschouwing gezondheidsbescherming (milieuhinder) gezondheidsbevordering (o.a. hoeveelheid openbaar groen voor sport, ontmoeten, bewegen). Kwalitatief: effecten op beschermde gebieden zoals Natura 2000-gebieden en NNN. Kwantitatief: Aerius-berekening stikstofdepositie.
Wegverkeer - afwikkeling Verkeersveiligheid Geluidhinder
Luchtkwaliteit Geur Gezonde en krachtige leefomgeving
Trillingen
Externe veiligheid
Gezondheid
Beschermde gebieden Natuur en biodiversiteit Beschermde soorten
Kwalitatief: invloed op leefgebied beschermde soorten.
Biodiversiteit
Kwalitatief: invloed op biodiversiteit.
Oppervlaktewater
Grondwater Bescherming ondergrond/bovengrond
Kwalitatief: kwaliteit oppervlaktewater, invloed op waterafvoer en beschouwing toe-/afname verhard oppervlak. Kwalitatief: invloed op grondwaterstand en grondwaterstroming door verandering kwel/infiltratie en grondwateronttrekking.
Bodemkwaliteit
Kwalitatief: invloed op bestaande bodemverontreiniging en risico op ontstaan nieuwe bodemverontreiniging.
Behoud en bescherming fysieke elementen landschap, cultuurhistorie en archeologie
Kwalitatief: invloed op landschappelijk waardevolle structuren en elementen, cultuurhistorisch waardevolle patronen en elementen en bekende en te verwachten archeologische waarden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
48/81
Energie en circulariteit
Kwalitatief: beschouwing aan de hand van regelgeving en gemeentelijke ambities.
Klimaatbestendigheid
Kwalitatief: beschouwing hittestress, droogte, waterveiligheid en wateroverlast.
Klimaat en Energie
7.2
Mobiliteit
7.2.1
Effectbeoordeling
Voor mobiliteit wordt een effectbeoordeling uitgevoerd voor de volgende toetsingscriteria:
Duurzame mobiliteit: mate van gebruik lopen, fiets en OV Wegverkeer: afwikkeling in de gebruiksfase Verkeersveiligheid: verkeersveiligheidssituatie in en buiten plangebied
Duurzame mobiliteit In Spoordok wordt de mobiliteitsstrategie STOMP toegepast, die staat voor 'Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en Privéauto'. Deze hiërarchie van transportmiddelen is gericht op het bevorderen van een duurzame, actieve levensstijl en het verminderen van de afhankelijkheid van de auto. De strategie geeft prioriteit aan lopen (stappen) en fietsen (trappen), gevolgd door het gebruik van openbaar vervoer. Deze benadering zorgt ervoor dat deze milieuvriendelijke en actieve vervoerswijzen de voorkeur krijgen boven de privéauto. Deze aanpak is duidelijk zichtbaar in de inrichting van het gebied Spoordok. Er wordt bij de ontwikkeling van de openbare ruimte en de bebouwing expliciet rekening gehouden met het creëren van voldoende en toegankelijke fietsparkeerplaatsen. Daarnaast wordt het autoverkeer in het gebied zelf geminimaliseerd en zoveel mogelijk verwezen naar de rand van het plangebied, hier is sprake van een centrale parkeerhub. Dichterbij de woningen is sprake van hubs voor deelmobiliteit. Hiermee wordt met de inrichting van het gebied een klimaat gecreeërd waar het gebruik van vervoerswijzen anders dan de privéauto wordt gestimuleerd. Dit draagt bij aan een duurzamere en actieve mobiliteit en de kwaliteit van de leefomgeving.
Fietsen en wandelen van en- naar het gebied staat centraal, maar ook fietsen en wandelen binnen het gebied wordt door de inrichting gefaciliteerd. De doorgaande fietsroute wordt in het plangebied centraal gesteld. Hiermee wordt de ontbrekende schakel tussen het station/binnenstad en het buitengebied ingevuld. Gelijktijdig ontstaat hiermee een hoogwaardige verbinding tussen het ontwikkelgebied met het achterland. Hiermee wordt ook een verbinding gelegd met het recreatief fietsknooppuntennetwerk buiten de stad.(richting Deinum) De strategische positie van Spoordok versterkt de effectiviteit van de STOMP-strategie. Spoordok heeft een goede ligging in de stad, dankzij goede verbindingen voor langzaam verkeer naar omliggende wijken, de nabijheid van het treinstation van Leeuwarden (op circa 250 meter van het plangebied) en het busstation (direct grenzend aan de oostzijde van het plangebied). Dit netwerk wordt goed onderhouden en verder ontwikkeld om te zorgen dat de bereikbaarheid van en naar Spoordok optimaal blijft. OV-, wandel- en fietsverbindingen lopen in de nieuwe situatie door het plangebied heen en zoeken de verbinding met de omgeving (zie figuren 7.1 en 7.2). Door de herontwikkeling ontstaat een heel ander gebied Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
49/81
met een veel grotere functiemix (wonen, werken en recreëren). De huidige situatie is een mix van autoafhankelijke bedrijven met grote parkeerterreinen. Voor de nieuwe bewoners of bedrijven die zich hier gaan vestigen wordt met de inrichting het klimaat geschapen om anders te reizen. De huidige Marshallweg functioneert niet meer als doorgaande route en de focus ligt op wandelen, fietsen en OV. De geparkeerde auto gaat juist naar de rand van het gebied, waardoor de andere modaliteiten de voorkeur behoeven. Duurzame en actieve mobiliteit wordt gefaciliteerd.
