CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Grou - Have Halbertsma TOELICHTING

Besluitvorming (raad) 11 februari 2026, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein' en beeldkwaliteitsplan 'Have Halbertsma Grou'18.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dorpen zijn robuust, met een sterke gemeenschap, maar ook kwetsbaar voor ontwikkelingen op de woningmarkt, bijvoorbeeld door weinig doorstroming. Het is belangrijk om te blijven werken aan vitale dorpen in de gemeente. De vitaliteit van de dorpen wordt onder andere bepaald in de mate waarin dorpsbewoners een passend huis weten te vinden. Het is van belang om ook in de dorpen een goede menging in het woningaanbod te hebben, zodat alle typen huishoudens (starters, spoedzoekers, ouderen) in het dorp kunnen (blijven) wonen. Het aanbod sociale huurwoningen maakt daar onderdeel van uit. Vanwege de grote verschillen tussen de dorpen is hiervoor maatwerk nodig. Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad De gemeente Leeuwarden bevordert op haar grondgebied actief het verduurzamen van de gemeente. Deze verduurzaming richt zich op een aantal aspecten, waaronder energieverbruik, verantwoordelijk watergebruik en waterkwaliteit, ecologie en het beperken van afval. De focus ligt op de thema's energie en water. Om dit beleid te verwezenlijken, heeft de gemeenteraad op 29 november 2010 de visie Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad vastgesteld. Deze visie gold voor de periode van 2011 tot en met 2020. Bij het werken aan een duurzaam Leeuwarden staan twee ambities centraal: een klimaatbestendige stad en een klimaatneutrale energie- en warmtevoorziening.

De gemeente focust op het faciliteren en aanjagen van sleutelprojecten die bijdragen aan een aardgasloze toekomst en een klimaatadaptieve gemeente in 2035. Dit betekent dat in de bestaande woningbouw en bedrijfsgebouwen fors energie bespaard moet worden of dat er duurzaam opgewekte energie gebruikt wordt. Voor nieuwbouw betekent het dat de gemeente verdergaande doelen dan de eisen van het Bouwbesluit (nu het Besluit bouwwerken leefomgeving) nastreeft. Bij de uitwerking van het bouwplan dient rekening gehouden te worden met de door de gemeente gehanteerde energienorm. Zoals verplicht, worden de woningen in ieder geval gasloos gebouwd.

24

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

25

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Mer-beoordeling Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Vormvrije mer-beoordeling De activiteit die dit bestemmingsplan mogelijk maakt wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. In dit kader wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, die is opgenomen in bijlage 4.

Op voorhand wordt verwacht dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.

4.2

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. De VNG-brochure werkt op basis van een stappenplan. Wanneer niet wordt voldaan aan de richtafstanden, is nader onderzoek naar de milieubelasting (waarbij geluid veelal maatgevend is) nodig. Daarbij geldt dat voor een gemengd gebied zowel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat vanuit goede ruimtelijke ordening, als voor het milieuspoor een richtwaarde voor geluid van 50 dB(A) voor het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor de maximale niveaus.

26

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Het gaat om etmaalwaarden, in de avond- en nachtperiode zijn de richtwaarden respectievelijk 5 en 10 dB lager. In een gemengd gebied wordt uitgegaan van een richtwaarde van 50 dB(A) waar dit in een rustig woongebied 45 dB(A) is. De grenswaarde voor een rustig woongebied is 50 dB(A). Deze waarde kan dus in een rustig woongebied ook aanvaardbaar worden geacht. Daarvoor moet gemotiveerd worden waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. De geluidcontouren van de bedrijven worden, naast de planologisch mogelijke milieucategorieën, bepaald op basis van de bestaande rechten die de bedrijven hebben vanuit vergunningen. Daarom is het van belang de geluidsituatie te onderzoeken, ondanks dat wordt voldaan aan de richtafstanden. Hiermee kan worden onderbouwd dat bij de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en de bedrijven niet onevenredig worden belemmerd in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Beoordeling woongebied In het geldende bestemmingsplan wordt uitgegaan van richtafstanden voor woningen in een gemengd gebied. Vanuit de actuele inzichten geeft het in zijn geheel aanmerken van het woongebied van Have Halbertsma als gemengd gebied te weinig zekerheid dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt een goede woonsituatie ontstaat.

De gemeente stelt wel dat te stringente toepassing van de geluidscontouren in dit specifieke geval moet worden voorkomen omdat daarmee de maatschappelijk gewenste ontwikkeling te veel wordt beperkt en niet kan worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is er gekeken hoe we dit op een goede manier kunnen invullen zodat er een goede woonsituatie ontstaat. Het nieuwe woongebied Have Halbertsma wordt daarom in de basis uitgegaan van het ambitieniveau van een rustig woongebeid, maar voor de westelijke rand (gelegen binnen de zone van 50 tot 100 meter vanaf de bedrijfskavels op bedrijventerrein Biensma, wordt uitgegaan van een woonwijk van het type ‘rustige woonwijk in de stad’. Hierbij worden de volgende grenswaarden gehanteerd: dag; 50 dB(A), avond; 45 dB(A), nacht; 40 dB(A). Binnen deze kaders is het mogelijk om dit deel van het gebied te ontwikkelen met een vrij goede woonsituatie. In een type woonwijk ‘rustige woonwijk in de stad’ met 50 dB(A) zal bij gesloten ramen het equivalente geluidsniveau in de woning ‘s nachts 20-25 dB(A) bedragen, hetgeen overeenkomt met het normale achtergrondniveau in slaapkamers. In het overige gebied kan met 45dB(A) een stille woonwijk ontwikkeld worden. Voor het rustig woongebied geldt: dag; 45 dB(A), avond; 40 dB(A), nacht; 35 dB(A).

