2019-06-17 Bijlage Reactie en antwoordnota zienswijze definitief
Tekst van het document
Men geeft aan graag te zien dat de juiste lampen worden gebruikt en dat dit gecontroleerd wordt en zo nodig wordt gehandhaafd.
Reactie: Wij begrijpen dit punt van zorg en zullen dit zeker controleren (bij de aanvraag omgevingsvergunning, maar ook in de toekomst). Ook Cambuur is zich hiervan bewust en zal hier ten allen tijden rekening mee houden. Indien in de toekomst toch blijkt dat er om wat voor reden dan ook niet wordt voldaan aan de gestelde eisen dan zal de gemeente hier tegen optreden. 3.
Men verzoekt dat er op korte termijn een lichtplan wordt gemaakt, het liefst voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. De gemeenteraad heeft hiertoe met algemene stemmen op 23 januari 2019 een motie aangenomen. Iniden dit voor vaststelling niet mogelijk is wordt gevraagd wanneer dit wel zou kunnen.
Reactie: Voor de lichtmasten van het Cambuurstadion is een uitgebreid onderzoek gedaan. Voor de openbare ruimte heeft op basis van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het stedenbouwkundig plan een nadere uitwerking plaatsgevonden. Dit is vertaald in het inrichtingsplan. De verlichting maakt daar onderdeel van uit. Dit inrichtingsplan wordt tegelijk met het bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad.
19
4.
De wijze waarop invulling is gegeven aan de verlichting van de parkeerterreinen heeft onze instemming.
Reactie: Wij zijn het wijkpanel erkentlijk dat dit punt de instemming heeft. E.
Hittestress
1.
In bijlage 14 van het ontwerpbestemmingsplan is op pagina 4 een kaart opgenomen waaruit blijkt dat de bewoners van de Schrijversbuurt een enorme hittestress zullen krijgen. De gemeente wordt verzocht maatregelen te nemen om deze hittestress te verminderen door meer groen (en water) in het plan op te nemen.
Reactie: De afbeelding zoals getoond in bijlage 14 betreft de huidige situatie: een terrein met een aantal grote gebouwen en grotendeels verharde terreinen er om heen die inderdaad hittestress met zich mee kunnen brengen. In het inrichtingsplan is een evenwicht gevonden tussen de verschillende functies die in het gebied ingepast moeten worden. Door het toepassen van o.a. zoveel mogelijk bomen en openbaar groen is er zoveel mogelijk gedaan om hittestress te verminderen. Daarbij is er ook extra aandacht besteedt aan de zone langs de Schrijversbuurt. Met een green wall en een brede groenzone. 2.
De gemeente schiet te kort op het compenseren van de verharding. Dat heeft ermee te maken dat de gemeente 3,75% voor grasbeton heeft gerekend en 5% voor verharding. Het Wetterskip Fryslan geeft aan dat er 10% compensatie moet komen. Deze 10% is ook in overeenstemming met het Kwaliteitshandboek van de gemeente. Het Wetterskip zegt dat er nu 980 m2 te weinig is gecompenseerd. Reclamant vindt dat die 980 m2 moet worden gecompenseerd, liefst door meer groen.
Reactie: In het plangebied wordt voorzien in extra open water om de toenemende verharding in het gebied te compenseren. Het Wetterskip hanteert als uitgangspunt dat bij toenemende verharding 5% extra open water moet worden aangelegd en bij toenemende halfverharding 3,75%. In het plangebied wordt voldaan aan deze voorwaarden. In het Kwaliteitsdocument Openbare Ruimte van de gemeente worden verschillende richtwaarden tussen 5% en 10% aangegeven voor watercompensatie. Indien niet voldaan kan worden aan die richtwaarden dan kan met andere maatregelen worden gecompenseerd. Dat is vorm gegeven door naast verbreding van open water, het principe van ondergrondse drainage in het gebied toe te passen. De zogenaamde “ecosloot” is in overleg met het Wetterskip gedurende het ontwerpproces van het inrichtingsplan doorontwikkeld en bestaat uit ondergrondse drainage ten behoeve van waterberging en is afgedekt met groen om hittestress tegen te gaan. Hiermee wordt voldoende invulling gegeven aan de richtlijnen. 3.
20
De gemeenteraad heeft vastgesteld dat in het gebiedsontwikkelingsplan WTC-Cambuur zoveel mogelijk duurzaam moet worden uitgevoerd. Reclamant constateert dat dit niet in het bestemmingsplan terug te vinden is. Gevraagd wordt daarom om in artikel 23 van de regels nadere bepalingen op te nemen, waarin eigenaren van niet-openbare gronden en gebouwen via een voorwaardelijke verplichting gedwongen worden klimaatadaptatiemaatregelen te realiseren en in stand te houden bij het realiseren van een bestemming, in ieder geval ten aanzien van het voorkomen van hittestress.
Reactie: Alle ontwikkelende partijen hebben de ambitie om zo duurzaam mogelijk te bouwen. Daarbij is er in het proces een optimum gezocht en gevonden tussen deze ambitie, de praktische randvoorwaarden en de financiële haalbaarheid. Op het gebied van duurzaamheid worden om deze reden geen aanvullende regels opgenomen om nog meer maatregelen af te dwingen. 4.
Indien er geen voorwaardelijke bepalingen worden opgenomen wordt verzocht aan te geven op welke wijze eigenaren van niet-openbare gronden en gebouwen klimaatadaptatiemaatregelen gaan toepassen.
Reactie: Mc Donalds werkt bijvoorbeeld met een gesloten systeem voor binnenklimaat waardoor uitstoot verminderd wordt en maakt in en op het restaurant gebruik van waterbesparende toiletten en zonnepanelen. WTC Expo heeft aangegeven op dit moment het toepassen van zonnepanelen te onderzoeken en heeft daartoe een subsidieaanvraag ingediend. De SOC is voornemens zonnepanelen te onderzoeken op het moment dat de vergunningsprocedure voor de bouw gereed is. Daarnaast is het uitgangspunt dat het Cambuurstadion op geothermie wordt aangesloten. 5.
Met de ontwikkelde greenwall langs de Nicolaas Beetsstraat geeft men aan tevreden te zijn, de bewoners zijn hierbij betrokken geweest.
Reactie: Het doet ons goed te vernemen dat het wijkpanel tevreden is met de green wall. F.
Bereikbaarheid en ontsluiting
1.
Met name bij evenementen zullen de Harlingerstraatweg West en de Heliconweg vollopen met auto’s die files tot gevolg hebben. Bovendien geeft toename van het verkeer ook veel hinder (lawaai en uitlaatgassen). Hierdoor zal de toegankelijkheid van de gehele Vosseparkwijk voor hulpdiensten bemoeilijkt worden. Toegang tot de parkeerterreinen moet, naar de mening van reclamant, zeker bij voetbalwedstrijden en evenementen alleen mogelijk zijn vanuit het westen via de Slauerhoffweg. Hiervoor zijn aanvullende verkeersmaatregelen nodig.
Reactie: De bezoekers van de evenementen en voetbalwedstrijden worden via de Slauerhoffweg gestuurd. Er wordt daarom ook gezorgd voor meer capaciteit van de infrastructuur op en rondom de Slauerhoffweg om dit te faciliteren. Daarnaast zal ook de communicatie en de bewegwijzering naar de westzijde van het gebied verwijzen. Tevens worden er verkeerregelaars en stewards ingezet. Wij verwachten dat met deze maatregelen de toegankelijkheid van de gehele Vosseparkwijk gewaarborgd is. 2.
Er wordt voor gepleit om de toegankelijkheid van de parkeerterreinen tijdens wedstrijden en evenementen vanaf de Heliconweg te beperken of onmogelijk te maken. Gezien de toename van het verkeer wordt gevraagd te laten onderzoeken hoe de bereikbaarheid van de Schrijversbuurt verbeterd kan worden.
Reactie: Voor de beantwoording verwijzen wij naar onze reactie onder F.1 van deze zienswijze.
21
3.
De ontsluiting van de Schrijversbuurt bij de ingang van het WTC-terrein moet te allen tijde open blijven om de buurt bereikbaar te houden.