Figuur 7.1 Mobiliteit volgens het STOMP-principe. OV-verbindingen.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
50/81
Figuur 7.2 Mobiliteit volgens het STOMP-principe. Wandel- en fietsroutes.
Resumerend: Door de gunstige ligging t.o.v. omliggende wijken, OV-punten en STOMP als uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling worden beide varianten beoordeeld als positief (+). Wegverkeer: afwikkeling in de gebruiksfase Met de herontwikkeling van Spoordok wordt de huidige Marshallweg met een verkeersknip deels afgewaardeerd tot een wandel- en fietsroute door het gebied. In zowel de oostelijke als westelijke richting blijft de Marshallweg een inprikker in het plangebied voor lokaal verkeer. Het doorgaande autoverkeer maakt geen gebruik meer van deze route. Ook de Snekertrekweg (traject Heliconweg – Marshallweg) wordt ter plekke van de huidige rotonde Marshallweg – Snekertrekweg (ten midden van het plangebied) geknipt. De Marshallweg/Snekertrekweg (traject Heliconweg – Marshallweg) wordt een boulevard waar voetgangers en fietsers de ruimte krijgen en waar gemotoriseerd verkeer geweerd wordt. De afwaardering van de Snekertrekweg vindt overigens ook in de autonome situatie plaats. In figuur 7.1. is de autoverbinding door het gebied aangeduid als ‘parkeerroute’, deze nieuwe route wordt de Spoorlaan genoemd. De Spoorlaan verbindt de parkeergarages met het omliggend wegennet. Het autoparkeren wordt in het gebied centraal geregeld in parkeerhubs aan de rand van het gebied.
De Spoorlaan loopt (langs het spoor) tussen de rotonde Zuidersingel – Oude Veemarkt ten oosten en de Marshallweg/Stephensonsviaduct ten westen van het plangebied. De Spoorlaan vormt een oost-west verbinding tussen de N31 (stroomweg ten westen van Leeuwarden richting Drachten) met de parkeerring rond de binnenstad. De parkeerring is de route rondom de binnenstad waaraan in de huidige situatie meerdere parkeergarages zijn gevestigd. Ook het busverkeer zal gebruik maken van de Spoorlaan.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
51/81
De herontwikkeling van het gebied betekent dat bedrijvigheid verdwijnt en dat er meer mensen in het gebied komen te wonen. Dit leidt er toe dat het gebied extra verkeer aantrekt ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van het gemeentelijk verkeersmodel is inzichtelijk gemaakt hoeveel autoverkeer in 2040 zich van en naar en door het gebied rijdt (zie tabel 7.2). Tabel 7.2 Motorvoertuigen per etmaal van, naar en door het plangebied
Motorvoertuigen per etmaal in planjaar 2040
Referentiesituatie
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Totaal (van, naar en door het plangebied)
11.900
13.000 (+1.100)
13.600 (+1.700)
Naast de extra verkeersaantrekkende werking is er sprake van een verschuiving in de verkeersstromen. In de autonome situatie loopt de voornaamste verkeersstroom via de Marshallweg en de Snekertrekweg door het gebied (circa 7.400 mvt/etmaal). In de plansituatie loopt deze verkeerstroom niet meer centraal door het gebied, maar aan de zuidzijde van het plangebied langs het spoor. Ten westen van de centrale parkeerhub gaat het om circa 9.500 mvt/etmaal in de variant Ontspannen en 10.900 mvt/etmaal in de variant Intensief. Ten oosten van de centrale parkeerhub gaat het om circa 8.500 mvt/etmaal in de variant Ontspannen en 8.900 in de variant Intensief (zie ook figuur 7.3). De verschillen tussen de varianten zijn qua aantallen beperkt.
