Printversie transcript
Tekst van het document
Maar ik denk dat er dan toch misschien iets beter in de archieven van de gemeente Laren gelezen zou moeten worden. Gelukkig als je meerdere generaties bezig bent met zo’n landgoed dan is dat, die historische kennis en dat historisch besef, misschien er iets meer. Dus hopelijk kan het ook van nut zijn om een oude framing en een bepaalde beeldvorming te vermijden. Dan is er denk ik wellicht over de aantallen, het is ja, er wordt vijf gegooid er wordt drie er wordt twee, ik denk dat het goed is om te weten dat er in de moestuin staat een orangerie, een soort schuur, die zolang ik mij kan herinneren eigenlijk al min of meer een ruïne is geweest. Daarop zit de bestemming tuinmanswoning. Dus daar zit niet of waardige woonbestemming op maar
een tuinmanswoning, dat is een woning, dat is dus al een bouwvlak en daar kan een tuinmanswoning komen. Dus de vraag daar zou alleen zijn om daar een volwaardige woonbestemming van te maken. En binnen dat bouwvlak ligt ook de kas. Nou met de kas kun je verschillende kanten op. Er zijn heel veel mooie voorbeelden en ik denk dat mijnheer Loeff die ook heel goed kent, waarbij kasten ook voor de oorspronkelijke functie worden gebruikt, waarvoor ze kantoor aan huis gebruikt worden. Daar zijn ook allerlei mogelijkheden aan te bedenken. De RCE, ik ben daar ook mee bezig op landgoed Prattenburg om rijksmonumenten her te bestemmen om ze in stand te kunnen houden door ze een nieuwe bestemming te geven. Dus ook daar is niks nieuws onder de zon. Wat het probleem is met betrekking tot de moestuin, is dat het daar een erfpacht voor nodig is want, en dat is misschien ook Groen Laren en ik geloof een aantal andere mensen die dat punt ook opbrachten gerust te stellen, het einddoel is met die drie woningen, eentje dus in een bestaand rijksmonument in twee nieuwe woningen daarnaast, om die te verkopen maar de grond te houden. En dan kun je een erfpacht vragen voor de grond, en met zo doen we dat ook met Naarderstraat 80. En met de erfpacht van Naarderstraat 80 en de erfpacht van de woningen in de moestuin kun je het landgoed, het groen onderhouden. Dat is het idee.
Maar, het gedeelte van de moestuin ligt middenin het landgoed. De investering die nodig is niet alleen om de rijksmonumenten van de orangerie, de kas en de muur, maar de muur is daarvan de minste kosten, om die te kunnen opknappen, dat geld, die investering moet ergens vandaan komen. Het idee is dus om zo min mogelijk te bouwen binnen het rijksmonumentaal beschermde landgoed en juist daarbuiten, buiten die contouren, de bolletjeslijnterm die Karel Loeff ook zeker zal kennen, buiten die bolletjeslijn ligt nou juist de overkant, de tennisbaan. Volledig binnen jullie de mogelijkheid om iets toe te staan of niets toe te staan. Ik zeg altijd nee is ook een antwoord, dat is ook prima, kunnen we ook weer verder, want ondertussen ben ik hier dus nu ook alweer tweeënhalf jaar mee bezig. Met alle liefde want ik ben er opgegroeid en om terug te komen op de opmerking van Karel Loeff, ja tuurlijk doet het pijn dat het niet meer particulier bewoond is maar ik troost mij wel met de gedachte dat het nu verhuurd is aan Stichting het Robertshuis die onderwijs geeft aan kinderen met een autistische stoornis.
En elke keer als ik daar weer langsloop dan doet het mij toch wel weer heel veel goed tot ik daar een hele mooie jeugd heb gehad en dat er nu een heleboel kinderen die het wat minder makkelijk hebben in het leven en wat minder makkelijk mee kunnen komen in deze maatschappij, er nu een waanzinnig mooie jeugd ook in het mooie groen kunnen beleven. Dus dat is toch wel iets wat mij troost als ik besef dat ik of mijn kinderen daar niet meer zullen gaan wonen. Aan die overkant van de weg hebben we het dus net over gehad. Als wij het hebben over bankettaarten, ja wij noemden het altijd Brasschaat villa’s die twee verschrikkelijke woningen die daartegenover zijn gebouwd. Kijk dat zeg ik ook tegen de gemeentes Rhenen en Veenendaal waar ik veel mee samenwerk, het is altijd een kwestie van elkaar vinden. Wat is de maatschappelijke behoefte los van de maatschappelijke behoefte die me natuurlijk allemaal enorm hebben aan natuur, wat is de maatschappelijke behoefte van wat er gebouwd moet worden. En kijk, mijn familie en de meeste landgoedeigenaren die zitten er niet in voor een kortetermijnwinst, die kijken naar de lange termijn. En zo hebben wij ook altijd onze landgoederen kunnen behouden.
En dit is ook een plan voor de lange termijn, want ik besef me dat ondanks het feit dat ik er al tweeënhalf jaar mee bezig ben, als wij met elkaar verder gaan na vanavond dan zal er denk ik nog wel in de tweede termijn flink wat moeten veranderen maar dan weet ik dat er ook nog een lange weg voor mij ligt. Die ben ik bereid natuurlijk om te gaan maar dan moeten we daar wel met zijn allen samen voor gaan en niet dat ik hier loop te vechten tegen de bierkaai. Dan wordt het natuurlijk gewoon een heel lastig verhaal om nog de tijd en energie daarvoor op te brengen. Dus het moet een gedeelde vraag zijn en ik heb ook al eens een keer tegen de heer Stam gezegd, omdat ik hier formeel een principeverzoek heb ingediend en Liberaal Laren heeft natuurlijk gelijk dat is in juli al gebeurd, betekent niet dat ik de enige vragende partij ben hier. De belangrijkste vragende partij is natuurlijk Laren. En weliswaar heeft mijnheer Stam terecht aangegeven dat het particulier terrein is maar de meeste landgoedeigenaren denken daar ook al een stuk genuanceerder over en zijn zich ontzettend bewust van de maatschappelijke taak die zij vervullen in de
gemeenschap en weten ook dat het landgoed bestaat bij de gratie van het draagvlak wat het in de omgeving heeft en ook binnen de politiek. Ik weet niet of ik hiermee een beetje ben tegemoetgekomen aan het grootste deel van de vragen. Wellicht heb ik er wat overgeslagen maar ik hoop dat u mij dat vergeeft. De voorzitter: Dank u zeer. Ik denk dat we nog een tweede ronde zouden moeten doen naar aanleiding van de eerste discussie en reacties die gegeven zijn. Mag ik nu beginnen bij de heer Van den Berg en dan ga ik langs deze kant terug. De heer Van den Berg u hebt het woord. De heer Van den Berg: Voorzitter dank u wel. Nou dank u wel voor uw uitgebreide uiteenzetting. Ja ik kan in de tweede termijn eigenlijk niet anders zeggen als wat ik in eerste termijn zeg, we zijn natuurlijk in Laren vooral altijd gewend om op de postzegel van de Rabobank of een voormalig Chinees restaurant of misschien nog eens een keer over een woonperceel te praten. Ik zie dit toch wel echt in een breder verband vanuit het particulier bezit als landgoed met een openstelling en een, nou ja eigenlijk wat de heer Van Asch Van Wijck zegt, daar heb ik eigenlijk weinig op aan te merken.
Het enige is nog wat hangt, dat u zei van naar om het duurzaam te behouden, stel dat deze tweede termijn niet leidt tot een algemeen gevoelen van gaat u in ieder geval door met uw plannen zoals de wethouder net zegt het principe verzoek, dan gaan wij uit elkaar. En wat ik belangrijk vind is dat wij dan hier niet in ditzelfde gezelschap over een jaar of over twee jaar mekaar gaan zitten aankijken van hoe heeft dit kunnen gebeuren, waarom hebben wij hier niet van geweten of waren wij hier niet bij betrokken. En dat is ook een compliment aan de wethouder. Volgens mij ben ik redelijk vaak zeer kritisch op dat bij bouwplannen het altijd fragmentarisch is en op locatie en hoe de verbinding is met andere ideeën. En toen ik vanavond naar de wethouder zat te luisteren vind ik het in ieder geval ook een warm pleidooi voor de wethouder te houden dat hij nu eindelijk eigenlijk ons wel meeneemt. Eindelijk meeneemt in de gedachtegang om een paar stappen te zetten en het is aan ons om het wel of niet te doen. En nogmaals, dat vinden we belangrijk om te zeggen dat wij in die tweede termijn geen aanvullende vragen hebben anders dan wat gaat er mogelijk gebeuren op moment dat wij hier vanavond het af laten weten. De voorzitter: Het woord is aan de heer Faas, VVD. De heer Faas. De heer Faas: Dank u wel voorzitter.