Reactie: De ontsluiting van de Schrijversbuurt bij de ingang van het WTC-terrein zal niet worden afgesloten. Ook niet tijdens evenementen en voetbalwedstrijden. Zienswijze 7 Bewoner Westeinde A.
Reclamant is van mening, dat de door de gemeenteraad vastgestelde toetsingskaders geen dagelijkse detailhandel, anders dan supermarkten, toestaan. De raad heeft namelijk op 23 januari 2019 het document 'Visie profilering Leeuwarder binnenstad, de Centrale en WTContwikkeling' vastgesteld. Impliciet onderdeel van deze Visie is 'Bijlage 3 - Functionele mogelijkheden WTC e.o.'. Oorspronkelijk was dit een bijlage bij de brief van het College van burgemeester en wethouders van Leeuwarden van 12 mei 2015 aan SC Cambuur. Het visiedocument vormt voor de gemeenteraad het toetsingskader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van detailhandelsfuncties op de locatie WTC/Cambuur. De gemeenteraad heeft dat bij de vaststelling van de Visie uitdrukkelijk uitgesproken. Hierbij staan in bijlage 3 in de kolom 'Locatie WTC niet toelaatbaar en niet wenselijk’ (blz. 22), een aantal vormen van detailhandel genoemd, waaronder voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. In de toelichting staat aangegeven, dat het blok waar deze vormen van detailhandel onder vallen, ook zijn uitgesloten in het bestemmingsplan De Centrale en dat dit spoort met de verordening 'Romte’ van de provincie Fryslan. Bedoelde vormen van detailhandel maken uitdrukkelijk niet deel uit van die vormen die na aanpassing van het bestemmingsplan wel toelaatbaar zijn (kolom 2 van bedoelde bijlage 3).
Anders dan het college in onderdeel '3.3 Gemeentelijk beleid'van de toelichting suggereert, vallen de genoemde vormen van dagelijkse detailhandel volgens reclamant niet onder de branches waarvoor het stappenplan geldt. Het wel of niet doorkruisen van de invulling van de laatste fase op De Centrale speelt hierbij ook geen enkele rol. Op De Centrale is immers helemaal geen detailhandel in dagelijks benodigde goederen toegestaan. Daarnaast wordt aangegeven dat in de Visie zelf geen enkele aanwijzing te vinden is, die duidt op het toelaten van detailhandel in dagelijks benodigde goederen, anders dan supermarkten. Op blz. 8 wordt onder het kopje 'Aanbod' als toelaatbaar genoemd ‘Dagelijkse (supermarkt) en niet dagelijkse artikelen (accent op sport)'. In onderdeel '3.4 Samengevat beeld', worden onder het kopje ‘Detailhandel (dagelijks)', als toelaatbaar alleen grootschalige supermarkten genoemd. Dit sluit volledig aan bij wat er in bijlage 3 staat aangegeven.
Reactie: Door middel van beide aangehaalde stukken, te weten 'Visie profilering Leeuwarder binnenstad, De Centrale en WTC-ontwikkeling' en 'Bijlage 3 - Functionele mogelijkheden WTC e.o.', is duidelijk aangegeven welk positionering, profilering en richtbeeld de WTC-ontwikkeling kent. Hierbij ligt de nadruk op een bepaald aanbod, dat door massa, concentratie en inrichting leidend is voor het profiel. Aanbod van overige niet dagelijkse artikelen versterkt deze profilering niet direct, maar zwakt deze door het beperkte aanbod qua metrage ook niet af. Daarnaast is het aantal meters zeer beperkt en wordt bovendien de aanwezige Kruidvat aan de Snekertrekweg opgeheven en wordt deze gehuisvest op de locatie WTC/Cambuur wat zich in de “om de hoek” bevindt. Ook heeft in een
22
eerder stadium besluitvorming plaatsgevonden door de gemeenteraad ten aanzien van het stedenbouwkundig plan en de businesscase waarin deze functies zijn benoemd en derhave onderdeel van uitmaken. Wij zijn dan ook van mening dat de voorziene meters niet dagelijkse detalihandel (niet zijnde supermarkten) passend zijn binnen de gehele voorziene gebiedsontwikkeling. Ook is het voorziene programma overige dagelijkse detailhandel (1.114 m²) wvo passend binnen de marktuitbreidingsruimte zodat medewerking verlenen aan deze functie verantwoord is vanuit een goede ruimtelijke ordening. B.
Nu het toetsingskader geen detailhandel in dagelijks benodigde goederen, behalve supermarkten, toelaat, doet het verplaatsingscriterium er niet meer toe. Het toetsen aan het kader gaat voor.
Reactie: Hierbij wordt verwezen naar onze beantwoording onder A van deze zienswijze. C.
In onderdeel '4.1.3 Laddertoets (inhoudelijk). Programmering, functioneel kader en profilering', van de toelichting, staat, dat er nog kleinschalig ruimte is voor overige dagelijkse detailhandel en dat o.a. deze invulling voldoet aan het profiel zoals opgenomen in de 'Visie' en past binnen het ontwikkel/afwegingskader 'Functionele mogelijkheden WTC e.o. van 2015. Die conclusie is naar mening van reclamant niet juist.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij u naar onze reactie onder punt A van deze zienswijze. D.
De marktruimte voor de overige dagelijkse detailhandel is in het kader van de laddertoets berekend op 1.200 m2 wvo. De vraag is 1.114 m2 wvo. Bij de berekeningswijze kunnen volgens reclamant grote vraagtekens worden geplaatst. Zo 'kiezen’ de opstellers voor een koopkrachttoevloeiing van buiten de gemeente van 25%, zonder daar enige onderbouwing bij te leveren. Dat percentage is onwaarschijnlijk hoog. Bij een lager percentage verdampt de berekende ruimte als sneeuw voor de zon. Ook is geen rekening gehouden met nog in bestemmingsplannen aanwezige ruimte voor detailhandel en met leegstand. Bekend is dat relatief veel m2 aan detailhandelsruimte leeg staan in Leeuwarden en dat die leegstand alleen maar toe neemt. De conclusie dat er voldoende kwantitatieve marktruimte is, is volgens reclamant dan ook op zijn minst zeer voorbarig en waarschijnlijk onjuist.
Reactie: Wij zijn van mening dat er een goed rapport is opgeleverd door een professionele partij die zeer kundig is op het gebied van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er bestaat voor ons geen aanleiding te veronderstellen dat dit rapport niet zou voldoen, gezien o.a. de zorgvuldige onderbouwing en diepgang. In paragraaf 3.2 “Niet dagelijkse en overige dagelijkse detailhandel” wordt diepgaand onderbouwd hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen. Daarbij willen wij er tevens op wijzen dat de getallen o.a. zijn gebaseerd op het koopstromenonderzoek van de provincie Friesland uit 2017. De uitkomsten van dit onderzoek zijn als basis gebruikt, met dien verstande dat door Stec daarbij zelfs is gekozen voor een veilige benadering, in die zin dat gerekend is met lagere percentages dan die uit het onderzoek van de provincie. De uitbreidingsvraag voor overige dagelijkse voorzieningen in het distributieplanologisch onderzoek is namelijk conservatief berekend. Er is uitgegaan van stabiel blijvende bestedingen van consumenten, terwijl de netto omzet per consument in de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Bovendien wordt gerekend met een besteding en vloerproductiviteit die onder het landelijk gemiddelde liggen (op basis van omzetkengetallen uit
23
2017). Hierdoor ontstaat geen overschatting van de berekende marktruimte voor overige dagelijkse detailhandel. In de laddertoets wordt in het DPO voor dagelijkse voorzieningen gerekend met een koopkrachttoevloeiing van 20-25% (inclusief bestedingen vanuit toerisme). Dit is een realistische inschatting voor steden met een sterke (boven)regionale functie als Leeuwarden. In het koopstromenonderzoek provincie Friesland uit 2017 is geen onderzoek gedaan naar koopkrachttoevloeiing voor het dagelijks segment. Wel is de koopkrachttoevloeiing voor nietdagelijkse voorzieningen onderzocht, die bedraagt circa 42% in Leeuwarden. Eerder is in het kader van de detailhandelsmonitor in 2012 door Stec Groep een koopstromenonderzoek uitgevoerd voor de binnenstad van Leeuwarden, daaruit blijkt een toevloeiing van 20% voor Leeuwarden exclusief toerisme. Er is geen aanleiding dat deze toevloeiing is afgenomen. Vanwege de sterke aantrekkingskracht van Leeuwarden (ook door de regionale werkgelegenheid en bijbehorende bestedingen), het toeristisch profiel en de grote diversiteit aan supermarktformules is een toevloeiing van 20 tot 25% realistisch.
