CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsprogramma Energie 2025-2030

Besluitvorming (raad) 26 november 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Addendum omgevingsvisie Energie & Warmte en Beleidsprogramma Energie 2025-203017.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Doelstellingen

• Onze energiebesparingsaanpak is inclusiever • Het aandeel huishoudens met energiearmoede is gedaald • In alle gebieden waar we aan de slag gaan met energieprojecten wordt een participatieproces gehouden • Het aantal energie-initiatieven in onze gemeente is in 2030 toegenomen • Eén of meerdere energiegemeenschappen is actief • Bij ten minste 50% van de lokale projecten is sprake van lokaal eigendom • Er is een gemeentelijk energie- en warmtebedrijf opgericht waarmee we kunnen deelnemen in lokale energieprojecten

• We besparen 27% energie • We reduceren het aardgasverbruik met 63% • We hebben totaal 400 MW aan hernieuwbare opwekcapaciteit • We zetten in op restwarmte, warmtepompen, geothermie en aquathermie. In 2030 zijn hieruit verschillende warmtenetten gerealiseerd met een vermogen van 0,3 PJ • Het elektriciteitsnetwerk is versterkt door realisatie van nieuwe onderstations, middenspanningsruimtes en kabels • We plaatsen batterijopslag waar nodig

Uitvoering

• Inclusieve energiebesparingsaanpak • Informatie, advies en begeleiding • Eenvoudige en laagdrempelige subsidies • Verduurzaming Leeuwarden Oost • Wijk- en dorpsgerichte isolatieaanpakken • Natuurvriendelijk isoleren • Inclusieve beleidsvorming • Ondersteunen en stimuleren van lokale initiatieven • Faciliteren van energiegemeenschappen • Stimuleren lokaal eigendom • Gemeentelijke rol in energieprojecten

• Energiesparingsaanpak woningen • Energiesparingsaanpak bedrijven en verenigingen • Energiesparingsaanpak mobiliteit • Energiesparingsaanpak eigen organisatie • Duurzame energieopwek • Duurzaam en betaalbaar warmtesysteem • Een slim, toekomstbestendig en betrouwbaar elektriciteitsnet

We erkennen dat de energietransitie ook een sociaal vraagstuk is. Daarbij kijken we breder naar de verdeling van verschillende vormen van welvaart en welzijn zoals gezondheid, bestaans­zekerheid,

• 150 MW Zonne-energie op daken • 150 MW Zonne-energie op veld • 100 MW Windenergie • Batterijopslag waar nodig • Goed ingepaste elektriciteitshuisjes • Geconcentreerde laadinfrastructuur • Ruimte reserveren in de ondergrond

Uitvoering

Uitvoering

energie en blijven zij verder achter bij het verduurzamen van hun woning of het vervoer. Hierdoor kan de energietransitie als oneerlijk worden gezien en bestaande sociale problemen vergroten.

Doelstellingen

• We beperken het ruimtebeslag van de energietransitie door energiesparingen en slimme keuzes • Meervoudig ruimtegebruik en functiecombinaties • We werken volgens de zonneladder • Ruimtelijk principe stad, dorp, buitengebied: schaal bij schaal • Zorgvuldige ontwerpen en ontwerponderzoek • Clustering van grootschalige opwek: bedrijventerreinen en zoekgebied Nieuw Stroomland. • Verkennen van één of meerdere lijnopstellingen windenergie • Innovatie en energieopwekking op de Energiecampus

Figuur 10: Schema samenhang tussen ambities, opgaven, doelen en uitvoering

bereikbaarheid en leefbaarheid. Door de energietransitie te combineren met de aanpak van sociale ongelijkheid willen we de steun voor de energietransitie vergroten en tegelijkertijd kansen benutten om bredere problemen aan te pakken.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

5.2.1 Opgave: de energietransitie is niet inclusief Niet iedereen is op dezelfde manier betrokken bij de energietransitie. De afstand tussen koplopers en achterblijvers wordt groter. Zo zijn mensen met een laag inkomen het minst verantwoordelijk voor de klimaatproblemen, maar dragen zij vaker de risico’s en de lasten. Bovendien maken zij minder vaak gebruik van, of hebben minder voordeel van maatregelen voor duur­zame

Sociaal rechtvaardige energietransitie

Ambitie 2050

27

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

28

Een duurzamere woning zorgt voor minder energieverbruik en meer wooncomfort. Daarnaast draagt het bij aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners.

Werkgroep Duurzaam Feinsum

5.2.2 Opgave: energiearmoede Een huishouden met energiearmoede heeft een laag inkomen en te maken met hoge energie­

kosten en/of een woning met lage energiekwaliteit3. Door stijgende energieprijzen is de energiearmoede en -ongelijkheid de afgelopen jaren toegenomen. In 2023 had 6,3% van de huishoudens in de gemeente Leeuwarden te maken met energiearmoede4. In de meest kwetsbare wijken en buurten zien we de grootste stijging van de kans op energiearmoede. Het is belangrijk en nood­ zakelijk om de energierekening voor iedereen betaalbaar te houden.

Energiegemeenschap rondom luchtbasis

De energietransitie kan een cruciale rol spelen in het verminderen van energiearmoede. Door een duurzaam energiesysteem, een duurzame woning en duurzame technologie zijn huishoudens weerbaarder tegen hoge energieprijzen. De verduurzaming van een woning zorgt ervoor dat het energieverbruik van een huishouden afneemt en het wooncomfort toeneemt. Daarnaast is een duurzame woning van belang voor de fysieke en mentale gezondheid van inwoners. Bijvoorbeeld door een afname van kou, tocht, schimmel en doordat er minder financiële zorgen zijn. 5.2.3 Opgave: betrekken van inwoners en lokale initiatieven In de gemeente Leeuwarden kennen wij veel enthousiaste initiatieven die zich bezighouden met duurzaamheid en de energietransitie, zoals werkgroepen en energiecoöperaties. Binnen deze initiatieven werken bewoners van een wijk, dorp of gemeente samen aan duurzame energie. We werken met bewonersinitiatieven en energiecoöperaties aan projecten die lokaal eigendom, zeggenschap en participatie bevorderen. Deze groepen hebben een belangrijke rol in het bevorderen van een rechtvaardige energietransitie. Zij werken vanuit, en voor, de lokale gemeenschap. Zo kennen ze de inwoners en de cultuur van hun gebied goed. Zij begrijpen wat er speelt in hun gemeenschap. Op deze manier zorgen ze voor (lokaal) draagvlak en participatie.

Hieronder staat een kaart met alle energie-initiatieven in onze gemeente. In hoofdstuk 6 ‘Samenwerking en de gemeentelijke rol’ gaan we verder in op de samenwerking met deze initiatieven.

Actieve Energiecoöperaties en -initiatieven in Leeuwarden

Stienzer Energykoöperaasje U.A.

Energie Coöperatie Westeinde

Energiecoöperatie Binnenstad Leeuwarden Nieuwe Energie Oranjewijk

Werkgroep Duurzaam Zwette

Duurzaam Aldlân

Stroomland Leeuwarden Koöperaasje Meiinoar Grien Jellum - Bears

Koöperaasje Doarpsenerzjy Weidum U.A.

Grieneko

Duurzaam Wergea

Duorsum Mantgum

Dorpsmolen Reduzum

Grou 2030

Figuur 11: Kaart actieve energiecoöperaties en -initiatieven in de gemeente Leeuwarden

3 4

We houden hierbij de definitie van energiearmoede van TNO aan https://energiearmoede.tno.nl/

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

Jirnsumer Enerzjy Koöperaasje

29

5.2.4 Participatie: Wat vinden onze inwoners? Uit de inwonerraadpleging en de energiecafés blijkt dat onze inwoners vinden dat betaalbaarheid voor iedereen het belangrijkst is in het energiebeleid. Een ruime meerderheid, 79%, maakt zich zorgen over de kosten van energie.

