Eindrapport De transformatie in het sociaal domein door de ogen van de wijkteams
Tekst van het document
Zie: https://www.canonsociaalwerk.eu/nl/details_verwant.php?cps=2&verwant=39. Kwaliteitskader Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden, blz..22.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 18
De vertaling daarvan naar concrete activiteiten vindt plaats in de subsidiebeschikkingen. Voor de gemeente zijn in het kader van het kwaliteitsbeleid vooral het ondersteuningsplan dat de sociaal werker samen met de bewoners opstelt en de competenties van de sociaal werkers van belang. Bij beide wordt in het kwaliteitskader uitvoerig stil gestaan. Het ondersteuningsplan wordt daarbij als dé toetssteen gezien voor de kwaliteitsbepaling en -bewaking van de ondersteuning die individuele cliënten ontvangen. Competenties van sociaal werkers Het generalistisch werken vraagt specifieke competenties van de sociaal werkers. Zij hebben behalve kennis van meerdere leefgebieden en doelgroepen ook vaardigheden om bewoners en hun netwerk te ondersteunen en te activeren. Zij sluiten aan bij de leefwereld van burgers en kunnen tegelijkertijd handig opereren in de systeemwereld van instellingen en overheid. Goede communicatieve vaardigheden zijn voor de generalistische professional onmisbaar. Methodische interventies op zowel het materiële als het immateriële vlak behoren tot hun competenties. Bovendien zijn zij goed bekend met relevante regelgeving en procedures. Andere kwaliteiten van de generalist zijn: aanpassingsvermogen, creativiteit, activerend coachen, netwerken en verbinden en samenwerken.
In de kern gaat het om een vorm van vakmanschap voor de sociaal werker die niet onnodig problematiseert, maar inzet op individuele en collectieve kansen en groei. Kenmerkend voor de generalist is dat hij het bewonersperspectief als uitgangspunt neemt. Behalve over deze competenties en vaardigheden moeten sociaal werkers ook beschikken over een 'houding- en gedragsrepertoire' dat hen in staat stelt goede hulp en ondersteuning te bieden.10 Naast de vereiste competenties van de sociaal werkers is ook de kennis van de sociaal werkers van belang. De vereiste kennis is niet vastgelegd in het kwaliteitskader, maar wel in de subsidiebeschikkingen van de gemeente voor Amaryllis. In de subsidiebeschikking wordt Amaryllis opgedragen zorg te dragen dat alle relevante kennisgebieden en methodische deskundigheid geborgd zijn. De vereiste relevante kennisgebieden weerspiegelen daarbij de breedte van het werk in de wijkteams. Kennis in de organisatie Om integrale ondersteuning te kunnen bieden zorgt u ervoor dat alle relevante kennisgebieden maar ook de benodigde methodische deskundigheid hiervoor in uw organisatie zijn geborgd. Dit zijn in ieder geval de kennisgebieden jeugd, WMO, financiën/inkomen/schuldhulpverlening, participatie/werk, Multi-problematiek en samenlevingsopbouw.11 Aan het kwaliteitskader is afgelopen jaren verder niet veel veranderd.
Wel is voor de taken en de werkwijze van de wijkteams de introductie van de werkwijze Inclusieve Stad van belang. In elk wijk- en dorpenteam zijn twee sociaal werkers geschoold als maatwerkspecialisten. Aandachtspunten bij de introductie zijn de inrichting van het nieuwe systeem (Mens Centraal) en het trainen van de bijbehorende methodiek. Het gaat daarbij in de basis om een cultuuromslag in denken en handelen. De aanpak Inclusieve Stad gaat uit van vertrouwen in de professionals en kijkt domein overstijgend naar het perspectief van de bewoner. Eind 2019 is het project Inclusieve Stad als zelfstandig project afgelopen en zijn de kernpunten ondergebracht in de reguliere werkwijze voor zaken waar maatwerk nodig is. Taken van de wijkteams De wijkteams van Amaryllis voeren voor de gemeente een groot aantal taken uit. Deze taken worden door Amaryllis in samenspraak met de gemeente vastgelegd in het jaarplan van Amaryllis en de gemeente verstrekt voor de uitvoering daarvan een subsidie. Aan deze subsidierelatie komt per 2021 een eind als de subsidierelatie wordt vervangen door lumpsum financiering op basis van aanbesteding. De uit te voeren taken zijn vastgelegd in de bijlage Uitvoeringstaken bij de subsidiebeschikkingen van 2019 en 2020.
In de bijlage Verplichtingen en Verantwoording bij de subsidiebeschikkingen zijn de afspraken vastgelegd over financiële taakstellingen en monitoring en rapportage door Amaryllis. Dat laatste betreft onder meer het opleveren van kwantitatieve 10
Kwaliteitskader Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden, blz. 23.
11 Subsidiebeschikking Amaryllis 2019.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 19
kwartaalrapportages en een meer kwalitatief jaarverslag, alsmede het periodiek uitvoeren van een cliënttevredenheidsonderzoek. Amaryllis voert in opdracht van de gemeente Leeuwarden verschillende (wettelijke) taken uit. Voor de wijkteams worden door de gemeente drie groepen van taken onderscheiden: • het uitvoeren van de toegang tot het sociaal domein; • het bieden van basisondersteuning; • specifieke taken op het domein jeugd, participatie, WMO en schuldhulpverlening. Naast deze taken voert Amaryllis ook taken uit in het kader van jongerenwerk, vrijwilligerswerk en mantelzorgondersteuning. Het uitvoeren van de toegang tot het sociaal domein De Jeugdwet, WMO en Participatiewet leggen de gemeente verplichtingen op met het oog op ondersteuning van inwoners. Bij de uitvoering van deze verplichtingen heeft de gemeente beleidsruimte. De invulling van deze beleidsruimte is door gemeente vastgelegd in het Koersdocument Sociaal Domein (juli 2018) en in diverse verordeningen en beleidsregels. Een belangrijk onderdeel van de wettelijke taak van de gemeente is het organiseren van de toegang tot geïndiceerde (maatwerk) ondersteuning. De uitvoering van die wettelijke taak is voor een deel belegd bij Amaryllis met haar wijkteams, zowel op het terrein van de WMO en participatiewet als die van de jeugdhulp.
In het bijzonder gaat het dan om: • het organiseren van de toegang tot geïndiceerd maatwerk in het kader van de lokale WMO-voorzieningen (van intakegesprek tot en met plan van aanpak en eventueel advies over toegang tot een WMOmaatwerkvoorziening; • het uitvoeren van werkzaamheden, gericht op participatie in de samenleving ten behoeve van bewoners met grote afstand naar de arbeidsmarkt; • het uitvoeren van de werkzaamheden jeugdhulp en het bieden van lichte opvoedondersteuning. De taken die Amaryllis uitvoert met betrekking tot de toegang tot het sociaal domein zijn de laatste jaren voor de onderdelen participatiewet en lokale WMO nagenoeg hetzelfde gebleven. Met het opzetten van het Regionaal Expertiseteam Beschermd Wonen in 2019 is de kennis, expertise en ervaring over Beschermd wonen gebundeld met als doel meer regie te krijgen op de toegang en hiermee op de kosten. Dit team krijgt de regie op de toegang tot Beschermd wonen en ThuisPlus. Daar hebben de wijkteams nu geen bemoeienis meer mee, hoewel hun input nog wel wordt meegenomen bij de voorbereiding van de besluitvorming over de indicatiestelling. Bij de taak ten aanzien van de jeugdhulp is wel een grote verandering opgetreden.
