2023 OVO Fryslân-Noord Jaarstukken
Tekst van het document
-1.222.000 verl i es
508.000 wi ns t
-121.000 verl i es
-52.000 verl i es
-55.000 verl i es
26.000 wi ns t
Ontwikkelingen in de meerjarige staat van baten en lasten: Het positieve begrote resultaat van 2024 wordt met name veroorzaakt door de tijdelijke subsidie voor basisvaardigheden en de inkomsten uit de financiële baten en laten. De negatieve resultaten van 2025 en verder worden veroorzaakt doordat eerder ontvangen NPO-gelden worden ingezet in de formatie. De energielasten zijn in 2024 ruim € 750.000 hoger dan in 2023 door de stijgende tarieven. Het langdurig energiecontract van OVO Fryslân-Noord loopt eind 2023 af en hierdoor verdubbelen de energiekosten bijna. OVO Fryslân-Noord verwacht geen energiecompensatie vanuit het ministerie van OCW. Door de stijgende leerlingaantallen zal de formatieve inzet stabiel blijven voor de komende jaren. Toekomstige kasstromen Gezien de huidige liquiditeitspositie, de verwachte toekomstige resultaten en de verwachte investeringen zal dit geen reden zijn tot zorg. Investeringsaanvragen worden ingediend bij het CvB. Het CvB beoordeelt deze investeringsaanvragen. De geplande investeringen worden opgenomen in de (meerjaren)begroting.
56
8. Overige continuïteitsonderwerpen
8.1
Interne risicobeheersings- en controlesysteem
In dit hoofdstuk wordt de aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem nader beschreven. Het bestuur is verantwoordelijk voor het interne risicobeheersings- en controlesysteem van de stichting OVO Fryslân-Noord en voor de beoordeling van de effectiviteit van dit systeem. Begin 2024 heeft de stichting, onder begeleiding van een onafhankelijke accountant, een risico-inventarisatie uitgevoerd. De risico’s van de organisatie zijn in kaart gebracht. De kans op het risico is hierbij ingeschat en de daarbij horende impact op de organisatie. Op basis hiervan is de benodigde bufferfunctie en het benodigde eigen vermogen bepaald.
8.2
Verticale verantwoording
Raad van Toezicht De Raad van Toezicht is belast met het integrale toezicht op de algemene gang van zaken bij OVO Fryslân-Noord, op de door OVO Fryslân-Noord in stand gehouden scholen en het beleid van het College van Bestuur. De Raad van Toezicht heeft in deze de werkgeversrol ten opzichte van het College van Bestuur. Het integraal toezicht houdt hierbij in: toezicht op alle aspecten van OVO Fryslân-Noord en daarbij alle relevante belangen in overweging nemend. Het richt zich daarbij naar het belang van de schoolorganisatie - het belang van de scholen die door OVO Fryslân-Noord in stand worden gehouden - en het belang van de samenleving. Daarbij wordt in het bijzonder gelet op de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan de openbare identiteit. 57
De Raad van Toezicht toetst hierbij de afwegingen die het College van Bestuur heeft gemaakt en of deze daarbij alle relevante belangen heeft meegenomen. Bovendien wordt er toezicht gehouden op de uitvoering van de code Goed Onderwijsbestuur voortgezet onderwijs. Het toezicht op het beleid van het College van Bestuur omvat in elk geval het strategisch beleidsplan, onderwijskundig beleid, personeelsbeleid, beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en het financieel beleid. Het College van Bestuur legt hierover periodiek verantwoording af aan de Raad van Toezicht. Verder wordt er ook toezicht gehouden op ethische vraagstukken en op naleving van de wet- en regelgeving. Om het toezicht goed uit te kunnen voeren, heeft de Raad van Toezicht het recht te kunnen beschikken over alle informatie aangaande OVO Fryslân-Noord. De wijze van toezicht tijdens het kalenderjaar is nader uitgewerkt in het jaarverslag van de Raad van Toezicht. Gemeente Leeuwarden en gemeente Harlingen De jaarrekening van OVO Fryslân-Noord, bestaande uit de balans, de staat van baten en lasten en het jaarverslag, wordt vastgesteld door het College van Bestuur, welke vaststelling de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeft. Het jaarverslag wordt daarna aan de gemeenteraden aangeboden.
Het College van Bestuur stelt jaarlijks, voorafgaand aan het betreffende boekjaar de begroting vast, welke vaststelling de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeft. Deze begroting wordt vervolgens aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders aangeboden. Medezeggenschapsraad De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) wordt rechtstreeks door en uit ouders, leerlingen en het personeel gekozen en vergadert periodiek over diverse onderwerpen. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) functioneert als gesprekspartner van het bestuur over het beleid, financiën, onderwijskwaliteit en personele aangelegenheden. De GMR maakt hierbij gebruik van het recht van advies en instemming conform de wettelijk geregelde bevoegdheden in de Wet medezeggenschap op scholen. De medezeggenschapsstructuur en de bevoegdheden van de medezeggenschapsorganen zijn geregeld in het medezeggenschapsstatuut en het medezeggenschapsreglement. De vestigingen van OVO Fryslân-Noord hebben een eigen MR in de vorm van een deelraad. De deelraad treedt in de bevoegdheden van de GMR voor zover die bevoegdheden betrekking hebben op de desbetreffende vestiging. College van Bestuur Besluiten (en voorgenomen besluiten) worden door het College van Bestuur (CvB) genomen in de vergaderingen van het CvB. Deze vergaderingen vinden periodiek (in principe wekelijks) plaats.
Alle besluiten van het College van Bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen; elk lid van het CvB heeft hierin één stem. Alle (voor)genomen besluiten worden vastgelegd en teruggekoppeld aan de directeuren van de scholen en de coördinatoren van het servicebureau. Het CvB kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, mits met schriftelijk uitgebrachte stemmen van alle leden van het CvB. Voor bepaalde besluiten heeft het CvB vooraf goedkeuring nodig van de Raad van Toezicht. Het CvB heeft de algehele leiding over alle organisatie-eenheden van OVO Fryslân-Noord.
58
Centraal Managementteam (CMT) Periodiek vindt er overleg plaats met het centraal managementteam. Dit overleg bestaat uit het College van Bestuur en de directeuren (het middenmanagement). Het overleg is gericht op de meningsvorming en advisering over het OVO Fryslân-Noord brede beleid. Daarnaast wordt er informatie verschaft, worden ervaringen/ideeën uitgewisseld en actuele ontwikkelingen met elkaar gedeeld, die relevant kunnen zijn voor het OVO Fryslân-Noord brede beleid. Ook worden er in dit overleg ervaringen met elkaar gedeeld over beleidsmatige ontwikkelingen op de afzonderlijke scholen. De directeuren van de scholen hebben ook een periodiek overleg met elkaar zonder het CvB. Binnen dit Directeurenoverleg (DO) werken zij onder andere met elkaar aan thema’s (zowel binnen themagroepen als met het voltallige DO) die bijdragen aan de gestelde doelstellingen in het strategisch perspectief. Ook worden binnen het DO ontwikkelingen en ervaringen vanuit de afzonderlijke scholen gedeeld en besproken. Management Mandatering Het College van Bestuur heeft verantwoordelijkheden en bevoegdheden gemandateerd aan directeuren ten behoeve van het goed kunnen vervullen van zijn/haar/diens functie. Deze mandaten zijn met name opgenomen in de mandatenlijst van OVO Fryslân-Noord.
