CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Informatiepakket 2022 gemeente Leeuwarden.pdf

Besluitvorming (raad) 15 juni 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Coalitieakkoord - Politieke debat32.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Informatiepakket 2022 Gemeente Leeuwarden “Wat i s van waarde e n wat i s ons dat waard” Maxim Februari

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING.............................................................................................................................. 4 1.1 Introductie........................................................................................................................... 4 1.2 Leeswijzer............................................................................................................................ 8

Deel A .......................................................................................................................................... 9 2.

BIOSFEER..............................................................................................................................10 2.1 Beschouwing ..................................................................................................................... 10 2.2 Opgaven en vraagstukken: Biosfeer ..................................................................................... 11 2.2.1 Behoud van ons groen-blauwe landschap ...................................................................... 11 2.2.2 Energietransitie ........................................................................................................... 11 2.2.3 Klimaataanpassing ....................................................................................................... 12 2.2.4 Biodiversiteit en groen herstel ...................................................................................... 12 2.2.5 Landbouwtransitie ....................................................................................................... 13

3.

SAMENLEVING ......................................................................................................................14 3.1 Beschouwing ..................................................................................................................... 14 3.2 Opgaven en vraagstukken: Bestaanszekerheid...................................................................... 17 3.2.1 Bijstand en inkomensvoorzieningen .............................................................................. 17 3.2.2 Armoede en schuldhulp................................................................................................ 17 3.2 3 Inburgering en statushouders ....................................................................................... 18 3.2.4 Gezondheid ................................................................................................................. 18 3.2.5 Sport........................................................................................................................... 20 3.3 Opgaven en vraagstukken: Leven lang leren ..........................................................................20 3.3.1 Kansengelijkheid en onderwijs ......................................................................................

20 3.4 Opgaven en vraagstukken: Participeren ............................................................................... 21 3.4.1 Zelfredzaamheid .......................................................................................................... 21 3.4.2 Sociale Basisinfrastructuur en Inclusie ........................................................................... 22 3.5 Opgaven en vraagstukken: Leefomgeving ............................................................................ 23 3.5.1 Wonen........................................................................................................................ 23 3.5.2 Stedelijke vernieuwing ................................................................................................. 24 3.5.3 Gebiedsontwikkeling .................................................................................................... 25 3.5.4 Onderhoud en beheer leefomgeving ............................................................................. 28 3.5.5 Veiligheid en handhaving.............................................................................................. 29

4.

ECONOMIE............................................................................................................................33 4.1 Beschouwing ......................................................................................................................33 4.2 Opgaven en vraagstukken: Economie....................................................................................34 2

4.2.1 Circulaire economie ..................................................................................................... 34 4.2.2 Arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie.............................................................................. 35 4.2.3 Innovatie, campusontwikkeling en vestigingsklimaat ...................................................... 36 4.2.4 Binnenstadsontwikkeling .............................................................................................. 37 4.2.5 Bezoekerseconomie, cultuur en evenementen ............................................................... 38 4.2.6 Mobiliteit en infrastructuur .......................................................................................... 40 5.

BESTUUR EN ONDERSTEUNING .............................................................................................43 5.1 Beschouwing ......................................................................................................................43 5.2 Opgaven en vraagstukken: Bestuur en ondersteuning ........................................................... 44 5.2.1 Grip op samenwerking ................................................................................................. 44 5.2.2 Burgerschap en democratie in beweging ....................................................................... 45 5.2.3 Dienstverlening............................................................................................................ 47 5.2.4 Informatiesamenleving................................................................................................. 48 5.2.5 Bedrijfsvoering............................................................................................................. 49 5.2.6 Financieel beleid .......................................................................................................... 51

Deel B .........................................................................................................................................54 Financiële positie gemeente Leeuwarden ......................................................................................55 1.

Inleiding........................................................................................................................... 55

2.

Geactualiseerde financiële perspectief bij ongewijzigd beleid .............................................. 55

3.

Financieel Perspectief versus ontwikkelingen en opgaven ................................................... 61

4.

Slotbeschouwing .............................................................................................................. 62

3

1. INLEIDING 1.1 Introductie Voor u ligt het Informatiepakket 2022. Dit document bevat een beschrijving van de politiek bestuurlijke uitdagingen waar het gemeentebestuur in de volgende bestuursperiode naar verwachting mee te maken zal hebben. Het geeft daarmee een beeld van ontwikkelingen en opgaven die aan de orde zijn in Leeuwarden. Het Informatiepakket is opgesteld als steun bij de onderhandelingen die gaan plaatsvinden na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 en als voorbereiding op het nieuwe collegeprogramma. Het is een ambtelijk product. Zoals dat al sinds de jaren 90 gebruikelijk is, heeft het college van B&W geen invloed uitgeoefend op de inhoud van dit document. Het informatiepakket is informerend van aard en de opgestelde vragen bij de verschillende onderdelen kunnen behulpzaam zijn bij de inhoudelijke onderhandelingen en de te maken afwegingen. Het bevat geen ambtelijk advies aan de onderhandelaars over te maken keuzes. Als grote ontwikkelingen zien we de volgende thema’s die een context vormen voor bijna alle ontwikkelingen die in de latere hoofstukken toegelicht zullen worden.

Brede welvaart voor iedereen Het niveau en de ontwikkeling van de materiële welvaart in Nederland is hoog ook vergeleken met andere EUlanden. Maar onze kijk op welvaart verandert geleidelijk. Welvaart wordt dan niet meer alleen gemeten aan de hand van de groei van inkomen maar er worden allerlei andere aspecten in meegewogen, die betrekking hebben op het welzijn van mensen. Een bredere weging dus waar de term Brede Welvaart voor is geïntroduceerd. Brede Welvaart wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving omschreven als alles wat mensen van waarde vinden: “Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing, en (on)veiligheid. Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het hier en nu, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties)”. Volgens analyses van het Fries Sociaal Planbureau scoren we in Leeuwarden goed op sociale aspecten en geluk, maar op economische aspecten zoals inkomen en opleidingsniveau lager dan landelijk.

De waardering voor het karakteristieke landschap is hoog, maar inwoners hebben zorgen over de aantasting ervan door windmolens, zonneenergievelden, maar ook over de verwachte toename van woningbouw, intensieve landbouw en infrastructurele werken zoals de mogelijke Lelylijn. In de Omgevingsvisie Leeuwarden is een verbinding gelegd met Brede Welvaart. Er wordt gekoerst op het toevoegen van waarde: welzijn boven welvaart, het sociale boven het materiële, mensen boven goederen, kwaliteit boven kwantiteit. Het gaat om de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde. En misschien komt daar met het oog op recente wereldpolitieke verhoudingen nu ook wel het verkleinen van economische afhankelijkheid bij. Daarbij is de rol als gemeentelijke overheid van belang; soms ben je “first mover” in andere gevallen een “second mover”. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in het ondersteunen van mensen die achterblijven in welvaart en welbevinden, die zichzelf niet goed kunnen redden of niet actief aan de samenleving deelnemen. Zeker, omdat de onderlinge afstand in de samenleving groeit door de verschillen in wat mensen hebben, kunnen of willen.

Bij sociale ontwikkeling wordt gekoerst op het kunnen voorzien in universele menselijke basisbehoeften: pas als je bestaanszekerheid ervaart, ben je (mentaal) in staat om te leren en te ontwikkelen en als je leert en ontwikkelt ben je in staat om mee te doen. Zorgen dat iedereen mee kan doen (inclusiviteit) loopt als een rode draad door alle thema’s van Brede Welvaart.

