2023 OVO Fryslân-Noord Jaarstukken
Tekst van het document
28
!mpulse Kollum beschikt over een prikkelarm pedagogisch-didactisch centrum. Binnen deze voorziening wordt planmatig maatwerk geboden op basis van de specifieke ondersteuningsbehoefte van de leerling. Hierbij wordt samengewerkt met externe partijen vanuit de omgeving en kan er in veel gevallen thuis nabij en passend onderwijs worden aangeboden. Samenwerkingsverband Scholen voor het voortgezet onderwijs zijn verplicht deel uit te maken van een samenwerkingsverband. OVO Fryslân-Noord is aangesloten bij Samenwerkingsverband Fryslân-Noard. Er wordt samengewerkt op het gebied van leerlingenondersteuning met als doel om de ondersteuningsstructuur te versterken op scholen, de deskundigheid van docenten en ondersteuners te bevorderen, inclusiever onderwijs te bieden aan alle leerlingen, minder leerlingen te verwijzen naar het speciaal voortgezet onderwijs en te voorkomen dat leerlingen thuiszitten en geen onderwijs krijgen. Op grond van deze aansluiting is OVO Fryslân-Noord een gelieerde partij van het Samenwerkingsverband Fryslân-Noard. Scholen binnen het samenwerkingsverband kunnen gebruik maken van het expertisecentrum en het OPDC. Binnen het OPDC zijn drie trajecten.
Een traject gericht op terugkeer naar de school, een time-out voorziening voor leerlingen die geschorst zijn en een traject voor leerlingen die (on)geoorloofd thuiszitten en extra ondersteuning nodig hebben om weer naar de eigen of naar een andere school te kunnen gaan. Het samenwerkingsverband zorgt voor de financiering van de extra ondersteuningsmiddelen bestemd voor de ondersteuning van de leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte op de scholen. De vergoedingen voor de leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die OVO Fryslân-Noord ontvangt van het samenwerkingsverband worden één op één aan het formatieve budget van de scholen toegekend. Elke school heeft beleidsvrijheid hoe ze deze middelen inzetten ten behoeve van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Inzet middelen extra ondersteuning Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd aan het samenwerkingsverband.
De middelen zijn in 2023 ingezet voor: • het doorontwikkelen van beleid ten aanzien van de basisondersteuning en extra ondersteuning; • de begeleiding van leerlingen door aan de scholen verbonden remedial teachers en externe begeleiding voor specifieke leerlingen; • het op organisatieniveau versterken van de ondersteuningsstructuur door: • extra uren voor zorgfunctionarissen, intern begeleiders en leerlingenbegeleiders • extra inzet van klassenassistenten en/of lerarenondersteuners • ondersteuning van leraren door specialisten • het realiseren van specifieke hulpvoorzieningen binnen scholen (time-out, hulpklas etc.) • het verkleinen van klassen waar veel begeleiding werd verwacht • een extra trajectgroep voor leerlingen met specifieke problematiek • scholing/coaching/deskundigheidsbevordering gericht op docenten/mentoren/coaches/onderwijsassistenten en pedagogische conciërges • innovatieplannen op het gebied van inclusief onderwijs in samenwerking met het samenwerkingsverband.
29
Als resultaten hiervan zijn te noemen: een veilig schoolklimaat en een vroegtijdige signalering van problematiek hetgeen leidt tot een eerdere aanpak, eventueel samen met andere hulpverleners zoals jeugdzorg en wijkteams. De leerling is in beeld.
3.10 Sociale veiligheid Op de scholen van OVO Fryslân-Noord is iedereen welkom en er is aandacht voor de diversiteit in de maatschappij als het gaat om levensbeschouwingen, geaardheden en politieke opvattingen. In de coach/mentor-lessen en maatschappelijke vakken is hier ook aandacht voor. Een aantal scholen heeft een actief GSA-netwerk. Daarnaast doen scholen actief mee met initiatieven om een inclusieve samenleving te bevorderen, bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan Paarse Vrijdag. Op de scholen worden medewerker-, ouder- en leerling-tevredenheidsonderzoeken afgenomen. In de vragenlijsten is standaard een paragraaf over sociale veiligheid opgenomen. In het geval er uitslagen zijn die vragen om een specifieker onderzoek op dit thema wordt dat gedaan op de betreffende school. In het netwerk van zorgcoördinatoren is sociale veiligheid onderwerp van gesprek. Daarnaast zijn er op de scholen vertrouwenspersonen waar leerlingen (en medewerkers) terechtkunnen. Naast de interne vertrouwenspersonen zijn er externe vertrouwenspersonen (zie ook 1.6.1. en 1.6.4).
3.11 Corona en onderwijsachterstanden Het is steeds duidelijker geworden welke achterstanden de leerlingen hebben opgelopen ten tijde van de coronapandemie en dat deze niet zomaar met extra ondersteuning zijn in te lopen. De achterstanden zijn niet alleen op cognitief gebied maar ook op sociaalemotioneel gebied. Er zijn veelal zorgen over de effecten op de mentale gesteldheid van (een deel van) onze leerlingen. Het gebrek aan sociale contacten en de binding met medeleerlingen op school heeft voor de nodige belemmeringen in de ontwikkeling in brede zin van de leerling gezorgd. 3.11.1 Onderwijsachterstanden algemeen Alle leerlingen binnen de stichting worden met onafhankelijke toetsen aan het begin van leerjaar 1 gescreend. Op basis van de scores worden programma’s ingezet om de onderwijsachterstanden te verminderen. In de wijken waar sprake is van structurele achterstanden wordt ook projectmatig gewerkt aan de ondersteuning van leerlingen en gezinnen. Ook is hier aandacht voor activiteiten buiten de lesuren om. 3.11.2 Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Het Ministerie heeft de bestedingstermijn voor de middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) verlengd. Hierdoor zijn, net zoals de voorgaande schooljaren, middelen ter beschikking gesteld om de onderwijsachterstanden nog verder terug te dringen.
Deze middelen kunnen en mogen op verschillende soorten interventies worden ingezet, op hoofdlijnen zijn dit: • meer onderwijs (binnen of buiten reguliere schooltijden) om bij groepen leerlingen kennis en vaardigheden bij te spijkeren; • effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden bij te spijkeren; • sociaal-emotioneel en fysieke ontwikkeling van leerlingen; • ontwikkelen van de executieve functies van leerlingen; • extra inzet van personeel en ondersteuning; • faciliteiten en randvoorwaarden. 30
De besteding van de middelen heeft op de scholen plaatsgevonden. Elke school heeft de behoefte geïnventariseerd. De inventarisatie binnen de school heeft plaatsgevonden op basis van een eerder afgenomen schoolscan, zoals is opgenomen in de NPO-regeling. Er zijn scholen die deels hebben gekozen voor extra inzet van personeel. Door het extra aanstellen van onderwijsassistenten/ instructeurs is er tijdens en buiten de lesuren meer individuele ondersteuning aan leerlingen gegeven. Ook is er gekozen voor tijdelijke klassenverkleining. Hierdoor is er meer tijd gecreëerd voor individuele ondersteuning naar behoefte van de leerling op de desbetreffende vakgebieden. De inzet van extra personeel is voor 20,4% gerealiseerd door de inhuur van personeel niet in loondienst. Daarnaast zijn er door een aantal scholen op een effectieve manier kennis en vaardigheden ingezet voor het bijspijkeren van leerlingen. Hierbij valt te denken aan een-op-een-begeleiding en individuele instructies. Sommige scholen hebben specifieke bijlessen georganiseerd om zodoende de opgelopen onderwijsachterstanden weg te werken. Bij de ISK is extra aandacht geweest voor sportieve en culturele activiteiten, begrijpend lezen en er is een begin gemaakt met een eigen schoolbibliotheek. Daarnaast zijn door de ISK extra onderwijsassistenten ingezet om meer begeleiding en instructie te geven.
De uitgaven NPO zijn met name besteed aan personele inzet. Dit komt tot uitdrukking in de onderstaande specificatie.
