Transcript Commissie Maatschappij & Financien 14.05.2025
Tekst van het document
Ik zou het dan ook eerlijker vinden, denk ik, in zo'n brief naar de MRA, wij gaan nog misschien hier en daar een woning plaatsen. Het zal niet makkelijk zijn, want het is nog maar de vraag of we een derde sociaal kunnen realiseren. Dus reken niet op ons, want ons beleid zit onszelf misschien in de weg, maar dat is een politieke keuze. Maar bovendien, we hebben gewoon niet zulke grote bijdragen meer voor de MRA. Maar zet dat er dan ook in, wat mij betreft. Ten tweede, vroeg ik mij af waarom Laren? Want deze zienswijze is een brief namens onze raad, voor een ondergrondse IJmeerverbinding. Want wat hebben wij daarmee te maken? Met alle respect, maar als het zo is, dan komt het mij voor dat een ondergrondse IJmeerverbinding altijd nog veel duurder is dan een bovengrondse. En dan denk ik: waarom gaan wij kiezen voor een hele dure oplossing, waar we zelf niets mee te maken hebben? Wie doen we daar een plezier mee en wie zitten we daarmee in de weg? Ik ben nog bezig. De derde gaat over financiering en beheer natuurgebieden. De tekst van de zienswijze doet voorkomen alsof we nu geen duidelijke en gezamenlijke afspraken hebben over de financiering en het beheer van de gebieden in het Gooi. Want daar gaat het dan neem ik aan over.
Maar welke verantwoordelijkheid van de MRA spreken wij hier dan aan in de brief? Want de MRA heeft geen cent, dus daar moeten we volgens mij niet zijn om dit te regelen. Dan kunnen we het toch veel beter organiseren binnen het verband van Gooi en Vechtstreek? Dank u. De voorzitter: Dan kijk ik verder. De heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: In het stuk staan een heleboel resultaten die de MRA boekt. En dan denk ik … Ik ga een paar voorbeelden geven. Beschermen gereserveerde middelen voor het openbaar vervoer. Ik neem aan voor het openbaar waar vervoer in de regio MRA, maar de MRA gaat er niet over. De NS, het Rijk doet de financiering van de NS en de provincie gaat over de busverbindingen. En op het moment dat die besluiten van dat gaat niet naar de regio Gooi en Vecht of Amsterdam of in ieder geval de MRA-regio, gaat het er gewoon niet naartoe. Dus ik noem dat ook geen resultaat. Ik vind dat heel lastig, want het is pas een resultaat als die middelen ook daadwerkelijk in onze regio besteed worden. Dan is het pas een resultaat. Een papieren stuk wat ze maken, noem ik geen resultaat. Een resultaat is als dat daadwerkelijk ook gerealiseerd wordt. En zo wordt er overal over resultaten gesproken. Papers zijn alreeds, publicatie van een aantal papers, tientallen, dat zijn resultaten. Nee, dat zijn geen resultaten, pas als het uitgevoerd is.
En die uitvoering moet dus altijd door een andere plaatsvinden. Want de MRA doet niets, is alleen maar een praatclub. Heeft geen geld om ook maar iets uit te voeren, maar ze kunnen alleen maar stukken maken. Dus dat is ook geen resultaat. En dan denk ik, ja. En op 19
het moment dat een ander dat gewoon niet gaat doen, dan is het allemaal werk allemaal voor niets geweest. En volgens mij gaat 80 procent gewoon niet gebeuren, omdat er Rijk of de provincie of wie dan ook de middelen elders inzet. Dat merk je nu ook of met de Lelylijn alles. Ze beslissen gewoon zelf en niemand houdt toch rekening met die MRA uiteindelijk. Dan gaan ze position paper versterken internationaal spoor. Dan denk ik: dat ligt buiten de MRA. Ze zijn werk aan het verschaffen met elkaar. Dit is pas een resultaat als er iets gebeurt in onze regio. Dat gaat dus niet gebeuren. Ik ben nu klaar. Resultaten zijn als iets uitgevoerd is en hier dit zijn alleen maar stukken en praatstukken en dat moet je geen resultaat noemen. Pas als een ander het uitvoert, dan moet je blij zijn en als MRA zeggen: we hebben wat bereikt en nu hebben ze alleen maar stukken geschreven. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel voorzitter. Ik begrijp dat de heer De Jong moeite heeft met de MRA, maar ik vraag me af of hij begrijpt wat de MRA is en of hij begrijpt waar wij hiervoor zitten en ook dit onderwerp willen bespreken. Ik denk: de MRA mag voor u alleen een praatgroep en een praatgroep zijn. En het mag een lobbygroep zijn, maar ik denk dat we één ding niet moeten vergeten. Wij moeten met elkaar spreken over grote opdrachten.
Die er gewoon in de regio en de regio is niet alleen maar Laren, is niet alleen maar de regio Gooi en Vechtstreek, die is veel groter. Wees blij dat we kunnen aansluiten met een groep die heel veel praat, ook over onze regio. En daarom wilde ik onderbreken. Het gaat me niet over het woord resultaat. Het gaat mij inderdaad van wat wordt hier gezegd? Waar hebben we het over? Heeft dit zin, heeft dit geen zin? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik door naar mevrouw Graafsma van het CDA. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee kleine dingen. De eerste vraag ging over de bijlage 1a op pagina 23 op de eerste alinea. Er wordt iets genoemd van een woningbouwimpuls. Gemeenten kunnen daar ondersteuning bij vragen, bij het aanvragen subsidies. Ik weet niet of dat voor ons relevant is, omdat we misschien te klein zijn daarvoor. Maar ik vraag me af: is dat bekend bij de BEL en hebben wij die ondersteuning nodig? Elke subsidie is meegenomen. Dus ik wilde daar even op attenderen. En in de concept zienswijzebrief, dat is misschien iets voor Antoinette, de griffier. Bij het kopje financiering en beheer van natuurgebieden staat een beetje een rare zin. Daar staat een woordje op te veel, denk ik, dan wordt het een hele rare zin. Dus misschien kun je daar nog een keer naar kijken, voordat je de definitieve versie afhandelt. Dat waren mijn vragen. Dank je wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. De heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Allereerst kunnen wij ons aansluiten bij hetgeen de heer De Jong van Liberaal Laren heeft uitgelegd. Ook voor ons zijn de doelen nogal vaag. Het stuk lezende, bekruipt me het gevoel dat toch de positie van Amsterdam in dat geheel een vrij expansieve is. En zoals het allemaal geformuleerd is, wij eigenlijk als gelijkwaardige deelnemers in de MRA eigenlijk al een beetje in het defensief gedwongen worden, in die zin van wij moeten nou zorgen dat we ons groen houden en niet te veel woningbouw op ons nemen. Daar waar Amsterdam en Amersfoort kijken van hoe ze dus verder kunnen uitbreiden om de woningbouwbehoefte te lenigen en alle infrastructurele maatregelen die daarmee gepaard gaan te kunnen realiseren. Ik vind dat een beetje onevenwichtig eigenlijk, ook in de zienswijze zoals die nu is opgesteld. Ik zou eigenlijk veel meer willen weten inderdaad. Welke doelen stellen we ons nu als club die de 20
beleidsvorming wil beïnvloeden die nodig is om vooruitgang te boeken? In het verlengde daarvan is het eigenlijk, dan hebben we dus pas iets om met elkaar over te praten. Maar in mijn ogen en dan wil ik niet al te politiek worden, op dit moment is het wel nodig om dat ook in gelijkwaardigheid te doen en niet alleen maar te kijken: hoe kunnen we de problemen van Amsterdam oplossen? Dus Amsterdam zou ook mee moeten helpen om onze problemen op te lossen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Mijnheer Holshuijsen heeft nog een vraagje extra, denk ik. De heer Holshuijsen: Het is geen vraag, voorzitter. Dank voor het woord. Staat u mij toe om te reageren ook op de bijdragen die net zijn gewisseld? De voorzitter: Zullen we dat in de tweede ronde doen? De heer Holshuijsen: Ja, dat is ook prima. De voorzitter: Dan gaan we nu naar de beantwoording van de vragen door wethouder De Groot. Als ik mij niet vergis, is de bijdrage van Laren 25 cent per inwoner voor de MRA. Klopt dat? De heer De Groot: Het is volgens mij iets meer. Volgens mij iets van 1,5 euro. Even in zijn algemeenheid over de MRA. Het stuk wat we hier bespreken, de ene kant is dat de resultaten van een agenda die in de vorige periode is vastgesteld. Dat betekent dat dit de laatste verslaggeving ervan is en dat we volgend jaar de eerste verslaggeving gaan zien van de agenda die u heeft vastgesteld.
