CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20211014 M&F transcript

Commissie Maatschappij en Financiën 18 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 14 oktober 202135.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De heer Cnossen: Nee, ik kan me niet voorstellen dat A, dat wij na één jaar opgeven, daar kan ik me gewoon niks bij voorstellen. We gaan hopelijk straks ook een gemeenschappelijke regeling aan en dan zijn we gewoon als drie bestuursorganen er ook voor verantwoordelijk. Dus dat is één. En mocht je dan in een door mij niet voor te stellen situatie komen dat die samenwerking wordt opgebroken, dan zijn alle data nog steeds voor Laren. Ook daar kan ik me eigenlijk heel weinig bij voorstellen. Ik bedoel, het zijn jullie WOZ-objecten, dus. Voldoende, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Calis. De heer Calis: De vraag was ook nog: kunnen de bedragen gemaximeerd worden? Hoe kijkt u aan tegen realiteit, in hoeverre zijn deze bedragen reëel en verwacht u niet dat daar meer geld aan besteed gaat worden? De heer Cnossen: Uitgangspunt is natuurlijk het projectplan dat als bijlage is bijgevoegd. Daar zijn zeg maar de bedragen in vastgesteld, dus dat is zeg maar het vertrekpunt. De hoogste kostenpost incidenteel zijn de ICTkosten. Daarbij is het grote voordeel dat we alle twee deze software van PINK afnemen, maar desondanks zijn wij op onderdelen iets verder. Dat gaat dan meer over de financiële pakketten. En volgens mij is de BEL iets Pagina 16 van 52

verder als het gaat over de iConnect en de Makelaar. Maar die verschillen, die moeten dus weer eerst rechtgetrokken worden, vervolgens moet Eemnes uit alle data gezeefd worden en moet het restant overgedragen worden naar de database van Huizen. Dat zijn enorme kosten waar ik enorm van ben geschrokken. We zijn nog steeds wel bezig met de onderhandeling met PINK, een heronderhandeling om die kosten naar beneden te krijgen. Ik ben daar wel positief over, dus wat dat betreft denk ik dat dat wel goed komt. Ja, ik ga gewoon niet hier ambtelijk zeggen dat bedragen gemaximeerd zijn. Zo meteen ligt er een gemeenschappelijke regeling waar de drie bestuursorganen voor verantwoordelijk zijn. Het enige wat ik wel kan zeggen is dat, nou, hetzelfde als dat geldt voor de HBEL-organisatie, aan de voorkant worden zeg maar de kosten verdeeld en op het moment dat het lopende boekjaar een feit is, is Huizen risicodrager als centrumgemeente. Dat betekent dat we in het verleden heel veel geld hebben gestoken in de bedrijfsvoering van het sociaal domein, zonder dat wij achteraf met een bonnetje naar Laren, Blaricum of Eemnes zijn gegaan. Dat is denk ik ook de essentie van de belastingsamenwerking.

En ja, ik kan u denk ik wel uit de grond van mijn hart zeggen dat wij blij zijn dat we in januari 2023 opengaan, dus wat meer tijd hebben om die implementatie goed voor te bereiden, dat we een goed team hebben staan in Huizen waarbij ik denk dat de objecten vanuit Blaricum en Laren daarin passen en ook verwerkt kunnen worden. Wij zijn nog wel echt oprecht zenuwachtig of we dat ook allemaal gewoon op orde krijgen. Ik hoorde de wethouder net al terecht zeggen: Laren heeft heel veel – en trouwens Blaricum ook – bijzondere objecten waar de taxatie niet altijd even makkelijk is. Nou, dat wordt ook in mijn organisatie onderkend. We hebben gezegd: het criterium voor de doorrekening van de kosten is gewoon het aantal WOZ-objecten. Dan begrijpt u dat als je heel veel bijzondere objecten hebt, daar kan je allerlei discussies over voeren, dat hebben we niet gedaan. Dus kortom, op het moment dat wij risicodrager zijn per 1 januari 2023, dan is dat in de bedrijfsvoering een feit, dus dan krijgt u geen bonnetjes achteraf. Op het moment dat er wijzigingen aan de voorkant worden doorgevoerd, beleidswijzigingen of in het geval van Laren bijzondere belastingen die wij niet kennen, ja, dan komt er natuurlijk aan de voorkant ook een eigen doorrekening op. Dan ben ik denk ik al redelijk uitgebreid, wethouder.

