CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A 3 1 BIJLAGE - Jaarverslag 2024

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname, van college (RIB)31.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze gesprekken zijn per cluster georganiseerd, zodat iedereen ook weer met en van elkaar kon leren tijdens het begrotingsproces. Allocatie van middelen (afdracht scholen) De gelden binnen onze stichting worden verdeeld op basis van de vastgestelde kaders in het financiële beleidsplan. Hierin hebben we ook aangegeven hoe we deze gelden binnen de bestaande begrotingscyclus verdelen. De financiële kaderstelling wordt elk jaar opnieuw beoordeeld en eventueel bijgesteld. Dit gebeurt in overleg met de betrokkenen van de scholen, de binnenkring financiën en het bestuur. De toegepaste verdelingssystematiek is op basis van de ‘brin=bron’methode voor onze scholen, onder inhouding van de overhead en de gemeenschappelijke bovenschoolse kosten. Voor de financiering van de bovenschoolse kosten dragen de scholen een percentage van hun Rijksbekostiging af (het afdrachtpercentage). Dit percentage wordt jaarlijks vastgesteld in de begroting. We hebben in de afgelopen jaren een gemiddelde overhead van zo’n 4%. De kosten voor de overhead bestaan voornamelijk uit de kosten voor de huur van het pand en de salarissen van de medewerkers van het bestuursbureau. De gemeenschappelijke kosten zijn onder andere: afschrijvingen, dotaties voor voorzieningen, kosten voor het administratiekantoor, accountantskosten, kosten voor pr, groot onderhoud en kosten voor representatie (werkkostenregeling).

De scholen krijgen op basis van de bovenstaande verdelingssystematiek een eigen budget toegewezen. De schooldirecteur is hier integraal verantwoordelijk voor. Uiteindelijk worden de budgetten beschikbaar gesteld na goedkeuring van het college van bestuur. Bij de verdeling van deze middelen moet rekening worden gehouden met de bestaande reserves van de school. Scholen dienen vijf procent van hun totale jaarlijkse rijksinkomsten aan te houden als reserve. De omvang hiervan wordt in het jaarverslag gepubliceerd. De opgetelde bovenschoolse kosten hebben geleid tot een herallocatie van de ontvangen Rijksbijdragen (totaal ruim 39 miljoen euro) met 6,3 miljoen euro. Deze afdracht is, ondanks de hogere (salaris)kosten, hetzelfde gebleven als voorgaand jaar. Op de training ‘beleidsrijk begroten’ is deze afdracht aan alle directeuren voorgelegd en verder toegelicht.

22

Vereenvoudiging bekostiging Per 1 januari 2023 is de vereenvoudiging van de bekostiging voor het primair onderwijs doorgevoerd. Voor ons heeft dit met name een nadelig effect op de bekostiging van de salariskosten. In het oude systeem kreeg een school met een hoger gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) compensatie voor de hogere salariskosten van de oudere personeelsleden. Deze extra compensatie is weggevallen. In de nieuwe bekostiging wordt er gerekend met een landelijk gemiddelde leeftijd. Voor ons heeft dit een nadelig effect. Dit nadelig effect wordt gedurende drie kalenderjaren deels opgevangen door de toepassing van een overgangsregeling. Het negatief effect wordt trapsgewijs verrekend door het verschil tussen de oude en de nieuwe bekostiging (deels) te compenseren (1e jaar 75%, 2e jaar 50% en het 3e jaar 25%). Na deze drie jaren moeten we het nadelige effect zelf kunnen dragen. Ontwikkeling leerlingenaantal Het leerlingenaantal is de basis voor de bekostiging vanuit het Rijk. Met de vereenvoudiging van de bekostiging is ook de teldatum voor de leerlingenaantallen gewijzigd naar één februari van elk voorgaand bekostigingsjaar. De telling geschiedt hiermee op basis van t-11 maanden. Het leerlingaantal van Talent Primair is redelijk stabiel. Wel moeten we jaarlijks rekening houden met de opheffingsnorm voor de gemiddelde schoolgrootte. Hiervoor geldt de peildatum 1 oktober.

Wanneer de telling onder de norm komt dient de stichting voor aanvang van het volgend schooljaar een brin in te leveren. Ziekteverzuim De daling van het ziekteverzuim binnen Talent Primair heeft in 2024 doorgezet met een realisatie van 5,7%. In januari 2024 hebben we onze norm op 6% gesteld, het landelijk gemiddelde. We blijven actief inzetten op preventie, waarmee we langdurige uitval zoveel mogelijk willen voorkomen. Daarnaast bieden wij snelle ondersteuning via onze bedrijfsarts, dat verhoogt de kans om een lange uitval te verminderen. Energie Via Hellemans Consultancy is voor 2024 een nieuwe aanbesteding gerealiseerd. Daaropvolgend is een raamovereenkomst met Engie afgesloten voor de levering van elektriciteit en aardgas. Hierdoor is de continuïteit voor levering gewaarborgd. De compensatieregeling met DVEP (vorige leverancier) is afgehandeld. In 2024 is gestart met de voorbereidingen voor de nieuwe aanbesteding per 1 januari 2026. Nieuwbouwprojecten Er is veel aandacht besteed aan het in kaart brengen van het scholenlandschap die nieuwbouw krijgen. Hier gaat veelal een eigen bijdrage mee gepaard voor het financieren van duurzaamheid binnen het nieuwe gebouw waar een terugverdienmodel aan ten grondslag ligt. Deze bijdragen en investeringsbehoeften voor de inrichting zijn opgenomen in de meerjarenbegroting.

2.4.5 Treasury Het Ministerie van OCW stelt als uitgangspunt voor beleggingen dat publiek geld wordt besteed aan het primaire proces van onderwijsinstellingen: het verzorgen van onderwijs en onderzoek. Het financiële beleid en het beheer van de instellingen is gericht op het realiseren van de publieke doelstellingen, waarbij financiële continuïteit en transparantie vooropstaan. Dit proces mag niet in 23

gevaar worden gebracht door het aangaan van financiële risico’s. Treasury is het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. In het treasurystatuut zetten we het beleid uiteen en geven we een beschrijving van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden hierbinnen. Het heeft de volgende doelen: - sturing geven aan de treasuryfunctie; - risico’s beperken; - expliciteren volgens welke procedures besluiten tot stand komen; - expliciteren aan welke richtlijnen de betrokken personen zich moeten houden. Het treasurybeleid van Talent Primair vindt plaats binnen de kaders van de ‘regeling beleggen, lenen en derivaten’ (Ministerie van OCW, 2016) en de in december 2018 geactualiseerde wet- en regelgeving met betrekking tot treasury (d.d. 19 december 2018). Het heeft primair als doel het beheren van de financiële risico’s en secundair het reduceren van de financieringskosten. Er wordt hierin geen onderscheid gemaakt tussen publieke middelen en overige middelen enerzijds en nietpublieke middelen anderzijds. We hebben ter dekking van mogelijke risico’s reserves opgebouwd. Deze reserves zijn grotendeels in de vorm van liquide middelen aanwezig.

We beheren de beschikbare overheidsmiddelen op zodanige wijze dat de liquiditeit en de solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd. Het treasurystatuut zal begin 2025 opnieuw worden geactualiseerd en vastgesteld. Het afgelopen jaar is gehandeld volgens het statuut. Op dit moment hebben we, in overeenstemming met de statuten, geen beleggingen en derivaten. Voor de komende jaren is er geen behoefte aan het aantrekken van externe financiering. Talent Primair beschikt op de peildatum 31-12-2024 over € 7.910.278 en op 31-12-2023 € 8.331.771 aan liquide middelen. Alle liquide tegoeden per einde boekjaar staan op rekeningen die direct opvraagbaar zijn. De liquide middelen zijn in 2024 afgerond met € 430.100 afgenomen ten opzichte van 2023, het gevolg van een negatief exploitatieresultaat, verhoogde investeringen, extra uitgaven subsidie NPO en extra uitgaven onderhoud. Voor gelden die niet direct nodig waren in het kader van de doelstelling hebben we gedurende het grootste deel van 2024 uitsluitend gebruikgemaakt van bankrekeningen. Dit om de tijdelijk overtollige middelen tegen een aanvaardbare en marktconforme vergoeding en met minimaal risico en maximale opnamevrijheid te kunnen wegzetten. We hebben geen derivaten. De leningen bestaan uit renteloze leningen van de gemeente Gooise Meren en de gemeente Stichtse Vecht en hebben een looptijd van twintig jaar.