Figuur 7.3 Verkeersintensiteiten
Op de kruispunten in het direct omliggende wegennet neemt de verkeersdruk iets toe: Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
52/81
Op de rotonde Zuidersingel – Oude Veenmarkt neemt de belasting op de tak Snekertrekweg af terwijl de belasting op de nieuwe tak (waar in de huidige situatie alleen busverkeer gebruik van maakt) toeneemt. De belasting op deze tak is zwaarder dan op de tak Snekertrekweg in de referentiesituatie. Hiermee ontstaat in variant Ontspannen en Intensief een volwaardige 4-taks rotonde. Op basis van de toekomstige aantallen en globale richtlijnen voor verkeersafwikkeling heeft deze rotonde voldoende capaciteit om dit verkeer in de maatgevende momenten (de spitsperiodes) af te wikkelen. Ten opzichte van de autonome situatie lijkt de herontwikkeling en alternatieve routering beperkt van invloed te zijn. Hierin is de invloed van fietsers in de voorrang en de invloed van het busverkeer niet meegenomen. De verkeersaantallen op de rotondes Lange Marktstraat – Oude Veenmarkt en Westersingel – Tesselschadestraat zijn vergelijkbaar of minder. Het afwikkelingsniveau van de rotondes staat niet op zichzelf, de rotondes liggen dusdanig dicht bij elkaar dat ze ook van invloed zijn op elkaar: er is sprake van een rotondecomplex. Terugslag of vertraging op één van de rotondes kan van invloed zijn op de andere rotondes. In westelijke richting sluit het plangebied via de Snekertrekweg.
Ten opzichte van de referentiesituatie zijn de verschillen in verkeeraantallen in variant Ontspannen en Intensief marginaal (circa + 300 mvt/etmaal in beide varianten). De Snekertrekweg sluit aan op de turborotonde Heliconweg- Hermesbrug. Op basis van de toekomstige aantallen en globale richtlijnen voor verkeersafwikkeling heeft deze rotonde voldoende capaciteit om dit verkeer in de maatgevende momenten (de spitsperiodes) af te wikkelen. Via de Spoorlaan wordt het plangebied ontsloten op de Marshallweg. De aansluiting van het plangebied op deze weg is nog niet uitgewerkt, maar zal hoogstwaarschijnlijk aan worden gesloten op een van de VRI-kruispunten waarmee wordt aangesloten op de Stadsring. In de vormgeving dient rekening te worden gehouden met deze ontsluitingsroute, dit geldt ook voor de minder belaste tak voor lokaal verkeer in het plangebied: de Marshallweg. Naar verwachting is dit inpasbaar. Verkeersveiligheid Het hele gebied is zo ontworpen dat er een veilige en aangename omgeving ontstaat voor voetgangers en fietsers. Dit houdt in dat er brede voetpaden, veilige oversteekplaatsen, en voldoende verlichting komen, evenals duidelijk gemarkeerde fietspaden. Het doorgaande autoverkeer en het fietsverkeer is in het plangebied zo veel mogelijk van elkaar losgekoppeld.
Door het loskoppelen van de stromen worden de kruisende bewegingen tussen het autoverkeer en het fietsverkeer geminimaliseerd. Binnen het plangebied is sprake van een fijnmazig netwerk voor lokaal wandel- en fietsverkeer. Dit heeft een positief effect op de verkeersveiligheid in het plangebied. Op enkele routes binnen het plangebied is sprake van gemengd verkeer. Dit is passend gezien de lage verkeersaantallen. Buiten het plangebied neemt de verkeersdruk op de rotonde Zuidersingel – Oude Veemarkt licht toe ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van de beoordeling op hoofdlijnen (globale richtlijnen en verkeersaantallen) lijkt de afwikkeling op de rotonde niet merkbaar te verslechteren. Hiermee lijkt de impact op de verkeersveiligheid ondanks de verkeerstoename ook beperkt. In westelijke richting (bij aansluiting op de Marshallweg en de Stadsring) is sprake van een ontwerpopgave. Naar verwachting is de aansluiting van Spoorlaan op de Marshallweg/Stadsring op duurzaam veilige wijze in te passen. Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
53/81
7.2.2
Overzicht effectbeoordelingen
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de twee varianten weergegeven voor het thema mobiliteit. Tabel 7.3 Effectbeoordeling mobiliteit
Mobiliteit
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Duurzame mobiliteit
+
+
Afwikkeling wegverkeer
0
0
Verkeersveiligheid
+
+
7.2.3
Mitigerende en compenserende maatregelen
Er zijn voor dit thema geen relevante mitigerende en/of compenserende maatregelen.