Ook het supermarktaanbod is hierbij van betekenis: moderne concepten met een combinatie van full-service met discount (Jumbo en Lidl) in combinatie met overige en niet-dagelijkse detailhandel op een goed bereikbare locatie (one-stop-shopping) hebben een bovengemiddelde aantrekkingskracht (en zijn daarmee ook van invloed op de overige dagelijkse voorzieningen). De leegstand van winkelmeters in Leeuwarden ligt op circa 7,5% (bron: PBL/Locatus, 1 oktober 2018). Daarmee ligt de leegstand onder het landelijk gemiddelde (van circa 8%). De leegstand in Leeuwarden is de afgelopen jaren juist relatief sterk afgenomen. E.
In de artikelen 6 en 7 van de regels worden gebouwen voor en het gebruik van overige dagelijkse detailhandel toegestaan. Dat is naar mening van reclamant niet juist.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie onder A van deze zienswijze. Er bestaat dan ook geen aanleiding om aanpassingen in de regels te maken. F.
De conclusie kan niet anders luiden, dan dat alleen supermarkten mogen worden toegestaan en andere vormen van dagelijks benodigde goederen niet. De raad heeft naar mening van reclamant, niet de vrijheid om te bepalen welke vormen van branches in dagelijks benodigde goederen kunnen worden toegestaan. Dan dient eerst het in de ‘Visie’ vastgelegde kader aan te worden gepast.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie onder A van deze zienswijze. G.
Een drogist en een bakker vormen de kern van de winkelstrip aan de Wagnerstraat. Het toelaten van de branches voeding- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging op de locatie WTC/Cambuur vormt dan ook een bedreiging voor het voortbestaan van deze voorzieningen en daarmee de hele winkelstrip. Daarmee wordt de leefbaarheid in het westen van de stad bedreigd, waar relatief veel oudere mensen wonen. Het uitsluiten van deze branches draagt bij aan het streven in het gemeentelijke detailhandelsbeleid voorzieningen voor dagelijkse boodschappen op buurt- en wijkniveau in stand te houden.
Reactie: Uit het ladderrapport doet blijken dat deze (beperkte) functie verantwoord is. Kortheidshalve wordt hier verwezen naar onze reactie op het ladderrapport zoals opgenomen in paragraaf 4.1.3 onder b van de toelichting.
24
H.
Samengevat verzoekt reclamant: 1. De vastgelegde kaders voor detailhandel in dagelijks benodigde goederen, anders dan voor supermarkten, onverkort te handhaven; 2. Op grond van de door de raad vastgestelde kaders geen detailhandel in dagelijks benodigde goederen toe te staan, anders dan voor supermarkten; 3. De laddertoets op dit onderdeel aan te (laten) passen; 4. De toelichting en de regels op dit onderdeel aan te (laten) passen.
Reactie: Op deze plaats wordt verwezen naar onze reactie onder de punten A tot en met H van deze zienswijze. Er bestaat dan ook geen aanleiding tegemoet te komen aan de ingediende zienswijzen. Zienswijze 8 Bewoners Schrijversbuurt A.
Geluidsonderzoek
1.
Reclamanten zijn van mening dat de samenvatting in paragraaf 4.8.2 van de toelichting pp. 48-50 vanaf Onderzoek geluid afkomstig van activiteiten/inrichtingen in het plangebied (Wro) inhoudelijk niet 100% gelijk loopt met de inhoud van bijlage 18. Op pagina 49 wordt niets gezegd over de resultaten die in paragraaf 6.4 bijlage 18 zijn opgenomen. Dat gaat over een veronderstelde geluidsisolatie van de gevel van 17 respectievelijk 20 dB en of het binnenniveau van 35dB(A) geluidsbelasting wel voldoet. Pagina 28 bijlage 18 geeft aan: “Eventueel moet nader onderzoek worden verricht naar de geluidsisolatie van de woningen." In de notulen van de werkgroep Belanghebbenden is op 20 maart 2019, dus ruim een maand voordat het ontwerpbestemmingsplan ter visie is gelegd, al aangegeven dat de gemeente hiernaar onderzoek zal doen.
Reactie: Deze opmerking is terecht. De toelichting zal hier op worden aangepast. 2.
Op pagina 50 bovenaan ten aanzien van het geluidsscherm valt op dat “(..) de geluidsreductie op de begane grond van de woningen langs de Beetstraat 1 a 2 dB is; op de bovenverdieping bedraagt de geluidsreductie slechts 0,1 a 0,2 dB enz enz." In bijlage 18 is in paragraaf 6.3, p. 27 aangegeven dat het effect van het geluidsscherm op begane grondniveau 1 tot 6 dB bedraagt afhankelijk van de ligging van het waarneempunt ten opzichte van het geluidsscherm. Op verdiepingsniveau is het effect van het geluidsscherm hooguit 1 dB. Overdag is het geluidverschil wel hoorbaar en niet minimaal van toepassing op de benedenverdieping zoals nu verwoord. Gevraagd wordt deze teksten zodanig aan te passen dat de toelichting en bijlage 18 inhoudelijk overeenkomen.
Reactie: Deze opmerking is terecht. De toelichting zal hier op worden aangepast. B.
Representatieve bedrijfssituatie
1.
1.2.1 Tabel 2 bijlage 18 is onvolledig. Tabel 2 bijlage 18, pp.16-17 is wat reclamanten betreft onvolledig waardoor het geluidsniveau voor de representatieve geluidssituatie in dB(A) te laag is. Dit werkt naar de
25
mening van reclamanten door in het gehele geluidsonderzoek. De volgende zaken ontbreken naar mening van reclamanten: Er is niet zoals dat bij de supermarkten Jumbo unit O en LidI unit N en de drogisterij unit R wel is gebeurd (zie bronnummers 109-110 17, 18, 165-166, 31, 32, 118-119 en 25) rekening gehouden met zware vrachtwagen aan-/afvoer, laden/lossen vrachtwagens, koelmotor vrachtwagen laden/lossen (voor zover aanwezig). Dat betekent dat in ieder geval voor WTC Expo, Leisure Dome, Fastfood restaurant (Mc Donalds) en Cambuurstadion geen kwantitatieve gegevens aanwezig zijn voor representatieve bedrijfsduur in uren en minuten of aantal of correctie in dB alsmede voor immissierelevante bronsterkte per stuk Lwr in dB(A). Voor de Nicolaas Beetsstraat, en omliggende huizen in de Bilderdijkstraat en Pieter Langendijkstraat is het belangrijk dat deze gegevens wel beschikbaar zijn en in het geluidonderzoek Inrichtingslawaai WTC/Cambuurterrein zijn opgenomen en zijn meegenomen. Dat geldt in het bijzonder voor het fastfood restaurant Mc Donalds dat laden en lossen aan de oostkant van het pand heeft, dat wil zeggen in de richting van de Schrijversbuurt. De Mc Donalds ligt ca. 175 meter van de Schrijversbuurt. Het laden en lossen (bevoorraden) vindt daar minimaal 2-3x (en naar verwachting 5x) per week geheel buiten plaats (vgl.
verslag inrichtingsplan 20 mei 2019) in de open lucht met een zware vrachtwagen met koelaggregaat (vanwege diepvries- en versproducten). Van de overige locaties zijn bij reclamanten geen bevoorradingsgegevens bekend. Reclamanten vinden dat deze geluidsbronnen voor laden en lossen aan de representatieve bedrijfssituatie moeten worden toegevoegd. Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder A.2. 2.