31
32
4. Personeel
4.1
Kengetallen
4.1.1 Aantal medewerkers, medewerkers naar categorie en leeftijdsopbouw OVO Fryslân-Noord heeft 535 fte in dienst, ultimo boekjaar 2023, verdeeld over 770 medewerkers. Daarvan zijn er 474 in vaste dienst en 241 in tijdelijke dienst. Er waren 55 stagiaires aanwezig. Hieronder is het aantal fte naar categorie weergegeven: Directie Onderwijzend Personeel (OP) OOP met lesgevende taken OOP zonder lesgevende taken Totaal
Fte 31 december 2023 13 372 29 121 535
In 2023 zijn alle medewerkers die vanuit de OVO waren gedetacheerd bij het samenwerkingsverband Fryslan-Noard in dienst getreden bij het samenwerkingsverband. Leeftijdsopbouw ultimo 2023 binnen de stichting ziet er als volgt uit: Leeftijdscategorie (jaar) 0-20 20-30 30-40 40-50 50-60 60-65 65 en ouder Totaal
Aantal medewerkers 4 152 160 158 169 97 30 770
Procent (%) 0,52 19,74 20,78 20,52 21,94 12,6 3,9 100
33
4.1.2 Flexibele schil Binnen OVO Fryslân-Noord bestaat het personeelsbestand voor een belangrijk deel uit formatie aangesteld voor onbepaalde tijd. De stichting wenst, gelet op de onzekerheden, over een flexibele schil te beschikken van plm. 15%. Daarmee is de organisatie in staat om tijdig te anticiperen op mogelijke leerlingendaling. Voor de ISK geldt dat op deze school, gegeven de onzekerheid van de leerlingaantallen, per definitie zo weinig mogelijk contracten voor onbepaalde tijd worden aangegaan. Ultimo boekjaar 2023 was 67% van de contracten voor onbepaalde tijd en 33% bepaalde tijd. Bij de ISK werkt 67% van de medewerkers op een contract voor bepaalde tijd. Het hoge percentage contracten bepaalde tijd is gerelateerd aan: • De contracten voor bepaalde tijd op de ISK in verband met de aard van het onderwijs en de financiering; • De hogere uitstroom en daaruit voortvloeiend (conform beleid) instroom met contracten voor bepaalde tijd die nog niet omgezet zijn in een contract voor onbepaalde tijd. OVO Fryslân-Noord heeft een goed beeld van het natuurlijk verloop de komende jaren. 4.1.3 Functiemix Ultimo boekjaar ziet de functiemix van de stichting eruit zoals hieronder is weergegeven. Het betreft reguliere inzet, inzet vanwege vervanging, en inzet van gedetacheerde medewerkers in loondienst.
De verdeling in fte’s ultimo 2023 van de functiecategorie OP in schalen is als volgt: Functieschaal LB LC LD Totaal
Fte 232,9 57,2 81,9 372
4.1.4 Ziekteverzuim OVO Fryslân-Noord is eigen risicodrager wat betreft de kosten wegens vervanging van zieke medewerkers. De kosten voor ziektevervanging worden centraal door OVO FryslânNoord beheerd. Leidinggevenden voeren, met ondersteuning van het HR team, het vastgestelde verzuimbeleid uit. Het ziekteverzuim wordt gereduceerd door preventieve begeleidingstrajecten in te zetten waar nodig en door actief verzuimbeleid te voeren. Het ziekteverzuim van de afgelopen twee jaren ziet er als volgt uit: 2022: 6,9% 2023: 7,47% Het cumulatief ziekteverzuimpercentage ligt hoger dan het gemiddelde verzuimpercentage volgens de laatst bekende Benchmark van Voion over 2022. Deze percentages zijn 6,1% voor OP en 6,6% voor OOP.
34
Het totale verzuim 7,47% bestaat voor een belangrijk deel uit langdurig verzuim. De opbouw van het percentage is in onderstaande tabel opgenomen.
Er is een plan van aanpak gemaakt en er is een medewerker specifiek vrij gemaakt om de stijging van het verzuim om te buigen naar een daling.
4.2
Strategisch HR-beleid
Binnen OVO Fryslân-Noord worden de medewerkers beschouwd als de basis voor de kwaliteit van het onderwijs. In dit kader is een aantal ontwikkelingen en initiatieven te noemen. Binnen de stichting wordt periodiek dialoog gevoerd over het strategische HRbeleid. Het CvB heeft in CMT-bijeenkomsten, in de strategiesessies en in bilaterale gesprekken met de schoolleiders (en incidenteel met OP) gesprekken over het onderwerp (strategisch) HR-beleid. 4.2.1 Voorloper Onderwijsregio In 2023 heeft de landelijke overheid besloten tot het oprichten van Onderwijsregio’s. In de Onderwijsregio’s nemen partijen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hun regionale onderwijsarbeidsmarkt. Door samen te werken in de regio bij het werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren kunnen we beter inspelen op de personeelstekorten. Hierbij wordt in de regio samengebracht en versterkt wat er al gebeurt in de partnerschappen Samen Opleiden en Professionaliseren, RAP-regio’s en de allianties van lerarenopleidingen. Het VO en MBO van Friesland, De Noordoostpolder en Urk vormen samen een voorloperregio. De eerste verkenning is aan het einde van 2023 gestart. 4.2.2 Formatieplanning Jaarlijks wordt, voorafgaand aan het schooljaar, het personeelsbestand kwalitatief geschouwd in aanloop naar de formatieplanning.
Iedere medewerker heeft een bestuursaanstelling en is inzetbaar op alle locaties/scholen. De jaarlijkse (ver)plaatsing van medewerkers op de scholen wordt zeer zorgvuldig uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met o.a. de volgende elementen: • de juiste medewerker op de juiste plaats. • het overeenstemmen van de formatie met de financiële kaders. • het bieden van werkgelegenheid in de eigen organisatie, mits de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd blijft. 35
4.2.3 Het Kompas voor medewerkers en de gesprekkencyclus Alle nieuwe medewerkers krijgen informatie over hun specifieke werkterrein en verwachte taakinvulling. Hiervoor wordt een inwerktraject opgesteld. Na het inwerktraject gaat de begeleiding over in de periodieke gesprekkencyclus. Binnen de organisatie wordt persoonlijk leiderschap (verantwoordelijkheid) en vitaliteit gestimuleerd. Drie belangrijke pijlers in het Kompas dat is opgesteld voor medewerkers zijn: Vertrouwen, Samen en Professioneel. Het verbeteren van onze eigen kwaliteiten vraagt van een ieder een open en lerende houding en het nemen van verantwoordelijkheid daarin voor het eigen handelen, maar ook voor elkaar. De gesprekkencyclus van de organisatie is o.a. hierop gericht. In deze periodieke gesprekken staan in ieder geval drie thema’s centraal: welzijn, functioneren en ontwikkeling. 4.2.4 Vlootschouw In 2023 is een vlootschouw per team en per school uitgevoerd. De vlootschouw wordt in het CMT gebruikt om te bepalen of er in de komende jaren sprake is van tekorten voor bepaalde vakken en op welke wijze die tekorten moeten worden ingevuld. De vlootschouw -gecombineerd met een aantal kwantitatieve analyses- leidt op directieniveau tot de vraag voor welke vakgebieden er wel of geen sprake kan zijn van de toekenning van vaste aanstellingen.
Het zijn met name de directeuren die, binnen de eigen school met de eigen vaksecties, regelmatig het gesprek aangaan over de (gewenste) personele ontwikkelingen binnen de school. Dit wordt meegenomen als input voor de vlootschouw en de vaststelling van beleid op niveau van de stichting. Hierbij wordt het HR-beleid binnen de stichting onder andere afgestemd op de individuele meerjaren-schoolplannen van de scholen, de formatieve ruimte en de lessentabel. Dit is mede de basis voor het in kaart brengen van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, afgezet tegen de mogelijkheden. Daarna wordt onder begeleiding van een HRadviseur, in gezamenlijkheid met alle scholen, de formatie van elke individuele school samengesteld. 4.2.5 LeiderschapsOntwikkelTrajecten (LOT) Wij kennen een tweejaarlijks LeiderschapsOntwikkelingsTrajecten (LOT). In het schooljaar 2022- 2023 hebben 8 medewerkers deelgenomen aan dit traject. 4.2.6 Begeleiding nieuwe docenten Onbevoegde (en nieuwe) docenten kennen een grotere begeleidingsbehoefte dan ervaren, bevoegde docenten. Deze docenten ontvangen een intensievere begeleiding. Dit wordt vormgegeven door middel van intensieve begeleiding van nieuwe docenten (NIDO-traject). Dit traject bestaat uit een aanbod vanuit, onder andere, de schoolopleiders en vakspecifieke begeleiding vanuit de eigen of aanverwante sectie.
