CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie weidevogelcompensatie 2014-2022 provincie

Besluitvorming (raad) 21 juni 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Hem inclusief bijlagen (o.a. welstandscriteria)29.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een voorbeeld hiervan is het monitoren van de toestand van het grasland en de aanwezige kruiden.

4.4

Beheerlocatie 1 en 2 (De Haak en Wiarda → Jorwert, Hilaard, e.o)

In 2011 is gestart met de aanleg van De Haak om Leeuwarden, hierbij is een groot gebied, welke vanwege haar openheid en rust geschikt was voor weidevogels, verstoord geraakt. Het gebied wat verloren is gegaan door deze ontwikkeling is 356 ha. Door de aanleg van het tracé is namelijk het leefgebied versnipperd geraakt waardoor ook deze oppervlakten als verloren zijn beschouwd. Het gaat hier om het gebied tussen De Haak en de stad Leeuwarden, dit wordt in Figuur 2: Verstoring Zuidkant Leeuwarden aangegeven als Newtonpark en Zuidlanden. In hoofdstuk 6

Financiën weidevogelcompensatie wordt verder ingegaan op de verplichting dit geldt voor dit gebied. Na uitspraak van de Raad van State is vastgelegd dat er voor een oppervlakte van 142 ha weidevogelcompensatiebeheer zal moeten worden geregeld voor de aanleg van De Haak, waarvan 50% (met een marge van 10%) wordt verworven voor de weidevogelkernen (ECLI:NL:RVS:2010:BO4217). Voor beheerlocatie de Haak zijn de eerste overeenkomsten afgesloten in 2011. Er liggen nu overeenkomsten voor 63,78 ha aan agrarisch beheer en 81,6 aan natuurbeheer (waarvan zo’n 2,6 ha voor project Newtonpark).

Figuur 2: Verstoring Zuidkant Leeuwarden

In 2014/2015 is gestart met de bouw van de woonwijk Wiarda. Hiervoor was aanvankelijk de compensatieverplichting bepaald op 26,2 hectare. Na uitspraak van de Raad van State is vastgelegd dat niet alleen voor het gebied Wiarda maar ook voor de Zuidlanden overig (gezamenlijk 75,3 ha) gecompenseerd moet worden, zie Figuur 2: Verstoring Zuidkant Leeuwarden. Het gebied wat overblijft voor de weidevogels zou een te kleine oppervlakte worden en moet als verloren beschouwd worden. De uitspraak luidde als volgt: de raad van gemeente Leeuwarden dient opnieuw de omvang te bepalen van de compensatie van het weidevogelgebied dat als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkelingen verstoord wordt. Daarbij dient hij, behalve de verstoring in het plangebied zelf, ook de verstoring te betrekken van de gronden ten zuidwesten van de Hounsdyk die op de bij het Werkplan Weidevogels in Fryslân behorende kaart Openheid en rust zijn aangemerkt als “voor weidevogels geschikt gebied”. Tevens dient de raad daarbij inzichtelijk te maken in hoeverre, ten aanzien van de verwachte verstoring van het juistbedoelde gebied ten zuidwesten van de Hounsdyk, voor compensatie geschikte gronden beschikbaar zijn en een indicatie te geven van de globale ligging van dergelijke gronden (201102546/1/T1/R4). In navolging van deze uitspraak is een plan opgsteld en 7,7 ha omgezet in weidevogenatuur.

Dit plan is voorgelegd aan de Raad van State. Zij zien geen grond voor het oordeel dat de raad, door de te verwerven 7,7 hectare gronden aan te merken als geschikt voor compensatie, in strijd heeft gehandeld met artikel 2

van de Ffw. Oftewel, het compensatieplan om te zorgen voor 7,7 ha weidevogelnatuur is voldoende om het gebied te compenseren. Het weidevogelcompensatiebeheer voor deze projecten (De Haak en Wiarda) vindt plaats binnen het werkgebied van Natuerkooperaasje Baarderadiel. Zij verzorgen in samenwerking met de lokale beheerders, vogelwachten, mozaïekregisseur en vrijwilligers het weidevogelbeheer. Het vormt hiermee een aanvulling op het al aanwezige natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer, tezamen in 2019 een 1.420 ha. In overeenstemming met de beheerders zijn contracten opgesteld waarin is aangegeven welke pakketten waar liggen. Op deze wijze is een beheermozaïek gecreëerd die ook aansluit bij de rest van het weidevogelbeheer. Oók voor het natuurbeheer is aangegeven op welke wijze het beheer uitgevoerd gaat worden, maar voor de vergoeding wordt hier wel aangesloten bij de werkwijze van het Subsidieregeling Natuur en Landschapsbeheer. In Tabel 2: Overzicht beheerlocaties is aangegeven per locatie welke contracten afgesloten zijn, voor hoeveel hectares en welke periode. In Bijlage 4: Kaart weidevogelkansgebieden is aangegeven welke beheerpakketten waar zijn afgesloten. Voor deze beheerlocaties zijn gedurende de looptijd geen inhoudingen geweest van de vergoedingen voor het weidevogelbeheer.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat ieder jaar voldaan wordt aan de uitvoering van het beheer wat is afgesproken. Inrichting: Naast afspraken over beheer zijn er binnen de oppervlakten van natuurbeheer van beheerlocatie De Haak ook afspraken gemaakt over herinrichting. Hiervoor zijn met o.a. met de beheerders, waterschap en de Natuerkooperaasje Baarderadiel gesprekken gevoerd. Uiteindelijk heeft dit geleidt tot een inrichtingsplan. Vanwege weersomstandigheden en benodigde vergunningen zijn de onderdelen van dit plan in fases uitgevoerd. In 2022 zal de laatste hand worden gelegd, waarna alle werkzaamheden in het inrichtingsplan zijn uitgevoerd. Hieronder in Figuur 3: Voorgestelde inrichtingsmaatregelen voor compensatiegebied Westerhûs is het inrichtingsplan weergegeven. De belangrijkste aanpassing binnen het gebied zijn dammen, deze zorgen ervoor dat het waterpeil binnen het gebied opgezet kan worden.

Figuur 3: Voorgestelde inrichtingsmaatregelen voor compensatiegebied Westerhûs

Ontwikkeling weidevogelstand: Naast de beheerverantwoording stelt de Natuerkooperaasje Baarderadiel ook ieder jaar een collectief beheerplan (CBP) op. In deze plannen wordt ingegaan op de hoeveelheid aan beheer, de ontwikkeling van de weidevogelstand en wordt een toelichting gegeven bij deze ontwikkeling. Vanaf 2013 tot en met 2019 zijn de plannen beschikbaar. Voor de jaren 2020 t/m 2022 zal nog een Collectief BeheerPlan worden opgesteld. Verantwoording voor deze jaren heeft wel plaatsgevonden, maar verslaglegging is vanwege diverse redenen uitgesteld. In Grafiek 1: Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha, beheerlocatie 1 en 2 is het aantalsverloop van de 4 hoofdsoorten weidevogels voor het particulier natuurbeheer binnen het werkgebied van de natuurcoöperatie weergegeven. Hiervoor zijn de gegevens uit de geleverde CBP’s van de natuurcoöperatie gebruikt. Hieronder vallen naast de 81,6 ha vanuit De Haak en 7,7 ha vanuit Wiarda, ook de percelen van particulieren die beheer hebben afgesloten in kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschapsbeheer. Het compensatiebeheer vormt hier tezamen met het provinciaal natuurnetwerk de basis voor het weidevogelbeheer in de regio. Een uitsplitsing specifiek voor compensatiebeheer voor alle jaartallen kon op basis van de CBP’s niet worden weergegeven.

Vanwege de toename van het aantal ha’s natuurbeheer zijn de aantallen gemiddeld per 100 ha.