Dus dat betekent ook dat, naar ik hoop en verwacht, de zaken ook meer SMART ... Want ik ben het met de heer De Jong eens, dat het toch wel heel vaak gaat over wat er allemaal voor inzet is gepleegd. En dat is niet alleen maar papieren werkelijkheid uiteraard. Dat betekent wel degelijk dat daar dingen in beweging mee worden gezet, maar dat zal niet altijd succesvol zijn geweest. Maar ik vind wel, dat bij is inzet geweest ook in de MRA, dat de zaken veel meer duidelijk en concrete doelen en pragmatisch moeten worden gekoppeld. En dat is ook uw opvatting geweest die u bij de bespreking van de mijn agenda heeft tentoongespreid. Dus we zitten wat dat betreft op één lijn. De MRA is van groot belang. Ik ga nog even zijn algemeenheid in op een aantal dingen. Mevrouw Van Dorst noemde het al. Als wij kijken naar de belangen van onze inwoners, die liggen niet alleen maar in Laren. Ons werk, onze mobiliteit, opleidingen, vervolgopleidingen, al dat soort dingen die vinden plaats voor het grootste gedeelte in de MRA. Als we kijken naar vervoerstromen door de regio heen, die gaan voor 90 procent naar Amsterdam of Schiphol. Dat betekent ook dat onze belangen liggen daar. Willen wij de belangen van onze inwoners ook daadwerkelijk kunnen behartigen, dan is zo’n samenwerkingsverband een uitstekend middel om onze belangen naar voren te brengen. Dat doen we vooral in regionaal verband.
Dat zien we ook in de zienswijze. Die zijn regionaal afgestemd. Dat betekent ook dat we wat dat betreft ook een aantal dingen daarin meenemen die wel degelijk ook van regionaal belang zijn. En daar kom ik op terug op het moment dat ik de vragen beantwoord. Als het gaat over, mijnheer Holshuijsen gaat meteen in op het financiële gedeelte. En dat is ook prima. We zien dat er inderdaad een overschot is op de jaarrekening. En de MRA heeft zich gecommitteerd om de bijdrage vanuit Laren niet te verhogen. Dat betekent dus ook materieel en je kunt je afvragen formeel of materieel, daar kun je nog een discussie over hebben of dat precies hetzelfde is. Maar ik vind eerlijk gezegd dit een behoorlijke stap. Verder klopt wat mevrouw Van Dorst heeft gezegd, dat er gekeken is, gevraagd is aan het bestuur, om invulling te geven aan een 5 procent bezuiniging. Dat is een motie geweest die vanuit binnen de MRA-vergadering is ingediend vanuit Zaanstad, meen ik. En zij proberen op deze manier, met de middelen die overgeschoten zijn, daar invulling aan te geven. Ik denk dat dat op zich een verstandige 21
manier is om dat te doen. Ik denk dat je daarmee dan ook daadwerkelijk garanderen dat we niet meer gaan betalen en dat we toch de ambities, die in de MRA-agenda zijn geformuleerd en door uw raad zijn vastgesteld, om die te behartigen. Dat geldt ook voor de lobbyfunctie. Ik kan me voorstellen dat het voor Laren een heel erg ver-weg-show is. Maar toch, als het gaat om regionale investeringsmiddelen, als het gaat over dan heb ik het over de regio MRA als regio, als ik het heb over fondsen voor vervoersmodaliteiten, dan hebben we het over internationale en nationale investeringen, waarvoor we vaak in Brussel moeten zijn. Ook wet- en regelgeving, dat hoef ik uiteraard niet aan mijnheer Holshuijsen uit te leggen, komt voor een groot deel uit Brussel tegenwoordig. Dat zijn allemaal factoren die maken dat het goed gebleken is in de MRA en dat is vastgesteld in de in de MRA-agenda, om te proberen daar lobbyactiviteiten te ontwikkelen. Als u vraagt aan mij: moet dat goed gemonitord worden op de effecten? Dan zeg ik meteen: jazeker, dat moet. Want ik vind wel degelijk dat we dan moeten zien dat dat effecten heeft. Dat zal misschien niet binnen een jaar zijn. In de loop van de agenda moet toch duidelijk zijn wat voor effecten dat oplevert. Daar was toch geen dekking voor in de begroting en dat hebben ze op die manier opgelost. Ik vind het een elegante oplossing, eerlijk gezegd.
Ik heb het al gehad over die nullijn, dat het een materiële bezuiniging is. Mevrouw Van Dorst, bestuur die 5 procent bezuinigen, die motie, daar heb ik het ook even over gehad. De situatie van Laren. Ik gaf al aan dat dit toch voornamelijk regionaal toegespitst is. Dus dat betekent ook dat dit een wat bredere insteek heeft dan alleen Laren. Daar kunt u wat van vinden. Ik vind het eigenlijk een uitstekend iets. Want wij zitten hier als regio als geheel in en we moeten met onze buren dit doen en met elkaar ook onze positie bewaken en proberen te realiseren binnen de regio. Als Laren alleen stellen we echt niets voor. Sterker nog, als we kijken naar lobbyactiviteiten in Den Haag. Den Haag praat al niet eens meer met Amsterdam. Dat was vroeger wel anders. Dat doen ze alleen maar met de Metropoolregio's en met grotere eenheden als Twente of dat soort gebiedseenheden. En in dat kader komt ook die ondergrondse IJmeerverbinding naar voren. Wij maken ons sterk voor de ondergrondse A1, mits die hier verbreed wordt. Gooise Meren en ik denk dat daar heel goede redenen voor zijn, maakt zich sterk voor nu dat weer opportuun is, om die IJmeerverbinding deels ondergronds te maken. Eerdere berekeningen die ik gezien heb in mijn statenperiode, dat was ongeveer lood om oud ijzer.
Dat was iets duurder die ondergrondse, maar het was echt niet dat het factoren duurder was om zo te doen, dan een grote brug. Dus wat dat betreft is het iets van solidariteit binnen de regio en dat dat geen overdreven eisen met zich meebrengt. Zeker niet gegeven de winst die het oplevert op milieugebied, maar ook op recreatie, toerisme en dat soort dingen gebied. Dus ik denk, maar dat zal dan dus inderdaad moeten blijken op het moment dat daar ooit een begroting voor is, of dat ook dat we gerealiseerd wordt. Is overigens een standpunt wat we al jaren hier in de regio hebben gehanteerd en wat ook het standpunt is van de provincie. Dus we staan ook niet alleen daarin. Financiering, duidelijke afspraken. De voorzitter: Er is een vervolgvraagje even van mijnheer Koldenhof. De heer De Groot: Ja, dat mag. De heer Koldenhof: Ja, want anders dan verzandt het straks in een rare discussie. Dank u, voorzitter. In het beslisvoorstel raad Laren, dat heet elke keer anders, maar laat maar. Er staat op bladzijde 5 van 6 bij kanttekeningen 1.2 de raad is aan zet. Dus dan ga ik ervan uit dat ik als Laren een brief stuur. Nu komt u met een heel verhaal, maar dat is namens de regio en u moet het allemaal niet zo concreet nemen, maar dat staat er niet. Dus ik vind dat ik dan op het verkeerde been wordt gezet met zo'n zienswijzebrief. De voorzitter: De heer De Groot.
