Transcript Commissie M&F 4 juni 2025
Tekst van het document
31
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Dan zijn we bij de heer Merckx van de VVD voor de tweede termijn. Die is nog even aan het appen. Ja, aan u het woord. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Even een paar dingen. Allereerst wil ik me graag aansluiten bij zowel de heer Grunwald, de heer Loeff, als collega Lobregt. Ik denk dat het zeer verstandig is om na deze commissie ook nog een commissie stiekem op te richten, zodat we in alle openheid onder elkaar de juiste vragen over de financiering en andere zaken kunnen spreken. Dat is één. Twee, inderdaad de bevestiging over hoe zit dat nou met die leerlingen voor de internationale school. Ik ben even de naam kwijt, ik denk de heer Ten Haak, stelde dat er tweehonderd internationale leerlingen zijn en negenhonderd lokale leerlingen. En dat telt op tot elfhonderd. En dat zijn dezelfde elfhonderd die genoemd worden als het maximum. Dus dan begrijp ik niet helemaal hoe er meer internationale leerlingen bij kunnen komen zonder dat dat ten laste gaat van lokale leerlingen en dat we dan toch nog meer geld gaan ontvangen voor de nieuwbouw. Kortom, het blijft een enigma wat zich daar op de Langsakker af gaat spelen. En dan het andere, denk ik dat het heel verstandig is om toch eens een keer een inspraak te beginnen met de bewoners aan de Langsakker en de Vredelaan.
Want de heer Holshuijsen noemde al even de buurtapp waarin gevraagd is naar inspraak, daarom zat ik even nog te kijken, en er is ook niemand die daar bekend mee is. Geen brief van de gemeente ontvangen hier. En de belanghebbenden die hier vanavond ook aanwezig hebben daar ook geen kennis van. Dus het zou erg jammer zijn als dadelijk het hele project meteen strandt omdat niet de juiste procedure is gevolgd. Vervolgens, de uitruil van perceel 1127 noemt u een bosperceel. Dat betekent dat het een geheel andere bestemming heeft. Volgens de kadastrale kaart heeft het een bestemming, maatschappelijke functie. Dus dat betekent dat er ook nog eens een keer een wijziging van het bestemmingsplan nodig is om daar ook maar iets te gaan doen. Dus ik denk dat we hier onze knopen nog eens heel goed moeten tellen over deze hele investering en grondruimte. Derhalve nu een vraag, klopt het dat ik juist heb gehoord dat als het hele feest niet doorgaat, dat dat geen effect heeft op de begroting en de hele investering? Dus dat is mijn derde vraag. En ik denk dat we… Dan had ik nog… Sorry, nou ben ik even mijn andere vraag kwijt. Was de bevestiging van de internationale school. Het aantal leerlingen. Ja, dus er wordt gezegd dat op een bepaalde aantal leerlingen op de internationale school, dat vanaf dat moment de gemeente gaat betalen. Dus wat is nou precies dat aantal? Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: En last but not least, mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik heb geen aanvullende vragen. Het was een duidelijk verhaal. Veel vragen, veel antwoorden die nog openstaan. Ik wou alleen aangeven, wij ondersteunen ook het voorstel om eventueel in beslotenheid de risico's te bespreken. En ook wilden wij toch ook ondersteunen een afspraak te maken, eventueel in het presidium aan te geven dat we toch vaker, twee tot drie maandelijks worden betrokken bij dit hele project. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De tweede ronde. Mijnheer De Groot, wethouder De Groot, die gaat reageren op de tweede termijn. De heer De Groot: Dank u. Naar de heer Loeff toe, ik heb eigenlijk al toegezegd dat we over deze dingen met de raad graag een ritme willen afspreken waarin wij met elkaar risico’s, het verloop van de risico's met elkaar bespreken en dat u de vinger aan de pols gaat houden. Dat is denk ik even iets waar een opzetje voor nodig is om te kijken, wat is nou logisch. Soms is het logisch om het eens in de maand te doen en soms zal het misschien eens in de vier maanden goed zijn. Maar wel dat we zeker in het beginstadium zou eens in drie maanden helemaal geen gek idee zijn. En dat we daarna als het eenmaal loopt dat we meer zicht hebben op 32
het geheel dat we dan misschien naar een ander ritme kunnen. Maar dat is altijd nog altijd in samenspraak met u. Dat daarover. Er zijn ook een aantal dingen die hebben ook met kip en ei kwesties te maken. Er zijn een aantal dingen die je pas gaat uitwerken op het moment dat je een krediet hebt. Kijken naar nadere subsidies, nadere andere dingen. En het is niet zoals mevrouw Graafsma zegt dat er altijd een consultant moet zijn die moet doen. Maar als het gaat over hele speciale subsidies dan heb je daar ook hele speciale mensen voor nodig met een tarief die dat voor je gaan uitzoeken. Dat weten gewone ambtenaren hier op het kantoor, ondanks al hun bekwaamheden, niet. Dat is niet hun dagelijks werk. En ik denk ook niet dat we een vaste subsidioloog hier in dienst moeten hebben. Dus dat daarover. De bouwplannen van Laar & Berg. Ik denk dat hier ook sprake is van, hoe moet ik het zeggen, Laar & Berg is de bouwheer. Dat is een van de ingewikkelde kwesties die we hier hebben met zo’n Integraal Huisvestingsplan. De school is er zelf bouwheer, dus Laar & Berg is zelf verantwoordelijk voor de bouwaanvraag en de participatie met de inwoners. Dus misschien dat de heer Haak straks bij het afrondende rondje, ik hoop dat hij er nog is, daar nog wat over kan zeggen. Dat zou fijn zijn.
Dus ik denk dat dat misschien ook antwoord kan geven aan de heer Holshuijsen en de heer Merckx over wat daar precies gebeurd is en wie er geconsulteerd zijn uit de buurt. Aantal leerlingen en sturingen. Ik heb geopteerd voor de meest makkelijke om te zorgen, nu hebben alle scholen bestaansrecht. Als uitgaande van de huidige prognose die stabiel is, als niemand elkaar gaat concurreren op de aantal leerlingen en zich houdt bij het aantal leerlingen waar die scholen nu geschikt voor zijn, dan stabiliseert het en zal er misschien nog wel verschuiving tussen scholen plaatsvinden. Maar nooit in die mate dat daardoor extra nieuwbouw nodig is. Dat daarover. En mocht nou blijken dat dat toch nog aanleiding geeft om verdere aanscherping, dan kan dat altijd nog gebeuren. Maar ik zou zelf kiezen voor de meest eenvoudige manier van de aansturing en dat is die ik u net aangeef. Ik heb over de subsidies ook het een en ander gezegd. Ook over de vraag van een extra commissie. En ik vind het woord stiekem eigenlijk verkeerd gekozen, mijnheer Merckx, ik vind het wel grappig, maar eigenlijk is er in principe niks stiekem aan. Behalve dan dat hier concurrentiegevoelige informatie is die bij de aanbestedingen slecht kunnen uitlopen als dit publiek wordt. En dat is de enige reden waarom het geheim wordt gehouden. Meer is er niet aan de hand. Er is uitgebreide financiële onderbouwing geweest.
Ik kan me voorstellen dat er al een aantal vragen zijn die u nog niet in dit bestek goed beantwoord heeft. Dus laten we het volgende afspreken, als u die vragen opstuurt. Wij geven op korte termijn antwoord. Geeft het dan nog aanleiding, kunnen we altijd nog een extra zitting plannen. Dat is misschien de meest elegante manier om te doen. En uiteraard, het is uw commissie, u maakt uw planning. Maar het lijkt me wel fijn dat we eerst nog even de gelegenheid hebben om de vragen in alle volheid met u even te kunnen wisselen voordat we eventueel nog een extra commissie plannen. Dat daarover. Het maximum aantal leerlingen is vastgezet op elfhonderd. En dat blijft ook zo. Dus ik weet niet waar ook de getallen vierhonderd en tweehonderd waar die vandaan komen. Weet ik ook niet precies. In ieder geval, de school, alles wat op Laar & Berg is wordt vastgezet op elfhonderd leerlingen. Dat is de afspraak die we gemaakt hebben. Dan over het bosperceel van de heer Merckx. U noemt het zelf een bosperceel. En aangezien, ik heb uw betiteling overgenomen, een perceel met bos. Maar uiteraard heeft het de bestemming die u aangeeft. En mocht er gebouwd worden, moet daar een verandering in bestemmingsplan plaatsvinden. En het heeft inderdaad geen consequenties voor de financiering die wij nu van u vragen.
Dit is zonder mogelijke baten vanuit De Ploeg en baten vanuit de Langsakker en zonder De Scheper berekend. Dus dat helpt wel om uiteindelijk het resultaat te verbeteren, maar is niet gekoppeld aan de financieringsaanvraag. We hebben geprobeerd u zo sec mogelijk dit neer te zetten en uiteraard is het ook zo dat eigenlijk dat zoet eventueel nog komt, nadat we eerst het zuur van al die financieringen gehad hebben. Dus het lijkt me niet reëel om daar alvast op te calculeren. Het zijn vooral meevallers die tegenover bepaalde tegenvallers komen te staan. Ik denk dat ik daar de meeste vragen nu gehad heb. 33
De voorzitter: Ik ga nog even kijken. Ik zie twee handen omhooggaan en dat zijn vragen die nog niet beantwoord zijn. Dan kijk ik eerst naar de heer Holshuijsen, Larens Behoud. De Vraag. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter. Ik heb nog een suggestie. Dat is geen vraag, maar dat is wel een goed bedoelde suggestie. Als het gaat om subsidies, dan zou je ook op zoek kunnen naar iemand die op basis van no cure, no pay op zoek wil naar subsidiepotten. Het is maar een idee. Ik heb ook gevraagd over de grondruil. Is die grondruil nu geëffectueerd of niet? En gaat de raad daar niet over? Dat blijft bij mij toch een vraag dat ik denk, grondruil… Dank. De voorzitter: Duidelijke vraag. Dan heeft de heer Merckx nog een vraag die niet beantwoord is. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Ik had gevraagd naar het aantal leerlingen dat de betaling door Laren in werking zet, trigger met Laar & Berg. De voorzitter: Dank u wel. Niemand verder meer, want dan ga ik ook zo meteen niet naar een derde termijn over. Mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Ik zou graag toezeggingen willen hebben over de punten waarvan ik zei dat, bijvoorbeeld die financiering, dat dat even op schrift gesteld wordt of wordt geïntegreerd in dit voorstel, dat we daar gewoon duidelijkheid over hebben. De voorzitter: Ja, heel goed. Die vragen waren nog niet extra aan de orde geweest. Wethouder De Groot.
De heer Holshuijsen had een aanvullende vraag over de grondruil. De heer De Groot: Ja, die had een opmerking, suggestie. Nemen we gaarne mee. De Merckx, over vanaf welke… De heer Merckx: Vanaf welke leerlingen gaan we… De heer De Groot: Ja, dank u, dank u. Het wordt al wat later. Ik word ook een dagje ouder. Vanaf het moment dat dat onderdeel betrokken wordt, dan komen er leerlingen in. En dan vanaf dat moment gaat die verordening lopen. Dus zolang daar nog geen leerling in zit, betalen wij niks aan het gebouw. De voorzitter: Het is een antwoord. Maar, ik kijk even naar de heer Merckx, want op zich mag u… Dit is het antwoord, ja. Dan nog even de vraag van de heer Holshuijsen, die had u nu niet beantwoord, buiten dat u de suggestie overneemt. Het ging over de grondruil, of die nou wel of niet geëffectueerd was, mijnheer Holshuijsen, toch? De heer Holshuijsen: En of de raad daarmee bekend is en zich daarover heeft kunnen uitspreken. De voorzitter: Helder, heldere vraag. De heer De Groot: Het is een bevoegdheid van het college om dat maar duidelijk te stellen. En de portefeuille van de heer Van Midden, volgens mij heeft het transport in ieder geval nog niet plaats gevonden.
34
De voorzitter: Dat is ook een antwoord. En dan nog even de vragen die door de heer Lobregt in die tweede termijn zijn gesteld. Mag ik daarvoor het woord geven aan wethouder Van Midden? De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Allereerst in navolging van mijn collega De Groot als het gaat om concrete vragen over de financiële paragraaf. Ik zou inderdaad op dit moment er nog geen voorstander van zijn om een aparte besloten sessie te organiseren. Ik denk dat het meest praktische is om op basis van de stukken die nu verstrekt zijn, dat zijn twee belangrijke stukken, dat is de financiële uitwerking en dat is de oplegnotitie. Als ik het goed zie dan worden daarin de meeste vragen van de heer Lobregt beantwoord. Ook als het gaat om de geschatte eigen bijdrage van scholen, die zijn ook allemaal keurig in de oplegnotitie verwerkt. In de financiële notitie staat de hele financiering uitgewerkt, tot en met het ritme van de financiering en de afschrijving en de rente aan toe. Dus dat is vrij gedetailleerd, plus alle andere kosten. De heer Lobregt vraagt mij ook naar aanvullende kosten als het gaat om bijvoorbeeld de afkoop van de erfpachten, zoals die nu loopt tot 2050, voor de hockey en de tennis. Hij vraagt mij ook naar eventuele kosten die verbonden zijn aan de financiële afspraken die tussen de hockey en de tennis gemaakt zijn. Dat weet ik niet.
Dat weet ik ook volgende week niet. Op het moment dat wij besluiten een school te gaan plaatsen op het terrein van Eemnesserweg, waarbij ook de wens is om het hele terrein tot een soort sportcampus te ontwikkelen, waarbij leerlingen van de school en de sportclubs gewoon heel veel plezier zullen hebben, dan gaan we dat verder invullen, wat zijn nou de financiële consequenties van dat initiatief en welke afspraken die we gaan maken. Er ligt bijvoorbeeld ook nog steeds een hele concrete subsidie van padelbanen bij LLTC, waar we uiteindelijk ook iets mee willen. Dat hele plaatje, dat gaan we verder uitwerken, maar daar kan ik nu niets over zeggen en daar kan ik volgende week ook niks over zeggen. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dat levert nog even dat ik de heer Lobregt aankijk, want dit is een antwoord op een aantal vragen van u. De heer Lobregt: Ik snap dat u dat nog niet weet, maar het valt mij gewoon tegen dat daar niet al over nagedacht is op dit moment. En dan, u zegt dan, de uitwerking van de bijdrage van de schoolbesturen staat dan in die oplegnotitie. Maar er staat hier, waarom staat hier dan, ik heb altijd geleerd om gewoon te lezen wat er staat, er staat hier op pagina 4 van het raadsvoorstel staat, de schoolbesturen hebben aangegeven per project in de ontwerpfase via een business case te beoordelen in hoeverre zij financieel bijdragen. Dat staat er.
Daar heb ik achter gezet, vaag. Dus, hoe het hier staat dus, dat het aan hun is wat ze uiteindelijk bijdragen. En daar heeft u dan een, kennelijk wordt het een inschatting, een oplegnotitie, maar dat staat hier niet. Er staat niet, we hebben afspraken met de schoolbesturen gemaakt over wat ze bijdragen. Nee, er staat, ze mogen zelf naar eigen goeddunken bedenken wat ze bijdragen. Maar waarom staat dat er dan? Dan moet er iets staan, wordt het wat u bedoelt. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Uiteindelijk gaan we het in de business case uitwerken. Uiteindelijk als we kijken wat wij als gemeente bijdragen, dan is het, dat zijn de minimale vereisten, om het zo even te zeggen. Uiteindelijk kan de school zelf beslissen om aanvullende maatregelen te nemen, extra maatregelen te nemen. Daar zijn in de oplegnotitie, maar dan kijk ik even schuin naar de heer Bakker, zijn daar al wat bedragen gemoeid. Indicaties afgegeven van, stel nu dat de school dat en dat wil, wat zou het betekenen. In de verdere business case, ook in gesprek met de scholen, gaan we kijken van oké, wat zijn nou uiteindelijk ook de financiële mogelijkheden van de scholen, wat zijn de wensen en hoe gaan we daar 35
uiteindelijk een definitieve business case van maken. Ook daar kan ik natuurlijk niets concreets zeggen, maar de indicaties van wat de mogelijkheden zijn en wat de daaraan verbonden kosten zijn, die zitten in die oplegnotitie. Meer informatie hebben we op dit moment niet. De voorzitter: Mijnheer Lobregt. De heer Van Midden: Dus dan probeer ik te zeggen, we hebben datgene wat we weten, dat staat in de notities, daar kunt u vragen over stellen en wat we niet weten staat er ook nog niet in. De heer Lobregt: Ik wil heel graag meer inzicht hebben in, u zegt dan, dat zijn dan best estimates, zo noemen we dat dan, wat er in die notitie staat. Maar kennelijk wordt dat, zijn er dan geen onzekerheden omheen? Ik wil graag meer inzicht hebben en met elkaar bekijken wat die onzekerheden dan zijn, zodat we een worst case, best case, en de verwachte case die staat er dan in. Maar zitten daar dan niet eventuele risico's voor ons aan en hoe groot zijn die risico's dan en wat betekent dat dan uiteindelijk voor die begroting? Daar wil ik graag meer inzicht in hebben en ik heb die stukken ook gelezen, want ik ben daar nog voor bij mevrouw de griffier geweest. De voorzitter: Dit kan een welles-nietes verhaal worden. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, als ik toch iets mag zeggen. Als het gaat om die risico's, daar wil ik meer inzicht in geven.
Dat is ook eigenlijk de vraag die de heer Loeff gesteld heeft van Larens Behoud, over de risico's in het hele projectmanagement. Mijn voorstel zou zijn om dat even wat concreter uit te werken, en aan het college, van hoe we uiteindelijk die verschillende risico's gaan managen. In plaats van dat ik hier wat dingen ga roepen. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: En dat eigenlijk ook in relatie tot, waar staan wij dan als raad? Want wij kunnen eigenlijk alleen op begrotingswijzigingen gaan sturen. Wij geven u uit handen, alle projecten. U consulteert ons. Dat is het enige wat u doet. Het is nog niet bekend op welke manier en hoe onze inbreng wordt meegenomen. En ik zou het heel vervelend vinden als wij, hetzij in dit college, maar waarschijnlijk in een volgend college, geconfronteerd worden met begrotingswijzigingen, omdat er zich dingen voordoen. Dat kan van alles zijn. Ik haal maar even het rode risicopaneeltje aan. En als we dan alleen op een begrotingswijziging mogen sturen, dan zijn we te laat. Dus wij willen eigenlijk, als ik de heer Lobregt ook goed begrijp, gewoon in die voorfase weten wat dan onze inbreng is. En daar ook een duidelijk zicht op hebben.
Dus misschien moeten die business cases ook gewoon als toezegging gewoon eerder naar de raad en niet alleen maar met een consultatierecht, maar meer met een bindend adviesrecht, als je het dan in ruimtelijke ordeningsterminologieën wil zien. Op die manier zitten we denk ik meer aan het stuur. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, als ik daar meteen op mag regeren van u, vind ik een heel goed voorstel. Dat volg ik. De voorzitter: Daar lijkt dan overeenstemming over. Maar, ik heb een paar aantekeningen meegemaakt. Dit kunnen we ook nog als een toezegging doen, mijnheer Loeff. Maar, ik zit nog even te denken hoe ik het ga formuleren om het niet te ingewikkeld. Eigenlijk vinden we het allemaal fantastisch wat er gebeurt met elkaar, 36
maar het woord risico wordt denk ik breed gedragen door iedereen die hier aan tafel zit. Nou is het zo, dat als wij dit stuk, zo meteen ga ik u vragen of dit stuk voor een hamerstuk of een bespreekstuk naar de raad gaat. Maar als het eenmaal op die raadsagenda staat, dan gaat het behandeld worden. En nu wil ik u nog even meenemen in een verzoek. Er is eigenlijk een verzoek gedaan, eigenlijk willen we nog een tussencommissie hebben, waarin nog wat financiële zaken, risico's worden besproken. Los even of dat überhaupt nog voor de raad kan, wil ik eigenlijk de vraag terugleggen, nog even aan de commissie. Als ik nou net zo stellig zeg, dat als wij zo meteen vragen, is dit een bespreekstuk of een hamerstuk, moet het niet in de raad, als er een discussie ontstaat over de risico's, waar dan toch nog niet alle antwoorden op zijn, wilt u dat of gaan wij hier, omdat het echt over heel veel geld gaat en heel veel toestanden gaat, maar wel, we allemaal weten dat dit wel een goede weg is. Dan wil ik nog eigenlijk even aan u de vraag terugleggen, los van of de wethouder dat wel of niet leuk vindt. Als ik dat nu zo zeg, zegt u dan misschien van, moeten wij dit stuk niet even aanhouden, om een aantal vragen beantwoord te krijgen. Want ik vermoed namelijk dat als wij in de raad zitten, die risico's nog niet weg zijn. Dus ik kijk gewoon even puur, open en transparant rond, wat u wil.
Want ik ga zo meteen die vraag stellen, of hoe we het gaan doorgeleiden naar de raad. Wil iemand daar wat over zeggen? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Er is door het college voorgesteld, kom met vragen. Ik denk dat dat inderdaad op dit moment het allerbelangrijkste is. En vanuit de vragen, als daar antwoord op komt voor de raad, is het geen enkel probleem om dat te bespreken. Het bespreken van een risicoanalyse in een aparte commissie, eventueel geheim, volgens mij is het niet de bedoeling om dat van tevoren nog te doen. Maar dat laat ik in het midden. De voorzitter: Dat is uw interpretatie van wat er gewisseld is. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, dat zeg ik ook. Dat is mijn interpretatie. De voorzitter: Zijn er nog anderen die hier een mening over hebben vanuit de commissie? De heer Merckx: We hebben natuurlijk als werkgroep Integrale Huisvesting hebben we fantastisch samengewerkt en hebben we denk ik, samen met de ambtenaren en het college zijn we tot een heel mooi plan en stuk gekomen. Maar om de heer Lobregt te quoten, er zijn nog wel een paar losse eindjes, open eindjes. En ik denk niet dat we, en ook wat de heer Loeff ook heeft gezegd, we zijn niet goed bezig als we een deel van die risico's gewoon niet geadresseerd hebben.
Want dan gaat er een stuk naar de raad, wat wederom allerlei discussies oplevert, dat wederom wellicht ook in de knel komt te zitten met de geheimhoudingsplicht. En dat lijkt me gewoon, ik zie dat gewoon niet handig gebeuren op dat moment, voorzitter. Dus, en daarnaast heb ik ook nog een opmerking over het raadsbesluit zelf, zoals dat geformuleerd is, als ik even mag. Want er staat een investeringskrediet van 34,74 miljoen euro beschikbaar te stellen. Maar daarin zit volgens mij ook, als ik me goed herinner uit het geheime deel, zit daar een bedrag in voor een bepaalde nieuwbouw van een bepaalde school. En volgens mij moet dat eruit, want het telt op tot dit totale bedrag. Dus dat moet anders. En daarnaast, even terug naar wederom het punt van zowel de heer Lobregt als de heer Van Midden, punt 4 is het in afwijking van de financiële verordening de afschrijvingstermijn verhogen. Het lijkt mij heel verstandig om eerst die financiële verordening vast te stellen, en vervolgens dit te doen. Dan is dat ook volledig en netjes en hebben we ook, denk ik, een ander type gesprek met de accountant. Dus dat zijn mijn observaties ten aanzien van het raadsbesluit zelf. Ik denk, zoals ik zei, dat het verstandig is om te zorgen dat er gewoon een politieke discussie kan plaatsvinden in de raad, waar we het dan hebben over leerlingengroei en inspraak en dat soort zaken.
Dat de hele financiële kant is afgehecht kan niet, want er zijn gewoon dingen die in
37
ontwikkeling zijn, maar dat er in ieder geval duidelijkheid is voordat we in de raad komen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik maak gewoon het rondje af. Mijnheer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ik kan me hierbij aansluiten dat we voor de raadsvergadering toch, we hebben nu nog, dacht ik, drie weken, dat we toch nog even een vergadering beleggen. En dat we op basis daarvan kunnen we wel of niet beslissen om het in de raad te behandelen. En dat kunnen we dus nu niet zeggen eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Graafsma, CDA. Mevrouw Graafsma: Ik sluit me hierbij aan. De voorzitter: Mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Merckx. Het lijkt me heel verstandig om gewoon inzicht te krijgen in de financiële risico's waarna we het naar de raad kunnen geleiden. De voorzitter: Waarna we naar de raad kunnen geleiden, ja. Dan kijk ik naar de heer Wichers Schreur, Groen Laren. De heer Wichers Schreur: Ik laat me niet uit over de financiële kant van dit verhaal, maar ik denk wel dat we op een bepaald moment wel die politieke discussie moeten voeren in de raad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Grunwald, Andreas Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel. Er kan geen sprake zijn van hamerstuk nu dat we zoveel dingen nog niet weten.
Dus mijn insteek is dus, laten we eens proberen die duidelijkheid over onzekerheden eerder te krijgen, zodat wij dus ook onze eigen onzekerheden een beetje kunnen managen. En dan is het vanzelfsprekend dat we daarover in de raad dan een discussie voeren. Lukt het niet voor die tijd om met elkaar over te praten, dan is uitstellen de consequentie, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Holshuijsen, Larens Behoud. De heer Holshuijsen: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers. Het zou ongewenst zijn als het nu naar de raad doorgaat en het sneuvelt daar vanwege allemaal risico's. De voorzitter: Mijnheer Loeff, last but not least. De heer Loeff: Ja, last inderdaad. Maar ik hecht ook wel een beetje aan de voortgang van het project. Dus ik sluit me wel aan bij het inventariseren van risico's en daar een gesprek over hebben. Dus ik zou het goed vinden als dat in de tussentijd kan. Maar ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de agendering voor de 25ste blijft staan. Ook omdat de scholen gewoon op hete kolen zitten en die moeten gewoon aangepakt worden. Dus ik wil eigenlijk een pleidooi hier houden dat wij dan even een snelle tussenslag maken. En hoe, dat vind ik een beetje een lastige, want er wordt geroepen van, extra vergadering besloten, vragen over en weer sturen. Maar ja, kijk het is gewoon veel geld, risico's blijven.
En die hebben we in september ook nog, alleen weten we 38
dan misschien iets meer over die risico's. En ik ben heel blij met dat we per project gaan naar binnen het adviesrecht. Dat geeft mij heel veel vertrouwen dat ik met die 34,7 miljoen in kan stemmen. Omdat het in porties straks verdeeld gaat worden en bij elk besluit hebben we het recht om daar iets van te vinden. En nog een strak recht ook. Dus die toezegging die doe ik gestand. Dus dat is mijn mening over de voortgang en de behandeling. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even naar de griffier kijken. Want of het dan een besloten of een openbare vergadering, ik neig ernaar dat iedereen dan in beslotenheid, omdat je dan over de risico's wil hebben. Maar ik kijk even naar de griffier of dat überhaupt haalbaar is. Maar ook in de procedurezin. Ik kom zo nog bij u terug, want dit is de commissie en de commissiegriffier die moet eerst even nog iets zeggen. We willen allemaal vooruit, maar is dit, zoals het nu zo gewisseld wordt en u hoort dat, is dit dan haalbaar, even los van of het agenda technisch een vergadering hier gehouden kan worden? Past dat procedureel nog in waar we allemaal mee te maken hebben, openbaarheid, vergaderen, disciplines, termijnen, openbaarmaking, dat er een vergadering is, et cetera? Mevrouw Kroon-Stam: Een besloten moment zou haalbaar kunnen zijn, maar daar heb ik wel de wethouders voor nodig. Dus dan is het agenda technisch toch wel even de vraag.
En ook of ze de vragen ook dan kunnen beantwoorden. Daar hangt het wel van af. De voorzitter: En dan moeten de vragen eerst nog gesteld worden. Mevrouw Kroon-Stam: Ja, en het liefst zouden wij de vragen wel voorafgaand aan het overleg hebben, zodat natuurlijk ook de wethouders zich gewoon op een goede beantwoording kunnen voorbereiden. Want anders loop je ook misschien het risico dat een antwoord niet naar volle tevredenheid is. Dus dat hangt toch wel even van de wethouders af. De voorzitter: Maar technisch gezien kan het? Mevrouw Kroon-Stam: Technisch gezien zou het kunnen, zouden we kunnen zeggen, we doen het voorafgaand, volgende week voorafgaand aan de commissie. De voorzitter: Maar dan ga ik nog even terug. Het gaat wel niet alleen over vragen beantwoorden. U heeft allemaal wel het over de risico's gehad. Dus ik ga ook nog even naar de heer Lobregt kijken, want die risico's zijn volgende week, heeft de wethouder al gezegd, nog niet opgelost. De heer Lobregt: Nee, ik vraag ook niet om een oplossing van de risico's. Ik snap heus wel dat er nog een hoop uitgezocht moet worden, et cetera, et cetera. Maar ik wil graag inzicht in, hoe is die 34,7 miljoen nou tot stand gekomen? En wat voor bandbreedte zit daar nou omheen? En welke risico's lopen daar dan nog in? Dat het allemaal niet opgelost is, dat snap ik wel.
Maar gewoon wat meer transparantie en wat meer uitleg over, waar staan we nu dan op dit moment? En welke bandbreedte kunnen we daar omheen leggen? Dat lijkt me meer dan logisch dat we dat vragen. En dat kan ook, we hebben heel goed, zoals de heer Merckx ook al zei, samengewerkt om dit tot stand te brengen. Dus we kunnen ook gewoon in die werkgroep nog een keer samenkomen om de risico's zoals we die zien, of zoals u die nu in kaart heeft, mijnheer Van Midden, om die dan met elkaar te bespreken. En dat we daar even in openheid met elkaar over van gedachten wisselen. Niet meer en niet minder. En wat mij betreft komt het ook gewoon op de raadsvergadering, nadat we die 39
werkgroep of commissie of hoe we het dan ook noemen, het hoeft helemaal niet zo zwaar te zijn, we willen gewoon wat meer inzicht hebben. That's it. De voorzitter: U kreeg een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: Voorzitter, we hebben de Audit and Risk Commissie en we hebben daar een voorzitter. Dus ik zou willen voorstellen dat we tussen nu en de raad een Audit and Risk Commissie bij elkaar roepen. Dan hebben we ook de mensen die in die financiële risico's zitten bij elkaar en die kunnen dat dan ook bespreken en een advies geven richting de raadsbehandeling. De voorzitter: Dan ga ik even naar de voorzitter kijken, want die moet daar eerst dan even op reageren of dat die commissie daardoor… De heer Lobregt: Er staat er al één gepland voor 24 juni, maar daar hebben we vast al een hele agenda voor. De voorzitter: Mijn vraag is, past dat daarin? De heer Lobregt: En het is vlak voor de raadsvergadering, dus we moeten dan in de week daarvoor waarschijnlijk nog een extra vergadering hebben. De voorzitter: Want daarom vraag ik er even naar, want ik zie al wat reacties komen. Kijk, we moeten het wel gewoon procedureel goed doen. Niet toevallig, omdat we een avond, want die commissie heeft een hele andere insteek, voor zover ik begrepen heb. Dit gaat echt even over dit onderwerp.
En dan ook voor alle fracties voelde ik net dat er nog gewoon een avond, of in ieder geval een paar uur aan besteed moet worden, voordat er, al was het maar voor het gevoel, een goed besluit genomen kan worden op de 25e. Dat is nog even wat ik boven water wil halen bij jullie. Mevrouw de griffier, u wilt nog een interruptie. Mevrouw Kroon-Stam: Ja, een kleine interruptie. Wat betreft de auditcommissie op 24 juni, dit zal te laat zijn aangezien het natuurlijk een dag van tevoren is. Op zich kan ik me wel vinden in om de auditcommissie bij elkaar te roepen, omdat het voornamelijk financiële vragen betreffen. Dus we kunnen wel gaan kijken of we gewoon de voltallige auditcommissie bij elkaar kunnen roepen. De voorzitter: Blijft nog even de vraag van deze voorzitter of de auditcommissie hiervoor bedoeld is. Mevrouw Kroon-Stam: Het gaat natuurlijk wel over de financiële vragen. De heer Lobregt: Het gaat over audit en risk, dus ja. Dan kunnen we inderdaad in de week, wordt het volgende week of de week daarna, kunnen we dan een audit and risk plannen wat mij betreft. Maar ik hoor ook graag de mening van de heer Van Midden, want die wil volgens mij ook al de hele tijd wat zeggen. De voorzitter: Ja, dat klopt. Maar dit is de commissie, dus eerst moeten jullie dus even goed met elkaar het eens zijn wat er wel of niet kan. Wethouder, u heeft dit een beetje gehoord.
De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dank u wel. Ik ga, verrassenderwijs misschien, de heer Lobregt bijvallen, als het gaat om een aparte sessie over de risico's organiseren. Ik wil het even afpellen allemaal, want er zijn een paar dingen waar nog een onduidelijkheid over bestaat, althans een vermeende onduidelijkheid. 40
Als het gaat om de financiën, de hele financiering, even het cijfermatige deel, dat hebben we in mijn beleving vrij nauwkeurig uitgewerkt in de geheime stukken. Dus mijn voorstel zou zijn dat als daar onduidelijkheden over zijn, om daarover vragen schriftelijk te stellen, dan kan ik ze in ieder geval meenemen, ook als we de risico's gaan bespreken. Want anders vrees ik dat als ik geen vragen heb, domweg die stukken ga voorlezen en dan komen we ook niet veel verder. Dus graag daar wat huiswerk. Wat die risico's betreft, ik denk dat het goed is om daarover te praten. Wat we nu gedaan hebben, we hebben een uitgebreide risicoanalyse gemaakt. Die zit als bijlage bij die stukken. Die hebben we ook financieel vertaald. We hebben ook gekeken wat de financiële risico's zijn, we hebben ook de beheersmaatregelen geformuleerd. Wat ik de commissie of de raadsleden wil vragen is, als je dan kijkt naar de risicoanalyse, en dat moet de heer Lobregt aanspreken, want het is zijn vak, missen we op dit moment nog significante risico's in dit hele project? En zo ja, welke zijn dat? Dan kun je eraan toevoegen.
En als het gaat om de risico's die we geïdentificeerd hebben, is de vraag van, als we het risico ook kwantificeren, klopt die kwantificatie, kwantificering? Zijn de beheersmaatregelen die wij opgesomd hebben in dat overzicht, zijn die uiteindelijk naar jullie gevoel afdoende om het risico te beheersen? En hoe gaan we uiteindelijk de ontwikkeling van het risico monitoren met zijn allen? Waarbij ik al toe kan zeggen dat we natuurlijk regelmatig met de ontwikkeling van risico's uit de risicoanalyse naar de raad terug gaan komen van, moet je kijken, een kwartaal later staan we nu zo voor. Ik denk als je voor jezelf die vragen al probeert te beantwoorden, dat huiswerk doet, dan kunnen we denk ik een hele constructieve bijeenkomst hebben met de audit committee of nou ja, dit comité. Ik zie de heer Lobregt bevestigend knikken, dus ik hoop ook dat hij zich daarin kan vinden. Het lijkt me ook de meest logische, de meest efficiënte aanpak. En dan nog als laatste punt, uiteindelijk hoeft die risicoanalyse niet helemaal uitgekauwd te zijn om tot een raadsbesluit te komen. Het raadsbesluit is om in eerste instantie het budget ter beschikking te stellen. En natuurlijk zijn er risico's aan verbonden. Dat weet ik ook wel, en het hele college ook.
Maar uiteindelijk is het zaak dat we ons goed bewust zijn van die risico's en ook van bewust zijn dat we de juiste maatregelen treffen om ze te beheersen. En dat is de exercitie die we moeten gaan doen. En wat mij betreft hoeft het niet eens voor het raadsbesluit, maar als u zegt, ik heb toch wat meer comfort als raad, als we dat van tevoren gedaan hebben, voor we dat besluit nemen, dan gaan we dat organiseren en vind ik dat ook verder prima. De voorzitter: Ik dank u wel voor deze laatste opmerkingen. Dan wil ik eigenlijk die conclusie ook maar trekken, dat is de toezegging vanuit de commissie, vanuit de commissie audit, risk and audit, gaan we op zoek naar een moment in de agenda dat ook de wethouders kunnen, of in ieder geval de betrokkenen. En dan krijgt iedere fractie vanuit zijn deelneming wel mee wat er in de raad besproken gaat worden, want dan wil ik dan eigenlijk heel snel nu mee gaan afhechten. Kunnen we dit agenderen voor de raad als een bespreekstuk? Ja? Met die toezegging dus dat er tussentijds een overleg plaatsvindt waar comfort wordt gezocht. Dank jullie wel allemaal voor deze behandeling. De heer Lobregt: Ik wilde graag nog even aangeven dat ik het eens ben met de opzet van de heer Van Midden, zodat we op die manier ook allemaal, alle raadsleden, comfort krijgen bij de risico's.
Maar dat betekent dus ook dat het huiswerk, zoals de heer Van Midden ons meegeeft, dat we dat wel met zijn allen dan moeten doen. De voorzitter: Uiterlijk voor het weekend, denk ik. Als ik dat zo, die druk leg ik dan bij jullie neer. Maar ik wilde eigenlijk de commissiebehandeling in die zin eindigen. Maar dan zijn we er nog niet, want nu mogen de insprekers nog een laatste finalewoord geven. En dat doen we in volgorde. Mijnheer Merckx, ik vergeet u.
41
De heer Merckx: Voordat we dadelijk weer amendementen op de raadsbesluiten moeten gaan maken. Het raadsbesluitvoorstel moet dus anders worden geformuleerd. De voorzitter: Dank u wel. Dat is een hele terechte opmerking. Ik zat net een beetje over de procedure. Maar toen ik zo krachtig zei, dit is dan wel het stuk wat er ligt, dan hebben we met elkaar wat comfort. Maar dan blijft dat raadsbesluit nog steeds zo liggen. Dus u zegt inderdaad, daar moet dan eigenlijk een amendement op komen, want er zitten een aantal zaken in die niet juist zijn. Mijnheer De Groot, wethouder. De heer De Groot: Voorzitter, ik denk dat het een goede vraag is die ook in de auditcommissie meegenomen kan worden. Er zijn redenen om het zo te doen. Er zijn ook redenen om met de heer Merckx mee te gaan. Ik denk dat het een goed gesprek kan zijn om het daar op die manier te behandelen. De voorzitter: Ja, maar dat snap ik. Maar de heer Merckx had het volgens mij over een aantal fundamentele, zelfs nog zinnen die niet klopten. De heer Merckx: Kloppen wil ik niet, dat is misschien niet helemaal het juiste woord. Maar kijk als wij op, even kijken, raadsbesluit, dus punt 2 daarin, dat is de vraag over het totale bedrag voor het IHP. Er wordt dus gezegd, er zit een deel in dat voor Laar & Berg nieuwbouw is. Ik denk dat dat dus er niet in hoort te zitten.
Dan punt 4 was dat is het verstandig om eerst de verordening van de afschrijvingstermijnen voor de gemeente vast te stellen en vervolgens dan te zeggen, we doen de scholen op dezelfde wijze. En dan hebben we dus voor de accountant, hoeven we niet te zeggen, we doen iets heel anders dan wat te doen gebruikelijk is in Laren. De voorzitter: De griffier die fluistert mij net in, dat wat u nu opmerkt, dat kan niet met een toezegging of een tussendoorvergadering opgelost. Daar moet gewoon dan een amendement voor komen. Dus ik hoop dat u… De heer Merckx: Het college zit hier, dat zijn de mensen die het voorstel doen voor de raadsbeslaging. De voorzitter: Ja, maar dat is even een stukje hoe het werkt. Het college heeft hier helemaal alles van gezegd en gedaan. Dus nu is het aan de commissie. En als u als commissie vindt dat er nog iets moet veranderen, dan moet dat met een amendement. Dan kom ik terug bij de wethouder. Mijnheer, wethouder De Groot. Of excuses, Van Midden. De heer Van Midden: Ik ga ook steeds meer op hem lijken. Naarmate die vergaderingen langer duren komen we dichter bij elkaar. Dat terzijde. De heer Merckx vraagt zekerheid over de financiële verordening. Die gaat hij krijgen in de komende… De voorzitter: Oh excuses. De heer Van Midden: In de komende commissie Maatschappij en Financiën staat een nieuwe verordening op de agenda.
Er staat nog bij, stuk volgt, zag ik, maar we hebben het in het college al vastgesteld, het komt eraan. In de raadsvergadering wordt het dan vervolgens geagendeerd. Als we het nou agenderen voordat we het IHP gaan bespreken, dan hebben we al in ieder geval daar een uitspraak over gedaan als raad. En mijn huiswerk is dan nog even achter de accountant aangaan of die zich daarin kan vinden. De voorzitter: Maar die toezegging heeft u al gedaan. Mijnheer Merckx, wat wilt u nog zeggen?
42
De voorzitter: Ik wil nog zeggen, dan klopt uw zin niet meer, in afwijking van. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dat klopt, maar dat heeft alles te maken met de volgtijdigheid van het schrijven van de stukken. Dit stuk voor IHP was eerder geschreven dan het vaststellen van de financiële verordening in zowel BEL bestuur als de individuele gemeenten. Dus vandaar dat het niet helemaal matcht. De voorzitter: Maar waar het nu om gaat is dat wat op de agenda van de raad staat moet goed staan. Dus er moet daarop een amendement komen. En dat hebben we hier wel eens vaker gedaan, dat er een amendement komt tussen het college en alle partijen samen. Want dit heeft niks met partijpolitiek te maken. Dit is even over een goede besluitvorming voor te bereiden. Dus ik daag nogmaals even de commissie in zijn geheel uit om dan samen met de wethouder die paar zinnen waar u over valt en wat u heeft ingebracht om dat nog in een amendement te verwoorden. Tegelijkertijd zullen wij, het presidium is geweest en er komt ook geen presidium meer. Maar de voorzitter van uw commissie zal naar de griffier kijken en wij zullen samen met de portefeuillehouders gaan kijken, en dat kan u ook aan het begin van de vergadering doen, dat de vergaderingsagendapunten worden omgedraaid, met betrekking tot die verordening.
En dat kan, mevrouw de griffier? Dan klopt het ook allemaal en dan nemen we, hopelijk liggen er goede stukken. Dan kom ik toch hopelijk weer terug bij wat ik net wilde gaan doen. Om toch nog eens een keer de insprekers even de laatste twee minuten te gunnen na deze avond. En dan moet ik even kijken, want allereerst was mevrouw Rooijendijk. Is die nog aanwezig? Ja. Excuses dat ik niet zo gauw zag dat u er nog was. Gewoon even in twee minuten als u nog iets kwijt wilt. Inspreker 1: Twee minuten zal ik nu niet helemaal nodig hebben. Ik was even bang dat het de verkeerde kant op ging. Maar ik ben heel erg blij dat jullie nu heel erg de opstelling, of dat u, pardon, u nu heel erg de opstelling heeft van, we gaan proberen het voor elkaar te krijgen. Want de nood is echt hoog voor de scholen. Dus ik ben heel erg blij om dat te merken. En daar wilde ik het bij houden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ben ik bij de heer Van den Haak. Die werd nog uitgelokt door de wethouder om ergens een vraag op te antwoorden. En dat hoeft u niet te doen, want u zit hier gewoon als inspreker. Inspreker 2: Ik doe dat graag, voorzitter, met uw welnemen. De voorzitter: Ja, maar we kunnen er verder niks mee. Inspreker 2: En ik heb ook nog een verzoek, want ik sprak net even met mijn collega en zij zei, ik heb dertig seconden nodig, dan mag jij die anderhalve minuut van mij nog bij jou twee minuten hebben.
Dus als u dat goed vindt, dan ga ik proberen in die drieënhalve minuut. De voorzitter: Dan zou ik eerst maar beginnen met die anderhalve minuut. Inspreker 2: Ik ben heel erg blij, laat ik dat zeggen, dat ik nog even het woord mag hebben. Want ik kan de zorgen, met name de zorgen van de heer Merckx en de heer Holshuijsen, kan ik in een paar minuten wegnemen. We hebben best wel lang gesproken over die perceelruil vanavond. En de achtergrond bij die perceelruil was het genereren van extra middelen, omdat de middelen schaars zijn. Een gemeente kan alleen iets met het herontwikkelen van een perceel als zowel het juridisch als het economisch eigendom bij de 43
gemeente ligt. Dat was voor geen van de percelen 1280, 1279 of 1127 het geval. Wat we nu doen is ervoor zorgen dat perceel 1127 in volledig eigendom, zoals dat werd gezegd, juridisch en economisch komt van de gemeente. Zodat daar een andere bestemming aan kan worden gegeven die ook weer kan bijdragen aan de opdracht die we met zijn allen hebben. Er is ook geen sprake van leerlinggroei, althans slechts voor een klein gedeelte. De leerlingen waar we het over hebben, die zijn er al. Die zitten nu in portacabins, die zitten in noodbouw die daar al decennia staat, op dezelfde positie. En mijnheer Holshuijsen, niet op het sportveld, maar daarnaast, waar nu de economiecampus, die volgens mij net na uw tijd daar opgetrokken is, die staat daar nog. Die heeft zijn beste tijd gehad, die gaat weg en in plaats van dat barakachtige bouwwerk, wordt een mooie, nieuwe voorziening gecreëerd voor leerlingen die er dus grotendeels al zijn. Met betrekking tot de participatie kan ik dit zeggen, ik weet dat daar participatie in ieder geval heeft plaatsgevonden met de eigenaren van perceel 653. Dat pand stond vroeger wel eens bekend als het Brenninkmeijerpand. Dat zijn de directe buren. Daar is ook overleg mee geweest. En ik heb mij laten vertellen dat zij verheugd zijn dat wat nu niet zo fraai oogt, vervangen wordt door een heel fraai nieuw gebouw.
Met betrekking tot de groei van het leerlingaantal hebben we afspraken gemaakt. We hebben daar inderdaad gesproken over een aantal van elfhonderd. De heer Merckx merkte nog heel scherp op, ik heb even gerekend negenhonderd en tweehonderd, dat zijn er al elfhonderd. Ik kan u geruststellen, want het leerlingaantal van Laar & Berg zit momenteel op een piek. En dat heeft alles te maken met wat ontwikkelingen in Bussum en de goede reputatie van de school. Dus er zijn de afgelopen jaren wat meer leerlingen naar Laren gekomen waardoor de school momenteel op een piek zit. We hebben daar prognoses gemaakt, die zijn ook onderschreven door externe onafhankelijke partijen. En op termijn is er niets dat erop wijst dat die groei zich verder voortzet. Ik neem veel te veel tijd. Ik kijk nog naar de voorzitter. Heb ik dan gezegd wat ik denk dat er echt nog moet worden gezegd? Ja, dan sluit ik heel graag af met het volgende. U bent vanuit uw rol uiteraard zeer beducht op risico's. Met betrekking tot dit plan kan ik heel kort zijn, dat risico is er dus in het geheel niet. Al het risico dat er al zal zijn ligt bij degene die het project financiert, namelijk bij het schoolbestuur of nader bepaald bij de ondersteunende stichting. En op het moment dat de leerlingaantallen daar aanleiding voor geven volgt de financiering en die financiering komt u ook toe via het Rijk.
Dus er is geen, ik herhaal, geen risico. Ik denk dat ik het hierbij moet laten. En dan wil ik u danken voor uw aandacht en ik wens u nog een aangename avond. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Haak. Dan komen we bij de heer Vreeburg, voorzitter van de Mixed Hockey Club, maar die is vertrokken. En mevrouw Van Beusekom, van de voorzitter van de Sportraad, is volgens mij ook vertrokken. De heer Van Midden: Mevrouw Beusekom laat zich verontschuldigen, ze heeft mij gebeld en haar inbreng is afdoende behandeld, heeft ze aangegeven. De voorzitter: Nou hebben we deze avond toch al een paar lijnen doorbroken. Nou werd er net nog iemand even zijdelings uitgenodigd, die dacht nog dertig seconden iets te willen zeggen. Oh, op zo'n manier. Excuus. Nee, dan moet u wel gewoon… Dit is een novum, want dit doen we nooit. U mag in dertig seconden dat nog even. Maar u moet niet een discussie uitlokken. U mag iets zeggen en wij luisteren. Inspreker 5: Ik ben Ruud Philips van OBS De Ploeg. Ik ben blij met deze voortgang. Waar ik wel vanavond van schrok, en dat wil ik graag onder jullie aandacht brengen, willen jullie je bezighouden met de financiële kant en vooral de huisvesting.
Want als ik het gevoel heb, De Ploeg komt in een kleiner perceel, want het is nu even groot, en er komt een sintelbaan om, dan is het eigenlijk al min of meer besloten hoe wij dat daar qua visie en onderwijs moeten inrichten, laat dat graag bij de school. Dus ga over huisvesting. Dank u wel. 44
De voorzitter: Ik ben blij dat ik toch maar bedacht heb dat u nog even dit mocht zeggen. Dank u wel. Dan zijn wij hiermee de behandeling van dit punt. Het is uitgebreid geweest. Ik hoop dat jullie mij vergeven dat we iedereen maar uitgebreid hebben uit laten praten. Maar het gaat ook om de komende vijftig jaar. En sommigen zeiden net, daar ben ik misschien niet eens meer bij. Maar laten we toch maar gewoon dan voor ons nageslacht denken dat we vanavond hier goed over gesproken hebben. Nogmaals, alvast dank aan iedereen die heeft ingesproken. 4.
Rondvraag De voorzitter: Maar dat brengt mij bij de rondvraag. Wie heeft er een rondvraag van de commissieleden? Niemand? Toevallig nog een wethouder of de gemeentesecretaris een rondvraag? Nee? Hoeft niet. Dan hebben we de rondvraag ook gehad.
5.
Sluiting De voorzitter: Dan is het twee minuten over elf. Dan sluit ik deze vergadering. Ik wens iedereen een wel thuis. Of heb ik nu iets vergeten?
45