7.3
Gezonde en krachtige leefomgeving
7.3.1
Effectbeoordeling
Voor gezonde en krachtige leefomgeving wordt een effectbeoordeling uitgevoerd voor de volgende toetsingscriteria:
Geluidhinder: cumulatie verschillende geluidbronnen gebruiksfase. Berekening verkeersgeluid (wegverkeer en railverkeer) met geluidmodel Luchtkwaliteit: luchtkwaliteit tijdens de aanlegfase Geur: regelgeving en ambities Trillingen: bureauonderzoek Externe veiligheid: Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden Gezondheid: gezondheidsbescherming (milieuhinder) gezondheidsbevordering (o.a. hoeveelheid openbaar groen voor sport, ontmoeten, bewegen)
Geluidhinder Een manier om de geluidbelasting ter hoogte van woningen kwalitatief te beoordelen is de Gezondheidseffectscreening9. De gezondheidseffectscreening is een methode om lokale gezondheidseffecten van stedelijke ontwikkelingsprojecten zichtbaar te maken. In het kader van de gebiedsontwikkeling Spoordok is het instrument tevens ingezet om de milieueffecten van de verschillende varianten (Ontspannen en Intensief) ten opzichte van de referentiesituatie (autonoom) onderling te vergelijken. De gezondheidseffectscreening hanteert een scoresysteem (GES-score) waarmee per geluidbelastinginterval de gezondheidseffecten vanwege geluid in de woonomgeving worden beoordeeld. Voor geluid loopt het score-systeem van 0 ‘Zeer goed’ tot 8 ‘Zeer onvoldoende’. Aan de verschillende GES-scores (Lden) is een percentage ernstig gehinderden gekoppeld. Een classificatie van de GES-scores en de bijbehorende milieugezondheidkwaliteit staat in paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek (bijlage 1) dat ten behoeve van dit MER is uitgevoerd. Hierin is ook voor de bestaande woningen en ligplaatsen en voor de bouwblokken binnen de deelgebieden in het plangebied voor de varianten Ontspannen en Intensief een overzicht 9
De volledige methode voor het uitvoeren van een gezondheidseffectscreening is beschreven in het rapport ‘Gezondheidseffectscreening Gezondheid - Milieu en gezondheid in ruimtelijke planvorming’, GGD GHOR Nederland, d.d. januari 2018.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
54/81
van de rekenresultaten gegeven. Naast de berekende geluidbelasting (met bijbehorende GES-scores) vanwege respectievelijk het wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en de geluidbijdrage vanwege de bedrijven, is een overzicht gegeven van de cumulatieve geluidbelasting met bijbehorende GES-scores. Deze cumulatieve geluidbelasting is uiteindelijk bepalend voor de akoestische kwaliteit van de woonomgeving. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten samengevat weergegeven. Bestaande woningen en ligplaatsen Als gevolg van de planvorming ter plaatse van omliggende woningen is er sprake van een toename van de cumulatieve geluidbelasting. Deze toename is niet hoger dan 1 dB. In zijn algemeenheid is een geluidverschil van 1 dB als niet/nauwelijks hoorbaar te beoordelen. De invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat is daarmee ter plaatse van deze woningen als beperkt te beoordelen. Ter plaats van de noordelijk van het plangebied gelegen woningen en ligplaatsen langs de Harlingertrekweg is sprake van een afname van de cumulatieve geluidbelasting. Dit is onder meer het gevolg van het geluidsafschermende effect van de bouwblokken binnen het plangebied en de gewijzigde wegenstructuur.
Spoordok Het wegverkeer (met name het wegverkeer over de Spoorlaan) en in mindere mate het railverkeer zijn in belangrijke mate bepalend voor de cumulatieve geluidbelasting invallend op de gevels van de bouwblokken binnen het plangebied. Uit de resultaten volgt dat het verschil in cumulatieve geluidbelasting tussen de scenario’s ‘Ontspannen’ en ‘ Intensief’ marginaal is en niet meer bedraagt dan 0,3 dB. Het geluidsafschermende effect van de stadsterp met geïntegreerd parkeergebouw is met name zichtbaar op de onderste bouwlagen van de direct noordelijk gelegen bouwblokken. Onderstaand volgt per deelgebied een nadere beoordeling. Deelgebied Distrikt: Binnen het deelgebied Distrikt varieert de cumulatieve geluidbelasting (uitgedrukt als GES-score) op de gevels van de bouwblokken van “1 Goed” tot “5 Zeer matig”. De geveldelen met de kwalificatie “5 Zeer matig” zijn gesitueerd langs de Spoorlaan. De Spoorlaan is ter plaatse maatgevend ten opzichte van de geluidbelasting vanwege het railverkeer. Voor de meest westelijke bouwblokken, ter hoogte van het bedrijf Zandleven, geldt dat dit bedrijf in belangrijke mate bepalend is voor de geluidbelasting invallend op deze bouwblokken. Deelgebied Arcadiapark: Binnen het deelgebied Arcadiapark varieert de cumulatieve geluidbelasting (uitgedrukt als GES-score) op de gevels van de bouwblokken van “1 Goed” tot “6 Onvoldoende”.
