Transcript commissie Ruimte & Infrastructuur 8 februari 2023
Tekst van het document
Die onderzoeksresultaten nemen we mee in de planvorming. Op de vraag over de WUP, volgens mij liet ik ook in een, net even kort zien in een overzicht dat de WUPS eigenlijk niet eerder zullen gaan starten dan 2026. Dat staat ook in een warmtevisie die is vastgesteld door de raad. De eerstkomende jaren gaan we focussen op de warmtevraag beperken, dus wij gaan nog niet starten met een wijkuitvoeringsplan. Wil niet zeggen als andere ideeën erover zijn of als een meerderheid dat wel wil, dat je daar wel naar kan gaan kijken. Maar we hebben nu wel een besluit genomen voor de komende jaren. En de reden daarvoor was destijds, dat als je kijkt naar de omgeving en de beschikbare bronnen voor collectief, voor collectieve oplossingen, dat er best wel wat beperkingen zijn in Laren. Inmiddels is de techniek wel zover dat je, dat er bepaalde technieken zijn waar je wel kleine collectiefjes zou kunnen starten. Dus we zijn ook weer ingehaald door de realiteit. Maar ja, wat ik zeg, 2026. Dat is wat er nu staat. De voorzitter: De heer Vos, nog een aanvullende vraag? De heer Vos: Ja, mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Zeker. De heer Vos: Ja, met name even over die WUP. We hebben gelukkig te maken met een nieuwe realiteit en een ander college en andere visie volgens mij op wat we willen.
In het vorige college is gezegd, dat willen wij helemaal niet, zo’n pilot dat zien we helemaal niet zitten. Maar het lijkt mij, gezien de gewijzigde omstandigheden en ik kijk even naar de wethouder, dat zo’n WUP voor Laren echt absoluut mogelijkheden biedt. En kijk, als je zou zeggen we hebben alleen maar heel veel verschillende woningen, dan ben ik het met u eens, dat heeft geen meerwaarde. Maar als ik zie wat de woningcorporatie gedaan heeft en waar ze toch heel
veel gelijkwaardige woningen hebben en waar volgens mij absoluut heel goed projecten te starten zijn, dan zou mogelijk, en dan kijk ik even naar de wethouder aan de overkant, het te heroverwegen zijn om dat besluit om die WUP maar in de prullenmand te gooien zoals gedaan is, om hem misschien maar even in het ronde archief te duiken en hem weer tot leven te wekken. Dus dan kijk ik met name naar u, mijnheer De Groot. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, die, als het mag, voorzitter. Nee, ik, wij gaan niks in het ronde archief gooien. Het staat ook in de planning. Ik weet wel dat bij het vorige college er weinig enthousiasme over was, maar u heeft gelijk dat dit college daar anders over denkt. Neemt niet weg dat er een grote hoop gevestigd was in de tijd op nou ja, zeg maar geothermie. Ja, dat gaan we missen, want de kans dat dat voor 2030 wat gaat opleveren is erg klein. Dus naar die tijd toe zullen we nieuwe dingen moeten doen. Zullen we het vooral voor innovatie moeten hebben. Blijft staan dat isolatie eerst en dan die collectieve oplossingen, welke manier dan ook, mij zeer aanspreekt. En dat we dus inderdaad goed moeten kijken wat in die planning eventueel eerder kan, dat doe ik graag. Als wij op een of andere manier wat dingen kunnen versnellen, doe ik het ook graag.
En uiteraard wat de planning betreft, ja, ik wil heel graag nog wel een keertje doorkijken of dat wat sneller kan, maar het is al heel snel 2026. Dat wil ik er ook wel bij zeggen. Dus voordat we grootschalig zeg maar in de wijken wat kunnen doen, nou, dat heeft een aanlooptijd nodig. Maar goed, wat eerder kan, kan eerder. Misschien heeft mijnheer Mauritz daar nog een, een nog concreter antwoord op. De voorzitter: Ik zie een reactie van de heer Jansen, maar ik zie ook een vinger van de heer Mauritz. We gaan even naar de heer Mauritz. We gaan ook niet in de discussie belanden. Het is duidelijk zeg maar, dat we dit op de agenda houden en de planning is vervolgens een aandachtspunt. De heer Mauritz. De heer Mauritz: Ja, ik wou nog even aanvullen over een WUP an sich. Ik vraag me af of we allemaal hetzelfde bedoelen met een WUP op dit moment. WUP staat voor een wijkuitvoeringsplan wat met name focust op een collectief. In Blaricum zijn we nu bezig met een vooronderzoek voordat we gaan starten met een WUP. In zo’n vooronderzoek kijken we eerst, is er een geschikte warmtebron, zijn de financiële middelen er en is er een groep mensen die aan de slag wil. Als aan die drie voorwaarden wordt voldaan, dan zeggen we, dan gaan we echt starten met zo’n hele uitvoeringsplan. Je kan dan zeggen, nou, die drie voorwaarden zijn onderdeel van een WUP en we gaan morgen beginnen.
Al met al hebben we nu gezegd over Laren, dat die bron, met name die duurzame bron is wel een voorwaarde om ook echt te kunnen gaan starten. Als er een bron is in Laren waarvan de raad zegt van ja, die is beschikbaar, daar moeten we echt naar gaan kijken, ja, dan sta ik er wel open voor om dat mee te nemen. En tegelijk te zeggen van nou ja, in overleg natuurlijk ook met college, we kunnen daarnaar gaan kijken en we kunnen aan planvorming gaan doen. Vooralsnog ben ik daar wat terughoudend over, omdat die bronnen er nog gewoon niet zijn en we nu eerst moeten onderzoeken welke bronnen überhaupt er zijn voor een collectief. Of er moeten technieken zijn waarvan we zeggen van nou ja, die zijn zo interessant, ga daar alvast naar kijken en neem dat mee in een WUP. De voorzitter: Dank. Denk een heldere toelichting op de WUP en de bronnen. Laatste opmerking en dan ga ik nog, we hebben nog twee andere fracties te gaan. De heer Jansen: Zeker. We gaan niet in discussie, dat hoeft ook niet. Maar ik heb wel misschien een paar aanvullingen op de hele WUP-gedachte. In de eerste plaats, dat hoeft misschien allemaal niet zo groot hè. Wat is een wijk? Een wijk, dat kunnen ook drie, vier buren bij mekaar zijn die iets doen.
Even heel concreet, op het moment dat je een paar honderd meter de grond in gaat, dan heb je al een warmtepompsysteem wat vele malen efficiënter is dan wat er nu heel veel gebeurt hè met hybride of met systemen die met de lucht warmte
wisselen. Dus ik zou dat ook zeker ja, mee willen nemen in een, in zo’n WUP-gedachte. Verder denk ik dat de gemeente ook gewoon best de vuurtjes bijna letterlijk kan aansteken in de wijken van, ga eens nadenken met elkaar, wat zouden jullie kunnen en willen doen. En geef dan misschien ook een aantal voorbeelden van, jullie zouden hier en hier over kunnen nadenken. De techniek staat niet stil, inderdaad. Je kunt ook denken aan bijvoorbeeld wijkaccu’s, om het even heel simpel te zeggen. Er zijn flow accu’s in ontwikkeling en dat gaat al heel hard. Dat kan, binnen een jaar kan dat al op de markt zijn, waarbij je met meerdere huizen of meerdere huishoudens samen bijvoorbeeld één batterij zou kunnen aanschaffen. Dus het hoeft allemaal niet zo grootschalig en grandioos en ja, met heel veel grandeur. Het kan ook gewoon veel kleiner zijn, maar ook wel heel effectief. Het zou denk ik goed zijn als dat, als daar een soort regie is vanuit ja, vanuit de gemeente om mensen op het spoor te zetten. De voorzitter: Helder. Ik proef vanuit de heer Jansen veel meedenkkracht en ik denk ook dat er vanuit het projectteam en vanuit de wethouder, dat ook zeker benut gaat worden. Daar zitten we ook voor met elkaar om dit soort suggesties mee te nemen en ik denk dat we dat ook buiten de commissievergadering nog een keer moeten delen.
