B.3.1 BIJLAGE - Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2026
Tekst van het document
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2026 RIVM-rapport 2026-0001
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl [maand] [0000]
[000000]
De zorg voor morgen begint vandaag
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2026
RIVM-rapport 2026-0001
RIVM-rapport 2026-0001
Colofon
© RIVM 2026 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave.
DOI 10.21945/RIVM-2026-0001
E.A. van Lier (auteur), RIVM M.R. Holwerda (auteur), RIVM M. Westra (auteur), RIVM H. Giesbers (auteur), RIVM J-M. Hament (auteur), RIVM N.A.T. van der Maas (auteur), RIVM A. Pluijmaekers (auteur), RIVM I.F. Zonnenberg-Hoff (auteur), RIVM J.A. van Vliet (auteur), RIVM H.E. de Melker (auteur), RIVM
Contact: Alies van Lier Centrum Infectieziektebestrijding alies.van.lier@rivm.nl
Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het kader van project 150202, Evaluatie en advisering van het Rijksvaccinatieprogramma.
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl
Pagina 2 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Publiekssamenvatting
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2026 In Nederland krijgen kinderen vaccinaties die hen beschermen tegen veertien ernstige infectieziekten. Het RIVM beschrijft elk jaar het percentage kinderen dat is gevaccineerd (vaccinatiegraad). Ook beschrijft het RIVM de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Vaccinatiegraad Ongeveer driekwart van de zuigelingen kreeg de rotavirusvaccinatie en de prik tegen het RS-virus, die in 2024 en 2025 aan het RVP zijn toegevoegd. De ontwikkelingen in de vaccinatiegraad ten opzichte van vorig verslagjaar verschilden per vaccinatie. Het lijkt erop dat er iets minder zuigelingen en kleuters zijn gevaccineerd. Ook zijn zwangeren waarschijnlijk wat minder vaak tegen kinkhoest gevaccineerd. De vaccinatiegraad van de griepprik voor zwangeren is laag, maar lijkt wel iets toegenomen. Verder kregen waarschijnlijk meer kinderen van 10 jaar de HPVvaccinatie en meer kinderen van 14 jaar de MenACWY-vaccinatie. Voor de DTP- en BMR-vaccinaties voor 9-jarigen lijkt de vaccinatiegraad ongeveer hetzelfde te zijn gebleven. De ontwikkeling in de vaccinatiegraad is sinds een paar jaar een zo goed mogelijke inschatting. Sinds 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinaties anoniem, waardoor ze niet kunnen worden meegeteld. De geregistreerde vaccinatiegraad is daarom minder precies en lager dan de werkelijke.
Ontwikkelingen 2025 In 2025 hebben veel mensen mazelen gehad, ruim 500. De ziekte kwam vooral voor bij kinderen op basisscholen met een lage vaccinatiegraad. In verschillende wijken in Nederland is er verder aan gewerkt om de vaccinatiegraad te verbeteren. Dat gebeurt via projecten waarin organisaties in de wijk met elkaar samenwerken. Kinderen krijgen de tweede BMR-vaccinatie voortaan als ze 3 jaar zijn in plaats van 9 jaar. Kinderen die tussen 2016 en 2021 zijn geboren, kunnen deze prik krijgen via een inhaalcampagne. Kernwoorden: RVP, vaccinaties, vaccins, vaccinatiegraad, JGZ, infectieziektebestrijding, preventie, determinanten
Pagina 3 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur P1 Vaccinatiegraad (%) per vaccinatie en geboortecohort (op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties, exclusief anonieme vaccinaties); vastgesteld zonder leeftijdsgrens (zuigelingen, RSV-seizoen 2025/2026), op de leeftijd van 33 weken (zuigelingen, cohort 2024), 2 jaar (zuigelingen, cohort 2023), 5 jaar (kleuters, cohort 2020), 10 jaar (schoolkinderen, cohort 2015), 11 jaar (HPV adolescenten, cohort 2014), 15 jaar (MenACWY adolescenten, cohort 2010) en voor zwangeren (DKT cohort 2025, MGV griepseizoen 2025/2026); in grijs: inclusief vaccinaties die later zijn gegeven 100 90
Vaccinatiegraad (%)
80 70
75,0
87,4
88,2
87,5
86,7
87,9
87,7
86,8
87,8
87,0
86,7
87,3
86,9
DKTP
Hib
Hep B
Pneu
BMR
Men ACWY
85,0 84,5
72,8
60 50 40 30 20 10 0 RSV**
Rota
seizoen '25/'26
cohort 2024
81,4
79,9
81,3
78,3
79,5
volledig*
cohort 2023
100 90
Vaccinatiegraad (%)
80
81,0
70
72,2 64,5
70,6
60,9
65
60 59,4 50
55,6
40 30 20 20 10 0 DKTP
DTP
kleuters
schoolkinderen
BMR
HPV
HPV
Men ACWY
adolescenten
DKT
MGV***
zwangeren
Afkortingen: RSV = respiratoir syncytieel virusinfectie, Rota = rotavirusinfectie, D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte, Hep B = hepatitis B, Pneu = pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY = meningokokken ACWY-ziekte, HPV = humaan papillomavirus infectie, DKT = maternale DKTvaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie. * volledig = alle aangeboden RVP-vaccinaties volgens schema ontvangen voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd. ** De immunisatiegraad is 77,1% inclusief anonieme immunisaties. *** De vaccinatiegraad is 22% inclusief anonieme vaccinaties.
Pagina 4 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Synopsis
Vaccination coverage National Immunisation Programme in the Netherlands Reporting year 2026 In the Netherlands, children are vaccinated to protect them against 14 serious infectious diseases. Every year, RIVM reports on the percentage of vaccinated children (vaccination coverage). RIVM also outlines developments within the National Immunisation Programme (NIP). Vaccination coverage Approximately three quarters of infants received the rotavirus vaccine and RSV (respiratory syncytial virus) immunisation, which were added to the NIP in 2024 and 2025. Changes in vaccination coverage compared to the previous reporting year varied by vaccine. It appears that slightly fewer infants and toddlers were vaccinated. Additionally, fewer pregnant women were probably vaccinated against pertussis. Influenza vaccination coverage among pregnant women remains low, although it does appear to have increased slightly. It is also likely that more 10-year-olds received an HPV vaccine, and more 14-year-olds received the MenACWY vaccine. The coverage for DTP and MMR vaccination for nine-year-olds appears relatively unchanged. For several years now, vaccination coverage has been based on estimates that are as accurate as possible. Since 2022, some vaccinations have been reported to RIVM anonymously and consequently cannot be included in the figures.
The recorded vaccination coverage is therefore less accurate and also lower than the actual coverage. Developments in 2025 In 2025, more than 500 people contracted measles. Most cases occurred among children at primary schools with low vaccination coverage. In various neighbourhoods in the Netherlands, efforts were made to improve vaccination coverage. There are several collaborative projects underway involving different organisations in the community. Children will be receiving their second MMR vaccine at three years of age instead of nine from now on. Children born between 2016 and 2021 may receive this vaccine as part of a catch-up programme. Keywords: NIP, vaccinations, vaccines, vaccination coverage, youth healthcare services, infectious disease control, prevention, determinants
Pagina 5 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figure P1 Vaccination coverage (%) per vaccination and birth cohort (based on individual registered vaccinations, excluding anonymous vaccinations); determined without age limit (newborns, RSV season 2025/2026), at 33 weeks of age (newborns, cohort 2024), 2 years of age (newborns, cohort 2023), 5 years of age (toddlers, cohort 2020), 10 years of age (schoolchildren, cohort 2015), 11 years of age (HPV adolescents, cohort 2014), 15 years of age (MenACWY adolescents, cohort 2010) and for pregnant women (TDaP cohort 2025, MIV influenza season 2025/2026); in grey: including vaccinations given later 100 90
Vaccination coverage (%)
80 70
75.0
87.4
88.2
87.5
86.7
87.9
87.7
86.8
87.8
87.0
86.7
87.3
86.9
DTaP-IPV
Hib
HBV
PCV
MMR
Men ACWY
85.0 84.5
72.8
60 50 40 30 20 10 0 RSV**
Rota
season '25/'26
cohort 2024
81.4
79.9
81.3
78.3
79.5
full*
cohort 2023
100 90
Vaccination coverage (%)
80
81.0
70
72.2 64.5
60.9
70.6 65
60 59.4 50
55.6
40 30 20 20 10 0 DTaP-IPV toddlers
DT-IPV
MMR
schoolchildren
HPV
HPV adolescents
Men ACWY
TDaP
MIV***
pregnant women
Abbreviations: RSV = respiratory syncytial virus infection, Rota = rotavirus infection, DT(aP)IPV = diphtheria, tetanus, pertussis, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b disease, HBV = hepatitis B, PCV = pneumococcal disease, MMR = mumps, measles, rubella, MenACWY = meningococcal ACWY disease, HPV = human papillomavirus infection, TDaP = maternal TDaP vaccination, MIV = maternal influenza vaccination. * full = all offered NIP vaccinations received according to schedule before 2 years of age. ** The immunisation coverage is 77.1% including anonymous immunisations. *** The vaccination coverage is 22% including anonymous vaccinations.
