CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Maatschappij & Financien 18.06.2025

Commissie Maatschappij en Financiën 18 juni 2025, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda38.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wij hebben daar eerder ook al met de Raadsinformatiebrief over geantwoord. Eigenlijk 80 procent van de gelden die voorheen bij Stichting Steun binnenkwamen, die komen nu via de route van de landschappen binnen. Dat zijn de gelden van de Postcodeloterij, die kwamen binnen bij de Stichting Steun. Het was eerst nog spannend of überhaupt die gelden van de Postcodeloterij naar het GNR zouden doorgaan, omdat ze aangeven: we geven geen geld meer aan een regionale organisatie, alleen nog maar aan landelijke clubs. Toen zijn we gaan lobbyen bij de landschappen. Goh, kunnen we niet deel uitmaken van de koepel? Want wij vullen eigenlijk het gat op tussen het Utrechts landschap en het Noord-Hollands landschap. Dat is gelukt. Dus daar zijn we eigenlijk ontzettend blij mee. En nu hebben wij een expliciete overeenkomst met de landschappen, waarin in de toekomst vanaf dit jaar, de gelden van de Postcodeloterij direct naar het GNR komen. En ook daar moeten we aan eisen voldoen, namelijk we moeten een CBF-keurmerk hebben, het mag niet naar de exploitatie gaan, het moet aantoonbaar aan projecten zijn. Daar moeten wij verantwoording over afleggen. Dus die scheiding is goed geborgd. Blijft over die andere 20 procent die nog bij Steun gaat. Dat zijn voor het grootste deel de donateurs die wij al werven en ook dat gaat ook al naar het GNR.

Wij hebben bestemmingsfondsen ingericht, waardoor we die scheiding tussen publiek en privaat nog beter borgen. Dus voor deze geldstromen is Stichting Steun niet zozeer meer nodig. En we zijn nu met Stichting Steun in overleg. Zouden jullie los van de governance van GNR mogelijk als zelfstandige stichting verder kunnen gaan? Zoals er wel meer zelfstandige stichtingen zijn in het Gooi, die af en toe ook fondsen of legaten werven, ten behoeve van doelen in het Gooi en soms ook het Goois Natuurreservaat. As we speak, hebben we afgesproken met elkaar dat we een mediation-traject ingaan om te kijken hoe die toekomst er dan uit kan zien. Dus dat is wat nu de status is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kersbergen. Excuses dat ik er het woord van tussen zette steeds. Dit was de beantwoording. Ik kijk even rond. Is er nog behoefte voor een volgende ronde? In ieder geval wel bij Groen Laren, de heer Grunwald. Aan u het woord. De heer Grunwald: Dank u wel. Ik wil hier even reageren op de beantwoording van mijn vraag door mevrouw Kersbergen. Ik ben blij te horen dat het GNR niet nog meer noten op zijn zang heeft, die ingeslikt worden, omdat het aan financiële middelen ontbreekt. Dus fijn dat u binnen dat budget wat er is alles kunt doen wat u zelf voorneemt. Dank u wel. De voorzitter: Iemand anders nog? Dan is dit agendapunt ... O, mijnheer Holshuijsen, excuus.

36

De heer Holshuijsen: Veel dank voor alle heldere reacties. Daar heb ik dus ook geen toevoegingen meer op. Ik zie nu wel dat de MRA uw bericht heeft aangevinkt als interessant. En er zit ook nu iemand bij die heeft aangeboden om nog te mailen. Dus wellicht kunt u ook nog een keer zelf rechtstreeks contact opnemen. Dat is maar een gedachte. Mevrouw Kersbergen: Dat is interessant, want ik heb as we speak mijn beleidsmedewerker Martijn Kahlman gemaild. Kijk, dat is het adres van de programmamanager MRA. Zullen we daar eens een keer contact mee opnemen? Toch wel interessant. Ik begrijp uw punt zeker wel, hoor. De voorzitter: Even voor de kijkers en luisteraars thuis. De heer Holshuijsen is ergens heel erg actief geweest op LinkedIn en kennelijk is daar een spontane discussie ontstaan. En daar heeft u met elkaar over afgesproken, ik kijk even vooral naar mijnheer Holshuijsen. Uw suggestie was? De heer Holshuijsen: Wat mevrouw Kersbergen al aangeeft. Gooi eens een lijntje uit naar de MRA. Ze hebben enorme ambities en dat heb ik ook in die hele discussie opgemerkt van het zijn allemaal hele lijvige rapporten met veel plannen, maar de resultaten zijn zo weinig zichtbaar. Dus leuk dat je allemaal ambities hebt, maar dan moet je wel ook daar een invulling aan geven. Dank u, voorzitter.

De voorzitter: Maar samenvattend, kijk ik u als commissie aan, de voorstellen 1 tot en met 5 zijn die genoegzaam en voldoende besproken, zodat wij dit als een hamerstuk kunnen doorsturen of wilt u hier in de raad nog een keer over spreken? De vraag stellen, is niet hem willen beantwoorden. We gaan dit als een hamerstuk beantwoorden, behandelen in de raad. En ik dank in ieder geval mevrouw Kersbergen en mevrouw Van de Steeg. Mevrouw Kersbergen: Mag ik nog één dingetje zeggen? De voorzitter: Ja. Mevrouw Kersbergen: Ik heb al levendig contact met de griffie van Laren en ik begreep dat jullie plannen hebben om de start van het politieke seizoen bij GNR te doen op 5 september. De voorzitter: Maar wij houden helemaal niet van verrassingen. Mevrouw Kersbergen: Neem me niet kwalijk. De voorzitter: Er wordt hier nu gelachen. Mevrouw Kersbergen: Ik wilde alleen zeggen: ik zie ernaar uit. De voorzitter: Wij hebben gewoon een primeur. We hebben een scope. De directeur van het GNR die nodigt ons uit op 5 september en wij komen graag. En daarmee is dit agendapunt nu wel afgehandeld en gaan we, want het wordt allemaal een beetje te lollig, ook van mijn kant uit.

37

10. Conceptbegroting 2026 en conceptjaarstukken 2024 Werkvoorzieningsschap Tomingroep De voorzitter: We gaan gauw door naar agendapunt 10. Dank u wel en wel thuis. We gaan door. De conceptbegroting 2026 en de concept jaarstukken 2024, Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Portefeuillehouder is de heer De Groot. En de ambtelijke ondersteuning is de heer Jan-Dirk De Goeij, seniorprojectleider maatschappelijke zaken gemeente Huizen. Maar die zie ik niet. Dat laat onverlet dat wij het voorstel is om drie punten te bespreken met elkaar. Kennis te nemen van de conceptbegroting 2026 van het Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Voorstel twee, de bijgaande zienswijze op de conceptbegroting 2026 van het Werkvoorzieningsschap Tomingroep in te dienen. En het derde voorstel is kennis te nemen van de jaarstukken 2024 van het Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Dan hoop ik dat ik de klemtoon goed leg. Maar wie van u? Ik moet even het rondje kijken. We gaan allemaal de hand omhoog steken. Maar we waren met een ronde bezig. Ik begin bij mijnheer Lobregt en dan gaan we zo rond. U als eerste uw inbreng. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Als eerste wil ik opmerken dat wij de Werkvoorzieningsfaciliteiten zeer belangrijk vinden. Als ik kijk naar de zienswijze die u wilt indienen, dan denk ik dat die nog wel wat scherper zou mogen.

De financiële situatie van de Tomingroep is niet rooskleurig. Er worden verschillende jaren achter elkaar verliezen geleden. Er is gevraagd aan de directie om nieuwe plannen te maken. Aan die vraag is niet voldaan door de directie. Dus ik denk dat ingrijpen hier noodzakelijk is en dat we daarop moeten aandringen. Dat de Tomingroep moet naar een nieuw bedrijfsmodel. Dat een reorganisatie nodig is. Mijn vraag is: hebben andere sociale werkvoorzieningen dezelfde problemen in het land? Of zijn die al wel bezig met nieuwe bedrijfsmodellen? Is daarnaar gekeken? Wat zijn de marktontwikkelingen als het gaat om de werkvoorzieningen? Kan er afgeslankt worden? Kortom, we zijn volgens mij op zoek naar een nieuwe strategie en wellicht ook een nieuwe directie. Dat weet ik niet. Maar ik denk dat we hier wat, zeker gezien het verleden, dat we hier toch even wat scherper in moeten of strikter in moeten gaan zitten vanuit de gemeente Laren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij oversteken naar de fractie van Groen Laren, de heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons volledig aan bij de uitvoering en de vraag van de heer Lobregt van het CDA. Werkvoorzieningsschap is een essentieel onderdeel van deze samenleving, om ook degenen met minder kansen op de arbeidsmarkt toch zinvol werk te kunnen bieden tegen een passende vergoeding.