De voorzitter: Gezien de belangrijkheid van dit onderwerp stel ik voor een tweede ronde te doen. Dat kan snel. VVD, behoefte aan een tweede ronde? De heer Van Midden: Ik heb niet zozeer behoefte aan een tweede ronde voor een inhoudelijke discussie. Ik heb wel behoefte – en met respect voor degene die het stuk geschreven heeft en alle mensen die alle inspanningen geleverd hebben – wil ik mij toch permitteren een opmerking te maken over de kwaliteit van het stuk als zodanig. Want ik ben heel blij met de antwoorden die de wethouder nu gegeven heeft waarbij hij zegt: we hebben niet alleen deze kosten, maar we hebben in het verleden ook zelf kosten gemaakt om de kwaliteit van het stuk te verhogen … Of, kwaliteit van die belastingheffing te verhogen. Toen ik het stuk las pakte ik meteen mijn rekenmachine erbij en zag ik dat we 41 procent duurder uit waren. Toen had ik: dat kan ik gewoon niet geloven, ook omdat je uiteindelijk uitgaat van schaalgrootte en dat soort dingen. Nou, dat blijkt ook niet waar te zijn en sterker nog, dat schrijft de schrijver van het stuk zelf ook dat dit niet waar is, want die zegt: deze cijfers geven geen volledig beeld van de situatie, omdat we in de afgelopen jaren ook geïnvesteerd hebben in kwaliteit van de uitvoering.

Dat was ook mijn vraag aan de wethouder: laat dan even zien ook wat die investeringen zijn geweest in de kwaliteit van de uitvoering om dat beeld ook volledig te krijgen. Want uiteindelijk is dit een document waarop wij moeten besluiten. Dat is ook mijn pleidooi als het gaat om de kwaliteit van dit soort stukken: ga dan even ook in de voorbereiding een spade dieper, waardoor je uiteindelijk wel dat volledige beeld geeft, voorkomt dat in mijn geval ik dit soort vragen moet gaan stellen, want ik moet er wel even voor gaan zitten en die vragen stellen. Maar het verbetert ook uiteindelijk de kwaliteit van je besluitvorming, want je weet gewoon veel beter waar het over gaat. Ik zeg dat met name ook omdat er nu zo dadelijk een stuk van het sociaal domein op de agenda staat en daar heb ik eigenlijk hetzelfde beeld bij. Dus, Pagina 17 van 52

en wat ik al zeg, niks ten nadele van alle mensen die daar inspanningen leveren, die zijn allemaal hartstikke druk, maar probeer dan voortaan toch net even die spade dieper te gaan en dat volledige beeld te geven. Dat was mijn enige opmerking voor de tweede ronde. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil eerst een rondje doen en dan de portefeuillehouder de gelegenheid geven. D66. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Nog even één opmerking. De wethouder heeft gezegd dat op basis van de motie het college aan de gang gegaan is met het zoeken naar een partner in deze. Zelfs al zouden wij die motie gesteund hebben, wat ik me dit moment niet herinner, is het feit toch eigenlijk dat het toch jammer is dat we Eemnes niet binnenboord hebben kunnen houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik ben dat laatste met de heer Grunwald niet eens. Sterker nog, wat ik ook nog even goed vind om te memoreren, wat de wethouder nog even in een bijzin. Wij hebben wel een hele grote broek aan te trekken als wij hier allemaal hele kritische vragen nu nog gaan stellen, overal over geld en of iets afgedicht kan worden aan de voorkant.