Het saldo van deze leningen is op 31-12-2024 € 72.705.

2.4.6 Europese aanbestedingen en investeringsbeleid Jaarlijks wordt het meerjareninvesteringsplan uitgezet bij de scholen. Dit wordt elk jaar opnieuw opgesteld voor de komende 9 jaren. Er geldt een activeringsgrens van > € 5.000 voor groot onderhoud en voor reguliere investeringen > € 2.500. Het onderhoudsplan huisvesting wordt bovenschools gefaciliteerd en uitgevoerd, schooldirecteuren zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het meerjareninvesteringsplan van de overige investeringen. Er geldt op schoolniveau een maximale afschrijvings- en investeringslast van € 125 per leerling. Alle investeringen worden gefinancierd met eigen geld. Er is geen financieringsbehoefte aanwezig. Om de beschikbare liquiditeit ten behoeve van geplande investeringen goed te monitoren wordt periodiek een kasstroomoverzicht opgesteld.

24

Jaarlijks wordt op basis van de uitkomsten van een spendanalyse de aanbestedingskalender geactualiseerd. In 2024 hebben er drie Europese aanbestedingen plaatsgevonden. De kopieermachines (Toshiba), touchscreens (Cloudwise) en zonnepanelen (E2- Energie) zijn aanbesteed en gegund. De aanbestedingen zijn begeleid door de externe partij Contractables. Naast de genoemde aanbestedingsprocedures is in 2024 gestart met de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding voor meubilair, zijn de schoonmaakdiensten geëvalueerd en is een oriëntatie uitgevoerd op gezamenlijke inkoop van busreizen voor vervoer van buitenschoolse activiteiten voor kinderen op de scholen. Voor 2025 staan onderstaande onderwerpen gepland: - Gebouwenonderhoud en externe inhuur behoren tot de hoogste uitgaven van de spendanalyse. Er lijkt ruimte voor besparing en het optimaliseren van contractbeheer. Deze aanbestedingen worden met voorrang uitgevoerd. - De dienstverlening van afvalverwerking wordt in 2025 geëvalueerd alvorens ons te richten op een nieuwe samenwerkingspartner. - Onderhoud technische installaties → inventarisatie van installaties en het bundelen van contracten om vervolgens te besluiten of we wel of niet één leverancier willen contracteren voor al het onderhoud. - Het contract met onze leverancier voor onderwijsleermiddelen (OLP) loopt af, waarbij wij deze dienstverlening opnieuw gaan uitvragen.

- Gezien de jaarlijkse kosten en de essentiële aard van schilderwerk is het van belang om deze werkzaamheden te bundelen en centraal in de markt te zetten.

2.5 Risicobeheersing In deze paragraaf beschrijven wij welke risico’s naar voren zijn gekomen uit ons risicobeheersingsysteem en geven daarmee ook aan of ons risicobeheersingssysteem naar behoren heeft gefunctioneerd.

2.5.1 Het risicobeheersingssysteem Risicobeheersing kenmerkt zich door de aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersingsen controlesysteem. We kennen, als onderdeel van het managementbeheersysteem, een adequate planning & controlcyclus. Deze bestaat onder andere uit: - managementcontracten en -rapportages; - taakstellende (deel)begrotingen en budgetten; - meerjarenbegrotingen; - controle- en borgingsdocumenten PSA; - periodieke rechtmatigheidstoets op bestedingen exploitatie; - maandelijkse uitputtingsrapportages (in fte’s en in geld); - periodieke rapportage met eindejaarsprognose en risicoanalyse; - het regelmatig monitoren van de prognose leerlingenaantallen. Om risico’s voor de organisatie zoveel mogelijk te beperken, hanteren we deze planning & controlcyclus, waarbij het college van bestuur de (financiële) prestaties monitort en hier periodiek verantwoording over aflegt aan het toezichthoudend orgaan. Periodiek zijn er resultaatgesprekken tussen de business controller (na afstemming met het college van bestuur) en de schooldirecteuren. 25

De ontwikkeling van de formatie- en exploitatie van de school, inclusief de afspraken over schoolse reserves zijn onderwerp van gesprek. Voorafgaand aan ieder jaar stelt het bestuur de meerjarenbegroting op, die ter fiattering aan de raad van toezicht wordt voorgelegd. In deze meerjarenbegroting worden zoveel mogelijk financiële risico’s onderkend en wordt beoordeeld in hoeverre acties nodig zijn. Voor het opvangen van risico’s en onvoorziene calamiteiten gebruikt het college van bestuur in haar financieel beleid onder andere het kengetal weerstandsvermogen om te zorgen dat er voldoende eigen vermogen beschikbaar is als risicobuffer. Het toepassen van activiteiten vanuit interne risicobeheersingssysteem hebben gezorgd voor het uitsluiten van bepaalde risico’s en het in kaart brengen van andere risico’s. Het gaat dan vooral om financieel gerelateerde risico’s die voortkomen uit de meerjarenbegroting. Periodiek worden de risico’s beoordeeld en geactualiseerd. Beheersmaatregelen worden geanalyseerd op werking en beheersbaarheid. In 2024 is een start gemaakt met een workshop voor schooldirecteuren zodat risicomanagement stapsgewijs integraal onderdeel gaat uitmaken van de planning & controlcyclus en wordt periodiek gerapporteerd in de managementrapportage.

Ook nemen schooldirecteuren de drie grootste risico’s op schoolniveau op in het jaarplan van de school, met bijbehorende beheersmaatregelen. Periodiek wordt de voortgang besproken met het team. Belangrijkste risico’s Na zorgvuldige analyse, waarbij deelnemers uit verschillende lagen van de organisatie betrokken waren, zijn de volgende belangrijkste risico’s naar voren gekomen: - Een tekort aan personeel (vacatures/verzuim): mogelijke impact op onderwijskwaliteit. - Huisvesting - structurele leegstand of ruimtegebrek: impact op onderwijsambities. - Niet nakomen afspraken over schoolse reserves: gevolg voor financiële positie. - Huisvesting - belemmeringen voor onderwijsambities, beperkende leeromgeving. - Onvoldoende resultaten op het normenkader IBP: toenemende risico’s op informatiebeveiliging en privacy. - Beperkte capaciteit om de doelstellingen en beoogde kwaliteitsverbeteringen uit het koersplan te realiseren: verlies van concurrentiepositie en afnemende onderwijskwaliteit. - Het versneld bereiken van het investeringsplafond: een noodzakelijke investeringsstop kan leiden tot stagnatie van vernieuwing en doorontwikkeling van onderwijs. - Onvoldoende kwaliteit van de bestuurlijke gemeenschap om te komen tot een effectieve bedrijfsvoering: mogelijk gevolgen voor (on)rust in de school, de financiële positie en de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit.

Beheersmaatregelen Tijdens werksessies met schooldirecteuren, het bestuur en beleidsmedewerkers zijn beheersmaatregelen besproken en vastgesteld. Drie belangrijke thema’s zijn naar voren gekomen: - Veranderbereidheid en kennis van veranderkunde: focussen op het vermogen van de organisatie om veranderingen effectief te implementeren. - Benutten van potentieel binnen Talent Primair: actief delen van kennis en ervaringen. - Het opstellen van een gedegen planning en control cyclus. Prioriteiten stellen en keuzes maken: planning, monitoring en bijsturing (PDCA) als leidraad.

