CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie M&F 16 november 2023

Commissie Maatschappij en Financiën 13 december 2023, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 16 november 202336.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN FINANCIEN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 16 november 2023

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren. Ik zal de vraag niet herhalen, want dat wordt gezien natuurlijk als een politiek statement maken. Goedenavond, het is woensdagavond 16 november. Wij vergaderen vanavond, want volgende week het Tweede Kamerverkiezingen zijn. We zitten in de commissie Maatschappij en Financiën, met een goedgevulde tribune. Op rechts ga ik aan u voorstellen, dat is de heer Jan Huug Lobregt van het CDA, Jolanda Graafsma van het CDA, de heer Evert de Jong van Liberaal Laren, de heer Stef Merkcx van VVD, mevrouw Désirée Niekus van de VVD, mevrouw Yvonne Berghorst, D66, mevrouw Ellen van Dorst, D66. Naast mij zit de griffier, Els Boers. Dan komt Thijmen Jacobse van Larens Behoud, Marius van Stempvoort, Larens Behoud, Andreas Grunwald van Groen Laren, Ben Wichers Schreur, Groen Laren. Dan volgen de wethouders, Jan van Midden, de heer Jan den Dunnen en de heer Flip de Groot. En dan hebben we nog wat gasten op de tribune zitten. Ondergetekende, Erwin van den Berg, uw voorzitter vanavond. Ik heb een paar kleine mededelingen van huishoudelijke aard. Dat is als u spreekt, dan gaat het woord via de voorzitter. En dan ga ik uw naam noemen, want dan blijft dat ook in het transcript goed leesbaar en volgbaar. Als u wil interrumperen, dan ook graag een seintje naar de voorzitter.

Als u meent, dat de voorzitter iets niet goed doet, mag u ook een seintje geven. Dan is de volgende vraag, of u zich kan vinden in de agenda, zoals die voorligt? Ik zie iedereen vrolijk kijken, dus de agenda is bij deze vastgesteld van deze vergadering.

2.

Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 11 oktober 2023 (incl. vervolgcommissie 18 oktober 2023) De voorzitter: Dan gaan wij over naar punt twee, Vaststelling lijst adviezen en conclusies van de vergadering van de commissie Maatschappij en Financiën van 11 oktober 2023. En daar zeg ik dan bij, inclusief de vervolgcommissie het tweede deel, op 18 oktober 2023. Wie mag ik het woord geven, over de beide vaststellingen lijst adviezen? Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Alleen het, een opmerking, dat bij agendapunt negen de onderschrift hetzelfde is, als bij agendapunt acht. Dus ik denk, dat daar een tikfout is gemaakt. Die regel klopt niet. De voorzitter: Wij gaan het … Mevrouw Van Dorst-Brakel: Aanpassen. De voorzitter: Wij hebben deze opmerking van u genoteerd, waarvoor dank. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel. De voorzitter: Iemand anders nog? Nee? Dan zijn bij deze onder hartelijke dankzegging aan de scribenten, de vaststellingen van de lijst adviezen van de beide vergaderingen van 11 oktober en die van 18 oktober, bij deze vastgesteld.

Pagina 1 van 56

3.

Mededelingen De voorzitter: Zijn we bij punt drie. Heeft er iemand van de commissie een mededeling? Nee? Dan kijken we naar het college. Heeft iemand van het college een algemene mededeling? Nee?

4.

Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan zijn we bij punt vier van de agenda, Meldingen portefeuillehouders met betrekking tot Gemeenschappelijke Regelingen. Dan geef ik het woord graag aan … niemand. Nee, dat geeft niet. Dit bevalt mij heel goed, ik hoop u thuis ook. Want we hebben vanavond namelijk ook leuke inhoudelijke dingen te bespreken. Dan is punt vier, mevrouw de griffier, hiermee ook afgehamerd.

5.

Rondvraag De voorzitter: Dan zijn we bij de rondvraag. Voor die rondvraag is er in ieder geval eentje op schrift ingediend. Maar ik ga even een rondje kijken, of er nog mensen zijn, die een rondvraag, een andere rondvraag hebben. En dan gaan de vingertjes omhoog van de VVD-fractie. Mevrouw Désirée Niekus. Mevrouw Niekus: Niet. Zo, nu sta ik aan. Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraag over de Eemnesserweg. Er zijn, verkiezingsborden zijn er geplaatst. En het is mij opgevallen, dat het verkiezingsbord aan de Eemnesserweg op een, toch wel beetje gevaarlijke plek staat. Het is niet overzichtelijk voor de fietsers, niet overzichtelijk voor de voetgangers. Als je vanuit Eemnes komt, dan had het beter op het weilandje kunnen staan, aan de rechterkant van het fietspad en niet aan de linkerkant. De voorzitter: Ja. Ja, daar doen wij nu op dit moment weinig aan. Maar die vraag, die gaat, wie kan die beantwoorden? De heer wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter. Ik kan er wel wat over zeggen. Volgens mij is die vraag al eerder gesteld. En we hebben ernaar gekeken en is het bord iets verschoven, dacht ik. Even kijken, in ieder geval staat hij goed nu, voor de weggebruikers. Naar mijn weten. De voorzitter: Vraag en antwoord spel. Maar ik hoor van mevrouw Niekus … Mevrouw Niekus: Ja, dank u, voorzitter.

Ik kom, elke ochtend kom ik daar langs, ik laat mijn hond uit. Ik kom over het zebrapad en ik moet echt uitkijken, hoe dat bord staat. Want die fietsers komen in het donker eraan. Je kan niks zien, wat van De Biezem afkomt. Het is geen goede plek en het is niet geplaatst. De voorzitter: Nou, dan denk ik, dat de wethouder deze vraag even mee terugneemt, de organisatie in. En dan, dat er morgen een ritje gemaakt wordt. Maar ja, we kunnen er verder niks aan veranderen, mevrouw Niekus. Maar goed, dank u wel voor uw vraag. Volgende vraag. Ja, oh, naar aanleiding. Ja, oké, ja. Mevrouw Van Dorst, naar aanleiding van. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Naar aanleiding van de borden, de hoe heet het, de verkiezingsborden, sorry. Het was ons opgevallen, dat wij helemaal geen aanvraag hebben gehad of een informatie hebben gehad, dat we überhaupt verkiezingsborden mochten opzetten. En dat vond ik, wou ik dan even nou bij dezen, ik heb het via de griffie en via de afdeling Vergunningen nagevraagd. Ik heb daar nog geen antwoord op gehad, maar ik wilde dat toch eventjes melden. Dank u wel.

Pagina 2 van 56

De voorzitter: Ja, dan even als collega's onder elkaar. Toevallig heb ik die mail wel voorbij zien komen, van anderhalve maand geleden inderdaad, of twee maanden geleden. Dan kon je iets doorgeven, maar … Mevrouw Van Dorst-Brakel: Van het CDA hangen ook inderdaad borden. De voorzitter: Nee, nee, heeft niks met CDA te maken. Ja, kan zijn. Nee, maar ik bedoelde meer gewoon, in het algemeen de verkiezingsborden. Dat daar, is er een, er is wel een mail over geschreven. Maar waarvan akte. Dus ook die vraag wordt mee teruggenomen naar het stembureau. Dan gaan we weer verder met de rondvragen. En de heer Merckx van de VVD, die stak ook zijn vinger omhoog. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Wellicht ook voor de kijkers, de luisteraars thuis, dat achter de voorzitter bevindt zich een hele fraaie weergave van Venetië. Ik hoop niet, dat dat een aankondiging is voor wat in deze novembermaand, Laren Regenklaar nog niet klaar is en dat we ons daarop moeten voorbereiden. Desalniettemin wat wel gebeurt, is dat de blaadjes vallen. En dat dit dus een vraag is voor het groenvoorzieningen. Ik geloof, dat de wethouder Van Midden vorig jaar heeft toegezegd, dat er manden komen waarin de gevallen bladeren, kunnen worden opgeslagen. Ik ben in ieder geval al heel blij, dat niet begin oktober de bladeren zijn opgehaald.

