Bijlage 1. Informatiepakket 2022 gemeente Leeuwarden.pdf
Tekst van het document
Landelijk is een lijn door het Rijk en verzekeraars ingezet om meer mensen thuis te verzorgen, via wijkverpleging. Men experimenteert ook met “tussenvormen” van zorg, waarbij ziekenhuiszorg zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Hoewel we als gemeente deze capaciteitsvraag niet kunnen oplossen, zijn we wel in staat om de druk op de zorg te verminderen. Dat kan door bij te dragen aan nieuwe vormen van zorg of door het verkleinen van gezondheidsverschillen of het verbeteren van een gezonde leefstijl.
1 Definitie volgens Arcadis - Gezonde Stad Index 2020, november 2020.
19
3.2.5 Sport Om bewegingsarmoede tegen te gaan en kinderen weer motorisch vaardig te krijgen is er steeds meer aandacht voor het stimuleren van een brede motorische ontwikkeling van kinderen. In het basisonderwijs zijn de afgelopen jaren veel vakleerkrachten ingezet die het bewegingsonderwijs vormgeven. Het Athletic Skills Model is een model richt zich op het stimuleren en aanleren van basisvaardigheden die tijdens sporten en bewegen aan bod komen. Uit onderzoek blijkt dat door deze vaardigheden aan te bieden , kinderen beter, vaker en met meer plezier gaan bewegen. Het effect op latere leeftijd is dat er meer en langer in goede gezondheid bewogen wordt. Inzetten op een brede motorische ontwikkeling geeft dus zowel op sport- als op gezondheidsvlak flinke winsten. Dit betekent dat zowel de sportprofessionals als de inrichting van de diverse openbare beweegplekken, binnen- en buitensportaccommodaties ingericht kunnen worden volgens dit principe. Zie ook 5.3.5 Sporten in de buitenruimte. Vragen over bestaanszekerheid: 1. Met het vraagstuk rondom mensen die nimmer uit de bijstand raken zijn er twee opties: óf proberen om de Leeuwarder arbeidsmarkt te hervormen, waarbij werk voor deze doelgroep haalbaar wordt, óf kijken naar andere vormen van zinvolle daginvulling (met behoud van uitkering), waarbij men binnen de eigen capaciteiten maatschappelijk zinvol werk doet.
Hoe kijkt u naar dit vraagstuk vanuit deze twee uiterste benaderingen? 2. In het programma Leeuwarden Oost starten we met het experiment versneld schulden- en stressvrij, en met de inzet van de ervaringsdeskundigen. In 2023 kijken we of deze aanpak werkt, wat de structurele effecten hiervan zijn en wat de vervolgstappen zijn. Wilt u met betrekking tot deze experimenten halverwege de collegeperiode bepalen of een structurele of incidentele voortzetting nodig is? 3. Wilt u ambtelijke capaciteit beschikbaar stellen voor de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering? Wilt u voor de ‘ondertussen’-groep aanvullende ondersteuning realiseren en daarvoor de bekostiging als gemeente zelf dragen? 4. Wilt u investeren in nieuw gezondheidsbeleid met inzet op preventie en innovatie om gezondheidsachterstanden integraal, domeinoverstijgend en preventief aan te pakken? 5. Wat moet de basis zijn voor het nieuwe sportbeleid van de gemeente?
3.3 Opgaven en vraagstukken: Leven lang leren 3.3.1 Kansengelijkheid en onderwijs Gemeenten hebben een grondwettelijke plicht tot het bieden van onderwijs aan alle kinderen en jongeren in hun gemeente. Dat betekent dat scholen voor alle kinderen toegankelijk zijn en binnen een afzienbare afstand aanwezig zijn. In de stad is voldoende spreiding en toegang aanwezig. Er vindt ook regelmatig nieuwbouw plaats, of daarin wordt op korte termijn voorzien. Binnen de dorpen staat dit onder druk. Leerlingenaantallen moeten aan wettelijke normen voldoen, maar niet in elke kern kan aan die norm worden voldaan. We zien binnen onze gemeente dat met name in de kleine dorpen in het voormalige gebied van de gemeente Littenseradiel scholen onder druk staan en gedwongen zijn te sluiten of te fuseren. Scholenkoepels zijn als gevolg van deze ontwikkeling genoodzaakt om te fuseren, waarbij de gemeente een belangrijke rol heeft als toezichthouder. We verwachten de komende jaren dat deze trend zich voortzet. In zijn algemeenheid financiert de gemeente projecten en activiteiten om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Voor Leeuwarden, gezien de populatie, een serieuze opgave. Maa r door de coronacrisis en de beperkte mogelijkheden voor kinderen om in de afgelopen twee jaren op een normale manier onderwijs te genieten, is deze opgave prangend geworden.
We zetten al verschillende instrumenten in om achterstanden te voorkomen of te tackelen, maar deze hebben een aanvullende inzet nodig. Aanpak 12Het realiseren van IKC-voorzieningen valt niet binnen de werking van de Verordening onderwijshuisvesting. Realisatie van deze voorzieningen is gebaseerd op afspraken in het in 2014 vastgestelde Vlekkenplan dat inmiddels is afgerond. Het vlekkenplan heeft de IKC-ontwikkeling een enorme impuls gegeven. Binnen de IKContwikkeling is grote vraag naar een doorontwikkeling ervan. Daarvoor is het Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 2 2021- 2028 en de daarbij behorende preventieve vormen van jeugdhulpverlening vastgesteld. 20
Hoewel de dekking van deze ontwikkeling via de Rijksmiddelen voor het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB middelen) is gegarandeerd, steekt de gemeente er nu nog veel eigen geld in om de ontwikkeling te versnellen. Per 2023 valt dit weg. Aanpak 12+ De problematiek waarbij leerplicht betrokken wordt, lijkt steeds complexer te worden, waardoor en leerplichtambtenaar ook intensiever en langer bij een casus betrokken is. Vooral als het gaat om complexe thuissituaties en onderwijs/zorgarrangementen. De vraag is wat voor effect de coronacrisis daadwerkelijk zal hebben op het onderwijs en of ook ten a anzien van de leerplicht een inhaalslag gemaakt moet worden in de begeleiding naar school van thuiszittende leerlingen. De scholen zelf zetten in op uitbreiding van de scholenteams/school als vindplaats binnen het voortgezet onderwijs. De beschikbare middelen hiervoor zijn van tijdelijke aard. Willen kinderen en jongvolwassenen de mogelijkheid krijgen om zich ten volle te ontwikkelen, dan is het noodzaak om doorlopende leerlijnen te ontwikkelen. Hierin bestaan bij de (soepele) overgang en aansluiting van het primair onderwijs, naar het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs zo weinig mogelijk (institutionele) belemmeringen. Aansluitend daarop is ook aandacht voor de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt.
Binnen de verschillende sectoren in de arbeidsmarkt kunnen dit soort overgangen worden versterkt. Deze verbindingen zijn nog niet optimaal vormgegeven en vragen meer aandacht en creatieve werkwijzen om de doorgaande leerlijn op alle niveaus te realiseren en te versterken. Het is primair aan het onderwijs om dit te realiseren, maar ook aan de werkgevers/de markt in het formuleren van de vraag. Wij hebben als gemeente baat bij een juiste schoolkeuze (met baankansen) van onze inwoners. Zie ook 4.2.2 Arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie. Vragen over Leven Lang Leren: 1. Wilt u ook na 2023 de onderwijsachterstanden blijven tegengaan en oplossen met gemeentelijke middelen voor de ontwikkeling van IKC’s ? 2. Wilt u een structurele uitbreiding van scholenteams/school als vindplaats (na 2022)? 3. Welke rol wilt u als gemeente spelen in het ontwikkelen van de doorlopende leerlijn en tot hoe ver (stimulerend en verbindend) wilt u daar in gaan?
