CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Maatschappij & Financien 19 mei 2022

Commissie Maatschappij en Financiën 19 mei 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda29.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En daarvan zouden wij na deze samenwerkende actie graag terug horen hoe zij daarmee omgegaan zijn en of het hun gelukt is. De voorzitter: Iemand van de VVD? Niet. Larens Behoud? Mijnheer Van Stempvoort. De heer Van Stempvoort: Ja, uitermate sympathiek. Mijnheer De Jong, ik sluit me aan bij u en ook bij de wethouder. Maar ik wil toch eventjes mijn of onze verbazing uitspreken waarom wij hier iets over moeten mogen vinden. Dat eigenlijk. De voorzitter: Die verbazing heeft u nu uitgesproken. Goed, eenmaal andermaal. Ik kijk nog even naar de fractie van het CDA. Mevrouw Graafsma, is het voor nu zo voldoende? Dank u wel. Waarvan akte. Dan gaan wij naar punt 5.4, dat was voorheen 5.3. Excuses, de wethouder nog. Ik maak een fout. Wethouder Calis. De heer Calis: Mijnheer De Schouwer had nog een vraag gesteld. En die zegt: ja, waarom krijgt niet iedereen meer betaald? En daar wil ik eigenlijk wijzen op het minimumloon wat vastgesteld wordt door de overheid. En dat is geen sinecure om dat even maar te verhogen. Dat is een actuele discussie waarvan nu al is vastgesteld dat in 2023, 2024 en 2025 dat minimumloon elk jaar met 2,5 procent omhoog gaat. Maar aan het minimumloon zijn natuurlijk ook de uitkeringen in de bijstand gekoppeld. Uitkeringen in de bijstand voor personen boven de 21 is gelijk aan het minimum loon.

Ook de stijging van de AOW is gekoppeld aan de stijging van het minimumloon. De bedragen die daar op nationaal niveau zijn gemoeid zijn bedragen tussen de twee en de drie miljard euro. Dus het is niet zo dat wij als gemeente, sluit ik me aan bij de andere opmerkingen, heeft het naar mijn idee weinig zin om als gemeente te zeggen: zou u het minimum loon niet willen verhogen? Want dat ligt niet op onze weg van de gemeente om ons op dat niveau ermee te bemoeien. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Calis. Het is helder. Wij sluiten dit punt alsnog een keer af en dan gaan we merken of daar verder nog wat mee gedaan gaat worden.

5.4 Overheveling budgetten 2021 naar 2022 gemeente Laren De voorzitter: Dan zijn we bij 5.4 en dat is het onderwerp overheveling budgetten 2021 naar 2022 voor de gemeente Laren. En dan zijn er drie voorstellen. En het voorstel 1 is akkoord te gaan met het overleveringsvoorstel van 989 duizend euro, afgerond, van 2021 naar 2022. En de volgende overhevelingsverzoeken als volgt te dekken. Even afgerond in grote getallen: 670 duizend euro via de algemene reserve, 25 duizend euro via de bestemmingsreserve sport en accommodaties en 297 duizend euro via de bestemmingsreserve klimaat en duurzaamheidsbeleid. En dan 3 is de derde begrotingswijziging 2022 vast te stellen. Dat is wat voorligt. Ik kijk opnieuw naar portefeuillehouder wethouder Calis. Aan u het woord. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit is ook een vrij technische exercitie. Als we kijken naar de jaarrekening van 2021 en we kijken naar alle begrotingsposten, dan zijn er verschillende die nog niet uitgevoerd zijn maar wel uitgevoerd moeten worden. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het bedrag van die 278 duizend voor klimaatmaatregelen of klimaatplannen. Die zijn nog niet uitgevoerd en die worden daarom overgeheveld, dat bedrag, met het idee dat die plannen in 2022 wel uitgevoerd worden. En zo is dat een hele lijst die optelt tot de genoemde 800-900 duizend euro. De voorzitter: Dank u wel.

We gaan het onderwerp in behandeling geven en we beginnen deze ronde met de fractie van Groen Laren. Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u, voorzitter. Ja, ik heb daar gewoon een technisch vraagje bij. Als het nou zo is dat we uit het resultaat van 2021 een kleine miljoen alles bij elkaar overhevelen naar 2022, verandert dan het resultaat van 2021? De voorzitter: Een heldere korte vraag, dank u wel. We gaan naar de fractie van het CDA. Heeft u met betrekking tot dit agendapunt een vraag aan de wethouder, of een opmerking? Mijnheer Lobrecht. De heer Lobrecht: Ja, ik heb een korte vraag. Dat betreft de bestemmingsreserve klimaat en duurzaamheidsbeleid. Dat betekent dus dat eigenlijk alles al concreet is ingevuld wat er gedaan gaat worden. Maar dat het alleen nog niet in 2021 is gedaan, maar dat het in 2022 wel uitgevoerd gaat worden. En ik kan u dan ook garanderen dat dat in 2022 ook uitgevoerd gaat worden. Dat we niet weer dingen gaan overhevelen naar 2023, gezien de urgentie rondom het klimaat. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van Larens Behoud, mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Wij gaan akkoord met dat voorstel. Dit betreft de financiering van specifieke doelen, die zijn gewoon in 2021 niet uitgevoerd of liggen in de wacht, die gaan naar 2022. Dus we hebben niets aan te vullen op dit voorstel. Dat is akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het helder.

Dan gaan wij naar de overkant, naar de fractie van de VVD. Mijnheer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Slechts een hele eenvoudige vraag. De Jan Handorfprijs is in 2021 niet uitgereikt. Voor ter waarde van vijfduizend euro krijgt de gelukkige dan dit jaar tienduizend euro? De voorzitter: Hele scherpe vraag. Dan zijn we aangeland bij de fractie van Liberaal Laren. Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ja, we kunnen niet anders dan akkoord gaan hiermee, want zo doen we dat jaarlijks.

De voorzitter: Dat is ook helder. De fractie van D66, mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, een korte vraag daarover. Het is een forse uitputting als je kijkt naar onze totale begroting. Als je kijkt naar de bedragen die over zijn. En de vraag van mij is of daar een structurele oorzaak onder ligt. Heeft dat te maken met personeelsgebrek of heeft het met andere oorzaken te maken? Graag iets meer inzicht over de reden waarom dit bedrag niet tot besteding is gekomen en of daar een structurele oorzaak achter ligt. De voorzitter: Een heldere vraag. Ja, de wethouder begint een beetje te frummelen. De heer Calis: Wat is de vraag precies? Ja, sorry.. De voorzitter: We gaan even … Mijnheer De Groot, we krijgen signalen van de wethouder dat uw vraag niet duidelijk is. Dus graag uw vraag duidelijk en kort en krachtig herhalen. De heer De Groot: U vond hem wel helder. Oké, nee, maar zonder dollen. Mijn eerste opmerking was zeg maar als je kijkt naar de totale bedragen, dan is dat een forse onder-uitputting. En dan is mijn vraag: ligt daar een structurele oorzaak onder, bijvoorbeeld gebrek aan personeel of andere redenen waarom we niet in staat zijn geweest om deze bedragen uit te geven. Omdat er wel een maatschappelijke noodzaak onder ligt, dus dan is het jammer als dat niet gebeurt. De voorzitter: Wethouder, met deze aanvullende verduidelijking. Ja, ik zie hem nu knikken, gelukkig.