In Grafiek 1: Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha, beheerlocatie 1 en 2 is per hoofdsoort weidevogel het aantalsverloop weergegeven. Wat hieraan opvalt voor alle 4 soorten er een negatieve trend is, waarbij de aantallen grutto en kievit de laatste jaren sneller dalen. Een verklaring voor deze daling ligt volgens de betrokkenen in een combinatie van de droogte tijdens het broedseizoen van 2018 en 2019 en de predatiedruk (bron: CBP’s en interviews). Tevens is vanaf 2018 ook de oppervlakte van het gebied ten op zichtte van de voorgaande jaren gegroeid met 70 ha. Grafiek 1: Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha, beheerlocatie 1 en 2

Aantal broedparen

Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Kievit Grutto Tureluur Scholekster 2013

2014

2015

2016 Jaar

2017

2018

2019

In Grafiek 2: Verloop broedparen in agrarisch beheer per 100 ha is per hoofdsoort weidevogel het aantalsverloop weergegeven. Wat hierin opvalt dat na een negatieve trend deze de afgelopen jaren omgezet in een positieve trend. Voor de meeste soorten geldt dat deze weer op het aantalsniveau zitten van 2013. Voor de kievit lijkt deze te zijn toegenomen, maar deze lijn laat ook meer schommelingen zien. De daling in de eerste jaren komt door de toename van de predatie en dan met name de vos. Deze heeft zich in 2013/2014 weten te vestigen in het gebied. De stijging in aantallen vanaf 2017 wordt naar alle waarschijnlijk veroorzaakt doordat er 3 beheerders bij zijn gekomen. Deze beheerders zijn bevlogen en zijn een voorbeeld voor de regio op gebied van weidevogelbeheer. In de gebieden die zij beheren zitten gemiddeld gezien meer weidevogels dan in de al bestaande contracten. Zij zorgen hiermee dan ook voor een toename in het verloop. Echter is binnen de oppervlakten met agrarisch beheer ook sprake van een hoge predatiedruk. De natuurcoöperatie geeft dan ook aan hier meer op te willen inzetten. Grafiek 2: Verloop broedparen in agrarisch beheer per 100 ha, beheerlocatie 1 en 2

Aantal broedparen

Verloop broedparen in agrarisch beheer per 100 ha 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Kievit Grutto Tureluur Scholekster 2013

2014

2015

2016 Jaar

2017

2018

2019

Het compensatiebeheer maakt in het gebied van de natuurcoöperatie onderdeel uit van een groter geheel. In 2019 is binnen het gebied voor een oppervlakte van 1.420 ha weidevogelbeheer uitgevoerd en zijn er in totaal 1.866 broedparen geregistreerd van de vier hoofdsoorten. Dat komt overeen met een gemiddelde van 131 broedparen per 100 ha. Dat geeft aan dat dit gebied uitermate geschikt is voor de weidevogels. De omvang van het beheer en de ruimtelijke samenhang zorgen er gezamenlijk voor dat er gedurende het broedseizoen geschikt habitat aanwezig is voor weidevogels en zij hierin keuzes kunnen maken. Uit mondelinge gesprekken komt naar voren dat de weidevogels binnen de gebieden verschuiven naar geschiktere plekken gedurende het seizoen. De grutto verplaatst zich met de jonge kuikens bij een hoge predatiedruk weg naar die plekken waar deze druk lager is en zoekt hierbij nadrukkelijk de plasdrassen op. Vergeleken met de landelijke en provinciale trend laat het verloop van broedparen in natuurbeheer op deze locatie een sterkere daling zien voor grutto en kievit. Provinciaal neemt de tureluur toe, terwijl dat binnen deze oppervlakte juist afneemt. Het verloop in agrarisch beheer laat juist voor de 4 hoofdsoorten een positiever beeld zien dan ten op zichtte van de landelijke en provinciale trend.

Echter moet bij deze vergelijking wel worden vermeld dat de oppervlakte aan compensatiebeheer, tezamen met de periode dat compensatiebeheer is uitgevoerd, onvoldoende is om een goede vergelijking te maken.

Figuur 4: Vergelijking landelijke en provinciale trends weidevogels periode 2008 – 2020 uit de Nota Weidevogels 2021-2030 (Opgave Biodiversiteit, 2021)

Naast weidevogels zijn er nog diverse soorten die baat hebben bij het beheermozaiëk en de verhoogde peilen. Echter wordt vanuit de monitoring alleen gekeken naar weidevogels en het voorkomen van predatoren. Informatie over de verspreiding en aanwezigheid van bijvoorbeeld kruiden, insecten en andere soorten voor specifiek deze percelen ontbreekt. Met het afsluiten van de kwalitatieve verplichtingen is vastgelegd dat het gebied eeuwigdurende als weidevogelnatuurgebied zal worden beheerd. Hiermee zijn ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied meer geborgd. Aanpassingen in het landschap en bebouwing zal hier afgestemd moeten worden met de provincie.

4.5

Beheerlocatie 3 (Techum → Wergea – Warten)

Voor deze beheerlocatie zijn geen specifieke monitoringsgegevens beschikbaar. De gegevens waren verwerkt in de collectieve beheerplannen van Coöperatie It Bûtlân. Uit deze stukken is niet duidelijk te achterhalen hoeveel weidevogels op de percelen met compensatiebeheer zaten. Het beheer is hier voor een periode van 13 jaar uitgevoerd, waarna een aantal van de beheerders zijn overgestapt in het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb). Uit de betalingen kan worden geconcludeerd dat alle jaren is voldaan aan de verplichtingen voor beheer. Hieruit is ook naar voren gekomen dat er niet voor 12 jaren beheer is uitgevoerd, maar voor 13 jaren.

Beheerlocatie 4 (De Centrale As → Stinswei Garyp)

4.6

Bij de aanleg van de Centrale As is de compensatieopgave vastgesteld op 46 ha. Aanvullend op deze verplichting zijn met het Projectbureau de Centrale As afspraken gemaakt voor extra weidevogelbeheer en is er naar een locatie gezocht om het weidevogelbeheer te uit te voeren. De Gebiedsontwikkelingscommissie (GOC) heeft hier ook goedkeuring aan gegeven. De uitvoering van het weidevogelcompensatiebeheer voor dit project vindt plaats aan de Stinswei te Garyp. Hier zijn met 5 beheerders/agrariërs overeenkomsten afgesloten voor 18 beheerjaren, geldend voor de periode van 2015 t/m 2032. Het gaat om een totale oppervlakte van 50 hectare. De overeenkomsten liggen voor het overgrote deel op percelen die de provincie Fryslân in eigendom heeft en jaarlijks worden verpacht. Vanuit de provincie waren deze gronden namelijk aangekocht om de weidevogelcompensatie voor de aanleg van de Centrale As te regelen, maar is het wel de bedoeling geweest om die weer op de markt te zetten met voorwaarden voor weidevogelbeheer. Deze voorwaarden worden, net als bij de natuurovereenkomsten, vastgelegd in een kwalitatieve verplichting. Het beheer vindt plaats in afstemming met de gebiedscoördinator van collectief De Noardlike Fryske Wâlden en Fûgelwacht Garyp, zij verzorgen ook de tellingen en rapportage. In Bijlage 4: Kaart weidevogelkansgebieden is aangegeven welke beheerpakketten waar zijn afgesloten.

Voor deze beheerlocaties is gedurende de looptijd één inhouding geweest van de vergoedingen voor het weidevogelbeheer. De beheerder had het grasland al gemaaid in de rustperiode, de vergoeding voor dat jaartal is niet uitbetaald. De jaren erna heeft deze beheerder het beheer weer conform de afspraken uitgevoerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat over het algemeen voldaan wordt aan de uitvoering van het beheer wat is afgesproken. In 2022 is een verkenning gestart waarin wordt onderzocht waar er kansen en mogelijkheden liggen voor het extra weidevogelbeheer en of dit inpasbaar is in het aanwezige beheermozaïek. Hierin wordt ook onderzocht in hoeverre de inrichting aan de Stinswei nog op orde is en of nieuwe beheerpercelen kunnen aansluiten bij deze inrichting. Inrichting: Naast overeenkomsten voor weidevogelbeheer op 50 ha zijn er ook afspraken gemaakt voor de inrichting van het gebied, deze zijn vastgelegd in een inrichtingsplan, zie Bijlage 7: Inrichtingsplan Stinswei. In dit plan wordt toegelicht wat voor biotoopeisen de weidevogel stelt en is vastgelegd wat voor inrichtingsmaatregelen er worden genomen. Naast weidevogelbeheer, is de inrichting op deze locatie ook gericht op het behoud van de aanwezige kwelvegetaties. In een groot aantal sloten groeien namelijk unieke kwelvegetaties met zeldzame soorten (krabbescheer en fonteinkruiden).

De inrichting bestaat uit onderstaande maatregelen (Ziel, 2014). • • • • • •

Tijdelijk opzetten waterpeil in het voorjaar op een aantal percelen, door plaatsen van (pen)-dammen, stuwen en pompen; Aanleg van weidevogelvriendelijke oevers; Aanleggen van een plas-drasperceel van ca. 0,7 ha; Aanleg van meer geleidelijke oevers om kwelvegetaties te bevorderen; Kappen van bosjes, singels en bomen om de openheid te vergroten; Opschonen pingo in het zuiden van het plangebied.