De begeleiding van de onbevoegde docenten is -onder andere- gericht op het behalen van de wettelijke onderwijsbevoegdheid. Om dit in goede banen te leiden wordt er een studieplan opgesteld en periodiek wordt de studievoortgang besproken. Daarmee voorkomen we dat nieuwe docenten de organisatie, dan wel het onderwijs, verlaten. 4.2.7 Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit Duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en werkgeluk van onze medewerkers is ook het komende jaar van het grootste belang. De afgelopen jaren was er een vitaliteitsregeling van kracht waar medewerkers van 62 jaar en ouder aan konden deelnemen. Het College van Bestuur heeft besloten deze regeling niet te verlengen, maar te willen werken aan 36
Duurzame Inzetbaarheid voor alle medewerkers. Daartoe is er in een projectgroep met vertegenwoordiging GMR, schoolleiding en HRM een plan van aanpak gemaakt. Daarnaast is er gewerkt aan een subsidieaanvraag die mogelijk een financiële bijdrage kan leveren aan de uitvoering van het plan. In 2023 is er gestart met de uitvoering van een Risico Inventarisatie & Evaluatie door de ArboUnie. Hierbij wordt in brede zin gekeken naar arbeidsrisico’s. In 2024 wordt de uitvoering afgerond en het rapport opgeleverd. Daarnaast is in 2023 het aanbestedingsproces gestart voor een nieuwe arbodienstverlener. Dit proces is succesvol afgerond en heeft geleid tot een contract met Zorg van de Zaak.
4.3
CAO VO
In het najaar van 2023 is een onderhandelaarsakkoord overeengekomen voor het VO. De nieuwe CAO VO heeft een looptijd van 17 maanden, van 1 mei 2023 tot 1 oktober 2024.
4.4
Uitkeringen na ontslag
Na ontslag hebben voormalige medewerkers recht op een werkloosheidsuitkering. Daarnaast kunnen medewerkers recht hebben op een bovenwettelijke uitkering die voor rekening komt van het schoolbestuur. Voor deze beide lasten wordt een voorziening getroffen. Er is een inventarisatie gemaakt van de medewerkers die op dit moment recht hebben op een werkloosheidsuitkering en hiervoor is een plan gemaakt om behulpzaam te zijn bij de terugkeer naar werk.
4.5
Opleidingsscholen
4.5.1 Opleidingsscholen OVO Fryslân-Noord participeert in twee opleidingsscholen. Een opleidingsschool is een school waarbij studenten, die een studie volgen aan een lerarenopleiding, in de praktijk opgeleid kunnen worden. Dit draagt eveneens bij aan het strategische HR-beleid. Het zelf opleiden van deze studenten leidt tot een instroom van kwalitatief goed opgeleide medewerkers. Dit komt de onderwijskwaliteit ten goede. Een opleidingsschool is een samenwerkingsverband tussen een opleidingsinstituut of meerdere opleidingsinstituten. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het leerproces van studenten. De theorie wordt aan de concrete werkervaring op school verbonden. Hierbij is er oog voor de specifieke context. De accreditatietermijn heeft hierbij een looptijd van maximaal zes jaar. OVO Fryslân-Noord is aangesloten bij twee opleidingsscholen, te weten School of Education (SofE) en Opleidingsschool FRyske Opliedings SKoalle (FROSK). Beiden worden hieronder afzonderlijk besproken. 4.5.2 School of Education OSG Piter Jelles heeft samen met de partners van de School of Education, rsg de Borgen, Dr. Nassau College, Stad & Esch en NHL/Stenden en de RUG, sinds het schooljaar 20092010 het Keurmerk van Opleidingsschool. OSG Piter Jelles is een opleidingsschool en eveneens penvoerder van dit project, het zogenoemde School of Education.
4.5.3 Opleidingsschool Frosk RSG Simon Vestdijk maakt samen met OSG Singelland, RSG Magister Alvinus, CSG Liudger, CSG Bogerman en de opleidingsinstituten van NHL/Stenden en de RUG, deel uit 37
van de (aspirant)-opleidingsschool Frosk, waardoor het opleiden in de school nog beter geborgd kan worden. In 2020 heeft Frosk de accreditatie van volwaardige opleidingsschool verkregen.
4.6
Werkdrukmiddelen
Structureel wordt er door het ministerie OC&W middelen beschikbaar gesteld voor maatregelen voor werkdrukverlichting. 4.6.1 Structurele bestedingswijze vanaf schooljaar 2023-2024 Collectieve aanpak werkdrukverlichting Er is afgesproken dat de helft van de werkdrukmiddelen wordt besteed aan een collectieve aanpak waarin schoolleiders, leraren en ondersteunend personeel in overleg treden over de te nemen maatregelen. Uitgangspunt bij de inzet van de collectieve werkdrukmiddelen is dat de medewerkers (binnen hun organisatorische eenheid) zelf werkdrukplannen maken met maatregelen die op hun school de werkdruk verminderen. De werkdrukmiddelen zijn ingezet voor onderwijsassistenten en zorgmedewerkers, maar ook voor sociale activiteiten, coaching en onderzoek. De medezeggenschapsraden en medewerkers van de scholen zijn betrokken bij dit proces en de besluitvorming. Vanaf schooljaar 2023/2024 worden de werkdrukmiddelen ingezet. De evaluatie wordt per school uitgevoerd. Op dit moment heeft er nog geen evaluatie plaatsgevonden. Individuele aanpak werkdrukverlichting Er is afgesproken dat er middelen beschikbaar zijn voor een individuele component, waarbij elke medewerker recht heeft op extra tijd voor taakverlichting. Het individueel keuzebudget bedraagt 90 uur bij een fulltime aanstelling (40 uur werkdrukverlichting).
De docent kan de uren bijvoorbeeld naar eigen inzicht gebruiken voor aanpassing van de werkzaamheden, door lesvermindering dan wel vermindering van de overige taken.
38
5. Facilitair
5.1
Huisvesting/Inkoop
Duurzaamheid op het gebied van huisvesting en inkoop was in 2023 een belangrijk thema. Dit heeft alles te maken met de ontwikkelingen die er in de wereld gaande zijn. De huidige energiecontracten (gas en elektra) van OVO Fryslân-Noord liepen tot 31 december 2023. In 2023 was er voor onze organisatie daarom nog niet een significante stijging in de energiekosten merkbaar. In de keuzes die worden gemaakt en investeringen die worden gedaan, wordt echter wel al rekening gehouden met een stijging. Het nieuwe energiecontract met ingangsdatum 1 januari 2024 is tot stand gekomen via het landelijke Inkoopcollectief Energie voor scholen. De overgang naar een andere energiecollectief was noodzakelijk om te voldoen aan de rechtmatigheidsvereisten vanuit de aanbestedingswet voor de inkoop van energie. Strategisch huisvestingsplan In 2023 is gestart met het opstellen van een strategisch huisvestingsplan voor OVO Fryslân-Noord. De afronding van dit plan wordt verwacht in 2024.
Specifieke werkzaamheden huisvesting In 2023 is er ten aanzien van de huisvesting een aantal specifieke werkzaamheden uitgevoerd, zoals: • renovatie en herinrichting BiNasklokaal MHS en Impulse; • renovatie en herinrichting lokaal Beeldende Vorming Dokkum; • renovatie en herinrichting personeelskamer Servicebureau; • herinrichting leerlingwerkplekken Harlingen; • Op diverse locaties is het schoolmeubilair in lokalen vervangen. 39
Meerjarig groot onderhoud Het meerjarig groot onderhoud van de gebouwen is volgens plan uitgevoerd. Enkele voorbeelden hieruit zijn: • alle locaties zijn overgegaan van traditionele verlichting naar ledverlichting; • alle vanuit de overheid verplichte energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder zijn uitgevoerd; • het dak van het servicebureau is gerenoveerd en extra geïsoleerd; • op diverse locaties zijn de klimaatinstallaties geoptimaliseerd en zo nodig vervangen. Bij locatie YnSicht is in 2023 een pilot gestart voor het optimaliseren van het gebouwbeheersysteem. Dit heeft een energiebesparing opgeleverd van 30% ten opzichte van 2022. Naar aanleiding van deze pilot en de behaalde resultaten is eind 2023 besloten dit voor alle locaties uit te rollen. Bij investeringen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met duurzaamheid, zoals energiebesparende maatregelen: ledverlichting, optimalisatie van de temperatuurregeling (gebouwbeheersysteem), isolatie en inzet op duurzame energie.