Waar in 2018 en 2019 nog sprake is van activiteiten vergelijkbaar met de WMO-taken (intake-gesprekken, opstellen plan van aanpak en aanvraag die eruit voortvloeit, samenwerking met ketenpartners zoals POH-ers en scholen) is dat met de introductie van het Jeugdexperteam (JET) per 2020 veranderd naar het screenen van meldingen en het doorverwijzen daarvan naar het JET. In geval van een toegekende individuele maatwerkvoorziening jeugdhulp ligt de regievoering ook niet langer bij de wijkteams, maar bij het JET. Vanaf 2020 kunnen de wijkteams zich dus vooral richten op hun WMO-taken bij de toegang tot maatwerkvoorzieningen. Wel blijven ze lichte vormen van ondersteuning voor jeugdigen bieden, maar dit maakt deel uit van de basisondersteuning. Het bieden van basisondersteuning De basisondersteuning, die de wijkteams bieden is een algemene voorziening voor alle inwoners van de gemeente Leeuwarden, maar is met name gericht op de inwoners die kampen met meervoudige problematiek (de 20% doelgroep). Het betreft in de regel inwoners die niet de regie kunnen voeren over hun eigen leven, overbelasting ervaren, vaak op of onder de armoedegrens leven, (nog) niet beschikken over een steunend netwerk en minder goed de toegang tot ondersteuning weten te vinden. In 2019 kwam daar de doelgroep statushouders bij, maar deze worden vanuit een specialistisch team van Amaryllis ondersteund.
Onder de basisondersteuning die vanuit de wijkteams wordt geleverd vallen de activiteiten die raken aan de primaire opdracht van de wijkteams. Daarbij is er een directe verbinding met de beloftes van de wijkteams.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 20
Het betreft activiteiten gericht op: 1. het inzetten op participatie en eigen kracht van de cliënten; 2. het vroegtijdig signaleren van problemen; 3. het verhelderen van de vragen zodat maatwerk mogelijk is; 4. het opstellen van één zorg- en ondersteuningsplan met één regievoerder; 5. het waar mogelijk verminderen of afschalen van (beschikte) dagbesteding en thuisondersteuning; 6. het ondersteunen van cliënten. Het betreft enerzijds activiteiten gericht op de eigen werkprocessen (activiteiten onder 2, 3 en 4) en anderzijds op de relaties met (professionele) ketenpartners, inwonerinitiatieven en maatschappelijke initiatieven (activiteiten onder 1 en 5). Vanuit de basisvoorziening is er ook ruimte voor directe ondersteuning van de cliënt (punt 6 uit bovenstaande lijst). De kern van die ondersteuning aan cliënten is het bieden van lichte vormen van individuele ondersteuning specifiek voor het domein WMO, Jeugd en schuldhulpverlening/armoede. Het gaat in het bijzonder om het bieden van cliëntondersteuning, mantelzorgondersteuning, opvoedondersteuning, of ambulante (woon)ondersteuning, zijnde lichte, niet chronische, generalistische ondersteuning (in 2019 tot een maximum van 8 uur per maand per geval) en het ondersteunen bij schuldhulpverlening. Daarbij wordt maximaal gebruik gemaakt van vrijwilligers, maatjes etc.
Deze vorm van directe ondersteuning lijkt toe te nemen, naarmate er minder gebruik wordt gemaakt van geïndiceerde maatwerkvoorzieningen. Daartoe is de formatie bij Amaryllis voor cliëntondersteuning op het terrein van de WMO in 2019 aanzienlijk uitgebreid. Jaarplan 2019 van Amaryllis over de basisvoorziening. Ook in het Jaarplan worden de uitgangspunten voor het werken vanuit de basisvoorziening genoemd. In deze uitgangspunten herkennen we de beloften van de transformatie: • inzetten op participatie en eigen kracht, activeren; • het voorkomen en afschalen van inzet van specialistische ondersteuning; • het inzetten van een steunstructuur rondom een huishouden waardoor duurdere zorg minder (lang) nodig is; • het vroegtijdig signaleren van sociale problematiek; • vraagverheldering en onderliggende problematiek duidelijk krijgen; • het opstellen van zorg- en ondersteuningsplannen; • het bieden van cliënt- en mantelzorgondersteuning; • intensief samenwerken en afstemmen met vrijwilligersorganisaties met als doel de inzet van duurdere zorg en ondersteuning te voorkomen (preventie). Voor een compleet overzicht van de activiteiten die onder basisondersteuning vallen zie het addendum bij deze bijlage.
Specifieke taken op het domein jeugd, participatie, WMO en schuldhulpverlening Naast het verzorgen van de toegang tot het sociaal domein en het bieden van basisondersteuning hebben de wijkteams Amaryllis daarnaast ook nog een groot aantal specifieke taken op het terrein van de jeugdzorg, WMO, participatie, armoede/schuldhulpverlening. Dit betreft onder meer activiteiten gericht op samenwerking met de gemeente, het JET, Regionaal Expertiseteam Beschermd Wonen, de ketenpartners, de inzet van specifieke methodieken etc. Financiële kaders De gemeente Leeuwarden stelt in zijn subsidiebeschikking ook een aantal financiële kaders vast. Zo diende Amaryllis in 2019 en 2020 te bezuinigen op de uitvoeringskosten: minder personeel onder gelijktijdige uitbreiding van uitvoeringstaken. Maar ook wordt in lijn met de doelstelling voor Amaryllis vanuit het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein een bijdrage van de wijkteams verwacht in het beheersen van de kosten die samenhangen met het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein, in het bijzonder op het terrein van maat-
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 21
werkvoorzieningen lokale WMO en jeugdhulp. De belofte ‘goedkoper’ of ‘kostenbewuster’ werken is hier vertaald naar de opdracht in te zetten op preventie en afschalen van inzet van specialistische ondersteuning. Op het terrein van het gebruik van lokale WMO-voorzieningen zijn daartoe ook harde targets (taakstellingen) geformuleerd, zowel in termen van aantallen gebruikers als kosten van WMO-voorzieningen. De focus op kosten komt ook terug in de geëiste verantwoordingsinformatie (kwartaalrapportages en jaarverslag) die Amaryllis moet aanleveren. Sturing en verantwoording De bijlage bij de subsidiebeschikking over de verantwoordingsplicht van de stichting is gericht op concrete, te monitoren afspraken. De monitoring door de organisatie zelf is daarbij direct gerelateerd aan de doelstellingen voor Amaryllis, zoals die in het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein zijn geformuleerd. In de kwantitatieve kwartaalrapportages wordt verantwoording afgelegd over het doelbereik: aantal en intensiteit van de ingezette trajecten en op basis daarvan het resultaat van de taakstelling om af te schalen en de opbrengst van vroegsignaleringstrajecten schuldhulpverlening. In het jaarverslag van Amaryllis is er meer aandacht voor kwalitatieve informatie.
Daarin is onder meer aandacht voor cliëntervaringen, vormgeving medezeggenschap/ cliëntparticipatie, klachten, calamiteiten en incidenten, tevredenheid ketenpartners en punten voor verdere kwaliteitsverbetering. Ook deze rapportage is in lijn met het Kwaliteitskader Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden van juli 2016. De gemeente stuurt dus niet direct op de ontwikkeling van de beloften van de wijkteams, of de eigen uitgangspunten voor het werken vanuit de basisvoorziening en de mate waarin die worden gerealiseerd, behoudens dan die met betrekking tot het afschalen van specialistische ondersteuning. Amaryllis rapporteert daar verder ook niet over. Wel zijn in er in de methodiekbeschrijving die Amaryllis hanteert bij het uitvoeren van de werkzaamheden normen vastgelegd waaraan de ondersteuningsplannen en zwaarwegende adviezen op basis waarvan een beschikking wordt gegeven moeten voldoen. Binnen Amaryllis wordt ook niet op de ontwikkeling van de overige beloftes gestuurd en gemonitord. Wel voert Amaryllis periodiek een cliëntervaringsonderzoek uit, waarbij er wel enige relatie met de beloftes van de transformatie is. De elementen die hierin naar voren komen zijn in samenspraak met de gemeente vastgesteld. Zie hiervoor Bijlage 4, De resultaten van de wijkteams.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 22
Addendum: Activiteiten basisondersteuning (Bijlage Uitvoeringsactiviteiten 2019) De basisondersteuning, die het sociaal wijkteam biedt, is een algemene voorziening voor alle ingeschreven inwoners van de gemeente Leeuwarden en is met name gericht op mensen die kampen met meervoudige problematiek (20% doelgroep), zij kunnen niet de regie voeren over eigen leven, hun draaglast overstijgt draagkracht, zij leven vaak op/onder armoedegrens, minder/niet loketvaardig en beschikken (nog) niet over een ondersteunend netwerk. Hiertoe behoren de volgende taken: Inzetten op participatie en eigen kracht • Inwoners die participeren in de maatschappij laten een verminderde zorgconsumptie zien. Ze zijn relatief gezonder en hebben minder hulp nodig; • Amaryllis is verantwoordelijk voor begeleiding van inwoners waar naast langdurige werkloosheid ook psychische en/of medische problemen, verslavingsproblematiek, schuldenproblematiek, meervoudige problematiek en een laag opleidingsniveau bij elkaar komen. Vanwege de afstand van deze inwoners tot de arbeidsmarkt zijn het inzetten van participatie in de wijk, activering en empowerment, effectieve methoden. Dat kan door middel van inwonersinitiatieven en maatschappelijke initiatieven.