Pagina 6 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding — 9 Algemeen — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma in 2025 in kengetallen — 9
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Ontwikkelingen in 2025 — 13 Mazelen — 13 Extra inzet op de vaccinatiegraad — 13 Detervax — 13 SocioVax — 14 Wijkgerichte aanpak — 17 Veranderingen RVP-schema — 18 Adviezen Gezondheidsraad — 19 Publiekscommunicatie — 19 Deskundigheidsbevordering — 19 Diverse onderzoeken en publicaties over vaccinaties — 20
3 3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4
Vaccinatiegraad — 23 Algemeen — 23 Methoden — 23 Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) — 26 Overzicht van de vaccinatiegraad — 29 Vaccinatiegraad op landelijk niveau — 29 Vaccinatiegraad op regionaal niveau — 36 Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden — 41 Duiding cijfers vaccinatiegraad — 43 Geregistreerde vaccinatiegraad (exclusief anonieme vaccinaties) — 43 Werkelijke vaccinatiegraad (schatting) — 44 Vaccinatiegraad: aanvullende cijfers — 45 BMR-vaccinatie rond leeftijd 3 jaar — 45 BMR-inhaalcampagne — 45 Conclusies — 46 RSV-immunisatie en rotavirusvaccinatie — 46 Ontwikkeling vaccinatiegraad — 46 Doelstellingen WHO — 47 Tot slot — 47 Verantwoording — 49 Literatuur — 51 Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties — 53 Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994 — 56 Bijlage 3 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1995-2004 — 57 Pagina 7 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Bijlage 4 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2024-2026 (exclusief anonieme vaccinaties*) — 58 Bijlage 5 Vaccinatiegraad naar GGD-regio, verslagjaar 2026 (exclusief anonieme vaccinaties) — 61 Bijlage 6 Vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2026 (exclusief anonieme vaccinaties) — 73 Bijlage 7 Aandeel RSV-immunisaties en rotavirusvaccinaties op juiste toedieningsmoment volgens RVP-richtlijn naar GGD-regio, verslagjaar 2026 — 81
Pagina 8 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
1
Inleiding
1.1
Algemeen Het RIVM beschrijft elk jaar het percentage binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) gevaccineerde kinderen (vaccinatiegraad) (hoofdstuk 3). Hieronder valt ook de RSV-immunisatiegraad. Het RIVM gebruikt hiervoor informatie uit het landelijke vaccinatieregister Præventis. Ook besteedt het RIVM aandacht aan ontwikkelingen binnen het RVP in het afgelopen jaar (hoofdstuk 2). Dit om de vaccinatiegraad in perspectief te plaatsen. De vaccinatiegraad wordt ook bepaald voor de COVID-19(ook onderdeel van het RVP), griep- en pneumokokkenvaccinatie voor volwassenen, maar die wordt niet in dit rapport besproken.
1.2
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Het RVP is een collectief preventieprogramma. De overheid biedt het sinds 1957 aan. Het hoofddoel van het programma is het met vaccinatie voorkomen van ziekte, complicaties en sterfte door infectieziekten. Het RIVM heeft als taak om namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de landelijke aansturing en begeleiding van het RVP uit te voeren en de regionale uitvoering te coördineren. Het RVP wordt onder verantwoordelijkheid van gemeenten uitgevoerd binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Dat gebeurt meestal door GGD’en, maar ook door andere zorgorganisaties, onafhankelijke stichtingen of in gemeentelijk beheer. Het collectieve programma werkt op twee niveaus: in de eerste plaats biedt het individuele bescherming en in de tweede plaats groepsbescherming. Zo wordt voortdurende circulatie van ziekteverwekkers voorkomen. Hierdoor beschermen we ook kinderen die te jong zijn voor vaccinatie, of anderszins kwetsbaren die niet kunnen worden gevaccineerd. Voor groepsbescherming is een voldoende hoge vaccinatiegraad een noodzaak.
Binnen het RVP krijgen kinderen momenteel vaccinaties aangeboden tegen: respiratoir syncytieel virusinfectie (RSV; immunisatie), rotavirusinfectie, difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Haemophilus influenzae type b-ziekte, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte en een aanhoudende infectie met het humaan papillomavirus (HPV) dat verschillende typen kanker kan veroorzaken (Figuur 1). Daarnaast krijgen zwangeren vaccinatie tegen kinkhoest (via DKT-vaccinatie) en griep (tijdens het griepseizoen) aangeboden.
1.3
Het Rijksvaccinatieprogramma in 2025 in kengetallen De totale uitvoeringskosten van het RVP (vaccinkosten, organisatiekosten JGZ en Preventieprogramma’s en Opschaling voor de Publieke Gezondheid (RIVM-PPG) samen) bedroegen in 2025 naar schatting 92 miljoen euro. Dit is exclusief het bedrag dat het ministerie van VWS rechtstreeks naar het Gemeentefonds overhevelt voor de uitvoering (in 2020 geraamd op 32 miljoen euro). In 2025 voerden 40 gecontracteerde JGZ-organisaties (3 organisaties op de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba) het RVP uit. Pagina 9 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Figuur 1 Vaccinatieschema Rijksvaccinatieprogramma anno 2025
Bron: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/documenten/vaccinatieschema-2025
In Tabel 1 staat het voorlopig aantal gevallen van door het RVP te voorkomen ziekten, op basis van de meldingen in het kader van de Wet publieke gezondheid. Opvallend in 2025 is het hoge aantal meldingen van mazelen. Ook het aantal meldingen van bof is nog relatief hoog. Voor verdere analyse van deze gegevens verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1].
Pagina 10 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 1 Aantal wettelijke meldingen van RVP-ziekten en aantal geregistreerde gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland 2021-2025, voorlopige cijfersa
RVP-ziekten 2021f 2022f b Baarmoederhalskanker 949 954 Bof 1 11 Difterie 0 8 Hepatitis B acuut 74 87 Invasieve Hib-ziekte 67 60 Invasieve meningokokkenziektec 34 86 Invasieve pneumokokkenziekted 665 1.470 Kinkhoest 79 142 Mazelen 0 6 e Poliomyelitis 0 1 Rodehond 0 0 Tetanus 0 2
2023 2024 846 965 93 597 14 3 94 101 56 54 142 141 1.578 1.571 2.944 18.213 7 205 0 0 0 0 5 3
2025 865 150 7 100 69 141 1.639 332 539 0 0 3
a
Bron: Nederlandse aangiftesysteem Osiris-AIZ (selectiedatum 01-04-2026, door RIVM geaccordeerde aangiften). Toewijzing van ziektegevallen aan specifieke jaren is gebaseerd op eerste ziektedag of, indien onbekend, op diagnose- of aangiftedatum. Aantallen kunnen iets afwijken van aantallen in het rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1]. Ten eerste doordat het aantal aangiften onderhevig is aan verandering. Ziektegevallen kunnen later worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken. Ten tweede doordat bij nadere epidemiologische analyse meestal correcties worden toegepast, zoals voor eerste ziektedag of dubbelingen. Tot slot worden aanvullende gegevens meegenomen, zoals die van het referentielaboratorium voor bacteriële meningitis. b Niet meldingsplichtig in het kader van de Wet publieke gezondheid; bron: Nederlandse Kankerregistratie (www.cijfersoverkanker.nl); 2024/2025: voorlopig cijfer (20-03-2026). Voor meer informatie over andere vormen van HPV-gerelateerde kanker (vulva-, vagina-, penis-, anus- en mond-/keelholtekanker), zie [1]. c De gevallen van meningokokkenziekte in 2021-2025 betroffen vooral serogroep B. d Bij kinderen die vanaf 2006 zijn geboren; per 1-4-2021 ook meldingsplichtig ≥60 jaar. e Dit betreft een asymptomatische polio-infectie.
f De COVID-19-pandemie beïnvloedt de cijfers over 2021-2022.