Op basis hiervan is het aanvaardbaar om tussen het bedrijventerrein, dat wordt aangepast naar een maximale milieucategorie 3.2, en het woongebied een bufferzone van 50 meter te hanteren. Deze is als zodanig op de verbeelding van het bestemmingsplan geregeld.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

27

Beoordeling geluidsituatie De richtafstanden geven een algemene indicatie van de aanvaardbare afstanden tussen bedrijven en woningen. In dit geval zijn er al concrete bedrijven gevestigd in het gebied langs de ontwikkellocatie. Het belangrijk dat deze niet worden belemmerd in de huidige bedrijfsvoering en niet onevenredig worden beperkt in de toekomstmogelijkheden. Daarom is voor de bedrijven rondom de ontwikkellocatie een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volgende bedrijven liggen op het moment van uitvoering van het onderzoek (2023) in de directe invloedsfeer van het plan en zijn daarmee beoordeeld: • Van Vuuren aan de J.W. de Visserwei 5; • Snoek aan de Biensma 6; • FUMO aan de J.W. de Visserwei 10; • Jeurissen aan de Biensma 1a; • Dijkstra aan de Biensma 1. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 5. Dit onderzoek is tussen de ontwerpfase en de vaststellingsfase geactualiseerd op basis van het uitwerkte inrichtingsplan. Het bedrijf Jeurissen is inmiddels vertrokken. Voor de nieuwe eigenaar zijn de plannen bekend en de gevolgen voorzienbaar. Het gaat om een meubelmakerij uit categorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter tot woningen in een stedelijke woonwijk c.q. gemengd gebied. Daarmee mag worden aangenomen dat op 50 meter wordt voldaan aan de geluidnormen. Per bedrijf is een specifieke werkwijze beschreven.

Voor Van Vuuren (producent en leverancier van houten deuren) en voor Snoek Puur Groen (hovenier/groenonderhoud) is geluidsbelasting op het plangebied. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van: “Snoek”, “Jeurissen”, “Dijkstra” en “FUMO” voldoet aan het toetsingskader. Er wordt geconcludeerd dat deze functies/bedrijven niet worden beperkt in hun akoestische mogelijkheden door de realisatie van Have Halbertsma. Vanwege “Van Vuuren” zijn de geluidniveaus ter plaatse van “Have Halbertsma”, iets hoger dan het toetsingskader. Dit kan worden opgelost door een aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen. In dit onderzoek dienen ook de toekomstplannen van Van Vuuren te worden meegenomen. Ook het toepassen van grondwallen en/of het toepassen van dove gevels en het toepassen van maatwerkvoorschriften zijn mogelijke oplossingsrichtingen, maar gelet op de maatgevende bronnen heeft het nemen van maatregelen aan de bron de voorkeur. Met Van Vuuren is een maatregelenpakket overeengekomen, dat door de ontwikkelaar wordt bekostigd. Daarmee wordt op in elke geval de eerste en tweede bouwlaag van de woningen voldaan aan de geluidnormen voor het gemiddeld en maximaal geluidniveau. In een beperkte zone wordt op de derde bouwlaag niet aan deze waarde voldaan.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het terugbrengen van de geluidbelasting op de derde bouwlaag dusdanig veel aanvullende maatregelen met zich meebrengt dat dit financieel niet doelmatig is. Daarom is gekozen voor de toepassing van een dove gevel op de derde bouwlaag, waarmee deze voor de bedrijven niet als (maatgevende) gevel worden beschouwd. Dat betekent in de praktijk dat hierin geen te openen delen voor geluidgevoelige ruimten zijn toegestaan. Om dit te waarborgen is een aanduiding op de verbeelding opgenomen, in de eerste 4 tot 14 meter van het bouwvlak, aan de zijde van het bedrijventerrein (overeenkomstig figuur 3.5c van het onderzoek), waarmee wordt geborgd de 3e verdieping hier wordt voorzien van een dove gevel.

28

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Met de onderling overeengekomen maatregelen voldoet de geluidbelasting van Van Vuuren op alle maatgevende gevels aan de normen en is een goed woon- en leefklimaat in het plangebied geborgd. Er zijn is dan ook geen maatwerkvoorschriften in de vergunningen van Van Vuuren noodzakelijk. Hierbij is al rekening gehouden met een forse uitbreiding van de huidige bedrijfsvoering door onder andere uit te gaan van een 24-uurs productie in een drieploegendienst en de realisatie van een kozijnenfabriek (ook 24-uurs) in de opslaghal. Met de gemaakte afspraken is er dan ook geen onevenredige belemmering voor de bedrijfsvoering van Van Vuuren. Voor een extra waarborg dat de realisatie van Have Halbertsma eventuele toekomstige uitbreidingen op het terrein van Van Vuuren niet zal frustreren heeft, wordt tevens aanvullende gevelisolatie toegepast in de woningen langs het bedrijventerrein. Met de extra isolatie zal de geluidwering ten minste 26 dB bedragen. Dit is 6 dB hoger dan de standaardeis conform het Bbl/Bouwbesluit. De extra geluidwering voor deze woningen heeft tot gevolg dat bij eventuele toekomstige akoestische uitbreidingen op het perceel van Van Vuuren hiermee rekening kan worden gehouden. Op deze manier is zoveel mogelijk rekening gehouden met de belangen van de aangrenzende bedrijvigheid.

