CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 10

Commissie Maatschappij en Financiën 19 november 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 9 oktober 202527.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dus eigenlijk wil ik wel voorstellen om de zienswijze aan te passen, desnoods met een amendement of het college mag wat mij betreft ook zelf een voorstel doen, waarin duidelijk wordt onderstreept dat de gemeenteraad behoefte heeft om vinger aan de pols te houden. Want dat mis ik nu. Dus nou, ik hoor graag wat de wethouder zometeen zelf voorstelt. Gaat hij het zelf doen of verwacht hij van ons een voorstel? Want 33

daar moet ik dan even over nadenken. Ja, en dan nog als laatste terugkomend op die dashboards. Het blijft gewoon een ingewikkeld verhaal. Daar kan de wethouder op zich niks aan doen, maar kijk, want dashboards, dan heb je een dashboard, dan zie je iets gebeuren van, oeh, er zijn heel veel meer trajecten van dit gevraagd of heel veel minder van dat. En dan is het antwoord, ja, dat is een momentopname. Dus ja, dat is het natuurlijk altijd en dan moeten we het volgende kwartaal maar weer kijken. Dus zo kom je eigenlijk nooit tot concreet sturen op kwartaalbasis van het aanbieden van al deze voorzieningen waar die allemaal mee gemoeid zijn. Dus ik blijf dat een lastig instrument vinden. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet zo snel weet wat het dan moet worden. Dus ja, dat moeten we dan maar in de praktijk in de komende jaren verder ervaren. Dus wat dat betreft is het wel beantwoord, maar het is niet de ideale oplossing. Nou, en dan eigenlijk toch als laatste nog die ton voor dat traject. Daar wil ik toch even misschien na de vergadering met partijen overleggen of die ook vinden dat dat een reëel bedrag is? Of misschien ook nog wel ambtelijk advies op krijgen? Of dat we ook in de zienswijze dan moeten meenemen dat wat Laren betreft dat bedrag misschien omlaag zou moeten, dat daar eerder aan de bel getrokken moet worden.

Ik zeg nog niet dat dat moet, maar ik wil wel even meer informatie hebben om te bepalen of dat zou moeten. Dank u. De voorzitter: Ja, mijnheer Koldenhof, dank u wel voor uw vragen. Mevrouw Van Dorst en daarna de heer De Jong. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog twee vragen en dat is, het woord centrumgemeente wordt hier gebruikt. Ik heb altijd begrepen dat wat onze regio betreft Hilversum de centrumgemeente is en daar ook bepaalde extra's voor krijgt financieel en andere ondersteuning. In Google en dergelijke en ook in de wet op de Gemeenschappelijke Regelingen wordt inderdaad het woord centrumgemeente gebruikt in dit verband. Hoe verhoudt zich dat tussen het door Den Haag gebruikte woord centrumgemeente? Vind ik best belangrijk. Het tweede is een zeer onbelangrijke. Tenminste, ik denk dat ik dat begrijp, maar in het begin begreep ik het niet. In de zienswijze staat, daarnaast, en dat is een, tweede, derde alinea, daarnaast verzoeken wij u en de gemeente Laren in de rol van gastgemeente, bla bla ba. Is dat een tikfout of begrijp ik het niet goed? Dat is mijn tweede vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. De heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, ik ben het met de heer Koldenhof eens om te kijken naar een lager bedrag dan die ton.

Als je dat bijvoorbeeld naar 50 duizend brengt, dan begrijp ik van de wethouder dat het aantal gevallen niet toeneemt. Dus waarom zou je dan geen 50 duizend nemen, dan sluit je alle risico's uit. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. De heer Lobregt, het CDA. De heer Lobregt: Ja, ik vind het wel grappig wat hier dan weer gebeurt over die ton. Die ton wordt genoemd en ik zie mevrouw aan de overkant heel hard nee schudden. Dus daar is geen … Daar is in ieder geval vanuit de ambtenarij is daar geen buy-in voor als ik gewoon naar de expressie kijk aan de overkant. Hoop, mijnheer De Groot, en ik hoop, ik krijg heel veel vragen van alle luisteraars, wordt het na deze vergadering, wie is toch die mijnheer Lobregts? De voorzitter: Die is er niet.

34

De heer Lobregt: Ja, die is er niet, want die heet mijnheer Lobregt al een jaar of vier. Maar dat maakt verder niet uit, mijnheer De Groot. Dat is een vraag die ik vaak krijg. Dus mijn hoop, ja, mijn hoop is, wordt het in dit geval, is ook uitgestelde teleurstelling. En uw hoop, uw hoop dat alle gemeenten hetzelfde beleid gaan voeren, horende de vragen hier alweer aan deze kant van, kan die 100 duizend niet naar 50 duizend? Vergeet het maar, mijnheer De Groot, dat gaan we niet doen. Maar als we echt, als we echt efficiënt willen zijn, mijnheer De Groot, dan zullen we ons als gemeentes, zullen we ons moeten beheersen. En dat betekent dat we gewoon alle vier hetzelfde beleid moeten voeren. En ik begrijp niet, maar misschien kunt u me dat uitleggen, mijnheer De Groot, want u bent alwetend, dat weet ik, misschien kunt u me dat uitleggen, mijnheer De Groot, waarom moeten wij als vier gemeentes een verschillend beleid hebben als het gaat om de HBEL? Waarom kunnen we niet gaan naar één beleid, zodat we het echt efficiënt kosten beheersen echt efficiënt kunnen uitvoeren? Een andere trigger kwam ook vanuit mijn linkerkant, uw rechterkant, over schaduwadministratie, et cetera. Moeten we allemaal niet willen. Maar ik hoop ook dat we gaan moderniseren dan in die administratie en dat we AI ook gaan toepassen. En dat we, ja, dat we gaan automatiseren.

