CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 'Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave)'

Besluitvorming (raad) 22 januari 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Goutum - Overijsselseweg 10 ( Waterenclave)19.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave)

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Bijlage bij de toelichting

25

Bijlage 1

Principe-toestemming gemeente Leeuwarden d.d. 2 juni 2021

26

Bijlage 2

Luchtkwaliteitsrapportage

30

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

52

Bijlage 4

Erfinrichtingsplan

61

Bijlage 5

Onderzoek externe veiligheid

85

Bijlage 6

Tekening watercompensatie

106

Bijlage 7

Tekening verwijdering verharding

108

Bijlage 8

Weergave digitale watertoets

110

Bijlage 9

Mailverkeer Wetterskip Fryslân 02-08 -022

119

Bijlage 10

Bodemonderzoek

121

Bijlage 11

Stikstofdepositieberekening

185

Bijlage 12

Aeriusberekening bouwfase

211

Bijlage 13

Aeriusberekening gebruiksfase

219

Bijlage 14

Begeleidend mailbericht bij parkeerberekening

226

Bijlage 15

Parkeerberekening

228

Bijlage 16

Rapportage Verkeerslawaai

231

Bijlage 17

Rapportage Industrielawaai

281

Bijlage 18

Klic-melding 1

361

Bijlage 19

Klic-melding 2

363

Bijlage 20

Klic-melding 3

365

Bijlage 21

Welstandsadvies

367

Regels

369

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

370 370 377

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Gemengd - 1 Waarde - Archeologie 6

378 378 382

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

384 384 385 387 388

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Artikel 9 Artikel 10

Algemene afwijkingsregels Overige regels

389 391

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

392 392 393

Bijlagen bij de regels

395

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

396

Bijlage 2

Landschappelijk erfinrichtingsplan

420

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Bestemmingsplan Goutum Overijsselseweg 10 (Waterenclave)

Colofon:

Opdrachtgever:

N.N.

Contactpersoon:

N.N.

Uitgevoerd door: Contactpersoon: Telefoon: Telefax: Email:

N.N N.N. 0512-369900 0512-369901 info@spoelstra-advies.nl

Datum:

Drogeham, november 2024

-1

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. INLEIDING ________________________________________________________________ 4 1.1 Algemeen _________________________________________________________________________ 4 1.2 Plangebied ________________________________________________________________________ 4 1.3 Leeswijzer _________________________________________________________________________ 5 HOOFDSTUK 2. PLANBESCHRIJVING _______________________________________________________ 6 2.1 Ontstaansgeschiedenis/huidige situatie ________________________________________________ 6 2.2 Beoogde situatie____________________________________________________________________ 7 HOOFDSTUK 3. BELEID ___________________________________________________________________ 9 3.1 Rijksbeleid _________________________________________________________________________ 9 3.2 Provinciaal beleid ___________________________________________________________________ 9 3.3 Gemeentelijk beleid _________________________________________________________________ 9 HOOFDSTUK 4. VORMVRIJE MER-BEOORDELING ____________________________________________ 10 4.1 Is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig? _____________________________________________ 10 4.2 Procedure ________________________________________________________________________ 10 HOOFDSTUK 5.

OMGEVINGSASPECTEN ____________________________________________________ 12 5.1 Algemeen ________________________________________________________________________ 12 5.2 Milieuzonering ____________________________________________________________________ 12 5.3 Luchtkwaliteit _____________________________________________________________________ 12 5.4 Licht_____________________________________________________________________________ 13 5.5 Ecologie__________________________________________________________________________ 13 5.6 Archeologie_______________________________________________________________________ 13 5.7 Landschappelijke inpassing/Erfinrichtingsplan __________________________________________ 14 5.8 Externe veiligheid __________________________________________________________________ 14 5.9 Water/Ontgrondingsverordening Fryslân/voorzieningen brandweer ________________________ 15 5.10 Bodem ___________________________________________________________________________ 16 5.11 Wet Natuurbescherming___________________________________________________________________________ 17 5.12 Verkeer, parkeren en geluid__________________________________________________________ 16 5.13 Kabels en leidingen ________________________________________________________________ 18 5.14 Conclusie ________________________________________________________________________ 18 HOOFDSTUK 6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ____________________________________________ 19 6.1 Toelichting op het juridische systeem _________________________________________________ 19 6.2 Toelichting op de bestemming _______________________________________________________ 19 HOOFDSTUK 7. UITVOERBAARHEID ________________________________________________________ 20 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ____________________________________________________ 20 7.2 Economische uitvoerbaarheid ________________________________________________________ 20

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 2

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21

Principe-toestemming gemeente Leeuwarden d.d. 2 juni 2021 Luchtkwaliteitsrapportage Ecologisch onderzoek Erfinrichtingsplan Onderzoek externe veiligheid Tekening watercompensatie; maatregelen en opstelplaatsen brandweer Tekening verwijdering verharding Weergave digitale watertoets Mailverkeer Wetterskip Fryslân 02-08 2022 Bodemonderzoek Stikstofdepositieberekening Aeriusberekening bouwfase Aeriusberekening gebruiksfase Begeleidend mailbericht bij parkeerberekening Parkeerberekening Rapportage Verkeerslawaai Rapportage Industrielawaai Klic-melding 1 Klic-melding 2 Klic-melding 3 Welstandsadvies

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 3

HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1 Algemeen Op de hoek van kruispunt Overijsselselaan - Hendrik Algrawei, net buiten de stad Leeuwarden bevindt zich een voormalige productielocatie van de waterleiding. Het gebied ligt formeel aan de Overijsselseweg die parallel is gelegen aan de Overijsselselaan en de Boksumerdyk. Het gebied bestaat uit twee kavels van samen 5.204 m2 (4.744 m2 en 460 m2). De kavels zijn kadastraal bekend als Gemeente Huizum, Sectie I, Nummer 162 en Gemeente Huizen, Sectie I, Nummer 68. Ten westen van het perceel zal op korte termijn de nieuwe wijk van Leeuwarden ‘Middelsee’ verrijzen die wordt ingesloten door het Van Harinxma-kanaal en het spoor Leeuwarden-Zwolle. Het gebied werd al geruime tijd niet meer gebruikt als productielocatie ten behoeve van het drinkwater-proces. Om onnodige leegstand en verval te voorkomen besloot het waterleidingbedrijf Vitens het gebied en de verschillende gebouwen in 2020 te verkopen. Omdat Vitens grote waarde hechte aan een visie op een (duurzame) herbestemming van het terrein werden de geïnteresseerden uitgenodigd hun toekomstige ideeën extra toe te lichten. Deze ideeën werden vervolgens beoordeeld en aan de hand van criteria: innovatief, duurzaamheid en kwaliteit van het plan en inpassing omgeving.