3.4 Opgaven en vraagstukken: Participeren 3.4.1 Zelfredzaamheid #1 – Waardering van problematiek en de daarbij in te zetten ondersteuning De WMO, en deels ook de Jeugdwet, gaan niet meer automatisch uit van een recht op ondersteuning, maar meer vanuit de vraag welke (tijdelijke vorm van) compensatie nodig is. Gelet op de vraag of het huidige stelsel houdbaar en organiseerbaar blijft, zullen we anders naar de gemeentelijke ondersteuning moeten kijken. In de afgelopen decennia zijn diverse ondersteuningsvormen door de overheid opgepakt en bekostigd. De (Rijks)overheid verleent en bekostigt een breed palet aan ondersteuning. De vraag moet gesteld worden of alle vormen van ondersteuning persé een overheidsverantwoordelijkheid zijn. Daar gaat nog een vraag aan vooraf welke kwetsbaarheid een overheidsverantwoordelijkheid is. Welke personen komen in aanmerking voor gemeentelijke hulp en wanneer gemeentelijke hulp wel aangeboden moet worden, welke gemeentelijke hulp is dan het meest passend? Het is verleidelijk om hier het adagium van ‘maatwerk’ als leidend principe te hanteren, maar dit biedt inwoners, instellingen en het eigen apparaat nauwelijks houvast. Het vraagt dat we beter bepalen hoe we met kwetsbaarheid om willen gaan en welke routes we inwoners willen laten bewandelen. En hoe we met dit verschil omgaan in relatie tot voorwaarden/drempels of toegangen naar hulp.
Niet alle hulp aan kwetsbaren hoeft een overheidsaangelegenheid te zijn (bijvoorbeeld Vervoersvoorzieningen en Huishoudelijk Hulp aan ouderen). #2 – Geen lokale stelselwijziging voor de WMO en de jeugdzorg Sinds de decentralisaties zijn er verschillende systeemwijzigingen doorgevoerd om de sturing op het sociaal domein en de zorgaanbieders te vergroten en lokale doelstellingen te bereiken. In 2018 is er een majeure wijziging in de Jeugdzorg doorgevoerd, waar per 2023 nieuwe overeenkomsten met uitvoerders voor worden 21
afgesloten. Deze transformatie wordt in de komende collegeperiode geëvalueerd. Op basis daarvan kan beleid zo nodig bijgesteld en nieuwe keuzes gemaakt worden. In 2021 is er een majeure stelselwijziging in de lokale WMO doorgevoerd. Daarnaast verwachten we een wijziging in het landelijke stelsel van Beschermd Wonen wat impact heeft op hoe we als Friese gemeenten samenwerken en ons lokale voorzieningenpalet moeten inrichten. Deze wijzigingen hebben een grote impact (gehad) op de zorgsector en gaf onzekerheid bij de cliënten. Het verdient overweging om de komende collegeperiode niet het initiatief te nemen om een stelselwijziging van een vergelijkbaar kaliber in te zetten, maar om de sector te laten wennen aan de recent ingezette stelsels en werkwijzen en in te zetten op het verder door ontwikkelen. #3 – Strategisch partnerschap in de zorg Adequate vormen van ondersteuning vragen steeds nauwere samenwerking met strategische partners in de zorg, zoals Zorgkantoren en zorgverzekeraars. We zien dat we als gemeente steeds vaker effectievere vormen van ondersteuning kunnen realiseren als we concepten samen met zorgkantoren en -verzekeraars ontwikkelen. Dat vraagt intensieve samenwerking. Het is steeds een zoektocht en vraagt veel (ambtelijke) aandacht. Die capaciteit is beperkt en niet altijd aanwezig. Daardoor ligt ‘eilandvorming’ op de loer.
Om dat te doorbreken, zijn gezamenlijke projecten of een gezamenlijke aanpak met de zorgkantoren en -verzekeraars nodig. #4 - Een betere start voor kwetsbare jongeren Door de extramuralisering en de bezuinigingen (o.a. op de verlengde jeugdhulp) gecombineerd met de problemen op de woningmarkt ontstaan er problemen bij vooral kwetsbare jongeren (18 -25 jaar en voor GGZ tot ca 35 jaar). Dit probleem neemt toe door corona, het nieuwe woonplaatsbeginsel, steeds meer ambulante behandeling en snellere uitstroom uit intramurale voorzieningen. Jongeren die vanuit de jeugdwet komen raken zowel hun sociale netwerk als hun vaste begeleiders kwijt. De overstap naar Amaryllis of Windk racht wordt nu wel ingeregeld maar dat is op vrijwillige basis. Ze komen soms op woonplekken terecht die niet geschikt zijn gezien hun problematiek. In dit soort voorzieningen bestaat geen aansluiting op hun behoefte en ze missen een basis waarop ze kunnen terugvallen. Voor deze groep is het nodig om iets nieuws te ontwikkelen wat ze een betere start geeft voor hun volwassen leven. #5 - Flankerende activiteiten naast het bestaande zorgaanbod: doelgroepenbeleid? In de gemeente bestaat momenteel een aanpak ten behoeve van mensen met een licht verstandelijke beperking als aanvulling op de reguliere ondersteuning voor deze doelgroep vanuit de WMO .
De WMO-gelden zitten grotendeels vast in de huidige contracten met zorgaanbieders en er is weinig tot geen ruimte om hier eigen preventief beleid voor de ontwikkelen. Deze activiteiten kunnen we met andere doelstellingen ook voor andere doelgroepen ontwikkelen. Jarenlang is het adagium geweest om geen doelgroepenbeleid te hanteren binnen Leeuwarden, omdat we beleid ontwikkelen voor iedereen en de doelgroepen daar onderdeel van zijn.
3.4.2 Sociale Basisinfrastructuur en Inclusie #1 – Inclusie afdwingen/stimuleren? Er is een versplintering gaande in de samenleving die gevolgen heeft voor de sociale cohesie en de wijze waarop de samenleving uit zichzelf elkaar bijstaat. Daardoor worden mensen teruggeworpen op de eigen directe kring en worden niet meer blootgesteld aan andere opvattingen. Het bevorderen van inclusie kan er voor zorgen dat men kennis kan nemen van opvattingen buiten de eigen kaders en onderling begrip voor elkaar kan worden getoond. Neveneffect daarvan is dat het maatschappelijk weefsel sterker wordt. Rondom de decentralisaties in 2015 is er publiekscampagne geweest met goede voorbeelden om inclusie en vrijwilligerswerk/mantelzorg te promoten. Vraag is of deze oproep nieuw leven ingeblazen moet worden en de oproep aan de bevolking om meer voor elkaar te doen indringend neer te zetten. En de vraag is of de gemeente ook intensiever werk moet maken van opbouwwerk in de wijken en dorpen. #2 – Bevorderen leefbaarheid en levendigheid in de gemeente Op het terrein van de sociale basis zitten vrijwel alle gemeentelijke middelen ‘vast’ in diverse formele vormen van gecontracteerde en gesubsidieerde ondersteuning. Om de leefbaarheid en levendigheid in de gemeente te bevorderen is een deel van de zogenaamde Burgerkrachtgelden vrij besteedbaar voor de meer informele vormen van ondersteuning.
Op dit moment worden vrijwilligersorganisaties en buurt-, wijk- en
22
dorpsorganisaties gesubsidieerd met deze gelden. Incidenteel kennen we een Mienskipfonds (tot 2023) v oor maatschappelijke initiatieven die we daar buiten van belang achten. Daarnaast worden diverse vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke instellingen gesubsidieerd met een meer gemeentebreed perspectief (vgl. Humanitas etc.). Enkele instellingen verzoeken om meerjarige subsidies. Meer principieel is de vraag aan de orde of de middelen die we verstrekken voldoende maatschappelijk rendement sorteren en effectief worden ingezet ter versterking van sociale cohesie en een sociale basisinfrastructuur in de gemeente. Vraag daarbij is welke voorzieningen persé door de gemeente overeind moeten worden gehouden en onder welke voorwaarden. De omvang van deze middelen is beperkt. #3 – Bevorderen van de toegankelijkheid De gemeente Leeuwarden kent een Inclusie Agenda Leeuwarden 2020-2022 met als doel dat iedereen meedoet. In het VN-verdrag Handicap is vastgelegd dat gemeenten hun uiterste best doen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking dezelfde kansen en mogeli jkheden hebben als mensen zonder beperking. Vragen over Participeren: 1. Wie moeten primair gemeentelijke ondersteuning kunnen ontvangen en in welke situaties is deze hulp niet een gemeentelijke verantwoordelijkheid? 2.