Dus, ik zie de wethouder ook daarnaar knikken van, jullie staan daar ook voor open. Dus kom ook gerust met meer van dit soort opmerkingen, denk ik en misschien ook wel in groepsverband in een soort werkgroepje. Want ik zag dat u daar ook op hintte. De heer Jansen: Ja, zeker. Ik heb nog één, misschien twee vragen over de presentatie ook. Iets wat naar mijn inzicht misschien nog zou kunnen ontbreken is, ik zie bijvoorbeeld, evenementen en vergunningen zie ik helemaal daar niet in terugkomen. Je zou misschien ook in je duurzaamheidsvisie mee kunnen nemen, dat als er een kermis komt of er gebeurt iets op De Brink wat heel erg veel energie vraagt, om daar vanuit die duurzaamheidsgedachte ook eens naar te kijken. Ik denk daarbij natuurlijk aan het fabriceren van eisen bij tien graden boven nul. Ik denk ook aan een, dieselgeneratoren bij kermissen en dat soort evenementen. Dus misschien dat dat meegenomen kan worden in de hele duurzaamheid. De voorzitter: Ja, heldere suggestie. Ik zie een knikje. Het is, ook dat wordt … De wethouder. De heer De Groot: Ja, we gaan het evenementenbeleid evalueren en dat betekent dat iedere fractie daar op zich zijn gevoelens ook op dat gebied kan meegeven. Dus. De voorzitter: Helder, ja. Ik ga naar de volgende fracties. Ik kijk naar Liberaal Laren, de heer Oomkens. De heer Oomkens: Heel korte vraag.
Ontwikkeling van waterstof, hoe snel gaat dat eigenlijk? Concreet, iemand zal op korte termijn zijn cv-ketel moeten vervangen, hij heeft nu een gasketel. De voorzitter: Technische vraag, de heer Mauritz. Een waterstofketel in plaats van, ja. De heer Mauritz: Er staat heel veel ook over in de krant al. Ik kan met zekerheid zeggen dat je binnen nu, tussen acht en tien jaar geen concreet waterstof in Laren zal krijgen. De waterstof denk ik die zal komen, die zal eerst misschien naar de industrie gaan. En daarnaast is er enorme uitdaging over groene waterstof ook nog eens. Ik kan wel zeggen ja, waterstof wordt nu nog met name grijs ook opgewekt. Je wilt eigenlijk naar groene waterstof. En dan heb je ook nog de elektrolyse van waterstof waar je dat gaat doen. Op dit moment de pilots die er zijn, drie van de vier, die importeren de waterstof, die wordt niet lokaal opgewekt. Is maar één project eigenlijk in Nederland waar ook de opwekking lokaal plaatsvindt. Dat is wel in een gemeente met heel veel groen en heel veel mogelijkheden tot het plaatsen van windmolens. Ja, dat is dan een plek waar je zou zeggen,
daar vindt ook de elektrolyse plaats en dan kun je ook echt spreken van groene waterstof. Maar binnen nu en tien jaar denk ik zeker niet. En ik zie uw buurman, die wil denk ik ook nog wat toevoegen. De heer Jansen: Dank. De voorzitter: De heer Jansen wil hier meteen wat op antwoorden uit zijn kennis zo te zien. De heer Jansen: Ja, ik ben waterstofspecialist. Nee hoor. Nee, wat ik vaak merk in de discussie over waterstof is dat mensen inderdaad niet weten dat het, het is geen, het is het is een accu eigenlijk hè. Dus je moet het eerst opwekken. Waterstof in het algemeen, als je het hebt over duurzaamheid, denk ik pas in, op het moment dat je echt een overschot hebt aan ja, duurzaam opgewekte energie hè. Wat mij betreft mag inderdaad waterstof ook best wel heel erg laag in de duurzaamheidsplannen komen van de gemeente. De voorzitter: Dat was ook de vraag van de heer Oomkes? Ja. Ga ik naar mevrouw Fontaine, D66. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, ik denk dat er zeker al een heel hoog bewustzijnsniveau is en zeker ook op de noodzaak van isoleren van woningen. Alleen dat kost, voor een heleboel mensen is dat wel een hele kostbare zaak om dat te doen. Mijn vraag is, een aantal jaar geleden waren er subsidieregelingen dat je kon, als je twee dingen deed, kon je subsidie krijgen.
Mijn vraag is: Is dat al veranderd, dat dat ook kan als je één ding doet? Dat zou wel fijn zijn. Want ik denk dat er een heleboel mensen zijn voor wie het gewoon ook te duur is om hun huizen zodanig te isoleren, dat het huis ook geschikt wordt voor een warmtepomp. Want als een huis niet goed geïsoleerd is, is het ook niet geschikt om een warmtepomp te installeren. Dan heb ik een vraag met betrekking tot de zonne-energie op centrale daken. Hoe gaat dat verdeeld worden? Want er zijn, het zou heel mooi zijn als op elk dak in Laren zonnepanelen zouden kunnen liggen, maar er zijn ook een heleboel daken waar dat niet kan en waar er ook geen ruimte in de tuin is om dat te doen. Worden die mensen dan lid van zo’n centraal dak? Hoe gaat dat of is dit nu nog op dit moment een te praktische vraag? Dat zou kunnen. En dan als laatste. Waarom is dat mooie Duitse model niet goedgekeurd door Rijkswaterstaat? Want ik vond het echt het ei van Columbus wat ik zag. De voorzitter: Drie vragen. Mevrouw Fontaine: Drie vragen. De voorzitter: Ja, dank, mevrouw Fontaine. De heer Mauritz. De heer Mauritz: Begin effe met de laatste. Ja, veiligheid staat heel hoog in het vaandel bij Rijkswaterstaat. Er kan niet zomaar, ja, maar er kan niet zomaar in een berm. Volgens mij is nu een paar meter van de berm af mag niet zomaar een object staan, dus.
Ik weet wel dat men aan het kijken is om regels te versoepelen. Dus wie weet. Ontwikkelingen gaan heel snel op dit moment. Rijkswaterstaat heeft al een aantal pilots nu ook uitgevoerd met gemeenten. Dus ik ben ook benieuwd hoe ze naar dit traject gaan kijken. Uw tweede vraag, over zonnepanelen en delen van zonnepanelen als het niet kan. Dat kan, maar dat is wel afhankelijk van aarderuimte. Dat is een PostCodeRoos Regeling. Met een energiecoöperatie kun je dan een subsidie aanvragen daarvoor. Dan ja, word je lid en de zon die opgewekt wordt, dan kun je dan, nou deze regeling korting krijgen op de elektriciteit. Het is wel een uitdaging dit soort projecten, om die van de grond te krijgen. We zijn er wel mee bezig ook met de Hut van Mie, om naar daken te kijken en die ook te delen en dan in een PostCodeRoos Regeling aan te bieden. Dus ik hoop op korte termijn dat we daar iets mee kunnen realiseren. Als het echt niet geschikt is voor zonnepanelen, zijn er soms ook andere technieken zoals een zonneboiler. Dus
daar hoef je niet een heel dak, maar je kan wel warmte onttrekken ook met andere technieken. Dus dat, daar kunnen mensen zich ook over laten adviseren. Uw eerste vraag, kunt die misschien nog een keer herhalen voor mij? Mevrouw Fontaine: Ja, wat was die ook alweer? De voorzitter: Ging over subsidieregeling. Mevrouw Fontaine: Ja, subsidieregeling, ja. De heer Mauritz: Ja, ja. Ik had iets kort gezegd ook over het nationaal isolatieprogramma. Dat is het meest recente programma waar ook subsidies voor gestrekt gaan worden. Daar zijn we nu ook mee bezig. Die subsidies, die willen we ook direct bij de inwoners terug laten komen. Hou me ten goede over de hoogte van die subsidies, want dat moet in plan van aanpak ook terugkomen. Maar dat wordt een hele interessante regeling voor de mensen met een hele lage energielepel. Of het nu van twee naar één is gegaan? Ik kende van het voorstel dat men daarnaar aan het kijken was. Of dat is aangepast, weet ik niet zeker. Maar ik weet wel dat het rijk heel veel geld aan het beschikbaar stellen is voor isolerende maatregelen. Ja. Mevrouw Fontaine: Dan een allerlaatste vraag. De PostCodeRoos projecten, zitten die ook in het hele plan verwerkt wat in april gepresenteerd gaat worden? De heer Mauritz: Wel de samenwerking Hut van Mie, maar nog niet concreet de PostCodeRoos project. Want zo concreet is het nu nog niet.
