B.3.1 BIJLAGE - Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2026
Tekst van het document
Pagina 30 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 6 Vaccinatiegraad (%) zuigelingen naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)
Cohort
DKTP
Hib
2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2018 2019 2019 2020 2020 2021 2021 2022 2022 2023 2023
94,5 95,2 95,0 95,4 95,4 95,5 95,4 94,8 94,2 93,5 92,6 92,4 92,6 93,1
95,1 95,9 95,6 96,0 96,0 96,1 95,9 95,4 94,9 94,2 93,4 93,1 93,5 93,8
Zuigelingen (2 jaar) Hep Bb Pneu BMR 17,9 18,6 19,3 19,4 19,5 19,7 51,4 94,5 93,8 93,1 92,2 92,0 92,3 93,0
94,4a 94,4 94,8 94,8 95,1 95,0 94,4 93,8 93,6 92,8 92,6 93,0 93,3
96,0 96,2 96,2 95,9 95,9 96,1 96,0 95,5 94,8 93,8 92,9 92,9 93,6 93,6
92,2 92,9 92,2 92,5 92,3 (92,7)d,* (93,3)d,* (92,7)d,* (92,6)d,* (92,7)d,* 87,3* 89,0* 87,6* 90,0* 88,8* d,* d,* d,* d,* (88,0) (89,6) (88,2) (90,0) (89,4)d,* * * * * 85,4 87,2 85,7 87,8 88,3* d,* d,* d,* d,* (86,1) (87,8) (86,3) (87,9) (88,8)d,* * * * * 87,9 88,6 87,9 87,8 88,1* d,* d,* d,* d,* (88,5) (89,2) (88,5) (87,8) (88,8)d,* * * * * 86,8 87,8 87,0 86,7 87,3* d,* d,* d,* d,* (87,4) (88,2) (87,5) (86,7) (87,9)d,*
MenC/ ACWY 95,9 96,0 96,1 95,9 95,9 96,0 95,8 95,3 94,6 93,5 92,6 92,6 93,2 93,3 92,0 (92,8)d,* 88,3* (89,4)d,* 88,0* (88,9)d,* 87,7* (88,7)d,* 86,9* (87,7)d,*
Volledigc
91,2 90,2 90,2 90,8 91,3 (91,9)d 90,1 (90,6)d,* 83,6* (84,2)d,* 83,1* (83,7)d,* 85,4* (86,0)d,* 84,5* (85,0)d,*
a
Alleen voor zuigelingen geboren op of na 1 april 2006. Percentage van het totale cohort. In 2011 is universele hepatitis B-vaccinatie ingevoerd; voorheen werden risicogroepen gevaccineerd. c Kerncijfer volledige deelname zuigelingen: alle aangeboden vaccinaties volgens RVP-schema ontvangen vóór het bereiken van de 2-jarige leeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens (cohort 2018: situatie 2 maart 2021; cohort 2019: situatie 3 maart 2022; cohort 2020: situatie 7 maart 2023; cohort 2021: situatie 5 maart 2024; cohort 2022: situatie 4 maart 2025; cohort 2023: situatie 9 maart 2026). * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 20192020 nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-1-2022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1). De cijfers voor DKTP-Hib-HepB werden voor zuigelingen geboren van augustus 2020 t/m december 2021 ook negatief beïnvloed als de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema ontbrak, en de vaccinatietoestand daardoor mogelijk te strikt werd beoordeeld. b
Pagina 31 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 7 Vaccinatiegraad (%) kleuters, schoolkinderen en adolescenten naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)
Cohort 2005 2006 2006 2007 2007 2008 2008 2009 2009 2010 2010 2011 2011 2012 2012 2013 2013 2014 2014 2015 2016 2016 2017 2017 2018 2018 2019 2019 2020 2020
Kleuters (5 jaar) D(K)TP revac basisa totaalb 92,0 2,6 94,7 92,3 2,1 94,4
Schoolkinderen (10 jaar) DTP 92,0 90,8
BMR 92,0 90,9
92,3
2,4
94,7
90,0
90,1
92,0
2,4
94,4
89,5
89,5
91,9
2,2
94,1
89,7
89,7
91,5
2,1
93,7
91,1
2,1
93,2
90,4
2,3
92,7
90,3
2,2
92,5
89,9
2,4
92,2
89,4
2,6
92,0
88,5 (89,0)e,* 86,6* (87,1)f,* 80,1* (80,6)g,* 78,4* (78,9)h,* 78,9* (79,4)i,*
2,3
90,8 (91,2)e,* 88,7* (89,1)f,* 82,0* (82,4)g,* 80,2* (80,6)h,* 81,0* (81,4)i,*
a
2,1* 1,8* 1,8* 2,0*
88,9 89,0 (91,9)d (91,9)d 86,3 86,4 (89,7)e,* (89,7)e,* 82,5* 82,7* f,* (85,0) (85,1)f,* * 78,2 78,5* g,* (81,1) (81,2)g,* * 78,2 79,0* h,* (80,6) (81,2)h,* * 78,3 79,5* i,* (79,9) (81,3)i,*
Adolescenten (14/11 of 15 jaar) HPV♀c HPV♂ 53,0 63,1 (68,0)d 47,6 (66,4)e,* 58,5* (63,6)f,*
51,8* 45,5* g,* (60,1) (54,1)g,* 57,5* 53,7* h,* (62,9) (59,3)h,* 59,4* 55,6* i,* (64,5) (60,9)i,*
Kinderen die basisimmuniteit pas bereiken op de leeftijd van 2 tot 5 jaar, en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie (= revac). b Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). c Vanaf cohort 2012 op 11 in plaats van 14 jaar vanwege verlaging vaccinatieleeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 2 maart 2021. e Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 3 maart 2022. f Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 7 maart 2023. g Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 5 maart 2024. h Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 4 maart 2025. i Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 9 maart 2026. * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 20162017 (kleuters), 2011-2012 (schoolkinderen), cohort 2007-2008 (HPV) en cohort 2006-2007 (MenACWY) nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-1-2022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1).
Pagina 32 van 81
MenACWY 84,3 (85,3)e,* 80,3* (81,3)f,* 66,1* (68,6)g,* 69,0* (70,7)h,* 70,6* (72,2)i,*
RIVM-rapport 2026-0001
Tijdige start RVP Vanaf 2020 is het vaccinatieschema veranderd (DKTP-vaccinatie op leeftijd (2), 3, 5 en 11 (12) maanden in plaats van 2, 3, 4 en 11 maanden). In 2024 werd de rotavirusvaccinatie toegevoegd en in 2025 de RSV-immunisatie. Zo begint het RVP op steeds jongere leeftijd. Voor een goede bescherming tegen RVP-ziekten is de tijdigheid van toediening belangrijk. Onder kinderen in de catch-up groep die in RSV-seizoen 2025/2026 een RSV-immunisatie kregen, was dat voor 81,2% volgens de RVP-richtlijn tussen 15 september en 15 oktober 2025, en voor 96,4% inclusief de uitloopperiode (8 september t/m 22 oktober 2025). Bij 11,7% werd de RSV-immunisatie al toegediend vóór 15 september 2025 en bij 7,1% pas na 15 oktober 2025. Van de kinderen in de primaire groep die een RSV-immunisatie kregen, was dat voor 77,7% volgens de RVP-richtlijn binnen 14 dagen na geboorte (zie Figuur 3). Figuur 3 Toedieningsmoment RSV-immunisatie voor de catch-up groep (naar uitvoerdatum) en de primaire groep (naar leeftijd), op basis van op persoon geregistreerde immunisaties (exclusief anonieme immunisaties)
(%) Tijdigheid RSV-immunisatie (%) RSV-immunisatie Toedieningsmoment
100 100 90 90 80
<15 september
Alleen gebruiken voor legenda!!