Wethouder Calis, aan u het woord. De heer Calis: Dank u wel, voorzitter. Ja, in de eerste plaats de vraag van Groen Laren, mijnheer Grunwald. Wat voor effecten heeft dit op het resultaat van 2021? Dat wordt afgeboekt van het resultaat van 2021. Dus u zou kunnen zeggen: dat is een verliespost voor 2021 van acht-negen ton. Gelukkig zijn de vooruitzichten zeer positief, ondanks het feit dat het nog niet helemaal afgesloten is. Onder andere door, zoals u ook van uw collega mijnheer De Jong heeft gehoord dat de sociaal domein cijfers nog niet verwerkt zijn. Maar lijken wij af te stevenen op een positief resultaat van een miljoen euro voor 2021. Dus gelukkig met aftrek van deze overhevelingsresultaat. Het CDA vraagt de plannen voor de klimaat, zijn die in vergevorderde staat? De flauwe opmerking is dan altijd: goede vraag, maar verkeerde wethouder. De wethouder milieu die weet hier alles van, maar die heeft ons vroegtijdig verlaten. In elk geval met de plannen voor, ik heb begrepen … De voorzitter: Serieus houden. De heer Calis: ik heb begrepen dat met name de nieuwe college zich heel sterk gaat maken op dit terrein. Dus ik denk dat we die vraag vooral bij het nieuwe college neer moeten gaan leggen van: hoe en wat gaat u doen en hoe gaat u deze 278 duizend euro uitgeven? De vraag van de VVD, de Jan Handorfprijs. Dat is niet de bedoeling, dat we dat steeds omhoog halen.

Vijfduizend euro is een prachtig bedrag en dat blijft vijfduizend euro. De voorzitter: Er ontstaat een onderonsje tussen de burgemeester en de wethouder. Burgemeester, wat wil u ons delen? De heer Mol: Ja, de wethouder heeft helemaal gelijk. Overigens is de prijs ook geen vijfduizend euro, daar zitten ook de organisatiekosten in. En het zal altijd plaatsvinden binnen de kaders die u heeft vastgesteld in de

kunst- en cultuurnota afgelopen jaar. Dus u hoeft zich geen zorgen te maken, wij geven alleen geld uit dat nodig is en binnen de kaders valt die u heeft vastgesteld. De voorzitter: Dat was de burgemeester. Dan gaan we terug naar wethouder Calis. De heer Calis: Ja, dan de vraag van D66b over structurele onderbezetting. Bij elke van die overgehevelde posten is wel een verhaal te vertellen. En zeker is onderbezetting maakt daar een onderdeel van uit, van dat er niet genoeg menskracht is om dit uit te voeren. Maar andere zijn ook externe oorzaken, vergunningen, procedures bij de Raad van State. Dus dat is een zeer samengesteld pakket van verklaringen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Heeft iedereen zijn of haar vraag voldoende en genoegzaam beantwoord gekregen? Ik zie geen vingers en handen meer omhoog gaan. Dan is dit onderwerp daarmee ook gesloten. Sorry, excuses? Ja, ik wilde het net zeggen. Ik heb bij de vorige rondes verzuimd her en der vast te stellen of het een hamerstuk of een bespreekstuk is. Maar gelukkig is de burgemeester die volgende week raadsvoorzitter is de hele avond al in ons midden.

Dus tot en met agendapunt 5.4, burgemeester, verontschuldig ik mij dat u volgende week krachtig mag zeggen: hameren of bespreken? Maar bij het volgende onderwerp, 5.5, want dat is dan weer hetzelfde nummer als dat het ook in de oorspronkelijke agenda heeft gehad, is de ontwerpbegroting 2023, tweede begrotingswijziging 2022 van de omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek. 5.5 Ontwerpbegroting 2023, 2e begrotingswijziging 2022 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Opnieuw drie voorstellen. Geen zienswijze in te dienen en daarmee in te stemmen met de ontwerpbegroting 2023, omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek. Tweede voorstel is geen zienswijze in te dienen en daarmee in te stemmen met de tweede begrotingswijziging 2023 omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek. Het derde voorstel in dit verband is de bijdrage van de omgevingsdienst Flevoland en Gooi en Vechtstreek 2023 en de volgende jaren op te nemen in de begroting van 2023 en de volgende jaren. Nou, het is een herhaling van zetten, maar ieder onderwerp moet behandeld worden. Wethouder Calis, wat heeft u hier nog aan toe te voegen? De heer Calis: Ja, een algemene inleiding, voorzitter. Dat de omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek die verzorgt diensten op het gebied van geluid, bodem, lucht, asbest, natuur, grondwater, zwemwater, brandveiligheid en omgevingsveiligheid.

En het totale budget van deze omgevingsdienst is zo ongeveer 14 miljoen euro per jaar. Waarin dan de bijdrage van Laren 124 duizend euro is. En dat is mindere dan een procent. Dus enige gepaste bescheidenheid in een eventuele zienswijze lijkt op zijn plaats. Ter vergelijking, de Gooise gemeenten die dragen relatief veel minder bij. Als ik kijk naar Flevoland, Almere, Lelystad, Zeewolde, de provincie, Urk en Dronten, al meer dan negen miljoen. Maar bijvoorbeeld binnen Gooi en Vechtstreek, en ik denk dat dat komt omdat ze zoveel water hebben bij de meren en de plassen, die betalen 546 duizend. Dus je kunt aannemen dat de criteria daarvan zorgvuldig berekend worden op grond van de eisen die de verschillende gemeentes hebben. De jaarrekening is afgesloten met een positief resultaat van 675 duizend euro. En op zich geeft dat ook geen aanleiding tot enige zienswijze. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder. ik kijk naar de fractie van het CDA. Als eerste aan de beurt om in deze ronde dit punt te behandelen.

