20211027 transcript raad
Tekst van het document
Ik wil eigenlijk nog wel toevoegen dat in de voorbespreking met Winter Village, ook naar aanleiding van de evaluatie van vorige jaren, we hebben afgesproken dat daar inderdaad geen sterke drank geschonken wordt, er wordt gecontroleerd op QR-codes, feesten en partijen zullen niet gegeven worden maar activiteiten zijn echt gericht op schaatsactiviteiten, en er is bijzonder veel aandacht voor veiligheid en toezicht. De voorzitter: Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, ik zou graag van de wethouder nog willen horen, dat hoeft niet nu, dat kan ook schriftelijk, wat die maatregelen dan zijn.
Pagina 33 van 57
De voorzitter: De wethouder knikt en daarmee een toezegging dat u geïnformeerd wordt over de bijzondere omstandigheden van de vergunningverlening. We gaan een hoofdelijke stemming doen. Ik heb het vermoeden dat ik weet hoe die gaat aflopen, maar we gaan het doen. Daar gaan we. Het woord is aan onze griffier. De heer Nedermeijer: De heer De Jong. De heer De Jong: Tegen. De heer Nedermeijer: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Tegen verlenging van een week. De heer Nedermeijer: De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Helemaal voor. De heer Nedermeijer: De heer Faas. De heer Faas: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer Wegter. De heer Wegter: Voor. De heer Nedermeijer: Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer De Bondt. De heer De Bondt: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer Hurink. De heer Hurink: Voor. De heer Nedermeijer: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Voor. De heer Nedermeijer: De heer Van der Zwaan. De heer Van der Zwaan: Voor. De heer Nedermeijer: De heer Loeff. Pagina 34 van 57
De heer Loeff: Voor. De heer Nedermeijer: De heer Vos. De heer Vos: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer Sakkers. De heer Sakkers: Tegen. De heer Nedermeijer: De heer Snoek. De heer Snoek: Tegen. De voorzitter: Dames en heren, de leden van de raad hebben met 6 stemmen voor het verzoek tot eerder openstelling gestemd en met 9 stemmen tegen en daarmee is het verzoek tot eerder openstelling van Winter Village verworpen. De heer Calis: Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Er was nog een tweede vraag over het toestaan van de kerstmarkt. De voorzitter: Maar dat is geen raadsbesluit, mijnheer Calis. Dat was een bevoegdheid van het college, daar heeft u in de commissie een toelichting op gegeven. Ja. Helder, we hebben weer een besluit genomen. 8.7 Instellen van een raadscommissie voor regionale aangelegenheden De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 8.7, dat is het instellen van een raadscommissie voor regionale aangelegenheden die pas na de verkiezingen van start gaat. Wenst er iemand daar iets over te zeggen? Er is volgens mij al heel veel consensus over maar mijnheer De Bondt gaat iets zeggen namens alle fracties, denk ik.
De heer De Bondt: Die heb ik niet geraadpleegd, voorzitter, maar ik vind het een uitstekend voorstel en ik denk dat het heel goed is dat de toekomstige raad van deze wonderschone gemeente zich ook buigt over regionale en provinciale aangelegenheden. De voorzitter: Met dat pleidooi, wenst er iemand stemming over het voorstel voor het instellen van een regiocommissie, die commissie bovenlokale zaken gaat heten? Nee. Dan is de commissie hierbij ingesteld. 9.
Moties vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: En komen we aan het slot van de raadsvoorstellen en komen we bij agendapunt 9, dat zijn de moties vreemd aan de orde van de dag. En beginnen wij bij de motie van de VVD over vroegsignalering en preventie van kindermishandeling en huiselijk geweld, een heel belangrijk thema. Ik geef het woord aan mevrouw Niekus van de VVD-fractie om de motie toe te lichten en daarna eerst het college om te reageren. Mevrouw Niekus.
Pagina 35 van 57
Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Ik ga niet dit hele verhaal voorlezen, dat heeft u allemaal gelezen, maar ik heb wel mijn eigen toelichting. Als er in de thuissituatie van jonge kinderen veel huiselijk geweld is en er wordt geen aandacht geschonken aan de kinderen, alleen maar geschreeuw en gedoe, dan gaan de kinderen op jonge leeftijd al gedragsproblemen ontwikkelen. Kleine kinderen denken dan dat hun onveilige thuissituatie normaal is, omdat ze niet weten hoe dit in andere gezinnen gaat. Ze ervaren hun thuissituatie als de norm. Op latere leeftijd blijkt dan dat ze schade hebben opgelopen en dat is dan moeilijk op te lossen, kinderen gaan dan lange behandeltrajecten in. De toolkit is ontwikkeld om kinderen op jonge leeftijd bewust te maken van wat de norm is in een thuissituatie. Leren praten op school over thuissituatie, vreemd gedrag wordt dan sneller herkend. Met ondersteuning van deze toolkit wordt de aandacht gevestigd op de rare situaties thuis en leert de kinderen met elkaar te praten over wat een normale thuissituatie is. Deze motie is om de reeds bestaande is ontwikkeld, ik weet van een collega die bij de zedenpolitie werkt dat dit echt een heel goed doel is. Ze hebben in Brabant alle scholen al voorzien van een toolkit, Gooise Meren is akkoord met deze motie, ook Eemnes heeft hem gister akkoord gestemd en ik vraag dus aan de raadsleden om mee te gaan.
Als basisscholen interesse hebben in de toolkit Praten helpt, zo heet deze toolkit, waarmee ze het gesprek aan kunnen gaan met leerlingen over een onveilige thuissituatie, kunnen ze deze bij de gemeente aanvragen. Dus dit is mijn motie en ik hoop op steun van iedereen. De voorzitter: Wij kijken eerst even naar het college, naar de wethouder sociaal domein voor een reactie. De heer Den Dunnen: De wethouder. Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, het is natuurlijk zo dat op dit onderwerp ook in regionaal verband heel veel gebeurt. Wij hebben de nota Geweld hoort nergens thuis, die hebben we in mei van dit jaar nog geëvalueerd en die heeft een aantal speerpunten en dat is in eerste instantie stoppen wat er aan de hand is, zorgen dat de zaken eerder in beeld komen en dan tenslotte duurzaam oplossen. Ook binnen de regio is door Unita, dat is een overkoepelende scholenorganisatie, is een lesprogramma ontwikkeld wat aan de scholen ter beschikking is gesteld. Daar kan dit natuurlijk altijd bij, maar ik zou het toch wel echt aan de scholen over willen laten of zij daadwerkelijk behoefte hebben aan nog een methode, een lesmethode om dit bespreekbaar te maken. Even voor uw beeld, in Laren in 2020 hebben we 43 meldingen gehad van huishoudelijk geweld met 56 adviezen.
