CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie M&F 4 juni 2025

Commissie Maatschappij en Financiën 2 juli 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 4 en 18 juni 202529.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het is mede aan Groen Laren te danken dat de discussie rondom woningbouw op de Eemnesserweg toch weer ter hand genomen is. En daar zijn we dus ook trots op, want er is een grote woningnood, ook in Laren. En er moeten gewoon meer betaalbare woningen en ook sociale woningen gewoon erbij. Zoals de plannen er nu uitzien, komt er dan gelukkig een andere oplossing voorbij die nog veel leuker is, want op de vrijkomende vierkante meters van De Ploeg, en eventueel ook in De Scheper, dienen zich nieuwe mogelijkheden aan om de taak die Laren heeft op dit gebied toch verder in te vullen. Dus dat heeft onze steun. Dus daarbij wil ik het even laten. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Wichers Schreur, heeft u nog inbreng, vragen, opmerkingen? De heer Wichers Schreur: Weinig aanvulling. Natuurlijk waardering voor het stuk zoals het er ligt nu. En vooral dat het met betrokkenheid van veel partijen tot stand is gekomen. In dat opzicht verbaast mij de verhuizing van De Ploeg en het voorstel dat er nu ligt wel een beetje, want dat doorkruist een beetje dat proces van zorgvuldigheid wat daarvoor heeft plaatsgevonden. Dus mijn vraag aan de wethouder zou zijn, hoe het vervolgproces zal worden ingericht om ook die partijen, zeg maar LMHC en LLTC dus te betrekken in dit geheel?

16

De voorzitter: Duidelijke vraag. Dan steken we over naar de fractie van het CDA. Allereerst de heer Jan-Huug Lobregt. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Gisteravond was mijn vrouw die was naar het voetbal. Die was naar het Willem II stadion, want daar speelden de Nederlandse dames voetbal. Ze had kaartjes gewonnen van de werkgever. We hebben geloot thuis met de jongens en Stef-Jan was de klos en die moest mee. Dus ik zat met mijn jongste zat aan tafel te eten en ik zeg, hoe is het op school? En hij heeft proefwerkweek en toen zei hij, ik moet nog stagelopen. Ik zeg, ik heb wel een goed idee voor je stage. Je kan stagelopen bij de heren De Groot en Van Midden. En hij zegt, doen die dan aan biologie? Ik zeg, nee, die zijn bezig met een Integraal Huisvestingsplan Scholen, maar er zijn nog heel veel beren op de weg, dus het is ook een soort biologie. Dus hij was helemaal content. Dus hij gaat jullie bellen, dan weten jullie dat. Maar dan toch even die beren, daar zit ik toch wel heel erg mee. Want de heer Grunwald van Groen Laren is een ontzettende lieverd, dus die zei, er zijn nog wat open eindjes. Het hele plan is nog één groot open eind op dit moment. Want im grossen und ganzen, om het in goed Nederlands te zeggen, staat er inderdaad wat we hebben afgesproken met elkaar. Dus dat is knap, dat is goed.

Echter, er zijn toch een aantal dingen die we hebben besproken die er niet in staan. Eén van die vragen is de financiering. De heer Loeff gaf aan dat hij blij was dat de financiering zo goed uitgelegd is. Echter, we hebben in de werkgroep hebben we het erover gehad dat we de financiering nog nader zouden uitwerken. Dat is helaas, tenminste in ieder geval op papier, is dat niet gebeurd. We zouden namelijk ook kijken of we dit niet, off balance zouden kunnen gaan financieren. En zo de risico's die er nu heel erg liggen voor de gemeente, want die 34,7 miljoen, dat is een hele ruige schatting van de ketelbinkies van ons college. Dus waarom staat er niks in de stukken over de financiering en welke afspraken zijn er over gemaakt en welke gesprekken zijn er over geweest? En waarom gaan we niet over tot off balance financiering? Ik zou graag in ieder geval in de notitie opgenomen worden dat daarnaar is gekeken en waarom we de keuze hebben gemaakt zoals we die nu hebben gemaakt. Een ander punt waar we het over hebben gehad met zijn allen is de spreiding van de leerlingen. We hebben met elkaar gezegd, prima als we dit gaan doen, dan willen we niet meer dat er op één school te veel leerlingen zijn en op een andere school te weinig leerlingen. Dus dan willen we ook als college of als raad een sturingsmiddel hebben voor het aantal leerlingen.

Ik zou dat graag opgenomen hebben in deze notitie, dat we daar een besluit over nemen en dat wij als raad of als college, ik weet niet hoe dat precies geregeld moet worden, maar dat wij die leerlingen ook kunnen sturen en dat we ervoor kunnen zorgen dat er niet te veel leerlingen komen op een school en dat we weer zitten met dat er elders lokalen aangekocht of gehuurd moeten worden. Dat zijn eigenlijk mijn twee belangrijkste vragen. Dan heb ik nog een aantal wat meer detailvragen. Op pagina 1 staat dat wij als raad heel gezellig geconsulteerd gaan worden. Ik zou graag heel concreet van u horen hoe wij geconsulteerd gaan worden en dat wij in ieder geval twee-, driemaandelijks in deze commissie bijgesproken worden over, wat is nu precies de stand van zaken, hoe zit het met de planning, hoe zit het met de verdere uitwerking van alle plannen, want er moet nog heel veel uitgewerkt worden. Dus daar zou ik ook graag een concreet voorstel voor zien voordat we hiermee instemmen. Dan geeft u aan dat de afschrijvingstermijn wordt verlengd naar vijftig jaar. Of van vijfentwintig naar veertig en van veertig naar vijftig. Echter, ik werk bij een accountantsorganisatie en dat zijn niet zulke durfallen. In het algemeen stemmen accountantsorganisaties niet zomaar in met een verlenging van de afschrijving. Dus is dit afgestemd met de accountant? Zo ja, dan graag opnemen in de notitie.

Zo nee, dan is het denk ik van belang dat dat gebeurt voordat we hiermee instemmen, omdat die verlenging van die afschrijving ook een belangrijk item is in de financiering. In deze markt, met name als het gaat om de scholen en de restwaarde van de scholen, daar is nog heel veel onduidelijkheid over, daar is heel veel discussie over, dus een accountant gaat daar niet zomaar mee akkoord. Dus het zou mij ook verrassen als 17

de accountant daar zomaar zonder verdere onderbouwing mee akkoord zou zijn. Dan hebben we het over het veld bij de hockeyclub. Waar u vroeger speelde bij Laar & Berg, speelde ik vroeger met de Be Fair D4, tegen de Laren D6 was het waarschijnlijk, op dat grasveld. Als ik de woorden van de heer Vreeburg begrijp, dan zijn er nog geen afspraken gemaakt met de hockeyclub. Dat is dus één van de open einden die hierin zitten. Ik begrijp dat een erfpacht moet worden afgekocht. Als er gespeeld moet gaan worden op de velden van de hockeyclub, dan zal de hockeyclub daar ook een vergoeding voor willen hebben. Dus dit is één van de punten die nog uitgewerkt kan worden. En dat kan zomaar een financiële tegenvaller zijn, omdat de makkers van de hockeyclub ook niet veel te makken hebben op dit moment. En in het kader van hakken in het zand, een veld 4 en een veld 5 liggen, waar je heel goed je hakken in het zand kan leggen op de hockeyclub. Ik vond de vraag over Laar & Berg, vond ik bijzonder intelligent van, ik zou zeggen, steek hem in uw zak, mijnheer Holshuijsen. Ja, dat zou ik doen.