5.2 ICT Ook in 2023 blijft ICT een onmisbaar onderdeel van het onderwijs en ondersteuning bij OVO Fryslân-Noord. Dit vraagt om degelijk beheer van systemen, netwerken en onderwijsapplicaties door de afdeling ICT. Ook zal de afhankelijkheid van betrouwbare ICT toenemen. Er is blijvend veel aandacht besteed aan de ondersteuning van de scholen om het onderwijs mogelijk te maken. ICT wordt intensief toegepast in het onderwijs. Dit stelt hogere eisen aan de informatievoorziening. Ontwikkelingen in de ICT gaan steeds sneller. Daarmee wordt de beveiliging ook steeds belangrijker. Werkzaamheden om aan de beveiligingsstandaarden te kunnen blijven voldoen, behoren blijvend tot de prioriteiten. De afdeling ICT kijkt continue naar ontwikkelingen van de beveiligingsstandaarden in de markt en past deze daar waar nodig toe bij OVO Fryslân-Noord. Dit betekent dat alle scholen op een goede en veilige manier kunnen samenwerken. In de zomer van 2023 is er gestart met de AVG-werkgroep (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in het kader van Informatiebeveiliging en Privacy. Doel hiervan is om te kunnen voldoen aan het normenkader IBP wat wordt geëffectueerd in 2027. Functionaris Gegevensbescherming OVO Fryslân-Noord is verplicht om een functionaris gegevensbescherming (FG) in te schakelen. De FG houdt toezicht op de naleving van de AVG. De FG was in 2023 belegd bij Rotshuizen & Geense.
Naar aanleiding van advies van de FG begin 2023, heeft OVO Fryslân-Noord besloten om een externe nulmeting te laten verrichten en vervolgens om de FG-functie per 2024 te beleggen bij een extern bureau dat gespecialiseerd is in de AVG en in het bijzonder een externe FG aanbiedt.
40
6. Financiën
6.1
Algemene ontwikkelingen
In 2023 is voor de voorziening groot onderhoud overgegaan van de egalisatiemethode naar de componentenmethode. Bij de componentenmethode wordt een tijdsevenredige opbouw van de voorziening per onderhoudscomponent gevormd. Dit betekent dat per 1 januari 2023 een herrekening is gemaakt van de stand van de voorziening groot onderhoud. De voorziening groot onderhoud is per 1 januari 2023 met 11 miljoen verhoogd. Deze verhoging van de voorziening is in mindering gebracht op het eigen vermogen per 1 januari van de stichting. De VO-bekostiging vanuit het ministerie is gebaseerd op het leerlingenaantal per 1 oktober en geldt voor het eerstkomende kalenderjaar. Voor PO scholen wordt de bekostiging toegekend op basis van het leerlingenaantal op 1 februari. Aangezien de bekostiging vanuit het ministerie in grote mate afhankelijk is van het leerlingenaantal, wordt de ontwikkeling van het leerlingenaantal zorgvuldig gevolgd, zodat er adequaat op geanticipeerd kan worden. De formatie wordt afgestemd op het leerlingenaantal en er vindt een goede afweging plaats bij het aangaan van tijdelijke dan wel vaste arbeidscontracten. In onderstaande tabel is weergegeven hoe het verloop van het leerlingenaantal zich in de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld.
41
Voortgezet onderwijs Teldatum
Totaal
Bekostiging
01-10-2021 01-10-2022 01-10-2023 5 01-10-2024 6
5.301 5.483 5.883 5.631
2022 2023 2024 2024
Teldatum
Totaal
Bekostiging
01-02-2022 01-02-2023 7 01-02-2024 8
52 51 44
2023 2024 2025
Primair onderwijs
6.2
Verantwoord financieel beleid
Onderdelen van een verantwoord financieel beleid zijn: • Een bewuste en voorzichtige houding met betrekking tot het aangaan van vaste arbeidscontracten en financiële verplichtingen (flexibele schil); • Een meerjarenbegroting waarbij het regulier resultaat gemiddeld rond nul tot licht positief of licht negatief wordt begroot 9; • Het aanhouden van een eigen vermogenspositie waarmee risico’s opgevangen kunnen worden; • Een risicomijdend beleid tot niet-direct benodigde financiële middelen conform de Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten en het Treasury Statuut; • Het periodiek uitvoeren van risicoanalyses; • Een periodieke analyse van het financiële resultaat en het bespreken van de financiële ontwikkelingen met de Raad van Toezicht en met de GMR; • Het gebruik van functiescheiding en gestandaardiseerde en geautomatiseerde processen.
6.3
Allocatiesystematiek
6.3.1 Algemeen Het allocatiemodel is in samenspraak met College van Bestuur en het Centraal Management Team (CMT), waarin de schooldirecteuren zijn vertegenwoordigd, ingericht. De toekenning van middelen is gelijk gebleven aan 2022. De school kan de kosten op basis van het allocatiemodel passend maken aan haar onderwijsorganisatie. 6.3.2 Uitgangspunten De interne allocatie van de baten van de VO-scholen heeft enkele principiële uitgangspunten: • de middelen moeten zoveel als mogelijk worden besteed aan datgene waarvoor ze bedoeld zijn/toegekend worden; • gelijke financiële behandeling tussen de scholen; • transparantie.
Op basis van beschikking DUO Voorlopige prognose schooljaar 2024-2025. 7 Op basis van beschikking DUO. 8 Op basis van beschikking DUO. 9 In de meerjarenbegroting 2023 wordt hier eenmalig vanaf geweken i.v.m. de verwachte stijging van de energielasten waarbij de hoogte van de compensatie nog onduidelijk is. 5 6
42
Op hoofdlijnen komt de allocatie van de baten van de VO scholen op het volgende neer: • De reguliere OC&W bekostiging komt ten goede aan de school, waarbij geldt: o Er wordt uitsluitend een percentage op het reguliere bedrag per leerling ingehouden t.b.v. de algemene bovenschoolse kosten. Dit betekent dat voor elke leerling ongeveer hetzelfde bedrag wordt ingehouden t.b.v. de algemene kosten. o Op de aanvullende bedragen in de reguliere bekostiging OC&W, die bedoeld zijn voor specifieke doeleinden, vindt geen inhouding plaats ten behoeve van algemene kosten. Concreet betekent dit dat op de volgende aanvullende bekostiging geen inhouding plaatsvindt: - het aanvullende bedrag per leerling voor LWOO/PRO/VMBO-GL. - het aanvullende bedrag voor een geïsoleerde VO-vestiging en het aanvullende bedrag voor vestigingen met breed onderwijsaanbod. o Omwille van het feit dat de vaste voet van de afzonderlijke scholen verschillend is, wordt de vaste voet afgedragen t.b.v. de bovenschoolse algemene kosten 10. • De vergoeding van het samenwerkingsverband wordt conform de systematiek van het samenwerkingsverband toegekend aan de scholen. Op deze vergoedingen wordt geen bedrag meer ingehouden ten behoeve van de algemene bovenschoolse kosten. • De schooldirecteur is verantwoordelijk voor een sluitende schoolbegroting en is verantwoordelijk om financieel binnen de schoolbegroting te blijven.
o Voor de schoolbegroting zijn echter wel richtinggevende bedragen meegegeven 11, zodat dit houvast biedt voor de schooldirecteur. De schooldirecteur heeft hierin de vrijheid om van deze richtbedragen af te wijken, zodat de kosten passend zijn bij het onderwijsconcept en/of de school. 6.2.3 Bovenschoolse kosten De bovenschoolse kosten zijn onder te verdelen in kosten servicebureau en algemene kosten. Servicebureau Het servicebureau verleent ondersteunende diensten aan de scholen op het gebied van onder andere: • Opleiden in de school (schoolopleiders) • Kwaliteitszorg • Leerlingenzorg • Communicatie • ICT • Huisvesting & Facilitaire zaken • HR & Personeels- en salarisadministratie • Financiële administratie
10 De vaste voet van de scholen is verschillend. Dit is afhankelijk of de school wordt getypeerd als hoofdvestiging, nevenvestiging of tijdelijke vestiging. 11 De richtbedragen zijn gebaseerd op de gemiddelde bedragen per leerling binnen OVO-FN en gebaseerd bij een gebruik van de GPL.