Het geld dat verdiend wordt met energie moet volgens veel inwoners gaan naar alle inwoners in de gemeente. Ook zien inwoners liever dat de gemeente zelf schone energie maakt dan dat projectontwikkelaars hiervoor plannen maken. Bedrijven en groepen inwoners die schone energie willen maken moeten hiervoor subsidies kunnen aanvragen. Ervoor zorgen dat inwoners zo veel mogelijk mogen meebeslissen vinden inwoners belangrijk, omdat het de uitvoering kan bevorderen en het de participatie en het draagvlak kan vergroten. De kanttekening is dat het geen grote vertraging mag veroorzaken. 5.2.5 Doelstellingen: Wat willen we bereiken? We vinden dat alle inwoners moeten kunnen meedoen in de energietransitie. De gemeente Leeuwarden wil met het energiebeleid de rechtvaardigheid van de energietransitie vergroten en laten bijdragen aan de sociale opgaven. We hebben de volgende doelstellingen voor 2030:

Figuur 12: Anonieme quotes inwoners Eindrapport PWE Energiebeleid gemeente Leeuwarden

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

Inwoners vinden ook dat de gemeente een grote rol moet spelen in het isoleren van woningen en bedrijfspanden en zorgen dat er zuiniger wordt omgegaan met energie. Inwoners hebben behoefte aan informatie, advies en begeleiding over het verduurzamen van hun woning en het besparen van energie. 90% is (licht) positief over het geven van extra subsidies aan inwoners zodat ze minder energie gebruiken.

30

"Ik wil dat het geld vooral gaat naar alle inwoners die het nodig hebben (huurders met een hoge rekening bijv.) en dat geld gebruikt wordt voor het isoleren van woningen of zonnepanelen bij woningcorporaties aangezien de energierekening in NL erg hoog is"

"Er moet draagvlak zijn voor maatregelen. Betrek burgers dus bij de keuzes die gemaakt worden. Als er onvoldoende draagvlak is voor verduurzaming en energiemaatregelen gaat het niet lukken."

Figuur 13: Anonieme quotes inwoners Eindrapport PWE Energiebeleid gemeente Leeuwarden

• Onze energiebesparingsaanpak is inclusiever geworden. o Financiële middelen om te verduurzamen zijn toegankelijk voor iedereen, ook kwetsbare huishoudens (‘ongelijk investeren in gelijke kansen’). o In 2030 hebben we 9.000 gemeentelijke subsidies verstrekt aan woningeigenaren (met een lage WOZ-waarde) om hun woning te verduurzamen. • In 2030 is het aandeel huishoudens met energiearmoede gedaald van 6,3% naar 5%. • In alle gebieden waar we aan de slag gaan met energieprojecten tot 2030 wordt een participatieproces gehouden, telkens passend bij dat gebied. • Het aantal energie-initiatieven in onze gemeente is in 2030 toegenomen. • In 2030 zijn één of meerdere energiegemeenschappen actief. Waar dat nodig of wenselijk is, nemen we als gemeente hier actief aan deel. • Bij ten minste 50% van de lokale projecten is sprake van lokaal eigendom. • Er is een gemeentelijk energie- en warmtebedrijf opgericht waarmee we kunnen deel­nemen in lokale energieprojecten. Deze opereert in 2030 op basis van een heldere missie en visie. 5.2.6 Uitvoering: Hoe gaan we dat doen? Inclusieve energiebesparingsaanpak In de gemeente Leeuwarden wonen relatief veel mensen in slecht geïsoleerde woningen. We zetten daarom in op energiebesparing. We hebben daarbij aandacht voor de sociale kant van de energietransitie en een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten.

Informatie, advies en begeleiding We zetten maximaal in op informatievoorziening, advies en begeleiding rondom energie­ besparing. Daarbij hebben we zo veel mogelijk oog voor het handelingsperspectief voor inwoners. Zo laten we zien wat mensen zélf kunnen doen. Voor de meest kwetsbare huishoudens is intensieve begeleiding beschikbaar.

Aanpak van energiearmoede We hebben een gerichte aanpak voor huishoudens met energiearmoede om hun energieverbruik te verlagen. Energiecoaches zorgen voor bewustwording en gedragsverandering bij zowel huurders als woningeigenaren. We focussen op de kwaliteit van deze bezoeken en bieden hierbij zo veel mogelijk maatwerk en flexibiliteit. Tot 2030 bereiken we via de Energiecoaches 1.000 sociaal kwetsbare huishoudens per jaar met adviezen en kleinschalige energiebesparende maatregelen.

Eenvoudige en laagdrempelige subsidies We stellen subsidies beschikbaar voor woningeigenaren met woningen met een lage WOZ-waarde en/of een laag energielabel. Onze subsidieregelingen en het aanvraagproces blijven we aanpassen en maken we zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk. Waar nodig bieden we persoonlijke begeleiding bij het aanvragen van subsidie. De komende jaren zijn vanuit de gemeente in ieder geval de volgende subsidieregelingen beschikbaar:

Verduurzaming Leeuwarden-Oost Tot 2031 worden in Bilgaard, de Vrijheidswijk, Heechterp-Schieringen en Oud-Oost 1.610

woningen van particuliere eigenaren verduurzaamd met middelen uit het Volkshuisvestingsfonds. Met dit project neemt de energiearmoede af en verbetert de levenskwaliteit in deze wijken. We geven de wijk- en dorpsgerichte isolatieaanpak verder vorm Daarbij zijn we zo veel mogelijk (laagdrempelig) fysiek aanwezig in de gebieden waar we aan de slag gaan met de warmtetransitie. We zetten sterk in op het gericht bereiken en ondersteunen van de meest kwetsbare woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning. Jaarlijks voeren we minimaal 4 wijk- en dorpsgerichte isolatieaanpakken uit. Het Warmteprogramma wordt daarbij bepalend in de prioritering van dorpen, wijken en buurten.

• Twee gemeentebrede subsidies voor grote energiebesparende maatregelen (zoals isolatiemaatregelen). • Een subsidie voor het verduurzamen van woningen in Leeuwarden-Oost (zie foto hiernaast). • Een witgoedwissel. • Een subsidie voor lokale verenigingen, stichtingen, kerken en coöperaties voor het aanbrengen van kleine energiebesparende maatregelen. Ook wijzen we inwoners op subsidiemogelijkheden van het Rijk. Waar mogelijk worden subsidies gestapeld, zodat een grotere duurzaamheidsinvestering mogelijk is.

We hebben een (natuur)inclusieve energiebesparingsaanpak.

Collectieve aanpak verduurzaming in Leeuwarden-Oost

5

Zie ook pagina 13 van het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit Ruimte voor de natuur 2025-2027

Natuurvriendelijk isoleren verplicht Isolatie van woningen kan de biodiversiteit schaden. Bijvoorbeeld doordat het aantal geschikte nestplaatsen voor vleermuizen of vogels afneemt. Een inclusieve energiebesparingsaanpak neemt ook deze effecten op de leefomgeving mee. Daarom stellen we natuurvriendelijk isoleren verplicht bij onze subsidies en werken wij aan een soortenmanagementplan5. Hiermee kunnen we procedures versnellen en vereenvoudigen.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

Bij wijk- en dorpsgerichte isolatieaanpakken is de collectieve inkoop van energiebesparende maatregelen (zoals isolatie of warmtepompen) een belangrijk onderdeel. Dit levert een financieel voordeel op en minder onzekerheid voor inwoners. En een efficiënter proces op voor uitvoerders.

31

Ondersteunen en stimuleren van lokale initiatieven Als gemeente zien we de meerwaarde van lokale energie-initiatieven. Met hun werkzaamheden kunnen ze de gemeente aanvullen. Daarnaast zijn ze van belang als kennispartner of bij het verwerven van draagvlak voor energieprojecten. We werken daarom samen met lokale initiatieven en energiecoöperaties en faciliteren de groei ervan. We staan open voor initiatieven van onderop en nemen deze serieus. Ook stimuleren we de onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling tussen deze initiatieven.

Wijk- en dorptypen in de energietransitie

DU U R

Z AM E E

X P E R TS

DU U RZ AM E KO

€ 7.50

RZ AM

E DOORZ

ET TERS

S NER BEGIN

0

50

DUURZAME

2.

32

Via de Energiewet kunnen inwoners met lokale overheden en (kleine) ondernemingen als een energiegemeenschap samen energie opwekken, delen en verkopen. Dit kan verschillende voor­delen bieden voor het milieu, de lokale economie en de gemeenschap. Denk bijvoorbeeld aan minder energiearmoede,, meer gebruik van duurzame energie en minder druk op het volle elektriciteitsnet, wanneer de energiegemeenschappen zich bezighouden met energieopslag.

DU U

€

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

0

Faciliteren van energiegemeenschappen Een energiegemeenschap is een lokaal samenwerkingsverband van burgers, bedrijven en/of overheden die samen duurzame energie opwekken, gebruiken, opslaan of delen.