Pagina 11 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Pagina 12 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
2
Ontwikkelingen in 2025
Het doel van het RVP is het voorkómen van (ernstige) ziekte door de ziekteverwekkers waartegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Het RVP is altijd in beweging; toevoegingen van nieuwe vaccinaties na besluitvorming door het ministerie van VWS op basis van Gezondheidsraadadviezen, inhaalcampagnes en het versterken en verbeteren van het lopende programma zijn belangrijk voor een optimale gezondheidswinst. Dit hoofdstuk bespreekt de ontwikkelingen in 2025. 2.1
Mazelen Begin 2025 was er extra aandacht voor een grote mazelenuitbraak in Marokko. Ook in Nederland zagen we mensen die mazelen hadden opgelopen in Marokko. Het RIVM publiceerde daarom een aparte webpagina Veilig op reis naar Marokko: bescherm uw kind en anderen tegen mazelen | RIVM. In maart 2025 nam het aantal mazelengevallen flink toe (Actualiteiten over mazelen | RIVM). In 2025 werden in totaal ruim 500 mazelengevallen gemeld. Er was geen landelijke uitbraak, maar wel een aantal clusters rond islamitische, openbare en antroposofische basisscholen met een lage vaccinatiegraad.
2.2
Extra inzet op de vaccinatiegraad In 2019 is ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ van start gegaan. Met deze aanpak wordt ingezet op het beter monitoren en begrijpen van trends in de vaccinatiegraad. Zo kunnen gerichte maatregelen en interventies worden ontworpen, in samenwerking met de JGZ. De basis van deze aanpak is de methode van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ‘Tailoring Immunization Programmes’ (TIP). Met behulp van deze TIPmethode worden eerst de doelgroepen met een lage vaccinatiegraad geïdentificeerd met epidemiologisch onderzoek (Detervax, paragraaf 2.2.1). Vervolgens worden motiverende en belemmerende factoren voor vaccinatie onder deze doelgroepen in kaart gebracht door middel van sociaalwetenschappelijk onderzoek (SocioVax, paragraaf 2.2.2). Op basis van de (voorlopige) inzichten uit deze onderzoeken worden evidence-based en practice-based interventies ontwikkeld of worden bestaande interventies geëvalueerd.
2.2.1
Detervax De Detervax-onderzoeken over de BMR- en DKTP-vaccinatiegraad, die in verslagjaar 2025 in het rapport werden gepresenteerd, zijn inmiddels gepubliceerd in Eurosurveillance [2] en Vaccine [3]. In een andere studie binnen het Detervax-project (die als preprint beschikbaar is), is de lange-termijnimpact van de COVID-19-pandemie op de RVP-vaccinatiegraad onderzocht [4]. Hiervoor is de vaccinatiegraad van de eerste DKTP-dosis op de leeftijd van 6 maanden als indicator gebruikt. De analyses laten zien dat de vaccinatiegraad het hoogst was voor de pandemie, en dat deze daalde tijdens en na de pandemie. Daarnaast bleek dat de licht stijgende trend in vaccinatiegraad in de jaren voor de pandemie veranderde in een dalende trend na het begin van de pandemie. Deze daling werd sterker na het einde van de Pagina 13 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
pandemie. Ook werd een significante directe daling in de vaccinatiegraad gezien, zowel bij het begin van de pandemie (-1,15 procentpunt) als aan het einde van de pandemie (-0,66 procentpunt). Binnen gezinnen met tenminste twee kinderen bleek dat kinderen die tijdens en na de pandemie in aanmerking kwamen voor DKTP-vaccinatie een lagere kans hadden om gevaccineerd te zijn, vergeleken met hun broers of zussen die voor de pandemie in aanmerking kwamen. Ook was het zijn van een als tweede of later geboren kind in een gezin geassocieerd met een lagere kans op vaccinatie in vergelijking met eerstgeboren kinderen. Beide resultaten wijzen op een aanhoudend negatief effect van de COVID-19-pandemie op de vaccinatiebeslissingen van ouders. Wel is het belangrijk om te bedenken dat de invoering van het informed consent voor RVP-vaccinaties samenviel met het einde van de pandemie. Hierdoor is het moeilijk om conclusies te trekken rond deze periode. Het aanhoudende negatieve effect kan wijzen op doorlopende effecten van de pandemie of nieuwe factoren in de periode erna. Dit is zorgelijk vanwege de verminderde groepsbescherming en een hoger risico op uitbraken van ziekten die door vaccinatie zijn te voorkomen. 2.2.2
SocioVax Het RIVM onderzoekt in het programma SocioVax, onderdeel van het programma ‘Verder met Vaccineren’, welke sociaalpsychologische factoren samenhangen met deelname aan het RVP. De afgelopen jaren zijn er binnen SocioVax meerdere onderzoeken uitgevoerd. De inzichten uit eerder onderzoek zijn te vinden op de SocioVax-webpagina. Dit rapport belicht een aantal onderzoeken die in 2025 zijn uitgevoerd.
2.2.2.1
Vragenlijstmonitor Eén van de pijlers van SocioVax is een vragenlijstmonitor. Deze vragenlijst brengt binnen een representatieve groep ouders in Nederland in kaart hoe zij denken over vaccinaties voor kinderen en de instanties die daarbij betrokken zijn. De vragen gaan bijvoorbeeld over vaccinatiebereidheid en -deelname, over ervaringen met vaccinatiedienstverlening, en over verschillende overtuigingen en meningen die ouders kunnen hebben over vaccinaties. SocioVax herhaalt dit vragenlijstonderzoek. Zo kunnen we onderzoeken of ouders door de tijd heen anders gaan denken over kindervaccinaties. Uit de trendanalyse van de eerste drie metingen van de vragenlijstmonitor komt naar voren dat veel determinanten heel stabiel zijn gebleven. Zo blijkt nog altijd dat: • Verreweg de meeste ouders vaccineren belangrijk vinden voor de bescherming van hun kind. In alle subgroepen (verschillende opleidingstypes, verschillende herkomst) ervaren ouders dat de meeste mensen in hun sociale omgeving het belangrijk vinden om kinderen te laten vaccineren. • Er ook verschillen zijn tussen mensen in hoe belangrijk zij vaccinaties vinden, en hoeveel zorgen zij zich maken of hoeveel vertrouwen in de overheid zij hebben als het gaat om vaccineren.
Deze overtuigingen hangen samen met de vaccinatiebereidheid: als mensen positiever over vaccinaties denken, is de kans groter dat zij hun kind volledig laten vaccineren. • Verreweg de meeste ouders, van zowel gevaccineerde als niet- of gedeeltelijk gevaccineerde kinderen, ervaren dat het voor hen Pagina 14 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
redelijk of heel makkelijk is om een vaccinatie te halen voor hun jongste kind. Daarnaast zijn de meeste ouders redelijk of heel tevreden over hun laatste ervaring met vaccineren. In 2026 zet het RIVM verder in op het verdiepen van kennis over vaccinatiebereidheid en -deelname. De resultaten en de opzet van de vragenlijstmonitor worden tevens door andere onderzoekers benut, bijvoorbeeld als uitgangspunt voor eigen vragenlijstonderzoek. Daarnaast introduceert het RIVM komend jaar de doelgroepmonitor. Daarmee kunnen we beter onderzoeken wat verschillende groepen belangrijk vinden bij het maken van een vaccinatiekeuze, en wat hen daarbij kan ondersteunen. 2.2.2.2
Analyse vaccinatietwijfel We gebruiken de vragenlijstmonitor ook om in beeld te brengen hoeveel ouders twijfelen over vaccinatie van hun kind(eren), en welke factoren daarmee samenhangen. Vaccinatietwijfel is niet hetzelfde als vaccinatieweigering. Met vaccinatietwijfel bedoelen we het ervaren van onzekerheid over de keuze voor wel of niet vaccineren [5]. Belangrijkste bevindingen uit de kennisnotitie ‘Resultaten van de SocioVax monitor 2025: inzicht in vaccinatietwijfel’: • Vaccinatietwijfel komt het meest voor onder ouders die hun kinderen gedeeltelijk laten vaccineren; van hen twijfelt 4 op de 10. Onder ouders die hun kind alle of helemaal geen vaccinaties geven, ervaren minder mensen twijfel (minder dan 2 op de 10). • Vaccinatietwijfel komt vaker voor bij mensen in zeer stedelijke (vs. niet-stedelijke) gebieden, mensen met een migratieachtergrond, en naarmate de leeftijd van het kind toeneemt. • Mensen die twijfelen, hebben over het algemeen minder positieve overtuigingen over vaccinaties dan mensen die niet twijfelen. Er is niet een specifieke overtuiging die het sterkst samenhangt met twijfel.