Glasbakken komen als geluidsbron niet voor. Als flessen worden gedumpt is dat een irritant hard geluid dat met name vroeg in de ochtend en ’s avonds ver doorklinkt. Aangezien de supermarkten dicht bij de Schrijversbuurt staan (Nicolaas Beetsstraat = 100 meter afstand) en verondersteld mag worden dat de glasbakken daar dan ook buiten zullen staan en niet bij andere bestemmingen op het terrein, is het belangrijk dat het aantal glasbakken en het geluid daarvan wordt meegenomen in de representatieve bedrijfssituatie.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder A.2 (laatste alinea). 3.
Bij Mc Donalds wordt 1x per week afval opgehaald met een vrachtwagen. Andere functies produceren ook afval dat moet worden opgehaald met vrachtwagens. Daarover wordt echter niets gezegd in het geluidrapport. Reclamanten vinden dat het aantal keren afval ophalen en het geluid daarvan aan de representatieve bedrijfssituatie moeten worden toegevoegd.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder A.2. 4.
Samenvattend wordt gevraagd tabel 2 volledig te maken met voornoemde geluidsbronnen en de resultaten in hoofdstuk 5 van bijlage 18 aan te passen alsmede de gevolgen van deze aanpassingen door te voeren in de verschillende bijlagen die bij bijlage 18 horen.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder A.2 (laatste alinea).
26
5.
1.2.2 Tabel 2: verkeerde aannames / uitgangspunten. Tabel 2 bijlage 18, pp.16-17 bevat naar mening van reclamanten een aantal verkeerde aannames / uitgangspunten waardoor het geluidsniveau voor de representatieve geluidssituatie in dB(A) te laag is. Dit werkt naar mening reclamanten door in het gehele geluidsonderzoek. Het gaat om de volgende zaken: voor condensorbanken koel- en vriesinstallaties is 79 dB(A) aangehouden en voor het geothermiegebouw 75 dB(A). Het blijkt uit onderzoeken dat dergelijke bronnen ook een geluidvermogen van 85 tot 90 dB(A) kunnen maken. Gevraagd wordt om uit te gaan van “worst case” metingen, dus van 85 of 90 dB(A).
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.2 sub g. 6.
Op p. 13 bijlage 18 en in tabel 2 wordt aangegeven dat een wedstrijd ca. 2 uren in beslag zal nemen. Echter toeschouwers komen in verband met het goed kunnen parkeren van hun auto vaak 30 tot 45 minuten vroeger en ze gaan later weg, dat houdt in dat ze langer in het stadion zijn. Het ligt meer in de rede om van 2 uur en 30 minuten tot 3 uren uit te gaan (dan is het “worst case”). Dit wordt ondersteund door paragraaf 3.2 p. 8 bijlage 10 (verkeersonderzoek) waar staat dat 700 van de 1800 auto’s al tussen 18.00 en 19.00 uur naar de voetbalwedstrijd komen om te parkeren om naar het stadion te gaan.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.2. sub h. 7.
Het geluidsniveau als 15.000 supporters tegelijk juichen zou niet 122 dB(A) moeten zijn maar ca. 141 dB(A). Dit volgt uit de Duitse norm VDI 3770 “Emmissionskennwerte von Schallquellen - Sport". Bij 122 dB(A) wordt er alleen gepraat en niet gejuicht. Het juichen zou niet uitgaan van 80 dB(A) maar van 100 dB(A) per persoon.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.2 sub a. 8.
Op p.15 bijlage 18 is bovenaan aangegeven: "Het uitgangspunt is dat het muziekgeluid ten opzichte van het totaal stemgeluid van de bezoekers niet relevant hoorbaar is bij de omliggende woningen, school en of woonboot.” De vraag is waaruit blijkt dat muziekgeluid bewezen niet relevant hoorbaar is voor de Schrijversbuurt. Als dit niet bewezen relevant hoorbaar is, zou volgens de “Handleiding Meten en rekenen industrielawaai” een straffactor van 10 dB(A) toegepast moeten worden.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.2 sub b en c. 9.
27
Gevraagd wordt om tabel 2 conform de door reclamanten genoemde aannames aan te passen en de resultaten in hoofdstuk 5 van bijlage 18 aan te passen alsmede de gevolgen van deze aanpassingen ook door te voeren in de verschillende bijlagen die bij bijlage 18 horen. Indien de gemeente het niet eens is met de zienswijze in 1.2.1 en 1.2.2 wordt verzocht om het geluidonderzoek voor zover dat betrekking heeft op bijlage 18 over te laten doen c.q. daarop een second opinion los te laten.
Reactie: Op basis van onze vorenstaande reacties bestaat er voor ons geen aanleiding om het geluidsonderzoek over te doen dan wel hier een second opinion op los te laten. 10.
1.2.3 Voetbalwedstrijden behoren tot de representatieve bedrijfssituatie en niet tot de regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie. In hoofdstuk 5 bijlage 18 wordt op p. 21 aangegeven dat voor het geluidsniveau op wedstrijddagen in de avonden een maatwerkvoorschrift op grond van regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie mogelijk is. Het gaat daarbij om ca. 20 keer per seizoen (voetbalwedstrijd en bijbehorende parkeerbewegingen). Reclamanten bestrijden dat het mogeiijk is om voor ca. 20 voetbalwedstrijden een maatwerkvoorschrift op te stellen om hogere geluidswaarden mogelijk te maken op grond van de regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie. Naar mening van reclamanten behoren voetbalwedstrijden tot de reguliere bedrijfsactiviteiten in een voetbalstadion en daarmee tot de representatieve bedrijfssituatie. Hierbij wordt verwezen naar ABRvS van 26 januari 2005 nr. 200400465/1 en ABRvS van 14 juni 2006 nr. 200508174/1. Relevante delen uit deze arresten zijn in de bijlage opgenomen die als onderdeel van deze zienswijze dienen te worden beschouwd. Als de zienswijze niet wordt gedeeld door de gemeente, dan is naar het oordeel van reclamanten eerder sprake van 25 tot 30 wedstrijden omdat het niet alleen gaat om ca.
20 reguliere voetbalwedstrijden, maar ook om bekerwedstrijden en play-off wedstrijden die onder het maatwerkvoorschrift moeten worden gezet. Gevraagd wordt dan aan te geven op grond waarvan deze maatwerkvoorschriften dan wel mogelijk zijn.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.3. 11.
1.2.4 Kwantitatief maximum aan situaties met een hoger geluidsniveau te regelen via een maatwerkvoorschrift. Reclamanten vinden dat, indien maatwerkvoorschriften worden vastgesteld om hogere geluidswaarden (richtwaarde / grenswaarde) toe te staan op basis van enerzijds “regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie” en anderzijds op basis van “incidentele bedrijfssituaties”, deze aan een kwantitatief maximum moeten worden gekoppeld gelet op het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Reclamanten geven aan dat de gemeenteraad steeds heeft gezegd dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening de Schrijversbuurt goed beschermd moet worden tegen overlast, in het bijzonder licht en geluid. Op grond van de maatwerkvoorschriften is het theoretisch mogelijk dat maximaal 52x een hogere geluidsniveau in dB(A) dan de richtwaarde / grenswaarde wordt toegestaan op grond van “reguliere afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie” en anderzijds maximaal 12x op grond van een "incidentele bedrijfssituatie”. Maximaal kan dat zijn 52 + 12 = 64 x overschrijding van richtwaarde / grenswaarde. Als van het maximum gebruik wordt gemaakt, betekent dat uitgaande van een jaar dat 52 weken heeft, en dat een voetbalseizoen niet het hele jaar rond loopt, gemiddeld 1 x per week én 1 x per 2 weken extra geluidoverlast. Dat is vele malen hoger dan nu het geval is.
Volgens reclamanten is dat geen adequate bescherming voor de Schrijversbuurt volgens de principes van een goede ruimtelijke ordening. Een stijging met (veel) meer dan 100% ten opzichte van de huidige situatie is voor reclamanten niet acceptabel. Reclamanten willen daarom een
28
kwantitatief maximum voor maatwerkvoorschriften die hogere richtwaarden / grenswaarden mogelijk maken. Gevraagd wordt om een kwantitatief maximum vast te stellen voor hogere richtwaarde / grenswaarde dat rekening houdt met het principe van een goede ruimtelijke ordening en dit ook in de regels vast te leggen op de plaats die daarvoor het meest toepasselijk is. Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.3. Daarnaast zal in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning worden beoordeeld in hoeverre het nodig is maatwerkvoorschriften te stellen en hier de nodige zorg aan besteden. 12.