Want ik begreep gewoon niet uit de stukken, wat zit er nu wel in dit plan rondom Laar & Berg en wat zit er nou niet in dit plan rondom Laar & Berg? Dus ik zou heel graag in hele duidelijke taal in het voorstel zien, wat doen we nou wel met Laar & Berg? En er waren wat gissingen bij mijn medecommissieleden, wat er wel en niet in zat. Maar ik zou heel graag willen weten, wat zit er nu wel in en wat zit er nu niet in? Een ander open eind is de bijdrage van de schoolbesturen. Wat gaan de schoolbesturen nu zelf bijdragen? Er staat in het stuk, staat er iets heel vaags, er staat, de schoolbesturen die gaan misschien iets bijdragen op basis van de business case. Geen idee wat die business case dan is, maar het is fijn dat ze wellicht wat gaan bijdragen. Maar ook daar zou ik graag meer concreetheid willen hebben over, wat gaan ze nu precies bijdragen? Dan staat er nog een slordigheid, op pagina 9 staat een zin, die is niet af. Meer dan zestig jaar in Laren is duurzaamheid en dan staat er niks. Dus Laren is duurzaamheid kennelijk. Dat is positief. En dan staat er ook nog, aangezien de scholen binnen Laren grootverbruikers zijn, en dat gaat dan denk ik over de energie, maakt dit een significant verschil. Wat is dat dan precies, een significant verschil? En hoeveel scheelt dat dan? Dat zou ik ook graag weten.

De heer Vreeburg van de hockeyclub gaf aan dat hij blij is dat er geen woningen komen op het veldje. Dat lijkt me ook ongewenst. Het lijkt me goed om op te nemen in de stukken dat er nu dan een schoolfunctie met dan kennelijk ook nog een sportfunctie daarnaast opkomt. Maar dat we ervoor kiezen om het dus niet een woonfunctie te laten zijn. Gewoon omdat we vinden als commissie, raad dat dit stuk niet geschikt is voor woonfunctie, omdat dan de hockeyclub en de bewoners continu met elkaar in de clinch liggen. Dan in het stuk zelf zijn de gymzalen wel in scope. In dit stuk van de adviseur staat dat de gymzalen niet in scope zijn. Dus wat is het nu? En waar wij ons dus eigenlijk heel veel zorgen over maken is de verdere uitwerking.

Hoe worden we daarin meegenomen? Hoe gaan we alle open einden die er nog in zitten, hoe gaan we die oplossen? Wat is de planning daarvoor? Hoe ziet dat programma, hoe ziet dat er dan uit? En het laatste, maar dat komt waarschijnlijk dan in de begroting, wat betekent dit voor onze andere uitgaven die we de komende jaren hebben? En aansluitend op de vragen van de VVD van de heer Merckx, wat betekent dit voor onze solvabiliteitspositie? En welke gevoeligheid ook heeft onze solvabiliteitspositie als het gaat om eventuele tegenvallers die er gezien alle open eindjes vast aankomen? Hoe gevoelig is onze solvabiliteit voor die tegenvallers in de komende jaren? Dat waren mijn vragen. Tot zover. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Graafsma, een vraag? Mevrouw Graafsma: Niet echt een vraag, maar ik sluit me graag aan bij Larens Behoud, VVD, Groen Laren. Elke vierkante meter die overblijft benutten voor betaalbare woningen en sociale huurwoningen. Daar maak ik me hard voor. Dank u wel.

18

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. Dan zijn we, last but not least, bij de heer Evert de Jong van Liberaal Laren, in deze eerste termijn. De heer De Jong: Ik heb nog even heel iets anders. Ik kom even terug op mijn eerste opmerking. Ik zou dus graag het alternatief zien als het nodig is, als het niet anders kan, om tussen de Klaas Bouthal en De Biezem en de Eemnesserweg om daar dan De Ploeg neer te zetten op het moment dat de andere plek om wat voor reden dan ook niet door zou kunnen gaan. Dat lijkt een goed alternatief. Dan kom ik nu op die afschrijvingstermijnen, want die worden nu heel ver in de toekomst, dat betekent dat de jaarlasten wel fors teruglopen, maar wil ik toch eens even een verhaal houden waarom we dat eigenlijk misschien helemaal niet zouden moeten doen. Het is misschien wat filosofisch, maar waar we nu mee bezig zijn, ik sta helemaal achter wat er nu ligt, laat ik dat vooropstellen, dat ik het daar helemaal mee eens ben zoals het nu ligt. Moeten wij alle scholen opknappen, hebben we het fantastisch met elkaar hier zo neergelegd en kunnen we ermee aan de slag, maar ik wil toch nog even een ander verhaal houden. Ik zeg al, regeren is vooruitzien. Maar wat doen wij? Dat doen we niet. Wij zijn het verleden aan het extrapoleren, want wij kijken helemaal niet naar de toekomst, heeft niemand gedaan.

Ik zeg niet dat ik het juist heb, maar ik wil gewoon even iets anders melden. A.I. en robots gaan onze maatschappij de komende paar jaar gigantisch veranderen. Dat betekent dat de productie alles geautomatiseerd gaat. Chinese autofabrieken zijn nu zo gerobotiseerd, dat kunnen wij in het westen al niet eens meer tegenop. Alleen weten we het niet, beseffen we het niet. A.I. gaat zorgen dat er heel veel banen gaan verdwijnen en dat betekent dat de ouders thuis komen te zitten. Die hebben een deel niets meer te doen. In ieder geval wel een heleboel nuttige dingen waarschijnlijk, maar niet meer een betaalde, goed betaalde baan. Notarissen verdwijnen, dat kan allemaal, wordt allemaal opgelost, dat komt allemaal uit A.I., dus er gaan heel veel zaken verdwijnen. En ja, zijn die scholen nog echt volledig nodig in de toekomst of gaan we naar een situatie dat leraren nog maar een halve week aan leerlingen besteden en dat de rest van het onderwijs via de computer met de ouders thuis samen met de ouders gebeuren? Sommige ouders zouden het misschien best op prijs stellen, zeker in een nieuwe situatie. En dat betekent dat misschien over tien, vijftien jaar de helft van de scholen misschien al overbodig geworden is. Dus dat betekent dat we dan echt geen functie daar meer voor hebben. Dus eigenlijk moeten we daar al rekening mee moeten houden.

De voorzitter: Even allemaal blijven luisteren, hebben we bij de anderen ook gedaan. De heer De Jong: Dus daar moeten we eigenlijk al rekening mee gaan houden. Misschien dat er hele andere dingen gebeuren. Maar ja, we kunnen dat nu niet vooruitzien. Maar zeker met de afschrijvingstermijn lijkt het me gewoon handig om die niet zo ver naar de toekomst te verschuiven, omdat dat misschien absoluut dan tot een financiële risico's op dat moment leidt voor de gemeente. En dat we de komende jaren beter die kosten zelf kunnen. Ik denk zelf dat ik daar over vijfentwintig jaar niet meer bij ben, maar ja, ik wil toch dat verhaal even houden om een heel ander gezichtspunt hier neer te leggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Dit was de eerste ronde. Dank voor jullie zeer uitgebreide en gedegen inbreng. Dan gaan wij overstappen naar de wethouder. Maar één van de fracties had het over de wethouders. Ik kan mij zo voorstellen dat eerst de heer De Groot de aftrap doet. Maar als er echt zaken zijn die aan de heer Van Midden komen, dan graag even een seintje aan mij, dan krijgt de heer Van Midden in tweede. Maar laten we niet te veel heen en weer gaan hoppen. Eventueel nog de heer Jan Peter Bakker. Maar laten we niet te veel heen en weer hoppen. Dus wat mij betreft, wethouder De Groot, komen we eerst bij u.

En als u denkt, er komen technische vragen vast, dan gaan we naar de heer Bakker overstappen. En mochten er dan nog politieke vragen zijn, dan gaan we dan naar de heer Van Midden. En als dan de heer Bakker nog 19

een keer bij moet springen, dan doen we het in die volgorde volgens mij. Want dan is het ook een beetje vol te houden. Ja? Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter, en dank voor de inbreng en ook dank voor de complimenten, zowel aan het college maar ook aan de werkgroep zoals die gegeven is. Ik denk volkomen terecht, de inzet van deze werkgroep mag geroemd worden en ook de creatieve ideeën waar ze mee gekomen worden. Dus ik ben zeer blij dat we dit op deze manier hebben kunnen verwerken in de stukken zoals ze voorliggen. Dat geeft ook meteen eigenlijk wel antwoord, omdat we het laatst natuurlijk een aantal dingen hebben toegevoegd, De Ploeg op dat veldje op de Eemnesserweg, dat we daar niet het volledige participatietraject hebben doorlopen zoals we dat bij andere zaken wel gedaan hebben. Dat had ook de heer Wichers Schreur door. Uiteraard doen we dat wel, dat hoef ik niet eens een toezegging te noemen, dat gaan we zeker doen. De heer Van Midden heeft al voor de eerste keer met betrokken partijen gesproken en daar gaan we zeker mee door om te zien of we vanuit een goed perspectief, een sportperspectief, een lichamelijke opvoedingsperspectief oplossingen kunnen verzinnen waar meerdere partijen zich goed in kunnen vinden.