Amaryllis legt de verbinding met (vrijwilligers-) organisaties en inwoners/inwonersgroepen die kunnen bijdragen aan collectieve arrangementen en de sociale cohesie in de wijk en sluit aan op de initiatieven van deze organisaties en inwonersgroepen. Amaryllis is niet primair zelf de uitvoerder van deze collectieve arrangementen. Amaryllis activeert de genoemde doelgroep en verwijst/matcht inwoners op deze activiteiten. Voorkomen en preventie • Amaryllis is actief in het voorkomen van onnodige inzet van specialistische ondersteuning en zorgt daar waar mogelijk voor het afschalen van de inzet van specialistische ondersteuning. Er wordt daarbij intensief samengewerkt en in afstemming met vrijwilligersorganisaties, en andere organisaties als GGD, Opvoedpunt, onderwijs ed. met als doel de inzet van individuele maatwerkvoorziening te voorkomen. Afschalen dagbesteding en thuisondersteuning • Amaryllis stimuleert en faciliteert inwoners. Samen met netwerkpartners ontwikkelt zij activiteiten voor inwoners om te voorkomen dat inwoners een beroep moeten doen op duurdere aanvullende specialistische zorg en activeert inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt; • Amaryllis onderzoekt de mogelijkheid tot meer inzet van vrijwilligers, meer inzet op ad hoe hulpvragen, in plaats van vaste momenten per week en functiedifferentiatie (inzet MBO- geschoolde medewerkers).
Vroegsignalering • Het (vroegtijdig) signaleren van sociale en/of psychische problematiek. Initiatief tot contact nemen (proactief) indien ernstige zorgen bestaan (bij generalist of bij derden) over de vraag of inwoners zelf (niet) meer in staat zijn de vraag naar ondersteuning te stellen, waardoor tijdig geïntervenieerd kan worden; • Contact leggen en onderhouden met inwoners naar aanleiding van signalen of een hulpvraag van derden. Vraagverheldering • Vraagverheldering: Op basis van het contact samen met huishouden/ bewoner duidelijk krijgen wat er precies aan de hand is en welk probleem of problemen er opgelost moet(en) worden. Vervolgens het bepalen van de benodigde ondersteuning, passend bij de situatie. Hierbij wordt altijd ingezet op de preventieve werking van het meedoen in de maatschappij, het participeren; • Bepalen of iemand zelfredzaam genoeg is. Hierbij ook kijken wat iemand vanuit zijn eigen netwerk aan ondersteuning kan krijgen. De verdere interventies vinden vanuit deze context plaats. Zorg- en ondersteuningsplannen met één regie • De inwoner die professionele zorg nodig heeft ondersteunen bij het vertalen van de gewenste oplossingen op een zo “laag” mogelijk niveau. Dit betekent altijd in eerste instantie doorverwijzen naar voorliggende gemeentelijke voorzieningen, zo weinig mogelijk opschalen en zo snel mogelijk afschalen.
De ondersteuningsplannen en zwaarwegende adviezen, op basis waarvan een beschikking wordt afgegeven,
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 23
dienen te voldoen aan de normen uit de methodiekbeschrijving die Amaryllis hanteert bij het uitvoeren van de werkzaamheden; • De sociaal werker is in samenspraak met de bewoner eindverantwoordelijk voor het ondersteuningsplan. Een aanbieder kan daarbij om advies gevraagd worden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de aanbieder het ondersteuningsplan opstelt; • De sociaal werker heeft de regie over de uitvoering van het ondersteuningsplan. Het sociaal wijkteam heeft de mogelijkheid om in lopende trajecten in te breken indien naar hun oordeel de ondersteuning onvoldoende effectief of efficiënt is; • In het ondersteuningsplan worden nadere afspraken gemaakt ter concretisering van de regie (overlegen verantwoordingsvormen en -momenten). In sommige gevallen ligt het voor de hand de regie te beleggen bij een andere partij die actief is in het ondersteuningsplan. Dit wordt geborgd in het plan dat de sociaal werker opstelt. Ondersteunen • Het bieden van cliëntondersteuning, mantelzorgondersteuning, opvoedingsondersteuning, ambulante (woon)ondersteuning, zijnde lichte, niet chronische, generalistische ondersteuning tot een maximum van 8 uur per maand. De sociaal werker maakt naast een inhoudelijke afweging een kostenafweging over de eigen inzet.
Er wordt maximaal gebruik gemaakt van vrijwilligers, maatjes etc.; • Het bieden van schuldhulpverlening, zoals opgenomen in de methodiekbeschrijving.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 24
Bijlage 4: De resultaten van de wijkteams
Inleiding In Bijlage 3 is op hoofdlijnen beschreven wat de uitvoeringstaken zijn van de wijkteams van de stichting Amaryllis. In deze bijlage wordt – voor zover mogelijk – zicht gegeven op de resultaten die de wijkteams in Leeuwarden hebben geboekt. Daarbij wordt vooral gekeken naar het jaar 2019, omdat voor dit jaar kwartaalrapportages en het jaarverslag beschikbaar zijn, en ook vergelijkingen zijn gemaakt met andere gemeenten in Nederland. Maar bovenal, het is ook het jaar waarin de enquêtes zijn afgenomen. En het zij gezegd, 2020 kan ook niet maatgevend zijn voor de resultaten van de wijkteams vanwege de Corona-pandemie. Ook 2019 was een bijzonder jaar, in ieder geval voor Amaryllis en de wijkteams. Het is het jaar waarin stichting Wellzo en coöperatie Amaryllis zijn opgegaan in de stichting Amaryllis. Het jaar ook waarin de stichting Amaryllis van de gemeente een bezuinigingstaakstelling voor de eigen organisatie en een taakstelling voor het afschalen van individuele, lokale WMO maatwerkvoorzieningen opgelegd krijgt. Ook een jaar waarin alle teams zich het werken volgens de methodiek van de Inclusieve Stad en de nieuwe bekostigingssystematiek van de jeugdzorg in Friesland hebben moeten eigen maken. Bovendien een jaar met functieverlies in de vorm van het geleidelijk wegvallen van de taak als indicatiesteller voor de jeugdhulp.
Tenslotte ook een jaar waar de wijkteams een impuls krijgen voor ambulante jeugdhulp en WMO-ondersteuning. De opdracht aan de wijkteams Tot en met 2020 is sprake van een subsidierelatie tussen de gemeente en de stichting Amaryllis, waarbij het jaarplan van de stichting de basis van de subsidie vormt. Dit jaarplan komt in nauw overleg met de gemeente tot stand. In de subsidiebeschikking (met bijlagen) geeft de gemeente aan hoeveel subsidie verstrekt wordt, waarvoor de subsidie bestemd is (welke uitvoeringstaken er zijn), onder welke voorwaarden de subsidie verstrekt wordt (werken conform gemeentelijke uitgangspunten, gebruik specifieke methodieken, aanwezige deskundigheid, registratie van activiteiten, monitoring, privacy, informatieveiligheid en kwaliteitsbeleid) en op welke wijze er door de stichting gerapporteerd wordt over haar werkzaamheden. Meetbare resultaten worden slechts in beperkte mate gevraagd en hebben vrijwel geen directe betrekking op de beloftes. Specifieke meetbare opdrachten In de bijlage Verplichtingen en Verantwoording bij de subsidiebeschikking van 2019 is een aantal specifieke taakstellingen geformuleerd. Dit betreft voor het werk van de wijkteams in 2019 in het bijzonder: 1. Het afschalen van specialistische, tweedelijns zorg in het kader van de WMO.
