CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Maatschappij & Financien 14.05.2025

Commissie Maatschappij en Financiën 14 mei 2025, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda22.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE M&F VAN GEMEENTE LAREN d.d. 14 mei 2025

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond allen. Een goedenavond aan de mensen op de tribune, de commissieleden en de dames en heren die thuis luisteren via de livestream op laren.nl. Welkom bij de commissie M&F van 14 mei 2025. Aanwezig in deze commissie zijn voor Larens Behoud Thijmen Jacobse en Bas Holshuijsen, voor de VVD Erik Koldenhof, voor D66 Ellen van Dorst en Jim Juffermans, voor Liberaal Laren Evert de Jong, voor Groen Laren Andreas Grunwald en Ben Wichers Schreur, voor het CDA Jolanda Graafsma. En vanuit het college zijn aanwezig, de laatste commissievergadering die die aanwezig is, burgemeester Mol, de wethouders Van Midden en De Groot en natuurlijk Petra Zwanikken, de gemeentesecretaris. Afwezig zijn de voorzitter Edwin van den Berg. En daarom ben ik er, Eric Hurink. Ook afwezig voor de VVD Desiree Niekus en Stef Merckx. En van het CDA is Jan Huug Lobregt aanwezig. We zijn niet met heel veel mensen. We missen wat plaatsen, wat lege plaatsen, maar ondanks dat, wilt u alstublieft de vergadering altijd via mij laten gaan. Dan weten de mensen thuis ook wie er aan het woord is. Dan wil ik graag de agenda vaststellen. Iedereen het ermee eens? Dan is die hierbij vastgesteld.

2.

Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering Commissie M&F d.d. 16 april 2025 De voorzitter: En dan gaan we naar programmapunt 2, vaststelling lijst van adviezen en conclusies van de vergadering van de commissie M&F de datum 16 april 2025. Heeft iemand hier vragen of opmerkingen over? Mijnheer Holshuijsen van Larens Behoud. De heer Holshuijsen: Dank, mijnheer de voorzitter. Ik heb een opmerking bij het transcript. Op pagina 26 daar heeft de wethouder de heer De Groot bovenaan een reactie gegeven op mijn vraag en dan wordt er geciteerd door de voorzitter: dank u wel, mijnheer Jacobse had nog een vraag. Dat is niet juist. Dat was mijnheer Lobregt. En daaronder word ik dan geciteerd, maar dat is een citaat van de heer Lobregt die met een aanvullende reactie kwam op het antwoord naar aanleiding van mijn vraag. De voorzitter: Dank. Dan is het daarmee ook duidelijk waarom er via de vierde voorzitter gesproken moet worden. Nee, dat is goed zo. De heer Holshuijsen kijkt mij verbaasd aan. Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Ik had een aanvulling op het vorige verslag nummer 5. Daar hebben we het over Het Gooische Nest gehad en daar staat het op een manier waarvan ik denk: zo heb ik het niet bedoeld. Ik dacht: dat ga ik eventjes nog wat verduidelijken.

Ik heb daar willen opmerken dat in het portefeuillehoudersoverleg dat nog zou gaan komen, over het Gooische Nest gesproken zou gaan worden. En het was inderdaad de vraag van wethouder, weet u al of u met die financiële gegevens die daar neergelegd worden, zo direct akkoord kunt gaan? Dat was mijn opmerking. Waarop de wethouder zei: nee, dat weet ik nog niet. Dat wilde ik even aanvullen. Dat is iets anders dan wat er hier staat. De voorzitter: Dat zal verwerkt worden. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. 1

3.

Mededelingen De voorzitter: Dan komen we bij de mededelingen. Heeft iemand vanuit de commissie een mededeling? Iemand vanuit het college misschien een mededeling? Ook niet. Zo gaat het wel heel snel deze vergadering.

4.

Terug- en vooruitblik Regiozaken De voorzitter: Dan gaan we terug- en vooruitblikken op de regiozaken. En dat doen we over gezondheid en ondersteuning, jeugd en onderwijs en werk en participatie. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ik dacht dat het de gewoonte was dat er eventuele vragen beantwoord worden. Er zijn wel een aantal dingen. Het is een vrij reguliere vergadering, maar een aantal dingen die conform systematiek van rapport Mol een aantal keren komen. Zoals bescherming opvang en die wordt dan definitief vastgesteld, voordat die daadwerkelijk voor besluitvorming wordt vrijgegeven, nadat de beeldvorming heeft plaatsgevonden. Dat staat op de agenda, maar er staat ook iets en dat zal u denk ik wel interesseren, want ook vanuit deze commissie, maar ook elders, is er gesproken over en dat zat ook in onze zienswijze die wij als college hadden opgesteld, dat wij graag … Dat bescherming en opvangprogramma loopt acht jaar, maar er loopt ook een reserve en dat we de vinger aan de pols kunnen houden, willen houden voor de besteding van die reserves. Dat staat nu geagendeerd en zoals het er nu uitziet, wil daar de regio in bewilligen. Maar ik ga daarop aandringen dat dat niet alleen maar voor de wethouders zou zijn, maar dat ook de raad regelmatig daar feedback over krijgt. Want ik denk dat dat een belangrijk iets is, ook in het kader van uw budgetrecht. Dank u wel.

De voorzitter: Heeft iemand nog vragen? Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter en dank u wel wethouder. Dat is inderdaad een hele fijne stap. Dat mis je soms in de agenda's voor het portefeuillehoudersoverleg. Ik dacht, ik wilde nog vragen: ik las dat er een externe projectleider voor de educatie jeugd wordt aangetrokken binnen de regio. Ik ben heel erg benieuwd. Kunt u daar al iets over zeggen of is dat voor u nog een onderwerp wat nog onderzocht moet worden? De heer De Groot: Nee, daar zijn twee dingen. Een is dat dat stuk niet kon openen in iBabs. Het tweede is dat het nog verder besproken wordt, geïntroduceerd wordt. Ik hoop dat ik daar een mededeling over kan doen bij de raadsvergadering. Ik denk dat ik dan meer weet en dat ik u dan bij de mededelingen op de hoogte kan stellen. De voorzitter: Dan heb ik één toezegging gehoord, dat u de raad, maar ik neem aan ook de commissie, op de hoogte houdt met de financiële perikelen bij de ... De heer De Groot: Nou ja, dat is een normale manier van informeren, maar wat ik gezegd heb, is dat mijn inzet zal zijn dat de raad daarin meegenomen wordt. Dat is dan de toezegging. Ik kan het niet garanderen natuurlijk, maar dat is wel de inzet. Ik denk dat dat voor mijn collega's ook zo zal zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar agendapunt ... Er is nog een vraag, de heer Koldenhof van VVD.

De heer Koldenhof: Ja, want dit gaat meteen over alle agenda's van de regio-overleggen?

2

De voorzitter: Ja. De heer Koldenhof: Dan heb ik een vraag even over de agenda. Portefeuillehoudersoverleg jeugd en onderwijs van 22 mei. Daar staat rapportage cliëntervaringsonderzoek jeugd. Daar wordt ook in het voorstel iets verteld over dat de raden daarbij betrokken zullen worden, maar wat mogen wij daarin verwachten? De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Het lijkt mij dat dat soort informatie vrijgegeven wordt aan de raden. Op het moment dat dat bij u binnenkomt, is het aan het presidium om te bepalen hoe dat verder besproken wordt. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Ik houd altijd van iets meer initiatief van het college. Wat stelt u zelf voor dat we hier het beste mee kunnen doen? Want ik kan natuurlijk alles gaan piepen om te vragen om te behandelen, maar het lijkt mij dat u in deze vergadering misschien tot een gezamenlijk standpunt kunt komen: hoe zullen wij dit in de regio aanpakken? En wat zouden we dan met onze raden gezamenlijk hierin kunnen bespreken? Dat zou een vraag zijn die ik dan aan de wethouder bij deze wil meegeven. De voorzitter: Wethouder De Groot. De heer De Groot: Dat was ook de strekking van mijn opmerking, maar misschien had ik dat wat meer context moeten geven. De voorzitter: Dan kijk ik nog even rond. Kan ik het agendapunt sluiten? Ja. 5.

