Printversie transcript
Tekst van het document
De coördinerende taak ligt daarin dat zij kijkt waar afstemmingen zijn, ze produceert mee aan het festival geloof ik, het erfgoedfestival. Dus hoe belangrijk ik ook het legen van mijn groenbak vind, ik wil toch ook een lans breken voor de regioconservator en eigenlijk daarmee voor deze zienswijze. Ik vind hem voortreffelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Ja dank u wel voorzitter. Mijn buurman ter rechterzijde, uw collega van de VVD was erg tegen een andere manier van het doorberekenen van de kosten met betrekking tot de vuilophaal. Ik kan me herinneren dat we hier een discussie gehad hebben over diftar waarbij we gingen kijken of de vervuiler betaalt te handhaven en meneer Faas bracht het niet verder om te zeggen dat hij toch vooral gratis PMD-zakken wilde hebben. Dus het was een buitengewoon verontrustende discussie. Nou dat is niet zo heel lang geleden mevrouw Niekus. Maar l’histoire se répète zullen we maar even zeggen. Om uw geheugen even op te frissen, u moet misschien even bij meneer Faas te raden gaan waarom hij tegen de vervuiler betaalt. De voorzitter: Mevrouw Niekus, graag via de voorzitter. De heer Vos: Wat zegt u meneer voorzitter? De voorzitter: Nee, ik zeg tegen mevrouw Niekus dat ze nu niet... De heer Vos: O ja. Die was daarbij. Mevrouw Niekus: Ik wil alleen zeggen, de plasticzakken zijn terug.
De voorzitter: Nu moet u niet uitdagen meneer Vos. De heer Vos: Ja, nou daar ben ik goed in hoor meneer ‘...’. Nee, kijk, dat was al een hele wonderlijke avond dat hier geroepen werd dat mag allemaal niet, dat is helemaal niet goed en dit en dat, terwijl als we het hebben over vuilafvoer, want daar gaat het natuurlijk met name hier om, is dienstverlening. En dienstverlening kost geld hoe je het ook wendt of keert. Als je op een gegeven moment voor het betaalde geld niet meer geleverd kan krijgen door de commerciële dienstverlener, dan kan je twee dingen doen. Of je zegt dan neem ik wat
minder dienst af. Dan laten we die groene container lekker verder meuren. Of we gaan zeggen dan moeten we misschien wat meer gaan betalen. You pay peanuts, you get monkeys. Dus misschien moet je dan maar na gaan denken misschien moet het omhoog, of misschien moeten we gaan distantiëren, of misschien moeten we creatief gaan zijn met hoe we omgaan met dat vuil. En het is heel spijtig dat we nu dus een paar maanden later dunnetjes deze discussie over moeten doen en in die zin... Ik gun de wethouder die met dit klusje belast is al het goede, maar misschien dat we toch een zienswijze hier op moeten loslaten en misschien weer terugkeren op onze schrede en opnieuw gaan kijken hoe gaan wij om met de door ons veroorzaakte vuiligheid, om het maar even zo te zeggen. Ik lees op de vuilniswagens overal afval bestaat niet, nou als ik deze documenten lees dan maken we er nog genoeg van. Dus ik denk dat we daar toch maar mee aan de gang moeten. Ik denk dat dat toch een van de belangrijkste dingen is die ik tegen heb op deze zienswijze. Dank u wel. Dus verder geen vraag, maar wel een zienswijze. De voorzitter: Ik denk dat dit onderwerp nu genoeg behandeld is en dat we dit kunnen doorleiden naar de raad en daar zeker moeten bespreken, want er is nogal wat op te merken. Dus met uw goedvinden doen het door naar de raad.
6.4 Jaarstukken 2020 BEL Combinatie De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt, dat is de jaarstukken 2020 van de BEL Combinatie. Alvorens ik de wethouder het woord geef om dit toe te lichten, zou ik hem willen vragen welke besluiten moeten wij nemen? Als ik het beslisvoorstel raadpleeg moeten wij vier punten nu besluit nemen. Als ik het raadsbesluit sec lees hoeven we maar op twee punten besluit te nemen. Dus ik zou in zijn inleiding a) willen weten gaan we op vier punten of twee punten en b) zodanig dat we in de raad volgende week het juiste stuk hebben. Want het klopt niet. Meneer Calis aan u het woord. De heer Calis: Ja dat heeft u heel leuk bedacht meneer de voorzitter. In het raadsbesluit wordt voorgesteld om een zienswijze in te dienen en die zienswijze die bestaat inderdaad uit enkele punten. En dan als tweede punt is de geheimhouding van de managementletter en dat is ook uitermate begrijpelijk. Dus het gaat hier ook weer om de vaststelling van de zienswijze meer dan iets anders. En ik denk dat gevraagd wordt aan de raad om in te stemmen met de zienswijze die voor Blaricum, en Eemnes en Laren gezamenlijk is opgesteld. De voorzitter: Ja maar dus het kennis nemen van de raadstukken vindt u niet een beslisding van de raad? De heer Calis: Kennisgeving lijkt mij geen besluit.
Maar ik zal het overleggen met de gemeentesecretaris die procedureel veel beter onderlegd is dan ik. De voorzitter: Ik zie hem al knikken achter u. Maar ligt u toe alstublieft het stuk. De heer Calis: Het wordt aangepast om aan uw bezwaar tegemoet te komen. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u het stuk BEL Combinatie toelichten, of? De heer Calis: Dat wil ik. De jaarrekening 2020 is positief afgesloten met een behoorlijk positief resultaat. Ik denk dat we ons vooral weer moeten richten op de zienswijze voor de begroting 2022 die met name kwalitatief belangrijk is. Dus dat is een gezamenlijke zienswijze van Laren, Blaricum en Eemnes. Ik ben mijn iBabs nu ook even kwijt. Nu heb ik hem weer. Met name voor de begroting was er nogal discussie binnen het college, want in de begroting wordt voorgesteld om een extra teamleider te benoemen in de afdeling RO en
OR, ruimtelijke ordening en openbare ruimte. Wij hebben sterk het gevoel dat de BEL Combinatie ook met name aan de onderkant versterkt moet worden. Het gaat niet zozeer om de managers die daar allemaal rond lopen, maar vooral mensen op de vloer die het werk moeten doen en daarvoor hebben we aandacht gevraagd bij de directie. Het is wel zo, dat ziet u ook in zienswijze in de stukken, er is een behoorlijk vacatureprogramma gestart. Daar zijn 30 nieuwe mensen geworven, maar er zijn er ook meer dan 20 weer vertrokken. Dus dat is een grote verandering die niet ten goede komt vind ik aan de continuïteit van de onderneming. Het doorgaan met het vinden van medewerkers in vaste verband en dat geldt voor ruimtelijke ordening, dat geldt voor vergunningen, maar geldt ook met name voor financiën, is vandaag ook weer dringend besproken dat de BEL daar zeer mee bezig is, onder andere ook met het aantrekken van de nieuwe concern controle en duidelijk de planning en controlcyclus in te richten. Dus daar denk ik dat het terecht is als we daar aandacht voor vragen. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud, mag ik zo een rondje maken? De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Wij zijn het wel eens met het geschrevene. Ik heb alleen een vraag naar aanleiding van de opmerkingen van de wethouder. Dat is geen gewetensvraag maar dat zou dan mijn zienswijze kunnen beïnvloeden.
Heeft de wethouder het idee dat we inmiddels en hoop ik gelukkig op de goede weg zijn met de BEL? Het aantrekken van nieuwe medewerkers, we verliezen er ook een aantal, u noemt functies. Zijn we daarmee de goede weg ingeslagen? Kunnen we ons binnenkort verheugen op een wat steviger organisatie? Dank u wel. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja dank u wel voorzitter. Er zijn natuurlijk uitgebreide onderzoeken en adviezen geweest, hebben u allemaal meegemaakt, WagenaarHoes, Berenschot. Die adviezen worden geïmplementeerd, maar een organisatie is natuurlijk meer dan mensen en adviezen. Het gaat erom om een teamspirit te hebben, een organisatie waar mensen elkaar steunen, waar mensen zich op hun plek voelen, waar ze zich uitgedaagd voelen, waar ze verantwoordelijkheid kunnen nemen. Met die instelling zijn we enorm bezig en hebben we nog heel wat stappen te zetten denk ik. Ligt ook een beetje aan de manier waarop de BEL georganiseerd is. Ik geef een voorbeeld: ik had zelf een mailtje gestuurd aan iemand die over de website gaat en ik zeg waarom hoor ik niks? Waren ze al twee weken ziek, dat kan natuurlijk niet waar zijn dat in een organisatie dat als er iemand ziek is dat je dan helemaal niks meer hoort. Er moet functioneel georganiseerd worden hoe dat soort processen verlopen.