Ik ben zoals u heeft gezien een beetje ingekapseld door het CDA en Liberaal Laren en normaliter kunnen wij met gebaren of op fluistertoon met mijn fractievoorzitter Johan de Bondt communiceren, dat is nu wat lastig. Ik heb in de eerste termijn aangegeven dat wij ons kruit even droog zouden houden, dat wij alle argumenten die over tafel gaan willen meewegen en ik denk dat het moment daarvoor gekomen is. Ik heb behoefte om even te schorsen, een paar minuten zodat ik met mijnheer De Bondt kan overleggen. De voorzitter: Zullen we dan eerst de anderen nog het woord geven? De heer Faas: Ja dat is prima, wellicht komt er nog een briljant argument bij. De voorzitter: Dat denk ik. De heer Faas: Dat zou zomaar kunnen. De voorzitter: Dan denk ik dat we eerst de anderen het woord laten en mocht u dan nog behoefte hebben tot schorsing, dat schorsen we 2 minuten. Het woord is aan mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman: Ja dank u wel wethouder, voorzitter. Ja eerst wil ik eigenlijk even iets tegen mijnheer Loeff zeggen, die zei van wellicht is het, zouden we kunnen instemmen met een woning met functie op de moestuin. Maar mijnheer Van Asch Van Wijck had het er net ook al over, die mogelijkheid is er gewoon. En die was kleiner, want er mocht alleen maar een bedrijfswoning komen, eigenlijk behorende bij de functie van de moestuin. En die is dan ook maar heel klein en in 2013 bij bestemmingsplan Laren-Noord is er aangevraagd een tuinmanswoning en die mag beduidend groter zijn. Dus er kan gewoon een tuinmanswoning worden gebouwd, geen probleem. Daar zijn wij ook verder niet voor nodig, dus dat zit gewoon binnen de bestemming. De heer Loeff: Voorzitter het verzoek was volgens mij om hem te zetten naar een burgerwoning dus er hoeft in ieder geval geen tuinman te komen te wonen. Mevrouw Timmerman: Sorry? De voorzitter: Mijnheer Loeff ik denk dat wij mevrouw Timmerman het woord laten en straks als u aan het woord bent kunt u een nadere toevoeging doen. Het woord is aan mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: Ja. De voorzitter: En interrupties zijn in dit geval niet zo erg constructief. Mevrouw Timmerman: Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman: En dan is het denk ik een misverstand want mijnheer Van Asch Van Wijck die had het over onfris dat dat over een verdienmodel ging maar wat ik probeerde aan te tonen is dat er in het verleden ook al zaken verkocht zijn om geld binnen te krijgen, om ook om de monumenten te onderhouden en dat dat dus eigenlijk niet gebeurd was. En dat onfris dat sloeg eigenlijk op het kwijtschelden van successierechten, dat voorstel, in ruil voor bouwvlekken. En dat vind ik niet netjes. En dan de overkant en er werd ook nog gesproken over het openstellen en er werd alleen maar over erf- en schenkbelasting en overdrachtsbelasting gesproken maar ik weet uit eigen ervaring dat ook de inkomstenbelasting en de OZB kwijtgescholden wordt zodra dat je je landgoed openstelt. Dan nog één ding, het Blonde bosje, ja die willen wij ook heel graag groen houden en dat heeft overigens een bosbestemming. Er wordt gesproken over tennisbanen maar sinds 2013 in de bestemmingsplan Laren-Noord. Ik heb niet nagekeken eigenlijk wat het in de vorige was, zal ook wel zo zijn geweest want het is overgenomen en het heeft gewoon een bosbestemming en wat ons betreft wordt daar niet ingebouwd, dank u wel. De voorzitter: Mag ik dit interpreteren dat bij u in ieder geval niet sprake is van een positieve grondhouding. Oké, dat is vastgesteld. Het woord is aan de heer Grunwald.
De heer Grunwald: Ja dank u wel voorzitter. Ja zoals al eerder aangegeven, die positieve grondhouding die is bij ons zeker aanwezig. Ik wil even opmerken dat ik verheugd ben dat de kijk van de heer Asch Van Wijck op de situatie, ik veel realistischer vind dan die van de wethouder in deze, want we hebben gewoon elkaar nodig, we vragen iets aan elkaar. En nou ja dat is prima, zo gaat dat nou eens. En dat betekent dan ook dat wij op dit moment eigenlijk behoefte hebben aan verregaande concrete plannen met een financieel kader erbij zodat wij dus ons kijk op de situatie verder kunnen aanscherpen en ja dat het wellicht er dan in zit dat in de toekomst op dat groene bosje gebouwd wordt, nou ja ook daar zijn wij dan open over dus dat willen wij welwillend
bekijken in het belang van het verder weg gelegen einddoel dat zowel het landgoed voor de burgers van Laren behouden wordt als dat ook het beheer daarvan verzekerd is. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Het woord is aan de heer Loeff, Larens Behoud. De heer Loeff: Ja dank u voorzitter. Dank u voorzitter. Nou om dan maar even terug te komen omdat het niet per interpellatie mocht op mevrouw Timmerman. Het is niet zo dat wij een bestaande mogelijkheid gewoon een bestaande mogelijkheid willen laten omdat er een tuinmanswoning is gegund. Wij vinden het prima dat er iets anders gebeurt en dat kan wonen in combinatie met werken zijn maar het uitgangspunt is dat op de plek waar nu de ruïne van de moestuin ligt, dat dat de basis is voor de herontwikkeling en dat vanuit die cultuurhistorische en daarom een landschappelijke aanleg een plan wordt gemaakt wat ook in relatie tot die waarden past. En of dat 1,2 of 3 wooneenheden worden dat is geheel afhankelijk van de vierkante meters, de vormgeving, of je wel of niet de hoogte, de diepte et cetera in gaat en dat zal ongetwijfeld de waarde van de erfpachtcanon bepalen waar de familie zoals ik het stuk lees nu tegenaan loopt. Want er is probeert om iemand te vinden lees ik uit de stukken om het gehele moestuincomplex her te ontwikkelen om daarin te investeren. Men loopt aan tegen de kosten van de erfpachtcanon.
Ik snap dat als je de lasten van die erfpachtcanon deelt dat je daar gedeelde smart en gedeeld plezier van kan hebben en dat het ook een mooie plek is om te wonen. En juist omdat het zo’n mooie plek is om te wonen, denk ik dat je daar best iets kan doen maar wel binnen de kaders zoals die er liggen. En die kaders zijn de beschermende kaders, status en de wethouder zegt van ja we nemen nu een principebesluit en dan gaan we daarna eens kijken en dan wordt het nog een harde discussie. Ik ben het pertinent niet met hem eens dat dit de weg is. De weg is dat er kaders liggen en kaders gemaakt kunnen worden en die kaders worden gesteld vanuit de rijksdienst cultureel erfgoed, vanuit de provincie, vanuit de natuurschoonwet. Er moet inderdaad gekeken worden naar ontsluiting, hoe ga je dat doen. Is dat een ontsluiting, is dat een nieuwe ontsluiting, wordt dat een gedeeltelijke ontsluiting die past en dat is goed om daar met elkaar over na te denken maar vanuit de deskundigen en de adviseurs die buiten deze gemeenteraad liggen en buiten de commissie liggen en als daar positieve adviezen op zijn over wat je daar zou kunnen dat ben ik zeker bereid om daarover mee te denken.
