CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

2019-06-17 Bijlage Reactie en antwoordnota zienswijze definitief

Boodschap aan de raad - oranjezaal 28 januari 2026, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Bereikbaarheid Schrijversbuurt28.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De Schrijversbuurt ligt ingeklemd tussen de Slauerhoffweg, de Harlingerstraatweg WestEuropaplein en Heliconweg. Uit paragraaf 4.2 van de toelichting en bijlage 10 Rapport Verkeersgeneratie nieuwe locatie Cambuur blijkt dat deze wegen nu al druk zijn en richting 2030 een enorme verkeerstoename laten zien, zowel autonoom (zonder ontwikkeling) als in de spits als met de ontwikkeling van het WTC/Cambuurterrein en bij wedstrijden (tabel 2, p. 9 bijlage 10). Er worden opstoppingen en files verwacht. De bereikbaarheid in en uit de Schrijversbuurt wordt daardoor (veel) minder dan zij nu is. Welke zekerheid hebben reclamanten van de Schrijversbuurt dat bij een vastzittend wegennet de hulpdiensten op tijd aanwezig zijn bij een calamiteit?

Reactie: De hulpverleningsdiensten komen er altijd door, ook bij opstoppingen. De Veiligheidsgregio (VRF) en politie hebben de plannen gezien en inspraak gehad in het ontwerp. Zij hebben geen problemen geconstateerd met in- of uitstroom van hun vervoer bij calamiteiten in combinatie met evenementen. 3.

In het ergste geval kan het nodig zijn dat bewoners de buurt moeten verlaten. Is/wordt hiervoor een calamiteitenplan o.i.d. opgesteld?

Reactie: De VRF en hulpdiensten beschikken altijd over een aanvalsplan voor een wijk of buurt met specifieke kenmerken zoals druk bezochte evenementen of een calamiteit te beschikken. In principe zijn alle buurten te allen tijde bereikbaar voor de hulpverleningsdiensten. Daarnaast ziet de politie en stadstoezicht er op toe dat het parkeerbeleid wordt gehandhaafd. Hierdoor zijn de wegen door de hulpverleningsdiensten beschikbaar. Wel kan het zijn dat er door veel verkeer de hulpdiensten vertraagd worden. In de praktijk geeft men te kennen hier echter weinig hinder van te ondervinden ( zelfs bij het grootste evenement “De Reuzen”). 4.

Hoe worden deze zaken met de bewoners van de Schrijversbuurt gecommuniceerd?

Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 3 van deze zienswijze. F.

Overige zaken

1.

Reclamanten zijn van mening dat er een nulopname moet komen van de huizen in de Schrijversbuurt om herhaling van hetgeen bij het vernieuwen van het Europaplein is gebeurd, te voorkomen. Bij het vernieuwen van het Europaplein zijn vragen gesteld over nulopnames van huizen in verband met potentiële schade door heien. Gemeente Leeuwarden vond dat toen niet nodig want de Schrijversbuurt lag > 50 meter af van de heiput. Toch is het zo dat diverse huizen schade hebben opgelopen en daarvan melding hebben gedaan bij de gemeente. Gemeente Leeuwarden heeft daarvoor de aansprakelijkheid altijd ontkend en de bewoners met behoorlijke kosten opgescheept om dit te herstellen. En er zijn meer locaties binnen de gemeentegrenzen waar hetzelfde heeft plaatsgevonden. Reclamanten gaan er van uit dat de gemeente Leeuwarden een lerende gemeente is, die wil voorkomen dat dit nogmaals gaat gebeuren.

38

Gevraagd wordt te bevorderen dat er een nulopname van de huizen in de Schrijversbuurt plaatsvindt. Indien de gemeente hier niet in mee wil gaan, wordt gevraagd wat de gemeente gaat doen als blijkt dat er toch schade aan de huizen ontstaat door de realisatie van de gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur. Reactie: Als duidelijk is op welke manier, met welke bouwmethode, de realisatie van bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte wordt uitgevoerd wordt onderzocht wat het mogelijke effect van die bouwmethode is op de omgeving en welk deel van de omgeving. Als er risico is op schade door die werkzaamheden zal er voor de bouwwerken die in het mogelijke invloedsgebied liggen in eerste instantie bekeken worden of er een andere bouwmethode mogelijk is en zal er een nulmeting gedaan door een onafhankelijk bureau. Hiermee is geborgd dat het risico op schade aan gebouwen in de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen en indien het zich toch voordoet objectief aantoonbaar is of er schade door de bouwwerkzaamheden optreedt. Zienswijze 9, 10, 11 en 12 (eensluidend) Ondernemersverenigingen Binnenstad, drie individuele ondernemers, Inretail en Stichting Binnenstadsmanagement Leeuwarden (adhesiebetuiging) A.

Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het te realiseren winkelareaal in het plangebied moet worden ingevuld door verplaatsing van winkels elders, met name van de Snekertrekweg. Hoewel reclamanten aangeven niet blij te zijn met de de komst van een derde winkelgebied naast de binnenstad en De Centrale kan men met enige aarzeling instemmen met het voornemen om op de WTC/Cambuurlocatie alleen detailhandel toe te staan die elders moet verdwijnen. Dit is ook vastgelegd in specifieke gebruiksregels (art. 6.3 sub g en 7.3 sub d).

Reactie: Wij zijn reclamanten erkentlijk voor de reactie op dit punt. B.

De zorg betreft het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in artikel 24.2. Dit artikel bepaalt dat het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Als het overgangsrecht de detailhandel ter plaatse van de bestemming “Wonen – Uit te werken” niet kan beëindigen zijn de specifieke gebruiksregels niet meer dan een mooie poging.

Reactie: In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:499 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangegeven dat het niet voldoende is om de bestemming op een locatie weg te bestemmen omdat de functie op die locatie dan onder het overgangsrecht kan worden voortgezet. Bij het bestemmen van een nieuwe locatie voor bijvoorbeeld een supermarkt waarbij het de bedoeling is dat die supermarkt op een andere locatie zal worden verwijderd en verwijderd moet blijven, moet daarom aanvullend een regeling worden opgenomen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan Leeuwarden – Cambuur/WTC hebben we een gelijksoortige gebruiksbepaling opgenomen. In de bepaling is aangegeven dat de nieuwe locatie niet mag worden gebruikt voor supermarkten en nietdagelijkse detailhandel als het gebruik van het gebouw aan de Snekertrekweg niet definitief is beëindigd. Met deze bepaling wordt bereikt dat detailhandel niet tegelijkertijd op beide locaties

39

kan worden uitgeoefend en dat het gaat om een echte verplaatsing van deze functies van de Snekertrekweg naar de locatie WTC/Cambuur. C.

Reclamanten geven aan te verwachten dat volledig wordt geborgd dat de detailhandel die in het bestemmingsplan is voorzien alleen bestemd is voor bedrijven die worden verplaatst en dat ter plekke van de verlaten locatie in de toekomst geen detailhandel meer mogelijk is.

Reactie: Om detailhandel op de locatie WTC/Cambuur mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de metrages van de locatie Snekertrekweg. Zoals in onze reactie onder B van deze zienswijze is aangeven wordt in de regels van het bestemmingsplan geborgd dat er geen detailhandel op beide locaties kan plaatsvinden (via art. 6.3 sub g en 7.3 sub d). Een bestemmingsplan regelt echter alleen functies in het algemeen (in dit geval bijvoorbeeld supermarkten). Een bestemmingsplan gaat niet zover dat afgedwongen kan worden dat er bijvoorbeeld alleen een Jumbo of een Lidl mag komen. Zienswijze 13 Werkgroep Toegankelijkheid A.

Kwaliteit van openbare ruimte en woningen ontstaat als álle gebruikers, dus ook gebruikers die niet jong, snel, fysiek fit of mobiel zijn of goed oriëntatie vermogen hebben, gebruik kunnen maken van woning, gebouw, straat of plein. Soms kost dit iets meer, maar meestal niet. Aandacht voor toegankelijkheid is nu nog meer van belang inzake het ‘VN Verdrag handicap’ en de Lokale Inclusie Agenda. Dit verdrag geeft mensen met een beperking het recht om zonder belemmeringen mee te doen aan de samenleving. Dat zal ook steeds meer in alle wetgeving zichtbaar worden. Het gaat niet over de toegankelijkheid van een gebouw. Het gaat over bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de activiteit.

