CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Informatiepakket 2022 gemeente Leeuwarden.pdf

Besluitvorming (raad) 15 juni 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Coalitieakkoord - Politieke debat32.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

We noemen dit de materialentransitie. Dit zal fors kunnen bijdragen aan CO2-reductie; de productie van materialen is nu namelijk verantwoordelijk voor 45% van de totale CO2-uitstoot (de andere 55% ligt bij energie). Vragen over circulaire economie: 1. Wat is uw ambitie rond de circulaire opgave en is deze naast de andere volhoudbaarheidsopgaven bepalend voor projecten? 2. Wilt u vol blijven inzetten op het reduceren van materialengebruik, het terugbrengen van afval en het op de kaart zetten van Leeuwarden als vestigingsplaats voor circulaire bedrijven? 34

4.2.2 Arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie #1 – Arbeidsmarkt toekomstbestendig maken Goed werk is essentieel voor de Brede Welvaart in ons land: voor de economie en voor de sociale samenhang. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) adviseert om in te zetten op goed werk voor iedereen die wil en kan werken. Er zijn veel verschillende partijen betrokken bij de arbeidsmarkt. Deze partijen zijn actief op verschillende schaalniveaus. Op lokaal niveau voert de gemeente een aantal wettelijke taken uit. We betalen bijstandsuitkeringen en ondersteunen mensen bij hun zoektocht naar nieuw werk. De gemeente gebruikt hiervoor een groot palet aan instrumenten, zoals sollicitatietraining of werkervaring opdoen bij een organisatie via Vizier op werk. Veranderingen op het gebied van beroepsbevolking, technologie en volhoudbaarheidsopgaven vragen om een toenemende flexibiliteit. Samen met externe partners moeten we zoeken naar de antwoorden op belangrijke vragen als: hoe creëren we de banen voor de toekomst? Waar moeten we nu dus voor opleiden? Hoe pakken we de mismatch tussen vraag en aanbod aan? Welke innovaties moeten we daarvoor nu stimuleren? En welk academisch klimaat past daarbij? Belangrijk is dat onderwijs, economie en arbeidsmarkt samenwerken om werk te creëren dat aansluit op de behoeftes vanuit de arbeidsmarkt.

Met het programma Onderwijs, Economie en Arbeidsmarkt kijken we hoe deze vragen zijn te beantwoorden. Het programma haakt in op de maatschappelijke opgaven en speerpunten die het college op de terreinen van onderwijs, economie en arbeidsmarkt al heeft benoemd. Vanuit het programma Onderwijs, Economie en Arbeidsmarkt worden de volgende strategische doelen gesteld: 1. Verhogen arbeidsparticipatie 2. Verminderen mismatch vraag en aanbod 3. Vergroten aantrekkingskracht Human Capital 4. Samenwerken in 1 economische regio. #2 – Doorstroom tussen diverse economische branches op gang helpen Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben werkgevers in diverse sectoren moeite om personeel te vinden. In het onderwijs en in de zorg zijn tekorten en in de techniek is een sterke concurrentie gaande om geschikt personeel. De verwachting is dat de vraag naar personeel alleen maar zal toenemen. De doorstroom tussen diverse economische branches moet op gang geholpen worden om de personeelstekorten op te kunnen vangen. De gevraagde vaardigheden veranderen door o.a. digitalisering en innovaties, waardoor mensen zich zullen moeten omscholen. Scholing is voor partijen niet vanzelfsprekend, maar wel noodzakelijk om het hoofd te kunnen bieden aan veranderingen die op ons afkomen.

We hebben als gemeente enige ervaring opgedaan met aanbodsgericht omscholen waarbij we samen met ondernemers, bedrijven, kennisinstellingen en/of campussen in korte tijd (aantal maanden) een (om)scholingstraject op maat ontwerpen. De rol van de gemeenten is om alle partijen bijeen te brengen en de samenwerking te faciliteren. Ook zorgt de gemeente voor een instroom aan kandidaten die werkeloos zijn. Zodra de gemeente dit heeft verzorgd, is de ervaring dat bedrijven, kennisinstellingen en/of campussen het voortouw nemen. Hierdoor verandert de rol van de gemeente meer naar het bewaken van het proces en de afspraken. #3 – Iedereen doet mee: Arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen De gemeente heeft via de Participatiewet de taak om bijstandsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking te begeleiden naar werk en daar, waar nodig, ondersteuning voor in te zetten. De opgave is om de arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen te vergroten. Hierbij geldt dat het maximale plafond van participatie wordt nagestreefd met als ultiem doel deelname aan de reguliere arbeidsmarkt. Voor degenen waarbij dat niveau te hoog blijkt, is de inzet van sociale participatie aangewezen waarbij we nadrukkelijk de verbinding zoeken met zorg en ondersteuning vanuit de WMO. Het aanbod van vacatures is nog nooit zo hoog is geweest.

Maar er is een duidelijke mismatch tussen de vraag naar personeel en het aanbod van de gemeente vanuit het bijstandsbestand. Niet alle bijstandsgerechtigden zijn direct klaar om in de arbeidsmarkt te stappen. Voor grote groepen mensen -zeker die met een behoorlijke afstand tot de arbeidsmarkt- is het lastig om goede leer, stage- of werkervaringsplaatsen te vinden, inclusief de bijbehorende professionele begeleiding. Het verschil tussen de door werkgevers gevraagde kennis en

35

vaardigheden en de kennis en vaardigheden van deze mensen neemt toe door veranderende eisen die aan het werk worden gesteld, bijvoorbeeld door innovaties. Als gemeente spelen we dus een nadrukkelijke rol in een sociale en mensgerichte aanpak om meer mensen in de bijstand werkgelegenheid te bieden. We geven u in overweging om het concept van een sociale onderneming te beproeven; een onderneming waar meedoen belangrijk is en waar we ook arbeidsplekken creëren. Een sociale onderneming, vanaf nu te noemen ‘Buitenkans’, laat verschillende doelgroepen naar vermogen meedoen en biedt stapsgewijs de mogelijkheid om door te stromen naar een reguliere werkomgeving. We zien mogelijkheden om de achtereenvolgende stappen in arbeidsparticipatie nog beter vorm te geven door nadrukkelijk bij de Buitendienst extra werkplekken voor deze doelgroepen te realiseren. We hanteren de naam Buitenkans voor de mogelijkheden die we in dit kader op het gebied van groenbeheer (schoffelen, maaien, zwerfafval) en techniek (klein onderhoud aan materieel en objecten buiten) waar willen maken. Buitenkans is een concept dat bestaat naast bijvoorbeeld Caparis; door te zorgen voor een ander werkaanbod is differentiatie mogelijk zonder dat er sprake is van onderlinge concurrentie. Nu al participeren meer dan 400 mensen via de wijkorganisaties, Vizier op Werk en het Werkleerbedrijf van de Buitendienst op deze manier.

We zien potentie om dat aantal fors omhoog te schroeven en elke maand nieuwe instroom te bevorderen. We zien daartoe zonder meer kansen in het programma Leeuwarden Oost. Vragen over arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie: 1. Voelt u zich (mede)verantwoordelijk voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid zowel lokaal als regionaal? Wat moet de rol - en taakopvatting van de gemeente hierin zijn? 2. Wilt u experimenteren met het concept sociale onderneming genaamd ‘Buitenkans’?

4.2.3 Innovatie, campusontwikkeling en vestigingsklimaat #1 – Versterken van het Leeuwarder Academisch Klimaat vraagt nadere richting Studenten vergroten de dynamiek van de stad en hebben een aanzuigende werking op bedrijven en voorzieningen. Daarom zijn het verblijfskwaliteit en het woonklimaat in de stad voor de studenten van belang (kwaliteit van het Academisch klimaat). We kennen de campus met NHL -en Stenden, maar ook de RuGCampus Fryslân, Wetsus/Watercampus, Dairy Campus en Energiecampus. Er bestaan plannen voor het ontwikkelen van een Mediacampus. Dit kan niet zonder inzet van de gemeente. Enerzijds betreft het de ondersteuning van de hier gevestigde instituten, anderzijds ook de aansluiting van deze instituten met de Leeuwarder bevolking. De gemeente werkt hier samen met de kennisinstellingen en enkele andere daaraan gelieerde partijen aan het verstevigen van het klimaat. Dit wordt beschouwd als een randvoorwaarde voor het behouden en creëren van goed hoger (en wetenschappelijk) onderwijs en ontwikkelmogelijkheden van onze inwoners. #2 - Duurzame financiering Wetsus en de Watercampus De kennis over water en watertechnologie in de Watercampus maakt Leeuwarden een wereldspeler op dit terrein. Uit de evaluatie van Buck Consultants (2020) blijkt onder andere dat Wetsus als onderzoeksinstituut hoog gewaardeerd wordt.