We zijn wel met allerlei projecten bezig, ook vanuit de regionale energiestrategie. Op moment dat een business case uit kan, dan wil je gaan exploiteren en dan wil je ook gaan kijken naar de manier van exploitatie of je ook een energiecoöperatie vijftig procent eigenaar wil maken van het traject. Dat is een, dat is het moment om dan ook over PostCodeRoos Regeling na te denken. De voorzitter: Oké. Nou, daarmee hebben we een rondje commissie gehad met veel informatie, veel vragen, maar ook veel antwoorden en ook een aantal denk zeer nuttige suggesties die uw kant uit zijn gekomen en waar ook instemmend op geknikt werd dat die zullen worden meegenomen of verder worden uitgewerkt of teruggekoppeld. Ik wil u danken beiden voor de aanwezigheid hier en voor deze informele ronde, want het is inderdaad duidelijk gebleken dat het goed is dat we op deze manier informeel geïnformeerd zijn in afwachting van de verdere documenten die naar ons toekomen. Het is een heel complex verhaal, dat is ook duidelijk. Misschien dat u ook de PowerPoint nog aan de commissieleden zou kunnen sturen. Dan is er in ieder geval iets van afkortingen en plaatjes terug te kijken en hebben we nog een beetje een beeld van wat daar ook verteld is. En dan wil ik u danken voor de aanwezigheid. Ik weet niet of de wethouder blijft zitten, maar andere onderwerpen zijn geloof ik van de heer Westerkamp.
U bent van harte welkom om nog te blijven zitten. Maar als u denkt, mijn avond gaat nu echt beginnen, dan bent u ook ontslagen als dit agendapunt uw agendapunt was. Nog even gezelschap houden, prima. 7.
Raadsinformatiebrief d.d. 01-11-2022 inzake besluit op bezwaar padelbanen Eemnesserweg
De voorzitter: Gaan we verder naar het volgende agendapunt en dat wordt agendapunt 7. Dat is de Raadsinformatiebrief van 1 november 2022 inzake het besluit op uw bezwaar padelbanen Eemnesserweg. En die is via het presidium geagendeerd vanuit Liberaal Laren op verzoek van mevrouw Timmerman. Nou is mevrouw Timmerman afwezig, maar wellicht dat de heer Oomkens de honneurs waar kan nemen namens Liberaal Laren inzake deze agendering. Geef ik u als eerste het woord, de heer Oomkens.
De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ja, we hebben hier kennis van genomen. En ja, het leidt tot een paar vragen. De eerste vraag is eigenlijk: Wat is de termijn die voor LLTC openstaat om beroep aan te tekenen? Gebruikelijk is dat zes weken maar dat is in rechtszaken zo, is dat in dit geval ook zo. En als het zes weken is, vanaf welke datum is dat, oftewel wat is de einddatum? Dan hebben wij begrijpen dat er ook omwonenden zijn die rechtszaken hebben aangespannen in dit verband. Als dat juist is, is bekend wat daar de stand van zaken van is? Dan punt drie. Ja, wij zouden willen voorstellen om niet te wachten met het moment dat LLTC eventueel een nieuwe aanvraag voor een vergunning indient, maar de verleende subsidie zo snel mogelijk terug te vorderen. En tot slot. Ja, de gang van zaken met betrekking tot die padelbanen verdient niet helemaal de schoonheidsprijs. Dus het verzoek van ons is om dit soort zaken, hoewel er werd gesteld dat het het mandaat was van B&W, van het college om die voor, voortaan toch vooraf graag even te bespreken in deze commissie. Dat was het. De voorzitter: Dank, de heer Oomkens. U had een aantal vragen gesteld en een aantal opmerkingen. De vragen zijn misschien een beetje ter overval aan de wethouder, maar mogelijk dat u ze toch kunt beantwoorden. Ik zie dat u al klaar zit, dus het woord is aan de heer, wethouder de heer Westerkamp.
De heer Westerkamp: Dank u voorzitter. Wat is de termijn om beroep aan te tekenen? Ik heb geen idee. Daarvoor heb ik altijd heerlijke ambtenaren die dat precies weten, maar ik kan u wel vertellen dat LLTC beroep heeft aangetekend. Ze hebben in ieder geval dat voornemen kenbaar gemaakt en volgens mij hebben ze dat inmiddels ook gedaan. Maar dat zou ik even dan moeten nagaan, dat kunnen we u altijd schriftelijk mededelen. Omwonenden hebben rechtszaken aangespannen, ik heb geen idee. Omwonenden hebben wel beroep en bezwaar aangetekend en daar is het ook voor naar de Raad van State gegaan of naar de Commissie van Beroep en Bezwaar die dus een uitspraak hebben gedaan. Maar ik weet nog niks van een rechtszaak van omwonenden of dat dat voornemens zijn. U zegt LLTC, niet wachten, subsidies zo snel mogelijk terugvorderen. Nou, dan bent u wel met ontzettend onbehoorlijk bestuur bezig. Er is een procedure geweest waarin zij een vergunning hebben aangevraagd en verleend gekregen door de gemeente. Daarvan heeft uiteindelijk de Commissie van Beroep en Bezwaar gesteld: Gemeente, u had een zwaardere procedure moeten volgen, want wij vinden dat het glazen hekwerk een bouwwerk is zonder zijnde een bouwwerk. Dus dat je daarvoor een procedure van zesentwintig weken had moeten volgen. Dat is niet gebeurd, dus daarop hebben wij de vergunning moeten terugtrekken.
Maar LLTC heeft gewoon recht op het aanvragen van een vergunning voor de padel. Een deel trouwens van die subsidie was ook bedoeld voor de all weather banen, die liggen er inmiddels. Dus komt maar een gedeelte van de subsidie terug als wij het helemaal niet gaan doen, maar zij hebben het voornemen kenbaar gemaakt dat zij een nieuwe vergunning gaan aanvragen. Dat is ook hun recht. Ik bedoel, net als ieder ander dat heeft. Dus wij wachten dat af. Toevallig heb ik vandaag een mail voorbij zien komen dat het volgens mij zo langzamerhand het stadium bereiken dat zij een principeverzoek gaan indienen, want ze hebben inmiddels ander geluidsonderzoek laten doen. Dus in dat opzicht gaan wij nog geen subsidie terugvorderen. Ik vind dat, dat is ook echt onbehoorlijk bestuur. Zij hebben gewoon daar recht op gehad. En zodra het echt niet doorgaat, dat zij er überhaupt van afzien, weten zij ook gewoon dat een deel van die subsidie terug moet komen. Ja, u zegt, het verdient geen schoonheidsprijs. Ik denk dat u dat zwaar aanzet. Want u moet het wel even in de tijdgeest zien, wanneer de procedure is aangevraagd, wanneer de start is begonnen van het vergunningverlening. De kennis over padel was toen nog niet zo ver als we dat nu weten hè. Nu is er ook veel meer jurisprudentie over, zijn al door het hele land al rechtszaken.
Dus op het moment dat, toentertijd lag er een uitspraak of die ligt er eigenlijk nog steeds van 2019 van de Raad van State, die tennis en padel gelijkschakelt. Dat betekent dus dat dan de glazen wand die eromheen is net wordt gezien als het, als de netten om tennisvelden heen. Zijn gewoon ja, een hekwerk. Nou, dat mag vier meter hoog zijn. Dus in dat opzicht denk ik in die geest van de kennis die er op dat moment was, denk ik dat daar helemaal geen verkeerd
besluit is genomen. Dat inmiddels gaandeweg van periode van beroep en bezwaar er steeds meer jurisprudentie kwam en steeds meer kennis over de padel en de gevolgen van padel, dat daardoor uiteindelijk de commissie anders heeft geoordeeld. En nadat de commissie dat oordeel heeft geveld is er ook nog een rechtszaak, uitspraak geweest in zaak in Beverwijk over padel, waar het wel duidelijk is geworden in die uitspraak dat het toch wel wordt gezien als een bouwwerk zijnde geen bouwwerk. Dus ja, ik denk niet dat, de gemeente is niks te verwijten, LLTC is niks te verwijten. Het is gewoon de kennis die we steeds meer krijgen. Inmiddels is er nu ook een richtlijn gekomen van het Nederlands Instituut voor Geluidshinder ten aanzien van padel. Nou, die zijn we op dit moment aan het besturen, die is, bestuderen. Die is vorige week binnengekomen en die zullen wij zeker als zij opnieuw een verzoek in doen, indienen, daarbij meenemen. Dus ja, ik denk dat dat ja, op de eerste twee vragen kan ik niet zo antwoord geven, dat zou ik even na moeten vragen. Maar dat krijgt u wel schriftelijk. En de andere twee vragen heb ik richting uw kant kunnen beantwoorden denk ik. De voorzitter: Dank, heer Westerkamp. Ik kijk even naar de heer Oomkens.
Zijn uw opmerkingen op dit moment, vragen voldoende beantwoord? Met twee toezeggingen dat die nog worden na gemaild omdat die niet op dit moment kunnen worden beantwoord. De heer Oomkens: Ja, nee, voldoende beantwoord. Duidelijk. De voorzitter: Uitstekend. Kijk ik nog even de zaal rond. Ja, mevrouw De Brouwers. Mevrouw De Brouwers: Ik wil graag eerst even opmerken, dat ik de opmerking van de wethouder dat hij reageert op dat de padelbanen niet de schoonheidsprijs verdienen, dat ondersteun ik geheel. Ik geloof dat dat een opmerking is die niet helemaal wat ons betreft in ieder geval, terecht is. Ik zou dan ook maar willen zeggen meteen: Leuk dat Groen Laren het onderwerp groen heeft gekaapt en ik denk dat het onderwerp sport dan misschien maar bij onze partij moet horen. Dan zou ik willen opmerken of vragen eigenlijk aan de wethouder: Die subsidie die is toegekend voor de padelbanen buiten, ze zouden eventueel nu banen binnen willen gaan plannen, gaat die subsidie dan door of wat is de bedoeling daarvan? De voorzitter: De wethouder. De heer Westerkamp: Nou, volgens mij gaan ze niks binnen plannen. Nee. Nou, op dit moment in onze gesprekken is dat nog niet naar voren gekomen en ik heb recent nog gesprek gehad met ze. Wat zij wel van, aan het onderzoeken zijn, is of je ze in kunt graven.
In Blaricum is op dit moment een particulier, die heeft padelbanen in zijn achtertuin aangelegd, twee meter diep. Dat schijnt een behoorlijke reductie van het geluid met zich mee te brengen. Nou, dat zijn zij nu aan het onderzoeken, maar daar zitten natuurlijk hogere kosten aan. Maar ja, dat moeten ze dan zelf oplossen. Wij hebben een subsidie gegeven, daar blijft het bij, voor de aanleg van padelbanen. En als zij een andere manier gaan kiezen die duurder zal zijn, dan denk ik dat ze daar echt zelf hun middelen voor moeten zien te gaan vinden. Maar wij zullen daar geen, dat niet medewerking aan verlenen. Als dat kan en het is mogelijk en het mag ook hè, als je zo diep daar de grond in mag, ja, dan weerhoudt zich niets om daar tegen te zijn. Mevrouw De Brouwers: Oké, dat was mijn … De voorzitter: Ja. Ik kijk eerst even naar, ja, ik zag de heer Van Goozen, maar ik denk dat de heer Vos wil reageren op een opmerking van mevrouw De Brouwers.
De heer Vos: Ja, dat wil ik heel graag, mijnheer de voorzitter. Dat begrijpt u hè? Want u zegt dat wij dat gekaapt hebben. Ja, ik zou eigenlijk willen horen van u, dat willen wij ook heel graag kapen. Maar dat hoor ik u niet zeggen en dat vind ik toch wel heel erg jammer. Want ja, groen hebben wij niet gekaapt. We hebben gezegd dat wij dat heel belangrijk vinden. En ik zou het heel fijn vinden als onze liberale vrienden links en rechts ook zouden zeggen: Die steunen wij van harte, want wij vinden sport ook heel belangrijk, maar wij vinden groen echt veel belangrijker. De voorzitter: Mevrouw De Brouwers, wilt u nog een reactie geven? Mevrouw De Brouwers: Ja, mijnheer de voorzitter. Ik begrijp het. En inderdaad, we gaan zeker niet strijden om iets te kapen. Maar ik dacht dat het aardig was om misschien toch te constateren, dat behalve groen misschien, wat wij ook heel erg hoog in het vaandel dragen, maar daar hoort sport bij ons, wat ons betreft inderdaad ook bij. De voorzitter: Helder. Ik ga eerst nog even naar de heer Van Goozen. Dan gaan we terug naar de padel. De heer Van Goozen: Ja, dank u, voorzitter. Bij Larens Behoud vinden we sport ook heel erg belangrijk en wij vinden groen ook heel erg belangrijk. Maar er zijn nog wel discussies waar we het straks over gaan hebben, Jos.
Ik weet niet of het hier kan, maar we hebben een, we hebben gekregen een definitieve besluitenlijst. Dat gaat over de aanpassing van de erfpacht van de Schapendrift. Daar staat in, de Schapendrift is de Klaas Bouthal, voor wat u, waar u het over had. Daar is de intentie om daar ook padel binnen te gaan bouwen. Dat is dus niet van LLTC, maar dat is van een particuliere ondernemer. Nou waren we heel blij dat onze wethouder, die had een erfpachtakte gevonden van enige tijd geleden, waarin stond dat de helft van die hal moest tennis blijven. De voorzitter: De heer Van Goozen, ik ga u wel even interrumperen, want de Raadsinformatie brief staat op de agenda. Dat is waar we het over spreken. De wethouder heeft zich ook voorbereid op antwoorden naar aanleiding van de Raadsinformatie brief. En nu haalt u een heel ander onderwerp aan, namelijk een andere locatie met een andere regeling. Dat staat denk ik niet in relatie tot deze Raadsinformatiebrief, dus wat dat betreft ga ik even terug naar het onderwerp. Als u een vraag hebt naar aanleiding van de Raadsinformatiebrief padelbanen, dan wil ik dat bij die discussie graag houden. De heer Van Goozen: Nou, het gaat wel over padelbanen, maar op een andere locatie.
De voorzitter: Ja, dan wordt het een breder onderwerp en dan zou u dat via het presidium kunnen agenderen of schriftelijke vragen kunnen stellen als het naar aanleiding van een Raadsinformatiebrief is, waar u neem ik aan op doelt. De heer Van Goozen: Oké, doen we dat. De voorzitter: Ja, er is nog een rondvraag. De wethouder wijst mij erop dat er nog een rondvraag is. De heer Van Goozen: Doe ik het in de rondvraag. De voorzitter: Uitstekend. Komen we er in de rondvraag op terug. De heer Oomkens. De heer Oomkens: Nog even een hele korte reactie op wat de heer Vos net zei. De liberale vrienden ter rechterzijde zijn enorm voor groen sporten en sporten in het groen.
De voorzitter: Kijk. Volgens mij zijn we allemaal enorm voor sport en enorm voor groen. En voordat we die discussie heel verwarrend laten, ga ik hem hier afronden. Ik denk dat we daar bij het onderwerp padelbanen naar aanleiding van de Raadsinformatiebrief voldoende behandeld hebben. Dus dan sluit ik dit agendapunt, waarbij in de rondvraag de heer Van Goozen nog terug kan komen op een ander punt ten aanzien van een andere padelbanen locatie. 8.
Raadsvoorstellen 8.1 Zienswijze Huisvestingsverordening 2023
De voorzitter: Gaan we door naar de Raadsvoorstellen die voorliggen en dat is agendapunt 8, agendapunt 8.1. We hebben één raadsvoorstel en dat is de zienswijze op de Huisvestingsverordening 2023. Een uitgebreide bouwstenen notitie die voorligt. En we hebben net ook vernomen dat er een iets andere planning is ten aanzien van de behandeling daarvan, maar misschien dat dat straks in de inleiding nog eventjes gememoreerd kan worden. Aangesloten is ook mevrouw Kimberly Jordans. Vanuit de BEL Combinatie bent u als beleidsadviseur op dit onderwerp beschikbaar voor ons. Fijn dat u gewacht heeft voor de behandeling van dit agendapunt om de wethouder hierbij te assisteren. Ik ga het onderwerp in bespreking geven en het besluitstuk wat voorlicht is een zienswijze die namens de gemeente Laren kan worden ingediend als de raad daartoe besluit. En ik geef het hele onderwerp graag in bespreking. Kijk even rond wie allemaal het woord daarover wil. Ik zie mevrouw Fontaine, de heer Vos, de heer Oomkens, de heer Van Goozen en vanuit de VVD? Iemand vanuit de VVD nog het woord over dit onderwerp? Ja, dat is de heer Westendorp. Ik begin met mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb de of wij hebben de voorstellen tot actualisatie van de huisvestingsverordening, hebben we integraal doorgenomen. En met eigenlijk de meeste voorstellen zijn we het eens.