Reactie: De ambitie die in de reactie is opgenomen wordt onderschreven, maar wordt niet specifiek in het bestemmingsplan opgenomen. In de bouwplannen zal hier zo veel als mogelijk rekening mee worden gehouden. B.

40

Voor het bepalen aan welke eisen de gebouwde omgeving moet voldoen, gebruiken ontwerpers wanneer zij er toevallig aan denken normen en richtlijnen die door de overheid en belangenorganisaties zijn vastgesteld. Architecten en projectontwikkelaars maken ook financiële afwegingen en gebruiken deze normen en richtlijnen vaak als bovengrens. Men heeft vaak geen idee dat deze werkwijze nauwelijks kwaliteit en onvoldoende bruikbare woningen en openbare ruimte oplevert. Men is bang voor hoge kosten of geeft prioriteit aan andere zaken zoals vormgeving. De normen zijn echter vaak een minimum en onvoldoende voor een werkelijk bruikbare voorziening. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het middenterrein van de Elfstedenhal, alsmede de invalideparkeerplaatsen die kort geleden besproken zijn. Reclamanten willen benadrukken dat het van groot belang is dat opdrachtgevers en ontwerpers zich vanaf de startfase bewust zijn van wat álle gebruikers nodig hebben om gebruik te kunnen maken van het gebouw of de ruimte. Wanneer opdrachtgevers, architecten en projectontwikkelaars van nabij ervaren wat het betekent om in een rolstoel te zitten, niet te kunnen zien, angstig te zijn, slecht ter been te zijn, minder evenwicht te hebben et cetera, dan houden zij in het ontwerpproces veel meer rekening met de wensen van deze gebruikers.

Reactie: Een gebouw moet aan de eisen voldoen zoals geformuleerd in Bouwbesluit 2012. Het betreft hier de minimale eisen waar het gebouw aan moet voldoen. Naast deze eisen wordt met betrekking tot het stadion bijvoorbeeld intensief overleg gevoerd met de supporterscommissie over aan te brengen voorzieningen. De positie en toegang van bezoekers met een functiebeperking is daar onderdeel van. Ook UEFA vraagt aandacht voor mensen met een functiebeperking. In hun document “Access for all” staan diverse aanbevelingen voor het ontwerpen en realiseren van een voetbalstadion. Ook dit document wordt als leidraad gebruikt bij de verdere uitwerking van het nieuwe stadion. Zie daarnaast ook www.cafefootball.eu. C.

Het gemeentelijke grondgebied is de afgelopen jaren toegenomen. Ook doen zich nieuwe ruimtelijk-economische kansen en uitdagingen voor. Reden genoeg om in dialoog met de samenleving tot een nieuwe visie te komen op de ruimtelijke ontwikkeling van stad en regio. Daarmee geven we richting aan onze eigen inzet en investeringen en aan die van andere partijen. Met deze zogenoemde ‘omgevingsvisie’ sluiten we aan bij de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2021 van kracht is. Het is een goede start geweest dat tijdens de bijeenkomsten voor de belangengroepen in het project WTC Cambuur de Werkgroep Toegankelijkheid Leeuwarden betrokken is geweest en er zeker aandacht is geweest voor een aantal zaken met betrekking tot toegankelijkheid. Toch wordt aangegeven dat men in het bestemmingsplan niet specifiek de aandacht voor toegankelijkheid terug ziet. Volgens reclamanten zou hier de gemeenteraad de Leeuwarden Standaard Toegankelijk op kunnen nemen. Hiervoor is een opzet gemaakt door de Werkgroep Toegankelijkheid naar voorbeeld van Utrecht. Hiermee zou de toegankelijkheid geborgd zijn in de toekomst. Het is een gemiste kans wanneer deze Leeuwarder Standaard Toegankelijkheid niet met het verdere proces van WTC Cambuur mee zou worden genomen.

Reactie: Bij ontwerpprocessen van de openbare ruimte wordt door de gemeente Leeuwarden al jaren vooraf overleg gevoerd met de werkgroep Toegankelijkheid. Ook in het ontwerpproces van het WTCgebied. In de ogen van de gemeente levert dit een belangrijke meerwaarde op voor dede kwaliteit van de plannen. toevoegenextra regelsleidt niet tot een nadere borging van het beoogde doel. D.

Aansluitend wordt een aantal aandachtspunten aangegeven waar specifiek rekening mee moet worden gehouden om de toegankelijkheid voor álle gebruikers van WTC Cambuur te waarborgen. Dit betreft de onderwerpen: parkeerplaatsen, opritjes, rolstoeltoilet, bioscoop, kleurcontrast, oplaadpunt, bushalte en kiss en ride.

Reactie: De aandachtspunten die hiervoor zijn benoemd zullen worden betrokken bij de afwegingen die gemaakt moet worden om tot een defintief integraal ontwerp tekomen en meegenomen worden in het ontwerpproces van de openbare ruimte. E.

41

Verzocht wordt voorschriften aan de vergunning te verbinden met betrekking tot de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor iedereen. Hiervoor zou de Leeuwarden Standaard Toegankelijk een insteek kunnen zijn om ook bij deze gebiedsontwikkeling meer ruimte te creëren voor het gezamenlijk uitvoeren van de Lokale Inclusie Agenda.

Reactie: In het ontwerpproces tot nu toe is de werkgroep Toegankelijkheid betrokken. Wij zijn de werkgroep erkentelijk voor het aandragen van de Standaard. In het vervolgkader van het onwerpproces zal dat nader worden voortgezet. De hiervoor genoemde documenten zullen hierbij worden betrokken en bekeken zal worden welke aspecten hiervan kunnen worden toegepast c.q. opgenomen. aangehouden. Zienswijze 14 Winkeliersvereniging TjerkHiddes Cambuursterhoek en eigenaar supermarkt Huizum A.

Reclamanten spreken hun grote zorg uit over de toevoeging van de vele m2’s detailhandel in de gemeente. Tevens wordt te kennen gegeven dat men grote zorgen heeft over toekomstige leegstand door deze duurzame ontwrichting en is men van mening dat met name de binnenstad hierdoor zwaar zal worden geraakt.

Reactie: In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient onder meer de afweging te worden gemaakt of de voorziene gebiedsontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hiervoor is de laddertoets in opdracht van de Stadion Ontwikkeling Cambuur BV uitgevoerd door de STEC groep en aangeboden aan de gemeente Leeuwarden. De op de WTC/Cambuur locatie voorziene detailhandel meters zijn merendeels ondersteunend aan het profiel, namelijk voor zover het om niet-dagelijkse detailhandel gaat op het gebied van sport en spel. Daarnaast is er nog ruimte voor twee supermarkten en kleinschalig ruimte voor overige dagelijkse detailhandel. Metrages supermarkten Gezien de nabije ligging van de beide locaties en de planologische verplaatsing van supermarktmeters naar het WTC gebied wordt hiermee het eerdere berekende tekort aan meters opgelost. Wel geeft het STEC-rapport aan dat er effecten kunnen optreden ten aanzien van bestaande supermarkten, afhankelijk van de afstand tot WTC. Gelet op het nieuwe verblijfsgebied dat wordt gecreëerd en de functies die hiervan deel uit maken, waaronder de supermarkten en de sluiting in hetzelfde gebied van de locatie Snekertrekweg, wordt dit vanuit het een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en ook vanuit toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking aanvaardbaar geacht.