Maar wel even nu, wat gaat er wel gebeuren? Want inmiddels, begint het een beetje een zooitje te worden in de buitengebieden. Dank u wel. De voorzitter: Nou, ik heb deze ronde bedacht, dat we maar meteen vraag-antwoord doen. Wie wil daar een antwoord op geven? Mijnheer Van Midden, heeft u zin om de heer Merckx van antwoord te voorzien? De heer Van Midden: Ik heb, mijnheer de voorzitter, altijd zin om mijnheer Merckx van antwoord te voorzien. Ook al is het de verkeerde commissie, waarin deze vraag gesteld wordt. De bladcampagne is inmiddels begonnen. Dus als de heer Merckx het goed gezien heeft, ziet hij al voertuigen in het dorp rijden, die bladeren opruimen. Er is ook al communicatie geweest over de bladcampagne, waarin we heel nadrukkelijk aangeven, dat particulieren verantwoordelijk zijn voor het afvoeren van hun eigen blad. En de gemeente daar geen enkele verantwoordelijkheid in heeft en dus ook niet wil, dat particulieren het blad op straat storten. Wij hebben besloten geen korven te plaatsen. Om de simpele reden, dat als we korven plaatsen, dat er niet alleen blad in terechtkomt, maar allerlei andere huishoudelijk afval tot en met koelkasten aan toe. Dus uiteindelijk als gemeente, schieten we daar niet zoveel mee op. Dat is ook gecommuniceerd met Buurtpreventievereniging vorige week. En ja, eigenlijk daarmee is de campagne gewoon ingevuld.

We doen het wel heel zorgvuldig. Dat betekent dat, want het is eigenlijk de duurste oplossing die we kiezen, maar we weten toch, dat we uiteindelijk als gemeente voor het blad opdraaien. Dus betekent, dat we weer met een grotere regelmaat het blad zullen opruimen. De voorzitter: Heer Merckx, bent u tevreden met dit antwoord? De heer Merckx: Nee, niet helemaal. Dank u wel, voorzitter. Kijk, ik ken andere gemeentes waar ook korven staan en daar verdwijnt alleen maar blad in de korf en niet de hele koelkasten. Dus ik denk, dat een, gewoon een goede communicatie is. En ik denk niet, dat in onze in onze gemeente de mensen zodanig zijn, dat ze de koelkast en de oven erin gooien. Hoewel, we hebben natuurlijk vreemdere situaties meegemaakt. Ik vind wel, dat als hier deze vraag wordt gesteld, de communicatie is niet geheel duidelijk en er is blijkbaar ook een verschil in diverse aanpakken. Dat, nu zijn mensen dus wel degelijk, blad buiten de deur aan het gooien. Dus ik denk dat het toch verstandig is, om nog een keer naar het beleid te kijken en wel korven daarvoor beschikbaar te stellen en daar een campagne van te maken. Ik denk, dat dat heel zinnig is. Dank u wel.

Pagina 3 van 56

De voorzitter: Nou, en zo heeft u van deze vraag dan weer een maatschappelijke vraag gemaakt, die hier wel in de commissie past. Dank u wel, mijnheer Merckx. Iemand anders op uw rijtje? Mevrouw Jolanda Graafsma, CDA. Mevrouw Graafsma: Vanuit onze fractie is de vraag gerezen, hoe het staat met de armoede in Laren? Is daar een inventarisatie van, bijvoorbeeld hoeveel mensen het betreft? Misschien komt het ook aan de orde bij de vraag van D66, over de SchuldHulpMaatjes. Maar wij waren daar benieuwd naar, hoe de status daarvan is, op dit moment in Laren. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Heer Flip de Groot, wethouder. De heer De Groot: Ja. Ja, armoe kun je op een heleboel verschillende manieren definiëren. Maar in ieder geval als we kijken naar het aantal uitkeringen, wat we straks gaat doen voor de Energietoeslag, daar ziet u in hoeveel mensen zeg maar, honderdtwintig procent of minder van de minimumloon verdienen. Ik heb het hier niet paraat, maar die tabel is zo raad te plegen. Of het nou echte armoe is of niet, nogmaals, definitiekwestie. Maar zijn in ieder geval niet de mensen, die het breed hebben. Waar ik ontzettend blij van ben, dat we daar die Energietoeslag aan toe kunnen kennen. Dank u wel. De voorzitter: Beantwoording is hiermee voldoende? Mevrouw Graafsma: Niet helemaal, maar we komen er later nog wel op terug. Dank. Ja. De voorzitter: Ja.

Dan zijn wij bij de fractie van Groen Laren. Heeft u een vraag? Nee. De heren van Larens Behoud ook niet? Dan komen we bij de reeds ingediende vraag van D66. Mevrouw Van Dorst, aan u het woord. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat, iedereen heeft misschien de vragen al gelezen, dus ik ga ze echt niet herhalen. Ik had vier vragen voor de rondvraag. Dat gaat in eerste instantie over het dierenasiel Hilversum, daar hoor ik graag het antwoord op. De tweede vraag was over Versa Welzijn. Daar zijn herziene afspraken, waar ik benieuwd naar was. De derde vraag gaat over de, inderdaad de SchuldHulpMaatjes, die in Eemnes en in Huizen een paar jaar geleden uitgerold zijn. En waar de vorige wethouder sociaal domein Den Dunnen ervoor pleitte, om die ook later na evaluatie ook in Laren te kunnen uitrollen. Dus daar was ik ook erg benieuwd naar de stand van zaken. En een vierde vraag was, vanuit de Algemene Beschouwingen van vorig jaar werd D66 geïnformeerd, dat er een plan zou worden opgezet voor een raad werkgroep, betrokken inwoners en raadsleden in de BEL organisatie. Ik was ook benieuwd, hoe het met die stand van zaken is. Dat waren mijn vier vragen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. Wie mag ik van de wethouders als eerste het woord geven? De heer Flip de Groot. De heer De Groot: Ja.

Ten aanzien van het Gooische Nest, dat staat binnenkort op de agenda van de Gooi en Vechtstreek. Nou, dat wordt alsdan besproken en dan komt er een terugkoppeling op. Dus net zoals ik bij de begroting heb gezegd, daar ga ik niet op vooruitlopen. We gaan daar, op een goede manier gaan we erin. En we gaan proberen daar het dierenwelzijn op de juiste manier te bedienen, maar ook binnen kaders, zoals we die graag in de raad zien. Dat daarover. SchuldMaatje, op dit moment worden we bediend door Humanitas. Er is op het ogenblik nog een vacature voor een budgetcoach in Huizen, maar die komt er binnenkort aan. Dus er worden, op dit moment worden deze problematiek bediend. Du moment als ik merk, dat degenen die deze Pagina 4 van 56

pro… deze zaken uitvoeren, SchuldHulpMaatje stoel erbij willen hebben, dan ga ik daar met een positieve manier naar kijken en zal ik dat alsdan, besluiten. En voor zover dat begrotings dingen heeft, komt het ook bij u weer langs. Eens even kijken, al die vragen. Eén, twee, drie. Wat was uw derde vraag, mevrouw … De voorzitter: Mevrouw Van Dorst, wilt u nog even uw derde vraag voor de heer De Groot herhalen? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik had het alweer weggelegd. De voorzitter: Oh, de raadswerkgroep. Mevrouw Van Dorst-Brakel: De derde vraag was over de, moet ik even denken. De tweede vraag, dat was over de evaluatie en informatie, over de herziene afspraken met Versa Welzijn. De heer De Groot: Ja. Ja, dat is inderdaad interessant. Ik denk dat het leuk is, om daar een raadsinformatiebrief over naartoe te sturen. Omdat dat de nieuwe systematiek weergeeft, heb ik ook met de afdeling besproken en die komt uw kant uit. Misschien met enige vertraging, omdat op dit moment het goed overloopt. Maar dat is wel een afspraak, die ik met ze gemaakt heb, om dit ook met u te delen. Mevrouw Van Dorst-Brakel: En dan een vierde vraag. De heer De Groot: Ja, ik denk, dat het instellen van een commissie, niet aan het college is. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Pardon? Ik begrijp uw antwoord niet. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter.

Staat u mij toe, dat ik even reageer op de vraag? De voorzitter: Ho, mevrouw Van Dorst had een vierde vraag. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, dat is goed. De voorzitter: Ja, nee, ik snap, dat alles goed is. Maar nu moeten we, de heer De Groot ging niet over de commissie instelling. Maar de heer Van Midden, wethouder ook hier aanwezig, geeft ook nog een antwoord. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Als mij toestaat, geef ik antwoord op vraag vier. Wat is de stand van zaken, met betrekking tot deze raadsgroep, betrokkenheid inwoners en raadsleden BEL organisatie? Ja, we hebben even gekeken wat, even teruggekeken wat voor toezegging er precies gedaan is, maar we hebben hem niet terug kunnen vinden. Het enige wat we terug kunnen vinden, hebben kunnen vinden is, dat we een raadswerkgroep zouden instellen. Of ieder geval, de raad dichter zouden betrekken bij de ontwikkelingen in de BEL organisatie. Met name naar aanleiding van VIBE. Als het goed is, vindt binnenkort die bijeenkomst plaats, waarbij de raadsleden helemaal bijgepraat worden, over de resultaten tot nu toe. Dus dat is wat wij zeg maar nou ja, in ons archief hebben terug kunnen vinden. Hier de overliet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Midden. Mevrouw Van Dorst? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mag ik reageren? De voorzitter: Ja, u, dat is het antwoord. Dus u krijgt nog een herkansingvraag.