Dus dat is heel belangrijk om ook op de lange termijn te borgen. En dus daar is het nodig dat er gehandeld wordt en wel nu. En dit allemaal duldt geen verder uitstel, dus aan de slag, zou ik zeggen. En de zienswijze zo scherp mogelijk formuleren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Dan zijn we bij de fractie van Larens Behoud, de heer Jacobse. De heer Jacobse: Voorzitter, zoals misschien bekend, ik speel nogal aardig orgel. Mijn intentie was om eens even vol op het orgel te gaan hier. Want er klopt natuurlijk helemaal niets van. Dat kan natuurlijk serieus niet waar zijn. Wij krijgen een stuk wat een beslisvoorstel heet, dat is geen aanbeveling, dat is geen informatienota. Dat gaat ergens over. Dan lees ik de eerste een, twee, drie, vier pagina zo'n beetje ongeveer de ontstaansgeschiedenis van de Tomingroep. Dit is niet goed. Dit moet anders. Ik sluit me blind aan bij wat mijnheer Lobregt zei en ook mijn partner aan de linkerkant. Dat is een raar verhaal. Ik citeer even één dingetje, omdat ik het u wil vertellen. Vraagt de directeur Tomingroep en raad van commissarissen om een doorlichting van de bedrijfsvoering, om een plan zodat het bedrijf doelmatig kan inspelen op de behoefte, 38

veranderde doelgroep, veranderde omstandigheden op de arbeidsmarkt. Ja. Aangezien de aanbeveling door het algemeen bestuur is overgenomen, hadden wij verwacht dat inmiddels de opvolging zou zijn gegeven. Tot onze verbazing is deze doorlichting echter nog niet altijd uitgevoerd. In welke hoek wil je gaan zitten voor de klappen? Dan bedoel ik eigenlijk. Als ik goed doorreken wat hier staat, dan zijn we op de manier waarop de Tomingroep nu werkt in een jaar of vijf, zes, zeven, acht jaar of drie, vier zijn we door de munten. Er lijkt, is althans niet opgeschreven, er lijkt geen verbetering in de intake van klanten. Ik lees niets over bezuinigingen, ik lees al helemaal niets over een nieuwe strategie, laat staan hoe pakken we dat aan? Wat mij betreft kan dat verhaal wat wij daarheen gaan brengen niet scherp genoeg zijn. De zienswijze. Men heeft wel geprobeerd om daar een pittig verhaal van te maken. Dat is dan de enige waardering die ik heb. De raad wenst geïnformeerd te worden. Blablabla, najaar 2024 is geïnformeerd, niet haalbaar. Ik denk dat we op zo kort mogelijke termijn die analyse moeten afdwingen of vinden en ik koppel even terug naar de opening van dit hele document. En daar gaan we weer, heb ik daarboven gezet. Dit is een gemeenschappelijke regeling tussen Almere, Blaricum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Wijdemeren, Laren, Gooise Meren, dat zijn geen grapjes meer.

Wij zijn dus het kleine broertje van dat hele gezin. En als ik dan lees en hoor dat Almere en Hilversum al een clubje gevormd hebben om te kijken hoe ze dit gaan oplossen, dan zou ik voor willen stellen om dat clubje een beetje uit te breiden naar het totaal van deze gemeenschappelijke regeling. Want dit is een heel serieus verhaal. De tent gaat op zijn kont en ik sluit af. Dat is precies wat we niet bedoelen. Op het moment dat er commerciële zaken misgaan, is het jammer. Op het moment dat er sociaal-maatschappelijke zaken misgaan en dit over mensen gaat en dat gaat het, dan vind ik het knap lullig. Dat hadden we moeten voorzien. Daar zitten we voor. Daar zit overigens ook een raad van commissarissen voor. En daar zit een directie op die niet doet wat wij gevraagd hebben. Dus ik ben buitengewoon kritisch. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we bij de fractie van D66, in de persoon van mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Even reagerend op mijn voorgaande spreker, we zitten gewoon met landelijke richtlijnen en regelgeving. Dat is gewoon heel vervelend en daar zit het grootste probleem. Dus we begrijpen de bezorgdheid van het college volledig over de slechte financiële resultaten.

We zijn dan ook blij dat de gemeenten gaan samenwerken aan een regionaal bedrijfsmodel, dat passend en haalbaar is, maar ook waarin de belangen van de inwoners die ondersteuning nodig hebben, centraal staat. We kunnen derhalve instemmen met de concept zienswijzen. Wij hebben wel een paar technische vragen. Er staat in de zienswijze: op basis van de bestaande situatie is er geen realistisch toekomstperspectief voor het bedrijf. Mijn vraag is dan: is dit een prelude tot afschaffing of terugtrekking uit de Tomingroep? De tweede vraag: de samenwerkende gemeenten moeten komen tot een gedeelde visie, dan is vraag twee: wat zijn de verschillen tussen de gemeenten? Is er geen gezamenlijke visie? Tomingroep heeft een totale capaciteit van 921 WSW, maar deze bleef achter tot 237 plekken in 24. Binnen de binnen HBEL was de instroom echter maar twee personen lager. Wat kunnen wij, dat is de vraag, vanuit Laren doen aan de achterblijvende instroom? Vanuit HBEL worden ook gevluchte Oekraïners aan Tomingroep toegevoegd. Ook om de Nederlandse taal te leren. Er kleeft echter één groot nadeel aan, dat zij later mogen binnenkomen en weinig assimileren. De vraag, vraag vier: ik begrijp dat dit een uitvoeringsprobleem is, maar het is ergens verwarrend voor de werkplanning. Is u dit bekend? Er werd aangegeven dat Tomingroep niet de gevraagde doorlichting van bedrijfsvoering heeft uitgevoerd.

Vraag vijf: waar ligt dat aan, volgens u? Dat waren mijn vijf vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. Fractie van de VVD.

39

De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Weet u, we kunnen hier lang en breed over kletsen, maar dit is gewoon een sterfhuis. En het is bijzonder jammer, want er zijn een heleboel mensen met afstand tot de arbeidsmarkt die wel degelijk geholpen moeten worden. Alleen hier is iets opgezet dat totaal niet voldoet aan de eisen van de huidige tijd. En ik benijd de wethouder niet dat hij dit dossier op de tafel heeft liggen. Want je wil de mensen helpen en tegelijkertijd zit je met iets waar een bedrijfsmodel onderligt, een businessmodel om dan maar die term te gebruiken, die niet meer functioneert. En dat is bewezen. Als jij werk inkoopt of aanneemt en je hebt de mensen er niet voor, dan ben je verkeerd bezig. Het is verkeerd ingericht. Het bestaat niet meer. Dus de vraag hier is: gelooft het college dat het businessmodel nog past bij de veranderde marktomstandigheden? Waarbij zojuist mevrouw Van Dorst al zei: van de 900 plekken zijn er 200 in gebruik. Kortom, is het niet nodig dat de hele zaak wordt omgeturnd en dat er geen werk meer wordt aangenomen, maar dat die mensen daadwerkelijk worden begeleid naar een baan bij een ander bedrijf, dus een detachering wordt gedaan? Iets anders wat ik ook niet begrijp, is dat in het jaarverslag worden bepaalde bedrijfsactiviteiten genoemd, maar er staat nergens iets over hoeveel de een en de ander oplevert.