Metrages niet-dagelijkse detailhandel Gezien de planologische verplaatsing van meters niet-dagelijkse detailhandel naar het WTC gebied, en de nabije ligging van beide gebieden, wordt het voorziene programma aan niet-dagelijkse detailhandel verantwoord gevonden vanuit een goede ruimtelijke ordening. Metrages overige dagelijkse detailhandel Het voorziene programma overige dagelijkse detailhandel wvo is passend binnen de marktuitbreidingsruimte zodat medewerking verlenen aan deze functie verantwoord is vanuit een goede ruimtelijke ordening. De gemeente geeft zich er rekenschap van dat door de toevoeging van het programma, qua orde van grootte vergelijkbaar met De Centrale, zich effecten gaan voordoen op o.a. detailhandel. De effecten kunnen zich, in termen van omzetverlies, voordoen in de binnenstad, op De Centrale en in mindere mate in de regio. Eventuele effecten op de detailhandel in Leeuwarden en omgeving achten wij op basis van hetgeen is aangegeven in het STEC-rapport echter niet van dien aard dat dit

42

tot gevolg zal hebben dat er sprake zal zijn van structurele leegstand in de stad dan wel regio. Vanuit een oogpunt van 'een goede ruimtelijke ordening' zal dit dan ook niet tot gevolg hebben dat er sprake zal zijn van een onaanvaardbare situatie. Mogelijk vrijkomende panden hebben, met name in de binnenstad, over het algemeen een ruime bestemming zodat er ook andere functies mogelijk zijn. Omdat de ontwikkeling leidt tot een maatschappelijk gewenste situatie (stadion), belangrijke investeringen in een binnenstedelijk gebied, wat de nodige positieve werkgelegenheidseffecten met zich meebrengt en het WTC gebied en complex een transformatie ondergaat die voor continuïteit en ontwikkeling van wezenlijke betekenis is, worden daarnaast de positieve effecten per saldo hoger ingeschat. Om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren en om synergie te bewerkstelligen in de toekomstige drie verblijfsgebieden is in de visie “Profilering Leeuwarder binnenstad, de Centrale en WTC-ontwikkeling” een pakket maatregelen voorzien, waaronder ook de agenda binnenstad 2019 - 2022. Hiermee achten wij het geheel van de voorziene ontwikkeling in het WTC gebied vanuit zowel de ladder voor duurzame verstedelijking als vanuit de bredere context van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. B.

Tot voor kort voorzag de Detailhandelsstrucuurvisie van de gemeente er in de leefbaarheid van de woonwijken te waarborgen. Door het toevoegen van alle meters ligt een kille sanering op de middellange termijn in het verschiet. Bovendien staan deze toevoegingen haaks op het landelijke beleid om de vierkante meters detailhandel terug te brengen.

Reactie: Het voorliggende plan voorziet niet in de toevoeging van meters niet-dagelijkse detailhandel aan het totaal aantal meters in Leeuwarden. De meters die in het plan opgenomen zijn worden uit de markt genomen elders in Leeuwarden. Daarnaast voorziet het plan in een verplaatsing van meters supermarkten. De totale toevoeging van supermarktmeters zijn beperkt en zullen, volgens Stec, op de totale supermarktbesteding in Leeuwarden geen tot nauwelijks impact hebben. Het – volgens ons deugdelijke Stec rapport – concludeert dat verplaatsing van beide supermarkten niet zal leiden tot sluiting (en dus leegstand) van supermarkten in Leeuwarden. Hiermee is het plan in lijn met het uitgangspunt instandhouding van buurt- en wijkwinkels voor dagelijkse boodschappen, uit de Detailhandelsstructuurvisie. Gezien de planologische verplaatsing van meters niet-dagelijkse detailhandel naar het WTC gebied, en de nabije ligging van beide gebieden, wordt het voorziene programma aan niet-dagelijkse detailhandel verantwoord gevonden vanuit een goede ruimtelijke ordening. C.

De gemeente vergeet gemakshalve dat de toename van online kopen stijgt. Dit betekent dat de vraag naar fysieke winkels duidelijk afneemt. Juist door toevoeging van meters zal in de toekomst grote leegstand ontstaan.

Reactie: In de laddertoets is gerekend met een stabiel blijvende besteding van consumenten bij supermarkten terwijl de netto omzet per persoon in de afgelopen vijf jaar is toegenomen met 5% (Panteia, 2018). In de laddertoets zijn de bestedingen gelijk gehouden om te anticiperen op de groei in online verkoop bij pure internet spelers (zoals Picnic). Hierdoor ontstaat geen overschatting van de berekende marktruimte. Overigens, juist de uitgaven in de dagelijkse detailhandel stijgen de laatste jaren. Ook is het aandeel online bestedingen in de supermarktbranche zeer beperkt, zeker in relatie tot andere detailhandel branches. Tevens is er geen sprake van een toename van het aantal meters (zie ook onze reactie onder C van deze zienswijze).

43

D.

De vierkante meters aan de Snekertrekweg zijn als volgt: Jumbo 1950 m2, Budgetfood 800 m2, Kruidvat 600 m2 en Jysk 800 m2. De overige meters van dit winkelcentrum hebben de bestemming detailhandel maar worden op dit moment hiervoor niet gebruikt. Reclamanten zijn dan ook van mening dat dit een toevoeging is van vierkante meters in Leeuwarden. Men is van mening dat het een manier van creatief boekhouden is om alle meters van de locatie over te hevelen terwijl deze metes al lang niet meer in gebruik zijn.

Reactie: Onbenutte planologische mogelijkheden worden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als ‘bestaand’ en niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien (derhalve geen toevoeging van meters). Het uitgangspunt is derhalve de planologische, bestaande situatie en niet de feitelijke situatie. Daarbij komt dat de locatie aan de Snekertrekweg bij in gebruikname van de detailhandel op de WTC/Cambuur locatie komt te vervallen en zal plaatsmaken voor woningbouw. Er wordt slechts gebruik gemaakt van een zeer gering aantal planologische meters om te verplaatsen. Het merendeel wordt uit de markt gehaald (door vaststelling van het bestemmingsplan en geborgd door een artikel in de planregels dat hier zorg voor draagt). E.

Hetzelfde geldt voor de meters van de Albert Heijn in de Vosseparkwijk. Deze zijn verkregen uit het halveren van de Albert Heijn aan de Emmakade, echter de detailhandel bestemming is hier niet vanaf gehaald zoals is vereist. Daarnaast schijnt deze regeling ook maar voor 5 jaar te gelden zodat de meters daarna weer gewoon in gebruik kunnen worden genomen.

Reactie: Voor de Albert Heijn is destijds ook een ladderrapportage opgesteld. Hieruit bleek dat er nog ruimte was voor de betreffende supermarkt. Er is dan ook geen sprake van dat de Albert Heijn aan de Emmakade is verkleind om de supermarkt in de Vosseparkwijk mogelijk te maken. Ook geldt hiervoor geen regeling dat na 5 jaar de meters weer in gebruik mogen worden genomen. Om deze reden was er dan ook geen aanleiding om het bestemmingsplan voor wat betreft de locatie Emmakade aan te passen. F.

Het nieuwe stadion zal consumenten uit de binnenstand weg gaan trekken omdat de aanwezige supermarkten, horeca, leisure en bioscoop een bezoek aan de binnenstad niet meer noodzakelijk maken.

Reactie: De gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur is helder gepositioneerd en geprofileerd als zijnde één van de drie (boven)regionale verzorgingsgebieden van Leeuwarden. Er bestaat een duidelijk onderscheid in programmering/branchering, doelgroepen en ruimtelijke inrichting ten opzichte van onder meer de binnenstad. Hierdoor vormt de ontwikkeling een versterking van de verzorgingsstructuur. G.

In de binnenstad moet worden betaald voor parkeren en bij het stadion is het gratis.

Reactie: In het parkeerbeleidsplan is Leeuwarden opgedeeld in de binnenstad, de schilgebieden (gebied tussen de binnenstad en de stadsring) en restgebieden. In de binnenstad zijn de openbare parkeerplaatsen betaald parkeren. In de schil betaald parkeren of blauwe zone. In de gebieden daarbuiten is het parkeren gratis of blauwe zone. De locatie WTC is gelegen in dit laatste gebied, net als bijvoorbeeld De Centrale, winkelcentrum Bilgaard etc.

44

H.

De toevoeging van 10.000 m2 bij De Centrale gaat voor grote leegstand zorgen.