Beoordeling andere hinderaspecten Voor aanwezig bedrijven nabij de ontwikkellocatie is geluidhinder de maatgevende factor. Naast geluid worden geurhinder, stofhinder en gevaar beoordeeld. Voor gevaar geldt dat het bestemmingsplan het vestigen van risicovolle inrichtingen uitsluit. Bij stofhinder moet gedacht worden aan grootschalige op- en overslag van stuifgevoelige materialen in de buitenlucht. De inrichting van het bedrijventerrein en de andere functies in de omgeving maken het niet reëel dat dergelijke bedrijven zich hier vestigen. Bovendien sturen de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit op het beperken van stofhinder. Voor geurhinder geldt dat alle gebouwen, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, geurgevoelig zijn. Op basis van jurisprudentie hoeft dat niet 24-uurs verblijf te zijn. Kantoren en werkplaatsen zijn ook geurgevoelig. Dat betekent dat de aanwezigheid van bedrijfswoningen, grote werkplaatsen en het kantoor van de FUMO ook al een beperking vormt voor het vestigen van bedrijven die in belangrijke mate geurhinder veroorzaken. Daarmee is in redelijkheid uitgesloten dat in het plangebied Have Halbertsma sprake zal zijn van onacceptabele geurhinder.

Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De aanwezige bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.3

Geluid (wet geluidhinder) Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

29

aan de normen. Hierbij geldt voor wegen een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale hogere waarde van 63 dB. Railverkeerslawaai en industrielawaai is voor dit plan niet aan de orde. Toetsing Omdat het bedrijventerrein niet geluidsgezoneerd is, geldt er voor industrie geen geluidszone. Het plan ligt wel in de geluidszone van de J.W. de Visserwei. Deze weg loopt voor autoverkeer dood ten zuiden van het plangebied. Op basis van informatie bekend bij de gemeente is er op de J.W. de Visserwei sprake van een verkeersintensiteit van ongeveer 736 mvt/etmaal en op de Biensma 2.334 mvt/etmaal. Daarbij moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van het nieuwe woongebied, waarmee de verkeersgeneratie toeneemt tot ongeveer 2.059 mvt/etmaal, uitgaande van de bouw van 185 woningen. Op de Biensma is dit 3.693 mvt/etmaal. Dit is mede afhankelijk door de mogelijke aanpassingen van de wegen en de ligging van de 30 km/uur-zone. Dit is overigens een ruime overschatting, omdat in het verkeersmodel ook is uitgegaan van het bedrijfsverkeer van en naar Halbertsma. Het akoestisch onderzoek is beschreven in een memo, die is opgenomen in bijlage 6. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A). Daarmee is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd.

4.4

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen voorkomen. Op het naastgelegen bedrijventerrein zijn dergelijke inrichting ook niet bij recht mogelijk.

Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied.

4.5

Verkeer en parkeren Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van

30

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

geparkeerde auto’s te voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de Beleidsregel Parkeernormen 2025 van de gemeente Leeuwarden. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de kentallen uit de CROW-publicatie 744. Op basis van de omgevingsadressendichtheid wordt de gemeente Leeuwarden als 'sterk stedelijk' gecategoriseerd. Voor Grou wordt uitgegaan van ‘weinig stedelijk’. Parkeren Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. De parkeerbehoefte wordt op basis van de beleidsregels van de gemeente bepaald. Hierin is naast normen met woningtype en -omvang ook rekening gehouden met een dubbelgebruik en het gebruik van verschillende vormen van inrichtingen van parkeerplaatsen op eigen erf. Een dubbele inrit kent in de praktijk een ander gebruik dan een garage of lange oprit. Hierbij is ook rekening gehouden met 500 m2 aan commerciële functies, waarvan 250 m2 voor een restaurant. De parkeerbehoefte is door de gemeente Leeuwarden berekend met rekentool, waarvan de uitvoer is opgenomen in de tabel in bijlage 7. Op basis van de parkeernormen hebben de 185 woningen inclusief commerciële ruimten een parkeervraag van ongeveer 290 parkeerplaatsen. Er worden (exclusief garages) 38 parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd, waarvan op grond van de Beleidsregel Parkeernormen 2025, 34 meegeteld kunnen worden.

Daarnaast wordt onder het woongebouw een half verdiepte parkeeroplossing gerealiseerd. Hier kunnen 14 auto’s worden geparkeerd. Uitgaande van het dubbelgebruik in het plan is er nog een parkeervraag van 234 parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Het huidige matenplan voorziet in ongeveer 222 parkeerplaatsen op de parkeerterreinen aan de westzijde van het plan en in parkeerkoffers en langsparkeren langs de wegen in het plan. Er zijn binnen het plan optimalisatiemogelijkheden om aanvullende parkeerplaatsen in de openbare ruimte te realiseren. Hiermee kan binnen het plan worden voorzien in genoeg parkeerplaatsen om te voldoen aan de normering uit de beleidsregels van de gemeente. Met het oog op trends en verwachtingen voor de toekomst, wordt in eerste instantie ingezet op een deelauto-concept. Op basis van de beleidsregels kan een deelauto compenseren voor 5 parkeerplaatsen (minus de parkeerplaats voor de deelauto). Door 3 à 4 deelauto’s toe te voegen in het plan, is in de openbare ruimte nog behoefte voor 224 tot 220 parkeerplaatsen. Binnen het matenplan wordt voldoende ruimte gezien om hierin te voorzien. Het gebruik van de deelauto’s is voor Grou een nieuw concept en zal worden gemonitord, zodat kan worden bijgestuurd wanneer dit nodig blijkt.