Dus we hebben de catering, we hebben de inpak, we hebben de groenvoorziening, et cetera. Hartstikke mooi allemaal, maar dat staat helemaal niet hoeveel omzet dat die draaien, hoeveel mensen dat die inzetten, et cetera. Terwijl dat daar volgens mij allemaal voor bedoeld is. Dus de opmerking die eerder gemaakt is, dat deze directie en deze raad voor commissarissen totaal ongeschikt zijn, blijkt ook daar maar weer eens uit. Kortom, we zitten hier met een probleem en mijn andere vraag is: wat is het risico voor de gemeente Laren, het financiële risico, indien er zo dadelijk inderdaad een liquiditeitstekort is? Want solvabiliteit hebben we wel. Er liggen meer dan genoeg stenen die nog wat waarde hebben in deze regio, maar zo meteen is het geld op en wat is dan ons risico. En dan mijn volgende vraag: gaat het college onderzoeken of er een andere oplossing mogelijk is, om met fusie of samenwerking met een andere organisatie dit wel recht te krijgen? Want als dat niet zo is, dan vrees ik dat dit einde oefening is en dat we afscheid moeten nemen van deze organisatie op deze manier en dat er een volledig ander businessmodel moet worden opgezet. Dank u wel. De voorzitter: Ik maak nog even een kleine tussensprong. Mevrouw Niekus, wilt u hier nog iets sociaals aan toevoegen? Nee. Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ik zit hier met stijgende verbazing.

Ieder jaar kom ik bij de Tomingroep en ik heb daar nog nooit iemand uit deze zaal gezien. Ellen, jij wel. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van Dorst. De heer De Jong: Ja, maar ook haar verhaal geeft aan dat zij daar wel gezeten heeft, maar waarschijnlijk toch ook een andere opvatting heeft dan dat ik heb. Deze organisatie is al 10 jaar aan het reorganiseren. Deze organisatie heeft met een rijksoverheid te maken die continu de systemen wijzigt. Die continu verandert. Op een gegeven moment Wsw’ers had, maar nu zegt: die mensen moeten in het bedrijfsleven gaan werken. Dus dat betekent dat ze niet meer, want ze hadden daar echt fantastisch opgezet dat ze daar werkten, maar op moment dat dat dus door de rijksoverheid veranderd wordt en dat niet meer kan en die mensen daar niet meer kunnen werken, omdat ze niet meer door de overheid gefinancierd worden, maar zo veel mogelijk in het bedrijfsleven moeten gaan werken wat mogelijk. En dat zijn zij dus ook aan het doen. Alleen dat is jaar in, jaar uit veranderen. Jaar in, jaar uit nemen de dingen af en dan kun je dus … Wij hebben een aantal verplichtingen en dat zij dat al jaren doen, betekent nu dat zij misschien wel iets achter de feiten aanlopen op dit moment, maar zij kunnen gewoon niet anders. Want ze hebben een grote organisatie, ze hebben miljoenen geïnvesteerd en daar hebben ze geen mensen meer voor.

En nu zijn ze dat ook aan het veranderen. Alleen wij 40

moeten dus als gemeente daar heel goed naar kijken van wij moeten dat ook zelf financieren die mensen, dus gaan we dat nog meer via de Tomingroep doen dadelijk of gaan wij een deel zelf doen hier in de gemeente? Want wij zullen toch een aantal dingen moeten oplossen. En dan kunnen we hier heel hard roepen van dit is een sterfhuis, maar hoe gaan we dan met deze mensen het oplossen? Mevrouw Van Dorst: Mag ik heel even onderbreken, voorzitter? De voorzitter: Het is eigenlijk eerste termijn, maar goed. Mevrouw Van Dorst: Weet u, wat u zegt, ben ik het hartstikke mee eens, maar ik beperk me tot technische vragen. Dit is geen politiek, waar ik mij in beperk. Ik ben het helemaal met u eens. De heer De Jong: Ik geef technisch weer wat daar gebeurt in de organisatie en dat daar nu opmerkingen komen, mensen die voor een groot deel nooit geweest zijn. Dus er zijn ook keuzes, wat ik opgeschreven heb, wij zullen dadelijk … Zij hebben al een jaar of acht geleden hebben ze dit cijferverhaal dat het zo achteruitging, dat hebben ze acht jaar geleden al. Ze zijn continu aan het aanpassen om toch nog wat geld over te houden in het schap en dat daarnaartoe door te schuiven. Maar we zullen waarschijnlijk straks als gemeente de keuze moeten maken en die zouden we eigenlijk nu al moeten maken.

Maar dat moeten we in goed overleg doen, dat wij al een hogere bijdrage gaan leveren daaraan en gaan kijken hoe we de problemen gaan oplossen. Want het zijn onze problemen. Het zijn niet de problemen van schap, want de Tomingroep is er heel druk mee bezig. Maar we zullen dit anders moeten gaan oplossen met elkaar. En dat gaat ook de gemeente Laren geld kosten. En dat is niet anders en het wordt veroorzaakt door de rijksoverheid. De voorzitter: Dank u wel, voor deze eerste ronde. Het gaat over geld, maar ik hoor ook meerdere fracties zeggen: ik denk dat we dat allemaal bedoelen. We hebben het over mensen die daar via die route aan het werk komen. Dat is denk ik wat iedereen wil zeggen, maar het gaat uiteraard altijd weer over geld, maar ik denk dat het dan wel goed is, dat iedereen wel het weet dat we het over mensen hebben. Mijnheer de wethouder, mijnheer De Groot mag ik u … U ontbeert ambtelijke ondersteuning. Als u zegt: er zitten toch vragen tussen, die kan ik echt niet beantwoorden. Ga niet iets half beantwoorden, maar laten we dan met elkaar afspreken dat er schriftelijke aanvullingen komen, want dat verdient dit onderwerp ook. Mag ik dat zo alvast met u meegeven? Dan is aan u het woord. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik een heel eind komt, maar zodra het drie spaden dieper gaat, dan zal er toch misschien even nog wat ondersteuning achteraf nodig zijn.

Laat ik beginnen met mijnheer De Jong, was als laatste aan het woord. Is inderdaad goed en dat gaf u ook aan met uw woorden, om wat balans te brengen de discussie, omdat het inderdaad over mensen gaat, over kwetsbare mensen. En we zien in de landen en die zijn bang. De scherpe woorden die geuit zijn, begrijp ik. Die komen ook terug, vind ik, in voldoende mate in de zienswijze, maar aan de andere kant moeten we ook rekening mee houden dat die mensen bang zijn voor hun werk, hun werkomgeving en dat soort dingen. Dus ik denk dat dat van belang is om in acht te nemen op het moment dat we dit verder behandelen. Ook mocht dit in de raad nog verder tot behandeling leiden. Dus dit even als schot voor de boeg. Neemt niet weg dat ik de scherpte ook begrijp. Dat geef ik ook aan. Ik denk ook naar mijnheer Lobregt toe, dat als ik kijk naar onze zienswijze, die zal als zeer scherp ervaren worden en hard aankomen. Ik denk dat die ook wat dat betreft goed in balans geformuleerd is en ik zou graag willen dat we deze zo onverkort naar hen toe brengen. Ook omdat deze zienswijze gelijkerwijs in Blaricum, et cetera, voorligt. Die kunnen natuurlijk ook wijzigen, maar ik zou wel graag deze tekst zo 41

handhaven, omdat die denk ik ook de balans die mijnheer De Jong zoekt, goed weergeeft. Want inderdaad, het gaat om mensen, het gaat over werk, het gaat over werksoort. Het gaat over heleboel dingen, maar het gaat ook over een bedrijfsmodel. En als het daarom gaat, ben ik het eens met een aantal sprekers hier dat daar wat aan mankeert. Er wordt geprobeerd grootschalig werk aan te nemen en als dat niet lukt, dan worden er uitzendkrachten aangerukt. En dat kost geld en dat betekent dan ook dat je aan het eind van de rit dit geld tekortkomt. Waarbij ook nog eens komt dat je voor elke werknemer die je daar hebt lopen ook nog eens tekort komt in de subsidieregeling dus dat komt dubbel hard aan. En dat is niet haalbaar en dat is ook precies wat hier nu voorligt in deze zienswijze. En het is denk ik wat dat betreft goed, wat mij betreft voldoende scherp geformuleerd. Ik loop even het rijtje langs. Mijnheer Jacobse, vol op het orgel, maar hij zal ook mijn kanttekeningen begrijpen daarbij als het gaat over de mensen. Dat zal ook zeker op korte termijn moeten gebeuren. Ik denk dat op dit moment ongeveer een kwart van mijn tijd aan de Tomingroep op gaat. Terwijl wij ons aandeel in het aantal mensen wat er werkt echt miniem is en onze stem daarin ook. En het percentage wat we eventueel deficit moeten meenemen, daar ook aan gepaard is.