Reactie: De nog in te vullen meters bij De Centrale zijn door ons meegenomen in de beoordeling van de laddertoets. Dit valt ook te lezen in onze reactie op de laddertoets van Stec in paragraaf 4.1.3 van de toelichting onder het kopje “Marktruimte niet-dagelijkse detailhandel”. In het STEC-rapport staat aangegeven dat er een beperkte maximale kwantitatieve uitbreidingsruimte voor nietdagelijkse detailhandel is tot en met 2027 van circa 1.500 m² wvo. Zoals aangegeven delen wij die conclusie niet. Reden hiervoor is dat wij hebben geconstateerd dat de nog niet gerealiseerde detailhandelmeters op De Centrale niet zijn meegenomen in de berekening. Het bestemmingsplan Leeuwarden - De Centrale en omgeving (vastgesteld in 2013) voorziet in realisatie van in totaal maximaal 44.800 m² bvo, waarvan 42.000 m² aan detailhandel en 2.000 m² andere voorzieningen (horeca en fitness). Op dit moment is er nog planologische ruimte voor de realisatie van ruim 10.000 m² bvo aan detailhandel. Deze meters betreffen bestaande planologische ruimte en is meegenomen in de uiteindelijke afweging ten aanzien van de metrages niet-dagelijkse detailhandel op WTC/Cambuur locatie. Aangezien er geen sprake is van marktruimte voor dit type detailhandel zijn de meters gezocht in een verplaatser.

Zoals hiervoor al aangegeven zijn de meters uitbreiding op De Centrale bestaande planologische meters in het daar geldende bestemmingsplan. Bestaande rechten dus, zodat deze niet meer ter discussie staan. I.

De gemeente is niet consistent in het eigen beleid. De gemeente heeft in het verleden diverse supermarkten van De Centrale afgehouden, echter door een motie van D66 staat de gemeente hier niet langer onwelwillend tegenover. De motie is aangenomen en de procedure wijziging bestemmingsplan is inmiddels in werking.

Reactie: Deze zienswijze heeft geen betrekking op het voorliggende bestemmingsplan. Een zienswijze hiertegen kan worden ingediend op het moment dat het bestemmingsplan hiervoor ter visie ligt. Op dit moment is dat nog niet het geval. J.

De omgeving van De Centrale kenmerkt zich nu al door de slechte verkeersdoorstroom. Het verkeer staat vaak vast. Verder geven reclamanten aan, aan te willen geven dat de impact van een supermarkt onderschat wordt op De Centrale waar mensen met de auto komen. De hoeveelheid bezoekers hebben een grote impact op de verkeersdoorstroming.

Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder punt I van deze zienswijze. K.

Duurzame ontwrichting kan grote gevolgen hebben voor de leefbaarheid van de woonwijken door kille sanering zodat niet iedere woonwijk meer een supermarkt op loopafstand heeft. De volgende winkelcentra zullen hard worden getroffen: Binnenstad, Zaailand, Bilgaard, Camminghaburen en Cambuurplein.

Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder punt A van deze zienswijze, voorzover het het onderdeel supermarkten betreft. L.

45

Er wordt bij de Albert Heijn XL nog gestart met de bouw van een Aldi van 1500 m2 waardoor het aantal meters verder stijgt en de omzet per vierkante meter steeds verder onder druk komt te liggen.

Reactie: Dit betreffen bestaande planologische meters op grond van het bestemmingsplan. M.

Er is een grote toename van het aantal maaltijdbezorgers en de hoeveelheid maaltijden die ze bij de klanten thuisbrengen waardoor ook hier duidelijk minder behoefte aan fysieke horeca zal zijn.

Reactie: Naast een (mogelijke) toename van maaltijdbezorging laat gedegen onderzoek zien dat mensen steeds meer ‘buiten de deur’ eten. Het Stec rapport toont aan dat er sprake is van een sterke omzetontwikkeling. Bij de onderbouwing van het initiatief is rekening gehouden met groeiverwachting, gebaseerd op de vooruitzichten (onder meer economisch tij, consumentenvertrouwen, consumentengedrag, toename aantal inwoners, (boven)regionale functie) en vergelijk met referentiegemeenten. N.

Alle genoemde ontwikkelingen zorgen er voor dat de ruimte voor nieuwe detailhandel en horeca er niet is, sterker nog, landelijk is er een duidelijke trend zichtbaar naar meer leegstand hierdoor. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat Leeuwarden dit door kan voeren zonder dat dit gevolgen heeft voor de wijkvoorzieningen en winkels in het centrum.

Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder punt A van deze zienswijze, voorzover het het onderdeel supermarkten betreft. Ten aanzien van horeca wordt verwezen naar paragraaf 4.1.3. van de toelichting onder het kopje “Grootschalige horeca” met de hierbij behorende conclusie. O.

De beweringen van Wyckerveste dat de bezoekers van het WTC gebied andere zijn dan op voornoemde locaties en daardoor niet voor enige concurrentie zorgen is niet meer dan whisful thinking en snijdt geen hout. Uit het bijgevoegde onderzoek blijkt duidelijk dat er kannibalisiatie gaat optreden met funeste gevolgen voor het huidige winkelbestand.

Reactie: De “Visie profilering Leeuwarder binnenstad, De Centrale en WTC-ontwikkeling” (vastgesteld in de Gemeenteraad op 23 januari 2019, zie ook bijlage 6 bij de toelichting) wil in de nabije toekomst zoveel mogelijk complementariteit en synergie bewerkstelligen in functies, profielen en bezoekers van de binnenstad, De Centrale en de WTC/Cambuur locatie, door af te stemmen en te sturen op de ontwikkeling van commerciële functies en voorzieningen in deze drie belangrijkste bezoek- en verblijfsgebieden in Leeuwarden. De visie vormt de leidraad voor de inzet van de gemeente ten aanzien van detailhandel en horeca in deze gebieden en daarmee ook voor het opstellen en uiteindelijk vaststellen van dit bestemmingsplan. In de visie wordt beschreven en getypeerd wat de locatiekenmerken, type voorzieningen, doelgroepen en aanbod zijn voor de drie gebieden. Voor de toekomst bevat de visie tevens een richtbeeld voor de ontwikkeling van het profiel en verblijfklimaat in de binnenstad, voor De Centrale en de WTC–locatie. Voorts bevat de visie uitvoeringsmaatregelen op het gebied van organisatie en samenwerking, promotie en marketing, bereikbaarheid en verbindingen, parkeren en een flankerend programma voor de binnenstad. De visie is onderschreven door vertegenwoordigers van het georganiseerd bedrijfsleven in Leeuwarden, de binnenstad en de ontwikkelaars van De Centrale en WTC/Cambuur.

Samengevat komt het richtbeeld erop neer dat de binnenstad dé kwaliteitsplek is en blijft voor ontmoeting, verblijf, beleving en vermaak, met compleet aanbod van detailhandel, horeca en leisure, met specialisatie in bijzondere niet dagelijkse artikelen.

46

Winkelpark De Centrale is en blijft een regiocentrum van aanbod voor doelgerichte niet dagelijkse (grootschalige) artikelen, met ondersteunende dagelijkse detailhandel, horeca en leisure. WTC/Cambuur tenslotte is (op dit moment reeds voor een belangrijk deel) en wordt een regiocentrum voor sport, grootschalige leisure, beurzen en (indoor-)evenementen, met grootschalige dagelijkse detailhandel en ondersteunende niet-dagelijkse detailhandel en horeca. De gemeente geeft zich er rekenschap van dat door de toevoeging van het programma, zich effecten gaan voordoen op bestaande leisure, detailhandel en horeca in Leeuwarden en Fryslân. De effecten kunnen zich, in termen van omzetverlies, voordoen in de binnenstad, op De Centrale en in mindere mate in de regio. Omdat de ontwikkeling leidt tot een maatschappelijk gewenste situatie (stadion), belangrijke investeringen in een binnenstedelijk gebied, wat de nodige positieve werkgelegenheidseffecten met zich meebrengt en het WTC gebied en complex een transformatie ondergaat die voor continuïteit en ontwikkeling van wezenlijke betekenis is, worden de positieve effecten per saldo hoger ingeschat.