Dat is 3 procent van het geheel in de regio, dus wat dat betreft is gelukkig de problematiek in Laren niet zo groot, maar ik denk alles wat we eraan kunnen doen is zeker waardevol. De voorzitter: Helder. Wethouder, is uw voorstel ontraden, overnemen, omarmen, in stemming brengen? De heer Den Dunnen: Mijn voorstel is dat wanneer de scholen daar behoefte aan hebben, dus kenbaar te maken bij de scholen dat deze toolkit er is, en als zij daar behoefte aan hebben dat zij daar dan over kunnen beschikken. De voorzitter: Nou, ik hoor daarmee dat eigenlijk de wethouder het zou willen oppakken maar ik kijk nog even naar andere fracties ter reactie op de motie. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik heb eigenlijk een vraag van is er al contact geweest met de scholen, hebben ze hier echt behoefte aan om kindermishandeling te kunnen erkennen en herkennen? Of zeggen ze ja, weer iets erbij en we hebben het al zo druk en wij zijn behoorlijk geëquipeerd om dat zelf te kunnen ontdekken. Dus vraag is eigenlijk: worden ze niet weer met iets opgescheept? De voorzitter: Wacht even, mevrouw Niekus, want eerst zijn de andere fracties ook nog even aan de beurt om te reageren. Ik kijk nog even, de heer Van den Berg. Pagina 36 van 57
De heer Van den Berg: Ja, soms denk ik van knap dat iemand het zo doordeweeks dan opeens toch weer dit bedenkt, maar Desirée die is daar altijd van en ik wil onze collega, of mijn collega, mevrouw Niekus, graag met deze motie steunen. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Andere fracties die willen reageren, is niet het geval. Mevrouw Niekus, is een vraag gesteld en de wethouder heeft gereageerd, kunt u daarop reageren en wat gaat u doen met de motie? Mevrouw Niekus: Ja, dank u. Ik laat de motie in stand uiteraard en ik ga even nog mevrouw Timmerman beantwoorden. Ik weet van iemand die bij de zedenpolitie werkt, het is door de zedenpolitie ontwikkeld, alle scholen in Brabant die hebben daar profijt van dus die scholen weten dus ook waar ze mee begonnen zijn, het is niet een heel lesproject, het is meer een toolkit waar van alles in zit: briefjes, informatiemateriaal, en daar leren ze de kinderen mee om met elkaar in gesprek te gaan over de thuissituatie en dat gebeurt eigenlijk nu nooit. De kinderen die denken gewoon dat het van hunzelf is en dat iedereen dezelfde dingen heeft thuis, en dat is gewoon met posters, met kaarten, met op die manier met elkaar proberen te communiceren over hun thuissituatie, dus niet echt een heel nieuw lesprogramma. De voorzitter: Oké. Nog één vraag van mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Eén vraag, want ik had eigenlijk gezegd: is er al contact geweest met de scholen in Laren en hebben ze hier behoefte aan? De voorzitter: Ja. Mevrouw Niekus: Ja, ze hebben hier zeker behoefte aan. Heel Gooise Meren heeft al deze toolkit omarmd, dat zijn alle scholen in Gooise Meren, dat zijn alle scholen in Eemnes, en hier in Laren hebben ze daar ook behoefte aan omdat ook kinderen vanuit de andere gemeentes hier op school zitten en ze willen graag dat alle kinderen inderdaad op de hoogte zijn van deze mogelijkheden om met elkaar in contact te komen en met elkaar te communiceren over de thuissituatie. De voorzitter: Beste mensen, ik ga jullie allemaal even helpen. Want de motie verzoekt het college te overwegen alle basisscholen binnen de gemeente Laren op de hoogte te stellen van het bestaan van de toolkit Praten helpt. Oftewel, de vraag is: wilt u ze op de hoogte stellen? De wethouder heeft gezegd: nou, dat wil ik wel, ik wil wel dat we aan de scholen aanbieden en als ze daar behoefte aan hebben dan kunnen ze dat doen en als ze daar geen behoefte aan hebben want ze zeggen ja, we doen daar al heel veel aan of ja, wij zijn een kinderdagverblijf dus ja, wij doen daar alweer andere dingen aan, dan doen ze dat. Dus volgens mij wordt het heel eenvoudig opgevolgd, mevrouw Timmerman.
Wenst er nog iemand stemming over deze motie of kunnen we gewoon zeggen dat alle fracties de motie steunen? Ja, dat is het geval, de motie is unaniem aanvaard. Dan is het half 11 en kunnen we er even voor kiezen om even te verfrissen, even de handen te wassen, frisse lucht te halen. Ik kijk even naar de raad, wilt u doorgaan of wilt u even pauzeren? U wilt doorgaan? Dan gaan we door. Dan … De heer Van den Berg: Nee, maar dan kost het extra tijd. De voorzitter: Ja, dat snap ik, maar ik zie ook … De mensen thuis zien niet wat ik zie.
Pagina 37 van 57
De heer Van den Berg: Maar dan hebben we een ander probleem. Als mensen een vergadering niet meer van 2,5 uur volhouden. De voorzitter: Helder. Ik kom dan bij de volgende motie vreemd aan de orde van de dag, dat is de motie van de VVD en van u van het CDA over de lumpsum bekostiging van de jeugdhulp. Wie wil daar eerst … Mevrouw Niekus staat als eerste genoemd bij deze motie. Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Ja, wij hebben donderdagavond 30 september een presentatie gehad van de wethouder over de financiering van de jeugdhulp. De HBEL is voor de lumpsum. De voor u liggende motie is een oproep om de wethouders te ondersteunen de andere regiogemeenten te overtuigen om op deze lumpsum fiets mee te rijden. Gezamenlijk dit experiment aangaan biedt vele voordelen. De HBEL gaat het proberen, maar beter is het om gezamenlijk de contracten voor de specialistische jeugdzorg te gaan inkopen op lumpsum basis. Aan elk inkoopconstructie zitten voor- en nadelen. Laten we gezamenlijk kijken naar de voordelen van deze constructie. Minder regels, waardoor meer vrijheden voor zorgaanbieders binnen het budget. Betere beheersing voor de gemeente door boven een bepaald bedrag opnieuw te bekijken wat er nodig is. Zorgaanbieders meer vertrouwen geven geeft de mogelijkheid meer kwaliteit te leveren. Kwaliteit en grip op de kosten is belangrijk om de jeugdzorg betaalbaar te houden.
Als dit samen met de andere regiogemeenten gerealiseerd kan worden is dit een win-winsituatie voor iedereen. Ik hoop met deze oproep dat ook de andere regiogemeenten zoals Hilversum en Gooise Meren deze motie ook gaan omarmen. Ik dank u wel. De voorzitter: Helder, dank. De mede-indiener van de motie wenst nog een toelichting te geven, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, het geldt eigenlijk hiervoor hetzelfde dat, even voor de buitenstaanders, mevrouw Niekus die stuurt altijd dit soort moties langs en als je nou aan het werk bent en heel ergens anders in het land zit en je komt deze motie voorbij dan is het heel gemakkelijk om hem snel door te lezen en te zeggen: deze steunen wij, dus een extra steun om dat ook hier het regionale weer uitspreekt. We moeten hier met zijn allen voor gaan. De voorzitter: Helder. De wethouder, de heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel. Ik zal deze motie omarmen, het steunt mij zeer in de missie die ik bedrijf op dit vlak. Tot nu toe vinden we nog weinig, buiten HBEL vinden we nog weinig gehoor. Daarom heb ik morgenochtend op het regionaal portefeuillehoudersoverleg dezelfde presentatie staan als die u gehad heeft, om zo ook de andere gemeentes in de regio te informeren over waar het over gaat en wat onze bedoeling is, en daar medestanders te verwerven. Dus derhalve zie ik dit duidelijk als een steun in de rug.
De voorzitter: Nou, duidelijk. De heer Wegter nog. De heer Wegter: Mag ik nog één vraag stellen aan de wethouder? Ben ik goed geïnformeerd dat de zorgaanbieders weinig behoefte hebben aan deze nieuwe aanpak? De voorzitter: Wacht even hoor, voordat u al reageert, zijn er nog andere fracties die iets willen vragen? De fractie van Liberaal Laren.
Pagina 38 van 57
Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, dank u wel. Ja, er wordt, dit is een motie over de kosten. Er staat dat het minstens tot een betere monitoring van de begrote budgetten leidt, maar ik had eigenlijk graag gelezen dat het tot een betere monitoring van het kind leidde. En dat zie ik hier dus niet, en een lumpsum benadering, en je moet dan met één budget het doen, weet ik niet hoe een kind op een gegeven moment in de knel kan komen. En dit staat dan toch een beetje haaks op de vorige motie, vind ik. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter, ik wilde graag ook de vraag van mevrouw Timmerman of opmerking ondersteunen, en volgens mij gaat het niet om geld maar gaat het om kinderen. Bovendien, en daarom had ik ook al eerder wat willen zeggen, als je kijkt wat er in het onderwijs gebeurd is met de zogenaamde lumpsum financiering, dan is dat een drama geworden als het gaat om de inzet van mensen, om mensen die uit het onderwijs zijn weggehold, en de kwaliteit, nou, laten we het voorzichtig zeggen, er niet op vooruit is gegaan. Dus mijn vraag aan de wethouder is: in hoeverre lopen we met dit systeem, want u noemt het een experiment en een mogelijkheid.
