Transcript Commissie Maatschappij & Financien 18.06.2025
Tekst van het document
Hartelijk dank, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Grunwald, uw microfoon staat nog aan. We hebben net al geconstateerd wat we gaan doen, maar nog even als nabrander mijnheer Van Midden, wethouder, kunt u nog even de heer Holshuijsen doceren hoe dat werkt? De heer Van Midden: Ja, voorzitter. Het resultaat is bekend. Dat is het totaalresultaat zoals het vermeld stond. En vanuit het resultaat wordt voorgesteld om een aantal reserves vrij te laten vallen, omdat die niet besteed zijn. En een aantal bedragen aan de reserves toe te voegen, omdat dat verplichte bestedingen zijn. Dat staat erin. Waar de heer De Jong naar vraagt, althans als ik de vraag voor hem invul, is verder de achterliggende cijfers van de jaarrekening in totaal. Want die heeft hij nog niet gezien. Hij ziet wel op afzonderlijke onderdelen, maar echt de samengestelde jaarrekening ziet die niet terugkomen en daar informeert hij naar. De voorzitter: Mijnheer Holshuijsen, laat u het maar bezinken. Mijnheer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: Ik leef mee met de heer De Jong en mijnheer Holshuijsen. Is het niet zo dat we formeel, omdat we de formele stukken uiteindelijk niet hebben, kunnen we er wel een besluit of een zienswijze op hebben, maar formeel kunnen we het dan niet nog niet hebben, omdat alle stukken er nog niet zijn.
We kunnen nu wel informeel dan iets roepen, kennelijk, maar eigenlijk is het raar natuurlijk. De voorzitter: Mijnheer de wethouder.
53
De heer Lobregt: Als er dus geen jaarrekening is en we moeten nu wel de resultaat bestemming goedkeuren, terwijl we de jaarrekening nog niet eens goedgekeurd hebben. De voorzitter: Ik dacht dat we dit afgerond hadden, maar we doen nog even een nabrander. Mijnheer de wethouder, ik ga de vraag anders formuleren. Volgens mij leeft het gevoel, is dit stuk rijp voor behandeling in de raad en stemming of kunnen wij dit nog een maandje aanhouden? Mag ik het een beetje populair samengevat zo. September. Heeft u meegekregen wat ik zei? De heer Van Midden: Nee, ik hebben het niet meegekregen, voorzitter. De voorzitter: Ik wilde het samenvatten. De heer Van Midden: Er wordt tegen mij gezegd dat de jaarstukken wel degelijk aanwezig zijn, maar ik heb ze eerlijk gezegd niet gezien. Ze zitten in ieder geval niet bij de stukken van de commissie en de raad. Dus in die zin begrijp ik het eerlijk gezegd niet. We zoeken het even uit. De heer …: Als de stukken er wel zijn en geleverd kunnen worden voor de raad, dan kan de raad er wel een klap op geven, maar we kunnen er pas echt wat over zeggen als we de finale stukken hebben gezien. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dat is een terecht punt. Dus we gaan hier achteraan. De voorzitter: Dan ga ik proberen samen te vatten waar we straks gebleven waren, want anders snap ik het zelf niet meer.
Er komt sowieso een amendement op voorspraak van Groen Laren. En tegelijkertijd stellen we ook vast dat als die stukken die er werkelijk niet zijn, dan is denk ik zelfs het geval dat aan het begin van de raadsvergadering misschien wel voorgesteld moet worden om het stuk dan van de agenda te voeren. Mag ik die conclusie trekken, dat u dat eigenlijk met elkaar wil? En nu komt alleen altijd het punt weer terug, kan dat? Mijnheer Van Midden, wethouder, kan dat eigenlijk op dat moment of gaan we dan een Poolse landdag krijgen volgende week? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik weet het niet, maar dat zoek ik wel even uit, wat de consequenties zijn. De voorzitter: Wilt u dat doen? Dan vat ik het samen. Het stuk gaat door naar de raad met een amendement en tegelijkertijd is de toezegging dat er een duidelijke toezegging komt over de stukken of ze er wel of niet zijn. En degenen die hier vanavond aan tafel zijn, die moeten hun fractievoorzitters informeren aan het begin van de raad of ze genoegzaam die stukken hebben gezien of niet. Mocht dat niet zo zijn, dan stelt deze commissie ook vast dat er eigenlijk het advies aan de raad is om het dan van de agenda af te voeren. Maar dat is dan ook in overleg, want dan heeft de wethouder tijd gehad om inderdaad die vragen te beantwoorden. En dan vat ik het hiermee zo samen.