Bent u het eens met de stelling dat we de huidige stelsels WMO en Jeugdzorg de kans geven om tot volle wasdom te komen en om verder te investeren in de doorontwikkeling van onze kennis van de producten en de markt? 3. Wilt u ambtelijke capaciteit beschikbaar stellen voor de ontwikkeling van het strategisch partnerschap met de zorgverzekeraars? 4. We hebben nu geen doelgroepenbeleid, wilt u dit in de nieuwe bestuursperiode zo houden? 5. Tot hoe ver (dwingend/sturend) mag de gemeente inclusie afdwingen/stimuleren? 6. Wilt u, om de sociale cohesie te versterken en daarmee de druk op de formele zorg te beperken, verregaande maatregelen in gang zetten? 7. Moeten we meer investeren in gebiedswerk? 8. Bent u bereid om – met alle gevolgen en eventuele reuring van dien – de wijkgerichte aanpak te evalueren en aan de hand daarvan van een nieuwe visie op te stellen die eventueel op andere leest is geschoeid? 9. Wilt u de Inclusieagenda voor de periode 2023 tot en met 2028 opnieuw laden en van een handelingsperspectief voorzien?
3.5 Opgaven en vraagstukken: Leefomgeving 3.5.1 Wonen Wonen is een eerste levensbehoefte die valt onder bestaanszekerheid. Een goede woning in een gezonde en veilige leefomgeving is één van de onderdelen waar we als gemeente een bijdrage aan kunnen leveren. Een goede woning is ook een betaalbare woning. Het inzetten op mengen van leeftijden en inkomensgroepen met een gevarieerd aanbod aan koop- en huurwoningen, moet voorkomen dat bestaande en nieuwe wijken de toekomstige achterstandswijken worden. #1 - Knelpunten woningmarkt De Nederlandse en lokale woningmarkt staan op verschillende manieren onder druk. Er is een groot woningtekort door diverse oorzaken. Tijdens de meest recente kredietcrisis is praktisch niet gebouwd, terwijl de bevolking wel is doorgegroeid. Meer recent zagen we een forse afname van bouwvergunningen als gevolg van de stikstof bepalingen. Plannen maken op het gebied van woningbouw duurt soms wel tot tien jaar door bijvoorbeeld complexe MER-procedures of beroep- en bezwaarmogelijkheden. Ook de druk op schaars beschikbare grond en schaarse grondstoffen bemoeilijkt het vlot trekken van de woningmarkt. In het verlengde hiervan ligt de vraag: Hoe om te gaan met de schaarse ruimte? De stijgende huizenprijzen maken het voor de woningzoekenden moeili jker om een betaalbare woning te vinden.
En er is op de verkoopmarkt meer concurrentie van woningzoekenden uit andere delen van ons land. Deze extra druk en verminderde doorstroming zorgt ook voor langere zoekduur in de sociale
23
huurwoningmarkt. Voor een aantal van deze knelpunten kan een huisvestingsverordening een oplossing bieden voor regeling van particuliere verhuur, woningtoewijzing en een verbod op tweede woningbezit. #2 - Woningbouwopgave Op nationaal niveau is de woonopgave met al zijn uitdagingen hoog op de politieke agenda geplaatst. Het Rijk heeft voor Nederland een forse woningbouwopgave neergezet om 1 miljoen woningen in de komende 10 jaar te gaan realiseren. Noordelijk Nederland (Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland) heeft de krachten gebundeld en gezamenlijk in 2021 de bouwstenen voor het Deltaplan van het Noorden gepresenteerd. Noordelijk Nederland biedt de mogelijkheid om 220.000 extra woningen te realiseren, waarvan Fryslân 45.000 en Leeuwarden 10.000. Dit alles met als uitgangspunt dat de economische positie van dit landsdeel wordt versterkt door uitvoering van het Deltaplan, inclusief een snelle spoorverbinding. Los hiervan moeten er in Leeuwarden minimaal 3.500 woningen worden gebouwd vóór 2030. Daarbij moet er aandacht zijn voor bouw van sociale huurwoningen, extra studentenhuisvesting en woningen in dorpen. Een stevige productie voorzien we in Middelsee, Spoordok en Nieuw Oud-Oost (zie ook 3.5.2 Stedelijke vernieuwing en 3.5.3 Gebiedsontwikkeling).
Facilitering van en realisatie van substantiële woningaantallen vergt de nodige investeringen in infrastructuur, transformatie van het binnenstedelijk gebied, klimaatadaptieve maatregelen etc. #3 – Nieuwe woonzorgvormen (sociale woningmarkt) De samenleving vergrijst. Geschikte woon(zorg)vormen en beter ingerichte wijken helpen mensen langer zelfstandig te laten wonen en verhuizing naar een verpleeghuis uit te stellen, of te voorkomen. Dat is belangrijk, want door de vergrijzing en tekort aan zorgpersoneel stijgt het aantal ouderen dat wacht op een verpleeghuisplek. Daarnaast zijn er steeds minder bedden in intramurale voorzieningen beschikbaar. Dit betekent dat steeds meer mensen zelfstandig moeten gaan/blijven wonen. Hierdoor neemt niet alleen de druk op de sociale woningmarkt toe, maar groeit ook het aantal ouderen in een koopwoning sterk. De grote opgave is om deze doelgroep óf een goed volledig pakket thuis (VPT) te kunnen bieden óf te verleiden om tijdig naar een meer geschikte woning te verhuizen. Om ouderen ook in de toekomst goede zorg te blijven bieden zijn passende en nieuwe woonzorgvormen (tussenvoorzieningen) hard nodig. Wat passend is, is voor iedereen anders: het gaat bijvoorbeeld om criteria als oppervlakte, levensfase (bijv. gelijkvloers, appartement met lift) en betaalbaarheid.
Zorgorganisaties en corporaties hebben daar een cruciale rol in, maar kunnen dit niet alleen. Naast ouderen moet er ook nadrukkelijk naar andere kwetsbare doelgroepen worden gekeken. Om de juiste zorg op de juiste plaats te kunnen bieden is een goede instroom, doorstroom en uitstroom qua wonen en zorg nodig voor verschillende doelgroepen. Denk aan kwetsbare jongvolwassenen die uitstromen uit de jeugdzorg en mensen die uit de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen komen ; mensen die uit detentie komen en beschermd wonen en statushouders. Deze groepen hebben verschillende mogelijkheden en behoeften, qua woning, woonomgeving en ondersteuning. Nu de vraagdruk in de sociale woningmarkt toeneemt, groeit ook het belang van een passende urgentieregeling om de meest kwetsbaren snel passende huisvesting te kunnen bieden. #4 – Studentenhuisvesting Ieder jaar starten duizenden studenten uit binnen- en buitenland met een nieuwe opleiding in Leeuwarden. Een groot deel van de Nederlandse studenten gaat tijdens of aan het begin van hun studie voor het eerst op zichzelf wonen. Internationale studenten hebben bij aankomst direct een woonruimte nodig. Dit maakt huisvesting een belangrijk onderdeel van onze kenniseconomie. Een groot aantal studenten ervaart moeite met het vinden van geschikte huisvesting. Deze situatie is voor (internationale) studenten onwen selijk.
Momenteel verlaten studenten steeds later het ouderlijk huis, dit doen ze o.a. om financiële redenen en omdat er een tekort is aan studentenwoningen. Studentenhuisvestiging is belangrijk om Leeuwarden meer op de kaart te zetten als studiestad.