De gemeente ondersteunt Wetsus tot nu toe met een jaarlijks bedrag. Het college heeft eerder de intentie uitgesproken om de financiering voor de jaren na 2022 voort te zetten. Hiertoe moet nog wel definitief besloten worden. Een soortgelijk vraagstuk speelt voor de Watercampus vanaf 2024. Er is een groeifondsaanvraag ingediend bij het Rijk maar er is nog geen duidelijkheid of deze word t gehonoreerd. #3 – Van een Hoger Onderwijsakkoord naar een breed Onderwijsakkoord Op dit moment kennen we een Hoger Onderwijs Akkoord Fryslân (HOAF), waar de gemeente Leeuwarden samen met diverse kennisinstellingen en aanverwante organisaties afspraken heeft gemaakt over een gezamenlijke agenda. Er is een sterke behoefte om het MBO ook beter aan te laten sluiten bij datgene wat vanuit het HOAF tot stand wordt gebracht. Dat vraagt wellicht om een Breed Fries Onderwijsakkoord (werktitel). Wens is om te komen tot één kwaliteitsagenda voor alle MBO’s en deze dan aan te laten haken bij het HOAF. #4 - Structurele inzet op stimuleren innovatie, campusontwikkeling en bedrijfsvestigingen Het maatschappelijk en economisch laten bloeien van de stad vraagt om een sterk economisch vestigingsklimaat. Om een sociale, ondernemende en kennisintensieve stad te blijven, wordt ingezet op het 36

behouden en faciliteren van bedrijven en het aantrekken van nieuwe bedrijven. Er wordt samen met ondernemers, partners en kennisinstellingen gewerkt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Gezamenlijk met andere partijen profileren we Leeuwarden als vestigings- en bezoekplaats, in wisselwerking met aantrekkelijk wonen, werken, studeren en vrije tijd. Ook wordt de campus- en onderzoekinfrastructuur van Leeuwarden uitgebouwd. Daarnaast nemen we deel in samenwerkingsverbanden en steunen we organisaties die ondernemersdienstverlening op een hoger peil brengen. We besteden tijd aan het binnenhalen van Europese middelen voor projecten. Al deze inzet is tot op heden incidenteel gefinancierd. We kunnen het bestaande takenpakket niet zonder structurele financiering continueren. Structurele middelen zijn o.a. nodig om vooruit te kunnen plannen en toezeggingen te kunnen doen. #5 – ontwikkelen bedrijventerrein Zwette 6 Er is een tekort aan bedrijfskavels in Leeuwarden. Het is mogelijk om bedrijventerrein Zwette 6 te ontwikkelen en zo te voorzien in de vraag naar nieuwe kavels voor met name lokale bedrijven. Er zijn echter twee grote uitdagingen, want het terrein moet stikstofvrij ontwikkeld worden en in Leeuwarden zit het elektriciteitsnetwerk op slot, waardoor in ieder geval tot 2026 geen grote hoeveelheid elektriciteit geleverd kan worden.

Vragen over innovatie, campusontwikkeling en vestigingsklimaat: 1. Wilt u het Academisch klimaat versterken? 2. Welke focus en prioriteit geeft u aan de campusontwikkeling? Hoe wilt u het voornemen om de continuïteit van de Watercampus en Wetsus te borgen, inhoudelijk en financieel vormgeven? 3. Hoe kijkt u aan tegen een breed Onderwijsakkoord? Welke uitgangspunten en randvoorwaarden vindt u hierbij van belang? 4. Hoe wilt u de bijdrage aan het stimuleren van innovatie, campusontwikkeling en bedrijfsvestigingen voortzetten? 5. Wilt u voor Zwette 6 extra inzetten op duurzaamheid en slimme energieoplossingen voor lokale bedrijvigheid?

4.2.4 Binnenstadsontwikkeling Binnensteden zorgen voor werkgelegenheid en zijn cruciaal voor het vestigingsklimaat van de stad. Een bruisende binnenstad is een reden voor ondernemers - en kenniswerkers om zich hier te vestigen, zelfs als zij hun werk voornamelijk op bedrijventerreinen en campussen uitvoeren. Om talent aan te trekken kiezen bedrijven ervoor om in of nabij de binnenstad te vestigen. Daarnaast is de binnenstad een plek voor ontmoetingen – zakelijk en privé – en kan zij fungeren als creatieve broedplaats waar nieuwe ideeën ontstaan. Winkels, restaurants, cafés en andere in gebouwen gehuisveste functies (bibliotheken, musea, kappers) zijn een belangrijk onderdeel van het vestigingsklimaat en van de binnenstad als ontmoetingsplek. Daarnaast is onze binnenstad een plek waar (internationale) bezoekers op afkomen. Er komen ontwikkelingen op de binnenstad af, die om aanpassing, verandering en actie vragen. Denk aan ecommerce, mogelijke leegstand en de verschuiving naar een binnenstad als verblijfsruimte waar beleving centraal staat. De coronacrisis maakte duidelijk dat de binnenstad afhankelijk is van de bezoekerseconomie. Hybride werken lijkt een blijvertje, waardoor de binnenstad bezoekers van kantoren mist.

Hoe kan Leeuwarden met het oog op genoemde ontwikkelingen de (economische) vitaliteit en de posi tie ten opzichte van andere (binnen)steden behouden en versterken? De agenda Binnenstad moet richting geven aan ontwikkelingen rond de binnenstad en een aanzet geven voor een nieuw integraal investeringskader dat leidt tot versterking van de Binnenstad. De agenda binnenstad kan volgens de eerdergenoemde ontwikkelprincipes (verbinden, vergroenen, verwaarden, slim, samen) opgezet worden. Er zijn 3 verschillende ambitieniveaus: 1. Basis op orde: het intensiveren en versnellen van ontwikkelingen die al in gang zijn gezet. 2. Maximaal benutten: een sterke focus op groen en water, autoluw, verbinding met de regio, duurzaamheid en circulariteit en beleving en reuring. 3. Groei en onderscheidend: één van de aantrekkelijkste binnensteden om te wonen, werken en te ondernemen.

37

Vraag: Wat is, mede gelet op de circulaire en volhoudbaarheidsopgaven, uw ambitie voor de versterking van de binnenstad? Wat heeft daarbij prioriteit en wilt u concreet bereiken deze collegeperiode?

4.2.5 Bezoekerseconomie, cultuur en evenementen #1 – Herstel bezoekerseconomie De bezoekerseconomie in Nederland en elders in de wereld maakte afgelopen 2 jaar een enorme crisis door. Veel ondernemers, culturele instellingen en bedrijven moesten hun deuren tijdelijk sluiten of zijn failliet gegaan. Evenementen en congressen zijn lange tijd gecanceld en bezoekers bleven veelal thuis. Toch was er op sommige momenten veel binnenlands bezoek aan Leeuwarden. Voor een bezoek is het nodig dat ‘er aanbod is’, ‘iets georganiseerd is’ en dat het ‘bekend is’. Leeuwarden richtte zich de afgelopen jaren in het kader van ‘Bezoek Leeuwarden’ op vrijetijdsbesteding door toeristen, inwoners, winkelend publiek en recreanten en versterking van de mix en verbinding van functies in Leeuwarden. Recreatie en toerisme kunnen gelijk oplopen met het versterken van groen en blauw. Daarnaast gaat het om het faciliteren van nieuwe winkelconcepten en het samen met andere partijen, zoals de provincie Fryslân, binnenhalen van festivals, events en zakelijke congressen. Ook valt te denken aan de samenwerking met partijen als Merk Fryslân en het blijven werken aan de bekendheid (marketing) van Leeuwarden en Fryslân. Culturele Hoofdstad heeft ons geleerd dat we te bescheiden zijn in ons profileren en dat nieuwe bezoekers zeer positief zijn en blijven terugkomen.