Doel daarvan is kostenreductie door 4% minder unieke cliënten door te verwijzen naar de tweedelijns zorg ten opzichte van 2018 voor thuisondersteuning en dagbesteding, wat in termen van aantallen cliënten de belangrijkste nieuwe, lokale WMO-voorzieningen zijn. 2. Het oppakken van gemelde gevallen van huishoudens met schulden. Onder het kopje vroegsignalering onder de rapportageverplichtingen wordt voor Amaryllis het streven opgevoerd om minimaal 70 procent van de gemelde gevallen van huishoudens met schuldenproblemen te bereiken en 50 procent daarvan effectieve hulp te bieden. Voor 2018 lagen die percentages op 60 respectievelijk 20 procent, duidelijke stijgingen t.o.v. het jaar 2018. Ook voor de gemelde gevallen in de categorie laatsignalering (bij dreigende afsluiting van gas en elektra) wordt Amaryllis geacht minimaal 70 procent van de betreffende huishoudens te bereiken. Monitoring en rapportage Voor stichting Amaryllis tenslotte is er ook nog de opdracht het werk te monitoren en daarover te rapporteren. Dat laatste gebeurt in de vorm van kwartaalrapportages en het jaarverslag.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 25
In de meer kwantitatieve kwartaalrapportages wordt gerapporteerd over het afschalen van specialistische zorg: de ontwikkelingen in de jeugdzorg, WMO-lokaal (begeleiding, dagbesteding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf), WMO-regionaal (Beschermd wonen en ThuisPlus), en de resultaten met betrekking tot vroegsignalering en follow up bij mensen met schuldenproblemen en jongerenwerk. De kwartaalrapportages bevatten geen data over de activiteiten op het terrein van participatie. In het jaarverslag wordt meer ingegaan op de kwalitatieve aspecten van het werk van Amaryllis. Daarin onder meer aandacht voor cliëntervaringen, vormgeving medezeggenschap/cliëntparticipatie, klachten, calamiteiten en incidenten, tevredenheid ketenpartners en verbeterpunten tot verdere kwaliteitsverbetering. Monitoring van de mate waarin conform de uitgangspunten van de gemeente Leeuwarden voor het sociaal domein wordt gewerkt is geen expliciete opdracht voor Amaryllis. Wel komen aspecten daarvan terug in het klanttevredenheidsonderzoek naar de kwaliteit van de dienstverlening. Resultaten van de wijkteams Aantal ondersteuningsvragen en klanten In 2019 weten veel inwoners van de gemeente de wijk- en dorpenteams te vinden bij een vraag naar advies, hulp en ondersteuning.
In 2019 gaat het in totaal om 7.765 cases waarbij bijna 16.700 personen betrokken zijn, ruim 13 procent van de inwoners van de gemeente. Als het aantal cases gelijk staat aan het aantal unieke huishoudens dat een beroep heeft gedaan op de wijkteams heeft in 2019 ruim 12 procent van de huishoudens in de gemeente zich bij de wijkteams gemeld met een ondersteuningsvraag. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal door de wijk- en dorpenteams opgepakte ondersteuningsvragen in 2018 en 2019. Op het niveau van de wijkteams zijn geen cijfers beschikbaar voor de subdomeinen jeugd, WMO en participatie. Tabel 1: Ondersteuningsvragen bij de wijk- en dorpenteams in 2018 en 2019 Team Dorpenteam Dorpenteam Noord Wijkteam Centrum-O Wijkteam N Wijkteam N-O Wijkteam Oud-O Wijkteam W Wijkteam Z Totaal
Cases 2018 626 306 1.385 1.395 1.211 1.187 977 1.405 8.492
Personen 2018 1.346 658 2.978 2.999 2.604 2.552 2.101 3.021 18.257
Cases 2019 599 268 1.419 1.112 985 1.057 981 1.344 7.765
Personen 2019 1.288 576 3.051 2.391 2.118 2.273 2.109 2.890 16.695
Bron: Jaarverslag 2019 Stichting Amaryllis
De cijfers voor 2018 laten weliswaar hogere aantallen zien, maar deze zijn niet geheel vergelijkbaar omdat er ook al afgesloten cases in zijn meegenomen. WMO-lokaal: aantal gebruikers en aantal lopende voorzieningen naar type voorziening De gemeente Leeuwarden maakt In de nieuwe voorzieningen die in het kader van de WMO na de decentralisaties worden verstrekt onderscheid tussen WMO-lokaal (thuisbegeleiding, dagbesteding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf) en WMO-regionaal (intramuraal beschermd wonen, extramuraal beschermd wonen (ThuisPlus) en (intensieve) dagbesteding. In de categorie WMO-lokaal groeit het totaal aantal klanten met een toewijzing voor gespecialiseerde ondersteuning van 2018 naar 2019 licht. Die groei is het resultaat van een stevige groei in het aantal klanten in de categorie thuisbegeleiding, die een daling in het aantal cliënten bij de andere categorieën meer dan compenseert. Dit ondanks het gegeven dat er in 2019 extra personeel voor ambulante ondersteuning op dit terrein werd aangetrokken voor situaties waar anders een tweedelijnsaanbieder wordt ingeschakeld. Daarmee wordt niet voldaan aan de taakstelling zoals die bij de subsidiebeschikking voor 2019 is overeengekomen (4 procent minder toeleiding naar thuisbegeleiding en dagbesteding dan in 2018).
Wel is er sprake van een lichte daling in het totaal aantal toewijzingen met name door een behoorlijke afname bij de dagbesteding. In de subsidiebeschikking 2019 is bepaald dat er in dat jaar voor een bedrag van € 650.000 moet worden afgeschaald op de kosten van de gemeente voor de productgroep WMO-lokaal. In 2019 wordt het voor dat jaar te behalen afschalingsbedrag van € 650.000 niet gerealiseerd. Het niet gerealiseerde bedrag van € 450.000 is
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 26
doorgeschoven naar 2020 waardoor er in 2020 in totaal een bedrag van € 1.100.000 dient te worden afgeschaald. Tabel 2 biedt een overzicht van het aantal cliënten en actieve voorzieningen voor de verschillende vormen van ondersteuning onder WMO-lokaal en 2018 en 2019. Tabel 2: Aantal cliënten en actieve voorzieningen WMO-lokaal 2018 en 2019 Ondersteuningstype Thuisbegeleiding Dagbesteding Kortdurend Verblijf Pers.Verzorging Totaal
Cliënten 2018 2138 1172 13 39 3362
Cliënten 2019 2261 1079 6 32 3378
Actieve 2018 3946 1757 16 49 5768
voorzieningen
Actieve 2019 4121 1582 8 43 5754
voorzieningen
Bron: Amaryllis Jaarverslag 2019
In 2019 is verder een slag gemaakt in het leggen van contacten met voorliggende voorzieningen en het aanbod van activiteiten in wijken. In alle wijkteams zijn de banden met het voorliggend veld aangehaald. In zijn algemeenheid wordt er steeds meer aangehaakt bij bewonersinitiatieven of organisaties in de wijk voor de organisatie van gezamenlijke activiteiten. Een voorbeeld betreft de verbinding van het werk vanuit de wijkteams met het jongerenwerk wat door de fusie tussen Amaryllis en Wellzo per 1 januari 2019 gemakkelijker is geworden. WMO –regionaal: aantal lopende voorzieningen naar type voorziening Onder WMO-regionaal vallen de regionale WMO-voorzieningen voor intramuraal beschermd wonen en extramuraal beschermd wonen (ThuisPlus) alsmede intensievere vormen van dagbesteding. Hoewel de wijkteams hierin ook een verwijsfunctie hadden, is dat in de loop van 2019 beëindigd. Om kennis, expertise en ervaring inzake Beschermd Wonen te bundelen en meer regie te krijgen op de toegang en hiermee op de kosten is door de Friese gemeenten besloten het Regionaal Expertise Team Beschermd Wonen in te stellen. Dit team is van start gegaan op 1 september 2019 en heeft de regie op de toegang tot Beschermd Wonen en ThuisPlus. De wijkteams blijven wel betrokken bij de inhoudelijke beoordeling. De verwijzingen naar dagbesteding vinden nog wel plaats vanuit de wijkteams.