Verbonden samenleven In de laatste jaren is er veel debat en zorg ontstaan over sociale scheidslijnen in de samenleving. Wanneer verschillen tussen groepen in kansen, positie en opvattingen tot scheidslijnen dreigen uit te groeien, groeit het risico op minder solidariteit, minder verbondenheid, minder sociaal vertrouwen en meer polarisatie. Bij

4

demonstraties en in sociale media worden steeds vaker scheidslijnen zichtbaar. Verdraagzaamheid en tolerantie staan onder druk. Grenzen met betrekking tot het gedrag lijken steeds sneller te vervagen. In de virtuele wereld gaat het dan om een glijdende schaal van scheldwoorden, naar haatberichten, tot aan doodsberichten. Maatschappelijke scheidslijnen bedreigen de sociale samenhang in de samenleving en leiden tegelijkertijd tot een toenemend onbehagen. Corona heeft die samenhang behoorlijk verder onder druk gezet. Het voorkomen van scheidslijnen in de samenleving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheid. De gemeente heeft een rol in het stimuleren van sociale samenhang en het tegengaan van polarisatie en scheidslijnen. Inzetten op ‘Brede Welvaart voor iedereen’ bevordert het verkleinen van de maatschappelijke scheidslijnen tussen de mensen die, om welke reden dan ook, wel en niet kunnen meekomen in de samenleving. Gepleit wordt om in alle beleidsvorming meer aandacht te schenken aan de vraag wat het betreffende beleid – wellicht onbedoeld – voor gevolgen kan hebben voor verschillen, tegenstellingen of scheidslijnen.

Demografische verschuivingen De bevolking in Fryslân groeit en dit is volledig het gevolg van een positief migratiesaldo. Er is sprake van een positief buitenlands migratiesaldo (asiel - en arbeidsmigranten), en een positief binnenlands migratiesaldo. Dat laatste betekent dat meer mensen vanuit de rest van Nederland zich in Fryslân vestigen dan dat er vertrekken. Op dit moment telt Leeuwarden ruim 124.000 inwoners. In de ranglijst van Nederlandse gemeenten neemt Leeuwarden momenteel de 21 e plaats in. Leeuwarden groeit qua aantal inwoners en in de prognoses kan het aantal inwoners in Leeuwarden in 2050 mogelijk groeien naar ruim 132.000. De groei van de gemeente zal grotendeels plaatsvinden in de wijken Middelsee en De Zuidlanden door woningbouw die daar plaatsvindt. De wijken Dokkumer Ie e.o., Vossepark & Helicon en Binnenstad zullen licht groeien; de overige wijken krijgen met een afname van het aantal inwoners te maken. Dit zal van invloed zijn de komende jaren op de sociale cohesie en de leefomgeving. Als het gaat om de samenstelling van de bevolking dan zien we een aantal belangrijke ontwikkelingen: Vergrijzing; het zwaartepunt van de bevolking ligt momenteel tussen de 50 en 70 jaar. De groep 80-plus zal de komende twintig jaar verdubbelen. Er zijn dan meer én oudere senioren (dubbele vergrijzing).

Vooral de dorpen hebben te maken met vergrijzing en krimp, omdat steeds meer inwoners naar de stad trekken. De 80-plussers maken het meeste gebruikt van hulpmiddelen en woningaanpassingen. Het aantal alleenstaande ouderen en ouderen zonder netwerk groeit gestaag en tegelijk daalt het aantal (potentiële) mantelzorgers. Dat betekent dat er straks ook veel meer senioren zijn die een beroep op de ouderenzorg doen. Vergrijzing heeft ook een krimpende beroepsbevolking tot gevolg. Ontgroening; ongeveer 18% van de Leeuwarders is jonger dan 20 jaar. Het aandeel kinderen en jongeren in de totale bevolking neemt af. Jongeren verlaten Fryslân voor werk of studie. Toch is het aantal vertrekkers in de afgelopen jaren iets afgenomen. In de periode tussen 2010 en 2020 is vooral in dorpen het aantal kinderen en het aandeel 25-44-jarigen afgenomen. Dit wi jst erop dat in de dorpen vooral het aantal gezinnen met kinderen afneemt. Meer huishoudens, maar kleiner; de gemiddelde huishoudensgrootte wordt steeds kleiner. Naar verwachting neemt het aantal huishoudens in de komende jaren nog verder toe, vooral het aantal eenpersoonshuishoudens blijft fors stijgen. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door de toename van het aantal zelfstandig wonende alleenstaande ouderen. Het aantal huishoudens met kinderen zal naar verwachting de komende jaren verder dalen.

Bestaanszekerheid op de helling Een groeiende groep mensen ervaart onzekerheid als het gaat om essentiële zaken zoals een bestendig en voldoende hoog inkomen, een woning en een financiële buffer voor onverwachte uitgaven. Kortom de zaken die nodig zijn om een gevoel van bestaanszekerheid te hebben. Waren het in het verleden vooral mensen met een laag opleidingsniveau voor wie het bestaan onzeker was, de trend is dat nu ook mensen met een middelbaar opleidingsniveau dit ervaren. Bij deze groep is er een g roeiend gevoel van onzekerheid, van toenemende “fear of falling out”. De middengroepen zijn essentieel om Nederland draaiende te houden. Gek genoeg zijn het juist deze groepen die zwaar onder druk staan. Om bij te blijven op het gebied van werk, financiën en wonen moet de groep harder trappen. Deze groep van mensen kenmerkt zich door onzichtbaarheid en onderwaardering. Een groep met een bescheiden inkomen, een klein huis en werk in vooral praktische beroepen, met vaak weinig status. Een substantieel deel van de inwoners van Leeuwarden is kwetsbaar voor verkleining van zijn of haar bestaanszekerheid.

5

Herwaardering van vakmanschap Goed werk is essentieel voor de Brede Welvaart in ons land: voor de economie en voor de sociale samenhang. Er is een herwaardering van vakmanschap, van de doeners. De komende jaren groeit de schaarste aan personeel in de praktische beroepen: in de installatiebranche, de offshore-industrie, de bouw, de zorg, in het onderwijs. Ook het steeds hogere opleidingsniveau in Nederland leidt ertoe dat het aandeel praktisch geschoolde mensen relatief daalt, dus schaarser wordt. Nederland dreigt over -qualified and under-skilled te worden. Om dit op te vangen wordt steeds meer een beroep gedaan op arbeidsmigranten en wordt ook gevraagd om de inzet van asielzoekers beter mogelijk te maken. Door technologische ontwikkelingen en digitalisering gaat de aard van het werk de komende periode sterk veranderen. Het is de vraag of de praktische beroepen in de nabije toekomst blijven of dat al die banen overgenomen gaan worden door robots . Duidelijk is wel dat de veranderingen een groot beroep gaan doen op het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven. Ook opleidingen moeten zich in snel tempo aanpassen en beter aansluiten op de arbeidsmarkt. Leeuwarden kent relatief grote sectoren waar praktisch opgeleiden werk vinden.