De verschillen tussen mensen die wel en niet twijfelen zijn het grootst als het gaat om de mate van zorgen over de veiligheid van vaccinaties (hoger bij ouders die twijfelen), en de mate van vertrouwen in zorgverleners en de overheid ten aanzien van vaccinaties (lager bij mensen die twijfelen). • Zowel mensen die twijfelen als mensen die niet twijfelen, noemen zorgverleners, overheidscommunicatie, vaccinatieuitnodigingen en familie en vrienden het vaakst als belangrijke informatiebronnen. Wel benoemen mensen die twijfelen overheidscommunicatie en vaccinatie-uitnodigingen minder vaak dan mensen die niet twijfelen. Van de mensen die twijfelen, noemt een kleine groep – 1 op de 10 – alternatieve websites of sociale media als belangrijke informatiebron voor het maken van een vaccinatiekeuze. Dit is meer dan bij mensen die niet twijfelen.
2.2.2.3
Samenwerkingen met de regio’s Vanuit SocioVax leveren we een actieve bijdrage aan het bevorderen van onderzoek in de regio’s. Dit doen we onder meer door advies en ondersteuning te bieden bij de opzet, uitvoering en rapportage van Pagina 15 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
sociaalwetenschappelijk onderzoek naar vaccineren. Enkele voorbeelden van onze bijdrage zijn: • Het kwalitatief evalueren van de wijk- en doelgroepgerichte vaccinatieaanpak van GGD Amsterdam. Deze inzichten kunnen GGD Amsterdam vervolgens helpen om te beoordelen welke (onderdelen van) interventies aansluiten bij de behoeften van ouders. • Het uitvoeren van een vragenlijstonderzoek in samenwerking met GGD Hart voor Brabant. Het doel van dit onderzoek was om inzichtelijk te maken waarom ouders wel of niet kiezen voor HPVvaccinatie en te kijken of het soort afspraak (open inloop prikmoment of individueel consult) hierbij verschil maakt. Door dergelijke samenwerkingen dragen wij bij aan het vergroten van kennis over en het verbeteren van vaccinatiepraktijken in de verschillende regio’s. Hiermee versterken we de regionale onderzoekscapaciteit en ondersteunen we GGD’en en JGZ-organisaties bij het maken van onderbouwde keuzes voor een effectief vaccinatiebeleid. Regioprojecten ‘doelgroepen en vaccineren’ In aanvulling op de advisering en ondersteuning zijn extra middelen beschikbaar gesteld om onderzoek in de regio te bevorderen. In september 2025 heeft het RIVM via een projectoproep van SocioVax budget beschikbaar gesteld aan GGD’en en JGZ-organisaties voor vier onderzoeksprojecten op het thema ‘vaccineren en doelgroepen’ binnen het Rijksvaccinatieprogramma.
Deze oproep voor projectaanvragen komt voort uit de SocioVax-onderzoekers bijeenkomst ‘vaccineren en doelgroepen’ op 14 april 2025, met deelnemers van GGD’en en JGZorganisaties, universiteiten en onderzoeksinstituten. Daarnaast is er een adviesraad opgezet, die bestaat uit sleutelpersonen uit verschillende doelgroepen met een achtergrond in de (vaccinatie)gezondheidszorg. De leden van de adviesraad denken mee over het opzetten en uitvoeren van onderzoeken over dit thema. Met de beschikbare extra middelen krijgen regio’s de mogelijkheid nader te onderzoeken welke aanpak het best aansluit bij verschillende groepen en situaties. SocioVax wil hiermee praktijkervaring en wetenschappelijk onderzoek verbinden. Zo kan SocioVax onderzoeken wat bij doelgroepen met een lage en/of dalende vaccinatiegraad kan helpen om de vaccinatiegraad te verhogen.
De geselecteerde projecten zijn: • TIJDs-Vac (GGD IJsselland & GGD Twente): betrekt jongeren uit protestantse gemeenschappen bij het ontwikkelen van passende interventies met participatief onderzoek; • VacciChat (GGD Rotterdam-Rijnmond & GGD Zuid-Holland Zuid): ontwikkelt en beoordeelt samen met ouders met een lage sociaaleconomische positie of migratieachtergrond in Rotterdam een AI-chatbot die betrouwbare informatie over kindervaccinaties geeft; • SMINT (Gemeente Utrecht): richt zich op het herkennen en tegengaan van misinformatie over vaccinaties binnen de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht; • SCHOOLVAX (GGD Zuid-Holland Zuid): onderzoekt samen met basisscholen en middelbare scholen in Zuid-Holland Zuid en Pagina 16 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Rotterdam-Rijnmond welke rol scholen kunnen en willen spelen in het bevorderen van vaccinatiebereidheid. In het najaar van 2026 is er een nieuwe subsidieronde voor het thema ‘doelgroepen en vaccineren’. 2.2.2.4
Social listening Binnen Sociovax loopt ook een pilotstudie naar social listening. Deze studie verzamelt via een vragenlijst signalen rondom het RVP onder GGD- en JGZ-professionals, vooral op basis van hun contact met burgers. De vragenlijstresultaten laten zien dat zorgen en vragen over vaccinatie breed voorkomen en verschillende, samenhangende thema’s raken. In de eerste ronde gaven professionals relatief vaak aan dat mensen denken dat het doormaken van een ziekte beter is dan vaccineren. Ook kwamen geregeld zorgen naar voren over een mogelijke relatie tussen vaccins en autisme. In de tweede ronde lag de focus op de RSVimmunisatie en veranderingen in het RVP. De RSV-immunisatie wordt enerzijds vaak als geruststellend ervaren, wat een positieve invloed lijkt te hebben op de vaccinatiebereidheid. Tegelijkertijd bestaan er zorgen over veiligheid, bijwerkingen, de jonge leeftijd waarop wordt gevaccineerd en de mate waarin de immunisatie is onderzocht. Daarnaast leiden veranderingen in het vaccinatieschema geregeld tot verwarring en onzekerheid. Ouders geven aan moeite te hebben met het bijhouden van schema’s en stellen vragen over nut en noodzaak van aanpassingen. Ook zorgen over het aantal (nieuwe) vaccins en een afnemend vertrouwen in vaccinaties spelen hierbij een rol.
In beide rondes blijven bredere thema’s consistent zichtbaar, zoals zorgen over veiligheid en bijwerkingen, wantrouwen richting overheid en instituties, en twijfels over het nut van vaccinatie. Het document Social listening RVP - voorlopige resultaten ronde 2 geeft een uitgebreide beschrijving van de voorlopige resultaten, met achtergrondinformatie over de signalen.
2.2.3
Wijkgerichte aanpak Om op lokaal niveau te kunnen begrijpen wat nodig is om doelgroepen te bereiken met een toegankelijk vaccinatieaanbod, zijn de G4gemeenten – de vier grote steden Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam – met een wijkgerichte en fijnmazige aanpak begonnen. Hierdoor kunnen vaccinatiebeleid en -activiteiten worden afgestemd op de specifieke kenmerken, behoeften en zorgen van mensen. Door lokaal samen te werken met vertrouwde partners in de wijk, sleutelpersonen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen, huisartsen, scholen en andere maatschappelijke organisaties, kan de toegankelijkheid van vaccinaties worden vergroot, de acceptatie worden verhoogd en kunnen drempels worden weggenomen. Door samenwerking en co-creatie met de doelgroepen kan maatwerk worden geleverd. De wijkgerichte aanpak wordt ondersteund vanuit het RIVM-programma Verder met Vaccineren, onder meer door het monitoren en duiden van vaccinatiegraadcijfers, vaccinatiegedrag en vertrouwen in vaccinaties. Ook kunnen samen met de verschillende partijen effectieve interventies worden ontwikkeld. Pagina 17 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
De G4-gemeenten zijn, in samenwerking met het RIVM, in 2025 een pilot begonnen om de wijkgerichte aanpak te intensiveren en uit te breiden. De tussentijdse rapportage van de wijkgerichte aanpak van de G4 [6] geeft een mooi overzicht van de opbrengst van deze aanpak en de lessen die hieruit kunnen worden geleerd. In Amsterdam en Den Haag stijgt de opkomst voorzichtig, wat perspectief biedt voor een meerjarige aanpak. Enkele tussentijdse resultaten: • In Den Haag is een onderdeel van de wijkgerichte aanpak het aanbieden van de maternale kinkhoestvaccinatie bij geselecteerde verloskundigenpraktijken, in een vertrouwde, laagdrempelige omgeving. De eerste cijfers zijn positief: verloskundigen vaccineren 75% van de zwangeren die bij hen in zorg zijn. Dit is hoger dan de overall vaccinatiegraad in Den Haag (53%). • In Utrecht haalden Utrechtse jongeren (16- en 17-jarigen) hun ontbrekende vaccinaties. Er werden gemiddeld dertig jongeren per middag bereikt. Dit was mogelijk mede dankzij de locatie, expertise en inzet van de vaccinatievoorziening van de GGD regio Utrecht. • In Rotterdam leveren gesprekken met partners op dat de zorgen rond de dalende vaccinatiegraad worden gedeeld. Groepsgesprekken samen met sleutelpersonen laten zien dat twijfels en gedragsfactoren rond RVP-vaccinaties beïnvloedbaar zijn met gesprekken en interventies.