Tabel 3: Ontwikkeling van het aantal actieve toewijzingen naar type voorziening per einde 2018 en 2019 Voorziening
4e kwartaal 2018
4e kwartaal 2019
Thuis Plus
60
101
Beschermd Wonen
505
443
Dagbesteding
228
213
Totaal
793
757
Bron: Amaryllis Jaarverslag 2019
De tabel laat zien dat er een duidelijke vermindering is in het aantal toewijzingen voor beschermd wonen en dat daarbinnen een verschuiving plaatsvindt van intramuraal naar extramuraal beschermd wonen. Dit gaat gepaard met een afname in de kosten. Jeugd Vanaf begin 2019 werkt Amaryllis met jeugdspecialisten (sociaal werkers met expertise jeugd) binnen de generalistische wijkteams waardoor de sociaal werkers een betere kwaliteit ondersteuning kunnen bieden en efficiënter en effectiever werken zonder hun integrale blik te verliezen. Deze jeugdspecialisten zijn SKJ geregistreerd. Ze volgen specifieke trainingen die relevant zijn om de kwaliteit van hun kennis en de hulp aan jeugdigen gezinnen te borgen. Er is daarnaast een vakgroep opgestart welke door de gedragswetenschappers wordt begeleid en waarin diverse (actuele) thema's worden besproken en relevante kennis onderling wordt gedeeld. Alle jeugdspecialisten ontvangen werkbegeleiding van de gedragswetenschappers.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 27
De gemeente heeft besloten om vanaf 1 januari 2020 te starten met een Jeugd Expertteam (JET). Dit team is verantwoordelijk voor de toegangstaken voor de tweedelijnsjeugdhulp. Het JET neemt deze taken over van de wijkteams van Amaryllis. Hierop vooruitlopend heeft het hele jaar 2019 volop in het teken gestaan van het treffen van de voorbereidingen hierop en heeft er vanaf het voorjaar een pre-JET gedraaid in een aantal wijkteams. Verwijzingen naar de tweedelijnsjeugdhulp vinden niet alleen vanuit de wijkteams plaats. Ook huisartsen, jeugdartsen en gecertificeerde instellingen hebben die bevoegdheid. In die zin geven de cijfers over de toewijzingen door de wijkteams slechts een beperkt beeld van het geheel aan toewijzingen voor maatwerkvoorzieningen jeugdhulp in de gemeente. Vanuit de wijkteams vindt ook in vergelijking met andere gemeenten een aanzienlijke eerstelijns ondersteuning plaats.12 Het aantal cliënten dat de wijkteams weten te vinden en een toewijzing heeft gekregen is in de periode begin 2018 tot derde kwartaal 2019 wel behoorlijk fors toegenomen. Van iets meer dan 400 toewijzingen naar bijna 700 toewijzingen in het vierde kwartaal.13 In het derde kwartaal begint het aantal actieve toewijzingen vanuit de wijkteams te dalen.
De toewijzingen zijn overwegend en in toenemende mate voor de specialistische jeugdhulp, van minder dan 50 begin 2018 tot zo’n 75-80 procent van de gevallen eind 2019. Participatie De wijkteams hebben als opdracht een bijdrage te leveren aan het inwoners actief laten meedoen in de maatschappij. Dit wordt gedaan door hen te verwijzen naar initiatieven gericht op participeren. Ook is ondersteuning geboden aan inwoners die dat nodig hebben om in gesprek te gaan met de gemeente, in het kader van het screeningsproject voor bijstandsgerechtigden. Daarnaast loopt in Wijkteam Noordoost sinds 2018 een pilot op het gebied van dagbesteding, waarbij de insteek is participatie in de wijk te stimuleren als alternatief voor de inzet van een tweedelijnsaanbieder. In een aantal gevallen heeft dat ertoe geleid dat toegewerkt kan worden naar een betaalde baan. Onduidelijk is hoeveel personen in 2019 ondersteund zijn of via de wijkteams (weer) actief zijn geworden als vrijwilliger of in het kader van dagbesteding. Schuldhulpverlening Bij de schuldhulpverlening laat Amaryllis, c.q. de wijkteams zich leiden door het Kwaliteitsplan Schuldhulpverlening & Armoede. In dit plan staat beschreven hoe binnen Amaryllis vorm wordt gegeven aan effectieve schuldhulpverlening en hoe preventie hier deel van uitmaakt.
In het kader van de vroegsignalering waarbij sprake is van personen/huishoudens met betalingsachterstanden worden 504 meldingen van schulden opgepakt door de wijkteams en dit leidde in 214 gevallen ook tot contact met betreffende persoon of huishouden (42 procent van de gemelde gevallen). Daarvan werd in 86 gevallen ook daadwerkelijk een ondersteuningstraject geboden door de wijkteams (40 procent van de gevallen waarmee contact is gelegd). In 62 gevallen werd ondersteuning afgewezen, terwijl bij de resterende gevallen het probleem al was opgelost of andere partijen al ondersteuning boden. Onduidelijk is hoeveel gevallen van laatsignalering, met dreigende afsluiting van gas en elektra in 2019 bij Amaryllis zijn binnengekomen en hoe vaak dit voorkomen is met inzet van de wijkteams. Cliënttevredenheid Het jaarverslag 2019 van Amaryllis biedt informatie over de uitkomsten van het periodiek uitgevoerde cliëntervaringsonderzoek. Het laatste door Amaryllis uitgevoerde onderzoek dateert van 2018. Het werpt licht op de mate waarin de wijkteams erin slagen conform de beloftes te werken, maar dan in de ogen van de cliënten. In het onderzoek komen met name aspecten terug met een relatie naar laagdrempelig werken, maatwerk leveren, eigen regie en verantwoordelijkheid, een-gezin-een-plan-een regisseur.
Preventief werken en kostenbewust en kostenverlagend werken komen in dit cliëntenonderzoek niet terug. Uit Tabel 4 wordt duidelijk dat cliënten van de wijkteams over het algemeen (zeer) tevreden zijn over de kwaliteit van de dienstverlening van de wijkteams/sociaal werkers. In de verschillende elementen van de kwaliteit 12 13
Informatie waarstaatjegemeente.nl. Het aantal toewijzingen is niet hetzelfde als het aantal unieke cliënten. Cliënten kunnen meerdere toewijzingen krijgen als de situatie daarom vraagt.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 28
van dienstverlening vinden we verschillende aspecten terug van de beloftes van de wijkteams die in het rekenkameronderzoek centraal staan. Zo is er een positieve score op laagdrempeligheid (bereikbaarheid wijkteams en toegankelijkheid medewerkers, medewerkers kunnen luisteren), één contact punt, eigen regie van de klant (kijken naar talenten en mogelijkheden van de klant, samen doelen en afspraken formuleren, samen beslissen) vraagverheldering en maatwerk (samen doelen en afspraken maken, doelen en afspraken sluiten goed aan op hulpvraag). Het punt dat de cliënten duidelijk minder waarderen betreft het betrekken van de sociale omgeving (buren/familie/kennissen) bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen van de cliënt. Amaryllis houdt daarnaast ook zogenaamde spiegelgesprekken met haar klanten. Uit die gesprekken komt een vergelijkbaar beeld naar voren als uit het cliënttevredenheidsonderzoek. Wel komt uit die gesprekken naar voren dat de gespreksdeelnemers het wenselijk vinden dat de bekendheid van de wijkteams wordt verhoogd onder inwoners zonder hulpvraag. Ook zou meer bekend moeten zijn welke vormen van ondersteuning het wijkteam kan bieden en welke (collectieve) activiteiten Amaryllis organiseert. Ook de relatief lage score op het betrekken van het netwerk van cliënten bij het oplossen van hun problemen komt terug in de spiegelgesprekken.
Sociaal werkers kijken meer naar de mogelijkheden van de cliënt zelf dan naar de inzetbaarheid van de sociale omgeving. Dit is in lijn met wat respondenten prettig lijken te vinden. Van de bewoners vindt 71 procent het prettig dat naar de eigen talenten en mogelijkheden wordt gekeken, 36 procent van hen vindt het prettig dat wordt nagegaan of buren/familie/ vrienden of kennissen kunnen helpen. Voor veel deelnemers aan deze gesprekken bestaat er een hoge drempel om een hulpvraag te stellen binnen het eigen netwerk.