In september 2020 kreeg initiatiefneemster te horen dat zij met haar plan het hoogst gescoord had op deze onderdelen en daarmee in de mogelijkheid werd gesteld het complex te kopen. In november 2020 heeft de overdracht plaats gevonden en vanaf dat moment is begonnen met de ontwikkeling van een nieuwe toekomst van dit bijzondere gebied. Op 6 mei 2021 is een principe-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden voor de realisatie van: 1. Een kantoorruimte in het voormalige pompgebouw; 2. De realisatie van parkeerplaatsen; 3. De realisatie van een ontvangstruimte met bioscoop en horeca (ten dienste van bezoekers van de waterenclave) met op de verdieping 2 woonstudio’s waar nieuwe watertoepassingen/-uitvindingen in de praktijk kunnen worden getest; 4. De realisatie van een zgn. watertorenwoning; 5. De realisatie van een werkplaats met leslokalen; 6. De realisatie van warmteopslag in de bestaande voormalige waterkelders; 7. De realisatie van een fietsenstalling; 8. De realisatie van een nieuwe toegangsweg. Dit alles om de bezoeker kennis te laten maken met de geschiedenis en de ontwikkeling van de productie van schoon drinkwater c.a. waarbij tevens een beeld wordt gegeven van de moderne ontwikkelingen op dit gebied.

Daarnaast wordt ter plaatse gewerkt aan de ontwikkeling van een duurzaam waterwinproces met nieuwe toepasbare technieken ten behoeve van de consument. Bij brief d.d. 2 juni 2021 (bijlage 1) hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden in principe ingestemd met dit initiatief. Daarin is aangegeven dat in principe medewerking wordt verleend door middel van een uitgebreide afwijkingsprocedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omdat het initiatief is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het indienen van ondermeer een ruimtelijke onderbouwing is daarbij een vereiste. Aangezien initiatiefneemster de realisatie van genoemde verschillende onderdelen in tijd wenst te faseren is in overleg met het bevoegd gezag gekozen voor een partiele herziening van het bestemmingsplan. Dit plan beoogt daarin te voorzien.

1.2 Plangebied De projectlocatie ligt op de hoek van kruispunt Overijsselseweg - Hendrik Algrawei, net buiten de stad Leeuwarden. In figuur 1 is de ligging van de betreffende locatie weergegeven.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 4

Figuur 1: ligging projectgebied (bron: Ruimtelijke plannen)

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie baan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst dat relevant is voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Onderwerp van hoofdstuk 4 zijn de omgevingsaspecten waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan en tenslotte wordt de uitvoerbaarheid van het plan in hoofdstuk 6 toegelicht.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 5

HOOFDSTUK 2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Ontstaansgeschiedenis/huidige situatie Op het perceel Overijsselseweg was van 1905 tot 20210 een zogenaamd aanjaagstation met waterreservoirs (reinwaterkelder) in bedrijf. Kort samengevat zorgt een aanjaagstation ervoor dat het door pompstations aangevoerde (drink)water van elders onder voldoende druk verder wordt verpompt. Het onderhavige aanjaagstation is nog het oudste bestaande aanjaagstation van Friesland. Vanwege de architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde is het aanjaagstation in 2014 aangewezen als gemeentelijk monument. Het gebouw ten behoeve van het aanjaagstation met twee reinwaterkelders zijn thans nog aanwezig en worden in de nieuwe waterenclave hergebruikt met respect voor de architectuur en cultuurhistorie. Daarnaast bevinden zich nog drie woningen in de directe nabijheid van het voormalige aanjaagstation die wel deel uit hebben gemaakt van het gehele complex maar thans qua eigendomssituatie zijn afgescheiden van het projectgebied. Het betreft een voormalige dubbele dienstwoning zuidoostelijk van het projectgebied (de oorspronkelijke woningen van de stoker en machinist) en een voormalige veestalling die later is omgebouwd als bungalow voor het toenmalige hoofd van de technische dienst (westelijk van het project-gebied). Deze drie woningen worden bewoond.

De toegang tot de betreffende percelen vindt plaats via de Overijsselseweg.

Figuur 2: Luchtfoto van de bestaande bebouwing (bron Ruimtelijke plannen)

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 6

2.2 Beoogde situatie Het bestaande aanjaagstation zal worden aangewend als zelfstandige kantoorruimte voor het architectenbureau van initiatiefneemster. Ten behoeve van deze nieuwe functie zal het gebouw worden verbouwd met behoud van de karakteristieke aanzichten. In samenspraak met de monumentencommissie is besloten één grote ingreep te plegen door een vijf meter hoge glazen pui aan te brengen in de achtergevel. Deze pui verzorgt niet alleen de gewenste openheid, transparantie en noodzakelijke lichttoetreding maar zorgt ook voor de relatie van het gebouw met zijn omgeving. Het nieuwe perceel zal worden ontsloten vanaf de Boksumerdyk in plaats van vanaf de Overijsselseweg. Deze eeuwenoude inpolderingsdijk (1275) heeft destijds bijgedragen aan de inpoldering van de Middelsee en krijgt in de komende jaren betekenis als toegangsweg naar het wijkdeel Fellingen van de nieuw te bouwen wijk Middelsee. Door in het verlengde van het nieuwe toegangspad ook de parkeerplaatsen te situeren kan de doodlopende Overijsselseweg worden afgewaardeerd. Vanaf de parkeerplaatsen wordt de bezoeker via het water geleidt naar het nieuw te bouwen ontvangstgebouw. Door dit ontvangstgebouw parallel aan het water te situeren ontstaat er een buffer tussen de ontsluitingsweg van Middelsee, de Hendrik Algrawei, en het groene hart van het gebied.

Bijkomend voordeel aan de situering aan de noordzijde is dat het groene hart ondanks dit wat grootschaliger gebouw licht en zonnig blijft. Om aan te sluiten bij het algemene thema van het gebied (Waterwinning) is er een referentie gezocht voor wat betreft de vormgeving van het ontvangstgebouw. Voor de vormgeving is aansluiting gezocht bij de vormgeving van een pompstation. Door zijn schaal en maat zal het gebouw daarmee als belangrijkste gebouw van het gebied (en ontvangstgebouw), herkend worden. Het gebouw kent duidelijk twee zijden: een gesloten- en open zijde. Waarbij het gebouw zich aan de zuidzijde opent naar het groene hart van het gebied. Naast de algemene entree bevinden er zich in het gebouw een café/restaurantje (ondergeschikte horeca), bioscoopzaaltje (ten behoeve van de bezoekers van waterenclave) en twee “uitvinderswoningen”. In deze uitvinderswoningen worden, doormiddel van dagelijks gebruik, nieuwe innovaties op het gebied van de water- en energietransitie getest. Bij de oorspronkelijke waterwinning wordt een pompstation ingezet om van ruwwater drinkwater te maken. In dit geval wordt het pompstation gebruikt om van losse ideeën, innovaties te maken. Tegenover het nieuw te bouwen ontvangstgebouw liggen grotendeels onder de grond de twee oude reinwaterkelders.

