CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Commissie Maatschappij en Financiën 20 mei 2021, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda26.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

fundamenteel. Als straks blijkt dat zelfs de regering dat vindt dan hebben we het goed gedaan. Dus ik steun de wethouder in zijn verhaal. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg? De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, Tomin heeft een winst gemaakt in 2020. Normaal maken ze ieder jaar wat verlies wat ze dan zelf bijpassen. Dus wij zeggen nou dat is prima dat het gebeurd is en dat ze het opzij zetten om ook de volgende jaren tekorten die er mogelijk kunnen zijn, om die intern op te vangen, vinden wij uitermate goed. En we hebben nog één vraag: hoeveel betalen wij als gemeente Laren aan Tomin en hoeveel inzet van personen en middelen krijgen wij daarvoor terug? Dus wat brengen wij in en wat krijgen wij van Tomin terug? Hoe is die verhouding? De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dat antwoord moet ik schuldig blijven. Dat moet ik navragen. De voorzitter: Goed, nemen we mee. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja dank u wel voorzitter. Nou de wethouder heeft al gezegd de Tomingroep is door rijksbeleid in zwaar weer terechtgekomen en ze moeten zich daar doorheen worstelen. Het is dan ook terecht dat de gemeenteraad vinger aan de pols wil houden hoe dat gaat. Dit jaar een positief resultaat, afgelopen een jaar negatief resultaat, dus er is wel alle reden toe om dit te doen en ook daar een afspraak over te maken om de boel te monitoren.

Mijn vraag is eigenlijk van, goede afspraak maar hoe wordt dit vervolgens geborgd? Want als het bij zo’n vrijblijvende afspraak blijft zoals die nu geformuleerd is, dan zal er weinig van terecht komen. Dus ik zou graag willen horen op welke manier dat dan ook geborgd wordt en hoe dat dan ook naar de raad toekomt. Dat is één vraag, en dan heb ik nog een andere vraag en die is meer in de oplossende sfeer. De Tomingroep leidt allerhande mensen op, moet ze naar de reguliere arbeidsmarkt toe leiden en de vraag is in hoeverre wordt er met bedrijven die leveren of diensten verlenen voor de gemeente afspraken gemaakt over de inzet van mensen afkomstig uit organisaties zoals de Tomingroep? Dat zou eventueel wel kunnen helpen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja dank u wel. Ik weet vanuit het verleden, om met de laatste vraag te beginnen, dat bijvoorbeeld hier in Eemnes bij het aanbesteden van bouw en groen dat daar de verplichting op zat van ongeveer 5-8% te besteden aan mensen die dus afkomstig zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat wordt in de bestekken ingezet, en dat wordt ook, ik weet ook hier in Huizen voor wat betreft de schoonmaak en dergelijken is dat ook zo geregeld.

Hoe controleren we dat? Er is natuurlijk een algemeen bestuur, dat bestaat uit de wethouders vanuit de regio en het algemeen bestuur heeft het bestuur van de Tomin opdracht gegeven om een jaarplan te maken. Het jaarplan moet in, ik dacht uit mijn hoofd in juni-juli moet dat ongeveer gereed zijn. Dan moeten deze zaken die in de zienswijze zijn verwerkt of verwoord, dienen daarin opgenomen te worden. Ik kan u toezeggen dat wanneer het jaarplan gemaakt is, dat ik dan zal zorgen dat er een concept terugkomt naar de raad. De voorzitter: VVD, mevrouw Niekus.

