Bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Lidl Elzenstraat, Cambuurplein en Willem Alexanderplein’ (mei 2024)
Tekst van het document
In het plangebied neemt het aantal parkeerplaatsen wel toe met ongeveer 30. De gemiddelde parkeerplaats heeft een oppervlakte van ongeveer 12 m2. De aanleg van 30 parkeerplaatsen voorziet in een verharding van 360 m2. Ten opzichte van de huidige situatie heeft het project geen versnelde afvoer van hemelwater tot gevolg. Het is daarom niet nodig om compenserende maatregelen te nemen. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt afvalwater afgevoerd op de bestaande rioleringsaansluiting. Hemelwater wordt aangesloten op de bestaande voorzieningen. Waterkwaliteit: De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van wateradvies. Conclusie Gelet op het vorenstaande levert het aspect water geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
4.5
Ecologie
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en
35/424
plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 4.5.1 Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden Een ruimtelijke ontwikkeling die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project, de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan alsnog worden vastgesteld indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig omwille van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en deze moeten worden getoetst aan het effect van de ingreep op soorten en habitats.
Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de 'Groote Wielen' en dit ligt op circa 2,6 km. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd met de meest recente versie van Aeriuscalculator (release 6 november 2023). Deze berekening is opgenomen in bijlage 8. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij'-principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Het plangebied ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. De dichtstbijzijnde gronden van het NNN liggen op circa 2,6 km van het plangebied.
De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal en de activiteit heeft geen negatief effect op beschermd (natuur)gebied. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking heeft, leiden de voorgenomen
36/424
activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van enige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 4.5.2 Soortenbescherming Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Er is een quickscan flora en fauna voor de locatie uitgevoerd en dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Ten aanzien van (mogelijk) beschermde soorten geeft het rapport de volgende conclusies: Voor algemene broedvogels is het advies om te werken buiten het broedseizoen of onder begeleiding van een ecoloog; In het plangebied komen mogelijk vleermuizen voor en is nader onderzoek noodzakelijk; voor overige soorten moet de zorgplicht worden nageleefd. Vanwege de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen wordt een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform het vleermuisprotocol waarbij voor het vaststellen van vleermuisverblijfplaatsen in het plangebied zes veldbezoeken noodzakelijk. Deze moeten verspreid over het seizoen worden uitgevoerd (15 mei tot en met 15 juli (kraamperiode) en 15 augustus tot 1 oktober (paarperiode)).
Deze onderzoeken kunnen pas in de loop van 2024 worden uitgevoerd. De onderzoeksperiode van de vleermuizen loopt tot 1 oktober 2024. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan worden bepaald of in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing noodzakelijk is. De adviezen uit het ecologisch vervolgonderzoek zullen worden nageleefd door de initiatiefnemer. Dit houdt in dat eventueel maatregelen en/of ontheffingen worden aangevraagd voor de aanwezige beschermde diersoorten. Het treffen van eventuele mitigerende maatregelen wordt gedaan in afstemming met het ecologisch onderzoeksbureau, zodat wordt voldaan aan de regels van de Wnb. De resultaten van het vervolgonderzoek worden in de volgende fase aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. De aanwezigheid van vleermuizen is niet uitgesloten; hiervoor wordt nader onderzoek uitgevoerd. Ten allen tijde moet de zorgplicht worden nageleefd.
4.6
Archeologie
Toetsingskader Het Rijk en de provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden meegewogen.
37/424
De gemeente Leeuwarden heeft met de Nota Archeologische Monumentenzorg Leeuwarden (AMzL) 2014 de archeologische koers vastgesteld. Met een eigen archeologisch beleidsplan kiest de gemeente ervoor haar keuzes voor alle betrokkenen helder te maken. Duidelijk gemaakt wordt hoe en waarom er zorg gedragen wordt voor het kwetsbare bodemarchief en welke consequenties dat heeft. Dit beleid is afgestemd met de provincie, maar geeft wel een eigen invulling aan de manier waarop Leeuwarden omgaat met archeologie. In het archeologiebeleid zijn de volgende elementen van belang: archeologie wordt meegenomen in nieuwe bestemmingsplannen; ten behoeve van het verlenen van een Omgevingsvergunning wordt getoetst op archeologische waarde. De gemeentelijke beleidskeuzes zijn weergegeven op de Archeologische Waardenkaart (betreft het gemeentelijk grondgebied van vóór 2014) en de FAMKE (betreft het grondgebied van de voormalige gemeente Boarnsterhim wat per 2014 bij Leeuwarden hoort), waardoor voor iedereen duidelijk wordt waar en op welke manier rekening moet worden gehouden met archeologie. In de Partiële Herziening Archeologie zijn dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie opgenomen waarmee op perceelsniveau is aangegeven welke eisen er worden gesteld aan nader archeologisch onderzoek.
Toetsing aan het plangebied Voor de locatie Cambuurplein en Willem Alexanderplein geldt dat er geen fysieke ingrepen plaatsvinden en dat de bodem niet wordt geroerd. Voor de locatie aan de Elzenstraat is dit vanwege de nieuwbouw, die deels buiten het bouwvlak wordt gesitueerd, wel aan de orde. Locatie Elzenstraat Voor de locatie Elzenstraat geldt op grond van de Partiële herziening Archeologie dat het plangebied twee dubbelbestemmingen kent: Waarde - Archeologie 5 en Waarde - Archeologie - 3 (zie figuur 4.1)
38/424
Figuur 4.1 Uitsnede Partiële herziening Archeologie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het grootste deel van het plangebied is bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en die de bodem dieper dan 0,50 m beneden maaiveld verstoren, moet voorafgaand aan de ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden verricht. De ontwikkeling voorziet in het roeren van gronden met een oppervlakte van minder dan 2.500 m². Het westelijk deel van het plangebied is bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die de bodem dieper dan 0,30 m beneden maaiveld beroeren, moet voorafgaand aan de ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden verricht. Op deze gronden is momenteel al een pand met fundering aanwezig, waardoor de mogelijk aanwezige waarden waarschijnlijk al verstoord zijn. Binnen deze dubbelbestemming is een deel van het bouwvlak opgenomen waarmee de drempelwaarde wordt overschreden. Om aan te tonen of er nog archeologische waarden aanwezig zijn, wordt voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch onderzoek gedaan. Conclusie Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. Eventuele vondsten zullen worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog.