3.5.2 Stedelijke vernieuwing In 2021 is in Leeuwarden de volkshuisvestingsvisie ‘De ongedeelde stad’ vastgesteld. Het onderwerp ‘ongedeelde stad’ krijgt vorm in een programmatische aanpak van stedelijke vernieuwing, transformatiegebieden (zoals Spoordok, Nieuw Oud-Oost) en de nieuwe wijken (Zuidlanden en Blitsaerd). Het accent ligt daarbij in de eerste plaats op de wijken in Leeuwarden Oost. Nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen, bereikbaarheid, (openbaar) groen/recreatiemogelijkheden, functiemenging en aard van de 24
bebouwing zijn belangrijke elementen die de kwaliteit van de woonomgeving bepalen. Daarbij krijgen woningcorporaties nadrukkelijk meer ruimte. Daarbij past ook experimenteerruimte om hogere inkomensgroepen (> € 43.574) te binden. Het programma Leeuwarden Oost kent een inzet op volkshuisvesting. Onder andere door het verduurzamen van ruim 1.600 particuliere woningen en het toepassen van klimaatadaptieve aanpassingen in de openbare ruimte. Het programma is onderdeel van het nationaal programma over leefbaarheid en veiligheid. De insteek van het programma is gericht op beter perspectief op het gebied van school, werk, gezondheid en wonen. Voor de aanpak Leeuwarden Oost heeft het Rijk een bijdrage van € 20,5 miljoen (volkshuisvestingsfonds) beschikbaar gesteld. Het is de taak van Leeuwarden dit te voorzien van cofinanciering. Een deel van de cofinanciering is geregeld en het res tant proberen we in 2022 via externe partijen en subsidies te realiseren. Het programma kent een looptijd van 20 jaar en voor de programmakosten moet ruimte worden gevonden binnen de Leeuwarder begroting. Binnen Leeuwarden Oost wordt ook op een andere manier gewerkt om in kleine stapjes concrete doelen te bereiken, daarbij wordt gedacht aan een resultatenfonds naar Rotterdams model.
De opgave voor Nieuw Oud-Oost is om een brede herinrichting van het gebied te realiseren gebaseerd op de input van alle betrokken partijen. Het gaat om vijf belangrijke bouwstenen, ‘verblijven op het Cambuurplein’, ‘het stadion als inspiratie’, ‘sociale cohesie’ (verbinden), ’aandacht voor groen/park’ (vergroenen), en ‘het bouwprogramma’. Er wordt uitgegaan van ongeveer 500 woningen in het gebied in een mix van appartementen en grondgebonden woningen. Bij de inrichting van de openbare ruimte is nadrukkelijk aandacht voor groen, duurzaamheid, circulariteit. Dit gebied wordt de grootste binnenstedelijke woningbouwlocatie in de komende bestuursperiode. Voor Nieuw Oud-Oost zijn in samenwerking met de bewoners, wijkorganisaties, ondernemers, supporters en ontwikkelaar Leijten, plannen gemaakt. De stedenbouwkundige inzichten zijn vastgesteld. Volgend daarop wordt het inrichtingsplan gemaakt en start de ruimtelijke procedure. Zodra het gebied in uitvoering komt, vindt dit veelal plaats door derden. De inrichting van de openbare ruimte ligt op het pad van de gemeente. Hiervoor wordt de grondopbrengst van het gebied gebruikt. In de wijk Heechterp ligt voor de woningbouwcorporatie een forse opgave. De portiekflats met bijna 576 wooneenheden voldoen niet meer aan eisen van deze tijd.
De wijk, de bewoners, corporatie en gemeente hebben samengewerkt aan een masterplan vanuit een aantal uitgangspunten: veerkracht, ongedeeld, duurzaam en verbonden. De nieuwe wijk krijgt een mix van betaalbare huur- en koopwoningen. De corporatie bouwt in totaal 532 eenheden terug. Het grootste gedeelte daarvan is bestemd voor de groeiende groep van 1 en 2-persoons huishoudens. De woningen hebben geen gasaansluiting en worden energiezuinig. De wijk krijgt veel meer groen, voetgangers en fietsers krijgen ruim baan en autoroutes worden beperkt. Er komen ruimtes om te bewegen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Bij de aanpak van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met klimaatadaptieve aanpassingen, waterberging en circulariteit. Voor de aanpak voor Heechterp vernieuwt worden de private investeringen uitgevoerd door de corporatie. De gemeente is aanspreekba ar op de herinrichting van de openbare ruimte. Deze investering wordt grotendeels gedekt uit de grondopbrengsten. In het Amelandskwartier rondom het Bonifatiusplein zijn diverse wooninitiatieven. Samen met eigenaren, bewoners en ondernemers uit de buurt is in een aantal jaren toegewerkt naar een ontwikkelkader. Dit ontwikkelkader is in de zomer van 2021 vastgesteld.
De ambities – en daarmee ook de opgave – is gelegen in: een aantrekkelijk stedelijk woonmilieu, een prettig leef- en belevingsgebied, meer aandacht voor culturele kwaliteit en recreatieve mogelijkheden, een aantrekkelijker routering met aandacht voor sociale- en verkeersveiligheid, klimaatadaptatie. De gemeente heeft een faciliterende en inspirerende rol. Deelnemers in het gebied worden gevraagd verder te kijken dan het eigen verdienmodel en op die wijze investeringen mogelijk te maken. Investeringen worden veelal uitgelokt. Voor de ontwikkeling is eenmalig aanjaaggeld nodig.
3.5.3 Gebiedsontwikkeling #1 – Koers gebiedsontwikkeling Voordat de integrale weging kan worden gemaakt of een gebied tot ontwikkeling kan worden gebracht moeten diverse stappen in een 0-fase worden doorlopen en veel onderzoekswerk worden verricht alvorens investeringsvoorstellen op tafel komen. Van een onderzoek in de 0-fase kan niet met 100% zekerheid worden
25
gezegd of dit ooit tot ontwikkeling komt. Sommige onderzoeken zullen noodzakelijk zijn, maar niet rendabel te maken. Stadsuitbreiding Middelsee is onderdeel van de grootschalige uitleglocatie de Zuidlanden. Het onderdeel Middelsee richt zich op de realisatie van een grootschalige woningbouwlocatie voor ongeveer 3.000 woningen. Een compacte wijk met hoge dichtheid, met een stedelijk karakter en met veel aandacht voor duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De grote opgave die hieronder ligt is het uitgiftetempo en de volumes. Nieuwe inzichten maken dat er meer aandacht zal zijn voor sociale bouw. Extra intensiveren naar sociaal zal aanvullende investeringen vragen. Een belangrijke opgave is de volgorde van de te ontwikkelen locatie (planologisch) om in staat te blijven voldoende bij te dragen aan de netto woningbouwproductie. Voor wat betreft de geplande voorzieningen waaronder sport wordt rekening gehouden met wat gebruikelijk is voor een dergelijke wijk. Overwogen kan worden te intensiveren op het gebied van sportvoorzieningen (velden en sporthal, zwemvoorziening). Er wordt ruimte gereserveerd voor de realisatie van zes voetbalvelden. Daarmee wordt ruimte gecreëerd om het geconstateerde gebrek aan (voetbal)veld capaciteit op Wiarda te compenseren.
Er is al budget voor de real isatie van drie velden (tweemaal kunstgras - en één natuurgrasveld) inclusief voorzieningen, kantine, was - en kleedruimten, hekwerken en parkeren. Voor de overige drie te realiseren velden, een sporthal met vijf zaaldelen of een zwemvoorziening is geen budget beschikbaar. Ook is recentelijk door de raad een motie aangenomen over de bouw van een wijkvoorziening (ontmoetingsruimte) in Middelsee. In de dorpen is behoefte aan doorstroming op de woningmarkt om de vitaliteit van de dorpen te versterken. Daarom is het stimuleren en toevoegen van woningen in de dorpen gewenst, het liefst binnen bestaand bebouwd gebied. Basisvoorzieningen zoals de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en activiteiten te ontplooien (dorpskroeg, dorpshuis), de mogelijkheid om zelf in ons natje en droogje te voorzien (supermarkt, SRV-wagens) en de mogelijkheid om mobiel te kunnen zijn (begaanbare straten en voldoende vervoersvoorzieningen, w.o. openbaar vervoer) staan in kleine dorpen steeds verder onder druk. De dorpen die hierdoor worden geraakt zijn veelal de dorpen die verder verwijderd liggen van grote verkeersaders, zoals spoorlijnen, snelwegen of grote provinciale/gemeentelijke wegen. #2 – Spoordokgebied Het Spoordokgebied biedt bij uitstek kansen voor economische ontwikkeling, door de gunstige ligging nabij binnenstad, trein- en busstation en water.