Kiezen en afwegen Veel taken die bij de gemeente liggen vragen om lastige afwegingen. Meerdere belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen, bij uitstek een politiek proces. Ontwikkelingen zoals een toenemende afhankelijkheid van de samenwerking met andere partijen, de hoge verwachtingen van het zelf-organiserend vermogen van de burger en de transities op het gebied van o.a. technologie en duurzaamheid maken dit proces complexer. Zoals alle steden in Nederland staat ook Leeuwarden voor grote opgaven. Denk daarbij aan de energietransitie, de klimaatadaptatie, de woningbouwopgave, de ambulantisering van de ggz, betere matches van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, het verminderen van kansenongelijkheid, de transitie naar een circulaire economie. De financiële en vooral ook de organisatorische ruimte om daarbij nieuwe ambities te formuleren is echter beperkt. Het kan helpen om te ordenen, prioriteren en te ontwikkelen volgens bepaalde principes. Met het oog op ‘Brede Welvaart voor iedereen’ valt te denken aan:  Vergroenen: gericht op het volhoudbaar gebruik van de ruimte: emissievrij, circulair, adaptief.  Verbinden: van onderwijs met arbeidsmarkt, cultuur met maatschappelijke opgaven, mensen met voorzieningen, inrichting van de leefomgeving met gezondheid, voedselproductie met voedselconsumptie, etc..

 Verwaarden: toevoegen van waarde voor leefbaarheid, geluk en een schone en duurzame groen blauwe delta.  Slim: bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door het verantwoord benutten van data en (nieuwe) technologie.  Samen: met overheden, mienskip, bedrijven en kennisinstellingen; met de regio, maar ook nationaal en EU; gaat om de vooraf te bepalen rol - en verantwoordelijkheidsverdeling tussen alle partners; en het voorzien van het juiste fundament (voorbij de vrijblijvendheid). Bovenstaande begrippen komen op meerdere plekken terug in dit informatiepakket.

Tussen stilstaan en vooruit hollen Het nieuwe bestuur moet handelen met betekenis en perspectief voor de inwoners, handelen in de wijken, dorpen en regio, handelen in schaarste, handelen met anderen, handelen met data, kennis en realisme. Tegelijkertijd lopen we tegen grenzen aan en ontstaat stilstand in ontwikkelingen: ruimtelijk (energie), infrastructureel, sociaal, qua beschikbare menskracht, beschikbare materialen en grondstoffen. Er is niet één weg naar de juiste oplossing, en dat biedt vooral ruimte voor een boeiende discussie over fundamentele keuzes. In welke wereld willen we leven? Wat is écht van belang voor ‘Brede Welvaart voor iedereen’, welke kwaliteitsniveaus hanteren we daarbij, in welke gevallen brengen we minimaal de basis op orde en in welke gevallen streven we een hoger ambitieniveau na. Daarbij kan niet alles tegelijkertijd, gaat niet alles even goed samen en kan niet alles of overal. Dat vraagt dus om goed richten, prioriteiten stellen, slim (bij)sturen en ook durven stoppen of er niet aan beginnen als wij er als gemeente niet over gaan.

6

De actuele wereld om ons heen We leven in een wereld waarin we voor het eerst in decennia te maken hebben met een pandemie en een oorlog. De gevolgen zowel op de korte als de lange termijn zijn ongewis. Maar de effecten zijn zeer zeker merkbaar. Terwijl de crisi sorganisatie voor de coronapandemie van de afgelopen twee jaar i n afbouw is, wordt de crisisorganisatie vanwege de oorlog in Oekraïne opgebouwd. Dit doet veel met mensen, met bedrijven, met de samenleving. De komende periode zal dit ongetwijfeld aandacht en inzet vragen van het nieuwe bestuur. Een grote uitdaging. Eelke de Jong, gemeentesecretaris Leeuwarden, 23 maart 2022

7

1.2 Leeswijzer Het Informatiepakket bestaat uit twee delen, een deel A met ontwikkelingen en opgaven en een financieel deel B. Deel A is opgebouwd langs de lijnen van de ‘weddingcake’ met global goals, die ook is gebruikt in de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende onderdelen: de onderste laag staat voor de Biosfeer; daarna volgt de Samenleving; vervolgens de Economie en als laatste het Bestuur. Dit betekent dat we de Biosfeer (milieu) als randvoorwaarde zien voor de Samenleving (mensen). De eerste twee lagen zijn vervolgens weer randvoorwaardelijk voor een Sterke Economische Positie (welvaart). Maar wanneer we de onderste doelen niet halen, wordt het op lange termijn onmogelijk om de andere doelen te realiseren: zonder veerkrachtig leven op land hebben we bijvoorbeeld geen voedsel meer, en ontstaat honger. De samenhang van deze drie lagen werkt overigens niet uitsluitend van beneden naar boven, maar ook andersom. Als win st bijvoorbeeld te veel prioriteit heeft, worden mens en milieu hiervan de dupe. Ieder deel begint met een korte beschouwing van de actuele trends en ontwikkelingen, vervolgt daarna met een beschrijving van de verschillende opgaven en vraagstukken en sluit per onderdeel af met een aantal vragen. Het onderdeel Samenleving is het omvangrijkste: binnen deze laag bevindt zich een groot deel van opgaven en taken die een gemeente in medebewind uitvoert.

Leeuwarden is sinds 2019 Global goals gemeente. Global goals zijn duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door alle lidstaten van de Verenigde Naties zijn aangenomen. Ze vormen voor de periode tot 2030 dé wereldwijde duurzaamheidsagenda. Ook Nederland heeft deze ambitieuze agenda onderschreven. De meerwaarde van de global goals voor gemeenten is dat ze een samenhangend kader vormen. Deel B schetst het financiële kader voor de collegeonderhandelingen.

8

Deel A

9

2. BIOSFEER

2.1 Beschouwing Het klimaat verandert. We overschrijden de draagkracht van de planeet en daarmee schade we de aarde. Hierdoor warmt de aarde op. Dit heeft grote gevolgen voor de natuur, het milieu en de mens. Hoe warmer het wordt, hoe rampzaliger de gevolgen. De grote vra agstukken die op wereldschaal spelen, zijn ook voor onze gemeente belangrijke opgaven. Denk aan de energietransitie, de biodiversiteitscrisis, het stikstofoverschot, het groeiend tekort aan grondstoffen en de veenweideproblematiek. In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen dat in 2028 Leeuwarden het hart is van een groen-blauwe regio. In zo’n regio worden water, natuur en open ruimte gekoesterd; het bebouwd gebied neemt vrijwel niet toe; de lucht is schoon; de samenleving is CO2 neutraal; de productie van afval is gereduceerd en materialen worden hergebruikt. De waarde die bedrijven en kennisinstellingen toevoegen, zal gericht zijn op Brede Welvaart. Dit betekent dat welzijn boven welvaart gaat, het sociale boven het materi ële, kwaliteit boven kwantiteit. Onze fysieke leefomgeving bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van leven. Maar zover zijn we nog niet. De natuur staat in zowel het buitengebied als in de stad en de dorpen onder druk. In het stedelijk gebied zorgt de klimaatverandering zowel voor hitte als verdroging en daarmee voor aantasting van kades en funderingen.

Door verzilting, verdroging en verzuring daalt de bodemkwaliteit en neemt de biodiversiteit af. Water voldoet niet aan de kwaliteitseisen, grondstoffen raken op, stikstof is een probleem, de luchtkwaliteit is onder de maat, het bodemleven en de bodemstructuur staa n onder druk. In het buitengebied van de gemeente zijn er diverse functies die om ruimte vragen en die deels niet goed te combineren zijn. Denk aan natuur, voedselproductie, energieopwekking, waterberging, CO2-opslag, woningbouw, toerisme en recreatie, gaswinning. Dit alles tegen een achtergrond van veranderende omstandigheden zoals bodemdaling, verzilting, verlagen stikstofuitstoot, verdroging, hittestress. Duidelijk is wel dat niet veranderen geen optie is. De uitdagingen om de leefomgeving ‘op orde’ te krijgen en toekomstbestendig te maken, zijn enorm en vragen om een forse verandering of zelfs transformaties. Duurzaamheid richt zich op een manier van leven die geënt is gedeelde belangen, gelijkheid, gezondheid, brede welvaart, versterking van het natuurlijk kapitaal en de biodiversiteit en circulair denken en doen. Volhoudbaar is toekomstgericht, robuust, verbonden, integraal en inclusief. Om dit te realiseren is het nodig dat:  Lineair wordt circulair.  Degeneratief wordt regeneratief.  Maximalisatie wordt optimalisatie.