Ontwikkeling weidevogelstand: Op basis van de gegevens van Fûgelwacht Garyp volgt de weidevogelstand in het gebied van de Stinswei grotendeels de provinciale trend van achteruitgang. Echter, sinds 2016 zijn er tekenen van herstel en stabilisatie. Vooral de grutto en tureluur hebben zich na dip in 2017 hersteld en zitten in een positieve ontwikkeling. Het beheer dat is uitgevoerd op de compensatiepercelen lijkt daarin een positieve rol te spelen. Verder is te zien dat er sprake is van een toenemende concentratie in de voor hen optimale delen van het gebied. Dit heeft wel als risico dat bij aanwezigheid vos of andere verstoring er geen uitwijkmogelijkheden zijn. Er zijn nu ook al jaren met een zeer laag broedsucces als gevolg van predatie. Het compensatiebeheer lijkt succesvol, wel geldt dat het in een aantal gevallen nog om percelen gaat met tamelijk productieve vegetaties gaat en daarmee nog geen optimale situatie voor de weidevogels is bereikt. In het gebied broeden in lage aantallen ook andere vogelsoorten dan de 4 steltlopersoorten, zoals krakeend, kuifeend, zomertaling, slobeend, watersnip, veldleeuwerik en graspieper. Van die soorten doen kuifeend, krakeend en graspieper het relatief goed.

Verder valt nog te vermelden dat er in gebied bijzondere slootvegetaties voorkomen, waar het matige intensieve en extensieve gebruik van de compensatiepercelen ook aan bijdraagt (Wymenga & Van der Heide, 2022).

Figuur5: Aantallen nesten en broedparen van vier steltlopers onder de weidevogels op de compensatiepercelen in de Stinswei van 2016-2020. (Wymenga & Van der Heide, 2022)

Naast het weidevogelbeheer zijn de inrichtingsmaatregelen op deze beheerlocatie ook uitgevoerd in kader van de bijzondere kwelvegetaties. Informatie over de toestand en de mate waarin het beheer invloed heeft op deze soorten ontbreekt.

4.7

Beheerlocatie 5 (Windpark Nij Hiddum Houw → It Heidenskip)

Bij de aanleg van het windpark Nij Hiddum Houw is de compensatieverplichting bepaald op 37,7 ha. In samenwerking met het agrarisch collectief Sudwestkust is gezocht naar een geschikte locatie voor weidevogelcompensatiebeheer. Het collectief heeft met meerdere agrariërs gesproken over de mogelijkheid voor beheer. Uiteindelijk zijn voor dit project afspraken gemaakt met 1 agrariër om een gebied van 15 hectare als weidevogelgebied te beheren voor een periode van 12 jaar, waarbij het agrarisch collectief zorgt voor de beheerverantwoording en de monitoring. Het beheer vindt plaats nabij It Heidenskip en is in 2022 gestart. Resultaten over dit beheer zijn dan ook nog niet beschikbaar.

Naast het beheer zijn er ook afspraken gemaakt over de inrichting van de locatie. Echter wordt dit niet gefinancierd vanuit het weidevogelcompensatiefonds. Het collectief had namelijk eerder al een subsidieaanvraag in kader van Plattelands Ontwikkelingsprojecten (POP3) ingediend en zocht hiervoor nog naar een geschikte locatie. Juist de combinatie van deze twee geldstromen heeft ervoor gezorgd dat er een groter gebied, zo’n 27 ha, kon worden ingericht. Delen van deze inrichting zijn inmiddels al uitgevoerd. Tezamen met de beheerverantwoording zal het collectief ook een stand van zaken geven over deze inrichting. Naast het beheer van de 15 ha, welke wordt gefinancierd uit het weidevogelcompensatiefonds, heeft het collectief hier ook afspraken gemaakt voor de overige 12 ha. Zij zorgen ervoor dat deze worden gefinancierd vanuit het agrarisch natuur en landschapsbeheer.

4.8

Beheerlocatie 6 (Diversen → Hilaard noord)

Naast de grote projecten De Haak, Centrale As en windpark Nij Hiddum Houw zijn er in verschillende delen van de provincie Fryslân ook diverse kleinere projecten uitgevoerd welke invloed hadden op het weidevogelkansgebied. Vanwege de omvang (vaak kleiner als 10 ha), tijdelijkheid of locatie van deze projecten is ervoor gekozen om niet direct in de omgeving voor compensatie te zorgen, maar dit te bundelen en in te zetten nabij een bestaand weidevogelgebied. Het weidevogelcompensatiebeheer is voor deze projecten uitgevoerd ten noorden van Hilaard. Het sluit aan bij het cluster van compensatiebeheer van de beheerlocaties 1 en 2. Er is een overeenkomst afgesloten voor natuurbeheer voor een gebied van 10,95 ha, voor een periode van 18 beheerjaren. In Bijlage 6: Kaarten beheerlocaties de locatie en het beheerpakket van dit beheer aangegeven. Voor deze beheerlocaties zijn gedurende de looptijd geen inhoudingen geweest van de vergoedingen voor het weidevogelbeheer. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ieder jaar voldaan wordt aan de uitvoering van het beheer wat is afgesproken.

Inrichting: In het gebied zijn geen grote inrichtingsmaatregelen voorzien. Alleen de mogelijkheid voor het op een natuurvriendelijke wijze aanleggen van de percelen wordt gezien als maatregelen. Middels het afgraven van de sloottaluds kan ervoor worden gezorgd dat de slootwal beter bereikbaar is voor kuikens. Ontwikkeling weidevogelstand: In Grafiek 3: Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha, beheerlocatie 6 is het aantalsverloop van de 4 hoofdsoorten weidevogels voor het gebied weergegeven. Het verloop is hier voor 3 van de 4 soorten nogal grillig. Net als bij de beheerlocaties 1 en 2 geeft de beheerder aan dat seizoen 2020 en 2021 tegenvallen vanwege de aanwezige predatiedruk. De droge jaren 2018 en 2019 lijken minder invloed te hebben op de aantallen. Dit komt naar alle waarschijnlijkheid doordat deze percelen vrij laag liggen en de sloten aangesloten zijn op het boezempeil van de provincie. Hierdoor kan het waterpeil eenvoudiger op peil worden gehouden (bron: beheerverantwoording en overeenkomst beheer). Grafiek 3: Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha, beheerlocatie 6

Verloop broedparen in natuurbeheer per 100 ha 120 100

Aantallen

80 Kievit

60

Grutto

40

Tureluur Scholekster

20 0 2016

2017

2018

2019 Jaren

2020

2021

2022

5 De invulling weidevogelcompensatiebeheer In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de invulling van het weidevogelcompensatiebeheer. Hierin gaat het om de rol van de provincie en andere betrokken partijen, maar ook de keuzes die er zijn om nieuwe overeenkomsten af te sluiten.

5.1

Huidige werkwijze afsluiten beheer

Op dit moment zijn voor 4 beheerlocaties langjarige beheerovereenkomsten afgesloten. Voor deze projecten, zo is in Tabel 2: Overzicht beheerlocatiesFout! Verwijzingsbron niet gevonden. te lezen, zijn verschillende typen overeenkomsten afgesloten met verschillende looptijden. De oorzaken hiervan liggen in wie de gesprekken zijn aangegaan voor compensatiebeheer en waar deze verantwoordelijkheden lagen. Voor grote projecten als De Haak en De Centrale As waren zogeheten projectbureaus actief. Ieder met een eigen takenpakket, verantwoordelijkheden en toezeggingen. Niet alleen zijn hierdoor verschillende soorten contracten afgesloten, maar is ook de administratie en de financiën rondom de weidevogelcompensatie ingewikkeld geworden. De huidige aanpak is om de compensatie in de nabijheid van de verstoring aan te leggen, dit in verband met het verhuisgedrag van de weidevogels (Bos, 2016). Hiervoor zijn geen concrete afstanden genoemd. Als dat niet mogelijk is, bij bijvoorbeeld kleine compensaties, kan het ook gezamenlijk op één locatie uitgevoerd worden. Er wordt ingezet op 12 beheerjaren agrarisch weidevogelbeheer, het zijn dus tijdelijke beheerlocaties. In 2021 werd aangegeven dat er voor het afsluiten van overeenkomsten voor een periode van 12 jaren geen grond was.

In de regeling weidevogelcompensatie Fryslân 2014 zijn namelijk alleen bepalingen opgenomen voor het te storten bedrag, met deze regeling is het niet mogelijk om overeenkomsten voor weidevogelbeheer af te sluiten. Voor beheerlocatie 5, gestart in 2022, wordt dan ook middels opdrachtbrieven geregeld dat hier aan weidevogelbeheer wordt gedaan. Echter heeft men aangegeven dat dit voor de toekomst geen houdbare werkwijze is.