Hier ligt een relatie met de mogelijk verdiepte ligging van het spoor en/of herinrichting van het spooremplacement. Daardoor ontstaat extra ontwikkelpotentie, gericht op hoogwaardig wonen, werken en ontspannen. De gebiedsontwikkeling Spoordokgebied bevindt zich nog in de 0fase. Voordat het gebied tot ontwikkeling kan worden gebracht, is nader onderzoek nodig. Denk daarbij aan onderzoek naar het herinrichten van een spooremplacement, bepalen van keuzes en effecten voor het uitplaatsen van een emplacement buiten de stad, station Werpsterhoek, overkluizing van het spoor, ecologische inpassingen en duurzaamheidsmogelijkheden. Naar verwachting zal in het hele gebied een investering van € 700 à € 800 miljoen gaan plaatsvinden. Veelal door private partijen, overige overheden en institutionele beleggers. Voor aspecten als infrastructuur en openbare ruimte krijgt de gemeente een rol. Dergelijke grote investeringen en het uitvoeren van onderzoeken vragen een duidelijke koers en (cofinancierings)middelen van de gemeente. Het ambitieniveau van de ontwikkelingen moet nog worden bepaald.
Er is een aantal varianten denkbaar: Basis op orde: een gebied dat prima functioneert en waar we het benodigde ruimtelijke programma kwijt kunnen, dit alles met een regionale oriëntatie; Middensegment: een gebied met hoge ruimtelijke kwaliteit dat in staat is om nieuw talent en nieuwe investeringen aan te trekken, dit met een Noord Nederlandse/nationale oriëntatie; Onderscheidend: een gebied met hoge ruimtelijke kwaliteit, met één of meer iconische gebouwde elementen, dat in staat is nieuw talent en nieuwe investeringen aan te trekken vanuit een unieke propositie rondom water/voedsel/landschap i.c.m. de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid oriëntatie internationaal/euregionaal. #3 - Richtinggevende uitspraken duurzame wijken/dorpen De crisis op de woningmarkt vraagt dat er veel en snel gebouwd wordt. Maar dit moet ook duurzaam, energieneutraal, zonder grondstoffen uit te putten en zonder uitstoot van CO2 en stikstof. De oplossing: 26
circulair en conceptueel bouwen. Woningen worden dan voor een groot deel gebouwd met hernieuwbare materialen en worden in de fabriek gebouwd en op de bouwplaats in elkaar gezet. Dat biedt kansen om de woningbouwopgave snel en met een zo klein mogelijke milieu-impact te realiseren. Gemeenten, provincies, Rijk, bedrijfsleven en kennisinstellingen werken in de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen samen. Het doel is om uiterlijk in 2023 alle projecten zo circulair mogelijk uit te vragen zodat in 2030 circulair bouwen de standaard is. Hiervoor zijn richtinggevende uitspraken van het college nodig voor een periode van 10 jaar als het gaat om het transformeren van wijken/dorpen naar gasloze, CO2-neutrale omgevingen en als overheid een rol en invloed te pakken op gebieden waar marktfalen (in de energiesector) a an de orde is. Dus ook het duurzaam functioneren van wijken en gebieden: sociale samenhang niet alleen nu, maar ook over 20 – 30 jaar. En daarin durven te kiezen voor nieuwe mobiliteitsconcepten, dus minder parkeren bij de woning, hubs en deelmobiliteit, verhogen van aantrekkelijkheid van het leefgebied. #4 - Omgevingswet Naar verwachting treden per 1 januari 2023 de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. De Omgevingswet is één van de grootste stelselwijzigingen van de afgelopen decennia.
De huidige bestemmingsplannen moeten vóór 2030 plaatsmaken voor één gemeente-dekkend omgevingsplan. Daarin worden naast bouwen, gebruik en functieverandering ook andere onderwerpen met betrekking tot de leefomgeving opgenomen. Dit heeft nog wel wat voeten in de aarde en vraagt de nodige tijd en expertise. De invoering van de wet is al een paar keer uitgesteld. Want we zijn er nog niet klaar voor en dat is landelijk een probleem. Ook de Wet Kwaliteitsborging heeft grote impact. De gemeente wordt belast met toezicht en handhaving op naleving van bouwtechnische voorschriften (gevolgklasse 1 bouwwerken, waaronder woningen). Het basisidee is dat de Omgevingswet (in combinatie met de Wet Kwaliteitsborging) zaken voor de aanvrager of initiatiefnemer eenvoudiger maakt. De nieuwe Omgevingswet geeft gemeenten meer mogelijkheden om lokaal maatwerk te leveren, procedures te versnellen en meer integraal te werken. De andere basisgedachte dat zaken goedkoper kunnen, klopt niet. Er zullen vele typen van vergunningen verdwijnen, hierdoor dalen de legesinkomsten van de gemeente drastisch. Tegelijkertijd daalt de ambtelijke inzet niet in hetzelfde tempo. Ook de invoering van diverse technische oplossingen, waaronder het digitaal stelsel omgevingsvergunning (DSO) vraagt nog de nodige aandacht. Succesvolle invoering vraagt dus de nodige aandacht vanuit inhoudelijk en financieel perspectief.
#5 – Sporten in de buitenruimte: urban sports en uitbreiding sportparken Steeds meer mensen sporten en bewegen dus in de openbare ruimte, ook onder veel jongeren is het populair. Urban sports is een verzamelnaam voor activiteiten waarbij je de geleerde vaardigheden laat zien in de bebouwde omgeving. De gemeente kan de openbare ruimte zodanig inrichten dat urban sports worden gestimuleerd zodat beweging wordt gestimuleerd, maar ook contacten met jongeren kunnen worden gelegd. Het geeft bijvoorbeeld jongerenwerk en buurtsportcoaches de kans om met jongeren in contact te komen en in te zetten op een positieve ontwikkeling van vaardigheden. Dit kan bereikt worden door sport, maar ook cultuur. In de toekomst moet worden nagedacht over hoe de inrichting van sportaccommodaties én de buitenruimte bij kunnen dragen aan het behoud en de toegankelijkheid van de Friese sporten. Daarnaast hebben lokale sporten ook grote invloed op de sociale cohesie in zowel de dorpen als de stad. Over het algemeen is de capaciteit van de buitensportruimte in de gemeente voldoende en voldoet aan de richtlijnen van de verschillende sportorganisaties/bonden. Er is echter een aantal uitzonderingen, waarbij de veldcapaciteit op dit moment onvoldoende is, of in de toekomst onvoldoende wordt.
Het betreft de volgende uitbreidingsvraag: Sportpark Wiarda: extra natuurgrasvel d op korte termijn en lange termijn Sportpark Nijlân: kunstgrasveld trainingsveld Sportpark Kalverdijkje-Zuid: trainingsveld WETRA en hockeyveld (semi -water) Sportvelden Wergea: kunstgrasveld trainingsveld en wedstrijdveld Sportvelden Jirnsum: kunstgrasveld trainingsveld en wedstrijdveld Sportvelden Meinga: trainingsveld WETRA.
27
Voor de uitbreiding van de hierboven genoemde veldcapaciteit zijn geen financiële middelen beschikbaar. Centraal staat de vraag of u aan deze vraag wenst te voldoen en hoeverre. Als enkel deels kan worden voldaan aan de vraag, rijst de vraag waar de prioriteit tot uitbreiding moet komen te liggen.
3.5.4 Onderhoud en beheer leefomgeving #1 – Onderhoud en vervanging kapitaalgoederen De openbare ruimte onderhouden gebeurt veelal op een risicogestuurde manier. Noodzakelijk onderhoud wordt gepleegd om veiligheid te waarborgen. Door onderhoud te koppelen aan investeringsprojecten wordt dit op een zo bedrijfseconomisch verantwoorde manier gedaan. Daarbij wordt telkens kritisch gekeken of met ingrepen de levensduur kan worden verlengd. Met het toepassen van circulaire materialen bij vervangingsopgaven kan worden beoordeeld welke waardestromen er ontstaan. Deze werkwijze past bij het begrip assetmanagement waar telkens een afweging wordt gemaakt tussen de (maatschappelijke/sociale) prestatie versus de kosten en risico’s. Bij assetmanagement wordt niet louter gekeken naar de toestand van het kapitaalgoed maar ook naar de functie die het voor de gebruiker heeft of de waarde die het kan toevoegen. In 2020 en 2021 is gebleken dat de bestaande financiële middelen in de begroting niet toereikend zijn voor het uitvoeren van het vereiste beheer en onderhoud van onder andere verhardingen en kunstwerken. Bij de begroting 2022 is hierin voorzien door een bijstorting van middelen. Dat neemt niet weg dat de structurele opgave van ongeveer € 3,1 miljoen vanaf tenminste jaarschijf 2027 geregeld moet worden bij de opstelling van de begroting 2024.