Om de mogelijke negatieve effecten te mitigeren en om synergie te bewerkstelligen in de toekomstige drie verblijfsgebieden is in de visie “Profilering Leeuwarder binnenstad, De Centrale en WTC-ontwikkeling” een pakket maatregelen voorzien, waaronder ook de agenda binnenstad 2019 - 2022. Hiermee achten wij het geheel van de voorziene ontwikkeling in het WTC gebied vanuit zowel de ladder voor duurzame verstedelijking als vanuit de bredere context van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. P.

Het schermen met het feit dat het WTC uit een verre omtrek klanten zal gaan trekken is een utopische gedachte. Er zullen geen echt vernieuwende projecten worden uitgerold. Veel meer van bestaand, hooguit in de leisure zal sprake zijn van een behoorlijke vernieuwing.

Reactie: In het Stec-rapport wordt door een deskundige partij onderbouwd wat de behoefte is aan het voorziene programma op de WTC/Cambuur locatie. Hierbij is per functie gekeken naar o.a. het verzorgingsgebied, koopkrachtbinding, koopkrachttoevloeiing, behoefte en trends/ontwikkelingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van het bestemmingsplan (derhalve ca. 10 jaar). Op basis hiervan zijn de uiteindelijke cijfers tot stand gekomen, waaronder ook de aantrekking van klanten van buiten Leeuwarden. Q.

In Roermond en Kerkrade zullen de uitkomsten anders zijn, echter wordt vergeten dat het achterland in Leeuwarden nauwelijks aanwezig is, dit in tegenstelling tot de genoemde grenssteden die een enorm achterland hebben, met name in Duitsland.

Reactie: Uit het Stec-rapport blijkt met welke gebieden is gerekend. De uitkomst is dus ook op basis van de feitelijke ligging van Leeuwarden en niet op basis van Roermond of Kerkrade. Met andere woorden, hier is zeker rekening mee gehouden. R.

Het is wrang te moeten vaststellen dat ook hier de detailhandel moet worden ingezet om het project te kunnen financieren en daarvoor de rekening gepresenteerd krijgt.

Reactie: Voor het realiseren van het project is het noodzakelijk om een combinatie van functies te realiseren. In het kader van de ladder van duurzame verstedelijking is beoordeeld voor welke functies het verantwoord is om aan het gebied toe te voegen zonder dat het ten koste gaat van andere ondernemingen.

47

S.

Er zullen grote problemen ontstaan in aanvoerroutes en parkeermogelijkheden.

Reactie: De verkeerskundige effecten van de toename van de functies op het WTC-terrein zijn doorgerekend in een verkeersmodel. Op basis van de uitkomsten van de modelberekeningen wordt er een aantal maatregelen getroffen om de verkeersafwikkeling op het huidige niveau te handhaven. Het gaat hierbij o.a. om de aanleg van een extra ontsluiting ter hoogte van het Wetterskip, een extra aansluiting op de Slauerhoffweg voor uitsupporters, maar ook het inzetten van verkeerregelaars en stewards tijdens voetbalwedstrijden en grote evenementen in het WTC. Bovendien zijn er ook tijdens de piekmomenten voldoende parkeerplaatsen beschikbaar in en rondom het WTC-gebied. Zienswijze 15 Provincie Fryslân A.

De provincie geeft aan, in het advies op het voorontwerp, om nadere uitleg te hebben gevraagd over de niet-dagelijkse detailhandel en de aanvaardbaarheid van het toe te voegen aanbod in het licht van het bestaande en te realiseren aanbod in Leeuwarden inclusief het winkelgebied De Centrale. In het ontwerpbestemmingsplan is daarvoor een eerste aanzet gedaan, maar het is nog niet helemaal duidelijk geworden in welke mate er een overschot aanwezig is. Hierover is bestuurlijk overleg gevoerd en door de gemeente is een memo opgesteld met daarin een nadere uitleg over het overschot. In de memo komt de gemeente tot de conclusie dat er sprake is van een aanvaardbaar overschot van 3.766 m2 voor wat betreft niet-dagelijkse detailhandel. Dat is minder dan 1,75% van het totale aanbod in de gemeente Leeuwarden. Door de gemeente is aangegeven dat dit een acceptabel overschot is. De provincie geeft aan deze conclusie in beginsel te kunnen onderschrijven en gaat er vanuit dat de informatie uit de memo wordt vertaald in de toelichting van het bestemmingsplan.

Reactie: De overlegreactie en de gemeentelijke reactie hierop zijn toegevoegd aan het bestemmingsplan (bijlage 26 en 27 bij de toelichting). De tekst uit de memo is toegevoegd in subparagraaf 4.1.4 van de toelichting (onderdeel van de paragraaf die gaat over de ladder voor duurzame verstedelijking). B.

Opgemerkt wordt dat de uitkomsten van de Aerius-berekening en het nadere ecologisch onderzoek nog niet bekend zijn. Deze uitkomsten konden om die reden nog niet worden beoordeeld. Relevant is of de bevindingen in de weg zouden staan aan de uitvoering van het plan. Op dit onderdeel wordt dan ook een voorbehoud gemaakt. Verzocht wordt de onderzoeken toe te sturen zodra deze beschikbaar zijn. De provincie geeft aan de landelijke bevindingen omtrent stikstof momenteel op de voet te volgen. Hoewel het op dit moment nog niet duidelijk is hoe deze actuele ontwikkelingen van invloed zijn op de voorliggende plannen is het zaak hier adequaat mee om te gaan. Hier wordt dan ook aandacht voor gevraagd.

Reactie: Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen en om te bepalen of het plan een passende beoordeling vergt op grond van artikel 2.7 lid 1 jo artikel 2.8 Wet natuurbescherming, is een eerste inventarisatie in het kader van het ecologisch onderzoek uitgevoerd waarin aandacht is besteed aan zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming (bijlage 12 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Naast het raadplegen van bronnen is het projectgebied ten behoeve van

48

deze inventarisatie op verschillende momenten in 2017 en 2019 bezocht door een ter zake deskundige ecoloog. Soortenbescherming Eerste inventariserend soortenonderzoek Op basis van de in het najaar van 2017 uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat een aanvullend onderzoek nodig was naar huismus, gierzwaluw en vleermuissoorten. Tweede inventariserend onderzoek Het eerste inventariserend onderzoek heeft een vervolg gekregen in de vorm van een tweede inventariserend onderzoek (begin april 2019), waarvan de uitkomsten zijn gerapporteerd op kaarten (bijlage 13 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Dit onderzoek is uitgevoerd met het oog op: het actualiseren van het verkennend ecologisch onderzoek uit het najaar van 2017; het begrenzen van het gebied waarvoor aanvullend ecologisch onderzoek moet plaatsvinden.

Uit dit tweede inventariserend onderzoek is gebleken dat de conclusies van het eerste onderzoek uit 2017 kunnen worden herhaald en ingekaderd: het plangebied moet nader worden onderzocht op het voorkomen en verblijven van huismus, gierzwaluw en verschillende vleermuizensoorten; de gebieden die nader onderzocht moeten worden zijn op de hiervoor genoemde kaart aangegeven; buiten de op deze kaart aangegeven gebieden kan op grond van het onderzoek worden gesteld dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is, omdat de hiervoor genoemde soorten (vleermuizen, huismus en gierzwaluw) daar kunnen worden uitgesloten; de aanvullende ecologische inventarisatie heeft verder opgeleverd dat het voorkomen van ransuil niet kan worden uitgesloten. De locaties die nader onderzocht moeten worden zijn eveneens op de kaart weergegeven. Ook deze soort zal in het nader onderzoek moeten worden meegenomen. Nader soortenonderzoek Het nader soortenonderzoek is in april 2019 gestart. Veldinventarisaties ten behoeve van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. Ten behoeve van de eventuele vergunningverlening worden nog aanvullende inventarisaties verricht. De afronding daarvan wordt in oktober 2019 verwacht.