Ik ben er alleen niet van overtuigd dat we daarvoor een perceeltje aan de Naarderstraat ook moeten bebouwen want vijf woningen realiseren om en de moestuin op te knappen en het beheer verder tot in lengte van jaren te brengen dat vind ik, dat lijkt mij niet in verhouding en ik denk dat dat ook op een andere manier zou moeten kunnen. En wat dat betreft zijn er veel voorbeelden waar het ook op een andere manier kan. Dus wat dat betreft, de deur staat ze zeker open het landgoed zelf, niet aan de overkant en dan is de vraag hoe je dat op een goeie manier doet zodat je dat in past in de kwaliteiten die daar liggen. Dat is nog een keer ter verduidelijking. De voorzitter: Het woord is aan de heer Vos, Groen Laren. De heer Vos: Ja dank je wel voorzitter. Ja overigens dank voor de uitnodiging. Er zijn toch een paar vragen blijven liggen die ik in eerste instantie gesteld had en dat ben ik eigenlijk ook wel een beetje gewend. Vandaar dat ik ze toch maar even herhaal denk ik en nog een nieuwe opmerking daarbij. Naar mijn vraag was: wat schiet Laren ermee op? Want er wordt mee geschermd, nou ik heb daar geen antwoord op, ja tegen een landgoed, ja oké we hebben ook twee kerken en wij hebben ook een drinkhuis en zo. Maar wat is de meerwaarde? Dus die vraag zou ik toch nog wel graag dan beantwoord willen zien, behalve dat het in de VVVboekjes kan staan.
Mijnheer Grunwald duidde daar ook al op, over de exploitatie. Ik had daar een opmerking over dat het prijspeil overal gelijk blijft. Nou we kunnen natuurlijk heel moeilijk een oordeel vellen over de realiteitszin van het voorstel als daar geen concrete cijfers bij zijn en volgens mij is dat ook waar de heer
Grunwald op duidde. Dan nog even mijn vraag over de boskamers, als die boskamers er komen voor die huizen ja dan gaat dat ten koste van de grote en de kwaliteit van het landgoed. Hoe valt dat dan te rijmen, dat vind ik altijd een beetje een lastige. En tenslotte, ja als ik dus goed begrijp dat die huizen ervoor moeten zorgen dat tot in lengte van dagen er exploitatie kan zijn en dat is dan de erfpacht die daarvoor moet gaan zorgen. Nou dat zal dan toch ongetwijfeld een substantieel bedrag zijn neem ik aan. En ja dat voorkomt in ieder geval angst van de wethouder dat daar zigeuners komen te wonen dus dat is dan wel weer mooi meegenomen maar ik neem aan dat het toch wel flinke panden moeten worden, tenminste dat veronderstel ik. En die vraag zou ik toch nog wel graag beantwoord zien. Dat was het voorzitter. De voorzitter: Dan zijn we aan deze einde van deze tweede termijn. De wethouder kan nog antwoorden, mogelijke heer Van Asch Van Wijck nog een kleine toevoeging en dan denk ik dat we deze discussie zullen moeten afronden. Allez, mijnheer Faas wilt u nog steeds die, wenst u nog steeds die schorsing? De heer Faas: Zeker. De voorzitter: Ok, daar gaan we nu 5 minuten schorsen, dank u zeer, ja. Dus de vergadering is 5 minuten geschorst. Is voorbij en het woord is nu en iedereen is een grote spanning wat de heer Faas namens de VVDfractie nu gaat zeggen.
Hij heeft er goed over kunnen nadenken. Oh de heer Asch Van Wijck … Mevrouw …: Ja kunnen wij een tel wachten want er is iemand naar het toilet. De voorzitter: Heropenen de vergadering in het woord is aan de heer Faas, VVD. De heer Faas: Dank u wel voorzitter. Ik ga heel langzaam praten want dit is toch wel mijn moment begrijp ik. Wij hebben even intern overleg gehad en er wordt ons gevraagd of wij een positieve grondhouding hebben en ik kan u zeggen dat wij wel een positieve grondhouding hebben maar dat ook wij in navolging van Larens Behoud eigenlijk de overkant van de Naarderstraat toch liever onbebouwd zouden willen laten. Maar de positieve houding hebben we dus wel over ontwikkelingen ondergelande randvoorwaarden maar dat is nu niet aan de orde op het landgoed zelf. Dus dat is onze mening dus u kunt ons bijschrijven als positieve grondhouding met deze aantekening. De voorzitter: Nu is de grote vraag natuurlijk wat de definitie van een positieve grondhouding is. Ja ik kan ook wel een poging doen omdat te doen maar ik laat dat graag over aan de heer, wethouder en mogelijk wil de heer Asch Van Wijck ook dat tijdens zijn finalevisie daarop geven kocht weliswaar want de discussie is eigenlijk beëindigd. Het woord is aan de heer Stam. De heer Stam: Nou ik zal het verder kort houden.
Kijk de positieve grondhouding dat heb ik al uitgelegd gaat met name over daar waar wij het bevoegd gezag uitoefenen, dat is aan de overkant van de Naarderstraat. En die principiële aanspraak wordt door de familie Asch Van Wijck van ons gevraagd, daar staat het college op zichzelf achter. En dat stelt hem in staat om aan de overkant te ontwikkelen. Hoe er precies ontwikkelt moet worden en dat zal nog een hele strijd worden want ik heb al aangegeven, provinciaal, de provincie NoordHolland heeft een op zichzelf hele terechte opvatting over de manier waarop je met erfgoed om moet gaan en dat zal voor de rijksdienst evengoed gelden. Dus wat dat betreft is die strijd nog helemaal niet geleden maar de principiële vraag die aan de orde is, heeft u een positieve grondhouding ten opzichte van de ontwikkeling aan de overkant. En als ik nu hoor dat van drie toch vrij grote fracties nu al weliswaar een positieve grondhouding hier en daar te bespeuren is maar de echte vraag uiteindelijk op nee uitkomt zonder dat ik daar overigens, ik wil dat nog eens benadrukken een argument bij hoor, dan moet ik constateren maar dat laat ik
graag ook aan, dadelijk zal mijnheer Van Asch Van Wijck zijn eigen conclusie moet trekken, kom ik ook tot de conclusie dat het fijn is om een positieve grondhouding te hebben maar dat dan het originele plan vermoedelijk ook niet gerealiseerd gaat worden. En dan zal de raad zich ook op consequenties moeten beraden. De voorzitter: De heer Asch Van Wijck als laatste. De heer Van Asch Van Wijck: Ja drie korte punten waar ik ook door mevrouw ‘…’ op gewezen werd dat ik daar nog niet op in was gegaan. Eentje is met betrekking ook weer tot de overkant. Er werd gesuggereerd volgens mij dat wij bereid zouden zijn om een claim te laten vallen in de ruil voor twee bouwkavels. De, dat is eigenlijk andersom. Die claim die rust er al op, die rust nu op een grond die zoals de fractie terecht aangaf bos is. Een claim op bosgrond en de waarde daarvan is natuurlijk vele malen lager. De reden om de claim te laten vallen is dat als het straks bouwkavels zouden kunnen worden dat die claim voor de gemeente Laren vele malen hoger is. Dus dan is het alleen maar logisch dat je die claim laat vallen om niet de gemeente Laren onnodige kosten te jagen, dat leek mij nou ja ik wil het geen noblesse oblige noemen maar dat, het leek mij een zodanige vanzelfsprekendheid dat dat niet per se genoemd zou verworden maar kennelijk is dat toch nodig.
Het tweede punt is inderdaad en mijnheer Stam heeft het ook al proberen aan te geven dat de overkant toch best cruciaal is voor deze plannen en ik vind het toch best bijzonder eigenlijk, zeker ook vanuit landgoed en erfgoedspecialisten om te zeggen wij willen graag dat er meer ontwikkeld wordt binnen het rijksmonumentaal beschermde gedeelte buitenplaats terwijl je aan de overkant een stukje hebt wat helemaal niet beschermd is, wat binnen je eigen bevoegdheid ligt waar je iets zou kunnen ontwikkelen wat ten gunste zou komen aan de overkant waarbij er minder inbreuk hoeft gemaakt te worden op het rijksmonumentaal beschermde overkant. Nou die mogelijkheid denk ik dat een heleboel gemeentes en landgoederen in de handjes zouden klappen als ze die mogelijkheid hadden en ik moet het helaas daarin ook mijnheer Stam nee gelijk geven, er wordt gezegd de wens is om wel binnen het rijksmonumentale natuurgedeelte te ontwikkelen maar niet aan de overkant. En inderdaad helaas hoor ik daar ook geen argumenten voor terwijl wij toch ook vrij duidelijk in het stuk hebben aangegeven dat datgene wat wij willen ontwikkelen aan de overkant en wat daarmee verdient zou kunnen worden ten dienste zal staan van het landgoed. En het derde en het laatste punt wat ik zou willen noemen is de openstelling. De openstelling dateert van exact 20 jaar geleden.