Maar wij zijn indringend bezig, algemeen bestuur, portefeuillehouders overleggen, om daar alle aandacht aan te geven. De voorzitter: Dat is niet alleen, als ik daar op aan mag vullen, het is natuurlijk ook het begrip hebben voor je werk. Ik zal een voorbeeld noemen: een lantaarnpaal bij mij werkte niet, ik heb netjes gemeld, kreeg keurig een berichtje terug een paar dagen later, bedankt voor uw melding het is verholpen, we zeggen u dank u wel en dit en dat. Heb ik alleen teruggemaild: fijn, bedankt dat u het gedaan heeft, alleen hij brandt nog niet. De heer Calis: Als ik daar wat op mag zeggen. U stipt hier een probleem aan, de melding die u terugkrijgt is niet het is verholpen, maar de melding is het zit in het systeem en zal binnenkort zo snel mogelijk verholpen worden. De voorzitter: Nee dat is de tweede melding. De tweede heb ik dat gekregen, maar de eerste had ik dat het verholpen was. Maar goed dat is een kleinigheid. De heer Van den Berg, CDA.
De heer Van den Berg: Dank u wel voorzitter. Als we dan toch anekdotisch bezig zijn, er gaan er dingen wel goed. Bij ons lag vuilnis op de straat en toen zeiden ze maak wel een melding maar we nemen het al wel vast mee, maar als we het meenemen moet u wel melding doen, want anders gaat het probleem andersom werken. En ik vertel grappig, maar waar het om gaat is dat ik denk ook hier weer, dat geldt denk ik straks bij de GAD ook, de mensen willen wel. Wat mij aanspreekt in wat de wethouder eigenlijk net zei was ik stuur een mail en ik krijg twee weken geen antwoord. Zulke voorbeelden hebben we ook recentelijk gehad, het gaat me niet om de inhoud van de WOZ, maar de mensen die dan bezwaar mogen maken, kunnen ze bellen, bellen ze nog een keer, bellen ze nog een keer. Daar hebben we het al over gehad. Dat zal nog niet in één keer opgelost zijn. Mijn eigen observaties daarbij zijn, zo heb ik het van de week ook in onze steunfractie uitgelegd, want wat hier al verteld wordt, er gaan veel mensen in er gaan veel mensen uit, dat ik het maar opgehangen heb dat wij de effecten van de eenhoofdige leiding nu nog niet helemaal zullen zien. Misschien ook wel, maar dat hoor ik dan wel van de wethouder.
Maar aan de andere kant hoop ik eigenlijk ook te horen van dat er een bepaalde weg in zit en misschien ook wel dat we kritisch blijven naar onszelf als bepaalde onderdelen niet op peil te brengen zijn, dat we dan toch misschien nog eens na moeten denken in hoeverre we samenwerking met een andere gemeenten als Huizen toch serieus bekijken om bijvoorbeeld als we dan wel die opschaling nodig hebben om bepaalde plussen te kunnen doen. Die twee zaken zou ik eigenlijk bij de wethouder op dit moment neer willen leggen, dus over de effecten van de eenhoofdige leiding. Het andere is politiek: we hebben nog steeds met drie gemeentes te maken, maar daar wil ik dan nu maar niet op ingaan. En het verhaal van als dienstverlening ondermaats blijft of we dan andere stappen moeten gaan zetten. En dat heeft niks te maken met reorganiseren ofzo, maar meer slim werken. De voorzitter: De heer Calis. Wilt u hierop antwoorden? De heer Calis: Zeker wanneer de voorzitter. Ten eerste de eenhoofdige leiding. Ik denk dat we al enorm positieve verbeteringen hebben gezien in vergelijking met de vorige situatie waarbij er drie directeuren waren. Alleen deze directeur die redt het natuurlijk niet in zijn eentje en hij heeft goede mensen om zich heen nodig. Daar zijn er een paar van, maar dat moet ook nog verbeterd worden.
Dus dat wordt erkend en de eerste stap op weg naar verbetering is erkenning van waar je die verbeteringen kan doorvoeren. Tweede, samenwerking met andere gemeenten. Het was wel weer heel leuk dat ik op Facebook een berichtje tegen kwam van D66 de heer Bijvoet, die zei ik ben blij dat er geen samenwerking met Baarn tot stand is gekomen want waarom zouden wij naar Amersfoort trekken. Raadsleden die hier al een tijd meezitten weten dat er onder de vorige burgemeester, onder Elbert Roest zelfs is er nog overwogen om te kijken of we Baarn niet bij de BEL zouden moeten trekken. Maar samenwerking met andere gemeenten, wij hebben natuurlijk de uitvoeringsorganisatie sociale zaken in de HBEL wordt uitgevoerd door Huizen. Blaricum en Laren onderzoeken op dit moment of de samenwerking voor de belastingtaken verinnigd kan worden, zodat Huizen de belastingtaken voor Laren en Blaricum kan gaan uitvoeren. En daar wordt nog aan gewerkt en is onderhanden werk. Dan de kwaliteit van de dienstverlening. De kwaliteit van de dienstverlening wordt natuurlijk steeds gemeten. Bekend is onderzoek van waar staat je gemeente. De burgerbalie heeft hun servicenormen. Er zijn normen voor hoe snel wordt de telefoon beantwoordt.
Al dat soort zaken wordt gemeten en waar mogelijk verbeterd, dus ik denk ook daar zullen er natuurlijk dingen verbeterd kunnen worden zoals ik die ook aanhaalde voor het functioneren van een organisatie. Ik denk wel dat binnen de BEL is daar veel oog voor in elk geval en wordt er ook veel gemonitord. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong, Liberaal Laren. Wilt u in de microfoon praten alstublieft?
De heer De Jong: ‘...’ in 2020 ‘...’ omhooggegaan ten opzichte van 2019, van 7,2 miljoen naar 7,7 miljoen. Dat hebben we toen zo besloten, maar ja we hopen wel dat dit soort stijgingen ‘...’ niet verder doorgaan en dat we gewoon op basis van ‘...’ en de inflatie ‘...’, maar ‘...’. De heer ...: Meneer de voorzitter, dit is niet te verstaan. De voorzitter: Nee, wilt u alstublieft in de microfoon... Het is niet te verstaan beneden. De heer ...: Misschien kan meneer De Jong naar beneden komen, er is plaats genoeg hier. De voorzitter: [Kuch] Ik stik er in. Dank u wel heer De Jong. De heer De Jong: Ja? Nu ben ik goed te verstaan hè, begrijp ik. De bijdrage van Laren aan de BEL is in 2020 met 5 ton gestegen ten opzichte van 2019, van 7,2 miljoen naar 7,17 miljoen, een stijging van 6,7%. Dat is toen zo afgesproken, oké, maar we hopen wel dat dit soort stijgingen nu gewoon met de inflatie gaat en met een loonkostenstijging en niet meer dit soort hele forse stijgingen, want als gemeente trekken we dit niet als dit jaar op jaar zo sterk omhoog gaat. Dan hebben we nog een paar vragen, maar wij begrijpen dat dit over de BEL gaat en dat er mogelijk, omdat er op dit moment niemand van de BEL is, op dit moment geen verklaring voor gegeven kan worden. De omgevingswet kost € 81.000 meer dan begroot.