• De vaccinatieopkomst onder schoolkinderen en jongeren in Amsterdam steeg in 2025 voor het tweede jaar op rij. De stijging is het sterkst in focusgebieden, waar extra wordt ingezet op het verhogen van de vaccinatiegraad. Voor het eerst namen in 2025 de verschillen tussen gebieden af. Dat draagt bij aan eerlijke kansen op gezondheid en vermindert gezondheidsrisico’s [6]. Daarnaast is het RIVM in 2025 begonnen met de ontwikkeling van een gezamenlijke communicatietoolkit, zodat JGZ-professionals eenvoudiger gebruik kunnen maken van elkaars voorlichtingsmaterialen en goede voorbeelden. Ook heeft het ministerie van VWS een adviesbureau opdracht gegeven voor de uitvoering van een impactanalyse naar (systeem)aanpassingen die nodig zijn om onder meer het versturen van sms-herinneringen voor vaccinatieafspraken en het online wijzigen van vaccinatieafspraken in meer regio’s mogelijk te maken. 2.3
Veranderingen RVP-schema Sinds 2025 (kinderen geboren vanaf 1 april 2025) is de RSVimmunisatie onderdeel van het RVP. Baby’s geboren van oktober tot en met maart krijgen deze immunisatie binnen twee weken na geboorte aangeboden (primaire groep). Baby’s geboren van april tot en met september krijgen de immunisatie in september of oktober (catch-up groep). Zie paragraaf 3.3 voor de RSV-immunisatiegraad voor RSVseizoen 2025/2026. Sinds 2025 (kinderen geboren in 2022) wordt daarnaast de BMRvaccinatie rond de leeftijd van 3 jaar in plaats van 9 jaar aangeboden. Kinderen geboren in de periode 2016 t/m 2021 krijgen deze vaccinatie in 2025-2027 aangeboden via een BMR-inhaalcampagne. Zie paragraaf 3.5 voor voorlopige deelnamecijfers.
Pagina 18 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
2.4
Adviezen Gezondheidsraad Om de effectiviteit van HPV-vaccinatie nog verder te vergroten, adviseerde de Gezondheidsraad in 2025 om te gaan vaccineren met het 9-valente vaccin (zie advies). Dit vaccin beschermt even goed tegen HPV-typen 16 en 18 als het 2-valente vaccin dat tot nu toe wordt gebruikt, maar het beschermt ook tegen zeven andere typen HPV die kanker en andere aandoeningen, zoals genitale wratten, kunnen veroorzaken. De Gezondheidsraad adviseerde PCV20 vooralsnog niet in te zetten voor de vaccinatie van kinderen tegen pneumokokken (zie advies). De effectiviteit van PCV20 is in de praktijk nog niet onderzocht, en daarnaast is de extra bescherming van PCV20 vergeleken met het in 2025 ingevoerde vaccin PCV15 nog niet duidelijk. Ook is voor dit vaccin ten opzichte van PCV15 een extra dosis nodig op een leeftijd van twee maanden.
2.5
Publiekscommunicatie Elk jaar is 4 maart de internationale ‘HPV Awareness Day’. Het RIVM neemt deel aan de Taskforce HPV Nederland, een bredere belangengroep met professionals en patiëntvertegenwoordigers die zich inzet voor meer bekendheid over HPV. Tijdens de HPV Awareness Day in 2025 werden door extra activiteiten op sociale media de HPV-vaccinatie en het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker belicht. In de week van 27 april t/m 3 mei 2025 was het European Immunization Week. De WHO, de initiatiefnemer van deze week, riep alle Europese landen op om mee te doen. Het RIVM deelde video’s op sociale media, waarin jeugdarts Kelli Tiggelman van GGD Gelderland-Midden vragen over het RVP beantwoordt. In 2025 is met publiekscampagnes opnieuw aandacht besteed aan de RVP-schemawijzigingen en aan de start van de RSV-immunisatie. Naast alle nieuwe communicatiematerialen die ontwikkeld zijn voor de RSVimmunisatie, werden er ook twee nieuwe ervaringsvideo’s voor rotavirusinfectie en RSV-infectie en een nieuwe HPV-infographic gepubliceerd.
2.6
Deskundigheidsbevordering In 2025 zijn de RVP-richtlijn Uitvoering en de e-learning zoals gebruikelijk aangepast. In het kader van Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid GGD’en (VIP) heeft het RIVM op verzoek van GGD GHOR Nederland meegewerkt aan een Masterclass Vaccinatiegraad. Deze masterclass is nog steeds te volgen. Op 2 oktober 2025 is de jaarlijkse VastePrik-dag gehouden. Het thema voor deze scholingsdag voor JGZ-professionals was ‘Houdbaarheid’: zaken die van belang zijn voor het voortbestaan van het RVP. Zoals bijvoorbeeld vertrouwen in het RVP, maar ook de ‘houdbaarheid’ van de opgewekte immuniteit na een vaccinatie. Pagina 19 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
2.7
Diverse onderzoeken en publicaties over vaccinaties In 2025 werd het rapport gepubliceerd over de gecombineerde evaluatie van de ‘Joint External Evaluation (JEE)/Public Health Emergency Preparedness Assessment’ (PHEPA) van respectievelijk de WHO en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) naar de voorbereiding van Nederland op (ernstige) internationale gezondheidsbedreigingen. De JEE-PHEPA bestond uit een zelf-evaluatie en een evaluatie door buitenlandse deskundigen tijdens een missieweek. Hierbij waren meer dan 250 experts van verschillende ministeries en organisaties betrokken. Er is gekeken naar 23 capaciteiten, waaronder wetgeving, financiering en coördinatie, voedselveiligheid, laboratoria, antimicrobiële resistentie (AMR), surveillance, infectiepreventie en chemische incidenten. In het gezamenlijke rapport van de WHO en het ECDC zijn vijf prioritaire acties/aanbevelingen voor het Nederlandse vaccinatiebeleid geformuleerd. Die betreffen onder meer het aanpakken van de suboptimale vaccinatiegraad, het vergroten van het inzicht in subgroepen met een lage vaccinatiegraad en het investeren in op maat gemaakte benaderingen via de JGZ. Dit sluit aan bij de bestaande aanpak van ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ (paragraaf 2.2).
Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor een adequate en consistente interpretatie van de wetgeving rondom gegevensbescherming, om zo de uitwisseling van vaccinatiegegevens voor onderzoeks- en monitoringsdoeleinden te verbeteren. Voor het RVP wordt hier aan gewerkt middels het wetsvoorstel ‘Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b’. Uit het PIMPI-onderzoek (‘Premature Infants and Maternal Pertussis Immunization’) bleek dat baby’s minder antistoffen hebben tegen kinkhoest als de moeder de kinkhoestvaccinatie vóór de 24ste week van de zwangerschap haalt. Dit laat zien dat de overdracht van antistoffen van moeder naar kind minder efficiënt is vóór de 24ste week in de zwangerschap dan later in de zwangerschap. Er zijn in vergelijking met een latere prik geen signalen dat de bescherming tegen kinkhoest minder goed is bij een vroege prik rond 22 weken. Onderzoek bij de eerste groep vrouwen die de HPV-vaccinatie kon krijgen en een uitstrijkje kon laten maken (binnen het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker of vanwege medische redenen), laat zien dat de HPV-vaccinatie een hoge bescherming tegen baarmoederhalskanker geeft. Vrouwen die op hun 16de een HPVvaccinatie hebben gekregen waren voor 90% beschermd tegen het krijgen van baarmoederhalskanker, en voor 80% beschermd tegen ernstige voorstadia van baarmoederhalskanker (CIN3+).