Dus dat is pakweg 2,5, 3 procent als je dat omrekent naar wat wij dan eventueel daarvan zouden moeten hebben. Dus op 1 miljoen verlies zou dat 20.000 euro zijn. Vind ik niet lekker. Het kan nu nog een soort van gedekt worden, maar dat blijft natuurlijk niet zo. Dus ik vind dat zo'n organisatie moet strak getrimd zijn rondom een aantal dingen waar ze goed in zijn. Mijnheer Merckx vroeg ook: hoe dat met die resultaten product-marktcombinaties? Ik begrijp dat in een jaarverslag dat niet komt. Ik heb er weleens het een en ander gezien. Daar valt wel het een en ander mee te doen en ik zeg u ook toe dat ik daar in de gesprekken met de Tomingroep ook op zal letten dat daar gewerkt wordt, waar je de beste kans hebt met de beste vooruitzichten. Mevrouw Van Dorst heeft een conclusie. De richtlijnen van de overheid zijn het grootste probleem. Dat is ook een probleem, maar de bedrijfsvoering is ook een probleem. Dat geef ik aan. Het feit op zich dat geprobeerd wordt grootschalig werk aan te nemen en als dat niet lukt, omdat het ziekteverzuim relatief hoog is in deze groep en mensen zeggen: je hebt een contract afgesloten, je moet toch leveren. Dan gaat de teller lopen en dan krijg je geen korting. Dat kan ik u verzekeren, als de nood hoog is. Dus daar moet wat aan gedaan worden.

Het is ook anders als mensen gedetacheerd zijn als hier op de Werf iets gepland wordt en je hebt mensen van de Tomingroep daarbij lopen en daar loopt enige vertraging, dan zegt de planner: weet je wat, we hebben een aantal mensen niet, we nemen nu even iets waar we minder mensen voor nodig hebben en als er weer zijn, dan pakken we weer het grote werk. Dan heb je niet dat je daar uitzendkrachten voor moet inhuren en lopen ook die kosten niet op. Dus we moeten zoeken naar wegen om de mens centraal te stellen, het werk wat daarbij past. En daar beleid op te enten en dan bekijken hoe past de Tomingroep daar nu precies in? Dat is de zoektocht die wij op dit moment ondernemen. We hebben met elkaar afgesproken dat elke gemeente, wij doen dat in HBEL-verband, een aantal stappen doorloopt om een visie te ontwikkelen van hoe wij vinden hoe dat moet. En dus op het moment dat dat verder komt, dan zullen we u zeker daar ook over berichten. Dat is nu in volle gang. En er zijn de komende dagen, de komende weken weer allerlei soorten overleggen, om te proberen ook al die dingen weer samen op één lijn te brengen. Dat zal nog een hele klus worden. Almere heeft andere belangen dan de HBEL. En ook Hilversum.

Je ziet ook al dat dat een spanningsveld oplevert, maar de voorzitter Boudewijns van Gooise Meren echt probeert nog zoveel mogelijk te zorgen dat er in ieder geval een goed gecoördineerd en een zoveel mogelijk gelijkluidend antwoord komt op de problemen. Ik heb daar verder geen prognose over. Dus dat over de gedeelde visie. De achterliggende instroom, dat is maar een deel van het probleem. Eigenlijk als je instroom hebt en de vergoeding is te gering van het rijk, dan ga je er verlies op leiden. Maar dat is niet het grote probleem van Tomingroep, want als het een efficiënte organisatie is en het eind van de rit kom je wat geld tekort, zeg je: jongens, het is goed. Het is zo efficiënt mogelijk gedaan. De vergoeding van het rijk is niet anders. Dus als we het eind van de rit daar nog wat bij moeten leggen, dan is het niet anders. Maar nu 42

hebben we het gevoel, dat heeft u, dat hebben wij, dat het wel anders kan en dat het anders moet. Dit heb ik uitgelegd, die uitzendkrachten en ook wat andere factoren. Dat was ook het begin van de vraag, van de opmerking van mijnheer Merckx, voldoet het aan de eisen van deze tijd? Ik denk dat wat dat betreft of als dat al vroeger zo was. We hebben in het verleden natuurlijk ook wel degelijk zwarte cijfers geschreven. Maar of dat nu zo is, daar kunt u inderdaad gerede twijfels over hebben en dat vindt u wat mij betreft ook terug in de zienswijze. Ik dank voor uw empathie naar mij toe, want is inderdaad een berenklus om dit voor een relatief klein belang, maar wel voor een belangrijke doelgroep, dit te doen. Maar gelukkig helpt het ons ook om een visie te ontwikkelen op participatie en op regionale samenwerking op dat gebied en een logische plek voor Tomingroep te vinden. In plaats van dat we van de Tomingroep uitgaan en de rest daaromheen organiseren. Dat lijkt me ook strategisch gezien, zeker in deze omstandigheden, niet de juiste manier. Over die productmarktcombinatie heb ik al wat gezegd. Laat ik me niet uitlaten over de directie en de raad van commissarissen. Ik denk dat we goed neerzetten wat we willen en dan zal straks blijken of ze de juiste personen zijn om daar invulling aan te geven. Mijnheer De Jong, ben ik mee begonnen.

Ik denk dat u geprobeerd heeft balans in de discussie te brengen. En ook dat, wat daar gebeurd is, hebben wij ook onze vingerafdruk op zitten. Dus het is inderdaad waar dat we niet alleen maar naar anderen kunnen wijzen. In al die jaren is er natuurlijk een ontwikkeling gaande, maar ik moet erbij wel meteen bij zeggen: die midterm review is naar voren gehaald door druk onder meer van mij en andere collega's, die gezegd hebben: jongens, wij moeten zorgen dat die scheefgroei stopt. En dat is denk ik een opgave die we allemaal moeten hebben. Het gaat ook om publieke middelen. Dus juist de kwetsbare mensen zich gerust moeten voelen, dat wij tevreden zijn op de manier waarop het allemaal verloopt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk even rond voor niet-beantwoorde vragen. Zijn er niet beantwoorde vragen? Dan doen we die even nog. Mevrouw Van Dorst D66 en daarna de heer Merckx van de VVD. Mevrouw Van Dorst: Ik had twee vragen waar ik nog geen antwoord op heb. En dat is over de Oekraïners, is u dat bekend? En de tweede vraag was: waar denkt u waardoor het komt dat de Tomingroep niet de gevraagde doorlichting van bedrijfsvoering heeft uitgevoerd? Dank u wel, mijn twee vragen. De voorzitter: Dank u wel. En dan doen we meteen even mijnheer Merckx met zijn aanvullende vraag, die niet beantwoord is. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter.

Mijn vraag ging over de mogelijkheid om een, noem het maar een fusie, met een andere, een gelijksoortige organisatie zoals een Tomingroep aan te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer de wethouder, heeft u mee kunnen luisteren nog even naar deze drie vragen? Dan is aan u het woord, mijnheer De Groot. De heer De Groot: Over die Oekraïners moet ik u het antwoord schuldig blijven. Ik zal aan mijnheer De Goeij vragen om daar nog op terug te komen. Over die doorlichting, waarom dat niet gebeurd is. Eerlijk gezegd, weet ik het niet. We hebben we hebben in ieder geval gevraagd aan de directie naar aanleiding van de midterm review om dat te doen. Het moge duidelijk zijn dat deze zienswijze, ze daar nog scherp op de verantwoordelijkheid duidt. En over het algemeen brengt dat wel dingen in beweging, kan ik u verzekeren. De mogelijkheid tot een fusie. Ik denk eerlijk gezegd, op dit moment kijken we, om het heel oneerbiedig te zeggen, een zieke kip met een andere zieke kip dat zie ik nog niet snel gebeuren. Het zou best kunnen dat je in 43

de buurt nog een aantal anderen hebben die het veel beter doen. Daar hebben we op dit moment eigenlijk weinig zicht op. We vinden dat we eerst onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten kijken van hoe zit dat nou? En dan kun je kijken: is de schaal waarop we werken te klein en moeten we niet op een andere schaal werken en dan naar een fusie kijken? Dus ik zou het eerder gezegd omdraaien. Eerst de strategie, dan de structuur. De voorzitter: Dat is een antwoord, mijnheer Merckx? U wil daarop reageren? De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. De heer De Groot had roept bij mij een andere vraag op. Maar doen we een rondje tweede ronde of hoe wilt u het hebben? De voorzitter: Als u een moment heeft, wie heeft er behoefte aan een tweede ronde? Ja, er zijn er meer, maar dan beginnen we nu de tweede ronde. De heer Merckx: Dat is heel mooi. Dank u wel, voorzitter. Wethouder De root geeft zojuist aan, eigenlijk een vraag die bij mij was blijven liggen, is namelijk ook: wat is het vergelijkingsmateriaal wat er gebeurt om ons heen, in om ons omringende regio's, gemeentes? Zien we daar eenzelfde beeld van een dramatische terugloop en rode cijfers? Hoe hebben zij het georganiseerd? Hoe zijn die organisaties ingericht en krijgen die het wel voor elkaar? En dan nog een andere vraag.