Pagina 5 van 56

Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel. Ik zal zo direct overleggen, de reacties vanuit het college op de Algemene Beschouwingen. Had ik op schrift staan, zal ik zo direct aan u overleggen. Ik wou even terugkomen op mijn vraag één. Mijn vraag was ook van, wanneer wordt de raad betrokken in de beraadslagingen over de dierenasiel? Want ik begrijp, dat het in het portefeuillehouders overleg wordt besproken eind november, met alle toegevoegde papieren. Maar wanneer mag de raad hier iets over zeggen? Want dat heb ik in al die maanden nog niet kunnen vernemen, dus daar had ik nog geen antwoord op gehad. En het tweede, dat was van, moet ik even terughalen. U zegt, ja, Humanitas rolt dat uit, maar dat was niet mijn vraag. Specifiek het project, een landelijk project SchuldHulpMaatjes kan heel makkelijk in Laren opgezet worden. En dat was inderdaad de vraag, hoe ziet de wethouder daar tegenover? Ik begrijp dat, Humanitas heeft natuurlijk ook een opdracht gekregen. Dat begrijp ik, maar dat was niet de vraag. Mijn vraag is, wat vindt u van het project SchuldHulpMaatjes, wat een paar jaar geleden in Eemnes en in Huizen is uitgerold? Waar een evaluatie op zou komen, waardoor ook Laren waarschijnlijk of hopelijk, ook hierin betrokken zou worden. Dat waren nog de drie antwoorden. Nee, in wezen de twee antwoorden, die ik nog niet helemaal goed begreep. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Mevrouw Van Dorst, dank u wel voor uw verhelderende herkansingsvragen. Mijnheer Van Mid… uh mijnheer De Groot, Flip de Groot. De heer De Groot: Ja, over dat dierenasiel. Ja, ik denk, dat we goede afspraken maken. Ook op het moment, dat we behandelen over de manier waarop de zaak naar de raad geroed worden. Ik moet nog wel even zien, in welke constructie het allemaal gaat plaatsvinden. Of dat het een Gemeenschappelijke Regeling wordt, of een Gooi en Vechtstreek. Maar in ieder geval zal er op een of andere manier, ook omdat het begrotingsconsequentie heeft op welke manier dan ook, zullen we dat naar de raad toe brengen. Dus dat gaat een route hebben, die past bij de importantie van deze beslissingen. En ik kan hier nog geen routekaart van geven. Ik hoop daar wel nadat die vergadering is geweest, dus ook dat, was ook al mijn plan om daar nadrukkelijk naar te vragen, hoe we de raden gaan betrekken. Maar dat is, dus ik zal u alsdan en collega's daarover informeren. De voorzitter: Ja, maar ik wil geen discussie. Ik denk dat u vraagt, wanneer u betrokken wordt. U krijgt een antwoord. Want ik zie nu ook wel weer een vinger van mevrouw Niekus omhoog gaan. Dus ik, u gaat en wat mij betreft, de heer Van Mid… de heer De Groot, nog even een reactie op de tweede vraag van mevrouw Van Dorst geven.

En dan bent u … De heer De Groot: Ja, ik vind het wel heel diep op de uitvoering ingaan, eerlijk gezegd. Ik vind het een vraag, die … Ik geef al aan, du moment als, dat ik merk, dat de collega’s die dagelijks met die problematiek bezig zijn, behoefte aan dit hulpmiddel hebben, weten ze me goed te vinden en zullen we alsdan beslissen. De voorzitter: Helder, dank u wel. Ja, dan ga ik wel, de aller, allerlaatste vraag, mevrouw Van Dorst. En dan krijgt mevrouw Niekus ook nog de aanvullende vraag, geen nieuwe vraag, maar … Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, mevrouw Van Dorst heeft de antwoorden goed begrepen. Ik had dat inderdaad nog verhelderend. Want ik hoorde het woord begroting en het ging mij er meer om, dat de raad ook geconsulteerd zou kunnen worden. Maar daar had ik geen antwoord op gekregen. Maar het is genoeg, ik heb het begrepen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Helemaal goed, mevrouw Van Dorst. Mevrouw Niekus.

Pagina 6 van 56

Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Even aanvullende informatie, misschien dat ik het verkeerd heb. Maar volgens mij werken wij nu samen met Amersfoort en hebben wij op de begroting, een bedrag van dertigduizend euro staan voor het ondersteunen van Amersfoort. Dan moet je dus inderdaad in de gaten houden, de begroting, dat als wij straks hier met een ander dierenasiel gaan werken, dat we dus niet nog een grotere begroting gaan uitgeven. Dat was meer mijn opmerking. De voorzitter: Ja. Wij moeten wel even oppassen, dat we ook duidelijk blijven spreken. Want ik heb maar zo het idee, dat thuis het anders ook niet helemaal meer te volgen is. We hebben wat rondvragen gehad, die zijn beantwoord. Misschien niet helemaal naar tevredenheid, maar ze zijn beantwoord. Ik kijk rond. Heeft iedereen zijn of haar rondvraag kunnen, moment kunnen benutten? Want dan gaan wij dit punt afhameren. En dan kijk alleen nog even naar de griffier, voordat ik afhamer. Er zijn niet echt toezeggingen gedaan door de wethouders, als ik het wel heb? Ja, in zekere zin heeft de heer De Groot gezegd, dat hij na het, een overleg dat hij gaat hebben, nog een keer weer terugkomt naar de gemeenteraad. Maar dat is … Ja, ja. Nee, dus, nee, maar ik wil u geen woorden in de mond leggen. Maar dat is een toezegging van de heer De Groot. Nou, dan hebben we die gehad. Dan zijn we bij, dan hebben we punt vijf gehad. 6.

Actuele ontwikkelingen binnen de publieke gezondheid; presentatie De voorzitter: Dan zijn we bij punt zes. Dan krijgen wij op de agenda, Actuele ontwikkelingen binnen de publieke gezondheid. Dat is een presentatie van de GGD. En daar is, bij die presentatie is mevrouw Florentine Loeb aanwezig en mevrouw Yuk Boomsma. Zeg ik dat goed? Ja. Ik heb zelfs begrepen, dat u, de laatste dame de presentatie gaat geven. Mag ik u allebei aan deze tafel noden? Oh, daar komt nog iemand anders. Mevrouw Lanphen komt ook nog tussendoor, wethouder te Blaricum, hier aan tafel. Bent u hier in de vorm van wethouder, mevrouw Lanphen? Mevrouw Lanphen: Het is een project. Ik ben Joke Lanphen, wethouder in Blaricum. Maar voorzitter van het portefeuillehouders overleg sociaal domein en ik ben ook de vertegenwoordiger voor de GGD naar de Beleidsadviescommissie van de VNG publieke gezondheid. Het is zo, dat het project wat zo meteen gepresenteerd wordt, dat is namelijk de toekomstbestendige GGD, dat dat getrokken wordt door Karin van Hunnik, de wethouder in Hilversum. Die kon niet vanavond, om hier een korte introductie te geven en vroeg, of ik haar wilde vervangen. Dus ik zit hier als vervanger voor Karin van Hunnik, voor de helderheid. Ik wil u even zeggen, waaruit dit alles voortkomt. Het is zo, dat onze GGD, is de kleinste GGD van heel Nederland. Met gemiddeld het oudste personeel.