En dat we dus uiteindelijk zodanig, wordt het op die manier ook tot een verdere efficiëntie gaan komen van die administratie, ook met het gelijke beleid. Dus ik pleit heel erg, mijnheer De Groot, voor gelijk beleid tussen de vier gemeentes en ik hoor graag uw standpunt daarin. En ik zie nu rechts van u geknik in plaats van nee geschud, dus daar ben ik dan wel weer blij om. De voorzitter: Nou. Goed. Wethouder, er zijn nog een aantal vragen in de tweede ronde gesteld. Waarbij ik, kijk ik even naar de VVD, maar dat werd door meerdere, heel concreet ging het nog even over een aanpassing van het bedrag. En u heeft nog een open uitnodiging gekregen, ik kijk even naar u, mijnheer Koldenhof, over of er een voorstel voor een aanpassing moest komen om de gemeenteraad op te nemen? Toch die twee dingen. Ik kijk even naar u hè. De heer Koldenhof: Een voorstel voor aanpassing van de zienswijze. De voorzitter: Ja, precies. Nee. Wilt u de antwoorden of in ieder geval een reactie geven op de gestelde vragen? De heer De Groot: Ja, ik zal beginnen met mijnheer Lobregt. Dat is een groots manier om dat te doen. Dus ja, dus excuus, het is inderdaad iets wat op een of andere manier erin geslopen is en er moeilijk uit te krijgen is. Dus excuus daarvoor. Gelijk beleid, ik ben er hartstikke voor. En ik probeer dat ook te bepleiten binnen de gemeentes, we werken eraan.

Maar uiteindelijk, de raden bepalen het beleid. Dus uw oproep aan mij is niet, zou u niet aan mij moeten richten, maar aan uw collega's. Dat zou ook de toepassing kunnen zijn om al dan niet 50 of 100 duizend euro als normbedrag te nemen voor een rapportage. Maar goed, ook dat is aan u. Dan, ja, de heer Koldenhof, dank voor uw betoog over de spraakverwarring. Ik denk dat dat een terecht punt is wat aanpassing behoeft. En we zullen ook … Of ga je dat toch straks even toelichten, mevrouw Eissens? Mag dat, voorzitter? De voorzitter: Ja, laten we maar doen. Mevrouw Eissens. Ambtelijke ondersteuning: Ja, we hebben even in de stukken gekeken ondertussen. Het gaat inderdaad over artikel 7 en artikel 4 en daar is inderdaad de ingewikkeldheid. En daarom hebben we er ook een bijlage bijgevoegd over voor de financiën. De ingewikkeldheid is dat we met twee financiële stromingen te maken hebben. We hebben enerzijds de apparaatskosten die gebaseerd zijn op het aantal voorzieningen. Nou, wat ik 35

dus net al aangaf, de stand, de cijfers van het begin van het jaar. Anderzijds hebben we het gebruik van de voorzieningen, dus de daadwerkelijke afname van, nou ja, Wmo, jeugd, nou, noem maar op. Artikel 4 gaat over de apparaatskosten en daar gaan we niet voor afrekenen. Artikel 7 is gewoon het daadwerkelijk gebruik van de voorzieningen en dat is een-op-een wordt dat doorberekend. Dus daar, zeg maar die nacalculatie en die afrekening die heeft daar geen toepassing op. Maar ik begrijp wel die verwarring. Dat hadden wij dus ook met het opstellen van de stukken. Dus we moeten denk ik nog een keer kijken met financiën van, hoe krijgen we die duidelijkheid in de stukken? Het zijn twee andere financiële stromingen, maar het vraagt om een goede formulering. Dus, nou ja, dat is even het technische antwoord. Ik hoop dat die helder is zo. De voorzitter: Ik zag het, maar u krijgt … Als het zo meteen nog niet helder is, kom ik zo meteen gewoon weer bij u terug. Mijnheer De Groot, gaat u nog verder met uw beantwoording? De heer De Groot: Ja, als het gaat over oud en nieuw beleid, volgens mij is dit een beleidsarme wijziging. Dus het is niet zo dat het beleid als zodanig … Nee, het is niet dat het beleid dat we tot nu toe hanteren wijzigt door deze Gemeenschappelijke Regeling, dus wat dat betreft is er geen wijziging.