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
Tabel 4: Klanttevredenheidsscores werkwijze wijkteams
Bron: Amaryllis Jaarverslag 2019
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 29
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 30
Bijlage 5a: De uitkomsten van de enquête
In deze bijlage worden de enquêteresultaten gepresenteerd. Achtereenvolgens komen aan bod: de vraag in hoeverre de sociaal werkers de beloftes herkennen als opdracht van hun wijkteam, het vertrouwen van sociaal werkers in de doelstellingen van de beloftes en de voortgang van het team bij het werken volgens de beloftes. In de bijlage zijn uitsluitend de antwoorden op de gesloten vragen van de sociaal werkers, jongerenwerkers, sociaal cultureel werkers etc. meegenomen. In bijlage 5b zijn de achterliggende tabellen bij de resultaten opgenomen.14 Taakopvatting: herkenning beloftes als opdracht van het wijkteam Als eerste is aan de medewerkers van het wijkteam gevraagd in hoeverre zij de afzonderlijke beloftes van de transformatie herkennen als opdracht voor hun wijkteam (Grafiek 1) We noemen dit ook wel taakopvatting. Grafiek 1: In hoeverre herken je de beloftes als opdracht van het wijkteam?
Uit Grafiek 1 blijkt dat alle zes beloftes van de transformatie door ruim 60 procent of meer van de medewerkers herkend worden als opdracht van de wijkteams. Laagdrempelig werken, maatwerk leveren, multidisciplinair werken, en het stimuleren van de eigen regie en zelfredzaamheid worden door 89 tot 93 procent van de medewerkers herkend en door ongeveer 60 procent van de medewerkers zelfs sterk of zeer sterk herkend. Kostenefficiënt werken en preventief werken worden door ongeveer een kwart sterk of zeer sterk herkend als opdracht voor het wijkteam. Opvallend is dat ruim een derde van de medewerkers preventief werken enigszins of niet als opdracht herkent. Verschillen in taakopvatting Vervolgens is onderzocht of er verschillen in taakopvatting zijn tussen sociaal werkers, jongerenwerkers en overige medewerkers.15 Verder is onderzocht of de taakopvatting samenhangt met leeftijd of het aantal jaar dat een medewerker in dienst is bij een wijkteam, of een voorloper daarvan. Uit de analyse blijkt dat de taakopvat-
14 15
De uitkomsten van de statistische toetsen zijn op te vragen via rekenkamer@leeuwarden.nl De functie is bepaald op basis van de functie-omschrijven zoals vooraf door Amaryllis aangeleverd. Overige medewerkers zijn: sociaal cultureel werkers 3 (8) en gedragswetenschappers (2).
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 31
ting over het algemeen voor alle medewerkers hetzelfde is. Toch zijn er een aantal statistisch significante verschillen16 gevonden: • Er is een verschil in taakopvatting tussen jongerenwerkers enerzijds en sociaal werkers en overige medewerkers anderzijds als het gaat om ‘preventief werken’. Jongerenwerkers herkennen ‘preventief werken’ sterker als opdracht van het wijkteam dan de andere medewerkers. • Medewerkers die langer in dienst zijn, herkennen ‘laagdrempelig werken’ sterker als opdracht van het wijkteam.17 Vertrouwen in de doelstellingen van de beloftes In de enquête zijn, na de vraag over de taakopvatting, alle zes beloftes apart behandeld. Het blok vragen over elke belofte startte met de vraag ‘Wat houdt [laagdrempelig werken, maatwerk leveren, et cetera] volgens jou in?’. De uitkomsten van deze definitievraag behandelen we in Bijlage 6. Vervolgens werden per belofte meerdere gesloten vragen gesteld. Met de eerste gesloten vraag is in kaart gebracht in hoeverre de sociaal werkers denken dat de manier van werken bijdraagt aan de transformatie en daarmee aan een effectieve hulpverlening: het vertrouwen in de doelstellingen van de beloftes. In Tabel 1 zijn de hierbij horende enquêtevragen opgenomen. Elke vraag kon op een 7-puntsschaal beantwoord worden.
Tabel 1: Enquêtevragen over vertrouwen in de doelstellingen van de beloftes De belofte De vraag in de enquête Laagdrempelig werken Een laagdrempelige werkwijze leidt tot passende zorg en ondersteuning. Maatwerk leveren Maatwerk leidt tot passende zorg en ondersteuning. Multidisciplinair werken Multidisciplinair werken leidt tot passende zorg en ondersteuning. Stimuleren eigen regie en Het stimuleren van de eigen regie draagt bij aan de participatie van zelfredzaamheid inwoners. Stimuleren eigen regie en Het stimuleren van zelfredzaamheid draagt bij aan het behalen van zelfredzaamheid duurzame resultaten. Preventief werken Preventief werken leidt tot het voorkomen van inzet van zwaardere vormen van zorg en ondersteuning. Kostenefficiënt werken Ik vind het belangrijk om kostenefficiënt te werken. In Grafiek 2 op de volgende pagina zijn de resultaten van de vragen uit Tabel 1 opgenomen. Medewerkers die ‘geen mening’ hebben aangekruist zijn in de grafiek buiten beschouwing gelaten. Dit betrof slechts een of twee respondenten per vraag. Uit Grafiek 2 blijkt dat de medewerkers veel vertrouwen hebben in de doelstellingen van de beloftes en daarmee in de doelstellingen van de transformatie.
Voor elke belofte geldt dat twee-derde of meer van de medewerkers sterk van mening is dat de genoemde manier van werken bijdraagt aan een goede manier van zorg en ondersteuning of, in het geval van kostenefficiëntie, belangrijk is. Zij antwoorden ‘helemaal mee eens’ of ‘mee eens’. Met de stellingen over ‘maatwerk’ (93 procent), ‘preventief’ (88 procent) en ‘zelfredzaamheid’ (85 procent) is meer dan 80 procent het (helemaal) eens.
Omdat het een beschrijvend onderzoek betreft en de respons meer dan 60% is, hanteren we in deze rapportage een significantieniveau van 10%. Dat betekent dat dat de kans dat het genoemde verschil toevallig is kleiner is dan 10%. Ondersteunende toetsen zijn op te vragen via rekenkamer@leeuwarden.nl. 17 Er is sprake van een zwakke samenhang (r=0,213, p=0,039). 16
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 32
Grafiek 2: Vertrouwen in de doelstellingen van de beloftes
Verschillen in vertrouwen in de doelstellingen van de beloftes Ook voor deze stellingen is onderzocht of er verschillen zijn tussen sociaal werkers, jongerenwerkers en overige medewerkers. Verder is onderzocht of er samenhang is met leeftijd of het aantal jaar dat een medewerker in dienst is bij een wijkteam, of een voorloper daarvan. Ondanks dat de overgrote meerderheid van de medewerkers het eens is met de theorie achter de manier van werken, kunnen we toch significante verschillen vinden tussen de verschillende groepen medewerkers: • Jongerenwerkers zijn het minder sterk eens met de stelling ‘multidisciplinair werken leidt tot passende zorg en ondersteuning’ dan andere medewerkers. • Medewerkers die langer in dienst zijn, zijn het sterker eens met de stelling ‘een laagdrempelige werkwijze leidt tot passende zorg en ondersteuning’.18 Voortgang van het team bij het werken volgens de beloftes In de enquête is vervolgens gevraagd in hoeverre in het team ook gewerkt wordt volgens de beloftes. Daarvoor zijn de volgende enquêtevragen opgesteld (zie Tabel 2).
Tabel 2: Enquêtevragen over voortgang van het werken volgens de beloftes De belofte Laagdrempelig werken Maatwerk leveren Multidisciplinair werken Multidisciplinair werken Multidisciplinair werken Multidisciplinair werken Stimuleren eigen regie en zelfredzaamheid Stimuleren eigen regie en zelfredzaamheid Preventief werken Kostenefficiënt werken Kostenefficiënt werken
De vraag in de enquête Mijn wijkteam werkt laagdrempelig. Mijn wijkteam levert maatwerk. Binnen mijn wijkteam wordt multidisciplinair gewerkt. Mijn wijkteam werkt nauw samen met nuldelijns voorzieningen. Mijn wijkteam werkt nauw samen met andere eerstelijns voorzieningen. Mijn wijkteam werkt nauw samen met tweedelijnsvoorzieningen. Mijn wijkteam stimuleert de eigen regie van inwoners. Mijn wijkteam stimuleert de zelfredzaamheid van inwoners. Mijn wijkteam werkt preventief. Ik ben als professional kostenbewust. Mijn wijkteam werkt kostenefficiënt.