22
De heer De Groot: Die opvatting. De heer Koldenhof: Vindt u dat niet ook een beetje? De voorzitter: Ik begrijp dat daar een vraag achter moet komen. Ik vind dat niet helemaal een beetje. Ik begrip wel uw betoog. Het is natuurlijk wat breder opgezet dan Laren, maar dat komt ook omdat onze belangen zeker vanuit de regio bekeken en behartigd worden. En dat betekent ook dat we in brede zin, dat wat in het belang is van de regio vaak ook het belang is van Laren. Dat is de gedachte die erachter zit en daarom deel ik uw mening niet geheel, maar ik begrijp wel dat die zin als zodanig wat verwarring kan opleveren. Als het gaat over dat groenbeheer. Dat is toch ook een lobby vanuit de regio die al heel lang plaatsvindt, dat ze zeggen: wij staan nu pal om dat beheer te financieren en te doen en wij vinden eigenlijk dat daar toch ook vanuit, we hebben natuurlijk geworsteld bij de terugtreding van de provincie en Amsterdam uit G&R, dat daarvandaan toch wel degelijk eens een keer gekeken kan worden om ons daar niet alleen maar voor te laten staan, omdat het profijt niet alleen bij ons in de regio ligt, maar ook elders. Vandaar dat dat opgenomen is. En ik heb deze wens ook weleens hier uit deze raad gehoord, moet ik eerlijk zeggen. De voorzitter: De heer Koldenhof heeft hier weer een vraag op.
De heer Koldenhof: Ik begrijp uw opmerking, maar er zit in mijn opmerking of vraag ook iets opvoedkundig. In de zin van hoelang kan een zeurend kind steeds met dezelfde vraag terugkomen en denkt hij dan serieus dat die na al die jaren nog steeds gehoord wordt? Of van daar heb je Gooi en Vechtstreek weer met het eeuwige gezeur over het is toch niet eerlijk dat gemeente Amsterdam en de provincie zich hebben teruggetrokken. Dat weten we toch allang? Wat heeft het nu voor zin om dat dan nog een keer op te nemen? De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ik vind dat wel een steekhoudende opmerking, eerlijk gezegd. Maar enfin, het is ook wel iets wat ik inderdaad hier ook uit de raad heb gehoord bij verschillende gelegenheden. Dus op het moment dat er vanuit de raad een duidelijke behoefte is om dit als zodanig te schrappen, dan zult u mij niet op de weg vinden. Ik heb op een aantal dingen, op mijnheer De Jong heb ik eigenlijk al gereageerd. Want met name over SMART zijn. De woningbouwimpuls, dan geldt het denk ik ook als het gaat over de gebiedsgerichte benadering. Dat toen vanuit de regio. Daaruit komen de ambities die wij als Laren ook medeondertekenen. Dat betekent dus dat vanuit de regio die gebiedsgerichte benadering komt. Ik denk eerlijk gezegd, dit alles horende, dat zeker de volgende keer het goed is om dat wat beter en concreter uit te zetten.
En dan ook daar eerlijk over te zijn, dat we voornamelijk met een regionale bril kijken en dat we daar dan op die manier ook zien dat de belangen van Laren het best behartigd zijn. Ik denk dat dat een manier is om dat beter aan te vliegen, maar dat is denk ik iets voor de komende jaren. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ik vind het prima om mijn vraag in de tweede termijn te stellen, hoor. Dus u heeft het net gehad over de tweede termijn, want mijnheer Holshuijsen wil reageren. Dan doe ik het dan wel. De voorzitter: Doe het dan maar. Gaat u verder.
23
De heer De Groot: Volgens mij ben ik er doorheen. De voorzitter: Dan zijn we toe aan de tweede termijn. Dan begin ik bij de heer Holshuijsen. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Ik wilde graag, als u mij toestaat, reageren op de discussie die ontstond tussen de heer De Jong en mevrouw Van Dorst. Mede naar aanleiding van de inbreng van de heer Grunwald. Staat u mij dat toe? De voorzitter: Ga uw gang. De heer Holshuijsen: Ik hoor heel duidelijk het credo geen woorden maar daden. We willen resultaten zien en niet allemaal papieren stukken, papieren tijgers, it takes one to know one. Ik ben er ook als jurist. Dus ik mis dat een beetje. En dan wordt er gesproken over een iets breder dan de regio. Ik heb hier een uitdraai van de MRA en dat loopt van Heemskerk tot Lelystad. Dat is bijna een heel landsdeel. Ik begon over geen woorden, maar daden. Ik wil graag eenieder aanbevelen om de Gooi en Eemlander te lezen. In het artikel van dinsdag 13 mei is een bestuurder uitgebreid aan bod en ik vond het een bijzonder stuk. Hij schrijft en dan kom ik tot mijn vraag daarna, want ik had een paar vragen gesteld en een vervolgvraag. Maar hier staat, ik lees toch even voor: als je gaat verstedelijken in de Metropoolregio met meer mensen op een kleine oppervlakte, dan moet je ook zorgen voor voldoende ruimte voor recreatie.
Daarom worden zowel de blauwe waterrijke gebieden als de groene met veel natuur gekoesterd. En dan denk ik dit zeg je en Amsterdam heeft G&R de rug toegekeerd. Dus ik heb hier veel moeite mee. Dan kom ik terug op mijn eigen inbreng en vragen. Larens Behoud en dat is ook een reactie op de beantwoording van de wethouder. Larens Behoud begrijpt de Voortgangsnotitie niet en vindt de voorstellen van het bestuur onbegrijpelijk. De MRA bestaat uit 30 gemeenten, 2 provincies en Vervoerregio Amsterdam. De 30 gemeenten moeten allemaal de broekriem stevig aanhalen, terwijl het bestuur van MRA daar geen oog voor lijkt te hebben. Het lijkt Larens Behoud verstandig dat de raad aan zet is en dit agendapunt verder in de raad wordt besproken. Het is wat Larens Behoud betreft vooralsnog dus geen hamerstuk. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Gaan we door. Mijnheer Koldenhof van de VVD. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Dank voor de beantwoording in eerste termijn en ik wil in ieder geval de wethouder bedanken en ook ondersteunen in zijn pleidooi voor de MRA. Want ik snap heel goed dat Laren als postzegel van een postzegel van een postzegel in Nederland echt helemaal niets te vertellen heeft in de rest van de wereld. Dus daar moeten we ook realistisch in zijn.
En dat als wij nog überhaupt iets willen dat in ons belang is voor onze bewoners, dan kunnen we dat alleen maar in gezamenlijkheid met andere gemeenten, soms in de regio en soms in MRA-verband of soms op provincieniveau. Dat hangt een beetje van het onderwerp af. Maar ik begrijp heel goed waarom de MRA eigenlijk bestaat. En ik vind het wel jammer dat vooral partijen met een hele lokale benadering of binding dat steeds maar weer ter discussie stellen. Terwijl het toch ook in belang van alle Laarders is dat er iets gaat gebeuren aan de A27 of dat er iets gaat gebeuren aan de woningbouw in de regio, zodat ook mensen uit ons dorp dan misschien niet in Laren zelf, maar dan wel in ieder geval in de buurt kunnen wonen. Omdat andere gemeenten wel grond hebben of wel bereid zijn om te investeren in woningbouw. Waar wij dat eigenlijk helemaal niet kunnen of hele bijzondere eisen stellen, waardoor het niet van de grond komt. Dus wat dat betreft steun ik echt van harte de inspanningen die wij als Laren en vooral via het college hebben om in de MRA samen te werken. Wat ik al zeg: het Rijk ziet echt zelfs Amsterdam niet eens meer bijna als een zelfstandige stad staan, totaal niet interessant. Maar als je niet met 24
de hele portefeuille van de regio met zoveel miljoen mensen komt, anders dan ben je geen gesprekspartner en gebeurt er dus ook niets vanuit het Rijk en voor Europa geldt dat nog veel meer. Dus wat dat betreft is natuurlijk wel fijn dat als er een nullijn gehanteerd wordt, dat wij niet meer hoeven te betalen. Maar ik vind het eigenlijk, gelet op het enorm bescheiden bedrag wat wij überhaupt betalen als Laren aan de MRA, dat het ook echt een non-issue begint te worden wat mij betreft. En dan het onderwerp over de resultaten. Kijk, de MRA is volgens mij een belangenbehartigingsorganisatie waar de belangen van alle gemeenten en samenwerkingsbanden samenkomen, om die richting het Rijk of richting Europa te bundelen, om daar geld vandaan te krijgen om te kunnen investeren. Resultaten gaat de MRA zelf niet boeken, anders dan dat ze met die belangenbehartiging een agenda weet te beïnvloeden, dat het over ons gaat en dat het niet over Eindhoven gaat bij wijze van spreken. Dus dat is het belang en dat mag je wat mij betreft best zien als een resultaat. Dat levert niet direct een huis of een straat of een bushalte op, maar daar gaat het dan niet om, want dat is van een andere orde.
En dus wat dat betreft vind ik het juist goed dat op deze manier ook wordt teruggekoppeld over een afgelopen jaar, het is natuurlijk alweer een tijd geleden, maar dat we in ieder geval wel zicht hebben op wat gebeurt er nu eigenlijk waarvoor of wat gebeurt er met onze belangen en hoe worden die op regionaal of MRA-niveau behartigd? Dus dat vind ik echt wel goed. Wat ik nog wel een vraag heb. Er staat, het was me te veel moeite, zal ik eerlijk bekennen, om elke bladzijde te scannen op dat er nog iets doorwerking zou worden geagendeerd bij elke gemeente of in elke regio, maar er staat een aantal van dat soort punten in en dat zou bijna leiden tot een soort actielijst. Wat ligt er nog en wat gaan we er nog van oppakken of wat gaat door na de volgende afsprakenbrief over het volgende kalenderjaar? Dus kan het zo zijn dat er allemaal beloftes in worden gedaan die helemaal vergeten worden, omdat ze niet meer terugkomen in het volgend jaar? Daar zou ik echt nog wel ook de MRA zelf gewoon vragen om een actielijst voor te maken. Wat ligt er nog? Dan heb ik net al commentaar geleverd op het niveau van de brief of dan bedoel ik meer het bestuurlijk niveau van de brief. Ik vind het raar. Dus eigenlijk wil ik ook voorstellen, maar de wethouder gaf al een soort van toezegging om het misschien anders te doen.
Maar volgens mij moet je dan dit in tweetraps doen, want ik weet niet wat het college allemaal heeft ingebracht om tot een brief te komen, waarbij een hele hoop weer is geschrapt. Met als gevolg dat dit dan het af uittreksel of het aftreksel is van wat er is ingebracht. Want ik vind eigenlijk dat er dan te weinig in is opgenomen dat specifiek op Laren of misschien wel de BEL of misschien alleen Blaricum, alleen Blaricum en Laren van toepassing is. Dus dat kan ik er niet uithalen. En als de wethouder het zo aangeeft, het is eigenlijk een soort regiobrief met alleen op hoofdlijnen, dan vind ik er eigenlijk niets van, want dan denk ik: succes, maar ik vind het allemaal veel te hoogdravend. En dat doet nou juist weer afbreuk aan het draagvlak in een klein dorp als Laren ten aanzien van de MRA. Mijn voorstel is dus om daar toch op een andere manier de raad eerder in te betrekken, voordat ze die algemene brief namens de regio opstelt. En ik had al wat gezegd over die natuurfinanciering en die organisatie van de natuurgebieden en ik zal mij beraden of ik vind dat die tekst eruit moet. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Mijn voorganger heeft al een heleboel gezegd, wat ik inderdaad ook wilde zeggen. Ik vond ook de brief te regionaal en ik vraag me ook af of deze brief in de andere, onze regiogemeenten precies zo ligt.
Want daar ben ik namelijk ook precies ook bang voor, net als de heer Koldenhof net zei. Wel wil ik toch aangeven dat het aanwezig zijn in de MRA hartstikke belangrijk blijft, maar ook dat er vanuit Laren veel meer input meegegeven moet worden aan onze wethouder die in het bestuur zit. We hebben vanuit de raadstafel, waar ik namens de gemeente Laren zit, al vaak oproepen gedaan: kom, luister, kom met ideeën. Maar het enige wat we eigenlijk hier ook vanavond weer horen, vind ik een te
25
negatieve ideeën over de NRA. Denk nu eens goed naar waar het voor staat en ga daar wat voor doen. Niet alleen maar negatief, niet alleen maar zeggen: er zijn geen resultaten. Nee, kijk wat er wel gebeurt. Want in de agenda, zoals die in het vorig jaar hebben neergelegd, is het dankzij onze regio dan wel dat we hebben gezegd: luister eens, wij zijn wel een ander soort regio dan misschien de anderen, maar we willen wel aansluiten en hoe kunnen wij aansluiten? Dat hebben we wel voor elkaar gekregen. Ik weet niet hoe ik het anders moet formuleren. Het is jammer dat de commissie bovenregionaal er niet meer is, want dan zouden we veel meer op de inhoud van dit soort onderwerpen kunnen ingaan, in plaats van alleen nu even in een kort door de bocht opmerkingen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan kijk ik verder. De heer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Ik wil toch nog even terugkomen op de hele discussie zo even en de wethouder was daar ook in duidelijk. Het moet concreter. En als je hier ziet, dit stuk waarin heel veel elementen staan waar ze mee bezig zijn, dan wordt er ongelooflijk veel energie verspild in allerlei verschillende dingen. Maar je moet op een aantal kerntaken die voor het Gooi belangrijk zijn en waar ze ook echt invloed kunnen uitoefenen, dat moeten ze dan ook gaan doen. Een voorbeeldje.
Ze hebben een resultaat in 2024 onderzoek toeristenbelasting gestart. Mensen, dit kan toch gewoon niet waar zijn dat dat een resultaat is? Ten eerste zijn de gemeenten vrij om te beslissen of ze toeristenbelasting nemen. En als de MRA zich daarmee bezig gaan houden. Laten ze hun kerntaken doen en voor de regio de nuttige dingen doen, want dan staan wij daar gewoon achter. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dat is een goede opmerking, die meegenomen kan worden. Die had u eerder kunnen zeggen. De voorzitter: Mevrouw Graafsma, nee. De heer Grunwald, nee. Dan is het woord aan de heer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Naar mijnheer Holshuijsen toe. Dat was ook de opmerking van mijnheer De Jong, over de concrete doelstellingen. Dit is een rapportage over de oude agenda, met heel veel onderwerpen, veel meer. Het is nu een gestroomlijnde agenda geworden met oorspronkelijk, meen ik, zeven speerpunten. Daar zijn er twee op initiatief, onder meer van onze regio, aan toegevoegd. Dat gaat over het behoud van natuurgebieden en cultuur en toerisme. Die zijn toegevoegd, omdat dat in ons belang is. Dus ik vind dat mooie toevoegingen en ik denk dat dat ook goed is. Plus dat de afspraak dat de inzet is om de rapportage SMART te maken of in ieder geval veel concreter dan tot nu toe gebeurd is. De voorzitter: De heer Koldenhof.
De heer Koldenhof: Ik ga er toch even op in, omdat ik nu twee keer in de eerste termijn en de tweede termijn de wethouder zegt: ja, maar deze agenda is van de vorige raad, maar dat is nog steeds dezelfde gemeenteraad als die hier zit. Dus of de vorige MRA-raad. Of begrijp ik hem niet goed? De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Dan ligt het aan mij. Wat ik bedoel te zeggen, is dat die oude agenda veel uitgebreider, zeer gedetailleerder, is wat ook door uw raad en door andere raden geconstateerd is en dat dat gestroomlijnd
26
moet worden naar een aantal speerpunten toe en die speerpunten die vindt u terug in de nieuwe agenda. Waardoor het ook makkelijker wordt om concreter over resultaten te rapporteren. En dat is ook de inzet geweest. We hebben een toezegging ook gehad van het bestuur, om zo concreet mogelijk aan te geven wat de resultaten en de inzet is die gepleegd is door het MRA. De heer Koldenhof: Ik constateer dan wel dat de wethouder of het college, want gaat om heel veel onderwerpen natuurlijk, geen afstand neemt van dit verhaal wat hier nu staat, want in de vorige periode hebben we deze manier van werken vastgesteld. Je kan nu niet zeggen: maar we gaan het nu anders doen, dus dit is van vroeger, daar hebben we eigenlijk niets mee te maken. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Nee, dat doe ik niet, maar ik geef wel aan dat de kritiek die gegeven wordt op deze agenda en op de rapportage daarover, kennelijk al doorgewerkt heeft in de nieuwe agenda. En dat u dus in de komende tijd, want daar heeft u meer aan dan even terugkijkend, daar wat dat betreft een nieuwe wind is gaan waaien, die ook door u mede is gestimuleerd. Dat is wat ik bedoelde te zeggen. Over de discussie over regionaal of te regionaal. Er is een concept vanuit de regio gekomen en dat komt in alle raden.
En als u zegt van dat mag wel concreter voor Laren, ik denk dat de dingen die voor ons belangrijk zijn, zoals het gaat over bescherming van ons natuurlandschap en cultuurgoed, toerisme, A27, A1, niet alleen maar de belangen zijn van Laren, maar zeker ook belangen van Laren. En dat geldt hetzelfde voor de woningambities, waar u zelf een voortreffelijke uitleg aan gegeven heeft. Dus ik denk dat wat dat betreft de suggestie van u bent aan zet, waar u overviel, een opmerking is die ik goed kan volgen, waar u over struikelde. Aan de andere kant is het wel degelijk aan u om te zeggen: we willen het voor Laren daar en daarop toegespitst hebben. En in die zin bent u natuurlijk nog steeds altijd aan zet en heeft u zelf al een mogelijk voornemen van net meegegeven. Dus dat is een voorbeeld van waarin dat zou kunnen gaan gebeuren. Ook naar mijnheer De Jong toe. Ik heb daar meen ik genoeg over gezegd. Ik denk niet dat het veel toevoegt als ik daar nog veel over zeg. Dank u. De voorzitter: Nu wil Larens Behoud dit bespreken, want die wil 5 procent bezuinigen. U weet dat het dan om 687,50 euro gaat? De heer Holshuijsen: Ja, dat realiseer ik mij, maar het gaat natuurlijk om veel meer. We hebben niet het hele stuk kunnen door akkeren. Want het is leuk dat er een speerpunt wordt toegevoegd vanuit de regio.
Het zijn er dan geen zeven, maar negen, maar dat doet er niet aan af dat Amsterdam die is uit die G&R gestapt en als het zo belangrijk is, waar is dan die betrokkenheid? Ik heb daar echt moeite mee. De voorzitter: Dit lijkt op een derde termijn. Ik vraag of u het een bespreekpunt wilt houden. De heer Holshuijsen: Excuus, voorzitter. Larens behoud wil dit graag bespreken. De voorzitter: Dan is dit een bespreekpunt. Ik had het u ook gevraagd, want u bent het niet eens met de tekst, dus dan is het een bespreekpunt.
27
9.
Zienswijzeprocedure Ontwerpbegroting OFGV 2026 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 9, de zienswijzeprocedure ontwerpbegroting van de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi- en Vechtstreek. Wie heeft hier vragen over? Ik kijk verschrikt om me heen. Niemand heeft er vragen over. Een heel duidelijk stuk. Dan is dat een bespreekpunt, een hamerstuk. Ik ben van mijn à propos gewoon.
10. Overheveling budgetten 2024 naar 2025 gemeente Laren De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 10, de overheveling budgetten 2024 naar 2025 van de gemeente Laren. Ik heb begrepen dat wethouder Van Midden hier graag een toelichting op wil geven. Klopt dat en wilt u die eerst doen? De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter. Ik zal dat allereerst even doen, alvorens er inhoudelijke vragen zijn die gesteld kunnen worden, ongeacht de opmerkingen die ik ga maken. In het voorstel staat dat als het gaat om de relatie met de BEL-gemeenten, de BEL-combinatie dat in de andere gemeente inhoudelijk eenzelfde voorstel wordt gedaan. Dat is gedaan, maar zowel Eemnes en Blaricum hebben besloten het voorstel aan te houden en te willen bespreken bij de jaarrekening 2024. Dat wilde ik van tevoren even mededelen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik eerst even, gaan we nu dan maar de vragen in. Begin ik bij mevrouw Graafsma van het CDA. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Ik had één vraag. Ik mis bij het rijtje omschrijving het potje van de afkoopsommen voor de sociale woningbouw. Ik neem aan dat er voorlopig nog geen sociale woning gebouwd wordt, dus ik neem aan dat dat elk jaar nog overgeheveld moet worden. Dus zit dat ergens anders in of zou dat bij dit rijtje ook nog genoemd moeten worden? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Dan de heer De Jong van Liberaal Laren.
De heer De Jong: Had ik de wethouder nu goed begrepen dat dit stuk dus bij de jaarrekening wordt behandeld in de andere gemeenten en aan ons het verzoek om hetzelfde te doen dus of heeft u daar een ander advies in? De heer Van Midden: Dat is een gewetensvraag, mijnheer de voorzitter. Maar als u het mij vraagt, dan zou ik het eigenlijk liever bij de jaarrekening willen bespreken. Alleen de eerste ingeving was om het nu te doen, omdat we op dit moment al gelden aan het uitgeven zijn in 2025 vanuit het overschot op 2024. Dus in die zin ben ik op sommige momenten onrechtmatig, om het maar even zwaar aan te zetten, bezig. Dus daar zit eigenlijk mijn dilemma. Maar ik zal heel eerlijk zeggen, wat ik al zei: als u als commissie besluit om het ook aan te houden en bij de jaarrekening te bespreken, op het moment dat je eigenlijk het jaarresultaat ziet en dan kan besluiten hoe je uiteindelijk ermee omgaat met die budgetten die nog niet besteed zijn, dan zou dat misschien wel een mooi moment zijn. De voorzitter: Zullen we dan eerst daar een rondje over doen? Is dat een handig idee? Willen we dit uitstellen naar de jaarrekening?
28
De heer De Jong: Normaal geven wij, deze gelden worden doorgeschoven en ook weer opgemaakt, want ze zijn begroot. Maar je kan natuurlijk als je in de jaarrekening nu ook besluiten om dingen niet voort te zetten, want dat is dus de opzet als ik het goed begrijp en dan moeten we er op een andere manier naar kijken en dat is dan misschien wel verstandig. Ik heb in ieder geval wel een vraag over de allergrootste post, dat is die 237.000 euro transitie warmte. Naar mijn idee is dat Rijksgeld wat doorgeschoven wordt en is dat geen gemeentegeld. Want anders, als het gemeentegeld is, is dat wel een belangrijke post om te kijken van moeten we dat allemaal uitgeven ook aan mensen die het misschien allemaal zelf ook kunnen betalen, dat de gemeente het betaalt? Dus is het Rijksgeld wat we sowieso op kunnen maken? Ook dan hoeft het niet, laat ik daar helder in zijn of is dit gemeentegeld? De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Mijnheer De Jong heeft dezelfde vraag, maar ik stel hem ietsje anders. Want als het nog mogelijk is om dit stuk bij de jaarrekening te bespreken, zou ik op zich daarvoor zijn, vermits het college de jaarrekening nog niet heeft vastgesteld. Want anders dan zou het opnieuw in het college moeten. Ik weet niet of het al zover is of wanneer we dat gaan bespreken. Dus dat is misschien wel handig om even te weten.