Een andere opgave is het noodzakelijk vervangen van kapitaalgoederen die aan het einde van hun technische levensduur zitten. Tot voor kort was het in overheidsland gebruikelijk om een investering in een keer te betalen en niet te sparen voor de toekomstige vervangingen. Sinds de aanpassing van de financiële wetgeving in 2017 worden investeringen nu geactiveerd en daarmee ontstaat toekomstige financiële ruimte voor vervangingen. Voor nu hebben we nog te maken met te plegen vervangingen waarvoor niet is gespa ard. Voor de komende jaarschijven is één en ander incidenteel geregeld, maar feitelijk is de opgave structureel van aard. Vanaf 2027 is structureel € 0,675 miljoen structureel nodig. #2 - Bestrijding invasieve soorten, reductie zwerfafval en aangepast maaibeleid Overal in Nederland en dus ook in Leeuwarden hebben we te maken met invasieve soorten die zich moeilijk laten bestrijden. Het gaat hierbij om de Berenklauw, de Japanse duizendknoop, de processierups en watercrassula. Er is gewerkt aan het ontwikkelen van effectieve methoden om invasieve soorten te bestrijden, maar de bestrijding vraagt om structurele aandacht. Gemeenten worden geconfronteerd met zwerfafval. Op basis van afspraken met de verpakkingsindustrie is de gemeente jarenlang financieel gesteund om het zwerfafval te bestrijden. De bekostiging vanuit de verpakkingsindustrie eindigt per 2022.
Zwerfafval leidt tot veel klachten van inwoners. Overwogen moet worden om de inzet op het zwerfafval voort te zetten. Er zijn nog gesprekken gaande tussen het Rijk en de VNG over een nieuw verpakkingsconvenant. In de afgelopen bestuursperiode i s geëxperimenteerd met een verantwoorde manier van de (groene) openbare ruimte. Denk daarbij aan aangepast maaibeleid. Met het oog op de positieve bijdrage aan de biodiversiteit is het wenselijk deze inzet voor alle gebieden in de gemeente Leeuwarden toe te passen. #3 - Verharding Nieuwestad De verharding van de Nieuwestad heeft in de afgelopen jaren tot veel vragen geleid vanwege de beperkte stroefheid van het oppervlak. Door het oppervlak te etsen en vervolgens periodiek te reinigen is de stroefheid terug te brengen op wenselijk niveau. Ondanks die inspanningen houdt het niet het gewenste stroefheidsniveau. De verzekeraar heeft aangegeven niet langer schaden (goederen alsook letsel) te zullen vergoeden die ontstaan door valpartijen vanwege de gladheid va n de stenen. Een aanpassing van de verharding is noodzakelijk. Een dergelijke inzet kan samenlopen met de activiteiten die nu in uitvoering zijn voor de vergroening van het Waaggebied en de agenda Binnenstad.
28
#4 - Vastgoed Een strategische spreiding van maatschappelijk vastgoed is van belang voor een goede sociale basisinfrastructuur. De gemeente kent veel maatschappelijk vastgoed, maar niet alles is in eigendom van de gemeente. De gemeente is eigenaar van nog ongeveer 160 vastgoedobjecten. De afgelopen jaren leidt dat regelmatig tot vragen waarom de gemeente in het ene geval wel investeert in maatschappelijk vastgoed en in andere gevallen niet. Vraag nu is welke rol de gemeente hierin wil innemen en hoe de gemeente om wil gaa n met maatschappelijk vastgoed, ook bij vastgoed waar de gemeente geen eigenaar van is. Het vraagt ook het formuleren van doelstellingen, randvoorwaarden en ambities hoe de sociale basisinfrastructuur met vastgoed gewaarborgd kan worden. De verduurzaming van de eigen gebouwen, waaronder sportaccommodaties, is een opgave om daarmee te zorgen voor CO2-neutraliteit. Daarnaast is het grootschalig onderhoud van De Harmonie aan de orde. De OZBheffing vormt voor veel sport- en buurt- en dorpsverenigingen, die vastgoed in eigen bezit hebben, een groot financieel obstakel. Er is eerder incidenteel geld vrijgemaakt om eigenaren van maatschappelijk vastgoed te compenseren voor de OZB. Het hybride werken (combinatie van thuiswerken en op kantoor werken) is niet meer weg te denken uit de samenleving.
Maar dat heeft gevolgen voor de inrichting van onze gebouwen en ook voor de bezetting van de parkeergarages. Er zijn bedrijven die hun overeenkomsten met de parkeergarages, vanwege de toename van thuiswerken, willen ontbi nden. Hier liggen mogelijk kansen door een parkeergarage om te bouwen tot fietsenstalling.
3.5.5 Veiligheid en handhaving Een van de kerntaken van de overheid is het bieden van een veilige leefomgeving. De samenleving is de afgelopen jaren in toenemende mate gepolariseerd en verruwd. Social media en verspreiding van ‘fake news’ spelen een belangrijke rol in het creëren van onrust en zijn bijvoorbeeld van invloed op de omvang van demonstraties en de snelheid waarmee deze worden georganiseerd. Het vertrouwen in de overheid is afgenomen en er wordt steeds kritischer gekeken naar het optreden van de overheid. Dit stelt hogere eisen aan het bestuurlijk en juridisch optreden van de gemeente. Tegelijkertijd wordt er steeds meer naar de overheid gekeken als oplosser van problemen en verwacht de maatschappij een antwoord op fenomenen als overlast, discriminatie en radicalisering. Ondermijnende criminaliteit De aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft prioriteit in de komende periode en vergt steeds meer aandacht. De ondermijnende criminaliteit wordt steeds professioneler. Het is van invloed op de veiligheidsbeleving van burgers (overlast door drugsdealers en handel vanuit panden), maar het tast ook de fundamenten van de rechtstaat aan. Het Rijk geeft prioriteit aan de aanpak van ondermijning. De rol van de gemeente is in de afgelopen periode groter geworden. De bevoegdheden (wet Bibob, Opiumwet) en daarmee de verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn toegenomen.
De burgemeester wordt beschouwd als regiehouder voor de aanpak van ondermijning. Bestuurlijke maatregelen worden vaker toegepast dan voorheen. Zo is het aantal sluitingen van panden van waaruit in drugs wordt gehandeld in enkele jaren verviervoudigd. Elk besluit heeft een intensief voorbereidingstraject en wordt vaak opgevolgd door een juridische procedure. Daarbij zien we dat overheidshandelen steeds scherper wordt beoordeeld. Dit vr aagt een juridische inzet die voldoet aan de kwalitatieve eisen van bestuurlijke handhaving. Daarnaast vraagt de toenemende samenwerking met partners binnen RIEC-verband en op lokaal, provinciaal, noordelijk en landelijk niveau steeds meer inzet. Om tot een integrale en effectievere aanpak van deze problematiek te komen, is een sterker accent op preventie noodzakelijk. In preventieve zin kan de gemeente invloed hebben op de keuzes die mensen maken voor criminaliteit en ondermijnend gedrag. De (sociale) l eefomgeving heeft een sterke invloed op die keuzes . Door de inzet van preventie, zeker bij jongeren, kan een leven in de criminaliteit worden afgewend . Door in te zetten op bewustwording en weerbaarheid bij jongeren én het bieden van andere perspectieven kunnen we voorkomen dat jongeren zwichten voor een ‘baantje’ in de criminaliteit.
Daarvoor is het verder ontwikkelen van preventief beleid binnen RIEC-verband, met inzet van jongerenwerkers en de samenwerking met onderwijs randvoorwaardelijk.