De heer Lobrecht: Ja, mijnheer de wethouder. Wij zijn op zich akkoord. Ik heb nog wel een vraag aan u. Er staat onder 1.2 financiële risico’s. Zou u ons zodra die optreden daarover kunnen informeren en kunt u dat toezeggen? De voorzitter: Dat was de vraag van het CDA. Dan kom ik bij de fractie van Larens Behoud uit. Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Dank, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij het voorstel zoals het hier ligt. En stellen voor om het voordelige resultaat uiteindelijk gewoon in de pot te doen. En het daar fijn te laten zitten, zodat het kan groeien. De voorzitter: U wil het in de pot stoppen zodat het kan groeien. Dat is wat u wil. Dan gaan wij door naar de andere kant en dan komen wij bij de fractie van de VVD uit. Die knikt, mijnheer Merx knikt. Ik sla hem dit keer niet over, maar hij heeft niks te vragen. Dat is duidelijk. Mijnheer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, wij hadden nog een vraag. Er staat op een gegeven moment in het stuk dat Laren bodemtaken gaat overnemen van de provincie. En dat betekent dus de provincie doet het af, dus naar alle gemeentes hier in die onderdeel zijn van de OFGV. En dat gaat de OFGV dus voor ons uitvoeren. Is dat veel, is dat weinig? Hoe zit Laren daarin? En als het gaat afgestoten worden door de provincie, gaat de raad daar dan over of doet het college dat? De voorzitter: Goede vraag, dank u wel, mijnheer De Jong.

Dan kijken we naar de fractie van D66, mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, een technische vraag, voorzitter. En die gaat over, als we kijken naar 1.1, de jaarstukken sluiten met een positief resultaat van 900 duizend nog wat. En dit wordt met name veroorzaakt door een ontvangen vergoeding voor de vertraging van de oplevering van de meldkamer. En mijn vraag is: welke titel, welke aanleiding is er om dat te geven? En is die vertraging inmiddels opgelost en wat heeft dat dan voor consequenties mee naar de toekomst toe? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Groot. De fractie van Groen Laren, mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, op zich de begroting is wat ons betreft akkoord. Even een verhelderende vraag van ons. Het is een heel geworstel met de implementatie van de omgevingswet. En er zijn nogal wat kosten mee gemoeid. En de vraag is van: worden deze kosten direct of indirect door de overheid, door het Rijk dus, vergoed? Of moet daar zelf voor opgedraaid worden? Dank u wel. De voorzitter: Nou, een ronde van korte vragen. Wethouder Calis, mag ik u het woord geven? De heer Calis: De laatste vraag had ik gemist. De voorzitter: Mijnheer Grunwald, wil u de laatste vraag of uw vraag herhalen voor wethouder Calis? De heer Grunwald: Jazeker. De vraag was of de kosten verbonden aan de implementatie van de omgevingswet door het Rijk vergoed worden.

De voorzitter: We wachten even tot de wethouder is uitgeschreven. En dan krijgt hij nu het woord om de vragen van de commissie te beantwoorden.

De heer Calis: Ja, de vragen van het CDA van: kunt u ons informeren wanneer er zich financiële risico’s voordoen? Als je kijkt naar de begroting en je vergelijkt het met de jaarrekening en ook met het beleid, dan zijn er weinig financiële risico’s te verwachten. En zoals ik gezegd heb doet Laren voor minder dan een procent mee met de OFGV. Dus dan zijn de financiële risico’s voor Laren altijd uitermate beperkt. Larens Behoud zegt: stop die 675 in de pot. Die pot blijft daarmee onder de afgesproken vijf procent, dus dat is helemaal keurig. Dan Liberaal Laren vraagt over werk aan de bodem die door de provincie gedaan wordt, in plaats van door de OFGV. De voorzitter: De wethouder die stelt een aanvullende vraag. Mijnheer De Jong. De heer De Jong: De provincie wil taken afstoten naar het OFGV, dus naar de diverse gemeentes. En inzake bodemtaken, die willen ze niet meer gaan doen. En dat wordt dus overgeheveld en dat moeten wij dus dan daarna zelf gaan betalen. Nu betaalt de provincie het en daarna moeten wij het zelf gaan betalen. De voorzitter: Wethouder Calis weer aan het woord. De heer Calis: Dat lijkt me niet voor de hand liggen. Als de provincie taken overdraagt aan de OFGV, dan zal de provincie ook het zo genaamde knaken voor taken moeten uitvoeren. De voorzitter: Er wordt hier een nieuwe term geïntroduceerd, heb ik het idee.

Wethouder, kunt u uw vragen beantwoorden verder hervatten? De heer Calis: Ja, en D66 hoorde ik iets vragen over de meldkamer, dacht ik. Volgens mij is dat het volgende agendapunt. De voorzitter: Mijnheer De Groot gaat zijn vraag nog een keer toelichten. De heer De Groot: Nee, het gaat over de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. De heer Calis: Ja, we hebben het over de OFGV daarin. De voorzitter: Sorry, dan heeft u die alvast. De heer Calis: De OFGV die voert allerlei taken uit en ook controles. Maar ik geloof niet dat ze daar een meldkamer voor hebben. De voorzitter: Nou, de vraag van D66 die komt in de volgende ronde. Mijnheer de wethouder, aan u het woord. We gaan door. De heer Calis: Groen Laren vraagt: worden de kosten van de omgevingswet door het Rijk gedekt? Er is ook binnen de VNG een niet aflatende discussie over de hoogte van de vergoedingen die het Rijk ter beschikking zou moeten stellen voor de invoering van de omgevingswet. En die discussie die is, ja, die blijft een beetje door woeden, omdat ook de invoeringsdatum van de omgevingswet steeds wordt uitgesteld. Maar dat is, u moet nagaan dat deze discussie is onderdeel van de bredere discussie van de groei van de algemene uitkering, de opschalingskorting voor kleinere gemeenten, de herijking van het gemeentefonds. En daarin speelt dit aspect ook nadrukkelijk een rol. Dus dat is nog niet uitgesproken.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Heeft iedereen zijn of haar vragen beantwoord gekregen en niet stiekem mededelen dat u een eerdere vraag wil stellen, mijnheer De Groot. Want dan stellen wij vast dat hiermee 5.5, de ontwerpbegroting, doorgeleid kan worden naar de raad. En zoals gezegd zal het wel denk ik een hamerstuk gaan worden. ik zie mijnheer Calis er die klap ook op geven. Overigens complimenten dat u tot op het laatste uur scherp blijft, want dan komen we nu toe aan 5.6 op deze agenda. 5.6 Zienswijze jaarstukken 2021 en programmabegroting 2023 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: En dat is de zienswijze jaarstukken 2021 en programmabegroting 2023 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Het voorstel is in te stemmen met de bijgevoegde zienswijze op de jaarstukken 2021 en de programmabegroting 2023 van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. En die zienswijze te sturen aan de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. En hiervoor geldt dat wij niet op voorhand al bijzonderheden hebben, maar in behandeling gaan geven niet anders dan nadat de portefeuillehouder in casu, burgemeester Mol, een toelichting op dit verhaal kan geven. De heer Mol: Voorzitter, dank. Omwille van de tijd is het voor een inbreng misschien toch ook handig om alvast de vragen van de fracties te weten, want dan kan ik ze alvast verwerken. De voorzitter: Akkoord.