Verder blijkt uit een ander onderzoek dat door de vaccinatie minder mensen HPV overdragen op anderen. Daardoor neemt de verspreiding van HPV af. De HPV-vaccinatie beschermt daarmee voor een deel indirect ook ongevaccineerde vrouwen. Eind 2025 paste het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) haar standpunt over autisme en vaccins aan, omdat de bewering dat vaccins geen autisme veroorzaken niet op bewijs zou zijn gebaseerd. Dit was voor het RIVM geen reden om de informatie over vaccinatie en autisme op rijksvaccinatieprogramma.nl aan te passen. Wereldwijd zijn er onder honderdduizenden kinderen veel onderzoeken Pagina 20 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
gedaan (bijvoorbeeld Andersson et al, Hviid et al, Jain et al). Goed uitgevoerde studies vinden geen verband tussen vaccins en autisme. Internationale wetenschappers zijn het er daarom over eens: vaccins veroorzaken geen autisme. Ook de WHO, het ECDC en andere organisaties benadrukken dit. Dit is een beperkte selectie van onderwerpen. Voor meer informatie over ontwikkelingen rond RVP-ziekten en (kandidaat)vaccins verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1].
Pagina 21 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Pagina 22 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
3
Vaccinatiegraad
3.1
Algemeen De vaccinatiegraad is – kort gezegd – een deelnamepercentage. Een hoge vaccinatiegraad is nodig om de bevolking te beschermen tegen ernstige RVP-ziekten. Daarom is het belangrijk de vaccinatiegraad te monitoren. De gegevens in deze rapportage delen we ook internationaal met de WHO en Unicef (via het joint reporting form, JRF). De nationale certificatiecommissie polio en de verificatiecommissie mazelen/rubella gebruiken dit rapport ook om te beoordelen of Nederland voldoende bijdraagt aan de wereldwijde bestrijding van deze ziekten. Monitoring is ook belangrijk om de (vaccin)effectiviteit en veiligheid van vaccinaties te kunnen beoordelen. Bovendien vergroot het de mogelijkheid om op basis van de vaccinatiegraad politieke beslissingen en maatregelen te nemen. In Nederland wordt de vaccinatiestatus al lang individueel geregistreerd. Hierdoor was de vaccinatiegraad heel precies te berekenen en te volgen. Sinds 2022 kan dit minder goed, vanwege de benodigde toestemming voor de uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’) (zie paragraaf 3.2.1). Ook incomplete informatie over de DKTP-schema-indicatie had tijdelijk (verslagjaren 2023-2024) een negatieve invloed op de cijfers (zie paragraaf 3.2.2 in het rapport over verslagjaar 2025). De vaccinatiegraad is daarmee een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad.
De cijfers zijn de waarde waarop de deelname minimaal ligt. In paragraaf 3.4 proberen we de cijfers zo goed als mogelijk te duiden. Voor de leesbaarheid spreken we in dit rapport over ‘Nederland’ waar het Europees Nederland betreft. De vaccinatiegraad voor het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius) bespreken we – voor zover beschikbaar – in paragraaf 3.3.3.
3.2
Methoden De vaccinatiegraad van het RVP in Nederland wordt sinds 2005 bepaald op basis van het landelijke registratiesysteem Praeventis [7]. Dit is aangesloten op de Basisregistratie Personen (BRP). Een algoritme in dit systeem beoordeelt per persoon de geldigheid (juistheid en tijdigheid) van de geregistreerde vaccinaties. Dit gebeurt op basis van de richtlijn uitvoering RVP. Het RIVM bepaalt de vaccinatiegraad elk jaar voor een aantal geboortecohorten, en dus niet voor de bevolking als geheel. Een verandering in de vaccinatiegraad zegt daarom niet direct iets over de bescherming van de hele bevolking. Kinderen die niet in de BRP staan, zoals kinderen van sommige asielzoekers, ongedocumenteerde kinderen en kinderen van diplomaten, kunnen niet in de vaccinatiegraad worden meegenomen. Ook krijgen sommige kinderen die dicht bij de grens wonen, zoals in Vaals, Kerkrade
Pagina 23 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
en Simpelveld, hun vaccinaties in Duitsland of België. Van deze vaccinaties wordt maar een deel in Præventis vastgelegd. Tabel 2 Individuele leeftijd waarop de vaccinatiegraad per vaccinatie wordt vastgesteld
Zuigelingen
Kleuters
33 weken
1 jaar
2 jaar
5 jaar
Schoolkinderen 10 jaar
Rota4
DKTP1
DKTP2
DKTP3,c
DTP4
Hib1
Hib4
Adolescenten 11 jaar
15 jaar
Hep B4,a Pneu1
Pneu4 BMR2
BMR4
MenACWY2
MenACWY4
volledigb HPV4,d Vaccinatietoestanden: 1 primaire serie 🡪 voorbereiding op basisimmuniteit 2[ basisimmuun 🡪 basisimmuniteit bereikt G gerevaccineerd 3[ 🡪 revaccinatie ontvangen G 4[ volledig afgesloten 🡪 vaccinatieschema beëindigd, voldoende beschermd e [ vereenvoudigd schema, omdat kinderen afhankelijk van hun leeftijd/vaccinatieschema G Sterk e G ope verschillende manieren een bepaalde vaccinatietoestand kunnen bereiken. RSVe fe immunisatie en maternale vaccinaties worden niet weergegeven, omdat hier geen e fe leeftijdsgrens voor geldt. a e fe B-0 op derde levensdag (alleen voor kinderen van moeders die drager zijn van het e Hep fe e hepatitis B-virus). b n e Basisimmuun voor DKTP/BMR/MenACWY én volledig afgesloten voor Hib/Hep B/Pneu. e n c c Naast de vaccinatietoestand ‘gerevaccineerd’ wordt ook de toestand ‘voldoende beschermd’ e n c in vastgesteld. Dit is de som van het aantal gerevaccineerde kinderen en het aantal kinderen ic dat tc de basisimmuniteit pas bereikt op de leeftijd van 2 tot 5 jaar, en daarom niet in aanmerking komt voor revaccinatie. ti d a it Twee vaccinaties. Tot en met verslagjaar 2023 alleen voor meisjes en op leeftijd 14 jaar.
a a ta a ta Sinds het verslagjaar 2006 wordt voor elk individu bepaald of de juiste ta u a vaccinatietoestand is bereikt volgens het schema voor een bepaalde ti u tu leeftijd (zie Tabel 2) of in een bepaald seizoen (RSV/griep). tiu De leeftijdsgrenzen van 33 weken, 1 jaar, 2 jaar, 5 jaar, 10 jaar, 11 jaar it ith 15 jaar zijn ruim vergeleken met het moment waarop de vaccinaties enh e th worden aangeboden. Maar het blijft belangrijk dat kinderen hun te h vaccinaties op het juiste toedieningsmoment (volgens de RVP-richtlijn) e t d e krijgen. to d to d c d Met o c ‘verslagjaar 2026’ bedoelen we dat de vaccinatiegraad in 2026 is u o bepaald (selectiedatum 9 maart 2026; 28 april 2026 voor de RSVc u m c immunisatie). Dit hoofdstuk presenteert de vaccinatiegraad in u m e u verslagjaar 2026 op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties m e n m voor kinderen die geboren zijn in 2010 (15 jaar), in 2014 (11 jaar), in e n te 2015 (10 jaar), in 2020 (5 jaar), in 2023 (1 en 2 jaar) en in 2024 (33 n to n weken). In Tabel 3 staat het RVP-schema voor deze geboortecohorten. to ft Ook fd presenteert dit hoofdstuk de immunisatiegraad voor kinderen o geboren tussen 1 april 2025 en 31 maart 2026 (RSV-immunisatie). En fd e fe d s d Pagina 24 van 81 e s a e s a m s a m e
RIVM-rapport 2026-0001
de vaccinatiegraad voor zwangeren met een kind dat geboren is in 2025 (maternale DKT-vaccinatie) en voor zwangeren die tijdens het griepseizoen 2025/2026 in aanmerking kwamen voor maternale griepvaccinatie (zie Bijlage 1). De vaccinatiegraad wordt ook zonder leeftijdsgrens getoond. Dan tellen we vaccinaties mee die zijn gegeven na de leeftijdsgrens en voor begin maart 2026. Uitzonderingen hierop zijn de RSV-immunisatie, de rotavirusvaccinatie en maternale vaccinaties, omdat later inhalen hiervoor niet relevant is. Het inhalen van RVP-vaccinaties kan ook daarna nog tot de leeftijd van 18 jaar gratis plaatsvinden. De cijfers zijn dus een momentopname. Daarnaast tonen we ook de vaccinatiegraad in eerdere verslagjaren, om trends over de tijd te laten zien. Tot slot toont paragraaf 3.5 de voorlopige deelname aan de BMR-vaccinatie rond de leeftijd van 3 jaar en de BMR-inhaalcampagne. Tabel 3 Overzicht RVP-schema voor de geboortecohorten waarvoor de vaccinatiegraad in verslagjaar 2026 is bepaald