Dat heb ik het over voorstel één, twee en drie. Wilt u dat ik ze ook nog voorlees of? Nee, hoeft niet, oké. Voorstel vier. Dat is het voorstel dat binnen het aantal, het aandeel woningen dat met voorrang mag worden aangeboden, regionaal maximaal vijf woningen met voorrang voor vrijwillige brandweerlieden kunnen worden aangeboden met directe bemiddeling. Dat lijkt ons uiteraard een hartstikke goed plan. Maar wij zouden daar ook graag aan toegevoegd willen zien, mensen die werkzaam zijn in wijkzorg en thuiszorg. Ik onderscheid eigenlijk bij cruciale beroepen twee groepen. Categorie A, dat zien wij beroepen die op afroep beschikbaar moeten zijn binnen een kleine tijdspanne. Voor brandweerlieden geldt daarvoor binnen vier minuten moeten ze op de wagen zitten en moeten ze klaar zijn om weg te rijden. En wij voorzien met de toenemende vergrijzing en het langer thuis wonen van oudere mensen, dat er ook acute situaties kunnen ontstaan waarbij wijkverplegers of verzorgende thuiszorgers, dat die ook snel aanwezig moeten zijn bij mensen. Dus die zouden we willen toevoegen en dan ook iets meer woningen direct aanwijsbaar voor deze groep aan willen merken. Bijvoorbeeld een stuk of tien, maar daar kan natuurlijk altijd over gepraat worden. Dan de tweede groep van cruciale beroepen.
Ja, dat zijn, inderdaad zijn dat mensen die in de zorg werken, in het onderwijs, dat zijn ook vaak mensen die in ploegendiensten werken. En ter illustratie, ik denk dat daarvoor ook die mensen ook voorrang moeten krijgen, omdat het een aanzuigende werking op de regio heeft. Ter illustratie het voorbeeld van Weesp. In de stad Amsterdam en Weesp wordt sinds 2020 al gewerkt met lokaal economische bindingsvoorrang voor cruciale beroepen en hier is in de afgelopen twee jaar een stijging te zien in het aantal leerlingen dat is gaan werken in deze regio. Dus ik denk dat dat zeker zou werken, het voorrang geven aan deze beroepsgroepen. Dan zou ik ten aanzien of zouden wij ten aanzien van voorstel vijf, zouden we idee één en idee vier, zouden wij gecombineerd willen zien. Dus vijftig sociale huurwoningen regionaal per jaar en vijftig betaalbare vrije sector huurwoningen. Omdat we denken dat een heleboel mensen die binnen het onderwijs werken en misschien ook een aantal binnen de zorg, dat die een hoger salaris hebben om voor
een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Dat was … De andere voorstellen, daar zijn wij het mee eens. Dat vinden we prima zaak. Dus dat wou ik eigenlijk hierbij meegeven. De voorzitter: Dank, mevrouw Fontaine. Ik kijk even rond. Ik denk dat het misschien goed is, dat we eerst even een rondje maken en dat u dan op alle antwoorden meteen geeft. Dan hebben we gewoon een eerste ronde en dan kunnen we kijken of er daarna nog vragen of opmerkingen zijn. Ik ga naar de heer Oomkens, Liberaal Laren. De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ja, in de eerste plaats een vraag. Betreft de vierde bijlage, hoofdstuk 2.1.1. Daar wordt gesproken over labels. En daar staat, in het jaar 2020 honderdzestien jongerenwoningen voor jongen tot drieëntwintig en in 2021 honderdzevenentwintig woningen en in beide gevallen zeven procent van alle toewijzingen. Ik zat ernaar te kijken en ik rekende even. En ik kwam tot de conclusie dat er dan in 2020 zestienhonderdvijftig toewijzingen moeten zijn geweest en in 2021 meer dan achttienhonderd. En nu zijn er maar achthonderd woningen beschikbaar. Of er zit een fout in de tekst of ik interpreteer iets verkeerd. Maar ik kwam er niet uit, dus ik zou daar graag wat duidelijkheid in willen hebben.
Dan hoofdstuk 3.2, loting, dat is voor jongeren dan tot en met vijfentwintig jaar, zijn driehonderdvijftig woningen per jaar beschikbaar en dat zijn dan woningen tot vijfenvijftig vierkante meter. In 2020 waren dat honderdzevenennegentig woningen en in 2021 honderdachtenveertig. Er zijn er driehonderdvijftig beschikbaar. Wat is de oorzaak van het verschil? Is er een tekort of is er een andere oorzaak dat er een zo grote afwijking is tussen het aantal wat beschikbaar is en wat daadwerkelijk wordt verloot? Dan hoofdstuk 3.5, dat wordt aangeduid als couleur locale. Ja, het wordt gespeld als lokaal, maar goed. Gemeente mag vijfentwintig procent van de jaarlijks vrijkomende woningen met voorrang aan eigen inwoners aanbieden. In Laren was dat in 2021 in totaal drieëndertig verhuringen. Daar gaan er vijf af voor statushouders, dan hou je er achtentwintig over. Vijfenveertig procent wordt toegewezen als starters c.q. mensen van buiten de regio. Dus resteert er vijftien komma vier woningen. Nou, vijfentwintig procent daarvan mag worden toegewezen aan eigen bewoners, dus drie komma vijfentachtig woningen zijn er beschikbaar voor eigen inwoners.
Vraag is: Hoeveel zijn er daadwerkelijk aan eigen inwoners toegewezen? Als ik dan kijk naar het totaal aantal van achthonderdtweeënveertig sociale huurwoningen in Laren met gemiddeld over de laatste drie jaar, althans 2022 niet meegerekend, zesendertig verhuringen per jaar, komt dat neer op vier komma drie procent van het totaal. Hoe is dat in verhouding met een landelijk percentage? Zijn er mogelijkheden om dat percentage omhoog te brengen? Dan kom ik bij hoofdstuk 3, 5.1. Dat betreft de brandbrief die Laren en Blaricum hebben laten uitgaan ten aanzien van de beschikbaarheid van woningen voor de vrijwillige brandweer. Ja, er wordt nu gesproken over maximaal vijf woningen. Maar ja, ik kan me voorstellen dat het beter zou zijn om geen limiet aan te hangen, maar jaarlijks naar behoefte toe te wijzen. Dan kan het best het ene jaar twee of drie woningen zijn en het andere jaar zeven. Net wat de behoefte is. Eens even kijken. Dan komen we bij de cruciale beroepen, voorstel vijf. Er staat vijftig procent sociale huur, vijftig procent sector betaalbare huur en in beide gevallen staat hier het woord maximaal voor. En over dit woordje schreef Ronald Frisart in de Gooi- en Eemlander van 16 januari een uitstekend stuk, waarin hij stelde, maak het nou maximaal honderd woningen per jaar en dan naar behoefte te verdelen over sociaal en betaalbaar.
Want het kan best zijn dat het het ene jaar vijfenveertig, vijfenvijftig is of veertig, zestig en het andere jaar andersom. Want je zult maar net nummer eenenvijftig zijn en buiten de boot vallen. Dus flexibiliteit daarin lijkt me beter dan twee keer maximaal vijftig voor beide categorieën. En dan ja, het viel me op, Hilversum en Wijdemeren hebben al een zienswijze ingediend. Op pagina 17 noemt, noemen beide gemeenten een aantal in hun ogen cruciale beroepen. Ik denk dat daar wat nader overleg in ieder geval over noodzakelijk is, want er staat bijvoorbeeld een apothekersassistente in en ik vraag me af of je dat nou echt als cruciaal moet aanmerken. Hoofdstuk 4.2, de regionale criteria voor urgentie. Als ik de voorstellen zes tot en met tien lees, dan komt de vraag op: Wanneer komt in hemelsnaam de gewone Laarder
een keer aan bod? Tot slot hoofdstuk 5, de samenvatting. Jaarlijks komen er in de regio achthonderd sociale huurwoningen vrij, waarvan gemiddeld zesendertig in Laren. Dat is vier komma vijf procent van het totaal. Mijn vraag: Is dat nou veel of weinig ten opzichte van de rest van de regio? En wat kan er worden gedaan om meer Laarders aan bod te laten komen? Van de achthonderd woningen zijn er van tevoren al zeshonderdvijftig vergeven aan alle categorieën die genoemd zijn, dus er zijn er maar honderdvijftig over. Dat was het. De voorzitter: Een aantal technische vragen. Ik hoop dat u ze allemaal heeft. Ja? Ik zie de wethouder knikken, maar u kan ze nog niet beantwoorden waarschijnlijk. Maar we gaan straks, in de behandeling kunt u daarop reageren op welke wijze we daaraan tegemoet kunnen komen. Ik ga naar de heer Vos van Groen Laren. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar vragen die niet zozeer verwijzen naar hoofdstukken of naar pagina's. De eerste vraag die ik zou willen stellen en die is een beetje retorisch van aard, die gaat met name over de enquête die uitgezet is met betrekking tot het Woningnet. Dus zeg maar eventjes: Ja, wat vinden de mensen daarvan? En ja, dat is dan een staatje en daarvan zegt men, samengevat is de overgrote meerderheid van de respondenten tevreden met het gebruiksgemak.
Nou, ik heb iets met statistiek, maar ik vind het nog wel meevallen eerlijk gezegd. En makkelijk vindbaar, zevenenveertig procent, advertenties duidelijk vijfenzestig procent. Kunt, kan de wethouder iets zeggen over de mate waarin de organisatie tevreden is? Want het lijkt mij dat je streeft naar honderd procent en dat je met zevenenveertig procent toch niet happy bent. Dat rijmt. Dan heb ik ook nog een paar andere vragen. Er is sprake van een woning verdeelsysteem in de regio. Een hele concrete vraag: Hoeveel Laarders profiteren daar eigenlijk van? Dan is er een, in de verschillende verkiezingsprogramma’s werd gezegd, nou, sociale woningen, huurwoningen, die kunnen we alleen maar toewijzen aan de Laarders. Dat is door een aantal partijen geroepen. Kan dat eigenlijk wel? Dan een algemene vraag en die is meer aan de wethouder denk ik dan aan uw counter part. Wat is de visie van het college als het gaat om het laten toenemen van het sociale huurwoningenbestand? Dat wil ik eigenlijk wel graag van u weten. Nou, dan heb ik het nog maar eens over dat portal. Er is een portal voor de inschrijvingen met betrekking tot de sociale huurwoningen, maar er wordt ook melding van gemaakt het feit, dat gemeente ervan af kan wijken. Kunt u mij aangeven wanneer dat het geval is? Ja, nee, dat zal ik doen. Ik zie u al een beetje glazig kijken; ik ga hem herhalen.
Er is een portal voor de inschrijvingen voor een sociale huurwoning in de regio, maar er staat, er kan door de gemeente van worden afgeweken. Als dat het geval is, kunt u me aangeven waar dat dan is en op basis waarvan dat gedaan is. Is mijn vraag zo voldoende helder, wethouder? Goed. Dan een beetje een gecombineerde vraag, want we hebben natuurlijk over een hele hoop groepen die met voorsprong in een huis willen. Maar hoe zit het met onze statushouders? Daar zijn er toch wel een x-aantal van in de aanbieding. En wat is de invloed van de statushouders op de doorstroming in de regio? En daaraan vastgekoppeld en dat zijn niet zozeer statushouders, maar wel mensen die op het ogenblik een ernstig beroep doen op ons als het gaat om huisvesting. Dat zijn natuurlijk de vluchtelingen uit de Oekraïne. Ik denk dat het niet vreemd is om te veronderstellen, dat een aantal van de Oekraïners hier mogelijkerwijs gaat blijven en die hebben een andere status dan statushouders. Is er een plan, is erin voorzien hoe de gemeente of hoe de regio omgaat met een eventueel beroep van deze groep mensen op onze voorraad sociale huurwoningen? Ik vermoed dat ik met een paar vragen u overvallen heb, maar ik vind ze wel belangrijk om ze denk ik op de agenda te krijgen. De voorzitter: Dat heeft u zeker met deze inbreng gedaan.
Dus wij gaan straks kijken welke vragen er beantwoord kunnen worden en hoe ze beantwoord kunnen worden. Dank u wel, de heer Vos. Dan zie ik de heer Van Goozen van Larens Behoud.
De heer Van Goozen: Dank u wel, voorzitter. Ja, er zijn al een aantal vragen geweest die wij ook wilden stellen. Ik zou het op een paar vragen willen samenvatten. Ik denk dat het ook belangrijk is dat wij gaan bepalen wat cruciale beroepen zijn, want wat er in Hilversum cruciaal is, dat is bij ons natuurlijk misschien wat minder. Of, wij zijn heel blij met de brandweer, dat moge duidelijk zijn. Brandweer moet binnen zoveel tijd op de plek zijn. Maar of daar inderdaad een apothekersassistent, of dat nou zo belangrijk is dat die in het dorp woont, dat weet ik ook niet. De couleur locale, die hebben wij volgens mij uitgenut voor zeventien procent. Dat kan tot vijfentwintig procent, heb ik begrepen. Hoe kunnen wij dat nou zo doen dat we deze regeling gebruiken, dat het ook voor Laarders is? We zitten hier voor Laren, we zitten, er staat ergens een zinnetje heb ik gezien: De bewegingsvrijheid van woningzoekenden uit Laren wordt beperkt indien zij geen gebruik kunnen maken van de regeling van de Regionale Woonruimteverdeling. Maar ja, er zijn meer woningzoekenden in de hele omgeving dan in Laren natuurlijk. Dus ik weet niet of het zo’n nadeel is. Maar goed, wij willen graag dat er woningen beschikbaar zijn voor Laarders ook. En daarbij zou ik zeker willen benoemen, kwetsbare ouderen.
We hebben daar al een hele discussie over gehad, maar er zijn altijd, het is een doelgroep die een beetje tussen wal en schip raakt. Er staat ergens een leeftijdsgrens van vijfenvijftigplus of vijfenzestigplus. Ik ga er dan vanuit dat het vijfenzestigplus is en mensen die dan een huis achterlaten, die willen dan kleiner gaan wonen. Kunnen we daar een regeltje aan toevoegen? Net zoals voor de brandweer, dat we zeggen, we gaan ook zeg vijf huizen voor kwetsbare ouderen toevoegen aan dit verhaal. En dan is er nog een vraag: Wat gaat er, wat wordt er gedaan of wat gaan we doen aan het scheef wonen? Er zijn natuurlijk mensen met een behoorlijk inkomen die vanuit de historie een sociale woning hebben. Maar worden die er dan uitgezet of is daar een regeling voor? Dat zou ik ook graag willen weten. En inderdaad wat de heer Oomkens al zei, we beginnen met achthonderd woningen. Als iedereen er dan afgaat, dan blijven er honderdzestig over. Hoe gaan we, hoe gaan we daarmee om, wat gaan we daaraan doen dat dat eventueel meer zou kunnen worden? Bouwen, hoorde ik zonder microfoon. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank, heer Van Goozen voor uw inbreng. De heer Westendorp, VVD. De heer Westendorp: Ja, dank u wel voorzitter. Als je als laatste in het rijtje aan de beurt bent, dan is inderdaad een hoop gezegd. Dus daar ga ik verder ook niet op terugkomen. De antwoorden zullen we snel krijgen.
In het algemeen kunnen wij ons wel goed vinden in de zienswijze die hier is voorgelegd. Twee, drietal, nee, twee volle vragen ter verduidelijking eigenlijk meer. We hebben echt ook inderdaad, met het bril van Laren hebben we dit gelezen. Dus de brandweerlieden, die zijn belangrijk en er worden er vijf regionaal met voorrang eventueel toegewezen. Nou, als wij hier zelf al behoefte hebben aan een groot aantal vrijwilligers, dan vraag ik me af of dat voldoende is voor Laren. Dus ik zou graag van de wethouder willen horen: Hoe is de lokale situatie? Waar hebben wij eigenlijk behoefte aan? En als die behoefte groter is, wat kunnen we daarmee doen? Een andere vraag is, omdat we zien dat we natuurlijk met name ook in Laren maar een grote druk is op het verkrijgen van de sociale woning voor cruciale beroepen in het algemeen. Dat is wel iets wat belangrijk is. Daar hebben wij ook profijt van, want ook wij gaan naar het Tergooi in andere gemeenten. Hoe zit het dan eigenlijk als mensen een woning toegewezen krijgen en drie maanden later een andere baan nemen? Ik vraag me gewoon af, ik heb er niks over kunnen vinden. Maar ik zou dat wel willen weten, want de druk is zo groot dat de urgentieregeling en de toewijzing wel zo eerlijk mogelijk moet verlopen hè. Wellicht dat we daar iets meer informatie over kunnen krijgen.
Voor de rest eigenlijk gewoon uit interesse, de jeugdleeftijd wordt opgekrikt naar, van vijfentwintig naar zevenentwintig. Er zijn al heel erg beperkt aantal plaatsen voor de jeugd. Dus we maken eigenlijk de groep groter, waardoor het percentage wat een toewijzing krijgt lager wordt. Ja, even op basis van de informatie die wij hier hebben kunnen lezen. Volgens mij is de reden die is aangegeven, omdat dat landelijk nou eenmaal zo geschiedt. Dus wij passen ons aan aan een landelijke norm. Maar mijn vraag is eigenlijk, onze vraag is eigenlijk: Wat is daar de achterliggende gedachte van? Naarmate de
jeugd ouder en ouder wordt, zijn ze zelfstandiger. Dus is dit inderdaad noodzakelijk, gebleken uit onderzoek dat we dit moeten doen? Dus daar wil ik het eigenlijk bij laten. De voorzitter: Dank, heer Westendorp. Een groot aantal vragen, waarvan er een aantal heel technisch zijn. En ik geef graag het woord aan de wethouder en mevrouw Jordans voor de beantwoording, voor zover mogelijk. En ik denk dat we ook even moeten kijken hoe we omgaan als er hele specifieke vragen zijn, op welke wijze de commissie daarover geïnformeerd wordt. Het woord is aan de heer Westerkamp. De heer Westerkamp: Ja, dank u, voorzitter. Dank allen voor uw vragen en het bestuderen van dit stuk. Begin even met Liberaal Laren. Ja, dat zijn wel hele technische vragen, is wel jammer. U had ze echt gewoon vooraf ook mogen indienen, want dan hadden we ze wellicht alvast voor u kunnen beantwoorden. Wellicht dat mevrouw Jordans daar nog wat van kan beantwoorden, maar anders ja, eigenlijk een verzoek van onze kant: Als u echt dit soort technische vragen hebt, stuur ze alsjeblieft van tevoren in, want dan kunnen we het ook echt voor u gelijk dat antwoord hebben. Nu moet ik het u achteraf gaan geven. En ja, dat kan soms voor een raadsbehandeling dan wel vervelend zijn. Maar dat is een verzoek meer van onze kant af, want wij willen u graag ten dienste zijn, zo optimaal mogelijk.
Maar goed, we gaan kijken wat we kunnen beantwoorden. De heer Westendorp: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja, tuurlijk. De heer Westendorp: Ik verkeerde in de veronderstelling, dat dat tegen de afspraak is die in de commissie Bestuurlijke Vernieuwing is gemaakt. Schriftelijke vragen vooraf. Maar ik kan me vergissen, maar dat staat mij bij. De voorzitter: Voor zover ik weet hebben wij gewoon gezegd, dat op moment dat er hele technische vragen zijn dat u die vast van tevoren kunt indienen, zodat die ook gewoon tijdens de commissievergadering beantwoord kunnen worden. Dus in deze heeft u een aantal heel specifieke vragen gesteld. Dat kan in het vervolg inderdaad zoals de wethouder zegt, als u die van tevoren op mail zet, dan kan daar ter voorbereiding naar worden gekeken. Het is geen politieke vraag, het is puur een hele technische vraag die u stelt. Dus dat is op zich prima. De heer Westendorp: Leermoment. De heer Westerkamp: Ja, nee, prima hoor. Dat is verder ook helemaal geen punt. De heer Westendorp: Nee, maar dat u ze ook nog voor de raadsbehandeling beantwoord, zodat ze kunnen worden meegenomen door uw fractie. De heer Westerkamp: Eerst even naar mevrouw Fontaine. Maar meer algemeen, want er zijn meerdere van uw fracties, eigenlijk bijna allemaal die daar wel over die cruciale beroepen wat roepen.
Dat heeft ieder geval in ons bestuurlijk, portefeuillehouders overleg, bestuurlijk overleg ook voor veel discussie gezorgd. Vanuit Gooise Meren en vanuit Hilversum snap ik hun lijst. Zij hebben ook veel meer sociale woningen dan wij hebben. Zij hebben instellingen als het Tergooi Ziekenhuis et cetera, waar ik kan begrijpen dat ze dat graag willen. Verder hebben we natuurlijk in de regio ook een schreeuwend tekort aan medewerkers in de kinderopvang. Maar we hebben wel gesteld voor bijvoorbeeld, en dan spreek ik ook even namens mijn collega Anne-Marie Kennis van Blaricum, voor ons als kleine gemeente met maar een klein bestand aan sociale
huurwoningen is dat fnuikend. Want het kan dan zo zijn, dat wij straks helemaal niets meer toewijzen aan onze eigen reguliere woningzoekenden die niet tot die cruciale beroepen behoort. Vandaar dat wij wel hebben gezegd ja, voor de brandweer vinden we het echt wel zinvol hè. Daarnaast hebben wij het voordeel hier in Laren dat we boven de brandweer in ieder geval vier woningen hebben. Ja, vier zijn het er geloof ik hè. Ja. Die we aan nou ja, brandweerpersoneel kunnen doen als daar de veiligheidsregio om vraagt. Recent woonden er wat andere mensen in, omdat de relatie met de brandweerman afgelopen was die daar toch in bleven wonen. Nou, dan proberen we dan die weer naar iets anders te krijgen. Dat is gelijk op uw vraag. Ja, nee, als je iets toewijst in het kader van cruciaal beroep of brandweer en iemand gaat daar in die woning en na drie maanden zegt ie, ja, nee, dat brandweer zijn vind ik toch niet zo leuk. Ja, dan kan hij daar gewoon blijven zitten, want dat is je huurdersbescherming die je hier gewoon in Nederland hebt. Dus dat is ook wel voor ons een beetje, voor Anne-Marie en mij in ieder geval ook wel van ja, als we daar dat hele scala aan toevoegen dan wordt het wel hier erg weinig woningen nog voor onze eigen mensen die wij of gewoon regulier woningzoekenden die niet tot die cruciale beroepen behoren.
Dus vandaar dat wij ons op ons standpunt hebben gezet, ook in ons zienswijze. Nou j, dan dat percentage maar naar vijfentwintig terug te brengen en niet dat vijftig om vijftig, totaal honderd. En de één zei, ja, voeg dat samen. Want op zich kan ik uw gedachtegang, mijnheer Oomkens wel volgen van, joh, waarvoor zet je nou specifiek vijftig voor sociaal en vijftig voor middel huur. Want misschien de ene keer heb je er meer van nodig, andere keer minder. Ik vind dat echt wel iets om mee te nemen. Ik denk dat u dat ook gewoon in uw zienswijze misschien best zou kunnen opnemen, dat je zegt van nou ja, we hebben gewoon honderd beschikbaar en dat is een component sociaal en daar zitten middel huur bij. En afhankelijk van nou ja, wie zich aanbiedt, zijn portemonnee sociaal moet of middel huur kan hebben, gaan we toewijzen. Maar we hebben honderd voor die groep beschikbaar. Ik vind hem nog niet zo gek. Ik weet niet hoe de andere vijf collega's daarover denken maar en de andere vijf raden. Maar dat is iets wat u wellicht, want er komt natuurlijk een moment dat u met zijn allen om tafel kunt gaan zitten en kunt gaan shoppen en lobbyen hè, dat is ook echt uw raadswerk bij de andere gemeenteraden om te kijken of jullie punten daar ook weerklank vinden.
Nou, ik heb begrepen ook vanuit de regio dat daar een sessie voor wordt georganiseerd, zodat u met elkaar ieder geval kunt kijken hoever je moties kunt of amendementen kunt ondersteunen en bij elkaar in kunt brengen. Dus ik vind hem op zich, ik snap de gedachtegang, laat ik dat zeggen. Ik vind hem nog niet zo raar. En of je dat nou ja, honderd of dat het er vijftig. Ja, wij zeggen, doe vijfentwintig. Maar dan kijk ik puur naar het Larense belang van ja, wij hebben gewoon niet veel. En als je dat veel doet, dan hou je helemaal weinig over. Dat is natuurlijk ook een beetje in zijn algemeenheid wat ook wel bij u de zorgen doorklinken, maar die wij ook hebben. Als u zegt van ja, wat voor visie heeft het college, mijnheer Vos, op de toename van het woningbestand. Ja, onze visie zou zijn en we zijn natuurlijk bezig nu met de Woonvisie, we moeten echt wel gaan bouwen en met name sociale woningen gaan bouwen. We hebben natuurlijk al in het coalitieakkoord staan, ieder geval minimaal een derde huur. Want als je ze in de sociale koop doet, weet je niet hoe lang je ze vast kunt houden voor de toekomst. Ja, wij hebben hier wel een probleem in Laren dat wij één, geen eigen grond meer hebben of bijna niet meer. Plekje nog voor zeven woningen, project Diaconie en dan houdt het op.