Mevrouw Niekus: Ik heb even één vraag, straks zal de heer Van Midden het financiële gedeelte pakken. De Tomingroep is een mooi bedrijf geweest altijd, heel veel mensen hebben daar plezier aan beleeft en nog steeds. Nu wordt het omgevormd naar een leerwerkbedrijf, en dat zijn dan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook mensen die in de bijstand zitten. De regio heeft ook een plan om mensen weer aan het werk te krijgen door middel van een werk aan werkplan en een perspectief op werkplan. Is het nu niet zo dat de regio en Tomin dan tegen elkaar inwerken? Kunnen ze elkaar aanvullend bedienen? Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Nee de bedoeling is inderdaad dat die op elkaar aan gaan sluiten. Wij hebben zelf ook in de samenwerking van de HBEL, daar hebben we ook een afdeling zicht op werk en een afdeling meedoen. Ook die proberen we aan te gaan sluiten op het leerwerkbedrijf. In het leerwerkbedrijf moeten we ook de toezeggingen doen dat wij een x-aantal participanten, dus een x-aantal mensen uit de participatiewet, ook daadwerkelijk aanbieden aan de Tomin. Dat is de verplichting die alle gemeentes zijn aangegaan. Dat zij om dit leerwerkbedrijf in stand te houden moet ook iedereen zijn bijdrage leveren middels het leveren van participatiemensen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden.

De heer Van Midden: Ja ik had een vraag. Even voor de zekerheid om te checken. Als ik kijk naar de stukken dan zitten er een prognose van nettoresultaat van komend jaar, daar zitten twee verschillende cijfers in. Dat is een document met checklist begroting dat spreekt van de resultaten van 2021-2024 die sterk negatief zijn. En er is een toelichting van Tomin bij de begroting die een andere prognose geeft van de nettoresultaten van het schap en die zie ik uiteindelijk ook terugkomen in de garantietoekenning zoals die in de programmabegrotingen staat. Mag ik er vanuit gaan dat dat eerste stuk daarbij ook op enig moment achterhaald is geweest? De heer Den Dunnen: Ja, dat heeft u gezien. Wat heeft er positief uitgepakt? In dit geval voor de Tomin de corona. Daar hebben ze een uitgebreide vergoeding voor gekregen, dat heeft heel positief uitgepakt. En het tweede ding. Al verleden jaar toen geconstateerd is dat de Tomin in de min ging heeft het bedrijf maatregelen genomen in het kader van interne bezuinigingen en dat heeft ook geresulteerd in bezuinigingen van ruim 1,1 miljoen. En daardoor is het positieve resultaat naar de toekomst. De heer Van Midden: Oké, nou heel goed, dank u wel. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de wethouder.

Dat is eigenlijk, die lijkt heel onnozel hoor, maar ik zal hem volgende week toelichten. U schrijft in de brief aan de raad in de zienswijze een toelichting op het besluit argumenten, ik weet niet welke pagina dat is, pagina twee, gemeentes stellen een WSW-budget van € 28.568 per SE, standaard eenheden, ik hoop niet dat het over mensen gaat, maar goed, beschikbaar aan de Tomingroep. Hoe moet ik dit lezen? De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja heel eenvoudig, zoals het er staat zou ik haast zeggen.

De heer Vos: Ja dat begrijp ik ook. Dat heb ik zojuist ook al gedaan. De heer Den Dunnen: Maar waar het om gaat, die € 32.000 geloof ik hè, of € 28.000 per fte om een ander woord te gebruiken, dat is de vergoeding die wij van het Rijk krijgen en die vergoeding betalen we één op één door aan de Tomin. Dus alle mensen die nog onder de oude WSW bij de Tomin zitten, daar krijgen we de rijksvergoeding voor en die rijksvergoeding gaat één op één over naar de Tomin. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Maar, dan begrijp ik iets niet. Kunnen we dan niet beter gewoon die € 28.568 gewoon geven aan iemand die in die wet zit? Dat ontslaat ons van een heleboel gezeur. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja dan komt u aan de discussie van wat is een waardig bestaan. Is een waardig bestaan alleen maar dat je geld hebt, of is een waardig bestaan ook dat je arbeid hebt en een sociale omgeving hebt. En ik denk dat we met name bij deze mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ook mensen die dus echt niet bij een reguliere werkgever kunnen werken, dat we deze mensen een arbeidsplaats bieden en dat is vele malen nuttiger dan dat we die mensen alleen maar geld bieden. De heer Vos: Ja, ik begrijp uw opmerking. Ik ga er nu verder niet op in, maar ik kom er volgende week op terug. De voorzitter: De heer Jacobse.