Geboortecohort
Vaccinatie/ Aangeboden op leeftijd Leeftijdsgrens immunisatie vaccinatiegraad 1 april t/m RSV (catch-up) in september/oktober 2025 nvt 30 september 2025 (ongeacht leeftijd) 1 oktober 2025 t/m RSV (primair) <14 dagen na geboorte nvt 31 maart 2026 2024 Rota 6-9 weken en 3 maanden 33 weken 2023 DKTP-Hib-HepB (2), 3, 5 en 11 maanden 1 en 2 jaar Pneu 3, 5 en 11 maanden 1 en 2 jaar BMR 14 maanden 2 jaar MenACWY 14 maanden 2 jaar 2020 DKTP 3 jaar en 9 maanden 5 jaar 2015 DTP 9 jaar 10 jaar BMR 9 jaar 10 jaar 2014 HPV 10 jaar 11 jaar 2010 MenACWY 14 jaar 15 jaar 2025 maternale DKT tijdens zwangerschap nvt 2025/2026* maternale griep tijdens zwangerschap nvt * zwangerschap ≥ 22 weken tijdens griepseizoen 2025/2026
Jaarlijks presenteert dit rapport voor ‘De Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid’ (https://www.staatvenz.nl/) een kerncijfer voor volledige deelname aan het RVP. Dit is het percentage zuigelingen dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend kreeg, voor de leeftijd van 2 jaar. Daarnaast wordt getoond welk deel van de adolescenten in het jaar dat ze 16 worden nog in aanmerking komt voor inhaalvaccinaties. Ook wordt het percentage kinderen gerapporteerd voor wie geen enkele RVP-vaccinatie is geregistreerd (zie paragraaf 3.3.1). Vanwege de vele verschillende vaccinaties, leeftijdsgroepen en RVP-schemawijzigingen is de deelname aan het totale RVP niet meer goed vergelijkbaar over de jaren. Vanaf verslagjaar 2027 worden deze kerncijfers niet meer in deze vorm gerapporteerd. Pagina 25 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Voor verslagjaar 2026 wordt de gemeentelijke indeling per 1 januari 2026 (N=342 gemeenten) gebruikt. In heel kleine gemeenten, zoals de Waddeneilanden en Rozendaal (Gelderland), komen zó weinig kinderen in aanmerking voor vaccinatie dat het wel of niet toedienen van een enkele vaccinatie veel invloed heeft op de vaccinatiegraad. Vanwege het onthullingsrisico door lage aantallen, worden Schiermonnikoog en Vlieland, en waar van toepassing ook Ameland, in de tabellen samengevoegd. Dit geldt in sommige gevallen ook voor de gemeenten Rozendaal en Rheden. De cijfers voor de maternale griepvaccinatie worden alleen per GGD-regio of JGZ-organisatie getoond. 3.2.1
Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) Sinds 1 januari 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinatiegegevens anoniem. Dit gebeurt wanneer de ouders of de gevaccineerde geen toestemming geven voor het delen van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (informed consent). Er is dan bijvoorbeeld geen informatie over het geboortejaar of geslacht van de gevaccineerde of over de dosis als het om een vaccinatieserie gaat. Het is niet mogelijk deze anonieme vaccinaties mee te tellen in de vaccinatiegraadberekening. De cijfers in dit rapport zijn daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. In Tabel 6-8 is met gele arcering aangegeven vanaf wanneer het informed consent invloed heeft. Dit hangt af van het jaar waarin de vaccinatie werd aangeboden. Anonieme immunisaties/ vaccinaties worden wél meegeteld bij de RSV-immunisatie en de maternale griepvaccinatie. Op basis van de datum van toediening weten we namelijk bij welk seizoen deze horen. In 2025 kwam over het geheel genomen gemiddeld 2% van de RVPvaccinaties anoniem binnen. Dit aandeel is iets lager dan in het rapport van vorig jaar voor 2024 werd gerapporteerd (3%). Het aandeel anonieme vaccinaties verschilt niet alleen over de tijd, maar ook per JGZ-organisatie en per vaccinsoort (zie Tabel 4).
Zo is het aandeel anonieme vaccinaties nog steeds hoger voor de maternale vaccinaties (10-11%).
Pagina 26 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 4 Aandeel (%) anonieme vaccinaties uitgedrukt als percentage van het totaal aantal vaccinaties in 2025, uitgesplitst naar vaccinsoort en JGZ-organisatie
JGZ-organisatie
RSV
CJG Apeldoorn CJG Capelle aan den IJssel CJG Den Haag CJG Rijnmond GGD Amsterdam GGD Brabant-Zuidoost GGD Drenthe GGD Flevoland GGD Fryslân GGD Gelderland-Zuid GGD Gooi en Vechtstreek GGD Groningen GGD Hart voor Brabant GGD Hollands Noorden GGD IJsselland GGD Kennemerland GGD Noord- en Oost-Gelderland GGD Regio Utrecht GGD Twentee GGD West-Brabant GGD Zaanstreek-Waterland GGD Zeeland GGD Zuid-Limburg Hecht Jeugdgezondheidszorg Gemeente Utrecht Jeugdgezondheidszorg Kennemerland JONG JGZ
0,6 2,0 2,4 2,8 2,8 1,7 2,2 1,1 1,8 1,6 2,6 1,0 2,2 6,9 1,4 1,6 2,2 1,9 2,8 3,0 1,6 1,7 1,9
Rota DKTP-Hib- Pneu BMRa Men DKTPHepB ACWYa booster 0,5 0,8 0,7 1,2 1,1 0,0 1,3 1,5 1,1 4,0 17,3 0,0 1,7 2,0 1,9 2,6 1,7 2,2 2,1 2,7 2,5 1,8 2,9 5,4 1,8 2,3 1,9 2,6 3,1 2,9 1,0 1,3 1,1 1,4 1,9 3,0 1,1 1,7 1,5 1,6 3,0 5,2 0,5 0,9 0,8 0,6 0,5 0,4 1,1 1,9 1,5 1,8 1,9 6,4 1,1 1,9 1,6 2,8 2,1 2,5 1,6 2,0 1,6 3,2 3,6 0,0 0,6 0,9 0,8 0,6 1,3 1,7 1,2 1,6 1,3 3,0 2,7 3,5 3,5 3,2 2,9 1,0 1,4 1,6 1,1 1,5 1,3 2,2 2,5 2,8 1,3 2,2 1,8 1,1 1,4 1,1 5,9 0,6 1,0 1,1 2,4 2,6 2,2 1,3 2,8 10,3 2,6 2,5 2,3 4,1 4,5 1,5 1,9 2,6 2,3 2,3 2,6 2,1 2,0 2,5 2,3 2,7 3,1 3,0 1,0 1,7 1,5 2,8 5,0 4,3 1,6 1,9 1,8 1,9 1,3 2,9 1,2 1,4 1,3 1,3 0,9 4,7
DTP
HPV
DKT
1,4 9,4 1,3 1,6 3,6 2,4 1,9 0,2 1,5 5,6 6,2 1,7 3,8 1,1 4,0 2,2 1,5 2,8 3,6 3,8 1,4 3,8 0,6 0,4
0,8 7,9 1,3 1,3 1,3 0,7 2,3 0,2 1,4 1,4 2,0 0,5 3,5 0,4 1,9 0,8 0,6 0,8 1,2 1,3 1,9 2,2 0,5 0,6
1,4 4,8 9,9 11,2 20,6 7,7 1,4 5,5 18,8 4,5 7,8 1,5 8,9 8,0 10,6 9,7 28,5 8,4 4,9 19,4 17,8 22,2 13,9
MGV gemiddeld 1,9 0,9 3,8 4,6 4,4 2,2 7,3 2,7 20,1 3,4 5,4 1,7 0,6 1,9 9,6 0,8 19,2 2,5 3,5 2,1 9,5 2,7 1,3 0,8 7,2 2,7 8,5 2,5 9,7 2,3 3,6 1,5 0,8 19,2 3,4 11,4 3,2 3,0 2,3 23,4 3,4 16,2 3,2 22,2 2,6 13,8 2,0
2,7
1,4
2,2
2,0
1,1
1,3
1,8
0,4
0,6
6,9
5,3
1,9
0,4 1,6
0,4 1,3
0,8 1,9
0,8 1,6
0,5 2,5
0,7 3,8
0,0 0,6
3,8
1,0
0,4 13,6
0,7 8,0
0,7 2,6
Pagina 27 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
JGZ-organisatie
RSV
SAG JGZ zorgontwikkeling BV Santé Partners St. JGZ Zuid-Holland West Stichting Icare Jeugdgezondheidszorg Stichting Jeugd Noord Veluwe Thuiszorg West-Brabant Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Veiligheidsregio Limburg-Noord, GGD Limburg-Noord Verian Zorg Holding BV Yunio Zorggroep Oude en Nieuwe Land/GGD Flevoland Totaal 2025 (huidige situatie)b Totaal 2024 (situatie maart 2025)c Totaal 2024 (huidige situatie)b Totaal 2023 (situatie maart 2024)c Totaal 2023 (situatie maart 2025)d Totaal 2023 (huidige situatie)b Totaal 2022 (situatie maart 2023)c Totaal 2022 (huidige situatie)b
9,8 1,6 1,5
Rota DKTP-Hib- Pneu BMRa Men DKTPHepB ACWYa booster 5,4 4,8 4,5 1,8 2,5 0,0 1,6 2,3 2,0 1,6 1,7 1,3 1,5 1,3 1,6 2,1 3,3
DTP
HPV
DKT
2,7
1,8
7,7 0,6 5,4
1,9 2,6 1,8
1,6 1,5 1,0
1,7 1,6 1,6
1,4 1,5 1,4
0,8 1,1 1,5
0,9 1,1 0,9
9,6 2,1 6,7
2,2
0,6
6,3 5,1 5,5
6,5 6,8 3,1
1,8 1,5 1,7
1,9
1,4
2,0
1,8
1,4
1,5
0,5
3,0
0,4
11,1
11,9
2,1
1,0 1,8 1,5
0,9 1,9 1,4
1,0 1,8 1,4
0,7 1,7 1,3
0,9 1,3 0,8
1,7 1,5 0,9
3,3
1,5
1,0
9,3 3,8 0,6
6,6 0,9 0,3
1,4 1,8 1,2
4,6 2,2 n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
1,0 1,5 2,0 1,1 n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
1,6 1,9 2,1 1,5 2,5 1,4 1,2 3,1 1,6
1,4 1,7 1,9 1,3 2,2 1,2 1,1 3,0 1,5
1,0 1,9 2,4 1,4 2,8 1,5 1,3 4,7 2,3
1,2 2,3 2,3 1,9 2,8 2,2 1,6 6,9 3,4
4,0 10,9 10,2 9,8 9,8 9,4 8,6 13,7 9,9
7,1 9,5 8,6 8,2 9,5 9,3 8,6 n.a. n.a.
