Transcript commissie Maatschappij & Financien 19 mei 2022
Tekst van het document
De reden waarom we nu de rondvraag aan mijnheer Stam doen heeft wel direct te maken denk ik met de vraag over het weghalen van bankje. Ik zou zo vrij willen zijn, als het die andere vragen betreft, om dat nog aan het einde van de vergadering. Want u concrete vraag was waarom het bankje is weggehaald toch, aan mijnheer Stam. De heer Grunwald: Nee, de vraag is eigenlijk: is er in Laren beleid wat erin voorziet dat dit soort groepen jongeren benaderd worden op een verantwoorde manier? Om ervoor te zorgen dat zij zich in de gewenste richting ontwikkelen en tevens dat overlast voorkomen wordt. De voorzitter: Wethouder Stam, voelt u zich genoodzaakt om hierop te antwoorden? Want als het een van de andere wethouders of dan wel de burgemeester is, dan zou ik me ook kunnen voorstellen dat we deze rondvraag toch gewoon echt als rondvraag doen. Maar ik kijk even naar u. De heer Stam: Nou ja, ik denk inderdaad dat de visie op jeugd, dat dat een zaak is van de wethouder sociaal domein. Wellicht van de nieuwe wethouder sociaal domein, dat weet ik niet. En waar het gaat om de openbare orde en veiligheid is het een kwestie van de burgemeester natuurlijk. Wij hebben het afgelopen jaar ook in het kader van centrumplan hebben we enorm veel nieuwe banken in het centrum geplaatst. En we zullen in de komende tijd de overblijvende banken laten we op dit moment opknappen.
Dus het is wel zo dat het bankensaldo omhoog zal gaan in de komende tijd. Dus wat dat betreft is het een goede zaak. We vonden wel op een goed moment dat de bank die daar op een gegeven moment, ik gaf zelf al met zoveel woorden aan: daar wordt gedeald, daar wordt enorm veel rotzooi gemaakt. En ook op aandringen van de buitendienst is op een gegeven moment toch deze maatregel genomen. En ik hoop dat het helpt. Nogmaals, er komen heel veel banken bij. Ik geloof dat op dit moment zes banken in de reparatie hebben, die hebben we gevraagd aan de inwoners waar ze die graag willen hebben. En die zullen de komende weken en maanden ook uitstrooien over het dorp. De voorzitter: Ik stel voor dat de vraag voor mijnheer Stam hiermee beantwoord is. Ik kijk even naar mijnheer Grunwald. Mocht u op die andere vraag nog een aanvullende vraag hebben, dan stel ik toch voor om dat gewoon aan het einde van de vergadering te doen. De heer Grunwald: Wellicht kan de burgemeester daar ook even op reageren voor wat betreft het aspect van de openbare orde. En ik weet niet of mijnheer Calis als vervanger van de wethouder Den Dunnen in de gelegenheid is om iets te kunnen zeggen over het gevoerde jeugdbeleid in deze.
De voorzitter: Ja, maar dat is echt een rondvraag die we dan wel gewoon naar het einde van de vergadering schuiven. Want anders gaan we nu een hele rondvraag behandelen en dat kan ook weer bij andere leden tot een andere vraag leiden. Ik kijk even naar mijnheer Stam. U heeft hier verder niks meer aan toe te voegen, op dit verhaal. En ik kijk naar de burgemeester en de portefeuillehouder, onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van deze commissie schuiven we de vragen die anderszins gesteld zijn gewoon echt even naar de rondvraag toe. Dan maak ik mijn rondje af. Zijn er nog andere rondvragen aan mijnheer Stam? Nee? Dan bij deze, mijnheer Stam, dank voor uw aanwezigheid hier en uw behandeling van het onderwerp. Wel thuis. En wij gaan niet schorsen, wij gaan gewoon meteen door vergaderen met het volgende onderwerp. 5.4 Conceptbegroting 2023 en conceptjaarstukken 2021 Werkvoorzieningschap Tomingroep De voorzitter: En dat heeft u zelf besloten dat wij 5.4 naar voren halen. En als mijnheer Stam opstaat en mijnheer Calis maakt een klein beetje plaats, dan kan mijnheer Ivo Korte van de Tomingroep aan tafel plaatsnemen. En terwijl hij dat doet ga ik u vertellen wat wij gaan doen. Het onderwerp is de conceptbegroting 2023 en de conceptjaarstukken 2021 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep.
En het voorstel wat hier aan de collega’s voorligt is kennis te nemen van de conceptbegroting 2023 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep. En 2, de bijgevoegde zienswijze op de conceptbegroting 2023 van het werkvoorzieningsschap in te dienen. En 3, wat voorligt is kennis te nemen van de jaarstukken 2021 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep. Dan staat daaraan toegevoegd dat u als eerste dadelijk, mijnheer Korte, het woord krijgt. Nadat mijnheer Calis een korte toelichting als portefeuillehouder heeft gegeven. En het woord is hierbij aan mijnheer Calis. De heer Calis: Dank u wel, voorzitter. In afwezigheid van Jan den Dunnen, die natuurlijk bestuurslid is van Tomin, wil ik graag het woord geven aan mijnheer Korte. Tomin heeft moeilijke jaren achter de rug. Het was duidelijk dat daar echt nieuwe stappen geformuleerd moeten worden. En die plannen die liggen momenteel voor u en die zal mijnheer Korte toelichten. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga er even vanuit dat niemand daar naar aanleiding al van een opmerking naar de wethouder heeft. Dan is het woord aan mijnheer Ivo Korte. Als u de knop aandrukt, dan gaan wij naar u luisteren. De heer Korte: Dank u wel, voorzitter. En goedenavond. Het klopt, wij zijn met de Tomingroep in een belangrijke periode, waarin we de organisatie aanpassen aan wat er op dit moment van de organisatie wordt verlangd.
En dat is wat anders dan in de afgelopen vier jaar werd gevraagd. Er lag een bestuursopdracht om een zo groot mogelijk bedrijf te worden waar we zo veel mogelijk mensen, die ondersteuning nodig hebben op de arbeidsmarkt, een plek konden geven. Met de bedoeling deze mensen voor lange tijd in de organisatie te behouden. En ik ben aangetreden halverwege 2019 en vrij snel geconfronteerd met grote financiële problematiek. Die vooral het gevolg is van het feit dat de oude wet sociale werkvoorziening, die niet meer bestaat maar waarvoor sommige mensen nog wel onder die regeling vallen, die was aanzienlijk beter ondersteund om het maar zo te zeggen vanuit het Rijk met subsidie dan de huidige participatiewet. U heeft daar ook landelijk allerlei berichtgeving over kunnen zien. Heel kort door de bocht, voor een SW-medewerker krijgen wij ongeveer 25 duizend euro voor een voltijdsplek. En dat is gemiddeld voor een medewerker onder de participatiewet ongeveer 15 duizend euro. En wij beschikten niet over werkplekken waar we meer dan 10 duizend euro overhielden. Dus u kunt zich voorstellen dat daar evident een tekort moest gaan ontstaan.
Dat heeft meteen in 2019 ertoe geleid dat het bestuur bij elkaar is gaan zitten en een groep mensen vanuit Tomin en vanuit de toen nog negen gemeenten, inmiddels acht gemeenten, samen zijn gaan kijken van: wat zou je nou wel verwachten van een organisatie als deze? Met eigenlijk drie vragen. De eerste vraag aan iedere
gemeente: wat is uw beleid als het gaat om mensen wat we in een negatieve zin noemen de onderkant van d arbeidsmarkt? Mensen die niet mee kunnen komen op de arbeidsmarkt, wat is uw beleid ten aanzien van die groep mensen? De tweede vraag is: op welke wijze willen de toen nog negen gemeenten samenwerken? En de derde vraag: hoe past Tomingroep als een arbeidsmarktinstrument voor die negen gemeenten, hoe past dat daarin? Dit omdat we anders te snel zouden komen in van: hoe maken we de business case voor Tomingroep, die eigenlijk niet te maken is als je niet eerst weet wat de gemeenten eigenlijk verlangen van het bedrijf. Daar is een groep mensen hard aan het werk geweest, regelmatig ook de bestuursleden over geïnformeerd. En dat heeft alles geleid tot een nieuwe bestuursopdracht die door het bestuur eind vorig jaar, in oktober vorig jaar, is vastgesteld. en die eigenlijk iets anders vraagt dan wat de organisatie opgelegd had gekregen. Namelijk niet: neem zo veel mogelijk mensen op die niet een plek op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Maar eigenlijk is de nieuwe opdracht: geef alleen die mensen langdurig een plek binnen je organisatie die echt niet ergens anders kunnen werken. Maar wees voor alle andere mensen vooral het ontwikkelbedrijf, het werkleerbedrijf, met de bedoeling om tijdelijk bij jullie te verblijven.
Opdat ze daarna door kunnen stromen en een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. En dat is ook waar we nu de organisatie op aan het aanpassen zijn. Dat is een forse operatie, dat vraagt echt andere dingen. U moet zich voorstellen dat werkleiding die gewend was om zo goed mogelijk bijvoorbeeld het groen onderhoud te doen moet nu als eerste denken aan: hoe raak ik mijn beste mensen kwijt? En dat is heel tegennatuurlijk voor een organisatie om te proberen je beste mensen kwijt te raken. Want die moeten namelijk doorstromen naar moeilijkere werksoorten, het liefst buiten onze organisatie. Dus dat is de transitie waar we in verkeren, die op termijn in ieder geval tot een verbeterde financiële positie moet leiden. Maar niet zo zeer een belangrijke financiële positie, maar vooral zorgen dat meer mensen kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Dat is voor de medewerker zelf van belang. Er zijn voldoende studies aanwijsbaar waarbij mensen die aan het werk zijn ten opzichte van mensen die in een niet werkende situatie zitten, en mensen worden gezonder, mentaal fitter, gelukkiger en alles wat daarbij te vinden is. Dus het is voor de persoon zelf goed. Ten tweede, alleen al in deze regio Gooi en Vechtstreek op dit moment 4600 vacatures die niet in te vullen zijn. Terwijl er 2800 mensen in de WW zitten en nog eens ongeveer zo’n aantal in de bijstand.
U kunt zich voorstellen dat op dit moment de bedrijven en organisaties niet te helpen zijn aan voldoende medewerkers. Iemand anders zei het daarstraks al. En het is onze opdracht dus ook om te proberen zo veel mogelijk mensen naar vermogen, naar wat mensen kunnen, te kunnen laten deelnemen aan het arbeidsproces om ook die economie te ondersteunen. En als derde, hoe meer mensen een plek op de arbeidsmarkt vinden met minder of zonder ondersteuning vanuit uw gemeente, dan betekent het ook het budget van de gemeente wat daarbij ondersteund wordt. Dat betekent dus de drie winnaars: de persoon zelf, de economie, de samenleving en u als gemeente. Dus vandaar dat wij nu vooral ingezet zijn om zo veel mogelijk mensen door te leiden en op te leiden en door te leiden naar de arbeidsmarkt. De voorzitter: Mijnheer Korte, dank u wel voor uw toelichting. Binnen de vijf minuten zelfs. Nu zie ik iemand zijn hand opsteken, maar we hebben straks al afgesproken: we beginnen zo nu en dan op een andere plek. Het is niet dat ik u over wil slaan, mijnheer Merx, maar ik begin bij de fractie van Liberaal Laren. Want we gaan het voorstel gewoon in een commissie in een eerste ronde behandelen. En misschien kunnen we het daar ook bij laten. Mijnheer De Jong van Liberaal Laren is als eerste aan het woord om zijn vraag of opmerking te maken met betrekking tot dit verhaal.
En u mag dan wat mij betreft meteen de wethouder schuine streep het verhaal van mijnheer Korte daarin betrekken. Maar de wethouder zal als eerste het antwoord moeten geven. De heer De Jong: Wij hebben verder geen op- en aanmerkingen. Wij hebben gezien dat het jaar 2021, dat daar ook door extra bijdragen inzake corona geld over is wat nu opzij gezet wordt om eventuele toekomstige verliezen te compenseren. Dat vinden wij heel verstandig. En wij vinden ook de begroting voor 2023 er netjes uitzien en wij wensen u veel succes.
De voorzitter: Nou, dat is een mooi geluid. Dan zijn wij aangeland bij de fractie van D66, mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u. We zijn het eens met de voorgaande spreker. En dank voor deze heldere inleiding. Dat geeft goed weer in welk transitieproces de Tomingroep zich bevindt en welke problemen ze tegenkomen. Ik krijg wel zo langzamerhand het gevoel als ik dit zo hoor, en dat had ik me nog niet gerealiseerd toen ik de stukken las, dat het eigenlijk meer een opleidingsclub aan het worden is dan zeg maar een club die mensen aan het werk heeft. Heeft dat geen gevolgen voor de geldstroom of de manier waarop het gefinancierd zou moeten worden? En heeft u al samenwerking met opleidingsinstituten? Dank u. De voorzitter: Dan komen we bij Groen Laren. Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. En bedankt voor mijnheer Van den Burg was het? De voorzitter: Nee, dat is mijnheer Korte. De heer Grunwald: Bedankt, mijnheer Korte, voor uw toelichting. Ja, de Tomingroep, duidelijk een organisatie in transitie. En nou, dat is lastig genoeg. De financiële positie, de trend is in ieder geval gunstig, ondanks dat er nog een tekort gedraaid is. Ik heb wel nog twee vragen om mijn beeld op het geheel te kunnen verbeteren. Het ene is: Weesp is uitgetreden uit de Tomingroep.
Dat heeft tot gevolg dat een stuk eigendom wat ze hebben, wat Weesp heeft in de Tomingroep, meegenomen wordt. Anderzijds zal er een schadevergoeding betaald worden. ik zou graag van u willen horen van hoe dat precies in zijn werk gaat en over welke bedragen dat gaat. Ik heb daar laatst met wethouder Den Dunnen nog als het ware over gesproken. En ja, ook het rapport van Berenschot geeft daar geen antwoord op, vandaar dat ik dat even navraag hoe dat gaat. En de tweede vraag is eigenlijk, ja, u rekent dus met een bepaald percentage dat het leven duurder wordt. Alleen de percentages zijn inmiddels aanzienlijk hoger, de inflatie is een stuk hoger. En ook het minimum loon wordt een stuk hoger, is gister toegezegd. Wat betekent dat voor uw begroting? En hoe kunt u tegen die achtergrond in uw financiële behoeften voorzien? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. De fractie van het CDA. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Lobrecht. De heer Lobrecht: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Laat ik eerst maar met een flauw grapje beginnen. Misschien kunt u een keer bij Ajax kijken, die raken ook altijd hun beste spelers kwijt. Dus het is misschien nog aardig om daar een keer te kijken. Dan wat meer serieuze noot. Ik begrijp inderdaad dat u een organisatie in transitie bent. Dat betekent ook dat u, nou ja, beleid aan het wijzigen bent.
En wat is uw planning rondom het weer helemaal op orde krijgen van de organisatie? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag betreft meer financieel. Ik zie dat u een positief resultaat heeft gedraaid over 2021. Nou zitten daar veel incidentele posten zitten daarin. Dus ik denk dat dat niet een graadmeter is voor de toekomst. Mijn vraag is dan ook: hoe ziet u het financiële verloop richting de toekomst? Dan heb ik nog een vraag voor de wethouder. Dat gaat over het resultaat. Op pagina 3 staat er dat er een negatief resultaat is van 167 duizend euro en dat dat gecompenseerd wordt door, nou moet ik het even goed zeggen, de verliezen van het werkvoorzieningsschap worden tot nul gerealiseerd. De Tomingroep BV het tekort tot nul compenseert. En dan staat er vervolgens op pagina 5 dat de gemeente die 167 duizend euro compenseert. Dat zal dan waarschijnlijk komen doordat de gemeente aandeelhouder is van die Tomingroep BV. Maar wellicht kunt u daar nog wat over zeggen. En de vraag is dan: in hoeverre is dit een open eind regeling voor de gemeente? En leidt dit dan, als de Tomingroep er niet in slaagt om op orde te komen, tot verdere verliezen en verdere extra kosten voor de gemeente? Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobrecht. De fractie van Larens Behoud. Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Ik ga iets op de andere tour. Ik wil mijn respect betonen aan het feit dat u erin geslaagd bent om in redelijk korte tijd zichtbaar van een verdienbedrijf naar een leerbedrijf te komen. Dat is natuurlijk heel makkelijk om te zeggen dat daar de noodzaak ook wel toe was, maar het lijkt ook te lukken. Ik vind die turn around, die verdient ons respect. Ik heb er ook vertrouwen in als ik uw verhaal hoor en de stukken lees dat als we allemaal weer een beetje normaal door de bocht gaan, dat dat voor 2022 ook tot resultaat zal leiden. Dus daar wil ik het eigenlijk bij laten. Ik duik er niet in verder, ik heb het gelezen, ik vind het prachtig. En ik ben blij dat u nog steeds bij ons bent, dat we geen ongelukken gemaakt hebben. Het is goed zo, dank u wel. De voorzitter: Dat was de inbreng van Larens Behoud. Dan ga ik allereerst kijken naar de wethouder om de vragen te beantwoorden die aan hem gericht zijn. De heer Merx: Voorzitter, u begon aan de andere kant, maar dan moet u hem ook rondmaken. De voorzitter: O, mijnheer Merx, wat erg. Excuses. Voor de luisteraars thuis, het nieuwe raadslid van de VVD, mijnheer Merx, die wijst de voorzitter terecht erop dat hij hem overslaat. Mijn grote excuses, u bent aan het woord. De heer Merx: Geaccepteerd.
Dank u wel, mijnheer de voorzitter. En om met mijnheer Lobrecht Ajax te volgen, het balletje is rond. Ook de cirkel. Dank u wel, mijnheer Korte. Een goede uiteenzetting inderdaad in korte vorm van wat de Tomingroep aan het bewerkstelligen is. En dat is ook nodig, zoals ook mijn collega’s hebben gezegd. En waarvoor prima. Wat wel even een vraag is, is: met het omvormen naar een leerwerkbedrijf, wat zijn dan uw doelstellingen? Er wordt gesproken, er zijn 950 mensen die hier binnen zouden vallen. Waarvan dan een gelijke governance wordt toegepast, dan ben ik benieuwd wat u daarmee bedoelt. Daarnaast denk ik dat het ook goed is, ook in lijn met wat mijnheer Grunwald zei over de toenemende kosten, dankzij verhoging van het minimumloon wat dan min of meer is toegezegd. Wat betekent dat voor uw organisatie en verwachte tekorten? En als we het dan hebben over de verwachte tekorten, dan denk ik dat het ook wel goed is om een keer in een verslag helder neer te schrijven wat nou precies de relatie is van hoe subsidiestromen van links naar rechts gaan. En tussen het Rijk en de gemeente en waar wordt aangezuiverd. Dat was voor ons even een vraag van: we wisten het met zijn allen even niet meer.
Maar met name denk ik dat het belangrijk is om, afgezien van de financiële cijfers, het daadwerkelijke bemiddeling, wat zijn die doelstellingen van die 950 mensen die u in het leerwerkbedrijf heeft? Waar plaatst u die, hoe plaatst u die en wat zijn daar de resultaten van? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Merx, dank u wel voor uw mooie inbreng. Dan gaan we terug naar waar ik net wilde beginnen. Wethouder Calis, aan u allereerst om allereerst de vragen te beantwoorden. En dan wat mij betreft aanvullend daarop mijnheer Korte. De heer Calis: Ja, het is duidelijk dat er echt onderscheid gemaakt moet worden tussen enerzijds het werkvoorzieningsschap Tomin en anderzijds Tomingroep BV. En de Tomingroep BV, u moet zich goed voorstellen dat dat door het Rijk in de tijd is ingesteld bij de wet op de sociale werkplaatsen. En de Tomingroep BV garandeert het negatieve resultaat van het werkvoorzieningsschap uit hun reserves. En zoals u heeft kunnen lezen is dat over 2021 niet aan de orde, omdat dat met een positief resultaat is afgesloten. Maar de gemeenten dragen dus niet bij aan mogelijke negatieve resultaten, tot nu toe. Omdat in de hele discussie natuurlijk met Tomingroep de gemeenten, en dat is ook een discussie binnen het bestuur van de Tomingroep,
overtuigd zijn van de noodzaak en nut, zoals ook al door mijnheer Korte aangestipt, over het welzijn en welbevinden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Om bezig te zijn, om zichzelf te respecteren en daarbij ook hun plaats in de maatschappij te veroveren en te verdienen. Een vraag die ik in elk geval wel kan beantwoorden, omdat die de algemene financiële vraag is. Een vraag van Groen Laren van: hoe gaat u om met de indexstijgingen? Nou, bij een begroting, een begroting begin je op een bepaald moment te maken. En op dat moment zijn er indexen bekend. En als u zegt: die indexen veranderen en die inflatie stijgt. Ja, dan kan je elke week een nieuwe begroting maken. Maar dat is dus niet aan de orde. En veranderingen in indexen die zullen leiden tot aanpassingen in de jaarrekening, maar niet tot een aanpassing in de begroting. Voor de overige vragen geef ik graag het woord aan mijnheer Korte. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Calis. Het woord is aan mijnheer Korte. De heer Korte: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen alle vragen te beantwoorden. En ik begin eigenlijk gewoon op volgorde bij D66, mijnheer De Groot. Met de opmerking over de opleidingsclub in plaats van de werkgever. Dan moet ik iets aan mijn inleiding toevoegen en dat is wel dat wij altijd voor mensen die niet onder andermans leiding kunnen werken die veilige werkplaats willen zullen blijven.
Alleen dat is een veel kleinere groep dan het in het verleden was. Ook voor mensen die nog niet in staat zijn om in andermans leiding te werken, omdat ze nog zeg maar in opleiding zijn, die hebben hun plek binnen. En het blijft altijd het vangnet voor mensen die mee konden komen, maar niet meer mee kunnen komen, terugvallen. Ook daarvoor zullen we altijd die plek blijven. Maar dat is een kleinere groep mensen dan het bedrijf zoals ik dat aantrof, waarbij we nog in de buurt van de 80 procent of 90 procent van de mensen onder onze leiding soms misten binnen en sommigen in het groen buiten hadden. Dus ja, veel meer gericht op ontwikkeling van iedereen. Maar voor degenen die het nodig hebben blijven we de veilige werkplaats. Werken we daarmee samen in opleidingen? Ja, we hebben vele vormen van opleidingen doen we ook soms samen met opleidingsinstituten. Het is wel zo dat, zeker in de huidige arbeidsmarkt, werkgevers ongelooflijk bereid zijn om te investeren in de vakvaardigheden van mensen. Dat betekent dat de vraag die aan ons wordt gesteld is veel meer op basis van wat wij noemen de werknemersvaardigheden. En dan heeft u het over zaken als: is iemand in staat om te werken? is die gemotiveerd om te werken? is die in staat om leiding te accepteren? Een beetje schoon en verzorgd, spreekt Nederlands? Dat soort hele basale zaken.
Want iedereen die op dit moment kan werken en wil werken is aan het werk. Dat betekent dat er altijd iets aan de hand is. En wij zoeken naar: wat is er aan de hand en hoe overkomen we die problemen? En dat is dus niet zo zeer: heeft iemand het vorkheftruck certificaat? Daar wil die werkgever best in investeren. Maar de eerste vraag is: is iemand gemotiveerd en is die in staat om naar zijn werk te komen en dat vol te houden? Dat is waar wij dan vooral voor zijn. Maar als vakvaardigheden aan de orde zijn, en dat is deels ook aan de hand, dan doen we dat samen met opleidingsinstituten. De vraag van mijnheer Grunwald van Groen Laren over Weesp. Weesp is uitgetreden en moest daarvoor zeg maar, het was een wat ingewikkeld verhaal. U heeft het kunnen lezen in het stuk van Berenschot. Maar moest daarvoor een vergoeding betalen vanwege de kosten die daarmee gemoeid gingen en mocht aanspraak maken op een deel van het eigen vermogen wat nog aanwezig was. Ik heb ze niet exact in mijn hoofd, maar in de orde van grootte van 800 duizend euro was de zeg maar schade die langjarig moest worden betaald. En ongeveer 400 duizend euro was het bedrag dat Weesp nog uit het eigen vermogen mocht meenemen. En dat betekent dat er ongeveer 400 duizend euro is betaald of wordt betaald over een bepaalde periode. Als u de exacte bedragen wil hebben, dan kan ik die opzoeken.
Maar dit is ongeveer de orde van grootte waar het om gaat. En u zei al, en de wethouder reageerde daar al op, van: ja, als het duurder wordt dan de 1,6 loonstrookverhoging waar we mee hebben gerekend, dan is dat een risico. Het voordeel voor de grootste groep medewerkers, namelijk de SW-medewerkers, is dat het Rijk de loonstijgingen die in het CAO worden afgesproken ook vertaalt in de subsidie die we per plek krijgen. Dus daar is het risico beperkt of
eigenlijk bijna nul. Maar voor alle andere mensen, bijvoorbeeld mensen die vanuit de P-wet bij ons in dienst zijn, daarvoor geldt wel degelijk dat we als we komen tot een hogere CAO afspraak dan zit daar een risico in deze begroting. Dat is zeker. P-wet medewerkers zijn overigens in dienst van de BV en niet van de gemeenschappelijke regeling. De vraag van mijnheer Lobrecht van het CDA. Ja, als wij net zoals Ajax ook de transfervergoeding zouden krijgen voor mensen, dan graag. Maar helaas, zo zit het niet in elkaar. Maar uw vraag was eigenlijk vooral van deze transitie. Dat is een forse transitie en wat is uw planning daarin? De opdracht die we hebben gekregen is om dit te realiseren in de huidige bestuursperiode. Dus in de periode van vier jaar, het nieuwe bedrijfsplan is aangenomen vorig jaar en loopt voor vier jaar. Waarbij iemand, ik weet niet meer wie dat was, dat was mijnheer Merx over de governance. Daarin is afgesproken dat de governance in die periode gelijk blijft. Dat betekent dat er is afgesproken dat we in deze periode in ieder geval niet gaan kijken of de verhoudingen tussen de gemeenten anders zouden moeten worden.
Er is wel eens gesproken over: zouden niet alleen Almere en Hilversum eigenaar moeten zijn en de andere gemeenten meer in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie moeten komen? We hebben nu even afgesproken voor de komende periode om die discussie niet te voeren. En dat betekent ook dat er geen discussie in de komende tijd in ieder geval is over: moet je niet naar een Tomin-Noord, een Tomin-Zuid of iets in die geest? Dat helpt ons in ieder geval in de transitie waar we nu mee bezig zijn. De planning van de transitie is dus in de komende jaren, maar we realiseren ons dat er zowel de financiële noodzaak om snel op orde te komen groot is en daarnaast, ik schetste het al, de noodzaak om heel veel mensen naar vermogen naar de arbeidsmarkt te brengen. Dus niet alleen die Oekraïense vluchtelingen waar we ook een rol in waarschijnlijk gaan spelen, maar ook al die andere mensen met een beperking die we deel willen laten nemen. Die noodzaak is hoog, zowel voor de mensen als voor de samenleving. Daarbij moet ik wel zeggen dat een belangrijke rol hier is, en daarom heet dat stuk ook de ketensamenwerking Tomingroep, dat wij niet alleen maar zelf bepalen wat het resultaat hier gaat worden of wat het succes gaat worden. Heel belangrijk is dat wij samen met de afdeling werk en inkomen van de gemeenten kijken welke mensen in staat zijn om aan het werk te gaan.
U realiseert zich misschien dat in het werkgebied waar ik verantwoordelijk voor ben, Gooi en Vechtstreek en Almere, 8,5 duizend mensen in de bijstand zitten. Voor deze regio, ik denk ongeveer de helft daarvan. Ik heb het niet helemaal, maar iets van vierduizend mensen in Gooi en Vechtstreek. Die mensen zitten op dit moment in de bestanden van uw gemeente. We hebben maar hele beperkte afspraken gemaakt over het aantal mensen die naar ons toe komen. Er zou waarschijnlijk ook meer mogelijk zijn. Dus in hoeverre zijn we bereid en in staat om als samenleving of u als gemeente om te investeren in het extra mensen naar de markt brengen, juist vanwege de grote voordelen die dat heeft. En ik denk dat dat iets is waar ons nieuwe bestuur in de komende periode zeker samen over zal spreken. Larens Behoud, dank voor het respect wat u toonde. Er zat geloof ik geen vraag in, als ik het goed heb vertaald. Dan nog even de vraag over de subsidiestromen. En 950 mensen, hoe zit dat precies? Ik realiseer me goed dat het werken vanuit het zicht van u op die gemeenschappelijke regeling, waar ik u over vertel, maar waar een BV onder hangt waar vooral alle activiteiten plaatsvinden. Een subsidie die uit het Rijk komt, waarvan u heeft afgesproken in de gemeenschappelijke regeling dat u die een op een aan ons doorzet.
Ik kan me goed voorstellen dat dat een best lastig te begrijpen structuur is, waar in het verleden goede redenen voor waren om die zo in te steken. En ik denk dat het ook goed is om hem te behouden, maar dat is in ieder geval voor de komende vier jaar voor de rust. En dan kunnen we eens rustig kijken of het anders zou moeten. Het is te kort denk ik om nu daar heel breed, want dat is een heel technisch verhaal, om daar nu inzicht in te geven. Maar ik kom graag een keer bij u langs, of we maken daar een stuk in waar we dat proberen uitgebreider aan te geven. Want ik geloof dat dat uw vraag was om daar meer inzicht in te geven. Overigens is het ook zo dat juist nu wij veel meer ons juist ook opstellen als niet een regulier bedrijf waar u mee te maken heeft, maar een arbeidsmarktinstrument van uw gemeente. Dan vind ik ook dat het heel belangrijk is dat u niet alleen ziet wat er in de gemeenschappelijke regeling gebeurt, maar ook in de BV die eronder hangt. Vandaar dat we ook sinds twee of drie jaar nu twee keer per jaar een bijeenkomst voor
raadsleden van alle gemeenten houden, een informatiebijeenkomst, waarin we zo open mogelijk proberen de situatie te schetsen. Ook in de BV. En waarbij we ook alle gelegenheid geven om vragen te stellen. Dus ik neem aan dat de eerstvolgende vlak na de zomer zal zijn. En ik nodig zeker de mensen uit de commissie sociale zaken graag uit om daarbij aanwezig te zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Korte. Nou, via een flauw grapje met een rond balletje van mijnheer Merx kopte u hem in ieder geval goed in. Ik kijk even rond. Heeft iedereen zijn of haar vragen voldoende beantwoord gezien? Ik zie nog twee vingers omhoog gaan. En dan ga ik mijnheer Merx als eerste van de VVD om zijn aanvullende vraag te stellen. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Korte, voor uw toelichting. Er blijft een vraag bij mij staan op dit moment even van de 950 mensen die u nu in de Tomingroep hebt, die u zeg maar assisteert naar werk. Wat is daar uw verwachting van uitstroom en tijd en die u daarvoor hebt? En wat is succes voor u in dat opzicht? En het tweede is eigenlijk, dat had ik in de eerste termijn moeten vragen misschien, voorzitter. Dat is: hoeveel mensen uit Laren zijn werknemer of klant of hoe u het noemt bij de Tomingroep? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan zag ik nog, ik neem meteen even het rondje van de rondvraag.
Ik zag mijnheer Lobrecht nog een vinger omhoog stellen om een tweede vraag te stellen. De heer Lobrecht: Nou, meer aanvullend. Dank u wel, mijnheer Korte, voor uw toelichting. Ik begrijp ook uit uw verhaal dat het behoorlijk spannend is in ieder geval de komende vier jaar in de transitie. Dus ik wens u daar heel veel sterkte en geluk bij. Wat ik nog wel, ik ben ook blij dat u ieder halfjaar een toelichting geeft over de voortgang. Heeft u daar ook een KPI-dashboard, zoals dat tegenwoordig heet, wat u daar dan presenteert zodat we de voortgang ook op een juiste manier kunnen volgen? Dat is een korte vraag. Dan heb ik ook nog een vraag aan de wethouder. Want de wethouder zei dat wij niets bijdragen, maar dat is volgens mij niet zo. Want de begroting komt nu uit voor 2023 op 167 duizend negatief. En als ik kijk onder financiën, dan moeten wij die 167 duizend negatief wordt nu gewoon opgenomen in de begroting van de gemeente Laren en moeten wij dat nu betalen. Tenminste, zo lees ik dat. Als ik dat helemaal verkeerd lees, dan hoor ik het ook graag, mijnheer Calis. Ja, dus dat waren eigenlijk mijn vragen. En vervolgens, als dat zo is dat wij dat betalen, hoe groot is dan het risico dat dat hoger wordt dat tekort? Gezien de financiële situatie van onze gemeente, waar we denk ik moeilijk mee om kunnen gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobrecht.
De fractie van Larens Behoud nog? Niet, nee. Dan hebben we nog twee vragen. Eerst mijnheer Calis. De heer Calis: Ja, ik weet niet of u het verkeerd leest of dat het er verkeerd staat. Maar als dit geïnterpreteerd zou worden, ik neem hem even andersom. Als de gemeente Laren 167 duizend euro bij zou moeten dragen aan het negatieve resultaat van Tomin, dan moet u zich voorstellen dat Laren meestal zo’n vijf procent van de regionale kosten voor haar rekening neemt. En dat zou betekenen dat het totaal negatieve resultaat 20 keer 167 duizend euro zou zijn. Dat is niet het geval. Maar ik kan nog de precieze formulering wel nakijken. Maar op dit moment betaalt de gemeente Laren geen extra geld aan Tomin. De heer Lobrecht: Toch nog even ter verduidelijking. Want er staat inderdaad: een deel moet bijdragen van het nadelige resultaat van 167 duizend euro. En u zegt: dat is dan vijf procent van die 167 duizend euro moeten wij dan bijdragen. De heer Calis: Ja, als er sprake is van een bijdrage dan is dat ongeveer vijf procent.
De heer Lobrecht: Oké, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik terug naar mijnheer Calis. Want ik kan iemand vergeten, maar dat mag u natuurlijk niet. Mijnheer Merx had ook nog een vraag volgens mij voor u. Toch? Niet voor mijnheer Calis. Dan is mijnheer Korte nog voor de allerlaatste ronde om een enkele laatste vraag te beantwoorden. De heer Korte: Ja, dank u wel, voorzitter. Over die tekorten, het is zo dat op dit moment de gemeente Laren niet extra hoeft bij te dragen aan tekorten die in het schap ontstaan. En dat is overigens een hele bijzondere situatie, omdat vrijwel alle gemeente in Nederland tekorten moeten aanvullen. Onderzoek heeft nog aangetoond dat ongeveer 90 bedrijven die er bestaan, voor alle gemeenten de 90 SW-bedrijven, in totaal op hun exploitatie ongeveer 200 miljoen euro tekort komen per jaar, wat dan door de gemeenten wordt aangevuld. Dus het is een hele bijzondere situatie dat in deze regio u jarenlang al niet heeft bijgedragen. En dat was het grote succes ook van de Tomingroep in het verleden, nu niet maar haalbaar. Op dit moment maken wij ook een tekort, alleen wij kunnen dat nog voorlopig in ieder geval dekken uit ons eigen vermogen. Dat is eindig, dat zeg ik erbij.
Dat zal niet op korte termijn zijn, maar op enig moment is de kans groot dat bij de huidige wetgeving vanuit het Rijk wij een tekort zullen gaan hebben op enig moment, waar ook de gemeente aan zal moeten gaan bijdragen. Ik verwacht niet dat dat in de huidige nieuwe bestuursperiode aan de orde is. De vraag van mijnheer Merx over die 950 mensen, dat gaat om de SW-medewerkers. Waarvan, wat ik net zei, toen ik net binnenkwam aantrof dat een veel te groot gedeelte daar bij ons binnen onze leiding werkt. Ik ga ervanuit dat uiteindelijk van die 950 mensen ongeveer 300 altijd wel aangewezen zullen zijn op het werk bij ons binnen. En ongeveer 250 op werk buiten de muren, maar onder onze leiding. Maar dat is ook iets van 300-400 mensen die gedetacheerd zouden moeten worden, wat er nu nog geen 100 zijn. Dus daar ligt de belangrijkste uitdaging die we de komende tijd hebben. Die, wat ik al zei, voor de medewerker goed is maar ook voor ons financieel aantrekkelijk is. Dus dat zijn successen als het gaat bij ons om de SWmedewerkers. Daarnaast hebben wij op het ogenblik ongeveer 250 mensen vanuit de P-wet in dienst. Waarvan een gedeelte valt onder nieuw beschut werken, een wat technische verandering. Maar die vallen eigenlijk onder wat de oude WSW was. En die zullen dus ook lang bij ons werken. Dat zijn ongeveer 60 of 70 mensen op dit moment die langdurig zullen blijven.
De overige 175-180 mensen ga ik vanuit dat die maximaal drie keer een jaar bij ons zijn en daarna moeten doorstromen. Om aan de ene kant die arbeidsmarkt op te gaan en daar van belang te zijn en aan de andere kant ruimte te maken voor nieuwe mensen die we vanuit die grote bestanden van de gemeente kunnen opnemen. Uw vraag over hoeveel mensen in Laren. Ik heb even heel snel gekeken of ik het kon vinden. Het gaat voor Laren om relatief kleine aantallen. Totaal in de bijstand op dit moment, voor zover ik het nu weet, heeft u 90 mensen. Dat betekent nog geen acht per duizend. En als u zich realiseert dat in Nederland dat 20 per duizend zijn, gemiddeld in Nederland, dan is het in Laren heel laag als het gaat om bijstand. Ik denk dat er een of twee van die mensen bij ons op dit moment als P-wet aan het werk zijn, maar dat weet ik niet helemaal zeker. Ik zou het kunnen nazoeken. Als het gaat om de SW, u heeft negen voltijds plaatsen in de SW bij ons. En daarmee, dat betekent 0,8 plaats per duizend inwoners. Het landelijk gemiddelde is 3,7, dus ook daar zit u heel erg laag. Overigens ons samenwerkingsverband zit ook heel erg laag. We hebben hier in deze regio weinig mensen in de bijstand en weinig mensen in de SW. Maar niettemin dus die negen mensen betekent dat u ongeveer 1,5 procent uitmaakt van de gemeenschappelijke regeling.
Dus bij een eventueel tekort op termijn zou u ook voor ongeveer 1,5 procent aan de lat staan van deze regeling. Het is op dit moment nog steeds op basis van het aantal deelnemers wat de verdeelsleutel maakt. Dan was nog even de vraag van mijnheer Lobrecht over een KPI-dashboard. Ja, die nieuwe ketensamenwerking bedrijfsplan is daar een hele serie aan KPI’s opgenomen, ook uit de behoefte vanuit de gemeenten en vooral vanuit de financiële afdelingen van de gemeenten om veel meer zicht te hebben op: wat gebeurt daar nu eigenlijk? Daar is, ik geloof dat het wel 70 KPI’s waren. Dat kunnen nooit allemaal kritische
prestatie-indicatoren zijn, maar het zijn wel indicatoren voor een prestatie. En we zijn nu in de eerste opzet van de rapportage daarover aan het uitvinden: welke zijn nou echt relevant en welke daarvan zijn ook voor u van belang om kennis te kunnen nemen van wat er speelt? En daarover zullen we in de toekomst met u communiceren. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk een rondje en ik zie een knik ook van mijnheer Merx. Wij hebben met volle interesse naar u zitten luisteren, dank daarvoor. ik denk dat wij na de zomer bij u op visite komen. Ik zie nog een keer de vinger omhoog gaan. Mijnheer Korte. De heer Korte: Een hele korte. De brief zoals u die van plan bent naar mij als directeur van de werkvoorzieningsschap te sturen, op de tweede pagina bovenaan spreekt u over dat de bestaande strategie niet meer houdbaar is. Terwijl u even later spreekt over dat de nieuwe strategie in oktober al is vastgesteld. Dus ik neem aan dat hier bedoeld is de vorige strategie, dat die niet houdbaar is. Deze brief komt bij velen op de tafel, dus het zou mooi zijn als u dat nog kunt aanpassen. De voorzitter: Dan ga ik heel even vragen of u nog een keer dat heel duidelijk even kort, want ik kijk ook even naar de commissiegriffier, dat die ook precies opschrijft wat wij in die brief moeten gaan aanpassen.
Tenminste, ik ga er even vanuit dat volgende week al mijn collega’s dat volgende week dan ook aannemen. Kunt u nog heel kort dat even duiden? De heer Korte: De eerste regel van de tweede pagina van de brief, zoals u die van plan bent te sturen. Daar is sprake van de bestaande strategie. En als daar staat: de strategie van de vorige bestuursperiode. Dan is het helder. De voorzitter: Althans, ik zal als voorzitter gaan bepleiten dat we die toevoeging doen in deze brief. Ik kijk de wethouder ook aan, die knikt daar ook op. Wethouder Calis is het er gelukkig ook mee eens. Dan hebben we verder geen vragen meer aan u. Nogmaals dank voor uw komst. We gaan door met vergaderen, maar u mag wel thuis. En ik hoop dat we inderdaad na de zomer een keer bij u op visite komen. Collega’s, wat mij betreft vergaderen we door, want het is al tien voor tien en we zouden tien uur stoppen heb ik vanavond beloofd. Maar goed, als er iemand zegt: u moet nu toch echt even vijf minuten stoppen. Dan voeg ik mij naar u. Maar aan de andere kant zou ik zeggen: laten we lekker door vergaderen. Maar wat wil u? Doorgaan? Doorgaan. Goed, dan gaan we gewoon door en dat kan ik ook snel. Want dit was 5.4 op de agenda en dat is 5.2 geworden.
5.2 Herijking inkoop en aanbestedingsbestedingsbeleid regio G&V en inkoopvoorwaarden regio G&V en BEL De voorzitter: En dan gaan we nu naar het formele punt 5.2, dat dan 5.3 is geworden. En dat is de herijking inkoop aanbestedingsbeleid regio Gooi en Vechtstreek en inkoopvoorwaarden regio Gooi en Vechtstreek en BEL. En daar staan twee voorstellen. Het inkoopbeleid 2022 vast te stellen en de inkoopvoorwaarden 2022 vast te stellen. En er zijn niet echt direct aan de voorkant bijzonderheden te melden, anders dan dat wij mijnheer Calis, de wethouder, de gelegenheid geven om nog een toelichting op dit onderwerp te geven. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is typisch een technisch stuk. Het is een herijking van het beleid van 2017 naar 2022 en aangepast aan actuele eisen en overheidsrichtlijnen. De belangrijkste verandering die hier neergeschreven wordt is met name de ambitie voor circulariteit. Die wordt in deze nota versneld tot 100
procent circulaire inkoop in 2050 en 50 procent meen ik in 2025. Maar dat kunt u in de inleiding lezen. En de andere dingen zijn technische aanpassingen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Calis. Dan beginnen we deze ronde bij de fractie van D66. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. We kijken nog een vraagje na, maar ik wil beginnen met een, dus u hoort straks misschien een tingeling, met de opmerking van dat we blij zijn uiteraard met deze aanpassing in de voorwaarden. Je kunt zeggen: beter laat dan nooit. Maar goed, laten we het positiever pakken en zeggen van: nou, fijn dat dat gebeurt. Blijf streven. En ik vind overigens dat streven wel wat matig is geformuleerd. Dus ik vraag me af of daar niet in de zienswijze niet wat meer ambitie in kan komen en ook wat meer evaluatiemogelijkheden, dat we na verloop van tijd kunnen kijken hoe zich dat ontwikkelt. En op de hoogte gesteld worden van de voortgang daarin. Dat is een. Twee, ik vraag me af, dat is een meer technische vraag: waar wordt dat nou vastgelegd? Zit dat nou in de aanbestedingsvoorwaarden of in de algemene voorwaarden? Als het in het laatste zit, dan heb ik die nog niet aangetroffen. Dat kan aan mij liggen. Of staat dat nou steeds in die aanbesteding geformuleerd? Dan kan ik daar tevreden mee zijn, maar ik heb nu het gevoel: het moet niet tussen het wal en het schip vallen.
De voorzitter: Heeft u een concreet tekstvoorstel om de ambitie te verhogen? Kijken of we de wethouder daarmee kunnen verleiden. De heer De Groot: Nee, want dat vind ik niet kunnen. De voorzitter: Oké, dan is dat maar uitgesproken. De fractie van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Nou, we nemen de wijzigingen in het inkoopbeleid voor kennisgeving aan. Ik heb wel een vraagje. Is er sprake van vergroening van het inkoopbeleid? Dat wordt omschreven, dat het zo groen mogelijk zou moeten zijn. Dat is nogal vaag. Mijn vraag is dan ook: zijn er concrete regels voor het duurzaam inkopen in deze? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. De fractie van het CDA, mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ik had een vraag over het stukje op pagina 4. Daar staat op een gegeven moment in de tekst in bijlage 2: het college van Laren is voornemens de regio door middel van een brief te wijzen op de nadrukkelijke wens van de gemeente Laren om de mogelijkheden van lumpsum financiering, dat heb ik even gegoogeld uiteraard, bij de inkoop in het sociaal domein nader te onderzoeken. Daar zou ik graag wat nadere uitleg over hebben.
Wat is daar de reden van? Verwacht men daar kosten mee te besparen, of wat is daar de bedoeling van? En staat de gemeente Laren hier alleen in of zijn de naburige gemeenten ook voornemens om dat te willen zeg maar? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw. Dan zijn wij bij de fractie van Larens Behoud en dat is mijnheer Van Stempvoort aan het woord. De heer Van Stempvoort: Ja, wij gaan akkoord met het inkoopbeleid en de inkoopvoorwaarden. En chapeau dat we de ambitie circulariteit extra in gaan zetten richting 2050. Punt.
De voorzitter: Dank u wel. Kort maar krachtig, daar houden we van. Dan ga ik naar de andere kant, mijnheer Merx van de VVD. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er zijn natuurlijk van tijd tot tijd moeten dit soort voorwaarden worden herzien. En de naam is het regionale inkoopbeleid. Maar het woord regio kom ik er niet verder echt in tegen, dat is een beetje van: wat is dan het aanbestedingsbeleid voor de regio? En we hadden graag gezien dat er ook iets is voor regionale en lokale ondernemers in deze. Hoe kunnen zij beter deelnemen aan de aanbestedingen binnen deze regio? Hoe zorgen we ervoor dat kleine ondernemers het makkelijk wordt gemaakt om mee te doen aan aanbestedingen. En hoe zorgen we ervoor dat er beleid wordt ontwikkeld waarbij met name midden en kleine bedrijven op de hoogte is van wat er allemaal wordt ingekocht door de regio. En is er dan eigenlijk ook een minimum waarde waarbij dit hele beleid wordt toegepast? Want het is natuurlijk nogal wat als een ondernemer door al deze regels heen moet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan zijn we bij de fractie van Liberaal Laren, mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ja, deze week levert de regio pas cijfers aan, omdat ze dat niet eerder kunnen. En dat is natuurlijk heel erg laat, want dat betekent dat we met pijn en moeite waarschijnlijk volgende maand de jaarrekening krijgen.
Nu kom ik in het stuk tegen dat de betaling 30 na betaling plaatsvindt door de gemeente of de regio, 30 dagen na ontvangst factuur. Maar wat ik mis in het stuk is dat eigenlijk er ook zou moeten instaan: als we een levering van goederen of diensten hebben, zowel bij de regio als de gemeente, dat die factuur binnen een maand na levering betaald zou moeten worden. En aan de andere kant als wij dus meerdere vervolgdiensten, dus als mensen bepaalde cursussen of consulten en zo hebben die iedere maand doorgaan, dat aan het eind van het jaar in ieder geval binnen een maand die consulten ook in rekening gebracht worden. Want dan zijn wij als gemeente van een heleboel ellende af. En nu kan het zo zijn dat we pas volgend jaar, dat er nog rekening over 2021 binnenkomen. Dat kunnen we dus gewoon erin zetten dat we dat niet meer willen hebben. Dat lijkt me heel verstandig om dat ook op te nemen. ik denk dat we met zijn allen in de hele regio hier plezier van hebben dat we gewoon en ook veel makkelijker kunnen werken en tijdig de facturen krijgen. Heel simpel. Dan heb ik het volgende punt, dat hoort misschien niet in dit stuk thuis. Maar wie doet de controle dat de afspraken zijn, ja, gewoon de controle op de afspraken. Dan bedoel ik niet de accountant, maar binnen de regio en in de gemeente.
Het lijkt me handig om in te bedden dat er controle plaatsvindt en wat er dan gecontroleerd moet worden, dat dat ook in die regeling opgenomen wordt. Zodat we dat inbedden en ook kunnen controleren of dat gebeurd is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. De fractie van D66 gaat meteen. Nou goed. De heer De Groot: Voorzitter, ik had toch beloofd … De voorzitter: Dat mag ook in de tweede termijn. De heer De Groot: O ja, maar dan kan die het meteen meenemen. Want ik hoop dat we het klein kunnen houden. in ieder geval wat ons betreft, we hadden ook die vraag over de lumpsum. En we wilden dat eventjes wat verdiepen, namelijk daar de mogelijke nadelen die je dan kan hebben als je een lumpsum vergoeding geeft aan partijen. Dan loop je het risico dat met name de lichtere gevallen met voorrang behandeld worden. Dus die het meeste geld opleveren en de moeilijke gevallen blijven liggen. En lijkt ons pervers, dat kan een perverse prikkel opleveren. En we willen toch graag waarborgen zien dat dat niet gebeurt. De voorzitter: Goed. Wethouder, wethouder Calis voor de beantwoording van de commissie.
De heer Calis: Dank u, voorzitter. D66 vraagt om een aanscherpen van de zienswijze. En ik nodig ze daarvoor van harte uit. En dan zullen wij de regio daarvan, van de zienswijze van de gemeente Laren, op de hoogte stellen. Dus ik zou zeggen: gaat uw gang. Dan wordt er gevraagd naar Groen Laren: wat zijn nou precies de criteria voor duurzaam inkopen. Ik denk dat dat uitgewerkt is en ook wel weer in een stuk is vastgelegd. Maar ik moet dat antwoord schuldig blijven en ik zal dat nog nagaan en u nasturen welke criteria gehanteerd worden als waardering ook voor het duurzaam inkopen. Dan de vraag van het CDA over lumpsum. Het idee daarvan is als volgt. Nu hebben heel veel regelingen in het sociaal domein een zogenaamd open einde. Dus een iemand komt in aanmerking voor behandeling bij een psycholoog en dan zeggen we van: gaat u maar naar de psycholoog en dan moet u behandeld worden tot u beter bent. En de psycholoog zegt: nou, die is nog niet beter hoor, er moeten nog zes sessies achteraan en misschien nog wel weer zes. En het idee is om in plaats van die hele open einde nu een lumpsum regeling voor te stellen, dat als we zeggen: een persoon heeft deze of die behandeling nodig, daar stellen we een maximum voor vast, een lumpsum, waarbinnen die hulp gedaan moet worden.
En dat is niet om het dan af te grendelen dat het niet doorgaat, maar dan is dat een moment, een mijlpaal, om te zeggen: wat is precies de voortgang, hoe gaat het verder en wat is er nog nodig? Dus om het idee te hebben dat op het moment dat je via de lumpsumregeling deze sociale voorzieningen gaat organiseren, dat je dan in elk geval een veel beter idee hebt van de uitstaande verplichtingen. Zonder dat het nou inhoudt dat, ja, het betoog van D66 mijnheer De Groot over lichte of zware gevallen. Het idee is vooral om meer controle op die uitgaven te hebben. De regio en ook andere gemeenten zijn daar administratief nog niet op ingesteld. En wij lobbyen daarvoor binnen de regio, maar ook binnen de regio bijvoorbeeld Gooise Meren of Hilversum, die zeggen: ja, de lumpsum regeling kent ook nadelen. Dus die discussie, die wordt nog steeds gevoerd. Maar dat is het idee van de lumpsum. En de opmerking van Liberaal Laren dat de cijfers niet bekend waren van de regio, ik neem aan dat u bedoelt de cijfers van de HBEL. Vooral het sociale domein, die is pas zeer laat bekend. En die zijn er nu en ik hoop inderdaad dat de accountant voldoende gelegenheid heeft om deze week die cijfers te controleren. Zodat ik hoop dat volgende week maandag of dinsdag, 23 of 24 mei, de jaarrekening in concept gereed is. Het idee van: u moet uw facturen op tijd indienen, anders betalen we ze niet.
Nou, dat wordt alom in de regio toegejuicht, mijnheer De Jong, maar zo werkt het niet. Heel veel zorgaanbieders die, ja, hoe het geregeld is weet ik niet precies, maar die komen met facturen van een jaar geleden. En dat komt ook door een regeling of door hun systemen. In elk geval, het is een discussiepunt van de laatste jaren. En daar valt blijkbaar nog steeds iets aan te doen. Maar we kunnen in de zienswijze wel dit voorstel naar voren brengen en dan zal de regio ongetwijfeld reageren dat dat een fantastisch voorstel is, maar helaas niet uitvoerbaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar twee punten. De tekstsuggestie voor de aanscherping en eigenlijk wel wat u net nog als laatste zei om het voorstel van mijnheer De Jong te verwerken. Dan zitten we even in de techniek van het verhaal. Het is een raadsvoorstel, we kunnen dat niet zomaar hier gaan aanpassen. Ik stel mij voor, maar als het anders moet hoor ik het ook graag, dat zowel of D66 met het tekstvoorstel even bij u komt, wethouder, en zegt van met eventueel meenemen van de collega’s hier, van: deze zin willen we er graag in mee hebben. Dat wij dat als een amendement dan indienen, want dat zou dan formeel moeten, mijnheer De Groot. Maar dat het wel met u afgestemd is. Omdat we moeten voorkomen dat we volgende week over woorden en punten gaan. Dus dat zou dan mijn praktische aanpak zijn.
En dat zelfde geldt eigenlijk voor uw opmerking om het voorstel van mijnheer De Jong, om het op te nemen. Dat wil ik aan mijnheer De Jong vragen, eventueel met meenemen van de collega’s om even met de wethouder dan die aanscherping of die vraag in een amendement te verwerken, dat we dat volgende week op die ordentelijke manier kunnen amenderen. Ik zie nog even de vinger van de wethouder omhoog gaan.
De heer Calis: Ja, misschien, wat ik wil voorstellen is, ik weet dat deze wens en het idee van niet betalen van te laat ingediende facturen al heel lang bestaat. En ik zal eerst even navragen bij de regio en de verantwoordelijke beleidsmakers wat daar precies de achtergrond van is. Want als ze zeggen: ja, dat is wettelijk geregeld. Dan hoeven we er ook in de zienswijze geen aandacht aan te besteden. Dus ik kom daar tijdig op terug. De voorzitter: Ik zie zowel mijnheer De Jong als mijnheer De Groot knikken. Dan is dit op deze praktische manier, maar wel wettelijk toegestaan, goed afgestemd wat mij betreft. Ik zie nog een vinger omhoog. Mevrouw Niekus, VVD. Mevrouw Niekus: Ja, even vragen. Als wij een amendement indienen als Laren, geldt het dan ook voor de andere gemeenten in de regio of is het dan alleen voor Laren? Hoe werkt dat? De voorzitter: Ja, strikt genomen denk ik dat het zo werkt dat als wij een amendement aannemen, dat het voor ons geldt. Maar dat de andere gemeentes dat niet onverkort over hoeven nemen. Het zou er eigenlijk toe kunnen leiden dat u al uw collega fracties in de andere gemeenten eigenlijk op hetzelfde spoor moet zetten. Maar misschien kijk ik heel even naar de ervarenheid van de voorzitter van de raad, die hier ook aan tafel zit, of die daar wellicht nog een opmerking over heeft, over deze specifieke vraag. Burgemeester. De heer Mol: Ja, voorzitter.
Als alleen de gemeenteraad van Laren een amendement aanneemt, dan geldt dit voor de inbreng van de gemeenteraad van Laren. En als het op stemming aankomt in de regio en er wordt gestemd en er moet een standpunt worden ingenomen en niemand neemt het standpunt van Laren over. Ja, dan verliest dat natuurlijk. Maar ik zou dan de gemeenteraad en de portefeuillehouder willen oproepen dat als het standpunt gedeeld wordt, om dan een lobby met de overige gemeenteraden op te starten. Dat is natuurlijk afhankelijk van het advies van de betreffende portefeuillehouder, links van mij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw pragmatische oplossing hierin. En ook om het antwoord überhaupt te geven. Wethouder Calis. De heer Calis: Ja, ik kan er nog aan toevoegen, omdat ik bestuurslid ben van het algemeen bestuur van de regio. Als voorbeeld wil ik verwijzen naar de discussie rond de BV vervoer. Waar vanuit Laren de suggestie kwam om een raad van toezicht in te stellen. En die suggestie van Laren is door verschillende gemeenten overgenomen en heeft ook geleid tot een echte instellen van die raad van toezicht die nu functioneert. Dus het gaat erom, als wij ideeën hebben en die inbrengen in het algemeen bestuur, dat die ideeën gedeeld worden door de andere gemeenten. Dus volledig prima om een zienswijze in te dienen. De voorzitter: Dan mijnheer Merx, VVD.
De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien dat mijnheer Calis dan ook antwoord kan geven op de vraag over de regio en het MKB. De heer Calis: Ja, u vraagt naar de mogelijkheden voor het MKB om mee te doen met inschrijvingen. Er is, je kan je abonneren op informatie over openbare inschrijvingen. En dan kan je zelf bepalen of je daaraan mee wil doen of niet. Dus daar zijn geen minimumwaarden. Kleinere ondernemers kunnen zeker ook meedoen, daar bestaan geen beletselen voor. En de aanbestedingen zijn openbaar. Dus sterker nog, misschien voor de kleinere aanbestedingen is dat heel duidelijk en open. Voor de grotere wordt je natuurlijk ook geconfronteerd met de regels voor Europese aanbestedingen. Maar het is een volledig open beleid.
De voorzitter: Collega’s aan deze tafel, is er nog iemand die denkt dat die zijn vraag of haar vraag niet beantwoord heeft gekregen? Want anders wil ik met jullie instemming dit stukje van agendapunt 5.3 inmiddels afronden. 5.2.a Brief FNV 2 maart 2022, minimum loon externe partijen De voorzitter: En dan staat hier nog op de agenda bij 5.3a een brief van het FNV, 2 maart 2022. En dat gaat over het minimumloon van externe partijen. Per 1 januari heeft de cao van de gemeente is aangepast en daar heeft het FNV een brief over gestuurd. Die brief is geagendeerd op verzoek van mijnheer Van de Berg. Nou, die is op dit moment voorzitter, dus die kan die brief niet zelf toedichten. Maar het geluk wil dat de fractie van het CDA, vertegenwoordigd door mevrouw Graafsma, de brief zal inleiden. En dan zal deze brief ook vooral in bespreking even worden gegeven aan de collega’s aan tafel. Mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ik neem aan dat een ieder de brief gelezen heeft, gekregen heeft. En de wethouder heeft de brief misschien ook nu voor zich waar de zes vragen instaan. Of is er nog behoefte aan dat ik die voorlees, in verband met de snelheid van de vergadering. U heeft die vragen ook in de brief voor u? Oké. Nou, dan wil ik alleen zeggen dat we erg benieuwd zijn op uw reactie op deze brief.
En zeker in het, ja, met betrekking tot het voorgaande waar we het over gehad hebben, de herijking van het inkoop- en dienstenbeleid. Dus dat was onze vraag. En graag dan de beantwoording van die zes vragen. De heer Calis: De FNV-brief die haalt volgens mij een paar dingen door elkaar. En dat is aan de ene kant gemeente-cao en aan de andere kant het minimum loon. Als ik kijk naar de gemeente-cao van 14 euro per uur en ik vermenigvuldig dat met vier keer 40, vier weken van 40 werkuur. Dan kom ik op 2.240 euro, terwijl het wettelijk vastgestelde minimumloon van 2022 is 1756 euro en 20 cent. Ik kan u in elk geval verzekeren dat onder de directe invloed van de gemeente en van de BEL er niemand is die minder verdient dan 14 euro per uur. Nou is de vraag ook, de titel van de vraag is: minimumloon externe partijen. Externe partijen, dan denk ik in de eerste plaats in de gemeentelijke sfeer aan verbonden partijen zoals de regio, met GHD. Er worden voorbeelden aangehaald van vuilnisophalers naar de veiligheidsregio, brandweermannen. Directe invloed is er niet, maar heeft wel te maken met bijvoorbeeld catering, pakketbezorgers, allemaal mensen die aan de gemeente hun diensten leveren. En moet de gemeente daar iets van vinden om daar een minimumloon of een minimum van 14 euro per uur uit te betalen? Dat is een verplichting die de gemeente zou moeten kunnen opleggen aan de werkgevers.
Maar helaas is dat niet het geval. Ik heb er geen enkele moeite mee om deze brief van de FNV onder aandacht te brengen bij de verbonden partijen. En bij de leveranciers, zoals u die noemde, lijkt mij dat die werknemers die zich geconfronteerd zien met een te lage uitbetaling volgens deze norm, dat die zich al dan niet via het FNV verbinden om daar actie op te nemen. Dus dat is het antwoord tot nu toe. De voorzitter: Dit was de beantwoording van de wethouder. Zijn er nog collega’s hier aan tafel die hier een opmerking over willen maken? Ik zie de hand van mijnheer De Schouwer en mijnheer Grunwald. Maar mijnheer De Schouwer is als eerst, van Groen Laren. Eerst een opmerking of een reactie hierop. De heer De Schouwer: U gaat denk ik even voorbij aan de strekking van de brief. Ik denk dat het gaat dat u als u iets aanbesteedt, dat u kan vragen of het minimumloon wat die mensen krijgen, en dan kan u dat doorrekenen, maar die mensen werken soms ook niet 40 uur per week. Maar dat is nu 11 zoveel en dat naar 14 euro doet. En in aanbestedingen kan je meer dingen vragen over milieutechnische zaken ofzo. En dan kan je ook vragen of het personeel voldoende betaald wordt in deze dure tijd. En ik denk dat dat wel de strekking van de brief is. En dan kan u doorrekenen, er wordt bij de gemeente niemand betaald onder het minimum
loon. Dat zou kunnen, maar ik kan me voorstellen dat het prettig zou zijn als je in de groenvoorziening zit of zo, dat je goed betaald wordt. En dat je daardoor ook de problemen die de gemeente, dat zie je nou ook met extra dingen zoals met een dure geiser zo waar de gemeente ook een bijdrage aan doet. En daar kan je als je mensen fatsoenlijk betaalt, dan kan je dat ook voorkomen natuurlijk in de toekomst. En dat is eigenlijk de vraag, denk ik. De voorzitter: Mijnheer De Schouwer, duidelijke vraag. Dan ging ook nog de vinger van mijnheer De Jong van Liberaal Laren omhoog. De heer De Jong: Ja, wij vinden dit uitermate sympathiek. En waarschijnlijk lastig uitvoerbaar. We vinden eigenlijk dat de overheid, centrale overheid, dit zou moeten regelen in Den Haag. En 14 euro minimum loon verplicht zou moeten stellen in heel Nederland. En dat ze daar hun energie in zouden moeten steken. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Brakel van D66. Mevrouw Brakel: Ik denk dat wij het ook eens zijn met zoals de wethouder het nu net voorlegt. Het enige wat wij erbij zouden willen zeggen, aan het FNV vragen of ze ook met de andere werknemersorganisatie deze move willen zetten. Want ik denk dat dat een veel sterkere partner voor hen is dan een gemeente. Want een gemeente kan hier inderdaad wel iets voorstellen, maar kan niet traden in een cao-onderhandeling. Want daar gaat het in deze om.