Als een gemeente met vijf sterren bereid is om twee gemeentes met twee sterren over te nemen en daardoor zelf terugzakt in de ranking naar vier, dan denk ik gewoon: we moeten hier heel gauw nu over ophouden om nog überhaupt te bedenken of dit wel of niet goed is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik had het daarstraks over make-or-buy en dan als je het zelf niet doet, dan ga je het uitbesteden. Maar ik werd toch wel een beetje zorgelijk van uw woorden. Moeten we ons toch zorgen gaan maken? We huren iemand in om te ontzorgen. Zitten er dan nog addertjes onder het gras aan te komen, of hoe moet ik uw winstwaarschuwing interpreteren? Kunt u mij geruststellen, mag ik het zo zeggen? De voorzitter: Mijnheer Cnossen, u krijgt zo de turn. Ik wou eerst het rondje afmaken, dan krijgt u antwoord. Larens Behoud. De heer Jacobse: Ik heb toch behoefte om daar een vrolijke noot aan toe te voegen. Ik beluisterde iets heel anders uit de hoek van Huizen, dat de kans zelfs bestaat dat het nog goedkoper gaat dan nu wordt gevraagd. Als dat het is, dan met collega Bart horen wij graag: wat hangt er voor ons nog in de lucht en wat zijn de kansen dat het goedkoper kan? De voorzitter: Dank u wel. Liberaal Laren, de heer De Jong. De heer De Jong: Wij hebben verder geen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Portefeuillehouder, dan wel de heer Cnossen.

De heer …: Voorzitter, ik permitteer me even een opmerking te maken, want hoezeer ik me ook de vraag van de heer Vos kan voorstellen, de heer Cnossen is hier aanwezig ter ambtelijke ondersteuning van de wethouder, hè? Niet dat hij niet hier ter verantwoording kan worden geroepen, of uitspraken kan doen waarop hij later ter verantwoording kan worden geroepen. Daarvoor is hij hier niet aanwezig. Hoe spannend ik de vragen van de heer Vos ook vind.

Pagina 18 van 52

De voorzitter: Misschien kan de heer Calis dan daar iets over zeggen. De heer Calis: Dank u wel, voorzitter. De opmerking: kan het een beetje goedkoper? Mijnheer Cnossen heeft al aangegeven dat een belangrijk stuk in deze overgang is de onderhandeling met PinkRoccade voor het softwarepakket wat hiervoor nodig is, maar wij gaan volledig uit van de integriteit van Huizen. Toen we dit traject ingingen heeft Huizen gezegd: we zullen het zo goed mogelijk berekenen en wat wij aan kosten voorzien en wat wij denken dat nodig is om de organisatie op peil te houden, daarvan gaan we jullie informeren en ga ervan uit dat dat het is. Dus ik vertrouw daar volledig in. Ik ben een groot aanhanger van Rutger Bregman, ‘De meeste mensen deugen’. Ik denk zeker dat de mensen in Huizen deugen en ik denk ook dat, ik was blij met de woorden van de heer Cnossen waaruit toch blijkt dat dit proces zeer zorgvuldig gedaan wordt, dat de planning gemonitord wordt, dat de kosten goed bewaakt worden. Dus ik hoop dat daarmee de vragen zijn beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Iedereen gehoord hebbend, denk ik dat we het kunnen doorleiden naar de raad en wel gezien de belangrijkheid van dit stuk als bespreekpunt. Ja? Dan wil ik graag naar de volgende, 5… De heer Cnossen, bedankt, mevrouw Ruizeveld, bedankt.

5.4 Begrotingswijziging 2021 maatwerkvoorzieningen Sociaal Domein aan de hand van prognose 2021 De voorzitter: Dan gaan we naar punt 5.4, ‘Begrotingswijziging 2021 maatwerkvoorziening Sociaal Domein aan de hand van prognose 2021’. De heer Den Dunnen wordt bijgestaan door de wethouder Calis. De heer Calis: Dat spreekt voor zich, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen, wilt u het stuk toelichten? De heer Den Dunnen: Een korte toelichting, mijnheer de voorzitter. Met name het vierde stuk waarin staat de ontwikkelingen financieel sociaal domein Laren, daarin wordt zeg maar de verklaring gegeven van de stand van zaken waar we op dit moment staan. Een paar weken terug heeft een groot deel van de raad kennis kunnen nemen van de monitor die we op dat moment klaar hadden en in de monitor, daar is ook al voorzichtig zichtbaar de eerste effecten van de besparingen die we hebben ingezet. Die ziet u nu in de begroting nog niet. De begrotingssystematiek maakt het wel een beetje moeilijk leesbaar van het hele stuk, want de begroting van 2021 zoals we die hadden, die was gebaseerd op het kostenniveau en de realisatie van 2019. We hadden voor 2020 eigenlijk ook weer een realisatie willen hebben, maar door het coronajaar is dat eigenlijk drijfzand geworden, dus daar hebben we ons niet op kunnen baseren.