Onze vraag is waarom is dat niet voorzien en krijgen wij dan nog op een of andere manier geld uit het gemeentefonds daarvoor? De belastingtaken die kosten in 2020 4 ton meer dan begroot en dat zijn dus ook BEL-kosten, dus van alle drie de gemeenten bij elkaar. Onze vraag is, hoeveel extra OZW-opbrengsten staan hier tegenover? We geven dit uit maar verdienen we dat ook terug? De voorzitter: Dat was het heer De Jong? De heer Calis. De heer Calis: Ja dank u wel voorzitter. In de kadernota van de BEL wordt aangegeven dat de bijdrage van Laren in 2022 € 7.762.000 zal zijn, in 2023 € 7.704.000, dus zo’n € 60.000 minder, in 2024 € 7.666.000, dat is weer € 40.000 minder, en op 2025 is het op hetzelfde niveau gebleven als 2024. Ik weet niet of de kadernota al openbaar is, maar ik denk dat het geen probleem is om dat al met u te delen. De voorzitter: Openbaar is die. De heer Calis: Als u zegt van er moeten extra kosten gemaakt worden voor de omgevingswet, maar misschien is het handig om het niet te notuleren, want anders krijg ik mijn collega’s weer over me heen en die zeggen wat zit jij nu weer allemaal te vertellen. Maar ik neem u graag mee... De voorzitter: Graag via de microfoon. De heer Calis: Ja.
Als de heer De Jong vraagt de omgevingswet noopt € 81.000 meer uit te geven, ik wou dat hij gelijk had, want volgens mij is het nog aanzienlijk meer en dat is een van de onderdelen waarin ik een oproep om in de motie voor raden in verzet voor op te komen, want de omgevingswet is wel wettelijk verplicht, waar de daarbij behorende middelen zijn niet aan de gemeente verstrekt. En wat wel zo is, is de geruchten spelen dat minister Ollongren overweegt om de wettelijke ingang van de omgevingswet te verdagen van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Maar het zou me niet verbazen als onder de huidige omstandigheden en het demissionaire kabinet en de kabinetsformatie, dat het uitgesteld wordt tot 1 januari 2023. Dan de belastingzaken kosten 4 ton extra. Ik denk dat genoegzaam is toegelicht dat vanwege de bezwaren van de
rekenkamer vanwege de moeilijkheden van de afdeling heffen en waarderen dat de manier om dat op te lossen toch een substantiële inhuur was. Het bureau ANG is daarvoor ingehuurd. Daartegenover staat dat als wij dat niet gedaan zouden hebben, dan zouden er geen aanslagen verstuurd mogen worden en wordt er dus helemaal niets geheven. Als meneer De Jong vraagt wat heeft dat voor invloed op de OZB, dan moet ik hem daarvoor alsnog het antwoord schuldig blijven, want dat zit in de jaarrekening en de begroting van Laren. Die cijfers heb ik nu niet bij de hand. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald, D66. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Laat ik mijn verhaal positief insteken. We zien dat er een klein positief resultaat geboekt is, dat is heel mooi. En we zien dat allerhande inspanningen zijn om alles wat BEL heet een beetje op de rails te krijgen. Maar het is natuurlijk niet zo dat we nu ook al kunnen juichen, er zijn nog voldoende aandachtspunten. Ik heb hier een aantal opmerkingen en vragen dienaangaande. Allereerst, daar kon u natuurlijk op wachten, waarom is de managementletter nou weer geheim? Ik denk dit soort discussies komt alle informatie die belangrijk is komt deze discussie ten goede.
En als dit nu weer achter de schermen gaat, dan is er blijkbaar toch weer een domein wat in ieder geval door ons op dit moment niet ingezien kan worden en wat betekent dit dan voor het geheel? Dus is dat nodig en waarom? Het tweede is de BEL gaat natuurlijk over drie gemeentes, Eemnes, Blaricum, Laren. Worden deze stukken ook gedrieën besproken in deze? En is er een gezamenlijke radenbijeenkomst geweest of gepland? Want volgens ons is dat ooit zo afgesproken. Even een opmerking over het accountantsverslag. Ik begon mijn betoog met dat we ook een beetje een sense of urgency bespeuren en dat doet ons genoegen. Maar uit het accountantsverslag lezen we dat weer iets minder helaas. Nou goed dat is de verantwoordelijkheid van de accountant, maar het viel ons wel op dat hij concludeert dat een risico op discontinuïteit bij de BEL niet aanwezig is, want zegt hij, u bent immers verzekerd van dekking middels de afspraken die u met de gemeenten heeft. Bij gemeenschappelijke regelingen is de formele continuïteit per definitie gegarandeerd door de garantstelling van de gemeente. Ja dat vind ik jammer. Dat kan denk ik beter in de zin van als je nou gewoon echt verteld waar het op staat in deze, dan hebben wij heldere informatie en dan kunnen we ook veel beter gezamenlijk ten strijde trekken in plaats van eerst een te mooi verhaal te moeten ontkrachten.
De conclusie is dan inderdaad van de accountant: hiermee zijn uw cijfers onvoldoende. Om in de paragraaf weerstandsvermogen risico’s af te dekken, dit betekent dat tegenvallers binnen de BEL al snel volledig voor rekening van de gemeente komen. Ja dat is dan wel zo, maar dan heeft hij niet in de smiezen dat de gemeente dat wellicht niet kan opbrengen. En wat dan? Oké, even naar de zienswijze. Er is natuurlijk wel een positief resultaat geboekt. Rekenkundig kan je dat een verdubbeling noemen, daar kan je blij mee zijn, maar onder de streep hebben we alleen nog maar een weerstandsvermogen van 0,5% daar waar 2% zou moeten zijn. Dus er is nog steeds werk aan de winkel. Even kijken, dit hebben we. Er is een beetje een discussie gestart over kengetallen, ja kengetallen zijn kengetallen, maar die moet je in onderling verband met elkaar zien. Het blijft dat de kengetallen als geheel precair zijn eigenlijk, dus onze hele financiële situatie is precair. Moeten we ons niet eens laten helpen bij het herstellen van de situatie als we dat niet zelf kunnen? Want het is jaar in jaar uit toch een beetje hetzelfde verhaal, ondanks een licht herstel nu. Het andere punt en vraag is hoe gaan we nou om met onze leningen? In 2023 moeten we 6 miljoen aflossen. Dat we daar geld op toe krijgen dat verandert nu zo langzamerhand.
Dus als wij volgend jaar die leningen moeten aflossen, wat we dus niet kunnen, dus we moeten ze oversluiten, dan krijgen we daar een ander rentetarief bij. Betekent dus ook dat de rentelasten zullen stijgen. Dat zal in het financiële verhaal dan verdisconteerd moeten worden, dus hoe gaan wij daarmee om uiteindelijk. Eens even kijken. Wat hebben we nog? Ja daar wil ik het eigenlijk even bij laten. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Uw opmerking over de managementletter, die ligt ter inzage op de griffie. Staat in de stukken dat die ter inzage ligt, dus er is verder niks geheim. Ja geheim naar buiten, maar voor de raad is die niet geheim. Hij ligt... De heer Calis: Dank u wel voor de toelichting meneer de voorzitter, als ik zo vrij mag zijn. De voorzitter: Gaat uw gang meneer Calis. De heer Calis: Het is vrij gebruikelijk op verzoek van de accountant dat de managementletter geheim is. En als je de managementletter leest dan ziet u ook van wij adviseren u ten sterkste om de managementletter geheim te verklaren. Maar uiteraard beaam ik de informatie van de voorzitter dat het voor u niet geheim is en ter inzage ligt. Dan, u zegt jammer dat er geen gezamenlijke bijeenkomst is geweest voor de drie raden. Natuurlijk is dat wel degelijk overwogen en naar verschillende mogelijkheden gezocht. Er staat in de planning nog een bijpraatsessie van de BEL met de drie gemeenten, maar u zult begrijpen dat dat door de coronaomstandigheden vooralsnog niet mogelijk was en het digitale vergaderen daarvoor niet adequaat gevonden werd. U zegt ik vind het jammer dat de accountant zegt dat het risico op discontinuïteit voor de BEL niet aanwezig is. Dat kunt u jammer vinden maar dat is zo.