Dat gaat puur over de wijze waarop we samenwerken en hoe we straks onze afspraken gaan vastleggen conform de regeling van DVO. En over DVO gesproken, u zegt van, ja, daar zouden we graag ook wel eens een zienswijze op kunnen geven. En ik denk dat dat een iets is wat ik me goed kan voorstellen en wat denk ik ook goed is dat dat meegenomen wordt. En dan kunnen we de zienswijze doen of zijn er andere manieren waarop ik dat efficiënter kan doen? Dat kijk ik even naar rechts, als het mag. Nou, daar bedoel ik mee te zeggen dat als dit via een amendement moet, dan zou ik het jammer vinden als het veel simpeler kan. Daarvoor kijk ik even naar mijn ambtelijke staf. De voorzitter: Ja, ik ga denk ik zo meteen nog even naar de griffier kijken. Ik zie nu mijnheer Koldenhof gaan zwaaien. Ja, nou, ik doe even mijnheer Koldenhof, want het is ook een discussie heen en weer. De heer Koldenhof: Nou, ik kan er wel mee leven als dat gewoon op hoofdlijn gebeurt. Dus het gaat helemaal niet om, ik hoef geen, de zienswijze die regelt dat artikel moet precies aangepast worden. Maar het gaat mij om, wat volgens mij bij meerdere partijen de vraag is, het gevoel bekruipt, we hebben dan geen invloed meer of niet voldoende, want dat blijft alleen nog maar bij het college.

Dus het gaat mij om dat de gemeenschappelijke gemeenten of gezamenlijke gemeenten moet ik zeggen, begrijpen en dus samen een oplossing moeten zien te vinden. Hoe betrekt u de raad erbij? En dat zie ik nu niet, nog niet. En ik heb het liefst dat u met een voorstel komt en dat u dat ambtelijk voorbereidt de komende dagen. Weliswaar is het kort dag omdat we nou volgende week al raad hebben, maar wat mij betreft moet u er dan maar even aan trekken. De voorzitter: Mijnheer de wethouder, u gaf net aan, misschien kan er een goed antwoord komen van mevrouw Eissens met de verhelderende aanvulling van de heer Koldenhof. Wie mag ik het woord geven? Ik denk uit pragmatische overweging dat we eerst mevrouw Eissens laten. En dan wil ik wel graag dat u even luistert of dat het antwoord is wat u wil hebben, mijnheer Koldenhof. Ik ga ingrijpen even, want het college is nog even aan het overleggen met de ambtelijke top. Maar ik kom bij mijnheer Koldenhof terug. Ik heb net even ruggenspraak met de griffier gehouden. Er ligt gewoon een zienswijze als beslispunt, dus willen we in die zienswijze, als u daar echt iets in veranderd wil hebben, moet het echt een amendement worden. Dus als u net zegt in uw toevoeging van, ik ben … Het kan niet zomaar zeg maar ambtelijk aangepast worden. Dus hoe gaat u dan uw vraag herhalen dat het eigenlijk een amendement moet worden?

36

De heer Koldenhof: Ja, maar dan bereid ik het college alvast voor om dat toch ook met medelezen van mijn fractiegenoot heel dat artikel 4 krom is opgeschreven en dat dat opnieuw moet worden gedaan. Dus ja, ik kan dat wel in een amendement zetten, u moet dat artikel en de zienswijze, kijk nog eens goed, wat staat er nou eigenlijk en waar heeft wat betrekking op en schrijf het opnieuw op. Uw vraag. ‘…’(02:22:39). De voorzitter: Maar u krijgt straks nog een, we krijgen straks nog zelfs de vraag, mijnheer Koldenhof en aan u allemaal, of het überhaupt door moet geleiden, of dat stuk voldoende goed is? De heer De Groot: ‘…’. De voorzitter: Nee, even heel formeel gewoon, want er zijn genoeg vragen over. Dus, maar we gaan terug naar de beantwoording. U heeft inmiddels overlegd, mijnheer De Groot, met uw ambtelijke ... De heer De Groot: Ja, nee, mijnheer Koldenhof gaat over de betrokkenheid van de raad. Als wij een DVO hebben of dat soort dingen, als het gaat over wat voor afspraken gaan we maken, wat willen we doen? Er komen allerlei rapportages en gaan we ook kijken, wat willen we volgend jaar bereiken? Dan vind ik dat dat met een raadsinformatiebrief naar de raad moet. Dat lijkt me de correcte wijze om dat te doen. Ik denk niet dat daar een amendement voor nodig is. De voorzitter: Vooral even naar mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja.

Als het zo even in ‘…’(02:23:26) mag? De voorzitter: Nee, nee. De heer Koldenhof: Maar u geeft de ruimte. Dank u, voorzitter. Dan zie ik dat als een toezegging die ik graag op de toezeggingenlijst wil laten opnemen, dat wij dus op gezette tijden steeds over de voortgang van de DVO en alle consequenties daarvan worden op de hoogte gehouden. De voorzitter: Dank u wel voor deze mooie samenvatting van de toezegging. De heer Koldenhof: Dan hoeft die niet meer. Maar dan kom ik dus nog wel, voorzitter, met een ander amendement of een verzoek aan het college of een toezegging voordat ze die DVO vaststelt dat hele artikel 4 moet worden herschreven. De voorzitter: Ja, dat is denk ik nog iets van techniek. Dan gaan we even terug naar de wethouder. De heer De Groot: Nou, mijn collega Van Midden heeft er ook naar gekeken. Die zegt van, ja, je zou het eigenlijk even wat meer uit elkaar moeten houden. Maar ik vind wel dat we dat even terug kunnen nemen naar huis om te kijken of we dat wat scherper kunnen formuleren. En ik denk ook wel dat het mogelijk is om dat voor volgende week op orde te hebben. Dat, ik kan het u allebei toezeggen eigenlijk. De voorzitter: Ja, ik krijg nu wel even ambtelijke ondersteuning vanuit de griffier. Want dat wordt even zo, wij zijn nogal van het pragmatische. Maar zoals het stuk nu ligt, ligt het en we kunnen het niet zomaar aanpassen.

