CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 10

Commissie Maatschappij en Financiën 19 november 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 9 oktober 202527.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De heer Merckx: Nou ja, u bent op zoek naar een centrale ligging en u noemt uzelf Atel!er Het Gooi, niet Atel!er Laren. En u bent op zoek naar een centrale ligging, dus Laren is niet een centrale ligging. Of vergis ik me? De heer Jonkman: Ja, dat vind ik. De heer Merckx: Fijn, dank u wel. Misschien moet u toch eens even, ik zou ook even geografie gaan doen op ‘…’(01:02:46). Nee, fijn, dank u wel. Dus even kijken, wat had ik nog meer? Nee, dank u wel, dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx, voor de verhelderende vragen. Dan is de heer Lobregt die volgens mij net nog niet de hand opstak, maar nu wel. De heer Lobregt: Nee, nou, ik hoor graag even de toelichting ook van het college. De voorzitter: Ah, maar u gaat de vergadering omgooien. Dat komt nu allemaal. De heer Lobregt: O, dat komt nu allemaal. Maar dat overigens mijnheer Merckx, dat het onderwijsaanbod niet voldoende is, dat toont u aan. Mijnheer heeft qua aardrijkskunde duidelijk … De voorzitter: Dames en heren, nu ga ik even ingrijpen, want wij zitten hier … De heer Lobregt: Ja, is misschien flauw, maar … De voorzitter: Nee, mijnheer Lobregt, wij zitten hier in een formele vergadering en ik hou gewoon de volgorde aan zoals we dit doen. Dus de heer Jonkman heeft net keurig binnen de tijd zijn duidelijke betoog gehouden. Heeft geprobeerd zo goed als mogelijk antwoorden te geven op zijn vragen.

En dat brengt ons dan vervolgens … Had u ook nog een vraag, mijnheer Jacobse? Nou, maar gaat u dan ook gewoon duidelijke vragen stellen? De heer Jacobse: Zoals u van mij gewend bent. Een duidelijke vraag zoals ze van mij gewend zijn. De voorzitter: Mijnheer Jacobse, Larens Behoud. De heer Jacobse: Ik kom uit het goede Bilthoven en er dringt zich een mate van vergelijking op met de Werkplaats, de Kees Boekeschool aldaar, en uw initiatief. Kunt u daar iets over vertellen? De heer Jonkman: Ja, ik ben alleen, jullie zijn daar geweest hè, bij de Werkplaats. Dus, maar dat mag niet hè, zij mogen geen antwoord geven op die vraag? Of wel? De voorzitter: Ja. Als de vraag niet te beantwoorden is, dan is die niet te beantwoorden en dan komt die alsnog een keer ergens terug. Ja, maar we kunnen niet insprekers toevoegen. De heer Jonkman: Het is een, ik weet dat collega's zijn er geweest en ze hebben gepraat ook met de schoolleider, bestuurder. Het is een hele mooie school. Veel kinderen, heel groot. De wijze van onderwijs is ook anders en zo is Agora ook anders. En ik denk dat de diversiteit heel belangrijk is in het onderwijsaanbod. Dat je als ouder een goed afgewogen keus kunt maken van, wat past het beste bij mijn kind?

17

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Jacobse, nog een vraag? De heer Jacobse: Ik heb geen zin om daar flauw over te doen, maar de Werkplaats is individueel onderwijs. Of je ze nou coach noemt of groepsleider, dat maakt me allemaal niet zoveel uit. Ik ben dus gewoon erg geïnteresseerd, en daar krijg ik geen antwoord op, of het vergelijkbaar is en wat u dan denkt hier in Laren te gaan toevoegen aan het onderwijs wat wij al geven? De heer Jonkman: Nee, ik ben zelf dus niet bij de Werkplaats geweest, dus ik weet niet precies hoe het bij de Werkplaats gaat. Wat ik wel zie is dat het Agora-onderwijs is een andere manier van organiseren, is een flexibeler onderwijsmodel. Dat betekent niet dat iedereen maar gewoon vrij is om te doen en te laten wat die wil. Absoluut niet, het is super gestructureerd onderwijs. Maar alle zaken die te maken hebben met alle kinderen op dezelfde manier door een machine heen, die worden eigenlijk weggenomen en ieder kind heeft zijn eigen leertraject en leert vanuit motivatie. Het is wel zo dat er een beroep wordt gedaan op het aanpassingsvermogen van een kind, net als iedere school dat doet. De voorzitter: Mag ik even … De heer Jonkman: Ik denk iemand is er klaar mee, dat zou kunnen. De voorzitter: Even nog het respect van luisteren opbrengen, allemaal hier aan deze kant van de tafel.

De heer Jonkman: Nou, waar ik mee wilde eindigen, is dat een beroep doen op aanpassingsvermogen, dat is helemaal terecht en ik denk dat doet Agora-onderwijs ook. Dus er is een hele strakke sociale structuur ook. Alleen dat mag de ontwikkeling van kinderen niet in de weg staan. In iedere klas heb je de middenmoot, die komt prima mee en die kan zich heel goed aanpassen op wat er verwacht wordt. En is er altijd een groep kinderen die aan die buitenkanten zit die daar veel meer moeite mee hebben, in een klassikale onderwijsvorm. En Agora stapt daarvan af, dus het creëert meer ruimte voor die groep kinderen. De voorzitter: We komen er zo waarschijnlijk nog op terug. Mijnheer Jonkman, nogmaals dank voor uw beantwoording. Want dan komen we inderdaad bij de behandeling terecht waar meerderen van u al graag naar over wilden stappen. En dat is dat wij het woord gaan geven aan de fractie van Larens Behoud. En daar staat mijnheer Loeff, maar die is er niet, dus het zal mijnheer Jacobse zijn. Die zit mij aan te kijken alsof die vuur ziet branden, water ziet branden. Maar u gaat nog even kort toelichten, mijnheer Jacobse, waarom u dit onderwerp heeft geagendeerd? En aan u het woord. En daarna, want ik zal meteen nog maar even doceren, daarna komt de gehele commissie aan het woord, dan krijgt de wethouder een kans om zijn woord te doen. Als het nodig is, gaan we nog naar een tweede termijn.

Wederom commissie en wethouder en zoals gezegd eindigen we met twee minuten aan de heer Jonkman. En ik wil wel vriendelijk verzoeken dat u allemaal wel een beetje de toon, u mag scherp zijn en helder zijn, maar wel op een nette manier. De heer Jacobse: Voorzitter, mijn toon is neutraal. Wij hebben de vragen zoals die op papier staan met elkaar opgesteld en ik heb niet primair de behoefte om daarvan af te wijken. Dus als u zegt, we behandelen die vragen, de wethouder gaat … De voorzitter: Lees ze maar even voor nog.

18

De heer Jacobse: Zal ik dat eens even doen. Wij zien graag een toelichting op het proces van toelating hoe dat gegaan is en wat er gebeurd is? Maar dat is eigenlijk ook aan de wethouder. Wat zijn de rechten en de plichten van een nieuwe school en hoe zit dat dan financieel technisch in elkaar? Dat is vraag één. Twee, hoe zit het met de aanvraag van de stichting? Ik begrijp inmiddels dat we al verder zijn dan mijn vragen reiken. Aangezien we hebben begrepen dat het een initiatief is dat breder dan alleen Laren is. En vraag drie, wat is de laatste stand van zaken rond bezwaar en beroep? Dus daar kunnen we het met elkaar over hebben wat mij betreft. De voorzitter: Maar dat laatste kan zijn dat de wethouder misschien zegt dat die daar niks over kan zeggen, maar dat gaan we meemaken. De heer Jacobse: Nou ja, dat is allemaal goed. De voorzitter: Deze vragen gesteld hebbende liggen ze voor. Wilt u daar nog iets aan toevoegen meteen als agenda-inbrenger? De heer Jacobse: Nee, ik ondersteun uw opmerking van net. Laten we hier proberen nuchter en oprecht met elkaar over te spreken en dan komen we erachter. De voorzitter: Nou, met uw vragen kijk ik rond.

