MER Spoordok
Tekst van het document
Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden
Inhoudsopgave
1
Samenvatting................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding van dit milieueffectrapport ............................................................... 5 1.2 Wat houdt Spoordok in?.................................................................................... 6 1.3 Welke varianten zijn onderzocht? ..................................................................... 6 1.4 Wat zijn de resultaten van het MER?................................................................ 7 1.5 Voorkeursvariant en mitigerende maatregelen ............................................... 10
2
Inleiding ....................................................................................................................... 14 2.1 Aanleiding van het milieueffectrapport ............................................................ 14 2.2 Procedure Omgevingswet ............................................................................... 15 2.3 Milieueffectrapportage..................................................................................... 15 2.3.1 Verplichting milieueffectrapportage ................................................ 15 2.3.2 De procedure van de milieueffectrapportage ................................. 16 2.3.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag .................................................. 16 2.4 Leeswijzer ....................................................................................................... 17
3
Doelen van het project en beleidskader ...................................................................... 18 3.1 Doelen Spoordok ............................................................................................ 18 3.2 Beleidskader en wet- en regelgeving .............................................................. 18
4
Onderzoeksmethodiek ................................................................................................ 22 4.1 Plangebied en studiegebied ............................................................................ 22 4.2 Opbouw effectbeoordeling .............................................................................. 22 4.3 Beoordelingskader .......................................................................................... 23 4.4 Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen ..................... 25
5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling ................................................................. 25 5.1 Gebiedsbeschrijving ........................................................................................ 25 5.2 Mobiliteit .......................................................................................................... 26 5.3 Gezonde en krachtige leefomgeving .............................................................. 28 5.4 Natuur en biodiversiteit ................................................................................... 31 5.5 Bescherming ondergrond/bovengrond............................................................ 34 5.6 Klimaat en energie .......................................................................................... 41
6
Voorgenomen activiteit en varianten ........................................................................... 43 6.1 Voorgenomen activiteit.................................................................................... 43 6.2 Alternatieven ................................................................................................... 45 6.2.1 Variant Spoordok Ontspannen ....................................................... 45 6.2.2 Variant Spoordok Intensief ............................................................. 46
7
Effectbeoordeling varianten ......................................................................................... 48 7.1 Inleiding ........................................................................................................... 48
3/81
7.2
7.3
7.4
7.5
7.6
Mobiliteit .......................................................................................................... 49 7.2.1 Effectbeoordeling ............................................................................ 49 7.2.2 Overzicht effectbeoordelingen ........................................................ 54 7.2.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................ 54 Gezonde en krachtige leefomgeving .............................................................. 54 7.3.1 Effectbeoordeling ............................................................................ 54 7.3.2 Overzicht effectbeoordelingen ........................................................ 61 7.3.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................ 62 Natuur en biodiversiteit ................................................................................... 63 7.4.1 Effectbeoordeling ............................................................................ 63 7.4.2 Overzicht effectbeoordelingen ........................................................ 66 7.4.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................ 66 Bescherming ondergrond/bovengrond............................................................ 66 7.5.1 Effectbeoordeling ............................................................................
66 7.5.2 Overzicht effectbeoordelingen ........................................................ 70 7.5.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................ 70 Klimaat en energie .......................................................................................... 71 7.6.1 Effectbeoordeling ............................................................................ 71 7.6.2 Overzicht effectbeoordelingen ........................................................ 73 7.6.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................ 73
8
Voorkeursvariant ......................................................................................................... 74 8.1 Inleiding ........................................................................................................... 74 8.2 Spoordok ......................................................................................................... 74 8.2.1 Vergelijken varianten ...................................................................... 74 8.2.2 Voorkeursvariant ............................................................................. 76
9
Leemten in kennis en monitoring ................................................................................ 80 9.1 Leemten in kennis ........................................................................................... 80 9.2 Monitoring ....................................................................................................... 80
Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Onderzoek stikstofdepositie
4/81
1
Samenvatting
1.1
Aanleiding van dit milieueffectrapport
Dit milieueffectrapport is opgemaakt om de milieueffecten als gevolg van het Ontwikkelkader Spoordok in Leeuwarden in beeld te brengen. Ontwikkelkader Spoordok In het kader van de Omgevingswet heeft de gemeente Leeuwarden een Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie definieert op hoofdlijnen de belangrijkste opgaven van de gemeente en is de integrale visie op de fysieke leefomgeving. De gemeente Leeuwarden heeft uitgesproken om bepaalde gebieden naar aanleiding van de Omgevingsvisie nader uit te werken, hiervoor hanteert de gemeente Leeuwarden het instrument Ontwikkelkader (dit wordt als een programma onder de Omgevingswet vastgesteld). Hierin worden ruimtelijke keuzes gemaakt en een programma gedefinieerd. Eén van de gebieden waarvoor een Ontwikkelkader wordt opgesteld is het gebied Spoordok. Spoordok wordt een nieuw stadsdeel in Leeuwarden. De gebiedsontwikkeling moet leiden tot een plek waar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De herontwikkeling zet in op een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving.
Figuur 1.1 Plangebied gebiedsontwikkeling Spoordok
Wat is een milieueffectrapport? Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure waarmee de milieueffecten van een plan in beeld worden gebracht vóórdat de overheid daar een besluit over neemt. De verwachte effecten worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Effecten worden in beeld gebracht voor verschillende aspecten, zoals natuur, water, bodem en mobiliteit. Het MER Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
5/81
moet de informatie geven voor het nemen van het besluit door de overheid. In dit geval moet het MER de milieu-informatie geven voor een goede beslissing over de het Ontwikkelkader (programma onder de Omgevingswet).
1.2
Wat houdt Spoordok in?
Het plangebied Spoordok sluit aan de noordzijde aan op de Vosseparkwijk met kantoren en woningen en wordt begrensd door de spoorlijn (zuidzijde). Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich het hoofdstation van Leeuwarden en het appartementencomplex ‘Markt 058’. Het plangebied wordt doorsneden door de Marshallweg, schuin lopend van west naar oostelijke richting. De voorgenomen activiteit is de herontwikkeling van Spoordok. Door de centrale ligging biedt het Spoordok economische en ruimtelijke kansen. Herontwikkeling biedt de kans om een deel van de woningbouwopgave van Leeuwarden binnenstedelijk op te lossen (circa 1.800 woningen/196.050 m²). Maar het gebied biedt ook de ruimte om andere functies (totaal 58.950 m² ) zoals lichte bedrijvigheid, horeca, dienstverlening en cultuur toe te voegen. Figuur 1.2 laat een voorbeelduitwerking van het gebied zien met vier deelgebieden: Distrikt, Arcadiapark, Hoven en Stationskwartier.
Figuur 1.2 Verschillende deelgebieden in Spoordok
1.3
Welke varianten zijn onderzocht?