Tuurlijk, zekerheden kan niemand geven, maar hoe groot is het risico wat er gelopen wordt als het gaat om de kwaliteit? Want natuurlijk het tegenovergestelde is ook het geval als er echt heel veel kinderen zijn en er is geen geld meer, nou, dan hebben we dus wel een raar probleem. Dus ik vind een kostengestuurde organisatie toch een beetje link, maar misschien kan de wethouder mij geruststellen. De voorzitter: Ik kijk eerst voor een reactie naar de wethouder en dan naar mevrouw Niekus, meteen dan ook de vraag of ze het in stemming wil brengen. De wethouder. De heer Den Dunnen: Ja, er staat duidelijk in de motie dat overwegende, het eerste aandachtsstreepje, en dat gaat over een gedegen analyse van alle aanvragen van 5.000 euro en meer. En dat is ook de kern van het geheel, op dit moment zijn er althans voor de bestuurders geen zichtbare analyses en ook geen zichtbare tijdpaden hoelang een behandeling gaat duren. En wat deze motie inderdaad ook zegt van kijk, je maakt een analyse en aan de hand van die analyse wordt de lumpsum bepaald, en juist door die analyse verbetert de kwaliteit van de zorg voor het kind. Nu wordt het kind min of meer vrij doorgezonden en de organisatie zelf zegt dan op een gegeven moment: oké, u heeft vijf weken nodig, u heeft zes weken nodig, en als de zes weken voorbij zijn dan zeggen ze: nou, het is nog niet voldoende geweest, we verlengen het zelf.
En dat is het tweede aspect, dat wij dus vanuit de betaalkant ook hier meer grip krijgen op die instellingen dat we zeggen van nou, A, we weten wat jullie doen, B, we kunnen eisen stellen aan de kwaliteit wat jullie doen, en vervolgens weten we aan het eind van de rit ook wat we moeten betalen. Dus het is wel duidelijk om zeg maar deze verleners van zorg toch wat strakker aan de lijn te nemen. De voorzitter: Ik zie nog één vraag van de heer Jacobse. De heer Jacobse: Nou, het is niet zozeer een vraag als wel een opmerking, ik heb die presentatie bijgewoond 30 september en ik trof tot mijn persoonlijke geluk zeer gemotiveerde ambtenaren die met dit verhaal aan de gang willen. In de regio in zijn algemeenheid kent en voelt het nog wat onwennig en die hebben het dan over open einde-situaties. Daar zitten twee kanten aan, één, dan is het maar zeer de vraag of dat dan in het belang van het kind is, maar niet onbelangrijk, wij proberen de wethouder er voortdurend aan te houden dat hij zijn kosten in de gaten houdt en dit zou dus best eens een keurige manier zijn om dat op zijn minst te onderzoeken of zoals hij dat zelf benoemt. Dus kortom, dat was een voortreffelijke presentatie en wij steunen dat van harte.
Pagina 39 van 57
De voorzitter: Helder, waarderende woorden ook voor de ambtelijke ondersteuning op dit domein. Ik kijk naar mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ik houd natuurlijk de motie wel in stand en ik wil nog even op D66 had nog de vraag of de zorgaanbieders het niet prettig vinden, die vinden het juist prettig omdat ze meer bewegingsvrijheid krijgen en ze kunnen meer doen voor de kinderen, meer aanwezig zijn en niet allemaal die regeltjes moeten volgen waardoor je gewoon misschien weer hele lange wachttijden krijgt. De voorzitter: We gaan de motie in stemming brengen. Willen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van de VVD, D66, Liberaal Laren, CDA en Larens Behoud. Kunnen de fracties die de motie, die tegen de motie stemmen dit kenbaar maken? Dat is de fractie van Groen Laren. Daarmee is de motie aanvaard. Dan komen we bij de motie van D66 over onze vrouwenrechtenactiviste en het gaat ook over de evacuatie van een Afghaanse burger. Het woord is aan de indiener van de motie, de heer Wegter. De heer Wegter: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het is op lokaal niveau de afgelopen maand met name, maanden bijna, een aantal initiatieven ontwikkeld in relatie tot het probleem van Afghanistan en de mogelijke evacuatie die mogelijk is van een aantal mensen die in Afghanistan wonen richting Nederland. Een probleem wat ons allen aangaat.
U moet maar vragen aan onze collega’s in Ter Apel wat zij daarvan vinden, en wat bepaalde andere gemeentes daarvan vinden. Het probleem is levensgroot in Afghanistan en dus ook bij ons. En we hebben die initiatieven de afgelopen tijd begeleid en vooral op het niveau van de scholen hebben we ook het een en ander in gang gezet om de kinderen ook te confronteren met een situatie die ook hun betreft, namelijk: hoe kunnen we omgaan als Nederland en als dorp en als stad met de gevolgen die samenhangen met de situatie in Afghanistan. De betrokkene die in de motie genoemd wordt zonder dat daar een naam aan verbonden wordt moet u zien als een symbool, als een soort icoon voor de problematiek die zich in Afghanistan afspeelt. Er zijn natuurlijk veel andere mensen die buiten deze mevrouw evenzeer in aanmerking zouden moeten komen voor de evacuatie maar we hebben haar nu eenmaal als direct contact, en daarmee staat zij symbool voor vele anderen in Afghanistan. En het is voor ons van groot belang dat juist de lokale bevolking zich manifesteert om zich betrokken te voelen bij dit probleem. Het is een probleem wat ons alle burgers in Nederland aangaat. Natuurlijk ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de nationale regering, bij het ministerie, maar ook wij als lokale bestuurders hebben te maken met de gevolgen die samenhangen met dit beleid.
Vandaar dat we ook twee dingen willen doen, op de eerste plaats het aangeven via een oproep aan het ministerie dat Laren via de gemeente zich mede betrokken voelt bij dit probleem en dus een beroep doet op het ministerie alles in het werk te stellen om de betrokkene vooral in staat te stellen te evacueren. Dat is het eerste. En het tweede is dat wij het college vragen om te kijken of zij kan bevorderen dat in deze gemeente dan wel in de regio, en in die zin zou ik de motie iets willen aanpassen, dat hoeft niet per se in Laren, het zou ook in de regio kunnen, om daar eventueel voor huisvesting te zorgen in het geval betrokkenen eventueel in evacuatie in aanmerking komt. Nogmaals, heeft een bedoeling om daarmee als een soort symbool te werken en de betrokkenheid van dit dorp en van onze burgers aan te geven met betrekking tot een levensgroot probleem wat natuurlijk, natuurlijk in eerste instantie moet worden opgelost door andere instanties dan deze gemeenteraad. Maar het feit dat wij als gemeente hier een signaal afgeven, denk ik, zal de burgers en zal ook zeker de leerlingen en de kinderen in dit dorp zal dat aanspreken.
En ik doe dus een dringend beroep op deze gemeenteraad om dat signaal over te nemen en dus unaniem vanavond kenbaar te maken dat we ons bewust zijn van dit probleem en dat we dus van harte steunen iedere poging om in dit geval deze mevrouw in aanmerking te doen komen voor evacuatie. Dank u wel.
Pagina 40 van 57
De voorzitter: Helder pleidooi. Ik kijk eerst naar de reactie vanuit het college en dan naar de raad. Het woord is aan de heer Den Dunnen namens het college als reactie op de motie. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Een heel sympathieke motie, en ook een motie die zeker aan zal spreken en ook als symbool een goede werking zal hebben. Wat ik ook wel zeer bijzonder vond wat ik uit de krant las dat inderdaad de scholen en schoolklassen daar zeg maar volledig bij betrokken zijn. Dat is op zich natuurlijk een goed iets, dat kinderen van jongs af aan al leren wat er in de wereld te koop is en dat niet overal de democratie zo functioneert als in ons land. Dus ik denk wat dat betreft een zeer sympathieke motie. Alleen u weet hoe dit gaat in dit soort zaken, ik vraag me af of het verstandig is om breed publiekelijk een dergelijk verhaal in te steken.