Uit de uitgevoerde veldinventarisaties kunnen voor het bestemmingsplan de volgende conclusies worden getrokken: in het plangebied zijn geen nestplaatsen van gierzwaluw, huismus of ransuil aangetroffen; het voorkomen van deze drie soorten kan worden uitgesloten; in het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuissoorten aangetroffen; het gebied wordt beperkt gebruikt voor foerageren door vleermuizen. Op grond van het nader soortenonderzoek concluderen wij dat het soortenbeschermingsregime uit de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Mocht een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming vereist zijn – wat op basis van het verrichte onderzoek niet het geval is – dan is er geen reden om aan te nemen dat die niet kan worden verleend.

49

Gebiedsbescherming Uit het gebiedsonderzoek dat in het kader van de ecologische inventarisatie (zie bijlage 12) is uitgevoerd, is gebleken dat er geen sprake is van een negatief effect op door de Wnb of door het provinciaal beleid (Verordening Romte 2014) beschermd. In het kader van dat onderzoek was op het moment van het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan nog geen onderzoek verricht naar eventuele effecten van de productie van stikstof in het plangebied als gevolg van het realiseren en het gebruik van de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe functies. Dat onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. De uitkomsten van dat onderzoek zijn nieuw en worden toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan als bijlage 14. In de bijlage bij deze memo treft u de AERIUS-berekening aan. De belangrijkste zaken (uit de berekening) zijn: Voor het bepalen of een plan wel of geen significant negatief effect kan hebben op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied waar sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde voor stikstof, is nagegaan wat de depositiebijdrage vanwege het plan voor stikstofgevoelige habitattypen en soorten per Natura 2000-gebied zal zijn.

Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage op het meest nabij gelegen gevoelig Natura 2000 gebied, Groote Wielen, zowel tijdens de sloop- en bouwfase als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar is. Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van een emissie van stikstof vanuit het plangebied tijdens zowel de sloop- en bouwfase als de gebruiksfase die leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol stikstof/ha/jaar op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan met wetenschappelijke zekerheid worden vastgesteld dat er geen sprake is van een significant negatief effect op voor verzuring en vermesting gevoelig Natura 2000-gebied (er is geen sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde op Groote Wielen waardoor dit evenmin het geval is voor verder weg gelegen gebieden als de Alde Feanen). Nader onderzoek in het kader van een passende beoordeling kan dan ook achterwege blijven. Conclusies 1. Het gebied is niet van belang voor door de Wnb beschermde soorten. 2. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied vastgesteld. 3. Een vergunning op grond van de Wnb voor gebieden is niet nodig voor de activiteiten waartoe het bestemmingsplan kan leiden. 4. Het plan is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Romte 2014. 5.

Het plan leidt niet tot stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitattypen en – soorten in Natura 2000-gebieden waar sprake is van een overschrijdingssituatie. Significant negatieve effecten op die habitattypen en –soorten zijn uitgesloten. C.

50

Er wordt aandacht gevraagd voor de de economische uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen. Hierbij wordt er op gewezen dat door Provinciale Staten een bijdrage is gereserveerd voor investering in de openbare ruimte en dat deze alleen beschikbaar komt als de voorgenomen ontwikkelingen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Hier zal bij de de door de gemeente in te dienen definitieve subsidieaanvraag scherp op worden getoetst.

Reactie: Wij zijn ons er ter dege van bewust dat de provinciale bijdrage nodig is voor de economische uitvoerbaarheid van het plan en dat deze alleen beschikbaar komt als de voorgenomen ontwikkelingen kunnen worden gerealiseerd. Zienswijze 16 Bedrijvenvereniging De Zwette A.

Reclamanten geven aan in beginsel zeer positief te zijn ten opzichte van het voornoemde plan. De opwaardering van het gebied en de hiermee gepaard gaande economische en sociale activiteiten zullen het gebied naar verwachting een levendig deel van de stad maken.

Reactie: Wij zijn reclamenten zeer erkentelijk voor deze positieve reactie. B.

Op De Zwette IV wordt een "overloop parkeerterrein” voor circa 500 auto's aangelegd. Tevens wordt aangegeven dat er ook op de openbare weg in dit gebied geparkeerd mag worden. In de huidige situatie ontbreekt een voetpad / trottoir richting stadion of WTC. Reclamanten zijn van mening dat voetgangers van het overige verkeer, inclusief fietsers, gescheiden dienen te worden uit oogpunt van veiligheid. Gevraagd wordt hierin te voorzien door de aanleg van een trottoir op de Balthasar Bekkerwei.

Reactie: Wij zullen zorgdragen voor een veilige verkeerssituatie wanneer het overloopterrein in gebruik is. Op welke wijze wij dit gaan invullen komt terug in de werkgroep Mobiliteit. Reclamanten zijn in deze werkgroep vertegenwoordigd. C.

De kruising Westeinde kan in de toekomst het verkeersaanbod niet of nauwelijks aan volgens het verkeersrapport van Royal Haskoning DHV. De aangedragen oplossing tot verbetering t.b.v. het links afslaande verkeer is naar mening van reclamanten niet afdoende en nauwelijks uitvoerbaar. Om de situatie afdoende op te lossen en toekomst bestendig te maken wordt een voorstel gedaan: het aanleggen van een volwaardige ontsluiting vanaf de noordelijke invalsweg ter hoogte van de Woonloodz. Dit heeft tot gevolg dat het verkeer bij de wedstrijden via deze ontsluiting rechtstreeks op het "overloop parkeerterrein" terecht komt. De aanrijroute naar dit kruispunt is lang genoeg om doorstroming te bevorderen. Zowel op de nieuwe kruising als op de kruising bij Westeinde, waar immers bij wedstrijden de links-affer afgeblokt kan worden. Tevens kan via deze nieuwe ontsluiting het verkeer na afloop afgewikkeld worden.

Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie bij zienswijze 8, onderdeel C.1. D.

51

Er wordt door reclamanten nadrukkelijk op gewezen dat in het rapport van Royal HaskoningDHV nergens gesproken wordt over de toenemende vestiging van bedrijven op De Zwette IV (deze zomer neemt Weidelco zijn vestiging in gebruik met een fors aantal verkeersbewegingen van zowel personen auto’s als vrachtwagens). Ook de invloed van de in ontwikkeling zijnde Energie Campus, die in de komende jaren een forse toename van bedrijven en dus bedrijvigheid teweeg brengt en daarmee op de verkeersbewegingen, is buiten beschouwing gelaten.

Reactie: In het prognosejaar verkeersmodel Leeuwarden zijn toekomstige ontwikkelingen qua inwoners en arbeidsplaatsen meegenomen. In hoofdstuk 2 van het rapport verkeer is dit beschreven en is ook aangegeven dat nog niet rekening was gehouden met de ontwikkeling WTC-Cambuur, maar dat deze juist is onderzocht in onderhavig onderzoek. E.

In het rapport van Royal HaskoningDHV wordt de inzet van verkeersregelaars aanbevolen (zie laatste onderdeel “Opstellen mobiliteitsplan”, laatste pagina van het rapport). Voor een goede afwikkeling van het verkeer bij wedstrijden en grote evenementen in het WTCexpo is de inzet van verkeersregelaars van cruciaal belang, aldus het rapport. In het ontwerp bestemmingsplan zien reclamanten geen borging van deze inzet. Naar hun mening dient deze in het ontwerp bestemmingsplan “structureel” opgenomen te worden.

Reactie: In de werkgroep Mobiliteit zijn hierover afspraken gemaakt met zowel het WTC als met Cambuur. Deze afspraken kunt u terug vinden in de notulen van 16 april 2019. Deze zijn reeds in uw bezit. De inzet zoals gevraagd is niet een aspect dat wordt opgenomen in de regels van een bestemmingsplan. Deze reactie- en antwoordnota maakt echter onderdeel van het vast te stellen/vastgestelde bestemmingsplan. Daarmee is dit punt ook geborgd. Zienswijze 17 Koninklijke Horeca Nederland A.