De geveldelen met de kwalificatie “6 Onvoldoende” liggen op relatief korte afstand van de Spoorlaan en het spoor. Beide zijn bepalend voor de geluidbelasting. Deelgebied Hoven: Binnen het deelgebied Hoven varieert de cumulatieve geluidbelasting (uitgedrukt als GES-score) op de gevels van de bouwblokken van “1 Goed” tot “5 Zeer matig”. De geveldelen met de kwalificatie “5 Zeer matig” liggen op relatief korte afstand van de Spoorlaan. De Spoorlaan is bepalend voor de geluidbelasting. Voor alle bouwblokken binnen het deelgebied Hoven geldt dat deze in ruime mate beschikken over relatief geluidluwe gevels met GES-scores 1 en 2 (goed tot redelijk). Deelgebied Stationskwartier: Binnen het deelgebied Stationskwartier varieert de cumulatieve geluidbelasting (uitgedrukt als GES-score) op de gevels van de bouwblokken van “1 Goed” Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
55/81
tot “6 Onvoldoende”. De geveldelen met de kwalificatie “6 Onvoldoende” liggen op korte afstand van de Spoorlaan en/of de Oude Veemarkt en Lange Marktstraat. Deze wegen zijn bepalend voor de geluidbelasting. De effectbeoordeling komt daarmee uit op negatief (-). Figuren 7.4 en 7.5 geven een overzicht van de cumulatieve geluidsbelasting op bouwblokken voor de variant Intensief.
Figuur 7.4 Deelgebieden Distrikt en Arcadiapark
Figuur 7.5 Deelgebieden Hoven en Stationskwartier
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
56/81
Resumerend: Bestaande woningen: uit het onderzoek volgt dat voor zover ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een toename van de cumulatieve geluidbelasting, deze niet hoger is dan 1 dB. De invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat is daarmee ter plaatse van deze woningen als beperkt te boordelen. Ter plaatse van de noordelijk van het plangebied gelegen woningen en ligplaatsen langs de Harlingertrekweg is sprake van een afname van de cumulatieve geluidbelasting. Dit met name door het geluidsafschermende effect van de bouwblokken binnen het plangebied en de gewijzigde wegenstructuur. Plangebied: Binnen het plangebied varieert de te verwachten cumulatieve geluidbelasting (uitgedrukt als GES-score) op de gevels van de bouwblokken van “1 Goed” tot “6 Onvoldoende”. Dit geldt voor de beide doorgerekende varianten. Met name het wegverkeer over de nieuw aan te leggen Spoorlaan en in mindere mate het railverkeer zijn bepalend. Het verschil (uitgedrukt in dB) in cumulatieve geluidbelasting tussen de beide varianten ‘Ontspannen’ en ‘Intensief’ is marginaal en bedraagt niet meer dan 0,3 dB. Het effect voor beide varianten wordt daarom beoordeeld als negatief (-). Luchtkwaliteit De bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit wordt gevormd door de toename van het verkeer van en naar het plangebied.
Het extra verkeer als gevolg van het plan betreft een weekdaggemiddelde van circa 1.100 extra verkeersbewegingen per etmaal voor de variant Ontspannen en circa 1.700 extra verkeersbewegingen per etmaal voor de variant Intensief. Op basis van de NIBM-tool, versie 202310 is de bijdrage van het verkeer aan de luchtkwaliteit berekend voor beide varianten. Er is gerekend met realisatiejaar 2030. Op basis van de NIBM-tool blijkt dat dit extra verkeer een maximale toename geeft van de concentratie NO2 geeft van 0,55 µg/m3 en een maximale toename van de concentratie PM10 van 0,21 µg/m3. Voor NO2 en PM10 is genoemde toename niet groter dan de 1,2 µg/m3. De wettelijke grenswaarden zijn 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 (jaargemiddelde concentraties). De luchtkwaliteit in het noorden, waaronder Leeuwarden, is in vergelijking met de rest van het land relatief goed. Voor zowel NO2 als PM10 geldt dat de concentraties in de stad Leeuwarden ruim onder de genoemde wettelijke grenswaarde liggen. Resumerend: de toename van het autoverkeer leidt niet tot een noemenswaardige verslechtering van de luchtkwaliteit. De effecten liggen voor NO2 en PM10 onder de grens van “niet in betekende mate”. Het effect wordt voor beide varianten beoordeeld als neutraal (0). Geur Industriële processen kunnen leiden tot emissies van stoffen die geurhinder kunnen veroorzaken.