43
Algemene kosten De algemene kosten betreffen in grote lijnen de kosten van het College van Bestuur en de kosten in algemeen belang van de organisatie. Hierbij valt te denken aan: • Ziektevervanging • Kosten BAPO • Kosten ouderschapsverlof • Bedrijfsgezondheid • Integratie • Loonbaanbegeleiding • Dotaties aan de voorzieningen • Onderhoudscontracten OVO breed • Licenties onderwijs en bedrijfsvoering • Internetkosten • Contributies • Communicatie & PR • Projecten strategisch perspectief • Accountant • Medezeggenschapsraad • Raad van Toezicht 6.3.4 Allocatie voortgezet onderwijs De basisbekostiging 2023 is gebaseerd op leerlingenaantal 01-10-2022. Deze bekostiging wordt intern toegekend, middels het interne allocatiemodel, aan de scholen over schooljaar 2022-2023 (t-5mnd systematiek). Circa 80% van het leerlingenafhankelijke bedrag van de basisbekostiging wordt toegekend aan de scholen. De scholen bepalen hierbij zelf waaraan zij de middelen uitgeven. Naast de basisbekostiging is er eveneens nog sprake van enkele aanvullende bekostigingen vanuit het ministerie OC&W, namelijk: • aanvullende bekostiging voor LWOO/PRO leerlingen; • aanvullende bekostiging voor VMBO-GL leerlingen; • aanvullende bekostiging scholen met breed onderwijsaanbod; • aanvullende bekostiging geïsoleerde VO-vestigingen; • de bekostiging nieuwkomers. Deze bekostigingen worden één op één toegekend aan de scholen.
Bekostiging studieverlof Bevoegde docenten die een bachelor of master willen gaan doen, kunnen onder bepaalde voorwaarden, een lerarenbeurs aanvragen. Met deze lerarenbeurs kunnen leraren een bachelor- of masteropleiding volgen, zodat docenten zich verder kunnen ontwikkelen. De lerarenbeurs bestaat uit twee elementen: • een vergoeding voor het collegegeld en studiekosten aan de leerkracht; • een vergoeding aan de werkgever om studieverlof te kunnen verlenen en hiervoor een vervanger te kunnen aanstellen. De bekostiging studieverlof, die aan de werkgever wordt toegekend, wordt één op één toegekend aan het formatieve budget van de school. OVO Fryslân-Noord heeft ervoor gekozen om extra scholingsmiddelen toe te kennen voor de facilitering van docenten die aan het studeren zijn voor een (extra) bevoegdheid in een schaarste vak.
44
Vergoedingen Passend Onderwijs Het doel van passend onderwijs is om een zo passend mogelijke onderwijsplek te bieden aan leerlingen. Onderwijs dat leerlingen uitdaagt, uitgaat van mogelijkheden en rekening houdt met de ondersteuningsbehoefte. Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Dit betekent dat de school verantwoordelijk is voor het bieden van een goede onderwijsplek voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Vanuit het samenwerkingsverband Fryslân-Noard krijgt de stichting middelen om hier inhoud aan te geven. Deze middelen worden één op één toegekend aan de scholen. Met ingang van kalenderjaar 2023 zijn de vergoedingen van de lichte ondersteuning voor vmbo basis- en kaderleerlingen vervallen. Vanaf 2024 worden de vergoedingen van het Samenwerkingsverband anders vormgegeven als gevolg van opting-out. Dit heeft financiële gevolgen. Allocatie-lasten Binnen OVO Fryslân-Noord is er zowel sprake van een allocatie van de baten (bovenstaande) maar eveneens een allocatie van de lasten. Deze kosten worden toegewezen aan de betreffende school. 6.3.5 Allocatie Primair Onderwijs Aangezien we de exploitatie moeten segmenteren 12 en de organisatie één PO-school heeft (De Jutter, Vlieland), is er voor het primair onderwijs binnen OVO Fryslân-Noord geen allocatie nodig. Dit betekent dat de werkelijke baten en lasten rechtstreeks op de PO-locatie worden geboekt.
De schooldirecteur is hierbij verantwoordelijk voor een sluitende schoolbegroting en verantwoordelijk om financieel binnen de schoolbegroting te blijven.
6.4
Financiële kengetallen
De kengetallen die iets zeggen over de financiële positie van de stichting zijn: liquiditeit, solvabiliteit, weerstandsvermogen en rentabiliteit. Deze kengetallen worden hieronder afzonderlijk nader toegelicht. De kengetallen zijn per 1 januari 2023 herrekend in verband met de overgang naar de componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud.
1-1 2023 Solvabiliteit Solvabiliteit 2 Liquiditeit Rentabiliteit Weerstandsvermogen
31-12 2023 16,4 67,6 2,3 5,8% 8,8
31,3 72,4 2,8 9,4% 17,7
Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. De solvabiliteit geeft aan in hoeverre OVO Fryslân-Noord kan voldoen aan haar langlopende verplichtingen. De door de Inspectie van het Onderwijs 12
De exploitatie tussen VO en PO moet expliciet gescheiden blijven. 45
gehanteerde signaleringsgrens voor solvabiliteit is 30%. De Inspectie onderzoekt besturen die meer dan 70% van hun totale vermogen gefinancierd hebben met vreemd vermogen. Na invoering van de componentenmethode is 11 miljoen van het eigen vermogen overgeheveld naar de voorziening groot onderhoud. De solvabiliteitsratio is ten opzichte van het verslag over 2022 aanzienlijk gedaald, maar met een solvabiliteitsratio 2 inclusief voorziening van 72,4% zit OVO Fryslân-Noord ruim boven de signaleringsgrens. Liquiditeitsratio Dit kengetal, ook wel de current ratio genoemd, geeft de verhouding aan tussen de kortlopende vorderingen en de kortlopende schulden. De liquiditeitsratio geeft aan in hoeverre OVO Fryslân-Noord haar verplichtingen op korte termijn (circa 1 jaar) kan voldoen. Door het Ministerie OC&W wordt een instelling met een liquiditeit van 0,75 (current ratio) of hoger beoordeeld als “financieel gezond”. Met een liquiditeitsratio van 2,8 is het totaal van de vorderingen en liquide middelen van OVO Fryslân-Noord ruim voldoende om de kortlopende schulden te kunnen voldoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is een ratio die aangeeft in hoeverre een organisatie eventuele toekomstige financiële tegenvallers op kan vangen ofwel het vermogen van de stichting om ook in ongunstige tijden haar activiteiten te kunnen voortzetten.
Het weerstandsvermogen is het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van totale baten. Als vuistregel geldt, dat wanneer het weerstandsvermogen kleiner is dan 10%, er mogelijk te weinig reserves zijn, wat kan duiden op een risicovolle situatie. Wanneer het weerstandsvermogen boven de 40% is, is de kans groot dat de financiële reserves te hoog zijn. OVO Fryslân-Noord streeft naar een weerstandsvermogen tussen de 15% en 20% zodat mogelijk toekomstige, onverwachte tegenvallers opgevangen kunnen worden. Rentabiliteit De rentabiliteit geeft de mate aan van de winstgevendheid van de stichting. Het is het exploitatieresultaat in percentage van de totale baten. Het streven is dat zoveel mogelijk middelen ten behoeve van het onderwijs worden ingezet. Dit betekent dat OVO FryslânNoord streeft naar een rentabiliteit van iets boven de 0%. De rentabiliteit over 2023 wordt als hoog beschouwd. In de komende jaren zullen de NPO-gelden en collectieve werkdrukmiddelen dan ook worden besteed. Gelet op bovenstaande kan gesteld worden dat OVO Fryslân-Noord er financieel gezien gezond voor staat en voldoende in staat is om in de toekomst eventuele financiële tegenvallers op te vangen.
6.5
Exploitatieresultaat
Het exploitatieresultaat van OVO Fryslân-Noord over boekjaar 2023 is €6.287.606 positief. De tabel hieronder geeft de realisatie 2023 weer ten opzichte van de begroting en voorgaand boekjaar. In de hierop volgende paragrafen wordt het financieel resultaat nader toegelicht.