39/424
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of cultureel erfgoed wordt geraakt. Voor alle locaties is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Elzenstraat In het plangebied ligt een rode lijn die duidt op 'Oude paden Nieuwe Wegen', zoals te zien is in figuur 4.4. Deze lijn loopt echter over de bestaande parkeerplaats heen. In de toekomstige situatie blijft ter hoogte van de rode lijn de parkeerplaats bestaan. De ontwikkeling voorziet niet in ingrijpende ingrepen ter hoogte van de aanduiding 'Oude paden Nieuwe Wegen'. Ten noordwesten van het plangebied ligt een oude boerderijplaats ter hoogte van het Vrijheidsplein. Deze ligt geheel buiten het plangebied en de ontwikkeling heeft hierop geen invloed. Aangrenzend aan de locatie bevindt zich een kerk. Deze kerk maakt geen onderdeel uit van de ontwikkeling en er worden geen ingrepen verricht die invloed hebben op de cultuurhistorische waarde van deze kerk.
Figuur 4.4. Cultuurhistorische waarden ter hoogte van de Elzenstraat (bron: Cultuurhistorische Kaart Fryslân) Cambuurplein & Willem Alexanderplein Op deze locaties wordt de planologische mogelijkheid om een supermarkt te realiseren beperkt. Het planvoornemen voorziet niet in fysieke ingrepen die invloed hebben op eventuele cultuurhistorische waarden.
40/424
Conclusie Gelet op het vorenstaande levert het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
4.8
Bedrijven- en milieuzonering
Toetsingskader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Leeuwarden de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. In deze uitgaven worden een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het uitwerkingsplan mogelijk is.
Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Toetsing aan het plangebied Locatie Elzenstraat Deze locatie ligt in een gebied met meerdere functies en daarom is er sprake van een 'gemengd gebied'. Ter hoogte van de Elzenstraat 1, 1c en 3 is een bouwmarkt, ambulancepost en autobedrijf gevestigd. Het huidige bestemmingsplan staat bedrijven toe die vallen in milieucategorie 1 en 2. Een bouwmarkt en een handel in auto's vallen in milieucategorie 2. Een supermarkt valt onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter voor het aspect gevaar. De supermarkt zorgt voor minder hinder in de omgeving dan het voorgaande type bedrijvigheid gezien de lagere milieucategorie. Het laden- en lossen van goederen zorgt voor extra geluidshinder afkomstig van de supermarkt.
Zowel bij de huidige toegestane functies (bouwmarkt en autogarage) als een supermarkt is sprake van het laden en lossen van goederen. De afstand tussen de toekomstige laad- en losruimte tot aan het dichtstbijzijnde gevoelig object (in dit geval woningen) is zeer ruim en bedraagt circa 75 meter.
41/424
Cambuurplein & Willem Alexanderplein Op deze locaties wordt het aantal m2 wvo ingeperkt en is er geen sprake van uitbreidingen van de bestaande activiteiten. Hierdoor ondervindt de omgeving geen hinder van deze wijziging. Conclusie Gelet op het vorenstaande levert het aspect bedrijf- en milieuzonering geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR drukt de kans per jaar uit dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval indien hij zich onafgebroken (24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Toetsing aan het plangebied Locatie Elzenstraat Aan de hand van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van alle risicobronnen in en rond het plangebied, deze risicobronnen zijn weergegeven in figuur 4.5.
Op de risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals: ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Op navolgende kaart is met de rode ster de projectlocatie aangegeven.
42/424
Figuur 4.5. Risicokaart van het plangebied (bron: Atlasleefomgeving.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel bij inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarvoor een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer van gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het eerste risico-object betreft buisleiding voor het transport van gas en deze leiding ligt op 195 meter van het plangebied. Het plangebied ligt buiten de invloedszone van deze buisleiding. Conclusie Gelet op het vorenstaande levert het aspect externe veiligheid geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones).
43/424
Toetsing aan het plangebied Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen of straalpaden aanwezig. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.11 MER (Milieu effect rapportage) verantwoording In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, waardoor er geen sprake is van een m.e.r. (beoordelings-)plicht. Bovendien blijkt uit de beoordeling in de voorgaande paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Toetsing aan het plangebied In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2).
Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake.
44/424
Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierbij wordt aandacht geschonken aan de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het plan Het plan voorziet in een de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een nieuwe supermarkt. In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op de vooringenomen situatie. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Het plan voorziet aan de locaties Willem Alexanderplein en de Cambuurplein niet in een wijziging van de bebouwing, alleen in een beperking van de planologische gebruiksmogelijkheden. Voor deze locaties zijn negatieve milieueffecten uitgesloten. Voor de locatie Elzenstraat geldt dat bij de uitvoering van het plan wel mogelijk milieueffecten optreden. Plaats van het plan Het plangebied is gesitueerd op de percelen die bekend als kadastrale gemeente Leeuwarden, Sectienummer H met perceelnummers 2205, 2204, 22084 en 2191. Het plangebied bestaat nu uit drie gebouwen met een aangrenzend parkeerterrein. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig.
Kenmerken van het potentiële effect Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan gesteld worden, dat de nieuwe ontwikkelingen geen nadelige invloed hebben op bestaande natuur- en/of landschapswaarden. Ook worden geen cultuurhistorische en/of archeologische waarden aangetast. Door de nieuwe ontwikkeling worden bestaande bedrijven in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt. De bodem en het grondwater geschikt zijn voor de beoogde functie. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer voor de omliggende woningen/winkels en zorgt ook niet voor luchtvervuiling of geluidsoverlast. Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat mogelijk vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Mocht het blijken dat ontheffingen en/of het treffen van maatregelen noodzakelijk is, dan worden deze getroffen. Conclusie Het project valt niet binnen één van de activiteiten zoals opgenomen in onderdeel C of D van het besluit m.e.r. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, daarom is er geen sprake van een m.e.r. (beoordelings-)plicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de voorgaande paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
45/424
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en die op eenzelfde manier zijn verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en in bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Beschrijving juridische regeling
In deze paragraaf worden voor zover nodig de afzonderlijke bestemmingen zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, van een toelichting voorzien.