Het enige wat we nu constateren is het gebruik en op basis van het gebruik hebben we dus de bijstelling in deze posten gedaan. De uitleg hiervan is tekstueel verwoord in het vierde dossier. De voorzitter: Dank u wel. D66, mag ik u vragen om uw commentaar op dit stuk? De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Het wurgcontract van de overheid. Ja, er valt helaas niks anders van te maken als dat we moeten kijken hoe we het gaan bekostigen uit onze eigen middelen. Ik ben in ieder geval tevreden daarover dat de middelen die dan alsnog na pressie door de gemeentes door de overheid beschikbaar gesteld zijn dus ook weer zeg maar in dit budget terugvloeien en niet aangewend worden voor andere dingen ter compensatie van geleden leed. Dus ja, daar valt verder niet meer over te zeggen, het is akkoord. De voorzitter: De heer Van den Berg. Pagina 19 van 52

De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Dank de wethouder voor zijn toelichting, omdat in die toelichting eigenlijk het belangrijkste is gezegd, dat wat hier nu voorligt is, nou, niet helemaal achterhaald, maar met de prognoses die eraan komen kunnen we het beter zien. Wat we vooral willen benadrukken is dat we de rustige wijze en korte en bondige manier waarop dit lastige verhaal wordt toegelicht toejuichen en we zullen ook in de raad hiermee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het gelezen en het is een beetje opvallend dat we alsmaar gedacht hebben: de kosten moeten omlaag, de kosten moeten omlaag, de kosten moeten omlaag. Nou blijkt het ineens twintig procent meer te zijn en dat vind ik nogal wat. Als je een prognose hebt, heb ik begrepen, dan heb je kans op meevallertjes en je hebt kans op tegenvallertjes, maar ik vind dit wel een behoorlijk groot tegenvallertje. Als je dan kijkt waaraan het toegeschreven wordt – en daar geeft de wethouder ook al opmerkingen over hoe we dat kunnen interpreteren – dat zijn de regionale cijfers, de incomplete cijfers en declaraties en allemaal, dat matcht niet met de tijd. Dat begrijp ik allemaal, maar dan vind ik het toch wel een beetje lullig dat er dan weer een negatieve uitslag komt.

Prognoses, denk ik altijd, die zitten heel dicht tegen de waarheid aan, maar ze zitten er wel heel ver vanaf. Ik lees dat er hoop is op verbetering voor volgend jaar – nou, dat is logisch, je hoopt nooit op verslechtering – maar als ik de wethouder op de man af zou durven vragen: hoe denkt u dat volgend jaar die prognose zit, zitten we dan nog steeds binnen die marge van twintig procent pech, of lopen we dan ook kans dat we eens een keertje aan de goede kant van de streep zitten? Want dat lijkt me toch wel een heel plezierig vooruitzicht, want ik twijfel niet aan de manier waarop u zoveel mogelijk monitort, maar de monitor heeft toch bij mij niet zo’n scherp beeld, als ik zo de metafoor mag doortrekken. De voorzitter: De heer Den Dunnen, kunt u hierop antwoorden? De heer Den Dunnen: Ja. Het blijven prognoses en we proberen zo kort mogelijk bij de werkelijke realisatie te komen, dat heeft u ook in het stuk gelezen. We proberen ook middels de monitor die we dus lopende het proces, het dashboard, om u bij te praten hoe het zich ontwikkelt. Zo hebt u de laatste keer gezien dat de eerste effecten van de bezuiniging in het dashboard zichtbaar zijn geworden. Wat we niet kunnen beïnvloeden is natuurlijk het gebruik. Het gebruik zal altijd blijven fluctueren.