Dan gaan wij gewoon beginnen met Larens Behoud. Larens Behoud is nu in deze laatste agendapunt als laatste partij als eerste aan de beurt. De heer Jacobse: We zijn leading. Op pagina 2 van 5 onder toelichting besluit bij G staat: minder opleiding en oefeningen wordt veroorzaakt door bla, bla, bla. Kan de portefeuillehouder mij vertellen of daar een risico aan verbonden is? Goed. Dan komt die nog een keer. Er staat onder de toelichting jaarstukken 2021, onder G: minder opleiding en oefening, welke mede wordt veroorzaakt door. Maar door het veroorzaakt maakt mij niet zoveel uit. Maar als wij minder opleiden en minder oefenen, dan brengt dat mogelijk een risico met zich mee? Is dat zo? Dat is de vraag. De voorzitter: Dank u wel. De burgemeester schrijft de vraag op. Dan gaan we naar de VVD. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Even een tweetal dingen. Er staat in de zienswijze dat een integrale informatievoorziening wordt gegeven en dat moet leiden tot een crisisorganisatie 2.0. Ik kon mijn eigen handschrift niet meer lezen, dat is erg. Tot een crisisorganisatie 2.0. En waar concrete stappen worden gezet. Wat betekent dat in deze zienswijze? Daarnaast een raar dingetje is de verdeling tussen Laren en Blaricum in de zin van financiële bijdrages. Voor Blaricum 4,08 procent en voor Laren 4,23 procent.

Wat is eigenlijk de grondslag voor de bijdragen? Want dat loopt anders dan ik had verwacht. En dat is het. Waarbij overigens de complimenten, ik vind dit wel een van de rapporten die beter en helderder weergeven wat er daadwerkelijk wordt uitgevoerd in een jaar. Dit is een jaarrekening waar we wat mee kunnen. De voorzitter: Mooie woorden van mijnheer Merx. En ik neem aan dat de wethouder die mooie woorden ook mee gaat geven aan de veiligheidsregio. Mijnheer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Wij zijn geheel akkoord. De voorzitter: Dank u wel. D66. Nou komt het moment suprême, de vraag der vragen.

De heer De Groot: U maakt het heel spannend. Ik weet helemaal niet of het spannend is, maar ik ben wel geïntrigeerd door het feit dat we een vergoeding hebben verkregen voor de vertraging van de oplevering van de meldkamer. En mijn vraag gaat over: wat is de aard, wat ligt daaronder? Wat is de titel van die vergoeding? En nou ja, als we nu die vergoeding krijgen, wat betekent dat dan voor het lopende jaar en eventueel misschien naar de toekomst? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan Groen Laren, mijnheer De Schouwer. De heer De Schouwer: Ja, ik had een vraagje over, want er zit toch wel een grote adder onder het gras. De brandweer Laren bestaat uit 22-23 vrijwilligers. Die rukken uit overdag en er hangt nog een taakdifferentiatie boven het hoofd. Dat is Europese regelgeving. Maar het verschil moet gemaakt worden tussen beroeps- en vrijwillige brandweer. En dan vraag ik me af: kan Laren dit nog trekken? Want als er nou wat gebeurt, want er is al van tevoren besloten, alhoewel dat hier niet staat, dat een deel van de vergoedingen voor de vrijwilligers worden teruggedraaid. En als er nog een paar weglopen, Laren hoort eigenlijk 30 vrijwilligers te hebben, dan kunnen we dat opvangen. En ik heb vanmiddag Poko gesproken, die verwacht nog geen problemen daarin. Maar het is wel heel kwetsbaar. En dan zag ik ook dat in die trend Laren die heeft natuurlijk vrijwilligers.

We krijgen nou ook 40 duizend euro terug. En misschien is het raadzaam om een deel van dat geld, een klein deel van dat geld, te reserveren om de mogelijkheid, want je moet op het dorp vrijwilligers proberen te werven, om daar een potje voor te reserveren. Dat de mensen de middelen kunnen hebben om eventueel vrijwilligers te werven. Daar zou ik graag een antwoord over hebben. De voorzitter: Een mooie praktische vraag. Kunt u alleen even mij, u had het over Poko? De heer De Schouwer: Dat is een postcoördinator. De voorzitter: Ah kijk, postcoördinator. U merkt wel dat wij hier een brandweerman in ons midden hebben. Maar dat maakt ook wel meteen de vragen extra scherp en goed, dan kan de burgemeester daar goed op reageren. De burgemeester trekt zijn jasje uit. Even voor de verbeelding, die stroopt de mouwen nu op. Maar zonder gekheid, we gaan even door naar de resterende vraag van het CDA. De heer …: Wij hebben geen aanvullende vragen. De voorzitter: Geen aanvullende vragen. Dan wil ik het woord geven in deze allerlaatste ronde, ik wil nog wel vragen om even wat op te blijven letten met elkaar in deze laatste minuten van de vergadering, zodat mijnheer de burgemeester de vragen die zijn gesteld kan beantwoorden. De heer Mol: Voorzitter, dank. Dank voor alle goede vragen overigens.

Want die geven inderdaad, allen drukken ze precies op een zere plek in de ontwikkeling van ons veiligheidsbeleid. En dan begin ik even met de vraag van Larens Behoud. Wij zijn minder toegekomen aan opleiden en trainen en oefenen van mensen. Levert dat een risico op? Jazeker. Maar wij hebben twee jaar lang de langste oefening van ons leven meegemaakt, namelijk de coronacrisis. Waardoor wij in de veiligheidsregio bijna elke dag bezig waren met het handen en voeten geven aan het oplossen van een buitengewoon ingewikkeld vraagstuk. En daar waren de medewerkers van de veiligheidsregio heel erg druk mee. Toen ik burgemeester werd van Laren was ik erop voorbereid om de collega burgemeesters uit het gebied een keer in de twee maanden te zien. Ik zag ze in een keer elke week. Als het mij meezat, meestal zag ik ze twee keer in de week. Omdat nou eenmaal wij vrij snel in een opgeschaalde situatie zaten en een hele lange crisissituatie meemaakten. En dan kom ik precies op de essentie van het beleidsplan en de begroting van de veiligheidsregio. Wat is nou de veiligheidsregio? Daarin

geven we de brandweerzorg vorm, de ondersteuning aan bevolkingszorg, de ondersteuning aan de hulpverlening. En dat hebben wij in de kleinste regio van Nederland, die eigenlijk een miniregio is. Want Weesp is inmiddels uitgetreden en dan hebben we nog maar een veiligheidsregio van zes gemeenten. Hebben wij dat goed georganiseerd. Maar dat is een hele klassieke kolom met brandweer, met zorg, met de politie is natuurlijk ook vaak ondersteunend bij een crisis of een ramp als er iets gebeurt. En wij komen uit een tijd waarin een crisis of een ramp overzichtelijk was. Dat was een brand of een overstroming of iets anders, dat had een kop en een staart. Dat begon, we wisten wat het was en het eindigde ergens. En de afgelopen jaren bent u ook in de veiligheidsbeelden meegenomen dat wij ons moesten voorbereiden op een toekomst dat een crisis of een ramp wel eens er heel vreemd uit kon gaan zien. Namelijk heel lang kon gaan duren en kenmerken zou kunnen vertonen waar wij nooit eerder mee te maken hadden gehad. En misschien weet u nog wel die inventarisatie waar inderdaad in stond: pandemie. Vliegtuig stort neer, onverwachte vluchtelingen toestroom. Nou, op dat moment waren dat veiligheidsrisico’s dat we dachten: ja, het kan gebeuren, maar vast niet want dit is Nederland. En wij zaten ineens in een pandemie.