Ik weet niet of het helemaal zo mag, maar zo doen we het dan wel nu, anders komen we niet verder. 12. Zienswijze begroting 2026 BEL Combinatie De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 12, zienswijze begroting 2026 BEL Combinatie. De portefeuillehouder is de heer Van Midden. Mevrouw Londt Schultz en mevrouw Zandvliet. Wederom twee voorstellen. In te stemmen met de begroting 2026 van de BEL Combinatie, in te stemmen met de zienswijze 54
en deze aan het bestuur van de BEL Combinatie toe te sturen. Zienswijze begroting 2026 BEL Combinatie. Ik geloof dat ik net begonnen was bij de partij Groen Laren, dus dan zou ik nu bij Larens Behoud moeten beginnen. De heer Jacobse. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Ik was er al bang voor. Dank u vriendelijk. Er is niet zo heel veel reden om hier onaangenaam over te doen, behalve dat er bij voortduring en ongeveer in elke alinea in de zienswijze geschreven wordt: laat ons nu even zien wat er gebeurt. We willen de investeringen geëvalueerd hebben. We willen een eerste verantwoording krijgen. We krijgen graag een evaluatie. Als dat zo is en ik neem niet aan dat het college dat voor de vrolijkheid opschrijft, dan gaan wij wel akkoord, maar dan wil ik dat ook wel terugzien. Wij leven in een haat-liefdeverhouding met het BEL-gebeuren en ik onderstreep de liefde. Dus laten we alsjeblieft met elkaar dat goed regelen. En als wij muntjes erin stoppen of als wij dingen vinden en als we die met elkaar afspreken, dan wil ik weten wat er met die muntjes gebeurt, dan wil ik weten hoe we erin zitten. En dan komen we aan het eind onder de streep elkaar weer tegen. Dan is het oké. Als het op die basis hier geschreven staat, als dit de bedoeling is van het verhaal, dan gaan wij mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse.
We wachten even op mevrouw Van Dorst die nu zo ongeveer aan tafel zit, van D66. En die is dan aan de beurt om agendapunt 12 bij de hand te nemen. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Dit duurde zolang. Ik moest eventjes ergens naartoe. De voorzitter: U hoeft zich niet te verontschuldigen. Mevrouw Van Dorst: Wij zijn het eens met de zienswijze en hebben daar verder geen commentaar op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Merckx, de VVD. De heer Merckx: Voorzitter, aangezien het late tijdstip is dit ook ergens tussen wal en schip gevallen in de analyse. Dus helaas hebben we op dit moment niet heel veel te melden. Behalve dan dat ik even heel snel zag dat de financiën, waar wij als de gemeente Laren een additionele bijdrage wederom mogen gaan leveren van bijna 700.000 euro. En dat we zojuist geconstateerd hebben dat Blaricum en Eemnes nog ruim minder bijdragen dan Laren. En ik niet alle stukken heb gelezen, zoals ik eerlijk toegeef, maar dat zit niet helemaal lekker. Dus ik vraag me af wat hier nu precies gaat gebeuren, wanneer we nu weleens op gelijke voet terecht gaan komen? Misschien is het de verkeerde vraag, maar het steekt toch weer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: De BEL is voor 80 procent salarissen en daarna komen nog overige kosten en die gaan dus volgend jaar met 6,7 procent omhoog.
Is dat de cao volgend jaar? Want dit is natuurlijk wel heel fors. En daar stond dus ook al opgemerkt dat die 6,7 procent op de overige kosten ook wel heel erg veel is. Dat is dus al opgemerkt. En als dat inderdaad cao is, dan is het niet anders. De voorzitter: Dank u wel. De heer Lobregt, CDA.
55
De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het verbaast mij een beetje de reacties tot nu toe. Het zal wel aan het tijdstip liggen. Ik moet eerlijk bekennen, ik werd ook pas wakker door de Holshuijsen bij het vorige punt. Dat is ook zo. Volgens mij heeft de BEL-organisatie een hoop te doen. En bij het vorige punt rondom de BEL met betrekking tot de jaarrekening ging ik positief gestemd dit stuk in. Ik denk: het gaat allemaal de goede kant op. Echter dan begin ik te lezen in het voorwoord. En daar staat, nu hoop ik dat ik op het juiste punt ben. Bij de laatste wijziging op de begroting 2025 heeft de BEL-organisatie een aantal noodzakelijke uitbreidingen gekregen op met name de bedrijfsvoeringactiviteiten. Ook zijn er door de raden zienswijze ingediend, waar een aantal van die noodzakelijke uitbreidingen niet kunnen plaatsvinden. Gezien de financiële situatie van onze deelnemende gemeenten en de oproep om op de uitgaven te letten, zullen we niet opnieuw een aanvraag indienen voor deze noodzakelijke uitbreidingen. In het BEL-bestuur zal gerapporteerd worden wat het effect is van het niet doorvoeren van de eerder gevraagde noodzakelijke uitbreiding. Dan vraag ik me af: is dit een dreigement? Zo las ik het. Het spijt me. Dat wordt dan in het BELbestuur besproken. En dan lees ik vervolgens, heel positief: het nieuwe ICT-systeem wordt in 2026 geïmplementeerd.