En als u zegt van de gemeente kan het niet betalen, u zegt kan de gemeente niet failliet? In Nederland kan een gemeente niet failliet. Zijn er dan maatregelen die genomen worden? Uiteraard, maar discontinuïteit voor de BEL is niet aanwezig. Dan heeft u het over het treasury management zoals dat heet, de leningen. In de afgelopen jaren heeft de BEL aanmerkelijk financieel resultaat geboekt door een actief beleid op de leningen. Inderdaad, als er een lening is van 6 miljoen die afgelost moet worden zal dat gebeuren door het oversluiten van een nieuwe lening. De ontwikkelingen op de rentemarkt zijn zodanig dat ik daarvan een minimale impact op de rekening, op de begroting verwacht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja meneer de voorzitter dank u wel. Ik zal het kort houden en mij alleen beperken tot de zienswijze. En daar kan ik bij zeggen dat ik het volstrekt oneens ben met de zienswijze zoals die nu ligt voor wat betreft de bedrijfsvoering. Ik vind hem echt uit de grond van mijn hart onvoldoende. Dat kan ik uitleggen, ik heb er goede reden voor.
Ik ben ook benieuwd wat de wethouder daarvan vindt, want als ik kijk naar het accountantsverslag dan lees ik, en volgens mij is dit het derde jaar op rij dat de beheersing en de controles in de processen nog niet op orde zijn, dat de controles niet in de lijn plaatsvinden, maar plaatsvinden binnen een kwaliteitsbureau, dat de accountant in zijn beoordeling zijn onderzoek niet kan steunen op het interne beheersysteem, maar een gegevenscontrole moet doen, dus je moet zelf kijken naar de gegevens en de processen om tot een oordeel te komen. Ik breng het ook een relatie met agendapunt 6.6 waar we nog steeds onregelmatigheden zien als het gaat om de begroting. Het kan natuurlijk zo zijn dat er altijd overschrijdingen plaatsvinden, maar als ik even kijk naar de punten waar de overschrijding plaatsvindt, vindt het bijvoorbeeld plaats op het punt van de inhuur van extern personeel, waarbij we afgesproken hebben dat de kosten van externe inhuur, de kosten van de vaste personeelslasten niet zullen overschrijden. Als dat nu wel gebeurt om wat voor reden dan ook, daar zal misschien goede reden voor zijn, dan is dat voor mij een indicatie dat blijkbaar in de processen van die inhuur de controles niet zodanig ingericht zijn dat er tijdig vlaggetjes omhoogschieten om uiteindelijk maatregelen te nemen. En de maatregel kan zijn een begrotingswijziging in de raad.
Dus al met al vind ik dat onvoldoende. Ik denk juist omdat de BEL Combinatie voor ons op afstand staat, zowel voor de raad als voor de wethouder en we niet op de vingers van de bedrijfsvoering kunnen en willen kijken, dat hebben we uit handen gegeven, we hebben daar professioneel management zitten. Juist daarom moet je kunnen steunen op de interne beheerssystemen en op de analyses die daar gedaan worden,
de assessments en de resultaten daarvan. Als dat nog steeds ontbreekt dan vind ik dat gewoon kwalijk en dan mogen we daar in onze zienswijze best wel wat steviger in gaan staan en zeggen van nou voor die bedrijfsvoering willen we nu echt wel dat het op orde gaat komen. Om het uiteindelijk gewoon beter in de hand te hebben. Dus ik ben benieuwd wat de wethouder zijn visie daarop is en hoe hij daar tegenaan kijkt. Dat is mijn betoog meneer de voorzitter. Ik wil het feestje niet bederven maar ik zit daar toch wel een beetje kritisch in. Ja ik heb misschien wel een andere accountantsletter gelezen dan jullie. Ik heb helaas nog niet de managementletter in kunnen zien door ongelukkige omstandigheden, maar vorig jaar heb ik hem wel uitgebreid bekeken en daar werden min of meer dezelfde dingen geconstateerd, dus ik schat in als ik het accountsverslag nu zie dat ik eigenlijk min of meer hetzelfde terug zal zien als vorig jaar in de managementletter. Maar goed nogmaals, ik ben benieuwd wat de visie van de wethouder erop is, en hoe hij uiteindelijk daar in de zin van de zienswijze mee om wil gaan. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Dank u wel voorzitter.
Wat betreft de controlprocessen, ik denk dat als meneer Van Midden de managementletter leest, dan ziet hij dat, het is inderdaad niet de eerste keer dat een accountant daar opmerkingen over maakt, maar als ik het mag illustreren met een ander voorbeeld. Aannemers moeten tegenwoordig een veiligheidscertificaat aannemer hebben, VCA, en dat VCA dat vereist dat van alle gereedschap dat dat één keer per jaar geïnspecteerd wordt en dat ook de gebruikshandleiding in de boekenkast staat. Dus van elke boortol en elke steeksleutel moet je verantwoording afleggen terwijl, dat gereedschap wordt gewoon gebruikt en daar is niks mis mee en elektriciteit is in orde, maar theoretisch moet je het allemaal wel netjes doen natuurlijk. De controlprocessen in de BEL zijn op orde. Wij besteden veel aandacht aan het feit van is inkoop goed geregeld, is er controle op de facturen, betalen we voor wat er geleverd is aan prestatie of dienst of levering van product en is dat allemaal goed gedocumenteerd? Nee meneer dat niet allemaal goed gedocumenteerd. We zijn al een tijd bezig met het invoeren van een zogenaamde verplichtingenadministratie en softwarematig lijkt dat op nogal grote obstakels te stuiten. Maar die wens bestaat er en ook de accountant zelf zegt u moet daar naar kijken en u moet dat verbeteren. Maar voor de bedrijfsvoering zou ik dat zeker niet essentieel willen noemen.
Hoewel meneer Van Midden natuurlijk wel gelijk heeft dat het prettiger zou zijn als er beter gedocumenteerde controle is. Daar gaat het om. We zijn het oneens... Daar gaat het om, dat hij het niet eens is met de bedrijfsvoering. De heer Van Midden: Ik ben het, sorry meneer de voorzitter. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ik ben het niet eens met de zienswijze. Als ik kijk wat er staat over de bedrijfsvoering, dan staat er eigenlijk niks over. Ik denk dat je in de zienswijze best wel wat kritische opmerkingen mag maken over uiteindelijk de beheersing in je processen. Het is niet een kwestie van bonnetjes of dingetjes. Het is een kwestie van goed je processen georganiseerd hebben. Ook de controles en processen in de lijn organiseren en niet bij een kwaliteitsbureau waarbij je achteraf constateert dat dingen niet goed gegaan zijn en je te laat bent. Een accountant die nog steeds niet kan steunen op in de raad een intern controlesysteem, maar daar gewoon zelf moet gaan kijken naar de bonnetjes of ze er zijn of niet. Dat soort dingen. Het is niet de eerste keer dat ik het zie. Volgens mij is het de derde keer dat ik nu de BEL-resultaten zie, het is ook de derde keer dat ik dit commentaar zie. Dus ik denk dat je best wel wat kritisch mag zijn ook als raad en daar gewoon acuut verbeteringen mag eisen.
En nogmaals, vooral ook omdat het staat voor ons op afstand, dus wij kunnen niet op de vingers van de mensen meekijken. Dat willen we ook niet, maar we willen kunnen vertrouwen op hun eigen systemen en de analyses die zij erop loslaten en de constateringen die ze daarbij doen. En daar zit voor
mij het punt. En ik zie dat ook bevestigd met die begrotingsoverschrijdingen, de onregelmatigheden die hier genoemd worden. Daar zit een aantal dingen tussen, dat is een kwestie van gewoon alert zijn. Goed organiseren in je processen, de juiste controles doen en daarop handelen. Daar zit een beetje mijn ding. Dus ik denk dat je best wel kritisch mag zijn op dit punt ook in je zienswijze. Maar goed als de wethouder zegt dat herken ik niet of we doen ons best, dan denk ik van ja prima, maar ik zie eigenlijk in het accountantsverslag zie ik gewoon andere dingen terug. Ik vind ze daar een beetje op de manier zoals een account dat doet, maar behoorlijk kritisch in gezegd. Het is helemaal niet complex. Het is uiteindelijk als ik kijk naar de BELbedrijfsvoering, ik zit toevallig in risicomanagement, maar ik heb bedrijven die qua complexiteit vele malen groter zijn en die het ook helemaal orde hebben. Dus in die zin is het gewoon een kwestie van focus, aandacht, organiseren. En daar kunnen we best wel een duwtje aangeven door dat in onze zienswijze terug te laten komen, dat is even mijn punt. Dank u wel meneer de voorzitter. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja dank voorzitter. De vraag is natuurlijk, de accountant die maakt terecht opmerkingen en kanttekeningen ook in de managementletter, ook in de presentatie van de accountant.