De ronde betonnen kelder (1905) en de vierkante gemetselde kelder (1915) zijn tezamen goed geweest voor een opslagcapaciteit van 1,3 miljoen liter drinkwater. De ruimte onder het dak met zonnecollectoren boven de vierkante reinwaterkelder zal gebruikt worden als technische ruimte en als multifunctionele “werkplaatsen”. Om aansluiting te zoeken met de naastgelegen lage bungalow is ervoor gekozen dit gebouw zo laag mogelijk te houden. Bijkomend voor-deel is dat daarmee geen hinderlijke schaduw ontstaat in de tuin van de bungalow en het groene hart zonnig blijft. In de noordwestelijke hoek van het projectgebied zal een woning worden gerealiseerd waarvan de vorm doet denken aan een watertoren. Tenslotte wordt er nabij de (beheerders) woning nog een berging gerealiseerd ten behoeve van de opslag van allerhande zaken ten behoeve van de Waterenclave en wordt in de noordoosthoek van het projectge-bied nog een ondergrondse bedrijfsafvalcontainer aangebracht. De bouwtekeningen van de beschreven bouwwerken zijn als bijlage bijgevoegd. Hieronder is een 3D-impressie weergegeven.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 7

Figuur 3: 3-D tekening toekomstige situatie

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 8

HOOFDSTUK 3. BELEID 3.1 Rijksbeleid Het beleid van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit van Nederland is neergelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, vastgesteld 11-09-2020). Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van Rijksbeleid op 21 nationale belangen. Voor deze belangen acht het Rijk zich verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 21 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten die weer vertaald worden in beleidskeuzes: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het platteland. Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het genoemde beleid van de Rijksoverheid. 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal omgevingsbeleid van de provincie Fryslân is neergelegd in de Omgevingsvisie “Romte Diele” (september 2020). Dit beleid heeft zijn juridische vertaling gekregen in de provinciale omgevingsverordening Romte Fryslân 2014. In deze verordening zijn regels gesteld waarmee bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Het gaat hier om het herbestemmen van een bedrijfsfunctie naar een innovatieve- en educatieve functie (met zelfstandige kantoorfunctie) waarbij wordt gestreefd naar een maximaal behoud van architectonische en cultuurhistorische waarden. Er is sprake van een nieuwe stedelijke functie. Het projectgebied is gelet op de genoemde Omgevingsverordening gelegen in landelijk gebied. Echter gelet op het vastgestelde bestemmingsplan Middelsee is het projectgebied thans gelegen in bestaand stedelijk gebied. Het project voldoet daarmee aan het bundelingsprincipe zoals verwoord in artikel 1.1.1 van de Provinciale Omgevingsverordening Romte. Regionale woningbouwafspraken Het bestemmingsplan voorziet eveneens in de mogelijkheid voor het realiseren van drie woningen. In de Verordening Romte stelt de provincie als voorwaarde voor ruimtelijke plannen met mogelijkheden voor woningbouw dat deze in overeenstemming moeten zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. De gemeente Leeuwarden heeft met de provincie Fryslân afstemming gehad over het woningbouwprogramma (woonplan) voor een periode tot en met 2029 met een doorkijk tot en met 2039. Dit heeft geleid tot overeenstemming over de woningbouwafspraken 2020-2030 en het bijbehorende 'Planaanbod gemeente Leeuwarden 2020-2029, peildatum 16 februari 2022'.

Op 5 juli 2022 zijn deze afspraken schriftelijk namens Gedeputeerde Staten bevestigd. In het 'Planaanbod gemeente Leeuwarden 20202029, peildatum 16 februari 2022' is voor de Leeuwarden uitleglocaties enige flexibiliteit opgenomen in de woningaantallen onder de kop ‘diversen’. Hierbij is rekening gehouden met een jaarlijkse toename van 15 woningen. Dit betekent tot en met het jaar 2029, dat er 115 woningen mogen worden toegevoegd. Deze capaciteit is nog niet benut. Het bestemmingsplan voorziet in slechts drie woningen en past daarmee binnen de opgenomen aantallen in het woonplan. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met artikel 3.1.1 lid 1 van de verordening. 3.3 Gemeentelijk beleid Het projectgebied is gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Leeuwarden-Middelsee fase 1 (2020). Aan het onderhavige perceel is ingevolge dit bestemmingsplan de bestemming “Bedrijf-Nutsvoorziening" toegekend. Het initiatief is in strijd met het bestemmingsplan. De strijdigheid is gelegen in het feit dat de gewenste functies niet zijn toegestaan en het oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van die gewenste functies derhalve ok niet is toegestaan. Bij brief d.d.

2 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders echter aangegeven via een uitgebreide afwijkingsprocedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te willen afwijken van het vigerende bestemmingsplan waarmee de strijdigheid met het bestemmingsplan kan worden opgeheven. Uiteraard dient daarbij rekening te worden gehouden met de bouwaanduiding “karakteristiek”

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, januari 2025

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 9

Conclusie Het initiatief past binnen het rijksbeleid. Het initiatief is in strijd met het provinciale en gemeentelijk beleid. Door middel van et verlenen van een ontheffing en het volgen van een afwijkingsprocedure kan die strijdigheid worden opgeheven. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat dat het initiatief voldoet aan de goede ruimtelijke ordening. Het verlenen van de noodzakelijke ontheffing en volgen van de afwijkingsprocedure kan derhalve in voldoende mate worden gemotiveerd.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, januari 2025

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 10

HOOFDSTUK 4. VORMVRIJE MER-BEOORDELING M.E.R.-beoordelingsplicht 4.1 Is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om een milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een bestemmingsplan. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage Dactiviteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De onderhavige waterenclave is in feite in themapark gericht op het aspect water. Een themapark wordt aangewezen in het Besluit MER, onderdeel D, categorie 10 sub e. De drempelwaarden, te weten 1. 2. 3. 4.

250.000 bezoekers of meer per jaar; Een oppervlakte van 25 hectare of meer; 100 ligplaatsen of meer; Een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied

worden niet bereikt zodat voor dit initiatief een vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist. Door middel van deze paragraaf wordt de voorliggende toelichting op het bestemmingsplan dan ook mede gezien als vormvrije MER-beoordeling. 4.2 Procedure De voorliggende aanmeldnotitie/toelichting bestemmingsplan beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling betekent dat er geen m.e.r. wordt opgesteld, tenzij er sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus “Nee, tenzij….” De “belangrijke nadelige gevolgen” moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van het Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema’s: 1. 2. 3.