Zo behoeven uitgaven, binnen het vooraf overeengekomen decentrale budget, bijvoorbeeld geen goedkeuring van het College van Bestuur. Managementcontract Er wordt met elke (school)directeur een managementcontract afgesloten. Hierin worden afspraken gemaakt tussen het College van Bestuur en de desbetreffende directeur voor een bepaalde periode. Hierin worden de jaardoelstellingen voor de directeur/school beschreven en de normen waarop het CvB beoordeeld. Managementgesprek Periodiek legt de (school)directeur in het managementgesprek verantwoording af aan het College van Bestuur voor het gevoerde beleid en de behaalde resultaten. Bilateraal overleg Het bilateraal overleg is een overleg tussen het College van Bestuur en de directeur. In dit overleg komen de lopende zaken, dilemma’s en plannen van de school aan de orde. Ook worden in dit overleg de OVO Fryslân-Noord brede ontwikkelingen besproken.
8.3
Statuten/Reglementen/Beleid
Statuten/Reglementen In de statuten en reglementen van OVO Fryslân-Noord komt de rolverdeling tussen management, College van Bestuur en medezeggenschap tot uitdrukking waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de genoemde geledingen binnen OVO Fryslân-Noord nader zijn uitgewerkt. Treasurybeleid Het doel van treasurybeleid is het beheersen van financiële risico’s. Het treasurybeleid van OVO Fryslân-Noord voldoet aan de regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 en is bijgesteld volgens de geldende regelingen in 2018. 59
Bij het aantrekken respectievelijk uitzetten van alle benodigde respectievelijk overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen. De beschrijving van het proces alsmede de geldende regels en bevoegdheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Hierin is onder andere opgenomen dat het aangaan van verplichtingen op het gebied van treasury en de feitelijke betaalhandeling binnen OVO Fryslân-Noord uitsluitend door een lid van het College van Bestuur mag worden gedaan. Verder is in het treasurystatuut opgenomen welke beleggings- en leningsvormen binnen OVO Fryslân-Noord zijn toegestaan en welke expliciet zijn uitgesloten. Strategische koers en school(jaar)plannen Het strategisch koersplan (2022-2026), dat de basis vormt voor het te voeren beleid, bevat de koersbepaling van OVO Fryslân-Noord. Het is bovendien het fundament van de school(jaar)-plannen van de afzonderlijke scholen van OVO Fryslân-Noord. Het geeft zowel de scholengemeenschap in zijn geheel alsmede de afzonderlijke scholen houvast aan de vastgestelde koers. Zie voor het strategische koersplan ook hoofdstuk 2.3. Planning & control cyclus OVO Fryslân-Noord werkt met een planning- en controlsysteem. (Beleids)afspraken worden via de pdca-cyclus (plan, do, check, act) bewaakt.
Begroting In de begroting wordt rekening gehouden met de verwachte toekomstige ontwikkelingen op het gebied van leerlingen, investeringen, groot onderhoud, formatie, huisvestingslasten en overige lasten. De begroting bevat naast de balans en de staat van baten en lasten een continuïteitsparagraaf. Managementinformatie Voor de financiële aspecten van een school wordt gebruik gemaakt van de bedrijfssoftware van Afas. Verder wordt er gebruik gemaakt van een managementinformatiesysteem waarbij zowel de formatie, winst-&-verliesrekening als balans, realtime ten opzichte van de begroting gemonitord kan worden op stichtings- en op schoolniveau. Hierbij worden de gegevens gebruikt vanuit de bedrijfssoftware Afas. Hiermee kan elke (school)directeur, op elk gewenst moment, zijn financiën monitoren en indien nodig bijsturen. Hierdoor is er zowel op schoolniveau als op concernniveau actueel inzicht in de financiële situatie. Formatieplanning en -begroting OVO Fryslân-Noord beheert met een eigen ontwikkeld systeem de formatieplanning en begroting. Op basis van een leerlingenprognose voor komend schooljaar ontvangen de scholen van OVO Fryslân-Noord middelen om de schoolorganisatie voor het komende schooljaar vorm te geven. In maart/april voorafgaand aan het begin van het schooljaar wordt de toekenning van deze middelen beschikbaar gesteld aan de scholen. Op basis hiervan wordt geformeerd.
Eén keer per jaar, op teldatum 1 oktober, worden de beschikbare middelen uiteindelijk nog gecorrigeerd aan de hand van het aantal werkelijk ingeschreven leerlingen op 1 oktober op schoolniveau. De financiële middelen van de school kunnen hierdoor nog toe- of afnemen.
60
Formatieplan Het (meerjaren)formatieplan vloeit voort uit het strategisch plan, de (meerjaren)begroting en de formatiebegroting/-planning en sluit aan bij de te verwachten ontwikkeling van het leerlingenaantal. Het formatieplan wordt in april/mei voor het komende schooljaar opgesteld en is de basis voor de inzet van medewerkers voor het komende schooljaar. Personele bezetting De personele bezetting bij de start van het schooljaar is een afgeleide van het formatieplan. In oktober wordt het personele schoolbudget gecorrigeerd op basis van het werkelijk aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober. Dit kan consequenties hebben voor de personele bezetting. De personele bezetting wordt per schooljaar afgestemd op het aantal daadwerkelijke aanwezige en op teldatum 1 oktober ingeschreven leerlingen. Managementrapportages per trimester Er worden trimesterrapportages opgesteld door de teams Onderwijs & Kwaliteit, HR & Personeelsadministratie, Huisvesting & Facilitaire zaken en Financiën. Hierin wordt gerapporteerd over de voorbije vier, acht en twaalf maanden. De exploitatie tot en met de verslaggevingsperiode wordt toegelicht en een prognose van de exploitatie voor het gehele kalenderjaar is opgenomen met bijbehorende toelichting. Deze rapportage biedt inzicht en sturingsmogelijkheden gedurende het kalenderjaar.