De ontwikkelaar is daarbij eindverantwoordelijk voor het structureel aanbieden van de deelauto’s voor een periode van minimaal 5 jaar, inclusief het beheer en exploitatie van deze deelauto’s. Ook moet de ontwikkelaar zich actief inzetten om de bekendheid en het gebruik van de deelauto’s te promoten. Hierover zijn afspraken vastgelegd tussen gemeente en de ontwikkelaar.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

31

Het bestemmingsplan is met de voorgestelde oplossingen uitvoerbaar binnen de kader van de beleidsregels parkeren. Dit is als zodanig gewaarborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Op deze wijze wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormennota. Verkeersstructuur en Verkeersafwikkeling Het ontwikkelgebied wordt ontsloten vanaf de J.W. de Visserwei. Deze weg heeft voor autoverkeer een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. Via de route Biensma/Oedsmawei op een rotonde in de Stationsweg, die vervolgens de hoofdontsluiting van Grou op de A32 vormt. De route leidt over een bedrijventerrein. Langzaam verkeer hoeft deze route niet te volgen. Voor fietsers en wandelaars is er een verbinding in het verlengde van de J.W. de Visserwei, die eveneens op de Stationswei aansluit. De verkeersafwikkeling is daarmee zeer goed te noemen. Huidige verkeersgeneratie In de huidige situatie is er geen concrete functie meer aanwezig. Het tijdelijke beheer van het terrein en de parkeerplaatsen zorgen nog wel voor enige verkeersgeneratie, maar hieraan zijn geen aantallen te koppelen. Voor een terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4, bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot 'hoogwaardig bedrijvenpark' of 'distributiepark', wordt op basis van CROW kentallen uitgegaan van 128 personenauto's en 30 vrachtwagens per weekdag, per hectare.

De Halbertsmalocatie heeft een oppervlakte van ongeveer 5,5 hectare. De verkeergeneratie is dus 700 mvt/etmaal licht verkeer en 165 mvt/etmaal zwaar verkeer. Toekomstige verkeersgeneratie Op basis van de gemiddelde kentallen uit CROW-publicatie 744 wordt van het volgende uitgegaan, met stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’: Woningtype

Aantal

Verkeergeneratie (mvt/woning)

Verkeersgeneratie (mvt/etmaal)

Sociale huurwoning 16 4,8 mvt/w 76,8 Gestapeld (>100 m2) 28 7,4 mvt/w 207,2 2 Gestapeld (<100 m ) 19 6,0 mvt/w 114 Rij- /hoekwoningen 56 7,4 mvt/w 414,4 Levensloop 33 7,4 mvt/w 244,2 Twee onder een kap 18 7,8 mvt/w 140,4 Vrijstaande woning 15 8,2 mvt/w 123 2 2 Commercieel* 500 m 7,8 mvt/100 m 39 Totaal 185 1.359 * Het plan biedt mogelijkheden voor 500 m2 aan dienstverlening, waarvan maximaal 250 m 2. Er wordt uitgegaan van een bedrijfsverzamelgebouw, waarbij geldt dat voor horeca (restaurant/grand café) geen kentallen zijn genoemd. Op basis van het voorgaande is de verkeersgeneratie vanuit het woongebied met 185 woningen in totaal 1.359 mvt/etmaal aan het einde van de planperiode. Dat is een theoretische toename van 494 mvt/etmaal, met een lager aandeel vrachtverkeer. Gelet op de bestaande planologische

32

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

mogelijkheden en het voormalig gebruik van het terrein kan geconcludeerd worden dat de bestaande wegen deze verkeersgeneratie goed kunnen afwikkelen. Voor langzaam verkeer is er een losliggende fietspad en een directe route naar het centrum van het dorp. Hierdoor blijft de bereikbaarheid en maaswijdte voor langzaam verkeer gewaarborgd. Daarnaast zorgen deze aansluitingen voor de mogelijkheid in gescheiden routes tussen langzaamen gemotoriseerd verkeer. Dit komt de verkeersveiligheid op met name de J.W. de Visserwei en het bedrijventerrein ten goede.

4.6

Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Onderzoeken In het kader van de planvorming zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. In 2020 is een quickscan uitgevoerd. Op basis daarvan is nader onderzoek uitgevoerd naar jaarrond beschermde nesten en vleermuisverblijfplaatsen. Tijdens het nader onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen of verblijfplaatsen/nesten van roofvogels aangetroffen. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 8. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen en roofvogels worden uitgesloten. Op basis hiervan is gestart met de sloop van de bedrijfsgebouwen. Omdat de onderzoeken gedateerd zijn geraakt, is in 2023 een actuele quickscan uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 9. Toetsing: gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wnb.

Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied en kent geen beschermde natuurwaarden. Wel liggen in de omgeving beschermde natuurgebieden. Hierbij is met name de Alde Feanen van belang. De slotconclusie van uit de quickscan is dat vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

33

op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. Stikstofdepositie Gelet op de conclusie uit de quickscan is een stikstofonderzoek uitgevoerd naar zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Dit onderzoek is in 2025 geactualiseerd, gelet op nieuwe inzichten. Geconcludeerd is dat het plan niet leidt tot een stikstofbijdrage van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Toetsing: soortenbescherming Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Verder kunnen licht beschermde soorten voorkomen. Hiervoor geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de actuele quickscan in combinatie met de eerder uitgevoerde onderzoeken blijkt dat het plan uitvoerbaar is binnen de kader van de Wet natuurbescherming.

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien beplanting wordt verwijderd en de loodsen wordt gesloopt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een vaste (winter)rust en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘doden’ en `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’. Initiatiefnemer dient in het kader van de zorgplicht echter alles in het werk te stellen om het onnodig doden van beschermde dieren te voorkomen. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dient gepoogd te worden de dieren weg te jagen of om ze te vangen (om elders los te laten).

34

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied voor verschillende voorkomende diersoorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

4.7

Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Onderzoek In het kader van de voorgenomen herontwikkeling is een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd. De rapportage is (zonder bijlagen) opgenomen in bijlage 11. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond, het asfalt met onderliggende puinfundering en het grondwater voor de desbetreffende locatie. Uit het onderzoek blijkt dat het grootste deel van de locatie een relatief goede bodemkwaliteit heeft, met ten hoogste licht verhoogde gehalten van zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. Plaatselijk zijn enkele sterke verontreinigingen gemeten. Op twee plaatsen wordt nader onderzoek aanbevolen om vast te stellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Behoudens de aangetroffen sterke verontreinigingen zijn er milieuhygiënisch geen belemmeringen voor de voorgenomen verkoop en herontwikkeling van het terrein tot functie wonen. Conclusie In algemene zin kan gesteld worden dat de bodemkwaliteit binnen het plangebied geschikt is voor de beoogde functies binnen het gebied.

Op enkele plaatsen is sprake van bodemverontreiniging. Voor deze locaties wordt op basis van nader onderzoek een BUS-melding en een Plan van aanpak voor sanering opgesteld. De uitvoerbaarheid van het plan is gelet op de geringe omvang van deze plekken niet het geding.

4.8

Watertoets Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan wordt via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in bijlage 12. In het kader van de ontwikkeling wordt overleg gevoerd met Wetterskip Fryslân. In een eerder stadium is al overleg gevoerd over het geheel voor de boezem brengen van het terrein. Hierover moeten een peilbesluit worden genomen. Dit proces loopt separaat het de bestemmingsplanprocedure. De uitgangspunten die het Wetterskip heeft meegegeven zijn meegenomen bij het opstellen van deze paragraaf. Veilig

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

35

Voor dit aspect is vooral het beschermen tegen overstromingsrisico's van belang. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende peilgebieden, waarbij vooral een verschil is in polderpeil en het gebied dat vrij voor het boezemwater ligt. Tussen deze peilgebieden zijn regionale keringen aanwezig. Langs de Rjochte Grou ligt een dergelijke kering. Het gaat om een hoge gronden kering. Langs de groene kavel aan de noordzijde gaat deze verder als polderdijk. In de nieuwe situatie wordt boezemwater binnen het plangebied gebracht. Dat betekent dat het peil in een deel van het plangebied wijzigt en de situatie van de kering wordt aangepast. Hierbij is rekening gehouden met het uitgangspunt van het Wetterskip, om het tracé van de waterkering in openbaar terrein te leggen. Het tracé wordt over de wegen en een groenstrook aangelegd. Het huidige en voorgestelde verloop van de kering is weergeven in figuur 4.1. Over de inpassing van de woningbouw en beplanting bij het keringtracé heeft afstemming met het Wetterskip plaatsgevonden.

Figuur 4.1

Huidige (blauw) en beoogde (rood) waterkering.

Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te lichten. De transformatie van het terrein neemt een grote oppervlakte verharding weg uit een polderpeil. In de nieuwe situatie wordt het terrein groen en waterrijk uitgevoerd. Water afkomstig van de verhardingen kan afstromen op het boezemwater. Hierin wordt een grote oppervlakte extra waterberging gerealiseerd.

36

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Compensatie waterberging Door een toename aan verharding kan hemelwater versneld afvoeren, waardoor de druk op de waterberging toeneemt. Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat een toename van verharding wordt gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Voor de boezem geldt een compensatienorm van 5%, voor het polderpeil is dit 10%. Te dempen watergangen moeten voor 100% worden gecompenseerd. Met de grote oppervlakte water die in het plan wordt gebracht wordt ruimschoots voldaan aan de compensatienorm. Drooglegging In relatie tot het waterpeil adviseert het Wetterskip om bij bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter aan te houden en bij bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 meter. Daarmee wordt het opdrijven van verharding voorkomen. Het plan is om het plangebied vrij voor de boezem te leggen met een peil van -0,52 m NAP. Dit vastgestelde peil is een streefpeil. Het werkelijke peil is als gevolg van opstuwing en weersomstandigheden niet altijd gelijk aan het streefpeil. Omdat het gebied vrij voor de boezem ligt wordt het niet door een waterkering beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Daarom moet rekening worden gehouden met het maatgevende boezempeil. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen.