Toen is de helft van de boedel is vanuit mijn tante naar mijn nichtje toegegaan. Dat betekent dat het landgoed nu 20 jaar open is gesteld en dat betekent dat er nog een verplichting rust om het vijf jaar open te stellen. Als je dat niet doet, dan betaal je voor die vijf jaar nog erfbelasting. Dus dat is in die zin een relatief simpele rekensom die u kunt maken, die ik kan maken en die de belastingdienst kan maken en zal maken mocht het stuk uit de natuurschoonwet worden onttrokken. Dat kan bij een verkoop, je kunt het ook verkopen onder de verplichting dat het nog vijf jaar opengesteld moet worden. En daarmee kom ik misschien op het punt nog wat onbeantwoord is gebleven vanuit Groen Laren, wat heeft Laren eraan. Nou los van de natuur en de groene long is ook wel openstelling. De mensen van Laren die kunnen ervan genieten en die kunnen dat, die kunnen daar gebruik van maken. Als het niet opengesteld is kan dat niet en dat is natuurlijk wel het scenario wat zich zo langzamerhand gaat aandienen. Maar goed, dat is een politieke keuze en daar kan ik ja hoog of laag springen maar verder weinig aan doen, aan u. De voorzitter: Dank u zeer. Ik denk dat we deze discussie daarmee kunnen afsluiten, waarbij ik moet concluderen dat er, al was een meerderheid voor de beginspraak is van een integrale positieve grondhouding als ik het zo mag interpreteren. De heer Van den Berg: Voorzitter?
De voorzitter: Ogenblikje. Als u het met die conclusie eens bent dat we wat mij betreft als voorzitter dat we in ieder geval zeer op prijs gesteld hebben vanavond deze discussie gevoerd te hebben en dat wat ons betreft meen ik namens het commissie te kunnen zeggen dat daarmee de dialoog met betrekking tot dit probleem wat ons betreft niet is beëindigd. En dat zou ik, ben ik zo vrij om namens de commissie aan de heer Asch Van Wijck over te brengen en aan de wethouder uiteraard. Dan hebt u nog een opmerking mijnheer Van den Berg? De heer Van den Berg: Ja u trekt nu een conclusie maar volgens mij hoor ik nu twee verschillende dingen. Enerzijds wilde ik zal vragen om vast te stellen dat, zoals dat hier op tafel ligt, gewoon niet door de raad of de aanwezige partijen hier omarmd wordt, behalve het CDA. En twee is dat u in uw conclusie nu eigenlijk nog een opening laat maar volgens mij is het verhaal nu toe gewoon klaar. De voorzitter: Ik maak op, dat ik heb het risico genomen om namens deze commissie zonder u geconsulteerd te hebben lijkt het mij altijd nuttig om nadat dit punt als zodanig tot de conclusie is gekomen dat het wat mij betreft niet betekent dat er geen gesprek meer zou mogen of kunnen plaatsvinden tussen vertegenwoordigers van de Laren en de familie Van Asch Van Wijck.
Dat lijkt mij op zich een vaststelling die ik meen te kunnen maken zonder dat ik u daarvoor geconsulteerd heb. En ik neem aan dat zonder de heer Van Asch Van Wijck daarvoor geconsulteerd te hebben dat hij die conclusie deelt. Daarmee sluit ik dit punt. Onder grote dankzegging aan de heer Asch Van Wijck voor de uitermate constructieve discussie en excuses. Ik schors 2 minuten. 7.
Raadsvoorstellen
7.1 Kaders Transitievisie Warmte De voorzitter: Dames en heren we zijn bij punt van de raad voorstellen punt 1 aangekomen waarbij we vanavond de eer hebben dat de college wordt geassisteerd door de heer Klaas-Jan Mauritz, strategisch adviseur duurzaamheid BEL Combinatie. Bij dezen van harte welkom en excuses dat we u zo lang hebben laten wachten. Het onderwerp is belangrijk genoeg. Het betreft kaders transitievisie warmte. En het wordt ook aangegeven wat u geacht wordt te doen om hiermee in te stemmen. Mag ik de wethouder vragen om een korte introductie zodat we vervolgens daarover kunnen discussiëren, het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Ja ik zal het zo kort mogelijk proberen te houden mijnheer de voorzitter ook met het oog op de tijd. De voorzitter: Ja. De heer Stam: Klimaatakkoord afgesloten heeft aangegeven dat er een transitievisie warmte moet komen voor end 2021. Dat is inmiddels in de regio besloten. Daar is, heeft u de stukken wordt aangetroffen. En in die afweging die daarover moest worden gemaakt heb ik namens het college het standpunt ingenomen dat we een afwachtende houding zal aannemen omdat wij vinden dat het Rijk is onvoldoende juridische bescherming en de burger aanbiedt. We hebben het er wel eens vaker over gehad, gebouw gebonden financiering en dat soort zaken.
En dat de betaligheid van de besparingen die burgers moeten halen of andersom gezegd de hoeveelheid geld die ze moeten uitgeven om de isolatie mogelijk te maken, dat die eigenlijk onvoldoende is uitgewerkt nog. Er is ook daarbij op dit moment weinig zicht in Laren op haalbare warmtebronontwikkeling. Met uitzondering zoals in het stuk staat ook voor het contact dat we met de gemeente Eemnes hebben met Laren ‘…’ op het gebied van geothermie. Dat betekent dus als conclusie dat wij een afwachtende rol innemen wat ons betreft, dat ook voorstellen aan u. En ook dat en dus het niet realistisch is om daar op de een of
andere manier mee te starten. En dat we pas in 2026 opnieuw gaan kijken of zoveel eerder als het Rijk de gelegenheid geeft om het aantrekkelijker te maken, opnieuw die zaak van visie zullen gaan bekijken. Wat ons betreft dus nadruk op isolatie. We vinden dat de keuze die we maken dat de kosten veel te hoog zijn. Betekent ook dat we de eindgebruiker als belangrijkste criterium deze afweging hebben gebruikt. Dat is een korte inleiding op het, mijnheer de voorzitter … De voorzitter: Dat is helder, glashelder zou ik zeggen. Mag ik het woord geven aan de heer Loeff om het spits af te bijten en dan gaan we via D66 naar rechts. Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff: Ja. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Larens Behoud. De heer Loeff: We hebben het heel lang over een agendapunt gediscussieerd en nu gaan we het hebben over een ander belangrijk onderwerp en dat is natuurlijk inderdaad die, hoe gaan we om met de transitie en warmte in de toekomst. Als we kijken naar wat het college heeft opgezegd dan denk ik dat het een hele goeie zienswijze is en we hebben eigenlijk geen vragen en opmerkingen over. Het is voorzichtigheid, goed kijken wat je kan doen. We zitten in een beheers gemeente met nou ja eigenlijk net als het vorige onderwerp zeer veel aanwezige waarde waren en kenmerken, daar kan je niet zomaar even iets gaan doen.
Ik denk ook niet dat wij in een experimenteer gemeente zouden moeten worden om eens even lekker een warmtenet of iets anders te gaan aanleggen, dat laten we maar een andere gemeenten die daar ook met nieuwbouw op experimenteren. Je ziet ook dat in bestaande wijken er veel problemen zijn om bijvoorbeeld van het gas af te komen, dat gaat allemaal niet zo makkelijk als gedacht. En vanochtend bericht op de radio van het bouwen van gascentrales wat nu door de EU wordt voorgesteld, dat maakt dat we onze hele klimaatdiscussie nog maar weer eens even tegen het licht moeten houden, ook in Europees verband. Maar heel goed om denk ik deze zienswijze zo te uiten en ja daar kan ik het gewoon bij laten. De voorzitter: Het woord is aan de heer Grunwald, D66. De heer Grunwald: Ja dank u wel voorzitter. Binnen acht jaar moeten stappen gezet zijn op het gebied van de warmtetransitie en dan is de afwachtende houding die nu door B&W wordt ingenomen eigenlijk helemaal niet productief. Dat het complex is en een zorgvuldige afweging behoeft is evident maar dat betekent niet dat je gewoon stil moet zitten en maar moet afwachten wat er gaat gebeuren.
