MER Spoordok
Tekst van het document
4.3 Ingevoerde spoorwegen De spoorbanen zijn als aangegeven in de inleiding rechtstreeks geïmporteerd vanuit het geluidregister spoor zoals gepubliceerd op de website www.geluidregisterspoor.nl van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
22310178.R01
pagina 12 van 22
www.noormanadvies.nl
Voor het railverkeer geldt dat in het verleden conform de systematiek van geluidproductieplafonds een maximaal toegestane geluidbelasting is vastgesteld op referentiepunten langs het spoor. Dit betekent dat de geluidproductie vanwege het railverkeer in principe niet verder toeneemt dan op basis van het geluidproductieplafond is toegestaan. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Ook onder de omgevingswet is sprake van een vergelijkbare systematiek met geluidproductieplafonds, zodat op voorhand een toename van de geluidbelasting niet is te verwachten. Wel geldt dat op termijn het (rangeer)geluid van treinen op emplacementen onderdeel gaat uitmaken van deze s geluidproductieplafonds. Dit geluid maakt nu nog onderdeel uit van de vergunning van Prorail en zal dan worden onttrokken aan deze vergunning. In het voorliggende onderzoek is ook de geluidbijdrage van het spoorwegemplacement van Prorail meegenomen. Het rangeergeluid van treinen is daarmee reeds onderdeel van dit onderzoek.
4.4 Industrielawaai 4.4.1 Prorail, Stadler en Zandleven Voor de geluidemissie vanwege de bedrijven Prorail, Stadler en Zandleven is gebruik gemaakt van bestaande vergunningsgegevens en akoestische onderzoeksgegevens. Voor de drie bedrijven geldt dat in de bestaande omgevingsvergunning vergunningpunten zijn opgenomen met bijbehorende geluidgrenswaarden. Bij de uitwerking is rekening gehouden met deze vergunde geluidruimte. De voor de bedrijven ingevoerde (vervangende) geluidbronnen zijn gegeven in bijlagen 2.1 t/m 2.3. Met de ingevoerde vervangende geluidbronnen wordt deze vergunde geluidruimte zo goed mogelijk benaderd. Bijlage 2.4 geeft een overzicht van de vergunde en met het rekenmodel berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ter plaatse van (maatgevende) vergunningpunten. De ligging van deze vergunningpunten is gegeven in figuur 1. De resultaten zijn samengevat in tabel 4.
22310178.R01
pagina 13 van 22
www.noormanadvies.nl
Tabel 4: Verificatie rekenmodel industrielawaai; overzicht van de berekende en vergunde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaats van maatgevende vergunningpunten. LAr,LT in dB(A) Bedrijf Prorail
Stadler Zandleven
berekend (vergund)
Vergunningpunt* dag
avond
nacht
103
42 (42)
43 (43)
43 (43)
G032
40 (40)
41 (41)
42 (43)
G033
40 (39)
42 (40)
42 (41)
G035
35 (36)
38 (37)
38 (38)
W009
44 (42)
48 (47)
46 (45)
W021
48 (47)
52 (52)
51 (51)
Vip02
43 (42)
33 (32)
32 (30)
Vip03
47 (47)
37 (37)
37 (37)
09
49 (50)
45 (45)
45 (45)
* De nummering en ligging van de vergunningpunten correspondeert met deze uit de vergunning.
De verschillen tussen de berekende waarden en de vergunde waarden zijn relatief klein (0 tot 2 dB). Hieruit volgt dat het rekenmodel een voldoende betrouwbaar beeld geeft van de geluidbelasting door deze bedrijven op het plangebied en de omgeving. Opgemerkt wordt dat de vergunde geluidbelasting, uitgedrukt als etmaalwaarde, betrekking heeft op de representatieve bedrijfssituatie, waarbij de voor de geluidsproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen beoordelingsperioden. Oftewel een bedrijfssituatie met verhoogd activiteitenniveau. In voorliggend onderzoek is de geluidbelasting vanwege de bedrijven uitgedrukt als Lden. De geluidbelastingsmaat Lden heeft betrekking op een jaargemiddelde situatie. Als veilige aanname is er vanuit gegaan dat de vergunde representatieve bedrijfssituatie tevens overeenstemt met de jaargemiddelde situatie. Het is niet uitgesloten dat in de praktijk de daadwerkelijke geluidbelasting (uitgedrukt als Lden) van de betreffende bedrijven enigszins lager is. 4.4.2 Gezoneerd industrieterrein Westelijk van het plangebied, aan de overzijde van de Heliconweg, ligt het Industrieterrein West. Dit industrieterrein is geluidgezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder.