Uit uw betoog en antwoorden hoor ik dat het eigenlijk de wethouders zijn die op dit moment naar een oplossing zoeken. Ik vind dat wel bijzonder, want het moet eigenlijk de raad voor commissarissen en de bestuurder zijn die hier met een oplossing komen en ik waardeer het bijzonder dat u daar zo bij betrokken bent, zoals ik al zei, maar ik vind het wel een beetje vreemd dat hier de politiek het bedrijf moet vertellen hoe het ingericht moet gaan worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx. De heer De Jong. De heer Merckx: Sorry, er moet een vraag aan vastzitten. Dus wat is nu eigenlijk het bestuur en de raad van commissarissen van de Tomingroep aan het doen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ik ben heel blij dat de wethouders uit de diverse gemeenten nu die dat aansturen, dat die nu actie ondernemen en hun rol nemen om met de directie van de Tomingroep samen de problemen aan te pakken. De voorzitter: Mijnheer Lobregt, CDA. Dank u wel, mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ik leef mee met mijnheer De Jong die aangeeft dat continu wet- en regelgeving verandert en dat de Tomingroep daarom achter de feiten aanloopt. Echter, als directie en raad van commissarissen, dan ben je daar verantwoordelijk voor om dan ook je bedrijfsmodel aan te aan te passen.

En daarom zeggen wij ook overigens, mijn vraag was ook van hebben ze gekeken, ook wat gebeurt er elders in de markt, bij andere organisaties? Ik begrijp uit uw antwoord dat daar nog niet naar gekeken is. Aan u geschud begrijp ik dat dat nu wat genuanceerder ligt, maar ik hoorde dat u toch echt zeggen. Ik denk, als het gaat om de om de verwording wat ik ook al eerder aangaf, feitelijk heeft de directie een dikke middelvinger opgestoken naar u en gewoon niet gedaan wat er is gevraagd. Dus dat ik denk inderdaad dat de directie en de raad van commissarissen, zoals

44

ook door de VVD wordt aangegeven, dat die in actie moeten komen. En dat u dat ook gewoon op een niet mis te verstane wijze aan ze moet zeggen. Niet eens vragen, gewoon zeggen. Ik vind de formulering zoals die nu in de zienswijze staat nog heel lief. Dat mag echt wel wat scherper wat ons betreft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. Dan steek ik over naar de andere kant, de heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik wil verder niet in herhaling vallen, maar het is wel zo dat, denk ik, de aanwezigen toch een ongedeeld bekruipt. En als we nu weer uit elkaar gaan met deze zienswijze, dan weten we eigenlijk nog niet wat er gebeurt. Dus en dan komen we misschien over een jaartje weer bij elkaar, dat is misschien nog wel erger. Wat we niet willen hopen. Dus mijn idee is om een beetje invulling te geven, iets scherper of zeer veel scherper te formuleren. Is het mogelijk om een deadline te stellen, dat we daar wat te weten komen over hoe de directie en de raad van commissarissen het probleem denken op te lossen? Al dan niet met een onderzoek door een extern bureau. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Fractie van Larens Behoud, de heer Jacobse. De heer Jacobse: Ik volg met verbazing de discussie. Als je deze vrolijkheid in het bedrijfsleven meemaakt, dan hadden we het niet meegemaakt, zal ik maar zeggen.

De voorzitter: Als u een interruptie wilt, moet u even de microfoon aandoen. De heer Jacobse krijgt een interruptie van mevrouw Van Dorst. Die wilde zeggen: het is geen bedrijfsleven. Mevrouw Van Dorst: Mag het, voorzitter? De voorzitter: Ja, maar dan moet u wel de microfoon aandoen. Mevrouw Van Dorst: Excuus. Dit is inderdaad een stuk emotie wat hier komt. Dat is altijd geloof ik het grote probleem. Het is natuurlijk geen bedrijf. Wij willen graag dat een bedrijf zo min mogelijk verlies draait, daar zijn we het allemaal over eens. Maar het is geen bedrijf, het is er voor de inwoners. Het doel is om inwoners te helpen en dan kijken we hoe dat op de meest efficiënte manier doen. Dat is een groot verschil. De voorzitter: Dat is de interruptie. Mijnheer Jacobse, vervolg uw inbreng. De heer Jacobse: Dan ga ik u toch uit de droom helpen. We hebben net in de jaarstukken 2022 opgezocht. De directeur-bestuurder verdient 2 ton euro. Nee, stop. Aan de ene kant wordt er dus geroepen: het is geen bedrijf, het is geen bedrijfsleven, maar dit is de ambtelijk en het gaat allemaal rustig. En aan de andere kant zit daar wel een mijnheer die zijn verantwoordelijkheid niet neemt, die een bestuur om zich heen heeft en die een raad van commissarissen heeft die zitten te pitten.

En wij zitten hier met zeven gemeenteraden ons op te winden en heb ik een wethouder die zich halfdood loopt en zijn tijd besteed aan deze club. Ik vind het echt buiten proportie. Het is buiten proportie. En dan gaat het dus niet aan of we wel of niet bedrijfsleven zijn. Het gaat erom dat het gewoon helemaal naar de knoppen gaat. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Dorst.

45

Mevrouw Van Dorst: Wat dat betreft, daar heeft u natuurlijk wel een punt. Als u zegt: dat klopt niet, dan klopt dat niet, maar u moet niet zeggen: dit is een bedrijf en het moet als een bedrijf georganiseerd worden. De heer Jacobse: Dat zeg ik ook niet. De voorzitter: Hier komt, denk ik, wederom bij iedereen aan tafel, ook degenen die nu hun mond houden, het zijn de mensen die hulp nodig hebben om aan het werk te komen of werken te blijven. Mijnheer Jacobse, heeft u daar nog een aanvulling op of vindt u het genoeg voor nu? De heer Jacobse: Die aanbeveling 7, het is voor mij stomme verbazing dat dat gewoon niet gebeurt. Dat is een analyse van de bedrijfsvoering en die moet klaarliggen bij een directie. Zeker als we daar al jaren mee aan het tobben zijn. Ik heb een vraag voor de wethouder. Wat is uw persoonlijke visie en mening? U coördineert nu een deel. De voorzitter: Dan ga ik even ingrijpen. De wethouder zit hier als wethouder, door het woordje persoonlijk weg te halen, ik denk dat alles wat de wethouder hier zegt, ten volle als wethouder gezegd wordt, want dan heeft het ook kracht. De heer Jacobse: Ja, maar dan nog mag ik daar wel om vragen, want er zijn acht wethouders uit de diverse gemeenten. De voorzitter: Ja, maar dan hebben ze als wethouder en u noemt het woordje persoonlijk, dat impliceert dat het de persoonlijke mening van de wethouder is. Dat wil ik eruit halen.

De heer Jacobse: Haal het er maar uit dan en dan wil ik de mening van de wethouder hebben. Hoe hij hiernaar kijkt, wat een tijdspad is. Wat de inspanning van de andere betrokken gemeenten is. Ik hoor dat Almere en Hilversum al met elkaar bezig zijn. Er moet nogal wat gebeuren als we dit in de lucht willen houden. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dan steek ik over naar de andere kant. Mevrouw Van Dorst. Dan waren we bij de heer Merckx en die is net begonnen. Mijnheer de wethouder, kunt u in deze ronde nog weer reageren? De heer De Groot: Uiteraard. Even over, ik begin met mijnheer Merckx, zijn opmerking het vergelijk met omliggende regio's. En daar wordt wel degelijk naar gekeken op dit moment, maar we zitten met een heleboel dingen die tegelijk moeten gebeuren. We weten wel van andere regio's, we weten dat de meeste regio's moeite hebben met de eindjes bij elkaar knopen. Maar als je er echt iets over wil zeggen, dan moet je er veel dieper ingaan en dan er zijn … Je ziet een heleboel verschijningsvormen, ook in de integratie van de keten. En dan word ik heel technisch van wat ze wel en niet allemaal erbij doen. Dus ik vind het heel lastig om daar echt een goed antwoord op te geven. Het is wel zo dat er afspraken zijn gemaakt, om ook naar andere regio's te kijken. Dus dat loopt wel, maar het komt er allemaal bovenop.