De mate waarin geurhinder optreedt verschilt sterk per bedrijfstype (en veel bedrijfstypen veroorzaken ook in het geheel geen geurhinder). Om op voorhand een beeld te kunnen schetsen van geurhinder die kan optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit is aangesloten bij het handboek ‘Bedrijven en
10
Bron: https://iplo.nl/thema/lucht/betekenende-mate-bijdragen/nibm-tool/
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
57/81
milieuzonering’11. Op basis hiervan zijn indicatieve afstanden bepaald die wenselijk worden geacht tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies (o.a. woningen). Hoe hoger de milieucategorie, hoe groter de benodigde afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies. Zo geldt voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 een indicatieve afstand van 50 meter in gemengd gebied. Voor milieucategorie 4.2 geldt een indicatieve afstand van 200 meter. In de huidige situatie is het gebied bestemd voor kantoren en bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2. In het geval van Spoordok wordt in beide varianten een situatie gecreëerd waarbij woningen en lichte bedrijvigheid gemengd geprogrammeerd zullen worden, hoogstwaarschijnlijk op minder afstand dan 50 meter van elkaar. Wat voor soort bedrijvigheid is in dit stadium niet te zeggen, maar gelet op het gemengde karakter en hoeveelheid woningen die erbij worden gerealiseerd is het onwaarschijnlijk dat er zware geurbelastende activiteiten in het plangebied worden gerealiseerd. Daarentegen worden er wel meer milieugevoelige functies (woningen) in gebied gerealiseerd dan in de referentiesituatie. Doordat er aan de noordwestkant van het studiegebied een bedrijf (Zandleven) met een geurcontour ligt die over het plangebied valt, zullen er in de nieuwe situatie meer milieugevoelige functies blootgesteld worden aan geurhinder.
Hier zal in de verdere planuitwerking rekening mee moeten worden gehouden, bijvoorbeeld door het nemen van mitigerende maatregelen. Welke maatregelen dit kunnen zijn dient met behulp van vervolgonderzoek in beeld te worden gebracht, zodat eerst duidelijk wordt wat de feitelijke geurcontour van het betreffende bedrijf is en welke maatregelen vervolgens vanuit de geplande ontwikkeling getroffen kunnen worden om geurhinder voor nieuwe (permanente) bewoners zoveel mogelijk te voorkomen / mitigeren. Vooralsnog wordt voor beide varianten het effect beoordeeld als beperkt negatief (0/-). Resumerend: Spoordok zal waarschijnlijk in de nieuwe situatie geen geurbelastende activiteiten toevoegen aan het plangebied, gelet op het gemengde programma met veel woningen. Tegelijkertijd voegt Spoordok wel milieugevoelige objecten (woningen) toe aan het gebied, ook in het noordwestelijke deel waar een bedrijf in het studiegebied ligt met een geurhindercontour die over het plangebied heen valt. Het effect wordt daarom beoordeeld als beperkt negatief (0/-). Trillingen Spoor Grenzend aan de zuidkant van het plangebied ligt het spoor. Er bestaat een kans dat er in de nieuwe situatie hinder door trillingen als gevolg van treinverkeer ontstaat voor de nieuwe woningen in Spoordok, grenzend aan het spoor.
Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of trillingshinder op zal treden en welke bufferwerking de parkeergarage over de Spoorlaan hierbij heeft. Hiervoor kan bij de verdere planuitwerking gebruikt gemaakt worden van de Beleidsregel Trillinghinder Spoor (Bts). De normen van de Bts sluiten aan op de SBRrichtlijn, “Meet en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen B: Hinder voor personen in 11
Milieuzonering is een ruimtelijk instrument ter bescherming of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Het instrument bestaat uit het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende (bijvoorbeeld een dierenpark) en milieugevoelige functies (bijvoorbeeld woningen). In het handboek ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden milieuaspecten als geluid, geur, stof en gevaar uitgedrukt in richtlijnafstanden die wenselijk worden geacht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De richtlijnafstand is gebaseerd op een minimale afstand tot aaneengesloten woonbebouwing. Het betreffen indicatieve afstanden die bij voorkeur worden aangehouden, er kan gemotiveerd van worden afgeweken als de situatie ter plekke dat toelaat. Hoe hoger de milieucategorie hoe groter de richtafstand.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
58/81
gebouwen”. In de SBR-richtlijn is aandacht gegeven aan het meten van trillingen en een beoordelingssystematiek. Bij de beoordelingssystematiek wordt gekeken naar het maximale trillingsniveau (Vmax) en een tijdsgemiddelde waarde (Vper). In algemene zin geldt dat bij nieuwbouw van woningen dichtbij het spoor het risico bestaat dat in die nieuwe woningen trillingshinder optreedt. Wegverkeer In de nieuwe situatie gaat de Spoorlaan aan de zuidzijde van het plangebied functioneren als logistieke route voor het noodzakelijke auto- , vracht- en busvervoer. Ook hier bestaat een kans dat er hinder door trillingen ontstaat. De trillingen worden gegenereerd door het zware gewicht en de beweging van bussen en vrachtverkeer, vooral wanneer deze voertuigen over oneffenheden in het wegdek, zoals putten of snelheidsdrempels, rijden. De frequentie en amplitude van de trillingen kunnen variëren afhankelijk van de snelheid van het voertuig, de lading, de bandenspanning en de conditie van de weg. In dit stadium is nog niet bekend wat voor soort snelheidsmaatregelen op de Spoorlaan worden genomen. Drempels zullen logischerwijs leiden tot meer trillingshinder dan wegversmallingen of snelheidscamera’s. Met de verdere planuitwerking zal nader onderzoek moeten uitwijzen of trillingshinder op zal treden.