10

Ieder voor zich wordt met zijn allen.

Speciale aandacht vraagt de positie van de boeren. De boer produceert voedsel en is beheerder van natuur- en landschapswaarden. Om een goed inkomen te hebben moet de boer een hoge productie tegen lage kosten (efficiënt) leveren. De effecten van intensieve landbouw zoals fijnstof, stikstof, vermesting, bestrijdingsmiddelen staan volop in de aandacht. De boer wordt gevraagd bij te dragen aan maatschappelijke opgaven, maar zit gevangen tussen de eisen van de wereldmarkt en de wensen van burgers. Daar komt bij dat er een structurele waardering voor maatschappelijke diensten ontbreekt en dat het handelingsperspectief van de boeren beperkt is door de hoge schuldenlast en kortlopende pachtcontracten. Onder de boeren h eerst groepsdruk. Het zit in de cultuur ingebakken dat een goede boer efficiënt werkt en aan schaalvergroting doet. De overheid stelt strengere regels, voor de grootte van de veestapel, voor het uitrijden van mest, voor bestrijdingsmiddelen. Structurerende en samenhangende keuzes zijn nodig om werk te maken van de transities op gebied van biodiversiteit, energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Volhoudbaar zal de agenda voor de komende jaren gaan bepalen. Een serieuze aanpak vraagt om inzet van een groot deel van de ambtelijke inspanning. Dit betekent dan ook dat we zeer kritisch moeten zijn op de introductie van aanvullende ambities of initiatieven.

Als we initiatieven mogelijk maken of daaraan medewerking verlenen, dan moeten deze ontwikkelingen substantieel bijdragen aan het realiseren van de nieuwe basis. In plaats van enkel te toetsen of iets binnen de regels past, zal ook getoetst moeten worden hoe een ontwikkeling waarde toevoegt aan ons nieuwe normaal. Is die bijdrage er niet of onvoldoende, dan is er geen ruimte voor die ontwikkeling. Als maatregelen of initiatieven leiden tot vervuiling of biodiversiteitsverlies kunnen ze zonder meer niet doorgaan.

2.2 Opgaven en vraagstukken: Biosfeer 1. 2. 3. 4. 5.

Behoud van ons groen-blauwe landschap Energietransitie Klimaataanpassingen Biodiversiteit en groen herstel Landbouwtransitie

2.2.1 Behoud van ons groen-blauwe landschap Leeuwarden heeft een centrale ligging in de groen-blauwe delta. Hier is nog sprake van een schone bodem, schoon water en schone lucht. We staan er niet altijd bij stil, maar dit is allemaal van onschatbare waarde voor onze Brede Welvaart. Toch heeft ook in Leeuwarden de welvaartsgroei de afgelopen decenni a de randen, van wat maximaal kan, aangeraakt. Voor de grote vraagstukken die spelen op het gebied van CO2 -reductie, terugdringen van schadelijke emissies en van onze footprint en het voorbereiden op klimaatverandering is er geen tijd meer te verliezen. Voor behoud en het toekomstbestendig maken van onze groen-blauwe regio is een CO2-neutrale samenleving en - economie nodig. Echte schone oplossingen vragen om scherpe politieke keuzes. Allereerst een keuze om vol in te zetten op de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie om zo te behouden wat we hebben. En daarnaast ook kiezen om niet meer mee te werken aan vervuilende zaken: alleen bouwen als het circulair is, alleen bedrijven faciliteren die niet vervuilend zijn en alleen een brug of aquaduct vervangen als dit nodig is en circulair kan. Als we de nationale ambitie van 60% CO2-reductie in 2030 of hoger willen halen, zijn dit soort harde keuzes nodig.

Met de Watercampus, Dairy Campus en diverse kennisinstellingen hebben we hoogwaardige kennis in huis om oplossingen te vinden voor vraagstukken. De grootste kansen zijn er in termen van meervoudig ruimtegebruik: combineer energielandschappen en ruimtevragende ontwikkelingen met versteviging van de groen -blauwe, ecologische en klimaatbestendige doelstellingen.

2.2.2 Energietransitie De energietransitie is een enorme opgave en raakt iedereen. Om verdere klimaatopwarming tegen te gaan is er een overstap nodig naar schonere en meer duurzame manieren van energie, zoals windenergie, zonne-energie, waterkracht, geothermie en aquathermie. Dit vraagt ook om stevige aanpassingen in de energie-infrastructuur. Energietransitie staat hoog op de politieke agenda en recentelijk hebben Europa en Nederland hun ambities 11

verhoogd. De ambities vanuit het Rijk liggen in het nieuwe regeerakkoord op 60 % CO2-reductie in 2030 (in de Klimaatwet is sprake van 55 % CO2-reductie in 2030). Leeuwarden heeft zich vanuit de energieaanpak gericht op 49 procent CO2-reductie in 2030 en onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen in 2050. Mogelijk gaat Leeuwarden deel uitmaken van een Europese coalitie van 100 steden met als doel om al in 2030 100% klimaatneutraal te zijn. De aanpak van de energietransitie kent zijn eigen uitdagingen met name als het gaat om het op tijd kunnen realiseren van projecten. Daar doen zich de volgende knelpunten voor : zowel de gemeente als onze samenwerkingspartners hebben te weinig mankracht, de elektriciteitsnetwerken zijn overbelast, grondstoffen zijn schaars en energieprijzen stijgen de pan uit en veroorzaken hoge inflatie. De versnellingsfase waarin we nu zitten dreigt daardoor te stokken, waarmee tevens de noodzakelijke opschaling onder druk staat. Terwijl het nog meer inzetten op duurzame vormen van energie en energiebesparing de komende jaren noodzakelijk is.

2.2.3 Klimaataanpassing Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met extreem weer : meer hitte, veel neerslag, droogte en stormen. We willen dat Leeuwarden in 2035 klimaat adaptief is . Dit betekent dat er een grote opgave ligt waarbij het o.a. van belang is om te werken aan meer waterberging, meer schaduw door het aanplanten van groen en om een adequate strategie tegen droogte en hitte te ontwikkelen. Ook is het van belang dat klimaatdoelen integraal worden meegenomen in gebiedsontwikkelingen en dat bij nieuwe gebiedsontwikkelingen de klimaatdoelen al in de ontwerpfase worden meegenomen. De gemeente pakt zelf al grote projecten voor klimaataanpassingen op maar dit zorgt voor druk op de capaciteit van de organisatie. In 2022 is bijvoorbeeld een opdracht gegeven om 10 klimaatadaptie projecten op te pakken. Tot slot is het van belang om iedereen bekend te maken met de risico's van een veranderd klimaat, zodat zij zelf maatregelen nemen en kunnen handelen zodra problemen als extreme hitte, wateroverlast of zelfs waternood zich voordoen.