De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); De plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); De kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijk van het effect).

Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningaanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is de volgende procedurestappen doorlopen moeten worden: -

Door de initiatiefnemer moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoortdelingsbesluit nemen. Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerp-besluit; Het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen; Het (vormvrije)-m.e.r. beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag.

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De onderzoeken waar in deze beoordeling/bestemmingsplan naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 10

Conclusie Gelet op de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 5 blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van water, bodem, archeologie, cultuurhistorie, ecologie, geluid, verkeer en parkeren, luchtkwaliteit, externe veiligheid en milieuhinder om medewerking te verlenen aan het voorgenomen initiatief. Verder onderzoek is niet noodzakelijk. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt derhalve dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het onderhavige project, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voorts wordt er voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 11

HOOFDSTUK 5. OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Algemeen Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen mogelijk effecten op de omgeving van het projectgebied hebben. Daarbij valt te denken aan aspecten als hinder, bijvoorbeeld in de vorm van geluid, geur en stof. Voor vele van dergelijke aspecten zijn wettelijke regels en/of normen vastgelegd. In het onderstaande zal nader worden ingegaan op die omgevingsaspecten die relevant kunnen zijn ten aanzien van het onderhavige project. 5.2 Milieuzonering Ter bescherming van de woon- en leefkwaliteit is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies noodzakelijk. Om die reden moet worden onderzocht of in de directe omgeving van het plangebied gevoelige functies aanwezig zijn die hinder en/of overlast kunnen ervaren door de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. In de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” zijn de meest voorkomende vormen van bedrijvigheid beoordeeld op grond van hun hinderlijkheid en aan de hand daarvan verdeeld in een zestal milieucateg0rieën. Op grond van de mate van milieuhinderlijkheid wordt geadviseerd een bepaalde afstand ten opzichte van gevoelige functies aan te houden, zoals woningen, scholen, e.d. Deze afstandsnormen zijn indicatief van aard. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken.

De Waterenclave is niet in één keer te duiden in de VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering. Duidelijk is wel dat er in het samenstel van functies een restaurant-, school-, kantoor-, bioscoop-, werkplaats- en museumfunctie kan worden onderscheiden. Aan deze te onderscheiden functies wordt in genoemde brochure maximaal een categorie-indicatie 2 toegekend met een grootste afstand van 30 meter. De werkplaatsfunctie is hier vergeleken met een aannemersbedrijf met een vloeroppervlak van kleiner dan 1000 m2. Gelet op de verscheidenheid aan (toekomstige) andere stedelijke functies zoals sport-, maatschappelijke en woonfuncties) in de directe nabijheid en het feit dat het projectgebied langs de ontsluitingsweg van de nieuwe wijk Middelsee is gelegen (Hendrik Algraweg) is sprake van omgevingstype gemengd gebied en kan een kleinere afstand van 10 meter worden gehanteerd. Naast de eigen beheerderswoning en de twee “uitvinderswoningen” zijn de dichtstbijzijnde woningen van derden de woningen Overijsselseweg 8, 12 en 14. De planologische woonpercelen zijn direct gelegen tegen het plangebied. De woningen Overijsselseweg 12 en 14 zijn gesitueerd op meer dan 10 meter van het projectgebied. De woning Overijsselseweg 8 is gelegen op ca. 6 meter van het projectgebied. Daarmee wordt niet voldaan aan de indicatieve afstandsnorm van de VNG-Brochure “Bedrijven en Milieuzonering”.

Mede gelet daarop zijn verschillende van belang zijnde milieuparameters nader onderzocht op de effecten voor het woonklimaat waaronder akoestiek, luchtkwaliteit, bodem en ecologie. In de navolgende paragrafen wordt daarop nog een toelichting gegeven. Echter bedacht moet worden dat aan het projectgebied thans de enkelbestemming Bedrijf-Nutsvoorzieningen is toegekend. Als zodanig aangewezen gronden zijn aangewezen voor gebouwen ten behoeve van openbaar nut zoals een transformatorstation, gebouwen ten behoeve van gasvoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen. Elektriciteitsdistributiebedrijven, gasdistributiebedrijven, waterdistributiebedrijven zijn ingevolge deze bestemming ondermeer toegestaan. De daarbij genoemde afstanden ingevolge genoemde VNG-brochure variëren dan van 30 tot 1000 meter. De indicatieve afstand wordt thans teruggebracht tot 10 meter. 5.3 Luchtkwaliteit In de Wet luchtkwaliteit zijn normen opgenomen voor de kwaliteit van de buitenlucht. Deze normen hebben betrekking op de concentraties in de buitenlucht van een aantal luchtverontreinigende stoffen. Het betreft de stoffen zwaveldioxide, fijn stof (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Deze wetgeving vloeit voort uit normen voor luchtkwaliteit die door de Europese Unie zijn gesteld.

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet worden aangetoond dat bij de uitvoering van dat plan: de wettelijke grenswaarden voor de genoemde stoffen niet worden overschreden, dan wel bij een beperkte toename van de concentratie van één of meer van de genoemde stoffen door eenmet het project samenhangende maatregel/effect de luchtkwaliteit per saldo verbetert, dan wel het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 12

In het “Besluit niet in betekenende mate” is vastgelegd dat wanneer een ontwikkeling niet meer bijdraagt dan 3% aan de grenswaarde, deze niet getoetst hoeft te worden aan de wettelijke grenswaarden. Voor bepaalde landbouw inrichtingen wordt op voorhand al aangenomen dat zij niet in betekenende mate zullen bijdragen aan de luchtkwaliteit. Deze zijn opgenomen in een ministeriële regeling (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit). In het bijgevoegde rapp0rt van Noorman Advies d.d. 5 september 2022 (bijlage 2) wordt het navolgende geconcludeerd: De ter plaatse van het plangebied en in de directe omgeving berekende jaargemiddelde concentraties fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn ruim lager dan de (gezondheids-)grenswaarden als gegeven in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Tevens kan worden voldaan aan de grenswaarde van 25 μg/m³ geldend voor zeer fijn stof (PM2,5). Het aantal overschrijdingen van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 van 50 μg/m3 voldoet aan de grenswaarde van 35 maal per kalenderjaar. Het aantal overschrijdingen van de uurgemiddelde concentratie van 200 μg/m³ voldoet aan de grenswaarde van 18maal per kalenderjaar.

Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de planvorming 5.4 Licht Ter voorkoming van onevenredige lichtuitstraling zal het terrein ten behoeve van bezoekers en personeel zo minimaal mogelijk worden verlicht. 5.5 Ecologie Diverse dier- en plantensoorten worden op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Niet alleen de soorten zelf, maar ook hun holen, nesten, e.d. zijn beschermd. Voor een groot aantal soorten geldt een zorgplicht. Dit houdt in dat voldoende zorg in acht moet worden genomen voor alle in het wild levende dieren en planten (inclusief hun leefomgeving). Concreet betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep rekening moet worden gehouden met alle ter plaatse aanwezige dieren en planten en moet worden voorkomen dat deze worden gedood, verwond of gestoord. Voor alle grondgebonden zoogdieren en amfibieën in het plangebied geldt de zorgplicht. In een rapportage van Vos Ecologisch onderzoek d.d. 17 mei 2022 (bijlage 3) is het navolgende geconcludeerd: Er zijn geen vervolgstappen nodig ten aanzien van beschermde soorten. Wel is het van belang om rekening te houden met broedende vogels: De bouw- en aanlegwerkzaamheden kunnen broedende vogels verstoren. Dit is verboden en daarvoor is ook geen ontheffing mogelijk.

Verstoring van broedende vogels kan eenvoudig worden voorkomen door het bouwrijp maken en bouwen uit te voeren buiten de broedperiode, indicatief 15 maart-15 juli. Bij werkzaamheden in de broedperiode moet voldoende afstand gehouden worden tot de opgaande beplanting waarin vogels broeden. Ook in de oevers van de sloten kunnen vogels broeden. Geadviseerd wordt om werkzaamheden in de broedperiode te laten begeleiden door een ecoloog zodat verstoring van nesten wordt voorkomen. Tenslotte geldt een algemene zorgplicht. Het verstoren, verwonden of doden van dieren (en planten) moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Wanneer er bijvoorbeeld amfibieën worden aangetroffen op de bouwplaats kunnen deze het beste worden opgepakt en verplaatst naar een plek in de omgeving, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het integrale ecologisch onderzoek is bijgevoegd waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. Initiatiefnemer zal opvolging geven aan de aanbevelingen in de rapp0rtage. 5.6 Archeologie Voor het plangebied geldt eveneens het bestemmingsplan “Partiële herziening Archeologie” (vastgesteld 29 maart 2022). Op grond van dit plan is aan het plangebied de bestemming “Waarde-Archeologie 6” toegekend. Artikel 9.1 van het genoemde bestemmingsplan bepaalt vervolgens dat als zodanig aangewezen gronden mede bestemd zijn voor de bescherming van archeologische waarden van de gronden.

In artikel 9.2.1 is bepaald dat voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en die de bodem dieper dan 0.50 m beneden maaiveld verstoren een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 13

Aangezien de nieuw te bouwen bouwwerken in oppervlakte de genoemde oppervlakte van 10.000 m2 niet overschrijden is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Wel is initiatiefnemer bekend met het feit dat er op grond van de Erfgoedwet een meldingsplicht voor toevalvondsten bestaat. 5.7 Landschappelijke inpassing/Erfinrichtingsplan Initiatiefneemster heeft als architecte zelf een landschapsplan ontwikkeld welke hier als bijlage 4 is bijgevoegd. Onderstaand is het landschaps-inpassingplan weergegeven. Voor de integrale schets wordt u kortheidshalve naar de bijlage verwezen. Juist gelet op het doel van het onderhavige initiatief is in het plan aandacht besteed aan en ruimte geboden aan ondermeer een waterbekken met natuurlijke oeverranden, een beleeftuin, ruimte voor wisselende tentoonstellingen in de buitenruimte, een moestuin en een natuurtuin. Uitvoering en instandhouding van het landschapsplan wordt geborgd in de planregels. Welstandszorg Hûs en Hiem heeft op 1 maart 2022 in het kader van vooroverleg positief geadviseerd inzake de bouwkundige toevoegingen (bijlage 21).

Figuur 4. Erfinrichtingsplan 5.8 Externe veiligheid Op grond van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) moet afstand worden aangehouden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Ten behoeve van de onderbouwing van het bestemmingsplan Leeuwarden-Middelsee fase 1 (2020), waarvan het projectgebied deel uitmaakt, heeft het bevoegd gezag onderzoek gedaan naar de externe veiligheid. Op 26 april 2018 heeft de FUMO de onderzoeksrapportage (bijlage 5) gepresenteerd. Deze rapportage is hier bijgevoegd. Tegelijkertijd met het geven van een aantal adviezen wordt het navolgende geconcludeerd: Ondanks maatregelen ter verhoging van de veiligheid kunnen risico’s nooit voor 100% worden weggenomen. Ook na het nemen van de veiligheid verhogende maatregelen zal een restrisico blijven bestaan. Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 14

Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het GR en het advies van Brandweer Fryslân, dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Voor wat betreft de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van de ontwikkeling meegewogen te worden. In de Toelichting van het genoemde bestemmingsplan wordt vervolgens in paragraaf 4.5 gesteld dat: Fase 1 van de gebiedsontwikkeling valt niet binnen de risicocontour van het lpg-tankstation aan de Overijsselselaan. Een verantwoording van het groepsrisico achten wij dan ook niet noodzakelijk. Bij vervolgfases zal dit wel dienen te gebeuren. Er heeft verder overleg plaatsgevonden met de leidingbeheerder van de hoogspanningsleidingen. De afstand van de woningen tot aan het tracé van de hoogspanning is hierop afgestemd. Bij de uitwerking van de plannen zullen wij rekening houden met het advies van de brandweer. Verder zullen wij de brandweer betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen. Ondanks maatregelen ter verhoging van de veiligheid kunnen risico's nooit voor 100% worden weggenomen. Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het GR en het advies van Brandweer Fryslân, dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico.

Voor wat betreft de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van het plan meegewogen te worden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de haalbaarheid van voorliggend plan. Gelet op de ligging van het lpg-station en hoogspanningsleiding ten opzichte van het onderhavige projectgebied vormt de externe veiligheid voor het initiatief geen belemmering. 5.9 Water/Ontgrondingsverordening Fryslân/voorzieningen brandweer Water Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, moet bij nieuwe ruimtelijke plannen worden aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De verplichting hiertoe vloeit voort uit het bepaalde hieromtrent in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Waterschappen moeten daarom in een vroeg stadium betrokken worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Er wordt ter plaatse een sloot gedempt (220 m2) 1200 m2 halverharding aangebracht, 707 m2 aan nieuwe bebouwing opgericht en 500 m2 aan bestaande verharding verwijderd. De beleidsregels van Wetterskip Fryslân bepalen dat alle verwijderde oppervlaktewater voor 100% in nieuw oppervlaktewater dient te worden gecompenseerd, nieuwe (gesloten) verharding voor 10% met nieuw oppervlaktewater dient te worden gecompenseerd en half verharding voor 7,5% dient te worden gecompenseerd.