18 Er is sprake van een zwakke samenhang (r=0,277, p=0,005).
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 33
In Grafieken 3a en 3b zijn de resultaten van de vragen uit Tabel 2 opgenomen. Medewerkers die ‘geen mening’ hebben aangekruist zijn in de grafiek buiten beschouwing gelaten. Dat waren telkens tussen de 2 en 5 respondenten. Respondenten die bij de taakopvatting hebben aangegeven dat zij de belofte niet als opdracht voor het wijkteam herkennen, hebben deze vraag niet beantwoord. Dat betrof tussen de 2 en 6 respondenten. Grafiek 3a: Voortgang van het werken volgens de beloftes, deel 1 Helemaal mee eens
Mee eens
Enigszins mee eens
Enigszins mee oneens
Mee oneens
Helemaal mee oneens
4%
7%
22%
14%
48%
54%
27%
7%
9%
14%
8%
14%
11%
8%
23%
49%
45%
49% 47%
32%
28%
19%
LAAGDREMPELIG
Neutraal
MAATWERK
26%
MULTIDISCIPLINAIR NULDELIJNS
EERSTELIJNS
20% TWEEDELIJNS
Grafiek 3b: Voortgang van het werken volgens de beloftes, deel 2 Helemaal mee eens
Mee eens
Enigszins mee eens
Enigszins mee oneens
Mee oneens
Helemaal mee oneens
3%
2%
19%
19%
Neutraal
3% 8%
20%
25%
32% 47%
13%
37%
50%
35% 33% 29% EIGEN REGIE
28% ZELFREDZAAMHEID
35% 13% PREVENTIEF
KOSTENBEWUST
23% KOSTENEFFICIËNT
Uit Grafieken 3a en 3b wordt duidelijk dat de medewerkers naar eigen zeggen als team werken volgens de beloftes van de transformatie. Meer dan driekwart van de medewerkers is het (helemaal) eens met acht van de elf stellingen. Met de stelling ‘mijn wijkteam werkt preventief’ is iets minder dan de helft het ‘(helemaal) eens’, maar ook 13% is het (enigszins) oneens met deze stelling. Stellingen waar de medewerkers het ook minder mee eens zijn dan met de andere stellingen, zijn ‘mijn wijkteam werkt kostenefficiënt’ (58% (helemaal) mee eens) en ‘mijn wijkteam werkt nauw samen met tweedelijnsvoorzieningen’ (66% (helemaal) mee eens).
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 34
Verschillen in de opvattingen over voortgang van de beloftes Ook voor deze stellingen is onderzocht of er verschillen zijn tussen medewerkers met een andere functie. Significante verschillen zijn: • Sociaal werkers en overige medewerkers zijn het sterker eens met de stellingen ‘mijn wijkteam levert maatwerk’ en ‘mijn wijkteam werkt kostenefficiënt’ dan jongerenwerkers. • Sociaal werkers zijn het sterker eens met de stellingen ‘mijn wijkteam werkt nauw samen met tweedelijnsvoorzieningen’, ‘mijn wijkteam stimuleert de eigen regie van inwoners’ en ‘mijn wijkteam stimuleert de zelfredzaamheid van inwoners’ dan jongerenwerkers en overige medewerkers.
Samenvattend In tabel 4 zijn de rekenkundige gemiddelden van de antwoorden op alle stellingen weergegeven. Met een rekenkundig gemiddelde van de 5-puntsschalen en 7-puntsschalen kunnen de scores op de verschillende stellingen gemakkelijk met elkaar vergeleken worden. In de kolom ‘score herkenning opdracht’ valt direct op dat preventief werken en kostenefficiënt werken minder sterk herkend worden als opdracht van het wijkteam dan de andere beloftes. In de kolom ‘score vertrouwen doelstelling’ vallen laagdrempelig werken en kostenefficiënt werken op. Medewerkers zijn over deze beloftes minder sterk van mening dat ze bijdragen aan betere zorg en ondersteuning van inwoners dan over de andere beloftes. Maatwerk leveren en preventief werken vallen op omdat medewerkers juist veel vertrouwen hebben in de doelstellingen van deze beloftes. Bij de voortgang valt op dat medewerkers duidelijk minder sterk van mening zijn dat het wijkteam preventief werkt. Tabel 4: Aantal respondenten dat de voortgang van het team lager, gelijk aan of hoger waardeert dan het vertrouwen in de belofte De belofte
Laagdrempelig werken Maatwerk leveren Multidisciplinair werken Samenwerking 0de lijn Samenwerking 1ste lijn Samenwerking 2de lijn Stimuleren eigen regie Stimuleren zelfredzaamheid Preventief werken Eigen kostenbewustzijn Kostenefficiënt werken
Score herkenning opdracht Gemiddelde 5puntsschaal* 3,6 3,6 3,5
Score vertrouwen doelstelling Gemiddelde 7puntsschaal* 5,8 6,4 6,0
3,6 3,6 2,9 3,0
6,0 6,2 6,3 5,8
Score voortgang Gemiddelde 7puntsschaal* 5,7 5,9 5,9 6,0 5,9 5,7 6,0 6,0 5,2 5,9 5,6
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 35
Bijlage 5b: Achterliggende tabellen
Tabel bij paragraaf 1.4 Representativiteit respons op basis van functie Conclusie: de verdeling van de respondenten is op basis van de functie van medewerkers representatief voor het totale bestand.
Is de respons representatief
Test Statistics
Observed N
Expected N
Residual
Is de respons
1,00
74
72,5
1,5
representatief
2,00
10
8,7
1,3
Chi-Square
3,00
8
8,1
-,1
df
4,00
2
1,9
,1
Asymp. Sig.
5,00
7
8,7
-1,7
a. 1 cells (16,7%) have expected
6,00
5
6,2
-1,2
frequencies less than 5..
Total
106
,799a 5 ,977
Tabel bij bijlage 5a, grafiek 1 In hoeverre herken jij deze beloftes als een opdracht voor jouw wijkteam? herken ik zeer sterk
herken ik sterk
herken ik
herken ik enigszins
herken ik niet
Laagdrempelig werken
18%
39%
30%
11%
2%
Maatwerk leveren
10%
49%
34%
4%
3%
Multidisciplinair werken
11%
46%
32%
10%
2%
Stimuleren eigen regie en zelfredzaamheid Preventief werken
9%
52%
32%
5%
2%
6%
21%
35%
32%
5%
Kostenefficiënt werken
7%
19%
47%
21%
5%
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 36
Tabel bij bijlage 5a, grafiek 2: Vertrouwen in de beloftes Helemaal mee eens
Mee eens
Enigszins mee eens
Een laagdrempelige werkwijze leidt tot passende zorg en ondersteuning. Maatwerk leidt tot passende zorg en ondersteuning.
26%
44%
18%
52%
42%
Multidisciplinair werken leidt tot passende zorg en ondersteuning.
35%
Het stimuleren van de eigen regie draagt bij aan de participatie van inwoners. Het stimuleren van zelfredzaamheid draagt bij aan het behalen van duurzame resultaten. Preventief werken leidt tot het voorkomen van inzet van zwaardere vormen van zorg en ondersteuning. Ik vind het belangrijk om kostenefficiënt te werken.
Neutraal
Enigszins mee oneens
Mee oneens
Helemaal mee oneens
9%
0%
2%
1%
3%
2%
0%
1%
0%
44%
12%
8%
0%
1%
0%
39%
34%
18%
7%
2%
1%
0%
41%
44%
12%
0%
3%
0%
0%
48%
39%
10%
1%
0%
0%
1%
30%
40%
17%
11%
1%
1%
0%
Helemaal mee eens
Mee eens
Enigszins mee eens
Enigszins mee oneens
Mee oneens
Helemaal mee oneens
Mijn wijkteam werkt laagdrempelig.
27%
48%
14%
7%
2%
3%
0%
Mijn wijkteam levert maatwerk.
19%
54%
22%
4%
1%
0%
0%
Binnen mijn wijkteam wordt multidisciplinair gewerkt.