80 70 70 60 60 50 50
<14 dagen na geboorte
15 september t/m 15 oktober
40 40 30 30 20 20 ≥14 dagen na geboorte
10 10 0
>15 oktober catch-up (uitvoerdatum) (uitvoerdatum) primair (leeftijd) (leeftijd) primair catch-up RSV-immunisatie Doelgroep RSV-immunisatie Doelgroep Gewenste uitvoerdatum of leeftijd volgens richtlijn
Eerder of later
Onder kinderen geboren in 2024 die werden gevaccineerd tegen rotavirus, kreeg 97,5% de eerste dosis volgens de RVP-richtlijn binnen de leeftijd van 12 weken. Onder kinderen die ook een tweede dosis kregen, was dit voor 92,7% volgens de RVP-richtlijn voor de leeftijd van 16 weken. Figuur 4 laat voor de eerste DKTP-vaccinatie voor kinderen die vanaf 2020 zijn geboren duidelijk een vaccinatiepiek zien rond de leeftijd van
Pagina 33 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
twee en drie maanden, waarbij in de cohorten 2020-2024 steeds meer kinderen rond de leeftijd van drie maanden zijn gevaccineerd. Figuur 4 Cumulatief percentage gevaccineerde kinderen naar leeftijd bij de eerste DKTP-vaccinatie (cohort 2019-2024), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100%
cumulatief percentage
80% 2024 2023 2022
60%
2021 2020 2019 40%
20%
0% 25
30
35
40
45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 105 110 115 120 leeftijd eerste DKTP-vaccinatie (in dagen)
Inhaalvaccinaties De cijfers in dit rapport zijn altijd een momentopname: het is mogelijk om een vaccinatie op een later moment in te halen. Dit is positief maar veelal is tijdige vaccinatie belangrijk om beschermd te zijn tegen ernstige infectieziekten. Figuur 5 laat duidelijk zien dat de HPVvaccinatie regelmatig wordt ingehaald. In het rapport van vorig jaar was de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens voor meisjes die in 2013 zijn geboren (uitgenodigd in 2023) ten minste 62,9% en voor jongens 59,3%. Inmiddels is de vaccinatiegraad toegenomen naar ten minste 64,5% voor meisjes en 60,7% voor jongens. De verwachting is dat ook de vaccinatiegraad voor meisjes en jongens die geboren zijn in 2014 (uitgenodigd in 2024) nog verder zal toenemen. Maternale vaccinaties Tabel 8 geeft de landelijke vaccinatiegraad weer voor maternale DKTvaccinatie vanaf cohort 2020 en maternale griepvaccinatie vanaf griepseizoen 2023/2024. De deelname aan de maternale DKT-vaccinatie onder vrouwen met een kind dat is geboren in de periode van januari tot en met december 2025 wordt op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties geschat op ten minste 65% (zie Bijlage 1 voor de methode).
Voor de JGZ bestaat de doelgroep voor de maternale griepvaccinatie uit vrouwen die tijdens het griepseizoen 2025/2026 (oktober 2025 tot maart 2026) 22 weken of langer zwanger waren en geen medische indicatie hadden voor griepvaccinatie. Dit betreft dus niet alle zwangeren. Op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) schatten we de deelname aan de Pagina 34 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
maternale griepvaccinatie op ten minste 20% (zie Bijlage 1 voor de methode). De geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie komt inclusief anonieme vaccinaties uit op 22%. Deze beide schattingen zijn exclusief vaccinaties die de huisarts in principe toedient aan zwangeren met een medische indicatie, en exclusief eventuele vaccinaties via de werkgever. Naar schatting heeft ongeveer 10% van de zwangeren een medische indicatie [8]. Daarom is de deelname aan de maternale griepvaccinatie een onderschatting. Iets minder dan de helft (47%) van de vrouwen die tussen oktober 2025 en maart 2026 een maternale vaccinatie via de JGZ haalden, koos alleen voor de maternale DKT-vaccinatie. 52% koos ervoor om beide maternale vaccinaties te halen. Slechts een heel klein deel (<1%) haalde alleen de maternale griepvaccinatie. Figuur 5 HPV-vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens (situatie maart 2026), uitgesplitst naar geboortecohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) 100 zonder leeftijdsgrens
op 11-jarige leeftijd 90
Vaccinatiegraad (%)
80 70
59,4
57,5 50
60,9
60,7
57,7
60
64,5
64,5
64,0
55,6
53,7
51,8 45,5
40 30 20 10 0 2012
2012
2013
2013
2014
2014
Geboortecohort
Oudere geboortecohorten (links in de grafiek) hebben meer tijd gehad om een HPVvaccinatie in te halen dan het jongste geboortecohort 2014 (rechts in de grafiek). De cijfers zonder leeftijdsgrens voor cohort 2012/2013 wijken af van Tabel 7/Bijlage 4, omdat ze op een ander moment in de tijd zijn bepaald. Het betreft namelijk een recentere update (maart 2026).
Pagina 35 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 8 Schatting vaccinatiegraad (%) maternale vaccinaties (per cohort of griepseizoen) op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties, voor MGV ook inclusief anonieme vaccinaties)
DKT Cohorta % 2020 2021 2022 2023 2024 2025
70 66c 64* 64* 67* 65*
Maternale vaccinaties MGV Griepseizoenb % % incl. anonieme vaccinaties
2023/2024 2024/2025 2025/2026
15* 18* 20*
16 20 22
Betekenis afkortingen: DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie. a 2025: vrouwen met kind dat in januari–december 2025 is geboren, 2024: vrouwen met kind dat in januari–december 2024 is geboren, 2023: vrouwen met kind dat in januari– december 2023 is geboren, 2022: vrouwen met kind dat in januari–december 2022 is geboren, 2021: vrouwen met kind dat in januari–december 2021 is geboren, 2020: vrouwen met kind dat in april–december 2020 is geboren. b Voor maternale griepvaccinatie (MGV) wordt het aantal zwangeren dat in aanmerking kwam geschat op 40/52 deel van de noemer voor maternale DKT-vaccinatie. c Vanwege administratieve issues waren nog niet alle maternale DKT-vaccinaties in Præventis geregistreerd. In verslagjaar 2023 is de deelname opnieuw geschat op 71%. * Gele arcering: het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad) (zie paragraaf 3.2.1).
3.3.2
Vaccinatiegraad op regionaal niveau De vaccinatiegraad op GGD-regioniveau, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties), staat weergegeven in Bijlage 5 (met leeftijdsgrens) en Bijlage 6 (zonder leeftijdsgrens). Het volledige overzicht van alle vaccinatiepercentages (met en zonder leeftijdsgrens) per gemeente is te raadplegen via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2026-0001.xlsx. In dit verslagjaar geven deze bijlagen ook weer welk deel van de RSVimmunisaties en rotavirusvaccinaties op het juiste toedieningsmoment volgens de RVP-richtlijn is gegeven. Hierin zijn aanzienlijke regionale verschillen. Voor een aantal vaccinaties staat de geografische spreiding van gemeenten met een lagere vaccinatiegraad – op basis van de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens – weergegeven in de Figuren 6-10. De meeste van deze gemeenten concentreren zich in de zone die ook wel de ‘Bible belt’ heet en rond de grote steden. De Bible belt is een gebied waar van oudsher veel mensen wonen die zich om godsdienstige redenen niet laten vaccineren. Daar is de kans op uitbraken van infectieziekten dan ook groter. De geografische kaarten uit de Figuren 6-10 en die van de overige vaccinaties worden ook weergegeven via VZinfo: https://www.vzinfo.nl/vaccinaties/regionaal.
Als in deze geografische kaarten een gemeente wordt geselecteerd (door erop te klikken), komt er een tabel tevoorschijn met de vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens van de afgelopen jaren in de desbetreffende gemeente (herberekend naar de meest recente gemeentelijke indeling).
Pagina 36 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Deze regionale cijfers over de tijd zijn ook beschikbaar in de vorm van open data op CBS StatLine: https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50151NED/table. Let op: verschillen tussen regio’s of gemeenten en tussen jaren worden niet alleen veroorzaakt door daadwerkelijke verschillen in deelname, maar ook door de mate waarin op regionaal niveau informed consent wordt geregistreerd (afhankelijk van de bereidheid van gevaccineerden en/of de ouder(s) om toestemming te geven en de inspanning van de JGZ om toestemming te verkrijgen). Daarnaast werden regionale verschillen in de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiegraad bij zuigelingen tijdelijk (verslagjaren 2023-2024) beïnvloed door de mate waarin de DKTPschema-indicatie op regionaal niveau werd doorgegeven. Tot slot is de vaccinatiegraad in gemeenten met weinig inwoners gevoeliger voor schommelingen dan de landelijke vaccinatiegraad. Voor de geografische kaarten geldt dat vanaf verslagjaar 2022 – anders dan in eerdere verslagjaren – de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) wordt getoond. In de open data zijn voor verslagjaren 2022-2026 de cijfers zowel met leeftijdsgrens als zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) beschikbaar.