Dit resulteert in een opgave om 331 m2 aan nieuw oppervlaktewater in het projectgebied te realiseren. Initiatiefnemer heeft dientengevolge besloten de bestaande watergang aan de noordzijde van het projectgebied te verbreden waarmee 331 m2 extra oppervlaktewater wordt gerealiseerd (zie ook bijlage 6 en 7) . Voorts is op 25 juli 2022 een digitale watertoets verricht waarvan de weergave en de resultaten eveneens zijn bijgevoegd (bijlage 8). In aansluiting daarop heeft Wetterskip Fryslân bij mailbericht d.d. 2 augustus 2022 (bijlage 9) nog aandacht gevraagd dat met het onderhavige initiatief schouwwater wordt gedempt (daarvoor wordt een Watervergunning gevraagd). Vervolgens wordt gevraagd hoe daarmee rekening wordt gehouden in het plan. Tevens wordt aandacht gevraagd voor compensatie van de verharding in het projectgebied. Over beide zaken is aanvullend overleg met Wetterskip Fryslân gepleegd waarna Wetterskip Fryslân een maatregelen-tekening heeft vervaardigd. Deze maatregelen zijn eveneens opgenomen in bijlage 6. Deze maatregelen zullen bij realisatie van het project worden uitgevoerd. Ontgrondingsverordening Fryslân Het feit dat er 331 m2 aan nieuw oppervlaktewater ter compensatie wordt aangebracht zou mogelijk kunnen betekenen dat er een melding of vergunningaanvraag noodzakelijk is ingevolge de ontgrondingsverordening Fryslân.

Deze extra oppervlakte aan oppervlaktewater zal worden gerealiseerd als plasberm/drasoever. De tekeningen van deze plasberm-drasoever zijn bij mailbericht van 3 april 2024 voorgelegd de FUMO die belast is met vergunningverlening ontgrondingen. Bij mailbericht van 15 april 2024 reageert de FUMO als volgt:

Dank voor de informatie met de meegestuurde tekeningen. Het aanleggen van de natuurvriendelijke oever is vrijgesteld van vergunningplicht op basis van artikel 16.7 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit betekent dus dat de ontgronding niet verder mag gaan dan nodig is voor de realisering hiervan. Dus bijvoorbeeld niet een verbreding of verdieping van de eigenlijke watergang. In dat geval is er alleen sprake van een (andere) vrijstelling op grond van de Omgevingsverordening Fryslân, indien: 1. Grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven, en; 2. Het oppervlaktewaterlichaam een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 meter, een bodembreedte van niet meer dan 3 meter en als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 meter onder dat peil. Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 15

Ik raad u aan om deze mail bij de hand te hebben in het geval dat onze collega’s van Toezicht de locatie bezoeken. Een vergunning of melding in het kader van genoemde ontgrondingsvergunning is derhalve niet noodzakelijk. Voorzieningen Brandweer Op de bijgevoegde watercompensatie-tekening zijn drie opstelplaatsen voor de brandweer aangegeven in de nabijheid van oppervlaktewater. Uiteraard kan de brandweerwagen zich op elke plaats in het projectgebied opstellen afhankelijk van de brandhaard. Over het terrein loopt een hoofdwaterleiding. Een waterleidingsysteem ten behoeve van de te realiseren gebouwen is nog niet aanwezig. Dit zal nog worden aangelegd. Op het moment van aanleg zal overleg met Brandweer Fryslân worden gezocht omtrent het plaatsen van brandkranen op dit waterleidingsysteem in aanvullende zin. 5.10

Bodem

Er zijn geen bodemkwaliteitsgegevens bij de gemeente bekend betreffende onderhavige locatie. Ook uit bodemloket van Rijkswaterstaat blijkt dat de bodem ter plaatse niet voor beperkingen zorgt. In juni 2022 is door Antea Group Heerenveen een onderzoek rapportage gepresenteerd (zie bijlage 10). Daarin wordt het navolgende geconcludeerd: De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Er is geen bodemverontreiniging van betekenis aangetoond. De resultaten vormen geen milieu hygiënische belemmering voor de toekomstige ontwikkeling van de locatie. De locatie is geschikt voor de functie Wonen. 5.11

Wet Natuurbescherming

Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie samen aan een Europees netwerk van natuurgebieden, het Natura 2000-netwerk. De aanwijzing van Nederlandse natuurgebieden die deel uitmaken van dit netwerk is inmiddels in gang gezet. Natura 2000-gebieden in Nederland worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. Om schade aan natuurwaarden binnen Natura 2000-gebieden te voorkomen bepaalt de Wet Natuurbescherming dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren, of die een verstorend effect kunnen hebben op de aanwezige soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Op grond van de voorgenomen activiteiten is een Depositieonderzoek en Aeriusberekening uitgevoerd door Noorman Advies te Groningen. In de betreffende onderzoeksrapportage d.d. 27 november 2023 (zie bijlage 11, 12 en 13) wordt het navolgende geconcludeerd: Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat de vanwege de planontwikkeling te verwachten stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jaar. Significante effecten zijn niet te verwachten. Er geldt geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 5.12

Verkeer, parkeren en geluid

De vestiging van de waterenclave mag niet leiden tot ontwrichting van het verkeerssysteem. Als gevolg daarvan wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd vanaf de Boksumerdyk. Voorts zal op eigen terrein meteen worden voorzien in voldoende parkeercapaciteit. Het bevoegd gezag heeft op 9 maart 2022 op verzoek van initiatiefneemster aangegeven welke parkeercapaciteit gelet op de functies op het terrein noodzakelijk is (bijlage 14 en 15). In het worst-case scenario (en geen rekening houdende met dubbelgebruik van een parkeerplaats gedurende een dag) is een capaciteit vereist van 25 parkeerplekken. Het plan voorziet in 23 parkeerplekken. Naar verwachting zal dit ruimschoots toereikend zijn. Blijkt dit in de praktijk niet het geval te zijn dan zullen er op het terrein nog aanvullende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 16

De parameter geluid is berekend voor het wegverkeerslawaai ten opzichte van de realisatie van de twee “uitvinderswoningen” en de (beheerders) woning alsmede op de op de realisatie van een schoolfunctie (verkeerslawaai). Voorts is de parameter geluid onderzocht voor wat betreft de uitstraling van het geluid afkomstig van de Waterenclave op de woningen aan de Overijsselseweg 12 en 14 en 8 (industrielawaai). Noorman Advies te Groningen heeft inzake het verkeerslawaai op 21 december 2023 gerapporteerd. Geconcludeerd wordt: Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat voor de nieuwe woningen een hogere waarde procedure dient te worden doorlopen. De nieuwbouw voldoet aan de ontheffingscriteria als opgenomen in de ‘Beleidsregel vaststellen hogere waarde gemeente Leeuwarden 2014’ en aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB (binnenstedelijk gebied) uit de Wet geluidhinder. Uit het maatregelonderzoek volgt dat maatregelen ter beperking van de geluidbelasting te ingrijpend zijn voor het bouwplan, dan wel niet kostenefficiënt, vanuit stedenbouwkundige perspectief niet wenselijk en/of stuiten op bezwaren van verkeerskundige aard. De voor de nieuwe woningen vast te stellen hogere waarde bedraagt ten hoogste: · Lden = 51 dB vanwege de Overijsselselaan; · Lden = 52 dB vanwege de Hendrik Algrawei.