Maar daar hebben we net een heel verhaal over gehad, dat er allerlei risico's nog aanzitten. Waar staat dat dan precies, dat ICT-project? Ik heb eventjes gekeken. Artificial intelligence, AI, daar zijn we denk ik nog niet aan toe. Daarmee proberen ondernemingen, gemeentes, gaan ermee aan de slag, om ook de kosten te beheersen. Ik lees daar verder niets over terug. Als ik dan kijk in de paragraaf over het personeel. Ik had toch minstens wat verwacht over wat zijn de ontwikkelingen qua personeel? We hebben veel met tijdelijk personeel gewerkt. Is er nu meer vast personeel? Hoe gaat dat? Waar staan we op dit moment? Dan lees ik ook dat het ziekteverzuim toeneemt. Hoeveel neemt het ziekteverzuim dan toe? Wat wordt eraan gedaan, om het ziekteverzuim terug te dringen? Eigenlijk zie ik in het hele stuk veel constateringen, zonder dat er acties worden ondernomen. Wat bedoel ik daarmee? Bijvoorbeeld als het gaat om risicomanagement. Er wordt veel gezegd over er zijn privacy risico’s en Cyberrisico's, ICT-risico’s. Prima, begrijp ik allemaal, dat die risico's er zijn, maar wat wordt er dan uiteindelijk aan gedaan om deze risico's verder te mitigeren? Daar lees ik dan vervolgens niets over. Dus hoe gaat het met ook de cultuur binnen de BEL? Zijn er cultuurprogramma's? Ook bijvoorbeeld het ziekteverzuim terug te dringen.
Dus kortom, er is heel veel te doen als het gaat om ICT, ook het project sociaal domein. In januari hebben we daar of februari, we hebben daar een presentatie over gekregen. Hoe loopt dat project? Hoe voorzien we dat? Wat zijn de financiële consequenties? We hadden daar verschillende keren ook om gevraagd om daar terugkoppeling over te krijgen van waar dat project nu staat. Die mevrouw die zou nog een keer komen presenteren, is niet gebeurd helaas. Dus kortom, in hoeverre is de organisatie nu in control en wat wordt eraan gedaan om ervoor te zorgen dat we verder in control komen met de organisatie? Daar lees ik bitter weinig over terug. En ik zou graag wat meer een stuk zien, een begroting die wat meer ambitie uitstraalt dan dat de huidige begroting doet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. Dan steken we over naar de fractie van Groen Laren, de heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik maakte daar nu net al een opmerking over bij de jaarcijfers 2024. En toen werd dat niet helemaal op zijn plek bevonden, maar het heeft daar natuurlijk wel zijn grondslag in. En dat is dit jaar een beetje tot uitwerking gekomen in wat onverwachte begrotingswijzigingen, die nogal fors erin gehakt hebben. Dat doet ook wel weer een beetje het ergste vrezen voor volgend jaar.
Er is natuurlijk wel een begroting, maar hoe zeker kunnen we nu zijn van dat de BEL binnen die begroting kan blijven? Ik zou daar eigenlijk wat zekerheden over willen hebben of iets willen horen wat mij zeker stemt in ieder geval. En voor de rest sluit ik me aan wat de eerste spreker al zei van we leggen dus eigenlijk of we leveren wat kritiekpunten
56
aan de BEL. We willen wat van ze en ze willen wat horen en dat wil ik dan ook wel terugzien, inderdaad in de vorm van een rapportage of een informatiebrief of iets dergelijks. Kan dat? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Mijnheer Van Midden, wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, voorzitter. Ter wille van de tijd zal ik er een beetje vlot doorheen gaan. Larens Behoud die dringt aan op het evalueren van alle investeringen. Volgens mij staat het ook op die manier de zienswijze omschreven bij bepaalde investeringen. En dat is ook een beetje de algehele lijn. Dat heb ik ook al toegezegd bij de eerdere begrotingswijziging 2025, dat de investeringen die we daar doen, ook onder andere in Finance capaciteit, uiteindelijk terug willen rapporteren wat uiteindelijk die investeringen opleveren. Dus die afspraak staat gewoon. De VVD geeft aan dat de additionele bijdrage 700.000 euro is. Dat is niet helemaal zo. Met de begrotingswijziging 2025 is al een extra bedrag gevraagd. Investeren we in financiële capaciteit voor de belastingen plus de kosten die verbonden zijn aan uitstel van de implementatie van het Key2Finance programma. Dat deel is eigenlijk daar al afgerekend, om zo maar even te zeggen. In de begroting 2026 komt daar nog iets van ruim 300.000 euro bovenop, wat uiteindelijk die 700.000 euro aangeeft.