5.2

Voor- en nadelen overeenkomsten

Natuur overeenkomsten voordelen: • Duurzaam weidevogelbeheer geregeld, 30 jaar • Bestemming wordt natuur middels kwalitatieve verplichting • Eeuwigdurend weidevogelgebied • Flexibiliteit binnen het beheer, geen pakketten. Beheer op basis van vertrouwen Natuur overeenkomsten nadelen: • Hoge kosten, 30-jarig beheer + afwaardering + mogelijke inrichtingsmaatregelen • Bestemming wordt natuur, meer restricties voor beheerder/boer • Verlies van oppervlakte bestemming agrarisch • Voor beheerder/boer soms te veel flexibiliteit vanwege ontbreken beheerpakketten • Te weinig controle en sanctieregime op uitvoering beheer • Wat als resultaten achterblijven? Agrarische overeenkomsten voordelen: • Bestemming blijft agrarisch • T.o.v. natuur goedkopere dus meer ha’s realiseerbaar • Duidelijke afspraken omtrent beheerpakketten • Beheer past in de ontwikkeling kritische prestatie indicatoren melkverwerkende partijen, dit zorgt voor een gedeeltelijke beloning uit de markt.

Agrarische overeenkomsten nadelen: • Weinig flexibiliteit in beheer • Kortere looptijd, 12 beheerjaren, minder duurzaam • Beheer is eindig, na 12 jaar nieuwe doorstart of stop •

5.3

Invulling weidevogelcompensatie en weidevogelbeleid

In de Nota weidevogels 2021 – 2030 is het weidevogelbeleid van de provincie vastgelegd. Hierin is aangegeven dat de provincie de ambitie heeft om voor veel weidevogelsoorten de neerwaartse spiraal om te buigen in een opwaartse trend, met als inzet groei van de weidevogelpopulaties. Voor de gidssoort grutto wordt daarbij gestreefd naar minimaal 10.000 broedparen in Fryslân in 2030. Hierbij wordt ingezet op het realiseren van robuuste weidevogelgebieden met kernen van kruidenrijk grasland met een verhoogd waterpeil. De huidige werkwijze van het compensatiebeheer om in de nabijheid van het verstoord gebied te leggen, sluit hier goed bij aan. De verschillende beheerlocaties waar overeenkomsten zijn afgesloten, zijn allen onderdeel van een groter geheel aan weidevogelbeheer. Met name voor de beheerlocaties 1, 2 en 6 is dit aan de orde. Deze overeenkomsten zijn allen in de omgeving van Jorwert/Hilaard afgesloten en vormen tezamen met het agrarisch natuurbeheer en particulier natuurbeheer een relatief aan een gesloten geheel van 1.420 ha beheerd weidevogelgrasland. Ook de aanvullende inrichtingsmaatregelen die zijn genomen op de beheerlocaties 1 en 4, het verhogen van waterpeilen en aanleggen van plasdrassen, komt overeen met de aanbevelingen uit het weidevogelbeleid.

5.4

Toekomstig beheer

Uit paragraaf 3.1 Uitkomsten interviews komt naar voren dat de provincie gezien wordt als de juiste instantie voor het beheren van het budget van het weidevogelcompensatiefonds. Dit betekent dat de provincie ook de instantie is die ervoor dient te zorgen dat het budget ingezet wordt ten behoeve van weidevogelbeheer. Verder komt hierin naar voren dat men gebaad is bij een stip op de horizon, flexibel beheer en duurzaam langjarig beheer. Voor de beheerders met contracten op beheerlocatie 3 was er de mogelijkheid om over te stappen op agrarisch natuur en landschapsbeheer. Of deze mogelijkheid er ook is voor de andere overeenkomsten is nog een vraagstuk. Dit heeft o.a. te maken met het beschikbare budget binnen het ANLb. De laatste jaren is namelijk de vraag naar een subsidie voor weidevogelbeheer gegroeid. Daarnaast zijn er nog vele andere ontwikkelingen die effect hebben op de oppervlakte weidevogelgebied, bijvoorbeeld: het Grutto Aanvalsplan, het NPLG, het NSP-GLB, maar ook de nieuwe ANLb-periode. In paragraaf 3.2 Er zijn zorgen over de toekomst van de landbouw, geef een perspectief Toekomstperspectief weidevogels en compensatiebeheer in Fryslân wordt aangegeven dat met compensatiebeheer een positieve bijdrage kan worden geleverd aan de weidevogelstand in Friesland. Dit kan door middel van populatiegroei en verbetering van de reproductie door habitatherstel op andere locaties.

Hierin wordt aangegeven dat weidevogels zich prima kunnen verplaatsen naar nieuwe gebieden, maar wel voorkeur hebben voor locaties met een al bestaande populatie. In de Regeling Weidevogelcompensatie Fryslân 2014 is wel de compensatieverplichting en het compensatiebedrag vastgelegd, maar de uitvoering van de fysieke compensatie valt echter buiten de reikwijdte van deze regeling. Om dit voor de toekomst wel te regelen dient er een

nieuwe regeling te worden opgesteld óf dient er te worden aangesloten bij bestaande regelingen. Dat kan mogelijk via het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer of de Subsidie Natuur en Landschapsbeheer. Voordeel bij het aansluiten bij de bestaande regelingen zijn onder andere dat monitoring, beheer, controle en rapportage zijn gewaarborgd bij een collectief of natuurorganisatie met een certificaat. Een nadeel is dat er duidelijke afspraken zullen moeten worden gemaakt om voor het compensatiebeheer de rapportage en verantwoording los van het andere beheer te behandelen en moet er een duidelijke scheiding in de verschillende budgetten worden gemaakt. Voor inrichtingsmaatregelen zal dan aangesloten moeten worden bij andere regelingen. Voordeel bij een eigen regeling is dat er eenvoudiger gestuurd kan worden op de te kiezen beheerlocatie en de financiën eenvoudig traceerbaar zijn. Provincie heeft hierin meer vrijheid en kan derden hierin bevragen over nieuwe locaties. Betrokkenen ervaren deze directe lijnen als prettig. Nadeel is dat er geen directe controle van derden met daaronder een certificering (agrarisch) natuurbeheer onder zit. Natuurlijk kan dit als een vereiste in een nieuw te schrijven regeling worden opgenomen. Voor inrichtingsmaatregelen kunnen aparte bepalingen en verplichtingen worden opgenomen.

Naast de bestaande regelingen worden er ook nieuwe regelingen uitgewerkt voor het behoud van weidevogelgebieden, zoals de Subsidieregeling duurzaam weidevogelgrasland. Daarnaast zijn er in het landelijke gebied meer ontwikkelingen die in meer of minder mate te maken hebben met weidevogels. Voorbeelden hiervan zijn het Aanvalsplan Grutto, NPLG en Programma Natuur. Afhankelijk van de reikwijdte en mogelijkheden binnen de plannen kan hier ook bij aangesloten worden. • •

Voorgesteld wordt om een nieuwe werkwijze/uitvoeringsregeling uit te werken óf Compensatiebeheer te regelen via bestaande en toekomstige regelingen

In deze werkwijze/uitvoeringsregeling kunnen onder andere de volgende onderdelen worden opgenomen: • • • • • • •

Scheiding tussen grote en kleine compensatieprojecten (grens op €………) In samenwerking met gebiedspartners zoeken naar mogelijke locaties Compensatiebeheer bij voorkeur binnen (.. km) van verstoord gebied Compensatiebeheer moet starten (.. jaren) voor uitvoering ruimtelijke ontwikkeling Sluit compensatiebeheer aan of leg het in een bestaand weidevogelgebied Inzetten op toekomstbestendig weidevogelbeheer en habitatverbetering Aansluiting zoeken bij andere programma’s en regelingen voor weidevogelbeheer

6 Financiën weidevogelcompensatie Dit hoofdstuk gaat over de financiële kant van de weidevogelcompensatie. Hierin wordt een overzicht gegeven van alle verplichtingen en hoe deze zijn ingevuld in beheer.