De geluidbelasting vanwege de Boksumerdyk (na herinrichting als 30-km weg) invallend op de nieuwbouwwoningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden ≤ 48 dB. De cumulatieve geluidbelasting vanwege het wegverkeer op alle wegen samen, exclusief correctie op grond van art. 110g Wgh, bedraagt bij de nieuwe woningen ten hoogste Lden = 58 dB. Om een in akoestische zin acceptabel woon- en leefklimaat binnen de nieuwe woningen te waarborgen moet worden voldaan aan een binnen niveau Lden ≤ 33 dB. De gevelgeluidwering dient hiertoe tenminste 25 dB(A) te bedragen. De nieuw te realiseren woningen binnen net plangebied worden voorzien van een volledig mechanisch ventilatiesysteem zonder roosters in de ramen. De te verwachten gevelgeluidwering bedraagt in dat geval circa 27 dB(A), waarmee aan het vereiste binnenniveau kan worden voldaan (zie bijlage 16). Het bovenstaande betekent dat tegelijk met onderhavige omgevingsvergunning procedure een zgn. Hogere waarde procedure ingevolge de Wet geluidhinder dient te worden gevolgd. Noorman Advies te Groningen heeft inzake het industrielawaai eveneens op 27 november 2023 gerapporteerd (zie bijlage 17). Daarbij zijn zowel de binnen het plangebied te realiseren drie nieuwe woningen (reguliere woonbestemmingen) als de woningen aan de Overijsselseweg 8, 12 en 14 (eveneens reguliere woonbestemmingen) beschouwd.

In deze rapportage wordt het navolgende geconcludeerd: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit het onderzoek volgt dat na herbestemming de te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ter plaatse van zowel de bestaande woningen aan de Overijsselseweg, als de binnen het plangebied te realiseren woningen voldoen aan zowel de VNG-beoordelingscriteria, als de normering als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Maximale geluidniveaus Uit het onderzoek volgt verder dat ook de te verwachten maximale geluidniveaus voldoen aan denormering als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit geldt zowel voor de bestaande woningen aan de Overijsselseweg, als de binnen het plangebied te realiseren woningen. Het verschil tussen de normering in het kader van de VNG en de voorschriften als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer is met name gelegen in het feit dat bij de toetsing aan de VNG-criteria specifieke geluidbronnen niet zijn uitgezonderd van toetsing. Het betreft daarbij onder meer maximale geluidniveaus door laad- en losactiviteiten, stemgeluiden en aankomst en vertrek van bezoekers. Uit het onderzoek volgt dat als deze (maximale) geluidbronnen worden meegenomen in de beoordeling, de VNG-grenswaarden mogelijkerwijs worden overschreden ter plaatse van de binnen het

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 17

plangebied nieuw te realiseren woningen. Als nader gemotiveerd in paragraaf 7.3 kan een overschrijding van de grenswaarden in deze situatie toelaatbaar worden geacht omdat onacceptabele geluidhinder niet is te verwachten en een goed c.q. acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat voldoende blijft gewaarborgd. Indirecte hinder Aan de voor indirecte hinder geldende voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde kan, zowel ter plaatse van de bestaande woningen aan de Overijsselseweg, als de binnen het plangebied te realiseren woningen, worden voldaan. 5.13

Kabels en leidingen

Binnen het plangebied of in de buurt hiervan zijn geen kabels en leidingen aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden (bijlage 18, 19 en 20). 5.14 Conclusie Op grond van hetgeen in de voorgaande paragrafen over de diverse omgevingsaspecten aan de orde is gekomen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen functiewijziging en bouwplannen op het perceel Overijsselseweg 10 te Goutum.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 18

HOOFDSTUK 6. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 6.1 Toelichting op het juridische systeem Het onderhavige bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. Het gebruik van de gronden wordt vastgelegd in de bestemmingsregels en op een digitale verbeelding. Dit vormt het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt de keuze voor de bestemming gemotiveerd. 6.2 Toelichting op de bestemming Het onderhavig perceel is thans één planologisch perceel met de bestemming “Bedrijf-Nutsbedrijf”. Op het oorspronkelijke perceel zijn thans nog twee afzonderlijke woonbestemming-vlakken ten behoeve van drie woningen aanwezig die gehandhaafd blijven. Aan de huidige bestemming “Bedrijf-Nutsbedrijf zal de bestemming Gemengd-1 worden toegekend waarbinnen niet-zelfstandige functies zijn toegestaan ten behoeve van maatschappelijke diensten aan derden (waterenclave) zoals ontvangstruimte, bioscoop en horeca, werkplaats, onderwijslokalen, warmteopslag, waterbassins, woonstudio’s, en kantoren alsmede zelfstandige kantoren. Op het perceel zijn in totaal vier bouwvlakken aangegeven waar mag worden gebouwd ten behoeve van genoemde bestemming en bijbehorende functies. Binnen twee aangeduide bouwvlakken zijn in totaal maximaal 3 woningen (woonstudio’s) toegestaan.

Binnen één aangeduid bouwvlak is een zelfstandige kantoorfunctie toegestaan. Op de afzonderlijke bouwvlakken op het bouwperceel zijn verschillende bebouwingsregels van toepassing tot uitdrukking komende in de bebouwingsaanduidingen (max. bebouwingshoogte) op de planverbeelding. Daarnaast zijn binnen de bestemming ontsluitingswegen, groen, water en parkeerplekken toegestaan. In de bestemmingsomschrijving is door middel van de bestemmingsomschrijving in combinatie met de gebruiksbepalingen en de begripsbepalingen het verlenen van zorg en zorg-wonen ter plaatse uitgesloten. Tenslotte is de uitvoering en instandhouding van het Landschapsinpassingsplan geborgd in de planregels.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 19

HOOFDSTUK 7. UITVOERBAARHEID 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Tijdens de voorbereiding van de aangevraagde omgevingsvergunning en daarmee samenhangende afwijking van het vigerende bestemmingsplan zal via overleg met overige overheidsinstanties, zoals de provinsje Fryslân en de ter inzagelegging van een ontwerp besluit tot vergunningverlening worden onderzocht of maatschappelijk draagvlak voor het onderhavige initiatief bestaat. De initiatiefnemer heeft het plan voorgelegd aan de eigenaren van de direct belendende drie woningen. Deze eigenaren hebben aangegeven geen bezwaren tegen het voorliggende initiatief te hebben. Voorts heeft het plan in ontwerp ter inzage gelegen. Naar aanleiding daarvan zijn geen zienswijzen ingediend. 7.2 Economische uitvoerbaarheid De gemeente is niet in financiële zin betrokken bij het initiatief. Hoewel planschade niet wordt verwacht zal in verband met mogelijk optredende planschade tussen gemeente en initiatiefnemer een planschadeovereenkomst worden opgesteld. Met het voorgaande is de economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan gegarandeerd.