De gemeente Leeuwarden ziet de volgende aspecten als relevant voor de MER-varianten:
Het bouwen van extra woningen en andere voorzieningen leidt tot een toename van autoverkeer. De omgang met dit extra autoverkeer is voor de gemeente Leeuwarden een relevante milieukwestie bij de totstandkoming van het Ontwikkelkader. In relatie tot het autoverkeer is de situering van en het aantal woningen bepalend voor de leef- en verblijfskwaliteit in het gebied.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
6/81
Op basis van deze twee aspecten zijn de varianten Ontspannen en Intensief ontwikkeld. Daarnaast wordt voor zowel variant 1 als variant 2 een gevoeligheidsanalyse op geluidbelasting gedaan door de Spoorlaan als 30 km weg te beschouwen in plaats van 50 km weg. Variant Spoordok Ontspannen In deze variant wordt uitgegaan van 1.800 woningen en 50.000 m2 niet-wonen. In deze variant zullen de bouwvolumes in beginsel minder groot en hoog hoeven te worden in vergelijking met de variant Intensief, en zal de verkeersaantrekkende werking naar verwachting beperkter zijn. Onderdeel van deze variant is een afwaardering van de Marshallweg voor gemotoriseerd verkeer. Op de nieuwe Marshallboulevard hebben wandelen en fietsen het primaat. De Marshallboulevard krijgt een ‘knip’ (fysieke afsluiting) voor het gemotoriseerde verkeer en de maximum snelheid wordt 30 km/uur. Door het aanbrengen van een knip wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer geweerd. Ten behoeve van de ontsluiting van de hub, het busstation en de bereikbaarheid van de binnenstad wordt aan de zuidzijde van Spoordok de Spoorlaan aangelegd. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur. Deze keuze is gemaakt om het lawaai van wegverkeer en spoor te bundelen en vanwege de busfunctie tussen het station en de remise.
De overkluizing van de Spoorlaan en de hoogte van de hub zal voor Spoordok dienen als geluidsscherm. Variant Spoordok Intensief Deze variant voor de gebiedsontwikkeling Spoordok gaat uit van een maximale benutting van het gebied voor woningbouw en overige functies door circa 2.500 woningen en 60.000 m2 niet-wonen te realiseren. De variant zal dus in beginsel leiden tot hogere bouwvolumes en tot meer verkeersaantrekkende werking. Het afwaarderen van de Marshallweg tot een boulevard met het primaat voor wandelen en fietsen (max 30 km /uur en een ‘knip’ voor gemotoriseerd verkeer) en het realiseren van de 50 km weg Spoorlaan is ook onderdeel van deze variant. De stedenbouwkundige opzet van de bouwblokken zoals opgenomen in de voorgenomen activiteit laten weinig ruimte om aanvullende vierkante meters in de breedte op maaiveldniveau op te vangen. Daarom wordt als uitgangspunt voor de variant Intensief genomen dat extra vierkante meters in de hoogte worden gezocht, met als aanvullend criterium dat het Arcadiapark zoveel mogelijk wordt ontlast van extra vierkante meters om de kwaliteit van het deelgebied als groen stadspark te behouden.
1.4
Wat zijn de resultaten van het MER?
In het MER is ingegaan op de milieueffecten van Spoordok, op het niveau van de uitspraken uit het Ontwikkelkader. De effecten zijn vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn activiteiten of ontwikkelingen in of rondom het plangebied die plaatsvinden, ook als de gebiedsontwikkeling niet wordt uitgevoerd.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
7/81
Bij deze effectbeoordeling is gebruik gemaakt van de volgende schaal: Tabel 1.1 Beoordelingsschaal
Score
Beoordeling van het effect
++
sterk positief effect
+
positief effect
0/+
beperkt positief effect
0
geen of nauwelijks effect
0/–
beperkt negatief effect
–
negatief effect
––
sterk negatief effect
In de onderstaande tabel zijn de effecten van de twee varianten samengevat weergegeven. Tabel 1.2 Effectbeoordeling varianten
Beoordelingscriterium
Variant Ontspannen
Variant Intensief
Duurzame mobiliteit
+
+
Wegverkeer
0
0
Verkeersveiligheid
+
+
Geluidhinder
-
-
Luchtkwaliteit
0
0
Geur
0/-
0/-
Trillingen
-
-
Externe veiligheid
-
--
Gezondheidsbescherming
-
-
Gezondheidsbevordering
+
+
Beschermde gebieden
0/-
0/-
Beschermde soorten
0/-
0/-
Invloed op biodiversiteit
+
+
Oppervlaktewater
+
+
Grondwater
0/-
0/-
Bodemkwaliteit
+
+
Mobiliteit
Gezonde en krachtige leefomgeving
Natuur en biodiversiteit
Bescherming ondergrond/bovengrond
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
8/81
Landschap en cultuurhistorie
0
0
Archeologie
-
-
Energie en circulariteit
+
+
Klimaatbestendigheid
+
+
0/-
0/-
Klimaat en energie
(hitte, droogte en wateroverlast) Klimaatbestendigheid (waterveiligheid)
Uit de tabel komt naar voren dat de twee varianten op vrijwel alle beoordelingscriteria gelijk zijn beoordeeld. Het enige verschil in de effectbeoordeling ontstaat bij externe veiligheid. Hieronder wordt per thema op hoofdlijnen ingegaan op de effecten en het onderscheid tussen de varianten ten aanzien van externe veiligheid. Mobiliteit Spoordok zet in op duurzame mobiliteit. Gebruik van de fiets, het OV en lopen wordt gestimuleerd. Autogebruik wordt zoveel mogelijk beperkt. De verkeersveiligheid neemt toe doordat het ontwerp van het gebied zorgt voor een veilige en prettige omgeving voor voetgangers en fietsers. Gezonde en krachtige leefomgeving Spoordok leidt tot de bouw van een groot aantal woningen in een gebied met milieubelasting vanwege weg, spoor en bedrijvigheid. Milieuaspecten zoals geluid en trillingen hebben hierdoor een negatief effect op de geplande ontwikkeling. Tegelijkertijd zet Spoordok in op gezondheidsbevordering, bijvoorbeeld door in te zetten op bewegen, groen en ontmoeten. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt het spoor.
Over dit spoor is vervoer van gevaarlijke stoffen toegestaan, om die reden gelden er langs het spoor zogenoemde ‘aandachtsgebieden’ Ten opzichte van de referentiesituatie wordt het effect ten aanzien van externe veiligheid de van variant Ontspannen beoordeeld als negatief (-) en het effect van het variant Intensief als zeer negatief (--), omdat er met de variant Intensief circa 39 procent meer (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden worden gerealiseerd, dan in de variant Ontspannen. Natuur en biodiversiteit Spoordok zorgt voor een kleine toename in stikstofdepositie. Daarnaast kunnen ingrepen in het plangebied mogelijk leefgebied van vleermuizen aantasten en/of kan er sprake zijn van vernietiging/verstoring van broedende vogels en hun nesten. De transformatie van Spoordok biedt kansen om de biodiversiteit in het gebied te vergroten.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
9/81
Beschermde ondergrond/bovengrond De gebiedsontwikkeling voorziet in veel ruimte om water vast te houden, dit is positief voor de waterhuishouding. Ook worden bodemverontreinigingen gesaneerd, dit is gunstig voor de bodem- en grondwaterkwaliteit. Het aanbrengen van ondergrondse constructies en energiesystemen kan (enige) invloed hebben op het grondwater. Ook kunnen bodemingrepen effecten hebben op archeologische resten. Klimaat en energie Met Spoordok worden duurzame energievoorzieningen gerealiseerd, meer dan dat er in de referentiesituatie aanwezig zijn. Daarnaast neemt het verhard oppervlak af, waardoor klimaatrisico’s als hittestress en wateroverlast afnemen. Bij een grote overstroming kan er een laag water in het plangebied komen te staan, maar de waterdiepte is beperkt.