6.1

Overzicht compensatieverplichtingen

Ieder jaar komen er diverse vraagstukken voorbij in kader van de Weidevogelcompensatie. Zodra er een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is, wordt door de provincie beoordeeld of er sprake is van een compensatieverplichting. In totaal zijn er tot nu toe 146 vraagstukken binnengekomen, waarvan is onderzocht of er sprake is van een compensatieverplichting. Vanaf 2014 is de compensatieverplichting een financiële verplichting van het bevoegd gezag, zij zijn verantwoordelijk voor het storten van een berekend bedrag in het Weidevogelcompensatiefonds. In een aantal projecten is, vanwege rechtszaken, er ook een verplichting voor het minimaal aantal hectares weidevogelbeheer. In Grafiek 4: Status verplichting projecten is de status van de 45 projecten met een verplichting weergegeven. Er zijn in totaal 15 projecten waarvan de compensatieverplichting nog niet is voldaan. In Bijlage 8: Overzicht verplichtingen en inkomsten is een compleet overzicht van de projecten gemaakt inclusief de bij behorende bedragen. Grafiek 4: Status verplichting projecten

Status verplichting projecten Aantal projecten

35 Nog in ontwikkeling

30 25

Onbekend, onderzoek

20 15

Voldaan

10 5 0

Status

Voldaan, ook nog KV betaald

Voor 2 projecten zijn naast de stortingen van derden ook de bedragen voor afwaardering van een aantal percelen (deels) betaald door de provincie. Deze betalingen kunnen worden gezien als inkomsten/storting door de provincie. Daarnaast heeft de provincie voor nog één de afwaardering betaald, maar deze geldt als compensatie voor diverse projecten en is niet duidelijk toe te schrijven aan 1 project. Los van deze betalingen heeft de provincie, i.v.m. gemaakte afspraken, nog een aantal keren een bijdrage gestort in het weidevogelcompensatiefonds voor de bundelingsgebieden. Al deze betalingen tezamen komen uit op een totale bijdrage van de provincie van € 2.249.193, zieTabel 3: Bijdragen provincie. Tabel 3: Bijdragen provincie Betaling Provinciale bijdrage bundelingsgebieden Provincie, afwaardering project 1 Provincie, afwaardering project 4 Provincie, afwaardering diverse projecten Totaal

Bedrag € 225.303 € 1.267.370 € 264.520 € 492.000 € 2.249.193

De totale financiële verplichting voor alle projecten die zijn voldaan bedraagt € 7.011.371, zie Bijlage 8: Overzich. Echter is, samen met de betalingen voor de kwalitatieve verplichtingen en de stortingen door de provincie, er in totaal een bedrag van € 8.993.915 binnengekomen in het weidevogelcompensatiefonds. Er kan dus worden geconcludeerd dat voor deze projecten ruim voldoende is voldaan aan de verplichting. Voor het project met de status “Onbekend, onderzoek” geldt dat het nog niet duidelijk is of er is voldaan aan de financiële verplichting. Aan de desbetreffende gemeente is gevraagd naar de status van dit project en of de initiatiefnemer heeft voldaan aan de verplichting, mogelijk moet hier nog een afrekening plaatsvinden. Voor de projecten met de status “Nog in ontwikkeling” geldt dat afhankelijk van het doorgaan van deze projecten of er nog een brief met een compensatieverplichting moet worden verstuurd.

6.2

Overzicht projecten tot beheer

In deze paragraaf wordt aangegeven hoe het zit met de financiën voor de verschillende beheerlocaties. Hierbij worden de inkomsten van de uit de vorige paragraaf genoemde projecten vergeleken met de verplichtingen die de provincie is aangegaan voor compensatiebeheer. Vanuit het weidevogelcompensatiefonds worden voor een 5-tal locaties beheerders gesubsidieerd voor weidevogelbeheer, het beheer op 1 locatie is reeds afgerond. In totaal is, t/m beheerjaar 2022, € 4.983.505 uitgegeven in kader van weidevogelcompensatiebeheer. De totale kosten voor alle afgesloten contracten, op basis van de in de overeenkomsten genoemde bedragen, zijn berekend op € 1.544.839. In totaal betekent dit dat er € 2.465.571 beschikbaar is voor weidevogelcompensatiebeheer. In Tabel 4: Overzicht financiën per beheerlocatie is aangegeven wat de inkomsten en betalingen zijn voor deze locaties en wat er voor deze locaties nog beschikbaar is. Tabel 4: Overzicht financiën per beheerlocatie Beheerloc. 1 2 3 4 5 6 7 8

Naam De Haak en Newtonpark Wiarda Techum Centrale as NHH NM + Tjongervallei Nog opzetten Restant WVC nog af te sluiten Totalen

Inkomsten € 5.048.532 € 791.349 € 228.182 € 480.000 € 270.396 € 773.739 € 687.177

Betaald € 3.367.264 € 436.477 € 416.948 € 196.622 € 22.000 € 544.194

Nog te betalen vanaf 2023 € 930.325 € 29.839 €0 € 282.742 € 242.000 € 59.934

€ 714.539 € 8.993.915

Beschikbaar € 750.943 € 325.032 -€ 188.765 € 636 € 6.396 € 169.612 € 687.177 € 714.539

€ 4.983.505

€ 1.544.839

€ 2.465.571

Uit Tabel 4: Overzicht financiën per beheerlocatie blijkt dat voor de locaties 1, 2, 5 en 6 er een bedrag beschikbaar blijft om nog te besteden. Dit wordt veroorzaakt doordat voor deze projecten de kwalitatieve verplichtingen zijn betaald door de provincie en er binnen deze beheerlocaties budgetruimte over is gehouden voor last-minute beheer en tariefwijzigingen. In de volgende paragraaf wordt een voorstel gemaakt voor het beschikbare budget. Een belangrijk onderdeel daarin zijn de nog niet eerder doorgevoerde tariefwijzigingen. Ingezet wordt om dit in 2023 met de beheerders te regelen. Voor de projecten 3 en 4 geldt dat er een tekort is ontstaan vanwege de uitgaven aan beheer. Uit onderzoek naar beheerlocatie 3 blijkt dat op basis van de gemaakte afspraken voor beheer en de daarbij behorende vergoedingen, er een tekort ontstond op het project. Daarnaast is er ook nog eens 1 jaar extra aan weidevogelbeheer uitgevoerd op deze locatie. Voor locatie 4 geldt dat dit wordt veroorzaakt door aanvullende kosten voor verantwoording en rapportage. Deze tekorten kunnen worden aangevuld middels de door de provincie gestorte bedragen, deze zijn in de tabel opgenomen als Restant WVC nog af te sluiten.

6.3

Voorstel budget weidevogelcompensatie

Uit onderzoek naar de huidige verplichtingen komt naar voren dat voor de bestaande overeenkomsten geen tariefwijzigingen zijn doorgevoerd, terwijl de tarieven voor natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gestegen. Gezien dit wel in de overeenkomsten staat, wordt er voorgesteld om de tarieven voor de lopende contracten te actualiseren en hiermee gelijk te trekken met de tarieven uit het ANLb en SNL. Hierbij worden de tarieven voor het beheerjaar 2023 als basis gebruikt. Tevens wordt voorgesteld om voor een aantal contracten de periode voor beheer te verlengen zodat dit overeenkomt met de einddatum of lengte van de andere contracten in de regio. Ook wordt er budget gereserveerd voor toekomstige tariefwijzigingen en nieuwe beheerlocaties. Al deze voorstellen zijn uitgewerkt per beheerlocatie en doorberekend om na te gaan of hiervoor voldoende financiële middelen voor aanwezig zijn. In Tabel 5: Samenvatting voorstel budget weidevogelcompensatie is dit aangegeven. Voor de beheerlocaties 1, 2, 5 en 6 geldt dat binnen de beschikbare budgetten hier genoeg ruimte is om de voorstellen uit te werken. Voor beheerlocatie 4 geldt dat binnen dit project niet genoeg budget is om het voorstel uit te werken.