Wie van de aanwezige partijen, mensen willen wat zeggen? Ik zie in ieder geval de hand van het CDA, mijnheer Lobregt, de hand van mijnheer Merckx van de VVD en ten slotte de hand van mevrouw Van Dorst van D66 en mevrouw Niekus van De Larense Vrouwenpartij. We beginnen bij mijnheer Lobregt van het CDA. De heer Lobregt: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Allereerst mijn excuses aan mijnheer Jonkman voor de wat flauwe opmerking van zojuist. Ik ben het namelijk eens met mijnheer Jonkman dat het onderwijs niet altijd aansluit op de behoefte. Ik neem als voorbeeld mijn eigen zoon die op de lagere school meer op de trap heeft gezeten in de gang dan in het klaslokaal. En dat lag niet altijd aan hem, dus daar ben ik het helemaal mee eens. Waar ik me wel grote zorgen over maak, en dat is meer een vraag aan het college, is, wij gaan nu 34 miljoen euro investeren in ons onderwijs, wij gaan 34 miljoen investeren in nieuwe scholen, wij gaan een nieuwe school bouwen aan de Eemnesserweg op het hockeyveld.

Hoe zitten die investeringen die wij nu gaan doen in het onderwijs, hoe verhouden die zich nu tot de nieuwe school die dan eventueel gaat komen? En betekent dat dan dat we straks een school gaan neerzetten die straks helemaal leeg is, omdat er dan een nieuwe school komt? En hoe verhoudt zich zeg maar de vraag naar het onderwijs in Laren en dan zeg maar wordt het basisonderwijs in dit geval? En is er überhaupt ruimte voor een nieuwe school, gegeven dat we naast de reguliere scholen ook nog private scholen hebben in Laren qua primair onderwijs? Daar maak ik me dan wel heel veel zorgen over. Verder ondersteun ik mijnheer Jonkman dat het onderwijs niet aansluit op de behoefte van de leerlingen. Ik vraag me wel af of dan uw antwoord daarop, of dat daarbij aansluit. Ik ben voornamelijk van mening dat meer mannelijke docenten in het primair onderwijs, dat dat al enorm zou schelen als het gaat om het aansluiten van de behoefte van met name jongens als het gaat om onderwijs. Dus dat zijn mijn vragen aan het college. De voorzitter: Ja. Duidelijk, mijnheer Lobregt. Dan, ik loop het rijtje gewoon af. Dan kom ik bij mijnheer Merckx.

19

De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Graag verwijzen wij natuurlijk ook naar de vragen die de VVD al eerder heeft gesteld, nadat op 5 augustus in De Gooi- en Eemlander was gepubliceerd dat er overleg was. Wij hebben eigenlijk ook een vraag even over dat hele proces. Want blijkbaar is er dus al in september 2024 overleg geweest tussen Atel!er Het Gooi en het college. En dus pas nadat wij onze vragen hebben gesteld in augustus is er door het college geïnformeerd dat deze gesprekken gaande waren. En tegelijkertijd zijn we met zijn allen ook, zoals de heer Lobregt aangaf, heel erg druk geweest met het Integraal Huisvestingsplan voor onze scholen al waar we 34 miljoen euro in gaan investeren. Dus ik ben erg benieuwd waarom tijdens dat hele proces we niet geïnformeerd zijn door het college dat deze gesprekken plaatsvonden en we daar ook al rekening mee hadden kunnen houden? En daarnaast is denk ik ook wederom de vraag ook aan het college, op welke wijze zij zeg maar toestemming geeft, ook al is er dan op basis van een verplichting om middelen ter beschikking te stellen, op welke wijze het college zo meteen keuze gaat maken tussen welke scholen wel en welke scholen niet in die gerenoveerde en nieuwgebouwde scholen terecht gaat komen? Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx. Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter.

Nou, toevallig weet ik dat u hier al een paar jaar bezig bent omdat het inderdaad een kind is wat ik heel goed ken die heel graag mee had willen doen. En ik onderschrijf ook echt de vraag, die zie ik ook echt, dat die nodig is. Mijn vraag was derhalve ook, hoeveel kinderen in Laren? Omdat wij inderdaad al zoveel schoolgebouwen hebben en zoveel soorten onderwijs is mijn zorg er meer om van, waarom per se in Laren? Want het is een regionaal probleem, dat regionaal opgelost kan worden. En daar heb ik niet echt een antwoord op gehad. Ik moet ook, sorry, ik moet naar de wethouder kijken. Ik heb niet echt een antwoord op gehad of er ook in de andere gemeentes deze vraag gesteld is. Alleen maar in Laren, dat vind ik echt een gemiste kans. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. Dan komen we bij mevrouw Niekus van De Larense Vrouwenpartij. Mevrouw Niekus: Allemaal goedenavond. Dank u wel. Ik wil eerst de heer Jonkman bedanken voor zijn inbreng en ook de dames dat u hier vanavond aanwezig bent. Dank je wel dat je ons vertelt wat er allemaal zo gaande is. Ik heb twee vragen. De ene vraag is, want ik begrijp namelijk niet zo goed het onderwijs, wat zijn nou zo andere lessen dan een andere school, wat houdt dat in? En heeft u al een locatie op het zicht? De voorzitter: Korte heldere vragen, dank u wel.

Komen we bij wethouder De Groot die wat mij betreft eerst probeert alle vragen te beantwoorden en dan kunnen we daarna leuk discussiëren als u dat met elkaar wil. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Laat ik met de vraag van mijnheer Merckx beginnen. Inderdaad, vorig jaar is er overleg geweest en de afdronk van dat gesprek was iets anders dan de heer Jonkman weergaf. Wij hebben in dat gesprek, ik geloof dat collega Van Midden erbij zat en ook mijnheer Van Os, hebben wij gezegd, nou, aangegeven wat de ruimtelijke problemen zijn. Dat we moeite hebben straks met het IHP om dat allemaal in te vullen, doorschuiven en dat soort dingen. Laat staan in 2026 huisvesting te bieden. En dat we ze ook aanbevolen hebben om verder te kijken. En daarbij is gevraagd, goh, kunnen jullie daar ondersteuning bij bieden? En daarna hebben we niks meer gehoord. Dus totdat het artikel in De Gooi- en Eemlander verscheen, et cetera. Dat is ook de aanleiding geweest, daar zijn ook al vragen over geweest, om beroep aan te tekenen. Dat is pro-forma, maar we zullen binnenkort ook inhoudelijk beroep moeten doen anders is ons beroep verdwenen. En waarom? Dat heeft alles te maken met de zorgen die door een aantal van u naar voren zijn 20

gebracht. We hebben een IHP, we zien hoeveel moeite dat kost om dat te realiseren. We hebben inderdaad vier lagere scholen, vijf locaties, twee private scholen, we hebben zeg maar tweeënhalve middelbare school, dus we zijn aardig overbewinkeld hier in Laren. Dat is, dat mag je wel als conclusie hebben. En dat betekent ook dat het feit dat we daar niet over gehoord zijn en onze mening niet kunnen geven, geleid heeft tot die beroepszaak. En inderdaad, nou, dus ik had ook graag dat eerder dit medegedeeld. Ik zal ook wel al wat aankomen, maar ik had ook wel de behoefte om even regionaal even mijn licht op te steken van, jongens, hoe kijken jullie ernaar, kunnen we kijken of we dat regionaal kunnen doen? Dat heeft uiteindelijk plaatsgevonden afgelopen week bij het regionale afstemmingsoverleg. Waarbij gekeken wordt van, jongens, kunnen we wat in de regio met elkaar doen? Dat is de inzet en daar staan we voor. Want zowel in de regio, de bestuurders van de gemeentes, collega-wethouders, als de bestuurders van de scholen zien wel degelijk dit als een aanvulling op het bestaande pallet. Zeker voor de categorie thuiszitters of kinderen die veel op de gang zitten en om andere reden gefrustreerd worden in het onderwijs. Of dat nou door gebrek aan mannelijke leerkrachten komt of niet. Nou, daar ga ik trouwens ook helemaal niet over.

Maar in ieder geval, ik kan me voorstellen dat gekeken wordt naar ander onderwijssystemen voor sommige kinderen. Hoeveel zijn dat er in Laren? Ik weet dat eerlijk gezegd niet, maar ik weet wel dat dat er niet genoeg zijn om de instandhoudingsnorm te halen. Dus het is een regionaal initiatief en dat is ook hetgene wat wij naar voren brengen. Maar goed, dat laat onverlet dat het ontzettend pijnlijk is dat een initiatief wat zo hard gedragen wordt door deze mensen met het hart op de goede plek. Met waar vaak kinderen achter zitten met grote problemen. Niet allemaal, maar er zitten er gerust tussen. En dat je daar geen oplossing voor kan bieden. Dus ik voel me zeker gecommitteerd om te kijken een oplossing zoals te zijn. En zoals ik in mijn eerdere mededeling aangaf, zijn we ook daadwerkelijk in gesprek om te zien of daar enige vorm in de regio te realiseren is. Ik kan er niet over in detail gaan, maar in ieder geval het is niet onbeloftevol, zeg maar. En dat wil dus ook zeggen dat naast dat beroep wat ik eigenlijk liever niet had ingediend, maar toch moet handhaven omdat ik anders gewoon handelingsverlegenheid heb volgend jaar september. Want waar moet ik het vandaan halen? Ik zou het niet weten. Je kan geen bestaande scholen hebben, geen ruimte en een nieuwe school bouwen in een jaar tijd zie ik ook niet gebeuren.

En los van welke locatie, mag het ten koste gaan voor sociale woningbouw of andere woningbouw? Ik denk het niet. Want dat is eigenlijk wel de keuze die dan voorligt. Dus ja, dat zijn eigenlijk de overwegingen die hier allemaal een rol bij spelen en het is allemaal erg precair en gevoelig. En dat betekent ook dat we met beleid en zorg hiermee door moeten gaan. Ik vermoed dat het nou tijd is om even naar de vragen van ... De voorzitter: U heeft de vraag van mijnheer Merckx beantwoord. Tenminste, ik ga zo meteen vragen of die allemaal beantwoord zijn. De heer De Groot: Nou, ik heb ook daarin meteen ook meen ik mijnheer Lobregt meegenomen en ook een aantal andere vragen die daarover gesteld zijn. En misschien heb ik iets gemist, maar ik heb geprobeerd dat allemaal in één betoog te doen. En dan wel richting de tweede termijn dat we daar nog wat over … De voorzitter: Nou, ik weet niet of er een tweede termijn. Ik ga gewoon even rondkijken of degenen die een vraag hebben gesteld, vragen, of die nog openstaande vragen hebben? Ik zie mijnheer Lobregt naar mij kijken. De heer Lobregt: Nou ja, als ik uw antwoord goed begrijp dan zegt, u ik zit eigenlijk met de vraag van mijnheer Jonkman met de handen in het haar. We hebben geen locatie, we hebben geen financiering. Geen idee wat ik ermee aan moet, dat is eigenlijk wordt het uw antwoord.

Maar dat is ook mijn vraag die ik erbij heb, geen idee wat ik ermee aan moet. De vragen die we aan mijnheer Jonkman hebben gesteld had die eigenlijk geen antwoord op. Dus mijnheer Jonkman weet het ook allemaal niet precies. Dus wordt dat … Het is ... Het hangt 21

van vaagheid op dit moment aan elkaar. Dus als we hier verder over willen praten, dan zullen we echt iets heel concreets moeten hebben. Dan zullen we ook concrete behoefte … En die behoefte is er, dat zie ik. Mijnheer Jonkman heeft helemaal gelijk, de behoefte is er. En niet alleen kinderen die thuis zitten, ook kinderen die nu op school zitten, zoals mijn zoon vroeger, die dus weinig aan school heeft gehad, omdat die inderdaad meer op de gang heeft gezeten. Het onderwijsaanbod sluit niet aan op de behoefte. Het gaat niet alleen om kinderen die thuis zitten, maar ook kinderen die gewoon nu op school zitten. Vandaar ook dat de ouders aangeven, wij hebben daar belangstelling voor. Dat begrijp ik allemaal. Maar hoe we dat hier in Laren in kunnen passen? Ik heb geen idee. En u ook niet, mijnheer De Groot, dat geeft u net heel duidelijk aan. Dus we zullen dan toch een concreet plan moeten gaan hebben als we dat willen realiseren. De voorzitter: Mijnheer Lobregt, ik heb een verduidelijkende vraag aan u. Want de wethouder heeft net in zijn reactie aangegeven dat die zich enorm inzet om in de regio een oplossing te zoeken. Heeft u die, ziet u die, kunt u die beantwoording ook ondersteunen dat de wethouder dat doet? De heer Lobregt: Nou ja, dat snap ik, maar dan zal er ook financiering vanuit de regio en dan zal er ook een locatie vanuit de regio moeten komen.

Maar die zal waarschijnlijk niet hier in Laren zijn. De voorzitter: Nee, dat is helder. Nee, maar ik wilde even die verbinding nog maken, omdat de wethouder net nadrukkelijk zegt, ik maak me er sterk voor. Maar dat ging niet alleen over Laren, maar over de regio. Dat was uw vraag. Ik kijk nog even naar de heer Merckx. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Lobregt heeft een prachtig betoog gehouden, maar er is voor mij nog steeds één ding niet duidelijk en dat is, welke kinderen in Laren worden hiermee geholpen? We hebben meer dan voldoende scholen dus, en dan kan er wel eens een keertje eentje thuis zitten, so be it. En we hebben natuurlijk ook een regionaal opvang voor speciaal onderwijs. De voorzitter: Vervolgt uw betoog, mijnheer Merckx. De heer Merckx: Dank u wel. Dus als er een regionale opvang of regionaal speciaal onderwijs bestaat, dan zie ik ook geen reden om hier in Laren een bijzondere onderwijsvorm verder op te starten, zonder dat het duidelijk is hoeveel kinderen in Laren het betreft. Dus ik zou graag van de wethouder dan vernemen hoeveel kinderen zich in Laren aanmelden voor het Agora-onderwijs? En uiteindelijk is dat, moet dat de reden zijn. En ik onderschrijf de wethouder volledig dat er wordt gezocht naar een regionale oplossing, want hier is geen plek.

Want hoe moeten we het oplossen? Waar zetten we die kinderen en die school neer? Er is geen plek. Moet betekenen dan dat er een wijziging in het bestemmingsplan van De Biezem plaats moet gaan vinden of gaan we dan de padelbanen opheffen? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Merckx, dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Heeft u nog … Dat ging even over nu over de vragen hè, want als u nog een ‘…’(01:24:57). Mevrouw Van Dorst-Brakel: Jazeker, voorzitter. Zeker. Ik wilde inderdaad een verduidelijking en dat is, wij erkennen, wat we al zeiden, de vraag helemaal. We vonden het een gemiste kans dat inderdaad de vraag niet

22

in de regio gesteld is. Mijn vraag aan de wethouder is, klopt het als er voor Laren dan een vraag ingezet is, dat het niet meer voor de regio kan? Hoe zit dat technisch precies in elkaar? Dat wilde ik graag vragen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Hele mooie vraag. Mevrouw, Niekus, heeft u nog een vraag niet beantwoord gekregen? Mevrouw Niekus: Nee hoor, ik denk dat het allemaal duidelijk is. En misschien dat er straks nog een slotwoord komt. De voorzitter: Nou, dan gaan we nog even terug naar de wethouder om de vragen die nog een keer aangehaald zijn en nog niet voldoende beantwoord zijn. De heer De Groot: Nou ik zie vooral van mijnheer Merckx een oproep om hiermee aan de gang te gaan. Ik denk inderdaad dat in Laren, laten het er vijf of tien zijn met verschillende korten, die voor het primair onderwijs in aanmerking komen. Dan kom je regionaal op een goed klasje, op een goed schooltje, maar dat is het dan ook. Dus, en dat wil niet zeggen dat daar dan geen behoefte aan is, want dat deel ik met mijnheer Lobregt. Maar wel dat je dan gaat kijken welke plek komt dat het beste tot zijn recht? En dan denk ik niet aan Laren om alle praktische, maar ook principiële redenen die ik net genoemd heb. En daar zet ik me voor in om te voorkomen dat we hier opgescheept straks zitten met een probleem waar we geen redelijke oplossing voor hebben.

En dat is inderdaad vaag, maar ik hoop wel de komende tijd ook met deze mensen hier te werken aan een concrete oplossing die gaat zorgen dat we de grootste problemen voor elkaar krijgen. En dan kom ik op de technische vraag van mevrouw Van Dorst. Ja, er zijn wat mogelijkheden om binnen zoveel kilometer en met nevenvestigingen, dat soort dingen, te werken. Het is niet, het is geen abc’tje, maar het is ook niet dat het allemaal pertinent onmogelijk is. Dus en ook als we kijken naar de korte en langere termijn, dan denk ik dat er juist met wat flexibiliteit wel degelijk een goede oplossing mogelijk is. De voorzitter: Dat is een antwoord, mevrouw? Ja? En mijnheer Merckx, u heeft ook nadere beantwoording. Ja? Dan maken we nu even, want dan is dit ronde één geweest. Niet? Nee, ik zie mijn collega-voorzitter fronsend kijken naar mij. We gaan niet in rondes denken. Mijnheer Grunwald, u wil namens Groen Laren nog een aanvullende vraag stellen. De heer Grunwald: Ja, dank u wel. Even een vraag naar aanleiding van de bijdrage van de wethouder. Wat gebeurt er als het beroep niet gehonoreerd wordt? Moeten wij dan als Laren wel alsnog huisvesting bieden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Ik zie mijnheer Thijmen, mijnheer Jacobse wil zo meteen ook nog een vraag stellen. De heer Jacobse: Ja, zal ik dat doen gelijk? De voorzitter: Ja, doe maar meteen.

De heer Jacobse: Ik heb de wethouder het woord onbeloftevol horen gebruiken. Heeft u de behoefte om dat nader toe te lichten? De voorzitter: Mooi. Het woord is aan de wethouder om de twee gestelde vragen te beantwoorden. 23

De heer De Groot: Want het was niet onbeloftevol, maar beloftevol. De voorzitter: Ja? De heer De Groot: Ja, en mijnheer Grunwald vraagt, wat is een kwestie? Er zijn twee sporen die we lopen. Eén is beroep en bezwaar en de andere is, zorgen dat je in redelijkheid met elkaar eruit komt. En ik vermoed dat een van die sporen toch wel het doel moet gaan treffen het komende jaar. En daar zitten allerlei andere haken en ogen, maar ik heb ook geen zin om heel diep op de processuele kant in te gaan. Ook omdat ik juist hoop dat we dat beroep kunnen intrekken, omdat er gewoon een goede oplossing gevonden is. De voorzitter: Dat gezegd hebbende heeft mijnheer Jonkman in zijn laatste zinnen aan ons gevraagd om u te … Mijnheer de wethouder, mijnheer De Groot? Mijnheer Jonkman heeft in zijn betoog aan ons gevraagd of wij u willen motiveren om het beroep in te trekken. Maar u zegt net inderdaad dat dat beroep en bezwaar, is dat aan het college of is daar een rol überhaupt voor ons als gemeenteraad in op dit moment in de procedure die u volgt? De heer De Groot: Nee, dit is echt aan het college. Maar goed, als u dat met zijn allen zegt, wethouder, doe dat niet en koste wat het kost, we willen het hier hebben. Dan hoor ik het vanavond graag. De voorzitter: Nou, die discussie die hebben we volgens mij net met alle inbreng gehad. Mijnheer Koldenhof die wil inbreken in de vergadering.

De heer Koldenhof: Nou, meer een procedurele vraag aan uzelf, want ik heb nou het gevoel dat u als een soort aanhangend commissielid gaat meedoen. De voorzitter: Nee. De heer Koldenhof: En dat vind ik lastig. De voorzitter: Ja, maar ik herhaal nog een vraag van mijnheer Jonkman die aan u is gesteld en daar heb ik net mijnheer de wethouder nog op aangevraagd. En volgens mij heeft u allemaal, want dat is de laatste vraag die de wethouder weer terug stelde aan u, u heeft allemaal uw inbreng en uw vragen gehad. Zijn die, is dat nog nodig om nog een laatste ronde te doen waarin de wethouder nog een vraag wordt gesteld? En anders dan vatten we het samen dat overwegend het geluid hier is dat u allemaal nog vragen heeft en samengevat eigenlijk hier niet iets van kan vinden, mag ik het zo formuleren? Ik kijk even naar de collega hier aan tafel. Wij kunnen eigenlijk niet echt iets vinden over de aanvraag zoals die nu ligt. Nee. Nee, maar ik wil dat even vastgesteld. Mijnheer Lobregt.

De heer Lobregt: Om dan toch even verduidelijkt te zijn, dan wordt het een vraag aan mijnheer Jonkman is, waarom is er dan een vraag, wordt het richting de gemeente Laren om, wordt het om deze school hier te hebben en niet aan de gemeente Hilversum of de gemeente Bussum? Waarom zadelt mijnheer Jonkman ons met het probleem op? En als we vragen aan mijnheer Jonkman, hoe past nou precies uw voorstel binnen het onderwijsaanbod in Laren, dan krijgen we geen duidelijk antwoord. Dus ik wil dan van mijnheer Jonkman of van het college een heel duidelijk antwoord van, oké, we hebben een enorm met name primair onderwijsaanbod in Laren. Is echt enorm. Wordt dat … Er zijn meer dan voldoende scholen. Hoe past het

24

voorstel van mijnheer Jonkman binnen dat onderwijsaanbod? En waarom zouden wij met onze handjes dichtgeknepen dat aanbod van mijnheer Jonkman moeten accepteren? Dat is … En waarom gaat mijnheer Jonkman niet naar Hilversum of naar Bussum of naar Huizen of weet ik veel waar die naartoe gaat? De voorzitter: Nee. Ik kijk even, want ik kijk nu naar u om te luisteren naar u. Ik kijk even naar voor mij op links, naar rechts, zoals de heer Lobregt nog eens een keer even samenvat namens een deel van dit gezelschap. Heeft u daar nog iets op aan te vullen of deelt u deze samenvatting? Want dan gaan we namelijk dit punt wat mij betreft zo dadelijk tot afhameren brengen. Want wij kunnen daar verder niks op dit moment mee. Ik kijk even naar … Mogen we de samenvatting die mijnheer Lobregt net ging overnemen? Ja, ik zie geen nee. Dan hebben we zoals gezegd heel formeel ga ik nog even naar de wethouder, heeft u nog behoefte om één aanvulling te geven? De heer De Groot: Nee, dank u, voorzitter. De heer Jonkman komt nog, dat is fair, nog even aan het woord. De voorzitter: Nee, dat komt vanzelf goed. De heer De Groot: En nee, ik denk dat we de discussie gevoerd hebben. Ik voel dat hier geen belangstelling is om te zeggen van, ‘…’(01:32:39), toch alsjeblieft dat Agora hier. En niet om, ja, precies, dat al zeker niet. Maar in ieder geval dat er hopelijk ook wel begrip is.

Dat heb ik ook bij mijnheer Lobregt gehoord. Dat er kinderen zijn die het nodig hebben en dat we moeten streven naar een goede oplossing. En dat is precies waar ik voor sta. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Groot. Dan kijk ik even naar mijnheer Jonkman, u krijgt nog zoals gezegd de laatste twee minuten om nog een nabeschouwing te geven. De heer Jonkman: Ja, hartelijk dank voor het excuus, vind ik, dat waardeer. Ik hoorde ook net, dan zit er eentje thuis, so be it. Dat vind ik stuitend, maar dat terzijde. Belangrijk, waarom Laren? Kijk, de procedure is, je kunt geen aanvraag doen voor een regio, je moet een standplaats kiezen. Wij hebben in februari een informatieavond gehad in College De Brink in Laren. Dat ging dan over een 4 tot 18 school, dus zowel basis als voortgezet onderwijs. Vervolgens in maart, april, even uit mijn hoofd, ik denk dat het maart was, heeft de GSF, De Gooise Scholenfederatie besloten, wij gaan in ieder geval niet verder met Agora. Dus dan rest ons eigenlijk alleen nog de keus om zelfstandig een bestuur op te richten. Of in ieder geval in dat proces allerlei andere besturen in de regio te spreken om te kijken of zij te porren zijn voor Agora-onderwijs. En daar waren ze wel voor te porren, alleen er zijn ook allerlei beperkingen in BRIN-nummers, vergunningen, et cetera.

Dus uiteindelijk einde van de rit hebben wij in een maand tijd een standplaats gekozen op basis van het voedingsgebied. Dat klopt. En wij hebben gewoon conform de wet die hele procedure doorlopen, precies zoals die op de website wordt vermeld. En dat hier dan de vraag komt, ja, waarom in hemelsnaam Laren, waarom en hoeveel kinderen in Laren? Die snap ik heel goed en die vraag is ook terecht. Wij hebben breder gekeken naar de regio, wat is het probleem? Wij zien een probleem, wij ervaren een probleem. Iedereen die een kind thuis heeft gehad die niet lekker in het onderwijs gaat, die weet hoe groot dat probleem is. En wij zetten die pijn en verdriet om in mogelijkheden en die creëren we. De voorzitter: Dank u wel. Complimenten, want het is wederom in één minuut veertig u gelukt. Dank u wel voor uw inbreng. Wij hebben hiermee dit agendapunt, bespreking Atel!er Het Gooi, afgerond.

25

10. Gemeenschappelijke regeling HBEL sociaal domein individuele voorzieningen De voorzitter: En we komen op agendapunt 10, Gemeenschappelijke Regeling van Huizen, Blaricum, Eemnes, Laren sociaal domein individuele voorzieningen. Wederom portefeuillehouder mijnheer Flip De Groot, ambtelijke ondersteuning van mevrouw Petra Filius, afdelingshoofd maatschappelijk beleid of mevrouw Lucetta ‘Eisens’(01:35:34), strategisch adviseur gemeente Huizen. En ik heb ook nog de naam van mevrouw Diliana Pool, strategisch beleidsmedewerker maatschappelijke ontwikkeling. Welke van de drie, wie van de drie? Allereerst zit dadelijk aan tafel mevrouw Lucetta Eisens en daarnaast mevrouw Diliana Pool. Die gaan even plaatsnemen. Dan ga ik ondertussen voorlezen wat het voorstel is wat dadelijk voor u ter beraadslaging ligt, zeer gewaardeerde commissieleden. Het gaat om de bijgaande zienswijze in te dienen op de herziening van de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociaal domein Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren. En voorstel twee is wat aan u voorligt, in te stemmen met de herziening van de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociaal domein Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren. Nou, ik kijk even rond.

Wie van de commissieleden heeft, ik zie mijnheer Koldenhof van de VVD, ik zie mijnheer Grunwald van Groen Laren, ik zie mevrouw Niekus van De Larense Vrouwenpartij, ik zie mijnheer De Jong en ik zie mevrouw Van Dorst en ik zie de heer Lobregt. Nou, allemaal. Wie begon ik net? Mijnheer Koldenhof was als eerste, dus we proberen een beetje de volgorde van de hand opsteken. Ja. De heer Koldenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat de Gemeenschappelijke Regeling zeg maar herzien wordt om het een en ander te vereenvoudigen voor de organisatie zelf. Waarbij het dan, maar dat vraag ik dan even ook ter controle aan de wethouder, is het dan de bedoeling dat de Gemeenschappelijke Regeling of dat wat is vastgelegd dan minder vaak hoeft te worden gewijzigd en de omliggende dienstverleningsovereenkomst dan vaker kan worden aangepast? Nou, dat lijkt me op zich bestuurlijk gezien een verstandige keuze. Alleen wat mij eigenlijk als eerste verbaast in hoofdlijn is, waarom stellen wij dan alleen de herziene Gemeenschappelijke Regeling vast en niet de dienstverleningsovereenkomst? Want het lijkt mij dat we daar dan ook wel wat van mogen vinden. Dat ten eerste. Dan heb ik met name, nou, nog wat kleine vragen over die dienstverleningsovereenkomst of de onderliggende financiële zaken of financiële regeling. Er wordt gesproken over een dashboard, dat dan elk kwartaal komt.

Hebben we dat nu ook al of wordt dat een ander dashboard? En bij dashboarden word ik altijd alert op van, elke maand krijgen we een ander dashboard, zodat je nooit meer iets kunt vergelijken. Waardoor ik dan nog steeds niks weet, om het maar even kort te zeggen. Of in ieder geval geen makkelijk oordeel kan geven over de ontwikkelingen. Dat roept bij mij ook de vraag op bij de dienstverleningsovereenkomst of we er dan als raad wel dicht genoeg bovenop zitten? En anders op zijn minst of de gemeente Laren, met andere woorden het college, er dan wel dicht genoeg bovenop kan blijven zitten? Een specifieke vraag gaat over de waarschuwing die gegeven zal worden als er een traject van meer dan een ton wordt toegekend. Laat ik maar zo zeggen, ik weet niet eens of je dat dan nog kan weigeren. Maar stel je voor dat je dan niet anders kan dan dat traject toe te kennen, dan wordt het college gewaarschuwd. Maar we weten uit het verleden hier dat, er hoeven maar twee of drie van dat soort trajecten te komen en we gaan zeg maar figuurlijk failliet. Spreekwoordelijk zal het allemaal zijn, dus in ieder geval.

Maar, dus ik vraag me dan af of het college ook van zins is om de raad daarin mee te nemen op het moment dat meerdere van dit soort trajecten opeens zich gaan voordoen? Ik hoop het allemaal niet, maar als het zo is, dan wil ik wel graag weten tijdig in een soort van rode vlag, let op, onze begroting loopt uit de klauwen. Want we hebben een paar van die trajecten en we kunnen er niet zo heel veel aan doen. En wat wordt dan de oplossing, om het zo te zeggen? Nou, dat vind ik wel belangrijk om vaker als raad over geïnformeerd te worden. En dan is zelfs ook nog de discussie of dat pas bij een ton moet of dat dat niet ook wat lager moet? 26

Anders gesteld, waarom is dat pas bij een ton nodig en waarom is dat niet al bijvoorbeeld bij een halve ton of 75 duizend euro? Wat is daar een gebruikelijk bedrag in? Nou, dat zijn denk ik de belangrijkste vragen even op dit moment. En misschien kom ik in tweede termijn nog even op wat andere details. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koldenhof. Mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Op zich heel begrijpelijk en we kunnen daar ook zeker in meegaan. We hadden ook inderdaad wat meer specifieke vragen. En dat is, de raad wordt wat meer op afstand gezet, is ons idee. Het is een heel juridisch stuk, dus echt moeilijk om doorheen te komen, maar dat gevoel krijgen we. Dat begrijpen we ook, want het is de uitvoering die aan Huizen wordt overgedragen. Zij voeren uit, wij staan op afstand. Het is wel zo dat de raad van Huizen hier wel meer, als ik het goed lees, meer directe invloed op heeft dan wij vanuit Laren. Dat vind ik een risico, een kritische noot die ik daar wil zetten. Wat men dan daarin speciaal een vraag is, dat is dat in artikel 9 van de oude Gemeenschappelijke Regeling wel de raad specifiek genoemd werd, maar hier in de nieuwe regeling weggestreept wordt. Dat vind ik wel een vraag die ik uitgelegd zou willen hebben. Verderop wordt ook gesproken over, contacten worden onderhouden door vertegenwoordigers van de twee partijen.

Als ik het goed begrijp, zijn er vier partijen, Huizen, Blaricum, Laren, Eemnes. Hoe moet ik dat u mij voorstellen? Sorry? Huizen neemt dus die complete verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het sociaal domein. De wethouders komen wel zes keer per jaar bij elkaar. Zij beoordelen hoe het gaat en evalueren één keer in de vier jaar. In deze procedure, waar wordt de raad precies in meegenomen? Dat was eigenlijk mijn laatste vraag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. Dan ga ik naar links kijken van mij. Mijnheer Jacobse, Larens Behoud. De heer Jacobse: Ik kies een wat andere invalshoek. Gedachtig het feit dat collega's per se met detailbeschrijvingen en aanwijzingen komen. Wij hebben de indruk, we hebben dat ook besproken, dat we met die DVO een effectiever en efficiëntere organisatie gaan aanwenden. We kunnen daar natuurlijk heel erg wijs over gaan zitten doen, maar de mensen die dit bedacht hebben, die hebben daar lang over nagedacht en daar gaan wij een heel end in mee. Ik wil toch nog even eigenwijs zijn. Ik heb in zes woorden op een rijtje gezet wat er nou eigenlijk in dat pak papier staat. En dat is dat we een betere samenwerking tussen partijen nastreven. We willen een evenwichtigere situatie rond BEL en Huizen, dat zijn die twee beruchte partijen waar we het net over hadden, BEL en Huizen. Drie, de jaarlijkse evaluatie.

En vier, een grondige evaluatie na vier jaar. Als je daar nou naar kijkt, als je daar solo naar kijkt, dan is dat niet zo heel moeilijk, want zo doe je ongeveer elke organisatie. Je wil namelijk beter samenwerken, je wil vooral een evenwicht tussen de partijen, je wil een jaarlijkse evaluatie, je wil die ook na vier jaar nog een keer hebben. Wij hebben met elkaar gezeten van, nou ja, ja. Dus voor ons, wij gaan mee natuurlijk. Wij vinden het een dragend voorstel, laat ik het zo noemen. Maar vooral de woorden effectiviteit en efficiëntie vinden wij belangrijk. En wij stellen vertrouwen, Larens Behoud stelt vertrouwen in wat er geschreven staat en zoals we dit gaan aanpakken. Dus wij zijn oké. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse. Dan kijk ik naar mijnheer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Op het gevaar heen dat enkele doublures ontstaan in de vragen, maar goed, dat is dan weer makkelijk voor het beantwoorden daarvan. Allereerst is bij ons de vraag opgekomen waarom dat nodig is en wie wordt daar nou eigenlijk beter van? Wat merkt de cliënt van deze verandering? Is dat bedoeld om de cliënt beter in positie te brengen en beter te helpen of is dat een operatie 27

die louter moet gebeuren, omdat het organisatorisch beter gaat? Dan is het zo dat mij in ieder geval niet helemaal duidelijk is wat met gastgemeenten bedoeld wordt. Het lijkt alsof de ene keer de groep BELgemeenten daarmee bedoeld wordt en op andere momenten heb ik het gevoel dat ook de enkele gemeenten uit de BEL bijvoorbeeld gesprekspartner kan zijn. Bijvoorbeeld van, ja, als we uiteindelijk een dienstverleningsovereenkomst sluiten, is dat dan voor de drie gemeenten dezelfde of heeft elke gemeente een eigen dienstverleningsovereenkomst? Dus dat is niet zo heel duidelijk en dat wordt uit de tekst ook niet zo heel duidelijk. Verder is het zo van, het gaat over, de tekst gaat over de regeling van de dienstverleningsovereenkomst, maar is niet de dienstverleningsovereenkomst zelf. Want in een dienstverleningsovereenkomst spreek je prestaties af met elkaar en bedragen die daarvoor staan. En de vraag die daarbij gaat is van, wie stelt dan die dienstverleningsbijeenkomst op en heeft de raad daar ook dan een vinger in de pap? Verder is voorzien in vier keer een rapportage per jaar en ook in een portefeuillehoudersoverleg. En de vraag is, krijgt de raad de rapportages ook onder ogen? Want dat is natuurlijk al heel lange tijd een wens van ons om periodiek goed op de hoogte gehouden te worden van de prestaties van de Gemeenschappelijke Regeling.

En dat gaat heel moeizaam, dan moet je dus, als je wat wilt, nog steeds er zelf achteraan en het gaat niet vanzelf. Wat eigenlijk wel jammer is, dus dat is een vraag of daar een toezegging voor kan komen? Even kijken. Ja, dan ben ik even door mijn vragen heen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw of mevrouw, dank u wel, mijnheer Grunwald. En ik dacht al aan mevrouw Niekus, De Larense Vrouwenpartij, uw inbreng. Mevrouw Niekus: Ja hoor, hij doet het. Dank u wel, voorzitter. Ja, een herziening van een Gemeenschappelijke Regeling daterend uit 2007, is echt wel nodig. Taken en financiële afspraken worden meer concreet gemaakt, wat meer duidelijkheid geeft in de samenwerking met centrumgemeenten en gastgemeenten, ofwel de BELgemeenten. De raad wordt meer op afstand gezet in deze zienswijze, wat bij mij de volgende vraag oplevert. Er wordt minimaal zes keer per jaar een portefeuilleoverleg geplaatst, even kijken hoor, voor de individuele voorzieningen waar de gemeente zelf hun eigen beleidsbevoegdheid over heeft. Ik neem aan dat de portefeuillehouder dit dan communiceert met de raden? De raad moet wel betrokken blijven. De processen moeten efficiënt worden uitgevoerd en de centrumgemeente Huizen heeft daar alle kennis en uitvoering voor.

Mijn vraagje is wel, hoe gaat de afdeling Eemnes hierin meegenomen worden? Jaarlijks een evaluatie is goed en dan om de vier jaar een evaluatie om naar de volgende raadsperiode te gaan is ook fantastisch. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Niekus, dank u wel. Dan ga ik oversteken naar de heer De Jong en dan komt daarna de heer Lobregt. De heer De Jong: Ja. Kennelijk is de efficiency de reden van deze verandering, maar ik vraag me echt af wat de reden is? Wat is er mis dat we dit gaan doen? Want zo'n DVO gaat natuurlijk wel allemaal extra werk opleveren, dus ja, dan moet het wel nut hebben. Dus daar zou ik graag antwoord op willen hebben. En als we dan een DVO maken, ja, maak het dan eerlijk. Doe er een nacalculatie bij, want dan weten we waar we aan toe zijn. Hoeven we het ook niet te controleren, want dan weten we zeker dat het goed is. Nu weet je ook niet zeker of het goed is als je alleen maar de DVO gebruikt. Dus waarom geen nacalculatie? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Mevrouw, de heer Lobregt, CDA.

28

De heer Lobregt: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Nou, mijn vraag is eigenlijk dezelfde als die van mijnheer De Jong, waarom doen we dit eigenlijk? Het is een beetje de portee van deze vergadering denk ik, waarom? Gegeven het vorige punt. En mijn andere vraag is, gaan we eigenlijk wel ver genoeg? Ik schrik een beetje dat we dan weer als gemeente weer ons eigen beleidsbevoegdheid hebben. Betekent dat we dan met vier gemeentes vier beleidsbevoegdheden hebben. Dat vergroot de efficiency dan niet en dat heeft dan, leidt ook weer tot wederom de vraag, waarom doen we dit eigenlijk en leidt het dan inderdaad wel tot de efficiency die we met elkaar voorstaan? Dus ja, dat zijn mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lobregt. Nou, mijnheer De Groot, allereerst de vragen aan u die u kan beantwoorden. En als er dan nog vragen openblijven, dan gaan we naar mevrouw Lucette Eissens en mevrouw Diliana Pool. En als er dan nog vragen niet beantwoord zijn, dan doen we hetzelfde rondje nog een keer. Mijnheer De Groot, aan u het woord. De heer De Groot: Ja, dank u. Mijnheer Koldenhof, ja, u slaat de spijker op de kop met uw eerste vraag. Het gaat erom dat je in die Gemeenschappelijke Regeling de algemene bepalingen van je samenwerking neerzet in een DVO, meer flexibel kan opereren, aanpassen aan de ontwikkelingen die plaatsvinden gedurende de jaren.

Dus dat is de reden waarom we dit op deze manier georganiseerd hebben. Dan uw vraag over het dashboard. We hebben nu al drie keer per jaar een dashboardrapportage die ook hier naar de raad gaat. Vaak gecombineerd met presentaties vanuit het sociaal domein vanuit Huizen. Maar die ik ook zeer in uw aandacht aanbeveel, want daar kunt u veel uit halen over de ontwikkelingen die plaatsvinden in dat sociale domein. En dat gaat juist over effectiviteit en efficiëntie. Dus dat betekent dat u ook de vinger aan de pols kan houden, hoe ontwikkelen de dingen zich, hoe ontwikkelen de getallen zich, de aantallen zich en welke problemen lopen we tegenaan? En dat is ook dan een moment om eventueel te signaleren dat het wel erg tegenzit op het gebied van voornamelijk jeugdarrangementen, dat er overschrijdingen komen met beschikkingen van boven de ton. Ja, u zegt van, waarom 75 duizend en waarom niet 50? Ja, zeg maar de echt grote zeg maar de dikkerds erin, dat is toch over het algemeen een ton of meer. En de meeste andere zitten daar dan toch over het algemeen, ik kijk ook even naar rechts, daar toch echt wel substantieel onder. Dus ja. En ik stel ook voor dat als het 95 duizend euro is, ik het niet na zal laten om dan evengoed nog daarvan melding te maken. Dus dat moeten we enigszins flexibel opvatten. Dan mevrouw Van Dorst. Ja, de raad meer op afstand.

In zekere zin klopt dat natuurlijk, maar dat klopt ook omdat we hier met de centrumgemeenteregeling te maken hebben. En u ziet ook in de zienswijze dat wij als college aangeven dat we eigenlijk op termijn wel de discussie willen openen, moeten we niet een volwaardige Gemeenschappelijke Regeling maken waardoor de posities van de raden meer evenredig worden? Dus die aanbeveling die beveel ik zeer aan uw aandacht aan en ik hoop dat dat op uw support kan rekenen, want dat betekent op termijn dat die positie beter kan worden. Ja, dus dan de evaluaties op verschillende momenten, ik denk dat die eigenlijk vanzelfsprekend is. Ik denk dat het goed is dat de raad wat dat betreft meegenomen wordt. En overigens, ik weet niet of dat een vraag van u was of van een ander, kijk, op het moment dat er nieuw beleid ontwikkeld wordt, dan kan het zijn dat de raad van Laren iets anders vindt als de andere raad. En dat kan dan een andere opdracht inhouden aan Huizen. Een concreet voorbeeld was, nou, zeg maar onze huishoudelijke hulp, waarin wij afweken van de drie andere dorpen. Sorry, Eemnes is een stad. Maar, en dat is ook bijvoorbeeld met minimabeleid en de energietoeslag waarin Eemnes de grens aanhield van 130 procent van het minimumloon en andere drie dorpen op 120 procent zaten.

Dus die mogelijkheden zijn er wel degelijk en dus op twee manieren zijn er mogelijkheden om daar dus op in te springen. Eén, als er via zeg maar het BOB-model voorstellen worden gedaan die een beleidswijziging inhouden, waar u met beeldvorming, oordeelsvorming uw zienswijze kunt geven en ook eventueel kunt 29

besluiten om een iets andere opdracht te geven aan Huizen. Het is wel te hopen dat dat beperkt blijft, want inderdaad, dat is de vraag die ook van verschillende partijen kwam, hoe kun je efficiënt en effectief werken als dat veel te ver uit elkaar gaat lopen? Nou, we zien in de praktijk dat dat heel erg naar elkaar toegroeit en dat het pas op uitzonderingen wat anders is. Maar dat hoort er ook bij als je met vier aparte gemeentes ‘…’(01:55:00). Eens even kijken. Ja, mijnheer Grunwald ga ik dan even mee door. Dank, mijnheer Jacobse, want u geeft een mooie samenvatting. Mijnheer Grunwald. Ja, het is inderdaad, in principe gaat het over de organisatie van onze werkzaamheden om dat beter te structureren. Zoals mevrouw Niekus aangaf, een regeling uit 2007, die ontstond op het moment dat er vanuit de BEL drie medewerkers naar Huizen gingen en er een kleine afdeling was die het sociaal domein deed. En dat is voor de grote decentralisaties en dat heeft grote verschillen met zich meegebracht. En dat heeft, brengt dus ook met zich mee dat er behoefte is aan goed gestructureerd overleg, goede Gemeenschappelijke Regeling en ook een goede DVO. Het DVO is uitvoering. Je zou kunnen zeggen, dat is aan ons. Ik ben met mijnheer ‘Grunwald’(01:56:07) eens dat dat woord, DVO, daar zie ik ook wat anders in. Daar neem je de prestaties in.

Dat is inderdaad de regeling van de dienstverleningsovereenkomst, daar heeft u volkomen gelijk in. Ja. Ik denk mevrouw Niekus inmiddels ook beantwoord heb, maar zo niet, dan hoor ik dat graag. En mijnheer De Jong. Ja, nacalculatie, ik vind dat dat sowieso, maar eigenlijk doe je dat ook wel hè? Dus op het moment dat je aan het eind van het jaar kijkt, wat was de begroting, wat hebben we uitgegeven, wat is er gedaan? En dan heb ik het over de DVO zoals mijnheer Grunwald dat bedoelt, dan kun je op dat moment ook zien, wat heeft, wat dachten we dat het zou gaan kosten, wat het heeft gekost en waarom is het anders dan we gebudgetteerd hebben? Maar dat is geen nacalculatie. Nou, oké. Dan … Oké, oké. Nou, goed. De voorzitter: Laten we voor de helderheid van de vergadering … De heer De Groot: Dan neem ik uw suggestie graag mee en als u dat, dan laat ik ook graag even vanuit Huizen daarop te reflecteren. En anders zou het een interessante toevoeging aan de zienswijze kunnen zijn. En ja, kijk, een regeling an sich levert natuurlijk niet meer efficiëntie op, dat is de manier waarop je samenwerkt. En als je dat beter structureert en betere afspraken maakt, dan helpt dat om beter samen te werken en tot betere afspraken te komen en betere regeling.

Maar het zit in de inhoud en juist die rapportages, juist de manier waarop we met elkaar daarover kunnen hebben, die moet ervoor zorgen dat u de vinger aan de pols kan houden, kaders kunt stellen en de wethouder verzoeken om hier en daar wat bij te stellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even snel rond of er mensen, vragenstellers zijn die vinden dat er een vraag niet beantwoord is? Maar ik kijk ook even naar de wethouder of die zelf vindt, want of er nog echt technische vragen zitten? De heer De Groot: Volgens mij wel, maar … De voorzitter: Zullen we nog heel even kort de vragen, welke degenen die een hand omhoogsteken, wie vinden dat nog een vraag openstaat? Ik begin gewoon even bij de volgorde, mijnheer Koldenhof, dan mevrouw Van Dorst en dan de heer De Jong, die hebben nog een vraag niet beantwoord gekregen. Dan kijken we even of dat matcht met wat er aan de andere kant van de tafel bedacht is. De heer …: Ik heb ook nog iets voor een tweede ronde. De voorzitter: Ja, dat komt daarna. 30

De heer …: Oké. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof, heeft u uit uw eerste termijn nog vragen onbeantwoord gehad? De heer Koldenhof: Nee, maar ik wil wel graag een tweede termijn. De voorzitter: Nee, dat komt goed zo. Nee, dit ging even om, is er nog een vraag uit uw eerste ronde die u of onvoldoende of niet beantwoord ziet? Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Het was maar een detail, maar in artikel 7 wordt er dus geschreven dat beide partijen een contactpersoon aanwijzen voor de uitvoering. En daar viel ik over. Ik denk, wie zijn die beide partijen? We zijn toch met vier partijen? De voorzitter: Ja. En dan had mijnheer De Jong nog een vraag uit die eerste ronde. De heer De Jong: Ja, er staat heel duidelijk in de notitie, geen nacalculatie. Er wordt wel een verdeling van tevoren geplaats, maar het werkelijke aantal uren dat er aan bepaalde zaken per gemeente besteed wordt, ja, dat is natuurlijk, dat kan fors afwijken van wat je ooit begroot hebt. De voorzitter: Nou ga ik even kijken met deze twee vragen die nog openstaan of die aan de wethouder zijn of aan mevrouw Eissens of mevrouw Pool. Er vindt spoedoverleg plaats, voor degenen die thuis zitten. Mijnheer de wethouder, laten we de twee vragen die net nog herhaald werden door mevrouw Eissens en mevrouw Pool beantwoorden? Oké.

Dan is het woord aan, ja, nou weet ik natuurlijk niet wie van beide dames, mevrouw Eissens en mevrouw Pool. Als u het woord neemt, wilt u dan nog even uw naam noemen, want dat is net zo aardig. Aan u het woord. Ambtelijke ondersteuning: Ik denk eerst de vraag over partijen. O, sorry, ik ben Lucetta Eissens, adviseur van Huizen, HBEL moet ik zeggen in dit geval. Ik denk eerst de vraag over partijen. Nou, we hebben inderdaad, we spreken in de GR en in de DVO over partijen, we hebben het over de gastgemeenten en de centrumgemeenten. De gastgemeenten zijn in dit geval individueel, dus Laren, Blaricum, Eemnes. Maar wanneer we praten over een bepaalde constructie in de zin van samenwerking als in, we wijzen een contactpersoon aan, dan hebben we het eigenlijk over de BEL Combinatie. Dus dan hebben we het over inderdaad de BEL-gemeenten bij elkaar. Dus dat kan verwarrend zijn, misschien moeten we dat ook verduidelijken. Dat zou een suggestie kunnen zijn. Ik hoop dat dat antwoord geeft op de vraag. De voorzitter: Dat was een duidelijk antwoord denk ik, mevrouw Van Dorst. Dan blijft er nog een vraag over van de nacalculatie. Ambtelijke ondersteuning: Ja. Ja, de nacalculatie, dat gaat over de apparaatskosten. Ja, dat gaat over hoe we met elkaar de kosten financieel verdelen. Eerlijk gezegd, ik vind dat geen discussie voor dit onderwerp, want dat wordt apart behandeld.

Ik kan wel een toelichting geven over hoe de calculatie werkt en waarom er niet voor gekozen is om een nacalculatie te doen. Maar ik zou niet willen adviseren om die discussie in dit proces te bespreken, want dit gaat echt over de constructie van de GR en hoe we met elkaar samenwerken en dat gaat over de afrekening van de financiën en de kosten in het sociaal domein. Dus mijn suggestie zou zijn om dat gesprek hier niet te voeren, maar ik weet niet of dat volstaat.

31

De voorzitter: Niet nu. De heer De Jong: Voorzitter, daar ben ik het niet mee eens, want die nacalculatie, die zit ook, die kan ook in het proces zitten. Dus het zijn twee verscheidene, verschillende methoden en ik had graag uitgelegd waarom niet en waarom het andere wel? De voorzitter: Ja, nou ja, op zich, ik zit even te denken of dit een technische vraag of een politieke vraag is? Ambtelijke ondersteuning: Een politieke. De heer De Jong: Een technische. Ambtelijke ondersteuning: Ik denk politiek. De voorzitter: Nou, nee, ik denk … Nou, dat weet ik niet, want de adviseur, de ambtenaar die zegt, ik raad het u aan om deze vraag niet mee te nemen en u wilt hem wel, dus ik heb daar … De heer De Jong: Ja, maar niet mee te nemen, maar ik krijg niet te horen waarom? De voorzitter: Nee, daarom. Maar nu moeten we even, u krijgt echt wel uw antwoord. Ik denk, ik vraag me alleen even af wie dit antwoord gaat geven. Ik ga denk ik eerst even naar de wethouder toe om mijnheer De Jong te beantwoorden waarom wel of niet? De heer De Groot: Nou, ik denk dat mevrouw Eissens eigenlijk het antwoord kan geven. Het gaat over de afspraak, ik heb iets verkeerd vergeten, het gaat dan om afspraken die je maakt over de begroting. En je hebt een aantal afspraken gemaakt over de vergoedingopbouw. En ja, daarvoor sta je aan de lat.

Daarvoor reserveer je met je DVO capaciteit daarbij in Huizen bij de HBEL-organisatie. En dat je dan op een gegeven moment naar volgend jaar kijkt van, joh, weet je, dat gaat niet goed, we moeten dat bijstellen. Maar in principe zijn er allerlei regelingen opgenomen, het aantal cliënten, waarop zeg maar de vergoedingen zijn bepaald. Dus het aantal cliënten is leidend. Dat betekent ook dat, en de opbouw van de kosten, die is ook bekend. De zogenaamde ‘…’(02:04:10) kosten, dit zijn ook allemaal factoren die meegenomen worden in de afspraken die je maakt. Daar zit het hem in. En Lucetta, kan je daar nog wat aan toevoegen? De voorzitter: Ja, dat gaat dan via de voorzitter. Dit is deel één van het antwoord, mijnheer De Jong. Nu komt nog een aanvullende reactie van mevrouw Eissens. Ambtelijke ondersteuning: Ja, ik kan inderdaad een technisch antwoord geven. We hebben in de DVO dienstverleningsovereenkomst de financiële afspraken vastgelegd zoals dat ze nu zijn. Daar wijzigt eigenlijk niks aan, maar dat zijn dus eerde afgesproken afspraken, die hebben we simpelweg daar gewoon vastgelegd. De dienstverleningsovereenkomst die wordt ook geëvalueerd, dus die afspraken die krijgen ook een aparte plek. Dus de apparaatskosten worden jaarlijks opnieuw vastgesteld en die discussie vindt ook apart plaats. Eigenlijk hebben we het hier alleen vastgelegd.

Dus dat was ook de reden waarom ik aangeef van, nou, volgens mij is dit niet de plek om de discussie daar voeren, maar ik kan het wel technisch uitleggen waarom het zo is. En waarom er niet gekozen is voor een nacalculatie is omdat er wordt voorgefinancierd, dus er wordt gekeken naar het aantal inwoners op een piekmoment die gebruikmaken van de dienstverlening. En aan de hand van dat piekmoment vindt er een verdeelsleutel plaats. Is een heel financieel technisch verhaal. Ja, tot in 32

details kan ik hem niet uitleggen, want ik ben niet de financieel expert. Maar ik weet dat er een verdeelsleutel is op het aantal inwoners die gebruikmaken van de dienstverlening en het wordt weer afgezet tegen het aantal inwoners per gemeente. En aan de hand daarvan vindt er een afrekening plaats. Maar het is dus een voorfinanciering en we hebben wel gekeken eerder in het proces van, is het interessant om wel of niet die afrekening te doen? En dat is een heel ingewikkeld proces, want het vraagt ook om een schaduwadministratie. Want bijvoorbeeld aan de voorkant huur je personeel in op een x-bedrag. Misschien kan je het personeel niet vinden, misschien heb je verloop, misschien zijn de cliënten anders als verwacht. We hebben er uiteindelijk wel voor gekozen om terug te calculeren volgens mij twee jaar. Twee jaar hebben we teruggekeken van, is er inderdaad een gemeente tekortgedaan of niet? En wat ik ervan weet is dat niet zo. Dus we hebben wel afgezet tegen, is het nou, als je het hebt over efficiëntie en effectiviteit en de werkbaarheid, is het dan efficiënt om een nacalculatie te doen? Of laten we zoals dat het is, is de verdeelsleutel eerlijk genoeg zoals dat we het nu doen? Dus we hebben heel kritisch gekeken ook naar de pijlers en naar hoe die verdeelsleutel plaatsvindt. Maar echt tot in detail, ja, tot in detail kan ik daar geen antwoord op geven.

Dat vraagt echt een reactie van de financieel expert. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eissens. Dit was de beantwoording van de ronde één. Er waren al geluiden voor een ronde twee, dus ik kijk opnieuw rond, wie wil voor commissie ronde twee? Opnieuw mijnheer Koldenhof, mevrouw Van Dorst en de heer Lobregt. Aan de linkerzijde nog? Niet? Dan zijn deze drie en dan beginnen we gewoon weer bij mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb even geboeid geluisterd naar wat er nu net allemaal is besproken, omdat ik ook een idee heb dat er een beetje spraakverwarring optreedt, wat is nu nacalculatie en wat is definitieve afrekening? Want dat zijn natuurlijk twee dingen die allebei in artikel 4 van de financiële, de bijlage 2 van de DVO staan. Waarbij overigens, dat is dan meteen een verzoek, artikel 4, lid 4, die zin loopt gewoon helemaal niet. Dus dat is wel heel vreemd, dus, maar dat gaat nou net over de nacalculatie. Dus ik kan me voorstellen dat dat ook überhaupt verwarring oplevert. En hij staat een beetje in contrast met lid 7 van hetzelfde artikel en daar zit volgens mij de verwarring in. Wat ik hoor, en dat is dan ook meteen de checkvraag, is dat wij feitelijk als Laren of als elke gemeente, elk deel in de gemeente, uiteindelijk te maken hebben met een afrekening aan de hand van de gevraagde of de geboden hoeveelheid dienstverlening.

Dat zal deels apparaatskosten zijn en dat zal deels ook misschien nog andere kosten zijn die gekoppeld zijn aan de verleende trajecten, om het maar even zo te noemen, ja. Dus dat is eigenlijk wat je aan het eind van het jaar ziet. U heeft in uw gemeente meer gevraagd of minder gevraagd en dat wordt teruggegeven, dan wel komt er een naheffing. Zo interpreteer ik het. Als ik dat begrijp, dan heb ik een bredere vraag, klopt het nou dat door het uiteen trekken van de oude Gemeenschappelijke Regeling in een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling en een DVO, geen nieuw beleid zit? Dus er zit gewoon geen nieuw beleid in, dit is gewoon een technisch uiteen halen, uiteenrafelen van twee documenten. Dan als dat zo is, daar ga ik dan maar even van uit, dan heb ik nog wel eigenlijk een opmerking die ook mevrouw Van Dorst heeft gemaakt over, wat is nou eigenlijk de positie van de raad nog? Want ik vroeg al, daar heb ik ook geen antwoord, ja, ik heb helemaal aan het eind een antwoord gekregen, de DVO is bevoegdheid van het college, als ik het zo begrijp. Formeel snap ik dat natuurlijk wel, maar ik vind het ook wel iets makkelijks hebben om dan daar niks over in de zienswijze te zetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16256552/1