26

De betrokkenheid van medewerkers bij de risicoanalyse heeft het risicobewustzijn vergroot en heeft geleid tot waardevolle inzichten. Door opname van de grootste risico’s en beheersmaatregelen in het jaarplan van de school en het monitoren van de voortgang binnen het team krijgt risicomanagement steeds meer een integraal karakter binnen de planning- en controlcyclus van de stichting. Doelen voor 2025 Vanuit business control wordt geadviseerd om meer integraliteit en verbinding tussen het koersplan en middelen vast te leggen, evenals duidelijke sturingsinformatie. Een stevige brug tussen de verschillende bedrijfsonderdelen en meer nadruk op monitoring en bijsturing worden aanbevolen. Concreet gesteld is er verbetering nodig op de (meerjaren)investeringsbegroting om het financieel risico op een te hoog investeringsniveau te beperken. De (meerjaren)investeringsplannen van de scholen dienen beleidsrijk opgesteld te worden. Het advies over de doelen wordt overgenomen door Talent Primair en in 2025 verder uitgevoerd. In de continuïteitsparagraaf (paragraaf 3.4) wordt de risicoanalyse nader toegelicht en zijn ook de financiële risico’s opgenomen.

2.5.2. Informatiebeveiliging en privacy Om bewustwording over informatiebeveiliging en privacy te vergroten, maken wij inzichtelijk wat we het afgelopen jaar hebben gedaan op deze twee onderwerpen. Doordat de inzet van onze bovenschoolse ict’er door omstandigheden beperkt was, hebben we minder werkzaamheden kunnen voltooien dan gepland. De nieuwe bestuurder heeft expliciet deze portefeuille als ontwikkelpunt meegekregen. Onder meer de volgende maatregelen zijn getroffen ter verhoging van de informatiebeveiliging en privacy: - Nulmeting IBP van onze organisatie. - Inhuur extra capaciteit om het normenkader IBP te kunnen realiseren. - Aanscherping van wachtwoordbeleid; - Het verwijderen van verouderde profielen uit de bronsystemen HR2Day, Capisci en Spend Cloud.

- Bewust inrichten van rechten in systemen zoals Parnassys; - Inzet bovenschoolse ict’er voor onder meer de realisatie van: Veilig printen voor alle medewerkers met een persoonlijke inlogcode; Invoer 2FA voor alle Google accounts van medewerkers en een pilot met Parnassys; Migratie van alle scholen naar een nieuwe Google-omgeving; Uitrollen van beveiligd back-up systeem (Afi) voor de hele organisatie in samenwerking met Cloudwise; Maatregelen op het gebied van cyber security en veiligheid ICT-gebruik; Nieuwe routers en extra beveiligde Wifi accesspoints op onze scholen laten installeren; Conceptkwaliteitskaarten ‘Privacy’ gemaakt, worden nog passend gemaakt voor onze organisatie; Oprichting Binnenkring AI met onder andere als taak vast te stellen hoe privacy gewaarborgd blijft met gebruik van AI (kwaliteitskaart volgt volgend jaar).

2.6 Overig In 2023 is het besluit genomen om de Sterrenwachter Hilversum in fases te gaan sluiten. 27

Het schooljaar ‘23-’24 is door groep 8 afgemaakt in de eigen school. De overige kinderen hebben op andere scholen een plek gekregen. De school is per 1 augustus 2024 definitief gesloten. Daarnaast zijn Sterrenwachter Loosdrecht en de Linde samengevoegd per 1 augustus 2024 en gaan verder onder het brinnummer van de Linde met de nieuwe naam Kindcentrum De Haven.

28

3. Verantwoording van de Financiën 3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief We begroten voornamelijk op basis van het aantal leerlingen. Daarmee is het meest waarschijnlijke scenario in de continuïteitsparagraaf opgenomen. Onderstaande tabel geeft de realisatie weer op teldatum 1 februari 2023 en 2024 en de verwachte ontwikkeling voor de daaropvolgende jaren.

Op teldatum Boekjaar Leerlingaantal Verloop t.o.v. voorgaand jaar

Realisatie 1-2-2023 1-2-2024 2024 2025 5.009 4.924 -92 -85

1-2-2025 2026 4.865 -59

1-2-2026 2027 4.877 12

Prognose 1-2-2027 2028 4.900 23

1-2-2028 2029 4.936 36

Totaal verloop -165

Tabel: Overzicht leerlingaantal 2024-2029 op teldatum 1 februari.

Toelichting ontwikkeling leerlingaantal 2024-2029 In 2024 zijn De Linde en Sterrenwachter Loosdrecht samengevoegd. Zij zijn verder gegaan onder het BRIN van De Linde met de nieuwe naam KC De Haven. Vanaf 2023 wordt een kleine krimp voorzien tot 2028, waarbij de verwachting is dat vanaf 2028 het aantal leerlingen weer licht zal groeien. De demografische ontwikkelingen over bevolkingsgroei, nieuwbouw en mogelijke samenvoegingen die van invloed zijn op onze scholen worden besproken op gemeentelijk niveau en met omringende besturen. Personele bezetting in fte’s 2024-2029 Onderstaande tabel geeft de realisatie in fte’s van Talent Primair weer op functiecategorie van de personele bezetting 2024 en de verwachte personele bezetting 2025-2029. Categorie FTE DIR FTE OP FTE OOP FTE totaal

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 22,56 24,08 24,00 23,30 23,30 23,30 270,77 259,17 239,87 238,38 235,96 238,18 63,43 58,03 53,00 50,42 49,66 49,66 356,76 341,28 316,88 312,10 308,92 311,14

Verloop fte's

-2,21

-15,48

-24,40

-4,78

-3,17

2,21

Aantal medewerkers

592

532

519

511

510

510

Tabel: Overzicht realisatie in fte’s personele bezetting 2024 en de prognose 2025-2029.

Toelichting personele bezetting in fte’s 2024-2029 De presentatie van de gemiddelde inzet fte’s betreft de inzet van personeel, inclusief vervanging en verlof. De looptijd voor de inzet van NPO-middelen is met twee jaar verlengd tot het einde van schooljaar 2024-2025. Daar is in het verloopoverzicht volledig rekening mee gehouden. Vanaf het kalenderjaar 2024 tot 2027 gaan we terug in formatie. Dit wordt merendeels verklaard door het aflopen van de subsidies NPO en basisvaardigheden. We verwachten in 2025 ongeveer 15 fte en in 2026 ongeveer 24 fte afname. Begin 2024 zijn bijeenkomsten georganiseerd met bestuur en beleidsmedewerkers om de strategische personeelsplanning uit te zetten op schoolniveau. Hiermee is elke schooldirecteur bewust van het verwachte verloop. We proberen bovenformatief zoveel mogeiljk personeel te behouden door herplaatsing op (al dan niet verborgen) vacatures of via een aanbod van een opleiding tot leraar. 29

Onderstaande tabel geeft de inzet op de (incidentele) subsidies weer van NPO en basisvaardigheden. De totale (verwachte) inzet over 2024, 2025 en 2026 van afgerond 43 fte komt merendeels overeen met het verwachte personeelsverloop in deze jaren. Extra inzet NPO FTE NPO FTE NPO-Zij-instroom

2024 13,83 9,14 22,97

2025 4,36 4,61 8,97

Extra inzet Basisvaardigheden FTE BV

2024 7,43 7,43

2025 3,03 3,03

2026 1,05 1,05

Totaal

30,40

12,00

1,05

Tabel: Overzicht realisatie (2024) personele inzet NPO en basisvaardigheden in fte’s en de prognose 2025-2026.

Om de personele inzet goed te monitoren wordt gebruikgemaakt van enkele (interne) ratio’s. Verhouding inzet personeel

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Percentage Personele lasten van de Rijksbijdrage Percentage Personele lasten van de Totale baten Percentage Personele lasten van de Totale lasten

89% 86% 84%

89% 85% 85%

88% 85% 85%

88% 85% 85%

87% 84% 85%

87% 84% 84%

Streefpercentage 85% 82% 80%-83%

Tabel: Overzicht personele ratio’s 2023-2028.

Toelichting personele ratio’s Het valt op dat de personele inzet vrij hoog is ten opzichte van het streefpercentage. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door inzet op de subsidies NPO en basisvaardigheden. Deze verhoogde inzet kan exploitatiedruk met zich meebrengen, wanneer onvoldoende wordt geanticipeerd op de personele inzet (reductie) als gevolg van het subsidieverloop. Wij monitoren hier daarom op en sturen bij waar nodig.