En wat heeft de coronacrisis ons laten zien? Namelijk dat we ons dus ook moeten voorbereiden op een crisis waarvan we helemaal niet weten waar de staart zit. Waarin we heel erg lang in kunnen zitten en waarin wij ontzettend veel expertise nodig hebben om ons daar doorheen te dragen. Dus niet alleen de brandweer, niet alleen zorg, maar ook welzijn om mensen gemotiveerd te houden. om kinderen die lang thuis moeten zitten toch te stimuleren. Het onderwijs moet je aanhaken dan in het ondersteunen van een crisis. En dat is nou precies de essentie van de crisisorganisatie 2.0. De veiligheidsregio, die verantwoordelijk is voor het ondersteunen van de crisis en de samenleving door die crisis heen tillen. Die moet doorgroeien van een klassieke organisatie naar een organisatie die in staat is door een hele andere soort crisis heen te loodsen en daar andere kennis op aan te haken. Heb je dan een crisisorganisatie als een soort zelf reizend bak mail, waarin je alle expertise onderbrengt? Nee, je moet een netwerkorganisatie hebben die heel makkelijk is in het aanhaken van andere vormen van expertise. Dus wat hebben wij nodig? Wij ontwikkelen nu door naar een crisisorganisatie die beter in staat is om andere expertises aan te haken, zoals onderwijs, zoals zorg, zoals misschien wel zorgexpertise van een hele andere vorm.

Die hebben wij bijvoorbeeld niet in de GGD aanwezig hebben, maar die we even beet moeten pakken. Maar ook voor het verweten van onze informatiepositie. Want er gebeurt veel meer ondergronds. Ik weet niet of jullie je nog het artikel kunnen herinneren in de Gooi en Eemlander dat de burgemeester van Baren op zaterdagochtend nog aan de koffie zat en twee uur later drieduizend demonstranten op kasteel Groeneveld hadden die daar kwamen demonstreren tegen de coronamaatregelen. En niemand die die demonstratie had zien aankomen. Omdat steeds meer ondergronds mensen zich organiseren om ergens amok tegen te maken. Wij moeten dus onze informatiepositie verbeteren om veel beter te zien aankomen wat er op termijn op ons afkomt. Dat wordt ook met de vluchtelingencrisis, wij weten niet wat er nu in Polen gebeurt en op een dag op onze deurmat staat. Dan hebben wij op het gebied van expertise, dus opleiden en trainen, namelijk dat wij allemaal, dus ook burgemeesters, maar medewerkers van onze eigen gemeentelijke organisaties goed moeten worden opgeleid om onszelf voor te bereiden op dit soort crisissen of rampen die ons op een dag te wachten staan. Is dat onrealistisch? Nee, want er volgen zich nu al twee crisissen heel vlot op elkaar op. Ik vind het echt fantastisch dat onze veiligheidsregio, onze mensen, in staat zijn van mondkapjes meteen om te schakelen naar het organiseren van veldbedden.

Maar dat is wel de dagelijkse praktijk dat onze mensen hier in huis en bij de veiligheidsregio van de ene op de andere dag hun werk weer uit hun handen moeten laten vallen en een volgende crisis moeten ondersteunen. En dat is precies dat veiligheidsbureau 2.0 waar mijnheer Merx naar vraagt, waar wij nu naar aan het door ontwikkelen zijn. Wat betreft de verdeling van de lasten. Meestal verdelen wij de lasten voor de gemeenschappelijke regeling naar rato van inwoneraantal. Laren ontvangt echter meer geld vanuit het Rijk voor de ondersteuning op een aantal veiligheidsonderdelen, omdat wij meer voorzieningen hebben die vragen om een wat hoger veiligheidsaandachtspunt dan Blaricum. En dat leidt er automatisch toe dat wij een hogere bijdrage leveren aan de veiligheidsregio. Maar daar worden wij al vanuit

het Rijk voor gecompenseerd. Overigens, ik hoop dat uw complimenten over de weergave van de stukken gedeeld worden door de overige fracties. Als dat het geval is, voorzitter, dan stel ik voor dat aan de zienswijze toe te voegen. Want dat heeft de veiligheidsregio wel verdiend. De vraag over de vergoeding vertraging meldkamer van D66, dat is een goede vraag. Daar heb ik niet meteen een antwoord op, dat wordt nog uitgezocht. Anders komen we er schriftelijk op terug, als dat mag. Dan de fractie van Groen Laren, die de vraag over de taakdifferentiatie. Die behoeft ook toelichting. Wij lijden onder een uitspraak van het Europees Hof. Aangekaart door een brandweerman uit België, een vrijwilliger die van mening was: ik ben als vrijwilliger verantwoordelijk voor dezelfde taken als een beroepsbrandweerman, ik loop dezelfde risico’s als ik een huis in stap dat in brand staat. Ik moet aan dezelfde opleidingsvereisten voldoen. Dat betekent dat ik vind dat ik beloond moet worden als professional als beroepsbrandweerman. Daar heeft het Europees Hof ook een uitspraak over gedaan en die uitspraak geldt nu dus voor alle landen in de Europese Unie. En dat stelt ons voor een ontzettend dilemma op dit moment, waar we op dit moment handen en voeten proberen te geven. Namelijk dat wij hebben in Laren en in andere alle brandweerkorpsen waanzinnig betrokken vrijwilligers.

Die moeten we allemaal echt ontzettend waarderen en op een podium zetten. Maar de brandweerzorg in Nederland moet wel uitvoering gaan geven aan die uitspraak van het Europees Hof. Dus wij moeten iets doen met de vergoeding aan onze brandweermannen en wij moeten iets doen aan die taakdifferentiatie. Dat betekent dat wij meer beroepsbrandweermensen, ik zeg het even grof hoor. ik kijk ondertussen naar mijnheer De Schouwer, die moet non-verbaal maar even schudden en knikken. Onze beroeps met meer specialismen uitrusten, zodat onze vrijwillige brandweer niet voor alle specialisaties meer verantwoordelijk kan worden gehouden. En wij moeten iets doen met die beloningsstructuur. Maar wij hebben daar als regio nog geen ei over gelegd. Dus wij weten nog niet helemaal hoe we daarmee om moeten gaan, omdat we gewoon een heel groot dilemma hebben. Dat we ten eerste onze vrijwilligers waanzinnig waarderen. En ten tweede, als morgen de vrijwillige brandweerzorg ophoudt wij een waanzinnig probleem hebben. En het derde, wij hebben hier een waanzinnig belangrijk specialisme in Laren, rietenkap branden. Vrij recent nog. Dus wij hechten er ontzettend belang aan dat wij in Laren altijd dichtbij zeer specialistisch uitgeruste brandweermensen tot onze beschikking hebben.