Dat wordt indringend besproken met de BEL-directie, met het BEL-bestuur. Wat ik toch een beetje hoor van meneer Van Midden dat hij zegt, zou u in de zienswijze toe willen voegen dat de BEL-directie nog eens heel goed aandacht besteed aan de accountant? Ja natuurlijk, dat is ik zou zeggen vanzelfsprekend en voor de hand liggend. Als hij aanhaalt, ik kom er nog over te spreken in de agenda, over de onrechtmatigheid dat er gebrek is aan control, er staat een vlaggetje voor de onrechtmatigheid. Dat geldt niet voor de BEL. Dat geldt voor de gemeente Laren. Het inhuren van extra personeel voor de gemeente en niet voor de BEL. De voorzitter: Dank u wel de heer Calis. De heer Van den Berg: Ja ik was even kwijt in welke ronde we zitten en of we ook mogen interrumperen? De voorzitter: Ik wilde eerst het rondje afmaken. De heer Van den Berg: Ja nee daarom vraag ik het nu. Nee maar dan is het helder. Ja nee dank u wel. De voorzitter: De heer Vos, ik was u niet vergeten. De heer Vos: Nee gelukkig maar, want anders gaat meneer Van den Berg, ... De heer Van den Berg: Ik was het van plan. De heer Vos: Ja, meneer Van Midden heeft het feestje al verpest hoorde ik. Nou laat ik dan maar, als het dan toch al verpest is dan ga ik ook nog maar een beetje verder. Want meneer Van Midden heeft natuurlijk helemaal gelijk als het over technische zaken gaat.
Zo’n verhaal over gereedschap vind ik niet zo ter zake doen, je moet gewoon zorgen dat je spullen in orde zijn. Waar ik me altijd een beetje zorgen om maak over dit soort papieren. Technisch zal het allemaal wel kloppen, maar ik ben altijd wel beetje nieuwsgierig naar het verhaal achter de cijfers. Als ik dan zie omtrekkingen en budgetoverhevelingen en zo. Dat vind ik altijd een beetje een gevalletje rookgordijn, dus daar ben ik wel nieuwsgierig naar hoe nou feitelijk de situatie is. Maar daar heeft meneer Van Midden volgens mij eigenlijk al genoeg over gezegd. Wat ik eigenlijk veel interessanter vind is dat het stuk van de BEL, daar schrijft iemand dat ik heel trots ben op de medewerkers. Ik vroeg me zo erg af wie is dan die ik, ik ben dan ook trots op onze medewerkers, dus dat is een hele simpele vraag voor de wethouder,
wie is die ik dan? Die zo trots is. Want dat heeft me ook wel een beetje getriggerd als ik kijk naar de cijfers en dan gaat het met name over het ziekteverzuim wat al jaar na jaar echt heel erg hoog ligt, ver boven het gemiddelde. Meneer De Jong refereerde al naar kengetallen, nou als er nou één kengetal is waar we op kunnen sturen, dan is het volgens mij wel ziekteverzuim. En als dat al jaar na jaar veel te hoog ligt en al jaar na jaar ontzettend veel inhuur is, dan mag je wel constateren dat er bijna een zieke organisatie is. En als ik ziek ben dan ga ik naar de dokter en dan laat ik een diagnose stellen en dan gaat hij zeggen dat ik een pilletje of het bed moet houden, dat kan me niet zoveel schelen, maar dat zou ik eigenlijk hier ook graag willen. Hoe zit dat dan met dat ziektebeeld van die BEL? Want hoe kan het nou dat bijna 8% ziekteverzuim is. Dat is echt onrustbarend veel. En dan kun je wel zeggen er zijn langdurig zieken, die zijn slecht voor het gemiddelde, dat begrijp ik ook. Soms zijn mensen in verwachting, ja dat kan ook gebeuren. Maar zo’n hoog percentage dat kunnen we toch niet laten passeren? Daar kun je toch geen zienswijze toch niet zeggen nou het ziet er wel lekker uit, doorgaan maar zo. Ik zou heel graag, dat vraag ik hier aan de wethouder, maar ik zou het ook graag volgende week in de raad die vraag herhalen, ook al heb ik een hekel aan herhalen.
Hoe stelt dokter Calis de diagnose van de patiënt? Daar ben ik heel nieuwsgierig naar, want ik maak me zorgen over het mandje sinaasappels naar wie ik dat moet gaan sturen. De voorzitter: Meneer Calis. De heer Calis: Ja dank u wel voorzitter. Technische zaken als die niet duidelijk zijn, ja overheveling een budgetten dat gaat allemaal in lijn met de BBV-adviezen, hoe je administratie voor overheden moet regelen. Als daar een specifieke vraag voor is dan willen we die uiteraard graag beantwoorden. Voor wat betreft het ziekteverzuim. Mijn persoonlijke overtuiging is dat het ziekteverzuimpercentage een indicatie is voor ook de gezondheid van de organisatie. In hoeverre zijn medewerkers gemotiveerd? In hoeverre werkt dat goed samen? In hoeverre vinden mensen voldoening in hun werk? En als je dat zo bekijkt en je kijkt naar gemiddelde percentages, dan ben ik het helemaal eens met de heer Vos, dan zeg ik dat is onacceptabel hoog. Dat is over de laatste jaren vaak aan de orde gesteld. Ook op dezelfde manier zoals hij dat nu aan de orde stelt en daar werkt de BEL aan. De BEL werkt aan motivering, aan opleiding, aan motivatie. Maar het terugkerende excuus is dat er inderdaad veel langdurige zieken zijn en zieken die echt een paar maanden ziek zijn.
Nu uiteraard met de corona is de BEL zwaar getroffen en zijn er heel veel medewerkers ziek geweest, maar er zijn ook mensen natuurlijk overspannen en daar kennen we allemaal wel de voorbeelden van en die gaan dan werken en dan werken ze een half uur in de week of twee uur in de week. Kijk mensen zoals de heer Vos en ik zeggen ja hoe is dat in hemelsnaam mogelijk? En ik las laatst een hele aardige: een burn-out moet je wel verdienen met hard werk en u bent toch ambtenaar? Maar het is een uitdaging en ik erken het en ik vat het ook als zodanig op. Weet dat er in de BEL-organisatie veel aandacht aan besteed wordt. En als meneer Vos dan zegt dat zie ik nog niet terug, dan moet ik hem daarin gelijk geven. De voorzitter: Dank u wel. Gaat uw gang meneer heer Vos. De heer Vos: Ja dank u wel. Ja als collega kwakzalver heb ik daar ook wel een mening over. Ik heb het idee, maar dat kunt u misschien ontkennen, dat het in de manier waarop de organisatie geleid wordt, enorm top down de sfeer en de werkomstandigheden niet erg ten goede komen. Ik heb het idee dat als we kijken naar de kwaal, maar dat kunt u misschien bevestigen of ontkennen, dan zit het ook wel heel erg in de vorm waarop we deze organisatie laten leiden in een enorme top down structuur waarin mensen in een hiërarchisch keurslijf zitten en ook heel weinig ruimte krijgen.
Je kan mensen nog zoveel scholing geven, maar ja als je er niks mee kan doen dan heb je daar niet zoveel aan. Ik ben benieuwd naar uw collegiale mening daarover dokter? De voorzitter: De heer Calis, gaat uw gang.