P LOP ERS

€ 12.500

Binnen Fryslân ondersteunt ook de Stichting Fries Energiehuis initiatieven die hun dorp of buurt duurzamer willen maken. Hiermee stemmen we zo veel mogelijk af.

Als gemeente willen we energiegemeenschappen faciliteren (en waar het meerwaarde geeft) een plek geven in de transitie. We erkennen dat samenwerking belangrijk is voor het behalen van de doelen van de energietransitie. We verkennen hierin de komende jaren de mogelijkheden. Omdat dit nog relatief nieuw is, zullen we de komende jaren samen met lokale initiatieven en bedrijven moeten ontdekken wat de mogelijkheden precies zijn. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of we lid willen worden van één of meerdere (bestaande of nog op te richten) energiegemeenschappen, waardoor we bijvoorbeeld een opwekproject mede tot stand kunnen brengen.

= aanjagers

D O R P E N E N W I J K E N I N L E EU

D WAR

EN

Ontwikkeld door Perpetear | Communicatie- en projectadvies - Vormgeving Visser & de Graef communicatie

Onze aanpak, en de participatie en communicatie daarbij, sluit zo veel mogelijk aan op verschillende doelgroepen en hun behoeftes. We blijven voortdurend in gesprek met inwoners, bedrijven en gebouweigenaren over hun behoeftes (en zorgen). Zo kunnen we gerichter prioriteren, inspelen op behoeftes en maatwerk leveren. Ook werken we samen met verschillende gebieden, wijken en dorpen. Voor elk gebied maken we een uitvoeringsplan, met daarbij een participatieproces, om te komen tot de uitfasering van aardgas. Het Warmteprogramma wordt daarbij bepalend in volgorde.

van een energie-installatie. En dat zij kunnen meebeslissen over het project, en/of (een deel van) de opbrengsten. Het is bedoeld om de lokale omgeving zeggenschap te geven over energieprojecten.

00

Besluiten moeten eerlijk en transparant zijn, waarbij alle belangen in kaart worden gebracht en worden afgewogen. Dat zorgt voor een eerlijke transitie en meer vertrouwen.

Stimuleren van lokaal eigendom Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers samen, deels, of helemaal eigenaar zijn

€ 25.0

Inclusieve besluitvorming over energie Inwoners moeten kunnen meedoen aan besluitvorming over de energietransitie in hun wijken.

Door de lokale omgeving zeggenschap te geven, kunnen er binnen een energieproject afspraken worden gemaakt over een eerlijke verdeling van de lusten en lasten. Om energierechtvaardigheid

te creëren met lokaal eigendom, moet er ook rekening worden gehouden met eerlijke procedures en een eerlijke verdeling. Zo moet er een gelijk speelveld worden gecreëerd en moet er voldoende aandacht zijn voor de effecten op de omgeving. Per project kan het proces verschillen, maar in het algemeen hanteren we de volgende uitgangspunten: • Vroegtijdige betrokkenheid • Transparantie en openheid • Toegankelijkheid en inclusie • Heldere spelregels en verwachtingen • Maatwerk per gebied of gemeenschap • Lerend en flexibel proces We stimuleren dat minimaal 50% van wind- en zonprojecten in lokaal eigendom is, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord en de Friese Energievisie. Bij het ingaan van de Energiewet gaan we een verordening opstellen, waarin we vastleggen welke inspanningen een initiatiefnemer van een

5.3 Ambitie: Een volhoudbaar energiesysteem 5.3.1 Opgave: Naar een volhoudbaar energiesysteem De overgang van fossiele, eindige energiebronnen naar hernieuwbare, duurzame alternatieven vormt de kern van een volhoudbaar energiesysteem. Het vraagt meer dan alleen duurzame opwek: het gaat ook om energiebesparing, efficiënter gebruik van fossiele brandstoffen en een goede balans tussen vraag en aanbod. De energietransitie brengt een grote systeemverandering met zich mee: van fossiel naar hernieuwbaar en van centrale naar decentrale opwek. Wij noemen dit een volhoudbaar energiesysteem. Onderstaand schetsen we de kenmerken van het huidige en het toekomstige energiesysteem. Huidig energiesysteem Het huidige systeem in de gemeente Leeuwarden is nog grotendeels gebaseerd op fossiele brandstoffen. Elektriciteit wordt centraal opgewekt, grotendeels met aardgas en steenkool. Via het landelijke hoogspanningsnet (van TenneT) wordt de elektriciteit getransporteerd en via het middenspannings- en laagspanningsnet (van Liander) bij de gebruiker gebracht.

Huidige Energiesysteem

duurzaam opwekproject moet verrichten om lokaal eigendom te realiseren. Daarmee krijgt het streven naar (minimaal 50%) lokaal eigendom een wettelijke basis. In deze verordening geven we ook antwoord op vragen zoals welk percentage lokaal eigendom we nastreven, hoe we opbrengsten van energieprojecten in de lokale omgeving terug kunnen laten vloeien, op welke energie­ projecten de verordening van toepassing is en borgen we lange termijn afspraken. Ook gemeentelijke deelname in projecten zien we als een vorm van lokaal eigendom (zie onderstaand).

de missie en visie van het energie- en warmtebedrijf scherpstellen.

Fossiele (centrale) bronnen



Transportsysteem van aardgas en elektra

Vraag naar energie

Figuur 14: Huidig energiesysteem

De warmtevoorziening draait vooral op aardgas via een fijnmazig gasnet. Ook in mobiliteit gebruiken we nog voornamelijk fossiele brandstoffen als benzine en diesel, die we tanken aan de pomp.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

Gemeentelijke rol in energieprojecten Een gemeentelijke deelname in energie- en warmteprojecten draagt bij aan een sociale energietransitie en een betere verdeling van lusten en lasten. Bijvoorbeeld door projecten te initiëren, samen met (lokale) partijen te ontwikkelen of (gedeeltelijk) in eigendom te nemen. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden om een gemeentelijk energie- en warmtebedrijf op te richten. De exacte rol en de wijze waarop we invulling geven aan een publiek meerderheidsbelang op basis van de Wet collectieve warmte moet verder worden afgebakend. We gaan daarvoor eerst



33

Toekomstig (volhoudbaar) energiesysteem De toekomst vraagt om een ander systeem: meer decentraal georganiseerd, fossielvrij en

toekomstbestendig. Energiebesparing is noodzakelijk om de totale vraag sterk te verminderen. Lokale bronnen zoals zon, wind en aardwarmte (geothermie) worden belangrijker. Het elektriciteits­net moet robuuster en flexibeler worden met slimme aansturing. Warmtenetten en collectieve oplossingen moeten zorgen voor een efficiënte en duurzame warmtevoorziening.

Volhoudbaar Energiesysteem



Duurzame (decentrale) bronnen met opslag



Transportsysteem van warmte, elektra en opslag



Sterk afgenomen vraag naar energie



Transportsysteem van warmte, elektra en opslag

Duurzame (decentrale) bronnen met opslag

Figuur 15: Volhoudbaar energiesysteem

Bij zowel elektriciteit en warmte speelt de opslag van energie een belangrijke rol. Het op verschillende schaalniveaus opslaan van energie zorgt ervoor dat wanneer de energie opgewekt wordt maar niet wordt gebruikt, het op een later moment alsnog gebruikt kan worden. Dit kan onder de juiste omstandigheden zorgen voor een betere benutting van het elektriciteitsnetwerk of goedkopere warmte bij bijvoorbeeld een warmtenet.

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

Tegelijkertijd zet deze overgang naar een nieuw systeem het bestaande energiesysteem onder druk. Door steeds meer over te stappen op elektriciteit, voor bijvoorbeeld warmte en vervoer, meer duurzame energie opwek door wind en zon, raakt het elektriciteitsnet voller, met net­ congestie als gevolg. Dit vraagt om een elektriciteitsnet dat meer is ingericht op decentrale duurzame bronnen, met bijbehorende opslag- en transportinfrastructuur.

34

Deze omslag is gebaat bij duidelijke keuzes en een gestructureerde aanpak. 5.3.2 Participatie: Wat vinden onze inwoners? Uit de inwonersraadpleging en de verschillende energiecafés blijkt brede overeenstemming onder de deelnemers over de middelen die de gemeente zou moeten inzetten om de doelstelling ‘de CO2-uitstoot met 60% verminderen in 2030’ te halen.