2.2.4 Biodiversiteit en groen herstel Biodiversiteitsherstel is een wezenlijk en centraal onderdeel van duurzaamheid. In Nederland is nog maar 15% over van de geschatte biodiversiteit die er was in 1800. De kwaliteit van bodem, water en lucht staan onder druk. Er is een groot stikstofprobleem en een toename van gif, medicijnresten en plastic in de bodem en het oppervlaktewater (met doorwerking richting het grond- en drinkwater). De urgentie van een gezonde biosfeer/leefomgeving wordt steeds meer zichtbaar. Biodiversiteit is niet iets leuks om te hebben, maar een basisvoorwaarde voor leven en een stabiele leefomgeving. Biodiversiteit staat voor balans in de leefomgeving en is randvoorwaardelijk voor het functioneren van de bodem als productiefactor voor voedsel, de bestuiving van gewassen, robuustheid tegen plagen en ziektes, waterzuivering en de kringloop van grondstoffen. Biodiversiteitsherstel loopt in grote mate gelijk op met de doelen voor circulariteit en klimaataanpassing. De urgentie van een verdwijnende biodiversiteit en een ecologisch systeem dat steeds verder onder druk komt te staan wordt op alle niveaus en in alle sectoren steeds sterker gevoeld. In het stedelijk gebied zorgt verstening voor meer hitte en wateroverlast en minder ruimte voor natuur. Het steeds intensiever gebruik van de bodem voor kabels en leidingen is een aanslag op de wortelstelsels van de bomen.

Binnen de bebouwde kom wordt vaak onvoldoende ruimte beschikbaar gesteld om natuurinclusief water te bergen en om natuurlijk kapitaal op te bouwen in de vorm van bijvoorbeeld bomen. De waterkwaliteit is vrijwel nergens in de gemeente goed en de verwachting is dat deze zal verslechteren door klimaatverandering. De voedselproductie op ons platteland en het verdienmodel van de boeren staat onder grote druk. De waarde die het platteland ooit had voor natuur en biodiversiteit is sterk afgenomen. In Leeuwarden is er sprake van een forse sterfte van bomen door ziekte. Vergroening en het aanleggen van bos is enerzijds een herstelopgave en anderzijds een intensiveringsopgave. Dit laatste sluit aan bij de door het Rijk gewenste inzet om de boscapaciteit met 10% uit te breiden. Verzilting, verdroging en verzuring tasten de waterkwaliteit en het bodemecosysteem aan. De toenemende verzilting is ook een bedreiging voor de landbouw: het zoute kwelwater bemoeilijkt de productie van de nu reguliere landbouwgewassen. Ook het bijzondere - nu vooral agrarische – karakter van onze veenweidegebieden staat onder druk. Het veen oxideert als gevolg van ontwatering, waardoor de bodem daalt. In onze Natura-2000 gebieden (Alde Feanen en de Grote Wielen) en de gebieden die tot het Nationaal

12

Natuurnetwerk behoren (zoals de Himpensermar en Leonserpolder) staat de natuur onder druk als gevolg van stikstofdepositie. Er is ook goed nieuws; we hebben een streepje voor op andere gemeentes en op andere delen van het land: we beschikken over een, in potentie, grote ecologische rijkdom. De luchtkwaliteit is hier beter dan in andere delen van het land. Een groot deel van onze bodem is nog onafgedekt en vruchtbaar. De veenweides vormen een bekken waar schoon, mineraalrijk grondwater zich verzamelt. De relatief korte lijntjes tussen bebouwde kom en platteland bieden kansen voor kringlooplandbouw en korte ketens . Eetbare stad, voedselbossen, weten waar producten op je bord vandaan komen, sluiten hier nauw bij aan. Van belang is om te bepalen wat de uitgangspunten voor biodiversiteit in Leeuwarden zijn. Zodat dit een toetsingskader kan zijn voor andere beleidsterreinen.

2.2.5 Landbouwtransitie In diverse gebieden zijn gebiedsprocessen gericht op een Vitaal Platteland opgestart. Gebiedsprocessen gericht op landschap, natuur en landbouw in het buitengebied worden van onderop door de bewoners en bedrijven in het gebied zelf vormgegeven; regie vindt plaats vanuit het gebied (de mienskip) zelf. De boeren willen over het algemeen wel bijdragen aan maatschappelijke opgaven zoals schoner milieu, biodiversiteit, extensivering met het oog op dierenwelzijn, vernatting, waterberging, landschapsbeheer, etc. maar dat vergt aanpassing van de regels en stimulering van natuurinclusieve landbouw in de regio. Overheden zijn faciliterend: gemeente, provincie en Wetterskip opereren daarvoor als één overheid. Waar mogelijk worden geldstromen gebundeld in een integraal uitvoeringsprogramma zodat initiatiefnemers worden ontzorgd. Overheden zijn hiervoor een interbestuurlijke samenwerking aangegaan onder de naam Greidhoeke Plus. De looptijd van de opgave loopt nog minstens 10 jaar door, maar waarschijnlijk langer. De grote middelen voor de transitie van het platteland gericht op een ander ruimtegebruik en nieuwe of andere verdienmodellen voor boeren zullen uit Europa, van het Rijk of de provincie komen. Naar verwachting is voor het verkrijgen van dergelijke middelen ook cofinanciering nodig.

Inzet van gemeentelijke expertise en gebiedsregisseurs (deze hebben we nu onvoldoende) is noodzakelijk. Op dit moment zijn in twee gebieden transities gaande, het Grouster Leechlân en Baarderadiel. Ook in andere gebieden in het Friese Kleiweide gebied en Noordelijke Kleischil lijkt een beweging op gang te komen. Vragen over Biosfeer: 1. Welke ambities stelt u rond de duurzaamheidsthema’s (CO2, duurzame energie, klimaatadaptief en stimuleren van biodiversiteit) en zijn deze bepalend voor projecten? 2. Welke prioriteit wilt u aan duurzaamheid geven t.o.v. de andere thema’s zoals op het vlak van economie, versnelling woningbouw, infrastructuur zorg en sociaal? 3. Wilt u een versnelling in de energietransitie om zo bij te dragen aan de ambitie van het Rijk? 4. Wilt u zelf ook gaan investeren in duurzame opwek en transport, zoals bij warmtenetten, of wilt u dit soort zaken primair faciliteren? 5. Welke gebieden hebben we in beeld voor alternatieve energieopwekking, maar ook welke niet? Welke energieopwekking hebben we primair in beeld: zon, wind, geothermie, waterstof? Waar ligt prioriteit? 6. Wilt u zich vol blijven inzetten op klimaataanpassingen? En wilt u daarnaast ook aan de slag met het tegengaan van hittestress? 7. Wilt u verder inzetten op het formuleren en aanscherpen van het beleid rond het verbeteren van biodiversiteit en klimaatadaptatie o.a.

door herstel en verbetering van de biodiversiteit een belangrijk toetsingskader te laten zijn op diverse beleidsterreinen? 8. Wilt u inzetten op biodiversiteitsherstel , vergroening en klimaatadaptatie, waarbij we bewaken dat er een goed en werkbaar evenwicht is tussen landschappelijke waarden, landbouw, klimaat, natuur, cultuurhistorische waarden, ondernemerskansen en samenleving? Welke gebieden geven we aan de natuur en welke laten we behouden voor landbouw? 9. Hoe wilt u in samenwerking met de Provincie overleggen met de boeren en vanuit welke insteek? In hoeverre wilt u natuur-inclusieve kringlooplandbouw stimuleren?