Er is een benchmark gemaakt van de vijfentwintig, zesentwintig GGD’en, die er in Nederland zijn. Daarin kun je zien, dat onze GGD overal een beetje aan de onderkant hangt. En van die GGD's zijn er maar drie, waarin de jeugd- en gezinszorg niet een onderdeel is van de GGD. Dus het is eigenlijk in heel Nederland zo, dat de GGD'en daardoor natuurlijk ook groter en robuuster zijn. Maar dat die ook jeugden gezinszorg doen, behalve hier in het Gooi. Hoe is dat gekomen? Want dat vraag je dan ook af, waarom is dat zo? Want vroeger was dat wel zo, dan was het echt een GGD van nul tot honderd. Nu is het eigenlijk de GGD van achttien tot honderd en je hebt jeugd- en gezinszorg van nul tot achttien. Dat is gekomen, ongeveer tien jaar terug. Tien jaar terug waren er ideeën, dat onze GGD met de GGD in Flevoland zou kunnen gaan samen fuseren. Omdat we wel wilden, dat de jeugd- en gezinszorg dicht in de buurt bleef, is toen de splitsing gemaakt tussen enerzijds GGD, anderzijds jeugd- en gezinszorg. Het zijn allebei onderdelen van onze regio organisatie. Het zijn allemaal wettelijke taken, die iedere regiogemeente heeft gedelegeerd naar de regio toe. Wij voeren zelf als gemeente eigenlijk heel weinig uit, dat doet de GGD voor ons. Maar wij hebben wel de taak, om het te organiseren.

Dus toen is die splitsing ontstaan en heb je de GGD als een soort afdeling in de regio en je hebt ook jeugd en gezin als een afdeling in de regio. De regio heeft nu besloten, om het enigszins Pagina 7 van 56

weer bij elkaar te brengen. Dus die hebben besloten tot de fusie. En als u de nieuwsbrieven van onze Directeur publieke gezondheid leest, dan leest u daar ook in, dat die fusie een feit zal zijn vanaf 1 januari. Dat is een organisatorisch besluit, dus daar gaan wij ook niet over. Maar daarnaast heeft het algemeen bestuur van de regio ongeveer nou ja, driekwart jaar geleden of een jaar geleden, ik weet niet precies wanneer, een opdracht gegeven om te onderzoeken, hoe je een toekomstbestendige GGD voor je eigen regio kan vormgeven, en of wij die nu hebben. Daar gaat zo meteen de presentatie over. Ook om de raadsleden gewoon weer even wakker te schudden, wat onze wettelijke taken zijn. Dat wij ons allen bewust zijn, dat wij dat hebben uitbesteed min of meer, aan de regio. Die dat in die resultaat verantwoordelijke eenheid vorm geeft en dat wij daar verder weinig omkijken naar hebben. Maar dat we onder andere, want ik, toevallig in mijn beginperiode las ik het een en ander en daar stond in, dat we ook elke raadsperiode een Notitie Volksgezondheid hebben. Toen heb ik onze GGD-directeur gevraagd, waar is die? Ik kan die niet vinden. Nou, een van de dingen die in de afgelopen tijd zijn gebeurd en ik vind het vervelend voor de directeur, die zo meteen het woord gaat voeren. Maar ik vind wel, dat u het moet weten.

Is, dat we enigszins door de bodem zijn gezakt, bij zowel de GGD als jeugd- en gezinszorg. Maar dat we daar niet heel luid over hebben gecommuniceerd. Niet naar onze inwoners en ook niet naar onze raden. Ik vind, dat we dat wel onder ogen moeten zien en ons daarvan bewust zijn. En dus ook de urgentie van de uitkomst van het onderzoek, serieus moeten nemen. En verder zit ik hier als vraagbaak en ga ik heel gedwee weer op de publieke tribune zitten. Maar dit was even mijn inleiding. De voorzitter: Dank u wel voor uw inleiding, mevrouw Lanphen. Nog één aanvullende, verduidelijkende vraag aan u. Want u zei, dat wij door de bodem zijn gezakt. Maar kan u dat nog even iets duiden, voor ons als commissieleden? Hoe u dat bedoelt. Mevrouw Lanphen: Nou, één van de dingen bijvoorbeeld, dat we die Notitie Volksgezondheid of die Beleidsnota Volksgezondheid, die hebben we niet. En dat is al een tijdje zo. En ja, het kwam doordat ik dat ging opzoeken en nalezen en vragen, dat ik tot die conclusie kwam. Maar ik ben natuurlijk acht jaar raadslid geweest en het is mij nooit geworden, dat we dat niet meer hebben. De voorzitter: Nou, volgens mij treft u hier allemaal oud-collega’s die, als u dit nu niet verteld had, ook niet hadden geweten. Maar dat laat onverlet, dank u wel voor uw openheid en ook uw aanwezigheid hier vanavond, mevrouw Lanphen. Wij gaan een presentatie krijgen.

Normaal zeg ik van, heeft u al vragen vooraf. Maar ik denk, dat in dit verband de presentatie gaan aanhoren van mevrouw Loeb en mevrouw Boomsma. Ik stel mij ook zo voor, dat we de presentatie gewoon even helemaal uit horen en dan met onze vragen komen. Dan moeten we even alert blijven, dat als het politieke vragen zijn, dat mevrouw Lanphen weer aan tafel komt en als het technische vragen zijn, dan nou, de dames Loeb en Boomsma. Mag ik jullie het woord geven om de aftrap te geven? Mevrouw Boomsma: Graag. Dank u wel, voorzitter. Mijn naam is Yuk Boomsma, ik ben manager van de afdeling Jeugd en Gezin. Ik zit hier ook als plaatsvervangend directeur en in plaats van hela… René die zich helaas, René Stumpel die zich helaas moest verexcuseren. Nou ja, om maar even te beginnen bij, we zijn door de bodem gezakt. Ik zit hier onder andere als manager Jeugd en Gezin en een van de dingen waar ik tot mijn spijt, herhaaldelijk om heb moeten vragen bij mijn collega’s is, om over te gaan tot een noodscenario. U kent wellicht de GGD enerzijds van nou, de corona en dat stuk en jeugd en gezin kent u wellicht van de consultatiebureaus en de school gezondheidszorg. De noodscenario houdt in, dat we eigenlijk onvoldoende capaciteit, mensen en middelen hebben om de, alle kinderen te zien. Dat is een beetje met golfbewegingen, afhankelijk van hoeveel mensen ziek zijn, afhankelijk hoeveel vraag.

Corona heeft natuurlijk ook weer heel veel extra vraag van inwoners gebracht. Dat betekent, dat we de inwoners de, alle kinderen ja, een selectie Pagina 8 van 56

moeten maken, welke kinderen zien we, welke kinderen sturen we een brief, welke ouders bellen we. Ja, en dat, dan doen we AG recht aan de ouders en de kinderen, die het recht hebben op die consultatie. Tegelijkertijd ja, voldoen we ook niet aan onze wettelijke plicht. Goed. GGD, u kent het van, wat ik net al zei. Ik ga u meenemen in de, alle taken wat wij doen. We zijn nu inmiddels een aantal raden langsgegaan. En het valt mij op, wat ik ook wel begrijp, is dat doorgaans wat er allemaal aan taken ligt bij de GGD, dat dat vaak ook niet zo bekend is. Dus ik zal u meenemen in wat onze taken zijn en ook vertellen nou, aan de hand van die taken, hoe we ervoor staan en wat er goed gaat en wat er minder goed gaat. Heel even kort weer terug naar de opdracht, waar Joke Lanphen ook al even over vertelde. Die opdracht bestond uit de vraag van, hoe komen we tot een toekomstbestendige GGD? Daar hebben we een interne analyse, we hebben natuurlijk zelf gekeken van, wat gaat er goed, wat gaat er niet goed. We hebben ook een extern bureau gevraagd, Lysias om met ons mee te kijken, wat zij … Zij hebben gebruik gemaakt van een benchmark, dus eigenlijk een soort vergelijking met andere GGD'en. Nou, en die twee onderzoeken samen, die hebben gemaakt tot een nou, hebben een eindadvies uit voortgekomen. Ja, dit is een heel rijtje, maar ik zal u even meenemen in de belangrijkste conclusies.

Een van de conclusies en de vraagstukken, terechte vraagstukken was ook van ja, is het reëel om een GGD op dit hè, op deze schaalgrootte te houden? De conclusie was, ja, dat kan. Om meerdere redenen is het ook wenselijk. Het voordeel van een kleinere GGD is, dat je dicht tegen gemeenten en inwoners aan georganiseerd bent. Omdat wij onderdeel zijn van de regio organisatie, kunnen wij ook gebruikmaken van allerlei faciliteiten. Die, en zijn we eigenlijk weer de omvang van een middelgrote GGD. Nou, goed, een van de redenen waarom we destijds, Joke Lanphen zei er net al iets, maar een van de reden waarom we destijds uit elkaar getrokken zijn als JGZ en GGD was, omdat er toen dreigde een verplichte fusie. Dat is van de baan. Maar omdat die dreiging er was, hebben gemeenten aangeven, vinden het te belangrijk om de jeugd en gezin dicht bij ons te houden en niet in een groter geheel, waardoor we er ook minder ja, minder mee verbonden zijn. Voeg de nou, jeugd en gezin en GGD samen om te zorgen, dat je weer wat robuuster bent. We merken dat we met, ook in de coronatijd wij elkaar heel hard nodig hebben gehad, om op korte termijn goed op te kunnen schalen. Daarin stonden ons allerlei administratieve en regelgeving in de weg, omdat we, onder andere RVE’s. Dus het is gewoon makkelijker onder één organisatie te zijn en te schuiven met personeel.