Over het algemeen, en u ziet het ook vaak met kinderen die uitgewezen worden en dergelijke, als de publieke opinie zich daarmee gaat bemoeien dan wordt het voor betreffende bestuurders en bewindslieden moeilijk om daar, ja, zeg maar nog in vrijheid een besluitvorming over te nemen, en worden vaak in die situaties besluiten genomen, ja, in het kader van de publieke opinie of eigenlijk van ja, oké, we kunnen niet anders en we kunnen dit voorbeeld kunnen we hier niet hebben dus die personen moeten dan uitgewezen worden. Ik zou graag de motie willen overnemen maar dan wel graag via de lijn van de stille diplomatie, zodat als u vanavond hier kenbaar maakt van nou, wij zouden dat graag naar voren willen brengen, dan wil ik namens het college graag u toezeggen dat wij dat overnemen en dat wij betreffende bewindspersonen ook daadwerkelijk zullen benaderen over deze zaak, maar geef ons de gelegenheid om dat in stilte te doen en niet met een heleboel tromgeroffel. Voor wat betreft de huisvesting, de huisvesting van in dit geval zijn dat dan vluchtelingen annex statushouders, toekomstig statushouders, daar zullen we de richtlijnen moeten volgen die voor het COA gelden en kunnen we niet een bijzondere voorrangsregeling maken voor één persoon, dus dat lijkt mij heel moeilijk.
Maar goed, de COA-regeling is ook duidelijk dat wanneer mensen een keer een status hebben dan krijgen ze ook inderdaad voorrang bij huisvesting. Dus twee dingen, geef ons de gelegenheid om stille diplomatie te bedrijven en voor wat betreft de huisvesting volgen we de richtlijnen van het COA. De voorzitter: Dank, mijnheer Den Dunnen. Wat zegt u daarmee over de bijgevoegde brief bij de motie? De heer Den Dunnen: De bijgevoegde brief, ja, die zouden wij als college even, ja, zeg maar in het college volgende week kunnen behandelen en dan inderdaad kijken of we de brief ook zeg maar opsturen dan wel dat we op een andere manier aandacht geven aan deze situatie zoals die hier in Laren nu ‘…’. De voorzitter: U pleit ervoor op stille wijze invulling te geven aan de strekking van de motie. Ik kijk even naar de raad. Ik kijk eerst naar de heer Van den Berg want hij heeft al om aandacht gevraagd. De heer Van den Berg: Ja, dat was eigenlijk meer een vr… Stille diplomatie, dan denk ik eigenlijk dat deze motie dus van tafel moet als ik de wethouder goed beluister, maar dat heb ik hem nog niet horen zeggen. Want anders is hij niet stil meer, die motie ligt nu op tafel en die wordt voor of tegen of weggestemd. Ik vind er een paar dingen van, een warm pleidooi van onze collega heer Wegter, ik heb het in de Gooi en Eemlander ook al mogen lezen.
Maar er dringen zich ook wel een paar andere zaken bij mij op en dat riekt een beetje naar woorden als klassenjustitie en ja, ik ken ook nog wel tien mensen die via stille diplomatie graag hier in Laren een huis zouden willen hebben. En hoe groot is een familie? En dat maakt het een beetje eigenlijk al lastig dat dit nu al zo hier op tafel ligt, want je kan hier bijna niet tegen zijn maar aan de andere kant denk ik ook, om dan toch die uitspraak maar te doen, dat ik deze motie als die van tafel gaat en de wethouder die gaat daar wat tijd in stoppen om richting Den Haag te motiveren waarom iemand misschien op een lijst moet komen om hier in Nederland te mogen zijn en dan ook met familie. Ja, wat zijn wij aan het doen? Zeggen wij namelijk ook niet dan andersom, als het Rijk nu hier een briefje via de warme ‘…’ doet dat wij 400 mensen op Pagina 41 van 57
moeten vangen, dan is Laren weer te klein, en nu doen we het andersom. Dus die overwegingen maken het voor mij wel erg moeilijk om in deze motie mee te gaan, terwijl ik hem heel erg goed begrijp, maar ik vind hem eigenlijk te bijzonder. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: Ja voorzitter, dank u. Het is inderdaad een dilemma wat hier ligt en ik denk dat de wethouder het goed geschetst heeft. Als er sprake is van een situatie met één persoon die zo in de aandacht staat en betrokkenheid heeft van een school, begrijp ik, wat ook heel goed is, dan zou het heel goed zijn als dat gesteund wordt en dat er ook aandacht voor is vanuit meer burgers. Maar om inderdaad als raad te zeggen: wij gaan nu een briefje sturen naar de minister, dat is inderdaad precies wat de heer Van den Berg zegt, dat kun je een beetje vergelijken met de minister gaat opeens een aanwijzing doen in Laren om iets te doen ten gunste van één object of één iemand of één, nou, noem het maar op. Dus de verhouding is een beetje zoek en ik begrijp wel dat de heer Wegter zegt: ik zie het als een symbool. Dat is nieuw, dat bleek niet uit de motie. Het woord icoon vind ik dan weer wat lastiger, maar ik zie het symbool heel erg, omdat ik denk dat het heel goed is dat er vanuit Laren betrokkenheid is bij deze situatie. Of daarmee de urgentie aangetoond is, dat vind ik een hele lastige.
Ik vind dat wij daar als Laren ook niet en als raad ook niet in kunnen duiken, ik begrijp dat ook uw eigen partij D66 middels een motie in brede zin aandacht heeft gevraagd voor vrouwenactivisten. Ik begrijp ook dat daar nog geen opvolging aan is gekomen dus dat, dat verhaal zit eigenlijk in Den Haag tussen regering en Tweede Kamer, en ik wil eigenlijk voorstellen dat wij in Laren ons niet met deze staatsaangelegenheden op nationaal niveau bezighouden. Dus in die zin ben ik heel blij dat de wethouder zeker bereid is om hier wat aan te doen en ook zelf indien mogelijk daar iets in kan ondersteunen, en het college misschien zelfs breed daarin kan ondersteunen. Ik begrijp ook dat er wetten en regels zijn en dat we niet zomaar een voorrangssituatie kunnen creëren ten gunste van, dus in die zin sympathiek dat dit aan de orde komt, zeker belangrijk dat u daar aandacht voor vraagt, mijnheer Wegter, maar eigenlijk het verzoek aan u om de motie in te trekken en te volgen wat de wethouder hier voorstelt. De voorzitter: Dank, ik ga de tafel verder af. Mevrouw Timmerman van Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik heb er eigenlijk weinig meer aan toe te voegen.
We hebben de wethouder gehoord en daar staan we volledig achter, en mijnheer Van den Berg en mijnheer Loeff hebben ook al heel duidelijk aangegeven hoe zij erin staan en wij willen eigenlijk dezelfde lijn volgen. De voorzitter: Dank, het woord is aan de fractie van de VVD. De heer De Bondt: Ja voorzitter, het is door iedereen eigenlijk al gezegd. Op zich gaat het om een uiterst sympathieke aangelegenheid waarvan iedereen die de krant heeft gelezen of de toelichting bij de motie zou zeggen: ja, hier moet geholpen worden. De vraag is alleen: waarom specifiek dit geval? Er zijn in Ethiopië, in Soedan, in andere Afrikaanse landen en voor mijn part ook in Venezuela of nog meer, zijn er talloze schrijnende gevallen die ik zou haast zeggen schreeuwen om hulp en niet alleen vanuit Nederland maar vanuit de hele Europese gemeenschap of voor mijn part de wereld. En om nou één geval daaruit te lichten en dat te behandelen in het gremium raad van Laren, dat gaat me dan echt te ver, want ik kan niet aangeven waarom dit ene geval nou zoveel ernstiger is en zoveel meer aandacht vraagt en zoveel meer betrokkenheid van Laren vraagt dan heel veel andere gevallen.