Koninklijke Horeca Nederland is voor een gelijk speelveld in de horeca en staat open voor concurrentie op de markt, maar als horeca Leeuwarden maakt men zich zorgen over de geplande toename van 7000 m2 (ondersteunende) horeca op het WTC gebied. De vraag wordt gesteld wat wordt verstaan onder ondersteunde horeca. In het Horecabeleid Leeuwarden wordt gesproken over horecacategorieën; ondersteunende horeca wordt hierin niet benoemd.

Reactie: Hiermee wordt bedoeld dat de aanwezige horeca (bestaande uit fast service en grotere restaurants) ondersteunend aan het totaal concept/profiel van de ontwikkeling WTC/Cambuur moet worden gezien. In het bestemmingsplan komt dit tot uitdrukking in de artikelen 4, 5, 6 en 9, waar de toegestane horecacategorieën nader zijn vastgelegd, één en ander conform het geldende horecabeleid van de gemeente. B.

52

Er wordt gezegd dat de binnenstad geen last moet krijgen van de ontwikkelingen bij het WTC gebied. Ooit is gesteld door vertrekkend wethouder Henk Deinum dat de binnenstad niet mag lijden onder de komst van nieuwe horeca/leisure bij het WTC. Ook de projectontwikkelaar Wyckerveste roept dat er geen klandizie wordt weggesnoept uit de binnenstad. Maar waar is de onderbouwing van deze uitspraken? Waar zijn de stukken waaruit blijkt dat de ontwikkelaars kunnen bewijzen dat er behoefte is aan meer horeca? De financiering van 5 miljoen door de provincie heeft als voorwaarde dat deze niet ten koste mag gaan van een ‘krachtige binnenstad’ en niet concurrerend mag zijn voor De Centrale. De vraag wordt gesteld dat men graag wil weten hoe er onderbouwd is dat de horeca/retail in de binnenstad geen last gaat krijgen van de nieuwbouw van het Cambuurstadion en dan met name de horeca en leisure.

Reactie: Om dit inzichtelijk te maken heeft de ontwikkelaar een zogenaamd ladderrapport laten opstellen. Dit rapport is opgenomen als bijlage 8 bij de toelichting. Hierin wordt ook ingegaan op horeca (paragraaf 3.4). Ten aanzien van restaurants blijkt dat middels distributieplanologisch onderzoek is bepaald dat de maximale marktruimte circa 2.500 m² vvo bedraagt. Daarnaast blijkt dat er extra marktruimte ontstaat door afgeleide bestedingen op de locatie WTC/Cambuur door de aanwezige leisure functies binnen het gebied van maximaal 720 m² vvo. Derhalve een totaal van 3.220 m² vvo. Dit betekent dat er voldoende marktruimte is voor de voorziene restaurants (3.220 m2 vvo beschikbaar – 2.910 m2 vvo programma). De maximale marktruimte voor fast service bedraagt ca. 3.150 m² vvo terwijl 1.467 m² vvo nodig is. Het voorziene programma past hiermee kwantitatief binnen de marktruimte. Duidelijk blijkt ook uit de rapportage dat er (grotendeels) sprake is van het bedienen van verschillende doelgroepen die de WTC-locatie dan wel de binnenstad bezoeken. Ondanks de verschillende doelgroepen en voldoende marktruimte is er echter een effect te verwachten op de omzet van de horeca. Hierbij wordt een negatief omzeteffect verwacht van 5%, waarvan 2.5% landt bij restaurants binnen de gemeente Leeuwarden (waaronder dus ook deels in de binnenstad) en 2.5% in de bredere regio.

Het voorziene programma achten wij, gelet op de nieuwe vormen van grootschaligheid van horeca restaurants die we binnen Leeuwarden zo goed als niet kennen, in samenhang met een geheel nieuw verblijfsgebied kwantitatief en kwalitatief gezien een goede toevoeging aan hetgeen Leeuwarden te bieden heeft. Eventuele effecten op andere horeca in Leeuwarden en omgeving achten wij op basis van hetgeen is aangegeven in het Stec-rapport niet van dien aard dat dit tot gevolg zal hebben dat er sprake zal zijn van structurele leegstand in de stad dan wel regio. Vanuit een oogpunt van 'een goede ruimtelijke ordening' zal dit dan ook niet tot gevolg hebben dat er sprake zal zijn van een onaanvaardbare situatie. Mogelijk vrijkomende panden hebben, met name in de binnenstad, hebben over het algemeen een ruime bestemming zodat er naast horeca veel meer functies mogelijk zijn. Voor fast service is daarnaast meer dan voldoende marktruimte aanwezig. C.

Er is de laatste jaren al veel horeca bijgekomen in de binnenstad en dat is voor de stad zeker ook een mooie toevoeging geweest aan het al bestaande aanbod. Maar reclamanten denken dat als er nu zoveel horecameters bij komen dit wel eens te veel zou kunnen zijn en ten koste kan gaan van de horeca in de binnenstad. De vorming van een horecaboulevard met grootschalige horeca van o.a. landelijke ketens als de Beren en Happy Italy, een sportcafé, een wereldrestaurant en dit in combinatie met een bioscoop en andere leisure zaken zal zeker zware concurrentie zijn van de bestaande bedrijven in de binnenstad. De vraag wordt gesteld of er in Leeuwarden behoefte is aan grootschalige horeca en of dit onderzocht is.

Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder B van deze zienswijze. D.

De gezamenlijke leisure bedrijven o.a. Grote Keizer, Lasergame, Monkey Town en kartbaan Leeuwarden spreken ook hun zorgen uit over de ontwikkelingen op hun vakgebied. Hun mening is dat er in zowel Leeuwarden als Friesland meer dan genoeg leisure aanbod is.

Reactie: In de laddertoets wordt gerekend met een horeca-programma van 4.377 m2 vvo, waarvan 2.910 m2 restaurants en 1.467 m2 fastservice. Dit betreffen formules met als hoofdfunctie horeca (geen ondersteunende/ondergeschikte horeca) zoals dat het geval is bij de genoemde leisurebedrijven.

53

E.

Concurrentie en marktwerking horen er bij en dan komt het neer op goed ondernemerschap. Maar er is de afgelopen jaren ca. 6000 m2 aan horeca bijgekomen. Dat houdt de binnenstad attractief. Maar deze 7000 m2 daarbovenop is teveel. Er is nu een bruisende binnenstad en dat wil men ook zo houden.

Reactie: Reclamant geeft aan dat het horeca-aanbod in Leeuwarden de afgelopen jaren met circa 6.000 m2 is toegenomen. In de laddertoets is de ontwikkeling van het aanbod restaurants en fastservice in gemeente Leeuwarden onderzocht en wordt geconstateerd dat het aanbod restaurants en fastservice in de afgelopen 10 jaar met 3.629 m2 vvo is toegenomen. Dit is lager dan de toename zoals aangegeven door reclamant. In de laddertoets wordt geconstateerd dat er voldoende kwantitatieve marktruimte is voor het realiseren van alle restaurant- en fastservice initiatieven op de WTC/Cambuur locatie. De ruimtelijke effecten op het bestaande restaurantaanbod in Leeuwarden, door het toevoegen van restaurants op de WTC/Cambuur locatie, worden dan ook ingeschat als beperkt. F.

Er wordt gesteld dat de horeca in de binnenstad 2.5% gaat inleveren. De voorwaarde van de provincie is dat het verstrekken van de 5 miljoen absoluut niet ten koste mag gaan van bezoek aan de binnenstad. Nu blijkt dat dit toch verwacht gaat worden. Gevraagd wordt naar een onderbouwing en verduidelijking van dit punt.

Reactie: De provincie heeft de definitieve versie van de ladder van duurzame verstedelijking beoordeeld en aangegeven zich te kunnen vinden in de resultaten en realisatie van het project verantwoord te vinden. Zienswijze 18 Leisure branche A.

Reclamanten uit zorgen over de toevoeging van meer dan 14.890 m2 leisure (ex bioscoop). Dit betekent meer dan een verdubbeling van het aantal leisure meters in de stad (15.000 m2). Reclamanten denken dat een verdubbeling van het aanbod sterk marktontwrichtend zal werken. Daarbij is het tot nu toe bekende aanbod WTC gebied nagenoeg hetzelfde dan wat er al genoeg voor handen is, grotendeels gericht op de leeftijd 0-12 jaar. Men is van mening dat de bezoekers met name uit de eigen provincie zullen komen en zetten dan ook grote vraagtekens bij de onderbouwing van de behoefte conform ladder voor duurzame verstedelijking van bureau STEC.

Reactie: Wij zijn van mening dat het leisuredome een kwalitaiteve toevoeging is ten opzicht van het huidige leisureaanbod. Het leisuredome is een grootschalige en bijzondere leisure-ontwikkeling en trekt naar verwachting bezoekers vanuit zowel de provincie Friesland als ook bezoekers van buiten de provinciegrenzen. Het aangeboden verzorgingsgebied en daarmee de doelgroep, is ruimer dan het huidige leisureaanbod in Leeuwarden. Wij hebben dan ook geen reden om aan te nemen dat er onaanvaardbare ruimtelijke effecten ontstaan. Inhoudelijk verwijzen wij u hiervoor naar het ladderrapport, waarin o.a. de volgende tekst is opgenomen: “In de laddertoets wordt geconcludeerd dat het leisuredome voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. Dit verzorgingsgebied (reikwijdte) is

54

groter dan alleen de gemeente Leeuwarden. Binnen het verzorgingsgebied is momenteel geen leisurecentrum gevestigd zoals met de ontwikkeling van het leisuredome wordt beoogd. De leisuremarkt is competitiever geworden: niet al het aanbod voldoet (kwalitatief) meer. Als gevolg hiervan zal ook sprake zijn van een natuurlijke uitval van bestaande (solitaire) leisurevoorzieningen op langere termijn. We schatten in dat de effecten als gevolg van een ontwikkeling van het leisuredome mogelijk merkbaar zijn bij één of enkele solitaire leisurevoorzieningen (een daling van het aantal bezoekers). We verwachten dat de potentiële afname van het aantal bezoekers over diverse leisurevoorzieningen in de regio (binnen een uur reistijd) verdeeld wordt. Effecten worden uitgesmeerd over een groot gebied (binnen een uur reistijd wonen 1 tot 1,5 miljoen mensen). Dit betekent dat sprake is van een minimaal effect als gevolg van de ontwikkeling. Afsluitend verwijzen wij u op deze plaats ook nog naar onze reactie op het laddderrapport zoals opgenomen in paragraaf 4.1.3 onder E van de toelichting. B.

De stad is reeds in het bezit van 1 bowlingbaan, 2 indoor speelparadijzen, 1 klimwand, 2 lasergame, 1 trampolinehal, 1x kartbaan, 3x4 =12 escaperoom kamers, 1x skibaan en een paintball hal. Daarbij zijn er heel veel tijdelijke activiteiten direct gericht op kinderen (kermis, disco in MFC, disco avonden zwembaden, diverse workshops bij bv taartenbakkers en Intertoys allemaal in de vorm van kinderfeestjes). Reclamanten vinden dat er meer dan een goed aanbod is om de bestaande markt te bedienen. Een verdubbeling van het aantal meters zal onherroepelijk en direct ten koste gaan van de bezoekersaantallen en de omzet van deze bestaande ondernemers. De afgelopen jaren merkten reclamanten dat door een lichte toename van het leisure aanbod in Friesland de bezoekersaantallen onder druk staan, ook de demografische ontwikkelingen zijn daar debet aan. Door het kunnen doorvoeren van enkele prijsverhogingen heeft een ieder de omzet op niveau kunnen houden. Verder hebben alle wat grotere plaatsen (Sneek, Drachten, Heerenveen, Dokkum, Franeker, Joure, Wolvega, Burgum) eigen leisure faciliteiten. In totaal telt Friesland 4 bowlingbanen, 5 bioscopen, 4 trampolineparken, 16 speelparadijzen, 25 escaperooms (kamers) 4 lasergamehallen, 2x indoorgolf, 2 skibanen, 3 klimwanden. Reclamanten zijn van mening dat de markt meer dan vol is. Het is een volwassen verdringingsmarkt.

Reactie: Wij verwachten dat het leisuredome een andere (en vooral ruimere) doelgroep bediend dan waarbij sprake is in geval van de huidige leisure in Leeuwarden en omliggende kernen. Dit blijkt ook uit het ladderrapport. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er onaanvaardbare ruimtelijke effecten ontstaan. Kortheidshalve wordt hier verwezen naar onze reactie onder A van deze zienswijze. C.

55

Reclamanten vinden dat de behoefte voor een soortgelijke leisure boulevard niet juist en onvolledig onderbouwd is in het Stec-rapport. In het Stec-rapport wordt ook aangegeven dat er geen standaard methodiek is om de behoefte kwantitatief te kunnen berekenen. Wel wordt een aantal kwalitatieve beoordelingen gegeven die dus niet kwantitatief/cijfermatig zijn onderbouwd. Deze lijken uit de lucht gegrepen. Nergens in Nederland is een partij onderbouwd nog in staat gebleken om op een succesvolle manier een zodanig concept te exploiteren. Negatieve voorbeelden zijn er wel; de Wall in Utrecht, FC Twente stadion en in de markt is ook bekend dat het Roda Kerkrade leisure dome moeilijk exploitabel is. Binnen de branche zijn intern wel wel cijfers bekend. Omdat de leisure branche nog niet heel volwassenen is zijn er in de markt weinig cijfers bekend. De bij reclamanten bekende relevante kwantitatieve cijfers wil men graag met de gemeente delen. Ook reclamant (als organisaties Jump XL, Monkey Town, Pathé, Ballorig, Street Jump en de vereniging van Leisure ondernemers) zijn bereid om benchmarkcijfers, ervaring en kennis en cijfers met de gemeente te delen. Door reclamanten kan cijfermatig worden onderbouwd dat de behoefte

er niet is en dat het wel openen ten koste zal gaan van de huidige leisure ondernemers met name in Leeuwarden. Reactie: Wij zijn reclamanten erkentelijk voor het aanbod om de relevante kwantitatieve cijfers met ons te willen delen, echter is er voor ons op dit moment geen aanleiding hiertoe over te gaan. Wij zijn de mening toegedaan dat er een laddertoets is aangeleverd door een deskundige partij op dit gebied die met de nodige zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Wij conformeren ons dan ook aan dit rapport. Voor het overige verwijzen wij u naar onze inhoudelijke reactie op het onderdeel leisure in het ladderrapport zoals dat is opgenomen in paragraaf 4.1.3 onder E van de toelichting. D.

In Friesland zijn per hoofd van de bevolking de allermeeste indoorindoor speelparadijzen en leisure concepten (3 x zo hoog als landelijk). Voor soortgelijke concepten zijn consumenten bereid om maximaal 30 auto minuten te besteden, de markt is dus Friesland en geen 1,5 miljoen consumenten, aldus reclamanten. De leisure concepten zijn gericht op kids van 1-12 jaar (Friesland 72.000 kids in deze categorie en aantal is dalende met 6% per jaar). De markt met betalende bezoekers is dus maximaal 72.000 kinderen groot. Reclamanten geven aan te weten dat kinderen in deze groep gemiddeld 3,5 keer per jaar een bezoek brengen aan een indoor speelparadijs. In Friesland zijn in totaal 16 speelparadijzen. Voor een trampolinepark zijn 300.000 mensen in de omringende regio nodig om succesvol te zijn. In Friesland zijn er 4. Verder geeft men aan te weten dat bowling sterk dalende is en bioscoopbezoek landelijk onder druk staat. Lasergame gedijt alleen als bijverkoop of gratis speelwaarde in indoor concepten, stand alone is heel lastig. Last but not least is de leisure branche qua omzet grotendeels afhankelijk (40%) van horeca verkoop intern. De conlusie is dus dat er geen behoefte is, in ieder geval niet kwantitatief onderbouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=39223e56-ecdb-4bb4-b467-08ccac23d14f