1.5
Voorkeursvariant en mitigerende maatregelen
De gemeente kiest voor de variant Ontspannen als basis voor de Voorkeursvariant. Om enige flexibiliteit te behouden wil de gemeente een aantal woningen extra mogelijk kunnen maken. In de onderstaande tabel is het extra aantal woningen in m2 weergegeven. In totaal worden in de voorkeursvariant 2.000 woningen voorzien (circa 11 procent meer dan in de variant Ontspannen). Tabel 1.3 Indicatie m2 Voorkeursvariant
Deelgebieden
Distrikt
Arcadiapark
Hoven
Stationskwartier
Totaal
Variant Ontspannen
73.600 m²
15.200 m²
62.700 m²
44.550 m²
196.050 m²
Voorkeursvariant (VKV)
81.696 m²
16.872 m²
69.597 m²
49.451 m²
217.616 m²
De effecten van het VKV worden in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1.4 Effectbeoordeling Voorkeursvariant
Beoordelingscriterium
Voorkeursvariant
Mobiliteit Duurzame mobiliteit
+
Wegverkeer
0
Verkeersveiligheid
+
Gezonde en krachtige leefomgeving Geluidhinder
-
Luchtkwaliteit
0
Geur
0/-
Trillingen
-
Externe veiligheid
-
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
10/81
Gezondheidsbescherming
-
Gezondheidsbevordering
+
Natuur en biodiversiteit Beschermde gebieden
0/-
Beschermde soorten
0/-
Invloed op biodiversiteit
+
Bescherming ondergrond/bovengrond Oppervlaktewater
+
Grondwater
0/-
Bodemkwaliteit
+
Landschap en cultuurhistorie
0
Archeologie
-
Klimaat en energie Energie en circulariteit
+
Klimaatbestendigheid
+
(hitte, droogte en wateroverlast) Klimaatbestendigheid
0/-
(waterveiligheid)
Mitigerende maatregelen Hieronder zijn alle mitigerende/compenserende maatregelen weergegeven. Deze maatregelen kunnen door de gemeente betrokken worden bij de besluitvorming over de vaststelling van het Ontwikkelkader en de verdere planuitwerking. Tabel 1.5 Overzicht mitigerende maatregelen
Thema
Maatregel
Gezonde en krachtige leefomgeving
Geluidhinder
Verlaging van de rijsnelheid op de Spoorlaan naar 30 km/uur: Met deze maatregel neemt de directe geluidbelasting vanwege de Spoorlaan met circa 4 dB af. Een mogelijk bijeffect is dat de route daarmee onaantrekkelijker wordt voor doorgaand verkeer, waarmee ook de verkeersintensiteit afneemt. De toepassing van geluidreducerende asfalt: Dit resulteert in een afname van de geluidemissie met circa 2 dB ten opzichte van regulier dicht asfaltbeton. Bij kruisingen en minirotonden is deze maatregel echter niet goed toepasbaar. Dit omdat geluidreducerende deklagen slecht bestand zijn tegen wringend verkeer. Het vergroten van de afstand van de gevel tot (het hart) de weg: De geluidafname bedraagt circa 3 dB bij een 50%
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
11/81
Geur
Trillingen
Externe veiligheid
grotere afstand tot het hart van de weg en 6 dB bij een verdubbeling van de afstand. Aanpassing gebouwontwerp: Hiermee wordt bedoeld dat bij het ontwerpen van het gebouw rekening wordt gehouden met de geluidbelasting en hierop wordt geanticipeerd. Bijvoorbeeld door geluidgevoelige ruimten/functies te situeren aan de geluidluwe zijde, nadere aandacht voor de gevelgeluidwering, de toepassing van afgeschermde balkons etc. Het toepassen van geluidwerende schermen. Indien dit gewenst is vraagt een dergelijke maatregel vanuit stedenbouwkundig oogpunt een goede inpassing. Procesgeïntegreerde maatregelen bij de bron (werken met gesloten procesapparatuur, veranderen van grondstoffen op hulpstoffen, afspraken maken over de tijd en frequentie). Planaanpassingen, zodat kwetsbare objecten niet binnen de geurcontour vallen. Maatregelen bij nieuwbouw: een reductie in trillingsniveaus in de nieuwbouw. Bij het ontwerp van een nieuw gebouw is hiervoor een verscheidenheid aan maatregelen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan aanpassen van de fundering of vloerconstructie. Maatregelen bij de bron: bijvoorbeeld het langzamer rijden van treinen op het betreffende traject. Trillingsoverdracht door de bodem: een overdrachtsmaatregel is een maatregel in de bodem tussen spoor en gebouw.
Zo'n maatregel kan in de vorm van een sloot, maar ook kan een betonwand of ander type wand in de grond worden aangebracht. Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied. Aanvullende risicocommunicatie. Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron. Vlucht- en schuilmogelijkheden. Omgevingsmaatregelen. Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied.
Natuur en biodiversiteit Tijdig onderzoek naar het op die locatie voorkomen van beschermde soorten. Als soorten worden aangetroffen kunnen voor die soorten de vereiste mitigerende en compenserende maatregelen worden ontwikkeld en uitgevoerd. Bescherming ondergrond/bovengrond Beschermde soorten
Grondwater
Effecten op grondwater zijn sterk afhankelijk van de uitvoeringswijze en bouwmethoden en moeten worden afgewogen in latere (water)vergunningsprocedures. In ieder geval dient aandacht te zijn voor het voorkomen van doorsnijding van afsluitende lagen en opwelling van zout grondwater.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
12/81
Archeologie
Wanneer er toch archeologische waarden worden ontdekt tijdens uitvoering van de werkzaamheden moeten deze worden behouden of worden ontzien.