De overgang van fossiele, eindige energiebronnen naar hernieuwbare, duurzame alternatieven, vormt de kern van een volhoudbaar energiesysteem.

Energiebesparing wordt als meest effectief gezien: isolatie van woningen en bedrijven en het stimuleren van zuiniger energiegebruik krijgen de hoogste prioriteit.

Ook is er veel steun voor kleinschalige duurzame opwekking, zoals zonnepanelen op daken en warmtepompen, en voor collectieve warmteoplossingen zoals warmtenetten. Grootschalige opwek via zonneparken en vooral grote windmolens krijgt minder instemming. Maatregelen die bijdragen aan kostenbesparing voor inwoners en bedrijven krijgen de meeste steun.

Welke dingen moeten we in de gemeente doen om het doel te behalen? Deelnemers kregen meerdere stellingen voorgelegd die zij, op volgorde van belangrijkheid, punten moesten geven. De meerderheid vindt stelling 1 en 2 het belangrijkst. Stelling 3 vinden zij het minst belangrijk.

19º

85% 1. Woningen en bedrijven beter isoleren en zorgen dat er zuiniger wordt omgegaan met energie

• We verlagen het aardgasverbruik met 63% in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2018. • We hebben iets meer dan 400 MW aan hernieuwbare opwekcapaciteit. Dat bestaat uit

150 MW zon op dak, 150 MW zon op veld en 100 MW wind. • Voor de verwarming van gebouwen zetten we in op restwarmte, warmtepompen, geothermie en aquathermie (waterwarmte). In 2030 zijn hiervoor verschillende warmte­netten gerealiseerd met een vermogen van 0,3 PJ. • Het elektriciteitsnetwerk is versterkt door realisatie van nieuwe onderstations, elektriciteitskastjes en kabels. • De robuustheid en flexibiliteit van het energiesysteem is vergroot door het realiseren van batterijopslag waar nodig en daarnaast hebben we conversie tussen (omzetten van) verschillende energiedragers.

Energieverbruik gemeente Leeuwarden

Energiebronnen

Energieverbruik per sector in 2018 en de verwachting voor 2030

Het Leeuwarder energieverbruikbruik vertaald naar de gebruikte bronnen in 2030

2018

65% 10000

2. Woningen en bedrijven duurzaam verwarmen (warmtepomp of warmtenet) en zorgen dat er extra zonnepanelen op daken wordt gelegd

100% = 9832 TJ

19%

3. Het bouwen van windmolens of zonnevelden werd als minst belangrijkst gezien, maar zijn wel nodig om het doel te behalen

Figuur 16: Uitsnede publiekssamenvatting Inwonersraadpleging Energie: Wat moet de gemeente doen om haar CO2-doelstelling te behalen?

o Gebouwde omgeving: 35% o Mobiliteit: 20% o Industrie: 15% o Landbouw: 25%

6000

2030

12%

100% = 7209 TJ

1% 30%

22% 33%

4000

2000

4%

52%

13%

13%

50% 44%

0

Bronnen • Fossiel (fossiel overig + aardgas)

Sectoren • Gebouwde omgeving • Mobiliteit • Industrie • Landbouw

Figuur 17: Leeuwarder energieverbruik en -bronnen in 2030.

• Windturbines • Omgevingswarmte (o.a. warmtepompen) • Zonnepanelen • Biobrandstof (biobrandstof, biogas en biomassa) • Restwarmte, zonthermie en geothermie

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

5.3.3 Doelstelling: Wat willen we bereiken? • Onze ambitie is om in 2030 60% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 2018. Daarbij hanteren we de volgende (sub)doelstellingen voor 2030: We besparen 27% energie ten opzichte van 2018. Deze besparing bereiken we vooral door binnen de verschillende sectoren de vraag naar fossiele energie flink te verlagen. Voor de verschillende sectoren houden we de volgende indicatieve besparingsdoelen aan:

Energieverbruik (TJ)

8000

36%

6%

1%

35

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

36

Energiebesparing is de eerste en meest effectieve stap. Hiermee verlagen we de energievraag en beschermen we huishoudens tegen prijsschommelingen. Onze Energiecoaches adviseren hierover.

5.3.4 Uitvoering: Hoe gaan we dat doen? We hanteren in onze aanpak de ‘Trias Energetica’. De kern van deze aanpak is dat de energievraag zo veel mogelijk wordt beperkt door bijvoorbeeld isolatie en zuinig energieverbruik. Dit betekent minder fossiele energie gebruiken en de groeiende vraag naar energie die ontstaat (door bijvoorbeeld warmtepompen), duurzaam in te vullen. De energie die dan nodig is, wordt dus bij voorkeur opgewekt met duurzame bronnen zoals zon en wind. Alleen wanneer duurzame bronnen (nog) niet toereikend zijn, wordt gebruikgemaakt van fossiele energie, en dan op een zo efficiënt en schoon mogelijke manier.

We werken in onze energiebesparingsaanpak samen met verschillende stakeholders.

Verschillende doelgroepen adviseren we op maat: • VvE’s We informeren en activeren Vereniging van Eigenaren (VvE’s) en monumenteigenaren bij het verduurzamen van hun woningen. • Woningcorporaties Met woningcorporaties worden prestatieafspraken gemaakt over uitfasering van slechte energielabels en het aardgasvrij maken van hun woningen/bezit. • Particuliere verhuurders We informeren particuliere verhuurders over hun plichten en subsidiemogelijkheden.

n va rgie ik e bru en Ge ame urz

Mi n en ima erg lis iev eer erb he rui t k

du

1

2 3

Efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen

Figuur 18: De Trias Energetica

Energiebesparingsaanpak woningen: isolatie, gedrag en apparatuur Energiebesparing is de eerste en meest effectieve stap. Hiermee verlagen we de energievraag, beschermen we huishoudens en bedrijven tegen prijsschommelingen en maken we andere verduurzamingsmaatregelen effectiever. We zetten daarom stevig in op:

Energiebesparingsaanpak bedrijven en verenigingen Naast woningeigenaren ondersteunen we bedrijven, verenigingen en instellingen: • We adviseren bedrijven over het verduurzamen van hun gebouwen en bedrijfsvoering. Daarbij wijzen we ze actief op beschikbare subsidies en fiscale maatregelen van de Rijksoverheid; • We handhaven ook op wet- en regelgeving zoals de energiebesparingsplicht voor bedrijven en de verplichting van energielabel C of beter voor kantoorpanden. • Ook agrarische bedrijven informeren en ondersteunen we bij de energetische aspecten van hun bedrijfsvoering, met aandacht voor efficiëntie, duurzame warmte en opwek. En we wijzen hen op relevante wet- en regelgeving en subsidiemogelijkheden. Energiebesparingsaanpak mobiliteit Door meer nadrukkelijk in te zetten op lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch (deel) vervoer, verlagen we de energievraag vanuit de mobiliteit. In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2025-2030 geven we aan welke projecten en maatregelen de komende jaren worden uitgevoerd.

• Bewustwording en gedragsverandering Zoals slim ventileren en verwarmen. We zorgen voor heldere en duidelijke communicatie

Energiebesparingsaanpak eigen organisatie Als gemeentelijke organisatie willen we graag het goede voorbeeld geven. In de Uitvoerings­

daarover op ons Energieloket en zetten Energiecoaches in om hierover te adviseren.

• Inzet van efficiënte apparatuur en slimme technologie We stimuleren dit met ‘de witgoedwissel’ en door middel van advies via de Energiecoach en het Energieloket waar de juiste informatie is te vinden.

agenda Volhoudbare Eigen Organisatie 2024-2027 en de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed 2030 hebben we de energiebesparingsaanpak voor onze eigen gebouwen, bedrijfs­ voering en mobiliteit uitgewerkt. Duurzame energie-opwek Opwek van hernieuwbare energie is onmisbaar om CO2-uitstoot te verminderen. We streven naar een evenwichtige mix van energiebronnen die elkaar onderling aanvullen. In hoofdstuk 4 staat een

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

• Het isoleren van woningen en bedrijfspanden We verstrekken hier subsidie voor en voorzien in advies. Daarnaast organiseren we laag­ drempelige informatieavonden om inwoners en ondernemers te informeren en te helpen.