Ik ga eigenlijk, op het risico af dat mijnheer Koldenhof zometeen zegt van, we moeten, voorzitter ‘…’(02:24:44). Vloeit hier heel veel bloed uit voort, mijnheer De Groot, als u gewoon ordentelijk dit stuk 37

aanpast en wij in de volgende commissievergadering dit terugkrijgen. Want het is, want ik voel namelijk wel frustratie bij die en gene. Als we het niet goed opschrijven, dan hebben we zo meteen een discussie in de gemeenteraad. Kijk, als u zegt, dat kan allemaal niet en we moeten het voor het weekend aangepast hebben, maar dan hebben we, dan moet het eigenlijk dus toch met een amendement. En dat is niet om vervelend te doen, want ik geloof niet dat hier nu collega's aan tafel zitten die het vervelend willen doen, we willen het gewoon goed hebben. Hoeveel bloed vloeit eruit voort als we u beloven als presidium en als commissie dat het de volgende ronde dan met een herschreven pagina terugkomt, als dat al kan. De heer De Groot: Ja, ik denk dat de tekst als zodanig in orde is. Ik denk alleen dat, nou ja, daar verschillen de meningen van. Mijnheer Merckx schudt nee, mijnheer Van Midden zegt ja. Ik denk zelf ook ja, maar ik denk wel dat het duidelijker opgeschreven kan worden. Dus ik wil hier nog wel even op kauwen. Ik denk als dat het enige is wat we moeten oplossen, moeten we dat wel op een of andere manier een mouw aan kunnen passen voor volgende week. Dus dat wil ik meegeven. De voorzitter: Ja, maar onze griffier zegt dat dat niet zomaar kan. Mijnheer Koldenhof. Het is trouwens een discussie tussen u, ik doe niet mee. Mijnheer Koldenhof.

De heer Koldenhof: Ik probeer ook even constructief mee te denken. Wat voor die DVO, want die stellen we, zoals u begrijpt, niet vast. Dus ik bedoel, en ook de bijlagen stellen we niet vast. Dat snap ik. Dus dat ene deel, dat hebben we getackeld met uw toezegging van, hoe wordt de raad betrokken en dit en dat. Dus dat is de toezegging, dat hoeft al niet meer in de zienswijze. Als het u lukt om volgende week een herziene paragraaf te hebben geschreven van die bijlage 2, artikel 4, dan kunnen we het op dat moment daarover hebben. Die stellen wij niet vast, dus, maar ik wil hem wel van tevoren zien. Want het is een bijlage die uzelf meestuurt, ja, dan hoort het bij de stukken. En dan denk ik, ja, ik bedoel, ik vind het dan niet meer dan logisch dat u dat dan zelf doet. Want ja, u gaat toch niet aan mij vragen om een artikel te herschrijven? Dus wat dat betreft, ik kan met alles leven, maar ik wil voor de vaststelling … Ik wil … Ik kan met alles ‘…’(02:27:18). De voorzitter: Ja, sorry, mijnheer, ik luister naar u. De heer Koldenhof: Ik kan met alles leven, maar ik wil voordat we de Gemeenschappelijke Regeling vaststellen, zien wat er in artikel 4 van de bijlage 2 staat. De voorzitter: Ja. En dan ga ik als voorzitter nog even weer, want ik heb net ook even, terwijl ik naar u aan het luisteren was, ook nog even de griffier.

U stelt zelf al vast dat wij de bijlage en dergelijke, die worden meegestuurd, maar die worden niet vastgesteld. En daarin zit dan geloof ik toch de oplossing dat als u kan toezeggen, mijnheer De Groot, dat die bijlage duidelijker wordt opgeschreven en dan wordt gedeeld met de gemeenteraad voor de vergadering, ruim voor de vergadering en dan 24 uur van tevoren hopelijk. Als dat zo, als dat een toezegging kan zijn, dan zijn we er volgens mij uit ook voor u. Maar er komen nog een paar andere terug. Maar lukt dat die toezegging? Dus één is de rib, die is, de betrokkenheid van de raad wordt in een raadsinformatiebrief. Dat is een toezegging, die is genotuleerd inmiddels. En als ik u de tweede toezegging mag ontlokken, dat u dan artikel 4, of bijlage 2 artikel 4 redigeert, mag ik het zo zeggen. Als u die toezegging ook doet, dan is voor dit puntje het afgehandeld. De heer De Groot: Ja. Nou, we gaan er kritisch naar kijken. We hebben de opmerking goed ter harte genomen en we komen daar zeker op terug voor de komende vergadering. 38