De heer Calis: Ik heb al in mijn betoog eerder een kanttekening gemaakt bij de organisatie. Als de heer Vos goed oplet heeft hij ook gezien dat in de zienswijze daar indirect ook naar verwezen wordt dat er door de BEL via de begroting meer aandacht besteed moet worden aan het verlichten van de werkdruk op de vloer. Dus meer indianen en geen chiefs. En ik denk dat dat voldoende aansluit bij zijn visie en ik ben het ook weer met hem eens. De voorzitter: Dank u wel. Er is kennelijk behoefte aan een tweede ronde. Larens Behoud. Meneer Van den Berg, CDA? De heer Van den Berg: Ja voorzitter dank u wel. In de tweede ronde, daarom vroeg ik of we wel of niet mochten interrumperen, waar het even om gaat is dat het vlammende betoog van collega Van Midden, maar toen hoorde ik de wethouder een conclusie trekken, maar toen zaten we elkaar aan te kijken, dat was volgens mij niet wat de heer Van Midden zei. Het gaat niet zozeer om dat hij de accountant niet vertrouwen. Dat punt komt zo meteen nog, of dat hij teveel werk moet doen, dat was als voorbeeld. Ik zou eigenlijk de heer Van Midden nog uit willen dagen om nog een keer zijn woorden van net te herhalen richting de wethouder, omdat naar mijn idee de wethouder het iets anders beluisterde als wat de heer Van Midden bedoelde.
En waarom doe ik het zou, omdat ik dacht eigenlijk net van als wij dit echt serieus opnemen dan zouden we volgende week daar nog iets mee moeten in die zienswijze, maar moeten we het nu wel goed besproken hebben. Vandaar dat ik deze manier benut. Eigenlijk niet zozeer om de wethouder aanspreken, maar om mijn collega nog even uit te dagen in positieve zin. De voorzitter: Oké, de heer De Jong, geen tweede? De heer Grunwald? Wilt u uw microfoon uitzetten? Dank u wel. De heer Van Midden u bent uitgedaagd. De heer Van Midden: Ja, dank u wel meneer de voorzitter. Ja dank u wel, deze handreiking was inderdaad ook mijn vraag richting de wethouder: mijn betoog richting de wethouder gehoord hebbende, mijn vlammende betoog gehoord hebbende, wat gaat u er nu mee doen? Want het is inderdaad zo ik wijs niet naar de accountant, ik verwijs naar de accountantsletter waarin ze bepaalde constateringen doen waaruit ik begrijp dat de beheersing in de processen niet op orde is, dat de controles niet in de lijn georganiseerd zijn waardoor ze niet effectief te doen zijn en uiteindelijk er geen goed systeem is waarop je uiteindelijk ook je rol als controlerend accountant op kan baseren. Dat is het punt. En wat ik al zeg, het is nu het derde jaar in de herhaling dat min of meer hetzelfde geconstateerd wordt. Ik denk dat je in de zienswijze daar nu best wel wat kritischer op mag zijn.
Wij willen gewoon dat het nu op orde is, dat het goed geregeld is, processen op orde zijn, controles in de processen op orde, controles in de lijn zitten en dat je uiteindelijk een systeem hebt waar een accountant op kan steunen, maar waar wij ook als college en als raad op kunnen steunen in onze beoordeling van onze beoordeling van de bedrijfsvoering van de BEL. Dat is mijn pleidooi. Dank u wel. De voorzitter: Wilt u daarop antwoorden de heer Calis? De heer Calis: Ik nodig de heer Van Midden of de VVD uit om met een amendement op de zienswijze te komen voor de raad. De voorzitter: Ja ik denk het ook. De heer Van Midden: Ja maar dat vind ik toch, dat is prima, doe ik graag. Maar ik ben vooral benieuwd wat de visie van de wethouder erop is. Heeft hij hetzelfde gevoel, hetzelfde onrustige gevoel van eigenlijk kan ik niet goed beoordelen wat er gebeurt omdat ik geen goeie informatie kreeg vanuit de ‘...’. Of ik houd het zelf wel in
de gaten door af en toe eens naar wat bonnetjes te kijken. Ik ben echt gewoon benieuwd van wat de wethouder er zelf van vindt, ook in zijn rol als toezichthouder op BEL en de manier waarop BEL functioneert. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja dat is wel weer een gewetensvraag van de heer Van Midden natuurlijk. Ik kan u vertellen dat toen ik aantrad als wethouder financiën mijn eerste vergadering met financiële portefeuillehouders van de BEL zei ik en hoe vaak rapporteert u over baten en lasten en de balans. Is dat een keer in de maand? Hahaha. Is dat een keer per kwartaal? Hahaha. Een keer per half jaar? Nou als we in september als iets kunnen laten weten dan is het fantastisch. Ik zeg hoe wil je dan in hemelsnaam controle op de hele zaak, op de hele tent uitvoeren? Het punt is dus de systemen ontbreken daarvoor. Nu is er afgesproken met dit jaar, ook met het oog op de vele discussies die we gehad hebben tussen de dienstverlening overeenkomsten, verdeling tussen de drie gemeenten en de gebruiker betaalt. Nu voor het eerst gaat daar per gemeente een DVO-rapportage plaatsvinden. Met veel gesteun en gezucht komt dat nu voor elkaar voor de eerste vier maanden, want het duurt natuurlijk even voor dat voor elkaar is. En nou gaat het erom natuurlijk bij die monitoring, wat kan je daaruit afleiden voor de besteding van de budget in het hele jaar.
Want als je als organisatie zegt dat gaan we bekijken als we acht maanden achter ons hebben, nou dat is augustus, dan komt die rapportage in september en dan in oktober zeg ik tegen de raad nou we moeten er wel wat aan doen. Zegt de raad hallo het jaar is al voorbij. Dus we moeten roeien met de riemen die we hebben. Zijn die voldoende? Zijn uitermate onvoldoende. We proberen toch op zoveel mogelijk manieren grip op de zaak te houden, maar is dat voldoende? Dat kan zeker verbeterd worden. Dat is mijn opinie. De voorzitter: Dus derhalve zult u een amendement wat vraagt om de bedrijfsvoering c.q. de beheersing van de processen en het controleproces extra aandacht voor, zult u een amendement niet afwijzen? Oké. Dank u wel. De heer Van Midden: Dat doet natuurlijk niet af, sorry, dat daar zijn redenen voor aan te wijzen en aan te voeren. Dit is een wens en een idee dat al vele jaren leeft en wat blijkbaar ontzettend moeilijk is om te implementeren. Dus het is zeker geen kritiek op alle mensen in de BEL die daar verschrikkelijk hun best doen om goede resultaten te boeken. De voorzitter: Zo bedoel ik het ook niet, maar het geeft wel weer wat er hier ongeveer besproken is. De heer Vos? De heer Vos: Ja, ik dacht ik stel eerst een simpel vraagje, maar daar heb ik het antwoord niet op gekregen.
Wie is de ik uit het voorwoord? De voorzitter: Waarvan? De heer Calis: Wat is de vraag? O de ik? De ik is de directeur Else Ruizeveld de Winter die dat geschreven heeft. En die ik wordt beaamd door de drie colleges. Dus ik kan je ook lezen als Nanning Mol, als voorzitter van het algemeen bestuur, kan je lezen als de andere burgemeesters, maar u kunt het interpreteren als ik ben trots op mijn medewerkers, dat Else Ruizeveld terecht zegt dat in deze tijden waarin het toch echt heel moeilijk is, waarin veel medewerkers zijn weggevallen waardoor hun taken moesten worden opgevangen, door het overschakelen naar thuiswerken. Dat wat er gepresteerd is in de BEL dat dat heel bijzonder is.
De heer Vos: Maar waarom zetten ze dan geen wij? Dat zou ik dan gedaan hebben, of dat is misschien heel onnozel? De voorzitter: Dank u wel. Gezien de vragen ... De heer ...: Ik vind het eigenlijk wel een uitdagende opmerking. Bij interruptie. De heer Vos heeft volgens mij best een punt, maar ik begrijp ook heel goed antwoord het antwoord van de wethouder, dat hij zegt we staan erachter. Mijn vraag helemaal aan het begin was dat ik zei van in die steunfractie heb ik gezegd dat de verbeteringen door de eenkoppige leiding nog niet helemaal zichtbaar zijn. Nou dat is iets genuanceerd. Maar ik denk meneer Vos dat het daar nou net over gaat. Door in de ik-vorm te spreken geeft die eenkoppige directie nu wel gevoel aan het apparaat dat er iemand aan de leiding staat, dus dat is nog even mijn interruptie naar de heer Vos, dat ik de ik wel begrijp. De heer ...: Dank u wel voor de vraag meneer Van den Berg. De voorzitter: Wij zullen dit punt als bespreekpunt naar de raad doorvoeren. 6.6 Analyse begrotingsrechtmatigheid 2020 De voorzitter: Dan wil ik graag naar punt 6.6 analyse begrotingsrechtmatigheid 2020. Meneer Calis ik blijf bij u. De heer Calis: Naar mijn idee is dat een tamelijk technisch stuk. U ziet het grote bedrag van € 214.000 dat aangemerkt wordt als onrechtmatig voor alle andere begrotingen, daar ligt al een raadsbesluit aan ten grondslag.