1.2.5 In bijlage 6 van bijlage 18 ontbreekt informatie. Reclamanten zijn van mening dat de meetwaarden inclusief voetbalwedstrijden ontbreken in bijlage 6 van bijlage 18. Bijlage 6 van bijlage 18 geeft de berekende equivalente geluidsniveaus weer. Daarin zijn de meetwaarden exclusief voetbalwedstrijden opgenomen. Op p. 20 van bijlage 18 is tabel 3 weergegeven. Boven de tabel staat een toelichting dat "In de avondperiode is onderscheid gemaakt in de situatie met en zonder wedstrijd.” De meetwaarden inclusief voetbalwedstrijden ontbreken nu. In verband met transparantie en het objectief controleerbaar zijn van de tabel vinden reclamanten dat deze meetwaarden moeten worden toegevoegd aan de gegevens in bijiage 6 van tabel 18.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 6 onder B.5. 13.
1.3 Gevolgen van het niet eens zijn met verkeersonderzoek. Reclamanten zijn het niet eens met het verkeersonderzoek uit bijlage 10 van de toelichting (zie punt 2). Reclamanten vragen of dit verkeersonderzoek integraal kan worden overgedaan. Omdat voor de onderzoeken in de bijlagen 17 en 18 ook gebruik wordt gemaakt van gegevens die RHDHV heeft verzameld, wordt gevraagd aan de gemeente om vast te stellen of dit consequenties heeft voor de beide geluidsonderzoeken. Indien dit het geval is wordt gevraagd aan te geven op welke wijze hiermee wordt omgegaan in het geluidonderzoek. Indien de gemeente dit niet met reclamanten eens is wordt verzocht aan te geven waarom dat zo is.
Reactie: Het is correct dat het verkeersonderzoek de basis vormt voor het geluidsonderzoek verkeerslawaai. Voor wat betreft het verkeersonderzoek is de aanpassing met de nieuwe ontwikkeling Cambuur geclassificeerd als een gemengd woon-werkgebied. Dit is overeenkomstig en passend bij de situatie. Het betreft een gemengd bedrijventerrein, met aangrenzend een woonwijk. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is per afzonderlijke activiteit op basis van CROW kencijfers het aantal voertuigen gekoppeld aan de oppervlakte bepaald. De genoemde classificatie is hier verder niet van invloed op. In het verkeersonderzoek is dan ook uitgegaan van correcte gegevens, die vervolgens vertaald zijn naar het geluidsonderzoek. Er bestaat dan ook geen aanleiding om dit onderzoek over te doen. C.
Onderzoek verkeer en parkeren
1.
Wethouder Douwstra heeft op 23 januari 2019 een motie van Lijst058-FNP-CU inzake een goede verkeersafwikkeling kruispunt Harlingerstraatweg, Slauerhoffweg en entree Westeinde
29
overgenomen. De knelpunten / problemen die de Schrijversbuurt dagelijks ondervindt worden daarin echter niet genoemd. Daarnaast is er ook een werkgroep Verkeersafwikkeling opgericht die naar een totaaloplossing van het gebied moet gaan kijken (Slauerhoffweg kruispunt Crystallic - Harlingerstraatweg West - Europaplein - Heliconweg tot aan de paperclip. Deze werkgroep is, in aanwezigheid van wethouder Douwstra, al één keer bijeen geweest. Daar zijn toen allerlei kritische vragen gesteld door de Schrijversbuurt om tot goede proces- en procedureafspraken te komen. Reclamanten gaan er van uit dat de gemeenteraad hier niet van op de hoogte is omdat de notulen van die vergadering (15 april 2019) nog niet openbaar zijn gemaakt, althans reclamanten hebben ze nog niet ontvangen. Daarom vinden reclamanten van de Schrijversbuurt dat de gemeenteraad kennis moet nemen van de opvattingen van de Schrijversbuurt over dit onderzoek en de inhoud van bijlage 10 nog eens (kritisch) tegen het licht moet houden. Reclamanten vinden namelijk dat dit onderzoek niet deugt en vrezen dat de knelpunten die zij ervaren niet voldoende worden herkend en onderkend. Reclamanten delen dan ook de conclusie op p. 35 van de toelichting niet en vinden dat dit onderzoek in zijn geheel overgedaan zou moeten worden of dat tenminste een second opionion uitgevoerd zou moeten worden.
Reactie: Op basis van het verkeersmodel van 2012 en de tellingen uit januari 2018 is de te verwachten verkeerssituatie met en zonder de gebiedsontwikkeling rond WTC/Cambuur doorgerekend met behulp van simulaties. Uitgangspunt daarbij is dat de verkeersafwikkeling aan de westkant van de stad niet verslechterd door de ontwikkelingen in het WTC/Cambuur gebied. Aan de hand daarvan zijn aanpassingen aan het verkeerssysteem bedacht en ontwikkeld om te borgen dat verkeersafwikkeling in 2030 niet minder goed verloopt dan in de huidige situatie. Op basis van de doorrekening zijn er aanvullende maatregelen nodig om de huidige verkeersafwikkeling te kunnen handhaven. Het gaat hierbij om: de aanleg van een extra aansluiting op de Slauerhoffweg ter hoogte van het Wetterskip; een extra ontsluiting op de Slauerhoffweg voor de uitsupporters ter hoogte van het stadion (tevens te gebruiken tijdens grote evenementen); het aanleggen van een parkeerterrein op de Zwette; het vergroten van de capaciteit van kruispunt Westeinde door aanpassing van de verkeerslichten en een optimalisatie van de rijstrookindeling. In het bestemmingsplan is de noodzakelijke ruimte gereserveerd om de aanpassingen in het verkeerssysteem uit te kunnen voeren.
Daarnaast worden aanvullend op de voorgenoemde maatregelen tijdens de grote evenementen en voetbalwedstrijden verkeersregelaars en stewards ingezet om het verkeer in goede banen te leiden. Dit in combinatie met een goede bewegwijzering en informatie op diverse websites en de inzet van social media. Al deze maatregelen zijn opgenomen in het bestemmingsplan en zorgen voor het in stand houden van het huidige niveau van de verkeersafwikkeling na realisatie van het programma. Daarmee is de gebiedsontwikkeling rond Cambuur/WTC op het gebied van verkeer voldoende gewaarborgd. In de huidige situatie worden met name in de spits door de bewoners / bedrijven ook knelpunten ervaren. In de werkgroep Infra onderzoeken bewoners / bedrijven samen met de gemeente naar de optimalisatie van de verkeerssituatie rondom het WTC gebied. Ook de optimalisatie van de rijstrookindeling bij Westeinde wordt door de werkgroep nog nader onderzocht. De uitkomsten worden in het najaar van 2019 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De gebiedsontwikkeling rond Cambuur/WTC kan onafhankelijk van de uitkomsten van dit proces worden uitgevoerd
30
aangezien het hier gaat om een verbetering van de verkeersafwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. 2.
Het verkeersmodel is verouderd en niet representatief; het verkeersmodel moet worden aangepast. Het verkeersmodel van de gemeente Leeuwarden is opgesteld tijdens de economische crisis (2014-2016) en heeft als basisjaar 2012. Daarmee is het opgesteld voordat het Europaplein op de schop ging en voordat de Haak om Leeuwarden gereed was. Hierdoor deugt de kruispuntenanalyse niet en zijn er geen verkeersmetingen op de Harlingerstraatweg-West gedaan). Was het verkeersmodel wel goed, dan was het kruispunt Bilderdijkstraat- Harlingerstraatweg West-Euterpestraat wel meegenomen in de analyse van de huidige situatie (anno 2018/2019) en waren de knelpunten van de Schrijversbuurt zodanig tijdig ontdekt, dat hiermee enerzijds in de te nemen maatregelen rekening was gehouden. Anderzijds was het dan niet nodig geweest om alsnog een werkgroep Verkeer in te stellen die deze knelpunten nu integraal mag gaan oplossen.