Dus mijns inziens zou het toch veel meer gepast zijn om meer in ambitie te tonen en te kijken wat dan alvast voorbereidend of voorsorterend op dit onderwerp nu gedaan kan worden zodat we te zijner tijd als echt gehandeld moet worden niet overlopen van activiteiten en niet meer weten waar we het en hoe we het hebben in deze. Bovendien is het zo dat er nu weer een plan op tafel komt en dat is dus uitermate complex zoals ik gezegd heb en behoeft een zorgvuldige afweging. Dus in die zin zou het eigenlijk wel gepast zijn om daar ook het benodigde draagvlak voor te creëren en dat zou bijvoorbeeld best gevonden kunnen worden door het de schare van de mensen die daarbij betrokken zijn te verbreden zoals bijvoorbeeld het betrekken van steun fractieleden bij de discussie. Dat geeft gewoon meer draagvlak in de bevolking. We hebben een aantal vragen hierover.
Allereerst natuurlijk, er zijn een aantal bijeenkomsten al geweest in deze en de vraag is dan: wie zijn er eigenlijk bij geweest? Wie zijn er nog bij betrokken geweest? De tweede vraag is: als B&W dus een afhoudende houding aannemen, is dan afwachten hetzelfde als niks doen? Echt niks doen of hadden jullie toch ook nog wel ideeën van wel iets te doen en wat is dat dan dat jullie dan wel wilden doen? Nou vervolgens de vraag van: ja hoe past het hele verhaal eigenlijk in de rest? En verder hierop dan ook nog: hoe past isoleren van woningen hierin, hoe wordt dat aangepakt? Is daar eigenlijk al een idee over? Er wordt nu gezegd van ja het is te duur, dus we doen niks
maar er zijn natuurlijk legio voorbeelden in een landen hoe je dus wel iets zou kunnen doen. En wordt dan gewoon rigoureus afgewezen of wordt daar ook nog onderzocht van welke mogelijkheden dan wel zijn in deze? En ja tenslotte dan nog de vraag: waarom doen we dat dan als Laren weer alleen? Is het niet handig om dat misschien samen met andere gemeentes te doen? Waarbij je bijvoorbeeld misschien op de lange termijn vragen moet beantwoorden van warmtecentrale of zo of wat iets met elkaar zou kunnen doen op basis van industrie die in grotere omgeving wellicht aanwezig is of iets dergelijks. Daar zou je natuurlijk ook wel een standpunt over kunnen innemen. En misschien het nog grotere verhaal van de ‘…’. Moet het daar niet ook ergens ingepast worden? Dat zijn mijn vragen, dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u zeer. Het woord is aan mevrouw Timmerman, Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman: Ja, dank u wel voorzitter. Ja ook wij vinden het een goede zienswijze. Eens met het feit dat Laren een afwachtende houding aanneemt. We hebben veel, heel veel oude huizen en heel veel mogelijkheden zijn er hier niet.
Overigens is eigenlijk transitievisie warmte een rare naam, want ik denk dat we ook heel veel koude nodig hebben met de warme zomers en alle airco’s en de vraag is ook maar of het elektriciteitsnet dit allemaal aankan, afgezien nog van de elektrische auto’s en dergelijke die er allemaal bij zijn. U schrijft: tot 2040 zullen we 8 WUPs uitgevoerd moeten hebben. Hoe realistisch denkt u eigenlijk, wij worden door de tijd ingehaald met mogelijkheid van allerlei andere manieren, bijvoorbeeld vanmorgen las ik weer over kerncentrales die nu ontwikkeld worden en die binnen 26 maanden kunnen staan en volkomen veilig. Hoe realistisch denkt u dat deze zin is en hoe dat voor Laren uitkomt? Want als wij acht van die die dingen, van die wijken moeten doen met onze oude huizen, dan denk ik niet dat dat realistisch is. We behouden dus het gasnet, prima maar heel goed en inderdaad vanmorgen ik had het al eerder gelezen maar vanmorgen stond het zelfs in de Gooi- en Eemlander dat Europa het eigenlijk al als groen heeft bestempeld het gas, want het is natuurlijk veel beter dan biomassacentrales en al die andere vervuilende. En als je het gaat hebben inderdaad over zonnepanelenparken en hoe noem je die dingen, windturbines, ja dat is het chemisch afval van de toekomst en dat kan nog hele grote problemen opleveren.
Ik wil nog één dingetje vragen, er staat op pagina 33 van dit rapport dat er een studiekosten zijn van 1 tot 1.3 miljoen voor Laren. En toen dacht ik ja maar als wij een afwachtende houding aannemen, wanneer gaat dit dan gebeuren. En ons voorstel zou eigenlijk zijn door die studie voorlopig maar niet. Laten we eerst eens even kijken wat er gebeurt, wat er in de wereld gebeurt. De ontwikkelingen gaan razendsnel en onze vraag daarbij is ook: wie betaalt eigenlijk deze studie? En wie bepaalt of dat wij dit moeten doen? Daar wil ik het even bij laten, dank. De voorzitter: Het woord is aan de heer Faas, VVD. De heer Faas: Dank u wel voorzitter. Ja ik kan er kort over zijn. Het lijkt ons erg verstandig om niet voor de muziek uit te lopen en dat is wat dit voorstel beheerst, of behelst. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en oplossingsrichtingen die zijn ook nadrukkelijk nog niet uitgekristalliseerd. Denk aan het, hoe er in het verleden en hoe er nu over gas gedacht wordt, biomassa. Enfin, we kunnen, ik zal niet herhalingen treden met wat voorgangers al hebben gezegd. Het potentieel kansrijke geothermie wat, waar in Eemnes naar gekeken wordt, prima om dat te volgen en daar als het zich aandient op in te spelen. Wij hebben geen vragen.
Er stond een kreet in het stuk wat mij, bij mij bleef halen, hangen en waar we denk ik in de toekomst ook mee verder moeten gaan en dat is haalbaar en betaalbaar, dat zijn vermaarde criteria waar het aan moet voldoen. Wij omarmen dit stuk en wij zullen daar zeker voor stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van den Berg, CDA.
De heer Van den Berg: Ja voorzitter dank u wel. Met betrekking tot het stuk, volgens mij iedereen dat al gezegd maar de heer Loeff begon daarmee, prima om mee te lopen maar niet voorop te lopen in dit dossier. Behoudens dat ik daarbij aan wil vragen, ik zat even te denken wat ik daarover wilde zeggen, of wilde vragen vooral, hoe dat de wethouder er tegenaan kijkt zeg maar als wij deze in zienswijzen ondersteunen hoe dat op dit moment een andere gemeente staat. Is dat een beetje Goois breed met de gemeenten die genoemd worden? Of vindt op andere vlakken ook nog andere gesprekken plaats die zeg maar ons besluit nog weer in een ander daglicht doen stellen? Als wij het besluit zullen nemen om deze zienswijzen mee te nemen in de komende raad. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Vos, Groen Laren. De heer Vos: Ja dank u wel voorzitter. Ja. Ik hoor eigenlijk de wethouder zeggen, ja het is moeilijk dus dan doen we maar niets. En dan hoor ik iedereen hier aan tafel roepen, dat is nog eens realistisch, dat is nog eens slim, dat moesten we maar doen. We doen gewoon niks. Maar het lijkt me een mooi helder besluit, we doen niks. De enige die een beetje tegensprak dat is mijnheer Grunwald maar ja dat moet ook wel als je vorige week nog zoveel zetels gewonnen hebt. Dan moet je toch een groen imago een klein beetje oppoetsen eerlijk gezegd.