De voorzitter: Nou, dan is dat afgehandeld. Nou ben ik ondertussen alleen de draad kwijt of er nog collega's zijn die ook nog een vraag hadden die nog beantwoord moest worden? O ja, dat was het ook. Dank u wel. Nou, mijnheer De Groot, weer aan u het woord. De heer De Groot: Ja, eens even kijken hoor. Dan iets over het dashboard. Ja, dat dashboard, dat laat zien wat de ontwikkelingen zijn. Dat laat niet zien … Maar aan de hand daarvan moet je kunnen bepalen welke dingen hebben, wat is de trend? En gaat die trend in de richting zoals we die verwacht hadden op basis van de inzet die we plegen? Dat betekent ook dat je per jaar moet kijken, welke middelen zetten we in, wat zouden we meer moeten inzetten of minder in moeten zetten om de gewenste ontwikkeling neer te zetten? En die dingen zijn eigenlijk ook door de raden denk ik al met de visie sociaal domein en met de kritische succesfactoren al eigenlijk heel goed ingericht. In uitvoeringsplan van het sociaal domein komt dat keurig terug. Dat betekent dus ook dat die combinatie van die zaken eigenlijk moet helpen om de raad beter in positie te brengen, zoals tot nu toe het geval is. Ik ben het met u eens, het dashboard alleen helpt u niet. Ik kijk er elk kwartaal met interesse naar, maar het gaat om de trend en werkt het wat we ingezet hebben? Dus dat daarover. Dan nog de vraag over de centrumgemeente.

Ik kan er in zijn algemeenheid wat over zeggen. Je hebt een centrumgemeenteregeling, daar maken we nu dus Gemeenschappelijke Regeling van, gebruik. En je hebt een centrumgemeente in de zin van de wet zoals Hilversum dat is. Maar je kunt dus ook in een Gemeenschappelijke Regeling een centrumgemeente aanwijzen zonder dat die dat, zonder dat die gelijkgeschakeld is aan Hilversum. Dat zijn de dingen die ik nog kan beantwoorden. En ik ben het eens met de opmerkingen die gaan of wij, en ik denk dat dat, en de automatisering, ik denk dat daar nog veel meer uit te halen is. Niet alleen maar in de HBEL, maar ook in de BEL. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Groot. Ik kijk nog even naar de collega's. Mevrouw Van Dorst denkt dat ze nog iets gemist heeft. Aan u het woord. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Heb ik die tikfout nou gemist? De voorzitter: Ja, daar zit een tikfout in, schijnt. Maar welke zin ziet u een tikfout? Mevrouw Van Dorst-Brakel: In de zienswijze zelf, kun je vanuit jezelf namens de gemeenteraad Laren zeggen, daarnaast verzoeken wij u en de gemeente Laren. Klopt dat? De voorzitter: Even voor de luisteraar thuis, we wachten even op een antwoord op de vraag van mevrouw Van Dorst.

De heer De Groot: Dit is een verzoek wat uw raad doet, zowel aan de HBEL-samenwerking als aan de gemeente Laren zelf, om in de rol van gastgemeente ons over vier jaar in het voorlaatste jaar van de volgende coalitieperiode te informeren met de evaluatie van de effectiviteit van de huidige centrumregeling. Dus dat betekent dat dat niet alleen maar voor de HBEL geldt, maar dat u dat ook aan ons vraagt als college. De voorzitter: Dat is een antwoord op uw vraag, mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik denk dat het taalkundig niet klopt, maar we kunnen dat nog later even bespreken, het woord gemeente. Wat is een gemeente? Bedoelt u hier dan niet het college? Ik denk dat dat niet helemaal klopt. Maar goed, we pakken dat later op. 39

De voorzitter: Nou, ik zie ook geen schitterende ogen aan de overkant. Ambtelijk, kunt u hier nog iets aan toevoegen? Lezen we het niet goed of zijn deze vragen in Blaricum en Eemnes niet gesteld? Ambtelijke ondersteuning: Ik merk dat ik geacht word te reageren, maar de zienswijze heb ik niet zelf opgesteld en niet gezien, dus ik kan hier geen antwoord op geven. De voorzitter: Helder. Ik zit even te kijken, hoe zwaar, mevrouw Van Dorst, hangt u daaraan? Mevrouw Van Dorst, mevrouw Van Dorst? Nee, maar is daarmee, gaat u straks verkeerde besluitvorming daardoor nemen? Want dan zou ik willen samenvatten dat we dat … Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, ik vraag om een kritische uitlegging van de zin en daar krijg ik op dit moment geen antwoord op. En daarom zeg ik, daar kom ik later wel op terug. De voorzitter: Ja, maar dan ga ik het even aanslijpen. Want ik ga zo meteen ook nog aan u vragen, als met de beide toezeggingen die aan de heer Koldenhof aan ons allemaal zijn gedaan, of we zo meteen gaan hameren of dat we dit nog weer opnieuw gaan bespreken? Als u dadelijk in de gemeenteraad onder voorzitterschap van de voorzitter van de raad over deze zin gaat vallen, dan wordt het denk ik minder gezellig.

Dus wat mij betreft, en dan kijk ik eigenlijk ook even rond, want als nou het algemene gevoel in deze commissie is dat iedereen niet snapt wat er staat, dan zou ik zeggen van, nou, dan staat het er echt niet goed. Maar als iedereen zegt, nou, mevrouw Van Dorst, u heeft een punt, maar we snappen gewoon wel wat er staat en we gaan geen verkeerde besluitvorming nemen, dan zou ik hem eigenlijk willen meenemen in dat die gewoon beantwoord is. De voorzitter: Ik vertrouw erop dat het college en de schrijver van deze brief weet wat die bedoelt. Ik heb het niet begrepen, maar dat kan aan mij liggen. Ik laat het zoals het is, zoals het staat. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we volgens mij allemaal wel rond met dit punt. Ja, ik durf het bijna niet te concluderen. Ik ga ook nog één keer dan de toezegging herhalen, want dat is een harde. De rib, in een raadsinformatiebrief wordt de gemeenteraad bij tijd en wijle op structurele momenten geïnformeerd. En, nou, de paragraaf die komt herzien naar ons toe.