Maar ik denk dat het belangrijkste is, wat willen we zelf en wat willen de raden? En dat wat mij betreft wel duidelijk. Dus en dat we daarna ook kijken van wat gebeurt er in het land en wat gebeurt er bij anderen? Dat lijkt me evident en ik vind dat ook iets wat wel degelijk gedaan moet worden. Dan over de bal terugleggen bij de raad van commissarissen. Uiteraard hebben we daar stevige discussies mee gehad en ik niet het minst. Als ik probeer even advocaat van hen te zijn. Ik ontwijk een specifiek woord, dan zeggen zij: we zijn wel een vorm van een BV, maar we zijn een

46

uitvoeringsorganisatie die werkt volgens de opdracht zoals die jaren geleden geformuleerd is voor de Tomingroep. En volgens die opdracht gewerkt wordt, dan moet die capaciteit in de lucht gehouden worden en dan moet er ook pas als er een nieuwe opdracht is, dan vinden we dat we met een nieuw plan moeten komen. Het zal duidelijk zijn dat we het daar niet mee eens zijn en daar getuigt dus ook deze zienswijze van. Het laat ook onverlet dat er een toezegging ligt van de directie om wel degelijk naar de bedrijfsvoering te kijken en daar willen ze zich aan houden. Dus die twee dingen liggen voor en die kunnen wat mij betreft, zijn die scherp genoeg geformuleerd, maar wel kunt u erop rekenen dat het chagrijn wat ik hier gehoord heb, dat heb ik geprobeerd juist een beetje te onderdrukken bij mezelf, ook om te proberen de balans te houden, waar ik het in eerste instantie over gehad heb. Mijnheer Lobregt. Mijnheer Merckx had het eerst over een fusie en daar ben ik wat terughoudend in. Ik ben niet terughoudend om te kijken naar andere bedrijfsmodellen of andere regio's, hoe die het anders doen. Ik heb al naar mijnheer Merckx aangegeven dat dat wel degelijk iets is wat in de plannen zit. Maar nogmaals, eerst zelf even kijken hoe wij onze Participatiewet willen inrichten en dan pas kijken hoe de Tomingroep daarin past.

En wat dat betreft is dit een welkome exercitie, die ik graag wat eerder had gehad. Maar dan moet je ook wel de handen op elkaar krijgen. En wij als ieniemienie-gemeente hebben daar verrekt weinig over te zeggen als de grote jongens daar anders over denken. Mijnheer Grunwald die spreekt ook ongenoegen uit en ik begrijp hem helemaal. En mijnheer Jacobse heeft al voor de tweede keer het orgel verdienstelijk bespeeld. Dus ik ben hem daar zeer dankbaar voor. Ik neem het graag mee. Er zit één opmerking bij, Almere en Hilversum samen. Nee, samen apart. Allebei zijn ze bezig een eigen visie te ontwikkelen. En dat is niet per se dezelfde. Dat geeft ook weer de complexiteit van spanningsveld aan. En dat ook niet alleen maar niet jaloers met mij hoeven te zijn, maar ook met de voorzitter van de club die het dagelijks bestuur moet leiden. Dus daarover, ik denk dat ik daarmee alle vragen gehad heb. De voorzitter: Twee handen, maar dat betreft de vraag is niet beantwoord of een aanvullende vraag? Dan ga ik eerst even naar mijnheer Grunwald, want die stak een hand op, omdat hij een vraag niet beantwoord had. De heer Grunwald: Ja, dat klopt, want ik stelde de vraag of het mogelijk is om de directie en raad van commissarissen een deadline te geven, maar het mag ook een termijn genoemd worden, om met plannen te komen? De voorzitter: Wethouder.

De heer De Groot: In die lijn zullen we zeker gaan opereren en dat … Eerst maar eens even dit duidelijk laten worden. En ik zal ook moeten zorgen dat we het daar ook met zijn allen over eens zijn. Dus mijn inzet zal duidelijk zijn, dat we dat zo concreet en zo duidelijk mogelijk ingevuld willen hebben, voor die afspraak die al eerder gemaakt is. En verder als die visie klaar is die we hebben, dat er dan volgens die visie gehandeld wordt en daar ook de Tomingroep op ingericht wordt, in welke vorm dan ook. De voorzitter: En dan stak mevrouw Van Dorst nog de hand omhoog. En ook de heer Merckx nog, voor een aanvullende vraag. Eerst mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Nee, ik wilde alleen even goed heel scherp stellen dat de zienswijze zoals die nu hier is voorgesteld, ietsje meer afstand, dat we daarmee in kunnen stemmen. Ik schrik eigenlijk gewoon van de scherpe bewoordingen van anderen die zeggen van nee, het moet nog scherper. Alstublieft niet, wat de wethouders op dit moment voorstellen om gezamenlijk een visie te ontwikkelen en gezamenlijk te kijken naar

47

een regionaal bedrijfsmodel, dat onderschrijven wij helemaal. Dus alstublieft, deze zienswijze houden zoals die is. De voorzitter: Mijnheer Merckx, VVD. De heer Merckx: Mevrouw Van Dorst triggert mij weer met iets anders, maar dan zal ik maar even zo meteen … Mijn vraag naar aanleiding van de opmerking van de heer De Groot over Almere en Hilversum is en hij noemde eerder vanavond ook wel de samenwerking of het gezamenlijk optreden als HBEL, betekent het dat de HBEL-organisatie één gezamenlijke zienswijze indient? Is dat wat u ook bedoelt? Dan heb ik het over de zienswijze zelf en ik denk dat die toch nog wel een stuk scherper kan, eerlijk gezegd. Want één ding ontbreekt in de zienswijze en dat is ook denk ik wat de heer Grunwald bedoelde, er staat geen termijn in. Binnen welke termijn moet er een plan liggen? Binnen welke termijn moet dat een toekomstig bedrijf zijn en wat is toekomstig, toekomstbestendig excuus. Wat is een toekomstbestendig bedrijf? Ik zou zeggen: een financieel gezond bedrijf. Want anders hoef je het geen bedrijf te noemen. Dus deze twee zaken, denk ik. En voor de rest met deze zienswijze kunnen ze nog als een stelletje escargots en vacance tekeergaan.

De voorzitter: Iemand anders nog anders? De heer ...: Ik wil de wethouder een compliment maken voor de inzet en tijd die hij levert om in dit verhaal, niet alleen overeind te blijven, maar ook naar oplossingen te zoeken. Ik heb best weleens wat te vinden en te roepen, maar ik vind dat u dit heel goed doet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, met dit compliment. Ik denk dat dat trouwens ook breed gedragen is. Het is al meerdere keren opgemerkt ook. Maar daar komen we zo meteen in afronding van. Mijnheer de Groot, kunt u nog even ingaan op de laatste vragen en opmerkingen die nog gemaakt zijn door mevrouw Van Dorst en de heer Merckx? De heer De Groot: Even kijken, hoor. Mijnheer Merckx, de termijn, u helpt me niet om nu een termijn op te nemen. Ik denk dat we, ik heb beloofd, mijn inzet zal zijn om met een termijn terug te komen. En ik denk dat we dat zeker gaan nastreven. En eens even kijken. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst ondersteunde meer geloof ik om de zienswijze gelijk te houden. De heer De Groot: Dat hoop ik ook. Ik denk dat dat prima werkt en ik beloof u zeer zeker dat een termijn en dat daar snel oplossingen moeten komen, dat het echt nodig is. Maar we hebben wel een aantal stakeholders en ik heb geen zin om dingen op te nemen, waarvan ik niet weet … Om te zorgen dat er iets opgeleverd wordt binnen een bepaalde tijd, die niet realistisch is of blijkt te zijn.