Klimaat en energie Klimaatbestendigheid (waterveiligheid
Bij de planuitwerking kan verder aandacht worden besteed aan waterrobuust bouwen. Belangrijk hierbij is dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen door horizontaal (droge vluchtroutes) of verticaal (bereiken van hoge en droge verdiepingen van gebouwen in het plangebied) te vluchten, en dat gebouwen bestand zijn tegen een overstroming.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
13/81
2
Inleiding
2.1
Aanleiding van het milieueffectrapport
In het kader van de Omgevingswet heeft de gemeente Leeuwarden een Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie definieert op hoofdlijnen de belangrijkste opgaven van de gemeente en is de integrale visie op de fysieke leefomgeving. De gemeente Leeuwarden heeft uitgesproken om bepaalde gebieden naar aanleiding van de Omgevingsvisie nader uit te werken, hiervoor hanteert de gemeente Leeuwarden het instrument Ontwikkelkader (dit wordt als een programma onder de Omgevingswet vastgesteld). Hierin worden ruimtelijke keuzes gemaakt en een programma gedefinieerd. Eén van de gebieden waarvoor een Ontwikkelkader wordt opgesteld is het gebied Spoordok. Spoordok wordt een nieuw stadsdeel in Leeuwarden. De gebiedsontwikkeling moet leiden tot een plek waar wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De herontwikkeling zet in op een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het Ontwikkelkader, wordt een milieueffectrapportage uitgevoerd en wordt een Plan-MER opgesteld (in het vervolg van deze rapportage wordt kortheidshalve gesproken over ‘MER’, maar hiermee wordt dus telkens gedoeld op een ‘Plan- MER’). In de onderstaande figuur is het plangebied voor de gebiedsontwikkeling Spoordok weergegeven.
Figuur 2.1 Plangebied gebiedsontwikkeling Spoordok
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
14/81
2.2
Procedure Omgevingswet
Voor de gebiedsontwikkeling Spoordok wordt een programma conform de Omgevingswet opgesteld. De procedure voor het vaststellen van een programma bestaat uit de volgende onderdelen1:
Participatie Milieueffectrapportage Voorbereidingsprocedure
Participatie Participatie van burgers, bedrijven en maatschappelijke groepen is vereist voor de ontwikkeling van programma's. Het bevoegde gezag, in dit geval het college van B&W, geeft aan hoe deze partijen betrokken zijn bij het opstellen van het programma en wat de uitkomsten hiervan zijn, zoals gesteld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. Milieueffectrapportage en voorbereidingsprocedure Deze onderdelen worden hieronder in paragraaf 2.3.1 en 2.3.2 behandeld.
2.3
Milieueffectrapportage
2.3.1
Verplichting milieueffectrapportage
Voor projecten die in bijlage V van het Omgevingsbesluit staan moet een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Programma’s die het kader vormen voor projecten in bijlage V zijn plan-m.e.r. plichtig. Artikel 16.34 Omgevingswet stelt dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven programma. Daar is hier sprake van. Het Ontwikkelkader wordt door de gemeente Leeuwaren geduid als een kaderstellend programma zoals bedoeld in 16.36 Omgevingswet voor latere m.e.r.(-beoordelings)plichtige activiteiten. De beoordelingsplichtige activiteiten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit die van toepassing zijn op Spoordok, zijn hieronder weergegeven.
1
Bron: Informatiepunt Leefomgeving https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/programma/vaststellen-programma/
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
15/81
Tabel 2.1 Overzicht relevante activiteiten Bijlage V Omgevingsbesluit
Nummer
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Projecten
Gevallen waarin de m.e.r-plicht geldt
Gevallen waarin de m.e.r.beoordelingsplicht geldt
Besluiten
J10
Industrieterrein
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
J11
Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
2.3.2
De procedure van de milieueffectrapportage
De wettelijke m.e.r.-procedure bestaat uit een aantal stappen. Deze stappen worden hieronder weergegeven: 1. Vaststellen reikwijdte en detailniveau: het college van B&W van de gemeente Leeuwarden (bevoegd gezag) bepaalt de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Hiervoor wordt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld (reeds gedaan) waarin staat waar het plan over gaat en wat de locatie is. Ook staan de te verwachten relevante milieuthema’s en het detailniveau van het onderzoek in de notitie. Het bevoegd gezag vraagt de wettelijke adviseurs advies over de reikwijdte en het detailniveau. 2. Opstellen MER en Ontwerp-Ontwikkelkader: op basis van de NRD en de reacties daarop wordt vervolgens het MER opgesteld. In het MER worden de milieueffecten van het voornemen beschreven. Tevens wordt het Ontwerp-Ontwikkelkader opgesteld. 3. Terinzagelegging MER en Ontwerp-Ontwikkelkader: het MER en OntwerpOntwikkelkader liggen gedurende 6 weken ter inzage. Tijdens de tervisielegging kan een ieder mondeling of schriftelijk een reactie op de documenten geven. Tijdens deze periode wordt tevens aan de commissie m.e.r. gevraagd het MER te toetsen. 4. Vaststelling Ontwikkelkader: rekening houdend met eventueel ingediende zienswijzen stelt het college van B&W van de gemeente Leeuwarden het Ontwikkelkader vast, hierbij hoort ook een motivering ten aanzien van de gevolgde participatie. 5.
Evaluatie en monitoring: nadat de plannen zijn gerealiseerd, dienen de werkelijk optredende milieueffecten in beeld te worden gebracht en geëvalueerd.
2.3.3
Initiatiefnemer en bevoegd gezag
Initiatiefnemer en bevoegd gezag voor de m.e.r. procedure is het college van B&W van de gemeente Leeuwarden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
16/81
2.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de doelen van gebiedsontwikkeling Spoordok en het beleidskader van de verschillende overheden en de relevantie daarvan voor Spoordok. In hoofdstuk 4 wordt de onderzoeksmethodiek beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de referentiesituatie voor de verschillende milieuaspecten die in dit MER behandeld worden. Dit is de situatie waarmee de varianten uit hoofdstuk 6 worden vergeleken om tot een effectbeoordeling te komen. In hoofdstuk 7 worden de effecten van de varianten beschreven en beoordeeld. Daarbij wordt tevens ingegaan op mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 8 de voorkeursvariant (VKV) beschreven. Tenslotte wordt in hoofdstuk 9 beschreven welke leemten in kennis zijn geconstateerd tijdens het onderzoek en hoe effecten kunnen worden gemonitord.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
17/81
3
Doelen van het project en beleidskader
3.1
Doelen Spoordok
In de gebiedsvisie Grensverleggend Spoordok (2021) staat beschreven dat Leeuwarden de afgelopen decennia gegroeid is in omvang, de aandacht voor onderwijs en innovatie werpt zijn vruchten af en er is fors geïnvesteerd in de infrastructuur van de stad. Leeuwarden wil deze energie en verbondenheid doorzetten en vasthouden, in een tijd met grote opgaven, zoals de woningbouwopgave, de impact van het Corona-tijdperk en het duidelijk veranderende klimaat. De gemeente wil onder meer invulling geven aan deze opgaven in de Spoorzone van Leeuwarden. Een groot gebied dat zich uitstrekt langs het spoor. Met de centrale ligging naast de binnenstad en de grote ontwikkelpotentie speelt Spoordok een sleutelrol binnen de grotere Spoorzone. Anno 2022 heeft Leeuwarden circa 125.000 inwoners. Ook richting de toekomst heeft de gemeente de ambitie om flink door te groeien. Op dit moment wordt tot 2050 een woningbehoefte voorzien van zo’n 7.000 woningen in Leeuwarden. De ontwikkeling van de Spoorzone biedt hier bovenop nog eens potentie voor 5.000 tot 10.000 woningen extra.