Bedrijfssoftware Binnen OVO Fryslân-Noord wordt gewerkt met bedrijfssoftware van AFAS. Dit softwarepakket wordt gebruikt voor de personeels-, salaris- en financiële administratie. Een softwarepakket komt ten goede aan een efficiënte bedrijfsvoering. Facturen worden digitaal ingelezen en via een workflow digitaal ter goedkeuring aangeboden bij de desbetreffende budgethouder. Verder wordt gebruik gemaakt van de software van Topdesk ten behoeve van het facilitair beheer en ICT-beheer binnen OVO Fryslân-Noord. Het proces van melden van storingen, aanvragen van artikelen en de afhandeling hiervan wordt bijgehouden en uitgevoerd in één systeem. Dit komt het proces ten goede. Datalekken Een ieder heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. OVO Fryslân-Noord heeft een functionaris voor de gegevensbescherming en beleid op dit thema. Het doel van dit beleid is om gegevens optimaal te beveiligen en indien nodig direct maatregelen te treffen.
Algemene gedrags- en integriteitscode De code is bedoeld om een kader te scheppen voor een goed, veilig en stimulerend werken leerklimaat binnen OVO Fryslân-Noord, vrij van discriminatie, ongewenste intimiteiten, agressie en geweld. De gedrags- en integriteitscode is onderdeel van het handboek Governance. Het doel van afspraken in de vorm van gedragslijnen is dat medewerkers en leerlingen op respectvolle wijze met elkaar en anderen omgaan in een 61
sfeer van wederzijds vertrouwen. De afspraken in concrete regels zijn nader uitgewerkt in statuten, reglementen, klachtenregelingen, regelingen bij het vermoeden van misstanden en in algemene voorwaarden en overeenkomsten. Het stelt medewerkers en ouders/verzorgers en leerlingen in de gelegenheid (eventuele vermeende) onregelmatigheden en/of klachten te melden bij de interne of externe vertrouwenspersoon.
8.4
Risicomanagement
Begin 2024 heeft een risico-inventarisatie plaatsgevonden voor OVO Fryslân-Noord waarbij de uitkomsten worden meegenomen bij de inbedding van risicomanagement in de planning en control cyclus. Bij de risico-inventarisatie zijn meerdere functionarissen van OVO Fryslân-Noord betrokken. Bij het opstellen van de risico-inventarisatie zijn er verschillende risicoafwegingen benoemd. In deze paragraaf worden ontwikkelingen en risico’s genoemd waarvan het vermoeden bestaat dat die zich kunnen voordoen, maar waarvan de financiële omvang (nog) niet gekwantificeerd kan worden. Bij risico’s gaat het om gebeurtenissen die (voor een belangrijk deel): • Niet voorzien kunnen worden; • Niet beheersbaar zijn. Gebeurtenissen die wel voorzien kunnen worden en wel beheersbaar zijn, en waar dus op geanticipeerd kan worden, vormen zo gedefinieerd dus geen risico. Risicomanagement vormt een onderdeel van onze beleidscyclus. Voor een gedetailleerde beschrijving van de gedefinieerde risico's en de werking van de beheersmaatregelen wordt verwezen naar de opgestelde risicoscan. Risicomanagement is een continu proces dat begint met een risicobewustzijn bij iedereen die binnen onze organisatie werkzaam is. Risicomanagement is ook geen momentopname maar een proces dat aan verandering onderhevig is omdat de op de organisatie beïnvloedende in- en externe factoren ook aan verandering onderhevig zijn.
Samenvatting risico’s Stichting OVO Fryslân-Noord Onvoorzienbare en onbeheersbare leerling fluctuatie Het gaat hierbij om een plotselinge, onvoorzienbare en onbeheersbare daling of stijging van leerlingaantallen. Interne beheersmaatregelen: Een belangrijke beheersmaatregel binnen OVO Fryslân-Noord is het werken met meerjaren leerlingenprognoses op schoolniveau welke jaarlijks wordt geactualiseerd. De ervaring leert dat deze beheersmaatregel goed werkt en we tijdig een betrouwbaar beeld hebben van de verwachte ontwikkeling op schoolniveau. Een andere belangrijke preventieve beheersmaatregel is de permanente aandacht voor (sociale) veiligheid. Binnen OVO Fryslân-Noord worden periodiek tevredenheidsmetingen gehouden onder ouders en leerlingen. Daarnaast is er een goed werkende klachtenprocedure en is er een vertrouwenspersoon aanwezig. 62
Verder is er beleid op het aantrekken en behouden van kwalitatief goed personeel, wordt er gewerkt met ruime opleidingsfaciliteiten en wordt er ingezet op een goede en professionele PR en communicatie naar alle stakeholders. Het risico is ingeschat op mogelijk schaderisico van € 150K - € 300K met een kans (30%) dat zich dit eens in de 5 - 10 jaar zou kunnen voordoen. Onvoorzienbare en onbeheersbare leerlingfluctuatie nieuwkomers Het aantal leerlingen nieuwkomers, en daarmee de bekostiging, kan per jaar en door het jaar heen sterk fluctueren. Interne beheersmaatregelen: Op de ISK locatie wordt gewerkt met een maximale flexibiliteit in de formatie zodat een match gehouden wordt tussen de fluctuerende inkomsten en de lasten. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 300K - € 500K met een kans (50%) dat zich dit eens in de 2- 5 jaar zou kunnen voordoen. Financiële gevolgen van beëindiging arbeidsrelatie ter voorkoming van een geschil of om een bestaand geschil op te lossen (o.a. arbeidsconflicten) Interne beheersmaatregelen: De aanwezigheid van een interne gesprekscyclus is belangrijk om dit risico gedeeltelijk te kunnen mitigeren. Daarnaast zijn dossiervorming en ontwikkeld en geformaliseerd personeelsbeleid en periodieke tevredenheidsmetingen belangrijke elementen ter mitigeren van dit risico.
Verder is de samenhang tussen het (strategisch) organisatiebeleid en het personeelsbeleid (bijdrage van personeelsbeleid aan het realiseren van organisatiedoelstellingen) essentieel. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 50K - € 150K met een kans (30%) dat zich dit eens in de 5- 10 jaar zou kunnen voordoen. Instabiliteit van bekostiging Interne beheersmaatregelen: Dit risico ligt buiten de beïnvloedingssfeer van OVO Fryslân-Noord. Om dit risico te mitigeren zijn alleen repressieve beheersmaatregelen toe te passen rond het zoveel mogelijk flexibel houden van de kostenstructuur. OVO Fryslân-Noord is zich bewust van mogelijke risico’s welke samenhangen met het weer tijdig kunnen afbouwen van de inzet van de additionele middelen (tijdelijke subsidies). Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 1.000K - € 1.500K met een kans (50%) dat zich dit eens in de 2 - 5 jaar zou kunnen voordoen.
63
Onvolledige indexatie van de bekostiging Interne beheersmaatregelen: Als schoolorganisatie kan hier in de preventieve sfeer weinig invloed op uitgeoefend worden. Door te streven naar kostenflexibiliteit kan getracht worden het effect zoveel mogelijk te dempen. Schade in de vorm van kostenremanentie kan echter niet geheel worden voorkomen. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 500K- € 750K met een kans (70%) dat zich dit eens in de 1 - 2 jaar zou kunnen voordoen.