5.2.1 Bestemmingen In deze paragraaf worden voor de afzonderlijke bestemmingen zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, van een toelichting voorzien. Gemengd Voor alle drie locaties geldt de bestemming Gemengd. Daarbij wordt aangesloten op de bestaande bestemming voor de locaties Cambuurplein en Willem Alexanderplein. De regeling is zodanig afgestemd dat de huidige planologische mogelijkheden voor deze locaties in stand zijn gehouden. In afwijking van de geldende planologische regeling zijn daarvoor aanduiding opgenomen. Hieronder wordt per locatie omschreven hoe de regeling vorm heeft gekregen. Voor de locatie Elzenstraat is door middel van de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte; bvo (m2)' aangeduid dat hier 2.600m2 supermarkt is toegestaan. De oppervlakte van bouwvlak zelf is hier circa 3030 m2. Het plangebied voor de Elzenstraat is afgestemd op het inrichtingsplan dat door Lidl is opgesteld. Het bouwvlak is redelijk strak om het gebouw gelegd met rondom 1 meter extra ruimte aan de noord- en zuidkant, en 2 meter voor de oost- en westkant. Daarbij zijn de percelen ten oosten van het plangebied, waar onder andere een fysiotherapiepraktijk is gevestigd, buiten het plangebied gelaten. Voor de locatie Cambuurplein is het plangebied afgestemd op het bouwvlak uit het bestemmingsplan Tussen Ee
46/424
en Vliet. Voor deze locatie is de aanduiding van de geluidzone van het bedrijventerrein Leeuwarden-Oost overgenomen. Verder is de maximale bouwhoogte aangeduid en bepaald op 9 meter. In overeenstemming met de huidige planologische regeling zijn de functies 'wonen' en 'bedrijf' middels een aanduiding opgenomen. Voor de locatie Willem Alexanderplein is het plangebied afgestemd op de bestemming uit het bestemmingsplan Nijlân en is het bestaande bouwvlak overgenomen. Er is aansluiting gezocht met de geldende regeling door middel van de aanduidingen 'maatschappelijk' en 'wonen'. De aanduiding 'supermarkt' is aangepast ten opzichte van het geldende bestemmingsplan; deze ligt nu enkel op het westelijke deel waar de bestaande Lidl supermarkt is gevestigd. De aanduiding 'horeca tot en met categorie 4' geldt voor het noordwestelijke puntje. Hier zijn een horecabedrijven toegestaan die voornamelijk zijn gericht op het verstrekken van dranken, zoals cafés, bars en discotheken. Voor het overige deel geldt de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3'. Hier zijn horecabedrijven toegestaan die zowel zijn gericht op het verstrekken van etenswaren als dranken of een combinatie van beiden, zoals cafetaria's, snackbars, automatieken en shoarmazaken. Voor het oostelijke deel geldt in aansluiting op de huidige planologische regeling de aanduiding 'kamerverhuur'.
In het zuidoostelijke puntje ligt de aanduiding 'garage'. Dit wijkt af van het geldende plan (specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf') en is afgestemd op de SVBP. Voor het gehele bouwvlak is een maximum bouwhoogte van 6 meter opgenomen. Binnen de aanduiding 'supermarkt' is de maximale oppervlakte van de supermarkt begrensd op 2.300m2. Hiervoor is de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte; bvo (m2)' opgenomen. De oppervlakte van het bouwvlak zelf is circa 4200 m2. Voor het gehele bouwvlak het aantal horecabedrijven beperkt tot 3 stuks middels de aanduiding 'maximum aantal horecabedrijven'. Leiding - Water Ter plaatse van de waterleiding geldt de dubbelbestemming Leiding - Water. Het betreft de waterleiding aan de noordzijde van de Elzenstraat en de waterleiding ten oosten van het pand aan de Cambuurlaan. Waarde-Archeologie 3 Voor het westelijk deel van het plangebied Elzenstraat geldt een middelhoge verwachtingswaarde. Daarom geldt hier de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Voor bouwwerken en daaraan gerelateerde werkzaamheden groter dan 500 m² dient vooraf een omgevingsvergunning te worden verkregen. Ter bescherming van de archeologische waarden is tevens een omgevingsvergunning vereist voor diverse werkzaamheden op en in de bodem. Waarde - Archeologie 5 Voor het merendeel van het plangebied Elzenstraat geldt een lage verwachtingswaarde.
Daarom geldt hier de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Voor bouwwerken en daaraan gerelateerde werkzaamheden groter dan 2.500 m² dient vooraf een omgevingsvergunning te worden verkregen. Ter bescherming van de archeologische waarden is tevens een omgevingsvergunning vereist voor diverse werkzaamheden op en in de bodem. 5.2.2 Algemene aanduidingsregel geluidzone - industrie
47/424
Op het oostelijk deel van het plangebied Cambuurplein ligt de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. In deze zone gelden aanvullende eisen ten aanzien van het bouwen van geluidsgevoelige objecten. Deze mogen alleen worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein Leeuwarden - Oost op de gevels van gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
48/424
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Participatie In verband met de nieuwbouw aan de Elzenstraat zijn alle omwonenden, leden van de gemeenteraad en het wijkpanel Heechterp-Schieringen uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst. Daarbij is de mogelijkheid geboden om binnen twee weken na afloop van deze bijeenkomst een schriftelijke reacties in te dienen. Er zijn geen reacties ingediend. 6.2.2 Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), verzonden naar de overleginstanties. Er zijn reacties binnengekomen van het Wetterskip, de Brandweer en de provincie (bijlage 10). De brandweer kan zich goed vinden in het plan. Het Wetterskip is positief dat de oppervlakte aan verharding afneemt en dat het gebied groener wordt ingericht. Het Wetterskip vraagt om te kijken of verdere vergroening en waterberging in de vorm van een groen dak of het toepassen van halfverharding mogelijk is. Een groen dak is niet mogelijk omdat hier zonnepanelen worden geplaatst. Lidl gaat de haalbaarheid van het toepassen van halverharding bij de nadere uitwerking onderzoeken. De provincie heeft een kanttekening gemaakt ten aanzien van de archeologische paragraaf. Het bestemmingsplan is conform het verzoek van de provincie aangepast. Ook is op verzoek van de provincie een aeriusberekening aan het bestemmingsplan toegevoegd.
6.2.3 Zienswijzen Vervolgens heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een zienswijze binnengekomen. Een samenvatting van de zienswijze en de gemeentelijke reactie daarop is in bijlage 11 opgenomen. Naar aanleiding van deze zienswijze is er een dienstenrichtlijnscan uitgevoerd waaruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn (zie bijlage 3). 6.2.4 Vervolg Het bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen tegen het besluit en het plan.
49/424
6.3
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 6.3.1 Financiële haalbaarheid Dit plan betreft een initiatief van een Lidl Nederland GmbH. De voor dit plan en de ruimtelijke procedure te maken kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het project richt zich op het realiseren van een supermarkt in de buurt Vredeswijk Oost waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. 6.3.2 Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
De initiatiefnemer zal een (anterieure) overeenkomst afsluiten met de gemeente Leeuwarden zodat het kostenverhaal is verzekerd.
50/424
Bijlagen toelichting
51/424
52/424
Bijlage 1
53/424
Mobiliteitstoets
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
28 november 2023 20230767/99725/ Matthijs van Loon
20230767 Leeuwarden Lidl Elzenstraat, Cambuurplein en W.A. Plein OPDRACHTGEVER Lidl Nederland GmbH PROJECT
BIJLAGE(N)
MOBILITEITSTOETS ONTWIKKELING LIDL LEEUWARDEN
1. AANLEIDING In de gemeente Leeuwarden is Lidl voornemens om een nieuwe vestiging te ontwikkelen op de Elzenstraat 3. Het gemeentelijk beleid staat niet toe dat het totaal aantal vierkante meters supermarkt in de stad wordt uitgebreid. Daarom is om de ontwikkeling aan de Elzenstraat mogelijk te maken het vereist dat de Lidl vestiging op de locatie Cambuurplein 32-34 komt te vervallen. Verder is Lidl voornemens om de Lidl vestiging aan het Willem Alexanderplein 1 te verbouwen. Per saldo vinden er aanpassingen plaats op drie verschillende locaties, namelijk: - Locatie Elzenstraat - Locatie Cambuurplein - Locatie Willem Alexanderplein
Om de ontwikkelingen op deze locaties mogelijk te maken is onderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten van de ontwikkelingen op deze drie locaties. Deze memo gaat nader in op dit onderzoek en beschrijft de belangrijkste conclusies.
2. TOETSINGSKADER Per locatie zijn de effecten op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid in beeld gebracht. Verder is per locatie beoordeeld of er in de beoogde situatie voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de planontwikkeling Voor het beoordelen van de parkeerbehoefte per locatie is gebruik gemaakt van de gemeentelijke parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014’. De invloed van het beoogde plan op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen wordt getoetst op basis van de doorstroming op kruispuntniveau. Voor het beoordelen van de verkeersveiligheid is de inrichting van de relevante wegen beoordeeld op basis van het ontwerpprincipe Duurzaam Veilig.
3. METHODIEK Het onderzoek richt zich op drie locaties. Per locatie zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Ten eerste is per locatie een inventarisatie uitgevoerd naar de ligging van de locatie en de omliggende wegen; 2.
Vervolgens zijn de verkeersintensiteiten van de relevante wegen bepaald;
3.
Daarna is met behulp van de kencijfers uit CROW publicatie 381 per locatie de verkeersgeneratie bepaald. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers is voor de gemeente Leeuwarden op basis van CBS data een stedelijkheidsgraad van ‘sterk stedelijk’ aangehouden. De gebiedstypes zijn gedefinieerd als ‘rest bebouwde kom’ (locaties Elzenstraat en Willem Alexanderplein ) en als ‘schil centrum’ (locatie Cambuurplein). Op basis van het gemiddelde autobezit en de omgevingsadressendichtheid conform het CBS is per kencijfer het minimum van de bandbreedte aangehouden. Met behulp van de CROW kencijfers is de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag berekend. Echter is voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de werkdagintensiteit maatgevend. Voor het omrekenen van weekdag naar werkdag wordt conform CROW publicatie 272 voor supermarkten een omrekenfactor van 1,2 toegepast en voor overige detailhandel een omrekenfactor van 1,1. Tenslotte wordt voor werkfuncties een omrekenfactor van 1,33 toegepast. Indien de beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van de verkeersgeneratie ten opzichte van de bestaande situatie wordt op basis van de navigatietool van Google Maps bepaald hoe het gegenereerde verkeer wordt verdeeld over het omliggende wegennet;
4.
Op basis van de bepaalde verkeerstoedeling wordt de invloed van de beoogde ontwikkeling op de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet beoordeeld. Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersdoorstroming bij kruispunten maatgevend. Kruispunten hebben immers de grootste invloed op de doorstroming van een weg doordat op kruispunten meerdere verkeersstromen bij elkaar komen. De verkeersafwikkeling is kwalitatief beoordeeld;
5.
Vervolgens is de invloed van de beoogde verkeerstoename op de verkeersveiligheid van de omliggende wegen beoordeeld. Hierbij is gebruik gemaakt van de ontwerpprincipes Duurzaam Veilig. Die principes geven aan dat de verkeersveiligheid van een weg geborgd is als de intensiteit, het gebruik en de vormgeving van een weg met elkaar in evenwicht zijn. Voor de beoordeling is gekeken naar de etmaalintensiteit op een gemiddelde werkdag.
6.
Tenslotte is de parkeerbehoefte van het plangebied in de bestaande en beoogde situatie bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. Vervolgens is op basis van het beschikbare parkeeraanbod getoetst of de beoogde ontwikkeling leidt tot parkeeroverlast in het omliggende gebied;
4. LOCATIE 1: ELZENSTRAAT 4.1
plangebied en omliggende wegen
Locatie 1 is gelegen aan de Elzenstraat 3, ten oosten van het Vrijheidsplein (zie figuur 1). In de bestaande situatie is binnen het plangebied een bouwmarkt van 2.697 m² bvo en een autobedrijf van 1.221 m² bvo gevestigd. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal de bestaande bebouwing verdwijnen en worden vervangen door een supermarkt van 2.444 m² bvo.
2/16
Figuur 1 Ligging planlocatie Elzenstraat
4.1.1 Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Elzenstraat, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Elzenstraat komt ten westen van het plangebied uit op het Vrijheidsplein. Het Vrijheidsplein is ingericht als een rotonde tussen de Groningerstraatweg, de Elzenstraat, de Archipelweg en de Hortensiastraat. De Groningerstraatweg en de Archipelweg zijn beide ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Groningerstraatweg leidt in noordelijke richting naar de aansluiting op de ringweg van Leeuwarden en in westelijke richting naar het stadscentrum. De Archipelweg leidt in zuidelijke richting door de stad heen naar de aansluiting op de N31. 4.1.2 Langzaam verkeer Voor voetgangers is aan de zuidzijde van de Elzenstraat een vrijliggend voetpad aanwezig. Voor fietsers zijn geen aparte voorzieningen aanwezig, waardoor zij de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerd verkeer. Vanaf de aansluiting op het Vrijheidsplein worden fietsers ontsloten via vrijliggende fietspaden, waarbij overstekende fietsers voorrang moeten verlenen aan het gemotoriseerde verkeer. 4.1.3 Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf het plangebied is gelegen op circa 300 meter loopafstand aan de Groningerstraatweg.
Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van diverse buslijnen die de omliggende kernen verbinden met Leeuwarden Busstation.
3/16
4.2
Verkeersintensiteiten
Voor het bepalen van de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen van de verschillende locaties is gebruik gemaakt van plots van het gemeentelijk verkeersmodel. Specifiek gaat het om plots van het basisjaar 2018 en het prognosejaar 2030. De jaarlijkse groei van het verkeer is bepaald door het verschil tussen het basisjaar en het toekomstjaar in beeld te brengen. Met behulp van deze groeifactor zijn vervolgens de autonome verkeersintensiteiten in het realisatiejaar van de ontwikkeling (2023) en het toekomstjaar (2033) berekend. De intensiteiten uit het gemeentelijke verkeersmodel betreffen etmaalintensiteiten voor een gemiddelde werkdag. Hieronder een overzicht van de verkeersintensiteiten per wegvak en rijrichting. Tabel 1 Verkeersintensiteit autonome situatie 2023 en 2033
Wegvak
Richting
Intensiteit 2023 (mvt/etmaal)
Intensiteit 2033 (mvt/etmaal)
Oost
757
677
West
857
777
Ten westen van Vrij- Oost heidsplein West
100
100
100
100
Archipelweg
Tussen Vrijheidsplein en Eikenstraat
Noord Zuid
5.282 5.803
5.451 6.232
Groningerstraatweg
Tussen Vrijheidsplein en Lekkumerweg
Noord
8.040
8.999
Zuid
8.224
8.912
Tussen Vrijheidsplein en Van Leeuwenhoekstraat
Oost
4.502
4.934
West
4.241
4.325
Elzenstraat Hortensiastraat
Groningerstraatweg
4.3
Tussen Vrijheidsplein en Ribesstraat
Verkeersgeneratie
Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing binnen het plangebied gesloopt. Daardoor is het mogelijk om de verkeersgeneratie van de bestaande bebouwing in mindering te brengen op de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling. In tabel 2 is de verkeersgeneratie van planlocatie 1 berekend in de bestaande en toekomstige situatie.
4/16
Tabel 2 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling voor de Elzenstraat
Planlocatie 1: Elzenstraat Bestaande situatie Functie
Aantal
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
Bouwmarkt Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
2.697 m² (bvo) 1.221 m² (bvo)
26 per 100 m² bvo 8,3 per 100 m² bvo
701,2 101,3
771,3 134,8
802,6
906,1
Weekdag (mvt/etmaal) 2.335
Werkdag (mvt/etmaal) 2.802,2
+1.533
+1.896
Totaal bestaand Toekomstige situatie Functie
Aantal
Kencijfer
Fullservice supermarkt
2.541 m² (bvo)
91,9 per 100 m² bvo
Verkeerstoename (beoogd – bestaand)
Ten opzichte voor de bestaande situatie zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 1.896 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. 4.3.1 Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Vanaf de aansluiting van het plangebied op de Elzenstraat wordt het gegenereerde verkeer volledig in zuidwestelijke richting afgewikkeld naar het Vrijheidsplein. Vanaf het Vrijheidsplein wordt 55% (984 mvt/etmaal) in zuidoostelijke richting ontsloten over de Archipelweg tot aan het kruispunt Archipelweg – Egelantierstraat – Coopmansstraat. Op dit kruispunt wordt 20% (358 mvt/etmaal) via de Egelantierstraat afgewikkeld richting het oosten en 35% (626 mvt/etmaal) wordt verder over de Archipelweg richting het zuiden afgewikkeld. Het resterende verkeer wordt vanaf het Vrijheidsplein voor 15% (268 mvt/etmaal) afgewikkeld over de Groningerstraatweg in zuidwestelijke richting en voor 30% (537 mvt/etmaal) over de Groningerstraatweg in noordelijke richting ontsloten naar het kruispunt Lekkumerweg – Groningerstraatweg – Professor Meester P.S. Gerbrandyweg. Op dit kruispunt ontsluit 15% (268 mvt/etmaal) over de Professor Meester P.S.
Gerbrandyweg in westelijke richting, 10% (179 mvt/etmaal) over de Groningerstraatweg in oostelijke richting en 5% (89 mvt/etmaal) over de Lekkumerweg in noordelijke richting. In figuur 2 is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.
5/16
Figuur 2 De verkeerstoedeling voor de beoogde ontwikkeling
4.4
Verkeersafwikkeling
Voor de beoogde ontwikkeling is het maatgevende kruispunt het Vrijheidsplein. Op dit kruispunt zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 1.896 mvt/etmaal. Het Vrijheidsplein is ingericht als een enkelstrooksrotonde. Rondom het kruispunt zijn vrijliggende fiets- en voetpaden aanwezig, waarbij het langzaam verkeer voorrang dient te verlenen aan het gemotoriseerde verkeer bij de oversteekplaatsen. In tabel 3 zijn de verkeersintensiteiten weergegeven op dit kruispunt met en zonder planbijdrage.
6/16
Tabel 3 Overzicht van de toeleidende verkeersstromen op het Vrijheidsplein met en zonder planbijdrage
Wegvak
Intensiteit 2023 (mvt/etmaal)
Intensiteit 2033 (mvt/etmaal)
Elzenstraat
Tussen Vrijheidsplein en Ribesstraat
857
777
Hortensiastraat
Ten westen van Vrijheidsplein
100
100
Archipelweg
Tussen Vrijheidsplein en Eikenstraat
5.282
5.451
Groningerstraatweg
Tussen Vrijheidsplein en Lekkumerweg
8.224
8.912
Groningerstraatweg
Tussen Vrijheidsplein en Van Leeuwenhoekstraat
4.502
4.934
Totaal toeleidende stromen autonoom
18.965
20.174
Planbijdrage
1.896
1.896
Totaal toeleidende stroom na planbijdrage
20.861
22.070
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de intensiteit op het kruispunt in het realisatiejaar exclusief planbijdrage circa 19.000 mvt/etmaal bedraagt. In het toekomstjaar stijgt het totaal van de toeleidende stromen exclusief planbijdrage naar circa 20.000 mvt/etmaal. Na planbijdrage stijgt de verkeersintensiteit in het realisatiejaar naar circa 21.000 mvt/etmaal en in het toekomstjaar naar circa 22.000 mvt/etmaal. Om een indicatie te kunnen geven hoe het gesteld is met de verkeersafwikkeling kan gebruik worden gemaakt van een vuistregel uit het ‘Handboek wegontwerp 2013’ van het CROW. Die vuistregel stelt dat de capaciteit van een enkelstrooksrotonde circa 20.000 à 25.000 mvt/etmaal is als som van de toeleidende verkeerstromen naar de rotonde toe. Met een totale toeleidende verkeerstroom van circa 22.000 mvt/etmaal op het Vrijheidsplein na planbijdrage, wordt het minimum van de bandbreedte overschreden. Echter is dit ook het geval in de autonome situatie zonder planontwikkeling. Er kan dus gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling de verkeersafwikkeling verder verslechterd maar niet de aanleiding is van de knelpunten.
Omdat bovenstaande beoordeling van de verkeersafwikkeling slechts een indicatie geeft dat er knelpunten te verwachten zijn, wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te doen middels een uit te voeren kruispuntberekening om te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn om de knelpunten op te lossen.
4.5
Verkeersveiligheid
Voor de beoordeling van de verkeersveiligheid is gekeken naar de belangrijkste wegvakken op de ontsluitende wegen vanaf het plangebied. Het gaat hierbij om de volgende wegvakken: ● Elzenstraat, tussen plangebied en Vrijheidsplein; ● Archipelweg, tussen Vrijheidsplein en Coopmansstraat; ● Groningerstraatweg, tussen Vrijheidsplein en Lekkumerweg;
7/16
●
Groningerstraatweg, tussen Vrijheidsplein en Van Leeuwenhoekstraat.
Voor het beoordelen van het gebruik van de wegen is gekeken naar de verkeersintensiteiten op de wegvakken met en zonder planontwikkeling. In de onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten van de relevante wegen weergegeven voor de autonome situatie in het realisatiejaar 2023 en het toekomstjaar 2033 en de toekomstige situatie na planbijdrage in 2033. Tabel 4 De verkeersintensiteiten in de autonome situatie en na planbijdrage
Wegvak
Intensiteit 2023 autonoom (mvt/etmaal)
Intensiteit 2033 autonoom (mvt/etmaal)
Planbijdrage (mvt/etmaal)
Intensiteit 2033 inclusief plan (mvt/etmaal)
Elzenstraat, tussen plangebied en Vrijheidsplein
1.614
1.454
1.896
3.350
Archipelweg, tussen Vrijheidsplein en Coopmansstraat
11.086
11.683
984
12.667
Groningerstraatweg, 16.264 tussen Vrijheidsplein en Lekkumerweg
17.911
537
18.448
Groningerstraatweg, 8.743 tussen Vrijheidsplein en Van Leeuwenhoekstraat
9.259
268
9.527
4.5.1 Elzenstraat De Elzenstraat is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg-type 2 binnen de bebouwde kom. De weg heeft een rijbaanbreedte van circa 5,8. Op de Elzenstraat zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig, waardoor fietsers de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Conform het ASVV 2021 wordt voor gebiedsontsluitingswegen een ideaal rijbaanprofiel aangehouden van 7 meter en een minimaal rijbaanprofiel van 5,8 meter met daarbij vrijliggende fietsvoorzieningen. Hieruit volgt dat de Elzenstraat niet voldoet aan het minimale rijbaanprofiel. Tevens is door de lange rechtstand van de Elzenstraat in combinatie met een gebrek aan snelheidsremmende maatregelen er een risico aanwezig dat de maximumsnelheid wordt overschreden. De richtlijnen van Duurzaam Veilig geven aan dat een gebiedsontsluitingsweg-type 2 6.000 tot 15.000 mvt/etmaal vlot en veilig kan verwerken. Gezien de smalle inrichting van de rijbaan en de menging van gemotoriseerd verkeer en fietsers op de rijbaan, wordt aangehouden dat de capaciteit van de Elzenstraat rond het minimum van de bandbreedte ligt. Na planontwikkeling stijgt de verkeersintensiteit op de Elzenstraat naar circa 3.300 mvt/etmaal. Hieruit wordt geconcludeerd dat de beoogde verkeerstoename niet leidt tot aanvullende knelpunten in de verkeersveiligheid van de weg.
Aanbevolen wordt om snelheidsremmende maatregelen toe te passen op de Elzenstraat in verband met de menging van fietsers en gemotoriseerd verkeer. Het toepassen van snelheidsremmende maatregelen zorgt er namelijk voor dat het snelheidsverschil tussen de verschillende weggebruikers wordt verminderd wat de verkeersveiligheid van de weg ten goede komt. Echter wordt dit al voor de bestaande situatie aanbevolen en is dan ook niet vereist als gevolg van de beoogde ontwikkeling.
8/16
4.5.2 Archipelweg De Archipelweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg-type 2 binnen de bebouwde kom met een rijbaanbreedte van circa 9 meter. De weg functioneert als de voornaamste ontsluitingsroute van de aangelegen wijken richting de N355 in het noorden en leidt in zuidelijke richting over het spoor verder naar de aansluiting op de N31. Op de Archipelweg zijn geen voorzieningen aanwezig voor fietsers. In plaats daarvan worden fietsers ontsloten via de parallelwegen aan weerszijden van de Archipelweg. Doordat het langzaam verkeer via de parallelwegen wordt ontsloten komen fietsers en voetgangers alleen in aanraking met het gemotoriseerde verkeer op de Archipelweg bij de oversteekplaatsen. Langs de gehele Archipelweg zijn meerdere oversteekplaatsen voor langzaam verkeer aanwezig. Bij deze oversteekplaatsen heeft het langzaam verkeer voorrang op het gemotoriseerde verkeer. Conform het ASVV 2021 wordt voor gebiedsontsluitingswegen een ideaal rijbaanprofiel aangehouden van 7 meter en een minimaal rijbaanprofiel van 5,8 meter. Met een rijbaanbreedte van 9 meter wordt het ideale rijbaanprofiel overschreden, waardoor het risico op te hard rijden groter is. In de autonome situatie bedraagt de intensiteit op de Archipelweg in het toekomstjaar (2033) circa 11.700 mvt/etmaal.
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.000 mvt/etmaal, waarmee de intensiteit op de Archipelweg stijgt naar circa 12.700 mvt/etmaal. Op basis van het ontwerpprincipe Duurzaam Veilig wordt voor een gebiedsontsluitingsweg-type 2 aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal probleemloos vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Op basis van de inrichting, het gebruik en de functie van de Archipelweg ligt de capaciteit van de weg naar verwachting rond het maximum van de bandbreedte. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het verkeer op de Archipelweg niet zorgt voor knelpunten in de verkeersveiligheid. Ook niet na toevoeging van het plan. 4.5.3 Groningerstraatweg De Groningerstraatweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg-type 2 binnen de bebouwde kom. De Groningerstraatweg is een belangrijke ontsluitingsroute tussen het centrumgebied van Leeuwarden en de N355. Tussen het Vrijheidsplein en de aansluiting op de N355 zijn fysieke rijbaanscheidingen aanwezig, in combinatie met een aparte rijbaan voor busverkeer in noordelijke richting. Fietsers en voetgangers worden met behulp van vrijliggende fiets- en voetpaden gescheiden van het gemotoriseerde verkeer afgewikkeld. Het langzaam verkeer komt dan ook alleen in aanraking met het gemotoriseerde verkeer bij de oversteekplaatsen op de kruispunten.
Ten westen van het Vrijheidsplein heeft de Groningerstraatweg een rijbaanbreedte van circa 6,7 meter zonder een middenberm. Aan de weerszijden van de rijbaan zijn vrijliggende fiets- en voetpaden aanwezig, die met behulp van groenstroken zijn gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. Ook ten westen van het Vrijheidsplein geldt dan ook dat het langzaam verkeer op de Groningerstraatweg enkel in aanraking komt met het gemotoriseerde verkeer bij de oversteekplaatsen. Met een rijbaanbreedte van 6,7 meter voldoet de inrichting van de Groningerstraatweg ruim aan het minimale rijbaanprofiel voor gebiedsontsluitingswegen uit het ASVV 2021. Exclusief de planbijdrage bedraagt de verkeersintensiteit op de Groningerstraatweg in het toekomstjaar (2033) circa 9.250 mvt/etmaal. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van circa 250 mvt/etmaal, waarmee de intensiteit op de weg stijgt naar circa 9.500 mvt/etmaal. Conform het principe Duurzaam Veilig wordt voor GOW-type 2 gehanteerd dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal probleemloos vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Op basis van de inrichting, het gebruik en de functie van de weg ligt de capaciteit van de Groningerstraatweg naar verwachting rond het maximum van de bandbreedte. Zelfs na planbijdrage ligt de intensiteit op de Groningerstraatweg ruim onder de capaciteit van de weg.
Gesteld kan worden de beoogde ontwikkeling niet leidt tot knelpunten in de verkeersveiligheid van de weg.
9/16
4.6
Parkeren
De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is bepaald op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014’. Hierbij is het plangebied gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. In tabel 2 is de parkeerbehoefte van het plangebied berekend in de bestaande en beoogde situatie. Tabel 5 De parkeerbehoefte in de bestaande en beoogde situatie voor planlocatie Elzenstraat
Planlocatie 1: Elzenstraat Bestaande situatie Functie
Aantal
Parkeernorm
Parkeerbehoefte (pp)
Bouwmarkt
2.697 m² (bvo)
2,5 per 100 m² bvo
67,4
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief Totaal bestaand
1.221 m² (bvo)
2,4 per 100 m² bvo
29,3 96,7
Beoogde situatie Functie
Aantal
Parkeernorm
Parkeerbehoefte (pp)
Fullservice supermarkt (laag en middelmatig prijsniveau) Toename parkeerbehoefte (beoogd – bestaand)
2.541 m² (bvo)
6,4 per 100 m² bvo
162,6
+65,9
In de beoogde situatie bedraagt de parkeerbehoefte van het plangebied 162,6 parkeerplaatsen. Dit komt neer op een toename van 66 parkeerplaatsen ten opzichte van de bestaande situatie. In de toekomstige situatie zijn 187 parkeerplaatsen voorzien. Hiermee kan ruimschoots in de parkeerbehoefte (162,6) worden voorzien.
4.7
Conclusie
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling stijgt de verkeersgeneratie van het plangebied met 1.896 mvt/etmaal. Het gegenereerde verkeer wordt volledig in westelijke richting ontsloten in de richting van het Vrijheidsplein. Er zijn indicaties dat in de toekomstige situatie er knelpunten ontstaan in de verkeersafwikkeling op het Vrijheidsplein. Die knelpunten worden echter ook al verwacht in de autonome situatie zonder planontwikkeling. Aanvullend onderzoek is nodig om nauwkeuriger te bepalen of knelpunten te verwachten zijn en zo ja wanneer en om te bepalen welke maatregelen eventueel genomen kunnen worden om de verkeersafwikkeling op het kruispunt te waarborgen. Het plan leidt niet tot knelpunten in de verkeersveiligheid van de ontsluitende wegen. Voor de Elzenstraat wordt wel aanbevolen om snelheidsremmende maatregelen toe te passen om snelheidsverschillen tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer te verminderen. Deze situatie vindt echter ook plaats in de situatie zonder de beoogde ontwikkeling en de aanbevolen maatregelen zijn dan ook geen vereiste voor de realisatie van het plan De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 166 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied wordt voorzien in een parkeeraanbod van 187 parkeerplaatsen, waarmee de volledige parkeerbehoefte op eigen terrein kan worden opgevangen.
10/16
5. LOCATIE 2: CAMBUURPLEIN 5.1
Plangebied
Locatie 2 is gelegen aan het Cambuurplein, tussen de Coopmansstraat en de Insulindestraat (zie figuur 4). In de bestaande situatie is binnen het plangebied de Lidl supermarkt gevestigd met een bruto vloeroppervlakte van 1.184 m². Als gevolg van de beoogde ontwikkeling verdwijnt deze vestiging, waarbij de vrijgekomen ruimte wordt gevuld met detailhandel.
Figuur 3 Ligging planlocatie Cambuurplein
5.1.1 Gemotoriseerd verkeer Het Cambuurplein wordt ontsloten aan de noordzijde op de Coopmanstraat en aan de zuidzijde op de Insulindestraat. Beide wegen zijn ingericht als erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. Beide wegen leiden in oostelijke richting naar de Archipelweg, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Archipelweg leidt in noordelijke richting naar de ringweg van Leeuwarden en in zuidelijke richting door de stad naar de aansluiting op de N31. Zowel de Coopmanstraat als de Insulindestraat leiden in westelijke richting naar de Ruyterweg, een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u. De Ruyterweg leidt vervolgens in zuidelijke richting naar de Bleeklaan. De Bleeklaan is
11/16
ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt via de Hoeksterend en de Noordvliet naar het centrumgebied van Leeuwarden. 5.1.2 Langzaam verkeer Voor het langzaam verkeer zijn op het Cambuurplein vrijliggende voetpaden aanwezig. Voor fietsers zijn geen aparte voorzieningen aanwezig, waardoor fietsers de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Op de Coopmanstraat zijn aan weerszijden van de rijbaan vrijliggende fiets- en voetpaden aanwezig. Op de Insulindestraat zijn aan weerszijden van de rijbaan vrijliggende voetpaden aanwezig. Voor fietsers zijn aan weerszijden van de rijbaan fietssuggestiestroken aanwezig. 5.1.3 Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde Ov-halte vanaf het plangebied is gelegen op circa 400 meter aan de Noordvliet. Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van diverse buslijnen tussen Camminghaburen en Leeuwarden busstation.
5.2
Verkeersgeneratie
Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing binnen het plangebied verwijderd. Daarom kan de verkeersgeneratie van de bestaande bebouwing in mindering worden gebracht op de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling. In tabel 6 is de verkeersgeneratie van planlocatie 2 berekend in de bestaande en toekomstige situatie. Tabel 6 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling voor het Cambuurplein
Planlocatie 2: Cambuurplein Bestaande situatie Functie
Aantal
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
Fullservice supermarkt
1.184 m² (bvo)
75,8 per 100 m² bvo
897,5
1.077,0
Functie
Aantal
Toekomstige situatie Kencijfer
Wijkcentrum (groot)
1.184 m² (bvo)
49,2 per 100 m² bvo
Weekdag (mvt/etmaal) 582,5
Werkdag (mvt/etmaal) 640,8
-315
-436
Verkeerstoename (beoogd – bestaand)
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie van het plangebied af met 436 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Omdat als gevolg van het plan de verkeerintensiteit op de omliggende wegen afneemt kan gesteld worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet.
5.3
Parkeren
De parkeerbehoefte van planlocatie 2 is bepaald aan de hand van het gemeentelijke parkeernormenbeleid. Hierbinnen is het plangebied gelegen in het gebiedstype ‘Schil centrum’. In tabel 7 is de parkeerbehoefte van planlocatie 2 berekend in de bestaande en toekomstige situatie.
12/16
Tabel 7 De parkeerbehoefte in de bestaande en toekomstige situatie voor planlocatie Cambuurplein
Planlocatie 2: Cambuurplein Bestaande situatie Functie
Aantal
Parkeernorm
Parkeerbehoefte (pp)
Fullservice supermarkt (laag en middelmatig prijsniveau)