Figuur 3.1 Sfeerbeeld Spoordok (Bron: Gebiedsvisie Grensverleggend Spoordok)
3.2
Beleidskader en wet- en regelgeving
In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste beleidskaders en wetgeving op landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau die direct leiden tot de ontwikkeling van Spoordok en/of waar de ontwikkeling rekening mee dient te houden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
18/81
Tabel 3.1 Overzicht relevante wet- en regelgeving en beleidskaders
Wet- en regelgeving en beleidskader
Belangrijkste randvoorwaarde/ uitgangspunt
Relevantie voor gebiedsontwikkeling Spoordok
Nationaal Met de ontwikkeling bij Spoordok wil de Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de Rijksbrede visie op de fysieke leefomgeving. In de gemeente een nieuw stuk stadsdeel te ontwikkelen. De herontwikkeling draagt visie komt naar voren dat Nederland voor grote uitdagingen staat die van invloed zijn op de fysieke bij aan de klimaatopgave, biodiversiteit, leefomgeving. De NOVI brengt de langetermijnvisie energie en mobiliteit. Daarnaast ook de van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het woningbouwopgave, waarbij Rijk sturen en richting geven. betaalbaarheid, duurzaamheid en Die komen samen in vier prioriteiten: circulariteit een grote rol spelen. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Provinciaal en regionaal Omgevingsvisie Fryslân – De romte diele
In de Omgevingsvisie is de ambitie voor de provincie De Spoorzone, tussen Werpsterhoeke en de oostelijke ringweg, wordt voor 2030 - 2050 is opgenomen. Hierbij wordt genoemd als grote ontwikkellocatie voor gewerkt met 9 principes die richting geven bij het wonen, hoogwaardige stedelijke en maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes regionale functies en bereikbaarheid inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van over weg, water en met OV, in combinatie met versterking van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er ruimtelijke kwaliteit. samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting Spoordok is één van de acht projecten zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Deze en locaties dwars door Leeuwarden die ambities worden niet gerealiseerd door verandering samen Spoorzone Leeuwarden vormen. tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. In de dialoog met de samenleving zijn vier opgaven benoemd die de provincie actief wil aanpakken: Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; Fryslân versterkt de biodiversiteit.
Leeuwarden heeft twee majeure Regionale woondeal 2022- De woondeal is tot stand gekomen in de periode 2030 oktober 2022 tot en met maart 2023. Leeuwarden is woningbouwlocaties (Spoordok en het economische, culturele en kennishart van Middelsee) in het NOVEX gebied Lelylijn Fryslân, waar veel centrumvoorzieningen gevestigd liggen. Deze locaties vervullen een zijn en dat een (hoog)stedelijk woonmilieu kent. Ook bovenregionale functie. In de periode tot na 2030 wordt een groei van de gemeente en met 2030 wordt er gestart met het Leeuwarden voorzien. realiseren van woningbouw op deze De gemeente heeft drie hoofdopgaven: locaties. Wanneer de komst van de Lelylijn leidt tot een extra woningbouwopgave voor Leeuwarden,
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
19/81
wordt deze bij voorkeur op deze locaties voorzien in de sterke huishoudensgroei door realisatie van (hoog)stedelijke woonmilieus met gefaciliteerd. ene bovenregionale impact; Mobiliteitsfonds het voorzien in betaalbare en gezonde woningen in een gezond woonmilieu voor het Het mobiliteitsfonds is bedoeld om grote aantal huishoudens met een laag sociaal onrendabele investeringen voor economische status; bovenwijkse ontsluiting te subsidiëren. transformatie van de naoorlogse De gemeente Leeuwarden heeft een woningvoorraad. bijdrage ontvangen voor de projecten Middelsee en Spoordok. Voor Spoordok heeft de gemeente Leeuwarden €8.098.770 voor 530 woningen.
Regio specifieke afspraken Provincie en gemeente Leeuwarden onderzoeken in 2023 wat de mogelijkheden zijn (locaties en doelgroepen) om naast realisatie van het Bradaterrein (Spoordok) voor het versneld realiseren van tijdelijke woningen en welke aantallen hiermee gemoeid zijn. Deze aantallen worden vastgelegd bij de herijking van de woondeals. Het Rijk zet zich in voor de financiering van de onrendabele investering en de beschikbaarheid van tijdelijke woningen. Sleutelprojecten Voor de locatie Spoordok wordt rekening gehouden met 2000 woningen. Kritische succesfactoren zijn mobiliteit, programmering en regio specifiek. Gemeentelijk Omgevingsvisie Leeuwarden ‘Vergroenen, verbinden, verwaarden’.
De Omgevingsvisie is een nieuwe integrale visie op Spoordok draagt bij aan een gevarieerd functieaanbod. Bovendien draagt de de fysieke leefomgeving van de gemeente Leeuwarden. De gemeente gebruikt drie ontwikkeling bij aan de werkgelegenheid hoofdambities uit het positioneringsdocument en leefbaarheid in Leeuwarden. Door ‘Leeuwarden in 2028’ als uitgangspunt: toevoeging van veel groene openbare 1. Het is goed leven in Leeuwarden: De ruimte levert Spoordok ook een leefomgeving voldoet aan de principes van de belangrijke bijdrage aan het vergroenen brede welvaart waardoor Leeuwarden een fijne van de stad. plek is om te wonen, te werken, te ondernemen en te verblijven. 2. Leeuwarden is het hart van een bijzondere groen-blauwe regio: Leeuwarden blijft een gemeente waar water, natuur en open ruimte worden gekoesterd. 3. Leeuwarden is een sterke economische gemeente: Leeuwarden is een sterke, centrale stad waarin veel functies en organisaties op het
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
20/81
terrein van zorg, onderwijs, kennis en bedrijvigheid samenkomen. Gebiedsvisie Spoordok
Spoordok is een gebied van 20 hectare in Vanuit de Gebiedsvisie gelden de Leeuwarden, waarvan 16,5 hectare ontwikkeld volgende uitgangspunten voor wordt. Het is atypisch omdat het geen binnenstad, Spoordok: kantorenpark, bedrijventerrein of woonwijk is. Het Natuurinclusief bouwen gebied heeft kantoren, perifere detailhandel, leisure, Voor de dichtheid wordt een industrie en een busremise. gebiedsbrede FSI tussen 1,2 en 1,7 Het gebied heeft grote stedelijke kansen en heeft gehanteerd. een gunstige ligging nabij het centrum, station en 30% sociale woningbouw en 60% water. Er zijn mogelijkheden voor extra ontwikkeling betaalbaar (door de raad gericht op hoogwaardig wonen, werken en vastgesteld). ontspannen. Dat de eigenaren ieder een deel van de transformatieopgave kunnen ontwikkelen en realiseren, passend bij hun aandeel in de totale grondpositie binnen het plangebied.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
21/81
4
Onderzoeksmethodiek
4.1
Plangebied en studiegebied
In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Het plangebied is het gebied waar de voorgenomen activiteit mogelijk wordt uitgevoerd. Het plangebied is weergegeven in figuur 4.1. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied (Spoordok, zie figuur 4.1) kunnen optreden. Het studiegebied is dus omvangrijker dan het plangebied en kan per milieuaspect verschillen. Voor milieuaspecten zoals bodem en archeologie treden de effecten alleen binnen het plangebied op (het studiegebied is hier gelijk aan het plangebied). Voor milieuaspecten zoals verkeer, geluid en luchtkwaliteit kunnen ook buiten het plangebied effecten optreden (het studiegebied is hier dus groter dan het plangebied).