Bij de uitwerking van de plannen zal hier rekening mee worden gehouden. Het uitgangspunt is het aanleggen van de gebouwen op 0,4 tot 0,5 m NAP. In ieder geval wordt een aanleghoogte gehanteerd die hoger is dan +0,18 m NAP (streefpeil + 0,7 m drooglegging). Daarmee voldoet het plan ook aan het advies om boven het maatgevend boezempeil aan te leggen. Wateroverlast wordt in het nieuwe plan beperkt door de gronden op te hogen, zodat het totale plangebied op voldoende hoogte ligt om voldoende drooglegging te waarborgen. Verder moet ook bij de realisatie van bruggen, steigers, vlonders en dergelijke rekening worden gehouden met een sterk fluctuerende peil van de boezem. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Voor de afvoer van afvalwater en regenwater wordt het voorkeursbeleid van het Wetterskip gevolgd. Onder de wegen in het plangebied komt een vrijvervalriool, waarmee het vuilwater van de recreatiewoningen wordt afgevoerd. Het regenwater wordt via natuurlijke afloop naar open water in de boezem afgevoerd. Hiertoe komen langs de hoofdweg molgoten en straatkolken te liggen. Hoofdwatergangen Langs de oostzijde van de J.W. Visserwei ligt een hoofdwatergang met daarin enkele duikers. Deze hoofdwatergang wordt vanaf de J.W. de Visserwei onderhouden. De aanplant van de bomen mogen de doorstroom en het onderhoud van de hoofdwatergang niet verslechteren.

Ook de Rjochte Grou is een hoofdwatergang. Voor deze watergangen geldt dat onderhoud mogelijk moet blijven. Voor werkzaamheden in de beschermingszone van 5 meter langs deze hoofdwatergangen zijn vergunningplichtig.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

37

Waterkwaliteit De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Conclusie Op deze wijze is in het plan voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Bij de verdere planvorming blijft het Wetterskip betrokken.

4.9

Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Partiële herziening Archeologie De gemeente heeft op 29 maart 2022 het paraplubestemmingplan Partiële herziening Archeologie vastgesteld. Dit ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente.

Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, exclusief de gronden van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel, voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor het plangebed geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, waarbinnen bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 centimeter onder maaiveld een onderzoek uitgevoerd moet worden. Toetsing In het kader van de ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in bijlage 13. Uit het onderzoek blijkt dat de archeologisch interessante dekzandlaag op 3,5 tot 4,4 meter diepte ligt. In de bovenlagen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis daarvan wordt geadviseerd om bodemingrepen die beperkt zijn tot 3 meter onder maaiveld vrij te geven voor wat betreft archeologisch vervolgonderzoek. Dergelijke onderzoeken zijn als gevolg van de uitvoering van dit plan niet aan de orde. Het plan is daarmee uitvoerbaar voor wat betreft archeologie.

38

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Voor een toekomstige bescherming van de archeologische waarden wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ gehandhaafd. Wel is voor het onderzochte deelgebied een aanduiding opgenomen, waarmee de vrijgestelde verstoringsdiepte is vastgelegd op 3 meter onder maaiveld (in plaats van 0,4 meter). In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan.

4.10

Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK). Op deze kaarten is informatie opgenomen cultuurhistorische waarden. Een fragment van de kaart is opgenomen in figuur 4.2.

Figuur 4.2

Fragment Cultuurhistorische Kaart Fryslân

Toetsing Hoewel het plangebied een bijzondere geschiedenis heeft als bedrijfslocatie in Grou, is er geen sprake van beschermde cultuurhistorische waarden. Bij de aanleg van het bedrijventerrein zijn de historische sporen, zoals een boerderijplaats in het zuidwesten, verdwenen. De J.W. de Visserwei is een ruilverkavelingsweg aangelegd in de jaren ‘50. Wel liggen rondom het plangebied Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

39

cultuurhistorisch bijzondere elementen. Aan de zuidzijde de eeuwenoude waterloop Rjochte Grou. Verder liggen er enkele historische boerderijplaatsen (rood) rondom de locatie en is de dorpskern aan de overzijde van de Rjochte Grou gedeeltelijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht (donkerrood). In het ontwerp is rekening gehouden met het beschermde dorpsgezicht (zie paragraaf 2.3). De cultuurhistorisch waardevolle Rjochte Grou blijft ongewijzigd. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied en daaromheen.

4.11

Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Grou en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan worden maximaal 185 woningen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.12

Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.

40

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

5

Juridische regeling

5.1

Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

Hoofdopzet regels De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In de Begrippen zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In de Wijze van meten is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bestemmingsregels. De meeste bestemmingen bestaan uit: a. b.

een bestemmingsomschrijving; en bouwregels.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

41

Daarnaast is bij verscheidene bestemmingen opgenomen: c. d.

een afwijkingsmogelijkheid; en/of gebruiksregels.

Ad a. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving is vooral van belang om vast te stellen waartoe de gronden mogen worden gebruikt. In het kader van de handhaving is de bestemmingsomschrijving dan ook van groot belang. Ad b. Bouwregels De bouwregels geven de bouwmogelijkheden aan. Omdat steeds is opgenomen dat alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden niet los te zien van de bestemmingsomschrijving. Ad c. Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bepaalde regels. In beginsel betreft het afwijkingen van geringe aard, waarbij de aan de grond toegekende bestemming niet mag worden gewijzigd. Ad d. Gebruiksregels In sommige bestemmingen wordt uitdrukkelijk aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Desgewenst kunnen specifieke vormen van gebruik worden uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die in hun algemeenheid voor het hele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan.