28%
49%
14%
7%
3%
0%
0%
Mijn wijkteam werkt nauw samen met nuldelijns voorzieningen.
32%
45%
11%
9%
2%
1%
0%
Mijn wijkteam werkt nauw samen met andere eerstelijns voorzieningen. Mijn wijkteam werkt nauw samen met tweedelijns voorzieningen.
26%
49%
8%
14%
1%
1%
0%
20%
47%
23%
8%
2%
1%
0%
Mijn wijkteam stimuleert de eigen regie van inwoners.
29%
47%
19%
3%
1%
1%
0%
Mijn wijkteam stimuleert de zelfredzaamheid van inwoners.
28%
50%
19%
2%
1%
1%
0%
Mijn wijkteam werkt preventief.
13%
33%
32%
8%
6%
7%
0%
Ik ben als professional kostenbewust.
35%
37%
20%
3%
3%
1%
0%
Mijn wijkteam werkt kostenefficiënt.
23%
35%
25%
13%
1%
3%
0%
Tabel bij bijlage 5a, grafieken 3a en 3b: Voortgang van de uitvoering. Neutraal
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 37
Bijlage 6: De beloftes van de transformatie, zoals verwoord door de sociaal werkers19
‘Laagdrempelig werken’ Inleiding De belofte ‘laagdrempelig werken’ wordt heel duidelijk herkend door sociaal werkers: 60.4 procent van hen herkent ‘laagdrempelig werken’ (zeer) sterk als een opdracht voor het wijk- en dorpenteam en nog eens bijna 28.3 procent herkent het als opdracht. Iets meer dan 10 procent herkent ‘laagdrempelig werken’ enigszins of niet als opdracht van het wijkteam. Ook het draagvlak voor de doelstelling is groot: 70.4 procent is het (helemaal) eens met de stelling: ‘Een laagdrempelige werkwijze leidt tot passende zorg en ondersteuning’.20 Slechts 3.3 procent is het met de stelling (helemaal) oneens. De overige medewerkers zijn het ‘enigszins eens’ met de stelling of antwoorden ‘neutraal’. Van de sociaal werkers is 71.5 procent van mening dat in de praktijk ook laagdrempelig gewerkt wordt.21 Er is een zeer zwakke samenhang met de lengte van het dienstverband: mensen die langer in dienst zijn vatten ‘laagdrempelig werken’ sterker op als taakopvatting en geloven sterker in de doelstelling van de belofte. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de sociaal werkers ‘laagdrempelig werken’ als belangrijke taak opvatten, de doelstelling breed onderschrijven en van mening zijn dat het wijkteam in de praktijk ook laagdrempelig werkt.
De gesprekken met de sociaal werkers begonnen telkens bij de vraag hoe de beloftes luiden bij de start van het werken in wijkteams: ‘Wat wilden we eigenlijk bereiken met de transformatie, welke doelen werden nagestreefd?’ Daarbij werd ‘laagdrempeligheid’ vaak genoemd als belangrijke belofte, dan wel doelstelling van de transformatie. In deze paragraaf wordt aan de hand van de enquête en de gesprekken met sociaal werkers dieper ingegaan op de belofte ‘laagdrempelig werken’. De definitie van ‘laagdrempelig werken’ In de enquête is als eerste gevraagd: ‘Wat houdt laagdrempelig werken volgens jou in?’22 Sociaal werkers denken bij laagdrempelig werken aan vier hoofdgroepen van termen die met laagdrempeligheid te maken hebben. De meeste medewerkers noemen termen uit twee, drie of zelf alle vier hoofdgroepen. De hoofdgroepen zijn: toegankelijkheid van het wijkteam, toegankelijkheid van de sociaal werker, het ontbreken van bureaucratie en ‘erop af’. Deze lichten we hieronder verder toe. Fysieke nabijheid en toegankelijkheid van het wijkteam De antwoorden die veruit het meest genoemd worden hebben te maken met toegankelijkheid van het wijkteam. Deze hoofdgroep valt weer onder te verdelen in twee subgroepen. De eerste subgroep gaat over fysieke nabijheid van het wijkteam tot de inwoners van de wijk.
Woorden die daarbij veel genoemd worden zijn: ‘dichtbij’ en ‘zichtbaar in wijken of dorpen’.
Ook in deze bijlage wordt standaard het begrip ‘sociaal werkers’ gebruikt ter aanduiding van de medewerksters en medewerkers van de wijk- en dorpenteams in Leeuwarden. 20 Gemiddelde cijfer op een 7-puntsschaal: 5,8. 21 Gemiddelde cijfer op een 7-puntsschaal: 5,7. 22 Twee medewerkers hebben aangegeven ‘laagdrempelig werken’ niet als taak van het wijkteam te beschouwen. Deze medewerkers hebben de verdiepende vragen niet ingevuld. De bevindingen zijn gebaseerd op 92 respondenten van de enquête en 8 verdiepende gesprekken.. 19
D e
t r a n s f o r m a t i e
i n
h e t
s o c i a a l
d o m e i n
d o o r
d e
o g e n
v a n
d e
w i j k t e a m s
-
B i j l a g e n | 38
“Wij zitten daar gewoon echt middenin de wijk. Letterlijk. Middenin ons werkgebied. Maar we zitten ook midden tussen de winkels. En, wat ik nu na vier, vijf jaar, dat we daar zitten, echt merk is dat de mensen ons gewoon heel gemakkelijk weten te vinden. Dus ze wandelen zo naar binnen met vragen. En dat is natuurlijk wat wij heel erg voor ogen hadden. En dat is ook wel wat gebeurt. En wij zijn in de loop van de afgelopen jaren wel een beetje geworteld geraakt in de wijk.” “Wij zijn natuurlijk altijd in de wijk. Dus je komt ze ook gewoon heel vaak tegen in een informele setting. In de supermarkt bijvoorbeeld. Wij hebben een Lidl en een Aldi vlakbij. Nou, dus dan tref je wel eens mensen die je al een tijdje een beetje kwijt bent.”
De tweede subgroep hangt nauw samen met fysieke nabijheid, maar hierbij wordt de nadruk meer gelegd op de afwezigheid van drempels voor inwoners om naar het wijkteam toe te komen. Het gaat dan om minder tastbare zaken als ‘bereikbaar’, ‘vindbaar’, ‘(makkelijk) toegankelijk’, ‘iedereen is welkom’, ‘drempelverlagend’, ‘gemakkelijk binnen kunnen lopen’, ‘open inloop’, ‘open deur’ et cetera. Persoonlijke houding, benaderbaarheid van de sociaal werker De tweede belangrijke hoofdgroep gaat over de houding en het gedrag van de sociaal werkers zelf, waardoor niet zozeer het wijkteam, maar de sociaal werker zelf toegankelijk of benaderbaar is. Ook hierin zijn twee subgroepen te onderscheiden. De eerste gaat over de persoonlijke houding van de sociaal werker ten opzichte van de inwoner. Typerende omschrijvingen daarvan zijn: ‘luisteren’, ‘flexibel’, ‘vriendelijk’, ‘persoonlijk’, ‘vertrouwen geven’, ‘open houding’ en ‘makkelijk te benaderen’. Als tweede worden meer concrete handelswijzen genoemd die de sociaal werker benaderbaar maken: ‘iedere vraag serieus nemen’, ‘er wordt naar je geluisterd’, ‘denken in mogelijkheden’, ‘snel reageren’ en ‘aansluiten bij beleving van bewoners’. “Waar de kracht vooral heel erg in zit is... Ik werk zelf al een hele tijd daar, dus ben wel een vaste, hoe zeg je dat, een vast gezicht geworden. Ja. En zo heb ik nog een aantal collega's.
En dat maakt natuurlijk dat mensen ook wel sneller... Nou, die vertrouwen je wel en die kennen je wel. En schieten je ook wel eens even aan van: 'Hé, ik heb dit en dit, hoe kan ik dat het beste even aanpakken?' Nou, dan handel je dat, zeg maar, even snel af. Nou ja, dan loop je even bij ons binnen op het inloopspreekuur of misschien moet je die en die even bellen. En anders dan kom je maar eens even langs, dan kunnen we er wat langer over praten.' Dat maakt dus dat mensen ook al sneller van... De schaamte is wel wat weg, omdat ze je kennen.”