46
Afwijking €
Afwijking %
64.661.437
55.823.372
8.838.065
15,8%
64.661.437 59.887.256
4.774.181
8,0%
544.970 1.842.886 67.049.293
342.971 1.409.847 57.576.190
201.999 433.039 9.473.103
58,9% 30,7% 16,5%
544.970 548.954 1.842.886 2.850.585 67.049.293 63.286.795
-3.984 -1.007.699 3.762.498
-0,7% -35,4% 5,9%
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
48.022.847 1.081.935 4.798.121 7.217.825 61.120.728
44.102.372 1.240.326 5.644.191 7.737.210 58.724.099
3.920.475 -158.391 -846.070 -519.385 2.396.629
8,9% -12,8% -15,0% -6,7% 4,1%
48.022.847 46.612.346 1.081.935 1.079.434 4.798.121 5.096.284 7.217.825 6.779.479 61.120.728 59.567.543
1.410.501 2.501 -298.163 438.346 1.553.185
3,0% 0,2% -5,9% 6,5% 2,6%
Saldo baten en laten
5.928.565 -1.147.909 7.076.474
12,4%
5.928.565 3.719.252 2.209.313
37,3%
Rijksbedragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten
Realisatie 2022
Afwijking %
Begroot 2023
Baten
Realisatie 2023
Afwijking €
Realisatie 2023
Lasten
Financiële baten en lasten Totaal resultaat
359.041
-75.000
434.041
-579%
6.287.606 -1.222.909 7.510.515
-614%
359.041
-64.172
423.213
-6,595
6.287.606 3.655.080 2.632.526
72,0%
Het positieve resultaat in 2023 kent meerdere oorzaken. In 2023 zijn er NPO-gelden ter hoogte van 3 miljoen ontvangen. De NPO-gelden waren niet meegenomen in de begroting 2023. Bij het opstellen van de begroting was de verwachting dat deze gelden in 2022 ontvangen zouden worden. Voor de besteding van deze middelen is een meerjarenplan opgesteld en dit vindt plaats in de komende periode. Het positieve resultaat is toegevoegd aan de bestemmingsreserve NPO. In plaats van een begroot verlies, in verband met besteding van de NPO-gelden uit de bestemmingsreserve, is er een bate op NPO (1,3 mln) ontstaan. De collectieve werkdrukmiddelen zijn na de formatie voor het schooljaar 2022/2023 toegekend. Daardoor konden deze niet worden ingezet. De bate van collectieve werkdrukmiddelen bedraagt per saldo (0,6 mln). Dit resultaat is toegevoegd aan de publieke bestemmingsreserves. De bekostiging per leerling is gestegen in verband met de CAO-stijging in 2023. De stijging van de personeelskosten is in verhouding lager gebleven door een andere samenstelling van het team. De stijging van de personeelskosten per fte is tot 2% beperkt gebleven. In verband met de invoering van de componentenmethode is de dotatie van de voorziening groot onderhoud (1,1 miljoen) lager dan begroot.
OVO Fryslân-Noord is in belangrijke mate afhankelijk van inkomsten vanuit het ministerie 13, te weten circa 96%, en in mindere mate van andere inkomsten. Bij de inkomsten van het ministerie speelt het leerlingenaantal een belangrijke rol. Rijksbijdragen Hieronder worden de gerealiseerde rijksbijdragen 2023 uiteengezet ten opzichte van de begroting en voorgaand boekjaar.
Rijksbedragen
13
Realisatie 2023
Begroot 2023
Afwijking €
64.661.437
55.823.372
8.838.065
Afwijking % 15,8%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
Afwijking €
64.661.437
59.887.256
4.774.181
Afwijking % 8,0%
Inclusief doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband 47
De rijksbijdragen OC&W 14 zijn hoger uitgekomen in vergelijking met de begroting en voorgaand boekjaar. De basisbekostiging is fors hoger dan begroot. In verband met de stijging van de loonkosten conform CAO is door het Rijk de bekostiging met 4,9% verhoogd. Dit heeft geresulteerd in een hogere basisbekostiging van 2,85 miljoen euro. Het ministerie van OC&W heeft in september 2022 extra middelen per leerling beschikbaar gesteld over 2022-2023 ten behoeve van de uitvoering van het onderwijsakkoord. Structureel heeft het ministerie OC&W geld beschikbaar gesteld voor maatregelen voor werkdrukverlichting. Men realiseert zich dat het, gezien het moment van bekend worden van dit onderhandelaarsakkoord zo vlak voor de zomervakantie, lastig dan wel onmogelijk is om conform bovengenoemde werkwijze tot een besteding te komen van de middelen voor het schooljaar 2022-2023. Daarom ziet het ministerie OC&W het schooljaar 2022-2023 als een overgangsjaar in aanloop naar de structurele bestedingswijze. Het ministerie OC&W heeft circa €160,00 per leerling in 2022-2023 toegekend aan de collectieve aanpak van werkdrukverlichting waarbij schoolleiders, leraren en ondersteunend personeel in overleg treden over de te nemen maatregelen.
Uitgangspunt bij de inzet van de collectieve werkdrukmiddelen is dat de medewerkers (binnen hun organisatorische eenheid) zelf werkdrukplannen maken met maatregelen die op hun school de werkdruk doen verminderen. In verband met het overgangsjaar en gezien het feit dat schooljaar 2022-2023 al geheel geformeerd was, is binnen OVO Fryslân-Noord afgesproken dat de middelen in een bestemmingsreserve collectieve werkdrukmiddelen worden opgenomen. De scholen maken structurele plannen over de besteding van deze werkdrukmiddelen evenals over de besteding van de collectieve werkdrukmiddelen die zijn opgenomen in de bestemmingsreserve. Door toename van het aantal ISK-leerlingen is de bekostiging voor de nieuwkomers 1,6 miljoen hoger dan begroot. Overige overheidsbijdragen In de onderstaande tabel wordt de gerealiseerde overige overheidsbijdragen weergegeven in vergelijking met de begroting 2023 en kalenderjaar 2022. Realisatie 2023 Overige overheidsbijdragen en subsidies
544.970
Begroot 2023 342.971
Afwijking € 201.999
Afwijking % 58,9%
Realisatie 2023 544.970
Realisatie 2022 548.954
Afwijking €
Afwijking %
-3.984
-0,7%
De overige overheidsbijdragen en -subsidies liggen met name hoger ten opzichte van de begroting doordat de gemeente gemeentelijke NPO-middelen heeft toegekend. Overige baten In de onderstaande tabel komt de vergelijking tussen de gerealiseerde overige baten 2023 ten opzichte van de begroting en boekjaar 2022.
14
Inclusief doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband 48
Overige baten
Realisatie 2023
Begroot 2023
1.842.886
1.409.847
Afwijking € 433.039
Afwijking % 30,7%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
Afwijking €
Afwijking %
1.842.886
2.850.585
-1.007.699
-35,4%
De overige baten zijn hoger uitgekomen ten opzichte van de begroting. Dit wordt met name gerealiseerd door vergoedingen van STO (Sterk Techniek Onderwijs) ten behoeve van uitgevoerde projecten. De overige baten zijn ten opzichte van 2022 aanzienlijk gedaald doordat personeel dat gedetacheerd werd bij het samenwerkingsverband daar in dienst is gekomen. Lasten De kosten bestaan voor een belangrijke deel uit personele lasten (78%). Vervolgens zijn daarnaast nog te onderscheiden: afschrijvingslasten (2%), huisvestingslasten (8%) en overige lasten (12%). Personele lasten De personele lasten bestaan voor een belangrijk deel, namelijk 91%, uit salariskosten. Hieronder wordt de gerealiseerde personeelslast 2023 uiteengezet ten opzichte van de begroting en realisatie 2022.