Daarom is de focus nu meer gericht op de (cultuur)toerist, ondersteuning van musea en een gastvrij ontvangst, met een nieuwe gemeentelijke Visitor Center. De wens is voort te blijven bouwen op dit opgebouwde imago en toeristische marketing te continueren. Daarnaast willen we nieuw aanbod en verduurzaming van de sector stimuleren met de focus op kwaliteitstoerisme. #2 - Vasthouden beweging culturele hoofdstad De gemeente Leeuwarden wil, gelet op diens regionale en landelijke positie, een aantrekkelijke stad en gemeente zijn. Daarbij profileert de gemeente zich als een cultureel aantrekkelijke stad met een goed cultureel aanbod en toonaangevende evenementen. Na een succesvol jaar als Culturele Hoofdstad ontwikkelt Leeuwarden zich steeds verder met een cultureel profiel. In 2022 staat Arcadia, het vervolg van Culturele Hoofdstad, op het programma. In een systematiek van om de zoveel jaren een intensief cultureel jaar te organiseren willen we het momentum van Culturele Hoofdstad vasthouden en Leeuwarden blijvend in de kijker spelen. Aandachtspunt hierbij is wel dat de bestaande instellingen, zoals Harmonie en Neushoorn, door grote producties die niet binnen deze instellingen worden gehouden, ervoor zorgen ervoor dat er hier minder bezoekers komen. Dit lijkt dus ten koste te gaan van onze culturele basisinfrastructuur.

Daar tegenover staat dat deze evenementen wel als effect hebben dat er een aantrekkelijk en uniek programma is dat veel (nieuwe) bezoekers trekt. De vraag is dan ook wie zich het best redt zonder overheidsbemoeienis? Aandachtspunt is ook dat evenementen in de Groene Ster (een aantrekkelijke locatie) op weerstand kunnen rekenen van omwonenden (o.a. buurgemeente Tytsjerksteradiel) en milieuorganisaties/ belangengroepen. De afgelopen jaren werden getekend door juridische procedures waarbi j de principevraag welke locaties geschikt zijn voor evenementen werd gesteld. Culturele activiteiten hebben steeds meer de functie gekregen om maatschappelijke vraagstukken onder de aandacht te brengen. Ook worden culturele activiteiten steeds vaker in gezet om doelstellingen te ondersteunen, zoals ontmoeting, dagbesteding, vitaal ouder worden. Culturele Hoofdstad en Arcadia hebben een sterke impuls gegeven aan deze ontwikkeling van het culturele veld. #3 - Gezonde culturele infrastructuur: knelpunten In de huidige cultuurnota wordt gewerkt met verschillende ambitieniveaus. De raad heeft bij de vaststelling van de Cultuurnota het laagste ambitieniveau vastgesteld.

Op onderdelen van dit ambitieniveau bestaan er knelpunten inzake de financiering: een structureel tekort bij De Harmonie, een structureel tekort voor de dekking van de huisvestingslasten bij dbieb, en de inzet van incidentele middelen voor ‘We the North’. Hierbij gaat het om de culturele basisinfrastructuur.

38

#4 – Ambitieniveau Cultuurnota 2021-2028 omhoog? Als Leeuwarden één van de toonaangevende steden in Nederland wil zijn, die met haar cultureel aanbod regionaal, nationaal en internationaal zichtbaar is, dan is er meer nodig dan het huidige ambitieniveau. Er is een sterke maatschappelijke wens om de dynamiek van LF2018 te behouden, zodat Leeuwarden aantrekkelijk blijft voor zowel inwoners als (inter)nationale bezoekers. De gedachte daarbinnen is kunst en cultuur te verbinden met maatschappelijke opgaven. Een hoger ambitieniveau betekent dat er naast een gezonde basis (culturele basisinfrastructuur op orde) ook ruimte is voor (jonge) makers, initiatieven die bijdragen aan een inclusieve samenleving (meedoen), aan kwalitatief hoogstaande producties, waarin talentontwikkeling een rol speelt en aan blockbusters. Dat kan door niet alleen bij te dragen aan een aantal bestaande organisaties, maar ook aan nieuwe, kansrijke initiatieven die ons ook landelijk en internationaal op de kaart kunnen zetten. Denk aan: een maakbudget voor jonge makers ; omdat zij voor innovatie, experiment en het maken van artistieke producties in de culturele sector van cruciaal belang zijn; bijdragen aan creatieve broedplaatsen: onder andere de Westerkerk; een bijdrage aan initiatieven die iedereen in aanraking laten komen met kunst en cultuur.

#5 – Voortzetting deelname City of Literature vraagt per 2023 aanvullende financiering Na een succesvolle kandidaatstelling is Leeuwarden-Fryslân op 31 oktober 2019 toegelaten tot het UNESCO Creative Cities Network (UCCN). Leeuwarden-Fryslân heeft zich aangesloten bij de 28 steden die samen het netwerk ‘Cities of Literature’ vormen. Anders dan bij de Culturele Hoofdstad gaat het hier niet om een titel voor een jaar, maar om een lidmaatschap voor onbepaalde tijd van dit netwerk, mits bij de vierjaarlijkse audit blijkt dat blijvend wordt voldaan aan de eisen. Gemeente Leeuwarden heeft de kandidaatstelling ingediend en is formeel gezien titeldrager. Daarom treedt zij op a ls opdrachtgever namens alle opdrachtgevers, te weten gemeente Leeuwarden, provincie Fryslân en LF2028. De raad heeft in 2020 hiervoor een krediet beschikbaar gesteld wat per 2023 stopt. Wilt u deze deelname beëindigen of voorzetten (met dus een jaarlijks uitvoeringsbudget)? #6 - Arcadia Culturele hoofdstad Leeuwarden-Fryslân 2018 heeft ons nog eens extra duidelijk gemaakt dat kunst en cultuur erg belangrijk is voor een samenleving. Het roept positieve emoties op en zet ons aan tot het denken over onszelf en de wereld waarin we (willen) leven. De gemeente Leeuwarden heeft in 2018 en daarop volgende jaren – samen met de provincie Fryslân – het initiatief genomen om te zorgen voor een vervolg op 2018.

Daarbij is vanuit de gemeente de opdracht meegegeven om het cultuurtoerisme te stimuleren, het artistieke klimaat te versterken, in te zetten op inclusiviteit (vanuit het motto: “Iedereen heeft een talent, iedereen kan meedoen”) en veel aandacht te geven aan ecologie en duurzaamheid. Het r esultaat is de triënnale Arcadia, die voor het eerst in 2022 plaatsvindt. Bosk is één van de vele voorbeelden in het Arcadia -programma voor 2022 waar kunst en cultuur ingezet wordt om belangrijke maatschappelijke vraagstukken bespreekbaar te maken. Bij de komende edities van Arcadia wil de gemeente Leeuwarden samen met de provincie Fryslân, de stichting LF2028 en zoveel mogelijk andere partners blijven optrekken om aansprekende evenementen te organiseren, maar net zo goed om grote maatschappelijke vraagstukken op een andere, nieuwe manier aan de orde te stellen: op het podium, in de stad en in de wijde omgeving van die stad. De edities in 2025 en 2028 zijn echter nog niet opgenomen in de begroting. #7 – Ambitieniveaus Evenementennota Leeuwarden kent een gevarieerd aanbod aan evenementen. De kracht van Leeuwarden zit o.a. in het diverse karakter van de evenementen, in de lage drempel om cultuur te beleven en in de ruimte om experimenteel te programmeren.