30

3.2 Staat van baten en lasten en balans In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de staat van baten en lasten en balans over boekjaar 2024 en de vergelijkende cijfers van 2023. Tenslotte wordt de resultaatverdeling 2024 gepresenteerd. Balans per 31 december 2024

Toelichting balans De balanspositie is licht toegenomen door enkele verschuivingen. De boekwaarde van de materiële vaste activa neemt af. Dit is met name het gesaldeerde gevolg van uitgevoerde investeringen en een opschoningsactie mva (afboeking van boekwaarde van niet aanwezige en/of afgevoerde activa). De opschoningsactie bestond uit een aanwezigheidscheck van activa op schoolniveau. Niet getraceerde activa zijn tijdens de conversie naar een nieuw administratiesysteem afgeboekt en afgevoerd in de financiële administratie. Zo hebben scholen een opgeschoonde activalijst, waarmee richting de toekomst beter gestuurd kan worden op het gewenste investeringsniveau. De vlottende activa laten gesaldeerd een stijging zien. De stijging van de vorderingen wordt voornamelijk veroorzaakt door de vooruitbetaalde bedragen nieuwbouw KC De Haven en vooruitbetaalde bedragen die betrekking hebben op het boekjaar 2025. De liquide middelen zijn afgenomen door de vooruitbetaling van diverse bestedingen, uitgaven groot onderhoud en de extra inzet op de subsidies NPO en basisvaardigheden.

31

Het balanstotaal aan de passivazijde is met name gedaald door toevoeging van het (negatief) resultaat aan het eigen vermogen en een toename van de voorzieningen en kortlopende schulden. Voor de specificatie van de resultaatverdeling en het verloop van het eigen vermogen wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen in het jaarverslag. De mutatie personeelsvoorzieningen laat een toename zien door de toevoeging van de voorziening duuurzame inzetbaarheid. De voorziening groot onderhoud is door de stelselwijziging naar activering van groot onderhoud toegevoegd aan de algemene reserve. De jaarlijkse aflossing van de renteloze (langlopende) leningen bij diverse gemeenten brengt een daling van het balanssaldo met zich mee. De kortlopende schulden laten gesaldeerd een stijging zien in vergelijk met voorgaand jaar. Dit is voornamelijk het gevolg van vooruitontvangen bouwkredieten voor de nieuwbouw van Wisperweide, waarvoor nog geen besteding heeft plaatsgevonden. Staat van baten en lasten 2024

Toelichting staat van baten en lasten: De staat van baten en lasten laat in 2024 een negatief resultaat zien van -/- € 861.098. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de inzet op NPO. Tegenover deze kosten NPO staan geen baten en

32

deze worden verrekend via de resultaatverdeling 2024 in de jaarrekening en ten laste gebracht van de bestemmingsreserve ‘Nog te besteden middelen NPO’. De Rijksbijdragen overstijgen de begroting 2024 en realisatie 2023 door met name de prijscompensatie voor de loonstijgingen, die voortkomen uit de implementatie van de nieuwe cao. De loonstijgingen zijn volledig gedekt met de indexatie van de Rijksbijdragen. Ook is er sprake van een toename baten voor instroom van asielzoekers en vreemdelingen. Daarentegen zijn er in 2023 over de eerste 7 maanden baten NPO ontvangen. De arrangementen SWV zijn in 2024 ook toegenomen door meer afgiften van beschikkingen. De gemeentelijke bijdragen zijn ten opzichte van vorig boekjaar en de begroting merendeels gelijk gebleven. De overige baten laten een veelvoud van over- en onderschrijdingen zien. De toename in vergelijk met vorig jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere inkomsten vrijwillige ouderbijdrage, detacheringen, overige subsidies en overige baten (afrekeningen duurzaamheid gemeenten). Dat geldt ook voor de overschrijding van de begroting. De gerealiseerde personeelslasten zijn hoger dan begroot, voornamelijk veroorzaakt door de invoering van de nieuwe cao en daarmee gepaard gaande salarisverhogingen.

Ook is sprake van meer inhuur derden en extra inzet regulier personeel op de verschillende incidentele projectsubsidies en via NPO. De realisatie van de afschrijvingslasten is lager dan het begroot bedrag en valt ook lager uit dan voorgaand boekjaar. Met de overstap naar activering van groot onderhoud wordt 2024 gezien als een overgangsjaar met minimale uitvoer van onderhoud en het actualiseren van de onderhoudsplannen volgens de componentenmethode2. Door de invoer van een maximale afschrijvings- en investeringslast per leerling is er door schooldirecteuren minder geïnvesteerd dan vooraf gepland. Gesaldeerd overschrijden de huisvestingslasten het begroot bedrag. Een vergelijk met vorig boekjaar laat een gesaldeerde stijging zien door aan de ene kant een lagere dotatie voorziening groot onderhoud en aan de andere kant een toename van de lasten van huur en medegebruik, onderhoudslasten, energie en schoonmaak. Per saldo is sprake van meer uitgaven ‘overige lasten’ dan begroot, verdeeld over meerdere posten. De meest omvangrijke afwijkingen betreffen hogere uitgaven deskundigenadvies, kosten onderwijsleerpakket en licenties. Door wijziging van de rentetarieven en de bankkosten is gesaldeerd sprake van een batig saldo onder de post financiële baten en lasten in vergelijk met de begroting en- vorig boekjaar.

2

Het toepassen van de componentenbenadering bij groot onderhoud houdt in dat de component waarop in de toekomst groot onderhoud zal worden gepleegd reeds bij ingebruikname van een materieel vast actief als afzonderlijke component van het betreffende actief wordt geïdentificeerd. Deze ‘onderhoudscomponent’ (nb: dit kunnen ook meerdere componenten zijn) wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, de periode vanaf ingebruikname tot aan het verwachte moment dat het groot onderhoud zal worden uitgevoerd.

33

Bestemming van het resultaat In onderstaand overzicht wordt de resultaatverdeling over boekjaar 2024 weergegeven. Er is een negatief resultaat in 2024 behaald van -/- € 861.098.

Tabel: Resultaatverdeling boekjaar 2024

Toelichting bestemming van het resultaat: Het negatief resultaat 2024 van -/- € 861.098 is alsvolgt verwerkt: - Reserve personeel; er is -/- € 1.405 onttrokken; - Eigen bijdrage nieuwbouw; er is een nieuwe bestemmingsreserve aangemaakt voor € 600.000 ter dekking van toekomstige eigen bijdragen in nieuwbouwprojecten; - NPO-subsidie; er is -/- € 1.945.041 onttrokken voor gemaakte kosten NPO; - Ouderbijdrage; er is € 368 toegevoegd; - Het resterend deel van € 484.980 is toegevoegd aan de algemene reserve.

3.3 Meerjarenbegroting en – balans, inclusief kengetallen In deze paragraaf worden de meerjarenbegroting, de meerjarenbalans en de kengetallen gepresenteerd.

34

Meerjarenbegroting 2025-2029 In onderstaande tabel wordt de realisatie over 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2029 gepresenteerd. Talent Primair - Meerjarenbegroting 2025-2029 (inclusief realisatie 2024)

3.1 Rijksbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 3.5 Overige baten 3 Opbrengsten

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 € € € € € € 39.740.175 39.073.904 37.431.556 37.273.495 37.423.624 37.676.588 233.340 194.600 194.600 194.600 194.600 194.600 1.581.722 1.784.080 1.202.900 1.150.600 1.083.950 1.093.150 41.555.237 41.052.584 38.829.056 38.618.695 38.702.174 38.964.338

4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten 4 Kosten

35.533.894 34.865.154 32.932.226 32.737.982 32.686.172 32.876.517 724.422 749.926 792.091 777.422 820.822 842.142 2.629.876 2.535.700 2.511.100 2.567.400 2.573.325 2.674.225 3.578.203 2.846.950 2.621.560 2.536.460 2.566.450 2.563.700 42.466.395 40.997.729 38.856.977 38.619.264 38.646.769 38.956.584

EFJ-Code - Omschrijving

6 Financiële baten en lasten

50.061

67.100

67.000

66.900

66.800

66.800

-861.098

121.955

39.079

66.331

122.205

74.554

NPO-gelden, incl. inzet zij-instroom (nog te besteden)

1.945.041

642.000

Resultaat, na correctie bestemmingsreserve

1.083.944

763.955

39.079

66.331

122.205

74.554

5.009

4.924

4.865

4.877

4.900

4.936

1 Resultaat Correctie voor dekking uit de bestemmingsreserve:

Leerlingaantal (T-11 vanaf 2023)

Tabel: Meerjarenbegroting 2025-2029, inclusief de realisatie 2024.