Die € 214.000 zijn inhuur van extra personeel voor de bestuursstaf van de gemeente Laren. En als de raad zegt dat is niet akkoord dan zal dat aangemerkt worden als onrechtmatig. De voorzitter: Wie mag ik daar het woord voor geven? De heer De Jong. De heer De Jong: Het bedrag is gelukkig lager dan de voorgaande jaren, want dit is al de derde keer dat de gemeente achteraf lastenoverschrijdingen moet goedkeuren. Ik denk dat er gewoon geen goede verplichtingenadministratie is. Normaal maak je een contract of doe je wat en dan kijk je heb ik daar budget voor? Maar ik heb de indruk dat pas als er een factuur komt of de kosten uitgegeven worden, die verwerkt worden en dan zie je dus niet vooraf wat er gaande is, dan zie je pas achteraf en dan moet je dat achteraf goedkeuren. Mij is ooit verteld dat in 2015 er een goede verplichtingenadministratie in de BEL zou komen. Mijn vraag is ook is die er nu? Want dan had dit voorkomen kunnen worden. Is die verplichtingenadministratie er? Ja zullen we zullen er verder ook dit jaar geen punt van maken, maar misschien dat de wethouder kan zeggen van nou ik heb nog een jaar te gaan, het is nu drie keer misgegaan, ik zie het als heilige plicht om dat laatste jaar te zorgen dat dit niet meer gebeurt. De voorzitter: De heer Calis.
De heer Calis: Ja ik zit even te denken aan 2015 wie er toen zorgde dat die administratie in orde zou komen, maar dat is natuurlijk wel een beetje flauw. Onrechtmatigheid in mijn ogen heeft ten onrechte een kwalificatie van gebrek aan control, of de zweem van fraude die eraan zou kunnen. We hebben een begroting, die maken we en we zien dat daar door het jaar heen door allerlei oorzaken worden sommige posten overschreden. De meeste waarvan we dat weten en in de gaten hebben kunnen we al netjes voorleggen aan de raad en dat is bij deze post niet gebeurd, maar daarom is hij niet minder terecht en op zijn plaats. Als meneer De Jong nu zegt
kunt u ervoor zorgen dat volgend jaar er geen onrechtmatigheden zijn, nou dat is absoluut onmogelijk want een begroting is een begroting en een richtlijn en die zal nooit 100% in de pas lopen met resultaten. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil er over dit punt, de analyse begroting, nog iets zeggen? Niet? Dan zullen we dit punt doorleiden naar de raad. 6.7 Contract accountantsdiensten De voorzitter: Dan ga ik naar 6.7 contract accountantsdiensten. Voorstel afwijking van het eigen beleid, het contract van de accountantsdienst, dus met HZG accountants en adviseurs, met twee jaar te verlengen. En dat wordt gemotiveerd in het stuk. Wie mag ik daar het woord over geven? De heer Van den Berg. De heer ...: Mag ik overigens meneer de voorzitter een puntje van orde noemen? Volgens mij vergeten we de Tomingroep als 6.5. De voorzitter: Nee nee. Die heb ik hier staan op mijn lijst. De heer ...: Ja, u had hem gehernummerd als 6.5 en we zijn nu bij 6.7. De voorzitter: Ja, dan doen we die hierna. De heer Van den Berg: Gered door de gong. Nee, de vraag die ik hier eigenlijk omheen heb is als je het leest zie je natuurlijk ook door de beoogde samenwerking met Huizen, er moet nog weer even wat verlengd worden, maar ik zie ook staan dat het ook op verzoek van de accountant zelf is.
Ik vroeg me eigenlijk alleen af, om het ook niet al te ingewikkeld maken, is dit dan nu voor deze ene keer nog genoeg, of is het verstandig om te zeggen nou we verlengen even meteen voor twee jaar zodat we wat meer ruimte hebben, of misschien wel voor drie jaar. Want het komt elke keer een beetje raar over. Het is eigenlijk een beetje dat de heer Van Midden straks met zijn vlammende betoog inderdaad, als iets elke keer terugkomt kunnen we beter misschien zeggen van waarom doen we dan nu niet gewoon meteen voor drie jaar verlengen want dan is er een tijdje rust. En waarom zeg ik het ook, omdat wij volgend jaar gemeenteraadsverkiezingen hebben te voorkomen dat er een opvolgende wethouder, misschien bent u dat wel weer, laten we dat misschien wel hopen want u zit stevig in, dat we onszelf ook een beetje rust geven daarin. Want het komt vrij ongemakkelijk over dat we elke keer maar iets moeten accorderen omdat het onrechtmatig of tegen ons eigen beleid ingaat. Dat is de enige opmerking die ik wil maken meneer de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg het besluit is voor twee jaar hoor. De heer Van den Berg: Ik zei misschien moeten we zelfs wel naar drie jaar gaan omdat dan komen we namelijk in een nieuwe raad terecht. Ik zit even door te stellen.
Dan is net die nieuwe raad en dan zit meneer Van Midden misschien wel in de gemeenteraad of misschien is hij dan wel de wethouder, dat kan natuurlijk ook, maar dan ... Misschien moeten we onszelf gewoon wat rust geven en er gewoon drie jaar van maken. De voorzitter: Goed. De heer Calis? Meteen antwoorden maar? De heer Calis: Dank u wel voorzitter. Beleid voor wat betreft het aanstellen van de accountant, ik meen dat zeven jaar geleden zoiets, dat we een uitgebreide aanbesteding hebben gehad om een accountant te kiezen, waarbij uit drie verschillende partijen is gekozen voor HZG. Die doet niet alleen de BEL en Laren maar ook Blaricum en Eemnes, en ook de regio, nee de regio, als die samen één accountant hebben, Huizen, ook
dezelfde, dan geeft dat voordelen in de verschillende controles. Dat is de voornaamste afweging om toch het contract met de accountant te verlengen. Daarnaast speelt ook een rol dat het moeilijk is om een accountant te krijgen, want verschillende grote accountantskantoren hebben toen ook bij die inschrijving laten weten dat ze niet geïnteresseerd zijn. Dus het aanbod is ook minimaal. En wij horen van andere gemeenten, Gooise Meren heeft bijvoorbeeld een contract met BDO, dat ze daar grote problemen mee hebben, terwijl wij uitermate gecharmeerd zijn van de HZG accountants. Dus dat zijn overwegingen om dan te zeggen van laten we dit toch maar verlengen en laten we kijken in die twee jaar of het nodig, wenselijk is, om een nieuwe aanbesteding te doen. Zeker of we dat gezamenlijk met die andere partijen kunnen doen zodat we een gemeenschappelijke accountant kunnen houden, wat echt belangrijke voordelen levert. Maar die rust om die accountantoverwegingen te maken die bereiken we nu met deze tweejaarlijkse verlenging. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, ik begrijp dat deze accountant dus nu al zeven jaar hebben en er staat ook in het stuk dat het toch wel verstandig is om regelmatig te wijzigen, omdat vreemde ogen dwingen. En ik begrijp ook uit het stuk dat er ook een andere partij zich gemeld heeft.
Als dat een goede partij is zou ik zeggen, nou als er nu een ander is waar goede ervaringen door anderen mee zijn, waarom zou je dan niet die keuze nu maken om toch weer een heel proces door te gaan om naar een andere accountant te komen, of om dezelfde te houden als die toch uiteindelijk beter blijkt te zijn. Maar er is er nu een, misschien zijn er nog meer, dus waarom niet nu? De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ik dacht dat ik het toegelicht had meneer de voorzitter. Want er is inderdaad een andere partij, maar een bestaand contract kun je verlengen, maar je kan niet onderhands contract aan een andere accountant geven, dus daar moet je een aanbestedingsprocedure voor gaan maken. Dat heeft veel voeten in de aarde, kost enorm energie en tijd, ook om af te stemmen binnen die gemeentes en organisaties die nu deze accountant gebruiken. Dus de mogelijkheid is zeker aanwezig, de motieven van de heer De Jong zijn ook absoluut valide, vreemde ogen dwingen en als er een andere partijen die geïnteresseerd is en die andere geïnteresseerde partij en de daarvoor benodigde aanbestedingsprocedure, daar hebben we dus de komende twee jaar dan de tijd voor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Nee dank u voorzitter, geen vragen erover. De voorzitter: De heer Van Midden.