De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.

5.3

Toelichting op de bestemmingen Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Groen’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Woongebied’. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De bedrijfsbestemmingen zijn afgestemd op het bestemmingsplan Grou, om zoveel mogelijk ‘beleidsneutraal’ te wijzigen. Bedrijf - Nutsvoorziening Voorop het terrein van Van Vuuren, aan de J.W. de Visserwei, staat een nutsgebouw. Dit behoud de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’.

42

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Bedrijventerrein De bedrijfskavels op het bedrijventerrein Biensma behouden de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Alleen de nadere aanduiding ‘bedrijven tot en met milieucategorie ..’ is aangepast, van categorie 4.1 en 4.2 naar categorie 3.2. Deze gronden zijn bestemd voor de vestiging van bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 van de bedrijvenlijst. Deze lijst bevat een indeling van bedrijfstypes in categorieën. Met aanduidingen is aangegeven waar bepaalde vormen van detailhandel bij recht zijn toegestaan. Op het bedrijventerrein zijn niet toegestaan: Bevi-inrichtingen, vuurwerkbedrijven, Wgh-inrichtingen en inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het besluit MER 1994. De bestaande bedrijfswoningen zijn middels een aanduiding bij recht toegestaan. Voor nieuwe bedrijfswoningen geldt dat deze gerealiseerd kunnen worden op basis van de in het plan opgenomen afwijkingsmogelijkheid (omgevingsvergunning), mits voldaan wordt aan de gestelde criteria. Verder zijn afwijkingsmogelijkheden voor het gebruik (omgevingsvergunning) opgenomen voor bedrijven van een hogere milieu categorie mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, detailhandel ten behoeve van bepaalde specifiek genoemde categorieën en de vestiging van een Bevi-inrichting onder bepaalde voorwaarden. Voor de afwijkingsmogelijkheden (omgevingsvergunning) geldt verder een algemeen afwegingskader.

Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening. Hierbij kan sprake zijn van een combinatie met water(partijen), fiets- en wandelpaden, bijvoorbeeld in parken. Deze functies zijn dan ook bij recht mogelijk in deze bestemming. In de bestemming Groen vallen ook de overtuinen en groenzone langs de centrale watergang. Deze krijgen natuurlijke oevers, waar in beperkte mate wel de mogelijkheid is om bij het water te komen of een boot aan te leggen aan een kleine steiger. Daarvoor is binnen deze bestemming de aanduiding ‘steiger’ opgenomen. Voor steigers geldt dat er één steiger per aansluitend woonperceel is toegestaan met een lengte van 3 en een breedte van 1 meter. Bruggen zijn overal in deze bestemming toegestaan. Verkeer Wegen die een belangrijke verkeersontsluitende functie hebben vallen onder de bestemming ‘Verkeer’. De inrichting van deze wegen is hier ook op afgestemd. Vanwege dit duidelijke verschil met de overige woonstraten in het plangebied, hebben deze wegen deze bestemming gekregen. Naast wegen, straten, voet- en rijwielpaden, is deze bestemming ook in beperkte mate bedoeld voor groen- en parkeervoorzieningen, waterlopen, waterpartijen, sloten, bermen en beplanting, kades en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

De overige woon- en ontsluitingsstraten zijn mogelijk op basis van de andere bestemmingen.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

43

Water De in het plangebied aanwezige hoofdwatergangen, met daarbij behorende oevers en bouwwerken vallen onder de bestemming "Water". Overige waterlopen en waterpartijen zijn mogelijk gemaakt binnen de overige bestemmingen. Voor privésteigers is bepaald dat deze alleen ter plaatse van de aangeduide locaties gebouwd mogen worden. Voor steigers geldt dat er één steiger per aangrenzend woonperceel is toegestaan met een lengte en breedte van 3 en 1 meter. Bruggen zijn overal in deze bestemming toegestaan. Binnen de aanduiding ‘haven’ mag een collectieve aanlegvoorzieningen in de vorm van steigers worden gerealiseerd. Woongebied De bestemming 'Woongebied' is van toepassing op het te ontwikkelen nieuwe woongebied. Dit gebied bestaat uit een stedelijke woonmilieu, wat tot uitdrukking komt in een combinatie van gestapelde bouw (appartementen), rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen. Een groot gedeelte van de woonbestemming zal ingericht worden met uitgeefbare woonkavels. De bestemming biedt vrije uitwisselbaarheid tussen deze woonkavels en openbare gebieden, zoals wegen, parkeervoorzieningen en pleinen, groenvoorzieningen en water. Conform het in hoofdstuk 2 beschreven plan zijn de zogenaamde ‘bouwvlekken’ in de verbeelding vertaald naar bouwaanduidingen met ieder een eigen specifieke regeling.