Het tekort wat hierdoor ontstaat kan tezamen met het tekort voor beheerlocatie 3 gedekt worden door de door de provincie gestorte bedragen (beheerlocatie 8). De totale kosten voor alle voorstellen worden geraamd op € 1.839.578. Hiermee komt het budget, wat in het weidevogelcompensatiefonds nog beschikbaar is voor nieuw af te sluiten compensatiebeheer op € 976.505. Dit wordt veroorzaakt doordat betalingen voor afwaardering van landbouwgrond deels uit andere budgetten zijn gesubsidieerd. Daarnaast heeft de provincie bij de oprichting van het weidevogelcompensatiefonds een bedrag gestort in het fonds, de hoogte van dit bedrag kon niet meer achterhaald worden. Dit budget van € 976.505 zal gebruikt worden om nieuwe overeenkomsten af te sluiten. In de nieuwe werkwijze voor het afsluiten van compensatiebeheer zullen de randvoorwaarden voor het inzetten van dit budget worden aangegeven. Er zal ingezet worden op duurzaam en toekomstbestendig weidevogelbeheer. In Bijlage 9: Voorstel budget weidevogelcompensatie zijn de kosten voor de voorstellen volledig uitgewerkt en na te lezen en in Bijlage 10: Totaaloverzicht betalingen is een overzicht gemaakt van alle betalingen, toekomstige betalingen en aanvullende kosten per beheerlocatie Tabel 5: Samenvatting voorstel budget weidevogelcompensatie Beheerlocatie 1 2

Beschikbaar € 750.943 € 325.032

Aanvullende kosten € 624.281 € 218.283

Restant € 126.662 € 106.750

3

-€ 188.765

€0

4

€ 636

€ 145.349

5 6 7 8

€ 6.396 € 169.612 € 687.177 € 714.539

€ 23.430 € 107.017 € 370.707 € 350.512

€ 62.595 € 316.471 € 364.027

Totaal

€ 750.943

€ 1.839.578

€ 976.505

Opmerking

€ 188.765 tekort gefinancierd door provincie, uit 8 € 144.713 tekort gefinancierd door provincie, uit 8 € 17.033tekort gefinancierd door provincie, uit 8

7 Conclusie en aanbevelingen 7.1

Conclusies

Uit hoofdstuk 2 blijkt dat basis voor de bescherming van de weidevogelvogelcompensatie, het beleid, voldoende werkt. Door de bepalingen uit de Verordening Romte 2022 en begrenzingen van de weidevogelkansgebieden is het voor initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen duidelijk wanneer er sprake is van een compensatieopgave en hoe hoog deze is. De uitgangspunten en bepalingen zijn beschreven, maar kunnen mogelijk daar waar nodig worden aangescherpt of geactualiseerd. De wijze van werken met de weidevogelcompensatie verschilt op een aantal punten duidelijk met de provincies Zuid- en Noord-Holland. Deze provincies zetten eerst in op het fysiek compenseren van de verstoring en leggen deze verplichting bij de initiatiefnemer. Daarnaast hebben deze twee provincies in uitvoeringsrelingen duidelijk beschreven hoe de weidevogelcompensatie werkt en aan welke voorwaarden deze moet voldoen. Uit de interviews met betrokkenen blijkt dat er kansen en mogelijkheden liggen om verbeteringen door te voeren voor de weidevogelcompensatie. Zij adviseren om vooral in te zetten op flexibel, langjarig en toekomstbestendig beheer. De monitoring is volgens hen voldoende voor het beheer in de praktijk, echter baart het hen wel zorgen dat er onder de vrijwilligers die dit uitvoeren sprake is van vergrijzing.

Verder geven zij aan dat het contact goed is met de provincie, maar dat het niet wenselijk is dat er steeds nieuwe aanspreekpunten komen. Het beheer vindt in het veld plaats, kijk wat er speelt en bespreek dit met de betrokken vrijwilligers en beheerders. In het algemeen wordt nog aangegeven dat er zorgen zijn over de toekomst van de landbouw en dat hiervoor een perspectief nodig is, maar dit is breder dan de weidevogelcompensatie. Uit het eerste concept van de Evaluatie beleid weidevogelcompensatie Provincie Fryslân van A&W blijkt dat er nog voldoende kansen en mogelijkheden zijn om de weidevogelpopulaties in Fryslân te behouden. De populaties zijn nog van voldoende omvang, maar de versnippering van het weidevogelgebied is wel een bedreiging. Hierbij is het vooral belangrijk om de huidige goede weidevogelgebieden te behouden en daar waar kan uit te breiden. Zet daarbij naast reproductie ook vooral in op habitatverbetering. Uit het onderzoek blijkt dat de vraag of het uitgevoerde compensatiebeheer (de praktijk) effectief is geweest, vanwege de uitgevoerde vorm van monitoring, onvoldoende kan worden beantwoord. De huidige vorm van monitoring is wel geschikt voor het beheer in de praktijk en ook voor analyse op provinciale schaal, maar is vanwege de (korte) periode dat compensatiebeheer is uitgevoerd en het schaalniveau waarop deze vraag wordt gesteld hiervoor niet geschikt.

Aan A&W is gevraagd welke wijze van monitoring noodzakelijk is om hier wel een antwoord op te kunnen geven, de uitkomst hiervan wordt december 2022 verwacht. In de aantalsverlopen van de broedparen weidevogels op de verschillende beheerlocaties zijn zowel stijgingen als dalingen te zien. In de verslagen wordt aangegeven dat dit wordt veroorzaakt door predatie en weersinvloeden. Echter is de toename van weidevogelbeheer hierin ook belangrijke factor. Over het algemeen lijken deze verlopen zich te verhouden met de trends in Fryslân. Echter moet bij deze vergelijking wel worden vermeld dat de oppervlakte aan compensatiebeheer, tezamen met de periode dat compensatiebeheer is uitgevoerd, onvoldoende is om een goede vergelijking te maken.

De verschillende beheerovereenkomsten, met verschillende looptijden, voor weidevogelbeheer zorgen ervoor dat het bijhouden van de verplichtingen en financiën niet eenvoudig is. Tijdens het onderzoek is er dan ook een document ontwikkeld waarin alle verplichtingen en betalingen zijn verwerkt. Dit document vormt de basis voor de weidevogelcompensatie. Als ingezet wordt op agrarisch beheer is het mogelijk om voor een grotere oppervlakte compensatiebeheer uit te voeren, maar het inzetten op natuurbeheer zorgt wel voor een toekomstbestendiger en duurzamer weidevogelbeheer. Nadeel hierbij is dat dit wel ten koste gaat van de oppervlakte landbouwgrond wat als agrarisch is bestemd in de bestemmingsplannen. Voor toekomstige beheerlocaties moet er een duidelijke werkwijze worden ontwikkeld, maar liggen er ook mogelijkheden om aan te sluiten bij al aanwezige regelingen, zoals het ANLb en de SNL. Echter zijn er momenteel meerdere ontwikkelingen gaande in het landelijk gebied welke van invloed kunnen zijn op de weidevogels. Van alle projecten met een compensatieverplichting is er op 1 na voldaan aan hun financiële verplichting. De desbetreffende gemeente is gevraagd naar de status van dit project en of de initiatiefnemer heeft voldaan aan de verplichting die de gemeente heeft gesteld. In totaal is er € 8.993.915 aan inkomsten binnengekomen op het weidevogelcompensatiefonds.

Hiervan is € 4.983.505 uitgeven voor weidevogelbeheer, inrichting en afwaardering en is op basis van de afgesloten overeenkomsten de provincie nog verplicht om € 1.544.839 aan weidevogelbeheer uit te betalen. Uit de financiën is naar voren gekomen dat er nog € 2.465.571 in het weidevogelcompensatiefonds beschikbaar is voor weidevogelbeheer. Als dan gekeken wordt per beheerlocatie, blijkt dat voor sommige beheerlocaties er een tekort is ontstaan en dat voor andere beheerlocaties er nog budget beschikbaar is. Echter zijn voor de lopende overeenkomsten de laatste jaren er geen tariefwijzigingen doorgevoerd en zal er nog rekening moeten worden gehouden met toekomstige projecten. De kosten hiervoor worden geraamd op € 1.839.578. Dit betekend dat in het weidevogelcompensatiefonds nog een bedrag van € 976.505 beschikbaar is voor nog af te sluiten contracten. Dit zal worden ingezet voor nieuwe beheerlocaties en/of toekomstige verplichtingen. In de nieuwe werkwijze voor het afsluiten van compensatiebeheer zullen de randvoorwaarden voor het inzetten van dit budget worden aangegeven. Conclusie van de Evaluatie Weidevogelcompensatie 2014 -2020 is dat in het algemeen gesteld kan worden dat de weidevogelcompensatie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het behoud van de weidevogels, maar dat er vooral ingezet moet worden op het behoud van de gebieden die er nog zijn.

De controle op de bepalingen en werkwijze voor de weidevogelcompensatie (beleid) werken voldoende, maar kunnen op een aantal punten verbeterd en duidelijker worden beschreven. Het is belangrijk om vast te houden aan de controle op de ruimtelijke ontwikkelingen en indien nodig te zorgen voor een goede compensatie. De vraag of het uitgevoerde compensatiebeheer (de praktijk) effectief is geweest kan, vanwege de uitgevoerde vorm van monitoring, onvoldoende worden beantwoord. De huidige vorm van monitoring is wel geschikt voor het beheer in de praktijk en ook voor analyse op provinciale schaal, maar is vanwege de korte periode dat het compensatiebeheer is uitgevoerd en het schaalniveau waarop deze vraag wordt gesteld hiervoor niet geschikt. Aan het overgrote deel van verplichtingen en afspraken voor de ruimtelijke ingrepen en het uitgevoerde compensatiebeheer wordt voldaan. Uit de financiën blijkt dat er nog budget beschikbaar is om in te zetten voor nieuw compensatiebeheer. De verbetering voor de weidevogelcompensatie hebben betrekking op de volgende onderdelen: beschrijving werkwijze weidevogelcompensatie, aanscherping bepalingen verordening, monitoring, rapportage beheer, de regeling en actualisatie/nakoming overeenkomsten. In de volgende paragraaf worden voor deze onderdelen aanbevelingen gemaakt.