1,6 2,3 2,9 2,1 3,7 2,5 2,0 4,9 2,5
3,1 7,8 6,4 13,3 8,7 7,8 13,8 8,5
2,7 3,3 1,6 4,4 1,9 1,7 3,6 1,6
1,3 1,7 1,2 3,3 2,2 1,4 3,9 1,6
Betekenis afkortingen: DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie, gemiddeld = gemiddelde over alle vaccinsoorten. a Voor zowel zuigelingen als 9-jarigen (BMR) en/of 14-jarigen (MenACWY). b Situatie maart 2026. c Uitgangssituatie, ter vergelijking met de huidige situatie in maart 2026. d Het aandeel anonieme vaccinaties dat in vorig verslagjaar (2025) gebruikt is voor het duiden van de vaccinatiegraad. e Het hogere aandeel anonieme vaccinaties in 2025 hangt waarschijnlijk samen met de implementatie van een nieuw kinddossier in juni 2025. NB: Net als de vaccinatiegraad is het aandeel gerapporteerde anonieme vaccinaties een momentopname. Wanneer op een later moment alsnog toestemming wordt geregistreerd, worden eerder toegediende vaccinaties alsnog met persoonsgegevens aan het RIVM doorgegeven. Het aandeel anonieme vaccinaties wordt alleen weergegeven als er in totaal minimaal tien vaccinaties zijn geregistreerd per vaccinsoort en JGZ-organisatie. Bij RSV gaat het om immunisaties. Pagina 28 van 81
MGV gemiddeld 4,6 4,6 0,3 1,8 4,4 1,8
RIVM-rapport 2026-0001
3.3
Overzicht van de vaccinatiegraad
3.3.1
Vaccinatiegraad op landelijk niveau De Tabellen 5-7 geven de landelijke vaccinatiegraad vanaf geboortecohort 2005 weer (zie Bijlage 2/3 voor de vaccinatiegraad voor cohort 1970-2004) en Tabel 8 toont de landelijke vaccinatiegraad voor de maternale vaccinaties. Bijlage 4 geeft de landelijke vaccinatiegraad voor de verslagjaren 2024-2026 in meer detail weer. Let op: het betreft de vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties. De cijfers zijn exclusief anonieme vaccinaties (zie paragraaf 3.2.1) en werden in verslagjaren 2023 en 2024 negatief beïnvloed als de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema ontbrak (zie paragraaf 3.2.2 in het rapport over verslagjaar 2025). Ze zijn daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad (zie paragraaf 3.4 voor verdere duiding). Kerncijfer volledige deelname1 Voor kinderen die in 2023 zijn geboren, ligt het landelijke kerncijfer voor volledige RVP-deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties ten minste op 84,5%. Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen vóór het bereiken van de 2jarige leeftijd. Kinderen geboren in 2023 kregen nog geen RSVimmunisatie en rotavirusvaccinatie aangeboden. Voor 9,4% van de kinderen die in 2023 zijn geboren, is op deze leeftijd geen enkele RVPvaccinatie geregistreerd.
Voor adolescenten die in 2010 zijn geboren, ligt de volledige RVPdeelname in het jaar dat ze 16 worden (zonder leeftijdsgrens) landelijk ten minste op 53,8% voor jongens en op 58,8% voor meisjes. Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen in het jaar dat ze 16 worden. Als de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten niet wordt meegenomen, is de deelname ten minste 55,9% voor jongens en 61,1% voor meisjes. Als ook de destijds alleen aan meisjes aangeboden HPV-vaccinatie – die vanaf 2022 ook aan jongens wordt aangeboden – buiten beschouwing wordt gelaten, ligt de deelname voor jongens ten minste op 82,1% en voor meisjes op 83,5%. Voor 3,0% van alle in 2010 geboren adolescenten is in het jaar dat ze 16 worden (zonder leeftijdsgrens) geen enkele RVP-vaccinatie geregistreerd. Adolescenten die geboren zijn in 2010 kregen overigens nog niet allemaal de vaccinatie tegen hepatitis B aangeboden (alleen risicogroepen).
1 Kerncijfer volledige deelname wordt vanaf volgend verslagjaar niet langer gerapporteerd (zie paragraaf 3.2).
Pagina 29 van 81
RIVM-rapport 2026-0001
Tabel 5 RSV-immunisatiegraad (%) en rotavirusvaccinatiegraad (%) voor zuigelingen per RSV-seizoen of cohort, op basis van op persoon geregistreerde immunisaties/vaccinaties (exclusief anonieme immunisaties/vaccinaties*)
Zuigelingen
RSV-seizoen 2025/2026
RSV Catch-upa 77,1
Zuigelingen (33 weken)
Primairb 72,6
Totaal 75,0c
Cohort 2024
Rota 72,8d
a
Catch-up: zuigelingen geboren van 1 april t/m 30 september 2025 die de RSV-immunisatie in september en oktober 2025 aangeboden kregen. b Primair: zuigelingen geboren van 1 oktober 2025 t/m 31 maart 2026 die de immunisatie binnen twee weken na geboorte aangeboden kregen. c 77,1 % inclusief anonieme RSV-immunisaties. d Tenminste 76,3% heeft een eerste dosis gekregen. * Het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme immunisaties/vaccinaties; onderrapportage werkelijke immunisatiegraad/vaccinatiegraad).
Figuur 2 toont de RSV-immunisatiegraad naar geboortemaand. Met uitzondering van de kinderen geboren in april 2025 en februari/maart 2026 ligt de immunisatiegraad boven de 75%. Figuur 2 RSV-immunisatiegraad (%), uitgesplitst naar geboortemaand, op basis van op persoon geregistreerde immunisaties (exclusief anonieme immunisaties) 100 catch-up groep
primaire groep
90
Immunisatiegraad (%)
80
73,5
75,1
76,8
79,1
78,7
78,9
77,6
76,6
76,9
75,1 71,3
70 58,0
60 50 40 30 20 10 0
Geboortemaand en -jaar
Catch-up groep: zuigelingen geboren van 1 april t/m 30 september 2025 die de RSVimmunisatie in september en oktober 2025 aangeboden kregen. Primaire groep: zuigelingen geboren van 1 oktober 2025 t/m 31 maart 2026 die de immunisatie binnen twee weken na geboorte aangeboden kregen. Oudere kinderen (links in de grafiek) hebben meer tijd gehad om een RSV-immunisatie in te halen dan de jongste kinderen (rechts in de grafiek).