Daarbij komt, en dat is ook een opmerking die de heer Loeff maakte, dat het volop in de agenda staat, ook op initiatief van D66, in de Tweede kamer, waar het wel een geschikt gremium is om over dit soort aangelegenheden van gedachten te wisselen. Voorzitter, hoe sympathiek ook, ja, ik sluit me aan bij diegenen die gezegd hebben: trek de motie maar in. En ik zou in de richting van de Pagina 42 van 57
wethouder willen zeggen: krab nog maar eens even achter de oren voordat u met dit bericht naar Den Haag gaat, want ze zullen ongetwijfeld ook tegen u zeggen: waarom deze en niet veel anderen, en wat is het Larens belang hierbij. De voorzitter: De fractie van Groen Laren, de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, enerzijds is natuurlijk iedereen die geholpen kan worden en uit de shit gehaald kan worden dat is pure winst, dus vanuit dat oogpunt kun je er alleen maar voor zijn. Maar ik schaar me eigenlijk ook wel een beetje bij de rest van de sprekers aan. Het riekt wel een beetje naar willekeur, waarom de een wel en de ander niet. En als we het echt serieus willen nemen dan zullen we nog veel meer andere goede besluiten moeten nemen. Dus ik sluit me aan, liever terugtrekken, mijnheer Wegter. De voorzitter: Het woord is aan de heer Wegter. De heer Wegter: Eerst dank voor de reactie van de zijde van het college en natuurlijk ook dank voor de kritische opmerkingen van de zijde van de collega’s. Een aantal opmerkingen. De wethouder zegt: stille diplomatie zou de beste weg zijn. Ik verzeker u dat er op alle mogelijke wijzen stille diplomatie wordt bedreven. Dit is additioneel daaraan en is natuurlijk ook in de richting bedoeld van de Tweede Kamer.
Natuurlijk is de Tweede Kamer het eerste gremium waar dat behandeld moet worden, maar het is van belang, het is politiek van belang dat een lokale gemeenschap zich uitspreekt in dit geval. Dat is een politiek feit wat van belang is voor de Tweede Kamer. Daar gaat het om. Het gaat niet om een voorrangsbehandeling van één persoon, het gaat er niet om dat ik van de wethouder veronderstel dat daardoor alle anderen aan de kant zouden moeten worden geschoven als het over huisvesting gaat. Natuurlijk moet dat gebeuren binnen de regels die daarvoor gelden. Derde opmerking: er zijn zoveel mensen aan de orde, en inderdaad, het probleem is groot, all over the world zoals mijnheer De Bondt zegt. In Afrika en noemt u maar op, met alle probleemgevallen. Mag ik u nu een voorbeeld geven, mijnheer De Bondt? En als u mij toestaat, voorzitter, neem ik toch één of twee minuten extra. U weet dat tien EU-landen de afgelopen dagen aan een Turkse dictator hebben gevraagd om mijnheer Kavala vrij te laten? Er zitten 100.000 politieke gevangenen in Turkije, maar men meent er goed aan te doen om één persoon daaruit te nemen om daarmee een signaal af te geven dat de westerse wereld het niet pakt dat daar deze situatie zich voordoet. Er wordt dus gevraagd om mijnheer Kavala vrij te laten.
Niet om daarmee te zeggen dat die anderen allemaal kunnen blijven zitten, die hebben evenzeer er recht op, maar het is geen ‘…’ situatie. De heer Van den Berg: Voorzitter, een punt van orde. De heer Wegter: Mag ik … Nee, ik wil even doorpraten als ‘…’. De voorzitter: Wacht even hoor. De heer Van den Berg: Nee, ik vraag aan de voorzitter een punt van orde. De voorzitter: De heer Wegter, één moment. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Kijk, we hebben het al over een hele ingewikkelde motie, maar nu wordt een van mijn collega’s hier eigenlijk een beetje op de man aangesproken met een hele belangrijke motivatie, ik krijg daar wel wat moeite mee want nu wordt er een situatie geschetst dat wij tegen iets of iemand zijn. Ik vind dat lastig, ik zou toch graag willen dat u daar iets als voorzitter van vindt. Pagina 43 van 57
De heer Wegter: Nou, het spijt me zeer, u zou misschien even kunnen luisteren om mijn betoog af te wachten om te kijken wat ik bedoel te zeggen. De voorzitter: Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Wat u nu mij verwijt is precies niet mijn bedoeling. De voorzitter: Mijnheer Wegter. Ik ben aan het woord. De heer Wegter: Gaat uw gang. De voorzitter: Ik heb één vraag aan u. U probeert met uw pleidooi te betogen dat het zin kan hebben om hier lokaal aandacht te vragen voor één persoon. De heer Wegter: Zeker. De voorzitter: Volgens mij heeft in eerste termijn de raad daar al op gereageerd. Ik geef u nog één minuut om dat pleidooi af te ronden want iedereen vindt dit een ingewikkeld onderwerp. De heer Wegter: Ik vind ‘…’ niet onredelijk dat wanneer zes verschillende interventies plaatsvinden plus een interventie van dit college, dat ik de gelegenheid moet krijgen daarop adequaat te antwoorden. Wat ik verbaasd over ben is dat een van de collega’s roept: wat is het Larens belang hierbij? Ja, nou draaien we de zaak toch echt wel om. Het belang is denk ik, als ik dat nog moet uitdrukken, is dat deze bevolking met elkaar zich manifesteert om zich solidair te verklaren met mensen die bezig zijn om problemen op te lossen. Dat is het Larens belang. Nu een andere opmerking. Ja, dat is eigenlijk niet onze zaak, het is niet ons gremium, dat is een nationale aangelegenheid.
Op 28 april hebben we een motie aangenomen over borstonderzoek. Een nationale campagne, en wij vonden als raad in Laren dat het goed was om een signaal af te geven dat wij dat ondersteunden, ook vanuit de lokale politiek. Dit is exact dezelfde situatie. Dit is exact dezelfde situatie. En ik stel vanavond vast dat natuurlijk, ik verwijt u niet dat u geen solidariteit wil tonen, kennelijk wilt u dat alleen intellectueel doen. Maar wanneer u een praktisch instrument krijgt aangedragen om aan deze gemeenschap duidelijk te maken dat die zich solidair verklaart met de initiatieven die in dit dorp genomen worden, als u dat weigert om dat via een motie te manifesteren vind ik dat een uitermate armzalig beeld van deze situatie. Dank u wel. De voorzitter: Wegter, uw pleidooi is helder. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik wil toch nog even iets nuanceren over de motie borstonderzoek, dat komt ten goede aan heel Nederland, alle vrouwen van Nederland, ook van Laren. De voorzitter: Ik zag nog één vraag van wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, mijnheer de voorzitter, dit is nou wat er nu gebeurt is nou juist niet wat we moeten hebben. Wij krijgen nu een discussie over personen, aantal personen, situaties, die de zaak geen goed doen.
En ik zou dus ook aan de raad willen vragen hier niet mee door te gaan en ik zou toch aan mijnheer Wegter willen vragen ook om de motie terug te trekken want als we er stemming over krijgen en de motie wordt weggestemd, ja, dan belemmert u mij ook om nog enige stap te nemen. De heer Wegter: Mag ik daarop reageren, voorzitter? Pagina 44 van 57
De voorzitter: Dat mag, mijnheer Wegter. De heer Wegter: Ik begrijp absoluut niet dat ik u daarmee op welke wijze ook belemmer in uw eigen initiatieven die u zou kunnen nemen, zie ik totaal niet in. U vindt dat u dit niet nodig hebt, dat kan ik me nog voorstellen, maar u moet niet gaan beweren dat wanneer deze motie zou worden aangenomen respectievelijk afgewezen, dat dat u zal belemmeren in uw werkzaamheden. Geen sprake van. Waarom? U kunt rustig uw eigen diplomatie voortzetten, u stelt alleen als het vanavond wordt afgewezen vast dat de raad u daarin niet steunt. Dat is de situatie. De heer Van den Berg: En hier heb ik dus erg een probleem mee. De voorzitter: Beste mensen, beste mensen, er mag hier ook best gediscussieerd worden. Mijnheer Van den Berg, rustig alstublieft. Mijnheer Den Dunnen, reageert u nog één keer. De heer Den Dunnen: Ja, ik denk dat het zo is: u komt met een voorstel hier in de raad vanavond en als de raad zegt van we nemen die motie niet over, dan is het zo dat dan het college ook niet actief dan initiatief gaat nemen om deze motie dan wel naar voren te brengen. Dat zou heel krom zijn, als de raad zegt van niet doen en het college gaat het wel doen. Dat lijkt mij niet de juiste weg. De heer Wegter: U weet, u weet het … De voorzitter: Mijnheer Wegter, nu ben ik het echt helemaal zat.