De heer Jacobse: Ja ik wil de wethouder toch stiekem een compliment geven voor een correct antwoord. Zo zit het namelijk in elkaar, denk ik. Maar ik heb nog een andere vraag. Die heeft te maken met de opmerking van mevrouw Niekus, daar word ik lichtelijk nerveus van en ook met name op het antwoord van de wethouder. Het zal toch niet zo zijn dat wij zo meteen met één, twee, drie organisaties met elkaar weer gaan worstelen op dezelfde markt, om dezelfde mensen, tegen dezelfde vergoeding, weer op dezelfde manier aan de bak te krijgen. Hoe kan het zijn dat ik hoor dat we nu met de Tomingroep met een inzet vanuit de regio met nog een derde... Leren we het nou nooit? Is een goeie titel trouwens. Leren we het nou nooit, of is dit onvermijdelijk? Of krijgen we dat bij de Tomingroep niet onder het dak, of wat moeten we met de regio, moeten die er vanaf blijven? Ik word er wat kriebelig van. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, ik kan me dat voorstellen. Maar wat de regio doet is het werkgeversservicepunt. Het werkgeversservicepunt is onder andere ook een voortvloeisel uit de participatiewet, dat gemeenten een dergelijk punt moeten hebben, dat daar in dat werkgeversservicepunt overleg gepleegd wordt met inderdaad de werkgevers.

Er is in de huidige participatiewet de verplichting dat elke werkgever een x-aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst moeten nemen. En dat overleg vindt plaats in het werkgeversservicepunt. En dat is nou juist hetgeen wat in de participatiewet niet gewerkt heeft. Ik geloof dat alleen overheden, maar ook zelfs overheden zijn nog redelijk nalatig gebleven, om hun quotum aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in hun organisaties op te nemen. De voorzitter: De heer Van den Berg.

De heer Jacobse: Maar... De voorzitter: O. De heer Jacobse: ...er ontstaat dus geen vorm van concurrentie over hoe we wie en waar en op welke manier nu is aan het werk gaan helpen? De heer Den Dunnen: Nee de mensen die naar de Tomin gaan, die dus in het leerwerkbedrijf aan de slag moeten, dat zijn mensen die bij het werkgeversservicepunt, maar ook bij onze eigen HBEL-organisatie in de afdeling zicht op werk niet direct geholpen kunnen worden en dus in eerste instantie meer leerbegeleiding nodig hebben en meer werkervaring en begeleiding nodig hebben voordat die geschikt zijn om op de arbeidsmarkt aangeboden te kunnen worden. De heer Jacobse: Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou dat brengt mij eigenlijk nog op, ik zat terwijl de collega’s allemaal van alles zeggen en dan het laatste met collega Thijmen die nog weer iets mooi inbrengt. Een aantal van ons kunnen denk ik nog wel herinneren toen we nog wel eens in Laren vergaderden dat wij volgens mij ook iemand via de Tomingroep hadden. Mooi, keurig in pak en die man was helemaal blij. Hij gaf ons koffie aan tafel en wij hadden gewoon een eigen bode. Die is ergens in de tijd dat ook het CDA trouwens nog in het college zat ook weer verdwenen, want dan hadden we daar last van, er waren mensen die last hadden van dat er iemand rinkelend met een kopje naast je stond.

Dus als wij over deze discussie beginnen moeten we hem vooral ook hier aan tafel voeren. Waarom ik het ook eigenlijk zo zeg is gewoon dat ik daar toen al chagrijnig van werd en nu eigenlijk weer, maar dat komt eigenlijk een beetje door collega’s. Dus wij moeten daar zelf misschien iets van gaan vinden. En omdat de wethouder ook zegt van gemeentes en overheden blijven daarin achter. Toen dacht ik opeens van, en dan het bruggetje en dan stop ik, de Tomingroep vinden we belangrijk, Sherpa kwam straks al even langs, en toen dacht ik opeens de GAD meneer de wethouder die zit ook in de problemen. Hebben jullie het er als college weleens over dat, de wereld verandert nooit op één punt, de wereld verandert op een heleboel punten, ook op het sociaal domein en de Vervoers BV et cetera. Zijn er wel eens stoute gedachtes of er niet gewoon in die zin wat er in de ene club gebeurt bij de andere club ook gebruikt of benut kan worden? Dat is nog een aanvullende vraag op het onderwerp van de Tomingroep maar ook in relatie tot de GAD. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Met de GAD weet ik niet of daar mensen van Tomin ook werken. Maar het is wel zo dat wanneer er werkzaamheden zijn en dat is dan met name het opruimen van straatvuil en dergelijke, dat wordt toch wel primair aan de Tomin gegund en niet aan de GAD.