Mijnheer Merckx constateert wederom dat Blaricum en Eemnes minder bijdragen. Ik kan daar van alles over vertellen, maar ik pas ervoor om elke keer weer opnieuw de discussie over de verdeling van de kosten vanuit DVO te starten. We hebben uiteindelijk dat percentage aangepast. Dat heeft geleid tot 200.000 euro minder lasten voor Laren. We hebben gezegd ook dat we met de huidige percentages werken. Ik geloof nog een of twee jaar, dan gaan evalueren. Dus het lijkt me dan ook het moment om daar eens even goed naar te kijken. En zolang we die evaluatie niet hebben, kunnen we inderdaad constateren dat in absolute zin Laren meer betaalt dan Blaricum en Eemnes. Maar vanuit het DVO is daar ook alle reden toe. Liberaal Laren constateert dat de BEL voor 80 procent salaris is en daar over kosten. Het is iets minder, maar wel ongeveer die verhouding. De stijging zoals nu is, is voor het grootste deel te verklaren uit de cao-stijging. Dat staat ook keurig uitgelegd in het document zelf, hoe dat opgebouwd is. Dus daar wil ik graag naar verwijzen. Het CDA vraagt naar, als ik het even samenvat, allerlei maatregelen die genomen worden om risico's te mitigeren, wat het uiteindelijk oplevert. Je ziet dat we op dit moment een reeks van maatregelen aan het nemen zijn, om bepaalde risico's te mitigeren, daarop investeren.
Een van de belangrijkste is geweest dat we uiteindelijk met de plan- en control cyclus beter beheersbaar willen zijn. Dat was de investering in Financecapaciteit. We willen uiteindelijk de fiscale kennis beter borgen in de organisatie. Daar hebben we ook een halve fte voor ingeruimd met de vorige begrotingswijziging. We proberen nu met deze investeringen ook het IT- en dataveiligheidsrisico te mitigeren, door daar extra capaciteit op in te zetten. Zo zijn er een reeks van maatregelen die we opnieuw aan het nemen zijn. Om even een korte klap te maken. Ik geloof dat op donderdag 29 juni de presentatie voor de raden gepland is over de ontwikkelingen in de BEL. Waar we allemaal mee bezig zijn. Waar we ook laten zien wat de kerncijfers zijn van de beelden, in de zin van totale fte's, inhuur versus vast, ziekteverzuim, dat soort dingen. Ik zou willen voorstellen om die presentatie ook te gebruiken om antwoorden te geven op deze vragen. En wellicht levert die presentatie ook nog meer vragen op die we dan later kunnen beantwoorden. Het is 29 juni, ik kijk even, 26 juni, donderdag 26 juni. Die presentatie zijn we nu aan het voorbereiden en ik weet dat een hoop van de dingen die de heer Lobregt genoemd heeft in die presentatie ook terug zullen komen. Ook wat Groen Laren betreft, mijnheer Grunwald wil ook graag een informatiebijeenkomst. Hij wordt op zijn wenken bediend.
Dus laten we even die informatiebijeenkomst afwachten en van daaruit verder kijken welke vragen er nog leven.
57
De voorzitter: Mevrouw Zwanikken, de gemeentesecretaris, die krijgt nu het woord, aanvullend op de wethouder. Mevrouw Zwanikken: Dank u wel, voorzitter. De presentatie sociaal domein, waar u een vraag over had gesteld. We hebben in het presidium afgesproken dat die in september zal plaatsvinden. De voorzitter: Dank u wel. Even denken. Ik kijk het rondje, bent u tevreden met de beantwoording tot nu toe? En anderzijds, wilt u dit dan als een hamerstuk zien? De heer …: Ik wil nog een tweede ronde. De voorzitter: Daarom keek ik rond of u nog wat had. Ik ben straks 5 minuten aan het praten om excuses te maken aan allerlei mensen, waarom die vergadering zo uit de hand loopt. Wie wil nog het woord voeren? De heer Grunwald, Larens Behoud. Mijnheer Lobregt en dan mijnheer Grunwald. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De presentatie waar u het dan over heeft op 26 juni, wordt hij dan integraal onderdeel van deze begroting? Want ik denk: een hoop van wat u nu zegt, staat niet beschreven in deze begroting. Tenzij ik het heel slecht gelezen heb. Dat kan natuurlijk altijd, maar dat denk ik niet. En dat vind ik een beetje, wordt het een gemiste kans. Dat je toch duidelijk moet opschrijven van wat gaan we nu doen het komend jaar. En dat mis ik even. En ik kijk overigens dan wel uit naar die presentatie op 26 juni, mijnheer Van Midden.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. De heer Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg nog eigenlijk een beetje naar wat waarborgen of we dus het komend jaar niet weer met allerhande begrotingsaanpassingen geconfronteerd worden. Ik snap dat dat misschien wel een moeilijk antwoord is en dat het antwoord misschien niet gegeven kan worden, maar er is niet op geantwoord. En als dat wel is, dan weet ik in ieder geval dat er niet op geantwoord is. De voorzitter: U hoeft het niet verder in te vullen. U heeft uw vraag. Mijnheer de wethouder. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ingaand op de vraag van de heer Lobregt. Hij verwijst naar dingen die ik noem. Wat we nu zien, is dat op de verschillende begrotingswijzigingen en ook de begroting, dat steeds fragmenten terugkomen, waarin we zien welke investeringen we doen uiteindelijk om de kwaliteit van de organisatie en de risicobeheersing te verbeteren. Als we kijken naar de begroting zoals die nu voor 2026 voorligt, wordt er verder geïnvesteerd in de beheersing van het ziekteverzuim. Wordt geïnvesteerd in verdere beheersing van het IT-risico en met name dataveiligheid. Zo nog een aantal dingen in de bedrijfsvoering die genoemd worden op pagina 20 van de begroting.