De in de Omgevingsvisie geformuleerde ambitie is om binnen enkele jaren een evenementenmix te hebben die Leeuwarden regionaal, nationaal en internationaal de status verschaft van top -evenementenstad in NoordNederland. Dit vraagt om balans tussen evenementen die relatief weinig publiek trekken, maar een belangrijke bijdrage leveren aan het levendige (artistieke) klimaat en de meer toegankelijke evenementen. We spelen waar het kan in op evenementen met (inter)nationale uitstraling en we willen de mogelijkheden verkennen om meer (boven)regionale evenementen naar Leeuwarden te halen om. Door middel van attente dienstverlening, goede faciliteiten, passende subsidiemogelijkheden en een ruim aanbod aan ‘inbestemde’ locaties kan

39

adequaat ingespeeld worden op vragen en initiatieven vanuit de samenleving; ook en zek er ten aanzien van het faciliteren van de meer kleinschaliger lokale evenementen. Tevens kunnen waar mogelijk kansen worden geboden aan nieuwe, originele evenementen met potentie en het stimuleren van jong talent. Waar het kan, is stimulering mogelijk van de totstandkoming van combinaties en arrangementen die het gelaagde profiel versterken en de economische impact maximaliseren. In de huidige Evenementennota wordt gewerkt met twee verschillende ambitieniveaus. De raad heeft bij de vaststelling van de Evenementennota de voorkeur uitgesproken voor het laagste ambitieniveau (basis op orde). Vraag is of dat niveau nog in het huidige tijdsgewricht past, of dat aanpassing richting een hoger ambitieniveau gewenst is. Bij een hoger ambitieniveau hoort een evenementenmix die Leeuwarden regionaal, nationaal en internationaal de status verschaft van top evenementen in Noord-Nederland. Daarvoor is nodig: extra budget om evenementen met een hoge culturele waarde naar Leeuwarden te halen. ambtelijke inzet voor het faciliteren en regisseren van evenementen door diverse sectoren. het geschikt maken van meer locaties voor evenementen. In algemene zin betekenen meer evenementen: hogere precario opbrengsten, hogere leges -opbrengsten, meer toeristen en meer inkomsten uit de toeristenbelasting.

Deze extra opbrengsten zouden bij kunnen dragen aan de dekking van een deel van de kosten van de plusambitie. Maar gebleken is dat de leges voor evenementen niet kostendekkend zijn. Een optie is daarom ook het verhogen van leges. #8 – Uitvoeringsbudget Meertaligheid stopt per 2023: aanvullende financiering Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en heeft een functie in het uitdragen van de tweede Rijkstaal: het Fries. De gemeente heeft een wettelijke verplichting om aandacht te hebben voor het behoud van deze taal en het gebruik ervan. De gemeente heeft daarin een aanjagende functie, maar is ook een voorbeeld. De gemeente stimuleert het gebruik van de eigen taal onder zowel de inwoners van de gemeente als haar medewerkers. Inwoners en medewerkers voelen zich thuis in het gebruik van hun eigen taal met en bin nen de organisatie van de gemeente Leeuwarden. In de begroting is echter niet voorzien in een budget voor deze taak. Vragen over bezoekerseconomie, cultuur en evenementen: 1. Wat is deze bestuursperiode, mede gelet op de circulaire en volhoudbaarheidsopgaven, uw ambitie ten aanzien van een duurzame bezoekerseconomie en kwaliteitstoerisme? 2. Hoe wilt u de knelpunten in de culturele basisinfrastructuur oplossen? 3.

Wat is uw ambitie op het gebied van kunst, cultuur en evenementen? Welke prioriteiten stelt u daarbij en wat wilt u concreet bereikt hebben over 4 jaar? Bent u bereid om de leges te verhogen om daarmee extra lasten te kunnen dekken? 4. Past voortzetting van de bijdrage aan ‘City of Literature’ in uw toekomstvisie? En zo ja, in welke vorm en omvang? 5. Hoe wilt u bijdragen aan het mogelijk maken van Arcadia en/of daaropvolgende edities in 2025? 6. Hoe wilt u bijdragen aan meertaligheid?

4.2.6 Mobiliteit en infrastructuur De maatschappelijke context van mobiliteit in onze samenleving veranderde de afgelopen jaren sterk. Infrastructuur en mobiliteit vormen belangrijke instrumenten die kunnen bijdragen aan bereikbare, maar ook een aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefomgeving. Voertuigen die gebruik maken van fossiele brandstoffen zullen na 2030 het straatbeeld verlaten en plaatsmaken voor andere vormen van (elektrisch) vervoer. Het middel om dit doel te bereiken is het uitbouwen van meer duurzame vormen van mobiliteit. In voorgaande bestuursperioden is fors ingezet op het verbeteren van de bereikbaarheid van Leeuwarden en de regio voor het wegverkeer. In leefomgevingen, zoals de binnenstad van Leeuwarden verkiezen we de voetganger en de fietser boven het autoverkeer. Ook in nieuwe ontwikkelgebieden zoals het Spoordokgebied, Middelsee en Nieuw Oud-Oost geven we voorrang aan meer duurzame vormen van mobiliteit. We zetten in op fossielvrije stadsdistributie en een milieuvriendelijk goederen- en personenvervoer. Er is een aantal trends waarneembaar die bepalend zijn voor de toekomstige mobiliteitsbehoefte. Mobiliteit wordt flexibeler en slimmer en autonome mobiliteit komt in de komende jaren steeds dichterbij, waarbij bepaalde doelgroepen steeds vaker voor het gebruik van een vervoermiddel in plaats van het bezit van een vervoermiddel. Parkeren 40

voor de deur wordt minder vanzelfsprekend en centrale parkeervoorzieningen met optimale oplaadfaciliteiten komen in het vizier. De toename van internet-winkelen, ook voor de dagelijkse boodschappen, leidt tot frequentere bevoorrading en meer logistieke en distributie-bewegingen. #1 – Fiets op 1 Verandering en groei van mobiliteit moet worden opgevangen door onder andere het openbaar vervoer, fietsen en lopen. Het aantal verplaatsingen tot 7,5 kilometer neemt toe en met de komst van e-bikes en speed pedelec verschuift deze grens richting 25 kilometer. De wens is om het fietsnetwerk verder te ontwikkelen en te verstevigen om zo een passende en gezonde oplossing te bieden voor de veranderende mobiliteitsvraag. Fiets op 1 geeft invulling aan de ontwikkelprincipes vergroenen, verbinden en verwaarden. De keuze is uit 3 ambitieniveaus: Het volledige pakket aan maatregelen (Goud) maakt van Leeuwarden een top 3 Fietsstad in Nederland. Bij ambitieniveau Zilver wordt het fietsnetwerk compleet gemaakt en wordt er voor fiets een veel nadrukkelijkere plek gegeven in gebiedsgerichte afwegingen. Ambitieniveau Brons betreft vooral intensiveren van de huidige maatregelen en vergroten van veiligheid en comfort als grootste opgaven. #2 - Mobiliteitshub Werpsterhoeke In de omgeving van de Werpsterhoek zal in de toekomst een treinstation verrijzen.

Deze locatie ligt op de grens van de stad en de regio. De ambitie is om te komen tot een multimodale regionale mobiliteitshub voor persoon- en goederenvervoer, gekoppeld aan vernieuwende vormen van distributie. De mobiliteitshub is een middel om een hoger gelegen doel – in dit geval gebiedsontwikkeling – mogelijk te maken. Een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de Mobiliteitshub Werpsterhoeke is de realisatie van een NS-station waar ook de Provincie inzet op pleegt. Ook op een lager schaalniveau biedt het concept mobiliteitshub kansen om het autogebruik en autobezit te beperken en meer duurzame vormen van mobiliteit in de gemeente te stimuleren. #3 - Duurzame stadsdistributie De wens is om de stadsdistributie te verduurzamen en daarnaast om minder hinder te genereren. Er wordt ingezet op fossielvrije stadsdistributie en 25% minder bevoorradingsvoertuigen in de binnenstad. Vele investeringen zullen vanuit de private sector afkomstig zijn. Voor de gemeente ligt vooral de taak om zaken ruimtelijk mogelijk te maken en initiatieven aan te jagen en uiteindelijk ook over te gaan tot invoering van een zero emissie-zone in de binnenstad van Leeuwarden. #4 - Knelpunten spoor De spoorverbinding is onderdeel van het gehele infrastructurele weefsel van de gemeente en pas t goed in de transitie naar duurzame mobiliteit.