Reactie: Het verkeersmodel is op basis van verkeerstellingen in 2018 aangepast/geactualiseerd voor het gebied rondom het WTC-terrein. De simulaties die vervolgens op basis van dit model gedaan zijn zullen niet significant wijzigen wanneer er een nieuw model met nieuwe intensiteiten gebruikt wordt. Voor het overige wordt verwezen naar onze beantwoording onder C.1 van deze zienswijze. 3.
Reclamanten zijn van mening dat de kruispuntenanalyse niet deugt en moet worden overgedaan. De Schrijversbuurt is door het vernieuwde Europaplein sinds eind 2016 in belangrijke mate afhankelijk geworden van de Bilderdijkstraat die op de HarlingerstraatwegWest uitkomt voor de ontsluiting (in en uit) van de buurt (de Bilderdijkstraat is 50% van de ontsluitingswegen die de Schrijversbuurt heeft). Daarom is het kruispunt BilderdijkstraatHarlingerstraatweg- Euterpestraat een heel belangrijk kruispunt voor de Schrijversbuurt dat men in de microsimulaties en de kruispuntenanalyse zou verwachten. Dat is echter niet het geval; reclamanten vinden dat onvolledig en onzorgvuldig (vgl. vijfde bullet p. 34 toelichting en p. 5, figuur 3 bijlage 10). Was deze kruising wel meegenomen dan zouden de knelpunten die de Schrijversbuurt ondervindt om de wijk in en uit te komen, ontdekt zijn tijdens het onderzoek en was daar in de gekozen maatregelen rekening mee gehouden. De gemeente is hier veelvuldig tijdens het open en interactieve planproces op geattendeerd. Het gaat nl. wel om de huidige situatie (en die mag niet verslechteren ten opzichte van de gebiedsontwikkeling). Echter, p. 12 bijlage 10 zegt onder Conclusie en advies: “Op basis van de bevindingen uit de simulaties komen een aantal knelpunten naar voren zoals die hierboven zijn beschreven.
Daarnaast worden er in de huidige situatie ook een aantal knelpunten door de omgeving ervaren die niet direct naar voren komen in de microsimulaties. Het gaat hierbij o.a. om het moeilijk kunnen oprijden van de Harlingerstraatweg vanuit de Bilderdijkstraat (en daaraan toegevoegd, het moeilijk kunnen afslaan de Bilderdijkstraat in vanaf de Harlingerstraatweg).
Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder C.1 van deze zienswijze. 4. Er zijn geen verkeerstellingen op de Harlingerstraatweg-West uitgevoerd. P. 3 van bijlage 10 figuur 2 geeft aan dat er geen verkeerstellingen op de Harlingerstraatweg-West zijn uitgevoerd, waardoor belangrijke meetgegevens ontbreken. Waarom niet gemeten is, is niet duidelijk aangezien hier wel veel verkeer langs gaat, zo niet het meeste verkeer (hoogste getal auto’s zie tabel 2 p. 9 bijlage 10). Reclamanten vinden dit onzorgvuldig en vinden dat dit alsnog moet gebeuren.
31
Reactie: Er zijn geen aanvullende tellingen gedaan op de Harlingerstraatweg-West omdat deze gegevens uit de verkeerslichten van VRI Westeinde zijn gehaald. De meetgevens zijn dus bekend en ook verwerkt. 5.
Er is nu geen goede nulsituatie (2018/2019) aanwezig (overdag - voetbalwedstrijden evenementen) om vast te kunnen stellen dat de situatie zonder ontwikkeling op deze locatie niet verslechterd. Vergelijk doelstelling p. 2, bijlage 10; “De doelstelling van het onderzoek is het in beeld brengen van de toename van verkeer als gevolg van de gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur. En wat gedaan moet worden om de situatie op hetzelfde niveau te houden wanneer de ontwikkeling niet plaats vindt.
Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder C.1 van deze zienswijze. 6.
De functiebestemmingen op het te ontwikkelen terrein zijn gewijzigd in 2018 waardoor het aantal bezoekers en verkeersbewegingen wijzigt. Deze wijzigingen zijn, omdat de verkeersmetingen voor de functiewijzigingen hebben plaatsgevonden in januari 2018, echter nooit verwerkt in de microsimulaties die daarmee niet kloppen met de werkelijkheid.
Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder C.1 van deze zienwijze. 7.
Evenementen zijn in dit onderzoek niet meegenomen. Onduidelijk is waarom niet. Juist evenementen, heeft de geschiedenis geleerd (denk aan Fader Paard, denk aan Stormruiter) zorgen nu al voor vastzittende wegen en onbereikbaarheid van de Schrijversbuurt die tussen alle drukke verkeersaders (Heliconweg - Europaplein - Harlingerstraatweg West - Kruispunt Crystallic/Westeinde - Slauerhoffweg) is ingeklemd. De Schrijversbuurt is als het ware een eiland dat is omgeven door allerlei activiteiten met de grootste bezoekersaantallen van de stad en die aantallen zullen alleen maar toenemen in de toekomst. Reclamanten vinden dan ook dat evenementen ook moeten worden meegenomen.
Reactie: Een voetbalwedstrijd is maatgevend voor het verkeersaanbod. Als de toestroom van het verkeer bij een voetbalwedstrijd verwerkt kan worden, dan zal dit bij de evenementen ook mogelijk zijn. Vandaar dat de evenementen niet apart zijn gemodelleerd. 8.
32
Reclamanten zijn van mening dat er onvoldoende integraal is gekeken naar effectieve maatregelen (die niet alleen infrastructurele maatregelen hoeven te zijn) die moeten waarborgen dat de gebiedsontwikkeling niet leidt tot een verslechterde situatie ten opzichte van de huidige bestaande situatie. Te treffen maatregelen met bijbehorend budget moeten daarop zijn toegespitst (vgl. p. 1 bijlage 10). En de toelichting geeft aan: “aandachtspunt is het openhouden van de wegen voor regulier verkeer” (p. 13), “GVVP 2016: de complete stad bereikbaar"(p. 21). Daar is naar mening van reclamanten geen sprake van. De nu in bijlage 10 opgenomen maatregelen op pp. 12-13 werken volgens reclamanten niet, het zijn schijn- oplossingen, dan wel oplossingen die de bestaande knelpunten alleen maar groter maken en dus de bestaande verkeerssituatie verergeren. De effecten van de verschillende maatregelen op elkaar zijn niet goed afgewogen. De voorgestelde maatregelen met het maken van een extra rijbaan (busbaanoplossing) zorgt ervoor dat er meer verkeer komt dat van 2 naar 1 rijbaan terugmoet (net voor de kruising BilderdijkstraatEuterpestraat). Hierdoor ontstaat een continue stroom aan auto’s waardoor de
verkeerssituatie verslechterd. Datzelfde geldt voor de rechtsaf- oplossingen vanaf de Slauerhoffweg en het langer op groen zetten van stoplichten de stad in. Dat lost dus het probleem helemaal niet op (terwijl gezegd wordt dat dat wel zo is). Andersom geldt dan ook dat komend vanaf het Europaplein, het niet meer mogelijk is makkelijk links af te slaan de Schrijversbuurt in. Verder zijn alternatieven die echt iets doen aan de oorzaak van het probleem (= minder auto’s tussen kruising Crystallic/Westeinde en Europaplein) niet betrokken bij de voor te stellen maatregelen (denk bijvoorbeeld aan de oplossing die de Adviesgroep Cambuur op de vergadering van belanghebbenden d.d. 21 februari 2018 heeft voorgesteld (zie verslag pp. 4/5: auto's op bedrijventerrein Hemrik parkeren (net als in Bremen op 5-10 km afstand van het stadion) en dan per bus van daaruit naar het stadion vervoerd worden, en andere aan- en afvoer van verkeer (altijd buitenom via de Haak en niet via Europaplein en Harlingerstraatweg en Heliconweg), dan wel extra ontsluitingsweg ter hoogte van de Woonloodz, vanaf Noordelijke Rondweg). Reactie: De beschreven busbaanoplossing betreft de route stad uit. Niet stad in. Voor het overige wordt verwezen naar onze reactie onder C.1 van deze zienswijze. 9.