37

Bronnen

Omzetting/installatie

Energiedrager

Opslag

Infrastructuur

Gebruiker

Warmte Geothermie Zonthermie Restwarmte

Warmtewisselaar Koud/lauw water

Bodem Water

BIO

Warmte/koude opslag (WKO)

Warmtewisselaar Warm water

Dagbuffers

Warmtepomp

Lucht

Elektrische boiler

Biomassa

Ketel

Zeer lage temperatuur warmtenet (10-30ºC) Warmtevraag gebouwen Midden temperatuur warmtenet (55-75ºC) Warmte voor industrie

Midden en hoge temperatuuropslag in bodem (25-90ºC) Stoom

Elektriciteit

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

BIO

38

Zon

Paneel

Wind

Turbine

Biomassa

Warmtekrachtkoppeling

Duurzaam gas BIO

Biomassa

Elektriciteitsvraag gebouwen & utiliteit Elektriciteitsnet

Elektriciteit Batterij (los of in auto)

Elektrolyser

Waterstof

Vergister

Groen gas

Mobiliteit (electrisch)

Pijpleidingen Zoutkoepels/gasopslagen

Mobiliteit (zwaar vervoer) Grondstof voor industrie

Figuur 19: Samenhang bronnen, omzetting/installaties, energiedragers, opslag, infrastructuur en gebruikers

overzicht van hoe de bronnenmix er in 2030 uit kan zien. Om onze doelen te bereiken, willen we in 2030:

• Zonne-energie: 300 MW opgesteld vermogen Via zonnepanelen op daken: 150 MW. Met pandeigenaren, verhuurders of ondernemers denken we mee over de mogelijkheden voor zon op dak. Daarnaast ook via veldopstellingen: 150 MW (zie paragraaf 5.4). • Windenergie: 100 MW opgesteld vermogen We gaan actief op zoek naar geschikte locaties zoals op en nabij de bedrijventerreinen, het gebied Leeuwarden Zuidwest en bij dorpen (dorpsmolens). • Restwarmte en geothermie: 311 TJ aan vermogen Waar restwarmte en geothermie beschikbaar is, is dit een duurzame bron van warmte en ontsluiten we die via een warmtenet. • Warmtepomptechnologie: 1.157 TJ aan vermogen Warmtepompen kunnen zeer efficiënt warmte verplaatsen vanuit de bodem, het oppervlakte­ water of de buitenlucht naar een woning of bedrijfspand. Dit kan op individuele basis per gebouw, of collectief aangesloten op een warmtenet.

We zetten zo veel mogelijk in op warmtenetten. Waar dit niet mogelijk blijkt, is een individuele warmtepomp het alternatief. Pandeigenaren adviseren wij over de mogelijkheden rondom deze techniek. In het Warmteprogramma brengen we in kaart voor welke gebieden deze techniek uitkomst biedt. In 2030 willen we 5.000 woningen hebben aangesloten op een warmtenet en 5.000 woningen hebben aangesloten op een individuele (hybride) warmtepomp.

• Biobrandstof: 492 TJ aan energie uit biobrandstof Biobrandstof wordt geproduceerd door vergisting of verbranding van biomassa en het maken van groen gas. De productie van groen gas, bijvoorbeeld door vergisting van mest of rioolslib, kan op termijn een bijdrage leveren aan de energiebehoefte van Friesland en de gemeente Leeuwarden. Echter, spelen momenteel diverse knelpunten rond met name covergisting. Zoals zorgen over geur-, geluids- en verkeersoverlast, aangetroffen vervuilende stoffen in restproducten en niet in de laatste plaats de beperkingen in vergunningverlening vanwege de stikstofproblematiek. Ook ontstaat er bij meer groen gas-invoerders congestie op het gasnet. Wel is er vanaf 2027 een landelijke bijmengverplichting voor groen gas, zodat het aandeel groen gas ten opzichte van aardgas stijgt. Als er initiatieven voor groen gasproductie ontstaan in de gemeente, zullen we die ondersteunen wanneer ze binnen de ruimtelijke voorwaarden passen. Waterstof Voor een aantal bronnen of energiedragers voorzien we tot 2030 een minder grote rol. Zo zien we voor waterstof voorlopig slechts een beperkte toepassing in hoogwaardige industriële processen die niet gemakkelijk te elektrificeren zijn. Waterstof is een zeer kostbare energiedrager en zal daarom alleen in een beperkt aantal gevallen een oplossing zijn.

Denk daarbij aan industrie (clusters) met een hoge temperatuurvraag of in het zwaar transport. Dit sluit aan bij de Friese Waterstofladder.

Kernenergie

De aanleg van een warmtenet.

Voor ‘conventionele’ kernenergie zijn geen geschikte vestigingslocaties in onze gemeente beschikbaar. Ook spelen er meerdere obstakels rondom de ontwikkeling van kernenergie en de eindberging van radioactief afval. Daarom is deze energiebron niet meegenomen in het BeleidsProgramma Energie. Ook in Fries verband wordt de komende jaren geen directe toepassing gezien voor kerncentrales en is afgesproken dat we de ontwikkeling van SMR’s (Small Modular Reactors) blijven volgen. Aangezien deze technologie nog niet is uitontwikkeld, wordt realisatie daarvan de komende 10 tot 15 jaar nog niet verwacht in Nederland.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

Als gemeente Leeuwarden streven we actief naar aansluiting op de waterstofbackbone, zodat in de toekomst ook industrie met een hoge procestemperatuur in onze gemeente gebruik kan maken van waterstof. Deze backbone wordt niet gerealiseerd voor 2033, waardoor waterstof tot 2030 geen noemenswaardige rol kan spelen. Om deze optie voor de toekomst open te houden, brengen we de komende tijd wel in kaart welke vraag bij bedrijven is.

39

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

40

Door meer nadrukkelijk in te zetten op lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch (deel)vervoer, verlagen we de energievraag vanuit de mobiliteit.’

Een duurzaam en betaalbaar warmtesysteem De warmtetransitie vraagt om vervanging van gasgestookte installaties door duurzame warmte­

Een slim, toekomstbestendig en betrouwbaar elektriciteitsnet De energietransitie heeft een grote impact op het elektriciteitsnet. Door een hogere vraag naar

Als gemeente zien we grote voordelen in de realisatie van collectieve warmtenetten. Deze hebben in veel gevallen de laagste maatschappelijke kosten, ze zijn duurzaam, hebben minder impact op het elektriciteitsnet en minder ruimtelijke impact. Vanwege deze voordelen, om warmte betaalbaar te houden en het uitgangspunt dat warmtenetten voor een meerderheidsaandeel in publieke handen zouden moeten zijn, overwegen we de oprichting van een gemeentelijk energie- en warmte­bedrijf (zie paragraaf 5.2).

Realisatie

oplossingen. De Wet collectieve warmte (Wcw) en Wet gemeentelijke instrumenten warmte­ transitie (Wgiw) geven de gemeente hierbij een actieve sturende rol in de warmtetransitie.

Bij nieuwe realisatie van warmtenetten sturen we op de volgende publieke uitgangspunten: • Duurzaamheid Hernieuwbare warmte of restwarmte, minimale CO2-uitstoot. • Betaalbaarheid Transparante tarieven (‘kostprijs plus’). • Betrouwbaarheid Robuust netwerk met zo veel mogelijk warmtenetten met variatie in warmtebronnen en voldoende opslagcapaciteit in warmtebuffers. • Toegankelijkheid Aanbod voor alle bewoners in gebieden waar een warmtenet haalbaar is. • Integraliteit Afstemming met andere opgaven zoals rioleringsprojecten of herstructurering.

Naast collectieve systemen hebben ook individuele systemen zoals warmtepompen een belangrijke rol om gebouwen aardgasvrij te maken. Deze pompen zetten omgevingswarmte zoals lucht of water om in warmte voor in de gebouwen. Dit omzetten gebeurt met elektriciteit.

De uitvoering van de warmtetransitie, zowel voor de collectieve als individuele systemen, wordt verder uitgewerkt in een Warmteprogramma. Deze is eind 2026 gereed.