Voor de economie in Noord-Nederland en de aantrekkelijkheid van Leeuwarden op het gebied van werk, wonen en vrije tijd is een snelle en frequente treinverbinding met andere economische kerngebieden een must. Het wordt als essentieel gezien dat Leeuwarden het eindstation van een snelle spoorverbinding is, met een directe overstapvrije aansluiting. De Omgevingsvisie noemt ook dat de spoorverbinding met Groningen verder verbeterd moet worden. Verder kent het huidig verkeersstelsel in Leeuwarden een aantal knelpunten, waaronder het ruimtebeslag en de barrièrewerking van het spoor in de stad. Zo vormt spoorwegovergang Schrans een fietsknelpunt en de huidige spoorbrug over het Van Harinxmakanaal is een belangrijk knelpunt omdat het verhogen van de treinfrequentie conflicteert met het vervoer over water. De wens is om de knelpunten op te lossen. Dat kan bijvoorbeeld door het spoor verdiept aan te leggen. Dit genereert ook extra ruimte om dat binnenstedelijke gebied te transformeren naar een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied. Het spoor zal in de komende bestuursperiode niet fysiek worden aangepast, maar om dit op termijn wel te kunnen is en blijft lobbyen noodzakelijk. #5 - Autoluwe binnenstad Het is de wens om de binnenstad een prettig verblijfsgebied te laten zijn met een gezonde functiemix en een prominente plek voor het thema wonen.

Daarbij past het verder autoluw maken van de binnenstad. Dit betekent in eerste instantie ook dat aan de randen van de binnenstad parkeervoorzieningen worden geoptimaliseerd. Vervoer via (elektrische) scooters en fietsen (inclusief stallingsmogelijkheden en inclusief vormen van deelmobiliteit) dient aanvullend te worden gestimuleerd. 41

# 6 - Impuls verkeersveiligheid en uitbreiding 30km-wegen in bebouwde kom In de afgelopen jaren is landelijk een zorgelijke tendens zichtbaar in het aantal verkeersongevallen. Om het aantal verkeersslachtoffers te beperken wordt aan de hand van de landelijke risico -gestuurde aanpak verkeersongevallenconcentraties in beeld gebracht en een passend maatregelenpakket bepaald. Daarnaast wordt in aansluiting op de landelijke ontwikkelingen het algemene uitgangspunt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom in beginsel 30km per uur wordt. #7 - Meerjarenprogramma infrastructuur en parkeren Binnen de meerjarenbegroting zijn een tweetal financiële producten die betrekking hebben op alles wat met infrastructuur en parkeren te maken heeft. Dit zijn de stelpost Meerjaren Programma Infrastructuur (MPI) en het product parkeren, gekoppeld aan de reserve parkeren. Binnen bestaande middelen kunnen niet alle genoemde wensen worden ingewilligd. Daarom is het maken van keuzes noodzakelijk. Een aantal keuzes zijn al gemaakt door wetgeving of andersoortige afspraken op EU en NL niveau. Op die terreinen kunt u nog wel het tempo bepalen (versnellen of vertragen). Vragen over mobiliteit en infrastructuur: 1.

Wat is uw ambitie, mede gelet op de volhoudbaarheidsopgaven, binnen de mobiliteitssector? Wat heeft daarbij prioriteit? Inzet op fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit, HUB-ontwikkeling en laadinfrastructuur, mede in relatie tot nieuwe ontwikkelgebieden zoals het Spoordok, Middelsee en Nieuw Oud-Oost (doorontwikkelen)? Wat wilt u concreet bereikt hebben over 4 jaar? 2. Wilt u de actieve lobby op het spoordossier bestendigen?

42

5. BESTUUR EN ONDERSTEUNING

5.1 Beschouwing Het vertrouwen in de overheid staat onder druk: recentelijk is het tot een ongekend laag niveau gedaald. De toeslagenaffaire en grote thema’s als zorg, woningmarkt en klimaat worden in dit verband genoemd. De onzichtbaarheid van de overheid aan de ene kant, maar ook de onzichtbaarheid van de burger: ongelijke behandeling, het niet horen van de burger. Outsiders komen in opstand tegen de elite door niet meer te gaan stemmen, door op populistische partijen te stemmen of door te demonstreren. Ook de onderwerpen waarvoor men de straat op gaat, zijn divers. Protesteren lijkt bovendien effectief te zijn. Corona was daarbij een belangrijke versneller: angst en onzekerheid gaven aanleiding om een wantrouwen tegen de overheid te uiten. Polarisatie en versplintering bedreigen de sociale samenhang in de samenleving en leiden tegelijkertijd tot een toenemend onbehagen. In het debat over polarisatie gaat veel aandacht uit naar de extremen. Maar er is een grote groep mensen die heel genuanceerd is over controversiële onderwerpen. Zij staan ver weg van de extreme posities van voor of tegen en zijn vaak zoekende en ambivalent. Het beeld komt naar voren dat er groepen mensen zijn die zich niet gehoord voelen: het stille midden.

Dit onbehagen wordt mogelijk versterkt door megatrends als:  Individualisering: nadruk op de individuele identiteit en een gebrek aan houvast en erkenning.  Globalisering: reactie op een verlies van zeggenschap en controle over het eigen leven.  Digitalisering: sociale media hebben een belangrijke rol in polarisering. Als meest nabije overheid heeft de gemeente de kans dit vertrouwen te herstellen. De gemeente moet daarbij een goede balans vinden tussen enerzijds ondersteuning bieden en faciliterend opereren en anderzijds de verantwoordelijkheid nemen op die onderwerpen waar de samenleving niet kan en/of wil optreden. Vooral op het gebied van veiligheid, ethiek en privacy kijkt de samenleving naar de overheid, als hoeder van normen en waarden. Nieuwe vormen van burgerschap en burgerbetrokkenheid moeten worden verkend en ontwikkeld. Voor kwetsbare mensen is meer aandacht nodig voor de uitvoerbaarheid van beleid en de menselijke maat daarin. De taken op lokaal niveau nemen toe, worden belangrijker en ook steeds ingewikkelder. Het Rijk stelt hiervoor geld beschikbaar en stelt drempelwaarden en cofinancieringseisen. Juist in deze ingewikkelde, verwarrende tijd met transformaties op veel terreinen zijn goede bestuurders en goed beleid van belang.

Het Rijk kijkt in toenemende mate naar de regio voor het uitvoeren van taken, met daarbij een bijzondere positie voor centrumgemeenten. Regionale samenwerking op de schaal van Fryslân, met meerdere overheden en/of maatschappelijke organisaties vraagt om trekkerschap en leiderschap.

43

Tegelijkertijd zijn er grenzen aan het absorptievermogen van de ambtelijke organisatie, wordt het aantrekken van personeel nog veel lastiger en zijn de financiële middelen beperkt. Dat vraagt van het nieuwe bestuur om goed te richten, te kiezen en te prioriteren. Informatiebeveiliging is van cruciaal belang voor het functioneren van de overheid en het vertrouwen van burgers in de overheid. Er zijn steeds meer data beschikbaar en die data worden ook steeds meer onderling verbonden, verweven en geïntegreerd door middel van algoritmes en artificiël e intelligentie. Door de toepassing van data, slimme sensoren en apparaten die verbonden zijn met het internet wordt het leven steeds makkelijker gemaakt. De hoeveelheid aan data die we produceren neemt nog dagelijks toe. Daar tegenover staat dat de beveil iging van data niet altijd goed geregeld is en oneigenlijk gebruik van data op de loer ligt en het gevaar van datalekken.

5.2 Opgaven en vraagstukken: Bestuur en ondersteuning 5.2.1 Grip op samenwerking #1 - De blik naar buiten, omgevingsbewust Zoals alle steden in Nederland staat ook Leeuwarden voor grote opgaven. Stuk voor stuk opgaven die veel deskundigheid vragen en zich ver voorbij de grenzen van de gemeente uitstrekken. In toenemende mate moeten we samenwerken met andere besturen maar ook met maatschappelijke organisaties om de grote maatschappelijke opgaven doelmatig en effectief te kunnen aanpakken. Voor het behalen van de strategische doelen binnen deze opgaven is omgevingsbewustzijn van groot belang. Goed geïnformeerd zijn over externe ontwikkelingen op alle niveaus, zorgt voor kansen. Goed geïnformeerd zijn kan door effectief gebruik te maken van bestaande bestuurlijke netwerken van bestuurders en het vergroten van het eigen gemeentelijk netwerk. Hiermee wordt gebouwd aan een invloedspositie van de gemeente en het versterken van de reputatie en van het externe profiel. Door als bestuur actief te participeren in relevante regionale, nationale en Europese netwerk en en relaties te onderhouden op politiek en hoog ambtelijk niveau kan invloed uitgeoefend worden op: a. de beleidsvorming (“brengen”) regionaal, nationaal en mogelijk Europees b. het beter inspelen en meer gebruik maken van nationale en Europese middelen om de ambities van de gemeente te realiseren (“halen”).