Dit is natuurlijk te verontrustend voor woorden wat er gebeurt. Er komt gelukkig een kerncentrale op de Tafelbergweg heb ik begrepen. Over 27 maanden wordt hij officieel geopend en ik denk dat we het gaan vieren in het sprookjesbos van de Efteling want dat kan natuurlijk gewoon helemaal niet. Er is hier echt sprake van echt misinformatie. Hoe dat nou toch mogelijk is dat er nog gepraat wordt over kerncentrales over 26 maanden. Mevrouw Timmerman echt ik vind u heel aardig maar dat is echt kletskoek, echt absolute kletskoek. En daar komt u ook niet mee weg en daar komen wij ook niet mee weg. Wat is dan uw verantwoordelijkheid? En wat we hier in feite zeggen van ja het is een beetje moeilijk, we hebben er niet zo’n zin, we willen onze airco offline laten draaien en eventueel nemen we de elektrische auto maar voor de rest zijn we niet van plan iets te doen. Want die windmolens die zijn niet zo mooi en allemaal, allerlei drogredenen die daaraan ten grondslag liggen. Daar komen we echt niet meer weg. Ik vind het echt zeer verontrustend en zeker, mijnheer Grunwald, ik ben bij die presentaties geweest dus ik was erbij en er waren inderdaad ook niet zoveel mensen dus ik begrijp ook inderdaad wel wat er aan deze tafel gezegd wordt, dat begrijp ik heel goed. En mijn vraag en het is misschien niet zozeer aan de wethouder als wel ik ben de naam even kwijt, neem me niet kwalijk.
Wat zou u ons adviseren? Hoe kunnen we deze mensen nou in godsnaam ervan overtuigen dat we echt de boel aan het verkloten zijn. Dat het enige dat we niet moeten gaan doen is op onze handen zitten en roepen dat het zo’n fijn, realistisch, goed voorstel is. Want het is echt helemaal tergend en daar komt u niet mee weg wat mij betreft. Daar wou ik het graag even bij laten mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Ik zal mijnheer, ik ben graag bereid nog eens de verhoudingen tussen ambtenaren en politieke bestuurders uit te leggen want het stuk wordt voorbereid door ambtenaren en gedragen door politieke bestuurders die daar verantwoordelijkheid voor dragen. Dus mijnheer, misschien vindt mijnheer Mauritz iets heel anders maar hij zal toch iets, maar dat doet hij niet hoor dus maakte zich geen zorgen. Nog even een korte reactie. Kijk het gaat natuurlijk om een op zichzelf beperkte visie. Er wordt ons gevraagd, heb ik net gezegd, vanuit het klimaatakkoord die transitievisie warmte te ontwikkelen en of we dat voor het end van het jaar willen doen. Dat komt van bovenaf naar beneden en daar zijn de gemeentes op zichzelf verantwoordelijk voor. Het is niet zo dat wij dat in regioverband moeten. Je ziet ook dat in de stukken die daarbij zijn dat een aantal andere gemeenten en hele andere opvatting hebben maar dat wij een andere keuze maken.
Dat wil niet zeggen, dan begin ik toch even met mijnheer Vos anders zegt hij weer dat ik zijn vraag niet beantwoord.
Wij doen dus gewoon niks, dat is niet zo. Kijk ik heb er een paar keer een duurzaamheidsprogramma van gemaakt. Ik ben met prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties zijn we bezig om 200 woningen te isoleren. Ik heb in het vorige college samen met mijnheer Smit ook nog eens mijnheer Nijpels bezocht om het, de gebouw gebonden financiering onder zijn aandacht te brengen. Als dat er zou komen en de rijksoverheid in staat te zijn om te zeggen dat ga ik voor jullie regelen. Dan zouden we tot misschien oplossingen kunnen komen. Maar als ik zie dat bij corporatiewoningen de kosten zonder dat je nog aan warmte toekomt, dat je alleen aan de isolatie €50.000 à € 60.000 kost, zelfs als je dat in seriebouw doet, dus straten, zoals op dit moment in Laren ook gebeurt, dan zul je zien dat huizen in de duurdere categorieën en een praatje al gauw over zeg een half miljoen tot een heel miljoen en daarboven, praat je over bedragen van € 80.000, € 90.000, € 100.000. En daar komt de rijksoverheid op dit moment helemaal niet over de brug. En dan maakt, en in die fase zitten we nu. Dus ik ben hartstikke voor isoleren, ik ben hartstikke voor het anderen, ook mensen informeren over datgene wat we gaan doen. Daar gaan we dit jaar ook mee starten.
In de RES waar u ook naar vraagt, de RES wat ons betreft dus de zuid, Noord-Holland zuid is het zo dat wij in de RES in ieder geval voldoende hebben opgebracht om in de totale RES de opgave die de klimaatakkoord van ons heeft gevraagd in Nederland ook waar te maken. Wij zijn in de Gooi ‘…’ weliswaar een magere speler, magere bijdrage maar dat heeft ook te maken met de structuur van het landschap. Je kunt als je niet windmolens wil bouwen op het Goois Natuurreservaat, dan zit je vrij snel in de problemen. Dus wat dat betreft, er is voldoende ambitie om het nodige te doen maar en we doen ook het nodige maar in dit geval hebben we gezegd ja er is geen zicht op warmtebronnen. Je kunt wel makkelijk zeggen we gaan een aardnet, een wet ontwikkelen, maar ik zou niet weten waar je dat vandaan moeten halen. Als dat met geothermie kan, dan graag. Of dat met kernenergiecentrales kan op de Tafelberg daar blijf ik maar even buiten. Dat is een antwoord op uw vraag. Wat vinden andere gemeenten mijnheer Van den Berg, daar heb ik al iets van gezegd. Het is een eigen besluit waar andere gemeenten hun eigen opvattingen over hebben. Blaricum bijvoorbeeld zegt, nee we zijn, wij willen vooroplopen. Nou ja be my guest, laat ze dat vooral doen. Ik denk dat het niet makkelijk zal zijn maar goed het is hun keuze. Net zo goed als wij er nu voorstellen die andere keuze te maken.
De VVD heeft volgens mij niet een duidelijke, niet een vraag gesteld als ik me tenminste goed heb … Een vraag toch wel? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Stam: Nog geen, nee dan heb ik het goed genoteerd. En Liberaal Laren eigenlijk ook niet geloof ik maar ik ben altijd blij dat, ik ben ook gewend dat de grote partijen ook de wethouder altijd steunen dus dat verbaast me eigenlijk ook helemaal niet. En D66, ja mijnheer Grunwald, het gaat hier niet om, we gaan echt proberen om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de vraagstukken van klimaatadaptatie, daar ben ik zelf, ik vind dat wel degelijk een belangrijk onderwerp. Maar ja hoe past het in de rest, hoe zit het met isoleren, dat staat er op zichzelf buiten in de zin dat u van ons wordt gevraagd: wat vindt u van de transitievisie warmte? En ik ben een groot voorstander van isoleren. Ik ben een groot, dat probeer ik ook, dat doen we nu met de woningcorporaties eigenlijk al maar dan moet het rijkelijk over de brug komen om het mogelijk te maken om het realistisch aan de burgers kunnen vragen. Maar we gaan samen met De Hut van Mie dit jaar zeker informatieavonden ontwikkelen en zeker ook steunfractieleden betrekken bij die voorlichtingscampagne.
Nou voor de rest ook Larens Behoud wat volgens mij niet direct een vraag maar ik geef graag Klaas die helemaal vanuit Almere is afgereisd om ons te steunen graag toch even het woord als u het goed vindt mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dat vind ik zeker goed. Het woord is aan u de heer Mauritz.
De heer Mauritz: Ja dank je wel. Ik had nog een paar vragen genoteerd. De eerste, wie zijn erbij betrokken geweest, binnen, we hebben een deelregio Gooi en Vechtstreek, daar zit een orgaan dat heet het BOEG en binnen het BOEG bezitten corporaties, zit ‘…’ en zitten de gemeenten en die hebben om de drie maanden overleg en daar is een stakeholdersovereenkomst geweest waarin een aantal thema’s zijn behandeld en die zijn ook in dit stuk meegenomen. Thema’s bijvoorbeeld over tijdspad, over de rollen en dergelijke en dat is erin verwerkt. En de komende periode zullen we daar ook weer overleg meevoeren. Daarnaast zijn er ook sessies georganiseerd met de wethouders zelf van de verschillende gemeenten en is op de input daarvan ook meegenomen. En er zijn sessies georganiseerd met de ambtenaren van de verschillende gemeenten en de input daarvan is ook meegenomen. En dat is eigenlijk het resultaat is het stuk wat u voor u ziet. Hoe past het in het RES? Het is onderdeel van het RES, regio structuur warmte is daar ook een onderdeel van. En dat zal hier daarin verder opgenomen worden. De vraag: doen we dit alleen, waarom alleen? Dit doen we niet alleen, we trekken op met andere gemeenten alleen het stuk, transitievisie warmte dat eind dit jaar wordt vastgesteld, daar is elke gemeente zelf verantwoordelijk voor. Maar we trekken wel gezamenlijk op in het proces met elkaar.