Nee, akkoord met voorstel en ik herken het argument van de heer Van den Berg om daar ook niet te hijgerig in te willen doen. Dus ik ben het eens met de twee jaar en ook die twee jaar te gebruiken om eventueel voor te bereiden voor die nieuwe accountant als we dat willen. Dus prima zo. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, ik was eerst van plan om niks te zeggen, maar ik ben een beetje verbaasd over mijn buurman. Want is het nou niets een mooie aanleiding in het licht van uw opmerkingen over het op orde hebben van processen en bonnetjes en dergelijke om eens een frisse wind te laten waaien door een andere accountant? Of zie ik dat verkeerd? Want ik kan uw opmerking nu niet zo goed plaatsen in het licht van de vorige agendapunten. Kunt u dat toelichten?
De voorzitter: Meneer Vos kunt u vragen aan de heer Van Midden? De heer Vos: Wat zegt u? De voorzitter: Is dit een vraag aan de heer Van Midden? De heer Vos: Ja zeker. Ja dat is zeker een vraag aan de heer Van Midden. Ja dat kunt u wel stellen. De heer Van Midden: De heer Vos kijkt naar mij dus ik voel me in ieder geval aangesproken. Nee daar heeft u helemaal geen gelijk in. Juist omdat deze accountant dit geconstateerd heeft zou ik zeggen vooral hou hem in ieder geval, want anders begin je met volgende accountant weer opnieuw. Van vooraf aan, dus ... De voorzitter: Dank u wel, de heer Van den Berg had nog een vraag voordat ... Nee daar kom ik dadelijk ... De heer Van den Berg: Nou dat is denk ik ook het aardige van discussiëren dat het niet altijd alleen over wethouder gaat. Ik sluit me aan bij de heer Van Midden, die rust, juist nou deze accountant erbij te houden want die heeft nu het spel op het spoor. Maar ik sla ook nog even aan op wel aanbesteden. Ik heb zostraks nog ergens opgemerkt dat ik graag zou zien dat we verder gaan samenwerken. Als wij nu eenzijdig meneer De Jong door zouden drammen om een nieuwe accountant aan te werven, dan gaan we niet samenwerken, dan gaan we weer iets bedenken door juist niet.
Dus ik hecht er eigenlijk dan heel veel waarde aan als extra argument nog, maar dat komt dus door de opmerking van de heer De Jong, extra argument om het voorstel te volgen en dan niet met drie jaar maar gewoon met twee jaar, omdat we dan in de pas gaan lopen met onze collega gemeentes, maar vooral ook met de gemeente Huizen, want dat is toch ook een vorm van samenwerken. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud. De heer ‘...’ De heer (Larens Behoud): Dank u wel meneer de voorzitter, ik heb een vraag aan meneer De Jong naar aanleiding van uw vraag die u zojuist gesteld heeft en het antwoord van onze wethouder Calis. Kunt u zich vinden met het antwoord? De heer De Jong: Ik kan me erin vinden om nu dan toch nog een tijd door te gaan met wat ik ook hier hoor, maar dan nu wel de keuze te maken om te zeggen van dan gaan we ook binnen twee jaar echt een ander kiezen en niet nu zeggen, nou tegen die tijd doen we het niet, maar dan met elkaar ook de keuze te maken dan willen we ook echt over twee, binnen twee jaar een aanbesteding gaan om over twee jaar ook over te gaan mogelijk naar een ander. Dat we dat dan ook... En dat we niet over twee jaar weer zeggen van nee we gaan weer door. De voorzitter: Over twee jaar is een andere raad en die kan daar weer anders over beslissen. Ik denk niet dat we dat soort beslissingen kunnen nemen als raad, vooruitlopend op...
Maar goed, de heer Calis nou nog wat. De heer Calis: Ja, ik denk dat het verstandig is om naar aanleiding van deze opmerking voor ogen te houden dat voor de nodige afstemming en aanbestedingsprocedure die toch uiterlijk eind 2022 al in gang gezet moet worden. Dus dat is wel een datum om dan in de gaten te houden. De voorzitter: Larens Behoud.
De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter, precies om die reden lijkt het me ook van belang dat we onder de huidige omstandigheden de continuïteit waarborgen en nu niet aan het harken gaan om aanbestedingen voor elkaar te gaan fiksen. Ik vind het een uitstekend voorstel, dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het brengt mij dan eigenlijk toch weer op dat punt dat we net zeiden van dan zit er een nieuwe gemeenteraad. Nou klinkt het best aardig om te zeggen dan mag de nieuwe gemeenteraad zich erover buigen om... Maar het is al ingewikkeld genoeg, de heer Van Midden memoreerde zostraks, die is daar ook al drie jaar over aan het vechten over overigens met positieve insteek, laat ik dat ik er goed bij zeggen zodat de luisteraars dat ook goed meekrijgen. Wij willen allemaal de wethouder ook helpen en de wethouder wil ons, we willen allemaal hetzelfde, maar dan gaan we dat dus wel in het jaar doen dat er een nieuwe gemeenteraad komt en die is dan net zich een beetje aan het inleven en dan moet alles zich nog een beetje zetten. Dat we misschien wel dit dan als een soort van overgangsdossier meegeven aan een nieuwe raad.
Maar dat zeg ik eigenlijk meer tegen onze collega’s in de gemeenteraad of tegen mezelf, dat we dat, hoewel dat ook aan de ene kant politiek is, maar juist een accountant kan heel erg helpen om je organisatie onder controle te krijgen door de adviezen te volgen. Dus ik hecht er dan waarde aan wethouder, ik hoop dat ik u dat ook kan meegeven, dat de nieuwe gemeenteraad, dat het niet alleen maar een spelletje is van we gaan even opnieuw aanbesteden om goedkoop een nieuwe wethouder of een nieuwe accountant, want die gaat iets anders, nee de accountant die dan straks in de aanbesteding en allemaal, dat we dan goed meenemen al die opvattingen van de afgelopen jaren, al die adviezen, dat die dan ook gevolgd worden. Dat zou er nog aan toe willen voegen. De voorzitter: Dank u wel. We zullen dit stuk als bespreekpunt meenemen naar de raad. Ik denk dat daar genoeg aanhaken zijn. 6.1 Zienswijze conceptbegroting 2022 en concept jaarstukken 2020 Wvs Tomingroep De voorzitter: Dan wil ik graag naar punt 6.1, de eerste, zienswijze conceptbegroting 2022 en concept jaarstukken 2020 Tomingroep. Zienswijze in te dienen, kennis te nemen van de concept jaarstukken. Wethouder wilt u een toelichting geven? De heer Calis: Nou een korte toelichting meneer de voorzitter. Zoals u allen weet zijn de sociale werkplaatsen in zwaar weer terechtgekomen door verandering van rijksbeleid.
Het Rijk heeft besloten dat er geen mensen meer in de WSW terecht mogen komen, maar dat daarvoor in de plaats is gekomen de participatiewet. En intussen heeft het Rijk ook zelf geconstateerd dat de participatiewet failliet is en wij verwachten ook dit jaar bij de regeringsvorming een nieuwe visie op deze sociale werkplaatsen. Vandaar dat wij als gemeenten in het Gooi samen met Almere die ook meedoet in het werkvoorzieningschap besloten hebben de sociale werkplaatsen in stand te houden, geen nieuwe dingen te laten doen, althans geen uitbreidingen te laten doen, de governmentstructuur hetzelfde te laten, maar wel het bedrijf proberen om te vormen naar een leerwerkbedrijf. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Ik had het niet beter kunnen zeggen. Het is van het grootste belang dat we de mensen oppakken en opleiden richting de praktijk. De doorstroom naar regulier werk vinden wij