Het (zeer) beperkte budget voor verkeersoplossingen van € 1,5 miljoen kan geen excuus zijn om geen extra maatregelen te onderzoeken op hun merites en deze uit te voeren. Gelet op het moment van bekend zijn dat de maatregelen niet effectief waren (al in 2018) had het college de raad al veel eerder om extra budget kunnen vragen, maar dat is niet gedaan. Er is tijdens het meelezen van het bestemmingsplan ineens besloten dat er een werkgroep Verkeer geïnstalleerd wordt die mag meedenken over oplossingen over de huidige knelpunten die worden ervaren zonder dat bekend is welk budget aanwezig is. Reclamanten vinden dat de knelpunten onderdeei zouden moeten zijn van één integrale oplossing bij vaststelling van het bestemmingsplan. En niet dat een werkgroep na de zomer 2019 nog een extra onderzoek moet doen om alle knelpunten integraal op te lossen. Bij een juist verkeersmodel zou dat niet nodig zijn geweest.
Reactie: Het verkeersonderzoek dat is gedaan naar de effecten van de toevoeging van de gebiedsontwikkeling is uitgevoerd voor het wegennet rondom het plangebied. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de kostenraming en daarmee ook onderdeel van het project. Dit is ook door de gemeenteraad vastgesteld. Zie voor het overige ook onze beantwoording onder C.1 van deze zienswijze. 10.
Op basis van de informatie die er nu ligt, kan de gemeenteraad met inachtneming van het principe van een goede ruimtelijke ordening geen objectieve belangenafweging maken inzake de effectiviteit van de maatregelen en daarmee vaststellen dat de situatie met gebiedsontwikkeling niet minder wordt dan de huidige situatie. Immers de “totaaloplossing” moet nog komen en de vraag daarbij is wat (on)mogelijk is en wat het kostenplaatje uiteindelijk wordt (terwijl er nog geen budget beschikbaar is, c.q. gereserveerd is). De Schrijversbuurt ligt namelijk wel ingeklemd tussen wegen die steeds drukker worden die voor de aan- en afvoer van het verkeer moeten zorgen, en dat zal altijd zo blijven.
Reactie: Voor de beantwoording wordt verwezen naar onze reactie onder C.1 van deze zienswijze.
33
11.
Reclamanten vragen om op grond van het voorgaande het verkeersgeneratieonderzoek uit bijlage 10 opnieuw uit te laten voeren, dan wel van een second opinion te laten voorzien. Indien de gemeente er voor kiest dat niet te doen vragen reclamanten aan te geven welke waarborgen de Schrijversbuurt krijgt dat de situatie met gebiedsontwikkeling niet leidt tot een verslechtering van de huidige situatie en de knelpunten daadwerkelijk met effectieve maatregelen worden opgelost.
Reactie: Er bestaat voor ons geen aanleiding om het onderzoek uit bijlage 10 opnieuw uit te laten voeren dan wel een second opinion te laten doen. Inhoudelijk verwijzen wij u naar onze beantwoording zoals opgenomen onder C.1 van deze zienswijze. 12.
Reclamanten vinden dat de blauwe zone ten opzichte van de huidige situatie op maat moet worden aangepast voor de Schrijversbuurt, rekening houdend met voetbalwedstrijden en evenementen. Inzake het parkeren valt op dat in het hele bestemmingsplan op geen enkele wijze melding wordt gemaakt van de afspraken die met de Schrijversbuurt zijn gemaakt inzake parkeren. In de werkgroep Belanghebbenden (vgl. verslag van 21 februari 2018 p. 5) is aangegeven hoe het parkeren wordt ingevuld. Het standpunt van de gemeente is om vast te houden aan de blauwe zone om zoveel mogelijk overlast te voorkomen. De blauwe zone moet dan wel naar de avonduren worden uitgebreid. Het voorstel is om de blauwe zone met name bij wedstrijden (te verkorten van 3 uren (moet zijn 2 uren) naar 1 uur). Bij de ingangen van de buurt wordt met verkeersregelaars gewerkt (voor een half jaar). Bezoek kan via een kraskaart of digitaal aanmelden via website gemeente, geregeld worden. Er wordt door middel van een enquête bepaald of de blauwe zone voor 1 of 2 uren moet zijn. 50% van de bewoners moet het eens zijn met deze oplossing.
Reactie: Het parkeerregime op het WTC-terrein zal blauwe zone gaan worden. In de huidige situatie is er tijdens evenementen betaald parkeren. De kans op zogenaamd uitwijkgedrag (bezoekers willen niet betalen voor parkeren) is dan aanwezig, bijvoorbeeld naar de Vosseparkwijk. Wij verwachten dat door de invoering van blauwe zone op het WTC-terrein in plaats van betaald parkeren, in combinatie met de inzet van verkeerregelaars /stewards tijdens grote evenementen en voetbalwedstrijden, het parkeren van bezoekers in de Vosseparkwijk wordt ontmoedigd / voorkomen. Bovendien zijn er voldoende (gratis) parkeeralternatieven waar bezoekers middels bebording en informatie op diverse websites naar toe worden verwezen. 13.
Reclamanten zijn niet gelukkig met deze blauwe zone-oplossing omdat er een heleboel nadelen aan kleven. In de voorgestelde oplossing wordt de blauwe zone nu alleen toegepast op voetbalwedstrijden. De regeling zou ook van toepassing moeten zijn op evenementen die alle dagen van de week kunnen plaatsvinden. Daardoor zal het regime op alle dagen van de week (dus van maandag t/m zondag) moeten gaan gelden. Van maandag t/m vrijdag voor een periode van 1 uur, in ieder geval na 18.00 uur 's avonds en in het weekeinde hele dag (i.v.m. voetbalwedstrijden op de middag). Gebeurt dat niet, dan ligt parkeeroverlast in het verschiet. Maar het kan nog eenvoudiger: gewoon blauwe zone voor 1 uur parkeren 24 uren per dag 7 dagen per week. Hierdoor wordt de bebording ook eenvoudig: altijd maximaal 1 uur parkeren. Dat schept duidelijkheid.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording onder punt 12 van deze zienswijze. Aanvullend gaan wij zoals toegezegd (ondanks onze verwachting dat met de vorenstaande maatregelen de parkeeroverlast in de wijk wordt ontmoedigd / voorkomen), een enquête in de wijk
34
(Schrijversbuurt) uitzetten over het aanpassen van de tijden / dagen van de blauwe zone. Alleen bij voldoende draagvlak > 50% worden aanpassingen doorgevoerd. Over de exacte invulling / opzet van de enquête treden wij vooraf in overleg. 14.
Reclamanten geven te kennen zich ernstig zorgen te maken over de handhaving. De gemeente ontvangt nu al klachten van wijkpanels uit andere stadsdelen dat er niet/onvoldoende wordt gehandhaafd (bron: gesprek ambtenaar met buurtbewoner Schrijversbuurt op 20 mei 2019). Zelf zijn reclamanten overigens ook door bewoners van de binnenstad en daaraan gerelateerde buurten gewaarschuwd. Deze mensen melden dat er vrijwel nooit gecontroleerd wordt. Aangezien beleid - uitvoering - handhaving een drieslag is die bij elkaar hoort, verwacht de Schrijversbuurt dat er iedere wedstrijd en ieder evenement gehandhaafd wordt om parkeeroverlast voor de buurt zelf te voorkomen.
Reactie: Naast de inzet van de gemeentelijke handhavers worden tijdens de grote evenementen en voetbalwedstrijden ook verkeerregelaars en stewards ingezet om er voor te zorgen dat de bezoekers van de evenementen en de voetbalwedstrijden gaan parkeren op de daarvoor aangewezen plekken, en niet in de wijk. Hier zal ook op worden gehandhaafd. 14.
Reclamanten zijn van mening dat verkeersregelaars en stewards niet slechts een half jaar ingezet moeten worden, maar over een veel langere periode; in ieder geval minstens de eerste twee seizoenen en bij ieder evenement (gedrag van voetbalsupporters moet inslijten en bezoekers van evenementen kunnen steeds andere mensen zijn). Verder dient er een waarborg voor de buurt te komen dat wanneer er na verloop van tijd geen verkeersregelaars en stewards meer zijn, er ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt tijdens wedstrijden.