Deze systematiek legt de beschreven hoofdstructuur vast, zonder de stringent te worden in de inrichting. Het plan vormt daarmee een flexibel kader voor de uitwerking van het gebied. Daarbij is de systematiek van de gemeentelijk plannen, zoals Middelsee, gevolgd. Het aantal woningen is voor het hele plangebied vastgelegd zodat er flexibiliteit blijft waar de woningen precies worden gerealiseerd. Binnen het plangebied geldt een maximum van 185 woningen. Er wordt onderscheid gemaakt in 5 woonvlekken, waaronder het havengebouw dat een accent vormt. In de regels zijn per woongebied specifieke regels aangegeven voor de bouwhoogte en de dichtheid van de bebouwing die het karakter van het specifieke woongebied bepalen. Voor het overige wordt aangesloten bij de gemeente-breed toegepaste regels voor aan huis verbonden werk en logies (B&B). Woongebied 1 (het centrale gebied) In dit plandeel zijn alle soorten grondgebonden woningen mogelijk met een bebouwingspercentage van maximaal 70% op de kavels. Een goot- en bouwhoogte van maximaal 7 en 11 meter laat twee forse bouwlagen met kap toe. In dit gebied zijn enkele structuurbepalende groenvoorziening als zodanig aangeduid. Deze vlakken moet voor minimaal 70% uit openbaar groen bestaan.

Langs de Rjochte Grou is een afwijkende bouwhoogteregeling opgenomen, waar voor ten hoogste 45% van de hoofgebouwen een maximale bouwhoogte van 12 meter is toegestaan. De overige 55% moet hier wel voldoen aan de basisregel (goot- en bouwhoogte 7 en 11 meter).

44

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

Woongebied 2 (wonen in het groen) Binnen dit gebied wordt voorzien in vrijstaande en tweekappers gebouwde woningen, waarbij relatief kleine kavels in een groter parkachtig gebied staan. Deze kavels liggen strak rondom de bebouwing, waarmee het bebouwingspercentage bij 100% is. Hier tegenover staat dat 60% van het aanduidingvlak als openbaar groen (inclusief paden) ingericht moet worden. In dit gebied mogen ook geen parkeerplaatsen worden aangelegd. De goot- en bouwhoogte is hier maximaal 7 en 11 meter. Woongebied 3 (noordoostelijke rand en langs de centrale watergang) Binnen dit gebied wordt voorzien in vrijstaande en tweekappers gebouwde woningen. Er wordt uitgegaan van een wat lager bebouwingspercentage op de kavels van 50%. De toegestane goot- en bouwhoogte is 7 en 11 meter. Woongebouwen Voor de woongebouwen is de maximale goot- en bouwhoogte relevant. Voor het westelijk woongebouw geldt dat dit plat wordt, met een maximumhoogte van 13 meter. Het oostelijk gebouw mag een accent vormen, met een kapvorm, waarbij een goot- en bouwhoogte van 11 en 14 meter geldt. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden een half verdiepte parkeeroplossing onder het gebouw te realiseren. Op het havengebouw bij de oostelijke waterpartij in het plan, is de aanduiding ‘gemengd’ van toepassing.

Hier biedt het plan de mogelijkheid om in de eerste bouwlaag een commerciële functie in de vorm van dienstverlening, maatschappelijke functies en/of horeca toe te staan. Het moet gaan om een relatief kleine of lokale functie, daarom is de oppervlakte beperkt tot in totaal 500 m 2, waarvan ten hoogste 250 m2 bvo horeca. Aanvullende gevelgeluidwering De door de bedrijven verzochte aanvullende gevelgeluidwering (zie paragraaf 2.3) is geregeld binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke gevelgeluidwering’. Binnen deze aanduidingen moeten de op het bedrijventerrein gerichte gevels wordt uitgevoerd en in stand gehouden met een gevelgeluidwering van minimaal 26 dB. Geluidhinder op de derde bouwlaag Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat langs de westrand van het plangebied, voor de eerste woningen in het woongebied, in de derde bouwlaag niet wordt voldaan aan de grenswaarden voor geluid. Om te voorkomen dat bedrijven hierdoor gehinderd worden in de bedrijfsvoering, verplicht het bestemmingsplan de toepassing van een dove gevel in deze bouwlaag. Hiervoor is op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke aanduiding – geluidbelasting 3e bouwlaag’ opgenomen. Waarde - Archeologie 5 De gebieden met een archeologische waarde zijn op basis van de betreffende waarde ondergebracht onder de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5.

Binnen deze bestemmingen is opgenomen onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning voor bouwwerken nodig is. Voor Waarde - Archeologie 5 geldt een oppervlakte van 2.500 m2 en meer.

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

45

Standaard geldt een vrijstellingsdiepte van 0,4 meter. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat voor de ontwikkellocatie deze diepte kan worden verruimd naar 3 meter onder maaiveld. Hiervoor is de aanduiding ‘specifiek vorm van waarde – archeologische diepte 3m’ opgenomen.

46

Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein 23-795-1 | Vaststelling

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Bij de ontwikkeling van het plan is het dorp nauw betrokken geweest en geïnformeerd tijdens verschillende bijeenkomsten. Er is een klankbordgroep gevormd die actief meedenkt. Het participatietraject heeft ertoe geleid dat het plan niet als voorontwerp ter inzage wordt gelegd. Het proces is uitgebreid beschreven in bijlage 14. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen zijn in ieder geval besproken met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Gasunie, Liander en Brandweer Fryslân. De ingekomen reacties zijn samengevat en beantwoord in de reactienota vooroverleg, die samen met de inkomende overlegreacties is opgenomen in bijlage 15. Op basis van de ingekomen reacties is het bestemmingsplan op enkele onderdelen aangepast. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 21 december 2023 tot en met 1 februari 2024. Gedurende deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze kenbaar maken. In totaal zijn er 29 zienswijzen ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=542a5910-0589-4b4a-942f-0e9f76a8815b