Het is pragmatisch, maar het heeft ook te maken met onze vertegenwoordiging. We zijn landelijk, Joke gaf het al aan, we zijn landelijk vertegenwoordigd vaak door één organisatie. En last but not least, alle toekomstige veranderingen zijn ook, bijvoorbeeld het hele vaccinatiecentrum, wat er moet gaan komen. Vanuit jeugd en gezin doen we heel veel vaccinaties, vanuit GGD doen we heel veel vaccinaties. Om die expertise te bundelen en daar ook meer continuïteit en kwaliteit te kunnen borgen, is het ook een goed idee, om deze twee RVE’s samen te voegen. Nou, dit is natuurlijk wel een interessante, breng de formatie op orde met achttien fte. Dat is dus, dat is een flink aantal fte. Maar ik zal u ook straks meenemen in, waar die achttien fte zit. Waar dat tekort zit en waar dat dan ook voor nodig is. Niet onbelangrijk is de boodschap, intensiveer en versterk de relatie met de gemeente. We zijn allemaal hè met alle ontwikkelingen, bezig op het gebied van gezondheid. Daar doen de gemeenten wat in, daar doet de GGD wat in. Zorg dat je daar op één lijn zit hè. Ik blijf af en toe refereren, maar dat gezondheidsbeleid zorgt, dat je daar afspraken met elkaar over maakt. En een van de adviezen was ook, zorg dat je gezamenlijk komt tot een inhoudelijke ontwikkelagenda. Daar zijn we overigens inmiddels al mee gestart, door ook een ambtelijk overleg.

Daar heeft Florentine in getrokken om te zorgen, dat we in ieder geval op inhoudelijk gebied al met ambtelijk nou ja, ons overleg georganiseerd hebben. Even kijken, wat nog belangrijk is om te noemen. Nou, dit zijn denk ik voor nu, even de belangrijkste punten. Er komt vast en zeker nog verder op, wat aan de orde. Dit is een slide uit een quiz, prestatie uit het Integraal Zorgakkoord. Nou, daar kom ik straks nog even op terug, op dat Integraal Zorgakkoord. Maar dat gaat erover, wat, hoe staat het met hè … Dit is uit een regiobeeld van, hoe staat het met de gezondheidszorg in onze regio. Nou, en dan staat deze vraag erin van hoe, hebben wij nou een hogere of ene lagere levensverwachting dan Nederland? En dan is het vanzelfsprekende antwoord, ja. We wonen in een prachtige groene omgeving, we hebben veel ruimte, Pagina 9 van 56

doorgaans een betere welvaart. Dus ja, hoe hard is het nodig? Onze regio kent zijn eigen dynamiek, met zijn eigen gezondheidsvraagstukken. Ik loop er een paar langs om u een beeld te geven, met wat voor soort vraagstukken wij ons bezighouden. Eén ervan nou, de scholen, die komen met regelmaat naar ons toe. Dat is de laatste tijd steeds vaker met de boodschap, dat de kinderen niet schoolvaardig zijn of onvoldoende schoolse vaardigheden hebben, voordat ze naar school komen. Dan kunt u denken aan zindelijkheid, maar ook steeds vaker aan taalvaardigheid. En dat heeft enerzijds te maken met nieuwkomers, maar dat heeft ook zeer zeker te maken met de hoeveelheid au pairs, die wij in onze regio hebben. Dat is … Dit beestje wil je niet op je feestje, dat stelt schurft voor. Schurft associëren we met kleine behuizing, veel mensen, grootstedelijke problematiek. En toch is dit iets waar wij heel alert op zijn, omdat het onze kant steeds meer op komt. Dat heeft onder andere te maken met, dat wij veel studenten hebben die naar de grote steden gaan studeren, daarin fantastische studentenhuizen, een goed leven hebben. Maar daar wel besmet raken en dan naar de familie thuiskomen en passant de familie mee besmetten. Tuberculose is een ziekte veroorzaakt door een bacterie, zeer besmettelijk.

Iets wat we eigenlijk vroeger heel vaak tegenkwamen en tegenwoordig, steeds minder mensen kunnen uitleggen, wat tuberculose is. Dat is goed. En tegelijkertijd is die dreiging nog steeds heel reëel. Enerzijds weer vanwege de nieuwkomers en ook wederom door de au pairs, die hier, die vaak uit gebieden komen waar tuberculose veel voorkomt. Nou, dit plaatje. Dit is iets, wat de kranten veel heeft gehaald. De jeugd heeft het moeilijk, ook in onze regio Veel somberheid en klachten van stress op scholen door de jongeren. Nou, goed, daar, dat neemt best wel serieuze vormen aan. Dus daar hebben we op de scholen en daar is jeugdgezondheidszorg, die komt op alle scholen en die is hier heel druk mee om die kinderen … Nou, wat we daarin zien, dat is veel prestatiedruk, niet alleen op school hè van het schoolwerk, maar ook heel erg veel van social media, het erbij horen, druk zijn op de hockeyvereniging, op de en liefst daar ook zo goed mogelijk presteren. Daarin ook vaak, dat is eigenlijk het volgende plaatje, maar daarin zich ook vaak, oh, ik weet niet wat ik deed, maar zich ook eenzaam voelen. Wat wij zien in ons werk op de scholen is, dat we met die kinderen heel erg aan de slag gaan, in eerste instantie om hen weer in contact te brengen, met hun vragen bij hun naasten. En dat kunnen ouders zijn, dat kunnen vrienden zijn, dat kunnen voogden zijn, leerkrachten zijn.

Maar er is ook wel veel schaamte over dat onderwerp. Nou, ik noemde het al, eenzaamheid is iets wat onder alle lagen en alle leeftijdsgroepen, ook in onze regio nou, heel veel voorkomt, wil ik eigenlijk wel zeggen. Dat zijn eigenlijk allemaal vraagstukken, die hebben te maken met publieke gezondheid. Wat is publieke gezondheid? Publieke gezondheid gaat over alles wat we als maatschappij en ondernemen om inwoners, bevolking gezond te houden en de gezondheid te beschermen. En net zoals dat we een infrastructuur voor ziekte hebben ziekenhuizen, huisartsen, verpleeghuizen, hebben wij ook een infrastructuur voor gezondheid en dat is eigenlijk alles, wat de publieke gezondheid omvat. Publieke gezondheidszorg in Nederland, is het niet zo heel goed gesteld. Er is een rapport gekomen van de Raad van Volksgezondheid en Samenleving waarin gesteld is, dat er eigenlijk te weinig mensen en geld en middelen zijn, om de reguliere taken in preventie te doen. Dat geldt dus ook voor ons. Een ander punt is en dat is iets wat ik in de praktijk ook bij jeugd en gezin heel veel zie, is dat alles op het gebied van preventie heel vrijblijvend is, vaak op de korte termijn. En dat er ja, weinig in wordt geïnvesteerd, zeker in verhouding met wat er bijvoorbeeld aan jeugdhulp wordt geïnvesteerd. Dit is een plaatje, hij gaat steeds groter, dan doe ik iets verkeerd. Dit kunt u niet lezen.