7.2

Aanbevelingen

Openbaar belang (vraag aan DS): Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat de bepalingen en werkwijze van de weidevogelcompensatie werken en dat de weidevogelcompensatie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het behoud van de weidevogels, maar dat er vooral ingezet moet worden op het behoud van de gebieden die er nog zijn. •

Onderzoek of het mogelijk is om een nadere bepaling op te nemen voor de term openbaar belang voor de weidevogelkansgebieden. Op die wijze kan worden vermeld welke ruimtelijke ontwikkelingen binnen weidevogelkansgebied worden uitgesloten (beschrijving term openbaar belang) of besluit om de bepaling/beschrijving van de term openbaar belang voor het onderdeel weidevogelcompensatie zoals die nu wordt gebruikt zo te laten.

Als ervoor wordt gekozen om dit nader te bepalen, dan zal er een onderzoek nodig zijn naar de impact die dit kan hebben op de ruimtelijke ontwikkelingen in Fryslân, met name voor kleinschalige lokale en bovenlokale projecten. Denk hierbij aan recreatie, toerisme, maar ook grotere thema’s als landbouw, natuur, woningbouw, wegenbouw. Mogelijk dat dit vraagstuk meegenomen kan worden in de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) van het NPLG/FPLG, dat zal dan eerst nog worden uitgezocht. Verstoringsafstanden (besluitpunt PS): • Indien nodig actualiseer in de Omgevingsverordening Fryslân 2022 de verstoringsafstanden. Dit is afhankelijk van het onderzoek van Altenburg en Wymenga, deze wordt december 2022 verwacht. Compensatiebedrag (besluitpunt PS): • Pas de artikelsgewijze toelichting in de Omgevingsverordening Fryslân 2022 zo aan dat het duidelijk is dat tariefwijzigingen in het ANLb ook in het “pakket compensatiebedrag” worden doorgevoerd Weidevogelkansgebieden (besluitpunt GS, aanpassing werkwijze): • Behandel wijzigingen voor het Natuurbeheerplan leefgebied open grasland ook als wijzigingsverzoek voor de kaart weidevogelkansgebieden.

Naast de bovenstaande aanbevelingen wordt het ook aanbevolen om de werkwijze van de weidevogelcompensatie op een aantal onderdelen te verbeteren en duidelijker te beschrijven. Voor deze verbeterpunten zijn de volgende aanbevelingen opgesteld: Algemeen weidevogelcompensatie: • Het contact met de betrokken partijen voor compensatiebeheer is goed, houdt dit vast • Ga het veld en kijk wat de ontwikkelingen zijn en bespreek deze met de betrokken vrijwilligers en beheerders Compensatiebeheer: • Maak een keuze in de werkwijze voor de af te sluiten overeenkomsten (besluitpunt GS): o Optie 1: werk een nieuwe uitvoeringsregeling uit óf o Optie 2: regel compensatiebeheer via bestaande en toekomstige regelingen • Zet meer in op toekomstbestendig, langjarig en flexibel beheer • Zet naast beheer ook in op habitatverbetering • Zorg voor een beter monitoring en rapportage van het compensatiebeheer Altenburg en Wymenga is gevraagd om advies te geven over de wijze van monitoring en hoe deze kan worden verbeterd. Dit advies wordt in december 2022 verwacht. Financiën: • Actualiseer de vergoedingen voor compensatiebeheer, sluit hierbij aan bij de tarieven voor ANLb en SNL • Trek voor een aantal overeenkomsten de contractduur voor de contracten gelijk • Reserveer budget in het weidevogelcompensatiefonds voor toekomstige tariefwijzigingen en nieuw op te zetten beheerlocaties

Bronnen: (sd). ECLI:NL:RVS:2010:BO4217. 201102546/1/T1/R4. (sd). (2018). Actieplan weide- en akkervogels Overijssel 2018-2021. Provincie Overijssel. (2013). Beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland. Provincie Zuid-Holland. Bos, D. Y. (2016). Adres onbekend. Verplaatsingen van Grutto’s als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen rond Leeuwarden. Feanwâlden: Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek. (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening juni 2022 . Provincie Groningen. (2022). Omgevingsverordening Fryslân 2022. Leeuwarden: Provinsje Fryslân. (2020). Omgevingsverordening NH2020. Provincie Noord-Holland. (2019). Omgevingsverordening Zuid-Holland. Provincie Zuid-Holland. Oosterveld, E. (2022). Eerste concept Evaluatie beleid weidevogelcompensatie Provincie Fryslân. Feanwâlden: Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek. Opgave Biodiversiteit, l. e. (2021). Nota Weidevogels 2021-2030. (2014). Regeling Weidevogelcompensatie Fryslân 2014. Leeuwarden: Provinsje Fryslân. (2019). Uitvoeringsregeling natuurcompensatie Noord-Holland. Provincie Noord-Holland. (2014). Verordening Romte Fryslân 2014. Leeuwarden: Provinsje Fryslân. Wymenga, E., & Van der Heide, Y. (2022). Evaluatie weidevogelbeheer Stinswei. Ontwikkeling, beheer en perspectief weidevogelcompensatie. A&W-rapport 22-092. Feanwâlden: Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek,. Ziel, C. v. (2014).

Weidevogel en kwelvegetatie vriendelijke inrichting en beheer Gariper Bûtlannen - Stinswei. Groningen: Royal Haskoning DHV.

Bijlagen: Bijlage 1: Plan van aanpak Evaluatie Weidevogelcompensatie Inleiding: In 2014 is de Regeling Weidevogelcompensatie Fryslân 2014 in werking getreden. Doel van deze regeling is om het verlies aan gronden die door hun rust en openheid geschikt zijn voor weidevogels als gevolg van ruimtelijke ingrepen te compenseren. Dit gebeurt door overheden/initiatiefnemers te verplichten om een goede belangenafweging te maken en bij een verstoring van groter dan 0,5 hectare een bedrag te laten storten in het weidevogelcompensatiefonds. Vervolgens wordt er een geschikte locatie gezocht (liefst in de buurt van het verstoorde gebied) om deze compensatie daadwerkelijk in te vullen. Dit houdt in dat met de betreffende partij (vaak agrariër, soms natuurorganisatie) een beheersovereenkomst wordt afgesloten om het weidevogelbeheer uit te voeren. Ook kan de compensatie plaatsvinden door omvorming van percelen naar natuur. Hierbij worden de percelen afgewaardeerd naar natuur en worden er kwalitatieve verplichtingen vastgelegd t.a.v. het gebruik van de percelen. Hieronder volgt een evaluatie van de werking van de regeling en het effect van de compensatiemaatregelen.

Aanleiding: Bij de eindevaluatie Nota Weidevogels 2014 – 2020 is voorgesteld om de effectiviteit van het weidevogelcompensatiebeheer te onderzoeken en de hectarevergoeding voor weidevogelcompensatie aan te passen conform de uitgangspunten van het Aanvalsplan Grutto. Daarnaast stellen betrokken zowel intern bij de provincie als externen vragen bij de werking van de weidevogelcompensatie. Leidt weidevogelcompensatie wel tot het gewenste effect? Moeten alle projecten door kunnen gaan of zeggen we soms stop? Is de manier waarop wordt gecompenseerd wel duurzaam? Dit heeft ertoe geleidt om de weidevogelcompensatie te evalueren en breder te trekken dan het onderzoeken van de effectiviteit van het beheer. Er zal ook stil gestaan worden bij de vastlegging in de verordening, de wijze van compenseren, de beleving onder de betrokkenen en de vraag wat als het beheercontract is afgelopen. Doel: Het doel van de evaluatie is om na te gaan op welke punten de weidevogelcompensatie kan worden verbeterd, zowel in de uitvoering in de praktijk als in het opstellen en de nakoming van de verplichting tot compensatie. Vraagstukken: Omdat de evaluatie van de weidevogelcompensatie ingaat op het hele proces van de verplichting tot het beheer in de praktijk worden de vraagstukken verdeeld in 4 onderdelen. De compensatieverplichting 1. Hoe wordt de compensatieverplichting bepaald? (als intro) a.