De 50 dB(A) geluidzone voert over het meest westelijke deel van het plangebied en grenst juist aan de meest westelijke bouwblokken binnen het gebiedsdeel Distrikt. De te verwachten (cumulatieve) geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein bedraagt daarmee ter plaatse ten hoogste dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Het industrieterrein maakt geen deel uit van voorliggend onderzoek.
22310178.R01
pagina 14 van 22
www.noormanadvies.nl
4.4.3 Overige invoergegevens Bebouwing Bij de uitwerking is gebruik gemaakt van GIS-informatie en hoogte-informatie als beschikbaar vanuit het Actueel Hoogtebestand Nederland. De ligging en hoogte van de gebouwen/bouwblokken binnen het plangebied is gebaseerd op het Ontwikkelkader 2.1. Het geluidafschermende effect van de ‘stadsterp’ is op grotere hoogte beperkt. Om die reden is voor de hoogte van de bouwblokken en hoogteaccenten worst-case uitgegaan van de maximale bouwhoogte als aangegeven in het Ontwikkelkader 2.1 (zie ook afbeelding 2 en 3). Dit geldt zowel voor het scenario ‘1A - ontspannen’ als ‘1C – intensief’. Bodemgebieden Het niet gedefinieerde bodemgebied heeft een bodemfactor B = 0,0 (100% reflecterend). Voor alle wegen is eveneens een bodemfactor B = 0,0 aangehouden (100% reflecterend). Voor het park en de binnentuinen in het plangebied is een bodemfactor B = 0,8 ingevoerd (80% absorberend). De met ballastgrind uitgevoerde spoorbanen hebben conform het rekenvoorschrift een bodemfactor B = 1,0 (100% absorberend). Maaiveldhoogte en hoogtelijnen De aangehouden standaard maaiveldhoogte van het plangebied en de omgeving bedraagt hm = +1 m t.o.v. NAP. Het geluidafschermende effect van de stadsterp met geïntegreerd parkeergebouw is verdisconteerd middels hoogtelijnen met een maximale hoogte h = +9 m t.o.v. NAP.
Rekenpunten Rekenpunten zijn zowel ingevoerd ter plaatse van (de gevels van) bestaande woningen als ter plaatse van de binnen het plangebied te realiseren bouwblokken. De aangehouden beoordelingshoogte is afgestemd op het aantal bouwlagen c.q. woonlagen. De beoordelingshoogte komt overeen met circa 2/3 van de achterliggende bouwlaaghoogte, waarbij voor de hoogte van een bouwlaag standaard is uitgegaan van 3 m. Per rekenpunt zijn maximaal 6 beoordelingshoogten ingevoerd. De deelgebieden Distrikt en Stationskwartier kennen een relatief groot aandeel overige functies (horeca, maatschappelijke functies, bedrijvigheid etc.). Dergelijke functies worden veelal opgenomen in de verhoogde eerste bouwlaag (plint) van de bebouwing. Voor de hoogte van deze plint is rekening gehouden met 4 m. De beoordelingshoogte is hierop afgestemd. Voor de ligplaatsen is een beoordelingshoogte h = 2 m (ten opzichte van het maaiveld) aangehouden.
22310178.R01
pagina 15 van 22
www.noormanadvies.nl
4.5 Overzicht van het rekenmodel Een overzicht van het rekenmodel met de ligging van de ingevoerde wegen, kruispunten, spoorlijnen en industriële geluidbronnen, alsmede de ligging van de ingevoerde gebouwen, schermen, hoogtelijnen en rekenpunten is gegeven in respectievelijk: • model wegverkeerlawaai: • model spoorweglawaai: • model industrielawaai:
figuren 2.1, 2.2.1 en 2.2.2; figuren 3.1 en 3.2; figuren 4.1 en 4.2.