Figuur 4.1 Begrenzing plan en studiegebied inclusief bedrijven
4.2
Opbouw effectbeoordeling
Dit MER kent een aantal stappen waarop de beoordeling plaatsvindt. De opbouw hiervan wordt in deze paragraaf toegelicht. Beoordelingswijze Van de varianten worden de effecten beschreven en beoordeeld op basis van het beoordelingskader zoals beschreven in paragraaf 4.3. Deze effecten worden bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkeling. Autonome ontwikkelingen zijn ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
22/81
waarover al een besluit is genomen en die ook ontwikkeld worden als Spoordok niet wordt gerealiseerd. Autonome ontwikkelingen worden waar relevant in hoofdstuk 5 beschreven. Per milieuaspect wordt in hoofdstuk 7 allereerst aangegeven welke effecten voor het betreffende aspect relevant zijn en welke beoordelingscriteria worden gehanteerd. De beschreven effecten worden per thema samengevat in een tabel, waarin de effecten in de vorm van een relatieve plus/min-beoordeling worden weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de beoordeling van de milieueffecten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: Tabel 4.1 Beoordelingsschaal
Score
Beoordeling van het effect
++
sterk positief effect
+
positief effect
0/+
beperkt positief effect
0
geen of nauwelijks effect
0/–
beperkt negatief effect
–
negatief effect
––
sterk negatief effect
De effecten worden veelal bepaald op basis van bestaande informatie en kwalitatieve analyses. Het doel is in het MER vooral om de relevante onderscheidende elementen tussen de varianten in beeld te krijgen.
4.3
Beoordelingskader
In het MER wordt een beoordelingskader gebruikt voor het in beeld brengen van de effecten van de varianten. Dit kader bestaat uit verschillende aspecten. Het beoordelingskader is hieronder opgenomen en geeft een overzicht van de milieuthema’s en beoordelingscriteria en wijze van beoordeling waar in het MER de varianten op beoordeeld worden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
23/81
Tabel 4.2 Beoordelingskader
Thema
Mobiliteit
Beoordelingscriteria
Wijze van beoordeling
Duurzame mobiliteit
Kwalitatief: mate van gebruik lopen, fiets en OV. Kwantitatief: afwikkeling wegverkeer in de gebruiksfase (op basis van berekeningen model). Kwalitatief: analyse effecten verkeersveiligheidssituatie in en buiten plangebied. Kwalitatief: cumulatie verschillende geluidbronnen gebruiksfase. Kwantitatief: berekening verkeersgeluid (wegverkeer en railverkeer) met geluidmodel. Kwalitatief: beoordeling effecten op de luchtkwaliteit tijdens de aanlegfase. Kwalitatief: beschouwing aan de hand van regelgeving en gemeentelijke ambities. Kwalitatief: beschouwing aan de hand van bureauonderzoek. Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden: kwalitatieve analyse effecten door PR-contouren van bestaande en nieuwe risicobronnen kwalitatieve analyse effecten door aandachtsgebieden van bestaande en nieuwe risicobronnen. Kwalitatief: beschouwing gezondheidsbescherming (milieuhinder) gezondheidsbevordering (o.a. hoeveelheid openbaar groen voor sport, ontmoeten, bewegen). Kwalitatief: effecten op beschermde gebieden zoals Natura 2000-gebieden en NNN. Kwantitatief: Aerius-berekening stikstofdepositie.
Wegverkeer - afwikkeling Verkeersveiligheid Geluidhinder Luchtkwaliteit Geur
Gezonde en krachtige leefomgeving
Trillingen
Externe veiligheid
Gezondheid
Beschermde gebieden Natuur en biodiversiteit Beschermde soorten Biodiversiteit Oppervlaktewater2
Grondwater Bescherming ondergrond/bovengrond
Kwalitatief: invloed op biodiversiteit. Kwalitatief: kwaliteit oppervlaktewater, invloed op waterafvoer en beschouwing toe-/afname verhard oppervlak. Kwalitatief: invloed op grondwaterstand en grondwaterstroming door verandering kwel/infiltratie en grondwateronttrekking.
Bodemkwaliteit
Kwalitatief: invloed op bestaande bodemverontreiniging en risico op ontstaan nieuwe bodemverontreiniging.
Behoud en bescherming fysieke elementen landschap, cultuurhistorie en archeologie
Kwalitatief: invloed op landschappelijk waardevolle structuren en elementen, cultuurhistorisch waardevolle patronen en elementen en bekende en te verwachten archeologische waarden.
Energie en circulariteit
Kwalitatief: beschouwing aan de hand van regelgeving en gemeentelijke ambities.
Klimaatbestendigheid
Kwalitatief: beschouwing hittestress, droogte, waterveiligheid en wateroverlast.
Klimaat en Energie
2
Kwalitatief: invloed op leefgebied beschermde soorten.
In de NRD was een los criterium opgesteld genaamd: Waterkwaliteit: kwaliteit oppervlaktewater door afstromend hemelwater. Dit criterium is hierbij betrokken vanwege de overlap in de beoordeling.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
24/81
4.4
Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen
Voor elk thema is geanalyseerd of er maatregelen noodzakelijk en/of wenselijk zijn om het thema te verbeteren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen. Mitigerende en compenserende maatregelen zijn verplicht in het geval met het planvoornemen niet aan de norm kan worden voldaan of als de basiskwaliteit niet gegarandeerd kan worden. Wanneer mitigatie van negatieve effecten niet volstaat of mogelijk is, is het nodig om compenserende maatregelen toe te passen. Optimaliserende maatregelen kunnen daarbovenop zorgen dat de ambities die de gemeente Leeuwarden beoogt sneller gehaald worden. De maatregelen worden in de betreffende hoofdstukken van de verschillende thema’s benoemd en toegelicht.
5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
De huidige situatie is de feitelijke situatie zoals het nu is. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen (ontwikkelingen die er ook zijn als het plan niet doorgaat). De effecten van het voornemen worden vergeleken met de referentiesituatie.
5.1
Gebiedsbeschrijving
Het plangebied Spoordok sluit aan de noordzijde aan op de Vosseparkwijk met kantoren en woningen en wordt begrensd door de spoorlijn (zuidzijde). Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich het hoofdstation van Leeuwarden en het appartementencomplex ‘Markt 058’. Het plangebied wordt doorsneden door de Marshallweg, schuin lopend van west naar oostelijke richting. Zie figuur 5.1 voor de huidige situatie en begrenzing van het plangebied.