Alleen wat ik probeer te zeggen, is dat we nu de laatste begrotingswijziging een reeks van maatregelen hebben genomen, die ik me voor kan stellen, nogal gefragmenteerd overkomen op uw commissie. Waarvan ik zeg: laten we die presentatie van 26 juni gebruiken om daar het integraal beeld van te krijgen van wat zijn nou de maatregelen die we gedaan hebben? Waar zijn we bezig om uiteindelijk de boel op orde te krijgen en wat moet uiteindelijk het resultaat daarvan zijn? Dat was eigenlijk mijn pleidooi. Mijnheer Grunwald vraagt om, ik noem het even zekerheid, om hoe wij dan binnen de begroting kunnen blijven. Dat doen we ook met onze planning- en controlcyclus. Een van de eerste wapenfeiten daarin is de komende Zomernota, waarin u zult zien welke eventuele
58
begrotingswijzigingen daarin opgenomen worden en waar u uiteindelijk als commissie en raad ook gevraagd wordt uw akkoord op te geven. Dus in die zin wordt u ook goed bij de hand genomen, om tijdig ook te kunnen inzien wat er op afkomt en wat de consequenties zijn. De voorzitter: Dit is een antwoord. Ik ga even naar de heer Grunwald kijken. Is dit antwoord voor u voldoende? Dan maar even naar de heer Lobregt, want u sneed even net iets aan. Kunt u ermee instemmen, kan uw fractie ermee instemmen dat we hier misschien iets zo meteen gaan vaststellen volgende week op 25 juni, waarbij dan op 26 juni toelichtingen komen. Hoe ziet u dat? Wat vindt u daarvan? De heer Lobregt: Mijnheer Van Midden begint al nee te schudden, zonder dat ik iets heb gezegd. Dat is toch briljant, maar ik geef graag dan het woord aan Mijnheer Van Midden. De voorzitter: Maar even serieus aan u de vraag, want we moeten ook dit punt tot afronding brengen. De heer Lobregt: Natuurlijk een beetje rare gang van zaken dat we dan op iets ja gaan zeggen en dan de dag daarna krijgen we dan nog een uitgebreide toelichting erop. Dat is een beetje raar natuurlijk. De voorzitter: Nee, maar deze vraagstelling is niet om het grappig af te maken, maar dit is wel een beetje de kern van ...
Mijnheer Van Midden, wethouder, hoe kijkt daar tegenaan? De heer Van Midden: De presentatie, mijnheer de voorzitter, van volgende week is niet een toelichting op deze begroting. Dat is meer om een tussentijds beeld te geven. Waar staat het met de BEL-organisatie? Waar hebben we de laatste tijd in geïnvesteerd? Wat is de actuele situatie en hoe gaan we verder? Dus in die zin komt deze begroting niet aan de orde. Wat ik probeer te zeggen, is dat je uiteindelijk ook als commissie steeds gefragmenteerde onderdelen van onze ambities krijgt, waar je afzonderlijk een akkoord op moet geven. Die ook zeer te rechtvaardigen zijn. Dat proberen we ook in de begroting uit te leggen. Want het zijn nu twee dingen. We investeren met name in het beperken van het ziekteverzuim en IT en met name het dataveiligheidsrisico te beheersen, wat noodzaak is. Voor de rest is het met name de autonome ontwikkeling die we hierin meenemen. En dat is cao en prijsontwikkeling en dat is iets wat we moeten doen, willen we onze mensen goed kunnen betalen en ook de leveranciers. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog even naar de heer Lobregt. De heer Lobregt: Wat ik jammer vind aan deze begroting en ik denk dat dat een gemiste kans is, is dat u straalt zoals u er nu over praat veel ambitie uit. Ik lees die ambitie niet terug in deze begroting.
En dat kan ook zijn, omdat men het moeilijk vindt om het op te schrijven. Dat kom ik ook in veel organisaties tegen. Ik denk dat daar dan voor volgend jaar echt wel een taak ligt om het beter op te schrijven van wat zijn we nu aan het doen? Wat zijn daar de resultaten van? Ook terugkijkend en wat gaan we dan volgend jaar en komend jaar daar dan verder aan doen? En dat is eigenlijk wat ik heel erg erin mis. Daarnaast vanuit de gefragmenteerde zaken die we terugkrijgen, krijgen we niet … Het IT-project, de presentatie sociaal domein. Dat zijn geen zaken waarvan ik nou echt een heel warm gevoel krijg. En dan dit stuk erbij, wat weinig ambitie en eigenlijk heel defensief gesteld is vanuit de BEL-organisatie. Dan denk ik: in hoeverre heeft die BEL-organisatie er nu echt zin in? En dat is wel heel jammer van dit stuk. Dus om nu te zeggen: we gaan het tegenhouden, dat gaat denk ik wat ver.
59
De voorzitter: Tegenhouden, bedoelt u in de zin van ophouden om nog twee maanden langer erover te doen? De heer Lobregt: Het is geen toelichting. Dus dan is het prima. Dus laten we daarmee verdergaan. Maar het is een gemiste kans. Net zoals de fragmenten die we af en toe terugkrijgen. Laten we dan hopen op een positieve bijeenkomst. Ik verwacht dan een positieve bijeenkomst op 26 juni met een goed verhaal van uw kant. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. Ik ga nog even naar de wethouder toe, want er is veel gezegd. Wilt u hier nog op reageren? De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik vind het een meer dan terecht punt wat de heer Lobregt aankaart. Ik denk dat, dat hebben we ook in het BEL-bestuur besproken, we ook als BEL de raden veel beter bij de hand moeten nemen van wat gebeurt er nu uiteindelijk? Wat zijn de ambities? Waar investeren we op dit moment in? Wat zijn de resultaten? Want je ziet ook en dat is natuurlijk mooi om te zien bij de jaarrekening 2024 en het accountantsverslag, dat met hele gerichte investeringen in op dat moment de belangrijkste risico's, die met name zaten in het financiële deel en de plan- en controlcyclus, dat we uiteindelijk resultaat leveren. De kwaliteit van de documenten is beter dan het ooit was. Je ziet uiteindelijk dat we hele mooie dingen aan het doen zijn.
Dus meer reden om dat ook in zo'n begroting goed voor het voetlicht te brengen. De voorzitter: Dan ga ik het … Dank u wel. Iemand nog het woord op dit punt. Dan ga ik het namelijk samenvatten. Dat u de toezegging doet. Ik weet niet of u over uw bestuurlijke graf heen reageert, want de begroting 2027 die komt denk ik volgend jaar pas rond deze tijd en dan zitten we in een nieuwe raadsperiode. Maar de toezegging die u doet, is wel naar ons toe als commissie en dat nemen we dan ook mee in de conclusie zo meteen, dat dat de raad nog meer wordt meegenomen en u uw uiterste best gaat doen om met de nieuwe adviseur planning en control de zaken nog meer aan te scherpen, maar dan vervolgens met de conclusie daaraan vast, kunnen wij dan gelet op de ruime beraadslagingen dit als een hamerstuk doorsturen in de raad? Wat denkt u met elkaar als partijen hier aanwezig? Ik zie ondertussen knikjes. We stellen vast dat de beraadslagingen voldoende zijn geweest en dat we het adviseren aan de raad als hamerstuk. Dat maakt dat het ondertussen 23:50 uur is, maar we gaan gewoon wel rustig door met het laatste punt, want kwaliteit gaat voor alles. 13. Financiële Verordening 2025 De voorzitter: En dan zijn we bij agendapunt 13, de financiële verordening 2025.
Wederom de heer Van Midden die als portefeuillehouder opereert en de ambtelijke ondersteuning mevrouw Linda Londt Schultz en mevrouw Rachel Zandvliet. En misschien gaat de gemeentesecretaris ook nog wat zeggen. We hebben twee voorstellen. De financiële verordening gemeente Laren 2025 vast te stellen en de huidige financiële verordening gemeente Laren 2020 in te trekken. Ik moet even heel snel rekenen. We gaan nu naar mevrouw Van Dorst weer, D66. Mevrouw Van Dorst: Ik ben ermee akkoord. De voorzitter: We komen bij de fractie van de VVD. Die steekt de duim omhoog. Dank u wel, mijnheer Merckx. De fractie van Liberaal Laren, de heer De Jong. 60
De heer De Jong: Akkoord. De voorzitter: Akkoord. De heer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: Wij zijn ook akkoord. De voorzitter: Akkoord. De heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Het is akkoord wat ons betreft. De voorzitter: De fractie van Larens Behoud, de heer Holshuijsen. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Ik heb wel een paar vragen. De voorzitter: Dat mag. De heer Holshuijsen: Dat is een prachtig onderwerp. Allemaal regeltjes, daar ben ik gek op. De voorzitter: We houden het nog even serieus. Stel uw vraag. De heer Holshuijsen: Ik begin met mijnheer Merckx de hand te schudden, want ook bij mij was mijn tijd beperkt en ik heb het niet helemaal door kunnen akkeren. Maar er zit gelukkig een toelichting bij. In artikel 5 lid 5 is het voorstel dat het college de raad informeert als overschrijdingen dreigen van meer dan 10 procent met een minimum van 25.000 euro. De raad kan vervolgens aangeven of zij een voorstel wil voor het wijzigen van het geautoriseerde krediet of voor het wijzigen van het investeringsvoorstel. Dat begrijp ik niet zo goed. En het klinkt mij wat vrijblijvend, want je geeft een mandaat en dat dreigt te worden overschreden dan treed je buiten je bevoegdheid. Maar zo stond het ook in de oude verordening. Dus ik zou liever zien dat er iets staat in de trant van het college doet op eerste verzoek van de raad een voorstel voor het wijzigen van.
Want dan heb je niet alleen dat je ergens om mag vragen, want vragen staat vrij en nee zeggen erbij. Maar dan is het college ook gehouden om op eerste verzoek die stukken aan te reiken. In artikel 7 lid 2 staat dat het college aan de raad presenteert, de niet uit de balans blijkende uitgaven groter dan 50.000 euro. Mijn vraag is: waar komt dat bedrag van 50.000 euro vandaan? Als ik vergelijk met het artikel 3 lid 2, daar wordt een bedrag genoemd van 10.000 euro, in artikel 5 lid 4 wordt een bedrag van 25.000 euro genoemd. Dus ik vroeg me af: waar komt het bedrag van 50.000 euro vandaan? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Midden, wethouder, kunt u op de vragen van de heer Holshuijsen van Larens Behoud ingaan? De heer Van Midden: Dank u wel, voorzitter. Ik zal de eerste vraag beantwoorden. De tweede vraag waar die 50.000 euro vandaan komt, vraag ik even. Artikel 5, het college informeert bij wijzigingen, klinkt vrijblijvend, geeft de heer Holshuijsen aan. En stelt voor om het college, de plicht het college om te informeren, te doen op verzoek van de raad. Dat is precies wat we juist niet willen. We proberen een actieve informatieplicht aan de raad te geven. Dus op het moment dat er een overschrijding is van 25.000 euro informeren we de raad en de raad die kan besluiten om daar expliciet een begrotingswijziging te doen.
Waarom? Dat voorkomt dat we bij elke wijziging een begrotingswijzigingen moeten doen, wat steeds weer een heel administratief proces is waar besluitvorming op moet georganiseerd worden. Dus de raad kon op dat moment beslissen van we weten het, 61
neem het maar mee in de Zomernota bijvoorbeeld of in de Slotnota. Dan pakken we al die dingen in een keer mee, in plaats van ons te belasten met allerlei individuele begrotingswijzigingen. Dat is de gedachte erachter. Het tweede waar die 50.000 euro vandaan komt, niet uit de balans blijkende verplichtingen, dat kan mevrouw Zandvliet misschien beantwoorden. De voorzitter: Mevrouw Rachel Zandvliet, dan toch nog op het allerlaatst van de avond. Aan u het woord. Mevrouw Zandvliet: Ik kan daar heel kort over zijn, hoor. Het heeft te maken, dat niet uit de balans blijkende verplichtingen gaat over meerdere jaren. En voorheen hebben we inderdaad 10.000 euro opgenomen. We hebben nu gekozen voor 50.000 euro. Want anders heb je te maken met een ellenlange lijst niet uit de balans blijkende verplichtingen. Dus het is nu een gekozen bedrag. Ook om ervoor te zorgen dat we inderdaad politiek bestuurlijk en financieel echt goed kijken van wat is echt belangrijk? Dus dat is de reden voor het bedrag. De voorzitter: Dank u wel, voor dit heldere antwoord. Het is een antwoord mijnheer Holshuijsen. Wat vindt u? Daar wilt u daar nog iets op zeggen? De heer Holshuijsen: Het is inderdaad een antwoord. De voorzitter: Het is een helder antwoord. De heer Holshuijsen: Ik vind daar van alles van, maar het is een antwoord.
En ten aanzien van de formulering, het is niet zo … Ik heb hem een klein beetje aangepast, de huidige formulering en het nieuwe voorstel. Als je daarvan maakt: het college doet op eerste verzoek van de raad een voorstel voor het wijzigen van. Dan zit je dus al, als er een overschrijding dreigt, dan informeert het college de raad. Dat verandert niet. Het enige wat in mijn tekstvoorstel verandert, is dat het college, als de raad erom vraagt, het ook verplicht is om dat te doen. Dus het is niet zo dat het college bij voorbaat van alles moet gaan doen als hij de raad informeert. Nee, als de raad geen genoegen mee met de uitleg en vraagt om een wijziging of hoe noemen ze dat hier, een wijziging van het investeringsvoorstel of het investeringskrediet, dat dat dan ook gebeurt. De voorzitter: Ik kijk even rond. Ik zie nog niet ... Ik zie weinig aanhankelijkheidsbetuigingen bij uw vraag, maar we gaan toch nog één keer naar de wethouder, dat hij kort en bondig zegt: mijnheer Holshuijsen, allemaal fantastisch, maar ik doe het wel of ik doe het niet. We gaan naar een afronding namelijk. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik moet bekennen dat ik nu kwijt ben wat de heer Holshuijsen nu precies wil. Want volgens mij staat precies datgene hier beschreven wat hij wil. Maar dan moet de heer Holshuijsen maar wat nader verklaren.