Dus ik pleit er toch zeer voor om het zo te houden en mij de gelegenheid te geven om de termijn proberen te realiseren. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder. Ik kijk even rond, want er zijn tussendoor wat toezeggingen gedaan, maar ik denk dat de belangrijkste toezegging gedaan is dat u zeer scherp de directie en de raad van commissarissen wil benaderen, maar dan niet alleen, maar ook samen met de andere wethouders. En ik wil eigenlijk proberen of dat dat de samenvatting mag zijn of de toezegging mag zijn dat u er fors en scherp op in gaat zetten, maar dan wel met de volgende opmerking ook bij, want het gaat over mensen, het gaat over geld. En ik beluister ook dat u als wethouder van deze kleine gemeente best wel hard

48

heeft moeten lopen om het überhaupt naar voren te kunnen halen. En nu ga ik iets heel raars zeggen. Eigenlijk hoor ik u zeggen: laat de zienswijze ongemoeid, want dit is eigenlijk een soort van middeling tussen allerlei gemeentes. Als wij hem zwaarder gaan maken, dan haken de anderen misschien weer af. Ik weet niet of dat zo is, maar ik hoor dat een beetje uit uw woorden. Nu komt altijd de vraag: is dit een hamer- of een bespreekstuk? En bij een hamerstuk zou je kunnen denken: de gemeenteraad van Laren die vindt het allemaal maar makkelijk genoeg en die laat het doorgaan. Maar als we hem gaan bespreken, wat wordt het dan beter als dit punt? Ik kijk even naar jullie. Hebben wij politieke opmerkingen te maken richting dat het een bespreekstuk moet worden of kunnen wij heel duidelijk vanuit deze commissie met het hamerstuk komen? En dan geef ik eerst het woord nog weer aan de wethouder. De heer De Groot: Ik kan me voorstellen dat deze raad met een motie komt waarin gevraagd wordt om op korte termijn met maatregelen te komen. Zoals hier aan de orde is gekomen. De voorzitter: Dat zou u kunnen helpen? De heer De Groot: Dat helpt me, maar dan wel even de termijn zelf niet in te vullen, maar wel dat er behoefte is om welke stappen er genomen worden. De voorzitter: Ga ik hem nog even iets anders invullen, maar dan, want een motie moet vanuit ...

Ik denk dat alle partijen hier aan tafel wel voelen om een motie in te dienen. Zullen wij terugnemen dat we dan als commissie de toezegging doen dat we een motie maken die er vooral op inziet dat wij de wethouder alle kracht en steun toewensen, maar vooral ook vanuit menselijk belang, maar wel met de zakelijkheid in het oog houdende? Maar dat we dan wel daarbij zeggen, maar als het een motie is, is het alweer eigenlijk een bespreekstuk, maar dat is op zichzelf. Het stuk voldoende goed besproken hebben en even gaan rondkijken wie de motie straks gaat toelichten. Zullen we het zo een beetje proberen af te ronden, maar dat het wel goed besproken is? En dan dank aan u, wethouder. Het wordt formeel een bespreekstuk, omdat er een motie komt, maar de tekst van de motie moeten we even maken met elkaar. Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Voorzitter, de beraadslagingen gehoord hebbende, uw hartelijke deelname aan deze, als onpartijdige voorzitter kan ik me geen beter mens voorstellen die deze motie kan schrijven. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx. Ik ga met de griffier mijn best doen. Mag ik het wel namens allemaal die hier aan tafel zitten? Dan gaan we dat doen. Mevrouw de griffier, u en ik gaan vijf woorden opschrijven. Vijf zinnen opschrijven en die delen we even met de fractievoorzitters, nee, de commissieleden en dan gaan we daarmee door.

En dan blijven we wel even. Die motie moet door iemand toegelicht worden, maar zetten we hem met een potlood als hamerstuk. Maar dat is dus nadrukkelijk niet, omdat wij ons met een Jantje-van-Leiden vanaf willen afmaken. Dat maakt ook een beetje, het is een zware agenda, dat wij nu al op 23:10 uur zitten, maar we hebben nog drie stukken. En gemiddeld genomen, mag iets best 20 minuten dure, maar dan zijn we na 12:00 uur. En eigenlijk zou ik willen vragen om de drie punten wel te behandelen, maar toch met elkaar ook wel een beetje, dat ligt ook aan mij natuurlijk, discipline op te brengen om wel om 23:55 uur te stoppen, want we hebben niet alleen drie gasten op de tribune zitten, maar we hebben ook nog steeds twee ambtenaren hier zitten en die zijn bij alle drie de stukken nodig. Dus ik wilde eigenlijk met jullie permissie heel gauw nu punt 10 afvinken.

49

11. Zienswijze Resultaatbestemming 2024 en Programmabegroting 2025 regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: En dan hebben wij nog drie agendapunten en dat is zienswijze resultaatbestemming 2024 en programmabegroting 2025 regio Gooi- en Vechtstreek. De portefeuillehouder is de heer Van Midden. Ambtelijke ondersteuning Linda Londt Schultz, adviseur planning en controle Bel Combinatie. En naast haar zit nog steeds mevrouw Rachel Zandvliet. En die staat niet in de agenda geannoteerd, maar deze mevrouw die helpt ook ons verder. Dus komt er nu bij aan tafel zitten, welkom. Dames en heren van de commissie, wij gaan twee voorstellen bespreken. In te stemmen met de zienswijze van de gemeenteraad van Laren op de resultaatbestemming 2024 en de programmabegroting 2026-2029 van de regio Gooi en Vechtstreek. En de zienswijze door te sturen aan de regio Gooi en Vechtstreek. Ik begin bij Groen Laren Andreas Grunwald, mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Op zichzelf kunnen we dat allemaal wel steunen. Alleen wat daar nu gebeurt, is natuurlijk dat men zich niet echt beperkingen oplegt, maar eigenlijk de reserve gebruikt om de plannen uit te voeren, waardoor de reserve natuurlijk flinterdun wordt. Dus ik denk tegen die achtergrond, is een opmerking gepast dat ze dus wellicht hun overschrijdingen in die periode dan toch maar binnen hun eigen begroting moeten oplossen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Fractie van Larens Behoud, de heer Jacobse. De heer Jacobse: Het lijkt een beetje hetzelfde verhaal, maar het is wat anders geformuleerd. Ik wil graag van de wethouder horen wat dat argument is geweest om die reservering van voor onvoorziene uitgaven van 5 mille aan te nemen. Terwijl de regio zelf dat gehanteerde normbedrag op 4,5 ton heeft zitten. Daar zit ik dus en dat is wat mijn collega hier aangeeft, wat is die overweging? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse. Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. De zienswijze kunnen we helemaal mee instemmen. We zijn er zelfs heel blij mee met zo'n uitgebreide puntsgewijze zienswijze, waar je echt kan zien dat erover nagedacht is. En dat vinden wij heel erg goed. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van de VVD, bij monde van de heer Merckx. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de vorige sprekers. En we zullen dat maar laten gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Een overschot in 2024 van een miljoen, maar ik mis de stukken 2024. Ik mis ook waar dat door komt. Geven ze hun geld niet uit? Is het te ruim begroot? Ik kan niet zien wat daar in 2024 gebeurd is. Dus als ik dat niet kan zien, kan ik ook de komende jaren niet zien of zij nu niet te veel.

En dan kom ik gelijk op pagina 9 van het grote verhaal, de financiële begroting van alle onderdelen. Daar mis ik in het staatje, dat begint bij de begroting 2025 en de bijstelling 2025, maar daar staan de jaarcijfers 2024 niet in, maar in alle bijlagen van de GAD, van alle andere dingen, staat 2024 wel. Nu heb ik af en toe, misschien is dat een tik of zo,

50

maar als er dingen in documenten zwartgemaakt worden of niet er ingezet worden, heb ik het idee van waarom wordt het er niet ingezet? De voorzitter: Een kleine interruptie. Mevrouw Niekus, u gaat de vergadering verlaten. Dat is niet van boosheid deze keer, maar u gaat om uw eigen welzijn eerder naar huis. Even voor de goede orde inderdaad, mevrouw Niekus, die verlaat de vergadering, maar om voor haar moverende privéredenen. Waarvan akte. En dan mag u uw betoog vervolgen. De heer De Jong: Als 2024 dus kan en er geld over is, misschien zijn de jaren daarop wel te ruim begroot, maar ik kan het niet beoordelen. En ik zit dit hier wel om het te beoordelen, maar ook dit kan ik weer niet beoordelen. Dus waarom krijgen wij weer niet de volle informatie? Heeft het nog wel zin om dan deze stukken te bespreken? Dus mijn vraag is: hoeveel stijgen de totale lasten in 2026 ten opzichte van 2024? Want dan krijg ik een beter inzicht hoe het echt omhoog gaat. En in het vervolg graag de stukken, want het is er gewoon. Waarom wordt het er niet ingezet? Die vraag heb ik ook. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: We hebben verder geen aanvullende vragen. Dan steek ik over naar de fractie van nee, daar waren we al. Ik ben zelf de tel kwijt. Hadden we u al gehad, mijnheer Grunwald? Ja, excuses.