Figuur 6 Immunisatiegraad per gemeente voor RSV voor zuigelingen (RSVseizoen 2025/2026) en vaccinatiegraad voor rotavirus voor zuigelingen (cohort 2024) op basis van op persoon geregistreerde immunisaties/vaccinaties (exclusief anonieme immunisaties/vaccinaties)
Pagina 37 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur 7 Vaccinatiegraad per gemeente voor D(K)TP voor zuigelingen (cohort 2023), kleuters (cohort 2020) en schoolkinderen (cohort 2015), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)
DKTP voldoende beschermd = gerevaccineerd of komt niet in aanmerking voor revaccinatie. Pagina 38 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur 8 Vaccinatiegraad per gemeente voor BMR voor zuigelingen (cohort 2023) en schoolkinderen (cohort 2015), en volledige (niet-)deelname voor zuigelingen (cohort 2023), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)
Pagina 39 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur 9 Vaccinatiegraad per gemeente voor HPV voor jongens en meisjes (cohort 2014) en MenACWY (cohort 2010) voor adolescenten, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)
Pagina 40 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur 10 Geschatte deelname aan de maternale DKT-vaccinatie (vrouwen met een kind dat geboren is in de periode januari-december 2025, exclusief anonieme vaccinaties) per gemeente en de maternale griepvaccinatie (zwangeren die in aanmerking kwamen voor griepvaccinatie in het griepseizoen 2025/2026, inclusief anonieme vaccinaties) per GGD-regio
3.3.3
Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden Tabel 9 presenteert de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Voor Curaçao en Sint Maarten was het wegens omstandigheden niet mogelijk om tijdig gegevens aan te leveren. Over het algemeen is de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden hoog. Door verschil in doelgroepen en vaccinatieschema’s zijn gegevens over de vaccinatiegraad echter niet altijd goed vergelijkbaar. De methode om de vaccinatiegraad te bepalen zoals die in dit hoofdstuk is gebruikt, geeft voor schoolgaande kinderen in dit gebied vaak een onderschatting. Dit komt doordat vaccinaties meestal per schooljaar worden aangeboden, ongeacht het geboortejaar van een kind. De leeftijdsgrenzen van 5, 10 en 15 jaar worden in dat geval niet altijd gehaald.
Pagina 41 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 9 Vaccinatiegraada,b Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden
Zuigelingen (2 jaar)
Aantal in cohort 2023 Aantal DKT(P)-Hib(Hep B) % DKT(P)-Hib-(Hep B) Aantal Hep B % Hep B Aantal Polio % Polio Aantal Pneu % Pneu Aantal BMR(W)1 % BMR(W)1 Aantal BMR(W)2 % BMR(W)2 Aantal MenACWY % MenACWY Kleuters (5 jaar)
Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Sabai Eustatius Maarten 902 252 * 20 32 * c 830 227 * 20 21 * 92,0% c 855 94,8% n.a. n.a. c 835 92,6% c 849 94,1% c 811 89,9% n.a. n.a.
90,1% n.a. n.a. n.a. n.a. 227 90,1% 228 90,5% 197 78,2% 228 90,5%
* n.a. n.a. * * * * * * * * n.a. n.a.
Aruba Bonaire Curaçao Aantal in cohort 2020 1.127 307 * c Aantal D(K)T(P) 911 188 * % D(K)T(P) 80,8% 61,2% * c Aantal BMR(W)2 902 n.a. n.a. % BMR(W)2 80,0% n.a. n.a. Schoolkinderen (10 jaar) Aruba Bonaire Curaçao d Aantal in cohort 2015 1.450 n.a. * Aantal D(K)T(P) 1.243 n.a. * g % D(K)T(P) 85,7% n.a. * Aantal BMR2 1.371 n.a. n.a. e % BMR2 94,6% n.a. n.a. Adolescente meisjes (10 jaar) Aruba Bonaire Curaçao f Aantal in cohort 2015 682 131 n.a. Aantal HPV 494 33 n.a. % HPV 72,4% h 25,2% n.a. Adolescente jongens (10 jaar)
Aantal in cohort 2015 Aantal HPV % HPV
Pagina 42 van 81
Aruba Bonaire Curaçao n.a. 133 n.a. n.a. 17 n.a. n.a. h 12,8% n.a.
100% n.a. n.a. n.a. n.a. 20 100% 20 100% n.a. n.a. 20 100%
65,6% n.a. n.a. n.a. n.a. 21 65,6% 21 65,6% n.a. n.a. 20 62,5%
* * * n.a. n.a. * * * * n.a. n.a. n.a. n.a.
Sint Sint Saba Eustatius Maarten 14 54 * 14 21 * 100% 38,9% * 14 22 * 100% 40,7% * Sint Sint Saba Eustatius Maarten 23 35 * 23 19 * 100% 54,3% * 23 n.a. n.a. 100% n.a. n.a. Sint Sint Saba Eustatius Maarten <10 21 * <10 13 * 77,8% 61,9% * Sint Sint Saba Eustatius Maarten 14 13 * 14 3 * 100% 23,1% *
RIVM-rapport 2026-0001
Adolescenten (15 jaar)
Aantal in cohort 2010 Aantal MenACWY % MenACWY
Aruba Bonaire Curaçao n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
Sint Sint Saba Eustatius Maarten 20 50 n.a. 18 2 n.a. 90,0% 4,0% n.a.
* Niet tijdig aangeleverd/wegens omstandigheden niet mogelijk om aan te leveren. a De registratiesystemen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (met uitzondering van Aruba) zijn niet aangesloten op de bevolkingsadministratie. Immigratie en emigratie zijn daardoor niet zo zorgvuldig bij te houden als in Europees Nederland. De cijfers in deze tabel geven de best mogelijke benadering. b Vaccinatietoestand op 2-jarige leeftijd: DKTP/BMR(W)/MenACWY = basisimmuun, Hib/Hep B/Pneu = volledig afgesloten; op 5-jarige leeftijd: D(K)TP = gerevaccineerd, BMR = volledig afgesloten; op 10-jarige leeftijd: DTP/ BMR/HPV = volledig afgesloten; op 15-jarige leeftijd: MenACWY volledig afgesloten. c Op Aruba gaat het om kinderen geboren in 2023, respectievelijk 2020, die vóór of op 31 december 2025 alle vaccinaties voor hun leeftijd hebben gekregen. Voor kinderen geboren vanaf 2023 is de leeftijd voor BMR2 vervroegd van 4 jaar naar 15 maanden. d Op Aruba wordt DKTP gegeven in groep 7 van het regulier onderwijs, ongeacht leeftijd, en op de leeftijd van 10 jaar in het speciaal onderwijs. Deze cijfers betreffen het schooljaar 2024-2025 in plaats van cohort 2015 op 10-jarige leeftijd. e Op Aruba is vanaf cohort 2008 de leeftijd voor BMR2 vervroegd naar 4 jaar, waardoor het percentage gevaccineerde kinderen voor BMR2 hoger is dan dat van DKTP op deze leeftijd.
f Op Aruba wordt HPV-vaccinatie aangeboden aan meisjes in groep 8, ongeacht leeftijd. Deze cijfers betreffen het schooljaar 2024-2025 in plaats van cohort 2015 op 10-jarige leeftijd. g Op Bonaire is de DTP bij 9 jaar per 1 januari 2025 verschoven naar 14 jaar. h Op Bonaire is de opkomst voor HPV-1 veel hoger dan voor HPV-2 (HPV-1 meisjes 63/131= 48,1% en HPV-1 jongens 48/133=36,1%) Dit komt omdat de eerste dosis op school wordt gegeven en de tweede dosis op afspraak op het consultatiebureau, waar een deel niet komt. i Voor Saba is de immunisatiegraad tegen RSV voor seizoen 2025/2026 68,8%. De vaccinatiegraad tegen rotavirus is 86,7% (cohort 2024).
3.4
Duiding cijfers vaccinatiegraad De duiding van de vaccinatiegraadcijfers is complex, omdat deze sinds 2022 beïnvloed worden door het informed consent. Doordat anonieme vaccinaties niet in de berekening van de vaccinatiegraad kunnen worden meegenomen, is de vaccinatiegraad een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten worden gezien als een ondergrens. Daarnaast is het aandeel anonieme vaccinaties niet elk jaar hetzelfde. Bij het vergelijken van de vaccinatiegraad tussen verslagjaren, moet rekening worden gehouden met een wisselende mate van effect van het informed consent. Zo kan het zijn dat de geregistreerde vaccinatiegraad (exclusief anonieme vaccinaties) toeneemt, terwijl de werkelijke vaccinatiegraad gelijk blijft af zelfs afneemt. In dit hoofdstuk wordt zo goed mogelijk ingeschat wat de werkelijke vaccinatiegraad is op landelijk niveau en worden de cijfers vergeleken met vorig verslagjaar. Dat gebeurt op basis van de geregistreerde vaccinatiegraad, rekening houdend met het aandeel anonieme vaccinaties. Omdat er in dit verslagjaar voor het eerst over de RSVimmunisatie en rotavirusvaccinatie wordt gerapporteerd, is een vergelijking met het voorgaande jaar hierbij nog niet mogelijk.