Hoger dan begrote lasten voor (ziekte-)vervanging OVO Fryslân-Noord is eigenrisicodrager hetgeen betekent dat de kosten van ziektevervanging voor eigen rekening komen. Interne beheersmaatregelen: Er is sprake van een vastgesteld en geïmplementeerd verzuimbeleid. Er is sprake van voldoende scholingsmogelijkheden. Er vinden periodiek tevredenheidsmetingen plaats welke daar waar nodig na evaluatie leiden tot verbeterplannen. Er is nauw contact met de (externe) bedrijfsarts. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 300K- € 500K met een kans (50%) dat zich dit eens in de 2 - 5 jaar zou kunnen voordoen. Arbeidsmarkt schaarste, hoger dan begrote lasten door het moeilijk kunnen vervullen van vacatureruimte Ook OVO Fryslân-Noord verwacht aankomende jaren geconfronteerd te (blijven) worden met een forse taakstelling, als gevolg van het lerarentekort, om vacatureruimte bezet te krijgen. Interne beheersmaatregelen: Er zijn een aantal maatregelen welke door OVO Fryslân-Noord worden ingezet. OVO Fryslân-Noord is een opleidingsschool. Inzet van LIO's en incidenteel zij-instromers zijn middelen die OVO Fryslân-Noord inzet. Daarnaast richten de beheersmaatregelen zich op goed werkgeverschap en goede arbeidsvoorwaarden. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 150K - € 300K met een kans (50%) dat eens in de 2 - 5 jaar zou kunnen voordoen.
Kwetsbaarheid van ICT beveiliging (cyberrisico’s) OVO Fryslân-Noord wordt, als grote onderwijsorganisatie, in toenemende mate afhankelijk van de inzet van ICT. Hierdoor wordt de organisatie ook gevoeliger voor cyberaanvallen. Ondanks aandacht voor beveiliging van systemen is een hack niet altijd te voorkomen. Dit kan leiden tot forse schade.
64
Interne beheersmaatregelen: De ICT nagenoeg in zijn geheel in de cloud georganiseerd, wat een mitigerend effect heeft op het risico. Daarnaast is er een adequate back-up voorziening en zijn veel gebruikte applicaties Saas. OVO Fryslân-Noord is bezig met het ontwikkelen van informatiebeveiligingsbeleid. Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 300K - € 500K met een kans (50%) dat zich dit eens in de 2 – 5 jaar zou kunnen voordoen.
Restrisico’s Naast de hiervoor vermelde risico's is een aantal kleinere risico's in beeld gebracht en als restrisico als één risico gewaardeerd. Enkele deelrisico's die uit de inventarisatie naar voren kwamen waren: • Lager dan begrote doorbetalingen Rijksbijdragen SWV-en; • Tegenvallende overige overheidsbijdragen en subsidies; • Tegenvallende rentebaten en rentelasten; • Onverwachte aanspraak op vermogen door onvoorziene WW-instroom cq WGAinstroom; • Onverwachte onttrekking aan vermogen door extra ongeplande uitgaven voor groot onderhoud; • Onvoorziene aanspraak op eigen vermogen door veranderingen in wet- en regelgeving; • Onvoorziene aanspraak op vermogen door onvoorziene eigen bijdrage in de huisvesting; • Extra exploitatielasten door niet voorspelbaar en niet verzekerbaar ‘van buiten komend onheil’; Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 300K - € 500K met een kans (30%) dat zich dit eens in de 5- 10 jaar zou kunnen voordoen. Uitvoeringsrisico in de bedrijfsvoering (vaste voet) De hiervoor vermelde risico's voldoen dan de criteria van onvoorzienbaarheid en onbeheersbaarheid. Daarnaast bestaan er uitvoeringsrisico's in de bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld verkeerde aannames in de begroting, het weglekken van geld door fraude/ fouten, het niet tijdig anticiperen op wijzigingen in de inkomsten en/of begrotingsoverschrijdingen etc.
Interne beheersmaatregelen: De AO/IB voor de meest kritische processen is in opzet en werking op orde. De planning- en control cyclus is op orde waardoor er adequate stuurinformatie beschikbaar is.
65
Het risico is ingeschat op mogelijk schade risico van € 1.000K- € 1.500K met een kans (100%) en daarmee een vaste voet in het risicoprofiel Deze risicoanalyse is begin 2024 uitgevoerd en de verwachting is dat deze analyse voortaan één keer in de twee tot drie jaar zal worden herhaald. Vanuit de verschillende beleidsterreinen wordt periodiek stilgestaan bij nieuwe mogelijke risico's die vragen om aanpassing van de interne beheersing.
Buffervermogen Op basis van een Monte Carlo simulatie met een gewenste zekerheid van 90% is berekend dat het buffervermogen minimaal € 4.347.000,- moet zijn.
In de simulatie wordt naast de risico’s ook aandacht besteed aan het totaal eigen vermogen in relatie tot de solvabiliteitseisen van de inspectie, het totaal eigen vermogen in relatie tot het netto werkkapitaal en het totaal eigen vermogen in relatie tot het bestemde en niet bestemde deel. Door deze in het onderzoek te betrekken ontstaat een beeld over het daadwerkelijk surplus aan eigen vermogen. Uit deze aanvullende analyse blijkt dat de minimale reserve hoger is dan de solvabiliteitseis van de Inspectie van Onderwijs. De Inspectie hanteert een solvabiliteitseis van minimaal 30% (€ 3.497.000). Op deze wijze controleert zij of schoolbesturen hun schulden op lange termijn kunnen blijven voldoen. Het minimale buffervermogen van OVO Fryslân-Noord komt vanuit het financieel risicoprofiel op € 3.497.000,-, hetgeen € 850.000,- lager is dan het benodigde buffervermogen op basis van het financieel risicoprofiel. Vanuit het gezichtspunt van OVO Fryslân-Noord zelf zal in 2024 een buffervermogen worden vastgesteld, rekening houdend met de resultaten uit de risicoscan en onder andere de resultaten uit de meerjarenbegroting, de nieuwbouwprojecten en (verplichte) duurzame investeringen.
66
8.5
Rapportage toezichthoudend orgaan
Het verslag van de Raad van Toezicht is opgenomen in hoofdstuk 1 waarin is aangegeven waarop de Raad van Toezicht het College van Bestuur ondersteunt en adviseert inzake beleidsvraagstukken en financiële aangelegenheden.
67
Bijlage 1.