Nou, wij zitten nog erg te puzzelen hoe we ervoor kunnen zorgen dat we onze vrijwilligers betrokken en aan boord houden, die ook waarderen, goede beroeps ook in de buurt hebben. En uiteindelijk ook een brug slaan naar een toekomst waarin we ook dit hebben. En als mijnheer De Schouwer een suggestie doet om een stuk van het teruggestorte voordeel vanuit de regio in te zetten om de werving van brandweervrijwilligers voor Laren goed op poten te zetten, dan vind ik dat eigenlijk helemaal niet eens zo’n slecht idee. Want daar hebben we de afgelopen twee jaar al behoorlijk in geïnvesteerd. Dan blijft wel elke keer de vraag hoe we dat doen, want vrijwillig staat sowieso onder druk. En dan helemaal voor een vrijwilligersfunctie waar je nogal wat van mensen vraagt. Maar ik sta er zeker voor open om daar meer in te investeren. Dus als u daar open voor staat, dan wil ik daarover nadenken. Maar dat betekent wel dat we een stuk van die teruggave daarvoor moeten oormerken. Overigens, er zitten hier ook onderhandelende partijen aan tafel, wie weet kunnen ze nog iets met deze suggestie. En anders kunt u er volgende week iets van vinden met een motie vreemd aan de orde. Maar nu doe ik hele politieke uitspraken. En grijnst de gemeentesecretaris. Dan waren dat volgens mij de vragen die gesteld zijn. We hebben een ontzettend grote ontwikkelopgave.

Ik vind dat wij de veiligheidsregio heel erg moeten waarderen, want die hebben een enorme klus de afgelopen twee jaar, de afgelopen drie jaar, op hun schouders gehad. En ze staan er nu voor om ook nog de vluchtelingencrisis te dragen. Het gemak waarmee het kabinet even zei: bedankt veiligheidsregio’s dat jullie dit willen doen. Vanaf nu gaan jullie er ook over. Ik weet niet of jullie je dat nog kunnen herinneren. Wij waren allemaal stom verbaasd van: huh, moeten we dit nou ook weer doen? Maar ja, blijkbaar gaan de veiligheidsregio’s in het licht van de evaluatie wet op de veiligheid zich ook steeds meer toegroeien naar dit plek om dit soort grote opgaven te dragen. Wij zijn heel klein, dus u leest ook in de stukken dat wij steeds meer de samenwerking zoeken met Flevoland. En voor het beter uitrusten van het veiligheidsbureau gaan wij dat ook duurzaam doen

met Flevoland. Dus we gaan niet meer uit van een constructie als we niet meer verder willen met Flevoland, dan kunnen we ook weer uit elkaar. Dat heeft gewoon geen zin. Wij moeten echt bredere schouders organiseren om dit te doen en de samenwerking met Flevoland gaat gewoon heel goed. Ook hebben beide regio’s hele verschillende kernmerken, die samenwerking verloopt uitstekend. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Nou, na deze mooie wervelende spannende benadering van dit onderwerp kijk ik even rond. Wie wil nog een aanvullende vraag stellen die niet beantwoord is? Ik zie mijnheer Merx en mijnheer De Schouwer en mijnheer Jacobse. Ik begin bij mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Burgemeester, u zegt zojuist iets wat denk ik wel belangrijk is. En dat is brede schouders. En ik hoor het u twee keer zeggen dat we de kleinste veiligheidsregio zijn in Nederland. Betekent dit daadwerkelijk dat er op dit moment beleid wordt gemaakt binnen de veiligheidsregio om elders aansluiting te vinden? De voorzitter: Dat is vraag een. Dan komen we bij mijnheer De Schouwer, Groen Laren. De heer De Schouwer: Ja, eerst even een dingetje, dat zit in mijn vrijwilligershart. U had het net over professionals, beroeps en vrijwilligers. Dat zijn allebei professionals. Alleen de een doet het voor zijn brood en de ander doet het erbij. Dan had ik nog een vraagje.

Want het is natuurlijk zo, mocht dat fout gaan. Ik zie ook dat er een groot bedrag gereserveerd hebben. Dus ze hebben wel wat in het achterhoofd van dat de taakdifferentie kan fout gaan. Dat de gemeente zich daar ook wel heel erg bewust van moet zijn. Want je hebt een wettelijke norm. Het moet duidelijk zijn dat je iets moet kunnen ondernemen. Om dat te halen dan zou je dus beroeps neer moeten zetten. Dan zou je het ook al moeten hebben over een man of 20, wil je 24 uur dekkend maken. Dat dat dan wel heel veel geld gaat kosten, als dat niet zorgvuldig gebeurt en de vrijwilligers lopen weg. Dat was eigenlijk even mijn aantekening nog erbij. De voorzitter: Mijnheer De Schouwer, dank u wel. Dan stak mijnheer Jacobse van Larens Behoud nog zijn vinger op. Aan u het woord. De heer Jacobse: Dank u vriendelijk, voorzitter. Ik wilde eigenlijk de suggestie van de burgemeester overnemen en de complimenten voor de veiligheidsregio maar toevoegen aan het document. Dat lijkt me een minimale mate van dankbaarheid. De voorzitter: Dan ga ik het volgende zeggen. Want ik had de indruk dat die allereerste opmerking van collegacommissielid Stef Merx kwam over die opmerking. En de burgemeester nam hem over en u ondersteunt hem. Dan ga ik gewoon maar heel pragmatisch, want volgens mij wil niemand hier in Laren de brandweer en de veiligheidsregio niet ondersteunen.

