Transcript commissie Ruimte & Infrastructuur 8 februari 2023
Tekst van het document
Ik weet niet welk percentage de vraag misschien op sloeg. Maar dan was er een vraag over de loting. Daarvan hebben we gezegd in, of tenminste daarvan zien we - daar is ook een hele paragraaf opgenomen in de Bouwstenen Nota - dat de kansen voor jongeren ten opzichte van mensen die langer ingeschreven staan, dat die kleiner zijn. Dus daarvan zeggen van nou, dan willen we om die kansen voor jongeren iets te vergroten, willen we een aantal woningen loten. Daar is ook een maximum op gezet, omdat je met corporaties wel afspraken moet maken dat dan vervolgens niet elke woning wordt verloot, want dan wordt er niks meer via het aanbodmodel ter beschikking gesteld. Dus daarom zit daar een max op. En corporaties onderling hè, zijn natuurlijk meerdere corporaties, in Laren hebben we er toevallig één, maar in regio Gooi en Vecht die moeten, al die corporaties moeten elkaar samenwerken en maximaal een aantal behalen. Soms kom je in de buurt en soms niet. Maar dat is bedoeld om jongeren die een kortere inschrijfduur hebben, om die wat meer kansen te bieden ten opzichte van bijvoorbeeld oudere woningzoekenden die een langere inschrijftijd hebben. En daar zit inderdaad een verdeling in tussen tot drieëntwintig jaar. Want je kunt woningen labelen, dat kan een corporatie doen met een label van dit zijn jongerenwoningen tot drieëntwintig jaar.
Dan kunnen er natuurlijk alleen maar die mensen op reageren met voorrang voor. Maar we zien dan dat jongeren hè in de categorie drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig en misschien zesentwintig, dat die dan weer net iets buiten de boot vallen. Dus daarom hebben we gezegd, laten we die groep vergroten. Dat is volgens mij ook antwoord op de vraag van mijnheer Goozen van hè, waarom zou je dat regionaal, waarom zou je aansluiten bij het regionale van zevenentwintig. Nou, in den lande gebeurt dat ook vaker, wordt die leeftijd gehanteerd. Mede omdat juist die aantallen, dus drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig, zesentwintig, die mensen door loting nog wel in aanmerking kunnen komen, maar dus niet in aanmerking komen voor een woning tot drieëntwintig jaar en die
jongere tot drieëntwintig jaar dus wel. Dat, je probeert een balans te creëren eigenlijk ten opzichte van andere woningzoekenden. Nou, dan zijn er vragen gesteld over, wat is cruciaal. Nou ja, dat is, volgens mij moeten we dat hè, dat staat ook in het stuk, dat moet eigenlijk nog nader uitgewerkt worden - het voorstel komt van twee andere gemeenten die daar hè, graag op zouden willen inzetten. Als Laren dat wil, betekent dat als we met zijn allen, alle raden vaststellen van nou, dat zijn vijftig 50 woningen, dan zouden we binnen de regio moeten verdelen hoeveel Hilversum gaat doen en hoeveel Laren gaat doen. Maar weet wel, dat je dan als Laren zijnde moet nadenken over wat vind je dan cruciaal. Ja, en de een vindt de loodgieter en de ander vindt wijkverpleging. Daar zul je dan mijns inziens heldere regels ook voor moeten opstellen, wanneer je wel en niet iemand in aanmerking laat komen. Nogmaals, het gaat dan ten koste van je mogelijkheid om lokaal toe te wijzen. Daarop aanhakend was er een vraag ook hè, hoe zit het met mensen die een bepaald beroep hebben en dan in een woning terechtkomen en vervolgens na een half jaar of dan ook iets anders gaan doen. Nou, dat is pech.
Dat betekent dat die mensen daar kunnen blijven wonen, want je hebt natuurlijk gewoon normaal privaatrechtelijk een huurovereenkomst met de corporatie en dat betekent dat diegene er gewoon in kan blijven zitten. Dat geldt eigenlijk ook voor brandweer. We hebben natuurlijk in het verleden ook, in Blaricum hebben we gekeken naar huisvesting voor brandweerlieden. Ja, geef je die een voorrangspositie op een sociale huurwoning en ze stoppen bij de brandweer, dan kun je daar niks tegen doen. Dus mooier zou zijn als je dan hè brandweerwoningen bouwt, om maar even zo te zeggen hè. Dus in ieder geval dienstwoningen. Dan kun je daar een ander soort contract op zetten. Voor zover ik weet zijn die met de cruciale beroepen, is die mogelijkheid er niet. Ik vraag me ook af of die er komt. Ik denk het niet, want dat zou misschien ook een soort van discriminatie zijn. Dus dat betekent, dat als je die mensen voorrang biedt maar ze gaan na verloop van tijd iets anders doen, dat ze wel in die sociale huurwoning mogen blijven wonen. Dat. Dan had ik een vraag nog over de, van mijnheer Vos geloof ik, over de enquête en de tevredenheid. Een van de stukken die er ook bij zit volgens mij, is de enquête van hè, bent u tevreden over Woningnet. Daar zit ook een stuk bij dat we als uitwerking ook in het regionale verband, dat we Woningnet gaan updaten om maar te zeggen.