Figuur 5.1 Begrenzing plangebied Spoordok
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
25/81
Spoordok is in de huidige situatie een industrieel gebied met binnen het plangebied de volgende bedrijven: kringloopwinkels (Strune Leeuwarden en Treasure hunting), souvenirwinkel, reperatieservice voor huishoudapparatuur, dansschool, massagetherapeut, indoor speelparadijs, busremise Arriva, campeerstalling, meubelwinkel, geestelijke gezondheidszorg, dierenwinkel, winkelcentrum, kantoor van Rijkswaterstaat NoordNederland en een parkeergarage. Relevante bedrijven in het studiegebied zijn drinkwaterbedrijf (Vitens), ProRail, Stadler en een fabrikant voor verfcoatings (Zandleven). Autonome ontwikkeling In de autonome situatie ontwikkelt het plangebied zich waarschijnlijk verder zoals het nu ook bestemd is namelijk als bedrijventerrein met kantoren. Daarnaast is het mogelijk dat er een woontoren aan de Snekertrekweg wordt gebouwd.
5.2
Mobiliteit
Het hoofdstation van Leeuwarden ligt naast het plangebied. Vanaf hier rijden bussen en treinen. De spoorlijn verbindt Leeuwarden per trein met Stavoren, Harlingen-Haven, Groningen en Zwolle. De bus verbindt Leeuwarden met omliggende dorpen en steden in de regio. Het plangebied wordt ontsloten via de Marshallweg. De Marshallweg verbindt de N31 (stroomweg ten westen van Leeuwarden richting Drachten en Harlingen) met de parkeerring rond de binnenstad en is daarmee één van de belangrijke invalswegen van Leeuwarden. De Marshallweg sluit direct naast het plangebied bij het Stephensonviaduct aan op de stadsring. Deze stadsring fungeert als verdeelring voor de stad. Aan de oostzijde sluit de Marshallweg via de rotonde met de Zuidersingel/Oude Veemarkt aan op de parkeerring, welke de bezoekers voor het centrum geleidt naar de parkeergarages. De Marshallweg – Snekertrekweg fungeert als route van- en naar station Leeuwarden. Deze route wordt dan ook veelgebruikt door diverse buslijnen. Vanaf de Marshallweg wordt het netwerk fijnmaziger met erftoegangswegen richting bedrijven. Het westelijk deel van de Snekertrekweg is ‘geknipt’ voor doorgaand verkeer. De functie van de Marshallweg is daarmee breder dan alleen het ontsluiten van het plangebied.
Op basis van het verkeersmodel van de gemeente Leeuwarden voor het planjaar 2040 (autonome situatie) is de Marshallweg een veelgebruikte ontsluitingsroute met circa 9.500 voertuigen per etmaal. De Marshallweg heeft vanaf de rotonde aan de noordzijde een kort fietspad. Langs het oostelijk deel van de Snekertrekweg ligt aan de zuidzijde een in twee richtingen bereden fietspad. Bij de rotondes ligt een vrijliggend fietspad, waarbij fietsers voorrang hebben op het gemotoriseerd verkeer. De route Marshallweg-Snekertrekweg is als primaire fietsroute opgenomen in het gemeentelijk fietsnetwerk. De fietsroute tussen de rotonde MarshallwegSnekertrekweg en de Zwettestraat kan worden beschouwd als missende schakel in het hoogwaardige fietsnetwerk (Deinum – Leeuwarden). De huidige structuur en inrichting van het bedrijventerrein is met name gericht op autoverkeer. Op het huidige bedrijventerrein is wél sprake van infrastructuur voor de fiets en voetganger, passend bij de omgeving van een bedrijventerrein. Het huidige type bedrijvigheid is sterk verbonden met autoverkeer en trekt dit verkeer aan. Ten oosten van het plangebied tussen Rotonde Marshallweg-Snekertrekweg en het station is sprake van hoogwaardige fietsinfrastructuur. Ten westen van het plangebied vanaf de Zwettestraat (in oostelijke richting) geldt hetzelfde.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
26/81
Figuur 5.2 Kaart verkeer met wegcategorisering
Verkeersveiligheid Vanaf 2014 zijn binnen het plangebied 5 verkeersongevallen geregistreerd. Bij 1 van de ongevallen is een gewonde gevallen. Bij vier van de vijf alle ongevallen zijn zwakke verkeersdeelnemers als voetgangers of (brom)fietsers in combinatie met gemotoriseerd verkeer betrokken. Op basis van deze getallen is niet direct sprake van een trend of patroon in de verkeersongevallen.
Figuur 5.3 Verkeersongevallen
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
27/81
Autonome ontwikkeling In de referentiesituatie blijft de huidige invulling van het gebied gehandhaafd. De situatie is in dit geval sterk vergelijkbaar met de huidige situatie.
5.3
Gezonde en krachtige leefomgeving
Geluidhinder Spoordok wordt doorsneden door de Marshallweg (gebiedsontsluitingsweg) en ten zuiden van het plangebied ligt het spoor. De huidige verkeersstromen leiden vooral op deze trajecten tot een geluidsbelasting op de aanwezige (tijdelijke) woningen en bedrijven in- en rondom het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen verder de volgende, mogelijk geluidrelevante, bedrijven:
Prorail B.V. – spoorwegemplacement, zuidelijk van het plangebied. Stadler Service Nederland B.V. – werkplaats met kantoorruimte, gelegen aan de Snekertrekweg 19. Zandleven Coatings B.v. – inrichting voor de opslag, verwerking en bewerking en het transporteren van verf- en harsachtige producten, gelegen aan de Snekertrekweg 57 en 59 te Leeuwarden.
Westelijk van het plangebied, aan de overzijde van de Heliconweg, ligt het Industrieterrein West. Dit industrieterrein is geluidgezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. De 50 dB(A) geluidzone voert over het meest westelijke deel van het plangebied en grenst juist aan de meest westelijke bouwblokken binnen het gebiedsdeel Distrikt. De te verwachten (cumulatieve) geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein bedraagt daarmee ter plaatse ten hoogste dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Het industrieterrein maakt derhalve geen deel uit van de effectbeoordeling in hoofdstuk 7. Trillingen Trillingen in de openbare ruimte kunnen door verschillende bronnen worden veroorzaakt, zoals:
Verkeer: Zware voertuigen zoals vrachtwagens, bussen en treinen kunnen trillingen veroorzaken wanneer ze over wegen en sporen bewegen. Bouwwerkzaamheden: Werkzaamheden zoals heien, boren, graven en het gebruik van zwaar materieel kunnen trillingen in de nabijgelegen omgeving veroorzaken. Industriële activiteiten: Machines en apparatuur die worden gebruikt in fabrieken en industriële installaties kunnen trillingen veroorzaken die voelbaar zijn in de omgeving. Infrastructuur: Bruggen, viaducten en tunnels kunnen trillingen veroorzaken door de beweging van voertuigen en treinen.
Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van het spoor. Dit betekent dat er trillingen worden veroorzaakt door de treinen. Daarnaast doorkruist de Marshallweg het plangebied. Hierover rijden ook vrachtwagen en bussen die voor trillingen kunnen zorgen.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
28/81
Luchtkwaliteit3 In het plangebied is de fijnstofconcentratie in de lucht (2021) 6 μg PM2/m3. De EUgrenswaarde van fijnstof (PM2,5) is 25 μg PM2/m3. De WHO-advieswaarde (2021) is 5 μg PM2/m3. De waarde in het plangebied voldoet aan de EU-grenswaarde maar niet aan de WHO-advieswaarde4. In het plangebied is de concentratie stikstofdioxide in de lucht (2021) circa 10 μg/m3. Vooral bij het Stephensonviaduct is de waarde hoger namelijk rond de 13/14 μg/m3. Voor stikstofdioxide (NO2) ligt de EU-grenswaarde op 40 μg/m3. De WHO-advieswaarde (2021) ligt op 10 μg/m3. De waarde in het plangebied voldoet aan de EU-grenswaarde maar niet aan de WHO-advieswaarde. Geur Aan de noordwest kant van het plangebied ligt een verffabrikant waar geur een factor speelt. In 2020 is een revisievergunning aangevraagd voor het onderdeel geur. De dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten waren woonschepen aan de Harlingervaart op circa 65 meter van de gevel. Er waren geen klachten vanuit de omgeving in de vergunde situatie van vóór 2020. Het beleid stelt dat als er geen sprake is van hinder, er geen maatregelen nodig zijn. De conclusie is dat er sprake is van een aanvaardbaar niveau, want er wordt voldaan aan landelijk en provinciaal beleid. De aangevraagde situatie in 2020 leidt niet tot toename van geurhoudende oplosmiddelen. Geurbelasting ter plaatse van woonschepen blijft derhalve ongewijzigd.
Hiermee werd voor de aangevraagde situatie voldaan aan zowel het landelijk als provinciaal geurbeleid. In 2023 is een omgevingsvergunning tijdelijke woningen aangevraagd voor het Bradaterrein. Dit is een nieuwe ontwikkeling nabij Zandleven. De redeneerlijn Zandleven uit 2020 is niet meer van belang aangezien dit veel dichterbij is dan 65 meter. De uitgangspunten waren de emissiewaarden. Op basis van berekeningen wordt geconcludeerd dat kan worden voldaan aan de richtwaarde en streefwaarde op de toetspunten voor tijdelijke woningen. Externe veiligheid Basisnet Spoor Aan de zuidzijde van het plangebied ligt het spoor. Dit spoor is onderdeel van het basisnet. Alle routes die onderdeel uitmaken van het basisnet, hebben een brand- en een explosie(en een gifwolk)aandachtsgebied, zo ook in dit geval. Een aandachtsgebied is een gebied waar mensen in een gebouw onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een brand, explosie of gifwolk die van buitenaf komt. De brand, explosie of gifwolk is hierbij veroorzaakt door een ongewone gebeurtenis met vervoer van gevaarlijke stoffen. Een belangrijk doel van het instrument aandachtsgebieden is om gemeenten en provincies bij ruimtelijke plannen rekening te laten houden met ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Gemeenten dienen bewust af te wegen welke gebouwen ((zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen) of locaties men wil toestaan in een aandachtsgebied en onder welke voorwaarden (bijvoorbeeld het treffen van aanpassingen aan gebouwen en de omgeving). 3 4
Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/check-je-plek De World Health Organization (WHO) heeft advieswaarden voor de algemene bevolking opgesteld. De advieswaarden zijn gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Deze advieswaarden zijn een stuk ‘strenger’ dan de EU-grenswaarden. In sterk stedelijk gebied zoals bij Spoordok het geval is toetsing aan de WHO-advieswaarden vaak niet realistisch, gelet op de bestaande luchtkwaliteit in zulke gebieden. Voor Spoordok zal dan ook getoetst worden aan de EU-grenswaarden, niet aan de WHO-advieswaarden.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
29/81
Dit is altijd maatwerk. Het brandaandachtgebied valt voor een klein deel over het plangebied, direct grenzend aan het spoor. Het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied vallen bijna helemaal over het plangebied heen (zie figuur 5.4). Buisleidingen In het plangebied liggen geen buisleidingen, maar wel ten westen van het plangebied. De pr contour (PR10-08) valt wel over de zuidwestelijke punt van het plangebied, net als het brandaandachtsgebied van de buisleiding. Overig De N31 ten westen van het plangebied is onderdeel van het basisnet. Deze weg ligt op grote afstand van het plangebied. De contouren raken het plangebied niet. Andere bronnen rondom het plangebied zijn windturbines met bijbehorende contour PR10-6.
Figuur 5.4 Externe Veiligheid5
Autonome ontwikkeling Er kan mogelijk een verslechtering van luchtkwaliteit en extra geurhinder ontstaan als gevolg van toekomstige/andere bedrijvigheid in het plangebied. Gezondheid Atlasleefomgeving brengt in beeld hoeveel procent groen er in een zone van 500 m van een locatie ligt. Voor het plangebied Spoordok is dit percentage op dit moment tussen de 26 en 39%. Dit wordt als matig beoordeeld. De huidige situatie van het plangebied is een industrieterrein, deze bestemming heeft over het algemeen weinig groen.
5
Zandleven Coatings ten westen van het plangebied staat op de kaart nog aangeduid als Seveso-inrichting. Dit staat niet goed op de signaleringskaart. Sinds 1 juni 2023 is Zandleven geen Seveso-inrichting meer. Er gelden dan ook geen aandachtsgebieden voor Zandleven.
Sweco | Milieueffectrapport Spoordok Leeuwarden Projectnummer 51017383 Datum 22-03-2024
Versie D 1
Document referentie NL24-648800269-76410
30/81
Daarnaast heeft Atlasomgeving een kaart die aangeeft hoeveel de leefomgeving de mensen uitnodigt om te bewegen. Hoe meer sportaccommodaties, sport- en speelplekken, voorzieningen en recreatief groen en blauw, hoe hoger de gemeente of buurt scoort op een schaal van 0 tot 100. Hierin tellen fiets- en wandelpaden ook mee. Het plangebied Spoordok scoort op ‘beweegvriendelijke omgeving’ duidelijk lager dan het omliggende gebied (zie figuur 5.5).
Figuur 5.5 Kaart beweegvriendelijkheid 2022 (Bron: atlasleefomgeving.nl)
5.4
Natuur en biodiversiteit
Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. Het plangebied zelf maakt geen onderdeel uit van Natura-2000 gebied. Wel liggen de Natura 2000-gebieden ‘Groote Wielen’ en ‘Alde Feanen’ op circa 5 km en 9,5 km afstand van het plangebied Spoordok (figuur 5.6). Groote Wielen Het gebied Groote Wielen is van oorsprong een laagveengebied dat op de grens tussen kleien zandgronden ligt. In het gebied liggen grote plassen, bijvoorbeeld Houtwiel en Sierdswiel, omringd door zomer- en winterpolders en boezemlanden. Een belangrijk gebied voor veel vogels en andere bijzondere planten en dieren. Belangrijke opgaven in dit gebied zijn de ontwikkeling van (water)riet, het creëren van plasdras situaties voor de noordse woelmuis, porseleinhoen, kemphaan en smient, en het zorgen voor voldoende rustplaatsen voor overwinterende vogels. De Groote Wielen is aangemerkt als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied. Er is geen sprake van een overbelasting door stikstof.