3.4.1
Geregistreerde vaccinatiegraad (exclusief anonieme vaccinaties) Op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties ligt de landelijke vaccinatiegraad op 2-jarige leeftijd voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinaties en de Pneu-, BMR- en MenACWY-vaccinaties ongeveer 1 procentpunt lager dan vorig verslagjaar. De DKTP-vaccinatiegraad op 5-jarige leeftijd ligt Pagina 43 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
bijna een procentpunt hoger. Op 10-jarige leeftijd is de DTPvaccinatiegraad nagenoeg gelijk gebleven, en de BMR-vaccinatiegraad is een half procentpunt hoger. De HPV-vaccinatiegraad ligt op 11-jarige leeftijd voor zowel jongens als meisjes ongeveer 2 procentpunt hoger. Bij de MenACWY-vaccinatie ligt de vaccinatiegraad op 15-jarige leeftijd ongeveer anderhalf procentpunt hoger. De deelname aan de maternale vaccinaties ligt voor de maternale kinkhoestvaccinatie 2 procentpunt lager en voor de maternale griepvaccinatie 2 procentpunt hoger. 3.4.2
Werkelijke vaccinatiegraad (schatting) Bij het inschatten van de werkelijke vaccinatiegraad houden we rekening met de vaccinsoort, leeftijd en het moment dat de geboortecohorten in aanmerking kwamen voor vaccinatie: • Zuigelingen geboren in 2023 bereikten de adviesleeftijd van 14 maanden voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties vanaf maart 2024 en de adviesleeftijd van 11 maanden voor de DKTP-HibHepB- en Pneu-vaccinaties vanaf december 2023. • Kleuters geboren in 2020 bereikten de adviesleeftijd van 3 jaar en 9 maanden voor de DKTP-vaccinatie vanaf oktober 2023. • Schoolkinderen geboren in 2015 (DTP- en BMR-vaccinatie) en adolescenten geboren in 2014 (HPV-vaccinatie) en 2010 (MenACWY-vaccinatie) kregen de vaccinaties vanaf januari 2024 aangeboden. De cijfers in dit rapport worden dus grotendeels beïnvloed door het aandeel anonieme vaccinaties in 2024 (zie Tabel 4: Totaal 2024, huidige situatie). In het voorgaande verslagjaar werden de cijfers grotendeels beïnvloed door het aandeel anonieme vaccinaties in 2023 (zie Tabel 4: Totaal 2023, situatie maart 2025). Het is belangrijk om te beseffen dat 3% van alle vaccinaties niet gelijkstaat aan 3% van alle kinderen uit een bepaald geboortecohort. Dit percentage kan ook niet zomaar worden opgeteld bij de geregistreerde vaccinatiegraad, omdat het ook kan gaan om inhaalvaccinaties van kinderen uit verschillende andere geboortejaren.
Per vaccinsoort is bekend wat het aandeel anonieme vaccinaties is, maar niet om welke dosis, geboortejaar of geslacht het precies gaat. Omdat wij hier geen inzicht in hebben, doen we de aanname dat de kans op een anonieme vaccinatie gelijk is verdeeld over de verschillende doses, geslachten en geboortecohorten (zie tekstbox ‘Aannames bij schatten werkelijke vaccinatiegraad’). Rekening houdend met het aandeel anonieme vaccinaties, lijkt het aannemelijk dat de werkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen (DKTP-HibHepB-, Pneu-, BMR- en MenACWY-vaccinatie) licht is gedaald ten opzichte van verslagjaar 2025. Vanwege een lager aandeel anonieme vaccinaties is de geregistreerde DKTP-vaccinatiegraad bij de kleuters iets gestegen, maar de werkelijke vaccinatiegraad lijkt licht gedaald. Bij schoolkinderen lijkt de DTP- en BMR-vaccinatiegraad ongeveer gelijk gebleven. Onder adolescenten lijkt zowel de MenACWY-vaccinatiegraad als de HPVvaccinatiegraad licht gestegen. Tot slot lijkt de werkelijke deelname aan de maternale DKT-vaccinatie iets gedaald. De deelname aan de maternale griepvaccinatie lijkt iets hoger dan vorig jaar. Pagina 44 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Aannames bij schatten werkelijke vaccinatiegraad Bij het opstellen van deze duiding zijn aannames gedaan. Hierdoor is het lastig om harde conclusies te trekken. Het gaat om de volgende aannames: • Het percentage anonieme vaccinaties in 2024 (situatie maart 2026, zie Tabel 4) is als uitgangpunt genomen, omdat het grootste deel van de vaccinaties voor de in dit rapport besproken geboortecohorten in 2024 is toegediend. Voor het deel van de kinderen dat al in 2023 in aanmerking kwam voor de DKTP-HibHepB- en Pneu-vaccinaties voor zuigelingen en de DKTPvaccinatie voor kleuters, is rekening gehouden met het percentage anonieme vaccinaties in 2023 (situatie maart 2026). • De anonieme vaccinaties in 2024 zijn vooral van kinderen uit de geboortecohorten die in dit rapport worden besproken. Er zijn bijna geen inhaalvaccinaties van kinderen uit andere geboortejaren. • De kans op anonieme vaccinaties is gelijk verdeeld over de verschillende doses van een vaccinatieserie. Voor de DKTP-HibHepB-, Pneu-, HPV-, BMR- en MenACWY-vaccinaties geldt dat deze meerdere keren zijn gegeven. Deze aanname geldt vooral voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties voor zuigelingen en de HPV-vaccinatie voor adolescenten.
De aanname geldt in wat mindere mate voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties voor zuigelingen en schoolkinderen (BMR) of adolescenten (MenACWY), omdat daarbij ook rekening is gehouden met het percentage anonieme vaccinaties bij vergelijkbare leeftijdsgroepen. • De kans op anonieme vaccinatie is gelijk verdeeld over de verschillende geboortejaren en het geslacht. Met name voor de HPV-vaccinatie geldt dat er jongeren van veel verschillende leeftijden zijn gevaccineerd in 2024, en dat het percentage anonieme vaccinaties niet gelijk hoeft te zijn voor elke leeftijd en voor jongens en meisjes. 3.5
Vaccinatiegraad: aanvullende cijfers
3.5.1
BMR-vaccinatie rond leeftijd 3 jaar Vanaf 2025 (kinderen geboren in 2022) wordt de BMR-vaccinatie aangeboden rond de leeftijd van 3 jaar in plaats van 9 jaar. Voor deze vaccinatie geldt dat de vaccinatiegraad wordt vastgesteld op de leeftijd van 4 jaar. Omdat nog niet alle kinderen geboren in 2022 deze leeftijd hebben bereikt, is de vaccinatiegraad nu nog niet te bepalen. De geregistreerde deelname (exclusief anonieme vaccinaties) voor de BMRvaccinatie ligt tot nu toe op 77,9%.
3.5.2
BMR-inhaalcampagne Kinderen die tussen 2016 en 2021 zijn geboren, krijgen in 2025-2027 de BMR-vaccinatie aangeboden via een inhaalcampagne. In 2025 kwamen de kinderen geboren in 2016 en 2017 als eersten aan de beurt. De voorlopige geregistreerde deelname aan deze BMR-inhaalcampagne is 73,9% voor kinderen geboren in 2016 en 71,1% voor kinderen geboren in 2017.
Pagina 45 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
3.6
Conclusies
3.6.1
RSV-immunisatie en rotavirusvaccinatie Tijdens het eerste RSV-seizoen waarin de RSV-immunisatie werd aangeboden (2025/2026), is ongeveer driekwart van alle zuigelingen geïmmuniseerd. Binnen de catch-up groep was de immunisatiegraad iets hoger dan binnen de primaire groep. Voor 8 van de 10 kinderen geldt dat zij de RSV-immunisatie volgens de RVP-richtlijn op het juiste toedieningsmoment kregen. Dit geldt binnen de catch-up groep voor ruim 9 op de 10 kinderen als ook de uitloopperiode meegenomen wordt (8 september t/m 22 oktober 2025). Het is voor de catch-up groep belangrijk zoveel mogelijk te streven naar het toedienen van de immunisatie tussen 15 september en 15 oktober. Bij een te vroege toediening zijn kinderen mogelijk aan het eind van het RSV-seizoen niet meer voldoende beschermd. Tegelijkertijd is het belangrijk om de immunisatie niet te laat te geven, om kinderen op tijd te beschermen. Voor de primaire groep is het belangrijk dat kinderen de immunisatie zo kort mogelijk na geboorte krijgen. Gezien de regionale verschillen lijkt hierin nog verbetering mogelijk. Voor de rotavirusvaccinatie was de vaccinatiegraad in het eerste geboortecohort dat de vaccinatie aangeboden kreeg net een fractie lager dan de RSV-immunisatiegraad.
Vergeleken met de RSV-immunisatie, kregen iets meer kinderen de rotavirusvaccinatie op het juiste toedieningsmoment volgens de RVP-richtlijn (ruim 9 van de 10 kinderen). Hiermee blijft de deelname voor zowel de RSV-immunisatie als de rotavirusvaccinatie wat achter vergeleken met de deelname aan andere zuigelingenvaccinaties. Dit kan mogelijk komen doordat ze nog maar kort geleden aan het RVP zijn toegevoegd, en op jongere leeftijd worden aangeboden.