Met de, ja … De voorzitter: Ja. Dank u wel. Mag ik voorstellen om, oh de heer Calis wil nog een kleine toevoeging. De heer Calis: Als dat mag voorzitter, dank u wel. Ja ik word gewoon getriggerd door de opmerking van de heer Vos, dat hij zegt, er wordt niks gedaan. Er zij ook allerlei initiatieven ook op regionaal niveau. Ik meen dat u daarover geïnformeerd bent waarin er zo’n regionale energiecoöperatie waarin verschillende aannemers samenwerken maar ook de hogeschool Utrecht bijvoorbeeld, die met drie pilots aan de gang gaan om te kijken hoe ze die kunnen verduurzamen. De een is een appartementengebouw met een vereniging van eigenaren. Het andere is een typische woning uit 1970. En de derde pilot is een typische woning uit 1990. Dus daar wordt erg hard aan gewerkt met ook weer allerlei verschillende groepen en inspraak. En ook in Laren kennen we zo’n kleine energievereniging, de Hut van Mie die kijkt naar energiescans en mogelijkheden om zowel alternatieve energie op te wekken alsook door isolatie en bouwadviezen woningeigenaren te adviseren om isolatie aan te brengen. Voor de orde van grootte kan ik het niet laten om te zeggen van in Laren hebben we zo’n 4000 à 5000 huizen, met de schatting van de heer Stam van dat die kosten tussen de € 50.000 en € 100.000 per huis praten we dus voor Laren over € 250.000.000.
Dus dat is een zeer substantiële investering voor Laren waarvan, als wij daar nu zeggen nou ik zou bij god, ik zou echt niet weten hoe we dat moeten gaan organiseren en zeker niet op nationaal niveau, dat dat een hele terechte vraag is waarvan we zeggen, nou laten we eerst maar eens goed naar kijken hoe we dat moeten gaan doen. Maar ondertussen zijn er allerlei initiatieven breed gedragen, bewustzijn, inzet, dus hoe we zo daarmee aan de gang gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Timmerman nog heel even en dan denk ik dat we af moeten sluiten. Mevrouw Timmerman: Ja, dank u wel. Ik wil toch nog iets verduidelijken naar mijnheer Vos. Hetgeen wat ik net zei over die kleine kerncentrales. Hitachi en General Electric die zijn hier momenteel aan het bouwen en dat schud ik niet zo uit mijn mouw maar het komt uit een vakblad van mede door TU Delft en de kosten zijn € 0,3 kWh goedkoper dan gas en het staat in 26 maanden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat er voldoende aanleiding is om op raadsniveau, op politiek niveau nog een keer op dit punt terug te komen. We hebben op technisch niveau vanavond het een en ander gehoord inclusief de kostprijs van kernenergie. En nu kunnen we denk ik op politiek niveau volgen de week daar opnieuw over delibereren.
Ik ben de heer Mauritz bijzonder dankbaar voor zijn assistentie vanavond en ik hoop dat hij ook wil meeluisteren bij de politieke discussie die volgende week daarover gaat plaatsvinden. Dat gezegd zijnde, dank u zeer voor dit punt.
7.2 Bestuursopdracht Groenplan Laren De voorzitter: En gaan we over tot het volgende punt van de agenda waarbij mevrouw Rena Heilema die als ik het goed heb ergens daar aan de andere tafel nog volop aan het werk was is ook misschien, om die ook uit te nodigen om te komen. En dan komen we weer terecht bij een zeer favoriet onderwerp van deze commissie te weten het bestuursopdracht Groenplan Laren waar we al uitermate constructieve discussies over gevoerd hebben en waar we vanavond opnieuw ons licht over moeten laten schijnen met het oog op de raadszitting die volgende week gaat plaatsvinden. Mag ik de wethouder uitnodigen op uw lucide wijze de essentie van het Groenplan nog een keer aan te geven en met name ook aan te geven waar nu de grote verschillen zijn met het eerdere document dat in volgend instantie geacht werd gecompleteerd te moeten worden. Mevrouw Heilema is nu in aantocht. Het woord is bij dezen aan de wethouder. De heer …: Ja mijnheer de voorzitter ja dank. Ik moet vaststellen dat we dit voor de eerste keer in de commissie behandelen. U meent dat dat al een keer in commissie is geweest, dat is niet het geval. We hebben alleen op 9 februari en informele bijeenkomst gehad waar wij erover hebben gepraat, dat is zeker waar. Maar wij hebben toen goed geluisterd en we hebben een aantal kritische geluiden opgevangen.
We hebben geprobeerd om het voorstel daarop aan te passen. Ik wil nog eens benadrukken, dat heb ik de vorige keer ook gedaan, mevrouw ‘…’ geeft mij nu rugdekking merk ik, dat vorige keer aangegeven is dat dit natuurlijk een voorstel is wat eigenlijk niks anders doet dan tegen de commissie en raad zeggen: zou u zo vriendelijk willen zijn om zijn opdracht mee te geven om tot een plan te komen? En dat plan komt uiteraard nog eens een keer terug in de discussie met de raad op een veel later tijdstip van het jaar. Wat we hebben gedaan is nog eens gewezen op de actualisering van datgene wat in de oude plannen zit. Voor degene die het interesseert, ik heb zelfs bij me het groenbeleidsplan 1998. Nou ik was net geboren moet ik eerlijk zeggen maar het is allemaal betrekkelijk oude, oude visie, iemand geïnteresseerd nog eens een keer in het groenbeleidsplan 1998. Het is een, ik denk dat het een stukje erfgoed is als ik het goed zie mijnheer Loeff. En daar komt bij dat ook de provincie laat in een brief die wij ontvangen hebben af en toe worden wij bestraffend op gesproken, ook nog eens erop heeft gewezen dat wij echt een keer moeten gaan werken aan een geactualiseerd Groenplan. Daarnaast hebben we nog eens geprobeerd het definitie van wat openbaar groen is nou eigenlijk, het openbaar gebied of is het duidelijker te definiëren.
Duidelijk gemaakt dat het niet over derden gaat maar het gaat echt over het openbaar gebied. We hebben, we zijn volop bezig met een, met de klankbordgroep het kapbeleid of het niet-kapbeleid een vorm te geven. Ik hoop dat dat voor de zomer in de raad terug kan komen en dat gaan we dan vervolgens integreren in het Groenplan. Er is door sommigen van u in die informele sessie gevraagd om, je hoeft toch geen € 25.000 uit te geven, kan dat niet met een kleiner bureau en dan kunnen we het misschien wat makkelijker doen. Nou ik laat het even aan de discussie zo dadelijk over. En wat ik ook heb aangegeven was ook vorige keer een toezegging die ik al had gedaan, dat we graag ook de klankbordgroep wellicht de klankbordgroep zich op dit moment met kapbeleid bezighoudt ook gaan betrekken bij het verder uit, in elkaar zetten van dit plan en daarbij te betrekken. Dus in die zin nogmaals, het is een plan waarvan ik of een concept, nee ik zeg het verkeerd, een bestuursopdracht waarin u gevraagd wordt om ons groen licht te geven om dat de gaan uitwerken. En we zitten wat dat betreft nog helemaal aan het begin van de ontwikkeling en ik hoop dat het stuk tegemoet komt aan een aantal kritische noten die de vorige keer door de informele groep zijn gekraakt. De voorzitter: Dank u zeer. Mag ik beginnen met de heer Van den Berg en dan gaan we langs deze zijde gaan we de tafel rond.
De heer Van den Berg heeft het woord, CDA.
De heer Van den Berg: Ja dank u wel. Eigenlijk in ieder geval drie, vier vragen. Er is inderdaad al in die bijeenkomst al veel gezegd. Kunt u op drie punten aangeven waarin het Groenplan echt substantieel anders is, of althans de bestuursopdracht zo moet ik het zeggen, ten opzichte van die eerdere versie? Daarnaast een vraag als ik het goed begrepen heb, wij besluiten dus als Laren, Blaricum doet wel mee maar volgens mij doet Eemnes niet mee als ik het goed gelezen heb. Misschien lees ik dat niet goed, dat is een vraag. En de derde vraag is, in dit stuk wordt gerept, nou bijvoorbeeld over derden maar ook over onder andere over het waterschap. En wij vroegen ons eigenlijk af in hoeverre in Laren dat van toepassing is. Maar dat kan er dus mee te maken hebben dat het misschien wat breder is geschreven en niet alleen voor Laren, dat is een derde vraag. En de vierde is eigenlijk, het dorp is in zones ingedeeld tegenwoordig woon ik zodanig dat ik kan zien hoeveel mensen zich met dat Brinkje bezighouden, de een mag de parkeerplaats doen en de ander mag niet parkeerplaats doen. Als ik dit Groenplan nu lees, in hoeverre raakt dat elkaar dan? Omdat in het Groenplan staat de kwaliteit van het openbaar groen moet bewaard worden. Dat is zeg maar een van de opdrachten.