In algemene zin geldt dat bij nieuwbouw van woningen dichtbij logistieke routes met oneffenheden het risico bestaat dat in die nieuwe woningen trillingshinder optreedt. Resumerend: met de realisatie van Spoordok worden woningen dichtbij het spoor aan de zuidzijde van het plangebied gerealiseerd. Ook komt er een nieuwe logistieke route voor wegverkeer aan de zuidzijde. Hierdoor ontstaat een risico op trillingshinder als gevolg van treinverkeer en vrachtverkeer. Het effect voor beide varianten wordt beoordeeld als negatief (-). Externe veiligheid Uit de risicokaart (zie paragraaf 5.3) blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied twee risicobronnen gelegen zijn waarvan de aandachtsgebieden en de PR-contour zijn gelegen in het plangebied. De relevante risicobronnen voor Spoordok zijn het basisnet spoor ten zuiden van het plangebied en de buisleiding aan de zuidwestkant van het plangebied. Basisnet Spoor en Spoordok In beide varianten voor Spoordok vallen twee van de drie aandachtsgebieden vanuit het basisnet spoor over de geplande woningen heen. Het gaat om het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied (figuur 7.6). Het is daarom van belang om bij de verdere planvorming te bepalen of aanvullende beschermende maatregelen nodig zijn zoals vluchtroutes, extra stevige gebouwen en extra informatie over schuilmogelijkheden.
Ten opzichte van de referentiesituatie wordt het effect van variant Ontspannen beoordeeld als negatief (-) en het effect van het variant Intensief als zeer negatief (--), omdat er met de variant circa 39 procent meer (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden worden gerealiseerd, dan in de variant Ontspannen. Buisleidingen en Spoordok Aan de zuidwestkant van het plangebied valt de pr 10-08 contour en het brandaandachtsgebied van de buisleiding binnen het plangebied. Hier is geen bebouwing gepland. Het effect wordt hiervoor beoordeeld als neutraal (0).
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
59/81
Figuur 7.6 Externe veiligheid en plangebied
Resumerend: De relevante risicobron nabij het plangebied is het basisnet spoor aan de zuidkant. Twee van de drie aandachtsgebieden van het basisnet vallen vrijwel helemaal over het plangebied heen en daarmee over de geplande woningen in beide varianten, waarbij in de variant Intensief 39% meer woningen binnen de aandachtsgebieden worden gerealiseerd dan in de variant Ontspannen. Het effect wordt daarom beoordeeld als negatief (-) voor de variant Ontspannen en sterk negatief (--) voor de variant Intensief. Gezondheid Voor het aspect gezondheid worden zowel gezondheidsbescherming als gezondheidsbevordering beoordeeld. Gezondheidsbescherming Hierboven is bij de onderwerpen geluid, luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid ingegaan op de impact voor bestaande woningen en voor nieuw te realiseren woningen in het plangebied. Daarbij is voor geluid, geur en externe veiligheid ook op hoofdlijnen gekeken naar de milieugezondheidskwaliteit. De nieuwe woningen in het plangebied worden gebouwd in een gebied waar sprake is van milieubelasting door omliggende activiteiten (weg, spoor, bedrijvigheid). Dit kan leiden tot een milieugezondheidskwaliteit voor de nieuwe woningen die niet optimaal is. Dit is verklaarbaar door de stedelijke ligging van het plangebied, maar het blijft wel een belangrijk aandachtspunt voor de verdere planvorming.
