CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Maatschappij & Financien 02.07.2025

Commissie Maatschappij en Financiën 2 juli 2025, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda24.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Eentje waar wij toevallig dan ook de aandeelhouder van zijn als het gaat over de BV. En, nou ja, goed, ik heb al bij dat gedeelte we volop bezig zijn om te kijken wat we daarmee moeten doen, maar daar ging uw vraag ook overigens niet over. Even kijken. Ja, Wmo-doel daar heb ik al wat over gezegd. Daklozen in Laren. Nou, we hebben de cijfers gezien ook van de provincie handhavingsplan, dat we toch een behoorlijk percentage mensen hebben met behoorlijke psychische problemen. We zien weinig dakloosheid hier in Laren, maar dat wil niet zeggen dat er daklozen uit Laren nergens zijn. En als die er zijn, dan zitten die voornamelijk in Hilversum. En dat betekent ook dat wij een regionale taak op dat gebied hebben en die we ook met de gemeentes met elkaar op ons nemen en dat is een wettelijke taak. Dan ben ik er even doorheen. Maar misschien kan ik ook meteen even de SPUK die ook op de tabel staat meenemen en het economische profiel. SPUK is enige jaren geleden verleend met de bedoeling om zeg maar een transitievisie warmte te maken. Op dat moment was dat te vroeg, om verschillende redenen. Eén, omdat wil je goed met de warmtetransitie verder gaan, dan moet het isolatieniveau op een hoger niveau liggen.

Twee, op dat moment was er nog sprake van dat we mogelijkerwijs met ‘…’, wie kent die naam nog, aan de slag kunnen gaan met boringen en dat we mogelijkerwijs met warmtenet aan de gang zouden gaan. Dat ziet er op het ogenblik totaal anders uit zeg ik maar vooruitlopend op de warmtevisie waar we dit jaar mee aan de gang gaan. En dat betekent ook dat we dat geld nodig hebben en ook dit jaar beginnen te besteden om die warmtetransitie daadwerkelijk vorm te geven. En dan op de schaal van Laren, dat betekent ook kijken naar de geografische locatie die we hebben. Mijnheer Koldenhof heeft daar vorige keer er ook iets over gezegd. We hebben natuurlijk aan de ene kant villa's en dat soort dingen waar je een een-op-een oplossing zoekt, maar je hebt aan de andere kant ook wijken, dichte bebouwing waar je kijkt naar andere oplossingen. Al is het maar om te voorkomen dat die wijken onleefbaar worden, omdat iedereen zijn warmtepomp op de gevel heeft gemonteerd. Dat helpt niet heel erg, terwijl je het ook beter dan misschien collectief kunt oplossen. Dat komt er allemaal aan. Dan de thematafel economie. Ja, mijnheer Merckx, u heeft zelf een aantal mooie vragen gesteld over een van de verworvenheden van de thematafel economie. Dat betekent dat daar het idee gekomen is om naar die verdienmodellen te kijken, een stagiair in de arm te nemen, een rapport te maken.

Daar is feedback op geleverd, er is begeleiding geweest van de thematafel en een van de vruchten ligt nu letterlijk op tafel. Dat is mijn bijdrage. De voorzitter: Dan gaan we weer terug naar de heer Van Midden.

16

De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dan pak ik de rest op van de heer Merckx. Op pagina 65, Laren Regenklaar. De heer Merckx vraagt naar de evaluatie van het Regenklaar programma. Ik denk dat het een goed punt is, dat is volgens mij al een keer eerder ook in de raad aan de orde geweest, om op enig moment toch eens te gaan kijken van, heeft Laren Regenklaar uiteindelijk zeg maar datgene gebracht waarvan we dachten dat het zou moeten brengen, en dat is gewoon droge voeten in de gebieden die uiteindelijk zeg maar overstroomde. Ik weet niet meer wat de concrete afspraken daarover zijn, maar volgens mij gaat hij, de heer Merckx ieder geval op dat gebied ook bediend worden. Het klimaatbeleid wederom uitgestelde investeringen, waarom? Dat zit in … O, die heb je net gezegd. O, die mis ik dan even. Dan gaat het over de 43 duizend opbrengst aan marktkosten of zeg maar van de markt. Is dat kostendekkend? Ik weet niet of het kostendekkend is, maar wat ik al zeg, we gaan opnieuw kritisch kijken naar de marktverordening en de uitvoering daarvan. Dus daar kom ik zeker op terug. U geeft aan ook dat er een behoorlijk bedrag aan dubieuze debiteuren is afgeboekt. Wat zijn dit, waar komen ze vandaan? Nou, dat zijn mensen die hun lokale belasting niet betalen, dus de OZB, rioolheffing en afval.

E wie zijn dat? Nou, ik kan u vertellen, dat zijn burgers van Laren zoals u en ik. Maar er waren behoorlijk aantal die ertussen zaten die een aantal jaren al niet betaald hadden en die heb ik nu eigenlijk in één keer ook laten afboeken. Dus het is iets meer dan we altijd hadden. Meestal hadden we zelfs ik dacht 70, 80 duizend op jaarbasis dat we afboekten. Nou, nu is het iets meer. Maar dat zijn de dubieuze debiteuren. U vraagt … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: Voorzitter, ik ben nou wel benieuwd. Wonen die burgers dan nog onder ons en gaan die volgend jaar hetzelfde doen of gaat u maatregelen nemen dat ze volgend jaar binnen de termijnen betalen? Hoe moet ik dat zien? De heer Van Midden: Ja, een deel, mijnheer de voorzitter, is vertrokken met onbekende bestemming, een deel of sommige zie ik zelf op straat lopen, daar gaan we gewoon achteraan. Ik weet dat overigens mijn voorganger dat heel actief deed en gewoon mensen op straat aanhield en zei, je hebt je OZB nog niet betaald, wanneer ga je betalen? Dus … De heer Merckx: Voorzitter? De heer Loeff: Ik zal het niet politiek maken, mijnheer de voorzitter, maar ... De voorzitter: De heer Merckx heeft ook een interruptie. De heer Merckx: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik begrijp dat de heer Van Midden binnenkort een sportschool begint.

Maar het is natuurlijk wel vreemd dat er mensen zijn die in Laren wonen die nog steeds hier ingeschreven staan en waar we gaan afschrijven omdat ze niet betalen. Ik denk dat ik volgend jaar misschien ook mijn OZB maar even niet betaal, want dan wordt het ook afgeschreven. Ik vind dit toch wel een beetje heel erg vreemd als ik eerlijk mag zeggen, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, kijk, wij boeken pas af als alle incassomaatregelen niet geholpen hebben. Dus uiteindelijk komt er een deurwaarder aan de deur en zullen we uiteindelijk zeg maar

17

allerlei invorderingsacties doen om het uiteindelijk te krijgen. En op een gegeven moment constateer je dat gewoon alle acties uiteindelijk niks opgeleverd hebben. Ja, dan moet je toch wat. De heer Merckx: Volgens mij hebben wij een systeem in Nederland waarbij we dan naar de rechter gaan en waarbij we dit terug. Ik kan me niet voorstellen dat onze grote vrienden in Apeldoorn, dat die het hier ook maar bij laten zitten. En denkt de Belastingdienst, nou, dan maar niet, dan schrijven we het maar af. Ik vind dit … Nee, dit is toch wel heel bijzonder. Ik vind dat we hier even apart over moeten spreken dan. Buiten die sportschool, maar ik denk dat dit, ik vind het wel heel vreemd dat wij als gemeente gewoon maar wanbetalers toestaan en niet rechtelijk vervolgen. De voorzitter: Tot zover de heer Merckx. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, natuurlijk doen we dat niet. Sterker nog, daar zitten we gewoon achteraan. Maar op een gegeven moment, wat ik al zeg, zijn alle middelen uitgeput en dan moet je wat. En uiteindelijk, kijk, in totaalbedrag lijkt, is het veel. Het bedrag per inwoner is relatief laag. En dan ga je niet allerlei gerechtelijke procedures voor voeren.

Dus op een gegeven moment moet je ook een soort rendement risicoafweging maken en op gegeven moment zeggen van, joh, laat maar lopen, want de kosten zijn uiteindelijk veel hoger dan de opbrengst. Maar ik ben het helemaal met u eens. Vanuit zeg maar moreel oogpunt gezien moeten mensen gewoon betalen en dat, daar spreken we mensen ook op aan. Wat de kwijtschelding betreft, de heer Merckx constateert op pagina 97 dat 80 duizend euro kwijtgescholden wordt. Ja, we hebben nou eenmaal een kwijtscheldingsregeling. Dat mensen die uiteindelijk belasting niet kunnen betalen een beroep daarop kunnen doen en het kwijtgescholden kan worden. Dan heb ik vragen van mijnheer Loeff van Larens Behoud over de afsluitkredieten. Ik denk dat u verwijst naar de tabel of naar bijlage 3 met de afsluitkredieten. Ja, dat zijn niet afsluitkredieten, maar het zijn kredieten die we afsluiten. Dus wat de systematiek is, dat we uiteindelijk, u als raad stelt budgetten ter beschikking, dus investeringsbudgetten. Die worden zeg maar opgedeeld in jaarlagen. Nou, dat budget wordt op een gegeven moment besteed, dus er wordt krediet aangetrokken ter hoogte van het budget. Dan gaan we onze werkzaamheden doen. Op het moment dat die werkzaamheden klaar zijn, wordt dat krediet afgesloten en wordt zeg maar de rekening opgemaakt. Nou, u ziet bij een aantal projecten dat dat afgesloten is.

Dus onder andere Hoefloo, Houtweg, Stationsweg, daar zijn we klaar en daar houden we nog een stukje over ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dat geldt ook voor het vervangen van de verkeerslichten op de Eemnesserweg, Dr. Holtmannweg, is ook klaar. Houden we volgens mij nog een klein beetje over. Alle nieuwe investeringsbudgetten zullen we meenemen in de begroting van 2026. Dan krijgt u eigenlijk weer een nieuw overzicht van de investeringen die we gaan doen. Dus hier gaat het met name om het afsluiten van de lopende kredieten. De opmerking over de lantaarnpaal, die klopt ja. Het is iets uitgesteld. We gaan er nu met gezwinde spoed aan de slag. De bedoeling was dat we in een periode van drie jaar zeg maar het helemaal verlet zouden hebben. Hetzelfde geldt voor het speeltuinplan. Dat hebben we over wat langere periode uitgestrekt, omdat het bedrag ineens vrij veel was. Dus dat zijn relatief kleine bedragen per jaar die we gewoon in de komende jaren zullen besteden. Waarbij ik denk dat we dat gewoon vanuit de lopende exploitatie kunnen betalen en niet specifiek krediet voor af hoeven te sluiten. Dat is eigenlijk hoe de systematiek werkt.

U vraagt ook of er sprake is van onderbesteding? Ja, er is pas sprake van onderbesteding als wij uiteindelijk zeg maar het krediet niet opgenomen hebben, maar we wel bijvoorbeeld voor het jaar daarop de kapitaallasten hadden meegenomen in de begroting. Ja, als we niet opgenomen hebben, hebben we ook geen kapitaallasten. Dus in die zin ontstaat er dan iets van onderbesteding. Dus dat is een beetje zeg maar de systematiek. Dan ga ik even verder naar de volgende vraag.

18

Speeltuin hebben we gehad, verlichting heb ik ook gehad. Nee, volgens mij heb ik dan de vragen gehad. En de inhaalslag volgend jaar. Ja, we gaan het gewoon inhalen, dus daar moeten we uiteindelijk tempo maken. De voorzitter: Mijnheer Loeff. De heer Loeff: Ja, ik had nog een vraag over het btw-risico’s. De heer Van Midden: O ja. Ja, nee, heel goed. Die zie ik nu staan. Ja, de btw-risico's. Ja, we hebben inderdaad zeg maar het ‘…’ gehad met de regio, de regio Gooi en Vechtstreek waarbij uiteindelijk zeg maar dat niet goed gegaan is met de btw. Wat geresulteerd heeft in een, nou ja, een navordering van de btw plus een boete. Dat risico hangt natuurlijk ook bij ons boven de markt. Ik weet niet of dat uiteindelijk zich zal manifesteren. Maar dat heeft wel betekend dat we een half fte geïnvesteerd hebben in de BEL-organisatie om met name hiermee aan de slag te gaan. Dus ik hoop dat we uiteindelijk daarmee zeg maar dit risico beperken. Wat het Goois Natuurreservaat betreft is afspraak dat de btw die het Goois Natuurreservaat betaalt over de diensten die zij afneemt, dat die naar rato van het aandeel van de gemeente in het Goois Natuurreservaat door de gemeente teruggevraagd kunnen worden bij het compensatiefonds. Waardoor eigenlijk een voordeeltje in dat opzicht voor de gemeente ontstaat. Dat is daar zeg maar de specifieke afspraak die ooit gemaakt is.

En dat zijn eigenlijk een soort meevallers dan voor de gemeente. Nou, de heer Grunwald geeft aan dat het te laat aanleveren van de stukken zo langzamerhand folklore geworden is. Nou, dat is het ook. Ik moet heel eerlijk zeggen, wij komen er nog genadig af als Laren. Want in Blaricum en Eemnes is dat erger. In Blaricum moet zelfs de raadsvergadering wat uitgesteld worden tot 14 juli om op dat moment de definitieve jaarrekening te kunnen bespreken. Dus we hebben nog ja, het klinkt wat cynisch, mazzel in dat opzicht. U heeft het ook over budget en begrotingsdiscipline, hoe zit dit? Dat heeft natuurlijk alles te maken met onregelmatigheid. Nou, je ziet ook wat de opmerkingen over de onrechtmatigheden staan eigenlijk verdeeld in onrechtmatigheden als het gaat om aanbestedingen, maar ook onrechtmatigheden als het gaat om begrotingsdiscipline. Ja, we hebben nou eenmaal te maken met een aantal begrotingswijzigingen die een soort na-ijleffecten hebben. En dat zijn begrotingswijzigingen geweest voor de BEL die pas in een latere fase uiteindelijk aan de raden zijn voorgelegd en geaccordeerd, terwijl eigenlijk al de uitgaven gepleegd werden. En je ziet ook bij de pensioenverplichting waarbij we eigenlijk al de gelden al besteed hebben en nu pas uiteindelijk zeg maar die correctie ook in de begroting doen.

Nou, als je dat al bij elkaar optelt, die twee bedragen, dan zit je al op zo'n 7 ton geloof ik in totaal en dan heb je eigenlijk al het overgrote deel van de onrechtmatigheid te pakken. Dus daar komt het eigenlijk door. Dat betekent wel dat we steeds, dat is ook het voornemen wat we hebben, dus als er wijzigingen zijn, dat we de begrotingswijzigingen ook sneller uiteindelijk voor de besluitvorming in de raad willen leggen. Dan even kijken. Even kijken, geen budgetoverheveling, mits noodzakelijk. Ja, dat klopt. U constateert inderdaad, en dat is terecht ook hoor, u zegt van, nou ja, als je geen budgetoverhevelingen doet, dan is het resultaat gunstiger dan wanneer we dat wel zouden doen. Dat klopt. Als je kijkt eigenlijk naar die budgetoverhevelingen die erin zitten, er zit eigenlijk maar één heel groot bedrag in, dat is die transitie, die warmtetransitie wat de heer De Groot heeft toegelicht. De rest zijn eigenlijk relatief kleine bedragen waarvan het advies van het college is, maar we zullen ze ook met u bespreken en punt voor punt nagaan, om die budgetten niet over te hevelen en gewoon op te lossen in de begroting van 2025. Dat betekent eigenlijk een soort verkapte bezuinigingsmaatregel. Maar gezien de bedragen en ook zeg maar het doel waarvoor die middelen gereserveerd waren, is dat naar mijn mening te absorberen.

Als dat niet het geval blijkt te zijn, zullen we dat meenemen in de zomernota en zult u alsnog daar iets over kunnen zeggen. Volgens mij heb ik hier alle

19

vragen beantwoord. De enige vraag die openblijft is de vraag van de heer Merckx als het gaat om de training, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: En volgens mij was er ook nog een vraag die beantwoord zou worden door de accountant of heb ik dat fout? De heer Van Midden: Heel goed. En daarom wil ik, maar het was uw rol, het woord geven aan de accountant om de vragen van de heer Lobregt te beantwoorden. De voorzitter: Ja, en dat is de heer Kuperus. De heer Kuperus. Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad vragen genoteerd van de heer Lobregt, maar ook nog een vraag van de heer Loeff als het gaat om de btw. Dus daar ga ik ook nog even op in. Om te beginnen met de vragen van de heer Loeff, die waren echt specifiek gericht aan de accountant. Ging over het proces. Uw eerste vraag was van, wat staat er dan precies open? Dus gedurende het proces worden vragen gesteld, vragen worden beantwoord. Het duurde wat langer dan we verwacht hadden. Wat staat er nog open en is dat technisch van aard? Dat was uw vraag. Ja, dat was met name technisch inhoudelijk van aard. Ik kan daarbij wel melden, op dit moment staan er geen vragen meer open in de zin van, we hebben alle bevindingen die wij hebben gezien in de controle, die hebben we gedeeld met de organisatie. De organisatie gaat daar nu naar kijken, gaat daarop reflecteren en vervolgens wordt dat door ons weer behandeld.

In die fase zitten we op dit moment. Dus dat is best aan het einde. Dat moet ook, u heeft volgende week de raadsvergadering. En we gaan ervan uit dat we dan de verklaring kunnen verstrekken. Er is op dit moment geen reden om te denken dat het niet zo is. U vroeg ook van, goh, we hebben dus een nieuwe accountant, maar wel hetzelfde kantoor. Hoezo kijkt die nieuwe accountant anders naar de jaarrekening? Ik kan u geruststellen, ik weet niet of het geruststellen is trouwens, ik kijk niet anders naar de jaarrekening dan mijn voorganger. Maar ik stel wel andere vragen en ik stel her en der ook verdiepende vragen. Dat heeft ook te maken met het feit juist omdat ik nieuw ben, dat ik zaken wil begrijpen. En natuurlijk heb ik wel een overdracht gehad met de voorgaande accountant. Dat hoort ook zo, dus ik weet wat er aan de hand is, ik weet wat er hier speelt. Maar tegelijkertijd als we hier zijn, en mijn collega is ook nieuw hier, dan proberen we dingen te doorgronden. En waar iemand die hier al wat langer accountant is al sneller misschien met een antwoord tevreden is, omdat die de organisatie al begrijpt, zit ik, ben ik dat niet. Dat heeft alles te maken met een frisse blik. Een frisse blik heeft voordelen, maar heeft dus ook wel zo zijn nadelen. Dus dat, ja, eigenlijk het antwoord op uw vraag, kijk ik anders naar de jaarrekening? Nee. Stel ik andere vragen? Ja.

Stel ik verdiepende vragen? Ja, klopt. U vroeg zich ook af wat voor soort bevindingen zijn er? Kunnen we dat voorkomen? Was de oplevering niet goed? Ja, de bevindingen hadden voor een deel voorkomen kunnen worden. Als het gaat om, voldoe je aan de verslaggeving? Wat vraagt BBV precies van de gemeente? Dat zijn zaken die inderdaad heel inhoudelijk technisch van aard zijn, die hadden voorkomen kunnen worden. Aan de andere kant denk ik van, goh, we leren ook met elkaar. We brengen misschien als nieuwe accountant, of laat dat misschien maar weg, brengen we ook nieuwe inzichten. Daar helpen we elkaar mee ook weer voor volgend jaar. Dus ik verwacht ook echt dat we volgend jaar een ander proces met elkaar doorlopen. En hoe kunnen we dit voorkomen, geeft u aan. Nou, voor een deel wordt het al voorkomen, omdat we naar een tweede jaar gaan en elkaar beter leren kennen. Maar we gaan ook heel zwaar met elkaar evalueren. Overigens hebben we dat het afgelopen jaar ook gedaan. Dus dat was het jaar waarin ik geen accountant was, maar ik was wel bij de evaluatie en daar hebben we goede dingen met elkaar afgesproken. Dat heeft ook geleid tot verbeteringen. Want als het gaat om, en dan heb ik het even over de oplevering, als het gaat om de oplevering hebben we tegen elkaar gezegd van, wij 20

beginnen pas als de accountant, als het balansdossier 90 procent is. En dat was zo. Maar dat is de kwantiteit en vervolgens ga je met de controle beginnen en dan kijk je ook naar de kwaliteit van wat opgeleverd is. Nou, daar moet vooral ook de evaluatie over gaan met elkaar van, wat is dan de kwaliteit van de zaken die opgeleverd zijn? Als het gaat om de bevindingen zelf, dat is een variëteit. Het gaat om presentatie kwesties, het gaat om onzekerheden soms en het gaat om fouten die gecorrigeerd moeten worden. En het loopt door de hele jaarrekening heen. Dus dan moet u denken aan onderhoudsvoorzieningen, moet u denken aan de SiSa-bijlage, het gaat om begrotingsrechtmatigheid, daar werd net al even iets over gezegd. Niet alles leidt overigens tot correcties, maar het leidt wel tot vragen en soms tot opmerkingen in onze rapportage. U gaf ook aan van, kan de accountant al iets zeggen over de strekking van de verklaring? Nou, dat kan ik nog niet, maar de ambitie is natuurlijk heel erg van onze kant, maar nog veel meer van de kant van de gemeente om een goedkeurende verklaring te verkrijgen c.q. te verstrekken. En dat kan ook op het moment dat de bevindingen en correcties die wij gedeeld hebben ook leiden tot daadwerkelijk correcties. Dus als we het zeggen van, dit is niet goed, dan moet het gecorrigeerd worden.

Tenzij het een en ander past, en dat begrip kent u denk ik, binnen de materialiteit. Want wij hoeven niet alle euro's te controleren, niet alles hoeft goed te zijn. Als het aantal fouten en onzekerheden past binnen de ruimte die u zelf als raad ons gegeven heeft, en ook overigens de ruimte die in de wet staat, dan hoeft er niet altijd gecorrigeerd te worden. Overigens heb ik in elk geval wel de organisatie en uw gemeente leren kennen als een gemeente die het goed wil doen, dus zoveel mogelijk ook wil corrigeren. Dus ik kan nu geen garantie nog geven op de strekking van de verklaring, maar de ambitie is om een goedkeurende verklaring te geven. En nogmaals, zonder garantie, maar ik zie het wel gebeuren. Volgens mij waren dat uw vragen, mijnheer Lobregt. Ik begrijp van de heer Loeff dat u vergelijkbare vragen had, maar dat die op deze manier beantwoord zijn. Maar u had ook nog een afzonderlijke vraag over de btwproblematiek. Daar heeft de wethouder inmiddels op geantwoord. Wij kijken daar ook naar als het gaat om welke problematiek speelt er? De specifieke casus die u noemde, die ken ik zo niet. Maar wat wij van belang vinden is dat er voldoende capaciteit ook in een organisatie is om te zorgen voor goede btw-boekingen, goede aangiftes, goede suppleties. Nou, we hebben wel gemerkt dat als het gaat om de capaciteit, dat dat niet overhoudt. En dan zeg ik het nog voorzichtig.

Ik hoorde de wethouder net ook zeggen dat er extra capaciteit beschikbaar is gemaakt, een half fte, om te zorgen dat deze risico's, want het neemt wel degelijk risico's met zich mee, dat die worden beslecht. Nou, dus dat is belangrijk. We hebben in de controle wel gezien als het gaat om actualisatie van percentages, minpercentages. Maar ook als het gaat om het bijzijn met aangiftes en de suppleties, dat dat aandacht behoeft. Ik ga ervan uit dat met de halve fte die extra is, dat dat op die manier wordt opgelost. Dus conclusie, ja, we zien risico's. Risico’s op te weinig capaciteit met mogelijk gevolg dat het niet goed in de administratie zit, maar daar wordt aan gewerkt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuperus. Dan zijn we toe aan de tweede termijn. Wie mag ik het woord geven? De heer Lobregt, beginnen we met u. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Er zijn vaak mensen die zeggen tegen mij, wat ziet u er goed uit. Maar dat is mede dankzij mijnheer Van Midden, want die … Ja, het is namelijk zo, ik betaal mijn OZB niet en als ik dan … Mijnheer Van Midden die komt dan op een gegeven moment op zo'n snelle fiets achter me aan. Als u mij dus heel hard door het dorp ziet rennen, dat gebeurt nog wel eens. En dan komt er iemand op een heel snel fietsje … De voorzitter: De heer Lobregt is ook op de hei gezien, dus het is … De heer Lobregt: Ja, ja. 21

De voorzitter: Het komt overal, die sportschool van de heer Van Midden. De heer Lobregt: Ja. Dus, nee, op de hei dan train ik af en toe, want daar denk ik dan, ben ik buiten het dorp, dus buiten het zichtveld van de heer Van Midden. Die er dus overigens ook daardoor heel goed uitziet, omdat die dus heel snel achter iedereen aan fietst. Rondom de verklaring, ik ga er dan even van uit dat we een goedkeurende verklaring gaan krijgen. Ik neem aan dat we bericht worden voor de raadsvergadering, zodra dat anders eventueel zou zijn. Ook met de reden waarom we dan eventueel een verklaring met beperking gaan krijgen. Maar daar ga ik dan even niet vanuit. Dan heb ik nog een aanvullende vraag aan de accountant is, zijn er geen werkzaamheden die we al naar voren kunnen halen vanuit uw kant of vanuit de gemeente, zodat we volgend jaar hopelijk wel tijdig de jaarrekening kunnen goedkeuren? En we worden denk ik ook graag meegenomen in ieder geval in de auditcommissie dan, in de uitkomsten van de evaluatie die u dan met de heer Van Midden doet. Dan als laatste, de jaarrekening, dat ziet er inhoudelijk eigenlijk allemaal heel goed uit.

Ik denk dat de onderliggende risico's, met name als bijvoorbeeld, wat zijn niet zozeer de resultaten van Laren Regenklaar, als wel, zitten daar nog onderliggende risico's, financiële risico’s in? We hebben natuurlijk de financiële risico's rondom het Integraal Huisvestingsplan scholen. Zo zitten er nog veel meer risico's uiteindelijk onder. Daarvan zou ik wel willen vragen om dat toch nog wat beter inzichtelijk te maken ook richting de toekomst. Dus die risicopositie, dat vind ik nog wel iets waar we richting het komend jaar toch nog even wat beter naar zouden moeten kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik verder. Mijnheer De Jong? Nee. Mijnheer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had nog één restje uit de vorige termijn. De voorzitter: Is dat een restje of is dat een rest? De heer Merckx: Nou, er was één restje die is niet beantwoord. En dan heb ik nog iets anders, zijn er twee eigenlijk. Het gaat over de tevredenheidsmeting, ja, die getallen zijn natuurlijk op te halen. Maar mijn vraag was ook, wat is het streefgetal voor tevredenheid voor het college voor de inwoners. Wat is daar de inzet voor geweest? En voorzitter, de heer De Groot had het inderdaad over dat het een wettelijke verplichting is om dakloosheid aan te pakken en dat dat in de regio gebeurt.

Maar als wij geen daklozen hebben, hoe betalen we dan aan de regio voor zaken die we niet verlenen? Dat was even een vraag. En daarnaast was ik zelf wat nog vergeten en dat gaat even over de uitgezette gelden. Het viel me nu in één keer op dat we nog steeds een geldlening hebben aan de Parochie Sint Jan. Het is interessant natuurlijk om te begrijpen precies wat daar nou achter zit? Want het blijft natuurlijk wel bijzonder dat een gemeente zeg maar een christelijke of een geloofsinstelling is het woord dat ik zocht, financiert. Scheiding tussen kerk en staat ‘…’ bedenken. Tenzij het natuurlijk duidelijk is waarvoor het is. En dan staat er verder een geldlening BEL zwembad en dat is het allergrootste bedrag van 3.5 miljoen. Nu viel mij in één keer het woord BEL in één keer op het netvlies, omdat we weten dat de collega's van Eemnes nogal wat vragen aan het stellen zijn. En is dit De Biezem? Want daar staat nog 190 duizend voor. Dus welk zwembad is dit en hoe is dit verdeeld? Waarom staat het woord BEL daar? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Kijk ik naar mevrouw Van Dorst. Nee? De heer Loeff. Nee? Mijnheer Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik had nog even over de vraag die ik in eerste ronde stelde was nog niet helemaal naar tevredenheid beantwoord. De vraag was namelijk nog van tegen de achtergrond 22

van de meevallende meicirculaire blijft dit voornemen overeind om die overhevelingen niet toe te kennen? En daaraan vastgekoppeld nog even de vraag, wat is de zingeving daarvan om een jaarrekening op te leuken en het resultaat door die overhevelingen niet te doen en ze volgend jaar dan toch in de begroting te verwerken? Hoe meer er ook, zeker voor wat betreft de klimaatgelden, al een toezegging gedaan is dat die ook in 2025 besteed zullen worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de beantwoording en dan is het woord aan de heer Van Midden. Uw microfoon. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ingaand op mijnheer Lobregt, even los van zeg maar de opmerkingen richting de accountant. Als het gaat om de onderliggende risico's, niet alleen de financiële risico's, dat is een terecht punt. Naar de toekomst toe zullen wij zeg maar de onderliggende risico's nog veel beter inzichtelijk moeten gaan maken en vooral ook kijken hoe we uiteindelijk de risico's het beste kunnen beheersen. We hebben natuurlijk een aantal programma's die een behoorlijke druk op de begroting leggen, waaronder het huisvestingplan voor de scholen. Maar we hebben natuurlijk ook andere risico's die heel actueel zijn. Als we kijken bijvoorbeeld naar IT en dataprivacy risico's die uiteindelijk ook heel goed gemanaged moet worden.

Ook bestuurlijk komt daar steeds meer druk op te staan als het gaat om aansprakelijkheid en eventuele sancties die erop kunnen liggen. Wat we nu vooral gedaan hebben, en dat is het werk van mevrouw Somai en haar als controller is heel sterk op de risico's gezeten van onrechtmatigheid en aanbesteding, om dat op orde te krijgen. En van daaruit gaan we zeg maar verder de belangrijkste risico's in de organisatie oppakken. De VVD, de heer Merckx vraagt naar het streefgetal van de tevredenheidsmeting. Ja, ik weet niet precies wat het streefgetal is. Ik weet wel dat we ons natuurlijk onder zeg maar vergelijken met het landelijke niveau en dat soort dingen en dat benchmarken. Maar we hebben eigenlijk ‘…’ concreet streefgetal op dit moment … De voorzitter: De heer De Groot komt met een streefgetal. De heer De Groot: Nee, we hebben nog geen streefgetal. Ik denk dat als je het een tijdje meet dat je dan op een gegeven moment een analyse kan maken, wat maakt nou dat dat beter gaat? Want daar kun je dan op doorvragen. En op het moment dat je daar wat meer zicht op hebt, dan kun je ook een streefgetal zetten. Want dan kun je ook verbetermaatregelen doen en zover zijn we nog niet. De voorzitter: Dan gaan we weer verder met de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, voorzitter.

De dakloosheid en welke verplichting en waarom moeten wij betalen als we geen daklozen hebben? Ja, uiteindelijk it’s all in the game, om het zo maar even te zeggen. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u. Nou, dat we ze niet hebben betekent niet dat we ze niet kunnen krijgen. Dat is om te beginnen. Het tweede heb ik ook al gezegd, dat ze hier niet zijn wil niet zeggen dat ze niet uit Laren ergens anders opduiken. Daar hebben we ook een verantwoordelijkheid voor. En dat betekent ook dat wij onze taak wat dat betreft serieus nemen en zorgen voor zeer kwetsbare mensen dat we in de regio daar een goede oplossing voor hebben.

23

De voorzitter: Mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De heer Merckx vraagt zich wat betreft de gelden of de lening aan de Parochie af waarom er geen scheiding tussen kerk en staat is? Eerlijk gezegd, ik weet het ook niet. Het is een lening die al heel lang geleden afgesloten is waar keurig, volgens mij wordt er niet op afgelost, maar is het een bulletlening zo uit mijn hoofd. Ja, en er zal ongetwijfeld zullen er hele goede redenen geweest zijn om die financiering te verstrekken. De geldleen voor het BEL-zwembad, welk zwembad is dat? Dat is inderdaad gewoon het zwembad De Biezem. Er staat BEL-zwembad, omdat we dat zwembad natuurlijk wel met zijn drieën betalen. Laren de helft, Eemnes een derde en Blaricum een zesde. Die geldlening is een geldlening die gedaan is om uiteindelijk zeg maar de investering in het nieuwe zwembad te doen en daar wordt vanuit de exploitatie door het zwembad keurig op afgelost. Zelfs wel een forse last zeg maar als we het hebben over de exploitatie, maar dat gebeurt keurig. Dan vraagt de heer Grunwald van Groen Laren ... De heer Mees: Sorry, voorzitter. De voorzitter: De heer Mees met een interruptie. De heer Mees: Ja, sorry, even een interruptie, want dan staan er dus twee geldleningen uit aan De Biezem, eentje van 190 duizend, die echt aan De Biezem is, en de andere geldlening aan het BEL-zwembad.

Dus dan begrijp ik het niet helemaal, wat is het ene? En daar wordt op afgelost, maar volgens de tabel op bladzijde, die zal ik u meegeven, 109 is er niks afgelost in het afgelopen jaar. Er staat nul aflossing. En ik zou ook graag weten wat dan toch van de Parochie Sint Jan de Herder daadwerkelijk wat daaronder ligt en waarom hebben we die dan nog steeds? De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Wat de Parochie Sint Jan betreft. Ja, ik weet niet hoe we daar met die vraag om moeten gaan. Maar daar ga ik wel even op beraden eerlijk gezegd, dus daar wil ik even goed naar kijken. Mijnheer de voorzitter, wat betreft die kleine lening aan het zwembad. Ik krijg net te horen dat dat een lening is voor nieuwe tegeltjes. Dan ga ik nu wel naar mijnheer Grunwald, als ik met uw permissie, mijnheer de voorzitter. Mijnheer Grunwald vraagt zich af of zeg maar de achtergrond van het niet doen van de overheveling te maken heeft met de resultaten van de meicirculaire? Ja, niet. Ik denk dat we gewoon kritisch moeten zijn over het zeg maar domweg meeslepen van budgetten die we niet besteed hebben of zelfs nog willen besteden. En wat ik al zei, in feite is het een soort verkapte bezuiniging.

Maar er zitten, als je gewoon per post kijkt, zitten daar dingen tussen waarvan je zegt, moeten we dat nou wel mee willen nemen? Maar uiteindelijk gaat u daar zelf over als raad. Als u zegt van, joh, ik wil het wel meenemen, dan doe ik dat uiteraard. Wat klimaatbeleid betreft, dat is wel even een aparte. Want die zit niet zozeer in de exploitatie, die zit in een voorziening, in een reserve, bestemmingsreserve. Die hebben we voor dit jaar niet gebruikt, voor 2024. Die gaan we in 2025 wel gebruiken. Dus dan houden we die reserve gewoon uit van de balans af, om het zo maar te zeggen, en die gaan we dan in die exploitatie gebruiken. Dus in die zin is daar geen direct effect op als het gaat om de exploitatie van 2024. De voorzitter: Mijnheer De Groot heeft volgens mij een aanvulling.

24

De heer De Groot: Ja, een kleine aanvulling. Volgens de planning uit het koersdocument zouden we er in 2026 mee beginnen, zoals dat in uw raad is vastgesteld. Ik heb toegezegd om een begin te maken dit jaar en dat gaat ook gebeuren. De voorzitter: Mijnheer Van Midden, of was u klaar? De heer Van Midden: Ja, ik was klaar. Mijn laatste opmerking, ik ben heel erg blij met de opmerking van de accountant. In die zin zijn de rollen nu volkomen omgedraaid. Ik durf geen toezegging te doen dat het volgend jaar beter wordt. Maar als ik de accountant goed begrijp, dan ziet hij toch zeg maar signalen dat het volgend jaar toch beter zal worden, dus waarvan akte. De voorzitter: Dan was er nog een vraag aan de accountant die beantwoord moest worden. De heer Kuperus. De heer Kuperus: Ja, dank u wel, voorzitter. Nog even te reageren op de wethouder. Ja, die mogelijkheden die zien wij wel degelijk. En dat heeft alles te maken met de leereffecten die ook van zo'n proces uitgaan c.q. moeten uitgaan. Dus de evaluatie die we gaan doen die is belangrijk en die is ook wezenlijk om te komen tot verbeteringen. En dat zie ik wel gebeuren. In welke mate? Dat gaan we dus nog wel even, dat gaan we bekijken.

En dat is ook een van de vragen die de heer Lobregt stelde van, als dan die evaluatie heeft plaatsgevonden met de organisatie, kunnen dan de uitkomsten gedeeld worden met de auditcommissie? Zeker, wat de accountant betreft. En de wethouder en ik keken elkaar al even aan, wij vinden het heel logisch om dat te delen met de commissie. En ook aan te geven, even terugkijkend van, hoe is het ontstaan, hoe is het gegaan? Maar vooral vooruitkijkend, welke verbeteringen hebben we met elkaar afgesproken en hoe zien we dat voor ons? Dat gaan we met de auditcommissie delen. Uw andere vraag was, kunnen de werkzaamheden naar voren gehaald worden om het jaarrekeningproces in het voorjaar wat te ontlasten? Ja, dat kan. Dat zijn we ook wel gewend om te doen met gemeenten. Maar het begint uiteindelijk met een stuk kwaliteit, kan de organisatie dat ook op die manier leveren, zodat wij ook eerder kunnen controleren. Maar wij zien daar mogelijkheden. Heel concreet, we zien bijvoorbeeld mogelijkheden voor de grondexploitatie om die naar voren te halen. De controle van de materiële vaste activa die in de balans staan, die kan zeker naar voren. Die hoeft niet te wachten tot het voorjaar. En de SiSa-bijlage, u wellicht bekend, ook dat kan wel naar voren. Daar zijn ook balansposten van afhankelijk, die moeten wel even op zich laten wachten.

Maar dat zijn voorbeelden die ons te binnen schieten waarvan we zeggen, die kunnen naar voren en dat gaan we ook met elkaar bespreken. De voorzitter: Tot zover dit gedeelte van de vergadering. En dan is het … O, mijnheer Van Midden? De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, met uw permissie nog even een kleine opmerking over het verdere proces. Wat ik al zei, aanstaande dinsdag verwachten we de definitieve jaarrekening op te leveren met de accountantsverklaring. Als er wijzigingen zijn ten opzichte van het concept krijgt u een erratum met nauwkeurig een was-wordt overzicht om het ook makkelijk te maken om zeg maar het geheel te lezen. De voorzitter: Oké. En dan gaan we dus woensdag gaan we over de jaarstukken praten zonder concept. Gaan we over naar … Dan dank ik de accountant en de assistent-accountant voor hun aanwezigheid.

25

7.

Bespreking raadsinformatiebrief update onderzoek naar alternatieve verdienmodellen voor de gemeente Laren De voorzitter: En dan gaan we over naar agendapunt 10, de bespreking van de raadsinformatiebrief update onderzoek naar alternatieve verdienmodellen voor de gemeente Laren. En dit allemaal op verzoek van de heer Stef Merckx. Aan u het woord. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. We zijn het denk ik … Allereerst een heel goed initiatief van het college om te gaan kijken naar, wat zijn alternatieve verdienmodellen voor de gemeente Laren? Er is een beetje onrust op dit moment aan de collegetafel, want daar wordt afscheid genomen van de accountant, auditors. Maar ik denk dat het een heel goed initiatief is van het college om naar alternatieve verdienmodellen te gaan kijken. Maar het is natuurlijk bijzonder interessant om eens te zien, ja, wat doet een gemeente nou en hoe komt ze aan haar middelen? Welke middelen zijn al volledig benut en welke niet? Met name een gemeente als Laren waar eigenlijk een bijzonder weinig mogelijkheden zijn om tot grondexploitatie te komen. En grondexploitatie zoals u weet is in de meeste gemeentes een zeer goede bijdrage voor de inkomsten, niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn, omdat dat OZB-verhogend is of inderdaad ‘…’ verhogend. Maar de inkomsten van de OZB verhogend is.

Dat hebben we niet, dus wij moeten iets breder gaan kijken. Dus dat het college dat gedaan heeft is een zeer positief moment. Ik heb gezien dat dus, dat er een verkenning is geweest ten aanzien van de vermakelijkheidsretributie. Dat is hartstikke mooi. Ik denk dat hier de vraag is nu wel even van, als we dat willen doen, waarover gaan we die heffen? Wat zijn dan de genoten diensten? Op welke plekken gaan we die heffen? En dat brengt dan ook weer de vraag mee, welke typen bezoeker wil Laren eigenlijk aan zich binden? Wat voor mensen willen we hier naartoe halen? Is het winkelend publiek, zijn het de kunstminnende mensen, de exclusieve shoppers? Maar om maar even op terug te pakken op de discussie vorige week. Of moeten we ze allemaal de natuur laten zien die hier zo fantastisch mooi ook aanwezig is en de mensen daar ook van laten genieten? Dus wat is daar het plan? Daarbij natuurlijk ook op een gegeven moment moet je je ook realiseren, we hebben ook bepaalde capaciteit. Wat is wat we per jaar door het dorp kunnen hebben? Denk bijvoorbeeld aan ons Singer Museum waar we zeg maar tussen de 250 en 300 duizend bezoekers per jaar echt aan een maximum zitten. Dat is de capaciteit.

En dan hierbij een vervolg natuurlijk is, wat is die bezoeker dan waard voor de gemeente? Is het alleen de vermakelijkheidsretributie, is het parkeergeld? Maar we moeten ook eens even kijken denken we naar Airbnb en toeristenbelasting. We hebben wel geen hotels in ons dorp, maar we hebben wel een heel aantal particulieren die Airbnb aanbieden. En zoals we allemaal weten uit een stad hier niet al te ver vandaan, wordt er wel degelijk toeristenbelasting geheven op de Airbnb-overnachtingen. Dus ik denk dat dat ook een punt is waar we naar zouden kunnen kijken. Dus wat kunnen we doen met Airbnb hier? Daarnaast hebben we dus zeg maar een BIZ-onderzoek gedaan. Maar wat kunnen we verder aan ondernemers, zonder dat we ze de tent uit jagen, want we zijn natuurlijk als liberale partij ondernemingsgezind, maar we maken ook een mooi Laren voor ze. En is het dan de OZB extra bijdrage voor Bijzonder Laren, is dat dan voldoende dekkend of zijn er andere wijzen waarop we dat kunnen doen? En dat is bijvoorbeeld als we inderdaad dat combineren met de verkeersvisie en dat we parkeerplaatsen buiten het dorp houden, zodat ook het dorp leefbaar blijft. En dat we de pendeldiensten inzetten. En ik kan bijvoorbeeld denken aan wat het Gelderlandplein in Amsterdam doet, dat ook een pendeldienst heeft naar het Gelderlandplein winkelcentrum toe. En daar kan je of gratis of betaald van genieten.

En is het dan ook een idee om te zeggen dat de gemeente de bijdrage vermindert aan publieke faciliteiten? En denk bijvoorbeeld, moet de gemeente altijd zorgen voor de verkeersregelaars, et cetera? Of moeten we dat gewoon aan degene die het event organiseren dat te laten doen? Dat is niet zozeer een

26

verdienmodel, dat is eerder een bespaarmodel, maar niettemin iets dat we kunnen ‘…’. Dit zijn onze gedachtes, voorzitter. En de vragen zijn gesteld, dus ik neem aan dat we van het college een antwoord zullen krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Wie van de commissie wil nog meer het woord? Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad interessant om te lezen dat dit een van de eerste tafels is, thematafels, thematafel economie, mooi. Dat is ook een positieve uitkomst. Onze vraag is wat er precies verder mee gaat gebeuren? Er wordt gezegd van, de uitkomsten komen terug in het vierde kwartaal. Onze vraag is, wordt dat dan ook meegenomen in de begroting? Want we hebben het ook al gehad over ombuigingen. Daar is uitgebreid over gesproken, ook diende om deze ombuigingen worden meegenomen in de begroting en worden ook deze voorstellen daarin meegenomen? Is het namelijk mogelijk om dit te kwantificeren? Dat waren onze vragen. De voorzitter: Dan gaan we door naar de heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, het is mooi om dit soort dingen op een rij te zetten. En ik zou even twee voorbeelden. Ja, Bijzonder Laren, daar wordt dus al door de ondernemers geld ingestopt.

Toen was ook de discussie, gaan we een BIZ doen of gaan we dit doen? We hebben toen de keuze gemaakt om Bijzonder Laren, dat iedere winkelier via de gemeente geld in een pot stopt en dat ze daar activiteiten van doen. Als je daar een BIZ aan toevoegt gaan die ondernemers veel meer betalen. En ik neem, je kan dan ook gewoon met Bijzonder Laren nog wat extra doen, maar daar moeten wel die ondernemers over beslissen. Als je dat extra gaat doen, ja, dan moeten ook weer ambtenaren dat gaan regelen en doen. Ik neem aan dat dan de kosten-batenanalyse niet echt positief uitvalt. Airbnb ook, Laren heeft misschien een aantal Airbnb ’s, maar als wij dit, als we toeristenbelasting gaan heffen en de BEL moet het gaan uitvoeren. Nou, ik begreep vanavond al dat er op bepaalde plekken toch al onvoldoende mensen zijn. Ja, voor die paar B&B ’s, dat gaat niet rendabel worden, dat kan ik op een sigarendoosje zo uitrekenen. Dus ja, ik denk dat, prima om erover te hebben, maar ik denk deze zaken dat de kosten-batenanalyse van de meeste punten aangeeft dat we daar geen profijt van gaan trekken. Helaas. Dan hadden we deze activiteiten veel grootschaliger moeten hebben als in een stad als Amsterdam of zo, dan is het wel lucratief natuurlijk. De voorzitter: Dan kijk ik naar de andere kant van de tafel. De heer Jacobse van Larens Behoud. De heer Jacobse: Goed.

Dan ga ik u toch nog met elkaar even de andere kant op helpen. Ik zie dit niet als een, ik zie dit als een mooie prikkel. Ik vind het een goed verhaal. Ik ben blij met de insteek van de heer Merckx. Daar staan heldere vragen. Dat zijn dingen die ergens over gaan. Dat gaat namelijk niet alleen over ons dorp, maar over hoe we dat willen invullen en wat we daarmee doen. En daar kunnen we nog heel lang over praten en dan kunnen we allerlei structuren op loslaten en begrotingstechnische zaken, maar ik denk dat we eerst eens gewoon moeten kijken of dit ergens over gaat. Dit is geen rapport wat heel diep gaat, dit is wel een rapport wat handen biedt, aanleidingen geeft. Het is een informatienota, dus mijn voorstel zou zijn om daar zeker nog eens met elkaar ook in commissieverband over te praten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik maak deel uit van de adviesgroep voor Bijzonder Laren voor kunst en cultuur. Daar zal ik me dus toe beperken. En bijvoorbeeld dat fondswerving voor lokale doelen, ik loop mij de poten onder het lijf vandaan om dat soort zaken op dit moment feitelijk en fysiek te regelen. Wij zijn Laren Jazz ongeveer aan het redden voor dit jaar, wij zijn Laren Klassiek op weg aan het helpen. En ik kan u verklappen dat het niet alleen erg leuk is om te doen, 27

maar dat is mijn tik, maar het is vooral effectief. En voordat we nou nogmaals in allerlei structuren verzeild raken, ben ik geneigd te denken, kijk, dat is niet alleen een economisch dingetje, dat is ook niet alleen een VVD-dingetje, maar het is wel een dingetje wat we samen kunnen dragen. En dit is vooral een dingetje wat we met elkaar moeten begrijpen. En of er dan wel of niet wat op te halen is, ik denk dat ik u kan verzekeren dat er wel wat op te halen is. Er zit wel wat, maar dat moet goed gedaan worden. Dat moet je niet primair in de ambtelijke sfeer brengen. Daar moeten we wel met elkaar over praten, dan moeten we constructieve ideeën over ontwikkelen met elkaar en dat kan grappig zijn. Ik zit met één klein dingetje dat valt onder het hoofdstukje fondsenwerving voor lokale doelen. Mijn fractievoorzitter hier aanwezig heeft een persbericht ongeveer een half jaar geleden het licht doen zien, waarbij die een soort gedachte lanceerde om een sportmecenaat te onderzoeken of te proberen te zoeken hier in Laren. Ik vrees dat dat wel een beetje in de buurt van het sportfonds van de heer Van Midden komt. Ik kan u beloven met de hand op mijn hart dat ik binnenkort bij u terechtkom om een cultuurfonds te starten. Om een aantal dingetjes recht te trekken in het dorp waar ik me al langere tijd aan stoor, bijvoorbeeld het harmoniseren van de vergoedingen voor koren en orkesten.

Ik ga u niet lastigvallen met details, maar dat is lulligheid droef wat daar gebeurt en de willekeur waarmee daar wordt omgegaan. Als wij een vloertje leggen van muntjes of van mensen die daar een rol in willen spelen, dan kunnen we dat netjes regelen. En niet in de laatste plaats, als we gelden weten te werven of te vinden, wat mij betreft zelfs ook bij particulieren natuurlijk, dat we een bodem kunnen leggen in een cultuurfonds waarbij we onze cultuuruitingen, waar we zo prat op gaan als kunstdorp, een beetje kunnen bestendigen, dan lijkt me dat een hele goede gedachte. Ik kan u ook nog verklappen dat dat allemaal niet zo heel moeilijk is. Dus ik vind het eigenlijk een prima verhaal, ik vind het een plezierige informatienota. Nogmaals, drie spade diep gaat die niet, maar de ideeën zijn grappig en alle feestjes beginnen met een goed idee. Dank u wel. De voorzitter: De heer Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het is een leuke nota inderdaad, die in ieder geval allerhande handreikingen doet om eens naar andere dingen te kijken dan dat we wellicht gewend zijn. En naar dingen die uiteindelijk Laren als gemeente ten goede komen. In de raadsinformatiebrief wordt op een aantal dingen ingegaan en wordt gekeken of dat soelaas biedt en wordt aangekondigd dat er wellicht mee aan de gang gegaan wordt.

Maar er staat natuurlijk meer in, juist het advies, de laatste paragraaf van het stuk, staan dus ook een aantal groene doelen waar Laren goede vooruitgang zou kunnen boeken, mits die ook zouden worden onderzocht en aangegeven. Mijn vraag is aan de wethouder, is dat ook nog de bedoeling of is er bewust voor gekozen om die dingen dus buiten beschouwing te laten? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wie van het college mag ik het woord geven? We beginnen bij de heer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik probeerde de lijn te brengen in een aantal zaken, want het interessante van de discussie is dat het eigenlijk over een heleboel dingen gaat. Het roept een hoop dingen op. Dus ik dank ook de heer Merckx dat hij dit op deze manier geagendeerd heeft en daar de vragen bij gesteld heeft die intrigerend zijn. Als ik even terugga naar de geschiedenis waarom we daar begonnen zijn, dan begin ik bij het CDA. Een aantal van ons herinnert zich nog bij de coalitieonderhandelingen dat we partijen hebben uitgenodigd, dus ook zeg maar oppositiepartijen. Ja, zo zien wij dat niet, maar dus niet de coalitiepartijen of beoogde coalitiepartijen om hun inbreng te doen. En nou, daar kwam ook het CDA met van, jongens, we moeten eens kijken of we met een aantal dingen niet wat geld kunnen verdienen hier in Laren.

Dus ere wie ere toekomt, het begon met het CDA en wij hebben dat idee zeker meegenomen. Daar kwam ook nog wat 28

bovenop als aanleiding, maar daar kom ik zo nog op. Tweede punt is wat de aanleiding was om dat aan de tafel economie voor te leggen is, als we kijken naar, we hebben net de jaarrekening gehad, als we kijken naar de wat vroeger zeg maar de bleeders waren in die begroting, dan was dat vroeger sociaal domein. Maar we hebben de afgelopen vier jaar gezien dat dat binnen de begroting is. We zagen dat, nou, we zien ook het Integraal Huisvestingsplan voor scholen grosso modo, als je kijkt naar wat er jaarlijks binnenkomt, dat je dat ook al aardig kan dekken. Dus we zien dus dat we een hogere mate van voorzieningen hebben. En ik denk dat dat de aanleiding is dat we zeg maar een relatief arme gemeente zijn met welvarende inwoners en door de bank genomen ook welvarende, redelijk welvarende bezoekers. Waar we, geef ik meteen ook maar aan, heel erg blij mee zijn. Dat betekent ook dat het interessant is om te kijken van, ja, doen we dit goed? En dat begint, mijnheer Merckx, in zijn schriftelijke inleiding gaf die dat ook al aan, hanteren wij het profijtbeginsel voldoende kwam uit de thematafel. Belasten we datgene door waar het hoort? Nou, het evenementenbeleid is dat ook al gebeurd? Mijnheer Merckx vroeg daarnaar, maar dat is al gebeurd als het gaat over dat soort dingen.

Maar we kijken ook nu breder en we kijken ook naar andere mogelijkheden en om dat profijtbeginsel goed door te voeren en aan de andere kant te kijken naar, wat kunnen wij nog voor extra geld hier domweg verdienen of besparen waar mogelijk? Ja. Mijnheer Merckx, over vermakelijkheidsretributie komt mijnheer Van Midden straks terug. U zegt ook van, ja, wat voor type bezoekers willen we hebben en wat voor capaciteit kunnen we aan? Ik denk eerlijk gezegd als we kijken naar de normale bezetting van het Singer, dus ik bedoel niet, Kees Van Dongen was natuurlijk een enorme uitschieter. ‘…’ hebben we goed kunnen oplossen en opvangen met de buren zonder overlast van de wijk. Dus, en ook wat we aan verkeer krijgen van onze bezoekers als we kijken naar de winkels en de winkelbezetting, dat kunnen we aan. Ik zeg niet dat het ruim is, maar we kunnen dat aan. Zeker als we nog links en rechts wat kijken of we wat extra parkeerplaatsen kunnen creëren rondom het centrum. Dat laat onverlet dat wat mijnheer Merckx zegt, dat het goed is om te kijken ook wat er buiten het centrum mogelijk is. Zeker als het gaat over dingen die we niet normaal gesproken hier kunnen hebben. Ik denk dat dat ook een onderdeel is of zou kunnen zijn van de verkeersvisie, maar ook iets wat we niet één, twee, drie geregeld hebben. Ook omdat je dan ook dat pendelvervoer moet regelen.

En we hebben nu het geluk dat we tussen de hubs op de A27 en A1 nog de bus hebben rijden. Nou, zolang die blijft rijden hebben we daar eigenlijk een goede verbinding tussen. Maar het zou ook ideaal zijn als bijvoorbeeld dat ook naar La Place verbonden zou worden. Nou, dat zijn dan de overwegingen die je hebt. Ook met fietsknooppunten, dat je daar de fiets kunt pakken en daar kunt parkeren. Dat zouden heerlijke mogelijkheden zijn om de druk qua verkeer op het dorp te verminderen. We hebben geluk met onze mooie winkels, zeg ik meteen maar erbij. Kijkend naar het type winkels wat we hier hebben, dat hoeft het niet te hebben van duizenden mensen die er komen. Als je dat vergelijkt met Hilversums het winkelbestand, dan moeten ze het hebben van heel veel traffic. En hier kunnen we het doen met goede reuring in het dorp en dat zorgt ervoor dat we onze winkels grosso modo een goed bestaansrecht hebben. En dat betekent ook dat we denk ik met het type winkels wat we nu hebben heel tevreden kunnen zijn, omdat dat zeg maar in balans is met het type dorp. Wat we zelf zeiden tenminste overwegend zijn als we kijken naar het inkomensgemiddelde in Laren, dan is 60 procent is twee keer modaal of meer. Dat betekent ook dat die zich ook goed kunnen vinden in het winkelbestand.

Maar de bezoekers vinden dat ook aantrekkelijk, dus dat geeft op zich een gezonde symbiose en een beheersbare situatie naar mijn idee hier in het dorp, of in ieder geval eentje die we aankunnen. Maar goed, een discussie over branchering of dat soort dingen, ik vind het prima om te hebben, maar ik denk wel dat dat op dit moment de beste manier is. En wat is de bezoeker waard? Nou, toeristenbelasting is één ding om te hebben, vermakelijkheidsretributie is een ander. En uiteraard als je kosten maakt voor de winkels is het ook redelijk om dat op een of andere manier in de OZB terug te brengen. En wie weet kun je dat op een andere manier doen. De suggestie van toeristenbelasting, die willen we wel nader onderzoeken. Dat kunt u 29

dan als toezegging zien. Dan over het BIZ, de Bedrijven Investeringszones. Er is een motie geweest ik meen van de heer Loeff, breed getekend hier in deze raad, om dat nog eens een keer nader te onderzoeken. We hebben dat inderdaad gedaan. Dat vindt u ook terug in het rapport. En we zien ook dat, ook al vinden wij dat mooi, het nodig is dat zeg maar de meerderheid van de betrokken ondernemers dat mooi moeten vinden om dat te kunnen starten. De discussie heb ik daar wel degelijk over met Bijzonder Laren. Maar we zien met al de wisselingen die daar geweest zijn de afgelopen jaren dat dat nog niet een vruchtbare periode is om daar nou eens diepgaand om in te gaan. Er zitten wel degelijk voordelen aan, zeg ik ook naar mijnheer De Jong, om dat zo te doen, omdat we nu zien dat Bijzonder Laren probeert zeg maar, regelmatig in spagaat komt. Ene kant worden ze vaak benaderd voor de verbindingskant om geld voor allerlei projecten op te brengen. En de andere kant is het ook belangenbehartiging en de centrummanagers die eruit betaald worden en allerlei promotie en evenementen die georganiseerd worden, dus Rode Loper, Lichtjesavond. Onze voorzitter ook het een en ander van afweet, dat soort zaken. Dus dat betekent ook dat we met Bijzonder Laren eigenlijk iets hebben wat eigenlijk twee zielen, een borst heeft. En met de BIZ zou je dat eigenlijk wel goed kunnen oplossen.

Dat zou een overweging kunnen zijn om dat zo te doen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: Nou, eigenlijk een aanvullende vraag. Want u stelt nu iets hier over Bijzonder Laren en dat roept bij mij eigenlijk een vraag op die niet in dit rapport staat van, moet dat niet geëvalueerd worden? Want ik kan me voorstellen dat Bijzonder Laren iets doet in de sfeer zoals u zegt met, nou ja, een winkelmanager, noem maar op. Het andere zou heel goed kunnen zijn wat bijvoorbeeld Amstelveen doet, een stadsfonds. En dat is gewoon een kwestie van aanvragen, verbinding leggen, uitkeren. En dan maak je gewoon een begroting en dan weet je of je ja of nee hebt en dan heb je al dan niet dat geld gewoon goed besteed. Dat zou de transparantie toch heel erg tegemoetkomen? Dat zou in dit idee denk ik, in dit lijstje heel goed kunnen worden opgenomen. Maar die evaluatie is dan wel nodig. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Nou, nu komt eigenlijk het tweede deel van mijn betoog als het gaat over Bijzonder Laren. Dus aan de ene kant hebben we dus dat dorpsfondsachtige of stadsfondsachtige en aan de andere kant hebben we die belangenbehartiging. Als je een BIZ hebt, wordt dat wat meer uit elkaar getrokken. Dat is een goede reden. Ik denk dat je daar niet eens een evaluatie hoeft te doen om te zien dat dat het een en ander kan opleveren.

Maar ik hoef u daar niet van te overtuigen, daar moeten ondernemers zelf van overtuigd worden, want zij moeten dit kunnen en willen dragen. Maar ik vind wel dat het idee van een dorpsfonds, dat zou ik doodzonde vinden. En ik denk ook dat we dat niet hoeven te evalueren om dat los te laten. Dat zou in ieder geval niet mijn voorstel zijn en mijn voorkeur. De voorzitter: Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Dan zou ik wethouder wel willen weten wat wel uw voorstel is? Want ik zit, ik ben dicht betrokken bij die organisatie en daar levert dat toch met alle respect wel wat spanningen om de spagaat die u net schetst tot uitvoering te brengen. Ik ben het wel met de heer Loeff eens dat een vertrouwelijke evaluatie op zijn minst op zijn plek is op dit moment. Want het spul staat een beetje stil en ik maak me nogal druk over de voortgang daarvan.

30

De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, voorzitter, nou gaan we een richting in die volgens mij niet bij de orde van dit voorstel hoort. Ik bedoel, we kunnen het daar wel over hebben. En zeker niet als we het over dat soort dingen hebben komen we ook gauw over mensen te praten. Ik denk dat ik dat niet graag in deze context doe. En by the way, ik heb ook wel weer wat positieve signalen. Dus het is niet zo dat ik al denk dat het allemaal de verkeerde kant op gaat, maar het heeft wel duidelijk een dip gekregen. Dat kunnen we wel zeggen. En ik denk dat dat … We weten allemaal denk ik wel wat daar de redenen voor zijn. Laten we dat alsjeblieft niet hier nog allemaal oprakelen. De voorzitter: Terug naar de raadsinformatiebrief. De heer De Groot: Zo is dat. Goed. Ik denk dat ik de meeste aspecten van de dingen die hier gepasseerd zijn genoemd heb, behalve dan een aantal dingen die echt bij mijnheer Van Midden horen. Eigenlijk die thematafel economie doen we ook samen. Ik denk dat hij interessante dingen te zeggen heeft over het sportfonds en een aantal andere dingen. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Voorzitter? De heer De Groot: En ik wil nog één ding graag zeggen, dat mijnheer Jacobse noemt ook inderdaad het harde werken wat je moet doen om hier wat dingen boven water te houden. En ik moet ook nog zeggen dat wij dat als college ook zien en daar veel respect voor hebben.

Dat wou ik nog graag even meegeven. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook bedoeld of in ieder geval gezegd, is het ook de bedoeling dat deze voorstellen ook meegenomen worden in de begroting? We hebben het over ombuigingen gehad, dit zijn alternatieve ideeën. Is dat op een of andere manier bij elkaar te brengen waardoor we straks in het najaar een beter beeld hebben over mogelijkheden 2026? Dank u. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Een prachtige vraag voor mijnheer Van Midden. Ik dacht al, ik denk al dat die dat op zijn lijstje had. De voorzitter: Maar dan gaan we naar de heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik had heel veel op een lijstje, maar nou dit net niet. Maar om de vraag toch van mevrouw Van Dorst te beantwoorden. Kijk, als we het zodanig concreet uitgewerkt hebben dat we dingen al mee kunnen nemen in de begroting, dan zullen we dat zeker doen. Dat hebben we ook meegenomen in die bespreking die we toen zeg maar met een aantal raadsleden hadden over, nou, wat zou ik, wat zijn nou de dingen waar we eventueel die ombuigingen kunnen doen en hoe kunnen we eventueel extra inkomsten genereren? Toen hebben we er ook nadrukkelijk naar gekeken van, nou, dingen die misschien op korte termijn mogelijk zijn die we ook mee kunnen nemen in de begroting 2026.

Wat die vermakelijkheidsbelasting betreft, ja, op dit moment kan ik nog niet zo heel veel over zeggen, behalve dan dat dit gewoon een idee is waar we mee aan de slag gaan. Het is een beetje ingegeven door de, hoe heet het, de 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15797657/2