Ik herinner me nog een presentatie van mevrouw Van Beusekom waarin ze aangaf dat meervoudig bewegen de beste manier is om oud te worden en ook te kunnen blijven door sporten. Ik denk dat we daar een goede basis kunnen leggen, juist op die locatie. Ik denk dat daar ook mee de sport en de sportverenigingen brede zin mee gediend zijn. De heer Merckx heeft een variëteit van vragen en opmerkingen gemaakt die ik zeer interessant vind. Ik denk dat ik aan de heer Rood laat om even die opmerking over mogelijkerwijs nog bouwlocatie, ik denk dat we eerst maar moeten gaan bouwen en dan kijken wat er mogelijk is. Hij is zeer ‘…’ om te kijken wat daar nog meer mogelijk is. We zien wel dat en bouwen, huizen bouwen en een project doen zoals we dat voor ogen hebben, een ingewikkelde zaak is. Maar als er grond overblijft dan is dat misschien een idee om nog eens een keer goed naar te kijken. Ik wijs er overigens wel op dat natuurlijk dit onderzoek eigenlijk plaats gevonden heeft en dat het beschouwd werd als zeer moeilijk. Maar wie weet, ik vind het wel dat we verplicht zijn om hier zo goed mogelijk naar te kijken. U vroeg ook naar de subsidies. DUMAVA is natuurlijk een belangrijke subsidie. In de uitwerking gaan we zeker ook kijken naar subsidies die we uit andere potjes kunnen krijgen. Maar de grootste hap zit toch wel degelijk in de DUMAVA-subsidie.

De rest is aanvullend en moet je ook steeds afwegen de tijd die je erin steekt ten opzichte van de opbrengsten, of dat consultantsuren waard is. Maar de heer Jan Peter Bakker gaf ook al aan dat daar zeker de bedoeling is om daar nog goed naar te kijken. Over dat totaalbedrag voor de ATC, voor de internationale school en het IHP kan de heer Van Midden straks nog wat meer over zeggen. Het is nu opgenomen dat we de afspraken nog niet definitief hebben gemaakt met Laar & Berg. We zijn ver in de besprekingen daarover. Als dat gebeurt, dan valt dat eruit en is het de bedoeling dat, zoals de heer Van den Haak aangeeft, dat er gefinancierd wordt naar rato van het aantal leerlingen. En dat betekent ook dat daarvoor inkomsten uit het gemeentefonds tegenover staan. Dat betekent dus dat we daar geen meerkosten in maken dan we ook vanuit het gemeentefonds ontvangen. Dat is de gedachte achter die deal. Er wordt nog gewerkt en dan wordt dat op een andere manier ook verwerkt in de manier waarop we dit gaan opstellen. En dat zal zeker in het rapportageritme, wat ongeveer denk ik wel zal gaan lopen, maar denk ik iets natuurlijker misschien in de fases die we nemen van de heer Lobregt, dat we daar ook zeer snel op terug willen komen en wellicht dat mijn collega daar nog wat meer over kan zeggen. Dan nog over het stuk grond.

Juist om deze deal zo te maken dat we daar financieel verder geen verplichtingen in hadden, was het goed om die grond te ruilen. We hebben daarbij bedacht dat een stuk grond wat volledig ons eigendom was, ook dus niet de juridische eigendom of de economische eigendom van de school, wat tegen de begraafplaats aan is, altijd minder waard is dan een stuk grond wat niet op het sportterrein ligt, zoals gesuggereerd werd, maar puur aan de Vredelaan ligt. Of aan dat zijpaadje van de Vredelaan, ik weet niet precies hoe het heet daar. In ieder geval, 20

dat stuk grond, daar is goed naar gekeken, ook door de notaris. Wij verwachten dat dat een opbrengst kan genereren. Dus recht van overpad daar is onderzocht door de notaris in Hilversum, dus daar is ook een rapportage van. Dus ik denk dat dat op zich een begrijpelijke en goede deal is en dat dat opbrengsten kan genereren. Als dat onverhoopt niet doorgaat, heeft dat geen effecten op onze begroting. We hebben dit soort voordelen voor De Ploeg, eventueel De Scheper, dit stuk van Laar & Berg hebben we buiten de begroting gehouden. Om te proberen juist de financiële behoefte zo goed mogelijk neer te zetten en dan meevallers later te goed te laten komen van datgene wat we investeren in de scholen. Speelplaatsen, dat is denk ik typisch een vraag voor de heer Van Midden. En de afschrijvingstermijn denk ik ook. Mevrouw Van Dorst, over de leerlingenprognose. Misschien dat de heer Jan Peter Bakker daar nog wat over kan zeggen. Ik denk dat we inderdaad met haar blij zijn dat we gaan investeren in nieuwe generaties. Mijnheer Loeff, u stelde ook nog een aantal vragen over de risicoparagraaf. Typisch een domein van mijn collega hier. En ook de heer Jan Peter Bakker heeft daaraan gewerkt. Dan de vraag over een warmtepomp vervangen. Dat is een klassieke discussie altijd tussen scholen en de gemeenten.

Maar wij staan op het standpunt dat als wij daar eenmaal in geïnvesteerd hebben, in het grote geheel, dat vervanging voor de scholen is. College De Brink, De Scheper, de complimenten college De Brink zijn terecht. En ook dat we De Scheper mogelijkerwijs ter beschikking krijgen en eventueel is daar een locatie voor tijdelijke huisvesting, indien nodig. Dat is mooi. Dat is ook een mooie opbrengst van het werk van de werkgroep. En uw wens met betrekking tot de sociale woningbouw is heel begrijpelijk. We zullen dat wel moeten kijken in de totale context van die plannen. Maar die gaan ongetwijfeld langs de raad komen. En daarin zult u de mogelijkheid hebben om te zien of uw wens daar voldoende mate daarmee is ingevuld. Even kijken, het nieuwbouwvoorstel. Ik heb er iets over gezegd, het nieuwbouwvoorstel om de internationale school meer een eigen school te laten zijn en ook iets van eigen identiteit te geven en daarbij ook een volwaardige school te laten zijn, vinden wij een terechte wens. Internationale school, we hebben veel expats in de regio wonen, ook in Laren, in Blaricum en verdere omgeving. Ik denk dat we daar blij mee mogen zijn, dat is onderdeel van het investeringsklimaat dat we hier hebben en waar we ook de nodige van in Laren hebben wonen.

Ik heb al aangegeven dat voor elke leerling die daar komt, ongeacht waar ze vandaan komen, wij een vergoeding krijgen en dat dat precies datgene is wat wij aan Laar & Berg gaan vergoeden. Dus dat is eigenlijk wel een mooi element uit de wet dat je een vrije schoolkeuze hebt en dat dus niet de ene gemeente de klos is omdat veel mensen van de ene gemeente naar de andere gemeente gaan, maar dat ze daarvoor gecompenseerd worden. Daar is goed over nagedacht. De wintertuin is een lastig dossier. Ik denk dat daar bouwkundig, ik denk dat er in het verleden dingen niet helemaal goed zijn gegaan om zoiets daar neer te zetten. Wat misschien inderdaad een goed basketbalveldje is, maar wel ook dure schoolgrond is. Wij willen zien of wij een aantal voorzieningen die horen bij een school van dat formaat in die wintertuin te realiseren, waarbij we nog nadere afspraken met Laar & Berg willen maken. Groen Laren. We konden inderdaad niet van een ‘…’ een white sheet of een blank, wit, blank blaadje konden beginnen intekenen. We hebben te maken met historie. Aan de ene kant, zoals mevrouw Van Dorst aangeeft is dat ook uitstekend. We hebben daardoor prachtige monumentale karaktervolle gebouwen die ook wat weergeven. Mevrouw Rooijendijk heeft daar een prachtig betoog over gehouden. Maar dat betekent wel dat je misschien ook niet het aller optimum, het meest optimale zou kunnen realiseren.

Maar ik vind wel dat ook u in de werkgroep meegewerkt heeft aan een opbrengt die we denk ik zo optimaal mogelijk kunnen zien. Ik heb de heer Wichers Schreur al eigenlijk geantwoord over de participatie en waarom dat voor met betrekking tot de verhuizing van De Ploeg pas later op gang is gekomen. Dat gaan we hard inhalen. De heer Lobregt, van harte welkom, als u beren in het bos of wolven in de weg of dat soort dingen wilt zien, dan daar hebben we in het college genoeg van. Misschien ziet u er ook wel een paar nu. We zullen kijken of we er een paar kunnen schieten in ieder geval. Ik moet wel zeggen, de meeste vragen zijn inderdaad meer op het gebied van de heer 21

Van Midden. Ik heb wel al iets gezegd over de consultatie, er komt een planning. Ik denk dat daar ook een rapportagecyclus moet komen en dat we met het presidium moeten kijken hoe we zo goed mogelijk op goede momenten u kunnen rapporteren. En ik denk dat dat zodanig moet zijn dat u kort op de balk kunt zitten en de ontwikkeling kunt blijven volgen. En ook op die manier ook het zien hoe de risico's verlopen en als het goed is ook aflopen. Er staat een algemene opmerking over dat we een aantal grootgebruikers van energie, we kunnen wel zeggen dat die scholen dat zijn. Als je kijkt naar het duurzaamheidsbeleid, waar ik toevallig ook verantwoordelijk voor ben, dat we aan de ene kant proberen massa is kassa, heel veel woningen een slag vooruit te brengen. En een aantal grootgebruikers, zoals het zwembad, naar een meer duurzame oplossing te brengen. En dat gebeurt natuurlijk nu, relatief gezien zijn die scholen echt grootgebruikers in Laren. En als die bijna energieneutraal zijn en van het gas af, leveren ze een grote bijdrage aan ons duurzaamheidsprogramma. Hoeveel precies kuub en hoeveel CO2, dat kunt u van me tegoed houden. Ik kan er op dit moment ook geen concreet antwoord op geven, maar ik denk dat het evident is dat we er een grote vooruitgang mee boeken op Larense schaal als we dit goed oplossen. Zorgen over het uitwerken van de open enden. U heeft er een aantal genoemd.

Een deel zijn dat ook, omdat dit natuurlijk ook een nadere uitwerking krijgt in de verdere uitwerking van de plannen. Maar ik vind wel dat we goed moeten kijken op welke manier we u tegemoet kunnen komen om op de punten waar u nog wat verduidelijking wil om in te geven. De solvabiliteitsvragen liggen uiteraard bij mijn collega Van Midden. En als het mag naar de heer De Jong, ik weet niet of uw verhaal utopisch of dystopisch was, maar in ieder geval, het intergenerationele denken, dat beoefent u tot op grote hoogte. Ik denk uiteindelijk, de vraag van afschrijvingstermijn is inderdaad een beleidskeuze. En ik denk dat we goede argument hebben om het zo te doen. Voor de tijd die wij vooruit kunnen kijken is dit denk ik een reëel scenario. We hebben in ieder geval één geluk, op het moment dat die scholen niet meer gebruikt worden als school, dan valt de grond, behalve een paar uitzonderingen zoals De Binckhorst, vallen gewoon terug naar de gemeente en kunnen uw opvolgers, al dan niet met behulp van AI, daar fantastische nieuwe bestemmingen voor krijgen. Ik denk dat ik de meeste vragen gehad heb, behalve behoudens degenen die u tegoed heeft van deze beide heren. De heer Lobregt: Ik had nog een vraag over de spreiding van de leerlingen, daar had ik nog geen antwoord op gehad. De voorzitter: Ik wilde, ik ga nog even naar de andere commissieleden.

Even goed luisteren, heeft de heer De Groot misschien nog iets gemist wat u alsnog wilt aanvragen? Ik begrijp dat de heer Lobregt van het CDA dat in ieder geval wil doen. Maar zijn er nog anderen die naar aanleiding… De heer Merckx heeft nog een aanvullende vraag. We krijgen nog een tweede termijn. Dit gaat echt even om de beantwoording die nu gegeven is. Mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Ik had een vraag over de spreiding van de leerlingen die ik graag op zou, daar hadden we over gesproken met de werkgroep en daar kunt u vast even op reageren. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Graag. Het is wel mooi als dat nog in eerste termijn kan meegenomen worden. We hebben met de scholen dit besproken en nadrukkelijk ook afgesproken dat wij niet voor de situatie willen komen dat wij scholen hebben die straks niet meer aan de bestaansnormen voldoen en anderen die uit hun jasje groeien zodat er op alle mogelijkheden manieren, of alle leerlingen heen en weer moeten gaan vanwege claims van de ene school op de andere school, met grote gevolgen voor het karakter van de scholen, et cetera. Zij hebben 22

verklaard bereid te zijn om daar afspraken over te maken. Ik denk dat het de meest eenvoudige afspraak is om te zeggen van, scholen spreek af om niet meer leerlingen aan te nemen dan passen in het jasje wat ze via dit Integraal Huisvestingsplan hebben gekregen. Dan hebben we ook niet elk jaar een ingewikkelde ronde om dat allemaal af te tikken. Met uw instemming zou ik dat graag ook met de scholen zo willen afspreken. Misschien is het mogelijk om dat zelfs te doen voordat het in de raad is om daar een convenantje voor in elkaar te zetten. De voorzitter: Dit is een beantwoording. Ik kijk nog heel even rond. Ik kijk ook even naar de wethouder, want we hebben de heer Jan Peter Bakker naast u zitten. Heeft u in de beantwoording van uw deel nog iets dat de heer Bakker nog moet aanvullen? Ik kijk ook even naar de heer Bakker zelf. Misschien denkt hij van, ik moet nog iets noemen. Nee? Nee, het hoeft niet per se. Ik wil alleen in deze ingewikkelde materie niet dat we zo meteen denken van, we zijn iets kwijtgeraakt. Ik zie ook niemand van de commissie reageren. Dan gaan we nu naar de politieke beantwoording in de eerste termijn van de andere vragen door de heer Van Midden. En dat doen we dan wat mij betreft op dezelfde manier. Laat hem rustig alles beantwoorden. Dan krijgt u daarna nog van mij de vraag of hij nog iets vergeten is.

De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Zo politiek zijn die vragen volgens mij niet die voor mij gesteld zijn. Dat zijn vooral financieel technische vragen, als ik dat goed begrepen heb. Ik zal zoveel mogelijk proberen te beantwoorden en de vragen eruit pakken. De vraagstellers moet mij even helpen als ik misschien wat vragen vergeet in de tussentijd. Dus schroom niet om even wat te roepen. Als ik kijk naar de vraag van de heer Merckx, die gaat met name rond de afschrijvingstermijnen. Hij vraagt wat de gevolgen zijn als wij niet de afschrijvingstermijn verlengen van veertig naar vijftig jaar voor nieuwbouw en van vijfentwintig naar veertig voor renovatie. Ik kan goed hoofdrekenen, maar ik kan niet heel snel uitrekenen wat he effect is op de kapitaallasten en de balans. Ik kan u wel meegeven dat we gewoon keurig lineair afschrijven met een rekenrente, met een rente van 2 procent. Dus als u die twee gebruikt, dan kunt u die snel zelf ook uitrekenen. Wat de uiteindelijke effecten zijn van deze investeringen op de solvabiliteit, dat is ook een vraag die de heer Lobregt stelde. Daarvoor verwijs ik naar de begroting van 2025. Daar zien we voor het eerst de investeringen in het onderwijs terugkomen. En dan zien we dat we voor ’25-‘26 nog een keurige solvabiliteit hebben van 26 procent. En in 2028, na die investeringen, is die gehalveerd naar zo'n 12, 13 procent.

Dus de impact op de solvabiliteit is fors. Dat heb ik al een keer eerder aangekondigd. De vraag die op een gegeven moment ontstaat, ook in de discussie met de raad, is tot welk niveau willen we uiteindelijk die solvabiliteit laten dalen om ervoor te zorgen dat we dit soort investeringen kunnen doen. En dat is gewoon een relevante discussie wat mij betreft. Ik wil u wel meegeven, toen ik net aantrad als wethouder, een aantal jaren geleden, zat de solvabiliteit volgens mij onder de 10 procent. Dus in die zin doen we het nog steeds goed. En de toezichthouder, de provincie, daar heb ik het ook mee besproken. En die zegt van, wij kijken ook, niet alleen sec naar die solvabiliteitscijfers of überhaupt naar je kengetallen, maar we kijken ook in welke mate je in staat bent je maatschappelijk opdracht in te vullen. En dit is denk ik een hele belangrijke maatschappelijke opdracht die we op deze manier invullen. En dat mag ook als het gaat om druk op de solvabiliteit, wat mij betreft wat kosten. Maar uiteindelijk is dat aan u als raad. Dan de vraag van Larens Behoud, de heer Loeff over de risicoparagraaf. Dit is één van de grootste risico's. En daar zitten verschillende risico's in besloten. Het risico dat vraag en aanbod gewoon heel sterk uit elkaar gaan lopen. Als we kijken naar de ontwikkeling in de markt, de vraag of je überhaupt aanbieders weet te vinden.

De aannemers die uiteindelijk het werk gaan doen en dat soort zaken. Het projectmanagement vereist natuurlijk ook wat aandacht, want je gaat in feite, ik noem het steeds een aantal boten in het water gooien die op een gelijke afstand van elkaar moeten blijven varen en dan 23

moet je ook stevig projectmanagement op zetten om ervoor te zorgen dat het ook daadwerkelijk gebeurt, geen vertragingen ontstaan en daar waar de vertragingen ontstaan je uiteindelijk tijdig kan handelen. Dat projectmanagement gaan we invullen met een zware projectleider waar we ook budget voor hebben aangevraagd of hebben we inmiddels al gekregen vorig jaar. Voor wat betreft het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, mevrouw Rooijendijk die verwees er al heel even naar, we zijn naar Amsterdam geweest, we zijn natuurlijk niet de enige gemeente die hiermee zit en Amsterdam heeft een concept bedacht waarbij ze uiteindelijk dit soort aanbestedingen, scholen en in eerste instantie nu voor nieuwbouw consortiumsgewijs doen. Ze hebben dus een soort gesloten systeem waarbinnen ze vraag en aanbod bij elkaar gebracht hebben en uiteindelijk met een aantal vaste leveranciers zo'n traject kunnen gaan lopen. Dus dat betekent dat je niet steeds per school weer opnieuw moet gaan aanbesteden, weer opnieuw er uitvoerders bij moet zoeken. Maar dat je binnen dat consortiumverband uiteindelijk dat hele traject kan gaan lopen. Dat is iets wat wij aan het onderzoeken zijn. Gevoelsmatig denk ik dat het ons heel erg zou helpen. Het nadeel is wel dat het op dit moment alleen voor nieuwbouw is. Dus in eerste instantie zal alleen De Ploeg zich daarvoor lenen.

Maar we horen ook van Amsterdam dat ze zeggen, ook in Amsterdam zijn niet alle scholen nieuwbouw. Er zijn ook bestaande scholen, zeventiger jaren scholen, die wij uiteindelijk ook moeten gaan aanpakken. Waarbij ze ook onderzoeken het op een dergelijke manier te doen. En ik hoop dat we uiteindelijk op die manier het kunnen gaan managen. Maar het is wel iets wat we nog verder goed moeten onderzoeken. Ik hoop dat ik het op die manier goed omschreven heb, mevrouw Rooijendijk. Maar het is een terechte zorg en daar moeten we echt goed op gaan managen. Voor wat betreft, even kijken, heb ik dan de financiële vragen van Larens Behoud behandeld? Ja. Dan hebben we het CDA. De off balance financiering, goede vraag. We hebben dat in het begin ook besproken, dat we verschillende opties hadden. Klassiek financieren, om het zo maar te zeggen, is gewoon uiteindelijk de gemeente die leningen aantrekt en uiteindelijk ook in zijn balans en winst- en verliesrekening heeft, dan wel off balance. In dat kader hebben we gesproken met de Stichting Maatschappelijk Vastgoed, die dit soort dingen doet. Het grote nadeel is dat je daarmee de eigendom van alle scholen moet overdragen aan die Stichting Maatschappelijk Vastgoed. En dat leek ons niet haalbaar, zeker in de situatie van De Binckhorst.

Wij hadden de overtuiging dat De Binckhorst niet de eigendom over zou willen dragen aan de Stichting Maatschappelijk Vastgoed. Dus uiteindelijk hebben we dit als oplossing laten varen en gaan we toch wat meer over naar de klassieke vorm. Hij is ook heel klassiek. We hebben met de Bank Nederlandse Gemeenten ook gesproken van, kunnen wij eventuele volumedeals maken, zoals we wat afnemen. Een soort volumekorting. Dat niet. Zij financieren gewoon per school. En wat ik al zei, voor de financiering hebben we op dit moment rekening gehouden met een rente van 2 procent. De omslagrente op dit moment op onze leningportefeuille is 1,5% procent. Dus in die zin heb ik ook nog iets marge ingebouwd. De vraag die de heer Lobregt stelde over het verlengen van afschrijvingstermijnen en het akkoord van de accountant. Dat is een hele goede vraag. Ik weet niet op dit moment of we al een expliciet akkoord hebben van de accountant. Ik weet wel dat we op dit moment bezig zijn met de nieuwe financiële verordening. Die komt deze maand ook in de commissie Maatschappij en Financiën en uiteindelijk eind van de maand op de raad. In de raadsvergadering. Dat is een nieuwe financiële verordening waarin we ook voorstellen deze afschrijvingstermijnen te verlengen. Dus voor nieuwbouw van veertig naar vijftig, renovatie van vijfentwintig naar veertig. Dat gaan we voor alle vier de entiteiten doen.

Dus voor de BEL-organisatie, zowel voor Blaricum, Eemnes als voor Laren. En er zit gewoon een hele logische redenatie achter. We zien dat schoolgebouwen, in ieder geval de schoolgebouwen zoals we ze oorspronkelijk neergezet hebben, al gauw zestig jaar meegaan. Dus wij vonden een verlenging van die af afschrijvingstermijn naar vijftig jaar voor nieuwbouw en voor renovatie naar veertig vonden we zeer reëel. Dus dat voorstel komt in de raad. Geldt voor alle vier de bedrijfsonderdelen. En ik check en ik spreek donderdag, dus morgen al, mijn andere portefeuillehouders van mijn collega-gemeenten. Ik zal even vragen of we daar 24

een expliciet akkoord van de accountant op hebben, dan wel ook nodig hebben om dit te doen. Dan heb ik volgens mij de belangrijkste financiële vragen gehad. Als ik het zo heb, tenzij, mijnheer de voorzitter, één van de vraagstellers roept dat ik nog iets vergeten ben. De voorzitter: Dat wilde ik eigenlijk even doen. Even een rondje kijken. Ik zie de heer Merckx nog even een signaal geven. U heeft nog een vraag openstaan? De heer Merckx: Ja, er staat nog een vraag open over het effect van honderd leerlingen meer of minder zoals in de risicoparagraaf is beschreven, waar honderd leerlingen meer anderhalf miljoen kosten, honderd leerlingen minder dan ook anderhalf miljoen opleveren, is dan de vraag. De voorzitter: Vraag meegekregen, wethouder? De heer Van Midden: Ja, ik heb het vaak meegekregen, maar dat heeft dan alles te maken met de bijdrage die we van het Rijk dan wel of niet zullen krijgen. Maar ik kijk even de heer Bakker aan. De voorzitter: Dan zou ik even de microfoon uitzetten. De heer Bakker gaat u een antwoord geven, mijnheer Merckx. De heer Bakker: Ik hoop dat het een antwoord is op uw vraag. In principe, als er minder leerlingen ingeschreven staan primair onderwijs, dan heeft dat effect op de inkomsten van de gemeente. Overigens ook voor voortgezet onderwijs, als die ingeschreven staan op scholen in deze gemeente.

Maar misschien is de risico zo geschreven dat als er honderd leerlingen dus bijkomen, dat er ook voor honderd leerlingen extra bijgebouwd moet worden. En het is niet zo dat als er honderd leerlingen minder zijn, dat dat automatisch betekent dat we minder gebouw gaan realiseren. Want we kijken naar een prognose voor de langere termijn. De voorzitter: Is dat voldoende antwoord op uw vragen? Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Dank u wel, mijnheer Bakker. De voorzitter: Een verduidelijkende vraag. De heer Merckx: Ja, ik denk dat we toch even terug moeten naar de wethouder hier, want er zal toch, denk ik, wel iets meer helderheid moeten komen over wat nou die risicoparagraaf nou precies inhoudt. Want op dit moment, ter indicatie, honderd leerlingen extra leidt tot meer kosten van circa anderhalf miljoen euro. Dus het is lastig dan om in te schatten wat onze risico's zijn. Dus het is, denk ik, verstandig om dit een verdere verheldering te geven. Dank u wel. De voorzitter: Maar daarbij stelt u dat u liever een politiek antwoord heeft, want u zegt, de wethouder moet het antwoord geven. De heer Lobregt: Mijnheer de voorzitter, mag ik een voorstel van orde doen? Er zijn heel veel, tenminste bij mij en ook, naar ik merk, bij mijn collega Merckx van de VVD, nog heel veel vragen over de hele financiering en hoe we nu eigenlijk gekomen zijn tot dat bedrag van die 34,74 miljoen.

Daar zit een enorme bandbreedte zit daar volgens mij omheen. Daar kunnen we nu niet in alle transparantie over praten, omdat dat in het geheime stuk, wat ik overigens op uw aanraden heb ingezien afgelopen dinsdag, ik heb zelfs een kopje koffie van de 25

griffier gekregen, wordt het bij de griffie. Maar ik stel voor dat we eigenlijk nog een aparte sessie besloten houden met elkaar, waarin we die hele financiële paragraaf en onderbouwing, inclusief alle risico's, bijvoorbeeld de onderhandelingen met de hockeyclub, wat is er nu precies afgesproken met Laar & Berg et cetera, et cetera, dat we dat in beslotenheid met elkaar wel even gaan bespreken, zodat we dat inzicht hebben met elkaar. Want dat ontbreekt bij mij nu, met alle open einden die er zijn, totaal. De voorzitter: Ja, maar dan ga ik even terug naar de, dank u wel voor uw interruptie. Ik heb zojuist wel de wethouder één toezegging horen doen en die ga ik even herhalen om te controleren of ik die goed heb beluisterd. En dat is dat u nagaat of er met de accountant wel of niet al een afspraak gemaakt is over de afschrijvingstermijn ophogen of verlengen, zo u wilt. Dat mag ik wel als een toezegging, denk ik, dat u dat wel gaat doen? Mevrouw de griffier. Ik heb verder niet echt heel keiharde andere toezeggingen gehoord? En dan zijn we eigenlijk, wat mij betreft, als er geen andere vragen zijn naar aanleiding van termijn één. U heeft nog steeds een vraag nog weer naar aanleiding van termijn één? Oké, die is net opgeplopt. Mevrouw van Dorst heeft nog een aanvullende vraag. We krijgen nog een termijn twee. Nee, maar als het echt nog een vraag is, dan moet u hem gewoon nu doen.

Want anders houden we het zo meteen niet vol in de tweede termijn. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Vind ik altijd zo lastig, eerste en tweede termijn. Nou ben ik even mijn kluts kwijt. Verdikkie. De voorzitter: We gaan het anders doen, de heer Holshuijsen steekt de hand op. Weet u het inmiddels? We gaan even naar de fractie van Larens Behoud. De heer Holshuijsen heeft ook naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder van termijn één nog een verduidelijkende vraag. Of een vraag die open staat. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Eigenlijk staan al mijn vragen open. Ik heb de wethouder een boel horen zeggen, maar geen antwoord gekregen op mijn vragen. Mijn eerste vraag was, het college wil nieuwbouw bij Laar & Berg faciliteren. En ik heb gevraagd, waarom die groei faciliteren? De wethouder heeft gezegd, eigen identiteit voor de internationale school. Dat begrijp ik, maar dat is niet de groei die wordt gefaciliteerd van de internationale school. En de wethouder zegt, ook leerlingen uit Laren. Dat vind ik dan knap, want de heer Van den Haak heeft nou juist gezegd, dat heb ik niet paraat. En onze wethouder meent dat dus wel paraat te hebben. De voorzitter: Mag ik een suggestie doen? Gewoon even naar de vragen die u gewoon concreet nog even te herhalen. Want dat u die niet beantwoord heeft gekregen is helder.

Ik zou even heel concreet, welke vragen, want dan kan de wethouder daar heel puntig op antwoorden, of niet. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Mijnheer de wethouder, het college wil groei van de internationale school faciliteren. Waarom? Twee, is dat afgestemd met de omwonenden? Is daar contact over geweest? Is er iets van inspraak geweest? Drie, het sportveld. U zegt, het is geen sportveld, maar als ik in bijlage 4 kijk onder het kopje grondruil, dan worden er twee percelen genoemd. 1127, dat is een bosperceel. En 1279, en daar staat toch echt achter, sportveld. U zegt, het is geen sportveld, dus het is mij niet helemaal duidelijk of ik het niet begrijp. En dan ten slotte van de wintertuin. U zegt, dat is een lastig verhaal, daarom vraag ik het. Wie heeft die wintertuin dan gerealiseerd? U zegt, we willen daar een andere bestemming aan geven. Ja, dat is leuk dat u dat wilt, maar wat wil de raad? En waarom moet de gemeente Laren dan voor die nieuwe bestemming opdraaien? Ik hoop dat het voldoende duidelijk is, voorzitter. 26

De voorzitter: U heeft de suggestie. Vier puntige vragen. Ik kom zo meteen nog bij u terug. We gaan nog even terug naar de heer De Groot die dan op deze vier vragen van de fractie van Larens Behoud een antwoord gaat geven. De heer De Groot: Even over die groei, om een volwaardige opleiding te kunnen realiseren, heeft Laar & Berg ons gevraagd om dit mogelijk te maken. Wij vonden geen aanleiding om daar, we hadden geen moeite met deze aanvraag. Temeer omdat de financiering daarvan, zij het zelf financieren en wij alleen maar betalen naar rato van het aantal leerlingen wat daar komt. En daarvoor krijgen wij één op één een vergoeding vanuit het Rijk. Dus het leek ons op zich een goede ontwikkeling. Er heeft zeker uitgebreide participatie plaatsgevonden over die nieuwbouw in de buurt. Dus, zover ik weet is over die nieuwbouw, en anders moet u dat aan de heer Van den Haak… De voorzitter: Even gewoon de heer Holshuijsen beantwoorden. De heer De Groot: Oké. De heer Merckx die is omwonende, die zegt dat hij dat niet weet, maar volgens mij is er in ieder geval over de plannen met de direct aanwonenden is er gesproken. En tot hoever die cirkel gaat, daar durf ik u nu op dit moment niets over te zeggen. De voorzitter: Even nog luisteren naar de beantwoording van de vragen. De heer De Groot: Drie, dat ging over de ruil van het bosperceel.

Dat bosperceel is datgene wat we geruild wilden hebben. Dat andere is een soort, we hebben gezegd, oké, we ruilen een stuk grond. Dat is niet allemaal één op één. Mocht Laar & Berg de schoolbestemming verliezen, dan vervalt ook het economische recht daarop en dan kunnen wij dat hergebruiken. Dat is de gedachte erachter. Dus we hebben absoluut niet de intentie om daarop te gaan bouwen. We hebben absoluut de intentie niet om daar de schoolbestemming af te halen. Dat lijkt ons absoluut ongewenst. Maar mocht Laar & Berg ooit dat stuk gaan verlaten, dan is dat wel een stuk wat wij ter beschikking kunnen hebben voor wat uw raad dan op dat moment ook moge wensen. De voorzitter: Dat waren de beantwoording van de vragen. De wintertuin. De heer De Groot: De wintertuin is eigenlijk een soort half gebouw wat nog niet afgerond is. Laar & Berg heeft een wens en ook het recht om daar, die ruimte te gebruiken als kantoorruimte of misschien wel zelfs lesruimte. En dat betekent dan ook dat we willen inzetten om die ruimte wel degelijk te gebruiken. Als het goed is, dan moeten we de schil rondom die gebouwen vernieuwen en dan lijkt me een goede gedachte dat we dan ook die wintertuin meenemen en een heleboel functionele ruimte winnen die we op dat moment eigenlijk niet of nauwelijks gebruiken. Dat is wat erachter zit.

De voorzitter: Dat heeft, mijnheer Holshuijsen, heeft de wethouder een antwoord gegeven? De heer Holshuijsen: Ja, zeker. Op sommige dingen kom ik ook in de tweede termijn terug. Ik wil geen vals spel spelen. Maar wat ik niet begrijp, is bij die grondruil, daar staat, het schoolbestuur doet afstand van het juridische eigendom van het bosperceel. Dat is de eerste bullet. En de tweede bullet is, doet afstand van haar volledige eigendom van het sportveld. Zodat de gemeente economisch claimrecht verkrijgt. Dus dan gaat het toch om het sportveld? Dat begrijp ik niet goed.

27

De voorzitter: We gaan nog een poging doen of deze vraag beantwoord is. Daarna ga ik naar mevrouw Van Dorst. En dan gaan we de eerste termijn sluiten, want dan komt de rest maar in de tweede termijn. Tenzij de heer Merckx nog iets wil. Maar we gaan nu even nog luisteren naar de laatste vraag van de heer Holshuijsen. Wethouder. De heer De Groot: Die wintertuin telt dus ook mee in de vierkante meters waar Laar & Berg een claim op kan kunnen hebben. Dat betekent dus dat we op zich goedkoop daar die extra vierkante meters kunnen realiseren in die wintertuin. Dat is de gedachte erachter. Die sportruimte is onderdeel van de ruil, maar dat laat onverlet dat we alleen het bosperceel gaan inzetten om, waar mogelijk, woningbouw neer te zetten en eventueel geld te realiseren. Dat is de gedachte die erachter zit. De voorzitter: U zult het voor nu even met dit antwoord moeten doen, mijnheer Holshuijsen. Dan kom ik bij mevrouw Van Dorst van D66. Die was zojuist al aan het woord, maar die was even de vraag kwijt. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ja, die was alle briefjes en alle aantekeningen eventjes door elkaar gegooid. Maar waar het mij om ging, dat is wat wij best belangrijk vinden, dat is die leerlingenspreiding. De wethouder zegt, we hebben daar mondelinge afspraken over. Ik vind dat een beetje vaag.

Zouden we dat op een of andere manier niet ook schriftelijk na uw mondelinge afspraken kunnen tegemoetzien? Want ik vind het wel belangrijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer de wethouder. De heer De Groot: Ja, dat wil ik graag. Ik hoop dan ook graag een bevestiging dat de systematiek om te zeggen van, de scholen streven geen groei na die verder gaat dan nu hun toegemeten ruimte, dat dat de systematiek is die u kunt onderschrijven, dan kunnen we dat als zodanig met ze afspreken. De voorzitter: Nou is het even lastig, want dit kan een toezegging aan u zijn, maar dit is natuurlijk nog niet in de hele behandeling meegenomen. Ja, een toezegging, ziet iedereen dit als een, want er werd ook een voorwaarde aan gesteld. Helder. Oké. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Het was heel helder en ik ben heel blij met het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Goed zo. De heer Merckx stak net ook nog zijn hand omhoog. Heeft dit nog echt betrekking op de eerste termijn? De heer Merckx: Ja eigenlijk wel, voorzitter, en met name doordat de heer Holshuijsen de vraag ook stelde over die velden en ik heb aangegeven dat ik wellicht kadastraal niet helemaal onderlegd ben. Maar ik heb hier twee websites openstaan en daaruit blijkt dat het nummer 1280 en het huidige perceel 1279 die zijn helaas niet te identificeren.

Want de sportvelden liggen op 1341, 1342 en 1343 en daaronder ligt of daarnaast ligt dan het bosperceel 1127 en de begrafenis is voor een deel 1192, het grote schoolterrein is 1348 en dan hebben we nog 1278. Dus die anderen zijn niet te identificeren. Dus ik ben heel benieuwd over welke percelen het hier gaat. Dat was mijn vraag in de eerste termijn.

28

De voorzitter: Terecht scherpt u het nog even aan. Ik kijk wel even naar de wethouder of dit nu richting een toezegging gaat om aanvullend dat te duiden of dat u zegt, want ik heb maar zo het vermoeden dat we hier niet meteen een antwoord op krijgen. Maar wethouder, aan u is het woord. De heer De Groot: Niet op dat detailniveau, maar het antwoord is natuurlijk dat op het moment dat je gaat splitsen, je kadastraal opnieuw die grenzen gaat vastleggen. Ik denk dat dat de meest simpele methode is om te zorgen dat we dit opnieuw gaan doen, dat we proberen grenzen die ooit in, weet ik wat, 1905 zijn vastgelegd. De voorzitter: Dit is uw antwoord, maar ik zie de heer Merckx wil een interruptie plegen. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Als dat allemaal nieuwe stukken zijn, dan denk ik dat het wel net zo netjes is om dat even aan de raad mee te geven en ons te laten zien wat zich waar bevindt, zeker ook gezien de vragen die de heer Holshuijsen heeft gesteld over welke eigendommen, welke economische waarden, et cetera, dit betekent. Dank u wel. De voorzitter: Ik zou, ik kijk even, wethouder, ik ga u proberen een toezegging te ontlokken om toch even misschien in een korte aanvulling exact aan de stukken toe te voegen over welke percelen we het nu hebben, dat daar geen discussie over is.

De heer De Groot: Ik ga proberen dat zo concreet mogelijk te doen en waar dat technisch op dit moment onmogelijk is om die perceelgrenzen, dan zal dat door een nieuwe kadastrale grens worden neergezet waarbij onze hoofddoelstelling is dat bosperceel wat u beschrijft te gaan gebruiken en dat andere is een soort onderpand van, mocht er ooit iets gebeuren dat we dan aansluitend op dat stuk grond ook de beschikking hebben over een ander stuk grond. Dat is de gedachte daar. De voorzitter: Ik zie een instemmend geknik. Dit was dan nog een keer de eerste termijn. En dan gaan we naar de tweede termijn. Opnieuw de commissie. Probeer het scherp te houden dat we niet meer terugkijken naar de eerste termijn, maar echt nog een goede ronde tweede termijn doen. Want daarna komt nog een keer de wethouder. En daarna komt u nog een keer als inspreker. En dan hoop ik nog steeds dat we een beetje bijtijds klaar zijn. Straks bij de eerste termijn hebben we meteen de heer Merckx van de VVD het woord gegeven. Maar ik denk, we gaan eens naar de andere kant kijken en ik ga de heer Loeff als eerste nog voor de tweede termijn het woord geven. De heer Loeff: Voorzitter, dank u wel. Ik heb met belangstelling geluisterd naar de overige vragen en ook de antwoorden van het college.

Ik kom toch nog een keer terug op die financiële risicoparagraaf met de thans gesignaleerde risico's en hoe daarmee wordt omgegaan. En ik moet eerlijk zeggen, ik snap de beantwoording van de wethouder van, we gaan het goed doen, we gaan het strak doen, we komen naar de raad, we gaan met het presidium afspreken hoe vaak. Maar ik zou daar eigenlijk wat scherpere lijnen in willen zien, omdat het risico ook groot is en omdat de onzekerheden ook groot zijn. En dan heb ik het niet alleen maar over bouwkosten, dan heb ik het ook over planologische kosten. U gaat nog een consortium onderzoeken. U wil in 2025 al starten met het een en ander. De scholen hebben haast. Personeel is lastig te krijgen. Dus ja, ik heb toch wel twijfels naar aanleiding van de beantwoording over hoe u dat gaat doen. Ik ben daar nog niet op gerustgesteld. En ik vraag het ook een beetje aan de collega’s van, hoe denken wij met elkaar? Want ik denk dat we als raad hier ook een verantwoordelijkheid in hebben. U geeft ons een risico aan, maar wij willen dat 29

risico ook heel graag goed kunnen managen, zodat we niet uiteindelijk bij een Rekenkamercommissie komen die zegt van, u zag het staan in deze paragraaf, maar vervolgens is het misgegaan. U had vragen kunnen stellen. Ik wil nu met u nadenken over een concrete afspraak hoe we die risico's beter dan dit A4'tje met die twee regeltjes kunnen managen. Hoe gaan we dat doen? Daar graag een voorstel van het college over. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Holshuijsen. De heer Holshuijsen: Over het nut van het nieuwe schoolgebouw, dat dus volgens Larens Behoud niet thuishoort in het IHP, daar geeft de wethouder nu als antwoord dat er een volwaardige opleiding moet komen. En ik kan me toch niet voorstellen dat die er nu niet is. Dan voor wat betreft de participatie rondom die beoogde groei die het college wil faciliteren. Ik ben met die participatie niet bekend. Buurtgenoot Merckx ook niet. Ik zit nu in de Argus Voor Elkaar-app. Dat is onze buurt-app. En ik heb gevraagd, is iemand bekend met nieuwbouwplannen? Doodse stilte. Dus ik vraag me echt af, mijnheer de wethouder, of dit nou, of hier een participatietraject in is gestart. En u zegt, de omwonenden, maar als u het kerkhof bedoelt, die zijn vrij stil. En die wintertuin, ik blijf dat een heel moeizaam verhaal vinden. Maar ik wil niet in herhaling vallen. Ik laat het hierbij. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Holshuijsen.

Mijnheer Andreas Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn heb ik al er al op gewezen dat er geen reden is voor een hoerastemming van, we hebben een mooi plan nu liggen. Het is bittere noodzaak omdat in het verleden gewoon we steken hebben laten vallen als gemeente. Desalniettemin heb ik al gezegd van, we steunen de plannen zoals ze daar liggen, maar wij steunen ook zeker de vraag van de heer Lobregt en ook wat de heer Loeff nou net aangaf om nog eens, al dan niet in beslotenheid, de hoofden goed bij elkaar te steken om te kijken naar de risico's die we lopen en op welke manier het college denkt deze dus af te dekken. Zodat we ook een beetje zeker kunnen zijn dat dit allemaal tot een goed eind komt, want dat willen we allemaal. Want onderwijs is natuurlijk ontzettend belangrijk en daar moeten we dus echt ons sterk voor maken en eventueel ook wat risico's nemen, maar dan wel heel graag beheerste risico's. Dus dat is bitter nodig. De vraag is dus ook aan de wethouders om dit met ons mogelijk te maken. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Wichers Schreur, Ben. De heer Wichers Schreur: Ik heb weinig aanvullend op te merken, behalve dan dat ik de heer Lobregt steun in zijn verzoek om ons aangesloten te houden en vrij kort aangesloten te houden bij de ontwikkelingen zoals die plaatsvinden. Dank u wel.

De voorzitter: Steken we over en dan komen we bij de fractie van het CDA, mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Eventjes ter verduidelijking, er zijn dus twee vragen. Vraag één is om in beslotenheid die financiële paragraaf en de risico's nog eens door te nemen. Dat is aansluitend op wat de heer Grunwald zegt. En de tweede is dat we hele duidelijke afspraken willen hebben hoe we in de raad gedurende de komende jaren meegenomen worden in het verloop van het project. En ik sluit me helemaal aan bij de woorden van de heer Loeff dat we daar een heel concreet voorstel voor willen hebben. Nog even over de afschrijvingen. Ik snap uw antwoord, mijnheer Van Midden. Echter, de afschrijving van een gebouw als hier het BEL kantoor is wat anders dan de afschrijving van scholen, omdat 30

schoolgebouwen iets heel anders is dan een BEL gebouw. En rondom de scholen en de renovatie van de scholen, daar zitten veel meer onzekerheden omheen dan rondom een BEL gebouw. Ik denk dat een accountant een zeer grondige onderbouwing daarvan wil, waarom dat van veertig naar vijftig jaar kan. Maar overlegt u dat vooral met de accountant. Maar het zou wel prettig zijn, denk ik, voordat we hier een beslissing over nemen, dat we een heel duidelijk antwoord hebben van de accountant met betrekking tot de afschrijving van de schoolgebouwen. Dan moet me toch iets van het hart, mijnheer de voorzitter. En dat is dat we eigenlijk op dit moment toch met heel veel onzekerheden zitten, met heel veel open eindjes, dat er nog heel veel overlegd moet worden. Ik hoorde net de wethouder zeggen van, we zijn in Amsterdam geweest en hebben het gezien met een consortium en dan hopen we er op een goede manier met zo'n consortium uit te komen. Hoop, heeft men tegen mij gezegd, dat is uitgestelde teleurstelling. Dus laten we vooral niet hopen, maar laten we ermee aan de slag gaan. En daarom ook die vraag rondom toch een nadere inzage en overleg over die financiële structuur en de aannames die daarbij zijn gemaakt, zodat we ook kunnen beoordelen hoe robuust dat eigenlijk is. Wat me ook tegenvalt, is dat er eigenlijk geen overleg is geweest met de hockeyclub.

Dat we wat dat betreft nog in de kinderschoenen staan rondom wat daar gaat gebeuren. Dan rondom Laar & Berg begrijp ik nog steeds niet goed wat nu precies de afspraken zijn met Laar & Berg. Ik begrijp nu dat rondom de internationale school dat we niet meer uitgeven dan wat we per leerling ontvangen. Dus dat lijkt dan los te lopen, als ik de wethouder mag begrijpen. Ik zou dat dan overigens ook heel graag heel duidelijk in dit voorstel opgenomen willen zien. Daarnaast is al toegezegd dat we een voorstel krijgen rondom de aantallen leerlingen en ook de sturing daaromheen. Ik denk dat we dat naast uw voorstel ook goed moeten opnemen, hoe gaan we die leerlingen dan precies sturen? En kunnen we ze dan ook naar bepaalde scholen sturen waar ze eventueel tekort aan leerlingen hebben, zodat die scholen wellicht op termijn op omvallen staan en dat we dat ook op die manier kunnen managen? Rondom de financiering, dank voor uw uitleg mijnheer Van Midden, rondom de off balance sheet financiering, maar ook dat zou ik graag op schrift willen hebben. Zodat duidelijk vastgelegd wordt dat dat de reden is waarom we niet voor de off balance sheet financiering hebben gekozen, omdat er dan iets verandert in de eigendomssituatie van de scholen. Dat zijn even volgens mij mijn punten voor de tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Graafsma, CDA.

Mevrouw Graafsma: Ik had even een kleine vraag. Ik weet niet of het een rondvraag is of dat het voor de tweede termijn kan, maar ik sloeg even aan op een klein zinnetje die de wethouder zei, dat het aanvragen van andere subsidies kosten en baten misschien niet tegen elkaar opwogen. En dat ik begreep van hem dat er een soort automatisme bestaat, dat er dan consultants ingehuurd moeten worden bij het aanvragen van subsidies. Is dat zo? Want anders zou het jammer zijn als de ambtenaren dit zelf gewoon zouden kunnen en die subsidies die we dan laten lopen. Dat vind ik wel zonde. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Jong, Liberaal Laren, voor de tweede termijn. De heer De Jong: Het ging net over subsidies en er staan in de stukken ook subsidies genoemd die eventueel beschikbaar zijn. Maar er zijn zo gigantisch veel subsidies die misschien niet op puur onderwijs en duurzaamheid betrekking hebben voor deze panden, dat daar misschien de wethouders ook bij de provincie en bij het Rijk nog eens kunnen kijken wat er voor extra mogelijkheden zijn. Want er zijn misschien nog wel potjes die we kunnen gebruiken. En ja, als je het niet vraagt dan komt het zeker niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15756359/1