Dus ook een kansen scan gaan creëren en de teksten verduidelijken, zodat het voor woningzoekenden nog beter wordt en ja, eigenlijk het tevredenheidsonderzoek honderd procent zou opleveren. Als je dat al kan behalen. Maar het gaat erom dat bijvoorbeeld woningzoekenden nu wel eens helemaal niet weten, dat ze regionale of lokale binding moeten aanvinken en dat bijvoorbeeld niet gedaan hebben. En dan denken, ja, ik woon in Laren, ik kom nooit in aanmerking voor een woning in Laren. Maar als je het juiste vinkje niet hebt aangevinkt, dan kan je lang wachten. Want dan zou je eigenlijk, dan word je eigenlijk gekwalificeerd als iemand van buiten de regio en dan sta je op plek achthonderd zeg maar. Dus daar wordt aan gewerkt en in regionaal verband kijken we hoe we dat we kunnen verbeteren. Ja, dan een vraag over de statushouders. Een van de vragen die vooraf zijn gesteld door mevrouw Fontaine die ik al beantwoord had, dus ik hoop dat u die ook gezien had. Had ik even een staatje mee gestuurd van hè, hoeveel woningen dus dat gaat zijn. Niet zozeer hoeveel mensen, maar hoeveel woningen zijn er beschikbaar gesteld voor statushouders vanuit die taakstelling die we hebben vanuit het rijk. Nou, dan ziet u, dat was, in 2020 waren dat vier woningen, dat jaar daarna vijf en afgelopen jaar waren dat er negen.
Nou, ik kan u vertellen, als u het nieuws volgt dan, worden er in ieder geval niet minder. Want die moeten we blijven huisvesten. Die gaan van die mutatie af. Dus als je ziet hè, we hebben een gemiddelde mutatie van zesendertig woningen. Ja, daar gaan, dat soort aantallen gaan ervan af. Dus hoe meer je, nou ja, nogmaals, hoe meer je aparte groepen opneemt in een verordening, hoe minder voor de reguliere beschikbaar. Dus in die zin heeft het invloed op de doorstroming, ja. Er zit ook een heel mooi, mooie uitleg bij in deze Bouwstenen Nota, waarbij wordt gezegd van nou, eigenlijk hè een statushouder is een starter net als iemand die uitstroomt uit een instelling of die überhaupt vanuit inwoning zelf de woningmarkt op wil. Als je een vrijgekomen woning aan een starter toekent, dan stopt meteen de verhuisketen. Eigenlijk wat je wil is, dat het aan een doorstromer is en die weer aan een doorstromer en die weer aan een doorstromer. Om zoveel mogelijk dynamiek op die woningmarkt te krijgen, voor zover dat mogelijk is. Dus ja, het huisvesten van
statushouders heeft invloed op de doorstroming, want die is nul. Dat is de conclusie. Dan nog, had ik nog een vraag gehoord. Niet echt in relatie denk ik met de huisvestingsverordening en de zienswijze, maar het ging over een plan voor Oekraïners. Nou, dat hebben we volgens mij nog niet. Volgens mij zitten we nu in de fase dat we de opvang regelen en hoe lang mensen hier blijven en hoe het gaat met vervolghuisvesting, dat hebben we nog niet met elkaar besproken. De heer Westerkamp: Kan er nog wel iets aan toevoegen, want dat heb ik net gezien dat dat ook bij mij nu is binnengekomen over de spreidingswet. Tot nu toe vallen de Oekraïners nog onder de veiligheidsregio; die moet daar dus alles voor regelen. Maar men gaat daarvan nu ook erkennen dat dit hoogstwaarschijnlijk ook gewoon een reguliere situatie wordt en dat het binnenkort op het bordje van de gemeentes komt. Dus dan zullen we daar ook naar moeten gaan kijken van, hoe gaan we die mensen huisvesten. Nou, het enige, misschien maar daar heb ik niet goed beeld op, het enige voordeel misschien bij de groep Oekraïners is, dat het natuurlijk een hele diverse groep is. Ook qua werk en inkomen het niet allemaal in nou ja, zeg maar inkomen zit die alleen maar voor sociaal in aanmerking komen. Denk dat er ook genoeg Oekraïners gevlucht zijn die nou ja, best goed hun boterham kunnen verdienen.
Dus maar goed, dat moeten we gaan zien. Maar zodra daar wat meer duidelijkheid over is - er is nu ook een inschatting gemaakt hoeveel we er het komend jaar of dit jaar weer mogen verwachten – komen we daar zeker bij u op terug. We hebben nu tegenwoordig ook het bestuurlijk overleg Asielketen. Dat zijn we net opgestart, één, twee keer nu bijeen geweest en ik mag daarbij zitten. Dus maar zodra daar wat meer duidelijkheid over is, dan komen we richting uw kant op als raad. Dat zeker. Mevrouw Jordans: Ja, dan had ik nog een vraag over het extra benutten van de couleur locale, is ook nog een vraag van u. Dat was nou ja, denk ik voorgaande keren zeventien procent. Dat jaar ervoor was waarschijnlijk iets hoger. Dat is eigenlijk wat je afspreekt met de corporatie in de prestatieafspraken. Dus als we zien dat het afgelopen jaar iets minder was, dan kunnen we tegen de corporatie zeggen van, zou je iets meer lokaal kunnen toewijzen. Maar dat is ook wel relatief, want die zeventien procent, stel je wijst één woning toe op basis van een hardheidsclausule en één aan een brandweerman, dan zit je waarschijnlijk al dertig procent. Dus het gaat dan niet om zo heel veel woningen. Dan het voorstel of misschien het idee van hé, kwetsbare ouderen, doen we daar wat voor. Ik weet niet of u dan doelt op ouderen in het algemeen die zouden moeten doorstromen.
Nou, daar heb je natuurlijk de regionale wooncoach voor, die ondersteunt met informatie en hulp bij Woningnet en dergelijke. Dat project is in de regio uitgerold. En nou ja, inmiddels afgerond en daar willen we eigenlijk een wooncoach 2.0 voor starten. Dat was, dat zat ook bij de stukken. In het kader van doorstroming zat een presentatie bij hè, dat een van de voorstellen ook die nu voorligt hè, dat de wooncoach eigenlijk ook een soort van wooncoach urgentie op zak krijgt. Dus een soort van instrument, dat als ze ergens thuiskomen en ze zien nou, die valt eigenlijk helemaal buiten de boot, maar het zou echt nou ja, op alle opzichten beter zijn om te verhuizen, dat je dan een urgentie zou kunnen afgeven. Dat voorstel zit er ook in. Maar voor wat betreft ouderen, dat is ook in de Bouwstenen Nota opgegeven, die hebben relatief gezien in onze regio goede kansen, want ze hebben, staan vaak allang ingeschreven. Dus als je dat afzet tegen de andere woningzoekenden, jongeren en iets hè minder oud laat ik het zo zeggen, dan hebben ze best wel goede kansen. Dan is het meer de vraag denk ik van, hoe verleid je hen om te gaan verhuizen. En volgens mij hebben we dat gesprek ook gevoerd toen in het kader van de Woonvisie. Dat heeft ook met aanbod te maken. En ook nou ja, sommige mensen die willen niet. Ja, dus dat.
En voor wat betreft het scheefwonen, dat is niet iets echt wel wat helemaal in de huisvestingsverordening thuishoort. Maar dat is natuurlijk wel wat de aandacht heeft ook van corporaties en dat heeft dan ook te maken met inkomens afhankelijke huurverhoging en dergelijke. Dus daar kijken natuurlijk corporaties ook wel naar, maar dat is niet iets wat we in de huisvestingsverordening kunnen regelen. Dan nog een vraag van de brandweerwoningen, dat we moesten
kijken of, voor de brandweerlieden van, waar hebben we behoefte aan in plaats van die max. Volgens mij had ik die net ook al wel beantwoord. Maar we hebben in Blaricum gezien toen we dat onderzoek moesten doen van hé, hoe groot is de problematiek, dat we eigenlijk in overeenstemming en in overleg met de betreffende brandweercommandant kijken van hoeveel vraag is er en hoe urgent is het probleem hè. Kun je niet meer uitrukken? Dat is eigenlijk wat we zien. Daar zou je kunnen zeggen van, als je kijkt naar de bezettingsgraad dat als je één per jaar zou toewijzen, een brandweerman en ze blijven even bij de brandweer – want dat is natuurlijk het idee hè, dus ze blijven vrijwillig - dan zou je met één per jaar à twee per jaar max zou je al een goede kant op gaan. Want over het algemeen blijven die, zijn die mensen committed en blijven ze ook lange periode bij de brandweer, dus dan hoef je er niet eens helemaal meer dan vijf te doen. Alleen aan Laarders toewijzen, had ik nog een vraag. Die komt vaak terug. Nou ja, zoals u weet waarschijnlijk mag je vijfentwintig procent lokaal toewijzen, dus dat is dan met voorrang hé. Er is natuurlijk een verschil tussen aan Laarders toewijzen an sich en met voorrang voor, want daar gaat het hierover hè.
Kan natuurlijk best zo zijn dat iemand uit Laren reageert op een woning uit Laren en die woning is niet met voorrang aangeboden, maar die komt wel bij een Laarder terecht. Dus het toewijzen, daadwerkelijk toewijzen is natuurlijk wat anders dan met voorrang aanbieden, maar daarvoor voorziet de wetgever momenteel in die vijftig regionale binding en dan daarvan vijfentwintig lokaal. Maar zoals in de nota ook is opgenomen, is het rijk bezig om dat eigenlijk te vergroten en dat naar vijftig procent lokaal te brengen. De vraag is of dat er doorheen komt. Er zijn ook kritische noten vanuit de Raad van State. Die wet is er zeker nog niet doorheen. Maar als dat wel zo is, dat staat ook in deze nota, dat we dan de huisvestingsverordening daarop aanpassen. Dat we dus bij wijze van spreken vijftig procent lokaal kunnen toewijzen. Daarbij opgemerkt ook nog vanuit de Wet Regie op de volkshuisvesting, zijn er ook plannen. Dat is misschien goed om ook in ogenschouw te nemen, dat er vanuit het rijk eigenlijk wordt gezegd, er moeten eigenlijk nog meer cruciale beroepen, niet zozeer cruciale maar urgentie categorieën komen. We hebben bijvoorbeeld nu hè mensen uit Blijf-van-mijn-lijfhuis, mantelzorgers, dat zijn eigenlijk verplichte doelgroepen die je urgentie moet verlenen.
Voorstel is eigenlijk nu en dat komt beetje uit de MRA-kant, is om ook ex-sexwerkers en mensen uit gevangenissen, nou ja, dat is een hele rits, eigenlijk nog met twaalf andere groepen. Nou, u moet je voorstellen, als we die ook nog vorm moeten geven, dan blijft er eigenlijk helemaal niks meer over, dus. Nou, volgens mij kunnen we concluderen, tenminste ik concludeer ook met mijn regio collega's en in de regio, dat het verdeelsysteem wat we nu hebben, dat dat gewoon goed werkt. De programmacoördinator vanuit de regio, die zegt ook altijd van, ja, als we kijken naar andere regio's in den lande dan doen we het echt wel goed als regio Gooi en Vechtstreek. Hebben we het echt goed voor mekaar met de verdeling. Je moet de schaarste verdelen en die balans proberen we zo goed mogelijk ook met de voorstellen die we nu hebben, bij mekaar te brengen. Ja, en een oplossing zou kunnen zijn, meer bouwen. Maar goed. De heer Westerkamp: Ja, precies. De voorzitter: De wethouder. De heer Westerkamp: Nou ja, even op het laatste. Net wat onze programmamanager ook zegt op dit dossier. Ja, op dit moment is de gemiddelde wachttijd, ik zeg wel duidelijk gemiddelde wachttijd, in onze regio drieënhalf jaar voor een sociale huurwoning. Ten opzichte van de andere regio's is dat echt laag. Tuurlijk zijn er excessen dat er wel mensen zijn die soms heel lang wachten.
Maar dat is natuurlijk ook het verhaal ook van die loting. Dat we natuurlijk zien, we hebben toch een regio waar veel wat oudere mensen wonen die allang staan ingeschreven. Hebben dus veel meer punten ten opzichte van de jongeren. Vandaar dat er dus ook een deel van het percentage loting voor jongeren is en met name ook voor die wat oudere groep jongeren tot zevenentwintig jaar, die anders echt tussen wal en schip valt. Maar ja, zo is het. In dat opzicht ben ik het ook
mee eens, als we kijken naar onze gemiddelde wachttijd, dan doen we het niet slecht hier in de regio. Het zou natuurlijk beter kunnen als we wat meer kunnen bouwen. Nou, daar begint een beetje hoop te gloren met straks Crailo wat we gaan ontwikkelen. Dat we daar toch wel weer een aardig percentage sociale woningen in de regio kunnen toevoegen. En ik hoop dat ook dit jaar gewoon voor u, bij ons in Laren ook wat projecten nu echt we een stap verder kunnen brengen, waardoor daar ook, maar goed, wij praten echt over percentages van nou ja, hooguit acht à tien woningen die je in zo'n plannetje krijgt. Misschien iets meer, maar ja, op dat niveau moeten wij het doen. En ja, het zou mooi zijn als je een wat grotere locatie zou vinden waar je in één klap gewoon eens een keer veertig woningen sociaal kunt neerzetten. Maar goed, dat ziet er, tot nu toe hebben we dat gewoon niet, klaar. De voorzitter: Dank. De heer Westerkamp: Volgens mij waren er nog een paar vragen, echt die technische vragen van mijnheer Oomkens over percentages en nou ja, die, als we die goed genoteerd krijgen, dan gaan we u die schriftelijk ieder geval beantwoorden vóór de behandeling in de raad. De voorzitter: Ja, u had er nog één openstaan? Mevrouw Jordans: Ja, ik had er nog eentje niet afgevinkt. Wanneer kan afgeweken worden van de verordening? Was dat een vraag nog? Ja.
Dat is, wanneer je dat doet, is eigenlijk de discretionaire bevoegdheid van college van B&W. Er zijn eigenlijk twee, dat is een van de redenen. Dus als er bijvoorbeeld een urgentie aanvraag is geweest en nou ja, het college beoordeelt op basis van omstandigheden in feite dat het hè echt noodzakelijk is dat iemand urgentie verkrijgt. Nou, dat is een afwijking, want dan wijk je af van hetgeen je met elkaar heb afgesproken. Plus als er sprake is van een nieuwbouwproject waarbij je met de corporatie een-op-een afspraken maakt over de toewijzing, dan wijk je in feite ook af van wat je normaal gesproken doet. Bijvoorbeeld nou ja, deze woningen zijn voor senioren, dan ga je inzetten op senioren, doorstroming, huurwoning, sociale huurwoning achterlaten. Dat is in feite ook afwijken van de verordening, dus dat zijn voorbeelden die daaronder vallen. De heer Westerkamp: Wij blijven het gewoon diaconie noemen, die zeven woningen aan de Eemnesserweg. Die willen we dan ook echt labelen voor vijfenvijftig, nou ja, voor seniorenwoning. Dat is op dit moment, volgens mij is het toch geen vijfenzestig plus senioren, het is toch vijfenvijftig plus? Volgens, hè? Ja, het is echt, ja, het is echt vijfenvijftig plus. Ik weet dat de heer Goozen de vraag heeft, kan het dan niet zeventig plus zijn, want dan … Maar dat is een feit ook voor de sociale huurwoningen, daar komen echt ouderen wel aan bod.
En kijk, bij die diaconie weet ik van u, heeft u natuurlijk als raad ook gezegd, dat willen we graag voor kwetsbare ouderen hebben. Wat is kwetsbaar hè? Ik bedoel, dat is ook weer heel subjectief hoe je dat wilt beoordelen. Maar zij willen het natuurlijk graag in de zin van, dat we altijd daar aan die groep kunnen toewijzen. Ja, dat gaat niet lukken. Dat laat de verordening niet toe. En ik heb bij mijn collega's nog geprobeerd om te zeggen van: Joh, als we nou woninkjes voor een echte specifieke doelgroep bouwen, kun je die dan daarvoor ook altijd oormerken? Nee, dat kan dus niet. Daar wil men ook niet in meegaan. Dan moet het echt een nou ja, bijvoorbeeld een zorginstelling zijn die dan die zorgwoningen bouwt. Dan kun je ze doen. Maar helaas bij de diaconie is het niet gelukt om een zorgpartij te vinden die die zeven woningen wil bouwen. Dus vandaar dat we het met Gooi en Omstreken precies, in principe proberen te ontwikkelen. De voorzitter: Helder. We hebben een uitgebreide ronde van vragen en een uitgebreide ronde van beantwoording gehad. Het is nu half elf. Ik weet niet wie er nog dringend een tweede ronde wil? De heer Vos en de heer Van Goozen had nog één opmerking. Ja. De heer Van Goozen had een opmerking.
De heer Van Goozen: Ja, ik heb alleen één opmerking over die vijfenvijftig, vijfenzestig. Dat staat in 2.1, daar worden ze beide genoemd. Dus daar staat, worden gelabeld voor vijfenvijftig plus of vijfenzestig plus. Dus mijn vraag is … De heer Westerkamp: Ik ga hem meenemen als de Gooi en Omstreken de diaconie gaat ontwikkelen, of dat niet vijfenzestig plus kan worden. De heer Van Goozen: Dank. De heer Westerkamp: Zeker. De voorzitter: Die toezegging is binnen. En de heer Vos wilde graag in tweede termijn ook nog een reactie geven. De heer Vos: Ja. Geen, ja, inderdaad, voorzitter. Geen vraag, maar eerder een reactie. Want ik werd een beetje geprikkeld door twee dingen die aan de overkant gezegd werden. Het eerste wat ik hoorde van ja, misschien kunnen we grote kavels dan misschien gaan bestemmen om te gaan bouwen en zo. Hoor ik u tornen aan het Nota Groene Vingers, mag ik dat zo interpreteren? U hoeft er hier nu geen antwoord op te geven hoor, maar … En mijn tweede vraag of opmerking was en hij is ook een paar keer toch door uw buurvrouw gememoreerd, we hadden in het verleden inderdaad een aantal dienstwoningen in Laren waar heel veel brandweermannen en zo gebruik van maakten. Een hele mooie manier was dat om het mes aan twee kanten te laten snijden.
Mogelijkerwijs een oplossing om binnen de gemeente iets dergelijks weer in het leven te roepen, te reanimeren? De voorzitter: Twee vragen, althans … Mevrouw Jordans: Ja, voor die brandweerwoningen. Dat zijn vier woningen. Die waren in het verleden bestemd als brandweerwoning en daar zaten toen ook ja, brandweermannen in. Toen op een gegeven moment is er in het, dan praat ik over al heel veel jaren terug hoor, was die oproep er niet. Dus toen zijn er reguliere huurders ingekomen. En gaandeweg zijn er nu inmiddels drie van de vier woningen bewoond door brandweerlieden, waarvan één ook een speciaal contract heeft. Want dat hadden we eerder nog niet ingeregeld en vorig college had ook gevraagd om dat met veiligheidsregio in te regelen. Dus dat betekent, als er nu een woning vrijkomt die in overleg met de veiligheidsregio wordt bestemd voor een brandweerman die door de brandweercommandant naar voren wordt geschoven, met een speciaal dienstcontract zeg maar. Dus als die dan de brandweer verlaat, dat die dan ook weer eruit moet. Dus dat zou een mooie optie zijn om daarvan dan meer woningen te bouwen als er nog meer brandweerwoningen nodig zijn. Ja. De voorzitter: Dat is een heel concreet antwoord. De heer Westerkamp: En wat betreft die groen, Nota Groene Vingers.
Nee, natuurlijk wil ik daar niet aan tornen, maar ik hoor u allen ook enorm de wens roepen van, we hebben meer sociale woningbouw nodig. We hebben meer woningen nodig hè, ook middel koop voor of middel huur voor doorstroming. En ik constateer alleen dat, is mijn constatering komend van buitenaf, dat we hier eigenlijk bijna geen plekken meer hebben, maar dat ik wel regelmatig eigenaren van landgoederen met veel grond aan mijn deur krijg van: Goh, ik zou hier wel en ja, ik wil daar ook wel sociaal bij bouwen. Maar ik ze nu nog wegstuur met de mededeling: Luister eens, het beleid is, wij gaan geen kavels splitsen. Dus ja, u bent aan het verkeerde adres op dit moment. Maar goed, we zullen met zijn allen straks moeten nadenken van, hoe kunnen we, nou ja, wat is onze ambitie. En als die ambitie is meer bouwen, dan zullen we daar met elkaar over moeten nadenken. Dat hoeft niet nu. Ik bedoel, daar is dit onderwerp niet voor. Maar daar komen we denk ik bij de Woonvisie meer dan genoeg met elkaar daarover te praten van, goh, hoe moeten we dat dan gaan oplossen met elkaar. Want dat is een
gezamenlijke inspanning van, niet alleen van u als politiek, maar ik denk ook van ons met de samenleving samen om te kijken, wat is mogelijk. En de samenleving heeft bewezen dat zij hele ingenieuze ideeën, wensen en suggesties heeft die tot wat kunnen leiden. De voorzitter: Dank, de heer Westerkamp voor deze beantwoording en dank voor de uitgebreide toelichting ook van mevrouw Jordans op de techniek van de huisvestingsverordening die eigenlijk, als ik het samenvat, best goed functioneert. Waar veel noden zijn en waar we veel zouden willen oormerken, maar dat heeft allemaal weer invloed op de schaarste. Als ik het zo samenvat. Dat leidt ertoe dat we dit onderwerp nu afsluiten. Ik kijk wel even rond of we behoefte hebben aan behandeling in de raad van dit onderwerp of dat u zegt, de zienswijze kan een hamerstuk zijn? En toen werd het stil. De heer Van Goozen: Nee, dat denk ik niet. De voorzitter: De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Ik denk dat we dat wel moeten bespreken. De voorzitter: U wilt behandeling in de raad. Ja. De heer Van Goozen: Want ik hoorde de wethouder ook zeggen, dat we, in de regio kunnen we moties en amendementen indienen. De voorzitter: Dat is de volgende fase. De heer Van Goozen: Ik denk dat we dat zeker willen doen. De voorzitter: Ja, dat gaat even over het proces. De wethouder wil er ook nog even iets over zeggen.
De heer Westerkamp: Ja, misschien kan ik u wel helpen. Kijk, er zijn nu hier wat suggesties. Mijnheer Oomkens, die heeft een suggestie gedaan, mevrouw Fontaine over. Kijk, die zou je straks met elkaar in dat regionale verband waar je straks met andere fracties samen zit, kijken hoe je dat soort dingen kunt binnenhalen. Kijk, als u het met elkaar over een aantal opmerkingen nou ja, even een voorbeeld wat mijnheer Oomkens zei, kun je niet die vijftig woningen. Nou ja, daar heeft net mevrouw Jordans uitleg gegeven wat die nou zijn. De één doet wel de woningbouwvereniging of die heeft ze ook, dus dan, maar die andere moet je echt. Als u dat met zijn allen over eens bent van joh, dat willen we ook dat we die niet gaan zeggen vijftig sociaal en vijftig middel huur, maar gewoon vijftig woningen voor cruciale beroepen. Als je dat nu met elkaar al allemaal eens bent ja, dan zou je dat straks bij de behandeling van de raad met een amendement even kunnen doen en dan wordt het gedaan. Maar anders is het iets van nou ja, stel deze zienswijze vast. Want over het algemeen hoor ik dat u daar best met zijn allen wel in kunt vinden. En als er echt aspecten zijn van hé wacht effe dat wil ik binnenhalen ja, dan moet je dat ook echt op regionaal verband binnenhalen. Want alleen hier met elkaar kun je wat doen, maar we hebben nog vijf andere gemeenteraden die meespelen in dit verhaal.
De heer Van Goozen: Ja, maar er komt … De voorzitter: De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Sorry. Er komt toch een regionaal overleg ook? De heer Westerkamp: Ja, dat zeg ik.
De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, de concept zienswijze ligt voor ter behandeling in de raad of ter vaststelling in de raad. En als u het eens bent met de concept zienswijze zoals door het college opgesteld en u zegt nu met elkaar, daar hebben wij verder geen inhoudelijke wijzigingen op aan te brengen, dan zou dit stuk in de raad een hamerstuk kunnen zijn. Dat laat onverlet, dat als u los van de zienswijze op de concept huisvestingsverordening zoals die de komende maanden wordt voorgelegd, een amendement zou willen inbrengen, dan kunt u dat doen. Op 12 juni is er een gezamenlijke vergadering van alle raden waarbij u amendementen kunt vaststellen met elkaar. Als die door alle raden worden gedragen, dan gaan die invloed hebben op die definitieve huisvestingsverordening; die wordt dan aangepast. Alleen, u kunt nu natuurlijk al zeggen van nou, wij hebben gehoord de beraadslaging. Opmerkingen ten aanzien van de zienswijze die ons college gaat inbrengen want wij vinden met elkaar dat en dat en dat, dan betekent dat u behandeling in de raad vraagt om de zienswijze aan te passen. Dus dat is wat u nu, wat hier nu voorligt. Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Ja, maar er zitten nog wel een, dank u wel mijnheer de voorzitter, er zitten nog wel een aantal aspecten in deze zienswijze waar toch een keuze in gemaakt zal moeten worden voordat het een zienswijze genoemd kan worden.
Ik noem alleen al voorstel vijf, daar moet gekozen worden uit een of meerdere ideeën. Dus dat ligt dan toch nog helemaal niet vast? De voorzitter: Nee. De keuze die uiteindelijk wordt gemaakt in de concept verordening, dat is natuurlijk wat niet vastligt. Maar de zienswijze, die ligt voor. Maar als u zegt, ik wil vanuit mijn fractie een opmerking maken over de zienswijze, dan is een raadsbehandeling handig, want dan gaat u dus de zienswijze van het college aanpassen. Dat is wat u doet. Maar als u zegt, ik vind het een prima zienswijze die hier in concept is opgesteld, gehoord hebbende de informatie, ja, dan zou dit een hamerstuk kunnen zijn. De heer Vos. De heer Vos: Ja, ik vind dat altijd een beetje een merkwaardige beslissing of dat een hamerstuk moet laten zijn of niet. Ook al is het ingebracht als hamerstuk, kan er nog steeds over gepraat worden. Dus ik vind dat altijd een beetje een loze mededeling, dit is een hamerstuk. Want als iemand dan toch de dringende behoefte voelt om er wat over te zeggen, is het hamerstuk af. Dus ik denk dat uw aanbeveling om het gewoon ter bespreking in de raad te brengen, ongeacht of u daarop gaat slaan, dat de meest verstandige is. De voorzitter: Ik ga niet gauw slaan. Ik volg wat de commissie wil. De heer Westendorp.
De heer Westendorp: Ja, nog een andere toevoeging die mij ook, of ons ook doet denken om het niet als hamerstuk op te voeren, is dat we natuurlijk ook net informatie hebben gekregen dat die hele verordening met een half jaar is uitgesteld. Dus dat is ook weer een nieuwe dimensie en een nieuwe dynamiek. Dus de haast die we hadden om voor 28 februari alles rond te krijgen, is er niet meer. Dus ik zou … Nee, een half jaar toch? Uit mijn hoofd. Maar goed, ieder geval, er is veel meer tijd om hier nog goed over na te denken. Ik denk wel dat er nu momentum is, dus laten we het inderdaad behandelen. Dat zou mijn voorstel zijn. De voorzitter: We gaan hem agenderen voor de raad. Mevrouw Jordans, u wilde nog een procedurele toevoeging maken, neem ik aan? Mevrouw Jordans: Ja, over de planning inderdaad. U krijgt zo meteen, dat loopt een beetje door mekaar, u krijgt zo meteen nog een raadsvoorstel om de huisvestingsverordening zoals die er nu ligt, met een half jaar te verlengen. Omdat we 1 juli niet gaan halen vanwege de zienswijze, maar dat betekent wel dat de zienswijze eigenlijk medio maart bij de regio bekend moet zijn. Want dat is het verzoek van de regio: Gemeenten, kom met alle zienswijzen en dan gaan we zo’n regiobijeenkomst organiseren. De heer Van Goozen: Dus wij hebben maar één maand extra, dat is het verhaal.
De voorzitter: Even via de voorzitter graag, de heer Van Goozen. Ja. En daarom staat hij hier in de planning, dus we gaan hem gewoon ter bespreking geven in de raad waarbij u nog opmerkingen kunt maken. Dan gaat hij vervolgens de procedure in, inclusief een extra voorstel van verlenging voor de huidige regeling. Ja. Dan dank ik u voor deze bespreking. 9.
Rondvraag
De voorzitter: Dan gaan we over naar de rondvraag en daar hadden we de heer Van Goozen die een rondvraag nog had. De heer Van Goozen: Eindelijk. De voorzitter: Eindelijk aan de beurt. En ik inventariseer nog even: Zijn er nog meer mensen die in de rondvraag punten hebben? De heer Vos? Nee. De heer Vos na de heer Van Goozen. De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Nou, daar komt ie weer. We hebben een definitieve besluitenlijst gekregen van het college. Daar op punt 4.03 staat de aanpassing van de erfpacht akte Schapendrift 66, beter bekend als de Sprokkelenburg tennishal. Er is een heel gedoe over de koop en de verkoop van die hal, dus wordt juridisch over een touw getrokken. Maar wat de wethouder ons mededeelde was, dat er een erfpacht overeenkomst lag waarbij stond dat er minimaal eenenvijftig procent van die hal tennis moest zijn. Nu krijgen we in die aanpassing van de erfpacht akte, staat er in te stemmen met de wijziging van de erfpacht overeenkomst opgenomen bestemd naar racketsport. Dat betekent dus dat als we even niet opletten, dat die hele tennishal weggaat en dat er alleen nog maar padel is. Want dat zou in principe kunnen. Er zijn een heleboel Laarders van zeg maar gerespecteerde leeftijd die daar heel graag willen tennissen.
Dus mijn vraag is: Kunnen we dat niet gewoon handhaven, dat het voor de helft tennis blijft en de andere helft padel? Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: De wethouder. De heer Westerkamp: Even geschiedenis. De heer Paul van Latum is de eigenaar van Sprokkelenburg. Die heeft de wens geuit om te gaan stoppen. Heeft geen opvolger en probeert zijn hal te verkopen. Die hal is nou ja, niet echt te verkopen. Dan, dat er partijen zijn die daar heel graag padel in willen hebben. Oftewel, bijna naamgenoot van hem, John van Lottum, oud-tennisspeler, ooit nog eens hier gespeeld bij LLTC volgens mij, die daar graag padelbanen in wil realiseren. Een racketsport die in grote opkomst is, waar enorm veel vraag naar is naar banen. Op dit moment is de afgelopen twee jaar, heb ik begrepen, is het aantal spelers vervierdubbeld en het aantal beschikbare banen vertweedubbeld. Dus er is een chronisch tekort. Nou, je ziet ook al, als je wilt padellen in Amsterdam, dan moet je al uitwijken naar de omliggende gemeenten omdat je nergens een baan meer kunt huren. Hij heeft een koper gevonden. Dus John van Lottum wil hem graag exploiteren en die heeft een partij gevonden die graag die baan wil kopen. Dus hij wil daar graag padel in vestigen. Op zich hebben wij daar niets op tegen.
Het is een sport die in opkomst is, die ook door heel veel mensen hier in Laren wordt beoefend, net als veel mensen natuurlijk nog tennissen. En wat ons betreft is dat prima. Er is alleen een akte uit 1989, die inmiddels alweer een aantal vervolgaktes heeft. Maar wordt iedere keer terugverwezen naar de ouwe akte uit 1989 of 1987, ik weet niet meer precies, waarin staat dat eenenveertig procent tennis moet zijn en de rest mag dus andere sporten zijn. Wil je, heb ik begrepen zo’n bal, zo'n hal ieder geval een beetje redelijk exploiteren, heb je wel minimaal acht banen nodig indoor om daar uit de kosten te komen. Maar goed, dat vind ik een zaak van de ondernemer zelf. Maar we zien ook dat er andere sporten zijn. Ik noem, squash is ook een binnensport die het veel goed doet. Dus wij hebben ook gemeend en ook op verzoek van Paul van Lattum, want dan kan ie hem, Latum, want dan kan ie hem wat makkelijker verkopen, om daar de term racketsport aan te hangen. Daar krijgen wij ook wel weer wat voor terug. Eén, we mogen een stuk goedkoper riool aanleggen naast de tennishal. We geven daar nog een extra stuk in erfpacht, zodat die ook beter het pand kan worden onderhouden in de toekomst. En we hebben aan de heer Van Latum, Van Lottum
gezegd van: Luister, wij willen dat best wel omzetten, maar dan willen we dat je minimaal drie jaar, minimaal twee banen nog voor tennis beschikbaar houdt en maximaal vijf jaar. Dus minimaal na drie jaar gaan we kijken: Loopt dat goed, worden die baren nog steeds goed bezet? En het is ook aan hem uiteindelijk wat die verder met zijn exploitatie doet. Nou die, daar hebben ze mee ingestemd, dat we hem in ieder geval nog voor vijf jaar max die twee banen beschikbaar houden. Dat zijn die twee banen in de achterste hal. Zodat de heer Paul van Latum zijn Sprokkelenburg kan verkopen. En wij hebben daar op zich geen moeite mee, want de racketsport is breed. We zien ook, er is nog een andere racketsport, die nu erg in opkomst is. Begint met een p, begint ook met een p, maar ik weet bij God niet hoe die heet. Maar dat is ook met dingetjes. Nou ja, bijna zoiets. Maar wij hebben er op zich als college geen bezwaar tegen om dat te doen, omdat dat ook de heer en ondernemer die ons denk ik allemaal aan het hart heeft, want hij heeft zich lang hier voor deze gemeenschap zijn hal in stand gehouden. Maar hij ziet daar geen toekomst meer in. En er zijn natuurlijk nog veel mensen die tennissen, maar we weten ook dat het tennis op dit moment behoorlijk aan het afnemen is, überhaupt landelijk. De voorzitter: Helder.
Het is een rondvraag, dus ik weet niet of u een aanvullende vraag hebt? We gaan niet hierover in discussie. Dan, ja. De heer Van Goozen: Mijn aanvullende vraag is: Had dat dan ook niet in die overeenkomst moeten staan hier? De voorzitter: Van de wethouder? De heer Van Goozen: Van die vijf jaar. Want dat staat er nu niet in. En dat zegt u mij nou, maar … De heer Westerkamp: Dat staat in de erfpacht overeenkomst die wij op dit moment aan het opstellen zijn, staat dat daarin. Ik kan ook effe zo niet zo heel gauw zien, wat daar precies in het collegebesluit staat. Ik denk dat daar gewoon het besluit staat en niet alle onderliggende dingen. Ik weet niet hoe dat werkt bij u hier in de raad, wat u krijgt vanuit ons collegebesluit. We hebben altijd een gemeentesecretaris die dingen krachtig en kort en bondig opschrijft. De heer Van Goozen: Akkoord. De heer Westerkamp: Maar onder, ik bedoel als hij straks klaar is, dan is dat denk ik gewoon inzichtelijk of komt een keer langs om precies te zien wat daarin staat. Maar in ieder geval die dingen zijn daarin geregeld. Eén, wij mogen het stuk riool daarnaast neerleggen van de ligweide. Nou, dat scheelt enorm veel geld, als we het anders moeten doen. Dus met elkaar hebben we tot die overeenkomst gekomen. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. U had een aanvullende vraag op deze rondvraag, de heer Jansen? De heer Jansen: Nu wel.
Ja, ik zou dan toch eigenlijk willen vragen aan de heer Westerkamp als wethouder, of hij ook de belangen van de tennissers wil behartigen. Die hal zit altijd stampvol. Er staan mensen op de wachtlijst om daar ‘s winters binnen te mogen tennissen. Dat gaat nu, in één klap gaat dat verdwijnen. Weliswaar gespreid over twee of vijf jaar, maar de mogelijkheid om binnen te tennissen in Laren, die verdwijnt. We hebben twee tennisclubs in Laren. Dus er zijn al twee clubs die gebruik moeten maken van die binnenbanen hè. Ik zou eigenlijk ook bijna naar de VVD willen kijken om ja, de sportpartij om zich te verenigen en ook voor de tennissers op te komen. En niet alleen maar te willen toegeven aan die nieuwe wedstrijd van hoe heet dat, padel. Dus dat was mijn vraag. De voorzitter: Helder. De heer Westerkamp.
De heer Westerkamp: Ik vraag me af of wij ons daarmee moeten bemoeien waar of ergens padel of tennis in komt. Het is een hal die niet ons eigendom is. Anders, misschien kan ik van u een initiatiefvoorstel krijgen waarin u de raad, de gemeente voorstelt om de hal te kopen en dan zelf te gaan onderhouden. Nou, ik denk niet dat u dat wilt. Maar goed, het zou kunnen. Er zijn ook geen tennisverenigingen gekomen zoals in Baren, die zelf de hal willen gaan kopen. Want daar speelt hetzelfde, daar wordt ook door een particulier een tennishal verkocht. Dus nee, ik zou, ik bedoel als de nieuwe eigenaar, ik bedoel en ja, luister eens, padel gaat gewoon tennis verdringen. De generatie die nu padel speelt, wordt straks ook vijftig, zestig, zeventig en die speelt dan echt geen tennis meer, hoor. Die speelt dan alleen nog maar padel. Ja weet je, het is ook de tijdgeest waarin we leven. Dingen veranderen en het is soms lastig. Wij zijn blij dat we in ieder geval hebben kunnen bewerkstelligen, dat in ieder geval voor langere tijd er ieder geval twee hallen voor indoortennis blijven. En je hebt best kans dat mijnheer Van Lottum als ie denkt van nou, weet je dit past wel prima in mijn exploitatie, dat die ze ten langen leste zo laat. Vandaar dat we ook de kreet racketsport hebben ingevoerd. De voorzitter: Dank. Een ander punt van de heer Vos.
De heer Vos: Ja, een ander sportief punt, mijnheer de voorzitter. De afgelopen week heb ik de indruk, dat ik in een soort dorp met loopgraven woon. Ik heb een ongelooflijk respect voor die mensen die bij nacht en ontij en in kou en in narigheid aan het graven zijn voor de firma Delta. Maar als ze daarna vertrokken zijn, dan is het toch ook een heel klein beetje oorlog. En ik denk met name voor mensen die goed op hun voetjes moeten letten. We hebben een ton gekregen van de firma Delta om het toezichthouder op de been te brengen. Ik ben heel benieuwd in hoeverre de toezichthouder al op pad is om eens te kijken hoe de steentjes liggen. Want die ton, die is denk ik snel op als ik ga kijken naar de steentjes zoals die er liggen. Ik vind dat echt een beetje, ik vind dat je die mensen niet kwalijk nemen, want ze hebben echt een k.u.t-baantje. Daar gaat het helemaal niet om, maar de kwaliteit van het terugleggen van de steentjes laat een beetje te wensen over. Ik maak me daar zorgen over en ik, we hebben daar een ton voor gekregen. Ik ben benieuwd wanneer de eerste centjes daarvan uitgegeven gaan worden, aan gips of aan hersteld straatwerk. Dat is mijn vraag aan de wethouder. De voorzitter: Met het verzoek aan de heer Vos om even op zijn woordgebruik te letten, taalgebruik. We zitten in een openbare commissievergadering. De heer Vos: U heeft gelijk. De voorzitter: Ja, dank u.
De heer Westerkamp. De heer Westerkamp: Het is de portefeuille van mijn collega Van Midden, maar ik denk dat ik namens hem wel kan beantwoorden. Hij zit er bovenop. Ze hebben heel veel gedoe gehad met de toezichthouders, die er waren en weer weggingen. Maar wat ik heb begrepen is dat de laatste periode er nu een vaste toezichthouder is, dat er vanuit de gemeente daar nu ook veel scherper op wordt ingezet. Bij een aantal straten zijn volgens mij al herstelwerkzaamheden plaatsgevonden, omdat daar gewoon het terugleggen slecht was. En soms moet het ook nog wel wat inklinken, maar ik weet dat hij er midden op zit. Mijn collega is ook iemand die zeer veel door het dorp gaat, het ook zelf constateert en continu bij zijn afdeling openbare ruimte aan de bel trekt. Maar ik zal hem nogmaals uw oproep ook weer meegeven, zodat hij daar eventueel nog als hij dat wil, richting u passend kan reageren. Maar weet, dat dit echt zijn grote aandacht heeft. De voorzitter: Dank voor deze reactie. Daarmee is het tien voor elf en hadden wij de rondvraag gehad en sluit ik hiermee de vergadering. Met dank aan alle aanwezigen en de wethouder voor zijn uitgebreide beantwoording en de aanwezigen in de zaal die het tot dit uur hebben volgehouden. En een goeie thuisreis.