Personeelslasten
Realisatie 2023
Begroot 2023
Afwijking €
48.022.847
44.102.372
3.920.475
Afwijking % 8,9%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
Afwijking €
48.022.847
46.612.346
1.410.501
Afwijking % 3,0%
De totale personele lasten zijn hoger uitgevallen ten opzichte van de begroting. Als gevolg van het aanbieden van het onderwijs aan nieuwkomers (noodopvang vluchtelingen) wordt er meer formatie ingezet. Hier staat een hogere bekostiging nieuwkomers tegenover. Per 1 juli zijn de salarissen structureel verhoogd met 10%. Het gaat hierbij om een loonsverhoging van 10% vanaf 1 juli 2023. Daarnaast werd tot de loonschaal 10/LB een eenmalige uitkering variërend van €1.000 voor de lagere loonschalen tot €350 voor schaal 10/LB in november per fulltime aanstelling toegekend. Dit heeft het ministerie gecompenseerd in de basisbekostiging. Afschrijvingslasten De afschrijvingslasten zijn in 2023 lager uitgekomen dan begroot en dan voorgaand boekjaar, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Voor een aantal investeringen zijn subsidies ontvangen. Deze zijn in mindering gebracht op de aanschafwaarde waardoor de afschrijvingen lager uitkomen.
Afschrijvingen
Realisatie 2023
Begroot 2023
Afwijking €
1.081.935
1.240.326
-158.391
Afwijking % -12,8%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
1.081.935
1.079.434
Afwijking € 2.501
Afwijking % 0,2%
De afschrijvingslasten bestaan voor een belangrijk deel uit afschrijvingslasten ICT. Huisvestingslasten Hieronder worden de gerealiseerde huisvestingslasten in 2023 uiteengezet ten opzichte van de begroting 2023 en realisatie 2022. Hieruit blijkt dat de huisvestingslasten lager zijn uitgekomen ten opzichte van de begroting en ten opzichte van vorig jaar.
49
Huisvestingslasten
Realisatie 2023
Begroot 2023
Afwijking €
4.798.121
5.644.191
-846.070
Afwijking % -15,0%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
Afwijking €
4.798.121
5.096.284
-298.163
Afwijking % -5,9%
De huisvestingslasten liggen in 2023 in vergelijking met 2022 lager door de overgang naar de componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud. De dotatie voorziening groot onderhoud is € 1,1 miljoen lager dan de begroot. De kosten voor dagelijks onderhoud en contractonderhoud zijn door invoering van de componentenmethode € 0,3 miljoen hoger dan begroot. Door maatregelen voor besparingen, zoals klimaatinstallaties, zonnepanelen en de inzet van AI, vallen de energiekosten € 0,3 miljoen lager uit dan begroot. De huurkosten voor huisvesting en sportaccommodaties is echter 0,3 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt mede veroorzaakt door hogere bijdragen aan multifunctionele centra, extra kosten voor noodhuisvesting in Dokkum en verhoging van de in rekening gebrachte kosten van sportaccommodaties. Overige lasten
Overige lasten
Realisatie 2023
Begroot 2023
Afwijking €
7.217.825
7.737.210
-519.385
Afwijking % -6,7%
Realisatie 2023
Realisatie 2022
7.217.825
6.779.479
Afwijking € 438.346
Afwijking % 6,5%
De overige lasten zijn een stuk lager uitgevallen dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de begrote materiële kosten voor NPO. Een deel van de besteding van deze kosten is nog niet gerealiseerd. De kosten zijn gestegen ten opzichte van 2022. Dit wordt met name veroorzaakt door de overdracht van bekostiging voor ISK-leerlingen aan het MBO van € 0,3 miljoen.
6.6
Treasury
Algemeen Onderwijsinstellingen ontvangen rijksvergoedingen en -subsidies en dienen deze inkomsten te besteden aan onderwijs. Het moment van de ontvangst en de uitgave is nagenoeg nooit gelijk aan elkaar. Het gevolg hiervan is dat er tijdelijk overtollige financiële middelen zijn, dat er tijdelijk extra financiële middelen moeten worden aangetrokken of dat er financiering nodig is. Een goed beheer van dit proces is belangrijk en heet treasury. Onder treasury wordt dus verstaan: “het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. Beleid Het treasurybeleid maakt deel uit van het financiële beleid van OVO Fryslân-Noord. De beschrijving van het proces alsmede de geldende regels en bevoegdheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het huidige treasurybeleid van OVO Fryslân-Noord vindt plaats binnen de kaders van de ‘Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen houdende regels voor onderwijsinstellingen omtrent het uitzetten van gelden, het aangaan van leningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële derivaten’ (Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016).
Bij het aantrekken respectievelijk uitzetten van alle benodigde respectievelijk overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen. Het beleid en het beheer hiervan is hierbij dienstbaar aan het
50
realiseren van de publieke doelstellingen en is daartoe op transparante wijze gericht op financiële continuïteit. Liquiditeit Ultimo 2023 bedraagt het saldo aan liquide middelen zoals hieronder is weergegeven. De opbouw en de stand van de liquide middelen is in onderstaand schema gesitueerd. 1-1-2023
Kasmiddelen Tegoeden op bankrekeningen Overige liquide middelen
31-12-2023
8.443 22.660.955 2.344 22.671.742
7.426 25.627.601 2.894 25.637.921
De liquide middelen zijn ten opzichte van 2023 gestegen. De liquide middelen zijn met name toegenomen doordat er in 2023 extra bekostiging is toegekend, die is opgenomen in de publieke bestemmingsreserves. In 2023 is overgegaan op schatkistbankieren voor de beschikbare liquide middelen. Financiële baten en lasten Onder de financiële baten en lasten worden de ontvangen renten en betaalde bankkosten gedurende het boekjaar verstaan. Realisatie 2023 Financiële baten en lasten
359.041
Begroot 2023 -75.000
Afwijking €
Afwijking %
434.041 -578,7%
Realisatie 2023 359.041
Realisatie 2022 -64.172
Afwijking €
Afwijking %
423.213 -659,5%
In 2022 brachten banken negatieve rente in rekening. In de begroting voor 2023 is rekening gehouden met deze negatieve rente. In de loop van 2023 is overgegaan naar schatkistbankieren. Hierdoor kan negatieve rente vermeden worden en door de stijging van de rente in 2023 is er zelfs een aanzienlijke bate over de aanwezige liquide middelen ontstaan.
51
7. Toekomst en continuïteitsparagraaf
In dit hoofdstuk wordt het toekomstperspectief van OVO Fryslân-Noord uiteengezet. Dit hoofdstuk is erop gericht de financiële gevolgen van de toekomstige ontwikkelingen, de inhoud en het proces van het risicomanagement en de uitvoering van de Code Goed Bestuur te beschrijven. Het geeft inzicht in de mate waarin het risicomanagement van onze stichting toereikend is en in de aandachtsgebieden voor de (nabije) toekomst.
7.1
Meerjarige leerlingenaantal
Op de teldatum, 1 oktober 2023 voor de VO-scholen en 1 februari 2023 voor de POschool, zijn er bij OVO Fryslân-Noord circa 5.695 leerlingen ingeschreven. Dat zijn er 188 meer dan een jaar eerder. Er is een meerjarige leerlingenprognose opgesteld op basis van analyses, ervaring en verwachtingen van de schooldirecteuren en het College van Bestuur. In onderstaande grafiek is het geprognosticeerde leerlingaantal weergegeven wat doorgerekend is in de meerjarenbegroting 2024-2028.
52
In 2023 is het leerlingaantal met 188 leerlingen gestegen. Dit is voor een groot deel (76%, 143 leerlingen) toe te rekenen aan het ISK onderwijs. De reguliere VO-scholen zijn met 44 leerlingen (23% van totaal) gestegen. Dit is een absolute stijging van 1%, hetgeen in een demografische krimpende omgeving een goede ontwikkeling is. In onderstaande grafieken zijn de ontwikkelingen van de reguliere VO-leerlingen en de ISKleerlingen weergegeven:
Het vooruitzicht is dat het leerlingaantal voor de VO-scholen nog één jaar (t/m 2024) stabiel gaat zijn en daarna tot en met 2027 verder zal stijgen. De ISK-aantallen gaan in eerste instantie nog stijgen en daarna is het aantal afhankelijk van de geopolitieke ontwikkelingen. Daarom is dit aantal in de meerjarenbegroting als stabiel meegenomen.
7.2
Meerjarige formatie
Vanuit de meerjarenbegroting 2023 – 2028 is de formatieve bezetting berekend, onder andere op basis van de leerlingenprognose. De personele bezetting is weergegeven met de realisatie per 31 december 2023 en de geprognosticeerde jaren 2024 tot en met 2028 (T+5).