Moeten wij dan formeel, burgemeester, daar een amendement van maken om die zin toe te passen? Of gaan we hier nu eens een keer heel pragmatisch mee om, dat u die zin namens ons allen … En onder voorbehoud dat de collega raadsleden volgende week niet zeggen van: Van den Berg, wat heb je nu gedaan? Dat wij hier als commissie zeggen: we vinden het heel fijn als u die zin toevoegt. Ik kijk even rond, wel formeel rond. Ja, akkoord. Dan doet deze commissie die aanbeveling aan de burgemeester om dat te doen. En dan blijft alleen nog de vraag over, denk ik, even kijken het rondje af, ja van u over die verkapte opschaling naar een andere veiligheidsregio. Kunt u daar nog iets van zeggen, burgemeester? De heer Mol: Jazeker. Er is helemaal geen sprake van een verkapte opschaling naar een andere veiligheidsregio. Wij zijn de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Wij werken zeer intensief samen met de

veiligheidsregio Flevoland, omdat we gewoon die twee organisaties. Wij hebben een ambtelijke organisatie nodig om beide veiligheidsregio’s te ondersteunen. Op grond van de huidige wet op de veiligheidsregio’s is er ook nog gewoon altijd sprake van een grens. En van fusie is helemaal geen sprake. De voorzitter: Dan heb ik nog als voorzitter nog een allerlaatste vraag. De heer Mol: O, mijnheer De Schouwer nog. Vrijwilligers en beroeps zijn allebei professional, die mening deel ik met u. En ik deel ook elke zorg rondom de toekomst van de effecten van die taakdifferentiatie met u. Want wij hebben als gemeentebestuur niets liever dan een zeer gemotiveerd brandweercorps van lokale betrokken inwoners die met een hele korte aanrijtijd in de kazerne kunnen zijn, zodat ze snel kunnen uitrukken en in hun eigen dorp aanwezig kunnen zijn. Maar we weten niet wat de toekomst brengt. Ik beloof u dat zodra er aanleiding toe is, die discussie hier gevoerd kan worden. De voorzitter: Daar wordt door mijnheer De Schouwer instemmend op geknikt. Dat brengt mij nog even bij mijn allerlaatste vraag. Naar aanleiding hiervan, want u daagde ons straks ergens even uit van: misschien met een motie vreemd aan de orde.

Maar tegelijkertijd als u het over taakdifferentiatie heeft, dan heeft u zelf de conclusie getrokken dat in dit dorp eigenlijk het belangrijkste specialisme rietkapbranden, eigenlijk het allerbeste in handen is bij vrijwilligers. Helpt het u, dan kijk ik u even aan, maar ik kijk ook naar de commissieleden, dat als de raad volgende week ook een motie, en ik meende dat u zei vreemd aan de orde. Maar ik weet niet als dit onderwerp op de agenda staat, dan is het denk ik niet helemaal vreemd aan de orde. Een motie inbrengt zodat wij als Larense raad u helpen in die toezegging dat u ervoor strijdt om die all round specialisme van de Larense brandweer, dat wij achter u staan. De heer Mol: Nou kijk, het specialisme rietenkap brand, daar zijn zowel beroeps als vrijwilligers die dat specialisme hebben. En de oproep van mijnheer De Schouwer was volgens mij om te kijken of we een deel van de teruggave, en dat hoeft niet spectaculair te zijn hoor, kunnen gebruiken om brandweervrijwilligers te werven uit eigen dorp. Die toezegging doe ik graag. Maar als u van mening bent dat u dit verzoek in een soort politiek statement wil gieten, dan sta ik u niet in de weg. De voorzitter: Dat is een mooie uitnodiging aan de fractie van Groen Laren. Mijnheer De Schouwer.

De heer De Schouwer: Nee, het gaat er natuurlijk om, je moet die vrijwilligers werven in je eigen dorp, want daar heb je ze nodig, daar moeten ze wonen. We zitten aan de ondergrens en daar is niets politiek aan, dat is gewoon in het belang van het dorp dat er meer mensen komen die dat doen. En dat we daar duidelijk in zijn. De voorzitter: ik zie een duim omhoog gaan van onze burgemeester, die als portefeuillehouder de brandweer warme handen en stevige schouders draagt. Dat brengt ons bij het laatste. Ik ga er even vanuit dat dit misschien niet helemaal direct een hamerstuk wordt als er nog een motie komt. Dat geldt ook voor een paar andere onderwerpen. De griffier is vanavond wat minder blij met de voorzitter, want ik had dus ergens nog een paar keer een hamerstuk of een bespreekstuk moeten doen. Maar nogmaals, burgemeester, als u volgende week raadsvoorzitter bent dan knipoogt u maar een keer en dan gaat u maar aan de raad vragen: hameren, niet hameren? En dan denk ik dat wij volgende week een goede vergadering hebben. 6.

Rondvraag De voorzitter: Dat brengt mij in de afrondende woorden dat wij aan de rondvraag zijn toe beland. En die rondvraag begint gewoon weer bij het begin en dan kom ik uit bij de fractie van de VVD. Ik zie knikken geen

rondvraag. Mijnheer De Jong van Liberaal Laren geen rondvraag. D66, geen rondvraag. Groen Laren, mijnheer Grunwald, een rondvraag. De heer Grunwald: Dank u wel. Ja, ik had nog twee deelantwoorden tegoed op mijn vraag rondom de bank in het Pastoor Hendrikspark en de jeugdproblematiek die daaromheen hangt, letterlijk en figuurlijk. De voorzitter: Ja, goede rondvraag. De vragen werden aan de voorkant gesteld aan mijnheer Stam en die gingen over het weghalen van het bankje in verband met overlast, drugsoverlast en jeugd. En daar kwam ook bij dat mijnheer Grunwald dus vroeg van: hoe zit het met het jeugdbeleid wat daarop gericht is? En anderzijds, u spitste de vraag in tweeën. Dus misschien moet u dat nog even herhalen. De heer Grunwald: Ja, de vraag was of Laren dus jeugdbeleid heeft wat dit betreft. En in het verlengde daarvan is het natuurlijk ook een kwestie van openbare orde nu dat we moeten constateren dat er op meerdere plekken in Laren groepen jongeren bij elkaar komen die veel drugs gebruiken. En daar is eigenlijk helemaal geen aandacht voor. Terwijl we de fotograferende jeugd in de voorbije maanden dus alle aandacht geschonken hebben. Dank u wel. De voorzitter: Mag ik u het woord geven? De heer Mol: ik zit even te worstelen, want ik hoorde mijnheer Grunwald zeggen: groepen jongeren die grote hoeveelheden drugs gebruiken. Die constatering onderschrijf ik niet.

Wij zijn een dorp met vele inwoners, van jong tot oud. En er zijn veel jongeren. En ik weet niet wat u vroeger heeft gedaan, maar jongeren hangen. Dus de hangjongeren horen bij een dorp. Dus als zij soms overlast veroorzaken, dan moeten we die als samenleving ook een beetje absorberen. Wat wil ik daarmee zeggen? Als er plekken zijn waar jongeren hangen en dat zorgt voor overlast, dat is waanzinnig vervelend. Daar doen, en dat kunnen wij ook niet allemaal voorkomen. En als dat uit de klauwen loopt, dan moeten wij iets doen met die hangplek. En dan gaan we of autoritair te werk en dan stapt er jongerenwerk op af. Of we komen tot de conclusie: we moeten gewoon die plek laten, we moeten iets doen om die plek zo onaantrekkelijk mogelijk te maken, zoals het verwijderen van een bankje. En de bewoners van het Pastoor Hendrikspark die hebben echt veel te verduren gehad, dus ik denk dat het heel verstandig is dat we daar hebben ingegrepen. Maar niet elke plek waar jongeren hangen los je het probleem op door die plek weg te halen. Want jongeren willen ergens hangen. Hebben wij een uitdaging om goed jongerenbeleid op te zetten, waarin we ook autoritair te werk kunnen gaan, waarin we ze ook goed opzoeken. Ja, daar hebben wij een opgave. Want daar hebben we op dit moment gewoon niet genoeg mankracht voor om dat handen en voeten te geven. De coronacrisis was daar ook een uitdaging.