Jaarverslag GMR 2023
Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van Stichting OVO FryslânNoord (GMR) van 2023. In dit verslag, dat conform artikel 7 van de WMS dient te worden opgesteld, beschrijven we in hoofdlijnen waar we ons het afgelopen jaar mee bezig hebben gehouden. Medezeggenschap is er voor en namens de leerlingen, de ouders en het personeel op school. Wilt u reageren of iets aan ons meedelen, dan kan dit via ons mailadres: gmr@ovo-fryslannoord.nl Met vriendelijke groet, Paul van Gessel, voorzitter 1. Algemeen De GMR levert vanuit een kritisch-constructieve instelling een bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. De GMR doet dat door belangenbehartiging van ouders, leerlingen en personeel bij schoolzaken. Uitgangspunt daarbij is het algemene belang van de school. De GMR functioneert als kritische gesprekspartner en controlerend orgaan van het College van Bestuur (CvB). De GMR streeft ernaar een proactieve gespreks- en onderhandelingspartner te zijn. Als vertegenwoordiger van de achterban – zonder last of ruggespraak – wil de GMR voldoende informatie verwerven én verstrekken. 2.
Inrichting Medezeggenschap Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Fryslân-Noord Er zijn drie soorten raden die een rol spelen in de medezeggenschap bij OVO FryslânNoord. Dit zijn de 13 deelraden (medezeggenschap per school en de deelraad van het servicebureau), de 2 medezeggenschapsraden (medezeggenschap per brinnummer) en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) De GMR bestond in 2023 uit 8 leden, zoals is afgesproken in het kader van de fusie tussen OSG Piter Jelles en RSG Simon Vestdijk (2020). De samenstelling is per 1 januari 2023*. Personeel Nienke Hagen Personeel Anne v.d. Horst Personeel Sandra Pols - Limburg Personeel Andries Zijlstra Ouder Eric Elsinga Ouder Paul van Gessel, voorzitter Leerling Freija Weening* Leerling Jonas ter Haar Leerling Yannick Rinsma *Gedurende het jaar zijn er twee leerlingen die conform het pariteitsbeginsel stemrecht hebben in de vergadering. Op 1 januari vond de overdracht plaats (aan Freija Weening) vanwege het terugtreden van een van de leerlingen. Voor de zomervakantie van 2023 zijn vervolgens de leden Yannick Rinsma (leerling), Jonas ter Haar (leerling) en Andries Zijlstra (personeel) teruggetreden als GMR-lid en is een vacature ontstaan bij de personeelsgeleding.
Na de zomervakantie is Ynte Rusticus toegevoegd aan de leerling geleding, waardoor deze geleding weer uit twee leerlingen bestaat.
68
Medezeggenschapsraad (MR) Simon Vestdijk en Piter Jelles hebben elk een MR bestaande uit 4 leden (2 personeel, 1 ouder en 1 leerling). Het zwaartepunt van de medezeggenschap binnen OVO Fryslân-Noord ligt binnen de scholen in het overleg tussen de deelraad en directeur. Bovenschoolse aangelegenheden worden in de GMR en met het College van Bestuur van OVO Fryslân-Noord besproken. De MR-en per brinnummer komen daarom in de praktijk niet bijeen. Deelraden Elke school/vestiging heeft een eigen deelraad die bestaat uit medewerkers, ouders en leerlingen. Samenstelling 4 of 8 leden (afhankelijk van het aantal leerlingen per school). De deelraad houdt zich bezig met alle medezeggenschapszaken die de eigen school betreffen. Het Servicebureau heeft een deelraad ten behoeve van de eigen medewerkers, bestaande uit twee personeelsleden en een vacature. 3. Vergaderingen GMR In overleg met het College van Bestuur wordt ieder schooljaar een vergaderschema vastgesteld. In 2023 is er zes keer een DB-overleg, zes keer een GMR-vergadering, zes keer een GMR-OV vergadering en twee keer een vergadering met de Raad van Toezicht geweest. Het DB-overleg en de GMR vergaderingen/overlegvergaderingen met het CvB vonden incidenteel hybride plaats via Teams.
De volgende onderwerpen zijn in de GMR-OV behandeld: • Vakantierooster/studiedagen Instemmend • Leerlingstatuut Instemmend • Risico Inventarisatie en Evaluatie Vaststellend • Jaarverslag Vaststellend • Formatie Instemmend • Kader Examenregeling 2023-2024 Instemmend • Fiscale Uitruilregeling WKE Adviserend • Aanbesteding Arbo dienstverlener Adviserend • Jaarplan Vaststellend • Schoolgids Instemmend • Begroting Adviserend • MTO (Medewerkerstevredenheidonderzoek) Adviserend • Jaarverslag Ombudsman Informerend • TalentAcademie Informerend
4. Ambtelijk secretaris en commissies Het DB en de GMR worden ondersteund door een adviseur Medezeggenschap/ambtelijk secretaris). In het kader van de Wet Medezeggenschap bij Scholen (WMS) is kennis en ervaring met de toepassing van deze wet en regels bijzonder nuttig. Het draagt bij aan een gestroomlijnde besluitvorming met toereikende medezeggenschap. De ambtelijk secretaris bereidt in overleg met de voorzitter van de GMR en het CvB de vergaderingen voor. De ambtelijk secretaris adviseert bovendien de GMR, de MR- en deelraadsleden, de directie van de scholen en het College van Bestuur. Deze functie (0,2fte) is per 1 oktober 2023 vervuld door Herbert Schouten.
69
GMR commissies De GMR heeft commissies ingesteld: communicatie, personeelsbeleid, financiën en onderwijs. De commissies verdiepen zich in de betreffende voorstellen van het CvB en nemen initiatieven op dat gebied waar mogelijk. Tevens heeft in 2023 een afvaardiging van de GMR deelgenomen aan: Overleg met betrekking tot het tot stand komen van de begroting Overleg met betrekking tot de selectie van de Arbodienst 5. Werkplan GMR In overleg met het College van Bestuur wordt jaarlijks een werkplan opgesteld. Door een werkplan op te stellen wordt de GMR geholpen om een goede vergaderplanning te maken, tijdig keuzes te maken in wat wel en wat niet behandeld zal worden en duidelijk te maken wat er verwacht wordt, bijvoorbeeld wanneer bepaalde stukken aangeleverd dienen te worden. Ook wordt in het werkplan opgenomen welke prioriteiten de GMR heeft voor het komende schooljaar. 6. Communicatie De GMR wil haar achterban zo goed mogelijk informeren en indien mogelijk bij de besluitvorming betrekken. Via mail of Teams worden de voorzitters van de deelraden in kennis gesteld van of geïnformeerd over diverse medezeggenschapsaangelegenheden, zoals: agenda’s en notulen van de GMR-OV vergaderingen jaarverslagen adviezen en of instemmingen GMR brieven van de GMR aan het CvB nieuwsbrieven VO-raad, inspectie, VOO en samenwerkingsverbanden.
Tot slot De GMR ervaart de samenwerking met het CvB als erg positief, voelt zich gewaardeerd als kritisch constructieve gesprekspartner en ziet uit naar een voortgang in de huidige werkwijze en de samenwerking.