Hier in Huizen is bijvoorbeeld de hele catering en dergelijke uitbesteed aan Sherpa. Wij kijken op dit moment ook in het Brinkhuis in hoeverre we daar plek kunnen bieden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dus het is wel iets waar je steeds aan moeten denken en wat je ook steeds moeten proberen, waar je ook teleurstellingen in hebt, maar aan de andere kant is het heel dankbaar werk. De heer Calis: Ja, Tomin is jarenlang uitermate actief geweest in acquisitie van commerciële taken. Heeft daar ook naar catering gekeken, heeft gekeken naar vakantieparken, besteding van met name onderhoudsgroen

wat ze ook in Almere doen maar door de hele regio heen. Als je zegt kunnen ze niet wat meer ingezet worden bij het GAD, het zou mijn vermoeden zijn dat die besprekingen er best geweest zijn. Aan de andere kant denk ik dat met, niks ten onrechte van de ophalers, maar die hebben al een beetje een beperking natuurlijk. De heer Van den Berg: Het is mooi dat de wethouder daarop ingaat, dat is een beetje een gevoelig onderwerp. Het is meer ook de techniek, maar ik dacht ook meer in de aansturing en waar de problematiek waar een Tomin mee te maken heeft en we zijn ook verantwoordelijk, dat ik dacht van ons staat daar nu een nieuwe vorm van creativiteit in deze regio met alle gemeentes om aan de andere kosten in beheersing te houden. Het gaat ook om overheidskosten misschien, organisatiekosten, et cetera. Zo bedoelde ik hem eigenlijk ook meer. Ik zeg altijd tegen onze zoon, maar dat geldt eigenlijk ook voor mezelf vroeger, als je niet wil werken of je wilt niet leren of je wil niet wat, je kan altijd nog achter op de vuilniswagen staan. Maar dat is eigenlijk heel positief en daarom moet je dingen ook kwalificeren. Dus we hebben het hier niet over afschuiven van werk, maar vooral dat je ergens trots op moet zijn. Ik ben blij dat de wethouder dat gewoon maar benoemt, want dat is altijd het meest belangrijke. Maar ik zat ook een beetje in het organisatorisch te denken.

We hebben best wel veel verschillende BV’s et cetera, zitten daar nog misschien wel verslagen te maken om de kosten waar we elke keer mee geconfronteerd worden. Ik snap dat het niet op de agenda staat, maar het is ook meer hard op spinnen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Er is wel een organisatie die hier naar zit te kijken, in hoeverre zij dit eventueel over zouden kunnen nemen en dat is onze regio en ik heb me daar hartig tegen verzet, want ik vind niet dat dat alsnog ook weer bij de regio terecht moet komen. Laten we ons vooral als wethouders zelf in het bestuur mengen en daar zelf de besluiten en de bevoegdheden toepassen die we hebben. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Onwaarschijnlijk. Ik steun het verzet van de wethouder. We houden de hand aan de ploeg en dat doen we gewoon zelf alstublieft. De voorzitter: Dank u wel. We zullen dit punt... Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: We steunen de wethouder hier ook duidelijk in, maar ik heb nog even een vraag. Tomin willen we eigenlijk graag behouden voor de mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Groen onderhoud heeft Tomin natuurlijk voor een groot gedeelte in zijn pakket, maar we hebben nu ook een samenwerking met SAIT, zijn dat ook allemaal mensen met een beperking... Het wordt laat vanavond maar u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: De heer Den Dunnen.

De heer Den Dunnen: In het verleden was het zo dat werkzaamheden in het groen en dergelijken onderhands gegund mochten worden aan de Tomin. Dat mag niet meer, dat moet gewoon een openbare aanbesteding. SAIT die op diverse plaatsen de openbare aanbesteding heeft gewonnen, daar staat wel in die aanbesteding dat ze dat dan moeten doen met een x-aantal mensen afstand de arbeidsmarkt te betrekken uit de Tomin. De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling. We zullen dit punt doorleiden naar de raad.

7.

Rondvraag De voorzitter: Dan komen we bij het laatst punt 7, rondvraag. De heer Jacobse. De heer De Jong: Voorzitter? De voorzitter: Ja? De heer De Jong: Volgens mij heeft u punt 5 niet behandeld. De heer ...: Dat was de eerste. De heer De Jong: O! Dat is mij dan ontschoten, want daar heeft niemand wat over gezegd. De voorzitter: Startnotitie? Er is externe ondersteuning geweest. Ja ik kan niet zien of u bij de les bent hier, maar hier kan ik dat in de gaten houden. De heer De Jong: Dat is mij ontschoten. De voorzitter: Punt 7, rondvraag, de heer Jacobse. De heer Jacobse: Ja, ik doe nog een duit in het zakje over mijn eigen mogelijke slaperigheid. Ik val terug op iets waar we het over gehad hebben. Ik herinner me een klasje communicatiewetenschap waar ik ooit zat en daar werd de ik-vorm als toepassing pertinent verboden. Het kan niet zo zijn dat je, nee, dus dat is echt de wijvorm, dus ik moet collega Vos, maar gelukkig gelijk geven. Het moet wij zijn, je kunt niet als directeur ik zeggen, dat is echt voorbij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunen. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik heb de vorige keer al gezegd, ik kijk naar deze vergadering altijd inmiddels met plezier uit.

Waar het door komt weet ik niet, of het door de mensen aan tafel komt of door de wethouders die een redelijk relaxt inzitten, of door uw leiding, maar ik vind dat wij op een uitermate plezierige manier ook vanavond weer ruimte krijgen om met elkaar discussie te voeren. Dat meen ik, dat is echt plezierig. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, ik heb één vraag. Waarom dit jaar de OZB-aanslagen in twee etappes geweest zijn en niet in één keer zoals gebruikelijk? En klopt het dus dat waardengericht werken dat dat hier ter sprake geweest is? Dat was punt vijf. Waardengericht werken hebben we het niet over gehad. De voorzitter: O sorry je bedoelt niet raadsvoorstelsding, maar punt vijf van de agenda. Dat is een informatiebrief. De heer De Jong: Willen we daar niet over discussiëren? De voorzitter: Ja kunt u over... Laten we eerst de rondvraag afmaken en dan gaan we nog even door als u punt vijf vragen over heeft. We hebben nu de rondvraag. De heer Grunwald.

De heer Grunwald: Ja met... De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ik hoorde een vraag over de OZB. De voorzitter: Neem me niet kwalijk. De heer Calis: Precies. In de OZB zijn in februari de eerste aanslagen verstuurd. Waarom zijn die niet allemaal tegelijk verstuurd? Omdat bij de afdeling voor verschillende aanslagen het vermoeden bestond dat dat misschien niet helemaal in orde was, dus daar is een extra slag over gemaakt om die nog eens goed te controleren. Met als gevolg dat de tweede batch wat later verstuurd is. Ook de aanslagen niet-woningen zijn later verstuurd. Dat had ook te maken met de opvolging van adviezen van de waarderingskader. De voorzitter: Dank u wel. Had u een rondvraag? De heer Grunwald: Geen rondvraag, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ik begrijp dat we straks nog even waardengericht gaan werken. Dan komt daar straks die vraag over. Ik heb even meer een opmerking eigenlijk. We hebben net een hele avond gehad over allerlei zienswijzen en allerlei verschillende onderwerpen. Maar als je de echte zienswijze terug moet vinden in al die onderwerpen als je thuis zit en doorleest, denk ik o waar is nou de brief van de zienswijze? Dan denk ik dat die brief als eerste bovenaan moet staan, want elke keer zoek je wat willen we nou eigenlijk met zijn allen.