13

3. SAMENLEVING

3.1 Beschouwing De onderlinge afstand in de samenleving groeit door verschillen in wat mensen hebben, kunnen of willen. Ben je arm of rijk, ziek of gezond, heb je wel of geen werk, ben je laag opgeleid of juist hoog opgeleid: deze verschillen zijn van grote invloed op hoe iemand in de samenleving staat en op welke wijze iemand aan de samenleving mee kan en wil doen. Ruim tachtig procent van de mensen kan zich zelf prima redden en draait volop mee in de samenleving. Maar voor de mensen die zich niet goed zelf kunnen redden, die moeite hebben om hun plek in de samenleving te vinden, laat staan er actief aan deel te nemen, is ondersteuning nodig. Hoe krijgen die weer perspectief, hoe kunne die zelf richting geven aan hun leven zoals zij dat willen. Vanuit de verschillende wetgevingen (Participatiewet, WMO en Jeugdwet) heeft de gemeente een verantwoordelijkheid om die ondersteuning te verlenen en te zorgen dat de mensen weer meedoen in de samenleving. In de behoefte-piramide van Maslow zijn binnen de samenleving drie opgaven te benoemen die een relatie met elkaar hebben. 1. Bestaanszekerheid 2. Leven lang leren en ontwikkelen 3. Iedereen doet mee (Participeren). Iedereen doet mee Pas als je bestaanszekerheid ervaart ben je (mentaal) in staat om te leren en te ontwikkelen en als je leert en ontwikkelt ben je in staat om mee te doen.

Dit vraagt van de gemeente om te werken aan deze opgaven: continu (het houdt nooit op), integraal (het zit niet binnen 1 domein of sector) en het betreft alle onderdelen van de gemeente (bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, stad, platteland).

Leven Lang Leren en Ontwikkelen

Bestaanszekerheid

Binnen de drie opgaven is een aantal l onkende perspectieven te benoemen, die er aan bijdragen dat mensen weer perspectief zien en weer, naar hun kunnen, deelnemen aan de samenleving.

14

Bestaanszekerheid

Leven Lang Leren en Ontwikkelen

Iedereen doet mee

Niemand leeft in armoede

Iedereen heeft in Leeuwarden een kansrijke start

Iedereen heeft kans op duurzaam werk; We lossen de mismatch tussen beschikbaar werk en human capital op

Iedereen heeft een passende woonplek

Iedereen heeft de skills om mee te doen in de samenleving

we creëren banen die de samenleving versterken

Iedereen voelt zich veilig in zijn leefomgeving

Iedereen krijgt de kans om te spelen en talenten te ontwikkelen

Iedereen voelt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een inclusieve samenleving

Iedereen heeft regie over zijn eigen mentale en fysieke gezondheid

Ieder kind gaat naar school

Door zorg en ondersteuning die we inkopen gaan mensen weer mee doen

Een leefomgeving waarin mensen wonen, werken, leven en zich veilig voelen heeft grote invloed op hun gezondheid, geluk en welzijn en dus op hun mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. De kwaliteit van de leefomgeving is één van de factoren die onze kwaliteit van leven bepaalt en wordt bepaald door ruimtelijke, fysieke en sociale omgevingsfactoren. Dit vraagt van de gemeente om continu en integraal te werken aan de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit die gedachten constateren we een aantal landelijke, Friese en gemeentelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de bovengenoemde opgaven. Deze ontwikkelingen kunnen we vertalen naar opgaven en vraagstukken binnen de opgaven Bestaanszekerheid, Leven Lang Leren, Participeren en de Leefomgeving.

Sociale verbondenheid en inclusie Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor mensen en groepen die terug moeten vallen op (tijdelijke) ondersteuning om het hoofd boven water te houden én voor de jeugdzorg. Kenmerkend daarbij is dat de overheid uitgaat van de eigen kracht van burgers, bewoners en cliënten en van het versterken van sociale netwerken. De overheid streeft dus naar een samenleving waarin burgers meer verantwoordelijkheid op zich nemen en doet op uiteenlopende terreinen stappen terug. Taken die voorheen door professionals werden uitgevoerd, moeten steeds vaker worden opgepakt door burger s. Denk aan de inzet van vrijwilligers bij schuldhulpverlening, aan de inzet van allochtone vrouwen als intermediairs bij het leggen van contacten of aan de inzet van ervaringsdeskundigen op allerlei terreinen. Dit betekent dat een groter beroep op onderli nge hulp en ondersteuning wordt gedaan. We constateren eveneens dat de klassieke driehoek van overheid, maatschappelijk middenveld en markt aan het verschuiven is, waarbij het maatschappelijk middenveld kleiner wordt. Het maatschappelijke middenveld bestaat uit het verenigingsleven en stichtingen (maatschappelijk oogmerk). Dit wordt tegenwoordig sociale basis genoemd. De sociale basis is het geheel van informele en formele contacten en netwerken van bewoners (organisaties) en vrijwilligers (organisaties).

Activiteiten die voorheen in het maatschappelijk middenveld (sociale basis) werden uitgevoerd, verschuiven naar de markt of naar de overheid. Dit zet deze klassieke verhouding onder druk en versterkt ook de verdere uitholling van de sociale basis. Om te zorgen voor een grotere verantwoordelijkheid naar elkaar en dat buurtbewoners meer voor elkaar klaar staan en elkaar gaan helpen, is sociale verbondenheid een belangrijk speerpunt. Sociale verbondenheid wordt gekenmerkt door groepsidentificatie en saamhorigheidsgevoelens, frequente en intensieve contacten, veel onderling vertrouwen, gedeelde normen en waarden en participatie in het groepsleven. Het voorkomt tweedeling in de samenleving. De sociale verbondenheid in Fryslân is groot. Ten opzichte van landeli jke cijfers scoort Fryslân vooral hoog op onderling vertrouwen, vrijwilligerswerk en binding met de buurt. De gemeente 15

kan sociale verbondenheid bevorderen door op verschillende plekken lokale welzijnsorganisaties en organisaties te ondersteunen die het ‘s ociaal weefsel’ in stand houden in de gemeente, het eigen dorp of de eigen buurt. Denk hierbij aan de buurt-, wijk- en dorpshuizen maar ook aan de inzet van een Mienskipfonds. Ook al neemt de sociale samenhang in Leeuwarden toe en is er een rijk verenigingsleven, er is een grens aan het aantal vrijwilligers en mantelzorgers. Veelal zijn initiatieven sterk afhankelijk van enkele individuen en wanneer deze wegvallen, eindigt het initiatief. De kennis en kunde om in collectief verband hulp en ondersteuning te bieden aan mensen uit de directe omgeving is niet altijd aanwezig of vanzelfsprekend. Door een gebrek aan sociale cohesie individualiseren steeds meer mensen en worden zij teruggeworpen op hun eigen individuele capaciteiten om adequate hulp te organiseren. Daarnaast is het mogelijk dat inwoners in de criminaliteit terecht komen omdat dit een perspectief lijkt te bieden op een beter leven. De kwetsbare burger wordt geconfronteerd met een duizelingwekkende ingewikkeldheid van voorzieningen, regelingen, toeslagen, arrangementen, protocollen, formulieren, controles en eigen bijdragen. Zo maakt het ingewikkelde en niet-inzichtelijke systeem van inkomensafhankelijke regelingen burgers met lage inkomens erg kwetsbaar.

Vaak wordt in het beleid en in de uitvoering onvoldoende rekening gehouden met de complexiteit van de samenleving voor veel mensen. Bijvoorbeeld met het feit dat Nederland 2½ miljoen mensen van 16 jaar en ouder kent die moeite hebben met lezen.