Dat is ook op zich niet zo belangrijk, maar het geeft vooral u wel … Ja, precies. Dat is eigenlijk, wat ik hiermee wil laten zien. Dit komt onder andere uit die benchmarken en wij ja, wij laten eigenlijk overal op alle domeinen zien, dat wij onderin zitten. Ja, en dat is dus inderdaad wel op schaal, dus het gaat per honderdduizend inwoners. Dus niet, omdat we de kleinste GGD zijn. Ik wil u hier even meenemen, in wat de wettelijke taken zijn van de GGD. Nou, ik noemde al even het vaccinatiecentrum. Zowel bij de jeugdgezondheidszorg vaccineren we. Dan denkt u aan nou, vaccinaties voor de bof, de mazelen, kinkhoest. Nou, en nog een heleboel ziektebeelden. Maar bij de GGD wordt er ook gevaccineerd, de reizigersvaccinatie, de zeg maar, de risico beroepen in de, vooral de medische sector. Die die vaccinaties verzorgen wij. Dat gaat om en nabij om Pagina 10 van 56

zo’n dertigduizend vaccinaties per jaar. En dan heb ik de hele actie rondom de corona, niet meegenomen. Jeugdgezondheidszorg. Ik gaf het net al aan jeugdgezondheidszorg, we zien eigenlijk alle, we volgen de ontwikkeling van alle kinderen tussen de nul en de achttien jaar. Waarbij we kijken van, goh, wat zijn eventuele hè, wat gaat er goed? Maar vooral ook van, welke potentiële risico's zijn er in, die de ontwikkeling bedreigen? En op moment, dat dat zo is, dan gaan we zelf ondersteunen. Of, als het ja, als er meer nodig is, dan schakelen we extra hulp in. Dat gaat om en nabij zestigduizend consulten. En zoals ik hier al aangaf, dit is, wij, ook voor de corona liepen we er eigenlijk al tegenaan, dat bijvoorbeeld die problematiek op scholen met jongeren, die uitvallen of die het moeilijk hebben, dat die flink toenam voor de corona al. En de corona heeft daarin nog eens even, een schepje erbovenop gedaan. Dus we redden het eigenlijk niet, om dit goed te doen. Nou is het wel zo, dat we met allerlei tijdelijke middelen vaak nog wel een heel, hoop kunnen repareren. Maar dit heeft niet op deze manier de toekomst, om dit structureel goed vorm te geven. Technische hygiënezorg, dat is alle controles die we doen bij sekshuizen, bij tattoo shops om te zorgen dat nou ja, vooral de controle op de hygiëne. Gaat om zo’n veertig inspecties per jaar.

Medische milieukunde, dan moet u denken aan alle vragen van gemeenten, van inwoners of organisaties op het gebied van bijvoorbeeld, grondverontreiniging, bodem of luchtverontreiniging. Nu recent weer een vraag over 5G en stralingsgevaar, dat soort vragen. En wat steeds meer nu aan de orde is, ook in het kader van de Omgevingswet, zijn vragen, advies van ons op het gebied van gezonde leefomgeving. Ook dus het meenemen in plannen rondom het fysiek domein, rondom inrichting. Hoe kunnen we komen tot een omgeving die nou ja, uitnodigt tot ontmoeting, uitnodigt tot bewegen, uitnodigt tot gezond gedrag? Inspecties kinderopvang, dat is ja, dan moet u denken aan het inspecteren van alle kinderdagopvang. Maar ook alle gastouders, dat zijn er ook veel in onze regio. We kijken dan vooral naar de kwaliteitseisen en of dat voldoende is, waardoor de kinderen in een veilige omgeving kunnen, zich kunnen ontwikkelen. Dit is iets wat, daar is nieuwe wetgeving aan, er is net nieuwe wetgeving, die extra eisen vraagt. Daarnaast is het zo, dat de kinderopvang heeft het moeilijk, personeelstekorten. En dan merk je dus ook, dat onze inspecties toenemen, omdat er sneller dingen niet op orde zijn. Dus dit is eentje, waar inderdaad ook weer extra kracht voor nodig is. Even terugkomen op die medische milieukunde.

Dat is, wat we bij onze GGD zien is, dat we veel taken heel lang hebben kunnen doen met binnen, verenigd binnen de, een aantal personen. En zoals onze Directeur Publieke Gezondheid, is ook forensisch arts en doet ook de medische milieukunde. Dat heeft een hele poos goed gewerkt. Alleen ook daar zie je, dat de expertise die gevraagd wordt op al die deelgebieden en de AVG-eisen maken, dat dat van, niet meer van deze tijd is. Nog afgezien, dat je dit soort mensen ook niet meer vindt. Net zoals dat we ook geen huisarts meer vinden, die de apotheek doet en ook de bevallingen doet. We hebben nu een aantal van deze mensen, die met pensioen gaan. Dat vraagt er dus om, dat we expertise neerzetten en dat kan niet meer met één persoon, moet je gedegen doen. En dat vraagt dus een investering. Tuberculosebestrijding, heb ik net al even genoemd. Infectieziektebestrijding, nou ja, dan moet u denken aan corona. Maar ook allerlei andere meldingsplichtige ziekten, die huisartsen, instellingen, zorginstellingen, maar ook scholen bij ons moeten melden. Dan moeten wij erop uit om te zorgen, dat we controleren wat die melding is en ook zo snel mogelijk, een uitbraak, een eventuele uitbraak de kop in drukken. Coördinatie van de psychosociale hulpverlening. Dat is een denk ik, een onbekende.

Op moment dat er rampen zijn, heeft de GGD de wettelijke taak, om de coördinatie op te starten en te doen voor de psychosociale hulpverlening. Wij zijn dus niet de uitvoerder van de psychosociale hulpverlening, maar zijn wel degenen, die het moeten gaan opstarten. En dan moet u denken aan bijvoorbeeld het nou, neerstorten van de MH17. Die, dat heeft heel veel gezinnen in onze regio geraakt. Dat gaf heel veel maatschappelijke onrust, noem ik het dan maar. En ja, dan zijn wij dus aan de buurt om te zorgen, dat we dat goed begeleiden hè. Of dat het goed begeleid wordt. Steeds vaker gaat het niet om grootschalige rampen, maar meer om incidenten. We komen echt heel regelmatig in touw en dan moet u denken aan, een kind wat overleden is op een kinderdagverblijf. Geeft natuurlijk heel veel on…ja, geeft heel veel onrust en heel veel zorgen. Moet u denken aan suïcides. Moet u denken aan nou ja, wat we ook twee keer inmiddels al hebben Pagina 11 van 56

gehad in de tijd, dat ik er in ieder geval werkzaam ben, is vermeend kindermisbruik. En dat kunt u voorstellen, dat geeft heel veel zorgen en vragen. Als zo’n ramp zich voordoet, moeten wij, zijn we ook verplicht om een gezondheidsonderzoek te doen, om te kijken wat de consequenties zijn voor de korte en lange termijn, op het gebied van de gezondheid. De laatste die ik hier wil noemen is, de gezondheid die wij, het onderzoek wat wij doen überhaupt elke zoveel jaar naar de gezondheid van onze inwoners. Die u weer kunt gebruiken, de uitslagen om, voor het beleid op het gebied van gezondheid. Dat is, zijn zeg maar, de taken die we wettelijk moeten doen. Vervolgens zijn er natuurlijk allerlei ontwikkelingen in het land en ook in onze regio, waar de GGD ook een rol in speelt. We zien natuurlijk dat de zorg stijgt, dat het ook onbetaalbaar wordt. We zien dat heel veel maatschappelijke vragen worden opgelost, in de zorg. Die dus eigenlijk niet in de zorg thuishoren, maar op een andere vlak thuishoren. Dit is ook weer een plaatje uit het Integraal Zorgakkoord. Integraal Zorgakkoord is in het leven geroepen om te zorgen, dat we ons voorbereiden op straks minder capaciteit en minder geld. En minder mensen, die het werk uit kunnen voeren. Dus hoe zorgen we, dat we de zorg toegankelijk houden? Daarnaast is er het Gezond en Actief Leven Akkoord.

Misschien ga ik te hard, misschien vertel ik allemaal oud nieuws voor u. Ja? En de Gezond en Actief Leven Akkoord heeft als doel om te zorgen, de mensen vooral ook gezond te houden en gezondheid te bevorderen. Dus eigenlijk, om de instroom te verkleinen in de zorg. Dit is, daarvoor is ook een regiobeeld gemaakt van, hoe staat het er dan voor in onze regio? Nou, ik, dus een aantal dingen heb ik al genoemd. We zien, dat de bevolking hier groeit, toeneemt. Binnen die bevolkingsgroei zien we het aantal ouderen ook toenemen en daarmee ook de ja, ouderdom gerelateerde zorg neemt toe. Veel inwoners voelen zich eenzaam. Maar daarnaast zien we ook steeds meer en dat zien we ook echt bij jeugd en gezin terug, steeds meer mensen die ook financieel niet rondkomen. Dus dan komen ouders met grote zorgen, kinderen, veel spanningen in het gezin, dus problemen op school. Maar die komen eigenlijk voort uit spanning thuis, door financiële problematiek. Nou, de mentale gezondheid hebben we het al over gehad. En de arbeidsmarkt is opvallend krap in onze regio. Dit was even in een notendop. We hebben een koers voor de GGD, die als een soort vliegwiel de ja, vorm kan geven aan de ontwikkeling van gezond, van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Alles wat wij doen, heeft te maken met het gezond houden van mensen, preventie en gezondheidsbescherming.