70
Jaarrekening 2023
71
Jaarrekening Balans Staat van baten en lasten Kasstroomoverzicht Toelichting op de balans en de staat van baten en lasten
72
Balans per 31 december 2023 (na resultaatverwerking) Toelichting
31.12.2023 €
01.01.2023
€
€
€
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa
1
Financiële vaste activa
9.642.726
8.896.569
-
Totaal vaste activa
9.642.726
8.896.569
Vlottende activa Vorderingen
2
2.643.789
Liquide middelen
3
25.637.921
2.492.475 22.671.742
Totaal vlottende activa
28.281.710
25.164.216
TOTAAL ACTIVA
37.924.436
34.060.785
PASSIVA Eigen vermogen
4
Algemene reserve
4.681.176
325.892
Bestemmingsreserve publiek
6.313.451
4.358.991
Bestemmingsreserve privaat
887.429
909.567 11.882.056
5.594.451
Voorzieningen
5
15.838.512
17.732.389
Kortlopende schulden
6
10.203.868
10.733.946
37.924.436
34.060.785
TOTAAL PASSIVA
73
Staat van baten en lasten over 2023
Toelichting
2023
Begroting 2023
2022
€
€
€
Baten Rijksbijdragen
7
64.708.881
55.823.372
59.887.256
Overige overheidsbijdragen en subsidies
8
544.970
342.971
548.954
Overige baten
9
1.795.442
1.409.847
2.850.584
67.049.292
57.576.190
63.286.794
Totaal baten Lasten Personeelslasten
10
48.022.847
44.102.372
46.612.348
Afschrijvingen
11
1.081.935
1.240.326
1.079.434
Huisvestingslasten
12
4.798.121
5.644.191
5.096.282
Overige lasten
13
7.217.825
7.737.210
6.779.478
61.120.729
58.724.099
59.567.542
5.928.564
-1.147.909
3.719.252
359.041
-75.000
-64.172
6.287.605
-1.222.909
3.655.080
Personeel verhouding in % t.o.v. totale lasten
79%
75%
78%
Materieel verhouding in % t.o.v. totale lasten
21%
25%
22%
Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten
14
Totaal resultaat
74
Kasstroomoverzicht over 2023 (volgens de indirecte methode)
Het saldo van de geldmiddelen is in 2023 toegenomen met € 2.966.178,-. De oorzaak hiervan blijkt uit onderstaande analyse van de kasstromen.
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering voor belasting
2023
2022
€
€
5.928.564
3.719.252
Aanpassingen voor: - Afschrijvingen
1.221.029
1.231.930
- mutaties voorzieningen
-1.893.878
-977.247
Veranderingen in werkkapitaal: - Voorraden
0
0
- mutatie operationele vorderingen
-151.315
-1.122.317
- mutatie operationele schulden
-530.077
3.481.302
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
- Ontvangen interest - Betaalde interest
4.574.322
2.613.667
359.044
0
-3
-64.172
Kasstroom uit operationele activiteiten
359.041
-64.172
4.933.364
6.268.746
- (Des)investeringen materiële vaste activa
-1.967.186
-2.880.679
- (Des)investeringen financiële vaste activa
0
0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-1.967.186
Nieuw opgenomen leningen
0
Aflossing langlopende schulden
0
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie geldmiddelen
-2.880.679 0 0
0
0
2.966.178
3.388.068
Beginstand liquide middelen
22.671.742
19.283.674
Mutatie liquidie middelen
2.966.178
3.388.068
Eindstand liquide middelen
25.637.920
22.671.742
75
Grondslagen Algemeen De stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Fryslân-Noord, statutair gevestigd te Leeuwarden, heeft als voornaamste activiteit het verzorgen van openbaar voortgezet onderwijs overeenkomstig de Wet op het Voortgezet Onderwijs, het verzorgen van primair onderwijs overeenkomstig de wet op het primair onderwijs alsmede het oprichten en in stand houden en participeren in rechtspersonen die dit doel mede gestalte kunnen (doen) geven. De scholengemeenschap verzorgt voortgezet onderwijs in de onderwijssoorten: • praktijkonderwijs • vmbo-b, vmbo-k, vmbo-gl • vmbo-t (mavo) • havo • atheneum (vwo) • gymnasium (vwo) Daarnaast wordt onderwijs verzorgd aan leerlingen van Eerste Opvang Asielzoekers, EOA, via een Internationale Schakel Klas, ISK. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. Voor de uitvoering van de Wet Normering Bezoldiging Topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT en deze als normenkader bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerd.
Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode gelijk aan het betreffende kalenderjaar. Rapporteringsvaluta en eenheden De genoemde bedragen, voor zover niet anders vermeld, zijn opgenomen in hele euro's (€). Continuïteit De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Stelsel en schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen, de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen alsmede van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
76
Stelselwijziging/Grondslagen Voorziening groot onderhoud Tot en met 2022 werd de egalisatiemethode toegepast voor bepaling van de voorziening groot onderhoud, waarbij het onderhoud voor meerdere jaren werd geschat en voorzien.
Vanaf 1 januari 2023 is overgegaan naar een tijdsevenredige opbouw van de voorziening per onderhoudscomponent. Voor de bepaling van de voorziening is een schouw gemaakt van alle panden waarbij per pand per component het onderhoud is bepaald voor de hele levensduur van het gebouw. Er wordt onderscheid gemaakt naar groot onderhoud en regulier dagelijks onderhoud. In de voorziening is onderhoud opgenomen waarbij het onderhoud van het betreffende component groter is dan € 10.000 met een cyclus van langer dan 6 jaar. Het onderhoud met een cyclus van korter dan vijf jaar en onderhoud van een component lager dan € 10.000 wordt gezien als regulier onderhoud en wordt verantwoord als onderhoud in de exploitatie. Bij de berekening wordt rekening gehouden met "het recht op nieuwbouw" van de scholen na 40 jaar. Voor gebouwen waarvan bekend is dat een grote renovatie of nieuwbouw op korte termijn noodzakelijk zal zijn, wordt rekening gehouden met een stopjaar. Voor het Leeuwarder Lyceum en het Stedelijk Gymnasium wordt rekening gehouden met nieuwbouw en renovatie binnen een periode van vijf jaar. Dit betekent dat alleen het groot onderhoud, dat noodzakelijk is voordat de renovatie of nieuwbouw plaatsvindt, wordt meegenomen in de voorziening. Voor groot onderhoud na de renovatie of nieuwbouw wordt na de renovatie of nieuwbouw opnieuw berekend welke dotatie per component nodig is.
Op dit moment lopen de besprekingen met de Gemeente Leeuwarden over de Voorzieningenplanning Onderwijs Leeuwarden. Voor het Leeuwarder Lyceum is in opdracht van OVO Friesland-Noord en de Gemeente Leeuwarden een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van vernieuwbouw en nieuwbouw. Dit onderzoek was reeds opgenomen in de Voorzieningenplanning Onderwijs Leeuwarden 2021-2030 in het tijdvak 2021-2024. Het Leeuwarder Lyceum is in de planning 2021-2030 opgenomen voor vernieuwbouw of nieuwbouw voor het tijdvak 2025-2030. De gesprekken over dit tijdvak worden momenteel gevoerd met de Gemeente Leeuwarden. De gemeente herkent de noodzaak tot vernieuwbouw en nieuwbouw. De verwachting is dat na goedkeuring van de Voorzieningen planning Onderwijs Leeuwarden hiermee gestart kan worden. Voor het Leeuwarder Lyceum wordt om deze reden, net zoals voorgaande jaren, rekening gehouden met een stopjaar.