Reactie: In de werkgroep Mobiliteit hebben zowel Cambuur als ook WTC aangegeven verkeerregelaars en stewards te blijven inzetten zolang dit nodig is. De werkgroep Mobiliteit blijft ook in stand na realisatie van de ontwikkelingen op het WTC-terrein. Deze werkgroep heeft ook als doel om te evalueren en bij te sturen indien nodig. 15.
De uit te voeren enquête kost extra geld dat naar de mening van reclamanten beter op een andere wijze, ten gunste van de inrichting van het WTC-Cambuurgebied, kan worden uitgegeven. Dit omdat reclamanten tijdens het inrichtingsplan is verteld dat er weinig budget beschikbaar is voor de inrichting.
Reactie: Wij hechten aan een zorgvuldig proces. We willen dat iedere bewoner anoniem in de gelegenheid wordt gesteld om zijn of haar mening te geven over het mogelijk aanpassen van de blauwe zone tijden / dagen. Overigens zal dit niet ten koste van het beschikbare budget voor de inrichting van het WTC-gebied. 16.
Gevraagd wordt om voorbij te gaan aan een enquête in de Schrijversbuurt en de blauwe zone zodanig in te richten dat de blauwe zone op alle dagen van de week geldt (van zondag t/m zaterdag) voor maximaal 1 uur parkeren.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie onder punt 12 van deze zienswijze.
35
D.
Duurzaamheid
1.
Op p. 23 van de toelichting staat: “Bovenstaande maatregelen worden zo mogeliik toeqepast bij de uitvoering van dit plan”. “Zo mogelijk" betekent “kan” en niet “moet” waardoor er een grote mate van vrijblijvendheid is met daardoor een grote kans dat diverse klimaatadaptatiemaatregelen niet worden gerealiseerd, terwijl uit het gemeentelijk beleid biijkt dat gemeente Leeuwarden dit wel heel belangrijk vindt.
Reactie: “Zo mogelijk” betekent inderdaad dat een en ander niet zal worden afgedwongen. Ondanks dat wij als gemeente duurzaamheid erg belangrijk vinden achten wij het bij deze private ontwikkeling te ver gaan om dit middels regels af te dwingen. Wel zijn betrokkenen zich er allen van bewust dat er een opgave is op dit gebied. Zoveel als mogelijk zullen diverse klimaatadapatiemaatregelen worden doorgevoerd (o.a. in het openbaar gebied door de gemeente). Dit kan direct tijdens het bouwrijp maken en de bouw plaatsvinden, maar ook op een later moment. Wij zullen hier gedurende het hele proces met betrokkenen over in gesprek blijven en dit zo veel mogelijk stimuleren. 2.
Op de hittestresskaart die is opgenomen in bijlage 14 (pagina 4) is goed te zien dat het gedeelte van het terrein dat grenst aan de Schrijversbuurt/Nicolaas Beetsstraat een enorme hittestress heeft bij hoge(re) temperaturen. Dat houdt in dat bij hoge(re) temperaturen de warmte daar blijft hangen, dan wel met een (zuid)westen wind over de Schrijversbuurt waait die daardoor wordt opgewarmd, en dus warmer wordt dan het omliggende gebied. Dat is geen goede zaak en slecht voor met name oudere mensen en chronisch zieken.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie bij zienswijze 6 onder E.1. 3.
Eigenaren van niet-openbare gronden en gebouwen kunnen nu niet verplicht worden tot het uitvoeren en realiseren van klimaatadaptatiemaatregelen. Het is echter wel mogelijk, rekening houdend met het een goede ruimtelijke ordening en het principe van toelatingsplanologie, om het treffen van klimaatadaptatiemaatregelen te borgen in de regels in de vorm van een voorwaardelijke verplichting. Reclamanten vinden dat voor het borgen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen op nIet-openbare gronden en gebouwen de voorwaardelijke verplichting gebruikt kan worden met het oog op de realisatie van een bestemming die afhankelijk is gesteld van het realiseren en in stand houden van een klimaatadaptatiemaatregel. Als voorbeeld wordt genoemd: het gebruiken en laten gebruiken van de voor supermarkten aangewezen gronden is alleen toegestaan als ter plaatse uiterlijk 1 jaar nadat de bebouwing van supermarkten is gerealiseerd, een klimaatadaptatiemaatregel als watervasthoudend dak of een groen dak is uitgevoerd en in stand wordt gehouden conform <beleidsdocument> dat als bijlage x bij de regels is gevoegd. Dergelijke bepalingen komen nu niet voor in de regels, terwijl die in de (nabije) toekomst wel van toepassing zullen zijn (met de Omgevingswet).
Gevraagd wordt om in artikel 23 regels nadere bepalingen op te nemen waarin eigenaren van niet- openbare gronden en gebouwen via een voorwaardelijke verplichting gedwongen kunnen worden klimaatadaptatiemaatregelen te realiseren en in stand te houden bij het realiseren van een bestemming; in ieder geval ten aanzien van het voorkomen van hittestress. Indien geen voorwaardelijke bepaling wordt opgenomen wordt gevraagd aan te geven op welke wijze eigenaren van niet-openbare gronden en gebouwen klimaatadapatatiemaatregelen gaan toepassen.
36
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze beantwoording bij zienswijze 6 onder E 1, 3 en 4. 4.
Reclamanten vinden dat de gemeente Leeuwarden een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om het toepassen van klimaatadaptatiemaatregelen in de openbare ruimte. Reclamanten zijn van mening dat er meer gedaan kan worden dan nu wordt aangegeven als het gaat om compensatie van verharding.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie bij zienswijze 6 onder punt E. 5.
Paragraaf 4.5 van de toelichting (pp.42-43) geeft aan dat het bestemmingsplan aan de normen van Wetterskip Fryslan voldoet en dat de adviezen van Wetterskip Fryslan worden uitgevoerd. Bijlage 14 geeft echter op p. 7 aan dat er 980 m2 compensatie voor verharding ontbreekt. Dat heeft ermee te maken dat de gemeente met 5% voor verharding en 3,75% voor halfverharding heeft gerekend terwijl het Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte van de gemeente Leeuwarden uitgaat van 10% compensatie voor verharding. De invulling voldoet nu minimaal zegt bijlage 14, terwijl het gemeentelijke beleid aangeeft dat dit heel belangrijk is. Een goed voorbeeld doet goed volgen, zeggen de reclamanten als Schrijversbuurt. Gevraagd wordt om nog eens goed te kijken naar de compensatie voor verharding; is deze nu volledig gecompenseerd?
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar onze reactie bij zienswijze 6 onder punt E.2. 6.
Gevraagd wordt of de gemeente bereid is met het oog op de toekomst ook extra maatregelen te nemen en het goede voorbeeld te geven? Indien nee, waarom niet?
Reactie: De gemeente zal in de verdere uitwerking steeds op zoek blijven naar kansen om nog meer maatregelen te nemen. Binnen de beschikbare kaders is op dit moment een zo goed mogelijke invulling gegeven aan deze opgave. E. 1.
Externe veiligheid . De Fumo en de brandweer hebben situaties op het WTC/Cambuurterrein beschouwd en in orde gevonden. Naar de mening van reclamanten hoort tot de externe veiligheid ook het waarborgen van het op tijd aanwezig zijn van hulpdiensten in de Schrijversbuurt bij calamiteiten als brand, hartinfarct etc. Dit is nu niet onderzocht, althans er zijn geen gegevens over opgenomen in het bestemmingsplan (noch in de toelichting, noch in de bijlagen, noch in de regels).
Reactie: Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen), het transport van gevaarlijke stoffen (via buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen) en het gebruik van luchthavens. Het op tijd aanwezig zijn van hulpdiensten maakt hiervan geen onderdeel uit. Brandweer Fryslân heeft echter de mogelijkheid een repressief advies te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Van deze mogelijkheid is door de brandweer gebruik gemaakt voor het onderhavige bestemmingsplan (en bijbehorend plangebied). Dit advies
37
maakt onderdeel uit van de brief van de brandweer inzake externe veiligheid d.d. 22 januari 2018 (zie ook bijlage 16 bij de toelichting). In dit advies wordt ook ingegaan op de opkomsttijden. Conclusie hierbij is dat hieraan wordt voldaan. 2.