3.6.2
Ontwikkeling vaccinatiegraad De HPV-vaccinatiegraad lijkt verder toegenomen, voor zowel jongens als meisjes. Ook de vaccinatiegraad voor de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten en de maternale griepvaccinatie lijkt iets verbeterd. Al is de vaccinatiegraad voor de maternale griepvaccinatie nog steeds erg laag vergeleken bij andere RVP-vaccinaties. De vaccinatiegraad voor de maternale DKT-vaccinatie lijkt wat lager dan vorig jaar. Het lijkt erop dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen (DKTP-Hib-HepB-, Pneu-, BMR- en MenACWY-vaccinatie) en kleuters (DKTP-vaccinatie) opnieuw iets is afgenomen ten opzichte van het jaar ervoor. De vaccinatiegraad voor schoolkinderen (DTP- en BMR-vaccinatie) lijkt nagenoeg gelijk gebleven. De veranderingen in de vaccinatiegraad zijn zo goed als mogelijk ingeschat. Hierbij is rekening gehouden met anonieme vaccinaties (paragraaf 3.4). Het betreft uitspraken over de landelijke vaccinatiegraad, die niet per se op regionaal niveau hoeven te gelden. Het aandeel anonieme vaccinaties in 2025 is weer iets verder gedaald ten opzichte van 2024. Bij de interpretatie van verschillen tussen regio’s of gemeenten en verschillen tussen jaren binnen dezelfde regio of gemeente is het Pagina 46 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
belangrijk om voorzichtig te zijn. Dat geldt zeker wanneer het aandeel anonieme vaccinaties over tijd verandert en nog aanzienlijk tussen JGZorganisaties verschilt. Een verandering of verschil in de geregistreerde vaccinatiegraad betekent niet per se een daadwerkelijke verandering of verschil in de vaccinatiegraad. 3.6.3
Doelstellingen WHO Vanwege het informed consent, is het moeilijker vast te stellen of de internationale doelstelling om te komen tot een nationale vaccinatiegraad van minimaal 90% voor alle individuele vaccinaties wordt gehaald. Maar voor de meeste vaccinaties is het zeer waarschijnlijk dat de vaccinatiegraad nu onder de grens van 90% ligt. Voor de BMR-vaccinatie is zeer duidelijk dat de WHO-norm van 95% [9], nodig voor de eliminatie van mazelen, zeker niet wordt gehaald (Figuur 11). Dit geldt ook voor het streefpercentage van de WHO voor de HPVvaccinatie (90% op 15-jarige leeftijd in 2030), om baarmoederhalskanker te elimineren [10]. Voor Nederland als geheel stelt de WHO dat voor rodehond en mazelen sprake is van ‘interrupted endemic transmission’ en een ‘low risk’ voor polio met ‘no wild or vaccine-derived poliovirus circulation’. Figuur 11 Ontwikkeling BMR-vaccinatiegraad over de tijd
Vaccinatiegraad (%)
100
90
80
70
Verslagjaar BMR basisimmuun op leeftijd 2 jaar BMR volledig afgesloten op leeftijd 10 jaar Internationale streefwaarde BMR-vaccinatiegraad (95%) Internationale streefwaarde vaccinatiegraad algemeen (90%) Stippellijnen: exclusief anonieme vaccinaties (onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad)
3.6.4
Tot slot In 2025 was het aantal gevallen van mazelen hoog. Er was geen sprake van een landelijke uitbraak. Wel waren er clusters rond een aantal basisscholen met een lage vaccinatiegraad. Detervax-onderzoek liet zien dat er mogelijk een aanhoudend negatief effect is van de COVID-19-pandemie op vaccinatiebeslissingen van ouders. Overigens blijkt uit SocioVax-onderzoek dat verreweg de meeste ouders vaccineren nog steeds belangrijk vinden voor de bescherming van hun kind. Pagina 47 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bij zuigelingen en kleuters zien we dat de vaccinatiegraad nog niet verbetert. Hoewel de deelname aan de RSV-immunisatie en rotavirusvaccinatie nog wat achterblijft vergeleken met de deelname aan andere RVP-vaccinaties, worden ze grotendeels wel op het juiste moment volgens de RVP-richtlijn gegeven. Positief is ook de verbetering van de vaccinatiegraad bij adolescenten en de verdere daling van het aandeel anonieme vaccinaties. Het blijft belangrijk in te zetten op het op peil houden en verhogen van de vaccinatiegraad. De JGZ, het ministerie van VWS en het RIVM werken samen om de vaccinatiegraad te verhogen in wijken en bij groepen waarin relatief weinig mensen zich laten vaccineren.
Pagina 48 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Verantwoording
Dit rapport kwam mede tot stand door bijdragen van: • Henrieke Schimmel, Marjon Hartwigsen (kengetallen RVP); • Manon Haverkate, Susan Hahné (Detervax: vaccinatiegraad naar sociaal-demografische kenmerken); • Sarah van Hameren, Marijn Stok, Mart van Dijk, Masha Zee en Mart Stein (SocioVax); • Liedeke Verburg, Nancy Reedijk, Claire Lovell, Marleen op den Kelder, Hannah Hoffenkamp (wijkgerichte aanpak) • Eva van der Want en Rianne van Gageldonk-Lafeber (maternale griepvaccinatie); • Mayara Wijsman, Tedisha Gordon, Joey van Slobbe, Jan Hubert (vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden).
Pagina 49 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Pagina 50 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Literatuur
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
van Roon AM, Lanooij SJ, de Melker HE. The National Immunisation Programme in the Netherlands – Surveillance and developments in 2024-2025. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2025 (RIVM Rapport 2025–0092). Pijpers J, van Roon A, Schipper M, Stok M, van den Hof S, van Gaalen R, et al. The decrease in childhood vaccination coverage and its sociodemographic determinants, the Netherlands, birth cohorts 2008 to 2020. Euro Surveill. 2025;30(39). Pijpers J, van Roon A, van den Hof S, van Gaalen R, de Melker H, Hahne S. Large differences in MMR and DTaP-IPV vaccination coverage among primary schools by denomination, the Netherlands, 2024. Vaccine. 2026;72:128137. Pijpers J, Haverkate M, van Gaalen R, Hahné S, de Melker H, van den Hof S. Assessing the impact of the COVID-19 pandemic on routine childhood vaccination uptake in the Netherlands. medRxiv. 2026:2026.02.19.26346601. Bussink-Voorend D, Hautvast JLA, Vandeberg L, Visser O, Hulscher M. A systematic literature review to clarify the concept of vaccine hesitancy. Nat Hum Behav. 2022;6(12):1634–48. CJG Den Haag/GGD Haaglanden; Volksgezondheid/Jeugdgezondheidszorg gemeente Utrecht; GGD Rotterdam-Rijnmond/CJG Rijnmond; GGD Amsterdam. Tussentijdse rapportage Wijkgerichte en fijnmazige aanpak Rijksvaccinatieprogramma.
Den Haag-Utrecht-RotterdamAmsterdam: CJG Den Haag/GGD Haaglanden; Volksgezondheid/Jeugdgezondheidszorg gemeente Utrecht; GGD Rotterdam-Rijnmond/CJG Rijnmond; GGD Amsterdam; 2026. van Lier A, Oomen P, de Hoogh P, Drijfhout I, Elsinghorst B, Kemmeren J, et al. Præventis, the immunisation register of the Netherlands: a tool to evaluate the National Immunisation Programme. Euro Surveill. 2012;17(17). Heins M, Korevaar J, Knottnerus B, Hooiveld M. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) 2021. Utrecht: Nivel; 2022 (https://www.nivel.nl/nl/publicatie/monitor– vaccinatiegraad–nationaal–programma–grieppreventie–npg– 2021). World Health Organization. Global measles and rubella strategic plan: 2012-2020. World Health Organization; 2012 [7 mei 2013]; Available from: http://www.who.int/immunization/newsroom/Measles_Rubella_Str ategicPlan_2012_2020.pdf. World Health Organization (WHO). Global strategy to accelerate the elimination of cervical cancer as a public health problem. Geneva: World Health Organization; 2020 [11-04-2022]; Available from: https://apps.who.int/iris/rest/bitstreams/1315304/retrieve. Jukic AM, Baird DD, Weinberg CR, McConnaughey DR, Wilcox AJ. Length of human pregnancy and contributors to its natural variation. Hum Reprod. 2013;28(10):2848–55.
Pagina 51 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
12.
13.