Wethouder, mijnheer Van Midden, waar kunt u op antwoorden en waar heeft u uw collega's nodig? De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik zal proberen te antwoorden en anders verwijs ik door naar de dames naast mij. Groen Laren stelt volgens mij niet een vraag, maar die beveelt aan om de overschrijdingen binnen de eigen begroting op te lossen. Waarvan akte. Larens Behoud stelt de vraag van waarom is uiteindelijk de post onvoorzien op 5.000 euro gesteld? Wat is de overweging daarbij geweest? Ik moet heel eerlijk zeggen, daar heb ik nog geen antwoord op. We nemen wel in onze zienswijze mee dat we ons zorgen maken over dat bedrag, gezien de hoogte daarvan. Maar de overwegingen daarbij zijn mij niet bekend. En ik kijk even naast mij, ook niet. Ik kan ik wel wat bedenken. Uiteindelijk wil je niet dat gemeenschappelijke regelingen, ze heel veel geld oppotten. Het liefst zo veel mogelijk uiteindelijk weer teruggeven aan de gemeente. Dus ik denk dat de diepere gedachte daarachter is, uiteindelijk betekent het als er zeg kosten gemaakt worden dan die posten onvoorzien, dat er uiteindelijk altijd teruggegaan wordt naar de gemeenten. Die zijn het vangnet. Alleen het nadeel is dat er voor de gemeente schokken in de uitgaven kunnen ontstaan, wat minder prettig is.

Ik denk dat dat de overweging uiteindelijk geweest is, maar als u dat op prijs stelt, kan ik dat nog even nader uitzoeken. Ook naar aanleiding van de zienswijze. Liberaal Laren vraagt naar de stukken van 2024. Wat is er gebeurd? Die stukken zijn er nog niet, die zijn nog niet definitief. Dit is eigenlijk een soort besluitvorming over de besteding van de reserves en van het overschot, vooruitlopend op de jaarstukken. U mist in de begroting 2025 cijfers, terwijl ze wel in de bijlage staan. Ik heb dat zelf nog niet geconstateerd, moet ik heel eerlijk zeggen. De voorzitter: Een interruptie van de heer De Jong. De heer De Jong: Het jaar 2024 staat in alle bijlagen, de GAD, de GGD, overal staan de cijfers van 2024. Dus die jaarcijfers moeten dus … Want ze staan hier erin, alleen in het totaal staan ze er niet, maar in alle bijlagen staan ze. Dus ze zijn beschikbaar. U zegt dat het er nog niet is, maar hoe kun je dan in de bijlage 2024 erin zetten, als die cijfers er nog niet zijn? 51

De voorzitter: Het is duidelijk. De heer Van Midden: Dat is ook het punt en de jaarstukken totaal zit er niet bij. Dit is vooruitlopend op die jaarstukken, want die zullen ongetwijfeld ook naar de raad komen. Ook voor een zienswijze daarop, maar ik ga dat wel even na wat de achterliggende reden is. Ik heb daar niet direct het antwoord op en ook niet op de vraag hoeveel de totale lasten stijgen in 2026 in de begroting ten opzichte van 2024. Zoeken we ook uit, om uiteindelijk beter inzicht te geven. En het CDA had zelf geen vragen. Dus u komt er eigenlijk wat bekaaid af als het gaat om het beantwoorden van de vragen, want ik weet het zelf ook niet. De voorzitter: Maar u heeft wel een paar belangrijke toezeggingen al gedaan. Dat geeft ook niet. De heer Van Midden: Ik wil wel de opmerking maken over de zienswijze. Waar ik wel waarde aan hecht, is te zeggen dat we bij de zienswijze begroting 2026 als Laren als enige expliciet opgenomen hebben dat wij het initiatief om te komen tot kostenbesparingen ondersteunen. En daar ook als ijkpunt 3 procent meegeven om uiteindelijk ook voor ons de vermindering van de algemene uitkering, die ongeveer 3 procent van de begroting is, op die manier op te kunnen vangen. En daar zijn we bij mij weten ook de enige gemeente in die dat heel expliciet in de zienswijze opnemen.

Dus dat even ter … De voorzitter: Volgens had u als raad gevraagd dat te gaan doen en dat is mooi dat dat opgenomen is. De heer Van Midden: In die zin voer ik de opdracht van u uit. De voorzitter: Dat is ook mooi. Ik ga even rondkijken. Met de twee toezeggingen die er gedaan zijn om nog wat antwoorden te geven, wie? Ik zie daar in ieder geval een hand. Mijnheer Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg aan de voorzitter of het mogelijk was in de zienswijze op te nemen dat de regio eventueel overschrijdingen in de komende periode dus binnen het eigen budget gaat oplossen. En daar was het antwoord op: waarvan akte. Wat bedoelt de wethouder daarmee eigenlijk? En ook natuurlijk mis ik het antwoord op mijn vraag. De voorzitter: En ik denk dat uw vraag ook dan even bij de commissieleden teruggelegd moet worden. Want als u dat met een motie of een amendement wilt bereiken, dan moeten de collega's ook nog in werking. Maar allereerst, waarvan akte. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik had het niet als een vraag geïnterpreteerd, althans om dat op te nemen in de zienswijze, maar als de heer Grunwald dat zo bedoeld heeft, dan kan hij de commissie en de raad uitnodigen om dat alsnog te doen. Ikzelf vind het op dit moment niet nodig, omdat we al een opdracht tussen aanhalingstekens tot bezuiniging opnemen met die 3 procent.

De voorzitter: Met dat gehoord hebbende, mijnheer Grunwald, dat antwoord, waarvan akte dat was de uitleg, was een opmerking. Maar mijnheer Van Midden, de wethouder zegt: we hebben al 3 procent laten opnemen, maar wilt u bestendigen dat er een tekstvoorstel komt? Komt u met een motie of een amendement? De heer Grunwald: Daar zal ik over nadenken.

52

De voorzitter: Mijnheer Merckx. De VVD bij monde van de heer Merckx doet mee met een amendement, zal het, denk ik, wel worden, van Groen Laren. Zijn er al andere partijen die ook zeggen: wij doen eraan mee? Larens Behoud gaat daaraan meedoen. Gaat het CDA daar ook aan meedoen? De heer Lobregt: Zeker. Dan kijk ik even rond. Mevrouw Van Dorst, u ook, namens D66? U niet. Dan constateer ik in de samenvatting dat de VVD, bij monde van ... Nee, ik ga het anders zeggen. Groen Laren, VVD, Larens Behoud en CDA gaan met een amendement komen over de opmerking van de heer Grunwald. Mevrouw Van Dorst: Even een interruptie. Ik zou graag de tekst eerst willen zien. De voorzitter: Nee, de rest wil ook de tekst zien. Nee, maar goed, helder. Mijnheer Holshuijsen, u had nog wat? Sorry, excuus. De heer Holshuijsen: Misschien niet. Misschien ben ik cognitief beperkt of begrijp ik het niet goed. De voorzitter: Mijnheer Grunwald, wilt u uw microfoon uitdoen? De heer Holshuijsen: Ik heb goed geluisterd naar collega De Jong. Als de jaarstukken 2024 niet bekend zijn, hoe kunnen wij dan nu een zienswijze op een resultaatbestemming 2024 afgeven? Dat begrijp ik niet. Hoe kun je nu een resultaat hebben als er geen cijfers zijn? De voorzitter: Dan gaan we proberen dat antwoord nog even los te peuteren. De heer Holshuijsen: Ik krijg een duim van mijnheer De Jong. Dus ik heb het begrepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15777275/2