29
Overlast Uit de Veiligheids Prestatie Index-trend over de afgelopen jaren, blijkt dat met name de aanpak van overlast de nodige aandacht vergt. Een concrete integrale aanpak op wijk, buurt of dorpsniveau kan vruchten afwerpen. Dit betekent een brede samenwerking bi nnen de gemeente (zoals projecten Vlietzone (aanpak huisjesmelkers)
en Oud-Oost, maar ook het gesprek aangaan met bewoners, zodat in gezamenlijkheid concrete plannen van aanpak worden opgesteld en uitgevoerd. De inzet van Handhaving voor de uitvoering van toezichthoudende taken en het Meldpunt Overlast (MOL) voor de behandeling van (steeds complexere) overlastmeldingen zijn randvoorwaardelijk. Deze inzet levert een grote bijdrage aan de leefbaarheid en veiligheid in de Leeuwarder wijken en buurten. Cybercrime en cybercrisis Cybercrime is een relatief nieuw fenomeen dat de overheid raakt. Het kan een ontwrichtend effect hebben op een samenleving die sterk leunt op de digitale infrastructuur. Cyberincidenten kunnen desastreus zijn voor de gemeentelijke dienstverlening. Hackers en andere kwaadwillenden worden steeds inventiever en met de toenemende digitalisering nemen de risico’s alleen maar toe. Cyber speelt een steeds grotere rol bij onder meer: ondermijning, jeugd, radicalisering en overlast. De gemeente heeft een uitdrukkelijke taak bij het bestrijden van cyberaanvallen. Het huidige digitale veiligheidsbeleid is gericht op: 1. Eigen huis op orde; 2. cybercrisis en -incidenten; 3. cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. Voor de nadere invulling van beleid op het gebied van cyber en het delen van kennis moet meer samenwerking worden gezocht binnen en buiten de gemeente.
Van belang is ook dat betrokken medewerkers de ruimte krijgen om de snelle ontwikkelingen op dit gebied goed te blijven volgen en duiden en tot beleidsontwikkeling kunnen komen. Relschoppers en ordeverstoorders We constateren dat een groep mensen in de afgelopen jaren relatief veel capaciteit van de politie en gemeente heeft ‘opgeëist’, door bij verschillende gelegenheden de orde te verstoren. Het betreft een groep personen die vaak aanwezig is op plekken waar mogelijk ongeregeldheden plaatsvinden. Dat kan een wedstrijd van Cambuur zijn, maar ook de jaarwisseling, een demonstratie of een spontane oproep tot een samenkomst in de Prinsentuin. In 2021 is veel geïnvesteerd om deze personen in beeld te krijgen en samen met politie en Openbaar Ministerie, is een gerichte aanpak op hierop ontwikkeld. De aanpak ziet op kansen en perspectief bieden, maar ook duidelijke grenzen stellen. De samenwerkende partners hebben (de verdere ontwikkeling) van deze aanpak gezamenlijk al s prioriteit aangemerkt. #1 - Toekomstbestendig veiligheidsdomein: meer preventie en innovatiever werken Binnen het veiligheidsdomein is het belangrijk om een nieuwe balans te vinden tussen het bestrijden van incidenten enerzijds en integrale beleidsontwikkeling plus preventie aan de andere kant. Preventie richt zich op 30
het bieden van perspectief en op bewustwording. Veel overlast komt voort uit onbegrepen gedrag. Preventie door middel van projecten en programma’s (bijvoorbeeld op het gebied va n jeugdcriminaliteit, ondermijning en cybercrime) moeten weer een volwaardig onderdeel worden van het veiligheidsbeleid. Voor een integrale en innovatieve aanpak is het belangrijk kennis te verbreden over het gebruik en inzet van: • gebiedsgericht werken; • het versterken van de informatiepositie; • digitale expertise; • juridische en fiscale expertise; • de kaders waarbinnen informatie-uitwisseling kan plaatsvinden; • informatie-gestuurd, risico-gestuurd en data-gestuurd werken. Bij informatie-uitwisseling en data-gestuurd werken blijft het van belang ‘i -bewust’ en transparant te werken. Een goed landelijk netwerk en constructieve samenwerking met de bekende lokale en regionale partners zijn van groot belang voor het vormgeven en uitvoeren van een effectief veiligheidsbeleid. Maar we moeten ook op zoek naar nieuwe partners, zoals bijvoorbeeld scholen, om de integrale aanpak succesvol te laten zijn. Daarnaast wordt vaker ingezet op het zoeken van rechtstreeks contact en aangaan van directe communicatie met burgers, ondernemers en andere partijen. Door vaker aan de voorkant direct contact te zoeken en in gesprek te gaan over (gevolgen van) beleid, blijven we in verbinding.
#2 – Knelpunten Handhaving Handhaving vervult een essentiël e rol in het behouden en vergroten van de leefbaarheid in Leeuwarden. Daarbij moet handhaving breed worden gezien: het gaat om openbare veiligheid maar ook om bouwveiligheid, brandveiligheid en geluidsoverlast. De gemeente zet handhavers steeds meer in en voor steeds complexere taken. Door de complexiteit van taken moet i n toenemende mate met verschillende in- en externe partners afstemming plaatsvinden. Voorbeelden van wat extra inzet en aandacht vraagt: Verkeer- en parkeercontroles in wijken en dorpen, illegale prostitutie, grote demonstraties (Boerenprotesten, Black Lives Matter, Gele hesjes), bij heftige incidenten met bijvoorbeeld vuurwapengevaarlijke personen; handhaving op het water door toenemende drukte en overlast. Voor de advisering rondom evenementenvergunningen, incidentenregistraties of afstemming met interne- en externe ketenpartners, wordt vooraf met alle betrokken beleidsafdelingen afspraken gemaakt worden over de ureninzet van Handhaving. Hierdoor is er minder flexibiliteit om te kunnen inspringen bij incidenten. Onderzocht wordt hoe deze flexibiliteit vergroot kan worden. Daarbij wordt ook gekeken naar in hoeverre inzet van Handhaving vanuit projecten en programma’s gefinancierd kan worden.
Mede met het oog op het tanende vertrouwen in de overheid is het van belang dat de gemeente haar inwoners en bezoekers een leefbare- en veilige omgeving kan (blijven) bieden. De steeds verder gegroeide vraag naar inzet van Handhaving moet meer in evenwicht gebracht worden met de daarvoor benodigde capaciteit/formatie. Overwogen moet worden om de inzet op het terrein van handhaving te intensiveren voor zowel het op sterkte brengen van handhaving als voor de inzet bij nieuwe taken. Vragen over Leefomgeving: 1. Welke rol en mogelijkheden ziet u in het oplossen van de knelpunten op de woningmarkt? Welke prioriteit geeft u daarbij aan woningtoewijzing en bijbehorend instrumentarium? 2. Welke rol en financiering (bijvoorbeeld financieringsfonds) wenst u in de versnelling van de woonopgave? 3. Het verhogen van het aantal sociale woningen (>15 %) vraagt intensivering, welke noodzaak duidt u? 4. Is het wenselijk om in te zetten op studentenhuisvesting in relatie tot het thema Kennis economie. 5. Wilt u de ingezette koers Leeuwarden Oost, Amelandskwartier en Nieuw Oud-Oost bestendigen? 6. Welke gemeentelijke/stedelijke programmering wilt u, dus een ordening in welke gebieden als eerste worden aangepakt met inbegrip van de bijbehorende voorzieningen? 7. Welk ambitieniveau voor de ontwikkelingen in het Spoordokgebied wilt u en met welke prioriteit? 8.
Hoe wilt u omgaan met het maatschappelijk vastgoed, mede in relatie tot een goede sociale basisinfrastructuur?
31
9.