Hoe verhoudt zich dat tot die zonering die we een paar jaar geleden volgens mij wel vastgesteld? Dat zijn eigenlijk de concrete vragen, zonder daar verder een discussie over te willen voeren. De voorzitter: De heer Vos heeft nu het woord, Groen Laren, de heer Vos. De heer Vos: Dat kan geen toeval zijn mijnheer de voorzitter. Nee maar dat is een Groenplan dat klinkt natuurlijk mij als muziek in de oren dat begrijpt u ook wel. En toch zijn er een paar dingen, ik heb toch wel verschil gezien mijnheer Van den Berg, dat kan ik u wel verzekeren. Er zijn echt wel andere dingen gekomen. Maar toch ondanks die veranderingen zijn er toch nog een paar dingetjes blijven liggen en ik ga de vragen toch maar weer zo concreet mogelijk proberen te stellen want dat helpt. Ik begrijp niet zo goed, dit deze opdracht wat nou uiteindelijk het doel is van dit Groenplan, want dat ontbreekt er. Ja er zijn wel doelstellingen van deze bestuursopdracht die levert inderdaad doelen op. Maar ik begrijp niet zo goed wat nou het doel van dat Groenplan moet worden, behalve dan en dat maakt mij een beetje wantrouwig, het enige wat ik lees is dat er een structurele besparing kan ontstaan op het groenbeheer.
En toen dacht ik oh, dat is wel gek want eerst gaat het alleen maar over de doelen van deze exercitie om die Groenplannen allemaal op te stellen en het enige doel wat ik tegenkom van het Groenplan is dan structureel besparingen, oké. Nou, dat is opmerkelijk zullen we maar even zeggen. En mijnheer Van den Berg vroeg dat al, eigendom van derden, mijn vraag is heel simpel: is dat ook van toepassing op particulieren, worden die ook daarin meegenomen? Volgens mij hebben we daar vanavond een voorbeeld van gezien. Nou in paragraaf zes en daar hebben we vorig jaar ook al in de informele setting over gehad dacht ik maar dat weet ik niet 100% zeker, het bureau wat geselecteerd gaat worden, dat begrijp ik daar is een tijd voor gereserveerd maar het ontbreekt mij aan criteria. Op basis waarvan wordt dat dan een bureau gekozen? Hij mag niet te duur zijn heb ik begrepen. Ik lees in de voetnoot dat het vooral gaat om efficiency, nou dat kan ik wel koppelen natuurlijk aan die structurele besparing maar ik ben wel heel nieuwsgierig welke criteria worden er dan aangelegd bij de keuze van dat bureau. Want dat is nogal een verschil. Sorry? De voorzitter: Gaat u door. Gaat u door. Gaat u door. De heer Vos: Had u een vraag mijnheer de Bondt want dan beantwoord ik hem graag. De voorzitter: Gaat u door mijnheer Vos met uw betoog.
De heer Vos: Dan wordt er gesproken over het inventariseren in kwartaal twee. Dat vind ik eigenlijk een beetje gek want zou het niet logisch zijn en daar komt het vraagteken, dat die inventarisatie eigenlijk de aanleiding is voor deze opdracht. Je gaat toch niet alvast beginnen en je later eens kijken wat hebben we nou eigenlijk
liggen, volgens mij is het andersom. Dan ga je toch eerst kijken wat hebben we al liggen en ga je daarna daarmee aan de slag. En bovendien lijkt me dat ook een taak die aan het begin van het hele verhaal er ligt. Dus mijn vraag is waarom pas daar en niet aanleiding voor het onderzoek, niet eerder. Dan wordt gesproken over tussenoverleg met de portefeuillehouder, dat lijkt me heel verstandig. Ik zie geen momenten en ik ben ook heel nieuwsgierig, worden wij daar ook in meegenomen als raad. Nou dan wordt er gesproken over een definitief concept dat vastgelegd wordt en dan wordt er gezegd wordt het er ook beter van. En dan staat erbij, doel, en was ik natuurlijk ook al een beetje mee begonnen, wordt het er beter van ja wat is dan ook het doel geweest van het hele verhaal. Ik ben er bijna hoor. Paragraaf 7 wordt er gesproken over een greep. Nou denk ik altijd als er een greep is dan is dat een willekeurig aantal en zijn er dan nog meer of is dat, het zou kunnen. Daar nodigt het woord beetje toe uit. En dan wordt er ook nog gesproken over de notitie Groene Vingers. Nou als die gevonden is mijnheer Faas schijnt daarnaar zoek te zijn heb ik gelezen, gevonden, nou gelukkig dan. Dus dat wordt ook meegenomen en dan tot slot … Ah kijk, nou dat is, dat stemt gelukkig. De voorzitter: Gaat u door mijnheer Vos. Gaat u door.
De heer Vos: Tot slot, bij het rapportvoorstel wordt er gezegd nou het laatste hoofdstuk is samenvatting. Waarom doet u dat niet gewoon lekker aan het begin? Dat is veel prettiger om dan een samenvatting te lezen en niet helemaal aan het einde want dan heb je eigenlijk de essentie er al een beetje uitgehaald. Maar dat is een beetje een kinderachtige vraag, daar ook even bij laten. De voorzitter: Het woord is aan Larens Behoud, de heer Loeff. De heer Loeff: Dank u voorzitter. Ja de vorige vergadering zaten we digitaal bij elkaar. Dat was uitermate onplezierig, onhandig want ja ‘t is als je in discussie wil voeren en een stuk hebt wel veel vragen over zijn dan wordt het gauw een beetje een lastige vergadering. Ik ben heel blij dat we hier weer bij elkaar zitten en het is een groene avond. We zijn begonnen met een groen landgoed, we hebben het over groene maatregelen en we hebben het nu over het hele Groenplan waar we al een bestuursopdracht voor moeten neerleggen. De vorige bestuursopdracht die riep ons nogal wat vragen op, met name over het uitgebreide selectieproces van het kiezen van een bureau en onze fractie had daar behoorlijk wat moeite mee. Niet alleen vanwege de kosten maar ook van het feit dat je dan uitkomt in tenders bij bureaus die misschien wel eens in Rotterdam gevestigd kunnen zijn.
Nou is er niks mis met Rotterdam uiteraard maar we moeten toch vooral vermijden dat er niet over een park wordt gesproken in plaats van gewoon de dorpse Brink. En wij denken dat er genoeg mensen uit Wageningen of andere opleidingen zijn die met een klein bureau dit prima kunnen doen en ook in Groenplannen kunnen duiken om daar een begrijpelijk verhaal van te maken. Ik ben heel blij dat de wethouder het plan uit 1998 heeft gevonden. Ik ben, ik hoop dat u hem door de scanner kunt halen, ik ontvang graag een kopie en ik ontvang ook graag de Groene Vingers want die heb ik ook nog steeds niet. Dus ik had het lijstje gezien en ik zou het heel fijn vinden om die, kijkt mevrouw Timmerman heeft ze uiteraard in haar dossier, dat is, dat kon ook niet anders. Dus wat dat betreft fijn dat er heel veel pakketten informatie liggen. Nou maakt dat het ook wel heel ingewikkeld want in de klankbordgroep kwam de kapnota, de kap voorstellen aan de orden en toen ik dat opzetje last toen dacht ik poeh het is veel meer en veel uitgebreider dan je allemaal denkt waar het over gaat. En dat bleek ook uit de eerste bestuursopdracht. Ik ben blij dat hij in ieder geval wat geordender is geworden. We gaan het hebben over een plan waar een aantal dingen onder hangen. Dat kapbeleid is een bijlage van een Groenplan als ik het zo bekijk.