6

bron: www.ipo.nl - Handreiking Integraal programmeren in het energiesysteem (2022)

B

Slimme keuzen

e

gd

aa vr Ge

it

ite

ac

p ca

Prioriteren

l

a ra

g te

In

en er

m

m ra

og pr

Meer infra

Verwachte realisatie transportcapaciteit

Beschikbare transportcapaciteit (Elektriciteit, warmte, gassen) Tijd

Figuur 20: Integraal programmeren in het energiesysteem6

Om deze ambitie waar te maken, hanteren we 6 oplossingsrichtingen: • Energiebesparing en realiseren van collectieve warmteoplossingen Door samen het energieverbruik terug te dringen, verminderen we de belasting op het net. • Clustering van vraag en opwek Door energievraag en opwek beter bij elkaar te clusteren, is minder energie-infrastructuur nodig. Zo creëren we duurzame oplossingen die klaar zijn voor de toekomst (zie paragraaf 4.4) • Slimmer inzicht Door samen met de netbeheerder te meten waar en wanneer druk op het net ontstaat, krijgen we beter zicht op knelpunten. Deze kennis biedt handelingsperspectief voor ons en de netbeheerder en biedt kansen voor innovatieve oplossingen. • Beter benutten We benutten het elektriciteitsnet efficiënter via: o Directe koppelingen tussen opwek en verbruik o Slimme afnamecontracten - een overeenkomst waarbij een afnemer flexibel omgaat met stroomverbruik op piekmomenten o Slim prioriteren van ruimtelijke ontwikkelingen o Opslag in batterijen, op alle spanningsniveaus, mits netbewust ingeregeld

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

• Openheid aan de bronzijde Flexibel gebruik van verschillende duurzame bronnen op het warmtenet.

elektriciteit en de toevoeging van duurzame bronnen met een hoge piekvraag ontstaat netcongestie. Dit kan nieuwbouw, economische ontwikkeling en verduurzaming van woningen en bedrijven vertragen. De netbeheerders TenneT en Liander zijn daarbij hoofdverantwoordelijk voor het uitbreiden en in stand houden van het elektriciteitsnet. Samen met hen werken we toe naar een elektriciteitsnet dat slim, toekomstbestendig en betrouwbaar is.

41

• Sneller aanleggen van netuitbreidingen We versnellen samen met de netbeheerder de benodigde netuitbreidingen. Als gemeente zorgen we dat vergunningen en overige toestemming vlot worden verstrekt.

• Integraal programmeren Om krapte op het elektriciteitsnet in de toekomst te voorkomen, moeten we de planning van energie-infrastructuur beter integreren in de gemeentelijke ruimtelijke ordening. Dat vraagt om energieplanologie. Door meer vooruit te plannen, beter in kaart te brengen waar de energievraag in de toekomst nodig is en waar (grootschalige) opwekclusters worden gerealiseerd, kan de energieinfrastructuur tijdig in orde worden gebracht. Dit beleidsprogramma speelt een belangrijke rol bij het in kaart brengen van de benodigde energievraag en -opwek.

We vergroten de flexibiliteit: energieopslag en -transformatie In een volhoudbaar energiesysteem is meer flexibiliteit noodzakelijk.

• Energieopslag Voor betere afstemming tussen vraag en aanbod slaan we warmte op (in buffers) en stroom in batterijen. Dit passen we actief toe binnen de projecten die wij zelf ontwikkelen, en waar mogelijk en nodig stellen we dit als voorwaarde bij externe ontwikkelingen. • Flexibiliteit en energietransformatie Voor een betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem zetten we in op flexibiliteit en energietransformatie, zoals het omzetten van stroom naar warmte. Dit stimuleren we actief in onze eigen projecten, en waar relevant vragen we dit ook van partners en initiatiefnemers binnen de ruimtelijke ontwikkeling. Verhouding zon/wind Om beter aan te sluiten bij de reële tijdsgebonden vraag naar duurzame stroom en rekening houdend met de uitkomsten van de PWE, hebben we de ambitie voor zonnestroom verlaagd. De ambitie voor windenergie gaat wel omhoog. Van de stroomvraag in het eindplaatje van 2050 zal 40% van zonne-energie komen en 60% uit windenergie. Dat komt doordat de energievraag in de winter hoger is dan in de zomer, vanwege de winterse warmtevraag. Met het opnemen van een hoger aanbod windenergie ontstaat een meer gespreid aanbod van duurzame stroom.

5.4 Ambitie: Een ruimtelijk zorgvuldig ingepaste energietransitie

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

5.4.1 Opgave: een ruimtelijk zorgvuldig ingepaste energietransitie De energietransitie vraagt om de nodige ruimte in de fysieke leefomgeving. Bovengronds zijn het de zonneparken, windturbines en hoogspanningslijnen die het meest in het oog springen, maar denk ook aan batterijopslag en elektriciteitskasten.

42

Intentieverklaring Warmtenet de Zwette IV.

Naast zichtbare effecten bovengronds, vraagt de energietransitie ook steeds meer ruimte in de ondergrond. Denk aan kabels, leidingen, warmteopslag en warmtenetten. Zeker in bestaande wijken, is de beschikbare ruimte in de ondergrond medebepalend voor de keuze van het alternatief voor aardgas. De opgave is om het ruimtebeslag van de energietransitie zo veel mogelijk te beperken. En waar

Netbewust bouwen Om toekomstbestendig te kunnen bouwen, moeten we bewuster en efficiënter met energie omgaan. Dat betekent dat we het gelijktijdig gebruik van stroom beperken en het energieverbruik beter plannen. Bij nieuwe projecten houden we daarom vanaf het begin rekening met de capaciteit van het elektriciteitsnet én de werkelijke energiebehoefte.

dat noodzakelijk is, nieuwe infrastructuur en opwekinstallaties zo zorgvuldig mogelijk in te passen in de omgeving.

5.4.2 Participatie: Wat vinden onze inwoners? Uit de inwonersraadpleging blijkt dat zonnepanelen op daken, warmtepompen en warmtenetten

• Laadinfrastructuur We concentreren laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer zo veel mogelijk op laadpleinen.

‘’Liefst de lelijke windmolens zo veel mogelijk uit het zicht en hetzelfde voor zonneparken.’

• Warmtepompen De warmtepompen die de warmtenetten voeden, passen we zo zorgvuldig mogelijk in, in de omgeving. Waarbij we de visuele impact en geluidsoverlast zo veel mogelijk verminderen.

meer worden geaccepteerd. Minder draagvlak is er voor zonneparken en windmolens, vanwege de landschappelijke uitstraling.

Figuur 21: Anonieme quote van deelnemer uit eindrapportage PWE Energiebeleid gemeente Leeuwarden

Wij begrijpen het standpunt dat veel inwoners innemen. Zonneparken en windmolens passen niet overal in het landschap. Echter, wanneer we onze bedrijven en woonwijken willen blijven voorzien van duurzame energie, zijn ze wel nodig. Stroom die nodig is voor de energievoorziening van onze gemeente (stad en de dorpen), willen we dichtbij opwekken om te kunnen voldoen aan onze doelstellingen, leveringszekerheid te bieden, de hoeveelheid nieuwe stroomkabels te beperken en energie betaalbaar te houden. We zorgen ervoor dat we de zonneparken en windturbines zo goed mogelijk passen in het landschap en we zullen niet meer plaatsen dan strikt noodzakelijk voor de gemeentelijke energiebehoefte.

Zie ook het mobiliteitsbeleid van de gemeente. De laadinfrastructuur zal ‘netbewust’ worden ingeregeld om piekbelasting op het elektriciteitsnet te voorkomen.

• Ondergrond We reserveren ruimte voor warmteleidingen, warmteopslag en kabels in de grond.. In bestaande wijken bepaalt de beschikbare ruimte mede het alternatief voor aardgas. In nieuwbouw­projecten stemmen we de energievraag en de benodigde (ondergrondse) ruimte vanaf het begin al op elkaar af. 5.4.4 Uitvoering: Hoe gaan we dat doen? We proberen de ruimte zo veel mogelijk te ‘verwaarden’ volgens de omgevingsvisie. Dat doen we op de volgende manieren:

5.4.3 Doelstelling: Wat willen we bereiken? Om te kunnen voldoen aan de doelstellingen die zijn geschetst voor een sociaal rechtvaardig en een volhoudbaar energiesysteem, willen we in 2030 de volgende doelstellingen bereiken: • Zonne-energie op daken 150 MW aan opgesteld vermogen aan zon op daken, zowel bij particulieren als bedrijven. • Zonne-energie op veld 150 MW opgesteld vermogen aan zon op veld.

• Batterijopslag

We plaatsen batterijopslag waar nodig in het elektriciteitsnet.

• Elektriciteitskastjes De netbeheerder gaat door de hele gemeente extra elektriciteitskastjes plaatsen en aansluiten op het middenspanningsnet.

We gebruiken ruimte meervoudig en combineren functies We kiezen voor een integrale benadering waarin energieopwekking, netinfrastructuur en ruimtegebruik gezamenlijk worden afgewogen. Nieuwe functies zoals zonnevelden of laadpleinen worden waar mogelijk gecombineerd met andere functies; zoals landbouw (agri-pv), recreatie (energietuinen) of biodiversiteit. Bij ieder project beoordelen we de ruimtelijke impact en zoeken we naar combinaties van functies en opgaven.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

• Windenergie 100 MW opgesteld vermogen aan windenergie.

We beperken het ruimtebeslag door energiebesparing en slimme keuzes Door zo veel mogelijk in te zetten op energiebesparing, toepassing van collectieve warmte­ oplossingen en een gebalanceerde mix van energiebronnen, beperken we de ruimte die de energietransitie inneemt. Ook het bij elkaar zetten/bouwen van energievragers en -opwekkers beperkt de ruimtelijke impact, doordat er minder infrastructuur nodig is.

43

We werken volgens de zonneladder We maken gebruik van het principe van de zonneladder. Dat betekent dat we pas zonne-energie op veld gaan realiseren, op het moment dat blijkt dat zonne-energie op daken niet voldoende oplevert om de gemeente van duurzame stroom te voorzien.

Op basis van onderzoek naar de potentie van zon op daken, komt naar voren dat de benodigde hoeveelheid zonnestroom die nodig is voor de gemeente niet volledig van de daken valt te halen. Bovendien is het niet aannemelijk dat deze theoretische potentie volledig wordt ingevuld door eigenaren van deze daken. Er zijn in de praktijk vaak praktische bezwaren; vanwege financiering, dakconstructie, schaduwwerking, enzovoort. Daarom hebben we aanvullend ook een doelstelling voor zon op veld opgenomen. Vanwege het verdwijnen van de fiscale voordelen voor zonne­ panelen (salderingsregeling) voorzien we wat minder groei bij woningen. Maar we zetten nog steeds in op zo veel mogelijk zonnepanelen op daken van zowel woningen als bedrijfspanden.

Daarnaast is het opwekken van energie op deze manier ook beter in te passen in het energie­ systeem. En kan meer aandacht worden besteed aan landschappelijke inpassing of een combinatie met andere functies (meervoudig ruimtegebruik).

In het gebied Leeuwarden Zuidwest (Nieuw-Stroomland) komt een nieuw onderstation (Boksumerdyk) en is veel vraag naar energie, zowel vanuit het bedrijventerrein als de zuidwestelijke kant van de stad. Hier kan een energiehub ontstaan, een energielandschap met zonne-energie en windenergie en vormen van opslag of omzetting naar een andere vorm van energie.

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

Ruimtelijk principe stad, dorp, buitengebied: schaal bij schaal Volgens de gemeentelijke omgevingsvisie maken we in dit beleidsprogramma onderscheid tussen de stad, de dorpen en het buitengebied. De grootschalige opwek concentreren we bij Leeuwarden Zuidwest en vlakbij de vliegbasis. Daarnaast is bij de dorpen ruimte voor een kleinschalig zonnepark van enkele hectares en/of een dorpsmolen. Bij de grotere dorpen Stiens en Grou is door de aanwezigheid van een bedrijventerrein een grotere energievraag. Het ligt voor de hand om daar – in de lijn van het principe ‘schaal bij schaal’ – een iets grotere hoeveelheid energie-opwek toe te staan. We denken daarbij aan enkele windturbines of een zonnepark in de orde van 5–10 hectare. Het buitengebied houden we voor het overige vrij van energie-opwek, met uitzondering van zonop-dak en kleine molens bij de boerenbedrijven.

44

Zorgvuldig ontwerp en ontwerpend onderzoek Bij elke vorm van energieopwekking moet sprake zijn van zorgvuldig ontwerp en aandacht voor de inpassing in de omgeving. Voor opwekinstallaties op gebouwen hebben we daarom welstandsrichtlijnen. Bij het realiseren van zonneparken of windturbines maken we een landschappelijk inpassingsplan. Ook benutten we Atelier Stadsbouwmeester om ruimtelijke verkenningen te doen naar geschikte locaties voor energie­opwekking in combinatie met andere functies. Clustering van grootschalige opwek Om te veel verspreiding en versnippering van opwek in het buitengebied te voorkomen, willen

we, net zoals beschreven in de Friese energievisie, de meer grootschalige opwek van stroom via zonne-energie en windenergie zo veel mogelijk bij elkaar zetten. Daarmee houden we de rest van het buitengebied vrij van opwek. Bij de dorpen is eventueel ruimte voor een kleinschalig

zonnepark van enkele hectares en/of een dorpsmolen.

Innovatie en energieopwekking op de Energiecampus Een paar jaar geleden is aan de westzijde van de stad de Energiecampus opgeleverd. Deze plek is onder meer bedoeld om innovaties op het gebied van energie uit te testen. En voor bedrijven die producten maken of diensten leveren die een bijdrage leveren aan duurzame energieproductie en/of zorgen voor energiebesparing. Daarnaast is er ruimte voor energieopwekking en conversie (omzetting van de ene vorm van energie naar de andere). Naast bijvoorbeeld de productie van groen gas zien wij hier mogelijkheden voor windenergie.

Batterijopslag Batterijopslag is een belangrijk onderdeel van het nieuwe energiesysteem. Om pieken en dalen in zowel stroomopwek als stroomvraag te kunnen opvangen, zijn batterijopslagsystemen nodig. Die worden ingezet om het elektriciteitsnet te ontlasten en hebben lokale meerwaarde.

Figuur 22: Zoekgebieden grootschalige opwek via zonne-energie en windenergie.

We onderscheiden 2 zoekgebieden voor grootschalige opwek: • Ten westen van de stad Leeuwarden het gebied met daarin de gronden rondom de vlieg­basis, bedrijventerrein de Zwette en Nieuw Stroomland (binnen de Haak). We houden daarbij rekening met eventuele beperkingen die de vliegbasis oplevert. • En aan de oostkant van de stad bedrijventerrein de Hemrik (zie onderstaande kaart). Voor grootschalige opwekking van windenergie in de vorm van een windpark kijken we vooral naar bedrijventerrein de Zwette en naar Leeuwarden Zuidwest (het gebied rondom de Kempenaersreed). Ondanks een minimale voetafdruk hebben deze turbines ruimtelijke impact qua zicht, geluid en slagschaduw. Daarom streven we naar een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

Naast grootschalige batterijopslag op hoogspanningsniveau zien we mogelijkheden om batterijopslag te koppelen aan opwekprojecten. Op deze manier vergroten we de flexibiliteit van het systeem en het vermogen om energie op te slaan. Wanneer er sprake is van opslag, wordt dit integraal meegenomen in het ruimtelijk ontwerp. Daarnaast kunnen batterijsystemen op middenspanning- en laagspanningsniveau een belangrijke rol spelen in het stabiliseren en balanceren van het stroomnet. Denk aan een buurtbatterij of een energiehub-batterij op een bedrijventerrein. Mits goed ingeregeld staan we hier positief tegenover en zullen we de ontwikkeling ervan stimuleren. De ontwikkeling van thuisbatterijen stimuleren we niet actief; dit valt binnen de persoonlijke vrijheid van onze inwoners.

infrastructuur, maar ook een zelfstandige plek kunnen krijgen in het landschap. De komende jaren verkennen we de mogelijkheden hiervoor. Zoekgebieden wijzen we aan bij de herziening van de omgevingsvisie (in 2026). Realisatie hiervan zal vermoedelijk niet voor 2030 plaatsvinden. De Energiecampus, ruimte voor innovatie.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

Verkennen van één of meerdere lijnopstellingen windenergie Het open landschap in de gemeente Leeuwarden leent zich in beginsel ook voor één of meerdere lijnopstellingen van windenergie. Deze zouden geplaatst kunnen worden naast grootschalige

Batterijopslag is momenteel niet toegestaan zonder omgevingsvergunning. We verkennen daarom de ruimte en mogelijkheden voor batterijopslag binnen de gemeente. En onder welke aanvullende voorwaarden we dit willen toestaan. Voor grootschalige batterijopslag doen we dit in samenwerking met de provincie en TenneT. Ook bij batterijopslag op hoogspanningsniveau moet er lokale meerwaarde zijn.

45

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

46

Lokaal werken we zo veel mogelijk samen met andere partijen om onze doelen te bereiken.