Zijn de uitgangspunten nog actueel? b. Kaart openheid en rust (o.a. rietland, gaswinstations) c. Kaart weidevogelkansgebieden d. Belangen (groot? openbaar belang? Voorwaarden bij de belangenafweging?) e. Verstoringsafstanden f. Berekening compensatiebedrag (al verwerkt) 2. Hoe is de weidevogelcompensatie in andere provincies geregeld? 3. Dient de Omgevingsverordening aangepast te worden? (Programma?)

Het weidevogelcompensatiebeheer 1. Welke contracten zijn afgesloten in kader van weidevogelcompensatiebeheer? a. Locatie b. Type contracten c. Duur contracten 2. Hoe heeft de weidevogelstand zich ontwikkeld op de percelen met compensatiebeheer? a. Analyse broedresultaten (meer? Minder?) 3. Wat zijn de oorzaken van de ontwikkeling in de weidevogelstand? a. Beheer b. Inrichting c. Weer d. Predatie 4. Zijn er naast weidevogels meer (natuur)waarden ontwikkeld met compensatiebeheer? a. Biodiversiteit b. Bescherming landschap c. Kennis en ervaring d. Financiële zekerheid 5. Wordt het compensatiebeheer dan wel op de juiste locatie en/of wijze uitgevoerd? 6. Wat gebeurt er nadat de contracten zijn afgelopen? De invulling weidevogelcompensatie 1. Hoe sluit weidevogelcompensatie aan bij weidevogelbeleid? 2. Op welke wijze zijn contracten in het verleden afgesloten? a. Procesbeschrijving 3. Wat is de rol van de provincie in het zoeken naar compensatiebeheer? a. Actief zoeken naar locaties of b. Lokale partijen vragen om een plan (en wie dan?) 4. Wat zijn de voor- en nadelen van het vastleggen van langjarig beheer? 5. Moet en hoe kan de invulling van de compensatie anders vormgegeven worden? a. Spelregels invulling b. Grenzen locaties (aansluiting bij grutto aanvalsplan?) c. Beheer of ook afwaardering gronden? d.

Inhoud contract (duur, verplichtingen, verantwoording) De praktijkervaringen 6. Hoe vinden de beheerders en betrokken zelf dat het is gegaan de afgelopen jaren? (Hiervoor worden diverse betrokkenen geïnterviewd, dit is inmiddels al opgestart)

Bijlage 2: Voorbeeldberekening compensatieverplichting Ter verbeelding is op onderstaande afbeelding de kaart met daarop de berekening voor het plan Woonuitbreiding Bolsward Oost weergegeven. Met behulp van een aantal stappen wordt hier uitleg gegeven hoe de berekening tot stand komt. Stap 1: Vindt het plan in of in de nabijheid van weidevogelkansgebied plaats. Ja, het gebied is op kaart aangegeven als weidevogelkansgebied (groene belijning). Stap 2: Wat is de huidige verstoring. Deze is op de dynamische kaart ‘openheid en rust’ met een licht roze kleur aangegeven. Er is te zien dat de stad en boerderijen al een effect hebben op het agrarisch gebied. Stap 3: Wat is de verstoring van het plan. Het gaat hier om een plan waarbij als storingsbron (donkerrood) “Activiteit/ontwikkeling binnen of aansluitend aan bebouwde kom” wordt aangehouden. Er dient met een verstoringsafstand van 300 m rekening te worden gehouden, zie Tabel 1: Verstoringsafstanden. Om het plangebied wordt een buffer van 300 meter gelegd, zie rode stippellijn. Dit is de oppervlakte die door het nieuwe plan wordt verstoord. Stap 4: Wat is de oppervlakte aan nieuwe verstoring? Dit is het verschil tussen de verstoring van de huidige en toekomstige situatie. In dit geval is dit 13,07 ha, de gele oppervlakten. Stap 5: Conclusie. Er sprake van verstoring van het weidevogelkansgebied.

Bevoegd gezag moet de bepalingen uit de verordening volgen en omdat het meer dan 0,5 ha is ook compenseren. Afhankelijk van het tijdstip van indienen wordt bepaald welk compensatiebedrag wordt aangehouden, ziet tabel hieronder voor het te storten bedrag Beleidsstuk Regeling Weidevogelcompensatie Omgevingsverordening

Opp. Verstoring in ha 13,07

Compensatiebedrag per ha € 6.500 + 7,5% adm.

Jaren 12

Te storten bedrag € 91.327,-

13,07

€ 1.482,67

12

€ 232.542,-

Bijlage 3: Compensatietraject weidevogelkansgebied op basis van 7.2.4 VRF Het compensatietraject bestaat uit de volgende onderdelen: a. aangetoond moet worden dat sprake is van een noodzakelijke ruimtelijke ingreep van openbaar belang; b. de natuurwaarden moeten worden afgewogen ten opzichte van de ruimtelijke ingreep; c. de schade door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt moeten worden; d. er financiële compensatie aan de orde is als de verstoring groter is dan 0,5 ha. Ad a. • maak een goede onderbouwing van de behoefte aan bedrijventerrein (past het in bedrijventerreinenplan); • motiveer goed waarom niet voor een alternatieve locatie buiten het weidevogelkansgebied kan worden gekozen; • motiveer dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Ad b. Dit begint met een inventarisatie van de aanwezige natuurwaarden en de potentie van het ge-bied dat wordt verstoord (let op: het gaat hier dus niet alleen om het plangebied zelf). Er moet goed gekeken worden hoe (potentieel) geschikt het gebied nu is voor weidevogels (ligt het nabij kern, wordt het intensief/extensief gebruikt als grasland, is sprake van een hoog of laag waterpeil, ligt het in grutto-aanvalsgebied, ganzenfourageergebied, zijn boeren in de omgeving bezig met natuurbeheer). Advies is om de plaatselijke Vogelwacht hier bij te betrekken.

De natuurwaarden moeten vervolgens worden afgewogen tegen de noodzaak om de recreatieve ontwikkeling op deze plek te realiseren. Ad c. Advies is om een voorstel voor mitigerende maatregelen op te stellen. Dit kan worden gedaan door een ecologisch bureau met hulp van de locale Vogelwacht. Het natuur-inclusief bouwen en het bieden van ruimte voor biodiversiteit op het terrein zijn voorbeelden van mitigerende maatregelen. Ad d. In dit geval zal ook sprake zijn van financiële compensatie. De provincie bepaalt de hoogte hiervan op basis van het ingediende plan. Het bedrag moet worden gestort voordat het plan in ontwerp ter inzage wordt gelegd (voor vast-stelling kan ook, maar dan moet de provincie een zienswijze indienen om de rechten te behouden). De bedragen voor de weidevogelcompensatie gaan met de vaststelling van de nieuwe Omge-vingsverordening fors omhoog, houd hier rekening mee. Ook in het kader van de economische uitvoerbaarheid van het plan.

Bijlage 4: Kaart weidevogelkansgebieden

Bijlage 5: Resepsje fan it greidefûgelkompensaasjebelied fan ’e provinsje Fryslân Dit is in ûndersyk nei hoe’t it greidefûgelkompensaasjebelied fan ‘e provinsje Fryslân ‘falt’ yn ’e praktyk oan ’e hân fan fraachpetearen. Ynlieding Yn maaie 2021 is troch de provinsje Fryslân opdracht jun om in ûndersyk ynstelle woe nei de resepsje fan it provinsjale greidefûgelkompensaasjebelied by ynstânsjes en persoanen dy’t dêr, út harren profesjonele of frijwillige funksje wei, yn ’e praktyk op ’en nausten mei te krijen hawwe. Soks méi, om’t guon greidefûgelkompensaasjekontrakten hast oan ’e ein fan harren rintiid sitte en ’e fraach beäntwurde wurde moat: hoe no fierder? Definysje Greidefûgelkompensaasje út ’e provinsje wei hâldt yn dat (merk)partijen, oerheden of persoanen dy’t foar bou- of oare wurksumheden duorjend beslach lizze wolle op (kâns)ryk greidefûgellân, dêrfoar in jildbedrach oan ’e provinsje betelje. Dat bedrach kin dan ynset wurde kin om op in oar plak yn ’e provinsje as ‘kompensaasje’ nij (kâns)ryk greidefûgellân te realisearjen. Wurkwize Om gewaar te wurden hoe’t ‘yn ’e praktyk’ tocht wurdt oer it greidefûgelkompensaasjebelied sa’t dat oant no troch de provinsje Fryslân (út)fierd wurdt, tusken 23 septimber 2021 en 23 juny 2022 acht fraachpetearen hâlden mei tsien lju út ’e neamde praktyk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=efa98176-852e-42d3-9460-d91956f7da96