Toelichting bestemmingsplan Goutum, Overijselseweg 10 Projectnr: AJS/2023019 Drogeham, november 2024

NL.IMRO.0080.07003BP00-VA01 20

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Bijlage bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

25

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Bijlage 1

Principe-toestemming gemeente Leeuwarden d.d. 2 juni 2021

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

Goutum - Overijsselseweg 10 (Waterenclave) vastgesteld

Bijlage 2

Luchtkwaliteitsrapportage

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

Notitie 22210161.N02

Herbestemming Aanjaagstation te Goutum - Luchtkwaliteitonderzoek -

Datum:

5 september 2022

Opdrachtgever:

Spoelstra Omgevingsadviseur Lytse Wei 20 9289 LB Drogeham

Auteur:

dhr. A.P.O. Gosselaar, MSc

Collegiale toets:

dhr. J. Dijkstra (projectleider)

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Inleiding In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur is een luchtkwaliteitonderzoek (prognose) uitgevoerd voor de herbestemming van het voormalige aanjaagstation van het waterleidingbedrijf aan de Overijsselseweg 10 te Goutum (gemeente Leeuwarden). Afbeelding 1 geeft de ligging van het voormalige aanjaagstation weer. Afbeelding 1: Ligging plangebied voormalig aanjaagstation Goutum

Binnen het plangebied worden woningen, een werkplaats met instructielokalen en een ontvangstruimte met horeca gerealiseerd. Het vigerende bestemmingsplan ‘Leeuwarden Middelsee fase 1’ biedt geen mogelijkheden voor de nieuwbouw. Om de nieuwbouw mogelijk te maken dient een plaprocedure te worden doorlopen. In dat kader is het aspect ‘luchtkwaliteit’ nader beoordeeld. Het plangebied is gelegen binnen de invloedssfeer van diverse wegen. Onderzocht is de luchtkwaliteit in de omgeving vanwege het wegverkeer, inclusief de verkeersaantrekkende werking vanwege de herbestemming van het plangebied, alsmede de mogelijke emissies naar de lucht vanwege de

22210161.N02

pagina 2 van 8

www.noormanadvies.nl

activiteiten binnen het plangebied. De berekende immissieconcentraties zijn getoetst aan de grenswaarden als gegeven in bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Situatie Plangebied In figuur 1 is een overzicht van de beoogde terreinindeling gegeven. Het voormalige aanjaagstation aan de Overijsselseweg 10 was voorheen in gebruik als productielocatie van het waterleidingbedrijf, maar is al geruime tijd buiten bedrijf. Het bestaande industriële (monumentale) gebouw aan de Overijsselseweg 10, waarin het aanjaagstation was gehuisvest, krijgt een kantoorfunctie. Ook de vroegere reinwaterkelders blijven gehandhaafd. Deze worden geschikt gemaakt voor warmtevoorziening en energieopwekking. Op het terrein worden diverse nieuwe gebouwen gerealiseerd waaronder: • • • •

een ontvangstgebouw met op de begane grond een bezoekerscentrum met horeca en op de verdieping twee woningen; een beheerderswoning, die zal worden gebouwd in de vorm van een watertoren; een werkplaats met vaklokalen en diverse bergingen.

Het terrein wordt toegankelijk via een nieuwe westelijk gelegen toegangsweg (gelegen langs de bestaande woning nr. 8) die aansluit op de Boksumerdyk. Aan het eind van deze nieuwe toegangsweg komen parkeergelegenheden.

Ontwikkelingen omgeving plangebied Naast de herbestemming van het voormalige aanjaagstation is ook het omliggende gebied in ontwikkeling. Grenzend aan de westzijde van het plangebied komen sportvelden en aan de noordzijde groenvoorzieningen. Verderop ten zuiden en ten westen van het plangebied is in 2020 begonnen met de bouw van de nieuwe woonwijk ‘Middelsee’. In deze nieuwe wijk komen in totaal 3.200 woningen. Om de nieuwe woonwijk en sportvelden te ontsluiten wordt er een nieuwe wijkontsluitingsweg aangelegd. Deze weg takt aan op de bestaande weg de Hendrik Algrawei, die is gelegen ten noorden van het plangebied.

22210161.N02

pagina 3 van 8

www.noormanadvies.nl

Wegen rondom het plangebied Het plangebied is gelegen in een stedelijke omgeving. In de directe omgeving liggen de 50 km-wegen Overijsselselaan en de Hendrik Algrawei. Verder relevant zijn de ontsluitingsroute van het plangebied via de Boksumerdyk en het verkeer rijdend binnen het plangebied.

Bedrijfsactiviteiten Binnen het plangebied worden nieuwe bedrijfsactiviteiten (werkplaats, horeca en energieopwekking) ontwikkeld. Mogelijke emissies van NOx komen vrij als gevolg van het bezoekers- en bevoorradingsverkeer naar en van de inrichting. De emissies verband houdend met overige bedrijfsmatige activiteiten als het gebruik van de werkplaats en horecaruimte zijn verwaarloosbaar.

Normering Wet milieubeheer Ter bescherming van de gezondheid van de mens zijn in bijlage 2 van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen gegeven met betrekking tot onder meer stikstofdioxide NO 2, fijnstof PM10 en de fijnere fractie van fijnstof PM2,5. De normstelling is in tabel 1 samengevat. Tabel 1: Grenswaarden luchtkwaliteit Stof NO2

Grenswaarde 40 microgram per m³ als jaargemiddelde concentratie 200 microgram per m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden

PM10

40 microgram per m³ als jaargemiddelde concentratie 50 microgram per m³ als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden

PM2,5

25 microgram per m³ als jaargemiddelde concentratie

Beoordeling Als aangegeven in artikel 5.19, tweede lid van de Wet milieubeheer zijn voor de beoordeling de volgende locaties uitgezonderd van toetsing: a. locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=f08ffb94-1b4f-4e48-9040-330eff8039bc