Driedimensionale weergaven van de referentiesituatie zijn voor het verkeerslawaaimodel en industrielawaaimodel gegeven in de onderstaande afbeeldingen 6 en 7. Afbeelding 6: Model wegverkeerlawaai – referentiesituatie, gezien vanuit zuidwestelijke richting
22310178.R01
pagina 16 van 22
www.noormanadvies.nl
Afbeelding 7: Model industrielawaai – referentiesituatie, gezien vanuit zuidwestelijke richting
Driedimensionale weergaven van de plansituatie zijn voor het verkeerslawaaimodel en het spoorweglawaaimodel gegeven in de afbeeldingen 8 en 9. Afbeelding 8: Model wegverkeerlawaai – plangebied, gezien vanuit zuidwestelijke richting
Parkeergebouw, geïntegreerd in stadsterp
22310178.R01
pagina 17 van 22
www.noormanadvies.nl
Afbeelding 9: Model spoorweglawaai – plangebied, gezien vanuit zuidoostelijke richting
Parkeergebouw, geïntegreerd in stadsterp
5 | Resultaten, beoordeling en mitigerende maatregelen 5.1 Bestaande woningen en ligplaatsen 5.1.1 Resultaten Voor de bestaande woningen en ligplaatsen is een overzicht van de rekenresultaten, tezamen met de bijbehorende GES-scores, gegeven in respectievelijk: • bijlage 3.1 (referentiessituatie); • bijlage 3.2 (scenario 1A – Ontspannen); • bijlage 3.3. (scenario 1C – Intensief). Naast de berekende geluidbelasting (met bijbehorende GES-scores) vanwege respectievelijk het wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en de geluidbijdrage vanwege de bedrijven, is een overzicht gegeven van de cumulatieve geluidbelasting met bijbehorende GES-scores. Deze cumulatieve geluidbelasting is uiteindelijk bepalend voor de akoestische kwaliteit van de woonomgeving. In de bijlagen 3.2 en 3.3 is aanvullend een overzicht gegeven van de toe-/afname van de geluidbelasting ten opzichte van de referentiesituatie (uitgedrukt als ΔLref in dB).
22310178.R01
pagina 18 van 22
www.noormanadvies.nl
5.1.2 Beoordeling resultaten Uit de resultaten volgt dat voor zover als gevolg van de planvorming ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een toename van de cumulatieve geluidbelasting, deze toename niet hoger is dan 1 dB. In zijn algemeenheid is een geluidverschil van 1 dB als niet/nauwelijks hoorbaar te beoordelen. De invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat is daarmee ter plaatse van deze woningen als beperkt te boordelen. Ter plaats van de noordelijk van het plangebied gelegen woningen en ligplaatsen langs de Harlingertrekweg is sprake van een afname van de cumulatieve geluidbelasting. Dit is onder meer het gevolg van het geluidafschermende effect van de bouwblokken binnen het plangebied en de gewijzigde wegenstructuur.
5.2 Plangebied Spoordok 5.2.1 Resultaten Voor de bouwblokken binnen de deelgebieden in het plangebied is voor de scenario’s 1A en 1C een overzicht van de rekenresultaten, tezamen met de bijbehorende GES-scores gegeven in respectievelijk: • • • •
bijlage 4.1.1 en 4.1.2 (deelgebied Distrikt); bijlage 4.2.1 en 4.2.2 (deelgebied Arcadiapark); bijlage 4.3.1 en 4.3.2 (deelgebied Hoven); bijlage 4.4.1 en 4.4.2 (deelgebied Stationskwartier).
Ook hier geldt dat naast de berekende geluidbelasting (met bijbehorende GES-scores) vanwege respectievelijk het wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en de geluidbijdrage vanwege de bedrijven, een overzicht is gegeven van de cumulatieve geluidbelasting met bijbehorende GES-scores. Deze cumulatieve geluidbelasting is uiteindelijk bepalend voor de akoestische kwaliteit van de woonomgeving. In de bijlagen 4.1.2, 4.2.2, 4.3.2 en 4.4.2 (scenario 1C) is aanvullend een overzicht gegeven van de toename van de geluidbelasting ten opzichte van scenario 1A (uitgedrukt als ΔL1A in dB). In de figuren 5.1 en 5.2 is voor scenario 1C tot slot een overzicht gegeven van de hoogste GES-kwalificatie per gevel, uitgaande van de cumulatieve geluidbelasting. 5.2.2 Beoordeling Algemeen Het wegverkeer (met name het wegverkeer over de Spoorlaan) en in mindere mate het railverkeer zijn in belangrijke mate bepalend voor de cumulatieve geluidbelasting invallend op de gevels van de
22310178.R01
pagina 19 van 22