En we dus afhankelijk zijn van projectontwikkelaars, we afhankelijk zijn van de ontwikkelaars die nu de Caliskamp ontwikkelen. Wat zij daar, nou ja, ze weten dat ze minimaal een derde moeten doen volgens het akkoord. Ze hebben natuurlijk in het bestemmingsplan al veertig, heeft u toentertijd gesteld. Ze gaan kijken of ze wellicht meer kunnen bouwen. Dus nou, daar komen we nog op terug, maar daar komen we uitgebreid. Maar daar zijn we wel afhankelijk van dat soort partijen, van hoeverre bent u bereid. Nou, verder zijn er meer dan genoeg aanbieders op dit moment die hun grote kavels willen splitsen en daarvan een deel voor woningbouw hè. Tuurlijk, mensen willen daaraan verdienen. Heb ik op zich helemaal geen moeite mee als we daar wel sociaal zouden kunnen bouwen. Maar ja, op dit punt mogen we niet splitsen, want dat is het beleid. Dus nou, wellicht straks met de Woonvisie en de Omgevingsvisie dat u tot andere inzichten komt. Dan zouden er wel weer wat locaties vrijkomen die
interessant zijn. Want bij iedereen die zich aan de bel trekt, roep ik wel gelijk keihard van, denk erom, u moet wel een derde sociaal gaan realiseren of op een andere manier. Maar wij moeten echt aan sociale woningbouw, want anders ja, we hebben al niet veel. In dat opzicht hebben we geen hoog percentage, maar moeten we kijken of we op andere manieren dat wel kunnen doen. Maar dat hangt ook van de visie af die we straks met zijn allen hebben op het gebied van wonen, hoe we dat zien. Maar wat ons betreft als college gaan we toch kijken wat de mogelijkheden zijn. Dan bij het gesprek met u als raad over de Woonvisie meen ik dat een van onze commissieleden de opmerking maakte: Misschien moeten we wel heilige huisjes omver gooien. Ja, ik denk dat we als we echt, echt willen dat er nog gebouwd wordt op het sociale component, dan zullen we met elkaar echt een verkenning moeten doen. En dan moeten we misschien wel eens weer met een stofkam door het hele dorp gaan om te kijken, waar zijn plekken en waar moeten we misschien een heilig huisje omver gooien. Maar die discussie, die krijgen we nog, die hoort niet hier bij deze regionale huisvestingsverordening. Heeft er uiteraard natuurlijk wel invloed op. Ik ga even kijken, want dit waren wat algemene opmerkingen. Dan, ja, het kan dat we aan meer mensen toewijzen voor wat betreft de brandweer beroep dan vijf. Als u tien wilt, prima.
Nu kom ik volgens mij op een fase dat er ook heel wat, ik zit even te kijken. Ja. Ik ga eerst als het, met uw welbevinden voorzitter, mevrouw Jordans vragen of zij een aantal vragen beantwoordt. En dan kijken we even wat er nog bij u ligt als fracties of die wellicht politieke aard zijn of dat we die van schriftelijke antwoorden moeten gaan voorzien. De voorzitter: Mevrouw Jordans. Mevrouw Jordans: Ja, ik ga een poging doen. Druk meegeschreven. Allereerst wil ik even beginnen met het voorstel over de brandweer hè, want er wordt gesproken over hè, valt het onder cruciaal beroep. Zoals die nu is opgenomen, er was ook één vraag van mevrouw Fontaine die vooraf was gesteld hè: Zijn er geen cruciale beroepen nu opgenomen in de huisvestingsverordening zoals die er nu ligt? Reden waarom er nu een voorstel vanuit verschillende gemeenten komt om dit wel te introduceren. En de vraag is dan: Hoe ga je dat dan doen met de schaarse woningen die je al te verdelen hebt? Dat brandweer verhaal hebben we losgetrokken, dus dat, daar hebben we eigenlijk van gezegd van nou, daar hebben alle andere gemeenten - daar bedoel ik dus ook mee de portefeuillehouders in het fysieke domein van andere gemeenten - gezegd van nou, gelet op die brandbrief hè vanuit de veiligheidsregio, ook gelet op die vier minuten aanrijtijd, moeten we daar wat voor verzinnen.
En hebben we gezegd, trekken we dat los en zijn eigenlijk de gemeenten het er daarmee eens om daar een beperkt aantal voor beschikbaar te stellen. De problematiek speelt ook zeker niet in alle gemeenten, Hilversum, Gooise Meren eigenlijk niet. Het geldt eigenlijk alleen voor Laren, Blaricum en een klein gedeelte van Wijdemeren. Dat zijn eigenlijk de drie gemeenten waarbij die problematiek speelt. Daarvan zijn andere regio collega’s eigenlijk, die zeggen eigenlijk van nou, dan vinden we, als die problematiek zo is dan willen we wel daar vijf woningen voor beschikbaar stellen. Dan kun je natuurlijk altijd discussiëren van, moeten dat er vijf, zeven of tien zijn, maar elke woning die je extra uit de voorraad onttrekt doordat je een, iemand voorrang gaat geven … Want dat wil ik eventjes duidelijk hebben, die huisvestingsverordening die regelt de woonruimteverdeling op een zo eerlijke en transparante mogelijke wijze, waarbij het principe van A vrije vestiging geldt en B dat we bepaalde doelgroepen toch willen proberen te helpen en die een voorrangspositie geven. Elke groep die je voorrang geeft, gaat ten koste van de reguliere woningzoekenden. Want dat hoorde ik natuurlijk net ook al met hè, wat blijft dan ook voor die Laarders.
De regio heeft ook geprobeerd door dat staatje wat er is opgenomen hè, van als je kijkt naar achthonderd woningen die we eigenlijk voor de startende woning hebben, als je daar al die doelgroepen afhaalt, die we A al hebben opgenomen in de verordening. Dus mensen met een hardheidsclausule, uitstroom uit instellingen, statushouders. Nou ja, tel daarbij op al die groepen die we dan eigenlijk nu zouden bespreken. Elke die je toevoegt, dat worden er, van die honderdvijftig worden er nog minder. Dus als je zegt van nou, cruciale beroepen dat is een voorrangsregeling en we gaan
bediscussiëren welke beroepen daar al dan niet onder vallen, moeten dat er vijftig zijn, moeten dat er honderd zijn, dan moet u zich voorstellen, dat hoe meer het er worden, hoe minder regulier wordt toegewezen. Dus dan zou, eigenlijk alleen maar als je dan een bepaald groep valt, dan zou je kans kunnen maken op een sociale huurwoning. En nu is eigenlijk zo gezegd, het voorstel is zo. Die brandweer vond iedereen een goed idee, laten we daar wel een max op zetten. Want we zien ook hè, we zien dat het een probleem is, maar dat is niet alleen maar op te lossen door in een sociale huurwoning. Want niet elke brandweerman, zeker niet als hij samenwoont, komt in aanmerking voor sociale huur. Laren heeft bijvoorbeeld dienstwoningen, heeft daar nog een mogelijkheid zitten. Nou ja, zouden we in andere gemeenten ook niet moeten kijken of er een andere mogelijkheid is om dat anders in te richten. Het claimen van zo'n sociale huurwoning via deze regeling is een mogelijkheid. En dan zou vijf hè, is een mooi aantal. Voor betreft die cruciale beroepen. Dat is een bepaling die in totaal wordt gesteld van, mevrouw Fontaine gaf dat ook, dat is een van de voorstellen die er eigenlijk nu voorligt. Ook omdat die doelgroep, zeker ook als ze samen zijn, niet alleen maar in de sociale terechtkomt. Kijken we of we vijftig woningen in de middel dure klasse kunnen doen.
Die gaan niet via de huisvestingsverordening, want dat zit op sociaal. Dus dat zou je met de corporatie kunnen afspreken en die andere vijftig doen we dan wel via sociaal. Daar zet je dan met zijn allen een maximum op. Want als je dat niet doet, dan kan ongelimiteerd en dan kan elke gemeente bedenken nou, daar moet de loodgieter bij of nou ja, noem maar op, allerlei verschillende doelgroepen die dan eigenlijk nader besproken zouden moeten worden. Wat we nu hebben gezegd is van, we zetten er vijftig in de regio. Dat betekent dat we met zijn allen in de regio bepaalde doelgroepen met voorrang mogen toewijzen. Daar gaat het om, je gaat dus weer met voorrang een woning toewijzen ten koste van de regulier. En dat gaat ten koste van je lokale binding, want mijnheer Goozen die refereerde daar ook al aan. Je hebt die vrije vestiging regionale binding vijftig procent en daarbinnen mag je vijfentwintig procent lokaal toewijzen. Nou, toewijzen aan bijvoorbeeld een brandweerman valt onder die lokale toewijzing en hardheidsclausule met urgentie valt onder een lokale toewijzing. Maar ook cruciale beroepen, als je daarvoor kiest als gemeente, dan gaat dat ten koste van je lokale percentage binding. Misschien dat we iets meer in perspectief. Wat betreft de vraag voor wat betreft ja, ik heb nog een vraag staan over percentage omhoog brengen, starters helpen door te bouwen.