Kansengelijkheid De gemeente Leeuwarden zet zich al jaren in om kinderen en jongeren kansen te bieden om talenten en kwaliteiten ten volle te (leren) benutten. Inzet is dat zij zich ontwikkelen in goede gezondheid en in een veilige en stimulerende omgeving, in de wijk, thuis en op school. Daarbij bestaat meer aandacht voor kinderen (en hun ouders/verzorgers) die een minder gunstige uitgangspositie hebben. Goede educatie is cruciaal, maar ook een veilige, stimulerende en gezonde omgeving om in op te groeien met voldoende bes taanszekerheid (geen armoede). Er zijn nog steeds jongeren die zonder startkwalificatie de arbeidsmarkt op gaan. Streven is om zoveel als mogelijk voor iedereen een gelijk speelveld te laten ontstaan. In toenemende mate ligt hier een opgave voor de gemeente, omdat er steeds meer sprake is van een tweedeling binnen de samenleving van kansarmen en kansrijken.

Gezondheid Gezondheidszorg heeft langere tijd, met uitzondering van publieke gezondheid, nauwelijks aandacht van de gemeente gekregen. Maar dit verandert. Gezondheid is een belangrijke voorwaarde geworden om mee te kunnen doen en een gelukkig leven te leiden. Inmiddels wordt ook meer en meer gesproken over Positieve Gezondheid. Positieve gezondheid is een benadering binnen de gezondheidszorg die n iet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of de ziekte zelf. Daarmee is gezondheid in toenemende mate een taak voor de gemeente geworden.

Veranderingen op het gebied van sport en bewegen Sporten en bewegen helpen mee aan een gezonde leefstijl. Afgelopen jaren is er een sterke toename gesignaleerd van beweegactiviteiten buiten de georganiseerde sport (o.a. verenigingsleven) om. Sporten zonder vast te zitten aan een lidmaatschap of abonnement is iets wat past bij de trend om flexibel te zijn. Vooral sporten die in de openbare ruimte gedaan kunnen worden, zowel georganiseerd als ongeorganiseerd, groeien in populariteit. Beweegroutes, open sportparken en nieuwe en uitdagende beweegplekken zijn gewenst om inwoners op deze flexibele manier in beweging te krijgen. Op diverse platforms delen mensen hun sportprestaties met elkaar en ontstaat er online een ‘community’ die invloed heeft op het sport- en beweeggedrag van (met name) jongeren en millennials. Daarnaast is inclusief sporten belangrijk geworden. Ondanks chronische ziektes en beperkingen zijn mensen in staat om en worden zij gestimuleerd tot bewegen.

Leefomgeving De gemeente Leeuwarden is een samenstelling van platteland, vele mooie dorpen en een compacte stad met veel cultuurhistorische waarde. Ingezet wordt op een prettige, veilige en toegankelijke openbare ruimte voor iedereen, groen en divers, met ruimte voor ontmoeten en bewegen. Drie pijlers zijn hier van belang: gezond,

16

heel en veilig. Een groene omgeving die stimuleert en uitnodigt, ook om te spelen en te ontmoeten. De buitenruimte faciliteert beweging. Schonere lucht is daarbij essentieel. Bij een veilige en gezonde leefomgeving hoort een goede voedselomgeving waarbij gezond eten gestimuleerd wordt en ongezond eten ontmoedigd . Daarnaast is het van belang dat de kapitaalgoederen in de leefomgeving, denk aan wegen, bruggen, qua beheer- en onderhoud op orde zijn en dat de noodzakelijke vervangingsinvesteringen kunnen plaatsvinden. Eén van de grootste werkgevers binnen de gemeente is de vliegbasis en heeft daarmee een belangrijke economische betekenis. Tegelijkertijd veroorzaken de activiteiten op de vliegbasis, met name de geluidsoverlast, gezondheidsklachten bij omwonenden. De afweging van de verschillende belangen is complex en hier zijn vele partijen bij betrokken. Binnen Leeuwarden zijn er dorpen met een regionale functie en kleinere dorpen. Bij deze laatste spelen vraagstukken rond de bouw van geschikte woningen, de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, sluiting van scholen, de beschikbaarheid van voorzieningen. In de dorpen is de sociale cohesie veelal groot en wordt nagedacht over hoe de identiteit en leefbaarheid van het dorp overeind te houden.

3.2 Opgaven en vraagstukken: Bestaanszekerheid 3.2.1 Bijstand en inkomensvoorzieningen De afgelopen periode is ingezet op het reduceren van het aantal mensen dat een beroep moet doen op de bijstand. Dit is gedaan door de instroom te beperken, de uitstroom te bevorderen en- in technische zin- de prijs van de uitkering te verlagen. Daardoor heeft er een uitstroom uit de bijstand plaatsgevonden en is het aantal uitkeringsgerechtigden gedaal d met 295 cliënten. Voor 2022 wordt rekening gehouden met een lichte toename doordat de steunmaatregelen in verband met de coronacrisis aflopen. Aansluitend bij de activiteiten vanuit de arbeidsmarktregio zal ingezet worden op de bestrijding van jeugdwerkloosheid, het inzetten van regionale mobiliteitsteams en op heroriëntatie zelfstandigen. Vóór de Oekraïne-oorlog was de voorspelling dat de economische conjunctuur zich na de coronacrisis goed zou herstellen. Als deze ontwikkeling zich voordoet en landelijk de werkloosheid verder daalt, heeft dit tot gevolg dat ook de omvang van het beschikbare BUIG budget landelijk verder afneemt. Voor Leeuwarden betekent dit dat er gelijke tred gehouden moet worden moet deze landelijke ontwikkelingen om binnen het budget te blijven. Naarmate de grens van 3.500 bijstandscliënten wordt bereikt, wordt de kans van slagen voor bemiddeling en werk voor deze groep substantieel kleiner.

In het bijstandsbestand zien we dat voor een harde kern van mensen (ca. 3.500) die een dusdanige afstand tot de arbeidsmarkt hebben dat werk niet haalbaar is. De veranderende arbeidsmarkt stelt steeds hogere eisen wat betreft werktempo, geestelijke weerbaarheid en werkdruk. Daar komt bij dat lager geschoold werk door globalisering, automatisering en digitalisering steeds meer verdwijnt. Aandachtspunten:  De gemeente voert de bijstandstaak in medebewind uit voor het Rijk en het Rijk bepaalt de kaders. Het voeren van inkomenspolitiek is voorbehouden aan de Rijksoverheid en dus verboden.  Financieel gezien is de gemeente voor het kunnen bekostigen van de bijstand sterk afhankelijk van de financiën die het Rijk beschikbaar stelt (BUIG-middelen). Deze gelden vallen buiten de gelden die de gemeente in het Sociaal Domein ontvangt voor WMO, Jeugdzorg en Participatie via het Gemeentefonds. De BUIG-middelen kennen de mogelijkheid om onder voorwaarden een aanvullend beroep te doen op het Rijk. Echter, daarvoor moeten eerst drempelwaarden worden bereikt.