Meldingen portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 5, meldingen portefeuillehouders met betrekking tot Gemeenschappelijke Regelingen. Nee.

6.

Algemene plaatselijke verordening Laren 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6 en dat is de algemene plaatselijke verordening van Laren 2025. Wie wil hier wat over kwijt? Mevrouw Graafsma van het CDA. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Ik had een klein vraagje. In de was/wordt-tabel bij de overgang van pagina 4 naar 5 wordt op een gegeven moment op drie manieren alcoholhoudende drank genoemd. Is daar één keer te veel of maakt dat uit over welke locatie dit gaat of staat het er één keer te veel in? De voorzitter: Burgemeester Mol. Zijn er nog meer vragen trouwens? De heer Koldenhof, kunt u ook meteen uw vraag stellen? De heer Koldenhof: Voorzitter, doet u eerst alle commissieleden? De voorzitter: Eerst alle commissieleden.

3

De heer Koldenhof: Ik heb, voorzitter, al eerder een technische vraag vooraf gesteld over waarom in een wijnwinkel geen proeverijen mogen worden gehouden, maar in een slijterij wel. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Dus dan stel ik hem bij deze. Want het lijkt mij, maar dat is misschien dan meteen een politiek standpunt, maar bij uitstek een zaak waar je zoiets wilt organiseren. Dan de vraag: hoe realistisch is de handhaving, die het gevolg van de invoering van de APV zou moeten zijn, met betrekking tot het verplichten van het bij je hebben van een poepzakje voor de hond. Want we kunnen het allemaal wel verplicht gaan stellen en we gaan misschien minder van die apparaten neerzetten, maar ik geloof nooit zo in regelgeving die je niet serieus kunt handhaven. Dan ook met poep, maar dan van paarden. Wat is daar überhaupt voor geregeld? Meer binnen of buiten de APV om, omdat dat nogal wat overlast, zal ik het netjes uitdrukken, kan veroorzaken. En is zoiets ook te regelen via de APV of moet het op een andere manier? Dan wat ik niet helemaal goed begreep, is het verbod op venten aan de deur, absoluut voorstander van om dat te verbieden, maar hoe werkt dat bij goede doelen? Dan is er nog heel veel niet opgenomen in de APV, maar die komt dan terug. De voorzitter: Kunt u iets langzamer praten, want we proberen mee te schrijven, omdat het allemaal behoorlijk technische vragen zijn.

Hartstikke goed, maar dan kunnen we ze ook allemaal absorberen. De heer Koldenhof: Ik heb het natuurlijk zelf allemaal opgeschreven. Ik had dus een vraag over handhavingsrealiteit bij het poepzakje voor de hond, dat je dat bij je moet hebben. Dan wat doen we met de paardenvlaaien en wie is verantwoordelijk voor het handhaven, opruimen daarvan? Dan heb ik iets gevraagd over het verbod op venten aan de deur. Dat is ook een regel, een artikel, maar ik vroeg me af: hoe ze zit het dan bij goede doelen? Want die komen ook aan de deur. Is dat ook een soort colportage of venten? Dan de laatste vraag die ik heb. Er wordt heel veel niet in deze APV opgenomen, maar wordt er wordt doorverwezen naar de Verordening fysieke leefomgeving. En wat is de planning daarvan dat wij die gaan bespreken? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk verder aan mijn rechterzijde, niemand. Aan de linkerzijde, de heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. De APV komt jaarlijks even langs en dit is de aanleiding dat daar dus wat verandering van bovenaf op komst is. Maar ik vroeg me af in hoeverre het college ook actief bezig is met de APV. Er komen dus heel weinig voorstellen naar voren die hier besproken zouden kunnen worden. Dus het initiatief ligt dan altijd bij de raad of bij de commissie in dit geval.

En dat leidt ertoe dat er dus ook allerhande vraagjes komen, dus die heb ik dan ook. Allereerst de vraag van of terrasverwarming in de toekomst dus gereguleerd zou kunnen worden? Want we zijn ooit in energieschaarste mee begonnen, maar dat is weer helemaal verwaterd en soms staan ze nog tot ver in het voorjaar aan. Dus dat is doodzonde. Dus wellicht is daar iets mogelijk. Tweede vraag is ook een vraag die ons allang bezighoudt. Straatmuzikanten, waarom zijn die niet toegestaan in Laren? Dat zou dus het beeld van Laren toch wat kunnen opluisteren, is onze mening. Dus dat is gewoon de vraag of dat niet weer toegestaan zou kunnen worden. En natuurlijk de vraag van we zitten nu al in een periode van langdurige droogte. Burgemeester en college hebben daar de afgelopen tijd adequaat op gereageerd, door dus een verbod op open vuur in de natuur uit te vaardigen. De vraag is of zoiets niet veel structureler in de APV zou moeten komen te staan. Want we hebben ook inwoners die aan de rand van het dorp wonen en dus daarmee ook aan de rand van de natuur. Als daar niet regelend opgetreden wordt met wat betreft open vuur, barbecues en dit soort dingen, zou dat nog weleens desastreuze gevolgen kunnen

4

hebben. Dus de vraag is of daarover nagedacht kan worden of dat anders geregeld moet worden dan tot nog toe? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Ik kijk nog even naar Larens Behoud. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Het schiet mij gelijk in de keel, dat is gek. Ik wil met genoegen vaststellen met de portefeuillehouder dat het wel een keer tijd werd om de horecaverordening op te poetsen. Die is van 2014, maar daar wilde ik het niet over hebben. Ik heb een vraag die eigenlijk een beetje flauw is, maar ik bedoel hem voor de mensen thuis ook. Ik kan hem niet helemaal plaatsen, maar de portefeuillehouder waarschijnlijk wel. U mag het antwoord geven. Dan ga ik nu proberen hem te formuleren. Er is een activiteit en daar willen we alcohol schenken. Het is de activiteit en daar wordt alcohol geschonken. Als je nu het verhaal omkeert, als dat nu een alcoholische gebeurtenis is, mag je er dan ook een activiteit doen? Ik heb het opgeschreven. Het ziet er heel leuk uit als je het zo ziet staan. Maar de vraag is dus: wat mag je wel met een bepaalde activiteit in relatie tot alcohol en wat mag je in een bedrijf, horeca waar alcohol geschonken mag worden, met een activiteit? Ik las in de krant gisteren of eergisteren dat in een van onze buurgemeenten een horecaondernemer al vele jaren een groot feest organiseert middenin het dorp.

Vergunning, geen vergunning, wel een vergunning en dan komen er twee mensen die wonen achter het café en die roepen: we hebben er last van. Vervolgens gaat het feestje niet door. Nou dat en als u daar helderheid over zou kunnen geven, lijkt me dat voor de mensen thuis ook heel prettig. Tot hoever kun je gaan met alcohol en activiteiten? Dat is eigenlijk de vraag. Dank u wel. De voorzitter: Een hoop vragen aan de portefeuillehouder burgemeester Mol. En die wordt ondersteund door Dieuwke Specken, juridisch adviseur van de BEL Combinatie. En op de achtergrond is ook nog aanwezig Eline Labee. De heer Mol. De heer Mol: Voorzitter, dank. Mag ik het eigenlijk vertellen, Dieuwke? Mevrouw Specken: Sorry, wat bedoelt u precies? De heer Mol: Over jouw optreden vanavond in de commissie? Mevrouw Specken: Ja. De heer Mol: Mooi. Nou, het is inderdaad mijn laatste commissieoptreden alhier. Maar mevrouw Specken, met wie ik zes jaar lang al heel erg goed samenwerk, als ook mevrouw Labee, die heeft ook andere plannen in haar leven. Dus ik ga haar volop de ruimte geven om vanavond toelichting te geven op de APV. Want dat doet ze ook altijd met heel veel plezier. En ik weet dat het ook altijd met veel genoegen bij jullie landt, ook veel vertrouwen wekt. Dus we gaan er wel even een trio optreden in deze commissie van maken. Ik ga toch een paar inleidende mededelingen doen.