6. Samenwerking en de gemeentelijke rol In dit hoofdstuk gaan we in op de rol van de gemeente binnen de energietransitie en de samenwerking met andere partijen voor het behalen van onze doelen.

6.1 Samenwerking

Wat wij doen als gemeente staat niet op zichzelf, maar hangt samen met keuzes die worden gemaakt in een regionale en (inter)nationale context. We zijn voor behalen van onze doelen en ambities afhankelijk van de beleidskeuzes en (co)financiering van de provincie Fryslân, het Rijk en de Europese Unie. Als gemeente werken we daarom op alle schaalniveaus samen:

De rol van de gemeente verschilt per project en situatie: soms nemen we het voortouw en zijn we aanjagend, soms regisserend of faciliterend. Denk ook aan het stellen van kaders, verlenen van vergunningen of handhaven. Daarbij doen we het samen — met inwoners, bedrijven en organisaties. We onderstrepen de waarde van energieprojecten die worden gedragen door de eigen omgeving.

• Lokaal werken we zo veel mogelijk samen met andere partijen om onze doelen te bereiken. Energiecoöperaties, woningcorporaties en de netbeheerders zijn bijvoorbeeld belangrijke samenwerkingspartners. Ook werken we veel samen met inwoners, maatschappelijke partners, bedrijven en (onderwijs)instellingen. • Provinciaal benutten we het samenwerkingsverband de Friese Energietafel, om samen met de provincie Fryslân, de Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, Liander en 11 maatschappelijke Friese organisaties zoals de Friese Milieu Federatie kennis te delen en vraagstukken aan te pakken. • Nationaal zijn we betrokken bij het G40-stedennetwerk en hebben we veel contact met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Door middel van werkbezoeken en kennis­uitwisseling halen we inspiratie op uit andere gemeenten. • Op Europees niveau zijn we betrokken bij 2 Interreg projecten: het SCEPA-project (Scaling up the Energy Poverty Approach) rondom het aanpakken van energiearmoede. En het project Water Warmth rondom lokale waterwarmtesystemen (aquathermie).

6.1.1 Samenwerking met energie-initiatieven Als gemeente hebben we een heldere koers voor ogen. Waar energie-initiatieven ontstaan die aansluiten bij deze koers en bijdragen aan onze doelen, gaan we graag het gesprek aan en zoeken we de samenwerking op. Dit doen we altijd op basis van respect en gelijkwaardigheid.

Initiatieven die niet direct aansluiten bij onze doelen kunnen ook een waardevolle bijdrage leveren aan de energietransitie of de leefbaarheid. Maar we kiezen ervoor om vooral die projecten actief te ondersteunen die bijdragen aan de gezamenlijke opgave. Tegelijkertijd ontwikkelen en starten we als gemeente ook zelf projecten. Waar mogelijk zoeken we daarbij actief de verbinding met bestaande initiatieven in de wijk of regio. Waar het nodig is, begeleiden we energie-initiatieven en energiecoöperaties en stimuleren we initiatieven van onderop. We helpen in de opstartfase en zelforganisatie, denken mee over

plannen en ondersteunen bij concrete projecten. Per energieproject kijken we hoe we de samen­ werking vormgeven en hoe we elkaar kunnen versterken. Deze aanpak willen we voortzetten. Ook (mede)organiseren we informatiebijeenkomsten, waarin kennisuitwisseling en het opbouwen van een netwerk tussen energie-initiatieven centraal staan. Zo versterken we de onderlinge verbinding, stimuleren we samenwerking en vergroten we het lokale handelingsperspectief.

BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE |

De komende jaren blijven we inzetten op samenwerken en kennis delen in provinciaal, landelijk en Europees verband.

We organiseren informatiebijeenkomsten, waarin kennisuitwisseling en het opbouwen van een netwerk tussen energie-initiatieven centraal staan.

47

6.1.2 Arbeidsmarktkrapte en samenwerking met het onderwijs Voor het slagen van de energietransitie zijn veel technische mensen nodig in de voorbereiding en

uitvoering. Op dit moment is de arbeidsmarkt (zeer) krap. Om te zorgen dat onze ambities kunnen worden gehaald, is het belangrijk om veel mensen op te leiden; zowel jonge mensen en mensen die willen omscholen. Op deze manier kan de energietransitie ook bijdragen aan de participatie­ graad en het herintreden van mensen die op afstand van de arbeidsmarkt staan. Zo zijn onze Energiecoaches nu al vaak herintreders. De gemeente wil dit ondersteunen door samen te werken met het (lokale) onderwijs. Ook dragen we bij aan het opleiden van toekomstige professionals door middel van (onderzoeks)stages en het voordragen van en begeleiden bij opdrachten van scholieren en studenten van verschillende scholen.

6.2 De rol van de gemeente

Binnen de energietransitie vervult de gemeente Leeuwarden verschillende rollen. We onder­scheiden vanuit de omgevingsvisie grofweg 4 typen: • Realiseren, zelf doen • Regisseren, samen doen • Reguleren, kaders meegeven aan anderen • Ruggensteunen, anderen helpen om het zelf te doen

| BELEIDSPROGRAMMA ENERGIE

Welke rol we innemen, hangt af van het type project, de fase waarin het zich bevindt en wat er al vanuit de samenleving wordt opgepakt. De gemeente vervult dus niet in elk traject dezelfde rol, en bij langlopende projecten kan onze rol in de loop van de tijd ook veranderen. Door per situatie te kijken welke rol het beste past, kunnen we beter aansluiten bij wat er leeft en nodig is in de stad en dorpen. Zo bouwen we samen aan een haalbare en gedragen energietransitie.

48

6.2.1 Realiseren & Regisseren In de gebouwde omgeving heeft de gemeente een duidelijke regisserende en realiserende rol in de energietransitie. We leiden de overgang naar duurzame energie in goede banen, bijvoorbeeld bij het aardgasvrij maken van wijken en het ontwikkelen van collectieve warmteoplossingen. Daarbij zorgen we voor samenhang, afstemming met partners en een zorgvuldig proces richting bewoners. Onze rol wordt steeds breder en actiever. We nemen het voortouw in duurzame projecten rondom de productie, opslag, distributie en levering van energie. Nieuwe landelijke wetgeving, zoals de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, vraagt van gemeenten een leidende rol in collectieve warmteprojecten. Een concreet voorbeeld is de aanleg van het warmtenet in Heechterp, waar we samen met Bouwgroep Dijkstra Draisma aan werken. Daarnaast versnellen we de opwek van zonne- en windenergie door bedrijven en bewoners actief

te informeren en te ondersteunen, bijvoorbeeld met zon-op-dak analyses en via onze energie­ adviseurs. Door zelf het initiatief te nemen – bijvoorbeeld met een gemeentelijk energie- of warmtebedrijf – kunnen we publieke belangen beter borgen en ervoor zorgen dat opbrengsten terugvloeien naar de gemeenschap.

6.2.2 Reguleren De gemeente beslist over het beleid; dit noemen we reguleren, de kaderstellende rol. Binnen de kaders die de gemeente opzet, kunnen marktpartijen of burgerinitiatieven projecten ontwikkelen. Door middel van heldere kaders en randvoorwaarden zorgen we voor een eerlijk speelveld. Tot voor kort lag onze rol vooral in het stellen van kaders, regulerend, zoals bij de ontwikkeling van zonneparken. We werkten vooral reactief en ondersteunden initiatieven die zich aandienden. Inmiddels maken we, mede dankzij nieuwe wetgeving en extra middelen, de beweging naar een actievere, meer realiserende en regisserende rol in de energietransitie. 6.2.3 Ruggensteunen De gemeente heeft ook een ruggensteunende, faciliterende rol, onder meer bij het vinden van financieringsmogelijkheden en het geven van advies – iets wat door energiecoöperaties en bedrijven wordt gewaardeerd. Maar ook door het verlenen van subsidies en het ondersteunen van particulieren, bedrijven en organisaties zoals de energie-initiatieven. We ruggensteunen en faciliteren daarnaast kennis en innovatie. Voor inwoners betekent dit bijvoorbeeld het organiseren van informatieve bijeenkomsten. Ook organiseren we duurzame markten in het gemeentehuis met verschillende (regionale) stakeholders. En we stimuleren innovaties op het gebied van energie in samenwerking met het bedrijfsleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=e8063713-1156-482d-a36f-325f32cfd99a