3.2.2 Armoede en schuldhulp Armoede is in Leeuwarden een actueel probleem. De gemeente Leeuwarden staat al jaren in de top tien van gemeenten met de meeste armoede. In Leeuwarden heeft 1 op de 5 huishoudens een inkomen lager dan 125% van het wettelijk sociaal minimum. Daardoor groeien ook veel kinderen op in armoede. Armoede omvat niet alleen financiële armoede maar doorkruist alle levensgebieden. Aanpak van armoede vergt om een integrale aanpak vanuit beleidsthema’s zoals zorg, wonen, onderwijs en cultuur, en met externe partners. 17

Experiment kwijtschelding schulden in Leeuwarden Oost Met het programma Leeuwarden Oost is een 20-jarig programma gestart waarin met vijftig partners in de stad wordt samengewerkt om de leefkwaliteit van mensen te verbeteren en hun perspectief op leren, werken, wonen en gezondheid te vergroten. Er wordt gewerkt aan het versterken van de samenwerking, innovaties en systeemdoorbraken. De grootste opgave is het doorbreken van de armoede van generatie op generatie. De ambitie is een stadsdeel waar geen schulden bestaan en waar geen jongeren in de bijstand zitten. Het programma versterkt de werkgelegenheid en de opleidingsgraad in samenwerking met werkgevers en onderwijsinstellingen en draagt bij aan het verbeteren van de leefbaarheid in de wijken. Een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van schulden zijn levens gebeurtenissen, zoals het verliezen van een baan, echtscheiding of een verhuizing. Ook de coronacrisis zet druk op de bestaanszekerheid. Mensen die al voor deze crisis in een kwetsbare situatie zaten, zijn nu extra kwetsbaar geworden, zoals jongeren die kl aar zijn met hun opleiding, zzp’ers en flexwerkers. Bij hen vallen stabiele inkomensstromen weg. Door de coronacrisis verwachten we daarom extra vragen op middellange en lange termijn voor financiële dienstverlening en schuldhulpverlening.

In Leeuwarden Oost is een experiment in voorbereiding om de schulden van 100 huishoudens volledig kwijt te schelden in situaties die om een doorbraak vragen. Inzet daarbij is het vergroten van de financiële zelfredzaamheid en het bieden van perspectief zodat schulden geen belemmering meer vormen om mee te doen in de samenleving. Daarnaast wordt bekeken hoe dit experiment een bijdrage kan leveren aan het terugdringen van de maatschappelijke kosten van schulden.

3.2 3 Inburgering en statushouders Het COA biedt landelijk op 1 januari 2022 opvang aan ruim 36.000 mensen, deels op tijdelijke locaties. Dit betreft ruim 24.000 asielzoekers en ongeveer 11.000 statushouders. Dit aantal neemt naar verwachting toe door de vluchtelingenstroom uit Oekraïne en opvangverzoeken voor deze groep in Leeuwarden. Voor iedere vreemdeling vanaf 16 jaar tot aan de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigt en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft, geldt een inburgeringsplicht. Vanaf 1 januari 2022 is een nieuwe Wet Inburgering van kracht. Deze wet legt de taak voor de uitvoering van de inburgering bij gemeenten; het Rijk is verantwoordelijk voor het inburgeringsbeleid. Naar verwachting zal het Rijksbudget voor de uitvoering van de Wet Inburgering niet voldoende zijn voor de bekostiging van de benodigde ambtelijke inzet. Met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering ontstaat er een zogenaamde “ondertussengroep” van inburgeraars die niet onder de nieuwe wet vallen, maar ook niet (langdurig) gebruik kunnen maken van voorzieningen van de oude wet. Het betreft nieuwkomers die in 2019, 2020 en 2021 zijn gestart met de inburgering in het oude stelsel en het traject onder de voorwaarden van het oude stelsel na 1 januari 2022 moeten afmaken. Voor deze groep ontvangt de gemeente geen vergoeding van het Rijk.

De gemeente Leeuwarden heeft een wettelijke verplichting om statushouders te huisvesten. Leeuwarden kampt, net als veel andere gemeenten, met een achterstand als het gaat om het huisvesten van deze statushouders. Landelijk zitten er op dit moment ruim 11.000 statushouders in AZC’s te wachten op een woning. Op grond van taakstellingen gaat het in Leeuwarden om 168 statushouders die gehuisvest moeten worden. Er wordt gekeken naar de subsidiemogelijkheden en tijdelijke regelingen die er zijn voor statushouders om het wegwerken van de achterstand in de huisvesting te financieren.

3.2.4 Gezondheid De kansen op een gezond leven zijn in Nederland niet gelijk verdeeld. Mensen met een lager inkomen en opleidingsniveau leven gemiddeld zes jaar korter dan mensen met een hoge sociaaleconomische status. Gezondheidsachterstanden hangen vaak samen met maatschappelijke problemen die elkaar versterken zoals werkloosheid, een laag ingekomen, schulden, ongezonde leefomgeving en een gebrek aan sociale relaties. De wijk waar je geboren en getogen bent, maakt ook verschil. Gezonde keuzes en een gezonde leefstijl zijn lang niet voor iedereen vanzelfsprekend en toegankelijk. Het is belangrijk om gezondheidsachterstanden integraal, domeinoverstijgend en preventief aan te pakken en zo vroeg mogelijk, al voor de geboorte, te beginnen.

18

Mentale gezondheid is essentieel voor opgroeien, ontwikkeling, leervermogen en veerkracht gedurende de hele levensloop (Trimbos instituut, 2021). Mensen met een goede mentale gezondheid ervaren over het algemeen een betere kwaliteit van leven. Uit de monitors van de GGD blijkt dat er provinciaal een toename is van psychische klachten onder jongvolwassenen. Meer dan de helft (51%) van de jongvolwassenen (18 -34 jaar) loopt risico op een angststoornis of depressie. Dit aandeel is flink toegenomen in de afgelopen jaren. Ook ervaren jongvolwassenen meer stress dan andere leeftijdsgroepen. Uit de jeugdmonitor blijkt dat 25% van de jongeren (12-18 jaar) zich vaak gestrest voelt door school of huiswerk (GGD-jeugdmonitor, 2019). Ook blijkt dat 46% van de volwassenen en ouderen (18 – 64 jaar) matig tot hoog risico op angst of depressie hebben en 17% (heel) veel stress ervaart (GGD-monitor, 2020). Bij het bevorderen van de mentale gezondheid is het van belang dat de aanpak preventief en integraal is.

(Bron: volksgezondheidstoekomstverkenning (VTV), 2020)

De omgeving waarin je woont, werkt, ontspant heeft invloed op je gezondheid. Gezondheid en de bevordering daarvan begint bij goede maatschappelijke omstandigheden. Een gezonde leefstijl (bewegen, goede voeding, mentale weerbaarheid) is verbonden aan een gezonde leefomgeving en inclusieve samenleving. Een gezonde stad is een stad… 1. …die in een gezonde gebouwde omgeving voorziet (ruim, hygiënisch, respect voor cultureel erfgoed) 2. …waarin je op een gemakkelijke en gezonde manier door de stad kan bewegen (fietsvriendelijk, voetgangersvriendelijk, dekkend OV-netwerk, verkeersveilig) 3. …die een gezonde buitenruimte creëert om in te spelen en te verblijven (buitenspelen, met groen om in te spelen, creëren van luwe plekken, zichtbaar groen) 4. …die gericht is op een gezond milieu (luchtkwaliteit, geluidsoverlast en hitte stress) 5. …met een gezonde gemeenschapszin en ruimte voor sociale interactie (veiligheid, ontmoeting, verleiding tot bewegen). 1 De dubbele vergrijzing met meer ouderen en steeds ouder wordende ouderen doet een groter beroep op de gezondheidszorg. De druk op de gezondheidszorg is groot. Hoewel eerst de betaalbaarheid van de gezondheidszorg onderwerp van zorg was, wordt de beschikbaarheid van de juiste capaciteit (werknemers in de zorg) een prangend vraagstuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=6d59c962-0dd6-4d7b-bb47-062fd4bf6802