Toelichting meerjarenbegroting 2024-2029 Het negatief jaarresultaat 2024 van -/- € 861.098 wordt elders in het verslag nader toegelicht. De komende boekjaren worden er (na de bestedingsperiode NPO tot 1-8-2025) weer positieve resultaten voorspeld. In deze meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat er per 2027 structureel baten per leerling voor basisvaardheden worden toegekend (verwachting € 182 per leerling). Dit omdat nog onzeker is of dit doorgang vindt. De Rijkbijdragen 2025-2029 zijn geactualiseerd op basis van de leerlingprognoses. De overige overheidsbijdragen zijn constant gehouden, hetgeen ook merendeels geldt voor de overige baten. Onder de overige baten zijn in 2025 enkele incidentele subsidies opgenomen. De personele lasten laten vanaf 2025 een daling zien. Er wordt een bezuiniging verwacht van in totaal 43 fte over de komende jaren. De totale (verwachte) inzet over 2024, 2025 en 2026 van afgerond 43 fte komt merendeels overeen met het verwachte personeelsverloop in deze jaren. Dit is met name het gevolg van de personele inzet op NPO-middelen en de subsidie basisvaardheden. Voor het verloopoverzicht personeel wordt verwezen naar paragraaf 3.1. Ontwikkelingen in meerjarig perspectief. De afschrijvingslasten laten een jaarlijkse stijging zien door de invoering van activering van groot onderhoud.

De huisvestingslasten nemen met name toe door toegepaste indexeringen. De overige instellingslasten houden merendeels gelijke tred vanaf 2026. Binnen de jaarlijkse exploitatie wordt het Koersplan van Talent Primair uitgevoerd en waar nodig geanticipeerd op interne- en externe ontwikkelingen (onderwijsontwikkelingen, kwaliteitszorg, investeringsbeleid). 35

Meerjarenbalans 2025-2029 In de volgende tabel wordt de meerjarenbalans 2025-2029 weergegeven, inclusief de realisatie 2024. De meerjarenbalans sluit niet volledig aan met de werkelijke begroting omdat de realisatie van 2024 als start is gebruikt. Hierdoor wijken onder andere het eigen vermogen, de bestemmingsreserve eigen bijdrage nieuwbouw, de langlopende schulden en de kortlopende schulden af. Door de intrede van activering van groot onderhoud per 1 januari 2024 vinden er in 2024 enkele verschuivingen plaats in de vermogenspositie van de stichting. Talent Primair - Meerjarenbalans 2025-2029 (inclusief realisatie 2024)

EFJ-code - Omschrijving ACTIVA

2024 € Realisatie

2025 €

2026 €

2027 € Prognose

2028 €

2029 €

Vaste activa Materiele vaste activa

4.144.982

5.564.200 -

6.159.000 -

6.613.000 -

7.201.700 -

7.477.500 -

Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen

1.571.100 7.910.278

197.500 6.123.600

198.000 5.487.800

198.900 5.010.100

200.400 5.010.100

200.900 4.453.700

Totaal activa

13.626.360

11.885.300

11.844.800

11.822.000

12.412.200

12.132.100

Passiva

2024

2025

2026

2027

2028

2029

PASSIVA

€

€

€

€

€

€

Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserve publiek - Bestemmingsreserve privaat

6.909.827 5.067.570 1.497.257 345.000

7.031.782 6.231.782 800.000 345.000

7.070.861 6.347.861 723.000 345.000

7.137.192 6.314.192 823.000 345.000

7.259.397 6.732.397 527.000 345.000

7.333.951 7.072.951 261.000 345.000

TP - Reserve Personeel TP - NPO TP - Eigen bijdrage nieuwbouw

200.000 697.258 600.000

200.000 600.000

200.000 523.000

200.000 623.000

200.000 327.000

200.000 61.000

TP - Bestemmingsreserve privaat

345.000

345.000

345.000

345.000

345.000

345.000

1.249.139

1.238.600

1.258.600

1.268.600

1.278.600

1.288.600

Langlopende schulden

72.705

56.000

41.100

26.200

11.300

-

Kortlopende schulden

5.394.688

3.558.918

3.474.239

3.390.008

3.862.903

3.509.549

Totaal passiva

13.626.360

11.885.300

11.844.800

11.822.000

12.412.200

12.132.100

Voorzieningen

Tabel: Meerjarenbalans 2025-2029, inclusief de realisatie 2024

Toelichting meerjarenbalans 2024-2029 De balanspositie van Talent Primair vertoont een relatief stabiel beeld, gecorrigeerd voor het verloop van NPO. De komende jaren worden er geen majeure investeringen verwacht en/of volledige doordecentralisatie van de huisvesting. De stichting is financieel gezond te noemen. ACTIVA De activa stijgen met name door de activering groot onderhoud, de eigen bijdrage in nieuwbouwprojecten en investeringen ICT. Jaarlijks wordt er gewerkt aan het actualiseren van het meerjareninvesteringsplan. De omvang van de boekwaarde MVA is een belangrijk aandachtspunt in relatie tot de ontwikkeling van het eigen vermogen en de beschikbare liquiditeit. Er wordt binnen 36

Talent Primair gestuurd op en maximale afschrijvings- en investeringslast per leerling van € 130. Alle investeringen worden gefinancierd met eigen middelen. Er is de komende vijf jaren geen sprake van financieringsbehoefte. De vorderingen bestaan voornamelijk uit vooruitbetaalde bedragen nieuwbouw. De liquide middelen zijn in 2024 en 2025 behoorlijk hoog doordat de vooruit ontvangen middelen voor NPO en basisvaardigheden in die jaren ingezet worden. Daarna is de verwachting dat de liquide middelen afnemen door de uitgaven groot onderhoud en betaling van de geplande eigen bijdrage voor nieuwbouwprojecten.

PASSIVA Het eigen vermogen wordt gevormd door een algemene reserve en bestemmingsreserves. Het nog te besteden bedrag NPO zal worden besteed in de jaren 2024 en 2025. De bestemmingsreserve ‘Eigen bijdrage nieuwbouw’ is gevormd ter dekking van verwachte eigen bijdragen in nieuwbouwprojecten. Deze is aangepast i.v.m. wijzigingen in de eigen bijdrage voor lopende nieuwbouwprojecten. Zo is de eigen bijdrage van € 418.300 voor Wisperweide komen te vervallen en na een juridische procedure toegevoegd aan het bouwbudget van de school. De eigen bijdrage voor KC De Haven wordt bijgesteld van € 256.000 naar € 77.000. Het verloop is tevens aangepast voor de gewijzigde opleverdata van nieuwbouwprojecten. In 2024 heeft de vermogenspositieverschuiving voor groot onderhoud plaatsgevonden. Het saldo van de voorziening groot onderhoud is toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor resteren nog slechts de personele voorzieningen. Op de langlopende schulden wordt jaarlijks afgelost (renteloos) aan de deelnemende gemeenten. De meerjarenbalans is vanaf 2025 onder deze post licht aangepast voor de meest actuele stand. De kortlopende schulden laten een stijging zien, welke voornamelijk wordt veroorzaakt door vooruit ontvangen subsidies en stijging van de hoogte van afdrachten door loonsverhogingen.

De komende jaren daalt het saldo gestaag door afname van genoemde subsidies en afname van het de inzet personeel (door het wegvallen van incidentele subsidies). Door laatsgenoemde nemen de afdrachten ook af. De vastgestelde meerjarenbalans is vanaf 2025 t/m 2027 onder de post kortlopende schulden € 450.000 naar beneden bijgesteld boekjaar, omdat in 2024 het resultaat lager uitviel naast de correctie op de eigen bijdrage bij nieuwbouw. Na 2027 is dat respectievelijk € 518.000 en € 577.000. Kengetallen De kengetallen 2025-2029, inclusief realisatie 2024, zijn af te lezen in onderstaande tabel en bestaan uit de ratio’s voor liquiditeit, solvabiliteit, het weerstandsvermogen en huisvesting.

37

Talent Primair - Kengetallen Norm inspectie

Omschrijving kengetallen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Liquiditeit Vlottende activa Kortlopende schulden

1,8

1,8

1,6

1,5

1,3

1,3 minimaal 0,5

Solvabiliteit 2 (Eigen vermogen + Voorzieningen) x 100% Totaal passiva

59,9 %

69,6 %

70,3 %

71,1 %

68,8 %

71,1 % minimaal 30%

Weerstandsvermogen (cf inspectiekader) Eigen vermogen x 100% Totale baten

16,6 %

17,1 %

18,2 %

18,5 %

18,8 %

18,8 % minimaal 5%

Huisvestingsratio (Huisv.lasten + afschr. geb. & terreinen) x 100% Totale lasten

6,4 %

6,4 %

6,9 %

7,2 %

7,4 %

7,6 % maximaal 10%

Tabel: Kengetallen 2025-2029, inclusief de realisatie 2024.

Toelichting kengetallen 2024-2029 Per ratio wordt een korte toelichting gegeven over de verwachte toekomstige ontwikkeling van het kengetal. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het erom of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. De verwachting is dat we aan deze eis kunnen voldoen. Talent Primair blijft de komende jaren redelijk ruim boven de ondergrens van 0,5. Solvabiliteit Bij de solvabiliteit gaat het erom in hoeverre een bevoegd gezag op lange termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Talent Primair blijft de komende jaren ruimschoots boven de streefwaarde van 30% en kan daarmee de komende vijf jaren ruimschoots aan deze verplichting voldoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Bekeken wordt in hoeverre de stichting zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Talent Primair zit ook hier ruim boven de gestelde minimumnorm van 5%. Huisvestingsratio De huisvestingsratio geeft de verhouding aan tussen de huisvestingslasten en de totale lasten. Talent Primair blijft ruim onder de norm van maximaal 10%, hetgeen ook noodzakelijk is, i.v.m. de verwachte toename van de afschrijvingslasten gebouwen. Dit is het gevolg van de activering van groot onderhoud per aanvang van 2024.

Het kengetal ‘bovenmatig vermogen’ wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

38

3.4 Financiële positie Talent Primair staat er per eind 2024 financieel goed voor, in de zin dat er een gezond eigen vermogen is. Het grootste deel van positieve resultaten uit voorgaande jaren (2021, 2022 en 2023) en daarmee ook de toename van de reserves van Talent Primair kan merendeels worden verklaard doordat de ontvangen subsidies NPO en basisvaardigheden niet geheel kon worden ingezet in 2021, 2022 en 2023. De bestedingstermijn voor NPO is verlengd tot 1 augustus 2025. Door het besteden van de vooruit ontvangen middelen NPO valt de bestemmingsreserve NPO volledig weg in 2025 en neemt indirect ook het saldo van het eigen vermogen af. De scholen van Talent Primair houden een schoolse reserve aan. De (minimale) norm is 5% van de totale baten van de school. In 2024 is gestart met het maken van afspraken met scholen om de schoolse reserve over de hele linie op orde te brengen. Dit wordt gedaan met het opstellen van een meerjarig bestedingsplan (overtollige reserve) of door het opstellen van een plan om tekorten in te lopen. Het is van stichtingsbelang om de risicobuffer binnen het eigen vermogen op gewenst niveau te houden en het financieel risico zo klein mogelijk te houden. De kengetallen van Talent Primair laten een stabiel beeld zien van een financieel gezonde organisatie.

Door de stelselwijziging van de verantwoording van groot onderhoud is het noodzakelijk om het meerjarenperspectief voor beoogde investeringen goed te monitoren. Vanaf 2024 wordt groot onderhoud geactiveerd. Ook is er extra aandacht zijn voor de eigen bijdrage in nieuwbouwprojecten en de verantwoording ervan. Ter onderbouwing van voorgenoemde wordt onderstaande tabel gepresenteerd met de kengetallen van 2024 en 2023. Kengetal

2024

Liquiditeit Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen Huisvestingsratio Bovenmatig vermogen

1,8 59,9% 16,6% 6,4% 1,10

2023 Signaleringswaarde 2,0 min. 0,5 65,7% min. 30% 18,6% min. 5% 7,3% max. 10% 1,17 max. 1

Tabel: Kengetallen 2023 en 2024 in relatie tot de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs.

De kengetallen bevestigen de financiële gezondheid van Talent Primair. De ontwikkeling van het kengetal ‘bovenmatig vermogen’ wordt separaat toegelicht. Door de positieve resultaten in voorgaande jaren steeg de ratio voor bovenmatige reserves tot 1,17 in 2023. Door besteding van middelen vanuit NPO (en ook basisvaardigheden) in 2024 is de ratio afgenomen tot 1,10. Gecorrigeerd voor het nog te besteden bedrag NPO van afgerond € 697.000, daalt de ratio naar 0,98. Met deze uitkomst is geen sprake meer van bovenmatigheid. Tenslotte streeft Talent Primair naar een goede inrichting en aansturing van hun bedrijfsvoering. Door het standaardiseren van producten en diensten, het inzichtelijk maken en versimpelen van processen en het versterken van financieel bewustzijn bij medewerkers. Het draagt daarmee bij aan een doelmatige inzet van Rijksmiddelen en zorgt voor optimale ondersteuning van het primaire proces.

39

3.5 Risicoanalyse Om risicomanagement integraal onderdeel uit te laten maken van de planning & controlcyclus (P&C cyclus) is het noodzakelijk een stevigere brug te slaan tussen de verschillende domeinen binnen Talent Primair. Vanuit business control is daarom medio 2024 een workshop ‘Risicomanagement’ gegeven aan alle schooldirecteuren. Naast het delen van definities en concepten over risicomanagement, heeft iedere schooldirecteur opdracht gekregen om in een vast format de vijf grootste risico’s op schoolniveau te beschrijven, inclusief (minimaal) twee beheersmaatregelen per opgenomen risico. Deze jaarlijkse risicoanalyse is een verplicht onderdeel geworden van het jaarplan van de school alsook van het kwaliteitsgesprek dat het bestuur periodiek voert met de scholen. Een volgende stap wordt het doorontwikkelen van het cyclisch karakter binnen de P&C cyclus. Naast de bedrijfskundige lijn die wordt opgepakt met het bestuur en de business controller is er de beleidsmatige lijn. Het is belangrijk om projectplannen te voorzien van kritische succesfactoren en prestatiefactoren en een risicoparagraaf. Met de implementatie van het koersplan in 2024 wordt ook gepoogd om het risicoprofiel van de organisatie aan te laten sluiten bij de nieuwe context.

Mondiale ontwikkelingen, zoals oorlog in Oekraïne, de situatie in Israël en Gaza en stijgende energieen voedselprijzen, hebben meer impact gehad op onze scholen. Landelijke en mondiale ontwikkelingen hebben invloed gehad op onze scholen. Zoals de uitwerking van politieke besluitvorming, normenkaders voor cyberveiligheid, cao PO en het gesprek over vermogensposities van instellingen. Een angstig wereldbeeld heeft ook impact op de ervaren sociale veiligheid. We constateren een toenemende druk op het onderwijs door tijdelijke financiële impulsen vanuit de rijksoverheid, waardoor de risico’s en onzekerheden in structurele inbedding ten aanzien van personeel, bedrijfsvoering en administratie groter worden. De tabel geeft de belangrijkste risico’s met beheersmaatregelen weer. Alle risico’s die onder de categorieën personeel, huisvesting en bedrijfsvoering worden beschreven, kunnen indirect ook een bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs vormen.

40

Nr. Domein

Risico top 7

Gemiddelde risicoscore 24,5

1

O

Een tekort aan personeel (vacatures / verzuim) en het ontstaan van moeilijk vervulbare vacatures gaat ten koste van de kwaliteit van onderwijs. Beheersmaatregelen - Inzet van een recruiter en ICT onderwijsprogramma's; - Veranderd leefklimaat, organiseren van kweekvijvers; - Opstarten deelname aan onderwijsregio's; - Intensiveren en professionaliseren van interne en externe communicatie.

2

FA

Huisvesting - De schoolgebouwen en pleinen belemmeren de realisatie van de onderwijsambities, naast gebrek aan ruimte of leegstand. Beheersmaatregelen - Actief verhuurbeleid; - Proactief acteren vanuit het bestuur richting de gemeenten; - Beschikbare subsidies optimaal aanwenden.

19,1

3

FA

De vastgelegde afspraken over schoolse reserves worden niet of niet volledig gerealiseerd in de afgesproken drie jaar (2025-2028). Beheersmaatregelen - Vastleggen van de gemaakte afspraken en periodiek monitoren met voortgangsgesprekken; - Maandelijkse monitoring vanuit business control en door de (meerscholen)directeur; - Aanhouden van enige buffercapaciteit bij scholen met een bovenmatige reserve, inclusief spreiding bij een opnameverzoek.

18,6

4

ICT

Onvoldoende resultaten op het normenkader informatiebeveiliging en privacy om digitaal veilig te leren en te werken. Beheersmaatregelen - In kaart brengen van de stand van zaken van de informatiebeveiliging en privacy binnen Talent Primair; - O.b.v. normenkader en actuele risico's de juiste afweging maken tot het nemen van maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy; - Aanbevelingen van de begeleidende externe partij omzetten in een PvA en zorg te dragen voor voldoende capaciteit bij de uitvoering.

15,8

5

P

Beperkte capaciteit om doelstellingen en kwaliteitsverbeteringen vanuit de koers te realiseren. Beheersmaatregelen - Vanaf 1/8/24 is er een nieuwe gesprekscyclus geïmplementeerd; - Doorontwikkelen van een passend instrumentarium (toolbox); - Formele vastlegging met een verplicht karakter van gespreksverslagen in het personeelsdossier.

11,6

6

FA

Het bereiken van het investeringsplafond (o.a. eigen bijdrage in nieuwbouw, activering groot onderhoud, digitale geletterdheid), waardoor ratio's zich buitenproportioneel ontwikkelen. Beheersmaatregelen - Jaarlijks opstellen en actualiseren van de meerjareninvesteringsbegroting; - Opstellen interne kengetallen/sturingsindicatoren i.s.m. de binnenkring financiën en het bestuur; - Inventariseren van mogelijkheden om de eigen bijdrage in nieuwprojecten te verantwoorden als kosten in de FA.

10,9

7

FA

Onvoldoende kwaliteit van de bestuurlijke gemeenschap (bestuur, schooldirecteuren en beleidsmedewerkers) om met effectieve bedrijfsvoering optimaal bij te dragen aan de onderwijskwaliteit. Beheersmaatregelen - Organiseren van workshops en masterclasses om kennis te versterken; - Verbeteren van de onderlinge samenwerking tussen bestuur, schooldirecteuren en business control; - Opname doelstelling in het jaarplan en schoolplan en hierop (bij)sturen.

10,8

Tabel: Overzicht van de 7 grootste risico’s binnen Talent Primair, inclusief beheersmaatregelen

Toelichting resultaten risicomanagement De eerste resultaten van de ingezette beheersmaatregelen zijn zichtbaar geworden. Risicomanagement integraal onderdeel laten uitmaken van de bedrijfsvoering krijgt ook weer extra aandacht in 2025, waarmee we dit verder versterken. Het lukt nog steeds om vacatures te vervullen, maar ook hier wordt telkens meer de krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Daarom sturen we bewust op het anders organiseren. Ook blijft het ziekteverzuim nog redelijk laag. Voor de kwaliteitsontwikkeling vanuit het nieuwe koersplan worden in 2025 nieuwe resultaten verwacht met de inzet van nieuw instrumentarium vanuit het dashboard. Resultaten op het beheer van investeringen worden wederom verwacht in 2025 met de actualisering van een meerjareninvesteringsplan en het toepassen hierop van interne streefgetallen.

41

4. Wat zijn de toekomstige ontwikkelingen? 4.1 Onderwijs en kwaliteit Een zorgelijke ontwikkeling is de teruglopende leesvaardigheid van kinderen in Nederland. Ook wij zullen een antwoord moeten vinden op de uitdaging dat kinderen thuis steeds minder lezen; het begrijpend leesonderwijs vaak ‘saai’ en kennisarm is geworden én we zullen een antwoord moeten vinden op het inzicht dat methodes te weinig rijke teksten aanbieden. Tegelijkertijd zien we een toenemende prestatiedruk op kinderen. Ouders willen het beste en het hoogste voor hun kinderen en leggen druk op zowel leraren als hun kinderen. Dit komt een gezonde pedagogische relatie niet altijd ten goede. De concept kerndoelen zijn bijna gereed. Deze kerndoelen gaan grote impact hebben op ons onderwijs. Ze veronderstellen dat we andere accenten gaan leggen in het aanbod en meer geïntegreerd en thematisch gaan werken. Onze scholen zijn overwegend nogal methodegericht. Het gaat veel van het vakmanschap van de leraren vragen om de nieuwe kerndoelen goed te implementeren. We zien tegelijkertijd als kans om leraren meer regie te geven op het aanbod dat zij bieden. Als laatste kans (alsook bedreiging) noemen we het landelijk onderwijsbeleid. Onze overheid geeft vaak kwaliteitsimpulsen via aanvullende subsidies.

Dat is enerzijds een kans omdat we dan extra middelen hebben om bijvoorbeeld extra ondersteuning in de klassen in te zetten. Het is tegelijkertijd een bedreiging om de volgende redenen: die extra ondersteuning is vanwege het lerarentekort gewoonweg niet altijd zinvol in te zetten én het zijn steeds incidentele impulsen waar je niet structureel op kunt voortbouwen.

4.2 Personeel en professionalisering Er is natuurlijk één hele grote bedreiging voor de kwaliteit van ons onderwijs: het leraren- en schoolleiderstekort. Dat blijft een van onze grootste uitdagingen. Dit jaar zien wij dat de lerarentekorten zijn gedaald. Wij zijn ons bewust dat dit een tijdelijke daling is en zien de toekomstige ontwikkelingen: Cijfers tonen aan dat de tekorten de komende jaren weer toenemen. Dat heeft verschillende redenen, zoals pensioneringen en toenemende mantelzorgtaken. Het betekent dat we ook in de toekomst: - soms leerlingen alternatieve vormen van onderwijs moeten bieden, zoals thuisonderwijs of onderwijs op afstand; - vaker onbevoegden voor de klas hebben staan. - extra beroep moeten blijven doen op ons zittende personeel. Het lerarentekort brengt ook met zich mee dat onze schoolleiders veel tijd kwijt zijn met het dichten van gaten in hun formatie of het zoeken naar vormen van anders organiseren. Het geeft hun onnodige werkdruk. Samen met 73 schoolbesturen heeft Talent Primair zich met achttien scholen aangesloten bij de onderwijsregio Midden Nederland. Onze twee scholen in Weesp zijn aangesloten bij de onderwijsregio Amsterdam. Het doel is om te komen tot een effectieve invulling van werven, 42

matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren. Om dit te bereiken gaan de besturen de aankomende jaren intensiever samenwerken op deze thema’s. Praktisch zou dit kunnen betekenen dat Transvita een grotere rol krijgt in de verbinding en afstemming bij de plaatsing van zij-instromers over de regio. Op het gebied van doorgaande professionalisering zou inductie van startende leerkrachten ook met de regio opgepakt kunnen gaan worden zodat leerkrachten beter behouden blijven voor het onderwijs. Daarnaast kunnen er op wervingsgebied landelijk en regionaal initiatieven worden opgezet waar alle besturen van kunnen profiteren. De ontwikkeling van de de onderwijsregio legt wel een behoorlijke druk op de besturen. In het land is er behoorlijk veel verzet tegen de nieuwe opzet en het draagvlak. Daarnaast is het nog maar de vraag of bovenstaande ambities beter zijn dan hoe de taken nu verdeeld zijn binnen Talent Primair. Op financieel gebied verandert er in 2025 nog niet heel veel. Ten opzichte van 2024 gaat 50% van de PBSS gelden die de schoolbesturen eerst direct ontvingen naar de onderwijsregio. Een groot deel van deze gelden gaat in 2025 alsnog naar de besturen. Voor 2026 worden er in 2025 plannen gemaakt voor de invulling van de PBSS gelden. Ook de SO&P gelden gaan in 2025 voor het eerst via de onderwijsregio.

Ten opzichte van 2024 is afgesproken dat het bedrag in 2025 niet zal verschillen. Praktisch gezien blijft ook de penvoerder gelijk. AnnoNu is zowel penvoerder van de Onderwijsregio MN als van het voormalige partnerschap SO&P.

4.3 Financiën In het publiek bekostigde onderwijs is de overheid de belangrijkste financier van scholen. Scholen zorgen ervoor dat zij het beschikbare geld zo effectief mogelijk inzetten voor kwalitatief goed onderwijs. Onder meer het lerarentekort en incidentele middelen zorgden ervoor dat het geld niet volledig kon worden besteed, waardoor ook reserves toenamen. De PO-Raad dringt aan op meer structurele bekostiging en het vervangen van incidentele subsidies door structurele bekostiging om schoolorganisaties in staat te stellen hun organisatie structureel beter in te richten en onderwijs duurzaam te verbeteren. Bovendien roepen we vanuit de sector op tot een nieuw perspectief op bekostiging vanuit OCW. We hopen dan ook dat de aangekondigde structurele bekostiging voor basisvaardigheden, wat per 1 januari 2027 zou moeten worden doorgevoerd, doorgang vindt. Omdat deze beslissing inmiddels een paar keer is uitgesteld, is het lastig om daar al op te acteren. Wij streven naar scholen die toekomstbestendig zijn en die in staat zijn financieel hun eigen broek op te houden. Dat stelt eisen aan een bepaalde omvang en vraagt waar nodig om nauwe samenwerking met andere schoolbesturen in hetzelfde voedingsgebied om keuzes te maken die uiteindelijk het beste zijn voor het onderwijs aan leerlingen in een bepaald voedingsgebied. Onze financiële positie is gezond te noemen.

De kengetallen zijn op peil en er is de komende jaren volop ruimte om extra te investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Daarbij blijft de focus op zogenaamde diepte-investeringen: investeringen die ook op de lange termijn waarde toevoegen aan onze organisatie en aan de ambities die wij stellen in ons koersplan. Er is volop ruimte voor innovatie en ontwikkeling. Het financieel beleid zal in 2025, in combinatie met het opstellen van kwaliteitskaarten, geactualiseerd en afgestemd worden op de huidige situatie (kans). Hierbij is extra 43

aandacht voor schoolse reserves, de kengetallen en het investeringsniveau (risico). Ook dragen schooldirecteuren continu zorg voor een juist gecodeerde bezettingslijst personeel en wordt aandacht gegeven aan het meerjareninvesteringsplan. Wij werken vanuit een heldere planning & controlcyclus en een transparante governance structuur, waarbij verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd. In de komende planperiode willen wij de kennis en kunde en het eigenaarschap van schoolleiders versterken op het gebied van bedrijfsvoering, zodat zij op onderdelen meer inzicht en regie hebben over financiële keuzes gekoppeld aan hun jaarplan en dat zij beter in staat zijn om beleidsrijk te begroten en hun schoolspecifieke exploitatie adequaat kunnen bewaken. Wij zullen de schoolleiders hierbij ondersteunen en alle handvatten meegeven, zodat zij hiermee uit de voeten kunnen.

44

Bijlage 1: verslag intern toezicht Raad van toezicht Talent Primair - Jaarverslag 2024 Inleiding De raad van toezicht van Talent Primair bestaat uit vijf leden. De leden worden benoemd op voordracht van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (gmr) en op voordracht van de acht gemeenten, waarin de openbare basisscholen van Talent Primair gevestigd zijn. Deze zijn georganiseerd in de regiegroep van die gemeenten. De leden van de raad worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en kunnen eenmaal herbenoemd worden. De raad kiest uit haar midden een voorzitter en een vicevoorzitter. Doordat mevrouw Van Oorschot in augustus 2024 een nieuwe functie kreeg binnen De Nederlandsche Bank kon zij niet langer deel uitmaken van de raad van toezicht. Haar plek binnen de raad is overgenomen door de heer Bloemen. De raad van toezicht heeft als kerntaak: het integraal toezicht houden op het beleid en strategie van het college van bestuur en op de uitvoering van dit beleid binnen Talent Primair. Daarnaast heeft de raad van toezicht een specifieke taak zijnde het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en het strategisch meerjarenplan.

De raad van toezicht en het college van bestuur zijn verantwoordelijk voor de governance structuur van Talent Primair, evenals voor de naleving van de branchecode governance (Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs, vastgesteld door PO-Raad in 2010) die door hen onderschreven zijn. De governance codes en -structuur zijn het uitgangspunt voor het doen en laten van de raad van toezicht en het college van bestuur en vormen het beoordelingskader. De raad van toezicht laat zich waar nodig adviseren door de Vereniging van Toezichthouders in OnderwijsInstellingen (VTOI-NVTK). Daarnaast heeft de raad van toezicht de taak om een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan te wijzen die verslag uitbrengt aan het toezichthoudend orgaan. Tenslotte treedt zij op als werkgever van het uitvoerend bestuur (benoeming, ontslag, schorsing, vaststellen beloning).

Kwaliteit van onderwijs De raad van toezicht heeft als belangrijke taak toe te zien op de kwaliteit van onderwijs. Dit doet de raad aan de hand van informatie die het bestuur verstrekt in de vorm van kwartaalrapportages en inspectierapporten. In het daaruit voortvloeiende gesprek kan het bestuur haar handelen toelichten en kan de raad daarover haar oordeel uitspreken en desgevraagd advies geven aan het college van bestuur. Ook via andere wegen krijgt de raad een beeld van de kwaliteit van onderwijs. Hiervoor dienen ook door leden van de raad ondernomen schoolbezoeken, gesprekken met directies, aanwezigheid bij kenniskringen en bespreking van thema’s in de raad. Bij deze themabesprekingen zijn ook medewerkers van de organisatie aanwezig. De raad is blij om te zien dat er veel aandacht is voor de kwaliteit van onderwijs binnen Talent Primair en dat daar op adequate wijze op wordt gestuurd. De raad waardeert het vele werk wat er wordt gedaan door het onderwijzend personeel en de verdere medewerkers van Talent Primair.

45

Doelmatigheid De raad van toezicht toetst de relatie tussen de ingezette middelen en de (onderwijs) opbrengsten die met de ingezette middelen worden behaald. Onderwijs is doelmatig als de doelen tegen zo laag mogelijke kosten worden gehaald of als het geld tot zo hoog mogelijke prestaties leidt. Voor zover beoordeeld kan worden vanuit de toezichthoudende rol worden de onderwijsmiddelen doelmatig ingezet. De raad van toezicht blijft erop toezien dat het college van bestuur maatregelen neemt die de doelmatigheid bevorderen.

Samenstelling van de raad van toezicht tot 1 september 2024 Naam

Functie

In rvt sinds

Hoofdfunctie

Nevenfunctie

Mw. drs. G.H.H. Vaes Op voordracht van de acht gemeenten

Voorzitter Lid remuneratie commissie

01.08.2019

Voorzitter Raad van Bestuur IRIS-CVO

Voorzitter Raad van Toezicht Samenwerkingsverband Amstelland en Meerlanden Lid Raad van Advies Inholland Haarlem Lid Raad van Toezicht HSV – Haagsche Schoolvereniging Secretaris Stichting Werkkring

Dhr. dr. ing. C.J. Brouwer MSc Op voordracht van de acht gemeenten

Vicevoorzitter Lid remuneratie commissie, Lid commissie onderwijs & personeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16090075/1