De Leeuwarder (bestuurlijke) samenwerking kent vele gezichten. Zo zijn we actief op Europees niveau in Eurocities en in het Europees Comité van de Regio's. Samen met de provincie Fryslân, de Friese gemeenten, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven wordt gewerkt aan een strategische lobby voor Friese projecten. Europa is voor ons een podium, bondgenoot, kennispartner en (mede)financier. De regionale samenwerking richting Europa krijgt vorm in de Friese projectenmachine. Op nationaal niveau participeert het bestuur van Leeuwarden in de VNG en de G40. Op Noord Nederlandse schaal wordt samengewerkt binnen SNN, waar de drie provincies en de drie provinciale hoofdsteden samenwerken rond economische ontwikkeling en infrastructuur. Verder bestaat er een bestuurlijke samenwerking met de provincie Fryslân (samenwerkagenda) en met de provincie, het Wetterskip en de VFG in het Bestuurlijk Overleg Fryslân. #2 - Centrumgemeente en samenwerking in de regio Leeuwarden is de hoofdstad van Fryslân en van oudsher het centrum van voorzieningen voor een groot gebied. Dat vraagt ook om een verantwoordelijke houding in het verbinden van regiopartners met elkaar: de verantwoordelijke centrumstad. Op regionale schaal werkt Leeuwarden op diverse manieren samen. Ten eerste via, al dan niet wettelijk verplichte, gemeenschappelijke regelingen zoals de GR Veiligheidsregio, de GR FUMO, de GGD.

In de rol als centrumgemeente is Leeuwarden veelal trekker van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van de Regionale Energie Strategie. De samenwerking vanuit de positie van centrumgemeente is in een aantal gevallen vervat in een centrumregeling; centrumregeling SDF, centrumregeling met de Waddeneilanden, Noardeast en Noardwest Fryslân op het gebied van ICT en bedrijfsvoering.

44

Het Rijk formuleert opgaven richting gemeenten in tal van wetgeving en regelingen, deals en akkoorden waarbij moet worden samengewerkt met andere overheden veelal in de regio. In dit verband wordt Leeuwarden door het Rijk op diverse terreinen aangesproken in haar rol als centrumgemeente, ondermeer doordat Rijksbudgetten bedoeld voor aanwending in de regio, beschikbaar worden gesteld aan de centrumgemeente. Het is nog niet duidelijk hoe het Rijk invulling gaat geven aan de regionale samenwerking. Wat ontbreekt is hoe die regionale samenwerking van meer fundament te voorzien: hoe te komen voorbij de vrijblijvendheid van regionale samenwerking? In de randvoorwaardelijke sfeer worden op dit moment geen duidelijke afspraken gemaakt. Ook mist hierdoor de democratische controle op het betreffende schaalniveau en ontstaat er onduidelijkheid over taken lokaal en taken die regionaal worden opgepakt. Het verzwakt de controlerende positie van de gemeenteraad. #3 - Samenwerking op bedrijfsvoeringsgebied De dienstverlening vanuit het Shared Service Centrum op bedrijfsvoeringsgebied aan partners in de regio heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. In het kader van de samenwerkingsagenda met de Provincie Fryslân wordt nagedacht over samenwerking tussen de provincie en Leeuwarden enerzijds en andere gemeenten in Fryslân anderzijds.

Naar verwachting zal ook voor de naaste toekomst een toenemend beroep op Leeuwarden worden gedaan op ondersteuning en samenwerking. Dat zal op zijn merites moeten worden beoordeeld. Vragen: 1. Hoe zetten we in op public affairs en lobby: op welke schaal en met wie? 2. Hoe willen we grip houden op al le genoemde vormen van samenwerking? Welke rol wil Leeuwarden in dit verband op zich nemen en welke afspraken zijn daarvoor noodzakelijk? 3. Hoe kan regionale samenwerking en samenwerking met maatschappelijke partners bijvoorbeeld in de vorm van een deal-aanpak van een fundament worden voorzien? Welke randvoorwaarden moeten minimaal geregeld zijn? Hoe kan de governance geregeld worden? 4. Hoe kan de raad betrokken blijven bij regionale samenwerkingsverbanden en deze samenwerking op democratische wijze blijven controleren? Kunnen nieuwe instrumenten hier uitkomst bieden zoals een onafhankelijk toezicht van de Rekenkamer of een regionale kiesraad. 5. Welke ruimte wilt u bieden aan verdergaande samenwerking tussen Leeuwarden en andere regiogemeenten op het gebied van de bedrijfsvoering?

5.2.2 Burgerschap en democratie in beweging #1 - Rolverdeling: hoe zien we dat? In Leeuwarden groeide de coöperatieve samenleving de afgelopen jaren. Bewonerscollectieven en sociaal ondernemers pakten maatschappelijke vraagstukken op. De verwachtingen rond burgerbetrokkenheid, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid zijn hoog. Maar burgergroeperingen kunnen het proces ook frustreren. De wijze waarop mensen uiting geven aan hun onvrede wordt zichtbaar in hun politiek participatie: door te stemmen op populistische partijen, bewust niet te stemmen of te protesteren. Hoe bereiken we groepen die kritisch zijn en blijven we met elkaar in gesprek? Mensen willen aan de ene kant meer ruimte, meer zelfregie en een kleinere overheid, maar vragen ook om bescherming en ondersteuning door de overheid. De maatschappij zelf meldt zich nadrukkelijk en de snelheid waarmee netwerken zich vormen in de maatschappij en de manier waarop zij zich uiten en mengen in het maatschappelijk debat, brengen voor de overheid flinke uitdagingen met zich mee.

Hoe en waar kunnen wij als gemeente waarde toevoegen aan de meer zelf-regisserende samenleving? Hoe kunnen we mensen de ruimte geven om met anderen een meer rechtvaardige samenleving vorm te geven? En waar is de gemeente de aangewezen partij om zélf het initiatief te nemen? Het helpt als maatschappelijke opgaven en de mens centraal staan: beginnen bij behoeften en urgenties in de samenleving levert betrokkenheid op en een grotere kans om nieuwe oplossingen te vinden en toe te passen. Veel grote opgaven waar de gemeente voor s taat, draaien in de kern om de rolverdeling tussen burger/individu, samenleving/markt en overheid/gemeente. Wie is waarvoor verantwoordelijk, praktisch en financieel? Dit speelt bij vergrijzing (wie betaalt hulp bij het huishouden?), bij jeugdhulp (welke v ormen van jeugdhulp willen we als gemeente bekostigen?), bij de energietransitie (woningisolatie, wel/of geen publieke warmte-infrastructuur), bij inkomensondersteuning (zie je ontvangers van uitkeringen als potentiële fraudeurs 45

of als kwetsbare inwoners). Niet alleen de krappe financiën, maar mogelijk ook flexibeler financieringsmodellen maken dat een continu gesprek over de rolverdeling wenselijk is. Hoe gaan we daar invulling aan geven? #2 - Participatie: samenwerking met stad, dorpen en buitengebied De representatieve democratie moet aangevuld worden met participatie van burgers en maatschappelijk initiatief. Maar niet alle burgers willen of kunnen meedoen aan de voorbereiding van plannen of zelf eigen initiatieven voor publieke voorzieningen en/of de publieke ruimte nemen. De vraag is hoe goed invulling gegeven kan worden aan nieuwe vormen van burgerkracht en parti cipatie in beleid en projecten, zodat iedereen in Leeuwarden zich betrokken en gehoord weet. Dit kan door in een vroeg stadium kaders te stellen voor de ruimte die burgers, ondernemers en maatschappelijke partijen krijgen om te participeren. Maak helder wat de gemeente en burgers van elkaar mogen verwachten, wees duidelijk over de publieke waarden die in het geding zijn en streef naar wederkerigheid (voor wat, hoort wat). Participatie is niet vrijblijvend en vraagt om tijd, inspanning, vertrouwen, ruimte en duidelijke kaders. Hoe ver willen we hierin gaan? Participatie is maatwerk: het onderwerp, de situatie en de betrokken groepen uit de samenleving bepalen in belangrijke mate hoe de participatie ingestoken moet worden.