Ja, en dus ook, dat dat is om daar toekomstbestendig en rol te kunnen spelen, in die hele IZA en die GALA. Om dat goed kunnen doen, vraagt dat ook een investering. Denk dat ik het, ik kan nog heel even kort iets zeggen over het proces hierna, misschien voor de volledigheid. Vandaag staan we hier om u te informeren en vragen te beantwoorden. Op 30 november gaan de portefeuillehouders in de regio adviseren aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur gaat dan 14 december besluiten, of ze het wel of niet in de begroting gaan opnemen. Als het dan in de begroting wordt opgenomen, dan gaat u daar, in april, mei kunt u uw zienswijze daarop geven. En zal het AB dan verderop in het jaar daar weer over besluiten. Dus dat is even hè, dus u kunt uw zienswijze nog op geven. Dit is vooral even, dat u ook straks het rapport kunt plaatsen en snapt waar het vandaan komt. De voorzitter: Mevrouw Boomsma, dank u wel voor uw presentatie. Mevrouw Loeb, gaat u nog iets … Ja. Maar dan wil ik wel graag, dat u aan de telefoon of aan de telefoon, even achter de microfoon. Anders bent u namelijk niet, wordt u niet opgenomen voor het nageslacht. Dus als u nog iets wil toevoegen? Mevrouw Loeb: Ik heb geen toevoeging aan de presentatie, wellicht straks een antwoord op een vraag. De voorzitter: Ah, kijk, daar bent u voor. Dank u wel.

Collega's, wie mag ik het woord geven voor wat aanvullende, verduidelijkende vragen? Nou, de dames waren eerst, heer Wichers Schreur. Dus we gaan beginnen bij mevrouw Van Dorst.

Pagina 12 van 56

Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Het is schrikken als ik dit zo even snel zeg, het is echt heel erg. Mijn eerste vraag was, u zei in eerste instantie, die fusie met Flevoland ging niet door. Heeft u daar achteraf dan spijt van, dat de jeugdzorg niet gezamenlijk uitgerold is, dat daar ook een tekort door is? Dat is een vraag. Ik leg maar even mijn vragen neer, misschien is dat makkelijker met de andere vragen samen. Men noemt hier over een RVE, ik weet niet wat dat is. Misschien zou u dat ook kunnen uitleggen. Ik begrijp, TBC is een reële bedreiging. Daar schrik ik ook van. We hebben dat eigenlijk mooi, eigenlijk kunnen inkapselen. Maar dat komt toch weer omhoog. Dat zijn toch wel dingen, waar je van schrikt. Achttien fte, kunt u uitleggen wie dat zijn? Zijn dat kinderartsen, u zei forensische arts, verpleegkundigen. Misschien is dat voor ons informatief, wie die achttien zijn. Want het klinkt eigenlijk als weinig mensen, voor zo'n professionele GGD-organisatie hè. Dus ik hoor dat nog graag. Nee, dat was het voor het moment. Dank u wel voor een prachtige presentatie. De voorzitter: Zullen we maar meteen gewoon naar de beantwoording overgaan. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Boomsma, mevrouw Loeb. Mevrouw Loeb: Graag. De voorzitter: Geen ruzie maken. Mevrouw Loeb: Nee, achttien fte, dat is bovenop de totaal aantal fte.

We hebben, in totaal zijn we nu met iets van tweehonderd mensen. Die achttien fte, die moet aanvullend om toekomstbestendig te zijn. Voor uw beeld, ik vind dat zelf wel heel fascinerend, is de GGD vertienvoudigd op moment, dat we corona. Dus toen hebben we enorm uit de kast moeten trekken om te zorgen, dat we goede mankracht en dat is, al zeg ik het zelf en dan trek ik niet de eer naar mezelf, maar naar de heer Stumpel, een enorme prestatie. U schrikt ervan, ja, wij ook. In die zin, dat wij natuurlijk dit wel hebben zien hè, het is een proces wat heel geleidelijk is gegaan. Waarbij je steeds weer ziet, dat nou ja, dingen verergeren hè. Corona heeft een stapje, daarvoor zagen we al dingen gebeuren. Je redt het steeds net wel. De aandacht was hè, als ik even voor het jeugdgezondheidszorg stuk, de aandacht was ook nou, eigenlijk ook voor de GGD, de aandacht was ook weinig landelijk ook. Maar ook hier in de regio, voor alles op het gebied van preventie. En dat had onder andere te maken, met een hele hoge druk als het gaat om de hele transitie, bijvoorbeeld van de jeugdhulp naar … Dat gaf ook heel veel vragen en druk. En daarmee zijn we ja, heel langzamerhand een beetje in de verdrukking gekomen. Dus het is ook niet, dat we ineens dat probleem hebben. Maar op een gegeven moment merk je door corona, dat we echt achter adem zijn geraakt.

En dat we dat steeds met allerlei lapmiddelen, nog steeds hebben weten te doen. Maar dat dat dus nu eigenlijk niet leidt tot een toekomst, daarmee gaan we de toekomst niet goed in. RVE. Ja, dat was vorige keer ook al de vraag. Resultaat Verantwoordelijke Eenheid, is eigenlijk gewoon de afdeling. Nou, ik moet, dat, moet eerlijk zeggen, dat is even van voor mijn tijd. Maar als ik er, als ik het beschouw. Ik vind het, nee, ik ben, ik vind het niet spijtig. Want ik merk ook, dat juist doordat we klein zijn, dicht tegen de gemeente aan zijn georganiseerd, kunnen we veel sneller schakelen. Zowel met de hulpverleners als met het ziekenhuis, met huisartsen, met de scholen. Anders krijg je een veel grotere loggere organisatie. En dat heeft andere voordelen, op het gebied van expertise hè dus. Want dat is wel iets wat je merkt, dat bijvoorbeeld de expertise op medische milieukunde of op forensisch of op tuberculose, daarin werken we heel intensief samen met Amsterdam, ofwel met Flevoland. Maar dat ja, dat organiseren we goed om te zorgen, dat we die expeditie wel hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ja? Ja, nou ja, want iedereen wil een vraag stellen dus.

Pagina 13 van 56

Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ja, nee, precies. De intensivering met gemeentes noemt u hè, dat is heel goed. Hoe is de intensivering met ook de huisartsen, de zorgaanbieders? Want daar had ik u nog niet over gehoord. Maar dat mag straks ook. De voorzitter: Als de vraag gesteld is, beantwoord hem nou maar meteen. Mevrouw Loeb: Die is denk ik, eigenlijk altijd wel goed geweest. Dat heeft ermee te maken, dat we natuurlijk met artsen en verpleegkundigen en, dus we werken met medici, dus die kunnen elkaar vaak ook heel snel vinden. Die moeten elkaar ook vinden op casuïstiek niveau. Dus daar, in die samenwerking kan altijd beter. We zien ook met scholen bijvoorbeeld, dat het best wel ingewikkeld is om al die scholen, de vragen die ze hebben op het gebied van expertise, dat we dat niet altijd even snel kunnen bedienen. Maar op zich de samenwerking, is goed, weten elkaar goed te vinden. De voorzitter: Mijnheer Wichers Schreur, u stak ook uw vinger omhoog. Aan u het woord. De heer Wichers Schreur: Dank u wel, voorzitter. Er is natuurlijk al wat gras gemaaid door mevrouw Van Dorst. Maar blijft toch wel de vraag over zeg maar. Ik zie eigenlijk in de presentatie op zijn minst, twee trends door elkaar lopen. Zeg maar, je hebt een landelijke trend, zeg maar de ontwikkeling van de zorg, die ook binnen het Integraal Zorgakkoord aan de orde is.

Daarnaast heb je denk ik ook voor de regio, wel hele specifieke trends. Misschien kunt u daar wat nader op ingaan. Want dus het feit, dat wij onderaan lijstjes bungelen zeg maar gewoon, dat is natuurlijk ook iets wat je dus niet graag ziet en waar je wat aan wil doen. Dat heeft natuurlijk hè, het wordt niet beter zeg maar gewoon in de toekomst, als je kijkt naar de ontwikkelingen. Maar het is toch de vraag zeg maar, welke trends zijn er en wat is het voornemen zeg maar, binnen die koers van de GGD om zeg maar, weg te sturen van die onderkant? De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven voor de beantwoording van deze vraag? Opmerking, vraag. Is deze politiek getint? De dames kijken elkaar nu aan. Mevrouw Loeb, die neemt de uitdaging aan. Mevrouw Loeb: Nee, ik vraag me af, of duidelijk is wat er nou in dat, wat er in dat lijstje staat eigenlijk. Was dat helemaal helder? Want dat ging om het aantal fte, op verschillende beleidsterreinen per honderdduizend inwoners. En als kleinste G… In dat onderzoek staat ook, als je een kleine GGD bent, dan zou je relatief hoog moeten staan. Omdat, je wil, op alle disciplines moet je wel deskundigheid hebben. Dus heb je relatief per honderdduizend inwoners, meer mensen nodig. Dus je zou verwachten, dat we bovenaan staan in dat lijstje, maar we staan helemaal onderaan. Dus dat is het lijstje.