Gezondheidsbevordering Voor Spoordok vormt het model De Gezonde Stad (Voet, 2016) een overkoepelend thema, waarmee alle aspecten van de gebiedsontwikkeling bekeken worden. Hierin wordt de relatie tussen fysieke leefomgeving en gezondheid (in de stad) beschreven. Dit is in ruimtelijke en programmatische zin in Spoordok uitgewerkt. Zo is de beleving, zichtbaarheid, bewustwording en ervaring van water zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte zorgvuldig uitgewerkt, wat positief bijdraagt aan gezondheid. Langs de noordzijde van het plangebied wordt een nieuwe flaneerroute
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
60/81
genaamde de Dokkade toegevoegd waarlangs het water beleefbaar en zichtbaar is (figuur 7.7).
Figuur 7.7 Dokkade
Daarnaast is Spoordok erop gericht een gezonde levensstijl te bevorderen door middel van beweging. Wandelen, fietsen en andere vormen van beweging worden in de deelgebieden van Spoordok gestimuleerd. Dit wordt bereikt door de openbare ruimte op een bepaalde manier in te richten en bijvoorbeeld door het aanleggen van parkeerhubs waar automobilisten kunnen overstappen op de fiets. In elk deelgebied is ruimte voor ontmoeting. Het deelgebied Arcadiapark wordt een groot stadspark met een hoge diversiteit aan beplanting en open ruimtes. Het wordt de centrale ontmoetingsplek van Spoordok met ruimte voor sport- en buurtactiviteiten. Door middel van groene uitlopers zoekt het Arcadiapark de relatie met omliggende deelgebieden. Resumerend: Spoordok leidt tot de bouw van een groot aantal woningen in een gebied met milieubelasting vanwege weg, spoor en bedrijvigheid. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor de planvorming. Vanwege het risico op onvoldoende bescherming tegen gezondheidseffecten is het effect is negatief (-). Spoordok bevordert gezondheid door in te zetten op bewegen, groen en ontmoeten. Ten opzichte van de referentiesituatie, die zich kenmerkt door verstening, weinig groen en openbare plekken voor ontmoeting wordt het effect van beide varianten beoordeeld als positief (+).
7.3.2
Overzicht effectbeoordelingen
In de onderstaande tabel is de beoordeling van de twee varianten weergegeven voor het thema gezonde en krachtige leefomgeving.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
61/81
Tabel 7.4 Effectbeoordeling gezonde en krachtige leefomgeving
Gezonde en krachtige leefomgeving
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Geluidhinder
-
-
Luchtkwaliteit
0
0
Geur
0/-
0/-
Trillingen
-
-
Externe veiligheid
-
--
Gezondheidsbescherming
-
-
Gezondheidsbevordering
+
+
7.3.3
Mitigerende en compenserende maatregelen
Geluid Om de geluidbelasting op met name de gevels met GES-kwalificatie “5 – Zeer matig” en “6 – Onvoldoende” te reduceren kunnen de volgende mitigerende maatregelen worden overwogen:
Verlaging van de rijsnelheid op de Spoorlaan naar 30 km/uur: Met deze maatregel neemt de directe geluidbelasting vanwege de Spoorlaan met circa 4 dB af. Een mogelijk bijeffect is dat de route daarmee onaantrekkelijker wordt voor doorgaand verkeer, waarmee ook de verkeersintensiteit afneemt. De toepassing van geluidsreducerend asfalt: Dit resulteert in een afname van de geluidemissie met circa 2 dB ten opzichte van regulier dicht asfaltbeton. Bij kruisingen en minirotonden is deze maatregel echter niet goed toepasbaar. Dit omdat geluidreducerende deklagen slecht bestand zijn tegen wringend verkeer. Het vergroten van de afstand van de gevel tot (het hart) de weg: De geluidafname bedraagt circa 3 dB bij een 50% grotere afstand tot het hart van de weg en 6 dB bij een verdubbeling van de afstand. Aanpassing gebouwontwerp: Hiermee wordt bedoeld dat bij het ontwerpen van het gebouw rekening wordt gehouden met de geluidbelasting en hierop wordt geanticipeerd. Bijvoorbeeld door geluidgevoelige ruimten/functies te situeren aan de geluidluwe zijde, nadere aandacht voor de gevelgeluidwering, de toepassing van afgeschermde balkons etc. Het toepassen van geluidwerende schermen. Indien dit gewenst is vraagt een dergelijke maatregel vanuit stedenbouwkundig oogpunt een goede inpassing.
Luchtkwaliteit Er zijn geen relevante mitigerende en/of compenserende maatregelen voor dit thema. Geur Er kunnen diverse maatregelen worden genomen om de geurhinder te verminderen, bijvoorbeeld: