Bestemmingsplan 'Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave)'
Tekst van het document
22210161.N02
pagina 4 van 8
www.noormanadvies.nl
b. terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid (van de Wet milieubeheer), van toepassing zijn en c. de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben. Zeezoutcorrectie Overeenkomstig artikel 5.19 derde en vierde lid van de Wet milieubeheer dienen voor het vaststellen van het kwaliteitsniveau de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen (waaronder zeezout), na afzonderlijk te zijn bepaald, te worden meegerekend. Bij het bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een grenswaarde worden, indien dat kwaliteitsniveau hoger is dan die grenswaarde, de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen steeds in aftrek gebracht. Dit houdt in dat de aftrek alleen in rekening wordt gebracht indien de grenswaarde wordt overschreden.
Niet in betekenende mate bijdrage (NIBM) Conform de ‘Regeling niet in betekenende mate (NIBM)’ draagt een project niet in betekenende mate bij aan de concentratie fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) in de buitenlucht als het project maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de heersende concentratie. Dit betekent dat voor zowel fijnstof als stikstofdioxide feitelijk een toename van 1,2 µg/m³ op de jaargemiddelde concentratie toelaatbaar wordt geacht.
Rekenmodel en uitgangspunten Rekenmethode Voor de verspreidingsberekeningen van de emissies van NO 2, PM10 en PM2,5 vanwege het wegverkeer op de omliggende wegen inclusief de verkeersaantrekkende werking en de bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied, is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu V2022.22, module Stacks (KEMA STACKS+ versie 2022.1 / PreSRM 2.201). Een overzicht van het rekenmodel is gegeven in de figuren 2 en 3. Het op het NNM (‘Nieuw Nationaal Model’) gebaseerde Stacks+ rekent conform de standaardrekenmethoden1 SRM1, SRM2 en SRM3 en is goedgekeurd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
1
De ‘Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007’ schrijft voor met welke rekenmethode dient te worden gerekend. SRM1 wordt gebruikt voor binnenstedelijke wegen (bijvoorbeeld het CARII model), SRM2 wordt gebruikt voor buitenstedelijke wegen en snelwegen en SRM3 voor industriële en agrarische bronnen
22210161.N02
pagina 5 van 8
www.noormanadvies.nl
Omgevingsparameters De gemiddelde ruwheidslengte van de directe omgeving wordt automatisch door het programma bepaald (via de PreSRM tool) op basis van de door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vrijgegeven ruwheidskaart van Nederland. Voor de gemiddelde meteorologie is, overeenkomstig het ‘Nieuw Nationaal Model’, uitgegaan van de referentiejaren 2005 - 2014 (referentie-meteo). Er zijn in voorliggende situatie geen relevante gebouwinvloeden. De immissieconcentraties in de omgeving zijn berekend voor het prognosejaar 2022. Als gevolg van het Rijksbeleid wordt voor de daaropvolgende jaren voorzien in een afname van de achtergrondconcentraties.
Emissies wegverkeer Voor de bepaling van de emissie van fijnstof en stikstofoxiden vanwege het wegverkeer is gebruik gemaakt van de optie ‘weg’ in het rekenmodel. De verkeersintensiteiten van de Overijsselselaan en de Hendrik Algrawei, met rijsnelheden, etmaalintensiteiten en verdeling van de voertuigcategorieën licht, middelzwaar en zwaar verkeer, zijn ten behoeve van het akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai aangeleverd door de gemeente Leeuwarden (mailbericht van 31 mei 2022) in een shape-file en ingelezen in het rekenmodel [bronnen 01 t/m 06]. Deze verkeersgegevens zijn inclusief de verkeersgeneratie veroorzaakt door de toekomstige woonwijk ‘Middelsee’. De verkeersintensiteit op de Boksumerdyk is niet door de gemeente aangeleverd. Voor deze weg is door ons een inschatting van de te verwachten verkeersintensiteit gemaakt. Het verkeer op deze weg bestaat hoofdzakelijk uit verkeer dat het plangebied aandoet. Voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381, deel A ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ in samenhang met de parkeertoets die voor het plangebied is opgesteld door de gemeente Leeuwarden. De te verwachten verkeersgeneratie bedraagt circa 120 enkelvoudige verkeersbewegingen, ofwel één verkeersbeweging presenteert één aankomende óf vertrekkende personenauto.
Een overzicht van de wijze waarop de verkeersgeneratie is bepaald is gegeven in bijlage 1. Uitgangspunt is dat circa de helft van de personenauto’s het plangebied in de dagperiode bereikt en verlaat. Voor de avond- en nachtperiode is de aangehouden verdeling 25% en 25%. In aanvulling op deze verkeersbewegingen met lichte motorvoertuigen is ten behoeve van de te realiseren bedrijvigheid binnen het plangebied rekening gehouden met gemiddeld 4 rijbewegingen met zware motorvoertuigen per weekdag (= 2 vrachtwagens heen en terug) in de dagperiode [bronnen 07 en 08]. Fijnstof en zeer fijn stof Naast stikstofoxiden kan tevens sprake zijn van emissies van fijnstof (PM10 en PM2,5). Op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedraagt deze emissie qua hoeveelheid circa 35% van de hoeveelheid geëmitteerde NOx. Dit percentage is afgeleid van de ‘Emissies naar
22210161.N02
pagina 6 van 8
www.noormanadvies.nl
lucht op Nederlands grondgebied; totalen’ voor de sector ‘Nijverheid (geen energiesector)’. Worstcase bedraagt de fractie PM2,5 90% van het fijnstof PM10.
Berekeningsresultaten Berekend zijn de concentraties fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) uitgedrukt in µg/m³ vanwege het wegverkeer op en rond het plangebied alsmede vanwege de bedrijvigheid binnen het plangebied. De invoergegevens van het rekenprogramma zijn weergegeven in bijlage 2. De berekende immissieconcentraties ter plaatse van de ingevoerde receptorpunten zijn gegeven in de bijlagen 3, 4 en 5. Stikstofdioxide De hoogst berekende jaargemiddelde bijdrage NO2 bedraagt 2,2 µg/m³, zie bijlage 3. De totale jaargemiddelde concentratie inclusief achtergrondconcentratie bedraagt ten hoogste 12,9 µg/m³. De grenswaarde van 40 microgram per m³ wordt op geen enkel receptorpunt overschreden. Ook de uurgemiddelde concentratie NO2 van 200 µg/m³ wordt op geen enkel rekenpunt overschreden. Aan de grenswaarde van 18 overschrijdingsuren per kalenderjaar wordt voldaan. Fijn stof PM10 De hoogst berekende jaargemiddelde bijdrage PM10 bedraagt 0,3 µg/m³, zie bijlage 4. De totale jaargemiddelde concentratie inclusief achtergrondconcentratie bedraagt ten hoogste 14,0 µg/m³. De grenswaarde van 40 microgram per m³ wordt op geen enkel receptorpunt overschreden. Het totaal aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM10) van 50 µg/m³ is ten hoogste 6 dagen. De grenswaarde van 35 overschrijdingsdagen per kalenderjaar wordt niet overschreden.
Zeer fijn stof PM2,5 De hoogst berekende jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 6,7 µg/m³. Daarmee kan worden voldaan aan de grenswaarde van 25 µg/m³. Zie bijlage 5.
Beoordeling luchtkwaliteit De ter plaatse van het plangebied en in de directe omgeving berekende jaargemiddelde concentraties fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn ruim lager dan de (gezondheids-)grenswaarden als gegeven in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Tevens kan worden voldaan aan de grenswaarde van
22210161.N02
pagina 7 van 8
www.noormanadvies.nl
25 µg/m³ geldend voor zeer fijn stof (PM2,5). Het aantal overschrijdingen van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m3 voldoet aan de grenswaarde van 35 maal per kalenderjaar. Het aantal overschrijdingen van de uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m³ voldoet aan de grenswaarde van 18 maal per kalenderjaar. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de planvorming.
Noorman Bouw- en milieu-advies
22210161.N02
pagina 8 van 8
www.noormanadvies.nl
Figuren
22210161 Figuur 2 Wegen Toetspunten Gebouwen Hulpvlakken
0m
100 m schaal = 1 : 4500
05 06
577500
07
577250
02 01
01 08
15
14 02
040506 10 09 13 03 12 11 08 07
04 03
577000
576750
182000 182250 STACKS, [Overijsselseweg 10 (luchtkwaliteit) - N02 luchtkwaliteit (augustus 2022)] , Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
Overzicht van het rekenmodel met de emissiebronnen en receptorpunten
182500
22210161 Figuur 3 Wegen Toetspunten Gebouwen Hulpvlakken
0m
100 m schaal = 1 : 2925
06
07
05
577400
577200
02 01
01 15 08
040506
10
13 14 02
03
12
09 11 08 07
04 03
577000
182000 182200 STACKS, [Overijsselseweg 10 (luchtkwaliteit) - N02 luchtkwaliteit (augustus 2022)] , Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
Overzicht van het rekenmodel met de objecten, bodemgebieden en wegen
182400
www.noormanadvies.nl
Bijlagen
22210161 Bijlage 1
BVO: Bruto vloeroppervlak (ook gebruiksvloeroppervlak genoemd) Ligging: invullen keuzemenu automatisch Aantal / oppervlakte (gedeeld door 100):
Rest bebouwde kom Sterk stedelijk Aantal woningen / m2 BVO delen door 100 Bij 'Wonen' altijd BEWONERS én BEZOEKERS uitrekenen Aanwezigheidspercentages en aandeel bezoekers/personeel/etc wordt automatisch berekend
Functie
Parkeren op eigen terrein
Norm:
Gerekend aantal "POET-plaatsen" per woning / functie
P-plekken nodig 'openbaar' volgens plan: Maximaal
2 1,8 0,96 0,65 3,04 1 3 0 0 0 0 0 0 0
Wonen BEWONERS, gebruiksoppervlakte >80 m <120 m2 Kantoor (zonder balie-functie) Café/bar/cafetaria per 100 m2 bvo Filmtheater/filmhuis Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf Wonen BEWONERS, gebruiksoppervlakte >120 m2 Wonen BEZOEKERS -
-
1,3 1,9 7 8,7 1,2 1,7 0,3 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Norm:
Gerekend aantal "POET-plaatsen" per woning / functie
12,45
2,6 3,42 6,72 5,655 3,648 1,7 0,9 0 0 0 0 0 0 0 25
Functie
Parkeren op eigen terrein
verkeersgeneratie* Maximaal
2 1,8 0,96 0,65 3,04 1 3 0 0 0 0 0 0 0
Wonen BEWONERS, gebruiksoppervlakte >80 m <120 m2 Kantoor (zonder balie-functie) Café/bar/cafetaria per 100 m2 bvo Filmtheater/filmhuis Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf Wonen BEWONERS, gebruiksoppervlakte >120 m2 Wonen BEZOEKERS -
-
5,2 6,5 --** 23,6 5,3 7,8 1 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
10,4 11,7 55 15,34 16,112 7,8 3 0 0 0 0 0 0 0 120
* enkelvoudige verkeersbewegingen **Geen cijfers in CROW-publicatie voor café. Uitgansgpunten eigen inschatting verkeersgeneratie café: 26 zitplaatsen, 80% bezetting, gemiddeld 3 bezoekers per auto, verblijfsduur 1,5 uur, openingstijden 11 - 23 uur.
Verkeersaantrekkende werking plangebied
22210161 Bijlage 2.1 Model: Groep:
N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. Hendrik Algrawei Hendrik Algrawei Overijsselselaan Overijsselselaan Overijsselselaan
Vorm Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn
X-1 182354,67 182357,34 182234,73 182215,96 182340,26
Y-1 577129,68 577141,00 576630,66 576626,90 577137,07
Lengte 373,25 370,83 517,43 525,75 316,12
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Wegtype Normaal Normaal Normaal Normaal Normaal
V 50 50 50 50 50
Hweg 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Fboom 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00
Totaal aantal 2750,00 2750,00 11792,00 11792,00 11792,00
%Int(D) 6,80 6,80 6,90 6,90 6,90
%Int(A) 3,60 3,60 3,00 3,00 3,00
%Int(N) 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50
%LV(D) 97,40 97,40 95,80 95,80 95,80
%LV(A) 99,00 99,00 97,70 97,70 97,70
%LV(N) 98,00 98,00 95,50 95,50 95,50
%ZV(D) 0,60 0,60 1,70 1,70 1,70
%ZV(A) 0,40 0,40 0,60 0,60 0,60
%ZV(N) 0,40 0,40 1,50 1,50 1,50
06 07 08
Overijsselselaan Boksumerdyk Plangebied Aanjaagstation
Polylijn Polylijn Polylijn
182356,08 182201,13 182198,15
577133,34 577045,74 577046,09
322,05 413,14 79,33
Verdeling Verdeling Verdeling
Normaal Normaal Normaal
50 50 15
0,00 0,00 0,00
1.00 1.00 1.00
11792,00 248,00 124,00
6,90 4,17 4,17
3,00 6,25 6,25
0,50 3,12 3,12
95,80 93,75 93,75
97,70 100,00 100,00
95,50 100,00 100,00
1,70 6,25 6,25
0,60 ---
1,50 ---
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:45:32
22210161 Bijlage 2.2 Model: Groep:
Naam
N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS Omschr. NL.IMBAG.Pand.0080100000348909 Overijsselseweg 8 - woning Kantoren (voormalig aanjaagstation) Werkplaats en theorievaklokalen Beheerderswoning (watertoren)
X-1 182300,30 182228,92 182310,25 182263,72 182223,64
Y-1 577070,63 577077,93 577096,40 577057,59 577123,86
Vorm Polygoon Polygoon Polygoon Rechthoek Rechthoek
Hoogte 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
Oppervlak 17,30 176,03 128,93 283,82 56,24
Bergingen Bergingen Ontvangstgebouw met woningen (1e verdieping) Ontvangstgebouw Ontvangstgebouw met woningen (1e verdieping)
182243,07 182235,05 182260,04 182285,79 182258,97
577112,03 577093,31 577108,41 577094,74 577100,99
Rechthoek Rechthoek Rechthoek Rechthoek Rechthoek
0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
71,04 139,62 223,59 54,98 188,59
Overijsselseweg 12 en 14 - woningen Overijsselseweg 12 - woning
182305,48 182299,27
577064,45 577061,01
Polygoon Polygoon
0,01 0,01
130,16 45,26
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:46:58
22210161 Bijlage 3 Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Referentiejaar:
Resultatentabel N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) NO2 - Stikstofdioxide 2022
Naam 01 02 03 04 05
Omschrijving Beheerderswoning Overijsselseweg 8 - wonin Onderwijsfunctie Woningen (1e verdieping) ontvangst/horeca (begane
X coördinaat 182226,44 182229,60 182264,19 182264,04 182273,06
Y coördinaat 577119,72 577068,89 577071,90 577105,88 577103,48
NO2 Concentratie [µg/m³] 11,5 11,4 11,6 11,5 11,7
NO2 Achtergrond [µg/m³] 10,7 10,7 10,7 10,7 10,7
NO2 Bronbijdrage [µg/m³] 0,8 0,6 0,9 0,8 1,0
06 07 08 09 10
Woningen (1e verdieping) Overijsselseweg 14 - woni Overijsselseweg 12 - woni Kantoren (voormalig aanja buitenterrein
182281,94 182305,11 182309,07 182307,82 182292,13
577101,82 577049,67 577056,57 577089,90 577096,27
11,7 12,7 12,9 12,5 12,0
10,7 10,7 10,7 10,7 10,7
0,9 2,0 2,1 1,7 1,3
11 12 13 14 15
buitenterrein buitenterrein buitenterrein buitenterrein 10 m van wegrand
182313,26 182281,94 182258,93 182222,14 182175,30
577074,01 577072,65 577085,52 577074,01 577106,31
12,9 11,8 11,6 11,3 11,2
10,7 10,7 10,7 10,7 10,7
2,2 1,1 0,8 0,6 0,5
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:54:37
22210161 Bijlage 3 Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Referentiejaar: Naam 01 02 03 04 05
Resultatentabel N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) NO2 - Stikstofdioxide 2022
NO2 # Overschrijdingen uur limiet [-] 0 0 0 0 0
06 07 08 09 10
0 0 0 0 0
11 12 13 14 15
0 0 0 0 0
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:54:37
22210161 Bijlage 4 Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Zeezoutcorrectie: Referentiejaar:
Resultatentabel N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) PM10 - Fijnstof Nee 2022
Naam 01 02 03 04 05
Omschrijving Beheerderswoning Overijsselseweg 8 - wonin Onderwijsfunctie Woningen (1e verdieping) ontvangst/horeca (begane
X coördinaat 182226,44 182229,60 182264,19 182264,04 182273,06
Y coördinaat 577119,72 577068,89 577071,90 577105,88 577103,48
PM10 Concentratie [µg/m³] 13,8 13,8 13,8 13,8 13,8
PM10 Achtergrond [µg/m³] 13,7 13,7 13,7 13,7 13,7
PM10 Bronbijdrage [µg/m³] 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2
06 07 08 09 10
Woningen (1e verdieping) Overijsselseweg 14 - woni Overijsselseweg 12 - woni Kantoren (voormalig aanja buitenterrein
182281,94 182305,11 182309,07 182307,82 182292,13
577101,82 577049,67 577056,57 577089,90 577096,27
13,8 14,0 14,0 13,9 13,9
13,7 13,7 13,7 13,7 13,7
0,1 0,3 0,3 0,3 0,2
11 12 13 14 15
buitenterrein buitenterrein buitenterrein buitenterrein 10 m van wegrand
182313,26 182281,94 182258,93 182222,14 182175,30
577074,01 577072,65 577085,52 577074,01 577106,31
14,0 13,8 13,8 13,8 13,8
13,7 13,7 13,7 13,7 13,7
0,3 0,2 0,1 0,1 0,1
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:56:36
22210161 Bijlage 4 Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Zeezoutcorrectie: Referentiejaar: Naam 01 02 03 04 05
Resultatentabel N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) PM10 - Fijnstof Nee 2022
PM10 # Overschrijdingen 24 uur limiet [-] 6 6 6 6 6
06 07 08 09 10
6 6 6 6 6
11 12 13 14 15
6 6 6 6 6
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:56:36
22210161 Bijlage 5 Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Referentiejaar:
Resultatentabel N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) N02 luchtkwaliteit (augustus 2022) PM2.5 - Zeer fijnstof 2022
Naam 01 02 03 04 05
Omschrijving Beheerderswoning Overijsselseweg 8 - wonin Onderwijsfunctie Woningen (1e verdieping) ontvangst/horeca (begane
X coördinaat 182226,44 182229,60 182264,19 182264,04 182273,06
Y coördinaat 577119,72 577068,89 577071,90 577105,88 577103,48
PM2.5 Concentratie [µg/m³] 6,6 6,6 6,6 6,6 6,6
PM2.5 Achtergrond [µg/m³] 6,6 6,6 6,6 6,6 6,6
PM2.5 Bronbijdrage [µg/m³] 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
06 07 08 09 10
Woningen (1e verdieping) Overijsselseweg 14 - woni Overijsselseweg 12 - woni Kantoren (voormalig aanja buitenterrein
182281,94 182305,11 182309,07 182307,82 182292,13
577101,82 577049,67 577056,57 577089,90 577096,27
6,6 6,7 6,7 6,6 6,6
6,6 6,6 6,6 6,6 6,6
0,0 0,1 0,1 0,1 0,1
11 12 13 14 15
buitenterrein buitenterrein buitenterrein buitenterrein 10 m van wegrand
182313,26 182281,94 182258,93 182222,14 182175,30
577074,01 577072,65 577085,52 577074,01 577106,31
6,7 6,6 6,6 6,6 6,6
6,6 6,6 6,6 6,6 6,6
0,1 0,1 0,0 0,0 0,0
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies
5-9-2022 03:57:40
Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld
Bijlage 3
Ecologisch onderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
52
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10 Goutum
17 mei 2022
Auteur: drs P.G. Vos
Altenaweg 22 9321 XE Altena Tel: 050 - 7503817 Email: vos@vos-eo.nl
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
2
1. Inleiding De opdrachtgever heeft de voormalige productielocatie Goutum van de waterleidingmaatschappij Vitens aangekocht om er een maatschappelijke invulling aan te geven. Daartoe zal het bestemmingsplan moeten worden gewijzigd. Het pompgebouw wordt verbouwd tot woning en er worden kantoor- en educatieve ruimtes gerealiseerd. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwe activiteiten hebben mogelijk effect op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele negatieve effecten in kaart te worden gebracht om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Daarom verlangt de gemeente Leeuwarden een ecologisch onderzoek. In veel gevallen is een uitgebreid ecologisch onderzoek niet nodig en kan volstaan worden met een quickscan. In de ecologische quickscan wordt getoetst aan de natuurwetgeving en wordt aangegeven in hoeverre eventueel aanvullend onderzoek nodig is.
2. Plan- en studiegebied Het plan- en studiegebied ligt aan de Overijsselseweg 10 te Goutum (gem. Leeuwarden, provincie Fryslân). Het plangebied is 0,5 ha groot en wordt begrensd door de Overijsselse weg in het oosten en de bermsloten van de Hendrik Algrawei en de Boksumerdyk in het noorden, westen en zuiden. De woningen met de huisnummers 8, 12 en 14 en de daarbij horende tuinen/erven vallen buiten het plangebied. Voor inventarisatiedoeleinden wordt een indeling in uurhokken (5x5 km) en kilometerhokken gebruikt om de verspreiding van soorten en vegetaties in kaart te brengen. Het plangebied en de directe omgeving daarvan liggen in het kilometerhok 182-577 (uurhok 06-51).
3. Methode Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek op de locatie en bureaustudie. Op 5 april 2022 is het plangebied bezocht en is de aanwezigheid van natuurwaarden in kaart gebracht. Aangetroffen beschermde plant- en diersoorten zijn genoteerd. Het veldonderzoek is een momentopname. Aan de hand van literatuur en gegevens van verschillende instanties is onderzoek gedaan om een beeld van de natuurwaarden van het plangebied aan te vullen. Er is daartoe een globale rapportage opgevraagd bij de Nationale Database Flora & Fauna (NDFF). Literatuur betreft onder meer Van Herk & Aptroot (2004) Veldgids Korstmossen en de websites AHN.nl, Bodemdata.nl, Natura2000.nl, Pdok.nl, Topotijdreis.nl, Verspreidingsatlas.nl, WetterskipFryslan.nl en Fryslan.frl (provincie).
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
3
4. Resultaten 4.1 NDFF Uit de beknopte levering vanuit de Nationale Database Flora & Fauna (NDFF) blijkt dat de beschikbare gegevens een fragmentarisch karakter hebben. Zes soortgroepen zijn slecht onderzocht en reptielen zijn niet onderzocht in het kilometerhok. De gegevens uit de NDFF zijn aangevuld met gegevens uit literatuurbronnen (Tabel 1). Tabel 1. Aantal soorten in het kilometerhok volgens de NDFF. Soortgroep Totaal Beschermd Vaatplanten 110 Mossen 24 Korstmossen 1 Paddenstoelen 6 Vleermuizen 1 82 HRIV-soorten in uurhok Overige zoogdieren 12 Broedvogels 25 Wintervogels 64 Amfibieën 2 5 algemene soorten in uurhok Reptielen niet Vissen 4 Dagvlinders 17 35 WnbA-soorten in uurhok Libellen 18 Overige ongewervelden 37
Overig 48 Rode-Lijstsoorten in uurhok 21 Rode-Lijstsoorten in uurhok 19 Rode-Lijstsoorten in uurhok waarvan 3 op de Rode Lijst 33 Rode-Lijstsoorten in uurhok waarvan 1 op Rode Lijst
(niet uit uurhok bekend) 24 Rode-Lijstsoorten in uurhok 36 Rode Lijst-soorten in uurhok 47 Rode-Lijstsoorten in uurhok
4.2 Landschap, plangebied en beschermde gebieden Het plangebied betreft een voormalige productielocatie van waterleidingmaatschappij Vitens. Aanwezig zijn nog het markante pompgebouw, een vierkante en een ronde reinwaterkelder. De gebouwen zijn sinds 2014 niet meer in gebruik en zijn aangewezen als gemeentelijk monument8. Het plangebied ligt aan het kruispunt van twee grotere ontsluitingswegen: de Overijsselselaan en de Hendrik Algrawei. Ten noorden en ten oosten daarvan ligt de bebouwing van Leeuwarden en
Stoffige schotelkorst en Groot leermos (RL-KW). In uurhok: Tweekleurige vleermuis (RL-GE), Laatvlieger en Rosse vleermuis (RL-KW), Meervleermuis, Watervleermuis, Baardvleermuis, Gewone en Ruige dwergvleermuis. 3 Konijn, Wezel (RL-GE) en Otter (RL-VN) 4 Alver en Rivierdonderpad (RL-KW). 5 Grote vos, Keizersmantel en Rouwmantel (WnbA). 6 Bruin blauwtje (RL-GE), Kleine parelmoervlinder (RL-KW), Rouwmantel (RL-VN) 7 Bruine korenbout, Glassnijder, Vroege glazenmaker (RL-KW), Bruine winterjuffer (RL-BE) 8 https://lc.nl/friesland/leeuwarden/Vitens-verkoopt-markant-pompgebouw-in-Goutum-25871135.html 1 2
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
4
Goutum. Naar het zuiden en westen ligt het uitgestrekte en open kleiweidegebied van de voormalige Middelzee, bestaand uit zware, kalkarme klei. Het plangebied heeft een besloten karakter door de aanwezigheid van opgaande beplantingen. Het watert af op de ten zuiden daarvan gelegen polder. De sloot die de noordgrens van het plangebied vormt, is geen schouwsloot, maar vanwege een duiker onder de Overijsselselaan is onduidelijk of deze sloot nog een doorvoerfunctie heeft. Het pompgebouw is opgetrokken uit baksteen, met platte daken van beton en betonnen elementen in de gevels. In de muren zitten ventilatiespleten en -roosters. De reinwaterkelders zijn zichtbaar als verhogingen, waarbij de toegangen op de bovenzijde opgemetseld zijn. Hier bevinden zich ventilatieopeningen waarvan het insectengaas nog geheel intact is. De kelders zelf zijn opgetrokken uit beton. De vegetatie op de verhogingen is grazig en met name op de hellingen op de zon is verschraling opgetreden. Verder is de vegetatie wat ruiger en biedt dekking aan muizen. Een groot deel van het plangebied bestaat uit grasland (algemene soorten) en verhardingen. Er zijn in het plangebied enkele beplantingsvakken met bomen en met een rijk ontwikkelde struiklaag. Aan de noordzijde wordt het beeld sterk bepaald door de hoge populieren langs de Hendrik Algrawei net buiten het plangebied.
De hier aanwezige watergang heeft een water- en oeverbegroeiing van algemene plantensoorten en is van belang als voortplantingsplek voor algemene soorten amfibieën, libellen en andere waterdieren. De sloot aan de westzijde is deels gedempt om ruimte te maken voor de nieuwe ontsluiting, waarbij een duiker het water van het resterende deel van de sloot naar de bermsloot van de Boksumerdyk voert. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Alde Feanen, tevens stikstofgevoelig) bedraagt acht kilometer. 4.3 Vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen In het plangebied komen algemene plantensoorten voor. Op de bomen en stenen komen algemene soorten (korst)mossen voor. Groot leermos is niet aangetroffen en uitgesloten. Stoffige schotelkorst wordt op basis van aard van de aanwezige stenen substraten9 niet verwacht. Beschermde en zeldzame plantensoorten zijn op basis van het veldbezoek uitgesloten. Wat betreft paddenstoelen zijn zeldzame soorten niet uit te sluiten. Er zijn soorten (bijv. Zijdeachtige beurszwam, Boomgaardvuurzwam, Levertraanzwam, Rode kleibosmelkzwam) die in relatie tot bomen en struiken voorkomen. Graslandpaddenstoelen (bijv Paarssteelschijnridderzwam) worden niet verwacht vanwege de afwezigheid van beweiding. 4.4 Vleermuizen Het pompgebouw is van buiten en van binnen geïnspecteerd.
Bij inspectie van de buitenzijde bleek dat er ventilatieopeningen zijn die toegang geven tot de binnenzijde van het gebouw. Van Herk & Aptroot (2004) geven aan: veel op graniet van Hunebedden. Verder op tufsteen en baksteen van oude kerken, vooral op muren die geëxponeerd zijn op het noorden. 9
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
5
Daarom is de binnenzijde geïnspecteerd op vleermuizen en vleermuissporen. Deze zijn niet aangetroffen. De reinwaterkelders zijn van buiten niet toegankelijk voor vleermuizen vanwege de aanwezigheid van insectengaas dat achter alle roosters nog intact is. De bomen in het plangebied bevatten geen holten en spleten die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuzien. Verblijfplaatsen in gebouwen en bomen zijn uitgesloten. De relatieve beslotenheid van het plangebied, de afwisseling van bomen, struiken, gras en water vormen een aantrekkelijk foerageergebied voor vleermuizen. Voor zover er vliegroutes kunnen worden onderscheiden, komen de populieren langs de Hendrik Algrawei, buiten het plangebied, als landschapselement het meest in aanmerking. Het is echter mogelijk dat de niet onderzochte woningen (huisnummers 8, 12 en 14) vleermuizen onderdak bieden. In dat geval kan het groen in het plangebied van belang zijn als vliegroute, waarlangs vleermuizen heen en weer vliegen tussen verblijfplaats en foerageergebieden. 4.5 Overige zoogdieren Op basis van het landschap zijn algemene soorten zoogdieren te verwachten, zoals (spits)muizen, Mol, Haas, Egel en kleine marters. Vaste verblijfplaatsen van soorten als Hermelijn, Konijn en Otter zijn niet aangetroffen. De greppels/slootranden in en rond het plangebied vormen geen geschikt leefgebied voor de Waterspitsmuizen.
Sporen en vaste verblijfplaatsen van andere beschermde soorten zijn niet aangetroffen en op basis daarvan uitgesloten. 4.6 Vogels In het plangebied komen algemene vogelsoorten voor. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is uitgesloten: er waren geen nesten aanwezig van bijvoorbeeld roofvogels en uilen en de onderzochte gebouwen bieden geen broedgelegenheid aan soorten als Huismus en Gierzwaluw. 4.7 Amfibieën In het plangebied komen algemene amfibieën voor, zoals Gewone pad, Bastaardkikker/Meerkikker, Bruine kikker en Kleine watersalamander. De aanwezigheid van streng beschermde soorten is uitgesloten op basis van het biotoop en de bekende verspreiding. 4.8 Vissen In de sloten zijn algemene vissoorten te verwachten, zoals Driedoornige en Tiendoornige stekelbaars. De Rode-Lijstsoort Alver is afhankelijk van grotere wateren en is uitgesloten. De Rivierdonderpad komt voor in heldere wateren waar steenachtige plekken zijn, zoals kanalen waarin stortstenen als oeverbescherming zijn toegepast. Daarom is de aanwezigheid van deze soort in de sloten rond het plangebied uitgesloten.
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
6
4.9 Dagvlinders Er komen algemene soorten dagvlinders voor, die profiteren van de luwte, afwisseling en variatie aan inheemse planten. Voor de Rode-Lijstsoorten Bruin blauwtje en Kleine parelmoervlinder is geschikt biotoop (schraal, open, bloemrijk grasland) bijna niet aanwezig en het plangebied ligt geïsoleerd ten opzichte van de leefgebieden van deze soorten. De Rouwmantel plant zich in Nederland niet meer voort en wordt vooral gezien als trekvlinder. 4.10 Libellen De sloten vormen het voortplantingsbiotoop voor algemene soorten libellen. Bijzondere omstandigheden zoals verlandingsvegetaties ontbreken. De aanwezigheid van zeldzame en beschermde soorten is uitgesloten. 4.11 Overige soortgroepen In het plangebied en de directe omgeving ervan komen algemene soorten ongewervelde dieren voor. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten op basis van de bekende verspreiding en het biotoop.
5. Effecten 5.1 Werkzaamheden en uitstraling Het ontwerp is wat betreft vormgeving en positionering gebaseerd op de oorspronkelijke bebouwing van de locatie. Wat betreft functies gaat het om woon- en kantoorruimtes, ontvangstgebouw met horeca en filmzaal, werkplaats, leslokalen, berging en parkeergelegenheid. Eén van de reinwaterkelders krijgt de functie van warmteopslag. Aanvullend op de bestaande ontsluiting op de Overijsselseweg is inmiddels een nieuwe ontsluiting op de Boksumerdyk gerealiseerd. Het uitgangspunt voor buitenverlichting is dat de locatie zo weinig mogelijk wordt verlicht. Het pompgebouw wordt geschikt gemaakt voor gebruik als kantoor en woning. Op de vierkante reinwaterkelder wordt de werkplaats met leslokalen gebouwd. Ten behoeve van de nieuwe gebouwen wordt de grond bouwrijp gemaakt en worden funderingswerken uitgevoerd. Langs de sloten komen natuurvriendelijke oevers om de waterbergingscapaciteit te vergroten. Er hoeven geen bomen en beplantingen te worden gekapt. Als gevolg van de werkzaamheden wordt de bodem ter plaatse verstoord en vindt uitstraling plaats van met name geluid, trillingen en stof. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige natuurgebieden en de omvang van het project zijn overschrijdingen van stikstof in Natura 2000gebieden niet te verwachten.
Er is van uitgegaan dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden en dat er tijdens de bouwperiode ’s nachts geen verlichting wordt gebruikt.
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
In de gebruiksfase zal er meer activiteit plaatsvinden op de locatie ten opzichte van de huidige situatie. Er zullen vaker mensen op de locatie zijn en er zal een beperkte uitstraling zijn van verlichting door de ramen en buitenverlichting. 5.2 Effecten op natuurgebieden De werkzaamheden en activiteiten hebben een lokale uitstraling. Negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000 en het NatuurNetwerk Nederland zijn uitgesloten. 5.3 Effecten op vogels Bij werkzaamheden tijdens de broedperiode kunnen nesten van vogels worden verstoord. De werkzaamheden kunnen het beste uitgevoerd worden buiten de broedperiode. Tijdens de broedperiode mogen alleen werkzaamheden plaatsvinden als vastgesteld is dat er geen vogels broeden. Er worden geen jaarrond beschermde nesten verstoord. 5.4 Effecten op vleermuizen Er gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Als gevolg van de nieuwe inrichting en het nieuwe gebruik is er waarschijnlijk meer lichtuitstraling. Nachtelijke verlichting kan een negatief effect op foeragerende vleermuizen en vleermuizen die het plangebied als vliegroute gebruiken. Uitgangspunt bij de effectenbeoordeling is dat het plangebied zo weinig mogelijk wordt verlicht. Dit gebeurt door in de eerste plaats buitenverlichting zo weinig mogelijk toe te passen en alleen de oppervlakken te belichten waar licht nodig is.
Dit betreft verharde oppervlakken, terwijl vleermuizen juist bij de begroeiing, met name boven de grasvelden, bij de beplantingen en boven de watergangen foerageren. Negatieve effecten op foerageergebieden en vliegroutes zijn daarom uitgesloten. 5.5 Effecten op overige soorten Op de plek van de werkzaamheden worden algemene plant- en diersoorten tijdelijk verstoord. Voor allerlei plant- en diersoorten zijn de oevers van de sloten en greppels een belangrijk leefgebied. Daar wordt niet gewerkt, zodat deze randen in stand blijven. Negatieve effecten op overige bedreigde en beschermde plant- en diersoorten zijn uitgesloten.
7
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Overijsselseweg 10
8
6. Conclusies en advies Er zijn geen vervolgstappen nodig ten aanzien van beschermde soorten. Wel is het van belang om rekening te houden met broedende vogels: De bouw- en aanlegwerkzaamheden kunnen broedende vogels verstoren. Dit is verboden en daarvoor is ook geen ontheffing mogelijk. Verstoring van broedende vogels kan eenvoudig worden voorkomen door het bouwrijp maken en bouwen uit te voeren buiten de broedperiode, indicatief 15 maart-15 juli. Bij werkzaamheden in de broedperiode moet voldoende afstand gehouden worden tot de opgaande beplanting waarin vogels broeden. Ook in de oevers van de sloten kunnen vogels broeden. Geadviseerd wordt om werkzaamheden in de broedperiode te laten begeleiden door een ecoloog zodat verstoring van nesten wordt voorkomen. Tenslotte geldt een algemene zorgplicht. Het verstoren, verwonden of doden van dieren (en planten) moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Wanneer er bijvoorbeeld amfibieën worden aangetroffen op de bouwplaats kunnen deze het beste worden opgepakt en verplaatst naar een plek in de omgeving, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld
Bijlage 4
Erfinrichtingsplan
BJZ.nu Bestemmingsplannen
61
HET AANJAAGSTATION
LANDSCHAPSPLAN (VOORLOPIG ONT WERP)
September 2022 Nynke-Rixt Jukema
INHOUD 1. Inleiding 2. Beschrijving van het plan 3. Historie van het landschap 3.1 Buitengebied 3.2 Het bedijkingenlandschap 3.2.1 Bedijkingshistorie 3.2.2 Kenmerken bedijkingslandschap 3.3 Het terpengebied van Oostergo 4. Planstructuur 4.1 Beschrijving van de planologische situatie 4.2 Toegankelijkheid 4.3 Bestaande landschappelijke situatie 5. Planmotivatie 5.1 Aanjaagstation 5.2 Landschapsplan 5.3 Waterbekken met natuurlijke oeverranden 5.4 Struweel 5.5 Halfverharding 5.6 Beleeftuin 5.6.1 Wisselende tentoonstelling 5.7 Moestuin 5.8 Natuurtuin
1 | INLEIDING Op de hoek van kruispunt Overijsselselaan - Hendrik Algrawei, net buiten de stad Leeuwarden bevindt zich een voormalige productielocatie van de waterleiding. Het gebied ligt formeel aan de Overijsselseweg die parallel is gelegen aan de Overijsselselaan en de Boksumerdyk. Het gebied bestaat uit twee kavels van samen 5.204 m2 (4.744 m2 en 460 m2). De kavels zijn kadastraal bekend als Gemeente Huizen, Sectie I, Nummer 162 en Gemeente Huizen, Sectie I, Nummer 68. Ten westen van het perceel zal op korte termijn de nieuwe wijk van Leeuwarden ‘Middelsee’ verrijzen die wordt ingesloten door het Van Harinxma-kanaal en het spoor Leeuwarden-Zwolle. Het gebied werd al geruime tijd niet meer gebruik als productielocatie ten behoeve van het drinkwaterproces. Om onnodige leegstand en verval te voorkomen besloot het waterleidingbedrijf Vitens het gebied en de verschillende gebouwen in 2020 te verkopen. Dit is de aanleiding geweest om na te denken over de herbestemming van het gehele gebied. Daarbij blijkt dat het geldende bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden te bieden. Ook is het oprichten van nieuwe bebouwing ten dienste van deze functies niet toegestaan.