Wilt u de komende collegeperiode richtinggevende uitspraken doen op het gebied van CO2 -neutraal, gasloos bouwen, etc. en het duurzaam functioneren van wijken en gebieden? 10. Herkent u de urgentie van de thema's die zijn geduid als basis op orde en wilt u daar ook prioriteit aan geven in de budgetallocatie, zoals het helen van de nadelige (financiële) effecten van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging? 11. Bent u bereid te investeren in het realiseren van het sportcomplex Middelsee en in de uitbreiding van diverse sportparken en hoe wenst u deze te prioriteren? 12. Wilt u blijven inzetten op bestrijding van invasieve soorten, reductie van zwerfafval en doorintensivering op blauw-groene thema’s? 13. Heeft u een opvatting over de verharding Nieuwestad? 14. Wilt u de OZB-compensatie van sport- en buurt- en dorpsverenigingen voor eigen vastgoed structureel dan wel voor de duur van dit college instellen of willen/moeten we als gemeente wellicht zelf het eigendom dragen voor dit soort strategisch maa tschappelijk vastgoed? Dit vraagt een investering en daarmee prioritering welk vastgoed als eerste aan bod zou moeten komen. 15. Wilt u binnen het veiligheidsbeleid meer dan nu inzetten op preventie ten aanzien van onder andere overlast, ondermijnende criminaliteit en cybercrime. 16. Wilt u de inzet op het terrein van handhaving intensiveren en zo ja tot welk niveau?
32
4. ECONOMIE
4.1 Beschouwing In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen dat Leeuwarden in 2028 het hart van Fryslân is, zich betrokken voelt bij de hele provincie en met afstand de grootste stad van de provincie is. Leeuwarden is dan doorgegroeid tot een gemeente met ongeveer 130.000 inwoners. Het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de gemeente blijft in een rustig tempo doorgroeien, volgens prognoses tot 2040. Er zijn banen voor denkers en doeners. Het verknopen van (boven)regionale en stedelijke bedrijven, kennisinstellingen en opleidingen kan leiden tot nieuwe economische en sociale kansen. Er zijn veel functies en organisaties op het terrein van zorg, onderwijs, kennis en bedrijvigheid. Ze zoeken elkaar op om beter te kunnen samenwerken en zo een betere kwaliteit te leveren. Het streven is naar een concurrerende en duurzame economie, die van belang is voor de welvaart en het welzijn van onze inwoners, stad en regio. Met voldoende inkomen en werk voor alle Leeuwarders . De Leeuwarder economie is goed voor ongeveer 60.000 banen voor inwoners uit de gemeente en de regio. Deze banen zorgen voor financiële zekerheid, een verhoogde eigenwaarde en de financiële ruimte om leuke dingen te doen, cultuur te beleven en bedrijven, en evenementen te bezoeken. Er studeren zo’n 20.000 studenten in Leeuwarden aan een van de vier instellingen voor hoger en universitair onderwijs.
Een goed vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven is een belangrijke voorwaarde voor een duurzame economie. De verwachte schaarste (aan grondstoffen, energie en personeel) is een flinke uitdaging. De Oekraïne-oorlog impliceert extra onzekerheid en risico's. We zien tegelijkertijd veel kansen in het meer integraal benaderen van de sector economie: energietransitie, klimaat, voedselproductie (ook bodem) en leefbaarheid. De huidige economie is nog sterk afhankelijk van nieuwe grondstoffen, terwijl de voorraden eindig zijn. In een circulaire economie gaan we anders om met grondstoffen en producten. Doordat in een circulair systeem de economie kan groeien, onafhankelijk van grondstoffengebruik, kan een circulaire economie een kader zijn voor een houdbaar toekomstig economisch systeem. Een circulaire economie kan ook worden gezien als middel om meerdere maatschappelijke doelen te bereiken. Doelen voor een duurzame economie zullen niet gehaald worden zonder transitie naar een circulaire economie. Tegelijkertijd concludeert het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) dat deze transitie nog niet snel genoeg gaat en er meer sturing, marktvorming en kennis nodig is, met extra aandacht aan sociaal-economische vernieuwingen. De transitie naar een circulaire economie is de moeilijkste van de vier duurzaamheidsopgaven, is nog het minst uitgekristalliseerd, maar kent dezelfde einddatum: 2050.
De verwachting is dat de circulaire opgaven en andere volhoudbaarheidsopgaven ook leiden tot nieuwe werkgelegenheid en kennis en zo tot economische kansen. We staan in Friesland en Leeuwarden op een kruispunt. Stellen we zelf grenzen aan de groei of wachten we tot die groei op grenzen stuit? Gaan we voor een samenleving die mens en natuur stelt boven economische groei 33
en Brede Welvaart voor iedereen, dan vraagt dat aanpassingen van ons beleid, de economie en onze consumptie- en productiepatronen. Sturende overheden spelen hierin een sleutelrol. Bijvoorbeeld door het bieden van optimale kansen aan bedrijven die bijdragen aan volhoudbaarheidsopgaven en aan startups in technologische vernieuwing. Door het stimuleren van clustervorming (bijv. in de foodsector) en ondersteunen van campussen. Door het ondersteunen van bedrijven bij het vinden van talent op een krimpende arbeidsmarkt en om alle mensen waardig werk te kunnen bieden. De economie van Leeuwarden drijft op kennis en bezoekers. Het profiel van Leeuwarden als kennis - en innovatiestad op het gebied van onder meer watertechnologie, agrifood, creatieve industrie, media en cultuurtoerisme, is de laatste decennia zorgvuldig opgebouwd en ver ankerd in de gemeente. Innovatie helpt maatschappelijke vraagstukken oplossen. We lopen met onze partners in Fryslân voorop in het vormgeven van een circulaire economie. Deze innovatie vraagt om de creatie van hoogwaardige, compacte stedelijke milieus die gekenmerkt worden door nabijheid, interactie en functiemenging.
Een kennisintensieve economie gedijt goed in dit type stedelijk milieu, verbetert de concurrentiepositie en is uitermate gunstig om duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken door bijvoorbeeld het terugdringen van het energieverbruik en de automobiliteit. Daarnaast zijn uitstekende verbindingen tussen stad en buitengebied, zo kenmerkend voor onze gemeente, essentieel voor innovatieve diensten en producten op het snijvlak van water, voedsel en ener gie. Ook de bezoekerseconomie vormt een belangrijke schakel. Dankzij de historische binnenstad en de vele culturele instellingen en evenementen trekt Leeuwarden elk jaar veel bezoekers. Bezoekers vormen een aanzienlijke economische stimulans en houden onze voorzieningen in stand. De coronacrisis betekende een flinke tegenslag voor de ondernemers die afhankelijk zijn van deze geldstroom. Het is daarom belangrijk dat de gemeente de komende jaren bijdraagt aan het herstel van de bezoekerseconomie. De verdere verstedelijking en verdichting in de stad leidt tot een intensiever gebruik van het huidige verkeersnetwerk. Groei van het aantal woningen, werkfuncties en recreatie leidt tot meer verkeersbewegingen Door anders om te gaan met mobiliteit en ruimte in de stad (met meer nadruk op fiets en openbaar vervoer) kan het mobiliteitssysteem bijdragen aan een gezonde, biodiverse en leefbare stad, die ook duurzaam en klimaatbestendig is.
4.2 Opgaven en vraagstukken: Economie 4.2.1 Circulaire economie Er is een groot tekort aan grondstoffen en dit tekort neemt de komende jaren alleen nog maar toe. Door de schaarste aan grondstoffen stijgen de prijzen en neemt de beschikbaarheid van materialen af. Hergebruik van grondstoffen en minder afval is essentieel om het tekort te beperken. De opgave om naar een circulaire economie te gaan, is urgenter dan ooit. Door middel van een circulaire economie ontstaat er minder afval en klimaatvervuiling. Tevens zal er door recycling, hergebruik en herbestemming minder beh oefte zijn om grondstoffen te winnen. Nederland heeft de ambitie om in 2050 een samenleving zonder afval te zijn. Hiervoor wordt gekoerst op 50% minder materialen gebruiken in 2030. Om aan deze ambitie tegemoet te komen is de opgave voor Leeuwarden daarom om de komende jaren maximaal in te zetten op circulair. Het gaat hierbij om circulair inkopen als organisatie, bedrijven faciliteren bij de omslag naar circulair inkopen en produceren en om een gunstige vestigingsplek te zijn voor circulaire bedrijven. De huidige aanpak die is gericht op optimalisering binnen het bestaande systeem, via bijvoorbeeld recycling- en efficiëntiemaatregelen, zal niet volstaan. Het zijn vooral het productontwerp en de keuze van grondstoffen en materialen die bepalen of kringloopsluiting met waardebehoud mogelijk is.