De heer Den Dunnen: Neemt niet weg dat ik persoonlijk natuurlijk sympathiek hier tegenover sta en persoonlijk via mijn eigen partijlijn de partij kan benaderen en zeggen van goh, wij vragen uw aandacht hiervoor. Maar dat is puur wat ik dan zelf doe, dat doe ik dan niet namens de raad en niet namens de gemeente Laren. De heer Wegter: U weet de redenen … De voorzitter: Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Voorzitter, mag ik nog één keer? De voorzitter: Ja, één keer, en dan concludeer ik af namens de hele raad. De heer Wegter: U weet de redenen dat de raad dit eventueel afwijst. Ze pleiten ervoor om stille diplomatie te doen. Dat is de reden dat ze deze motie afwijzen. Dat is de reden. Dus u hoeft zich helemaal niet belemmerd te voelen, u weet dat de motie wordt afgewezen, wat ik zeer betreur, maar de raad is blijkbaar in meerderheid van mening dat stille diplomatie wat u betreft geen enkel probleem is, in tegendeel, daar staat men achter. De voorzitter: Mijnheer Wegter, wat gaat u doen met de motie? De heer Wegter: Die motie handhaaf ik. De voorzitter: Dan breng ik nu de motie in stemming en ga ik daarna namens de raad een conclusie geven over de motie. De motie wordt hierbij in stemming gebracht. Kunnen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat is de fractie van D66. Kunnen de … Pagina 45 van 57
De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer …: Kunnen we ons ook onthouden van stemming bij een motie? De voorzitter: Zeker, dat kan. De heer …: Nee, dat kan niet. Nee, je moet voor of tegen stemmen. Je kunt niet onthouden, nee. Nee, je moet voor of tegen stemmen. De heer …: Dan loop ik even weg. De voorzitter: Ja, mensen. Als u wenst weg te lopen dan kan dat, maar misschien moet u even afwachten hoe ik de motie af ga concluderen. Als de motie wordt verworpen dan belemmert ons dat niet als college om onze eigenstandige verantwoordelijkheid te nemen als bestuurder om iets te kunnen betekenen in dit dossier. Maar ik hecht er nog wel aan iets heel belangrijkst te zeggen, namelijk: ik heb geen enkele fractie hier vanavond horen zeggen dat ze zich niet betrokken voelen bij het vluchtelingenproblematiek, niet betrokken voelen bij de buitenlandproblematiek en zich ook zeer serieus als inwoners van Nederland zich zorgen maken over wat er over de grenzen met medemensen gebeurt en in democratieën die onder druk staan en die mensen die in hele gevaarlijke oorlogssituaties zitten. De fracties hier aanwezig vanavond en alle individuele raadsleden proberen nou eenmaal in een hele ingewikkelde situatie kaas te maken van de grote vluchtelingenopgave die we hebben en wat we met dit specifieke geval doen.
Dus hoe we ook omgaan met deze motie, ik wil als burgemeester van Laren nog wel benadrukken dat dat dilemma wat op iedereens bordje hier ligt en de gevoelens die we daarbij hebben gelden voor iedereen. En wij zullen onze eigenstandelijke verantwoordelijkheid nemen vanuit het college van Laren om te kijken of we iets kunnen betekenen, er is een landelijke motie aangenomen over het bepleit van de rechten voor de vrouwenrechten, voor vrouwenactivisten. Misschien kunnen we kijken of deze mevrouw er wel of niet op staat. Er is ons deze casus aangereikt. Is dit voldoende duiding van deze situatie om iets hiermee te doen? De heer Van den Berg: Als u mij toestaat vind ik dat u wel heel veel duiding geeft. Volgens mij heeft de wethouder net gezegd, en ik dacht niet dat ik het ooit zou zeggen maar hij is inderdaad ook nog van dezelfde partij als waar ik lid van ben, van het CDA, dat hij het op eigen titel wil doen wat hij kan doen. Maar zoals u het nu formuleert krijgt het college toch eigenlijk een soort taak mee terwijl volgens mij ook nog mijn collega heer De Bondt heeft gezegd: ik zou me nog maar achter de oren krabben. Wij hebben voorgesteld om het elegant te houden om de motie terug te trekken, dat is niet het geval. Mijnheer Wegter, D66, persisteert in de motie. Ik wil graag stemming, ja, nee, en dan is het over en uit.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Wethouder, wij … De voorzitter: Oké, helder. Zijn er mensen die … Mevrouw Timmerman. Voorzitter ben ik. Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter, wij worden nu gedwongen om voor of tegen te stemmen en ik voel me daar zeer onprettig onder en ik onthoud me ook van stemmen. Want het zou beter zijn geweest als de motie zou zijn ingetrokken. De heer …: Kan niet, je kunt niet onthouden. Pagina 46 van 57
De voorzitter: Beste mensen, wij hebben volgens mij een verbindende interpretatie gegeven aan de motie om tegemoet te komen aan uw allen dilemma. We hebben de heer Wegter als indiener van motie een uitweg proberen te geven, hij persisteert. U kunt nu doen wat u wilt, u kunt opstaan, u kunt blijven. Ik schors één minuut en dan ga ik over tot stemming met de raadsleden die aanwezig zijn in de zaal. Ik kan het anders niet … De heer Van den Berg: Hebben we dan wel een quorum, burgemeester? De voorzitter: Wat zegt u? De heer Van den Berg: Hebben we dan een quorum? Want ik zie nu wel heel veel collega’s weglopen. De voorzitter: Dames en heren, kunnen de leden van de raad weer plaatsnemen? Allemaal binnen één minuut graag. Dames en heren, wilt u weer gaan zitten? Mevrouw Timmerman ook, de heer Faas ook. Beste mensen, de griffier en ik hebben eens even naar de Gemeentewet gekeken, want als u allemaal opstaat hebben wij geen quorum meer en dan komen we in zo’n ingewikkelde situatie terecht dat we eigenlijk niet alleen kunnen openen en weer stemmen, dan is eigenlijk gewoon de raadsvergadering voorbij. Dus we moeten dit op een andere manier doen. Namelijk, u bent wel gewoon gekozen door de inwoners van Laren en als u geen direct persoonlijk belang hebt wordt u wel gewoon geacht te stemmen hier.
Als ik daar nou eens de volgende interpretatie aan geef, namelijk: de heer Wegter kan ik nog één keer een appel doen om de motie wel of niet terug te trekken, wil hij de motie toch in stemming brengen, en als hij de motie in stemming brengt dan geef ik als burgemeester de volgende interpretatie aan. Of u een stem voor of tegen hebt gegeven maakt het niet uit of u wel of geen morele inzet wil plegen voor de opvang van vluchtelingen in Nederland of een standpunt daarover te hebben. Iets anders, ik probeer een verbinden standpunt in te nemen. U heeft het allemaal gehad over de specifieke situatie moet Laren … Misschien moet u even naar mij luisteren voordat u gaat praten met elkaar. U heeft allemaal het gehad over de specifieke situatie, moet Laren hier nou een oproep toe, specifiek Laren een oproep toe doen of Laren hier proberen op te vangen. En als ik nou eens uw stem voor of tegen zo duid dat het niet geïnterpreteerd kan worden als zijnde dat u tegen, dat u of geen gevoelens hebt ten aanzien van de opvang van vluchtelingen of tegen vluchtelingenopvang bent, of op een andere verbindende manier probeer uw gevoelens samen te vatten, kunt u dan toch deelnemen aan deze stemming? U kunt bijna niet deelnemen want u wordt gewoon geacht hier als gekozen lid voor of tegen een motie te stemmen. De wethouder Den Dunnen die gaat mij proberen aan te vullen.