Doormiddel van een eerste plan op de initiatieventafel heeft de gemeente Leeuwarden beoordeeld dat de gemeente wil meewerken doormiddel van een uitgebreide afwijkingsprocedure op grond van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO). De gemeente Leeuwarden heeft daarbij tevens aangegeven dat een goede ruimtelijke onderbouwing daarbij een vereist is.
2 | BESCHRIJVING VAN HET PLAN In het afgelopen jaar is de ontwikkeling van het gebied rondom het aanjaagstation als innovatieve/culturele enclave al in gang gezet. Het terrein is in de zomermaanden gebruikt als brainstormplek en hebben er kleine culturele interventies plaats gevonden. Ook is er begonnen met de renovatie van het beeldbepalende aanjaagstation. Om de toegankelijkheid van het gebied te vergroten is er in samenspraak met de buren een nieuw toegangspad aangelegd. Dit was nodig omdat de huidige moeilijk begaanbare eenrichtingsweg voor gevaarlijke situaties zorgde en het terrein versnipperde in kleine perceeltjes. Het nieuwe toegangspad heeft er voor gezorgd dat er nu een aaneensluitend groengebied van circa 3000 m2 is ontstaan. Een groene parel, verscholen tussen de bomen gelegen nabij een druk kruispunt. Dit gebied vraagt om een unieke herbestemming. Want eerlijk gezegd willen we niets anders dan het beste. De zoektocht naar een passend programma van eisen voor de locatie is begonnen met een zoektocht naar de historie van de plek. Het gebied met de daarbij bijbehorende Reinwaterkelders en Aanjaagstation vormt de basis van de ontwikkeling van de drinkwatervoorziening in Friesland. Een geschiedenis waardoor je je niet wil laten beperken maar juist wil laten inspireren. Deze geschiedenis is dan ook het uitgangspunt voor de nieuwe invulling van het terrein.
Waarbij de ontbrekende onderdelen van het winnen en zuiveren van grondwater een eigentijdse interpretatie krijgen.
Overijsselseweg 1952
Overijsselseweg 1952
3 | HISTORIE VAN HET LANDSCHAP 3.1 Buitengebied De voormalige Middelzee en haar kwelderruggen bepalen het landschap van de gemeente Leeuwarden. Op de noord-zuid gerichte kwelderruggen verrezen de eerste nederzettingen. Terpen boden een veilige woonplaats voor de bewoners tegen de grillen van de zee. De stad Leeuwarden is ontstaan uit een tweetal terpen aan de oever van de voormalige Middelzee, op de plaats waar het Vliet, de Ee en de Potmarge in zee stroomden. Aan de westzijde is de stad voor een groot deel in de voormalige Middelzee gebouwd, net als de militaire vliegbasis. Het niet bebouwde deel van de Middelzee wordt gekenmerkt door de openheid en regelmatige blokverkaveling. De kwelderwallen ten oosten van de Middelzee vormen een landschap met terpdorpen, beplantingen en onregelmatige verkavelingspatronen. De silhouetten van de dorpen met hun kerktorens en daartussen de verspreid liggende boerderijen zijn beeldbepalend. Situatie 1880
Situatie 1948
Situatie 1960
3.2 Het bedijkingenlandschap Tot deze landschapseenheid worden de ingedijkte zeeboezems van de voormalige Middelzee, Lauwerszee en Marneslenk gerekend. 3.2.1 Bedijkingshistorie Omstreeks 1200 waren zowel de Marneslenk als de Middelzeeboezem tot aan de Krinzer Earm bij Easterwierrum ingepolderd. De Marneslenk staat ook wel bekend als de Lytse Bouhoeke (de Kleine Bouwhoek). In de eeuwen die volgden werden de Nieuwlanden van de Krinzer Earm tot aan de Skrédyk tussen Bitgum en Britsum bedijkt (ca. 1290) en werd het bildt fasegewijs ingepolderd. Dit laatste gebeurde tussen 1505 en 1754. De afsluiting van de Lauwerszee in 1969 en de bedijking van de slikken of voorgronden tussen Koehool en Westhoek in 1970 vormden de feitelijke afsluiting van een proces van bedijking. 3.2.2 Kenmerken bedijkingslandschap De kustpolders in het bedijkingenlandschap kenmerken zich door overwegend rechte wegen, zee- en slaperdijken (in het Lauwersmeergebied vaak met coupures) en door sluis- of zijldorpen. Het gebied kent een levendige landschappelijke geschiedenis van opeenvolgende aanslibbingen en inpolderingen. Het bestaat voor een belangrijk deel uit puike landbouwgronden waarop de pootaardappel als gewas een centrale plaats inneemt. Het buitendijkse land wordt omwille van de hoge natuurwaarden en dynamische kustbeheer niet langer ingepolderd.
3.3 Het terpengebied van Oostergo Het terpengebied van Oostergo bestaat uit een brede band van kleigronden die in de vorm van een halve maan om de zandgronden van de Noordelijke Wouden en de veengronden van het noordelijke deel van het Lage Midden is gedrappeerd. Deze kleigordel strekt zich uit van de lijn Raerd-Grou in het zuiden via Leeuwarden-Stiens en Dokkum naar het Lauwersmeer. De breedte ervan neemt toe van zuid naar noord. De ruggengraat van het gebied wordt gevormd door een langgerekte kwelderwal met lichte, zavelige kleigrond langs de oevers van de voormalige Middelzee en de Waddenkust. Hierop liggen de belangrijkste dorpen en Leeuwarden. Verder landinwaarts overheersen de lagere, nattere, kalkarmere en zwaardere knipkleigronden die als weiland in gebruik zijn. Vooral tussen Leeuwarden en Ternaard verdelen lange naar het binnenland opstrekkende dorpsvaarten het gebied in taartpunten. Ze maken duidelijk dat het achterland vanaf de kustlijn in cultuur gebracht werd. De dorpsvaarten monden uit in waterwegen als de Wergeasterfeart, Landiel, Alddiel en Moeark die evenals de Dokkumer Ie het overtollige water naar het lauwersmeer afvoeren. Verspreid over het knipkleigebied vinden we een aantal lagere plekken die enkele decimeters tot hooguit anderhalve meter lager liggen.
Vaak zijn het drooggemaakte vroegere meertjes zoals de Grutte Wergeastermar, de Hempensermeerpolder of de Louwsmar.
4 | PLANSTRUCTUUR 4.1 Beschrijving van de planologische situatie
4.2 Toegankelijkheid
Het gebied ligt formeel aan de Overijsselseweg die parallel is gelegen aan de Overijsselselaan en de Boksumerdyk. Ten zuiden en ten westen van het gebied is in 2020 begonnen met de bouw van de nieuwste wijk van Leeuwarden Middelsee.
Randvoorwaarde van Vitens bij de verkoop van het gebied was dat er aan de westrand geen bebouwing zou komen. Dit omdat er aan deze zijde van het gebied, diep onder de grond, de hoofdwaterleiding naar en van de stad Leeuwarden is gesitueerd. Omdat de technische dienst Vitens ten alle tijden bij deze hoofdleiding moet kunnen komen, mag er wel bijvoorbeeld wel bestrating komen maar geen vaste bebouwing. Dit is daarom ook één van de redenen waarom hier het nieuwe toegangspad naar het gebied hebben gesitueerd.
De voormalige productielocatie van de waterleidingen bevindt zich in deelgebied Havenstêd en wordt ten zuiden omsloten door het deelgebied Fellingen. Havenstêd is het eerste stukje van Middelsee dat vorm krijgt. Bij de woningen die hier straks gebouwd gaan worden, moet je denken aan gebouwen die aansluiten bij het industriële karakter van Havenstêd: moderne pakhuizen, casco’s en loodsen. In Havenstêd gaan wonen en werken hand in hand. Havenstêd wordt een deelgebied met een stoere en eigentijds industriële uitstraling.