En dan ga ik even hier de conclusie trekken, en dan kijk ik ook wel weer mijnheer Koldenhof aan, als nou die beide toezeggingen gedaan zijn en wij hebben zeg maar op die dag voor de gemeenteraad die aangepaste tekst en die tekst is goed, is het dan een hamerstuk of een bespreekstuk volgens u? De heer Koldenhof: Ik denk voor de veiligheid dat ook helemaal niet zo heel veel op de agenda staat, dat het best gewoon een bespreekstuk kan blijven. De voorzitter: Dat vindt u. De heer Koldenhof: Bovendien heb ik ook aangekondigd dat ik mogelijk nog met een amendement kom over die 100 duizend euro trajecten. De voorzitter: Dat is nog wel een goede trouwens, nu u dat nog even zegt. Want daar hebben we nog niet een ... Wat vindt de wethouder van het voorstel om dat te doen? Want daar heeft, dat is nog een beetje blijven

40

hangen. Als de gemeenteraad van Laren een amendement zou voorleggen van de VVD en aan zou nemen met, we willen naar 50 duizend, dat kunnen we doen natuurlijk, maar wat vindt u daarvan? De heer De Groot: Nou, ik zou wel graag willen, kijk, inhoudelijk kan ik daar natuurlijk verder niks van vinden. Ik bedoel, dat is waar de gemeenteraad behoefte aan heeft, dat doen ze. Het bevordert niet de harmonie tussen de verschillende regelingen, zal ik maar zeggen, de rapportages. Maar mevrouw Eissens heeft daar nog ook nog een nadere toelichting op. Dus wellicht dat zij nog wat daarover kan … De voorzitter: Ja. Mevrouw Eissens, aan u het woord. Ja, ze luisteren allemaal nu naar u. Ambtelijke ondersteuning: Oké. Nee, ik snap de vraag ook van, waar is die 100 duizend op gebaseerd? Moet dat 100 duizend zijn, kan het meer, kan het minder? Waar het eigenlijk uit is ontstaan is met name, dat heeft met de jeugdzorg te maken. Die kosten die zijn, nou ja, die kunnen echt, die kunnen ver oplopen. Niet zozeer alleen bij één toekenning, maar het gaat soms ook gewoon echt meestal om doorlopende trajecten. Dus die lopen dan, dan krijgt een kind voorziening, die gaat bijvoorbeeld, die wordt uit huis geplaatst. Die gaat extern naar een partij en die blijft daar, nou ja, een jaar of twee, bij wijze van spreken, ik noem even wat platgeslagen, zitten. En die kosten die lopen op.

Het is niet zozeer dat we exact op die 100 duizend zitten zo van, nou ja, het is 100 duizend en we maken een melding. Maar we kunnen wel zien in de aanloop naar die voorziening, dus naar die toenemende voorziening, dat kunnen wij zien, dat inzicht hebben wij, dat wij op tijd de melding ook maken bij de bestuurders van, hé, let op, we gaan uit de pas lopen. Die gesprekken vinden ook plaats, dus wij geven ook van tevoren aan, let op, er zijn dure casussen, let op, we gaan uit de pas lopen. Maar we hadden niet een heel duidelijk bedrag daarin afgesproken met elkaar van, hoe doen we dat dan met elkaar en wanneer doen we dat? En we hebben er nu voor gekozen 100 duizend aan te houden als een streefbedrag, omdat daar vaak de kosten echt hoog gaan oplopen. Dan heb je het echt over dure LTA-voorziening. Dus dat zijn landelijke langdurige trajecten. Anderhalve ton hoor ik net zelfs, die LTA. Dat zijn langdurige jeugdzorgtrajecten die dus minimaal anderhalve ton kosten. Dus we hebben nu gewoon een bedrag genomen van een ton dat het meest, nou ja, relevant is. Jij wil heel graag dingen toevoegen. Ambtelijke ondersteuning: Ik wil heel graag dingen toevoegen. De voorzitter: Er komt nog even een aanvullende opmerking van mevrouw Pool. Ambtelijke ondersteuning: Want ik hoorde inderdaad ook iemand aangeven van, we kunnen er ook niet zo heel veel mee en dat is het ook.