Het gaat niet over de gezondheid van de inwoners, maar over onze formatie. Ja. De voorzitter: Ogenblikje. De heer Wichers Schreur: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Wichers Schreur. De heer Wichers Schreur: Voorzitter, mag ik dan even daarbij … Want daar staan naast een grafiek met getalletjes, staan er ook bewegende lijntjes. Dat is vast niet voor de vermaak. De voorzitter: Ja, dit was een interruptie. Is het een interruptie of een aanvullende vraag? Want anders zou ik hem willen voorstellen, mijnheer Merckx, eerst mijnheer Merckx. Pagina 14 van 56

De heer Wichers Schreur: Aanvullende vraag. De voorzitter: Ja, daarom. Dus we gaan nog even terug naar mijnheer Wichers Schreur. Want u was een vraag aan het stellen en u heeft een antwoord gekregen. Maar is dat helemaal, is het u duidelijk? De heer Wichers Schreur: Mijn vraag was voornamelijk op de trends zeg maar, die specifiek voor het Gooi zijn, zeg maar. Waar we ons zorgen over te maken hebben. De voorzitter: Mevrouw Lanphen als portefeuillehouder. Mevrouw Lanphen: Ik kruip een stukje naar voren, om ook iets te zeggen. Het is zo dat, het Integraal Zorgakkoord is in principe bedoeld voor heel Nederland. Het gaat erom, dat je de zorg zeg maar in de toekomst beschikbaar wil houden, van een goede kwaliteit. En dat je de zorgvraag dus eigenlijk ook passend op het zorgaanbod, wil gaan realiseren of het aanbod op de vraag. Dat de aanbod en de vragen niet meer passen, dat is op dit moment realiteit ongeveer in heel Nederland. Nu is er over Nederland, zijn het in regio's verdeeld. Is de opdracht gegeven om vóór 1 juli jongstleden een regiobeeld te schetsen en dat is, wat je net voorbij zag komen. Wat wij signaleren van, wat gaat er in onze regio eigenlijk, waar zit de krapte, waar zit de spanning? Vervolgens moeten we vóór 1 januari aanstaande, moeten we een Regioplan hebben. En in dat plan moet omschreven zijn, welke problemen, we op welke manier denken te gaan oplossen.

Dat plan is niet alleen maar van gemeenten, maar is ook van zorgaanbieders, is in principe ook van instellingen van zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars, die krijgen de middelen om zo meteen in de regio's, allerlei transformatieplannen te gaan financieren. Maar die plannen die we gaan indienen vanaf volgend jaar, die moeten wel enigszins sporen met het plan, wat door de regio is ingediend. Dus als wij met elkaar gaan zeggen, we gaan alle lantarenpalen groen schilderen, want daarmee valt de zorgvraag weg. Als een heel gek voorbeeld hè. Maar als dat niet in het plan staat, dan mag je verwachten, dat de zorgverzekeraar daar geen geld aan gaat geven. Dus wij gaan volgende week twee dagen als het ware met elkaar zitten, met al die verschillende partijen om het plan, wat nu in concept al klaar is, aan te scherpen. Zodat wij met elkaar ook vinden, dat we ons erachter kunnen stellen. En wat is er nou zo vreemd aan onze regio, ten opzichte van sommige andere regio's? Zijn in heel veel regio's dezelfde problemen, want de arbeidsmarkt is overal krap. Maar waar wij met name in uitblinken, is de demografische ontwikkeling, in de zin, dat er heel veel meer ouderen zijn. Dus ja, dat is wel iets, wat heel specifiek voor onze regio is. Dat wilde u eigenlijk weten, begreep ik. De voorzitter: Nou, wat een keurige afronding, mevrouw Lanphen.

Want ik dacht … Mijnheer Wichers Schreur heeft zijn beantwoording gehad. Dan kijk ik even naar de andere kant van de tafel. Ik ben mijnheer Jacobse van Larens Behoud niet vergeten, maar nu mevrouw Niekus van de VVD. Dan aanvullend daaraan, de heer Merckx. Want u had net nog een aanvullende vraag? Maar daar heeft u geen, had u daar, is daar het antwoord ook al op gekomen? De heer Merckx: Nee, nee. De voorzitter: Nee, even … Ja, bent u er weer bij? Ja, fijn. Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Nou, er is al heel veel gezegd. Waren inderdaad punten bij, die ik ook wilde vragen. Wat D66 ook had, die fte's. Ik heb ook even een vraag over een directeur, er moet nog een directeur bijkomen. Zijn er dan twee directeuren, of gaat één directeur dat helemaal begeleiden? Krijg ik zo dadelijk antwoord op. Ik vind het ook een heel somber verhaal, het wordt ook heel somber gebracht. Ik moet u wel bedanken, voor deze uitgebreide toelichting. Ik heb ook wel een positief ding, want ik ben van de week bij Theodotion geweest en Pagina 15 van 56

daar was een mevrouw, die heel veel stagiaires aan het opleiden was. En ze zegt, dat is echt toegenomen de afgelopen periode. Dat is vanaf zestien jaar tot zestig jaar, dus dat is echt een heel positief verhaal. Wat dus ook voor jullie misschien een heel belangrijk punt is, om dat toch mee te nemen in je rapport straks. Stagiaires opleiden, misschien zelf ook. Jullie hebben het ook gehad over de scholeninspectie op de opvangscholen. We hebben eigenlijk elk jaar een rapport gehad. Ook afgelopen jaar heb ik dat rapport gemist, maar ik begrijp, dat het ook aan de corona gelegen heeft. Is wel heel erg, dat die corona inderdaad zoveel invloed gehad heeft. Met name op deze jonge kinderen, want dat is toch onze toekomst. Die moet je goed begeleiden en die moet je eigenlijk als nummer één op de lijst zetten. Ik had eigenlijk nog één ding wat ik hier bij gezet had, maar nu waarschijnlijk kwijt ben. Oh ja, de regeldruk. Is dat nog een punt, waar jullie dan ook rekening mee gaan houden op diverse terreinen? Want dat is natuurlijk vaak toch wel papieren invullen, formulieren invullen. Dat is ook voor de jeugd en gezin, is dat natuurlijk toch een hekel punt. Dus misschien is dat ook nog iets om mee te nemen, in jullie rapportage voor het Gooi en Vechtstreek. Dan nog even de gemeente, heeft mevrouw Van Dorst het ook al over gehad, de samenwerking met de gemeente.

Want u heeft het natuurlijk nu hoofdzakelijk over de regio en ook landelijk. Maar hoe zit Laren daar dan in? En we krijgen natuurlijk straks ook nog kosten te verwerken. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij zat er niet echt een vraag in verborgen, hè? Nee. Nou, dank u wel voor uw bijdrage, mevrouw Niekus. Mijnheer Merckx, VVD. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Ja, er was denk ik, nog één vraag over de directeur. Is die beantw… Mevrouw Niekus: Die nog even beantwoorden. De voorzitter: Ja. En dan wil ik graag, dat u uw vraag ook meteen even stelt. Die u net wilde stellen, mijnheer Merckx. De heer Merckx: Oh, dank je wel, voorzitter. Ja, dat gaat even over de grafieken, op pagina negen is dat. Daar staan dus lijntjes en dat is dus … Geeft dat aan, dat zeg maar de personele bezetting over die aantal jaren naar beneden loopt of toeneemt of wat wordt daar weergegeven? De voorzitter: Ja? Zijn de twee vragen duidelijk? Mevrouw Boomsma. Mevrouw Boomsma: Even op die lijntjes, dat zijn de, de jaar… Ja, het is ook niet te lezen, snap ik ook hoor. Maar dat zijn de jaar, dat gaat van 2017 tot 2021. Dus je ziet eigenlijk een soort, en afhankelijk van de GGD’s zie je een lijntje recht, of een beetje omhoog, of een beetje naar beneden. En bij ons loopt die naar beneden. Even over de directeur, er is één directeur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13620073/1