Neppelenbroek SE, de Vries M, de Greeff S, Timen A. Meningokokken C-campagne: 'da's goed gedaan?'. Evaluatie van een grootschalige vaccinatiecampagne in 2002. TSG. 2004(1):34– 41. van Lier EA, Oomen PJ, Oostenbrug MWM, Zwakhals SLN, Drijfhout IH, de Hoogh PAAM, et al. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland; verslagjaar 2006-2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2008 (RIVM Rapport 210021007).
Pagina 52 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties
Aangezien er voor het RVP geen actuele cijfers2 toegankelijk zijn over hoeveel vrouwen zwanger zijn en in aanmerking komen voor de vaccinatie, wordt gebruikgemaakt van het aantal geboren kinderen om te schatten hoeveel zwangeren er in Nederland in een bepaalde periode waren. Voor de deelname aan de maternale vaccinaties geldt dus dat het om schattingen gaat. Maternale DKT-vaccinatie Sinds 16 december 2019 biedt het RVP de maternale DKT-vaccinatie, ook wel de 22 wekenprik genoemd, aan zwangeren aan. Doel van deze vaccinatie is het beschermen van kinderen tegen kinkhoest in de eerste maanden na de geboorte. De maternale DKT-vaccinatie wordt aangeboden vanaf 22 weken zwangerschap. Het aantal zwangeren (noemer) is geschat op basis van het aantal kinderen (exclusief meerlingen3) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 20254. Het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) is bepaald op basis van het aantal vrouwen waarbij: 1. een maternale DKT-vaccinatie5 in Præventis is geregistreerd; 2. een BSN-nummer aanwezig is (vanwege koppeling met kind); 3. het verschil tussen geboortedatum kind en vaccinatiedatum ligt tussen 0 en 203 dagen (42-13 = 29 weken). De deelname (schatting) is vervolgens berekend door het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) te delen door het geschatte aantal zwangeren (noemer) en uitgedrukt als percentage, afgerond op gehele getallen.
De geschatte deelname is ook beschikbaar op regionaal niveau6. Vanaf 1 januari 2022 worden alleen op persoon geregistreerde vaccinaties in de berekening meegenomen. De geschatte deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties is een onderschatting van de daadwerkelijke deelname, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening kunnen worden meegenomen.
2
Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Perined over zwangerschap komen meestal pas na een jaar beschikbaar. 3 Meerlingen worden geïdentificeerd op basis van de overeenkomstige combinatie van postcode, huisnummer en geboortedatum. 4 Kinderen die via de Basisregistratie Personen (BRP) binnen twee weken na geboorte in Præventis zijn aangemeld. 5 Dit kan de vaccinsoort DKT en in uitzonderlijke gevallen DKTP-booster betreffen in de vaccinsoortgroep D(K)TP. Als er meerdere vaccinaties bij dezelfde persoon geregistreerd zijn, moet het interval tussen de vaccinaties groter zijn dan 91 dagen. Twee vaccinaties met een interval kleiner of gelijk aan 91 dagen worden beschouwd als één vaccinatie bij één zwangerschap. 6 Hierbij wordt als uitgangspunt de postcode van het kind tijdens de eerste aanmelding in Præventis genomen. Pagina 53 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Maternale griepvaccinatie Vanaf het najaar van 2022 wordt de maternale griepvaccinatie vanuit het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) aangeboden aan álle zwangeren. Dus ook aan zwangeren zonder medische indicatie voor griepvaccinatie met een zwangerschapsduur van 22 weken of meer. Zwangeren zonder medische indicatie worden sinds 20237, net als de rest van de doelgroep die voor het RVP in aanmerking komt, door de JGZ gevaccineerd. Het primaire doel hiervan is het beschermen van kinderen tegen complicaties door griep in de eerste levensmaanden. Zwangeren met een medische indicatie8 (ongeveer 10% van alle zwangeren [8]) vallen onder het reguliere griepvaccinatieprogramma en krijgen doorgaans een vaccinatie via hun huisarts. Het primaire doel van vaccinatie van deze groep is henzelf te beschermen tegen mogelijke complicaties door griep. Zij komen daarom gedurende hun hele zwangerschap in aanmerking voor de griepvaccinatie en niet alleen vanaf 22 weken zwangerschapsduur. De berekening van de deelname richt zich in principe op zwangeren zonder medische indicatie. Een aantal van de zwangeren met een medische indicatie heeft de griepvaccinatie echter wellicht, eventueel gelijktijdig met de maternale DKT-vaccinatie, bij de JGZ gehaald. Dit is afhankelijk van het type medische indicatie, de termijn die nog moet worden gewacht en de influenza-epidemiologie op dat moment.
Vaccinatie van deze groep wordt niet specifiek gemonitord. Hierdoor is onbekend welk deel van deze zwangeren via de huisarts en welk deel via de JGZ gevaccineerd wordt. In de hier beschreven bepaling van de geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie kunnen de vaccinaties die door de huisarts toegediend zijn niet worden meegenomen. Dit geldt ook voor eventuele vaccinaties via de werkgever. De deelname wordt hierdoor onderschat. Voor zwangeren zonder medische indicatie geldt dat ze de maternale griepvaccinatie mochten halen als ze 22 weken of langer zwanger waren in de periode van 1 oktober 2025 tot 1 maart 20269. Uitgaande van een mediane zwangerschapsduur van 40 weken10 [11] kwamen alle vrouwen die vanaf week 52 2024 tot week 40 2025 zwanger zijn geworden in aanmerking voor de maternale griepvaccinatie. Zij bereikten allen een zwangerschapsduur van 22 weken of meer in de periode van 1 oktober 2025 tot 1 maart 2026 (periode van 40 weken). Om een schatting te maken van het aantal zwangeren (noemer) is het aantal kinderen (exclusief meerlingen11) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 202512 gedeeld door 52 weken en vermenigvuldigd met 40 7
Vanaf het najaar van 2023 heeft de JGZ de maternale griepvaccinatie van zwangeren zonder medische indicatie overgenomen van de huisarts (tussentijdse uitvoeringsroute). In het najaar van 2022 werd dit tijdelijk door de huisarts gedaan. 8 Zoals patiënten met een hart- en vaatziekte of diabetes mellitus, zie ook het Gezondheidsraadadvies over de griepvaccinatie. 9 Formeel start de maternale griepcampagne op 15 oktober. JGZ-organisaties mogen echter al vanaf 1 oktober beginnen met vaccineren als de vaccins al zijn ontvangen. Daarom worden de eerste 2 weken van oktober ook meegeteld. 10 Voor de bepaling van de mediane zwangerschapsduur is uitgegaan van de eerste dag van de laatste menstruatie. 11 Meerlingen worden geïdentificeerd op basis van de overeenkomstige combinatie van postcode, huisnummer en geboortedatum. 12 Kinderen die via de Basisregistratie Personen (BRP) binnen twee weken na geboorte in Præventis zijn aangemeld. Pagina 54 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
weken. Hierbij kan geen onderscheid gemaakt worden tussen vrouwen zónder medische indicatie en vrouwen mét medische indicatie voor de griepvaccinatie – alle zwangeren zijn dus meegenomen in de bepaling van de noemer. Het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) is bepaald op basis van het aantal vrouwen waarbij: 1. een maternale griepvaccinatie in Præventis is geregistreerd; 2. de vaccinatie is uitgevoerd in de periode van 1 oktober 2025 tot 1 maart 2026. NB de vaccinaties die door huisartsen aan vrouwen met medische indicatie zijn toegediend, kunnen niet worden meegeteld. De deelname (schatting) is vervolgens berekend door het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) te delen door het geschatte aantal zwangeren (noemer) en uitgedrukt als percentage, afgerond op gehele getallen. De geschatte deelname is ook beschikbaar op regionaal niveau13, maar enkel op GGD-regioniveau en niet op gemeenteniveau vanwege onthullingsrisico door lage aantallen. De GGD-regio is gebaseerd op de locatie van de uitvoerende JGZ-organisatie, omdat er van zwangeren geen recente adresgegevens beschikbaar zijn in Præventis. Het informed consent heeft effect op vaccinaties die zijn toegediend vanaf 1 januari 2022.
De geschatte deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) is een onderschatting van de daadwerkelijke deelname, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening worden meegenomen. Voor de maternale griepvaccinatie geldt dat bekend is hoeveel anonieme vaccinaties er zijn gezet in de periode van 1 oktober 2025 tot 1 maart 2026. Daarom is de geschatte deelname ook beschikbaar inclusief anonieme vaccinaties14. Ten slotte is bepaald welk deel van de gevaccineerde zwangeren in de periode van 1 oktober 2025 tot 1 maart 202615 en binnen een interval van 22 weken (154 dagen)16: 1. alleen een maternale griepvaccinatie heeft gehaald; 2. alleen een maternale DKT-vaccinatie heeft gehaald; 3. beide vaccinaties heeft gehaald.