Het Stedelijk Gymnasium is in de planning 2021-2030 opgenomen voor renovatie in 2024 voor € 1.000.000 in 2024. Hier is een beschikking van de Gemeente Leeuwarden voor ontvangen. In de gesprekken met de Gemeente Leeuwarden over de Voorzieningenplanning Onderwijs Leeuwarden wordt gesproken over de noodzaak tot een duurzamere renovatie voor het Stedelijk Gymnasium. De gemeente herkent de noodzaak tot renovatie voor het Stedelijk Gymnasium. De renovatie zal worden gestart nadat duidelijk is in welke mate de verduurzaming van het Stedelijk Gymnasium kan worden uitgevoerd. Voor het Stedelijk Gymnasium wordt om deze reden, net zoals voorgaande jaren, rekening gehouden met een stopjaar.
De gemeente voert op dit moment gesprekken met de scholen over het Voorzieningen planning Onderwijs. Het College van Bestuur heeft geen aanwijzigen dat de scholen van OVO Friesland-Noord Leeuwarden niet zullen worden opgenomen in de Voorzieningen planning Onderwijs Leeuwarden. Echter de besluitvorming door de Gemeente Leeuwarden zal in oktober 2024 plaatsvinden.
77
Daarnaast zijn investeringen uit het verleden beoordeeld en indien investeringen onder het nieuwe stelsel niet geactiveerd behoren te worden, zijn deze ten laste van het eigen vermogen gebracht. Dit betekent dat een herrekening heeft plaatsgevonden voor de voorziening, materiële vaste activa en het eigen vermogen per 1 januari 2023. Het verschil tussen de waardering van de voorziening groot onderhoud volgens de nieuwe berekening conform RJ 212 en de waardering volgens de oude berekening wordt ten laste van het eigen vermogen gebracht. De begin balans is in verband met deze herrekening aangepast. De vergelijkende cijfers uit de exploitatie van 2022 zijn ongewijzigd. De effecten van bovenstaande stelselwijziging per 1 januari: -€ 56.907 lager Materiële vaste activa Voorziening groot onderhoud € 10.994.192 verhoogd -€ 11.051.099 lager Eigen vermogen
Segmentatie Binnen Openbaar Voortgezet Onderwijs Fryslân-Noord is de administratie ingericht in kostenplaatsen. Elke kostenplaats is toe te wijzen aan één bepaalde sector (PO of VO). De baten en lasten worden verantwoord op de kostenplaats waar zij betrekking op hebben. Gemeenschappelijke baten en lasten worden verdeeld over de verschillende sectoren.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Activa Algemeen Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Materiële vaste activa Schoolgebouwen en -terreinen Schoolgebouwen en -terreinen zijn het economisch eigendom van de betrokken gemeenten en worden daardoor niet gewaardeerd in de balans. Overige gebouwen en –terreinen Overige gebouwen en – terreinen worden gewaardeerd tegen de kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen rekening houdend met een restwaarde en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. Voor het kantoorpand aan de Elzenstraat 5 te Leeuwarden geldt dat de WOZ-waarde als restwaarde wordt gehanteerd.
Overige materiële vaste activa Overige materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. Onderhoudsuitgaven De uitgaven voor groot onderhoud worden verwerkt via de onderhoudsvoorziening.
78
Activeringsgrens Er wordt een activeringsgrens gehanteerd van € 450 met uitzondering van de leerlingensets. De leerlingensets worden te allen tijde geactiveerd. Afschrijvingstermijnen De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de kostprijs of verkrijgingsprijs. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: -Gebouwen en terreinen: Actief Kantoorgebouw Elzenstraat Verbouwingen en aanpassingen gebouw
Afschrijvingspercentage 2,5% 5,00% - 1,00%
Afschrijvingstermijn 40 jaar 20 jaar
-Inventaris en apparatuur Actief Afschrijvingspercentage Machines en installaties 5,00% Computers 33,33% Randapparatuur 16,67% Schoolmeubilair 6,67% Kantoormeubilair 6,67% Audiovisuele apparatuur 12,50% Vervoersmiddelen/andere vaste bedrijfsmiddelen 6,67% - 20%
Afschrijvingstermijn 20 jaar 3 jaar 6 jaar 15 jaar 15 jaar 8 jaar 5 - 15 jaar
Bijzondere waardeveranderingen materiële vaste activa Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzondere waardeverminderingslast verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoorde bijzondere waardeverminderingslast is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief of kasstroom genererende eenheid geschat. Terugneming van een eerder verantwoorde bijzondere waardeverminderingslast vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van de laatste bijzondere waardeverminderingslast.
In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzondere waardeverminderingslast voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord. Waardeveranderingen van materiële vaste activa worden opgenomen in de staat van baten en lasten voor zover deze betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
79
Financiële vaste en vlottende activa Algemeen De financiële activa van de stichting omvatten de volgende financiële instrumenten: vorderingen (bestaande uit debiteuren, vorderingen Ministerie OC&W, overige vorderingen en overlopende activa) en liquide middelen. Financiële activa met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden opgenomen als vlottende activa en financiële activa met een op balansdatum resterende looptijd van langer dan één jaar als vaste activa. Financiële activa worden niet gesaldeerd met financiële passiva. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten, voor zover van toepassing, in de eerste opname worden meegenomen. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een financieel instrument kan worden verhandeld of kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. Een financieel instrument dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waarde wijzigingen in de staat van baten en lasten of geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
Indien de financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde, worden toerekenbare transactiekosten direct verwerkt in de staat van baten en lasten. Vorderingen Debiteuren Debiteuren worden na eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Overlopende activa Overlopende activa betreffen nog te ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) over het huidige boekjaar en voorgaande boekjaren en vooruitbetaalde bedragen over de komende boekjaren. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan, maar wel binnen 12 maanden, worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan, worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen publieke en private reserves. Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen.