Dus we hebben gekeken van, goh, welk bedrag zou daarin passend zijn? In de wetenschap dat als wij het over een jeugdige hebben die een LTA-voorziening heeft, dat het gemiddeld anderhalve ton is. Dus daar hebben we onder willen zitten. En het is puur alleen maar informerend, want helaas, u kunt er niks mee, want het is een zorginhoudelijke beoordeling. Ambtelijke ondersteuning: Het is ook met name bedoeld om zicht … De voorzitter: Mevrouw Eissens. Ambtelijke ondersteuning: … te hebben op de begroting. O, sorry. Ja. Met name bedoeld ook om zich te hebben op de begroting, wat kunnen we nou verwachten? Want van tevoren schat je natuurlijk een x-bedrag dag in, maar het kan helaas gebeuren dat er een LTA-traject plaatsvindt. Hoeft maar één jeugdige te zijn en je 41

loopt uit de pas. En om dat te willen voorkomen, hebben we gezegd, oké, we nemen gewoon een maatstaf, die ton. We informeren op basis van een casuïstiek als we dat zien in de uitvoering. De teamleider doet dat bij ons via het afdelingshoofd van de uitvoering. En dan informeren we via die weg de bestuurder als daarvan sprake is. We wilden dat gewoon vastleggen. Dat is voor ons het meest belangrijke, om ook die garantie te bieden dat te doen. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Ik kijk even naar mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja, ik zit hard na te denken over hoe ik dit nu moet interpreteren. Ik begrijp natuurlijk wel wat u zegt, maar het gaat mij om de kwetsbaarheid van onze eigen begroting. En eigenlijk geeft u dat zelf ook al aan van, we hoeven maar één keer of twee keer zo'n traject te hebben en we zitten in de problemen. Wat ik alleen maar beoog is tijdig geïnformeerd te worden als raad over, hier gaat een groot probleem ontstaan en hoe gaan we daar dan mee om? En nu is niet door mij, maar door de opstellers van de DVO voorgesteld, dat doen we dan maar bij een ton. Wilt u mij interrumperen, wethouder, of … Dat mag hoor. De voorzitter: Nou, dat mag ook in een discussie. De heer Koldenhof: U doet uw best.

De voorzitter: Maar ik zat niet op te letten, want ik zat aandachtig naar u te luisteren want ik denk, hij komt, mijnheer Koldenhof komt zo meteen met een uitdraai. Mijnheer De Groot, wat wilt u tegen mijnheer Koldenhof interrumperen? Interruptie. De heer De Groot: Nou, ik wil eigenlijk hem tegemoetkomen in die zin dat op het moment dat je begrotingstechnisch grote problemen voorziet, of het nou 10 duizend of 50 duizend euro is. Maar op het moment dat je ziet dat er grote problemen met de begroting zijn, dan geldt de actieve informatieplicht van de gemeente. Dus op het moment dat dat gebeurt en je gaat over die grens heen dat je zegt van, ja, jongens, dit gaat echt wel uit de spuigaten uitlopen, hier moeten we naar de gemeente, dan hoor ik dat al te doen. Daarbovenop komt dan nog speciale meldingen van een ton. Ik denk dat we op die manier denk ik een prima systeem hebben. De voorzitter: En dat is een toezegging dan? De heer De Groot: Zo hoort dat. De voorzitter: Nou ja, ik kijk nog even naar mijnheer Koldenhof, want u zat zelf ook een beetje in een dilemma, want u begrijpt het wel. De heer Koldenhof: Ja, nee, en de wethouder zou ook geen ander antwoord kunnen geven dan dat het hoort bij een actieve informatieplicht. Dat snap ik wel. En ik zit ook helemaal niet, ik heb helemaal niet per se zin om een amendement erover te maken.

Maar hoe vaak in de afgelopen tijd nu u wethouder bent, heeft u de raad actief dan over zoiets geïnformeerd? Of is het nog nooit voorgekomen? De voorzitter: Mijnheer De Groot.

42

De heer De Groot: Nou, dat is een aantal keer voorgekomen, zei ik in het begin van mijn wethouderperiode, dat we boven de gebudgetteerd bedragen uitkwamen. Dat is denk ik ook, maar goed, dan moet ik wel echt heel diep terug graven in mijn geheugen, gerapporteerd bij de presentatie die we gehad hebben over het sociaal domein. Dat we juist op de landelijke transitiearrangementen tekorten hebben en daar is dat dashboard natuurlijk een prima aangelegenheid voor. En die komen dus eens in het kwartaal komen we naar u toe. Nou, ik denk dat dat een prima moment is. En op het moment dat er nog meer reden is om alarmistische cijfers in de tussentijd te informeren, daar geldt actieve informatieplicht voor. Ik hoop alleen niet dat dat toch eens een keertje echt gebeurt op die manier. De voorzitter: Ja, we komen op het stadium terecht dat het een heen en weer. Ik ga gewoon proberen iets samen te vatten, waarbij ik dan uitdagend probeer misschien te prikkelen. U gaat nog even diep nadenken of u met uw collega's een amendement wil indienen om het naar 50 te brengen, terwijl heel duidelijk is uitgelegd dat met de 100 duizend euro het voor in ieder geval ambtelijk gezien goed werkbaar is. En nu zie ik nog een hand. Ja, ik word, nu wordt de voorzitter geïnterrumpeerd. Mevrouw Eissens, u wil nog iets meegeven aan ons waar we iets aan hebben. O, mevrouw Pool. Ambtelijke ondersteuning: Ja, sorry.