Dus het is eigenlijk meer een advies om dat bij elk stuk, wanneer er zienswijzen zijn om dat bovenaan te zetten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ik wil me aansluiten bij de heer Van den Berg met zijn woorden van zeer plezierige vergaderingen maar af en toe een kritische toon ook heel goed in past. Dus in die zin heel goed meneer de voorzitter. De voorzitter: De heer Vos. Geen aanvullingen. Buiten punt vijf, die zullen we houden. Ik heb vergeten het met punt zienswijze ‘...’ begroting Tomin de toezegging te herhalen. Die is geëindigd met een toezegging van de wethouder dat wij zodra die klaar is het jaarplan Tomin krijgen in concept. En dat zou begin van de zomer zijn grofweg. De raadsinformatiebrief, daar waren nog vragen over, dat was punt vijf. Dat is kennisnemen van het traject waardengericht werken binnen het sociaal domein. Daar had mevrouw Niekus een vraag over. Mevrouw Niekus: Ja, dank u voorzitter. Is dit een collegebevoegdheid en wordt dit gewoon uitgevoerd? Want ik weet dat het via de andere raden of besproken is of ik weet het niet. Ik weet niet zo goed hoe dit stuk straks behandeld moeten worden, want het is natuurlijk een informatiebrief.

Is dat nu al in gang gezet? En zo ja, hoe weten wij dat dan nu pas eigenlijk? En welke financiële consequenties zijn hieraan verbonden voor de gemeente Laren? Want het is natuurlijk een heel uitgebreide organisatie die aan het werk gaat om allerlei informatie binnen te krijgen over het sociaal domein. Er moeten raadsavondenbijeenkomsten komen, er komt een manager. En het is een offerte. En dan denk ik ja we hebben een offerte waar allerlei punten in staan met heel veel uren en is dit allemaal nodig? Willen we dat allemaal zo? En wat kost dat dan?

De voorzitter: Wethouder. De heer Den Dunnen: Ja dit is een raadsinformatiebrief. Zoals ook in de brief staat wordt in overleg met de griffie een datum gepland voor de raden, ook voor u als raad. Die uitnodiging komt er nog aan. Dan kunt u het stuk in zijn geheel behandelen. Dan kunt u ook uw input brengen. Het traject zoals het is met betrekking tot de financiële verantwoording en dergelijke, dat is aan het college, dat is uitvoering. Maar u wordt nog wel gevraagd naar uw mening, wat u graag zou willen zien, hoe u het waardengericht werken ingericht zou willen zien en welke waarden voor u cruciaal zijn dat die ook daadwerkelijk in acht worden genomen bij de uitvoering van de werkzaamheden. Daar wordt een aparte raadsavond over belegd. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Voorzitter dank u wel. Dat is allemaal wel heel mooi, maar willen wij dat als raad eigenlijk wel? Hebben wij daarom gevraagd en wat zijn daar de kosten van? De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja de kosten vindt u in de offerte, dat... Oké. Ik dacht dat de kosten erbij zaten. In ieder geval het plan van aanpak vindt u in de informatiebrief. Vanuit het regiobudget zullen we dat financieren. Het verbaast mij dat, maar goed die offerte kunnen wij u nog doen toekomen.