80
Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit reserves die ter vrije beschikking staan van het bevoegd gezag. Publieke bestemmingsreserve Indien een beperktere bestedingsmogelijkheid door de stichting is aangebracht, dan is het aldus afgezonderde deel van het eigen vermogen aangeduid als publieke bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve NPO De bestemmingsreserve NPO is in 2021 gevormd. De bestemmingsreserve NPO is bestemd voor kosten die gerelateerd zijn aan de doeleinden zoals zijn opgenomen in de regeling Nationaal Programma Onderwijs. De bestemmingsreserve wordt in ieder geval in stand gehouden gedurende de looptijd van deze regeling. De mutatie in deze bestemmingsreserve is gelijk aan de ontvangen middelen minus de gemaakte kosten in het desbetreffende verslaggevingsjaar. Private bestemmingsreserve Indien de beperktere bestedingsmogelijkheid door derden is aangebracht, wordt dit deel aangemerkt als private bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve ouderbijdragen De bestemmingsreserve ouderbijdragen is langdurig en betreft een reserve die is ontstaan uit de vrijwillige ouderbijdragen. De mutatie in deze bestemmingsreserve is gelijk aan de ontvangen ouderbijdragen vermindert met de kosten die ten laste worden gebracht van deze bijdragen.
Bestemmingsreserve excursies De bestemmingsreserve excursies is langdurig en betreft een reserve die is ontstaan uit de bijdragen ten behoeve van door de scholen georganiseerde schoolreizen en excursies. De mutatie in de bestemmingsreserve wordt bepaald uit de ontvangen bijdragen voor schoolreizen minus de hieraan gerelateerde kosten. Bestemmingsreserve internationalisering De bestemmingsreserve internationalisering is langdurig en betreft een reserve ontstaan uit georganiseerde internationaliseringsprojecten binnen Openbaar Voortgezet Onderwijs Fryslân-Noord. Voorzieningen Voorzieningen, met uitzondering van de personele jubileumvoorziening, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. Een voorziening wordt in de balans opgenomen, wanneer er sprake is van: - een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; en - waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en - het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.
De waarderingsgrondslagen inzake de voorzieningen zijn naar de mening van het bestuur het meest kritisch voor het getrouw weergeven van de financiële positie van de stichting als gevolg van belangrijke schattingen en Jubileum- en spaarverlof De jubileum- en de spaarverlofvoorzieningen betreffen voorzieningen voor toekomstige jubileumuitkeringen en de verwachte toekomstige opname van spaarverlof door medewerkers van de stichting. De jubileumvoorziening wordt opgenomen tegen de berekende contante waarde waarbij rekening wordt gehouden met de volgende blijfkansen.
81
Opgebouwde jaren
Blijfkans (%) 25 jarig
40 jarig
00 t/m 05 jaar
15%
10%
06 t/m 14 jaar
35%
20%
15 t/m 24 jaar
75%
40%
25 t/m 34 jaar
0%
60%
35 t/m 39 jaar
0%
90%
40>
0%
0%
De voorziening is bepaald op basis van de nominale waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumbedragen en de in de toekomst toe te kennen verlofsaldi. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. Levensfasebewust Personeelsbeleid (LBP) De voorziening LBP betreft een voorziening voor toekomstige kosten voor opname van gespaarde uren van de medewerkers van de stichting en de opname van het basisverlof in het huidig schooljaar. De voorziening is berekend op basis van de werkelijke personeelslast. Werkloosheid De voorziening werkloosheid betreft een voorziening voor toekomstige kosten voor medewerkers die een werkloosheidsuitkering of bovenwettelijke uitkering ontvangen. De voorziening is bepaald op basis van de prognoses van het UWV ultimo boekjaar. Hierbij wordt ingeschat in welke mate de medewerker de gehele looptijd van de uitkering gebruik zal maken van de uitkering. Per 1 augustus 2022 is het Participatiefonds gemoderniseerd. Dit leidt ertoe dat het bevoegd gezag verplicht is tot het doen van een eigen bijdrage in de werkloosheidskosten van medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst op of na 1 augustus 2022 is beëindigd. De voorziening werkloosheidsuitkeringen is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan voormalig medewerkers die een werkloosheidsuitkering of bovenwettelijke uitkering ontvangen.
De voorziening wordt opgenomen voor het deel van de uitkering dat voor rekening komt van het bevoegd gezag. De hoogte van de voorziening is bepaald op basis van gegevens van het Participatiefonds. Hierbij wordt ingeschat in welke mate de medewerker de gehele looptijd van de uitkering gebruik zal maken van de uitkering. Vitaliteitsregeling De voorziening vitaliteitsregeling is in 2019 gevormd. De voorziening vitaliteitsregeling betreft een voorziening voor toekomstige kosten voor medewerkers die gebruik maken van de vitaliteitsregeling. De hoogte van de voorziening betreft de resterende verplichting van aangegane overeenkomsten. De voorziening is berekend op basis van de werkelijke personeelslast.
82
Financiële passiva Algemeen De financiële passiva van de stichting omvatten de volgende financiële instrumenten: crediteuren, verplichtingen aan Ministerie OC&W, verplichtingen aan gelieerde partijen, te betalen belastingen en premies, overige kortlopende schulden en overlopende passiva. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Verplichtingen op balansdatum met een resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden opgenomen als kortlopende verplichtingen en verplichtingen op balansdatum met een resterende looptijd van langer dan één jaar als langlopend. Financiële passiva worden niet gesaldeerd met financiële activa.
Een financieel passief wordt bij de eerste opname gewaardeerd conform de waardering van de financiële activa. Na de eerste opname wordt financieel passief gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Overlopende passiva Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) over de komende boekjaren en nog te betalen bedragen over het huidige en voorgaande boekjaren. Van de bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. Waardeveranderingen financiële passiva Waardeveranderingen van financiële passiva worden opgenomen in de staat van baten en lasten voor zover deze betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Grondslagen voor resultaatbepaling Algemeen Bij de bepaling van het resultaat wordt het baten- en lastenstelsel gehanteerd. De baten en lasten worden, voor zover bekend is, toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies uit hoofde van de lumpsum bekostiging worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft in de baten verwerkt. Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies uit hoofde van specifieke doelbekostigingen, waaronder tweede en derde geldstromen, worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruit ontvangen baten zodra zij zijn ontvangen of zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Bijdragen ter compensatie van door de stichting gemaakte lasten worden systematisch als baten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de lasten worden verantwoord, indien deze bijdragen betrekking hebben op het specifieke doel.
83
Overige baten De overige baten omvatten onder andere de baten uit hoofde van de verhuur van accommodaties, ontvangsten uit hoofde van ouderbijdragen en de baten ingevolge de detachering van medewerkers. De overige baten worden genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Vooruit ontvangen baten worden als overlopende passiva in de balans opgenomen. Lasten Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Personeelsbeloningen/pensioenen Lonen en salarissen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten over de verslagperiode voor zover ze verschuldigd zijn aan de medewerkers van de stichting. Voor zover de verschuldigde betalingen op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Pensioen De stichting is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen.
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies. Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om een financiële buffer te hebben voor mogelijke financiële slechtere tijden. Hierbij is wettelijk bepaald dat de dekkingsgraad niet langer dan 5 jaar onder 104,2% mag zijn. De dekkingsgraad van ABP ultimo 2023 bedraagt 110,5%. Lease De stichting heeft operationele leasecontracten afgesloten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren we als operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Waar de stichting optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd.