Transcript commissie M&F 16 november 2023
Tekst van het document
De heer Stumpel, die gaat per 1 nou ja, 1 januari, eind januari met pensioen en dus is er een nieuwe directeur. Daarvan is dus de bedoeling, dat dat een directeur is, die zich volledig kan wijden aan het directeur zijn. Directeur Publieke Gezondheid en niet ook nog met forensisch of nou ja, welk ander domein zich dan ook hoeft bezig te houden. De voorzitter: Mijnheer Merckx, u heeft wat vragen beantwoord gekregen. Heeft u nog een verduidelijkende vraag? De heer Merckx: Ja, ik had een verduidelijkende vraag. Eén punt, want ik begrijp dan niet helemaal, wat de rechtergrafiek betekent. Want daar staat op dit moment nul komma nul. Dus daar, zijn daar dan, is er dan helemaal geen personeel meer per honderdduizend inwoners of, wat is daar?
Pagina 16 van 56
De voorzitter: Ja, ik denk, dat u bedoelt, de lijntjes lopen in de Gooi en Vechtstreek naar beneden en die verdwijnen uit beeld. De heer Merckx: Ja. En dat dus, in de rechter is er gewoon, staat, in de rechterkolom staat nul punt nul. De voorzitter: Kunt u daar nog iets over zeggen, over deze specifieke … De heer Merckx: Is geen ‘…’, neem ik aan. De voorzitter: Kunt u niet horen, maar ik hoor mevrouw Van Dorst naast mij. Die vroeg ook al, de lijntjes lopen in de Gooi en Vechtstreek naar beneden. Mevrouw Boomsma: Ik heb deze hele benchmark ooit een keer helemaal ingekeken. Want die benchmark gaat, volgens mij is die laatste jaartal is 2021, als ik het goed heb. Jij kan misschien kijken. Dus ik heb begin dit jaar, deze benchmark toevallig van de directeur van de GGD gekregen. Toen heb ik hem helemaal doorgenomen. Het is veel groter dan deze twee plaatjes, er zijn heel veel meer plaatjes. En ik zie, dat de legenda onder de linkerkolom wel aanwezig is, maar onder de rechterkolom niet. En het heeft te maken met specifieke expertises, die dus niet aanwezig zijn in onze GGD, maar die op inhuurbasis worden ingeschaald. En over de directeur, is het natuurlijk een schaap met vijf poten, de directeur die we nu hebben. Die schapen met vijf poten, die vind je niet meer. Is heel oneerbiedig gezegd, maar het is wel zo.
Dat heeft Yuk net ook gezegd, je kan niemand meer vinden, die al deze expertises in één persoon verenigd. Dus dit is een heel specifiek probleem voor onze regio. De voorzitter: Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter en dank voor … Ik hoop dan, dat er wellicht in de volgende publicatie wel wat, dat deze grafieken goed meegenomen worden. Ik had nog wel even een andere vraag namelijk, ook naar aanleiding van de zorg over de mentale gezondheid. En dat in relatie tot zeg maar, de rol richting zeg maar onze, het sociale domein zoals wij dat kennen, waarin zorg een heel belangrijk onderdeel is. Ik zie in de hele presentatie eigenlijk, geen referentie aan de samenwerking met de zorgorganisatie, zoals die in de HBEL staat. Hoe loopt dat? En wie is daar verantwoordelijk voor? Het is voor ons een, natuurlijk enorm belangrijk deel, dus ik vroeg me af, hoe dat in elkaar werkt en communiceert et cetera. Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven voor de beantwoording van deze vraag? Mevrouw Boomsma. Mevrouw Boomsma: We werken intensief samen op uitvoeringsniveau met de zorgorganisaties, zowel huisartsen, maar ook heel intensief met de gemeentelijke toegangen op het gebied van jeugd, maar ook op het gebied van de WMO. Dus die samenwerking is er op casuïstiek niveau, op beleidsniveau.
Hè dus zorgen, dat we met elkaar de goede dingen doen, dat we elkaar aanvullen, elkaar bekrachtigen in de dingen die we doen. Daarin is dus een optimalisatieslag te maken. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoop, dat dat dan ook aandacht krijgt. Want er zijn heel veel zorgaanbieders in deze regio. Daar wordt niet heel veel op gecontroleerd, kan ik me uit een ander rapport herinneren. Dus ik denk, dat daar wel een slag te maken is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx. Dan zijn wij bij de heer Jacobse van Larens Behoud. Die had ook een vraag, heeft een vraag. Pagina 17 van 56
De heer Jacobse: Sterker nog, het zijn er zelfs drie. Ik ga nog even daarnaar terug. Ik ga een beetje flauw doen, maar dat mag wel hè? De voorzitter: Nee. De heer Jacobse: De hele tabeloefening gaat tot 2021, staat eronder. Nou ben ik best benieuwd, hoe dat er in 2023 uitziet. Ik denk dat u mij gaat vertellen, dat dat er slechter op geworden is. Of valt het mee? De voorzitter: Mevrouw Boomsma. De heer Jacobse: Dat is één. Mevrouw Boomsma: Dat rapport heb ik, die benchmark is er nog niet. Dus ik kan niet vergelijken, hoe het er dan uit komt te zien. Ik kan zien, hoe het voor ons is. Bij ons is sinds 2021 niet de formatie naar beneden gegaan. Dus het is bij ons niet per se, in die één of twee jaar slechter op geworden. De vragen, dus de zorg, de hoeveel, het werk die we moeten verzetten, is wel omhoog gaan. Ja. Dus deze bench mark is elk jaar, dus ergens in de loop van dit jaar verwacht ik de volgende. De heer Jacobse: Ja, dus dat is op zich geen reden tot vrolijkheid, in aanzet. Mevrouw Boomsma: Nee, maar dat is denk ik, dat geldt voor ons allemaal als je … De zorg neemt enorm toe, zowel op het sociaal domein als in het zorgdomein. Dat is, daar hebben wij als GGD natuurlijk ook, merken wij ook, maar dat merkt u bij de gemeente ook. De heer Jacobse: Dank u. De voorzitter: U had nog twee vragen? De heer Jacobse: Ja, ja.
De voorzitter: Even nog een aanvullende vraag op de heer Jacobse, want die stelt hij nu niet. Maar we leven in 2023 en het ging tot 2021. Loopt de bench mark dan altijd een jaar achterop, zeg maar? Extra achterop. Oh, ik zie instemmend geknik. Dank u wel. Mijnheer Jacobse, nog twee vragen voor u. De heer Jacobse: Ja, gaan we weer. Neem me niet kwalijk. De financiering van het Rijk in deze en of derdenfinanciering. Hoe moet ik, hoe moet ik dat zien? Hebben wij, heeft u verwachtingen richting Den Haag? Mevrouw Boomsma: Ja, we hebben hele hoge verwachtingen, maar ja, nee. Nou, misschien goed om, want dat heb ik nog niet toegelicht, van zeg maar die achttien fte zit een deel, die nodig is voor de zogenaamde pandemische paraatheid. Dat wil zeggen, dat we voorbereid zijn op een volgende pandemie of epidemie. Daarvoor trekt het geld, het Rijk middelen, dus een deel daarvan in ieder geval voor volgend jaar wordt van die achttien fte, wordt vanuit Rijksmiddelen bekostigd. Het is ook de bedoeling, dat dat structurele gelden zijn. Maar in het kader van nou ja, de val van het kabinet zijn die onderhandelingen of die begrotingsonderhandelingen, daar, is dat voorover. Dus ik weet niet zeker, hoeveel geld er structureel gaat komen voor die pandemische paraatheid en welk stuk, we dus dan met elkaar moeten ophoesten. De voorzitter: Mijnheer Jacobse.
Pagina 18 van 56
De heer Jacobse: De derde. Ik klim even voorzichtig op die licht optimistische golf van u. Dit is de leukste vraag van de hele serie. Als ik u nou de vrije hand zou geven om deze organisatie op te zetten, vorm te geven, in te vullen, uit te rollen. Kunt u dan schetsen, waar u de pijn zou voelen of met welk optimisme, u waar aan de gang zou gaan? De voorzitter: Ik ga even wel vragen, mijnheer Jacobse, met deze ontzettende open vraag of de dames, die nu achter de microfoon zitten, zich geroepen voelen om die vraag te beantwoorden, of dat dat een politieke vraag is? Wilt u in geheel vrijheid, zonder dat u hier later op aangesproken wordt, deze vraag beantwoorden? Mevrouw Boomsma: Ik wel, maar misschien wil Joke er ook nog wat op zeggen. Maar … De voorzitter: Ja, precies, ik voelde al zoiets aankomen. Mevrouw Boomsma: Eerst Joke. De voorzitter: Mevrouw … Mevrouw Lanphen: Nee, ik denk, dat dit eigenlijk een organisatorische vraag is. Namelijk, ik weet niet exact hoe de bezetting is, van de ene tak van sport ten opzichte van de andere tak van sport. Ik heb ondertussen de benchmark er even bij gezocht om te kijken, naar aanleiding van de vraag van de heer Merckx, waar wij op nul staan. We staan op nul bij de technische hygiënezorg. Want ik heb het hier wel bij me en ook met de legenda, dus dat is dan dat.
Ik weet niet of we die organisatorische vragen, dus waar wil je de organisatie gaan versterken? Want dat is eigenlijk uw vraag hè, als je de vrije hand hebt. Daar kan ik niks over zeggen als wethouder, heel eerlijk gezegd. En ik vraag me ook af, of Yuk dat kan, want die is natuurlijk op dit moment niet de directeur van de GGD. De voorzitter: Ja, dat vind ik eigenlijk wel een cor… net antwoord. Maar mijnheer Jacobse, u bent daar vast nog niet helemaal mee eens. De heer Jacobse: Totaal ongelukkig mee, natuurlijk. Ik ga naar vraag drie B. De voorzitter: Nou, ik wil wel even het serieus houden nee. De heer Jacobse: Nee, laten we het alsjeblieft serieus houden. Ik mag toch hopen, dat er binnen uw organisatie en als ik naar u kijk, dan heb ik daar vertrouwen in, mensen zijn die nog dromen van een GGD, die geoptimaliseerd functioneert voor de burger. Als we dat geloof verliezen, dan is de koek op. Dan zijn we natuurlijk klaar. Ik, dat was mijn vraag eigenlijk. Waar zou u aan de gang gaan, als u van mij ruimte kreeg om de organisatie op te poetsen? Mevrouw Lanphen: Ik zal even een paar voorbeelden noemen. Want omdat we zoveel taakvelden hebben, is het denk ik op al die, dan pak ik de hele avond in. Dus ik, één van de dingen hè waar ik zelf natuurlijk ook aan het roer sta bij jeugd en gezin, ik zou veel dichter aankruipen tegen het onderwijs. Dat heeft, we doen dat voor zover mogelijk.
En dat heeft ermee te maken, dat ik ervan overtuigd ben, dat heel veel problemen die we nu in het onderwijs zien, een jeugd die uitvalt te voorkomen is. En dat de school daar ook een grote rol in kan spelen, met hulp van expertise van ons. Dat heeft ermee te maken, dat je wil uitsluiten dat er niet andere redenen zijn hè, echt ziekte of problemen waar je echt medische of paramedische zorg bij nodig hebt of eventueel jeugdhulp. Maar ik ben ervan overtuigd, dat als we dat met elkaar kunnen uitsluiten, dat we zeggen Pagina 19 van 56
ja, maar er ligt voorliggend, zijn er andere dingen nodig. Is er veiligheid nodig vanuit de school, is er veiligheid nodig vanuit het thuisfront, is er nou ja, eenzaamheidsproblematiek. Jij bent ook wel betrokken geweest bij een aantal casussen waarbij we zien, dat kinderen er echt alleen voor staan thuis, omdat moeder ernstig ziek is, vader uit beeld is, in de gevangenis is. Dus en of hele heftige echtscheidingsproblematiek. Dan zie je, dat kinderen in de knel komen en soms kunnen we dat niet helemaal oplossen. Kunnen we niet die heftige echtscheidingsproblematiek oplossen, maar zijn er wel andere manieren om het kind een veilig plek te geven. Door onder andere te zorgen, dat er op school die veilige plek is. En nu is toch de beweging altijd, ingewikkeld kind, de deur uit. Dat is, dan doe ik echt niet het onderwijs tekort. Want dat heeft natuurlijk ook te maken met, dat het onderwijs het ook heel ingewikkeld heeft. Dus het is geen oordeel. Maar het is wel een beweging die we zien, dat we kinderen die eigenlijk, waar binnen het onderwijs best heel veel opgelost zou kunnen worden, dat nu niet gebeurt en dat veel te veel gemedicaliseerd wordt. Ik denk, dat we daar echt een beweging in kunnen maken. De voorzitter: Nou, dank u wel voor uw mooi, fijne, uitgebreide antwoord. Ik kijk, zijn nog twee mensen die al een hand opstaken. Dan nu zie ik nog een derde hand omhoog gaan.
Ik ga eerst naar de heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, het is helemaal duidelijk, wat u hier schetst. Als ik het goed zie, dan is de plannen die u wilt maken op basis van achttien komma zes meer fte erbij. Nou, in de huidige arbeidsmarkt is het ook best mogelijk, dat u die helemaal niet gaat kunnen aantrekken. Dat houdt volgens ons in, dat u dan toch ook met een alternatief plan moet komen van, als die mensen er niet zijn, wat gaat u dan doen hè? Want voortmodderen heeft dus ook geen zin. Welke prioriteiten gaat u dan stellen? En ja, hoe gaat u dan aanpakken? Ik denk, dat dat ook in het plan zal moeten staan, wat aan, gepresenteerd gaat worden. Opdat er een keuze is en zodat we ook een goede afweging kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Mevrouw Boomsma. Mevrouw Boomsma: Nou, dan heb ik positief nieuws. Op dit moment lukt het eigenlijk heel goed om de vacatures te vullen. Dat heeft onder andere te maken, beetje de één zijn dood, is de ander zijn brood. We zien, dat met name in de zorginstellingen, mensen het niet meer prettig vinden om te werken. En, om ook weer even bij jeugd en gezin te blijven. We zien veel huisartsen, maar ook kinderartsen, die zeggen van, ik zie zoveel problematiek, dat als we er eer… Ik kan er eigenlijk zo weinig aan doen. Het moet op een ander, we hadden veel eerder erbij moeten zijn.
Dus je ziet een beweging van kinderartsen en huisartsen. Dat wil niet zeggen, dat we helemaal geen probleem, want het blijft natuurlijk altijd wel kwetsbaar. Tot nu toe lukt het goed. We zien wel echt bij bijvoorbeeld, we hebben nu een arts Infectieziekten, die gaat met pensioen. We hebben maar één arts Infectieziekten. Dat betekent dat en tot nu toe, we hebben die vacature al uitgesteld en daar komt weinig op. Dus we zijn nu naar alternatieven aan het zoeken. Of in ieder geval, een plan B om te zorgen, dat we daarvoor de samenwerking met Amsterdam intensiveren, zodat we die zorg wel hier kunnen blijven leveren. Maar misschien dus niet met eigen krachten in dienst. De voorzitter: Ik zie mijnheer De Jong instemmend knikken, dus de vraag is naar tevredenheid beantwoord. Dan de laatste vragen ongeveer. Mijnheer Grunwald van Groen Laren, u had een vraag. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een, wellicht iets politieke getinte vraag. Er zijn heel veel detailvragen gesteld. Goede detailvragen, die dus bijdragen aan verheldering van de hele problematiek. Maar ik wil toch even terug naar de presentatie. Daar is gezegd, dat raadsleden een beetje wakker geschud moesten worden. Nou ja, dat geldt voor mij in ieder geval niet. Ik kan wel toegeven, dat ik niet geïnformeerd ben Pagina 20 van 56
eigenlijk. En dat ik dus ja, toch onaangenaam verrast ben van de stand van zaken bij de GGD. In de afgelopen vijf jaar heb ik in deze commissie gezeten en ik geloof niet, dat ik een dergelijke presentatie heb voorbij zien komen. Waar ik naartoe wil is nou ja, de GGD heeft dus flink averij opgelopen door de jaren heen. Is eigenlijk een beetje een ‘…’ van, help de dokter verzuipt. U bent gelukkig op tijd wakker geschrokken, door inderdaad het heft weer in handen te nemen en een herstelplan te schrijven in deze. Wat mij nu interesseert is, dat u of de GGD staat voor een aantal geweldige uitdagingen, om op te anticiperen om de publieke gezondheidszorg die wij willen, ook inhoud te geven en uit te kunnen voeren. Is er ook sprake van een strategisch plan en hoe ziet het daar in grote lijnen uit, om de toekomst het hoofd te kunnen bieden? En de tweede vraag daarin is eigenlijk, hoe ziet u de samenwerking met gemeentes daarin? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Mevrouw, ja, er zit een politieke, ik zie … We gaan eerst naar mevrouw Lanphen als portefeuillehouder, politiek verantwoordelijk. Dan zie ik ook nog de hand omhoog gaan van wethouder De Groot en dan komt mevrouw Boomsma. Allereerst mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Ja. Dat u er nog niks over gehoord heeft, dat heeft ons ook verbaasd.
Maar ik moet heel eerlijk zeggen, dat wij natuurlijk altijd ook als gemeente, het gevoel hebben gehad, het is allemaal oké in onze regio. Die illusie wil je ook graag overeind houden. Als zorgaanbieders is het ook her en der helemaal niet oké. Maar dat gaan ze ook niet, de vuile was buiten hangen. Want je wil het gevoel hebben, ik woon in een regio waar alles goed geregeld is. Dat willen wij als gemeente ook min of meer uitstralen. Het is de corona geweest, die natuurlijk ook roet in het eten heeft gegooid en die een heel aantal problemen zichtbaar heeft gemaakt. En het is ook het vertrek van een aantal oudere mensen. Want in die benchmark zag je ook, dat wij de oudste personeelssamenstelling hadden. Nu gaan er tegelijkertijd verschillende mensen met pensioen, waardoor er in de opvolging blijkt, dat we het meer kunnen regelen, zoals we het geregeld hadden. En die directeur was echt een vijf, poot met vijf schapen wat ik net zei, maar ook een duizendpoot hè. Dus een ander soort beest. Die heeft een heleboel dingen op kunnen vangen en goed kunnen regelen. En nu hij vertrekt, wordt heel duidelijk pijnlijk van, zo gaat het niet verder. Dan had u nog een tweede vraag die ik kwijt ben, want ik was helemaal gebiologeerd door de eerste vraag. De tweede vraag is strategisch plan.
Het is zo, dat we nu dit jaar 2024, het komend jaar gaan we gewoon werken met de middelen, die we hebben en zal het plan gevormd worden. En in de begroting, zoals Yuk ook net vertelde, wordt opgenomen wat er nodig is voor de uitbreiding en voor de vaste formatie, want het zal dan vaste formatie moeten worden. Dat komt dan pas voor 2025 in beeld. Een strategisch plan of in ieder geval wat we gaan doen, dat zullen we volgend jaar met elkaar bespreken. Maar dat is ook voor een groot deel uitvoering en dat komt dan terug in het voorstel naar de raden, over de financiering van een eventuele uitbreiding. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Lanphen. Mijnheer De Groot, u stak, ja, ik zie nog een … Maar nu gaan we het wel even organiseren, anders dan raken we de draad kwijt. U stak ook uw hand nog even omhoog, mijnheer De Groot, toen … De heer De Groot: Ja, dat klopt. Omdat natuurlijk ook zeg maar, politiek getint. Ik denk, dat mevrouw Lanphen daar al een goed antwoord op gegeven heeft. Het enige wat ik daaraan kan toevoegen is, dat ja, dat we inderdaad gezien hebben, dat geprobeerd is om het te doen met de roeien, te roeien met de riemen die er waren. En te proberen dat probleem zeg maar, bij zich te houden. Het wordt nu manifest en dat geeft dus reden, om nu naar buiten te treden en te zeggen, jongens, het moet anders. Dus nou, de oorzaken zijn genoemd.
Verder kan ik daar ook nog aan toevoegen, dit viel ook nog allemaal samen zeg maar, ook nog eens een keer met de bezuinigingsopdracht, die ook naar de regio ging. Dus politieke signaal was ook vanuit de gemeentes, jongens, let op, we zitten ook niet te wachten om nu weer eens uitbreidingen te doen. Dat wordt Pagina 21 van 56
dan ook op dat moment, door zo’n ambtelijke organisatie ook zeer serieus opgevat. Dus wat dat betreft, komen we ook weer tegen, wat ja, wat er in het verleden gebeurd is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Groot. Mijnheer Grunwald, heeft u uw vragen voldoende beantwoord gekregen voor dit moment althans? Ja? Dan zie ik een, zag ik een soort van interruptie vraag, hand omhoog gaan van de heer Lobregt. De heer Lobregt: Nee, hoor. Ik had gewoon een vraag en ik was nog niet aan de beurt geweest, dus ik denk … De voorzitter: Maar dan ga ik eerst nog even naar mijnheer Stempvoort, die had ik op mijn linkeroog. Dan kom ik daarna bij u. De heer Van Stempvoort: Dank u wel. Er is al veel gezegd, waarvoor dank. Even een verdiepende vraag eigenlijk, ik blijf toch wel een financiële man in die zin. Wat is dan eigenlijk het financiële effect op de gemeente van de afgelopen jaren? Gaan we dat met terugwerkende kracht terugzien? Ik heb ook door even wat slim Google-werk, het Rijk, dat financiert de GGD. Ik neem dan aan, dat het dan ook een permanente bezetting zal moeten zijn, waar je het mee kan redden. Dus niet moet zoeken naar die riemen, waar je mee kan gaan roeien. Dus is die aanvulling dan een noodzaak? Dus een aanvulling, waar dus de gemeente voor verantwoordelijk is of dat je gewoon tot het Rijk kan wenden? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Boomsma.
Mevrouw Boomsma: Ik weet, dat vanuit de GGD GHOR, vertegenwoordiger, landelijke vertegenwoordiging is een hele poging gedaan, om extra middelen te krijgen. Nou is het wel zo, dat we zien dat eigenlijk in de, dat we dat eigenlijk terug, weinig terugzien uiteindelijk in de begroting. Het is voor ons niet duidelijk, welke middelen voor GGD en/of jeugd en gezin, gaan naar de gemeente. Ik heb mij inmiddels ook laten vertellen, dat het ook in hè, dat het ook in uw zeg maar, in de pot … Het is niet geoormerkt geld. Dus het is, historisch is een bepaald bedrag steeds naar de gemeente gegaan. Het is onvoldoende meegegroeid, denk ik, met de taken waar we nu voor staan. Er komt dus wel degelijk ook van het Rijk geld, met name voor de pandemische paraatheid. Ik weet nu nog niet, hoe groot dat bedrag zal zijn. En dus ook niet, welk deel er overblijft en we voor bij u terechtkomen. De voorzitter: U, nou, mijnheer Van Stempvoort, u krijgt nu ook nog een extra antwoord van mevrouw Lanphen. Mevrouw Lanphen: Ja, ik heb die benchmark weer voor me. Daarin zie je, dat je vanuit het Gooi, dat gaat allemaal over 2021, dus dat is natuurlijk oud nieuws. We betalen per inwoner zeven euro vierennegentig, dat is haast acht euro. En dan is onze GGD natuurlijk beperkt in zijn taak. Maar een GGD Amsterdam die bovenaan staat, daar wordt vierenzestig euro per inwoner betaald.
Dus in die zin, zitten wij op het aller, allerlaagste niveau ook. Het gemiddelde is ongeveer dertig euro per inwoner, wat er voor een GGD, aan een GGD besteed wordt. De voorzitter: Mag ik een aanvullende vraag stellen, want u … Dit overzichtje wat we hebben, dat is alleen jeugd en gezin? Of is dat ook de GGD breed zeg maar, in vergelijking met Amsterdam? Mevrouw Lanphen: Dit overzichtje is eigenlijk alleen onze GGD, want dat is de benchmark. Daar is onze GGD inderdaad afwijkend, omdat daar geen jeugd en gezin in zit. Maar dan nog is denk ik, zeven, haast acht euro Pagina 22 van 56
ten opzichte van gemiddeld dertig en in Amsterdam zelfs vierenzestig, geeft wel aan, dat wij er niet al te veel geld aan uitgeven. De voorzitter: Nou, dan moeten we dat misschien, maar erg in de oren knopen. Mijnheer Van Stempvoort, hiermee voldoende uw vraag beantwoord? De heer Van Stempvoort: Ja, dank. En dan misschien ook een tip voor next time. Dit vind ik wel interessante zaak, dat die daarin staan om ook die benchmark iets meer uitgewerkt te zien. Ja, dit geeft wel heel veel extra beeld. En wellicht een tweede tip. Als het financieel lastig is om die oormerkjes te kunnen vinden, de financiële man dan wel vrouw op de zaak zetten. Maar misschien is dat meer simpelheid van mij in mijn denken. Maar lijkt me altijd goed. De voorzitter: Nou, dat gezegd hebbende kom ik, ik kijk het rijtje af. Iedereen heeft volgens mij wel een vraag kunnen stellen of meerdere vragen. De heer Lobregt: Nou, ik nog niet hoor, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Nee, nee, ja, mijnheer Lobregt. Ja, u zoekt in de … Kom ik nu uit bij de fractie van het CDA, in de persoon van de heer Lobregt. De heer Lobregt: Normaal ben ik nooit zo rustig, mijnheer de voorzitter. Maar ik heb nog wat punten te gaan, hierna ook nog. De voorzitter: We hebben wat artsen in de zaal, dus komt goed. De heer Lobregt: Ja. U heeft verteld hè, dat u voorlopig nog even blijft roeien met de riemen die u heeft.
Dat u bezig gaat met een strategisch plan. Maar mijn vraag is eigenlijk, hoe sluit dat strategisch plan nou aan op zeg maar, de landelijke ontwikkelingen en hoe neemt u dat daarin mee? Neem aan, dat u niet opnieuw het wiel gaat uitvoeren. Het moge ook duidelijk zijn, dat de financiële middelen, mijnheer Van Stempvoort had het daar net ook al over, dat die beperkt zijn. In hoeverre worden dingen als passende zorg en digitalisering van zorg, zeg maar een andere manier van werken. Wordt dat daar ook in meegenomen? En kunt u ons nog wat meer zeggen over, hoe zeg maar dat strategisch onderzoek wordt ingestoken, wordt daar ook een extern bureau voor ingehuurd of wordt dat volledig intern gedaan? Wat is precies de scoop daarvan? Worden wij daar ook nog in meegenomen als gemeente of worden we straks gewoon geconfronteerd met een rapport, waarin staat hoeveel we moeten betalen? Wordt het, hoe, kunt u ons meenemen in dat proces, hoe we er vanaf nu af aan meegenomen daarin, zodat we straks niet verrast worden. En dat mijnheer Van Midden ons moet gaan vertellen, dit is het bedrag en tekent u onderaan de streep. Tenminste, mijnheer Van Midden gaat dan namens ons tekenen onderaan de streep. De voorzitter: Duidelijke vraag, dank u wel. Klijft u, ja, mevrouw Boomsma. Mevrouw Boomsma: Waren meerdere vragen. Nee, wij zingen niet los van allerlei landelijke ontwikkelingen.
Uiteraard gaan wij heel, volgen we intensief alle landelijke ontwikkelingen, pandemische paraatheid, daar haken we volledig op aan. Tegelijkertijd zegt u ook van ja, in hoeverre zijn allerlei innovaties hè, ga je daarmee aan de slag? We moeten wel even eerst onze basis goed op orde hebben. Want we merken wel, er zijn heel veel innovaties. Maar dat vraagt ook capaciteit om te zorgen, dat je die innovaties kan volgen, dat je het kan implementeren, dat je … Dus uiteindelijk op de lange termijn kan het geld opleveren, maar vraagt vaak eerst Pagina 23 van 56
een investering. Dus als het gaat over nou ja, he het, fasering. Eerst zorgen dat we de basis op orde hebben, dat we weer lucht hebben, dat we van daaruit gaan innoveren. En die innovatie agenda of die strategische agenda, die gaan we samen met u maken hè? Ik heb ergens, in begin heb ik ook gezegd, we gaan naar een inhoudelijke ontwikkelagenda en die maken we met gemeenten. Even kijken, ben ik nog een vraag vergeten? De voorzitter: Mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Nou, hoe ziet het proces er zeg maar, vanaf nu af aan uit? Hoe worden wij daar dan in meegenomen? Ja, dat is eigenlijk de vraag. Want ik neem aan, dat er dan niet dus straks een eindrapport ligt, maar dat er ook nog één of twee tussenstappen zijn. Mevrouw Boomsma: Ja, 2024 is eigenlijk een beetje een soort overgangsjaar hè. De vraag, het wordt straks meegenomen in de begroting van 2025 en 2024 hebben we al wel wat investeringen. Hebben we extra personeel rondlopen, maar op basis van tijdelijke financiering. Dus het is niet zo, dat we nu maar een beetje aan blijven modderen. Dit jaar gaan we wel degelijk aan de slag al met een, zorgen dat we op een aantal gebieden op adem komen. Op het gebied van die pandemische paraatheid, hebben we net allemaal weer nieuwe mensen aangenomen. Incidentele gelden, we weten dus nog niet wat er structureel naar ons toe komt, vanuit het Rijk.
Dus in die zin, gaan we dit jaar daarmee aan de slag. Zoals ik ook al zei, we zijn al gestart met de inhoudelijke discussie met gemeenten. We zijn met, ambtelijk zijn we hier al mee begonnen met deze discussie over, hoe moet die agenda eruit zien? Wat speelt er allemaal op het gebied van ISA, GALA, landelijke ontwikkelingen? Wat daarvan raakt andere activiteiten, onder andere van de gemeente. Dus nou, aan het eind van nou, halverwege dit jaar moet er iets van een, volgend jaar bedoel ik, moet er iets van een inhoudelijke agenda liggen. Is goed om te realiseren, dat zeg maar die achttien fte die hier ligt, die gaat uit van het huidige pakket wat we moeten draaien. Dus dat gaat niet uit van eventuele extra taken of aanvullende of hè, dat zit hier niet in. Ja, en dan is je, inderdaad, ja, dan, dat is inderdaad ook even. Ik weet niet of ik mezelf dan uitnodig of dat u mij uitnodigt in deze, maar dan komen we graag terug om dat nog eens een keer … De heer Lobregt: U mag uzelf altijd uitnodigen hoor, als u weer een update heeft. Mevrouw Boomsma: Dan komen we graag hier nog eens een keer met u, bij u terug, om daarover te vertellen en van gedachten te wisselen. De voorzitter: Ja. Mijnheer Lobregt? De heer Lobregt: Ik denk, dat dit een zodanig belangrijk onderwerp is, dat we de dames graag weer uitnodigen, toch? De voorzitter: Ja. Ja.
Daarom ben ik ook heel rustig, iedereen laten uitpraten. Beseffen we ons, elkaar, dat wij ook in een fantastisch leuke commissie met een mooie naam zitten, Maatschappij en Financiën. Onlangs hadden wij hier een archivaris. Nu is de persoon wel een paar keer genoemd, maar wij hebben een soort coroner, een forensisch arts in het Gooi. Maar ik begrijp, dat wij de laatste in Nederland zijn, die die functie in één verbonden hebben. René Stumpel, die heb ik acht jaar lang in, vanuit een werkgroep vanuit de gemeente meegemaakt. En ik realiseer me opeens nu jullie dat zo zeggen, dat eigenlijk dat ook een tijdperk, wat voorbij is. Maar dat maakt, dat onverlet dat we nu drie stevige dames tegen ons hebben zitten, portefeuillehouder en twee inhoudelijk. Jullie zijn alweer uitgenodigd voor de volgende ronde. Dank jullie wel voor jullie uitgebreide beantwoording, om ons zo goed mogelijk te helpen en vooruit te helpen. De wethouder gaf aan het begin een winstwaarschuwing en hè, door het ijs gezakt. Nou, dat waarderen wij hier in de gemeenteraad van La… of in Pagina 24 van 56
de commissie van Laren, dat u dat open heeft verteld. Wij willen u nogmaals dankzeggen en succes wensen, vooral met uw werk. En die zeven euro, mevrouw Lanphen, die onthouden wij. Want eigenlijk hebben wij dat bijna kapot bezuinigd, als ik het zo mag maar zeggen. Ik denk, dat dit nog wel eens een keer terugkomt in deze commissie. Mag ik het zo namens jullie allen, met deze woorden van dank eindigen? Of, ja? Dan schorsen we voor één minuut, dat u even of twee minuten, dat u even fatsoenlijk afscheid van elkaar kan nemen en dan gaan wij door met de agenda. Goed. Ik ga praten, met praten beginnen om vooral, want dat is waarschijnlijk ook in de hal te horen, dat iedereen langzamerhand deze kant weer opkomt. Ik mis nog een paar mensen. De fractie van Larens Behoud is verdwenen. Maar ik ga toch alvast de inleidende oh, excuses. Ja, mijnheer Van Stempvoort, u was verkast. Ik denk, dat is een ander Laren, maar … Nou, de heer Jacobse zal zo wel terugkomen en mevrouw Berghorst idem. Maar ik ga wat inleidende schermutselingen stellen, om wel met de agenda weer aan te vangen. Want we hebben punt zes gehad, uitgebreide presentatie geweest. 7.
Zienswijze begrotingswijziging 2023 VRGV De voorzitter: Dan zijn we nu bij punt zeven van de agenda. Ik, zonder daar iets verder mee te bedoelen, maar zeg ik het wel, we hebben veertien agendapunten dus. En we zijn ongeveer om, nu om tien over half tien, dus bedenk met elkaar, dat we nog een goede agenda voor ons hebben liggen. De Zienswijze begrotingswijziging 2023 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Die Bestuursrapportage uit 2023 is een tussentijdse verantwoording en geeft ons inzicht in de voortgang op de thema's en onderwerpen, die genoemd zijn in de Programmabegroting 2023. Dat vraagt ons twee besluiten te nemen, althans dat door te geleiden naar de gemeenteraad. Eén is het, zienswijzen in te dienen bij de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek ten aanzien van de eerste begrotingswijziging 2023 inzake Bestuursrapportage 2023 en in te stemmen met de bijgevoegde zienswijze brief. Als we dit punt behandeld hebben, ga ik u vragen of het een bespreekstuk of een hamerstuk is. Wie kan ik van de commissieleden, dit stuk in behandeling geven? En er gaan drie handen nu omhoog, vier handen gaan omhoog. Dan begin ik gewoon in de volgorde, dat ze op mijn netvlies kwamen. Mijnheer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Voorzitter, dank u wel. Ik heb hier eigenlijk een tweetal, een vraag en een opmerking en een aantal opmerkingen. Ik zal beginnen met de vraag.
In de Oplegnotitie wordt een, genoemd één komma achtenvijftig miljoen. Wat is dat, die één komma achtenvijftig miljoen tekort, terwijl er wordt ook gesproken over een functioneel leeftijdontslag, waar dan later twee komma vijfenvijftig miljoen voor nodig is. Dus wat wordt het nou? En dan mijn opmerking. We hebben een zienswijze. We hebben een zienswijze, we hebben een Oplegnotitie, we hebben een aanbiedingsbrief, we hebben een Bestuursrapportage, we hebben een oplage, bijlage vijf. Is de Oplegnotitie begrotingswijziging BDuR pup 2023 en dan heb ik ook nog een keer bijlage 6 concept zienswijze brief gemeente Laren. Het moet mij van het hart, dat dit een ongelooflijke hoeveelheid tekst is, die eigenlijk in één A4’tje samengevat kan worden. Eerlijk gezegd vind ik dit schandalig. En dan sluit ik mij even aan bij de heer Bart Vos, die hierover zou fulmineren, dat het ook nog eens een keer totaal onleesbaar is. En dat er een eenvoudig taalgebruik gebezigd moet worden. Het spijt me, maar ik vind dit echt zo langzamerhand de spuigaten uitlopen. En ik zou graag zien, dat deze gehele brij snel wordt vereenvoudigd en dat we ons hier in, tenminste een echte mening over kunnen vormen. En dat we dan ook met de juiste informatie kunnen werken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng, heer Merckx. Mijnheer De Jong naast u, van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja.
En dit is, om maar even daarop door te gaan, een voorlopig stuk. Want we krijgen over een korte tijd in het begin volgend jaar, wat het definitief gaat kosten en dit is allemaal voorlopig. Blij, dat we dat krijgen. Maar, ja, dat geeft nog niet een duidelijk beeld van, hoe het er dadelijk uitziet. Er wordt gesproken Pagina 25 van 56
over een incidenteel tekort. Dan denk ik van ja, incidenteel. Want er wordt ook bij gezegd, volgend jaar gaan we die kosten, gaan we, hebben we al, gaan we al meenemen. Dus dat is al meegenomen voor volgend jaar, gaat het geen tekort zijn, want die kosten zitten al in de begroting. Dus het is ook niet incidenteel, het zijn gewoon kosten, die we gewoon jaar in jaar uit gaan krijgen. Ik mag hopen volgend jaar, dat we dan die salarisstijgingen en inflatie, dat die al meegenomen zijn. Dat we niet volgend jaar weer zo'n stuk krijgen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong voor uw inbreng. Heer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: Ja, ik sluit mij aan bij mijn voorgangers. Mijn eerste opmerking in is, hoezo is dit incidenteel? Het gaat over cao-verhogingen. Maar de inflatie blijft nog wel even, dus die cao-verhogingen, die blijven ook. Dus in, naar mijn mening is het helemaal niet incidenteel. Vervolgens wordt er gesproken over een tekort van anderhalf miljoen, waar dan negenhonderdvijftigduizend incidenteel vanuit de overheid, landelijke overheid wordt gefinancierd. Dus dan kom ik op een tekort van een half miljoen. Vervolgens tijdens het lezen, wordt de FLO er in één keer ingegooid. Dat is het functioneel leeftijdsontslag, voor de luisteraars aan de radio. Dat kost dan in één keer nog een miljoen extra. Dus ik kom dan uiteindelijk, op een totaal tekort van tweeënhalf miljoen.
Dus wat is het nou precies? Vervolgens wordt er dan gezegd, ja, we gaan voorlopig, dan zijn ze in één keer heel positief. Ja, we gaan nog even niks doen aan de begroting, want we gaan proberen hè om het in de perken te houden. Maar wat gaat men dan doen? Hé dat is, dat wordt, dat blijkt helemaal niet, wat gaat men dan doen? Dan gaan we ook nog ergens een vlaggetje zetten, dat we denken dat er een risico is. Maar waar gaan we dan een, hoe heet het, een vlaggetje over zetten? Kortom, het is onduidelijk. Ik maak me grote zorgen, want dit gaat dus gewoon betekenen, dat wij extra moeten gaan betalen. En dat we dus weder… nou ja, wederom, we krijgen straks nog een aantal notities met gelijke strekking. Dus hoe gaan we ervoor zorgen, dat we deze Gemeenschappelijke Regelingen in de klauwen houden? Dat we niet iedere keer geconfronteerd worden met dit soort zogenaamde, incidentele tekorten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. Dan zijn we bij de heer Van Stempvoort en daarna komt de heer Grunwald. Maar eerst de heer Stempvoort, Larens Behoud. De heer Van Stempvoort: Dank u wel. Dan wil ik het toch eigenlijk wel heel erg kort houden. We zijn het zeer eens met eigenlijk alles, wat is gezegd. Ja, het lijkt een beetje waanzin te gaan worden. Toch even van het hart. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Mijnheer Grunwald, Groen Laren.
De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik mijn steun betuigen, aan de uitvoering van de heer Merckx, over de hoeveelheid tekst en het taalgebruik. Namens Groen Laren. Tweede is, dat ik ook onderschrijf de opmerking, dat het tekort wel incidenteel is, maar de kosten wel structureel, want die blijven doorlopen. Alleen zie je ze volgend jaar niet meer, want men hoopt op een verhoging van het budget. Nou, als die verhoging daar niet komt, dan zal het tekort dan ook weer zichtbaar worden. Maar wat me eigenlijk wel een beetje steekt is, dat het een soort winstwaarschuwing te elfder uren is. Dat er nu gevraagd wordt om hierop te reageren, terwijl er eigenlijk helemaal geen tijd is om op te reageren. Want we zitten nu op halverwege november, we hebben nog zes weken en dan is het weer bekeken voor dit jaar. Dus mijn vraag is van, waarom is dit niet eerder op tafel gekomen? En het tweede is, het is dan natuurlijk ook wel een beetje amusant om dan nog daarop te reageren in de zienswijze met van, nou ja, houd ons maar op de hoogte van de maatregelen, die u neemt. Punt, zelfs. Dus nou ja, ik zou zeggen van, ja, dan hoef je die zienswijze eigenlijk niet te schrijven.
Als hij toch de deur uitgaat, zou ik toch wel de suggestie willen doen, dat daarin komt te staan van, wat hebt u dan nu toe, nu in de afgelopen periode gedaan om dat tekort naar beneden te brengen? Pagina 26 van 56
Wat zijn de effecten daarvan geweest en wat kunt u dan nog op korte termijn doen? En geef maar direct antwoord. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U ook bedankt voor uw inbreng. Wethouder, bent u er klaar voor? De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, ik zit al te denken over de antwoorden. De voorzitter: Dat snap ik. De heer Van Midden: Denk van, jee, wat moet ik hier nou in vredesnaam op gaan antwoorden? Maar ik ben eruit, denk ik. Dus wat dat betreft, kunnen we gaan. De VVD vraagt zich af en dan neem ik even meteen alle opmerkingen mee over de cijfers en wat er nu eigenlijk staat, vraagt zich af, wat het tekort is. Ja, het is eigenlijk heel simpel, bestaat uit verschillende onderdelen. Het tekort ontstaat enerzijds door de caoverhoging. Dat is gewoon zeg maar, de verhoging van de salarissen van onze medewerkers, om het maar even zo te zeggen plus inflatie, anderhalf miljoen. Daarnaast speelt de discussie over functioneel leeftijdsontslag. Waarbij uiteindelijk blijkbaar vanuit de fiscus, een voorziening getroffen moet worden, om uiteindelijk dat functioneel leeftijdsontslag te financieren. Nou, blijkbaar, maar ik heb geen historie hiermee, gebeurde dat aanvankelijk vanuit de exploitatie. Daar moet nu een voorziening op getroffen worden op de balans en dat kost dan maximaal een miljoen. Dus dat is inderdaad tweeënhalf miljoen.
Nou, daar staat tegenover dan de uitkering die we gaan krijgen, dus de baten die we dan krijgen van ongeveer een miljoen. Dus dat betekent dan nou ja, netto zo’n anderhalf miljoen. Dus? De voorzitter: We luisteren even, want het is een belangrijk onderwerp. Ja. De heer Van Midden: Ja, nee, er wordt in mijn oor gefluisterd. Dus daar zitten nog een aantal onzekerheden in. Dat wordt ook met name in het functioneel leeftijdsontslag aangegeven. En mijnheer Lobregt vraagt, wat gaan we daaraan doen? Nou, wat we eraan gaan doen, staat uitgelegd in de bestuurlijke rapportage. Op dit moment is nog overleg met de Belastingdienst en de accountant, over in welke mate voorzien zou gaan worden is. Dus die uitkomst is uiteindelijk nog onzeker. Er is wel becijferd, dat het maximale risico een miljoen is. Dus vandaar dat ieder geval hierin, die bandbreedtes aangegeven zijn. Waarom zo laat? Ja, ik weet het niet. Ik ga er eigenlijk vanuit, dat de cao wat laat is vastgesteld. Maar ik kijk even links van me, want zo’n cao is natuurlijk redelijk goed te voorspellen over het algemeen. Maar ik denk, dat die wat later in het jaar is vastgesteld, waardoor het nu wat laat is. En het is incidenteel in 2023, omdat het nog niet meegenomen was in de begroting. In 2024 is alvast een bedrag meegenomen in de begroting, die te maken heeft met die caoverhoging.
Dus er zal, als dat meer of minder zal zijn in de uiteindelijke cao, zal dus de klap wat minder zijn. Ik ga even verder, als je daar waar je de … De voorzitter: Ja, als u uw antwoorden probeert te geven, dan kunnen we daarna naar de gemeentesecretaris. De heer Van Midden: Gemeentesecretaris. Ja, heel goed. Eens even kijken, wat werd er nog meer gevraagd? Oh ja, het is misschien wel even aardig, om het toch in perspectief te zetten. Want uiteindelijk is, zijn dit zeg maar de kosten voor de hele veiligheidsregio. Uiteindelijk hebben we als Laren daar een aandeel in, wat zo vier komma zevenenvijftig procent is. Dat betekent feitelijk voor Laren, dat het risico op nabetaling vanuit die cao zo’n achtenzestigduizend, negenenzestigduizend euro is. En het risico in de functionele leeftijdsontslag ruim vijfenveertigduizend euro. Totaal honderdveertienduizend euro. Dat is natuurlijk flink wat geld, maar is ieder geval toch een ja, eigenlijk een klein aandeel, Larens aandeel in het geheel. Volgens mij heb ik al, even kijken. Ja, mijnheer Lobregt heeft ook de vraag, ja, hoe het in de toekomst in de klauwen te houden? Ja, dat Pagina 27 van 56
betekent, dat we in de toekomst gewoon beter moeten begroten. En wat ik begrepen heb is, dat dat voor 2024 en verder al het geval is geweest. In ieder geval, als het gaat om de cao-verhoging. Voor wat betreft functioneel leeftijdsontslag, moet dan de uitkomst van de discussie nog komen. Mijnheer Grunwald geeft aan, dat het vrij laat is, de zienswijze. Want we stellen hem in, 30 november vast en we hebben nog maar een maandje te gaan. Dat klopt, dat is ook zo. Dat is ook een beetje vreemd, moet ik eerlijk zeggen. Wat die caoverhoging betreft. Ja, daar zal weinig aan te veranderen zijn, ik denk dat we die gewoon doorvoeren. Maar ik denk wat functioneel leeftijdsontslag, de berekening van de voorziening, dat zal denk ik, nog wel een stuk doorlopen in 2024. Vandaar dat met die zienswijze, ook een beetje een doorkijkje naar 2024 gegeven wordt van nou, als er nou uitkomsten zijn, breng ons in een vroeg, zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte van de uitkomsten. Zodat we daar ook ieder geval op kunnen anticiperen, ieder geval aan kunnen wennen. Ja, volgens mij heb ik daarmee eigenlijk alle vragen wel gehad, als ik het zo zie. Tenzij ik wat gemist heb en ook de secretaris wat wil aanv… De voorzitter: Ja. Het zo zijn, dat er nog collega's aan tafel zitten, die zeggen, ik had nog een antwoord van u verwacht, kom ik nog even bij u terug.
Maar nu is eerst het woord aan de heer Van Waveren, gemeentesecretaris alhier te Laren. De heer Van Waveren: Ja, dank u wel, voorzitter. De vraag over de termijn en hadden we dit niet eerder kunnen melden? Dat heeft ook wel met de doorlooptijd, maken, de bestuursapparaat is natuurlijk de half jaar, na een half jaar wordt door de veiligheidsregio gekeken, waar staan we? En wat zijn de risico's en de financiële situatie? Dat komt dan, dus dat is, in de zomer wordt dat opgesteld. 4, 5 september is dat in het bestuur van de veiligheidsregio geweest. Dan is er wettelijk twaalf weken voor de gemeente, om daar een zienswijze op te geven. Nou, dan kom je inderdaad in november uit en begin december in de, in het bestuur van de veiligheidsregio. Dat is door de termijnen, die daarvoor gelden niet anders te doen. Of je moet in januari al beginnen met de bestuursrapportage en dan is het niet het volledige beeld. Dus dat is altijd een spanning tussen, wanneer meld je en hoe acuut is het? Dus als het niet een cao-gerelateerde of een bijzondere afwijking was geweest, laat ik het zo zeggen, dan was er wel apart over gerapporteerd. Op een andere manier, ja. De voorzitter: Helder antwoord. Ik weet niet, of het naar genoegen is van die of gene. Ik kijk even mijn collega's in de kring af aan tafel. Ik zie de hand omhoog gaan van de heer Lobregt, van mevrouw Van Dorst en van de heer Grunwald.
Mis ik dan nog iemand? Want dan wil ik voorstellen, dat deze drie nog hun aanvullende vraag stellen en dan kijken we waar we staan. Mijnheer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Nog even over die FLO. Dat is hè, dat is gewoon een voorziening. Hebben er dan niet financiële mensen bij de veiligheidsregio zitten slapen? Hoe, waar is de accountant dan geweest? Had hij daar niet al veel eerder een opmerking over moeten maken, jaren terug, dat dit een verplichting was? Hoe zit het dan met de controle binnen die, binnen, financiële controle binnen die veiligheidsregio? Ik snap dat, er worden, dat zijn niet vragen, die ik misschien aan … Dat zijn geen vragen, die ik misschien aan u moet stellen, maar die u denk ik wel aan de veiligheidsregio moet stellen hè. Waar ik me vooral zorgen over maak, is dat we nu in één keer verrast worden met die achtenzestigduizend euro. Dat geld hebben we gewoon niet als, tenminste, we hebben het wel. Maar we geven het liever aan andere dingen uit, denk ik, dan aan dit soort verrassingen hè. Dus u bent zelf bezig om de gemeentelijke financiën op orde te krijgen. Maar ik denk, dat we wat meer werk van moeten maken, om ook voor te zorgen dat binnen de Gemeenschappelijke Regelingen, men ook de financiële huishouding op orde heeft. En dus ook zorgt, dat de
Pagina 28 van 56
accountant zijn werk doet en dat de financiële in, controlemensen en het control framework ook werkt, binnen die Gemeenschappelijke Regelingen. De voorzitter: Heeft u in uw opmerkingen eigenlijk de vraag gesteld, of een aantal dingen als vraag worden meegenomen door de wethouder? De heer Lobregt: Ik denk, dat het belangrijk is, is dat we begrijpen, hoe wordt het, hoe deze discussie nu in één keer heeft kunnen plaatsvinden? En waarom de accountant van de veiligheidsregio daar nooit eerder een opmerking over heeft gemaakt? Het is niet zo, dat er in één keer een, volgens mij een wetswijziging is geweest. Ik maak al vijfentwintig jaar FLO-berekeningen, dus zo spannend kan het allemaal niet zijn. De voorzitter: Helder. Dan, zei ik, ik heb wat namen genoemd. Maar ik ben nou ja, mevrouw Van Dorst en dan kom ik daarna weer terug bij u als laatste. Mevrouw Van Dorst, D66, u had nog een tweede, een aanvullende vraag. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ja, wij hadden nog de aanvullende vraag. Heeft u ook het in, weet u ook hoeveel dat nou per inwoner kost deze regio, deze veiligheidsregio? De voorzitter: Nou, die vraag, die houden we even vast. Dan stellen we de, stelt mijnheer Grunwald van Groen Laren nog een vraag en dan kom ik bij de heer Merckx. Mijnheer Grunwald, Groen Laren, u heeft nog een aanvullende vraag. De heer Grunwald: ja, dank u wel, voorzitter.
De secretaris heeft nou net uitleg gegeven over de procedure, om tot zo'n fraai stuk te komen. Nou, ik vind dat gewoon mosterd na de maaltijd. Dat kan je gewoon achterwege laten, als dat zo moet. Dus daar kan best naar gekeken worden, hoe dat proces dusdanig versneld kan worden, dat daar dus wat eerder inzicht in is. Anders moet maar gewoon zeggen van, we hebben gewoon tekort gedraaid dit jaar, sorry. En nou ja, we moeten maar kijken, wat we daarmee gaan doen. Dus dit. Het tweede is, ik heb een suggestie gedaan om de zienswijze tekstueel aan te passen. Dat kan natuurlijk ook via een amendement. Maar ik heb niet terug gehoord of de wethouder genegen is, om dat a priori dus dan maar te veranderen, om dit proces te vergemakkelijken. Bedankt, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan naar, steek ik de zaal weer over naar de heer Merckx van de VVD. En dan kom ik naar de wethouder terug. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Ja. Er is dus een financiering vanuit de gemeente Naarden, Laren, sorry, excuus, van honderdveertienduizend euro nodig. Dat is natuurlijk een deel, vierenhalf procent van het geheel. Ik vraag mij af, is de vraag gesteld aan de veiligheidsregio om dit tekort dat ontstaan is, zelf aan te zuiveren? Want daar ontstaat, zoals de heer Lobregt al zegt, dat hadden ze wellicht zelf kunnen weten.
En waarom moeten wij dan honderdveertienduizend euro zelf gaan besparen? Want onze begroting heeft nu plotseling een gat van honderdveertienduizend euro en er zijn dus dingen, die we niet aan andere middelen en zaken kunnen besteden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, heer Van Midden, kunt u … De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Meteen, om op de vraag van de heer Merckx in te gaan, dit is ook de aard van het voorstel. De veiligheidsregio’s zeggen eigenlijk, joh, dit zijn de verhogingen, die we zien. Maar laten we ons eerst onszelf inspannen om te kijken, hoe we dat gewoon binnen onze eigen Pagina 29 van 56
mogelijkheden kunnen oplossen. Pas dan komen we uiteindelijk terug bij de gemeente om te kijken, wat de begrotingsgevolgen zijn. Daarom heeft en ziet u ook in het voorstel staan, dat het op dit moment geen begrotingseffect. De vraag van het CDA, financiële mensen hebben zitten slapen. Ik weet niet, ik kan hem niet beantwoorden. Ik weet wel, dat in het publieke domein, daar op dit moment wat wijzigingen zijn in de wijze, waarop dit soort dingen gewaardeerd worden. Ik zie dat hier bij het functionele leeftijdsontslag. We hebben het ook gezien bij de BEL, bij het verlofsparen. Dat we dat ook uiteindelijk zeg maar, niet meer uit de exploitatie kunnen doen, maar gewoon zeg maar via voorziening op de balans. Dus het kan best wel zijn, dat daar wat wijzigingen zijn in de wijze van boekhouden, om het zo maar even te zeggen. Maar ik kan dat als u dat zeker wil weten, even voor u natrekken of dat het geval is. Dus we zullen die vraag zeker stellen aan de veiligheidsregio. D66 vraagt, kosten per inwoner. Ja, mevrouw Van Dorst, ik zou u graag zelf even aan het werk willen zetten. Kijk naar de kosten, deel het door elfduizendvijfhonderd en u heeft de kosten per inwoner. Groen Laren zegt, dat is mosterd na de maaltijd. We willen snelle inzichten. Suggestie om het, de zienswijze ook aan te passen.
Ik zou het zeker niet doen, want uiteindelijk willen we toch zo snel mogelijk de uitkomsten weten, van het functioneel leeftijdsontslag en ook de mogelijke andere effecten hè? Dus ik kan met hem meegaan, dat hij zegt van, lijkt een beetje mosterd na de maaltijd. Maar ik zou ieder geval daarvoor, de zienswijze niet aan willen passen. Het is ieder geval goed om die zeg maar, druk er even op te houden. Ik wil nog even ingaan op de opmerking van de heer Merckx, over de grote hoeveelheid documenten. Dat klopt. Wat ik zie, is dat de hoeveelheid documenten ook veroorzaakt wordt door een ja, ik noem het een soort wanhopige poging om klantvriendelijk te zijn hè. Want je ziet uiteindelijk, de bestuursrapportage is vijfendertig pagina's. Dat is best wel veel, staat heel veel informatie in. Nou, daar komt dan een Oplegnotitie bij, er komt dan een aanbiedingsbrief bij en er komt dan ook nog een Oplegnotitie voor de begrotingswijziging bij. Die eigenlijk min of meer hetzelfde zijn, maar een soort korte samenvattingen zijn van het grote rapportage. Waardoor er uiteindelijk toch een wat onoverzichtelijk hoeveelheid documenten ontstaat. Dus we zullen die opmerking van de heer Merckx zeer te harte nemen, bij de volgende presentatie. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar de fractie van Groen Laren.
Want u had het over een amendement, maar de wethouder ontraadt hier al in de commissie, om het stuk aan te passen. Anderzijds heeft de wethouder wel een toezegging gedaan, dat de vraag van de heer Lobregt van het CDA wordt doorgesluisd naar de veiligheidsregio. Maar als ik deze twee laatste punten eruit haal en gehoord hebben de discussie en eigenlijk het, de vraag, schuine streep het verzoek van advies van de wethouder, om nu druk erop te houden. Wie wil dan hier nog iets aanvullends over zeggen, danwel mag ik u vragen of het een bespreek- of een hamerstuk wordt? Waarbij ik ernaar neig, dat ik los van die vraag die dan beantwoord moet worden, het een hamerstuk kan worden. Maar dat ligt aan u. Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Ik denk er toch sterk aan om een amendement in te dienen. De voorzitter: Ja. Nou, dat staat fracties altijd vrij. Nou, en ik hoop, dat zal dan afwachten worden of u daar een meerderheid voor krijgt. Maar mag ik dan met dit, ondanks dat u al heeft aangekondigd, dat er een amendement komt, dat de voorkeur lichtelijk uitgaat naar hameren, afhameren in de vergadering. Maar we dus rekening mee moeten houden, dat de collega's in de gemeenteraad hier toch nog over gaan praten. Eén toezegging gedaan, mevrouw de griffier. Dan hameren we dit stuk voor nu in ieder geval af, onder dankzegging aan beantwoording. 8.
Controleverordening De voorzitter: Komen we bij punt acht, de Controleverordening. Nou wordt het wel weer spannend, want dit gaat over onszelf. Voorafgaande aan de accountantscontrole dient er een controleverordening te worden Pagina 30 van 56
vastgesteld door de gemeenteraad. Onze gemeenteraad van Laren. De commissie Audit en Risk bespreekt de controleverordening op 7 november aanstaande, dat is vorige week geweest. Vervolgens is daar een besluit de Controleverordening vast te stellen. En dat advies, dat staat in iBabs. Ik mag er ook bij opmerken, dat de nieuwgekozen voorzitter dat kan toelichten nader. Dat is de heer Jan Huug Lobregt, hier aanwezig van het CDA, die in die nieuwe commissie met een aantal anderen hier ook aanwezig, die commissie Audit en Risk faciliteert met de griffier samen als assistent ondersteuning. Mijnheer Lobregt, kunt u hier een als ik het goed heb, een toelichting op, een korte toelichting op geven, een verduidelijkende toelichting op geven? Aan u het woord. De heer Lobregt: Ja, dat kan. Is denk ik goed, om even te beginnen met, dat we inderdaad met de Audit en Risk commissie bij elkaar zijn gekomen, afgelopen week. Het was de eerste bijeenkomst van de Audit en Risk commissie. Dat betekent ook, nou, dat we even aan elkaar moeten wennen.
We hebben ook een uitgebreide toelichting gekregen van de externe accountant over, wat wordt er nu eigenlijk verwacht van een Audit and Risk committee? Dat betekent ook, dat we hebben gesproken over nou, wat gaan we nou precies doen? Wat we in ieder geval hebben gezegd is, de volgende vergadering zal, van de Audit and Risk committee zal ongeveer in februari, eind februari plaatsvinden. En wat gaan we daarin doen? Daarin krijgen we de Managementletter 2022. Wat is de Managementletter? De Managementletter brengt de accountant uit, waarin hij zijn bevindingen geeft over de financiële staat van de gemeente. Maar ook, over waar hij verbeteringen ziet in het financiële controleproces van de gemeente. De Managementletter 2023, die komt ongeveer half februari uit. Die gaan we dan met elkaar bespreken binnen de Audit and Risk committee. Dan kijken we ook de wethouder, Jan van Midden aan en willen we graag ook zijn reactie daarop horen. En willen we ook van Jan van Midden horen, wat hij gaat doen om de punten van de accountant te adresseren. Vervolgens zullen we dan een meeting plannen zeg maar voor de zomer, waarin we door de jaarstukken gaan, de jaarrekening. Dat met de accountant en met de wethouder en de financiële mensen van de gemeente bespreken. Vervolgens ook met de wethouder meenemen, wat de stand van zaken is rondom zijn opvolging van de Managementletter punten.
Dan hebben we een derde of tenminste dat is eigenlijk weer een eerste bespreking, want dan gaan we in september weer bij elkaar komen, om de planning rondom de controle 2024 en dus van het jaar daarop, met elkaar te bespreken. En dan begint eigenlijk de hele cyclus opnieuw. Betekent dus, dat we drie keer per jaar bij elkaar komen. Belangrijk punt wat ik dan nog niet heb genoemd is, dat we ook met de Rekenkamer zullen, met de op te richten Rekenkamer zullen spreken over de onderzoeken, die zij, die ze hebben gedaan, die ze gaan doen. De planning en de uitkomsten van die onderzoeken hè. Dus komt de Rekenkamer commissie, of de Rekenkamer commissie, de Audit en Risk commissie dan drie keer per jaar bijeen. Nou, dat kan ook vier keer per jaar zijn, als daar aanleiding toe is op een nog nader te bepalen vraagstuk, of tijdstip. Belangrijk is, is dat we nou ja, ook aan elkaar zullen moeten wennen. Dat we zullen moeten wennen aan, wat gaan we nou precies doen? Dus dat nou ja, gaat zich ook vormgeven in de komende tijd. Maar in ieder geval, de vergaderingen en onderwerpen die ik zojuist heb genoemd, dat is waarmee we gaan starten. Naar aanleiding van onze vergaderingen zullen we dan ook aan deze commissie verslag uitbrengen en jullie adviseren over de voorliggende stukken. Dat gaan we dan nu ook doen, maar ik pauzeer even misschien hè.
Dat gaan we nu ook doen met het controleprotocol, jullie daarover adviseren. Maar voor ik daarop inga, is misschien goed om heel eventjes twintig seconden mijn mond te houden, om te zien of er vragen zijn, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Lobregt, naar aanleiding van de inleiding, de toelichting zie ik geen vragen op u afkomen en krijgt nu nog de gelegenheid, om de Controleverordening nog kort toe te lichten.
Pagina 31 van 56
De heer Lobregt: Wij stellen voor om in te stemmen met de Controleverordening, waarbij we een kleine aanpassing willen maken. Dat zit in artikel zeven, lid één. Daar staat nu, dat als de accountant controle afwijkingen of bevindingen heeft, dat hij die direct doorsluist naar de raad, met een afschrift aan het college. En wij stellen voor om dat te veranderen, dat hij dat direct doorsluist naar de Audit and Risk committee, met een afschrift aan het college. Zodat wij daar kennis van kunnen nemen en vervolgens de commissie ook over kunnen adviseren. Dus dat is het, voorgestelde wijziging in het controleprotocol. De voorzitter: Als ik het goed heb begrepen, is dat een, wel een wijziging die vraagt om een amendement. Heer Lobregt, heb ik zo … De heer Lobregt: Ja, klopt. De voorzitter: Ja. Dus dan wil ik eigenlijk aan u vragen, want dat heeft de griffier al voorbereid. Dat niet nu voor nu, maar dat wij volgende week op, dat de opmerking van de heer Lobregt, een amendement bij dit stuk aantreffen. Dat heeft de griffier aangegeven, dat zij dat voor ons kan verzorgen. Dan nog als dat gezegd is en we zijn daar mee eens dan, is er dan nog een prangende vraag? Of, ja, ik zie nog een vraag van mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ja, dank u, voorzitter. U heeft het even al gehad over de Rekenkamer commissie, die krijgt onderwerpen.
Waar komen die onderwerpen vandaan? Is de Audit commissie, die dat aangeeft of komt dat via de raad naar de Audit commissie? De heer Lobregt: Nee, de Rekenkamercommissie is een zelfstandige commissie met een eigen verantwoordelijkheid en die stelt zelf vast, wat de onderzoeken zijn, die zij gaan doen. Dus daar hebben wij geen invloed op. Ik zeg het toch correct? De voorzitter: We gaan het even anders doen, want anders verstaat u er thuis niks van. De griffier gaat even haar microfoon aandoen. Dan gaat ze even toelichten hoe dat precies zit, mevrouw Niekus met die Rekenkamer versus de nieuwe commissie Audit en Risk. Mevrouw Boers: Eén keer per jaar in het najaar, dan gaat de Auditcommissie, nodigt de Rekenkamer uit. En de accountant ook, want er zijn ook accountant onderzoeken. Om dan de onderwerpen die alle gremia, dus de Rekenkamer en de Auditcommissie en eventueel zelfs de gemeenteraad, kan ook onderzoeken doen, om af te stemmen wat nou handig is wie, wat nou gaat onderzoeken. Is een, echt afstemming, je neemt geen zeggenschap over. De Rekenkamer gaat uiteindelijk helemaal zelf over wat ze onderzoeken gaan, maar afstemming is natuurlijk wel wenselijk. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Boers. Dan gaat de wethouder nu een vinger omhoog steken. Weer wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Ja, ik wil even iets op aanvullen, mijnheer voorzitter, met uw permissie.
We hebben in de Auditcommissie ook gesproken over, waar gaat het uiteindelijk de Auditcommissie over. Kijkend ook naar het financiële, naar de financiën. Ook in termen van rechtmatigheid en doelmatigheid. Zeggen we van, nou ja, uiteindelijk in de Auditcommissie gaat het voornamelijk om de rechtmatigheid van de financiën, als we kijken naar jaarrekening en begroting en dat soort dingen. Als we naar de doelmatigheid willen kijken, dan is de Rekenkamer een instrument om daar in te zetten. Dus we kunnen vanuit de Audit committee ook kijken, op