13
Voor de noemer wordt hierbij als uitgangspunt de postcode van het kind tijdens de eerste aanmelding in Præventis genomen. Voor de teller wordt uitgegaan van de locatie van de uitvoerende JGZ-organisatie, omdat er van zwangeren geen recente adresgegevens beschikbaar zijn in Præventis. 14 Op regionaal niveau is, naast het aantal anonieme vaccinaties, ook een beperkt aantal niet-gevalideerde (afgekeurde) maternale griepvaccinaties meegeteld. 15 Hierbij ligt de uitvoerdatum van ten minste één van de vaccinaties tussen 1 oktober 2025 en 1 maart 2026. 16 Per maternale griepvaccinatie is gekeken of de gevaccineerde ook een maternale DKT-vaccinatie heeft gehaald binnen een interval van 22 weken (dus 22 weken vóór de vaccinatie tot 22 weken ná de vaccinatie). Hetzelfde geldt voor de maternale DKT-vaccinatie. Pagina 55 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994
Zuigelingen Cohort DKTPa Hib Mazelen BMR 1970 90,8 1971 91,7 1972 90,5 1973 88,7 1974 89,8 1975 92,7 81,9 1976 93,4 86,6 1977 93,9 90,7 1978 94,1 91,0e 1979 94,1 91,3 1980 94,5 92,3 1981 94,5 92,5 1982 94,8 92,1 1983 95,0 92,2e 1984 95,1 92,7 1985 93,8 80,2 12,6 1986 94,1 X 93,5 1987 94,2 94,0 1988 93,3 93,8 1989 93,6 94,3 1990 94,9 94,9 1991 94,7 94,0 1992 92,8 93,9 1993 93,1 93,9 1994 95,4 95,4 95,8
Kleuters DTP BMR 93 93 95 95 93 92 93 92 93 92 93 93 93,0 89,1 93,6 91,5 93,1 92,6 93,1 94,5c 94,2 94,9c 93,7 X 92,6 92,7 94,5 94,7 94,4 94,3
Schoolkinderen DTP BMR Rodehondb 92 90 92 91 92 92 92 92 93 93 93 93 94 93 94 93 93,2 90,9 X 94,1 92,4 93,8 92,9 94,2 93,6 94,7 94,1 94,3 86,5 94,0 88,9 94,2 94,2 95,3 96,0 95,3 96,0 95,0 95,7 95,1 96,0 95,0 96,0 95,2 96,1 95,5 96,0 95,0 97,6d 95,1 97,7
X Beëindiging van de desbetreffende vaccinatie. a Voor de cohorten 1970-1986 is als peildatum 1 september 1972-1988 aangehouden. Voor cohorten vanaf 1987 geldt als peildatum 1 januari, te beginnen bij 1 januari 1990. b Rodehond alleen voor meisjes. c De inhaalcampagne BMR bij kleuters is uitgevoerd voor de geboortecohorten 1983, 1984 en 1985; voor de geboortecohorten 1986 en 1987 vond géén inhaalcampagne plaats. Voor de geboortecohorten 1986 en 1987 staat het percentage kinderen weergegeven dat in de periode tot aan het bereiken van de kleuterleeftijd één BMR-vaccinatie ontving. d De stijging ten opzichte van cohort 1992 is voor een groot deel te verklaren door een administratieve verandering. e Correctie in 2017 van foutief overgenomen percentage.
Pagina 56 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 3 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1995-2004
Cohort
DKTP
Hib
Zuigelingen (2 jaar) Hep Bc Pneu BMR
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004
95,9 95,9 95,6 95,3 95,2 95,1 95,3 95,8 94,3b 94,0
95,9 96,1 95,7 95,5 95,3 95,3 95,5 96,0 95,4b 95,0
96,1 95,8 95,6 95,6 95,4 95,2 95,8 96,3 95,4b 95,9
15,2 17,1
MenC/ ACWY
56,2a 95,5 94,8b 95,6
a
Alleen na 1 juni 2001 geboren zuigelingen kwamen in aanmerking; omgerekend betekent dit een landelijk percentage van 96,3% [12]. b Vanaf cohort 2003 [13] vindt rapportage plaats op basis van het nieuwe informatiesysteem Præventis en de vaccinatietoestand op individuele leeftijd (zie Tabel 4). De stippellijn geeft de trendbreuk weer. c Percentage van het totale cohort. In 2011 is universele hepatitis B-vaccinatie ingevoerd; voorheen werden risicogroepen gevaccineerd.
Kleuters (5 jaar)
Cohort 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004
revac 94,5 94,4 94,4 95,1 95,2 92,5d 92,1 91,5 91,9 91,7
D(K)TP basisa totaalb
1,4d 1,6 1,6 2,0 2,6
93,9d 93,7 93,1 93,9 94,3
Schoolkinderen (10 jaar) aK
92,1 93,0 89,3d 90,8 91,0 Xe
DTP 93,0d 92,5 92,6 93,5 93,4 92,2 93,0 93,1 92,7 92,7
Adolescente meisjes (14 jaar)
BMRc 92,9d 92,5 92,5 93,0 93,1 92,1 92,6 92,9 92,4 92,7
a
Kinderen die basisimmuniteit pas bereiken op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie (= revac). b Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). c Vanaf cohort 1995 vindt rapportage over de tweede BMR-vaccinatie plaats. d Vanaf cohort 2000 voor kleuters en cohort 1995 voor schoolkinderen [13] vindt rapportage plaats op basis van het nieuwe informatiesysteem Præventis en de vaccinatietoestand op individuele leeftijd (zie Tabel 4). De stippellijn geeft de trendbreuk weer. e Sinds 1 september 2006 wordt bij kleuters uitsluitend een combinatievaccin DaKTP gebruikt en geen losse aK meer gegeven.
Pagina 57 van 81
HPV♀
56,0 58,1 58,9 61,0 61,0 53,4 45,5 45,5
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 4 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2024-2026 (exclusief anonieme vaccinaties*)
RSV Zuigelingen (catch-upa): volledig afgesloten RSV Zuigelingen (primaira): volledig afgesloten RSV Zuigelingen (totaal) volledig afgesloten RSV Zuigelingen (totaal) (inclusief anonieme vaccinaties) volledig afgesloten RSV Rota Zuigelingen (33 weken): volledig afgesloten Rota DKTP en DTP Zuigelingen (1 jaar): primaire serie DKTP Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun DKTP Kleuters (5 jaar): gerevaccineerd DKTP basisimmuun 2-5 jaar DKTPb totaal DKTPc Schoolkinderen (10 jaar): volledig afgesloten DTP Hib Zuigelingen (1 jaar): primaire serie Hib Zuigelingen (2 jaar): volledig afgesloten Hib
Pagina 58 van 81
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2025/ 2026 77,1 2025/ 2026 72,6 2025/ 2026 75,0 2025/ 2026 77,1 Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2024 72,8 Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 88,5 (89,6)
2022 89,5 (90,6)
2021 89,8 (91,8)
2023 86,8 (87,4)
2022 87,9 (88,5)
2021 85,4 (86,1)
2020 78,9 (79,4) 2,0 81,0 (81,4)
2019 78,4 (78,9) 1,8 80,2 (80,6)
2018 80,1 (80,6) 1,8 82,0 (82,4)
2015 78,3 (79,9)
2014 78,2 (80,6)
2013 78,2 (81,1)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 88,4 (88,4)
2022 89,5 (89,5)
2021 89,7 (89,7)
2023 87,8 (88,2)
2022 88,6 (89,2)
2021 87,2 (87,8)
RIVM-rapport 2026-0001
Hepatitis B Totaal (2 jaar; N=165.835): volledig afgesloten Hep B Indicatie Dd (N=226): Hep B-0 (3e levensdag) Hep B-0 (14 dagen) Hep B-0 (41 dagen) Indicatie Dd (2 jaar; N=286): volledig afgesloten Hep B Indicatie Ee (2 jaar; N=40.422): volledig afgesloten Hep B Overigef (2 jaar; N=125.127): volledig afgesloten Hep B Pneumokokken Zuigelingen (1 jaar): primaire serie Pneu Zuigelingen (2 jaar): volledig afgesloten Pneu BMR Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun BMR Schoolkinderen (10 jaar): volledig afgesloten BMR MenC/ACWY Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun MenC/ACWY Adolescenten (15 jaar): volledig afgesloten MenACWY HPV Adolescente meisjes (11 jaar): volledig afgesloten HPV Adolescente jongens (11 jaar): volledig afgesloten HPV Maternale vaccinaties (schatting) Zwangeren deelname DKTg deelname MGVh deelname MGVh (inclusief anonieme vaccinaties)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 87,0 (87,5)
2022 87,9 (88,5)
2021 85,7 (86,3)
2025 98,2 98,7 98,7
2024 99,0 99,0 99,3
2023 99,3 99,3 99,3
2023 96,2 (96,2)
2022 96,3 (96,9)
2021 95,7 (95,7)
2023 82,5 (83,5)
2022 83,3 (84,5)
2021 80,2 (81,6)
2023 88,4 (88,7)
2022 89,4 (89,8)
2021 87,4 (87,7)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 88,1 (88,7)
2022 89,2 (89,8)
2021 90,4 (91,0)
2023 86,7 (86,7)
2022 87,8 (87,8)
2021 87,8 (87,9)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 87,3 (87,9)
2022 88,1 (88,8)
2021 88,3 (88,8)
2015 79,5 (81,3)
2014 79,0 (81,2)
2013 78,5 (81,2)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2023 86,9 (87,7)
2022 87,7 (88,7)
2021 88,0 (88,9)
2010 70,6 (72,2)
2009 69,0 (70,7)
2008 66,1 (68,6)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort %i cohort %i cohort %i 2014 59,4 (64,5)
2013 57,5 (62,9)
2012 51,8 (60,1)
2014 55,6 (60,9)
2013 53,7 (59,3)
2012 45,5 (54,1)
Verslagjaar 2026 Verslagjaar 2025 Verslagjaar 2024 cohort % cohort % cohort % 2025 65 2025/ 2026 20 2025/ 2026 22
2024 67 2024/ 2025 18 2024/ 2025 20
2023 64 2023/ 2024 15 2023/ 2024 16
a
Catch-up: zuigelingen geboren van 1 april t/m 30 september 2025 die de RSV-immunisatie in september en oktober 2025 aangeboden kregen; Primair: zuigelingen geboren van 1 oktober 2025 t/m 31 maart 2026 die de immunisatie binnen twee weken na geboorte aangeboden kregen. Pagina 59 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
b
Kinderen die basisimmuniteit pas bereikt hebben op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie. c Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). d Kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B-virus. e Kinderen van wie ten minste een ouder is geboren in een land waar hepatitis B endemisch voorkomt (en de moeder geen drager van het hepatitis B-virus is). f Kinderen zonder D- of E-indicatie. g 2025: vrouwen met een kind dat geboren is in januari-december 2025, 2024: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2024, 2023: vrouwen met kind dat geboren is in januari–december 2023. h Voor maternale griepvaccinatie (MGV) wordt het aantal zwangeren dat in aanmerking kwam geschat op 40/52 deel van de noemer voor maternale DKT-vaccinatie. Voor MGV wordt de vaccinatiegraad niet per geboortecohort geschat maar per griepseizoen. i Tussen haakjes: vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens; situatie 5 maart 2024 (verslagjaar 2024), 4 maart 2025 (verslagjaar 2025) of 9 maart 2026 (verslagjaar 2026). * Het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad).
De cijfers voor DKTP-Hib-HepB werden voor zuigelingen in verslagjaar 2024 ook negatief beïnvloed als de DKTP-schema-indicatie ontbrak en de vaccinatietoestand daardoor mogelijk te strikt werd beoordeeld.
Pagina 60 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 5 Vaccinatiegraad naar GGD-regio, verslagjaar 2026 (exclusief anonieme vaccinaties)
Gemeentelijke vaccinatiegraad, zie: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2026-0001.xlsx.
GGD-regio (Infectieziektebestrijding)
Aantal RSV catch-up kinderen zuigelingen catch-up 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
Aantal RSV primair kinderen zuigelingen primair 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
Aantal RSV totaal kinderen zuigelingen totaal 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
Aantal kinderen cohort 2024
Rota zuigelingen 2024
Volledig afgeslotenb
%
GGD Groningen
2.605
2.160
82,9*
2.273
1.858
81,7*
4.878
4.018
82,4*
4.784
3.738
78,1*
GGD Fryslân
2.927
2.328
79,5*
2.760
2.089
75,7*
5.687
4.417
77,7*
5.710
4.014
70,3*
GGD Drenthe
2.120
1.705
80,4*
1.989
1.613
81,1*
4.109
3.318
80,7*
4.123
3.233
78,4*
GGD IJsselland
2.817
2.326
82,6*
2.684
2.168
80,8*
5.501
4.494
81,7*
5.556
4.182
75,3*
GGD Twente
2.990
2.401
80,3*
2.781
2.135
76,8*
5.771
4.536
78,6*
5.754
4.349
75,6*
GGD Flevoland GGD Noord- en OostGelderland GGD GelderlandMidden
2.631
1.892
71,9*
2.478
1.687
68,1*
5.109
3.579
70,1*
5.120
3.393
66,3*
3.774
3.044
80,7*
3.443
2.723
79,1*
7.217
5.767
79,9*
7.428
5.449
73,4*
3.588
2.493
69,5*
3.447
2.467
71,6*
7.035
4.960
70,5*
6.869
4.625
67,3*
GGD Gelderland-Zuid
2.945
2.349
79,8*
2.738
2.025
74,0*
5.683
4.374
77,0*
5.575
4.011
71,9*
GGD regio Utrecht
7.576
5.714
75,4*
7.005
4.948
70,6*
14.581
10.662
73,1*
14.499
10.524
72,6*
GGD Hollands Noorden
3.137
2.433
77,6*
2.839
1.911
67,3*
5.976
4.344
72,7*
6.345
4.622
72,8*
GGD Kennemerland
2.699
2.147
79,5*
2.460
1.861
75,7*
5.159
4.008
77,7*
5.428
4.130
76,1*
GGD Amsterdam GGD Gooi & Vechtstreek
5.698
4.258
74,7*
5.525
3.702
67,0*
11.223
7.960
70,9*
10.560
7.458
70,6*
1.185
930
78,5*
1.060
798
75,3*
2.245
1.728
77,0*
2.292
1.885
82,2*
Pagina 61 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Aantal RSV catch-up kinderen zuigelingen catch-up 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
GGD-regio (Infectieziektebestrijding) GGD ZaanstreekWaterland
Aantal RSV primair kinderen zuigelingen primair 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
Aantal RSV totaal kinderen zuigelingen totaal 2025/2026 RSVseizoen 2025/ Volledig 2026 afgeslotena %
Aantal kinderen cohort 2024
Rota zuigelingen 2024
Volledig afgeslotenb
%
1.758
1.232
70,1*
1.612
1.075
66,7*
3.370
2.307
68,5*
3.483
2.442
70,1*
GGD Haaglanden
5.494
3.987
72,6*
5.407
3.767
69,7*
10.901
7.754
71,1*
10.857
7.699
70,9*
GGD Hollands Midden GGD RotterdamRijnmond
4.330
3.480
80,4*
4.164
3.088
74,2*
8.494
6.568
77,3*
8.500
6.270
73,8*
7.024
4.780
68,1*
6.398
4.034
63,1*
13.422
8.814
65,7*
13.115
8.549
65,2*
GGD Zuid-Holland Zuid
2.429
1.789
73,7*
2.305
1.605
69,6*
4.734
3.394
71,7*
4.748
3.092
65,1*
GGD Zeeland
1.859
1.352
72,7*
1.718
1.173
68,3*
3.577
2.525
70,6*
3.414
2.226
65,2*
GGD West-Brabant
3.433
2.696
78,5*
3.079
2.342
76,1*
6.512
5.038
77,4*
6.515
4.861
74,6*
GGD Hart voor Brabant
5.349
4.459
83,4*
4.797
3.687
76,9*
10.146
8.146
80,3*
10.137
8.173
80,6*
GGD Brabant-Zuidoost
3.859
3.231
83,7*
3.608
2.681
74,3*
7.467
5.912
79,2*
7.468
5.927
79,4*
GGD Limburg-Noord
2.370
2.019
85,2*
2.031
1.614
79,5*
4.401
3.633
82,5*
4.376
3.571
81,6*
GGD Zuid-Limburg
2.296
1.791
78,0*
2.036
1.526
75,0*
4.332
3.317
76,6*
4.370
3.194
73,1*
86.893
66.996
77,1*
80.637
58.577
72,6*
167.530
125.573
75,0*
167.026
121.617
72,8*
Totaal a
Vaccinatietoestand na afloop RSV-seizoen (exclusief anonieme immunisaties). Vaccinatietoestand op leeftijd 33 weken (exclusief anonieme vaccinaties). * = onafgerond percentage < 90% (exclusief anonieme immunisaties/vaccinaties). NB: De gemeente Mook en Middelaar is opgenomen onder GGD Gelderland-Zuid (en niet GGD Limburg-Noord), omdat zij de JGZ in deze gemeente uitvoeren. b
Pagina 62 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
GGD-regio (Infectieziektebestrijding)
DKTP zuigelingen 2023 Aantal kinderen cohort Primaire Basis2023 seriec % immuund %
Hib zuigelingen 2023
Hepatitis B zuigelingen 2023