Dus ja, ik denk dat voor de komende jaren, en ik denk dat het voor deze gemeenteraad het ook echt een opgave is om met elkaar het gesprek aan te gaan: hoe zorgen we ervoor dat we in dialoog zijn met onze jongeren en wij hen ook een plek geven in het dorp waar zij tot hun recht komen. Dat je jongeren hebt die geluidsoverlast maken, die grommen met hun scootertjes of die dingen gebruiken waar wij als ouders helemaal niet op te wachten staan. Dat kunnen we nooit helemaal uitgummen. Hebben we een drugsprobleem in Laren? Dat weet ik niet, Wordt er hier veel gedronken? Nou, als u op de kaart kijkt met veiligheidsrisico’s in heel Nederland, dan staat er een wijnglas op de Gooi en Vechtstreek. Dus ja, er wordt hier door alle generaties, ik kan mij nog een filmpje herinneren wat de voorzitter van deze commissie ooit heeft gemaakt toen hij zijn telefoon op zondagochtend uit het raam hield en je tegelijkertijd de klokken van de basiliek hoorde en de glasbak. En daar heb ik nog een levendige herinnering aan. Dus het terugdringen van het alcoholgebruik hebben wij voor alle generaties hier een opgave. Maar zeker ook onder de jongeren is het een probleem. Heb ik nu voldoende informatie om te zeggen dat wij hier een heel groot probleem hebben waar wij acuut een actieplan op moeten zetten? Nee. Heeft het onze aandacht? Ja. Moeten we hier de komende

jaren iets mee? Ja. Het belangrijkste is dat we met onze jongeren in gesprek gaan over hoe wij voor hen een dorp creëren waar zij zich thuis voelen en wij ook met plezier met elkaar samenleven. De voorzitter: Mooie woorden. Ik zie nog wel dat er nog behoefte is om daar nog op te reageren. Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, ik zou dan willen vragen: mogen we dan ook een stuk van u tegemoet zien hoe u denkt dat de komende tijd aan te vliegen? De voorzitter: Ik zie de burgemeester, nou, gaat u daar maar op reageren. De heer Mol: ik heb geanticipeerd op de inbreng van de toekomstige wethouder jeugd. De voorzitter: Nou, dat is geen afmaker. Maar dat is denk ik, mijnheer Grunwald, het antwoord. U vraagt ergens naar en er wordt aan gewerkt. En ik zou ook willen voorstellen dat als dat niet voldoende terugkomt in de komende tijd, dan wel misschien bij het coalitieakkoord, dat u daar nog een keer vanuit de fractie op terugkomt. Want dat maakt namelijk dat we die mooie wervende woorden die de burgemeester net uitsprak ook wel als laatste woorden kunnen gebruiken. En wij allemaal volgens mij een rondvraag hebben kunnen stellen? Nee, we gaan nog even door. Op links mevrouw Graafsma nog een rondvraag.

Mevrouw Graafsma: ik heb namens het CDA nog even, niet echt een vraag, maar een opmerking over de informatienota die we hebben ontvangen over de verkenning mogelijkheid invoering belasting. Een mooi stuk, goed geschreven, heel duidelijk. Ik was erg verbaasd over het feit dat er hier in Laren 303 woningen leeg staan. En dat in deze tijd, dat vind ik toch eigenlijk wel schandalig. En wij vinden het dus zowel maatschappelijk als financieel gezien echt een heel goed punt en we staan er ook achter. En we zien een concreet voorstel daarover heel graag gauw tegemoet. Dat was onze opmerking. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Graafsma. Ik zie de wethouder de armen omhoog steken. Wethouder Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, 303 huizen leegstaand en dat is in deze tijd schandalig. Dat is misschien hoe het opgeschreven is. Het punt is dat als er sprake is van een tweede huis wat door iemand bewoond wordt die geen ingezetene is van Laren, dan staat er bij de gemeente als leegstaand te boek. Als u voor uw belastingaangifte moet aangeven of u een tweede woning heeft, dan kunt u kiezen leegstaand of vakantiewoning en dat is de categorie. Dus onze gedachte is dat die leegstaande woningen helemaal niet leeg staan, zeker bewoond worden.

En dat dat grond is voor het opleggen aan die eigenaren van een forensenbelasting als compensatie voor het gemis aan bijdrage in de algemene uitkering voor mensen die wel geregistreerd zijn als inwoners. Dus deze mensen die toch geruime tijd waarschijnlijk in het dorp verblijven en aan alle voorzieningen daarvan deelnemen en van genieten, die kan je zoals in verschillende gemeenten al gebeurt een extra bijdrage vragen, boven op de OZB die ze al wel betalen. Mevrouw Graafsma: Dat ik dat niet helemaal goed heb begrepen dan, dat er dus wel degelijk mensen vertoeven in die woningen. Dan is het me duidelijk. Dank u. De voorzitter: Dat laat onverlet dat volgens mij de raad hier graag mee aan de slag gaat, met deze raadsinformatiebrief. Mijnheer Jacobse.

De heer Jacobse: Ja, het is meer een afsluitende opmerking misschien, voorzitter. Dan zit ik op uw stoel. Ik zou deze commissie willen meegeven dat alle zwaarte en zorgelijkheid die wij nu voelen rond vijf over elf ook wordt ingegeven door het feit dat wij met deze commissie ongeveer als enige de verantwoordelijkheid voor dit dorp getrokken hebben. De andere commissies hebben niet gefunctioneerd. Wij gaan volgende week naar de raad. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Mijnheer Van Stempvoort, u nog een rondvraag? Nee. Burgemeester nog een rondvraag? De heer Mol: Een aanvulling op mijn antwoord over de jeugd. Ik ben vergeten te zeggen: wij hebben deels zicht op wat de overlast gevende jeugd is. Weet dat niet alle jeugd Larense jeugd is. Er zit gewoon een groot waterbedeffect is. Als je in een gemeente, dan ploppen ze in een andere gemeente op. Dus daar zitten zeker cyclische bewegingen. Dat wilde ik nog even toevoegen, goed om te weten. De voorzitter: Nou, met het naderende tijdstip van 12 uur en een waterbed, dan gaat het helemaal goed. Wethouder Calis? Nou, dan nog dank aan de diehards op de tribune, dat is een VVD-man en drie Larens Behoud mensen. En de gemeentesecretaris op de achterkant. 7.

Sluiting De voorzitter: Er staan al leden op. ik eindig deze vergadering. Ik hoop dat het u bevalt en dat we een mooi jaar tegemoet gaan. Om 11 minuten over 11 en ik sla met de hamer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11568229/2