Ook de rol van de gemeente Leeuward en verschilt: soms actief en verantwoordelijk, soms volgend. In de nieuwe collegeperiode is het van belang om een Leeuwarder participatie-aanpak te ontwikkelen. Daarbij gaat het niet zozeer om nieuwe participatieinstrumenten te ontwikkelen (daarvoor is het aanbod in Nederland en internationaal ruim voldoende), maar vooral om de vraag hoe we in Leeuwarden consistent participatie inzetten bij de plannen, de projecten en het beleid dat we ontwikkelen in en met de samenleving. En hoe we consistent omgaan met d e plannen, de projecten en het beleid die vanuit de samenleving bij de gemeente worden neergelegd. #3 - Onderlinge samenwerking raad en college Het algemeen belang waaraan raad en college hun bijdragen hebben te leveren, is niet of onvoldoende zichtbaar voor veel Leeuwarders. Het politieke proces is nogal naar-binnen-gericht. Ook de rolverdeling tussen raad en college is niet altijd helder. Raad en college kunnen nadrukkelijker met elkaar in gesprek gaan over de kaderstellende rol van de raad en over de ruimte die het college en initiatiefnemers moeten hebben bij de uitvoering. Een heldere taakverdeling voorkomt bestuurlijke drukte. Het gaat de raad helpen te focussen op de hoofdlijnen. Het gaat het college helpen om te kunnen focussen op het goed uitvoeren van taken.

Het helpt de organisatie om met de juiste dingen bezig te zijn in een tijd van toenemende krapte. #2 – Onderhandelingsresultaat en portefeuilleverdeling Hoe ziet het onderhandelingsresultaat anno 2022 er uit? De financiële positie van de gemeente brengt een aantal onzekerheden met zich mee. In het nieuwe coalitieakkoord is onderscheid te maken in een dichtgetimmerd collegeprogramma met financiële vertaling en een meer inhoudelijk en richtinggevend programma, waarin vooral prioriteiten worden benoemd zonder financiële vertaling. Ook is een mix van beide mogelijk. Bijvoorbeeld door over bepaalde onderwerpen een beperkt aantal harde coalitieafspraken te maken en daarnaast onderwerpen te benoemen die in open overleg met de raad uitgewerkt kunnen worden. Denkbaar zijn zaken die om nadere duiding van het gewenste kwaliteitsniveau gaan en waarover de raad geen eerdere uitspraken heeft gedaan. Verder is het aan te raden om een portefeuille-indeling te maken binnen het college waarin de integrale opgaven met bijbehorende budgetten centraal staan. Een versnippering van portefeuilles , zo leert de ervaring, leidt tot veel afstemmingsmomenten. Daarnaast kan een herkenbare indeling helpen om Leeuwarden effectief en succesvol te vertegenwoordigen in het kader van lobby. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk ook onderwerpen zijn die de aandacht behoeven van alle bestuurders.

Voorbeelden hiervan zijn “inclusie”, “wijken”, “dienstverlening”, “informatiesamenleving” en “participatie”. Vragen over burgerschap en democratie: 1. Hoe wilt u de communicatie richting inwoners vormgeven? Hoe bereiken we groepen die kritisch zijn? En bent u tegelijkertijd ook bereid een tegengeluid te laten horen op ondermijnend, problematisch gedrag. 2. Hoe wilt u het continue gesprek over de rolverdeling tussen burger/individu, samenleving/markt en overheid/gemeente vormgeven? Waarbij aandacht is voor een goede balans tussen hulp en 46

ondersteuning bieden enerzijds en op de achtergrond blijven als de samenleving het zelf kan oppakken anderzijds. 3. Hoe wilt u participatie consistent inzetten bij de plannen, de projecten en het beleid dat we ontwikkelen in en met de samenleving? En hoe wilt u omgaan met de plannen en projecten die vanuit de samenleving bij de gemeente worden neergelegd? 4. Bent u bereid tot flexibeler financieringsmodellen: nadrukkelijker en direct samenwerken met marktpartijen en inwoners in de vorm van crowdsourcing, crowdfunding of community bonds? 5. Bent u bereid tot het stimuleren van innovatie, duurzaamheid en nieuwe vormen van (maatschappelijk/sociaal) ondernemerschap. 6. Hoe ziet u de balans tussen directe democratie (zelfbeheer, referenda, inspreken) en verantwoordelijkheid van de raad om particulier en algemeen belang af te wegen en te behartigen? 7. Hoe ziet u de balans tussen ‘sturen op hoofdlijnen’ versus ‘in beeld’ zijn en ‘profileren’? 8. Is bespreekbaar dat zaken die betrekking hebben op het uitvoeren van wettelijke taken in medebewind door het college, meer in de politieke luwte kunnen plaatsvinden? 9. Welke nadere afspraken zijn er nodig voor een goede taakverdeling en onderlinge samenwerking tussen raad en college. 10. Hoe ziet u het onderhandelingsresultaat? 11. Wilt u de portefeuilleverdeling baseren op een verdeling van de integrale opgaven?

5.2.3 Dienstverlening Reikwijdte van de gemeentelijke dienstverlening De gemeentelijke dienstverlening strekt zich uit van de telefooncentrale tot de W MO-zorg en van de handhaving op straat en de sociale wijkteams tot de fysieke dienstverlening in het Gemeentehu is. Dienstverlening stelt individuele inwoners óók in staat om mee te doen in de samenleving. We geven paspoorten uit zodat mensen kunnen reizen. We verstrekken uitkeringen en hulpmiddelen om mensen te helpen hun bestaan zo goed mogelijk in te richten. We vergunnen aanpassingen in hun leefomgeving zodat woongenot verbetert. Kortom, dienstverlening wordt uitgevoerd in vele sectoren van de gemeentelijke organisatie en raakt alle portefeuilles van het college van B&W. Veranderende context De gemeentelijke dienstverlening ziet zich geconfronteerd met een stijging van de klantvragen, vragen die steeds complexer zijn, invoering van nieuwe wetgeving en een toenemende digitalisering van de samenleving. De behoefte van mensen aan meer ruimte en zelfregie neemt toe en tegelijkertijd groeit de vraag om bescherming en ondersteuning door de gemeente. Het kabinet onderstreept dit door extra geld vrij te maken voor de diensteverlening aan kwetsbare inwoners (POK-middelen). Mensen met (complexe) vragen mogen niet vastlopen in onze systemen en daardoor in de problemen komen.

We hebben de verantwoordelijkheid om onze dienstverlening zo in te richten dat iedereen ermee uit de voeten kan. De gemeente is de meest nabije overheid. Juist daarom is van belang dat onze dienstverlening persoonlijk en toegankelijk is. In die context heeft de gemeente Leeuwarden zich te bezinnen op de publieke dienstverlening aan haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Voor de nieuwe collegeperiode zien we daarom de volgende opgaven. #1 - Basis op orde Randvoorwaarde is dat de basis van de gemeentelijke dienstverlening op orde is. Basis op orde ziet erop dat de contactmogelijkheden voor inwoners aansluiten op hun mogelijkheden en vaardigheden. Er wordt rekening gehouden met kwetsbare mensen, zoals mensen in armoede, laaggeletterd of met een licht verstandelijke beperking. De menselijke maat is het uitgangspunt. De digitale dienstverlening kan worden uitgebreid, de mogelijkheid voor persoonlijk contact moet er altijd zijn. Denk ook aan een combinatie van fysieke afspraken met online dienstverlening voor bijstandsaanvragers c.q. werkzoekenden. Dienstverlening moet op tijd en duidelijk zijn en de wachttijden niet te lang. Om het vertrouwen in de gemeente te behouden en ook om dez e te versterken zijn er investeringen nodig.