Maar dit gaat nu even over om u te informeren van dit willen we gaan doen, dit willen we zo gaan inrichten en waarom willen we dit zo inrichten, om toch de uitvoering een klein beetje te uniformeren en de uitvoering ook handvaten te geven hoe zij daar binnen het sociaal domein geacht worden te werken. Vooral ook wanneer er wisselingen is in de consulenten, dan willen we vooral bij de consulenten zeggen van kijk zo doen we het hier. Dit zijn de regels die hier gelden en daardoor proberen we ook de willekeur ten opzichte van de cliënten eruit te halen zodat iedere cliënt op de juiste manier en gelijk behandeld wordt binnen het geheel. Dat wordt vooral ingegeven door het feit dat we de consulenten meer ruimte willen geven tot eigen interpretatie en meer ruimte willen geven om ook sneller hun zaken te behandelen en af te doen. En nogmaals u krijgt er nog een hele avond voorlichting over. Mevrouw Niekus: Is dat wat de raad wil eigenlijk zo’n hele informatieavond? Want kijk jongens wat dat weer kost. En dan denk ik van ja wij krijgen als raad, hoeveel maanden zitten we hier nog als raad en dan komt er weer een komende vier jaar waar allemaal nieuwe raadsleden inzitten. Dus ik vind het eigenlijk wel een beetje vroeg moet ik zeggen. De voorzitter: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja dank u wel voorzitter.

Ik begrijp inmiddels dat het stuk nog in de raad terugkomt, dat is ook heel mooi, zeker daar waar het gaat om het bepalen van waarden waaraan we het sociale gevoegen dan willen aflezen. Ik denk dat het een hele mooie opzet is, daar ga ik verder niet op in. Maar wat me wel verbaast is dat in de brief die daaraan vooraf gaat eigenlijk een enorme spagaat zichtbaar wordt, want enerzijds lees ik dat er een beweging is om waardengericht werken op te zetten, maar anderzijds zitten er ook allerhande bezuinigingen in. Ik denk van hoe verhoudt zich dat dan tot elkaar? Want als je dit opzet dan zou dat wel eens meer geld kunnen kosten. Dan heeft mevrouw Niekus ook wel weer een punt. Dus ik zou in ieder geval voorstellen van als dat ooit naar de raad komt dat u dan heel goed ook meteen daarbij uitlegt van wat u daar dan in financieel opzicht mee wilt bereiken en hoe zich dat verhoudt tot waardengericht werken. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong.

De heer De Jong: Ik weet niet of ik het juist heb, maar volgens mij zitten we in het sociaal domein met heel veel dingen die we als uitvoeringsorganisatie doen, de regels zijn landelijk vastgelegd en wij moeten het zo uitvoeren. Vandaar dat wij ook heel veel gevallen hebben die we zo moeten doen zoals ze zijn. En dan vraag ik me even af met waardengericht werken: gaan we omschrijven zoals het nu is, of gaan we een hele nieuwe werkwijze introduceren waar we weer jaren mee bezig zijn om die te gaan laten werken met mogelijkheden dat dat misschien niet werkt op termijn? En dan denk ik van ja waarom moet daar weer een extern bureau bij? Kunnen we dat niet gewoon zelf als bestuur in overleg met de organisatie? Dingen vastleggen en kijken hoe we het beter kunnen doen. Dus er zijn gewoon heel veel vragen. Ik begrijp dat we daar nog over gaan praten, maar er is nog veel onduidelijk. Dus misschien de vraag die ik had: kunt u mij overtuigen dat dit noodzakelijk is? De heer Den Dunnen: Ja meneer de voorzitter... De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: ... dan wil ik toch wijzen op wat in het stuk staat, dat gedeelde waardes als basis en dat draagt bij aan de samenhang, het maken van keuzes in de uitvoering. Het is eenheid in beslissingen in de uitvoering en het geeft gevoel aan de organisatie van steun, we weten hoe we moeten werken, we weten wat we moeten doen.

We weten dat als we beroep en bezwaar krijgen op onze beslissingen, dan weten we dat we op een goeie manier die beslissingen hebben genomen. En nog even voor uw informatie, ik krijg net van de secretaris door dat het iets meer dan € 3000 kost voor de gemeente Laren om dit verder in te voeren. De voorzitter: Goed. We hebben dit als punt gekregen. Dan komen de stukken en een toelichtingsavond en daarna raadsvoorstel. Dan kan het verder gedaan. 8.

Sluiting De voorzitter: Ik wens u wel thuis. Ik sluit de vergadering 23:02 uur, toch later dan ik verwacht had. Maar wel thuis, denk om het mondkapje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10236226/2