Wij hebben heel nauw samengewerkt om zeg maar deze stukken ook uit de grond te krijgen. En ik wil, wij willen eigenlijk ook benadrukken dat zeg maar het artikel van die ton is ook zeg maar in het leven geroepen om juist aan zeg maar de behoefte van inzicht en zeg maar niet konijntjes uit de hoge hoed te krijgen, dat die daar ook echt vandaan komt. Dus het is een extra, hij was er niet. Dit is echt op individuele voorziening dat er dus een extra vlaggetje vanuit Huizen in deze uitvoeringsorganisatie komt van, jongens, let op, we hebben toch een jeugdige of een andere voorziening die toch wel wat hoger is dan gebruikelijk. Dus het is wel iets extra's. De voorzitter: Maar bedoeld om ons als gemeenteraden tegemoet te komen, begrijp ik? Ambtelijke ondersteuning: Zeker. De voorzitter: Dan kijk ik toch nog een keer, een allerlaatste keer naar mijnheer Koldenhof. En die maakt een beweging van, ik vind het duidelijk genoeg nu zo. Dan ga ik niet nog een keer de twee toezeggingen van de wethouder herhalen. Ik ga wel even de conclusie maar trekken dat het formeel nog een bespreekstuk is, maar onze raadsvoorzitter zit hier ook aan tafel.

Gehoord hebbende de beraadslagingen zullen we kijken of we ons als gemeenteraad met die twee toezeggingen die gedaan zijn in dat stuk, dat u dan op dat moment dat de raadsvoorzitter aan de raad mag voorstellen, is het goed? Kunnen we het hameren? Want het is volgens mij wel uitgebreid en genoeg besproken, waarvoor zeer wel dank, want het is een ingewikkeld stuk. Ook dank aan mevrouw Eissens en mevrouw Pool. Nou weet ik niet of mevrouw Filius er is, maar ik zie nog een mevrouw zitten. Dank voor deze uitgebreide behandeling, maar het gaat ook over iets. 11. Rondvraag De voorzitter: En dan zijn we bij, met uw welnemen, bij agendapunt 11, de rondvraag. De rondvraag is, wie heeft er een rondvraag? Die dan ook, moet ik erbij zeggen, betrekking heeft op deze commissie. Mevrouw Graafsma, CDA.

43

Mevrouw Graafsma: Dat vind ik, dank u wel, voorzitter, dat vind ik dan wel tricky dat je dat er nog even bij zegt. Maar ondanks dat wethouder Rood hier niet aanwezig is, maar ik van zeer groot maatschappelijk belang vind, doe ik toch een oproep aan het college, en ik neem aan dat het bij wethouder Rood ook wel terecht zou komen, om zo spoedig mogelijk stappen te zetten om hun collegebevoegdheid te gebruiken om de wijziging van het bestemmingsplan Caliskamp op te pakken en deze wijziging van industrie naar wonen spoedig te realiseren. Dat was mijn oproep aan het college. De voorzitter: En het maatschappelijke zit hem in het feit dat u daar sociale woningbouw wil? Want anders zit er niks maatschappelijks in deze vraag. Mevrouw Graafsma: De afspraak is geweest dat er 40 procent sociale woningbouw zou komen en … De voorzitter: Daar zit uw maatschappelijke waarde. Mevrouw Graafsma: … daar strijd ik voor. De voorzitter: Helder. Mevrouw Graafsma: Want het is zeer van maatschappelijk belang dat dat er komt. Ja. De voorzitter: Hij is langs het randje, maar de vraag is gesteld. Zijn er nog meer vragen vanuit de commissie? Op rechts niet, op links? Dan mijnheer Grunwald nog van Groen Laren. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. In De Gooi- en Eemlander van 3 oktober lees ik een artikel over dat de zorg in Gooi en Vechtstreek op de schop gaat.

Te veel mensen belanden onnodig in het medisch circuit. En dat gaat erover dat de Hilversumse wethouder Gerben Van Voorden en René Batenburg, zijn de medisch directeur van Huisartsen Organisatie Gooi en Omstreken, met behulp van overheidssubsidie ernaartoe werken om mensen uit het medische circuit te houden. Nou gaan wij niet over huisartsen en het medische circuit, maar die manier van werken, dit experiment kan er wel toe leiden dat er mensen dus met hun problemen toch meer richting de gemeentelijke zorg gestuurd worden. Mijn vraag is ook van of de wethouder daarvan op de hoogte is in dezen, of hij met die club contact heeft om te overleggen van hoe zich die dingen tot elkaar verhouden en wel nog op de goede manier? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Wethouder De Groot. De heer De Groot: Ja, een interessante vraag, mijnheer Grunwald. Als we kijken naar de beweging die we willen inzetten met GezondGooi, conform IZA en GALA, dan is het de bedoeling om meer dingen in het voorveld te doen. Maar daarbij speelt dan ook direct de discussie van financiering, hetzij door het Rijk, hetzij door de ziektekostenverzekeraars. En daar zie je wel beweging in, maar dat zal inderdaad nodig zijn. Want ik vind het wel een goede beweging, maar niet als we daar geen dekking voor krijgen.

Dus dat is iets waar ik wel oog op houd, trouwens mijn collega's ook, inclusief collega Van Voorden. Dat kan ik u verzekeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Groot. Mijnheer Grunwald, voldoende duidelijk beantwoord? Dank u wel. Dan was dit de rondvraag.

44

12. Sluiting De voorzitter: En dan komen we bij de sluiting. Het is 22.47 uur en deze vergadering is gesloten. Wel thuis.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16256552/1