Investeringen voor eenvoudige (digitale) aanvraagprocessen, voor het bieden van informatie in begrijpelijke taal en voor het verbeteren van de integrale samenwerking binnen onze organisatie. Voor feedback op hoe inwoners de dienstverlening ervaren, kan de klanttevredenheid met een zekere regelmaat gemeten worden.

47

#2 - Modernisering dienstverlening De samenleving is gewend aan digitale dienstverlening op veel terreinen en de gemeente moet hier aansluiting bij vinden. Op dit moment sluit de gemeentelijke dienstverlening niet meer aan op de leefwereld van een deel van de inwoners. De dienstverlening is reactief, versnipperd en onoverzichtelijk. Om dit te verbeteren kan gedacht worden aan meer datagerichte interactie met inwoners (proactief) waarbij de digitale balie een volwaardig alternatief is van de fysieke balie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een persoonlijke online omgeving, zijn webformulieren gedigitaliseerd, is het aantal kanalen uitgebreid (o.a. met videobellen) en gebruiken we nieuwe technieken om de communicatie met onze inwoners te verbeteren. Van belang is om samen met inwoners de dienstverlening verder te ontwikkelen. Vraag: Welke prioriteiten stelt u in meer maatwerk aan kwetsbare inwoners en verdere modernisering van onze dienstverlening?

5.2.4 Informatiesamenleving Kansen en risico’s De informatiesamenleving is overal om ons heen. Wij maken er als gemeente deel van uit, maar staan vooralsnog vaak langs de zijlijn. Tijdens de coronacrisis zijn de kansen en risico’s van digitalisering voor Leeuwarden nog prominenter geworden. Veel vitale gemeentelijke processen konden doorgang vinden door het gebruik van digitale toepassingen. De afgelopen periode hebben verschillende experimenten binnen de Leeuwarder Digitale Agenda duidelijk gemaakt dat we met data en (nieuwe) technologie maatschappelijk waardevolle dingen kunnen doen. Denk aan robotisering van de Tozo-regeling. Ook werd duidelijk dat het belangrijker is dan ooit dat in het digitale domein beveiligings-issues geen kans krijgen en inwoners tegen ongewenste gevolgen worden beschermd. Wetgeving en andere regelgeving die proberen greep te krijgen op de informatiesamenleving zijn flink toegenomen. Denk aan de privacywetgeving (AVG), of de aanstaa nde Omgevingswet. Gebleken is dat de (technische) consequenties ervan omvangrijk kunnen zijn. Digitale transitie urgent De Europese Commissie investeert de komende tijd bijna € 2 miljard in de digitale transitie (Programma Digitaal Europa).

De hoop dat de digitale transitie als vanzelf zou leiden tot maatschappelijke vooruitgang en Brede Welvaart, heeft plaatsgemaakt voor het besef dat we als gemeente en samenleving onze digitale toekomst actief vorm moeten geven. Als we digitale ontwikkelingen zelf in de hand willen hebben en houden, als we willen weten wat er wel en niet gebeurt met onze data, als we controle willen houden over hoe digitale innovaties en toepassingen worden vormgegeven, als we willen voorkomen dat digitalisering mensen buiten sluit, moeten we daar ook zelf in investeren. Het gaat om een ingrijpende transitie op veel zo niet alle terreinen in de samenleving. Onze huidige informatiehuishouding en organisatie zijn hier nu niet op toegerust. We lopen achter en kunnen nu nog toekomstige druk op structurele uitzettingen voorkomen. In hoeverre wilt u de kansen van digitalisering verantwoord benutten, opschalen én tegelijk werken aan het op orde brengen van de fundamenten en randvoorwaarden voor alle sectoren en domeinen? Er zijn nog keuzes te maken wat betreft bestuurlijke prioriteit, tempo van realisatie en dito financiering. #1 – Kansen benutten Dit betreft het helpen realiseren van grote opgaven (volhoudbaarheidthema’s, inclusie en circulaire economie) met inzet van data en (moderne) ict-technologie. De i-inzet moet worden afgestemd op bestuurlijke ambities en prioriteiten.

Er zijn kansen in bijdragen aan de leefbaarheid door inzet van camera’s en kunstmatige intelligentie; aan klimaatadaptatie met simulaties in 3D-model van Leeuwarden; of aan de datagedreven bestrijding van ondermijnende georganiseerde criminaliteit. Het onderzoeken van de mogelijke bijdrage van data en nieuwe technologie (kansenanalyse) hoort een standaard afweging te zijn binnen de planvorming van grote opgaven. We kunnen dit betaalbaar maken door bijvoorbeeld voor iedere grote opgave een percentuele i-bijdrage te reserveren. #2 – Modernisering informatiehuishouding en informatiebeveiliging op orde Onze huidige informatiehuishouding is onvoldoende ingericht op de ondersteuning van grote opgaven (inclusief eerder genoemde basis op orde en modernisering van publieke dienstverlening) naast het huidige beheer van de bedrijfsapplicaties. Het moet eenvoudiger (procesvernieuwing), flexibeler (hergebruik 48

bestaande componenten, common ground, open source), efficiënter (beter benutten generieke voorzieningen), zorgvuldiger en goedkoper (beheer in de cloud). Het tempo van de ontwikkelingen wordt bepaald door het beschikbare budget. Voor de toename van risico’s op het gebied van informatiebeveiliging vragen we extra aandacht. De risico’s beperken zich nu al niet meer tot de grenzen van de gemeentelijke organisatie, maar treden op in de lokale ketens en netwerken. Het is onvermijdelijk dat we die risico’s zoveel mogelijk moeten blijven beperken. Beveiligingsincidenten, datalekken en gebrekkige opvolging kunnen tot verminderde dienstverlening, imagoschade, juridische en geldboetes leiden. Budgetuitbreiding om de basis op orde te houden of prioriteiten stellen lijkt onvermijdelijk. #3 – Digital twin Leeuwarden We zien enorme potentie in de mogelijke ondersteuning van integraal gebiedsgericht werken met simulaties binnen een digitale kopie van Leeuwarden, de zogeheten digital twin Leeuwarden. Simulaties kunnen knelpunten bloot leggen die ons helpen in het ma ken van bepaalde beleidskeuzes. Als visueel middel helpt het om ideeën met inwoners en partijen in vroegtijdig stadium te kunnen beoordelen. Ook helpt het ons om een gemeenschappelijke ‘taal’ te spreken vanuit de diverse invalshoeken fysiek, sociaal en vei ligheidsdomein.

We voorzien een groeitraject van tenminste tien jaar, waarin het 3D-model van Leeuwarden met steeds meer data en VR-technologie steeds grotere (simulatie)waarde krijgt. Wilt u dat we hier deze collegeperiode mee aan de slag gaan? #3 - Duiden, reflecteren en i-bewust handelen Digitalisering leidt ook tot nieuwe vraagstukken over: mores en fatsoen op social media en digitale platforms , fake news en desinformatie. En welke impact heeft bijvoorbeeld geautomatiseerde besluitvorming, voorspellende data-analyses en robotisering op mensen? We willen alle burgers, ondernemers én hun rechten beschermen als die door nieuwe ontwikkelingen onder druk komen te staan. De discu ssie hierover is ingewikkeld, omdat veel belangen moeten worden afgewogen. We moeten de impact en ethiek van (nieuwe) technologie op onze inwoners en samenleving consequent gaan onderzoeken en leren reflecteren op publieke waarden (autonomie, rechtvaardigheid, privacy e.d.) die daarbij in het geding kunnen zijn. Zodat we open en transparant worden over de afwegingen die we daarin maken en grenzen stellen aan wat we toelaatbaar vinden. Hoe ziet u uw rol als bestuur hierin? Vragen over informatiesamenleving: 1. Hoe staat u tegenover het principe om voor iedere grote opgave (klimaatadaptatie, ondermijning, armoedebestrijding etc.) en na kansenanalyse, een percentuele i-bijdrage te reserveren? 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=6d59c962-0dd6-4d7b-bb47-062fd4bf6802