De voorzitter: Ik zie ondertussen dat het 23:57 uur is, maar we gaan dit even uitkauwen, maar wel nu de laatste ronde, mijnheer Holshuijsen. De heer Holshuijsen: Vol passie, mijnheer de voorzitter. Het verschil is, er staat nu een vraag, dat is net als in de zienswijze die we vanavond hebben door gestemd. Daar vragen we dingen. Daar verzoeken we met klem. Maar ik heb altijd geleerd: vragen staat vrij en nee zeggen erbij. En zo vat ik deze formulering ook op. Het college informeert en de raad kan vervolgens vragen of wat staat er nu? Geeft vervolgens aan of zij een
62
voorstel wil. Dan kun je het vragen, maar als het niet komt. Ik heb hier weleens vaker gehoord: dat is een collegebevoegdheid. En ineens … Waarom bespreken we het dan? De voorzitter: Het dreigt een semantische discussie te worden. Ik ga nog één keer naar de wethouder en dan ga ik denk ik zo meteen … De heer Van Midden: Voorzitter, dit artikel is bedoeld om niet bij elke budgetoverschrijding meteen een begrotingswijziging bij te voegen. Dus wat we doen, is dat we u actief informeren over overschrijdingen van meer dan 15.000 euro. Dat doen wij als college, omdat u dat … De voorzitter: Wel luisteren als het antwoord komt, mijnheer Holshuijsen. De heer Van Midden: Omdat u dat niet kan signaleren. Althans, niet zo snel kan signaleren. En dan is het aan u om te zeggen: prima, we weten het nu. Wij willen alsnog de begrotingswijziging erbij hebben. Of we zeggen: we zullen het uiteindelijk in de Zomernota meenemen of bij een bundel van dit soort wijzigingen. Dus het is met name als een efficiencyoverweging bedoeld. De voorzitter: Dank u wel voor dit antwoord. En dan ga ik de conclusie trekken, want anders dan ontaardt in een verrommeling. Mijnheer Holshuijsen, u heeft een antwoord gekregen, een helder antwoord. De andere partijen die vinden het ook wel goed zo.
Dus die discussie moet nog maar eens een keer ergens op de achtergrond ergens anders gevoerd worden of dit echt heel anders moet. Maar vooralsnog constateer ik dat iedereen eigenlijk tevreden is met dit stuk en de financiële verordening daarmee als een hamerstuk kan doorgeleid worden naar de gemeenteraad. Met één opmerking. Ik krijg een duimpje. Dat is een hamerstuk en nu gaan we echt helemaal strak langs de lijn. Dit was de vergadering, met excuses van de voorzitter, want als een vergadering uit de hand loopt, is het de schuld van de voorzitter immers, maar het was ook een hele uitgebreide agenda. En ik ga met uw welnemen wel terugnemen in het presidium, ik vind vergaderen leuk, ik vind voorzitten leuk, u ook allen. Dank ook voor uw betrokkenheid tot het laatste moment. Maar wij gaan wel terugkoppelen aan het presidium dat je hier vraagtekens op een gegeven moment bij kan stellen of we dit nog elkaar aan moeten doen. Al was het maar dat wij nog steeds twee ambtenaren hebben zitten, mevrouw Linda Londt Schultz en mevrouw Rachel Zandvliet. Dank, dat jullie hier ook zitten. Dit is niet helemaal normaal hoe het gaat, maar ik zou ook eigenlijk bijna wel willen uitdagen om eens een keer tegen de wethouder te zeggen hoe wij onze vergaderingen met de agendaplanning misschien wat in de lijn kunnen krijgen. Want u bent immers adviseur planning en control.
Ik weet niet eens of ik dit zo mag zeggen, maar ik doe het toch. En ik wil jullie allemaal hartelijk danken voor de vergadering. Wel thuis, veilig thuis. 14. Rondvraag De heer Grunwald: Voorzitter, moeten we niet nog een rondje rondvraag doen? De voorzitter: Heeft u een rondvraag? Nee. De heer Grunwald: Ja. Wie durft er nog een te stellen? De voorzitter: Stopt deze vergadering nog? Even, want dit is een officieel orgaan. De heer Grunwald had nog een rondvraag of wij stoppen. We stoppen nog steeds met deze vergadering. Excuses, de rondvragen die doen
63
we de volgende maand of de volgende vergadering en als u klachten heeft over de voorzitter, dan meldt u zich maar bij de nieuwe burgemeester. 15. Sluiting De voorzitter: We handelen deze vergadering nog steeds op 00:00 uur precies op het klokje rond af. En dank jullie wel en wel thuis.
64