Weet dat we over twee jaar echt een hele grote wijziging krijgen van de APV, dus dan gaan we er flink doorheen. En is er ook volop ruimte om zaken toe te voegen. Maar deze gebruiken we toch nog weer even als een technische wijziging om wat verplichte dingen mee te nemen. We voegen een aantal artikelen toe, om het onveilig ondernemingsklimaat tegen te gaan in het licht van verscherpte ondermijning. En we brengen de regels vanuit de Drank- en horecaverordening over naar de APV, want de Drank- en horecaverordening komt niet zo vaak langs. Die is ook alweer oud en de APV die komt wat vaker langs en dan kun je toch eens wat vaker kijken naar je regels die je hebt met betrekking tot de Drank- en 5

horecaverordening. U heeft gelezen dat wij wat zaken gelijk gaan trekken rondom plekken waar paracommercie plaatsvindt. En weet ook dat alle wijzigingen die we hierin hebben opgenomen zorgvuldig ook zijn voorgelegd aan onze horecagelegenheden. Alle onze paracommerciële horecagelegenheden. Dat heeft mevrouw Labee gedaan. Daar kan ze zo meteen misschien wat over toelichten, maar u weet dus dat dat met verschillende ondernemingen in het dorp is besproken. En wij staan dus nu ook toe, mede in het licht van aangepaste wet- en regelgeving, het organiseren van proeverijen in slijterijen. Wat iets anders is dan een wijnwinkel, maar dat gaat mevrouw Labee zo meteen ook toelichten. En dan pak ik even een paar van de vragen vanuit de commissie. Want volgens mij is het overgrote deel technisch. Ik houd even bij wat wel en niet beantwoord wordt en dan pak ik daarna wat nog openligt. Maar ik denk dat het belangrijkste waar ik even op in wil gaan is de vraag van de heer Jacobse en dat gaat over evenementenplekken en alcohol. We moeten het mogen schenken van alcohol heel erg serieus nemen, want het is niet zomaar dat je als je een feestje organiseert een glas alcohol mag inschenken.

Want namelijk van een paar glazen alcohol raken mensen beneveld en zijn ze niet altijd meer helemaal, 100 procent hebben ze beschikking over hun gedrag en kunnen ze daarmee last en overlast voor anderen veroorzaken. Ze kunnen ook schade aan hun eigen gezondheid toebrengen en kunnen onveilig rijgedrag vertonen, kunnen agressiever worden. Met andere woorden: er mag van iemand die een evenement organiseert behoorlijk wat gevraagd worden om aan een ander alcohol te verkopen. Daar mag heel bewust ondernemerschap van gevraagd worden, ook aan een evenementenorganisator. Willen wij gewoon weten dat hij zijn verantwoordelijkheid serieus neemt, dat hij de sociale hygiëne van zijn functie ook kent. En dat controleren wij niet in ons eentje. Daar kunnen mensen dus ook, doe je trainingen en cursussen en opleidingen voor. Daar controleren wij op, maar het is dus niet zomaar. We mogen in ons dorp niet zomaar veronachtzamen dat je zomaar ergens alcohol mag schenken. Daar kijken wij ook best wel streng op toe. Ook op plekken waar … Wij zijn dus ook vrij streng als het gaat om schenken aan alcohol aan jongeren onder de 18. Wij hebben namelijk best wel een probleem in Laren. Wij staan, prijken al jaren in de top van Nederlandse gemeenten waar het meeste alcohol genuttigd wordt, procentueel. Wij staan op nummer een gemeente waar mensen met drank op, te veel drank op achter het stuur kruipen.

En wij beboeten inderdaad nogal eens gelegenheden in het dorp die alcohol onder de 18 hebben geschonken en dus niet hebben gecontroleerd. Dus wij nemen ook inderdaad, als het gaat om het organiseren van een evenement of een feest in de openbare ruimte of in een besloten inrichting, zeer serieus. En dat is in onze gemeente en eigenlijk in alle gemeenten heel gepast. Dat nemen alle gemeenten heel serieus. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het schenken van alcohol in een … We willen in de toekomst toch, zijn we nieuwsgierig naar blending. Wil je detailhandel en horeca een beetje met elkaar vermengen, want we willen met zijn allen het dorp aantrekkelijk houden. Daar gaat u over. En na de zomer gaat u ook wat meer beleidsmatig met elkaar in gesprek. Wat mag er nu allemaal als je een detailhandel of horeca pleegt en als we dat met elkaar vermengen wat vraagt dat nou allemaal? Maar ook in deze APV kijken we dus al van als je proeverijen toestaat in een slijterij, wat vraagt dat dan allemaal? Even een lange, sorry, een beetje een lange inleiding, maar wat ik eigenlijk wil zeggen: je moet best serieus kijken naar waar je wel en niet het schenken van alcohol toestaat. Meer in het licht van de heer Jacobse. Dan vrijwel alle technische vragen en daarvoor kijk ik eerst naar mevrouw Specken en daarna naar mevrouw Labee, voorzitter.

Mevrouw Specken: De eerste vraag ging over de was/wordt-tabel, als ik het goed heb begrepen, van pagina 4 naar pagina 5. Ik had begrepen dat er drie keer alcoholhoudende drank zou staan. Klopt dat, dat dat de vraag was? Ja.

6

Mevrouw Graafsma: Er staat alcoholhoudende drank, dan kom je tegen sterke drank en dan krijg je zwak alcoholhoudende drank. Zit daar doublure in of hoort dat zo? Mevrouw Specken: Volgens mij gaat het om de definities die zijn opgenomen in artikel 2.34a. Klopt dat? Waarbij verwezen wordt naar de definities in de Alcoholwet? Ja. Wij hebben de verschillende definities opgenomen ook conform de VNG model-APV, die ook zo in de Alcoholwet staan om duidelijk te maken dat daar in de APV dus hetzelfde onder wordt verstaan. En ik zie in ieder geval hier staan: alcoholhoudende drank en zwak alcoholhoudende drank en sterke drank staat daar inderdaad ook tussen. Dat hoort inderdaad wel zo erin te staan. Dat is wel de bedoeling van het voorstel. Mevrouw Graafsma: Dank je wel. Mevrouw Specken: Dan ga ik verder naar de vragen van u. En de eerste vraag, als ik het goed heb begrepen, is waarom wijnwinkels geen proeverijen mogen organiseren en slijterijen wel. De regels voor het houden van proeverijen met alcohol zijn opgenomen in de Alcoholwet. Alleen horecabedrijven die een vergunning hebben voor het schenken van alcohol tegen betaling en voor gebruik ter plaatse, mogen dit soort proeverijen organiseren. Maar met de inwerkingtreding van de Alcoholwet is een nieuw artikel erin komen te staan.

Artikel 25e, die maakt het mogelijk om in een gemeentelijke verordening vrijstelling te verlenen voor slijterijen. Dat slijterijen ook de mogelijkheid krijgen om proeverijen te organiseren tegen betaling, georganiseerde proeverijen. Andere winkels, zoals wijnwinkels en supermarkten, die op basis van de Alcoholwet zwak alcoholhoudende drank mogen verkopen en die geen slijtersvergunning hebben, die mogen dat niet. Dat zijn landelijke regels waar je niet van mag afwijken in je APV. En horecabedrijven en slijterijen moeten ook aan diverse regels voldoen uit de Alcoholwet, bijvoorbeeld op het gebied van het verantwoord schenken van alcohol, sociaal hygiëne, leidinggevenden moeten aan bepaalde vereisten voldoen. Dus het is vooral, omdat het zo in de Alcoholwet is geregeld en we daar dus niet op die manier van kunnen afwijken. De voorzitter: Het is niet mijn taak om een vraag daarover te stellen. Maar is er voor wijnkoperijen dan wel een mogelijkheid om proeverijen te organiseren? De heer Mol: Even voor de scherpte. Iemand die een slijterij heeft, heeft dezelfde dingen moeten doen als een horecagelegenheid om sterke drank te mogen verkopen. En een wijnwinkel daar kun je dus geen jenever of iets anders kopen.

Die heeft die dingen niet hoeven doen en daarom zeggen ze: iemand met een wijnwinkel maar mag geen proeverijen organiseren, maar iemand met de slijterij wel, want die voldoet bijvoorbeeld aan alles wat samenhangt met sociale hygiëne. De voorzitter: Dank. Gaat u verder, mevrouw Specken. Mevrouw Specken: Ik ga verder met de volgende vraag, maar als de vraag nog niet voldoende beantwoord is, dan hoor ik dat natuurlijk graag. De voorzitter: De heer Koldenhof, VVD. De heer Koldenhof: U ging zelf een inhoudelijke vraag stellen. Ik vind het best, maar gaan we dan nu dit onderwerp afdoen, want ik heb er nog een vraag over of doen we gewoon tweede termijn?

7

De voorzitter: Ik denk dat het makkelijkst is om nu even de vervolgvraag te stellen. De heer Koldenhof: Dan heb ik eigenlijk nog een vervolgvraag. Ik begrijp dat het niet mag van de Alcoholwet of hoe heet dat ding, de Drankenwet. Maar hoe zit het dan met een vergunning voor een wijnwinkel, waar ook sterke drank wordt verkocht? Want eigenlijk in de meeste wijnwinkels worden ook zwaardere alcoholische dranken verkocht. De heer Mol: Dat is dus een slijterij. De heer Koldenhof: Dan is het al een slijterij? Dus de meeste wijnwinkels die wij hier in Laren, die hebben een slijterijvergunning? De heer Mol: Ja, ik begrijp dat u in de war raakt met het enorme aantal alcoholverkooppunten wat we hebben, maar dat klopt. De heer Koldenhof: Toch gezellig? Maar dat is dus zo. Dat wist ik niet, dus dank. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Specken. Mevrouw Specken: De volgende vraag was: is de handhaving met betrekking tot het opruimen van hondenpoep, het bij zich houden van poepzakjes, is dat realistisch? Ik heb wel begrepen van de boa's dat ze daar daadwerkelijk op handhaven. De verplichting om de opruimzakjes bij je te hebben, zorgt er juist voor de boa’s voor, wat ik heb begrepen, dat ze makkelijker kunnen handhaven op de verplichting om de hondenuitwerpselen op te ruimen. De voorzitter: De heer Koldenhof, ga maar door. De heer Koldenhof: Dan doe ik het liever zo, voorzitter.

En dan houden we het even op bij dat onderwerp. Dan wil ik wel adviseren dat daar dan heel veel communicatie bij gaat plaatsvinden, want dat is me nogal een dingetje. De voorzitter: Er wordt geknikt, dat dat gebeurt. Mevrouw Specken, gaat u verder met het volgende onderdeel, de vlaaien. Mevrouw Specken: De uitwerpselen van paarden, is daar iets voor geregeld? Dat is nu niet in de APV van Laren geregeld, maar bijvoorbeeld in de APV van Eemnes. Moet ik wel een kleine slag om de arm houden of dat artikel niet is overgegaan naar de Verordening fysieke leefomgeving, maar daar ga ik niet vanuit, omdat het ook bij hondenuitwerpselen hoort. Er is wel een vergelijkbare bepaling opgenomen met uit mijn hoofd inderdaad een onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom. Dus op dit moment is dat dus niet geregeld in de APV van Laren. Als daar veel overlast van is, dan zou dat een mogelijkheid kunnen zijn om een vergelijkbaar artikel op te nemen, zoals Eemnes dat ook heeft. De voorzitter: De heer Koldenhof.

8

De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Een vervolgvraag. Volgens mij is de bedoeling voor deze APV om zoveel mogelijk te harmoniseren tussen de drie BEL-gemeenten. Dan zou het wellicht een goed voorstel zijn, maar ik hoor daar graag de portefeuillehouder over, om dan ook dit op te nemen. De voorzitter: Burgemeester Mol. De heer Mol: Een goed punt. En als u dit als een probleem ervaart en we willen hier iets over opnemen, dan stel ik voor, dan kunnen we twee dingen doen. Of we nemen het stuk terug en komen er in de volgende cyclus op terug. Of u dient er een motie over in of een amendement over in bij de eerstvolgende raadsvergadering. Geef ons even de ruimte om hier schriftelijk op terug te komen, dan kunnen wij u schriftelijk ook even laten weten wat er in de verordening van Eemnes staat en wat we daar eventueel mee zouden kunnen doen. De voorzitter: Akkoord. Gaat u door, mevrouw Specken. Mevrouw Specken: De volgende vraag ging, als ik het goed heb begrepen, over venten aan de deur. Hoe zit dat met goede doelen? In principe valt het werven voor goede doelen of het collecteren valt niet onder het venten. Het is namelijk collecteren in principe en daar is een apart artikel voor in onze APV. Het uitgangspunt is dat er een vergunning nodig is voor het mogen collecteren en werven. Er is een uitzondering, even uit mijn hoofd, voor goede doelen die op een fondsenrooster staan.

Ik kan het artikel er even specifiek bij pakken, hoor, om de precieze naam op te zoeken. Tenzij u zegt: deze vraag is zo voldoende beantwoord. De voorzitter: Dat zeggen ze. Ga maar door. Mevrouw Specken: De volgende vraag is de planning van de Verordening fysieke leefomgeving. Van wat ik ervan weet, want dit ligt weer bij andere collega's, wordt de Verordening fysieke leefomgeving voor zover ik heb begrepen, nog dit jaar, wel even met een slag om de arm, omdat ik de precieze planning niet ken, maar overgeheveld naar het Omgevingsplan. Dus daar volgt een apart voorstel voor. Maar wat de precieze planning is, dat kan ik niet zo zeggen. Dus als u dat zou willen weten, zal ik daar even schriftelijk op terug moeten komen. De voorzitter: Daar wordt eenstemmig op geknikt. Mevrouw Specken: Wat zei u? De voorzitter: Daar wordt eenstemmig op geknikt door de heer Koldenhof. Dan komen we bij de terrasverwarming, volgens mij. Mevrouw Specken: Ja, de terrasverwarming. Ik moet zeggen dat ik het antwoord daar niet op weet, want de vraag is: kan dat weer toegestaan worden? Klopt dat of dat weer mogelijk is om dat toe te staan of juist beperkt kan worden? De voorzitter: Ik denk het laatste. Mevrouw Specken: Ik denk dat dit geen onderdeel uitmaakt van de APV, maar ik durf het antwoord zo niet te geven. Dus daar zouden we dan eventueel, denk ik, schriftelijk op terug moeten komen.

9

De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: Er zijn erg veel technische vraag. Het had geholpen als dat van tevoren schriftelijk wordt gesteld. Bij mijn weten hebben wij in Laren terrasverwarming niet gereguleerd. En als ik mijzelf nu tegenspreek, kom ik daar schriftelijk nog op terug. En anders is dit wat het is. Dus dan geef ik aan u, moet u zelf nadenken van wat wil ik daar in de toekomst mee? Ik zou daar niet zelf dan een nieuw artikel voor of u zegt: het moet echt morgen gebeuren, maar dan zou ik even een later moment afwachten en bijvoorbeeld collectief de wens uitspreken dat u daar iets mee wil, maar dat is op dit moment niet het geval. De voorzitter: En dan de houtstook, was nog een vraag. Nee, openbaar vuur. Mevrouw Specken: Openbaar vuur. Er zijn een aantal artikelen in de APV opgenomen die ook gaan over openbaar vuur en ook over bijvoorbeeld barbecueën. Het is in ieder geval 5.34. Ik kan even naar dat artikel toegaan. Er geldt in principe een verbod om in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Maar er geldt een uitzondering voor onder andere vuur voor koken, bakken en braden, dus barbecueën. Maar er staat wel: mits er geen sprake is van gevaar overlast of hinder voor de omgeving. Dus dat is wel een belangrijke beperking die in ieder geval wordt gegeven.

De voorzitter: Mijnheer Grunwald De heer Grunwald: Maar mag ik daar even op inhaken met een vervolgvraag? Wie bepaalt dat dan eigenlijk? Moet degene die aan het koken, bakken, braden is in zijn tuin dat zelf bepalen of dat gevaarlijk is of wordt dat gehandhaafd? De voorzitter: Mevrouw Specken. Mevrouw Specken: Ik denk als mensen daar echt hinder van ondervinden, dan kunnen ze daar altijd een melding van doen bij de gemeente. Dus als de buren bijvoorbeeld … Het advies zou natuurlijk zijn om eerst met elkaar in gesprek te gaan, maar ze kunnen ook altijd een melding doen bij de gemeente en dan wordt bekeken: is dat iets waar we als gemeente iets mee kunnen om erop te handhaven? Beantwoordt dat uw vraag voldoende? De voorzitter: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Nou, eigenlijk niet. De vraag was eigenlijk, het gaat over het open vuur, dus niet over geuroverlast of dit soort dingen. Wat moet je dan melden? Dat de buurman aan het barbecueën is en dat je bang bent dat de natuur er schade van kan gaan ondervinden? Of zijn we proactief en zeggen we: we bedenken daar iets anders op? In de zin van, zoals de afgelopen tijd gedaan is, we vaardigen bij langdurige droogte een barbecueverbod uit. Ik noem maar wat. Het zou ook iets anders kunnen zijn. De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: We hebben op dit moment een extreem lange periode van droogte.

Ik voorzie dat we dat in de toekomst vaker gaan meemaken. Dus ik voorzie dat we in de toekomst vaker verhoogd risico op natuurbranden gaan krijgen. De brandweer adviseert ons buitengewoon goed. Die weet ook heel goed waar de risico's zitten. En ik denk dat op het moment dat de brandweer aangeeft: nu moeten we ook iets gaan doen 10

met betrekking tot barbecues, omdat die ook een gevaar voor brand in de achtertuin of in een omgeving gaan doen. Dan volgen wij altijd die aanwijzingen en beleidsaanbevelingen vanuit de brandweer heel erg zorgvuldig op. Dus ik zie daar op dit moment geen aanleiding toe, zolang de brandweer daar ook geen signaal over afgeeft. En anders zou u zelf een verduidelijkende vraag aan de brandweer daarover kunnen stellen. Mevrouw Specken: Ter aanvulling zou ik misschien nog kunnen zeggen dat er ook nog een artikel is over een rookverbod in bossen en natuurterreinen in artikel 2.18, wat gekoppeld is aan het droogte indicatiesysteem brandrisico.nl. De voorzitter: Volgens mij zijn daarmee alle vragen beantwoord of niet? Mevrouw Specken: Even kijken naar mijn lijst. Periode langdurige droogte. De voorzitter: Mijnheer Grunwald heeft nog een vraag. De heer Grunwald: Ik had nog een vraag over straatmuzikanten. De voorzitter: O ja, de straatmuzikanten. Mevrouw Specken: Was er ook een vraag over straatmuzikanten gesteld? De heer Grunwald: Ja. De voorzitter: Zou u die vraag willen herhalen dan? De heer Grunwald: De vraag is of het mogelijk is om straatmuzikanten weer toe te staan met niet versterkte muziek. Want dat zou het gebeuren binnen Laren kunnen verlevendigen. De voorzitter: Burgemeester Mol.

De heer Mol: Dat hebben we in het verleden ook … Het staat er nu om te kijken of u er een meerderheid voor kunt krijgen in de gemeenteraad om daar meer ruimte voor toe te staan. Weet dat ze daar in het verleden wel eens gesprekken over hebben gehad in de gemeenteraad van Laren. Gezien wij een behoorlijk hoge dynamiek hebben in het centrum en een behoorlijk drukke evenementenkalender en er best wel wat reuring al is, was er toch niet een breed levende behoefte om onvergund nog straatmuzikanten toe te staan. Maar als u dat heel graag wilt, wie ben ik om u daar in de weg te staan in de democratische besluitvorming die u te wachten staat? Ik zie enthousiasme. De voorzitter: Volgens mij waren toen wel alle vragen beantwoord. Volgens mij is jouw vraag als eerste beantwoord, maar stel hem. De heer Jacobse, Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u vriendelijk, voorzitter, het woord is al een paar keer gevallen, de boa's, handhaving. We hebben nog wat onderwerpen de revue laten passeren. Wat is de inschatting over die handhaving? Redden we dat allemaal? Kunnen we daar toezicht op houden, jongere kinderen in een café, kijken we naar de groene zakjes, wie loopt daarmee en waar gaat het over? Redden we dat?

11

De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: We kunnen niet alles, maar het is precies hoe mevrouw Specken ook toelichtte bijvoorbeeld dat als de boa’s iemand aantreffen die de hond op straat laat poepen. En als diegene zegt: ik had geen zakje, heb ik altijd bij me, maar vandaag niet, sorry. Dan kunnen de boa's niets. En nu kunnen ze zeggen: luister, u moet verplicht van de gemeente een zakje bij u hebben. Als u dat niet heeft, dan moeten wij toch verbaliseren. We moeten het met elkaar ook makkelijker maken. De boa's zitten niet overal de hele tijd bovenop, maar komen ook veel dingen gewoon on de Go tegen. Daar kan de heer Van Midden heel veel over vertellen. Maar we moeten moet het hen ook makkelijker maken om te kunnen handhaven. En weet, we hebben ook een hele hoge eigen verantwoordelijkheid, als inwoners en ondernemers op een klein oppervlak om het met elkaar ook een beetje leefbaar te houden. Want wij kunnen maar … Als dit het hele dorp is en dan kunnen wij, als we alles tegelijkertijd inzetten, ongeveer dit veilig houden. Dus de rest van het dorp moet even zijn eigen verantwoordelijkheid over de rest nemen. Dat gaat over het algemeen heel erg goed. De voorzitter: Dank u wel.

Volgens mij is daarmee alles behandeld, toch? Nu is de vraag aan de VVD: komt u met een amendement over de paardenvlaaien? De heer Koldenhof: Nee, want ik begrijp dat ik eerst schriftelijk antwoord krijg. En wat er dan in staat en op basis daarvan, dan zal ik nog besluiten om een amendement misschien voor te stellen. De voorzitter: Want dan is de volgende vraag: gaan we dit een hamerstuk doen of gaan we dit een bespreekstuk doen? De heer Koldenhof: Dat hangt van de schriftelijke beantwoording af. Wat mij betreft hoef ik er verder, behalve dat onderwerp, niet over te praten. Maar het zal toch een bespreekstuk moeten worden, denk ik. De voorzitter: Dan maken we het een hamerstuk, mits er een amendement komt, denk ik dan. Kan dat? De heer Koldenhof: Dat kan niet. De voorzitter: Dat kan niet? De heer Mol: Wij vragen het bij vaststelling van de agenda raad. Overigens toen de Koldenhof vroeg over een vergelijkbaar artikel als het hondenartikel voor paarden kon komen. Toen raakte ik wel in blinde paniek. Want dan moeten amazones wel hele grote zakken bij zich hebben. Maar we gaan kijken hoe we hier een goed voorstel voor kunnen doen. De voorzitter: Hamerstuk? De heer Koldenhof: Als de voorzitter hier aanwezig voor de volgende vergadering zegt: bij nader inzien, ik kan bij de agenda alsnog voorstellen natuurlijk als ik schriftelijk antwoord krijgt van nee, dat hoeft niet te doen.

Ik wil het even bekijken en dan laat maar gaan, gaan we niet doen of we gaan het wel doen. Dan vraag ik volgende week aan de raad: kunnen we het toch bespreken, want ik heb een amendement? Dan draaien we het om, vind ik ook best. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst, D66. 12

Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde zeggen: ik vind het wel heel bijzonder dat we dit in een vrij korte tijd deze keer hebben besproken. Ik kan me van de vorige keer herinneren dat we er uren mee bezig waren. Dus hulde aan mevrouw Specken. 7.

Zienswijze Ontwerp-programmabegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 7, de zienswijze ontwerp-programmabegroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Wie heeft hier vragen over? De heer Koldenhof van de VVD. Dank u wel voor uw ondersteuning, mevrouw Specken en mevrouw Labee. Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Ik dacht: ik wacht maar gewoon keurig. Eerste vraag die ik heb. Er verschenen wat alarmerende krantenberichten of één, maar in ieder geval het was alarmerend genoeg over de niet-kloppende btw-aangifte, als ik het goed heb begrepen, van de Veiligheidsregio. En ik vroeg me af wat dat voor consequenties voor ons heeft, voor onze begroting. De voorzitter: Volgens mij was dat niet de Veiligheidsregio, maar de regio Gooi en Vechtstreek. De heer Koldenhof: O, de regio Gooi en Vechtstreek. Neem me niet kwalijk, dan corrigeert u mij gelukkig direct. Dan hoeven we dat hier niet te beantwoorden. Dan zal ik hem straks bij de rondvraag misschien nog even stellen. Ik vind het niet zo'n heel makkelijk leesbaar stuk, waardoor mijn eigen vragen ook een beetje complex geformuleerd moeten worden.

Omdat ik het erg verwarrend vind hoe die kortingen op de algemene uitkering, de korting op de brede doeluitkering van het Rijk et cetera en dan de daarbij beschreven bedragen zich tot elkaar verhouden. Ik vind het lastig om te begrijpen, maar misschien kan de portefeuillehouder dat dan duidelijk maken, wat nu de taakstelling is, welke consequenties dat heeft voor de veiligheid in Laren en ook in de regio. En één concrete, die ik namelijk las in de brief, is dat vooral de brandweerzorg daar mogelijk de consequenties van gaat ondervinden. En ik vraag me af wat dat dan voor Laren zou betekenen. Dan verbaast het me eerlijk gezegd als het zo in de brief van de Veiligheidsregio staat, dat de zienswijzebrief namens het college of straks namens de raad, zo meegaand is. Want volgens mij moet je hier wel een punt van maken, dat we hier niet zomaar zonder slag of stoot mee akkoord gaan. En nu wordt er ook een deurtje opengehouden als het gaat om, misschien dat het Rijk toch nog met een aanpassing of een minder hoge bezuiniging komt van die brede doeluitkering. Dan staat er in de brief: dan vloeit dat terug in de kas van de gemeente. En begrijp ik natuurlijk wel, want maar dan gaat het weer bij op de grote hoop of met de knollen de pot in.

Hoe zullen we dat zeggen? Maar is het dan niet verstandig, ook al willen we liever geen potjes creëren, om dan wel die eventuele bezuiniging op de brandweer in ieder geval te garanderen dat dat niet doorgaat? Dus dat is iets wat ik mij afvroeg. Dan vind ik de tekst in de, ik denk dat dat de Raadinformatiebrief is, dat de kosten die wij gaan nemen als gemeente al zijn opgenomen in de Kadernota die wij nog moeten vaststellen. En er staat niet met zoveel woorden van onder voorbehoud van vaststelling of afweging of integrale afweging door de gemeenteraad. Dus is dit dan al wat u betreft besloten en moeten wij dat dan maar gewoon … Dus de 10 procent korting is al geëffectueerd in de Kadernota 2026, zo staat het erin. Die moeten wij nog gaan vaststellen. Of hebben we het over een ander Kadernota? Dat zou ook nog kunnen. Dan het laatste onderdeel en dat gaat denk ik compleet in tegen wat mijnheer Grunwald net heeft gesuggereerd, om misschien iets te doen. Dat gaat namelijk over het speerpunt van duurzaamheid. Dat is een speerpunt van de Veiligheidsregio. Nu ben ik daar helemaal niet op tegen, als dat gewoon meegaat in de normale organisatorische ontwikkelingen, maar als er grote bezuinigingen van het Rijk komen, dan zou ik toch wel me kunnen afvragen 13

of we wat betreft duurzaamheid en investeringen daarin misschien beter een pas op de plaats zouden kunnen maken. En wat ik hiermee bedoel, is de ambitie van de brief van de Veiligheidsregio over bekwaam in energietransitie te willen zijn. Want wat kost dat dan en wat levert dat eigenlijk op of ten koste van wat of ten gunste van wat? Dat is heel moeilijk om achter te komen maar ik stel de vraag toch maar. Dat zijn voor nu mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dan kijk ik even verder. De heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ik heb ook nog eens even hier bij de VRG goed gekeken. Er is redelijk strak begroot. Maar er wordt uiteindelijk, als ik het goed berekend heb, toch een 4 procent stijging zit erin voor volgend jaar. En dat is toch wel fors als je toch ongeveer van 3, 3,5 procent salarisstijging uitgaat. Dus dat is toch aan de hoge kant. En dan vraagt de gemeente om pas in 2027 te komen tot 3 procent korting. Dat wordt ook bij dat stuk van de OFGV ook gemeld. Doet de gemeente dat alleen of doen de andere gemeenten dat ook? Want dat is natuurlijk veel sterker als alle gemeenten dat vragen. Maar deze korting komt pas volgend jaar of in 2027 of gaan we dat vragen? Voor volgend jaar zien we dan toch dat de kosten fors oplopen. De bijdrage van Laren die loopt niet zo fors op. Die betalen maar 2,3 procent meer.

En elders halen ze dan nog wat extra geld binnen, maar komen ze toch met een forse stijging van de kosten. En blijft toch zorgen baren. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik nog even verder. De heer Jacobse, Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Ik vlieg hem even van de andere kant aan. Dit samenwerkingsverband bestaat uit zes gemeenten: Blaricum, Gooise meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. Het komt mij voor, zeker in het licht van het onderwerp wat we hierna behandelen, dat dat redelijk te overzien is. We kennen elkaar een beetje. Ik moet de voorzitter dan ook of de voorzitter van de Veiligheidsregio dan ook een compliment maken dat ik voortdurend het idee heb gehad dat we daar de spullen wel onder controle hadden. Met regelmaat krijgen we aanvullingen. Met regelmaat wordt er iets over brandweer ... Kortom, we hebben goed materieel, we hebben gemotiveerde mensen. Dus dat lijkt allemaal wel goed. Ik herinner me de opmerking van de portefeuillehouder dat en daar waren we het ook met elkaar over eens, dat we toch op moment dat wij de broekriem aantrekken, ook in de gemeenschappelijke regelingen even mee moeten kijken dat we dat netjes regelen met elkaar. Tot mijn niet per se verwondering, tref ik dan ook twee brieven aan bij de onderwerpen zoals we die vandaag behandelen. En die roepen allebei over 3 procent als referentiekader voor een bezuiniging.

Nu ben ik geen rekenaar van huis uit, maar als we 3 roepen, kunnen we ook 5 roepen. En als het dan geen 5 is, dan wordt het misschien toch 3. Mijn vraag is dus hoe je daarop kunt sturen? Ik ga er voor het gemak vanuit dat er ook hier met grote zorg naar gekeken wordt. Ik zie enorme bedragen die meevallen en die tegenvallen. Laat ik naar mijn afronding gaan. Als het die 3 procent moet zijn, laat het dat dan ook zijn. Laten we dan proberen daarop aan te sturen en de mensen hiervan te doordringen dat dit ook zo aan de orde is. En dat stukje wat voor Laren geldt is natuurlijk relatief niet het grootste. Laren betaalt ook relatief niet het grootste pakketje, maar het moet allemaal wel betaald worden. En het woord besparingsoperatie zit er voor mij wel bovenin en daar wilde ik dan eigenlijk mee afsluiten. Ik heb respect voor dit stuk overigens en daar wilde ik mee afsluiten. Het is klaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse. Ik kijk nog even verder. Niemand meer? Het woord is aan u, burgemeester Mol, de portefeuillehouder.

14

De heer Mol: Dank, voorzitter, maar het is eigenlijk de heer Van Midden die de vraag zou beantwoorden bij dit agendapunt. Maar misschien is het toch goed om even, dan hebben we hem allemaal scherp, voordat de heer Van Midden de financiële vragen gaat stellen. Wij hebben de Veiligheidsregio, die voorziet in onze brandweerzorg. Daar valt de brandweer ook onder en de Veiligheidsregio heeft ook de opgave om ons voor te bereiden op nieuwe crisissen en rampen. Daar hebben alle Veiligheidsregio's plannen voor gemaakt. In het veiligheidsberaad en in overleg met de minister zijn er landelijke doelen uit gesteld. De veiligheidsregels moeten allemaal dezelfde ambities hebben om op een aantal, 10 punten, die Veiligheidsregio's te versterken om ons voor te bereiden op andere crisissen, rampen, weerbaarheid, et cetera. Daar heeft de minister vervolgens een brede doeluitkering tegenover gezet en gezegd: jullie gaan deze doelen realiseren met deze brede doeluitkering. En vervolgens heeft het kabinet gezegd: we gaan de brede doeluitkering korten met 10 procent. Maar zoals het kabinet altijd doet, de ambities blijven hetzelfde. En dat is een beetje de discussie waar we met zijn allen in zitten.

Hoe gaan we nu om met het realiseren van al die doelen die door het Veiligheidsberaad zijn vastgesteld, die we met een kleiner budget moeten uitvoeren? Gaan we dan met elkaar ambities bijstellen? Gaan we alsnog een groter beroep doen op de financiën van de gemeente? Of moeten we gewoon veel slimmer kijken hoe we dat gaan beleggen? Een stukje van die brede doeluitkering heeft slechts betrekking op de reguliere huishouding van de brandweer. En daar heeft deze korting betrekking op. En die brede versterking en daarom begrijp ik heel goed dat de heer Koldenhof zegt: het staat er wat ingewikkeld en dat klopt ook. Die brede korting daar zijn we ook nog met elkaar over in gesprek, maar het is ingewikkeld. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dat gezegd hebbende, zal ik proberen de vragen van de heer Koldenhof te beantwoorden. Hij geeft allereerst aan, laat ik anders even de btw-aangifte, waar u over begint, neemt u dat mee in de rondvraag? Want daar zal ik dan nu op dit moment niets over zeggen, want het is inderdaad de regio Gooi en Vechtstreek die het betreft en niet de Veiligheidsregio. Dus ik wacht dan even uw vraag in de rondvraag af. Als het gaat om de leesbaarheid en met name de verwarring rond de korting op de doeluitkering en hoe zaken zich tot elkaar verhouden.

De Veiligheidsregio krijgt die BDuR-uitkering, die doeluitkering voor de rampenbestrijding. Dat is een SPUK en de regering heeft het voornemen alle SPUKs met 10 procent te korten. Dus ook deze SPUK dus die wordt met 10 procent gekort. Dat betekent voor de Veiligheidsregio dat ze zo'n 5 ton euro minder krijgen. Er zit een klein voordeeltje nog in de begroting van de veiligheidsregio, het samenvoegen van de meldkamers van 40.000 euro. Dus we moeten iets minder dan 5 ton krijgen ze minder te besteden. En de Veiligheidsregio zegt toe dat op te lossen binnen hun begroting. Met andere woorden: zij zullen proberen deze mindere inkomsten zelf te absorberen. Dat is wat er staat. Wat de consequenties zijn voor de veiligheid voor vooral brandweerzorg, dat beantwoordde de heer Mol. Dat in beginsel de ambities als het gaat om onze veiligheid niet geraakt mogen worden door deze korting. U vindt de zienswijzebrief nogal meegaand en u vraagt zich af wij of wij niet zonder slag of stoot akkoord moeten gaan. Ja, ik vraag me of de zienswijze meegaand is. Kijk, wij waarderen uiteindelijk het feit dat de regio die korting op de BDuR zelf absorbeert, maar daarbovenop en dat is die 3 procent referentiekader. Daarbovenop vragen wij de regio voor de begroting 2027 en verder kritisch te kijken naar een uitgaven, met als referentie 3 procent te bezuinigen.

En hoe kom ik daaraan? Want dat is de vraag van mijnheer Jacobse. Heel simpel, wij moeten in het ravijnjaar 2026 het met 1 miljoen euro minder doen, als het gaat om de korting op de algemene uitkering. Dat is ongeveer 3 procent van onze begroting. Dus dan moet de gemeenschappelijke regeling het ook met 3 procent minder doen. Dat is eigenlijk het sommetje. En ik heb het referentiekader genoemd, omdat ik het niet

15

als een soort dwingende eis op wil leggen en zeggen: als referentiepunt is dit iets waar wij graag zouden willen zien dat daaraan gewerkt wordt. De voorzitter: De heer Koldenhof heeft een vraag. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Er staat in de brief ook zoiets als dat 499.000 euro, zijnde 2,5 procent van het budget bezuinigd moet worden. Tegelijkertijd wordt er dan 3 procent genoemd. Wat u zelf ook aangeeft, begrijp ik. Maar vervolgens staat er ook nog in de brief nog eens 2,5 procent optellen. Dus eigenlijk tot 5 procent, om als een soort taakstelling voor de bezuiniging alvast eens even over na te denken in de organisatie. Zo heb ik het gelezen. Dus vandaar mijn vraag: wat is nu de werkelijkheid? De heer Van Midden: Dank u, mijnheer de voorzitter. Dit is de werkelijkheid, want uiteindelijk hebben ze 2,5 procent minder inkomsten, door de korting op de BDuR-uitkering. Die absorberen ze zelf voor 2026 structureel en vanaf 2027 komen wij met onze 3 procent referentiepunt om uiteindelijk de kosten minder te laat zijn. Ik hoop dat ik het hiermee, mijnheer de voorzitter, een beetje duidelijk uitleg. De voorzitter: Er wordt geknikt. De heer Van Midden: Maar het bestaat naast elkaar. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Midden: Mijnheer Koldenhof verwijst naar de taakstellende kosten die wij nog gaan opnemen in de Kadernota, die we gaan vaststellen. Dat klopt.

Alleen de verwijzing die hier plaatsvindt, is de verwijzing naar de Kadernota van de Veiligheidsregio zelf. Zoals die op 21 juni in onze raad besproken is. En daar is al aangegeven hoe de consequenties voor de BDuR, de korting daarop. Mijnheer Koldenhof maakte ook een opmerking over pas op de plaats maken met investeringen in duurzaamheid. Als we kijken naar de begroting en de kosten en vraagt zich af ook hoe we uiteindelijk de energietransitie moeten bekostigen. Ik kan daar niet concreet op antwoorden. Ik weet wel dat bijvoorbeeld als ik even naar onszelf kijk als gemeente, als het gaat om investeren in de energietransitie voor de Veiligheidsregio, dat wij ook investeren bijvoorbeeld in onze eigen brandweerkazerne, omdat het gemeentelijk vastgoed is. En dat de Veiligheidsregio uiteindelijk bijdraagt ook in de kosten van die investering, door uiteindelijk onze bijdrage aan de Veiligheidsregio iets te verminderen. Waardoor we uiteindelijk iets terugzien van onze investering. Hoe de Veiligheidsregio in zijn algemeenheid omgaat met de investeringen in de duurzaamheid en ook de bekostiging ervan, dat weet ik eerlijk gezegd niet, maar ik kijk even links naast me. Nee. Dus dat is het antwoord wat ik kan krijgen. Even kijken naar de situatie van vanuit Laren. Liberaal Laren zegt: het is redelijk strak begroot. Dat klopt. Dat zie je ook heel duidelijk terug.

Er zit 4 procent stijging in voor het komend jaar. Dat is inderdaad goed gerekend. De gemeente vraagt pas in 2027 te komen tot 3 procent korting. Dat klopt ook. De heer De Jong vraagt zich af hoe andere gemeenten hiermee omgaan. Wij hebben dat afgestemd. En de andere gemeenten die wilden nog niet voor 2027 die 3 procenteis hard opnemen in de zienswijze. Dus ik ben op dit moment de enige. Ik vind het jammer, want omdat wij ook in het informele overleg met wethouders financiën in de regio afgesproken hadden toch wat strakker erin te gaan, maar ik merk toch dat het lastig is om die eerste stappen te nemen. We hebben het gisteren besproken. Ik heb in ieder geval aangegeven dat ik er op deze manier in zit. Dat geldt voor de zienswijze voor de Veiligheidsregio en ook voor de zienswijze voor de Omgevingsdienst. Zoals jullie zo direct zullen bespreken. Ook onder het motto: ik moet ergens gaan beginnen. En volgens mij is het al conform 16

de wens van de raad, zoals die al eerder geformuleerd is. Even kijken. Dan heeft mijnheer Jacobse alleen de vraag staan: waar komt die 3 procent vandaan? En volgens mij heb ik dat net geantwoord. Volgens mij waren dit de antwoorden op de vragen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Volgens mij ook, maar de heer Koldenhof heeft nog een vervolgvraag. De heer Koldenhof: Ik moet altijd even nadenken over alle antwoorden die gegeven zijn. Daarom dat ik nu pas met mijn vervolgvraag kom. Omdat ik zei: ik vind de brief die namens ons wordt verstuurd, namens de gemeenteraad, dus niet namens het college, maar namens ons, dan toch wel wat … Ik begrijp wel wat u daarop schrijft. Maar wat adviseert het college om toch misschien op te nemen ten aanzien van de zorg die mogelijk ligt bij het niet kunnen voldoen aan de eisen van de brandweerzorg of niet onze normen daarin? Moeten we daar niet gewoon een zin over opnemen of in ieder geval dat het ook niet in het geheel verdwijnt of verzandt? De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter. En daar bedoelt de heer Koldenhof mee dat uiteindelijk onze ambities, als het gaat om veiligheid in de regio en veiligheid in Laren specifiek, niet in het gedrang mogen komen? Ik zou het bij u neer willen leggen.

Als je zegt: we willen toch daar een expliciete opmerking over maken, dan heb ik er geen problemen om dat erin op te nemen, eerlijk gezegd. De voorzitter: Burgemeester Mol. De heer Mol: Ik denk dat er gewoon een open uitnodiging vanuit de raad van Laren ligt van we staan met zijn allen voor een opgave. Als dat betekent dat u tegen de grenzen van het bieden van brandveiligheid aanloopt, dan gaan we daar graag het gesprek over aan. Wij kunnen een tekstvoorstel doen voor een amendement op de zienswijzebrief die een beetje in de buurt komt van we staan met onze rug tegen de muur financieel. Dus we moeten met zijn allen nadenken over hoe kan dat minder? En als u zegt: het kan echt niet minder, want dan komt uw brandveiligheid en risicoveiligheid in gevaar, dan moeten we dat gesprek maar eens even goed voeren, in de openbaarheid. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja, maar dat is moeilijk. Daarom vraag ik het ook aan het college om hier als het kan bijvoorbeeld een tekstvoorstel voor te doen, maar het moet wel opportuun zijn en dat vind ik een beetje lastig om in te schatten. Ik kan niet beoordelen wanneer die brandveiligheid tegen welke grenzen aanlopen.

Daar ben ik de specialist niet van, daarom vraag ik dat: lopen wij tegen die grens aan als dit zo doorgaat en wanneer wordt die bereikt en is het dan zinvol om daar een aantekening van op te nemen in de zienswijzebrief nu of een volgende keer of over twee jaar? Dat is mijn vraag. De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: Ik denk, ik zou het heel goed vinden als u de hand rijkt, want wij weten … Ik bedoel, op basis van deze zienswijze, als u zegt: met deze zienswijze sturen we de portefeuillehouder op pad. Die gaat dan hierover het gesprek voeren en die komt dan vervolgens weer terug met ik heb stinkende best gedaan, maar ik moet u

17

toch vertellen het gaat wel of niet lukken, want anders kunnen we de veiligheid van onze inwoners niet meer garanderen. En als u zegt: ik ben nog steeds niet overtuigd, dan neemt de portefeuillehouder de Veiligheidsregio mee. Maar ik vind ik vind dit ook een gesprek wat in de openbaarheid moet plaatsvinden. Dus ik kan me ook heel goed voorstellen, ik zou zoiets opnemen. De heer Koldenhof: Voorzitter, om wel via u te blijven spreken. Dan heeft volgens mij de burgemeester voorgesteld om ook met een tekstvoorstel te kunnen komen. Dat wij dan kunnen vervatten in een amendement op de zienswijzebrief en dan zou ik dat zeer op prijs stellen. De voorzitter: Dat heb ik ook gehoord. Verder nog vragen hierover? Dan is dit natuurlijk een bespreekstuk geworden. 8.

Zienswijze Wensen en opvattingen MRA Voortgangsnota 2024 De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8, de zienswijze, wensen en opvattingen MRA de Voortgangsnota 2024. Ik kijk even om me heen. Beginnen we bij de heer Holshuijsen van Larens Behoud. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Er is een bestedingsoverschot van 1,3 miljoen euro en daar word ik vrolijk van, want dan is er kennelijk efficiënter en goedkoper en minder belastend gewerkt dan begroot. Dus ik zou denken dat je daar wellicht een besparing in kan zien, maar het bestuur van de MRA stelt voor om het geld uit te geven. Althans, toe te voegen aan een aanjaagbudget voor 3 ton euro en 1 miljoen euro te reserveren voor de versterking van de lobbyfunctie in Europa en Den Haag. Daar heb ik vragen over. Ik heb een vraag aan de wethouder. Hoe ziet u dit idee en wat zouden wij in het Gooi, in het bijzonder onze inwoners, hieraan hebben in het kader van de plannen van de MRA? Wat is de onderbouwing van de noodzaak voor deze lobby en waarvoor wordt dan precies gelobbyd in Brussel? Dat heb ik niet uit het rapport kunnen halen. Verder valt me op dat de MRA zegt: we houden een nullijn aan en gegeven de inflatie zijn we eigenlijk aan het bezuinigen. Nou, dat vind ik een nogal erg nauwe interpretatie van het begrip bezuinigen. Dat lijkt me ook een taalkundig onjuiste invulling van het woord bezuinigen.

Zouden we niet moeten pleiten voor terugstroming of inhouding op komende afdrachten? Dat zijn mijn vragen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik verder kijken. Mevrouw Van Dorst van D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Wat de heer Holshuijsen net zegt, daarover had ik ook vragen willen stellen. Ik geloof zelfs dat het niet 1,3, maar 1,6 miljoen euro is. Maar wat ik wel begrepen heb, dat is niet zozeer dat zij daarop kunnen bezuinigen, maar ze dingen niet kunnen uitvoeren. En dat is natuurlijk wat je vaker tegenkomt. En daarom verzoeken zij ook om het over te hevelen. Daar kan ik helemaal in meekomen. Het punt wel waar de heer Holshuijsen ook op wijst en dat was ook een beetje mijn vraag. Het bestuur van de MRA heeft vorig jaar november beloofd of in ieder geval toegezegd, te onderzoeken om 5 procent korting of bezuiniging te gaan zoeken en zegt nu mede door deze een 1,6 miljoen euro is dat niet nodig. Wij bevriezen en dan in wezen komt het dan op hetzelfde neer, want de inflatie is ook bijna 5 procent. Ik begrijp het. Ik kan dat accepteren, maar het is anders dan eigenlijk afgesproken was. Dit is een voorstel dat nu ligt bij het bestuur vanuit de portefeuillehoudersoverleg financiën.

Dus mijn vraag was inderdaad: is dit redelijk? Is dit echt de bedoeling? Wat gaat het bestuur hiermee doen? Dat vraag ik mede, omdat we net in de Veiligheidsregio hebben begrepen dat daar echt namens Laren wordt gevraagd om 3 procent te korten. Dat vind ik erg tegenstrijdig met dit verhaal van bevriezen. Want kijk, de Veiligheidsregio is voor ons hartstikke belangrijk. Dat 18

is onze veiligheid. Als wij daar inderdaad met een amendement en dergelijke echt zeggen: laten we daarop korte, terwijl dat ook best een probleem kan zijn in onze veiligheid. En dat bij de MRA wordt gezegd: wij hoeven niet te bezuinigen, maar we kunnen onze gemeentelijke bijdrage, hoeven wij niet te verhogen. Daar zou ik best wel wat graag meer antwoord op kunnen krijgen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. De heer Koldenhof van de VVD. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Ik reageer even in eerste instantie op de tekst van de zienswijzebrief. Dat is ook een beetje in het verlengde van het vorige agendaonderwerp. Ik vind hem zo weinig op de specifieke situatie van Laren toegespitst. En ik begrijp aan de ene kant wel dat je onmogelijk op al die dingen allemaal details kunt toevoegen. Maar wij bij ons geldt dat niet of bij ons zit het wel. Maar aan de andere kant, ik wacht even, omdat het college met van alles bezig is, voordat het kan horen wat ik wil vragen. Ik vind die tekst over woningbouw veel te hoogdravend. Het is net alsof wij met heel enorme gebiedsgerichte benaderingen of we die nog nodig hebben om onze woningbouw te realiseren. Met alle respect, volgens mij gaan we nog hier en daar een vlekje invullen binnen het dorp en ik vraag me af of daar allemaal gebiedsgerichte benaderingen voor nodig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15605659/2