De heer Den Dunnen: Ja, mijnheer de voorzitter, ik zou willen voorstellen tegen de motie te stemmen en voor de stille diplomatie. De heer De Bondt: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Bondt. De heer De Bondt: Ja, ik denk dat heel veel mensen moeite hebben met deze motie en dat hij veel beter ingetrokken had kunnen worden, of alsnog kan worden. Daarnaast heeft het college een eigen verantwoordelijkheid, en het college zou best een brief mogen schrijven als de wethouder dat wil. Daar heb ik geen problemen mee. Waar het probleem zit is dat we één iemand uit duizenden lichten en daarvoor een motie in een gremium aan de orde stelt dat daar op enorme afstand van verkeert. En dat laat dus geen andere keuze aan mij dan tegen zo’n motie te stemmen.
Pagina 47 van 57
De voorzitter: En dat is een heel duidelijk standpunt. En dat zegt toch niets over het feit hoe u breed ten aanzien van vluchtelingenproblematiek staat. Dus andere mensen die een moreel dilemma hebben om er zo tegenover te staan, interpreteert u hem alstublieft als zodanig en baseert u uw stem daar dan op. Dan ga ik nu de motie in stemming brengen. Een stemverklaring namens de heer Hurink. De heer Hurink: Natuurlijk ben ik, sta ik achter alle vluchtelingen die naar Nederland moeten komen, maar deze dame is een mensenrechtenactiviste. Die strijdt dus voor gelijkheid, en dat betekent dat ik denk als we het over gelijkheid hebben dat zij er niet, zelf niet blij mee zou zijn als zij voorrang zou krijgen en niet gelijk behandeld zou worden als alle anderen. De voorzitter: Oké. Helder, dank, maar nu volgens mij gaan we nu helemaal ver van de wal geraken. Ik ga nu gewoon de motie in stemming brengen. Mensen. Mevrouw Niekus, alstublieft. U heeft uw rechten, na deze stemverklaring ga ik hem echt in stemming brengen. Mevrouw Niekus Mevrouw Niekus: Ja, dank u wel, voorzitter, ik ben blij dat ik dat even mag zeggen. Ik zou het willen steunen maar ik doe dat niet, omdat het niet de juiste weg is om iets op de landelijke agenda te zetten.
Ik wil voorstellen aan de indiener om een handtekeningactie te beginnen, je hebt dan ongeveer een 6.000 handtekeningen nodig en dat dan zelf aan te bieden aan de woordvoerder in de Tweede Kamer. Ik denk dat je daar veel meer mee kan en dan ben ik als eerste degene die die lijst wil tekenen. Dank u wel. De voorzitter: Dank, nog een oproep. Nu gaan we echt stemmen. Willen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat is de fractie van D66. Willen de fracties die tegen de motie stemmen dit kenbaar maken? Dat zijn alle overige fracties, daarmee is de motie verworpen. Er is er nog een waardevolle oproep gedaan vanuit de fractie van de VVD om invulling te geven aan de oproep, en ook al gaf het even deining, het was toch goed dat de morele dilemma’s hier met elkaar gedeeld zijn en de griffier en ik hebben weer even in de Gemeentewet kunnen duiken. Dan komen wij bij de laatste ingediende motie voor vandaag. U heeft trouwens even de benen kunnen strekken, ik heb dat maar even als een schorsing beschouwd, en gaan wij naar de motie van Larens Behoud over de aanleg van padelbanen op het sportcomplex Eemnesserweg. Het woord is aan de fractie van Larens Behoud, de heer Loeff. De heer Loeff: Ja, dank u voorzitter. Het is even schakelen, maar ik ga … De voorzitter: Nou hè.
De heer Loeff: Ja, dat is dan toch wel even lastig hè, zo op het einde van de avond en dan zit het venijn een beetje in de staart. En het venijn zat eigenlijk ook een beetje in de staart bij de commissievergadering die we hadden omdat daar toch een aantal zaken naar voren kwamen bij de padelbanen waarvan wij dachten van ja, dit is niet zoals wij het graag hadden gezien, of althans, wij wisten niet dat er een aantal zaken speelden. Dus wij hebben een motie opgesteld waarbij we het college oproepen om toch nog eens een keer goed te kijken naar de hele gang van zaken en te kijken wat er kan worden gedaan aan het grotere belang van Laren. En ik ga nu twee dingen tegen elkaar afwegen. Natuurlijk is de sport belangrijk in Laren en natuurlijk steunen wij dat padelbanen gerealiseerd kunnen worden. Ja, het is zo dat er subsidie is verleend, de vraag is of die rechtmatig is verleend, want wij vinden dat dat een sportieve wens was maar niet een sportieve urgentie had, zoals wij zelf in de kaders hadden gesteld. En nu die subsidie is verleend kan hij niet worden teruggetrokken, dat hebben we ook begrepen uit de commissievergadering. Maar vervolgens is de vraag of die banen nu op die plek gerealiseerd moeten worden.
De wethouder heeft in de commissievergadering gezegd: ja, alles is eigenlijk voorbereid, er was zelfs een welstandsadvies afgegeven in tegenstelling tot de voorgaande motie Pagina 48 van 57
waarin wij hebben gezegd van even pas op de plaats, maar de wethouder dendert door. En er waren tegelijkertijd bij die avond ook wat nieuwe inzichten, en die nieuwe inzichten kwamen eigenlijk door de andere sportverenigingen, een daarvan heeft ook het woord genomen en gezegd: ja, misschien hebben wij ook wel een sportieve behoefte om padelbanen te realiseren. De vraag is of dat op die locatie kwam. Er kwam nog een ander initiatief over padelbanen bij SV Laren waar geen tennisbanen meer of nauwelijks tennisbanen nog in gebruik zijn. En dat brengt ons eigenlijk toch weer op het verzoek van ja, kun je nou niet die padelbanen op een andere manier in het dorp realiseren? Je zou kunnen denken aan twee banen bij het sportcomplex bij de hockey, misschien twee banen bij SV Laren. En wat het allerbelangrijkste is, dat die padelbanen ook ten gunste komen aan alle sportbeoefenaars van Laren. Want in die commissievergadering was het duidelijk dat LLTC ze had aangevraagd, de hockey die kon er gebruik van maken en vervolgens blijkt dat de andere sportverenigingen eigenlijk het nakijken hadden de afgelopen jaren. Als dat gerealiseerd kan worden dan kan je ook breder nadenken van wat is nou de toekomst voor padel in Laren.
En dan komt ook de sportraad om de hoek kijken, en ik begrijp toen wij de motie hadden ingediend dat er inmiddels een advies is van de sportraad, dus ik ben heel benieuwd wat de toelichting is van de wethouder daarop. Maar blijft voor ons de vraag de sociale woningbouw. De sociale woningbouw wat een groot vraagstuk is, de woningnood sowieso is een groot vraagstuk, en als wij daar in brede zin aan kunnen bijdragen dan is dat natuurlijk heel erg goed en dat zou natuurlijk kunnen op het veldje wat wij beogen. En daarvan heeft de wethouder gezegd: ja, dat kan niet want er zit een aantal belemmeringen aan, maar die belemmeringen zijn grotendeels gebaseerd op richtlijnen. Wij denken dat er wel degelijk, misschien met maatregelen over geluid, je hebt tegenwoordig zelfs hele wallen langs de snelheid waarlangs gebouwd wordt, dus je kan daar met maatregelen heel goed een aantal, een groot aantal sociale woningen realiseren. En ja, het ambtelijke advies is het ambtelijke advies, we hebben ook in de voorgaande behandeling gezien dat er weinig capaciteit is. Nou, je kunt ook nog weleens kijken van is dat advies wat we hebben gekregen nou helemaal sluitend.