Dit nieuwe toegangspad is in tegenstelling tot het bestaande pad niet meer ontsloten vanaf de Overijsselseweg maar vanaf de Boksumerdyk. Deze eeuwenoude inpolderingsdijk (1275) heeft destijds bijgedragen bij de inpoldering van de Middelzee en krijgt in de komende jaren betekenis als toegangsweg naar het wijkdeel Fellingen, in de nieuw te bouwen wijk Middelsee. Door in het verlengde van het nieuwe toegangspand ook de parkeerplaatsen voor het gebied te situeren kan de doodlopende Overijsselseweg worden afgewaardeerd. Op gebiedsniveau heeft het nieuwe toegangspand er vooral toe geleidt dat de bungalow een toegankelijkere ontsluiting heeft gekregen.
Bo
Boksum
erdyk
De Fellingen wordt door de gemeente Leeuwarden omschreven als een inclusieve nieuwbouwwijk. Deze buurt zal bestaan uit verschillende woningtypes voor starters in de sociale huur, midden huur en betaalbare koopwoningen voor starters op de woningmarkt. Er is plaats voor ongeveer 500-650 woningen. Hiervan zal een groot deel grondgebonden zijn, maar er is ook ruimte voor appartementen. Om dit een mooie levendige buurt te maken is een kwalitatieve inrichting van het openbaar gebied een primaire voorwaarde.
ks
um
er dy k
Overijsselseweg
Middelsee omvat het hele gebied tussen de Overijsselselaan en het spoor LeeuwardenZwolle. Het Harinxmakanaal vormt de noordelijke grens. De wijk ligt niet ver van het centrum, maar is ook goed bereikbaar van buitenaf. Middelsee wordt een wijk die vanuit alle windstreken en met alle soorten vervoer uitstekend toegankelijk is. Middelsee wordt een prachtig stadsdeel met in totaal 3200 woningen, die verdeeld zijn over meerdere deelgebieden.
Bo
ks
um
er dy k
Nieuw to eg
Overijsselseweg
angspa
d
4.3 Bestaande landschappelijke situatie
4.3 Bestaande landschappelijke situatie
4.3 Bestaande landschappelijke situatie
4.3 Bestaande landschappelijke situatie
4.3 Bestaande landschappelijke situatie
5 | PLANMOTIVATIE 5.1 Aanjaagstation Het nieuwe toegangspad eindigt in een algemeen parkeerveldje. Vanaf dit parkeerveldje wordt de bezoeker via het water geleidt naar het nieuw te bouwen ontvangstgebouw. Door dit ontvangstgebouw parallel aan het water te situeren ontstaat er een buffer tussen de ontsluitingsweg van de Middelzee, de Redbadwei ( de voormalige Hendrik Algrawei) en het groen hart van het gebied. Bijkomend voordeel aan de situering aan de noordzijde is dat het groene hart ondanks dit wat grootschaliger gebouw licht en zonnig blijft.
Om aan te sluiten bij het algemene thema van het gebied Waterwinning is er een referentie gezocht in een pompstation. Door zijn schaal en maat zal het gebouw daarmee als belangrijkste gebouw van het gebied, en daarmee als ontvangst gebouw, herkend worden. Het gebouw kent duidelijk twee zijden: een gesloten- en open zijde. Waarbij het gebouw zich aan de zuidzijde opent naar het groene hart van het gebied. Naast de algemene entree bevinden er zich in het gebouw een café/restaurantje, bioscoopzaaltje en twee uitvinderswoningen. In deze uitvinderswoningen worden, doormiddel van dagelijks gebruik, nieuwe innovaties op het gebied van de water- en energietransitie getest. Bij de waterwinning wordt het pompstation ingezet om van ruwwater drinkwater te maken. In dit geval wordt het pompstation gebruikt om van losse ideeën, innovaties te maken.
8
11 9 10
3
4
1
7 5
6
2
2
8 parkeerplekken voor elektrische auto’s
5
Warmte opslag
1
6
Ondergrondse container
3
Bgg: Ontvangstgebouw met horeca en filmzaal Boven: Uitvinderswoning
7
Moestuin
4
Bgg: Werkplaats en leslokalen
Bestaande bebouwing
10 Nieuw toegangspad
8
Beheerderswoning
Overig
11 15 parkeerplaatsen
9
Berging
Kantoren
Nieuwe bebouwing
5.2 Landschapsplan
5.3 Waterbekken met natuurlijke oeverranden Een natuurvriendelijke oever draagt bij aan de ecologische kwaliteit van een gebied. De oever heeft hierbij een geleidelijke overgang van water naar land. Die krijg je door het landinwaarts afgraven van een talud. Op de drassige bodem en in het ondiepe water groeien veel oeverplanten en onderwaterplanten. Voor vissen, vogels, amfibieën, kikkers, padden, insecten en kleine zoogdieren is een dergelijke oever een belangrijke plek. Voor deze dieren is de overgang van land naar water belangrijk. De plas-dras zone kan voor de dieren een mogelijkheid bieden om zich te verplaatsen tussen het water en de oever. Een natuurvriendelijke over geeft dieren en planten alle ruimte en er ontstaat een rijk en gevarieerd leven. Tevens is het goed voor de kwaliteit van het water. Hoe meer de natuur haar gang kan gaan, hoe beter. Het water ziet er dan ook helder uit. Ook kan de oever dienen als extra waterberging. Er zijn veel soorten planten die geschikt zijn als oeverplanten. Een aantal voorbeelden zijn de Dotterbloem, Gele lis, Grote egelskop, Liesgras, Riet en de Zwanenbloem. Een natuurvriendelijke oever bestaat uit verschillende zones. Die kunnen niet altijd allemaal ontwikkeld worden, maar hoe meer zones aanwezig zijn, hoe natuurvriendelijker de oever is. (Zie afbeelding)
1. 2. 3. 4. 5. 6a. 6b.
Open water Ondergedoken en drijvende waterplantenzone Moeraszone Natte strooiselzone Nat grasland Vochtig grasland Droge oeverzone
5.4 Struweel Het landschap is op bepaalde plekken al voorzien van begroeiing. Het bestaande struweel wordt behouden en op verschillende plekken verrijkt door het aanplanten van dieverse struiken. Voorbeelden hiervan zijn de braam, sleedoorn, vlier, meidoorn en grauwe wilg. Verder kunnen er diverse klimplanten worden toegevoegd, zoals hop, kamperfoelie en bosrank. Deze struwelen zijn belangrijk voor vele diersoorten. Ze bieden broedgelegenheid aan vogels als de kneu, braamsluiper, heggenmus en spotvogel. Veel andere vogelsoorten vinden er voedsel. Veel van de struiksoorten bevat namelijk bessen of steenvruchten. Bovendien kunnen er diverse soorten kleine zoogdieren schuilen, zoals muizen en marterachtigen, maar ook amfibieën en geleedpotigen vinden hier een schuilplaats en nestgelegenheid. Dagvlinders als landkaartje, bont zandoogje en bruin blauwtje zijn vaak langs struwelen op zoek naar voedsel en een plek om eieren af te zetten. Daarom zijn deze struwelen belangrijk voor de biodiversiteit van het gebied. De struwelen hebben tevens de funcie als perceelscheiding. Het levert het een bijdrage aan een aantekkelijk landschap.
5.5 Halfverharding Halverharding is ideaal voor het doorlaten van regenwater. Zo kan in de omringede tuinen, grasvelden en perkjes het water goed wegzakken. Op deze manier kunnen er minder waterplassen ontstaan en blijft het pad goed bewandel- of fietsbaar. Maar ook blijft het pad in goede conditie en zal het minder gaan verzakken, doordat water het materiaal uit elkaar kan drijven als het niet snel wegzakt. Daarnaast geeft halfverharding de omgeving een natuurlijke uitstraling door het materiaal en de kleur. Het is een goede manier om bij te dragen aan de functionele en klimaatadaptieve inrichting van het terrein.