Dan vraag ik me inderdaad af, dit is een fors bedrag over die warmtevisie, warmteprogramma en die 237.000 euro om daar een nieuwe warmtevisie voor te maken. Net hebben we gehoord, stadswarmte gaan we hier helemaal niet doen, want dat is veel te duur en er is al een actie die loopt al en volgens mij wordt dat al betaald, om bij mensen aan te bellen om een warmtescan te doen of om gewoon te zeggen: ben je nu echt zo rijk of geef je ook nog iets om het milieu? Prima, dat soort vragen, maar uiteindelijk is dat ongeveer denk ik het maximaal haalbare, wat wij in Laren kunnen doen, zolang de gasprijs aantrekkelijk genoeg blijft om niet over te gaan naar een duurzamere oplossing. Dus eigenlijk vraag ik me af waarom wij in vredesnaam een warmtevisie nog nodig hebben. En als het dan kan wat betreft het resultaat op dit hele warmtetransitie programma, om dat nog te verantwoorden in de jaarrekening van 2024, dan vind ik dat prima. Maar waar zit nu het dilemma voor mij? Het geld is niet uitgegeven, dus er komt geen verantwoording. Dan wordt het wel lastig, want dan vind ik eigenlijk dat het geld maar niet moet worden uitgegeven en dan wil ik hier wel een amendement over indienen, dan doen we dat besluit.
Of het besluit over de jaarrekening wordt uitgebreid met het besluit over alle posten over de nota overheveling budgetten, maar dan stel ik ook voor om die allemaal apart even op te nemen in plaats van in één bedrag te noemen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dan kijk ik naar D66, nee. Larens Behoud niet. De heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel. Normaliter is het natuurlijk wel zo dat als je voorgenomen taken in een jaar niet kunt uitvoeren, dan schuif je die door naar het volgend jaar en dan moet moeten de benodigde centen daarin meegaan. Maar ik krijg nu de indruk dat de heer Koldenhof eigenlijk niet goed scherp heeft waar het over gaat. Want het gaat namelijk niet over of nu het ene huishouden nog wel een energiezuinige koelkast kan aanvragen, dan wel een warmtescan kan maken. Nee, het gaat over de warmtevisie. En dan gaat het uiteindelijk in praktische zin daarover dat we natuurlijk die middelen die daar zijn ook niet, niet gebruiken, maar juist wel aanwenden om er zicht op te krijgen hoe we onze wijken in de toekomst gaan verduurzamen. Want we moeten van het gas af. En dan kan het wel heel goed zijn dat op dit moment gas goedkoop is, maar het zijn en blijven fossiele brandstoffen en daarmee beïnvloeden we ons klimaat, met alle gevolgen van dien. De kranten staan er vol van.
Dus ik denk van hoe is mogelijk dat dat de heer Koldenhof zo daarover denkt? En ik zou aan juist aan de wethouder willen vragen om alles in het werk te stellen om die middelen zo snel
29
mogelijk te besteden en daarmee dus een aftrap te maken, zodat we dus ook daadwerkelijk in 2035 klaar zijn en liefst iets eerder. Dank u wel. De voorzitter: Dan waren er wat vragen te beantwoorden. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik zal allereerst ingaan op de vraag van het CDA, mevrouw Graafsma. Zij mist het potje afkoop van sociale woningbouw. De budgetoverheveling is alleen maar bedoeld voor budgetten die oorspronkelijk begroot waren in 2024, niet besteed zijn en uiteindelijk doorgeschoven worden naar 2025, om alsnog te besteden. Daar zit niet een afkoopsom sociale woningbouw in. Dat is wel iets wat uiteindelijk aan de orde zal komen bij de bespreking van de jaarrekening, bestemming van de jaarresultaten. Dat je als raad kan beslissen geld te storten in de reserve sociale woningbouw. Die is aanwezig. We hebben een sociale woningbouw op de balans staan. Dat is het goede nieuws, het slechte nieuws is dat het saldo nul is op dit moment. We zijn ook bezig met het Compensatiefonds. Dat is vorige week besproken in de commissie R&I. En het Compensatiefonds wordt uiteindelijk gebruikt om die sociale woningbouw te vullen, zodat we uiteindelijk middelen hebben om sociale woningbouw te realiseren. Dat is eigenlijk niet relevant voor dit voorstel. De vragen over de transitie warmte.
Want dat zijn eigenlijk de belangrijkste vragen die overblijven. Die laat ik even bij mijn collega De Groot, die daar verder op in zal gaan. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter en dank voor de vraag. Dat budget voor de warmtetransitie is al eerder in eerdere jaren toegekend en geoormerkt voor de warmtetransitie. In de plannen koersdocument en wat diens meer zei, was de uitwerking daarvan in 2026 gepland. Ik was daar niet heel tevreden mee. Ik vind ook dat doorschuiven van het geld, vind ik heel vervelend, maar ik vind wel dat het gebruikt moet worden. En dit jaar wordt een begin gemaakt voor de warmtetransitie, precies om de reden die de heer Grunwald aangeeft. We moeten van het gas af, in ieder geval zo veel mogelijk van het gas af en dan moeten we met oplossingen komen die passen bij Laren. Een warmtenet ligt niet voor de hand. Niet alleen vanwege de kosten, maar ook omdat we geen bronnen hebben. Voorheen was er nog wat hoop op bodemwarmte, dat we daar wat mee kunnen doen, maar dat dat blijkt ijdele hoop te zijn. Dus we zullen moeten kijken naar pragmatische oplossingen om dat doel te bereiken, c.q. zo dicht mogelijk te bereiken en daarvoor gaan we dat geld inzetten. En daarvoor zult u in het najaar de startdocumenten ontvangen. De voorzitter: Mijnheer De Jong.
De heer De Jong: Ik had specifiek gevraagd: is het geld is door het Gemeentefonds ter beschikking gesteld of is dit geld wat de gemeente Laren heeft ingebracht? Ik wil echt specifiek weten: is het geld wat uit Den Haag komt of komt het uit onze eigen begroting? Is het geoormerkt door Den Haag? De heer De Groot: Ik ga dat concreet voor u uitzoeken. Volgens mij is het geoormerkt en hebben we dat binnengekregen vanuit Den Haag. Volgens mij niet uit het Gemeentefonds, maar vanuit andere bronnen. De voorzitter: Dan had de heer Koldenhof nog een vraag. De heer Koldenhof: Het gaat erom, ik heb een technische vraag gesteld voor het besluitstuk voor de jaarrekening, met het verzoek dus om al deze punten van budgetoverheveling apart in het besluitstuk over te
30
nemen, zodat eventueel per onderdeel gestemd kan worden tegen die tijd. En de warmtevisie, mijnheer De Groot, volgens mij, wat u zelf al zegt, is inderdaad een warmtenet zal er niet komen. Wij zullen gaan elektrificeren of we gaan met warmtepompen werken per woning. En ik vraag me af of er dan nog heel veel andere oplossingen zijn waarvoor zo'n hele dure visie nog moet worden opgesteld, kan ik me niet voorstellen. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Jazeker. Er zijn ook andere oplossingen ook om blokken te verwarmen, ook om te zorgen dat je juist de collectieve tijd kunnen zorgen dat de prijzen goed blijven. Betekent ook dat je in samenwerking met bijvoorbeeld de woningbouwcorporatie moet zorgen dat je die oplossingen maakt op maat van de wijk. En inderdaad, in sommige gevallen zullen dat warmtepompen zijn, zeker bij de grotere huizen, al dan niet via de bodem, maar in wijken zelf is het zelfs zelf raadzaam om te proberen met collectieve oplossingen te komen, al was het alleen maar om te voorkomen bij dicht op elkaar staande huizen om in elkaars geluid te zitten van de warmtepomp, die vaak aan de rand van de tuin staat. Dus er zijn nieuwe oplossingen voor, die kleinschaliger zijn, maar groter zijn dan één huis en daar gaan we op inzetten voor die wijken waar dat opportuun voor is. De voorzitter: De heer Van Midden.
De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, er staat nog een vraag open van de heer Koldenhof. Het voorstel van de heer Koldenhof om tijdens de bespreking van de jaarrekening per onderdeel te besluiten hoe daarmee om te gaan. Ik volg dat voorstel. Dus dat gaan we zo doen. De voorzitter: Dan gaan we nu eerst de vraag stellen: doen we dit in de komende vergadering of doen we dit bij de jaarrekening? Ik kijk even iedereen ... Ik wil graag van iedereen even een antwoord. Mevrouw …: Jaarrekening, denk ik. De heer …: Ik denk dat we dat in de raadsvergadering moeten doen, want we gaan nog een stuk krijgen en ik denk toch dat we of dingen apart gaan behandelen. Ik denk dat we dat in de raadsvergadering even moeten gaan bespreken en nu niet die keuze moeten maken of we dat bij de jaarrekening doen. Ik denk dat dat echt voor de gemeente, dat iedereen daar even ook goed nog over moet nadenken. De voorzitter: Maar dan komen we bij een ander punt. Dit is een beslispunt op het moment dat we dit dus tijdens de raadsvergadering tegenstemmen, dan is het punt weg, begrijp ik, toch? En dan kan het dus ook niet meer naar de jaarrekening. Klopt dat? Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Voorzitter, volgens mij is het advies van het college om dit stuk nu niet door te laten gaan naar de gemeenteraad.
Andersom, het college kan ook zelf zeggen: wij trekken het stuk in, zodat wij er ook niets over hoeven te vinden volgende keer. Want ze hebben toegezegd dat het dan bij de jaarrekening terugkomt en als het helemaal niet terugkomt, dan kan het college het geld niet uitgeven. De voorzitter: Een hele goede. Ik kijk even naar het college. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, wat mij betreft kan dat, maar ik kijk even de griffier aan of dat de proceduretechnisch allemaal correct is. 31
De heer Koldenhof: Voorzitter, ik ga toch even proberen te helpen, want het college kan toch altijd een stuk intrekken? Dat is toch mogelijk of ligt het nu bij de commissie, dan zeg je: de commissie adviseert om het stuk in te trekken en dan komt het terug. De voorzitter: En komt die dan wel weer terug in de commissie ook? Ja, nee? De heer Mol: Als de commissie adviseert om het stuk terug te trekken, trekt de commissie het college terug, maar dan komt het pas weer terug op het moment dat het college een nieuw stuk agendeert. De voorzitter: En dat zal dan eventueel bij de jaarrekening zijn? De heer Koldenhof: Maar met dien verstande dat tot dat moment het college dus ook het geld niet kan gebruiken, maar dat weet het college dan zelf. De heer Mol: Mijnheer de voorzitter, dat klopt. De voorzitter: Dat klopt. Maar u bent voorstander om het naar de jaarrekening te sturen, begrijp ik mijnheer Koldenhof? De heer Koldenhof: Nog een ander voorstel, misschien maakt het dat makkelijker, om bij de gemeenteraad volgende week dus een van de partijen te laten voorstellen om het op het agendapunt van de agenda af te voeren. Kan dat ook? De voorzitter: Dat kan ook. De heer Mol gaat verduidelijking geven. De heer Mol: Bij aanvang van de vergadering doe ik een agendavoorstel en waarbij we voorstellen aan de raad om het af te voeren. De voorzitter: De wethouder kan met alles leven zo? Mooi.
De heer …: Voorzitter, dan kunnen wij daar ook tegenstemmen? De voorzitter: Om het even af te voeren, kunt u tegenstemmen. Ja. De heer Mol: Nee, want als uw commissie het niet meer doorgeleidt, dan houdt het toch een beetje op? De heer …: Nee, er zijn twee smaken. Volgende week doet de burgemeester, in dit geval de voorzitter van de gemeenteraad, doet een voorstel om de agenda aan te passen, namelijk door dit stuk niet te behandelen of van de agenda af te voeren. Dan stemmen wij over de agenda en dan kan je voor- of tegenstemmen. Wat mijnheer De Jong zegt. Nee, ik wil het wel behandelen. Maar het is wel prettig om te weten wat elke partij ongeveer zal gaan stemmen, want anders moet het college besluiten om het in te trekken. Want dan komt het helemaal niet daar, volgens mij. Dat maakt het even een dilemma. Als iedereen hier zegt: prima, dan stellen we de gewijzigde agenda vast volgende week, dan geen probleem. Maar als men zegt: ik wil het wel behandelen, dan hebben we een andere discussie en dan zitten we hier nog wel even.
32
De voorzitter: Daarom. Dus ik ga even verder. U bent in principe ervoor om het van de agenda af te halen. Mevrouw Van Dorst, ook. Kijk ik naar Larens Behoud, ook. En dan kijk ik naar Groen Laren. De heer Grunwald: Ik begrijp het eigenlijk niet wat nu voorligt. De voorzitter: Wat er nu voorligt. De heer Grunwald: Ik zeg het maar even. De voorzitter: Wat er nu voorligt, is dat zowel Blaricum als Eemnes hebben gezegd: we gaan dit agendapunt niet in de raad bespreken op dit moment, we doen dit bij de jaarstukken. De vraag is nu: gaan wij als Laren het in de komende gemeenteraad bespreken dit stuk? Nu is het voorstel dat een van de partijen bij de aankomende raadsvergadering een agendawijzigingsvoorstel doet, dat dit agendapunt van de agenda verdwijnt. Maar dat moet dus een van de politieke partijen moet dat doen en dan wordt erover gestemd of het eraf gaat, ja of nee. Op dit moment lijkt de meerderheid te stemmen voor ja, maar dat weten we natuurlijk niet volgende week woensdag. En dan is de vraag aan u: kunt u zich daarin vinden? De heer Grunwald: Het mag met de jaarstukken besproken worden. De heer De Jong: Ik heb nog geen antwoord gegeven. Liberaal Laren is dus voor om volgende week te komen met om het van de agenda af te voeren. En dan bepalen wij nog of we daar wel of niet voor zijn. De voorzitter: Ja, Liberaal Laren mag volgende week bepalen of ze daar voor of tegen zijn.
En dan geldt in principe het democratisch recht: de meeste stemmen tellen. Dus het advies is, we voeren het gewoon door, we gaan het gewoon behandelen, totdat het moment van de agenda ter sprake komt. En dan is het de heer Koldenhof die de wijziging gaat doen. Voor de luisteraars thuis ga ik dit nog even uitleggen. Het advies is dus dat we het niet gaan behandelen namens de commissie in de gemeenteraad. Het blijft op de agenda staan. Vervolgens komt een van de partijen bij de agendabehandeling naar voren en die zegt om voor te stellen dit punt van de agenda te schrappen. Daar wordt dan over gestemd en daar wordt dan naar gehandeld. De heer Mol: Tijdens de laatste vergadering van deze raadsvoorzitter. De voorzitter: Ja, tijdens de laatste vergadering van burgemeester Mol. Mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Dank u, voorzitter. Misschien moet ik voor de goede orde even zeggen dat ik dit overlaat aan ons raadslid, want ik weet zelf niet hoe ik hierin moet beslissen. De voorzitter: Ik zou het zelfs overlaten aan uw fractievoorzitter. Mevrouw Graafsma: Dat bedoel ik. De voorzitter: Dit is in ieder geval het advies. Dan sluiten we daarmee agendapunt 10 af.
33
11. Rondvraag De voorzitter: En dan komen we bij agendapunt 11. Dat is de rondvraag. Ik weet er sowieso een, maar ik begin bij mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ik heb één vraag voor de rondvraag en die gaat over de Raadsinformatiebrief doorbraak methode A.6, die staat bij de raad aangegeven. Dat is weer zo’n dingetje net als vorige maand toen het over discriminatieklachten en dat soort dingen ging. Ik zou het zo fijn vinden als in dit soort brieven ook gelijk staat hoe relevant of over hoeveel aantallen het voor Laren gaat. Dan weet je dat gewoon en nu lees je zo'n brief en denk je: over hoeveel huishoudens in Laren hebben we het eigenlijk? Dus ik zou het zo fijn vinden als dat soort brieven worden opgesteld, als dat van tevoren al even wordt uitgezocht en ook gelijk vermeld wordt. Dat was mijn vraag, opmerking. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik even naar het college of ze daarop willen reageren. De heer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Dank voor de vraag. De doorbraakmethode is een nieuw instrument in de gereedschapskist van de HBEL.
Dat betekent dat soms als je de regels toepast, dan loop je ertegenaan dat je zegt: als we de regels in letterlijke zin toepassen, dan komt het in strijd met ons gezonde verstand en dan hebben we met die doorbraakmethode een middel om binnen het systeem van de wet en de regelgeving een oplossing te vinden die daar beter aan beantwoordt. Dat gaan we invoeren. Dat wordt allemaal begeleid, et cetera. Dat staat allemaal in de Raadsinformatiebrief. En we beginnen ermee. Dus uiteraard kunnen we daar nog geen getallen aan verbinden. Dus dat zal in de rapportages de komende tijd weer terug moeten komen. En dan is dat een goed moment om na een jaar nog eens te vragen: en hoe werkt dat dan en wat zijn de voordelen daarvan gebleken? De voorzitter: Mevrouw Graafsma, nog een vervolgvraag? Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Ik wil daar even op reageren. Dus u kunt nu ook niet zeggen: wij nemen uit de gemeente Laren twee huishoudens voor de pilot of wat is er te verwachten in Laren? Ik zou daar toch iets meer informatie over willen hebben. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Dit is een middel wat we in willen zetten op het moment dat je vastloopt binnen je regelgeving. Dat horen de uitzonderingen te zijn.
Dus het kan zijn dat we volgend jaar daar niemand voor hebben, maar dat in de HBEL er wel degelijk een aantal gezinnen ongelooflijk mee geholpen worden dat we dit op deze manier doen. En het kan ook wel zijn dat we een jaar hebben dat in Laren er vier gezinnen zijn die daar ongelooflijk mee geholpen zijn. Dus daar is geen voorspelling voor te doen. Pas als we langer ervaring bij hebben, dan kunnen we zeggen: misschien een soort prognose vanuit een tijdreeks maken, maar dat is wel het enige wat ik op dit moment daarover kan verzinnen. Mevrouw Graafsma: Een beetje vaag, maar dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong.
34
De heer De Jong: Ik heb misschien een hele aparte vraag, waar het college waarschijnlijk ook niet direct iets mee kan, maar wat ik toch voor de inwoners hier van het dorp belangrijk vind. Ik merk bij mij in de buurt dat er een aantal huizen te koop staan en ik merk bij die huizen, die zijn waarschijnlijk eerst verkocht door een makelaar aan een projectontwikkelaar, die strippen het huis, knappen het helemaal op. Allemaal op dezelfde manier tegenwoordig, met van die glazen deuren erin, wordt helemaal opgeknapt en daarna worden ze alweer verkocht. Dat betekent dus dat daar een aantal keren geld aan de strijkstok blijft hangen. De eerste makelaar verkoopt hem. Dan komt er een projectontwikkelaar die doet er van alles in en die wil daar ook aan verdienen en waarschijnlijk komt daarna weer een makelaar, die gaat hem ook weer verkopen. En je merkt dat dit voor de huizenmarkt niet goed is en die huizen staan ook, ik merk nu ook dat ze ook langer te koop staan, omdat die vraagprijzen veel te hoog zijn. En dit is niet in het belang van mensen om een huis te kopen en ze kunnen ook niet meer zelf hun eigen inrichting doen en het huis zelf inrichten zoals ze zelf willen. En ik denk dat dit geen goede ontwikkeling is voor de huizenmarkt in Laren en waarschijnlijk ook in andere plaatsen. Ik weet niet zeker, het kan ook dat een makelaar opdracht geeft. Ik weet niet wie wat doet.
Of een makelaar opdracht geeft om dingen op te knappen. Maar ik voel aan, dit is geen goede gang van zaken en ik denk dat we daar toch aandacht aan gaan zullen moeten besteden. De voorzitter: Volgens mij is dit marktwerking. Er wordt zelfs een hele televisiezender aan besteed, HGTV. De heer De Jong: Maar dat is een heel ander verhaal. Hier blijft, omdat er verschillende fases tussen zitten, heel veel geld gaat naar allerlei tussenpersonen toe, die zichzelf verrijken en dit is niet in het belang van mensen die een huis kopen in Laren. Laat ik dat heel concreet hier zeggen. De voorzitter: Wil het college hierop reageren of kan het college hierop reageren? Burgemeester Mol. U heeft het nog druk op uw laatste commissievergadering. De heer Mol: Nee, hoor. Maar als de heer De Jong dit wil agenderen voor een commissie, dan moet hij via het presidium dat agenderen en dan drie verduidelijkende vragen even. Dan is dit niet de goede commissie en de portefeuillehouder is hier niet. Dus ik zou dan even de heer De Jong willen tippen, een e-mail te sturen naar de griffie en dan eigenlijk drie vragen te formuleren, zoals we dat hebben afgesproken in het presidium, wat hij wil bespreken. En dan kan het presidium dit agenderen voor volgende de commissie. Dan kan iedereen zich daarop voorbereiden.
En dan, als we met zijn allen bedacht hebben dit is een probleem waar we iets mee moeten, waarvoor een rol ligt bij de overheid, gaan we er met elkaar over praten. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof, uw vraag. De heer Koldenhof: Voorzitter, ik verlustigt mij nu al op die discussie. Wat Liberaal Laren nog liberaal heeft in haar stempel, dat vraag ik me dan af. Maar goed, dat gaan we dan uitzoeken. De heer De Jong: Voorzitter, dit is heel liberaal, dat mensen vrij zijn om een huis te kopen en niet dat er allerlei partijen echt fors geld verdienen en dat op deze manier ... De voorzitter: Uw punt is gemaakt. De heer Koldenhof: Nogmaals, ik verlustig me op de discussie. In ieder geval wat ik zelf al had willen vragen en nu bij deze vraag, is hoe het toch zit met die aangifte die niet klopt bij de Gooi en Vechtstreek en wat daarvan
35
de gevolgen zijn? Hoe is het gekomen? En wat is het gevolg of consequentie voor onze begroting, dan wel die van Gooi en Vechtstreek? Wat gebeurt er dan niet om deze strafkorting of claim te moeten betalen? De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik zal hem behandelen. Zoals u heeft kunnen lezen in het artikel is inderdaad het bedrag van 1,3 miljoen bestaat uit het alsnog betalen van achterstallige belasting, btw en een stukje loonheffing, plus de boete die daarop is. Dat heeft alles te maken met name met het feit dat op sommige momenten niet genoeg btw afgedragen is. Het is een beetje de name of the game, om het zomaar even te zeggen. Er is altijd discussie tussen Belastingdienst en een organisatie over de mate van afdragen van btw. Alleen dit is wel een behoorlijke, om het maar even zo te zeggen. Daar is lering uitgetrokken. Als u mij vraagt: waar zit het dan precies in? Die details ken ik niet. De regio heeft wel gezegd van wij kunnen dit binnen onze begroting en onze financiële middelen absorberen. Dus dat betekent niet dat we terug moeten naar de gemeentes om daar extra gelden voor te vragen. Dat is een hele geruststelling in eerste instantie. Als je mij de vervolgvraag stelt van lopen wij zelf ook als gemeente dat risico of als BEL-organisatie risico? Dat lopen we ook. Wat ik al zei: het is een beetje inherent aan de btw-systematiek.
Vandaar ook dat we in de begrotingswijziging van de BEL, die we een paar weken geleden besproken hebben, ook besloten hebben om 0,5 fte extra fiscale capaciteit in te zetten. Vooral ook om deze problematiek op een goede manier aan te pakken. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof, nog een vervolgvraag. De heer Koldenhof: Ik wil er nog eventjes op reageren, omdat het komt mij toch … Ik begrijp natuurlijk dat dit antwoord en bedrijfsmatig, bedrijfskundig zal dat ook wel kloppen, maar tegelijkertijd roept het ook iets vreemds op, namelijk dat als het zomaar opgelost kan worden binnen Gooi en Vechtstreek, dan vind ik dat ook wel weer bijzonder, want blijkbaar is er dan geld ergens om het even zo op te lossen. En dan is nog steeds bij wijze van spreken de vraag: waar geven we dat dan niet aan uit? Maar goed, dat moeten we dan maar voor lief nemen, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van Midden, wilt u nog reageren? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, daar kan ik verder niets over zeggen, maar dat moeten we denk ik bespreken op het moment dat we de resultaten zien van de regio Gooi en Vechtstreek en uiteindelijk hier voor een zienswijze in de commissie en de raad terechtkomt. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag van een heel andere orde.