53
Kengetal Aantal leerlingen Personele bezetting - Formatie directie - Formatie onderwijzend personeel - Formatie ondesteunend personeel Totaal FTE
2023 5695
2024 5708
2025 5778
2026 5825
2027 5854
2028 5808
13,0 362,2 173,2 548,4
13,0 363,0 173,6 549,6
13,0 367,5 175,7 556,2
13,0 370,5 177,2 560,6
12,8 372,3 178,0 563,1
12,0 369,4 176,6 558,0
In de meerjarenbegroting wordt ervanuit gegaan dat de NPO-middelen aflopen in het jaar 2024-2025. Daarnaast wordt rekening gehouden met extra middelen vanuit de subsidie basisvaardigheden. De stichting houdt een flexibele schil aan van plm. 15%. Daarmee is de organisatie in staat op korte termijn te anticiperen op een eventuele leerlingendaling en de daaraan gekoppelde inkomsten. Verder verdeelt de organisatie de personele bekostiging over de scholen op basis van de werkelijke leerlingaantallen aan het begin van elk schooljaar. Hierdoor is de formatie al tijdig aangepast op de dalende of stijgende inkomsten.
7.3
Meerjarenbegroting
Binnen OVO Fryslân-Noord werken we verder aan de ontwikkeling van ons onderwijs en onze organisatie. Thema’s die we als voorwaarden zien om leerlingen in staat te stellen hun talent te volgen. De jaarbegroting schetst de grote lijnen van deze ontwikkelingen en geeft hiervan een financiële vertaling. Het is een jaarbegroting met een positief resultaat. Meerjarenbalans In onderstaand overzicht is de meerjarenbalans 2024-2028 weergegeven.
1.2 Materiële Vaste activa 1.5 Vorderingen 1.6 Liquide middelen
2.1 Eigen vermogen 2.2 Voorzieningen 2.4 Kortlopende schulden
Ultimo 2023 9.642.726 2.643.789 25.637.921
Meerjarenbalans 2024 9.642.726 2.643.789 26.145.921
2025 9.642.726 2.643.789 26.653.921
2026 9.642.726 2.643.789 26.532.921
2027 9.642.726 2.643.789 26.480.921
2028 9.642.726 2.643.789 26.425.921
37.924.436
38.432.436
38.940.436
38.819.436
38.767.436
38.712.436
11.882.056 15.838.511 10.203.868
12.390.056 15.838.511 10.203.868
12.898.056 15.838.511 10.203.868
12.777.056 15.838.511 10.203.868
12.725.056 15.838.511 10.203.868
12.670.056 15.838.511 10.203.868
37.924.436
38.432.436
38.940.436
38.819.436
38.767.436
38.712.436
Om een meerjarenbalans op te kunnen stellen, wordt voor de materiële vaste activa uitgegaan van een ideaalcomplex waarbij de investeringen gelijk zijn aan de afschrijvingen. De vorderingen en kortlopende schulden zijn niet in te schatten voor de komende jaren en derhalve gelijkgesteld aan 2023. Het eigen vermogen muteert als gevolg van het resultaat. De komende jaren zullen de bestemmingsreserves voor werkdrukmiddelen en NPO door besteding afnemen. De voorzieningen zijn niet in te schatten voor de komende jaren en zijn daarom gelijk gesteld aan 2023.
54
Financieringsstructuur Het vermogen van de stichting wordt voor 31,3% gefinancierd met eigen vermogen en door de voorziening groot onderhoud voor 41,2%. Meerjarige kengetallen Hieronder zijn de meerjarige kengetallen uiteengezet. De onderstaande meerjarige kengetallen zijn gebaseerd op de vastgestelde meerjarenbegroting en eveneens verwachte meerjarige balans zoals hierboven is weergegeven.
Ultimo 2023 Solvabiliteit Solvabiliteit 2 Liquiditeit Rentabiliteit Weerstandsvermogen Bovenmatig eigen vermogen
31,3 72,4 2,8 9,4% 17,7 -2.076.297
Kengetallen 2024
2025
2026
2027
2028
32,2 72,8 2,8 0,8% 18,9 -1.498.905
33,1 73,2 2,9 -0,2% 20,1 -913.805
32,9 73,1 2,9 -0,1% 19,8 -1.051.255
32,8 73,1 2,9 -0,1% 19,6 -1.123.455
32,7 73,0 2,8 0,0% 19,5 -1.189.555
Het ministerie van OC&W heeft halverwege 2020 een nieuwe signaleringswaarde gelanceerd voor de hoogte van de reserves van onderwijsinstellingen. Deze signaleringswaarde is ontwikkeld door de Inspectie van Onderwijs. De signaleringswaarde is richtinggevend voor de bovengrens van het eigen vermogen. Hierbij geldt “pas toe of leg uit”. De inspectie gaat deze signaleringswaarde gebruiken in het toezicht op de doelmatigheid. Derhalve is deze waarde meegenomen in het bovenstaande overzicht van de kengetallen. Tot en met 2022 was er sprake van bovenmatig eigen vermogen, maar als gevolg van implementatie van de componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud zal deze bovengrens niet meer worden overschreden. Verder heeft de stichting begin 2024, onder begeleiding van een onafhankelijke accountant, een risico-inventarisatie uitgevoerd. De risico inschatting van de stichting is hierin geïnventariseerd en vertaald naar het benodigde buffervermogen om de geïnventariseerde risico’s te kunnen opvangen. In de continuïteitsparagraaf is de risicoinventarisatie nader uitgewerkt. Het normatief eigen vermogen conform berekeningswijze ministerie is € 13.070.924. Het eigen vermogen van OVO Fryslân-Noord is circa 2 miljoen lager. Er is geen sprake van bovenmatig wettelijk vermogen.
Huisvestingsbeleid Het huisvestingsbeleid is er op gericht om onderwijs te verzorgen in veilige gebouwen die aansluiten bij de hedendaagse onderwijsconcepten. Voor elk schoolgebouw is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld, zowel voor het binnen- als het buitenonderhoud. In 2024 is de overgang gerealiseerd naar de componentenmethode, zodat per component per gebouw een planning is gemaakt voor het groot onderhoud. Het effect van deze planning is dat beter inzicht ontstaat in toekomstige uitgaven voor onderhoud. Bij de bepaling van de voorziening groot onderhoud is hier rekening mee gehouden.
55
Binnen OVO Fryslân-Noord zijn interne huisvestingsplannen opgesteld. Deze plannen worden vergeleken met het vastgestelde Integraal Huisvesting Plan (IHP) van de gemeenten. In dit plan zijn onder andere per gemeente afspraken gemaakt over de schoolgebouwen (functionele aanpassing, renovatie en nieuwbouw) uitgesplitst naar verschillende jaren. Meerjarige staat van baten en lasten Hieronder is de gerealiseerde staat van baten en lasten van 2023 weergegeven alsmede de meerjarenbegroting van 2024-2028 van OVO Fryslân-Noord, zoals deze is vastgesteld eind 2023. Exploitatie 2022
Exploitatie 2023
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
59.887.256
64.661.437
55.823.000
63.457.000
62.170.000
62.499.000
62.903.000
63.125.000
548.954
544.970
343.000
863.000
817.000
817.000
817.000
817.000
3.3 Overige baten
2.850.585
1.842.886
1.410.000
1.294.000
1.085.000
1.085.000
1.085.000
1.085.000
Totale baten
63.286.795
67.049.293
57.576.000
65.614.000
64.072.000
64.401.000
64.805.000
65.027.000
4.1 Personeelslasten
46.612.346
48.022.847
44.102.000
51.526.000
50.504.000
50.568.000
50.947.000
51.231.000
4.2 Afschrijvingen
1.079.434
1.081.935
1.240.000
1.168.000
1.285.000
1.400.000
1.403.000
1.304.000
4.3 Huisvestingslasten
5.096.284
4.798.121
5.644.000
5.830.000
5.830.000
5.880.000
5.830.000
5.830.000
4.4 Overige lasten
6.779.480
7.217.825
7.737.000
6.961.000
6.903.000
6.905.000
6.980.000
6.936.000
Totale lasten
59.567.544
61.120.728
58.723.000
65.485.000
64.522.000
64.753.000
65.160.000
65.301.000
3.1 Rijksbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen
5.1 Financiële baten & lasten Resultaat
-64.172
359.040
-75.000
379.000
329.000
300.000
300.000
300.000
3.655.079 wi ns t
6.287.605 wi ns t