5.6 Beleeftuin De tuin nodigt uit om te genieten. Lekker languit in het gras liggen, gezellig samen picknicken of rondjes rennen. Op diverse plekken in de tuin staan noten- en fruitbomen. Deze bieden in op de warmere dagen aangename schaduwplekken. De wandelpaden hebben watergoten. Het waterthema is op deze manier zichtbaar en het geeft de mogelijkheid om de waterafvoer beter te reguleren.
5.6.1 Wisselende tentoonstelling De tuin biedt een mogelijkheid voor kunstenaar om er te exposeren. Zowel vaste werken als wisselende tentoonstellingen kunnen er plaatsvinden. Om de beleving te versterken worden er interactieve werken toegevoegd die in relatie staan met het thema water.
5.7 Moestuin Een groot deel van de producten die gebruikt worden in het restaurant komen uit de eigen moestuin. Zo eten de gasten biologisch en lokaal. Door de moestuin worden de bezoekers verbonden met de productie van voedsel. Men kan zelf ervaren en zien hoe voedsel tot stand komt.
5.8 Natuurtuin De natuur is het uitgangspunt voor de aanleg van de tuinen. Er bevinden zich veel vaste planten waaronder ook grassen. De planten worden alleen begeleid. Dat houdt in dat ze tot op zekere hoogte vrijelijk mogen groeien en bloeien. Waar ze helemaal niet thuishoren of woekeren worden ze weggehaald. Er worden planten gekozen voor elk seizoen. Bijvoorbeeld Helleborus voor de winter en in het vroege voorjaar. Papaver, delfiniums en salvia’s in mei en juli. Stachys- en achilleasoorten in julie en augustus. En asters in het najaar. De tuin is op deze manier het hele jaar door interessant.
Colofon © 2022 Nynke-Rixt Jukema Adres Overijsselseweg 10 9084 AB Goutum www.nynkerixtjukema.nl
Contactpersoon Nynke-Rixt Jukema | T 06-40173751 | E info@nrjarchitectuur.nl
Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld
Bijlage 5
Onderzoek externe veiligheid
BJZ.nu Bestemmingsplannen
85
Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan “Plangebied Middelsee (fase 1)’’ Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: -
het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens.
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.
Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.
2. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR.
3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 1 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd.
5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden.
Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
Opsteller: George Rutten Telefoon: 06-82281696 Datum: 26 april 2018 Zaaknummer: 2017-FUMO-0019024 Organisatie: FUMO Status: DEFINITIEF
2 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Risicobronnen ten aanzien van het ‘’Plangebied Middelsee (fase 1)’’ Inleiding De gemeente Leeuwarden is voornemens om het gebied, gelegen tussen de Overijsselselaan en het van Harixmakanaal verder te ontwikkelen, zie figuur 1. Het gebied kenmerkt zich door een Waterstad (compact, grachten, singels) en een Havenstad (industrieel, havengebied). Eerst wordt met Fase 1 gestart (rood gearceerde gedeelte in figuur 1). voor de Water- en Havenstad geldt dat er wordt ingezet op een menging van functies, zoals wonen, detailhandel, werken, horeca, cultuur en leisure. De gemeente Leeuwarden wil in het kader van externe veiligheid geadviseerd worden over de consequenties die er dienaangaande zijn. De ligging van het plangebied is in onderstaand figuur weergegeven en fase 1 is rood omlijnd.
Figuur 1: Ligging plangebied Middelsee Fase 1
3 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Beoordeling Risicobronnen Uit de professionele Risicokaart (zie figuur 2) blijkt dat binnen en in de directe nabijheid van het plangebied meerdere risicobronnen zijn gelegen waarvan de risicocontouren of het invloedsgebied zijn gelegen over het plangebied. De relevante risicobronnen voor het plangebied zijn: transport van gevaarlijke stoffen over het water transport van gevaarlijke stoffen over de weg; hogedruk aardgastransportleidingen; inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden.
Figuur 2: Indicatieve ligging plangebied Middelsee Fase 1 (blauw ovaal)
4 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Transport van gevaarlijke stoffen over water Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het Van Harinxmakanaal. Dit kanaal is opengesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen. Toetsingskader bij beoordeling van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen bij ruimtelijke ordeningsbesluiten, is het basisnet. Voor het wettelijk vastleggen van de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet geldt het Bevt. Verder is de Regeling basisnet (Rbn) opgesteld. In de Rbn staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling. Het Van Harinxmakanaal is in het Basisnet Water aangeduid als een groene vaarweg. Groene vaarwegen zijn voor het transport van gevaarlijke stoffen minder belangrijke vaarwegen. Voor groene vaarwegen geldt het volgende: PR Voor groene vaarwegen geldt dat geen sprake is van een PR 10-6 contour. Ook niet op het water zelf. GR Bij ruimtelijke ontwikkelingen rond groene routes gelden geen beperkingen voor bebouwing en is een verantwoording van het GR niet nodig. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Voor groene vaarwegen geldt geen (toekomstig) PAG. Er gelden dan ook geen beperkingen voor bebouwing. Geconcludeerd kan worden dat het transport van gevaarlijke stoffen over het water geen belemmering vormt voor het plan.
Transport gevaarlijke stoffen over de weg Bronnen en afbakening Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de provinciale weg N31. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De Professionele Risicokaart geeft aan dat transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de Overijsselse baan ten westen van het plangebied. Dit transport gaat echter niet meer over de Overijsselse baan, maar verder over de recentelijk doorgetrokken N31 richting het noordwesten. In figuur 3 staat de oude routering in rood en de nieuwe routering in groen weergegeven.
5 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Figuur 1: Verandering ligging transportroute gevaarlijke stoffen (rood: oude situatie, groen: nieuwe situatie)
Beoordeling externe veiligheid Toetsingskader bij beoordeling van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen bij ruimtelijke ordeningsbesluiten, is het basisnet. Het basisnet is per 1 april 2015 van kracht. Voor het wettelijk vastleggen van de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (hierna: Bevt). Verder is de Rbn opgesteld. In de Rbn staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling. Rijkswaterstaat inventariseert ten behoeve van de monitoring van het basisnet de jaarintensiteiten van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit deze inventarisatie (geraadpleegd op 24-4-2018 via www.rijkswaterstaat.nl) blijkt dat stoffen van de stofcategorieën zoals opgenomen in tabel 1 over de N31 vervoerd worden. In tabel 1 zijn tevens de invloedsgebieden per stofcategorie conform de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) opgenomen. Stofcategorie
Invloedsgebied 1%letaliteitsafstand (m)
Weg, water
Weg
LF1
45
LF2
45
GF3
355
LT2
880
Tabel 1: Stof-categorieën over de N31 langs het plangebied
6 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Uit tabel 1 blijkt dat het invloedsgebied voor LT2 het grootst is met 880 meter. Op basis van het bestemmingsplanontwerp kan afgeleid worden dat het potentieel bebouwde deel van het plangebied op circa 1.600 meter van de N31 ligt (zie figuur 4). In dit geval is er dan ook geen sprake van een invloedsgebied over het bebouwde deel van het plangebied. Hiermee bestaat er geen extern veiligheidsrisico vanuit de N31 en deze behoeft dan ook niet nader beschouwd te worden.
Figuur 4: Afstand N31 tot het plangebied Fase 1
7 Externe veiligheidsadvies Bestemmingsplan Middelsee fase 1
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen In de nabijheid van het plangebied lopen hogedruk aardgastransportleidingen van N.V. Nederlandse Gasunie (hierna: Gasunie). De leidingen zijn verbeeld in de uitsnede van de risicokaart in figuur 2 en te herkennen aan de rode onderbroken lijnen. In navolgend figuur is de dichtstbijzijnde leiding met de dunne rode lijn aangegeven ten westen van het plangebied, evenwijdig aan de spoorlijn.