Dus wij vragen eigenlijk om een extern onderzoek om te kijken of dat veldje beschikbaar zou kunnen worden voor woningbouw, voor betaalbare woningen, voor sociale woningen, en extern te laten onderzoeken onder welke voorwaarden die mogelijk zouden zijn. Tegelijkertijd, en dat is eigenlijk het verzoek aan de wethouder, om nog eens breed te gaan kijken over de visie van padel en sport in de breedte in Laren, want we kwamen er lopende het verhaal achter dat het sportbeleid er eigenlijk helemaal niet is. Er zijn een aantal verenigingen, die hebben een visie of die doen een aantal dingen, maar die brede visie, waar staan we nou over tien jaar met de sport in Laren, dat is er niet. En tegelijkertijd willen we ervoor zorgen dat die padelbanen ook voor iedereen begaanbaar en toegankelijk zijn, en het liefst op alle tijden van de dag en niet alleen een uurtje hier en een uurtje daar voor de een of voor de ander. Dus vandaar deze motie waarin we een overzicht hebben gegeven eigenlijk van wat ons, ja, dwars zat. Het was een pittig debat wat we hebben gevoerd maar dat debat dat hoort ook aan deze tafel, maar we willen het wel constructief houden dus wij vragen het college om ook een constructief antwoord aan ons te geven en we hopen dan ook dat de wethouder daarop kan reageren.
De voorzitter: Het woord is als eerste aan de wethouder om te reageren op de motie en daarna kunnen de overige fracties reageren. Wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, ik bevind me langzamerhand in een situatie dat ik voor een derde keer bezig ben zaken uit te leggen. Het lijkt me, ik heb uiteraard de motie gezien, en het lijkt me niet verstandig om nu in te gaan op de overwegingen die in de motie uiteen worden gezet. Daar is meer dan uitvoerig zowel schriftelijk als mondeling op ingegaan. En ik ben natuurlijk graag bereid om te erkennen dat, heb ik al eens eerder aangegeven, dat het wellicht beter was geweest in hindsight om wat uitgebreider en uitvoeriger de raad mee te nemen. Dat heb ik vorige keer al gezegd en dat is een kwestie van ook lessons learned, hoe kun je in het vervolg op een betere manier dat doen. Dat neemt niet weg dat op een aantal Pagina 49 van 57
punten die aan de orde is gesteld in de motie ik toch wel even graag in zou willen gaan en dat gaat om de vier punten die in het dictum staan. Want nogmaals, ik ga de overwegingen, lijkt me niet verstandig als ik daar heel uitgebreid op inga. In de eerste plaats, het gaat in de vraagstelling blijkbaar om de hele groenstrook, en dat maakt het, zeg ik maar direct, voor het college een niet uitvoerbare motie. Ik heb een aantal malen al aangegeven, zowel schriftelijk als mondeling, dat het besluit van het college om die subsidie te verlenen een juridisch vaststaand feit is. Ik kan … Waar LLTC ook volle rechten aan kan ontlenen. Je kunt wel zeggen: dat vind ik vervelend, ik vind het jammer, maar het is iets waar ik ook in de vorige, in de commissie ook het een en ander over heb gezegd. En in de bijlage ‘…’ de beantwoording in de bijlage 3 die ik daarbij heb gedaan is door onze eigen interne juridische expert, en dat zijn onafhankelijke mensen die niet door wethouders worden gestuurd, is het zo beoordeeld dat het genomen besluit ook een juridisch onherroepelijk besluit is. En dat betekent dat het college bereid is om wel, om goed te kijken naar de studie voor het resterende deel van de groenstrook.
En ik heb daar … En dat betekent dat ik natuurlijk wil onderzoeken of op dit stuk sociale woningbouw mogelijk kan worden gemaakt en wil onderzoeken of dit deel uit de erfpachtovereenkomst kan worden gehaald. Het college stelt daarvoor voor om op een korte termijn daarover contact te hebben met het bestuur van de LMHC, met de VNG bijvoorbeeld en met een bureau voor ruimtelijke ordening, waar u ook, waarnaar gevraagd wordt. En ik kan wat dat betreft u beloven dat binnen twee à drie weken daar wat mij betreft een afdoend antwoord op kan worden gegeven. Ik verwijs graag naar de raadsinformatiebrief die door het college gister ook is verzonden naar aanleiding van de eerdere vragen in de commissie M&F. Er is een advies van de sportraad, die afgelopen zondag bij elkaar is geweest, en die zegt: we zijn blij dat er een bijdrage is voor die sportaccommodaties, er moet meer intensieve betrokkenheid van de verenigingen komen maar we zijn blij dat dit besluit genomen is, om het nou kort samen te vatten. En u heeft als het goed is dat ook gezien. In het gesprek met de … Er is ook een gesprek zoals ook toegelicht bij de LLTC en ’t Laer geweest, ’t Laer heeft, de voorzitter heeft vorige keer ingesproken. Die Pay & Play is volgens mij goed afgesproken, dat kan individueel of door verenigingen worden ingehuurd en besproken, en dat vonden beide voorzitters een goede oplossing.
De raad moet zich toch ook realiseren in dat verband dat we te maken hebben met een zelfstandige vereniging die zelf twee derde van de financiële lasten op zich wil nemen, en daarvoor akkoord van haar leden heeft gekregen. En de gemeente subsidieert daar een derde bij. En dat betekent dat de vragen die u stelt waar het gaat om extern te laten beoordelen, daar zeg ik van: laten we dat vooral bekijken en laten we kijken onder welke voorwaarden dat mogelijk zou kunnen zijn. Dat geef ik graag toe en ik ga daar ook op korte termijn bij jullie op terugkomen. En voor de rest, wat de sportverenigingen betreft in gesprek te gaan, voor een belangrijk deel zijn we met elkaar in gesprek gegaan. En met de LLTC af te spreken dat alle inwoners van de sportvereniging gebruik kunnen maken van de padelbanen, daar zeg ik van: ja, dat heeft, ook dat is wat mij betreft iets wat LLTC in de eerste plaats aangaat en waar wij een derde subsidie hebben gegeven geeft ons natuurlijk niet zonder meer het recht om te zeggen: de padelbanen zijn er voor iedereen. Maar wij zullen bevorderen, en dat is ook de opvatting van de voorzitter van de LLTC, van het bestuur van LLTC, om daarvoor mensen in het dorp die van andere verenigingen zijn ook de gelegenheid te geven om dat te doen.
Met andere woorden, ik vind en de opvatting van het college is dat we op dit moment niet af kunnen wijken van datgene wat wij met elkaar afgesproken hebben, namelijk waar anderen ook recht aan kunnen ontlenen, daar heb ik al eerder een nodige opmerking over gemaakt. En tegelijkertijd wil ik kijken in hoeverre het mogelijk is om het op het resterende deel van de grond, en dat is ongeveer nog 60 bij 60 geloof ik, om te kijken wat we daar kunnen doen en daar binnen twee à drie weken, hetzij schriftelijk of hetzij mondeling in de commissie, er nader op in te kunnen gaan. De voorzitter: Dat is de beantwoording van de heer Stam. Ik zie in ieder geval nog input van de fractie van Groen Laren. Als reactie op de motie, ja, ja.
Pagina 50 van 57
De heer Vos: Ik trok een heel vragend gezicht, dat klopt. Ja. Ja, ik begrijp de motie zoals die voorligt, maar ik wil hem toch even ook nog iets breder trekken. We worden regelmatig geconfronteerd met uitspraken in de krant of met een verhaaltje wat we toegestuurd krijgen waarin er een besluit genomen is door het college of een voorgenomen besluit, en of dat nou gaat over toezeggen dat er een beetje langer geschaatst mag worden of dat er appartementen gebouwd mogen worden of in dit geval dat de padelbanen in elkaar geklust mogen worden. En eigenlijk kunnen wij daar niet zoveel meer mee doen. We worden een beetje geconfronteerd iedere keer met een fait accompli, en als we dan zeggen: ja, maar is wel een beetje gek dat wij nu voor … Ja, maar ja, de trein die rijdt. En die trein die gaat ook maar lekker doorrijden en u kunt voor de trein springen maar dan wordt u overreden, want ik ga doorrijden.