Mensen maken meer of minder gebruik van de sociale middelen en dat geldt zowel voor jeugd als voor volwassenen, en met name voor de ouderen. We zijn in Laren een vergrijzend dorp en daar zullen steeds meer beroep gedaan worden op de Wmo en op de aanvullende maatregelen. Dus daar zal altijd, ondanks hoe je ook probeert zo nauwkeurig mogelijk je prognoses te maken, zal daar altijd waarschijnlijk toch een aanvulling op moeten komen. Dat heeft het Rijk intussen ook gezien, die hebben ook gezien dat wij ook worstelen met die tekorten, zowel op de jeugd als op de Wmo en de verwachting is in ieder geval ten aanzien van jeugd zijn er toezeggingen gedaan, maar ten aanzien van de Wmo en de andere sociale wetten verwachten we dat het Rijk de gemeentes toch zeg maar de komende tijd wel tegemoet zal komen voor wat betreft de kosten. Wat ook het Rijk wel erkend heeft in onder andere het toekennen van de gelden voor de Jeugdwet, dat de tekorten ook reëel zijn, dat het niet verzonnen dingen zijn door de gemeente en dat het ook geen dingen zijn die de gemeente zou kunnen beïnvloeden. Nee, het zijn werkelijke zaken die ontstaan door het gebruik wat door de mensen uit het dorp, het gebruik wat zij maken op de regelingen. Daarmee denk ik dat het altijd onzeker blijft, maar hoe dichter je erbij zit, korter je op de prognose zit, hoe meer inzicht je krijgt in de betalingen en in de afrekeningen.

Daarom proberen we ook zeg maar die vijfjaarse mogelijkheden die er zijn, dat je vijf jaar na afloop van een beschikking nog je declaraties kan indienen, dat soort dingen proberen we er allemaal uit te filteren om toch te kijken: hoe Pagina 20 van 52

kunnen we zo dicht mogelijk zeg maar de prognose bij de werkelijkheid brengen? Maar ik vrees – en dat zegt ook het stuk – dat we te allen tijde op dit dossier te maken krijgen met tegenvallers, alhoewel hier ook nog een paar meevallers in zitten. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Ik vrees, tussen aanhalingstekens, dat de heer Van Midden doelde op de formuleringen in dit stuk eigenlijk in de richting die u aangeeft. Ik ben geschrokken van die vijf jaar, daar kun je geen beleid op maken. Daar kun je geen prognoses op loslaten, dan zitten we elkaar te foppen. Gelukkig was uw laatste zin ongeveer dat de kans erin zat dat dit nog wel een beetje geld ging kosten en dat is dan dus gelijk zorgelijk. Als ik in die stukken kijk en ik kom tegen bij jeugdhulpverblijf een begroting van honderdtwintigduizend euro en we eindigen met een nadeel van tweeënhalve ton, dan denk ik: als dat de norm is, als we daar serieus mee moeten dealen, dan kunnen we beter op vakantie gaan en even hopen dat die declaraties snel binnenkomen. Ik vind dat heel lastig. Maar laat ik mijn verhaal ombouwen. Ik heb groot respect voor wat mijnheer Den Dunnen bewerkstelligt, ik ben bij de presentatie van dat dashboard geweest. Dat is prachtig, dat is goed, dat is een goed hulpmiddel, dat moet verder uitgewerkt worden, dat moet geïmplementeerd worden.

Ik voelde ook iets anders in die presentatie en dat is dat we kennelijk met elkaar in staat zijn om de medewerkers die hieraan werken te motiveren, of te inspireren moet ik zeggen, om dat goed te doen. Nou, dan sluit ik af. Die inspiratie hebben ze dan wel nodig, vrees ik, want dit is een beetje, dit is naar. Als je denkt dat je rond bent en er komt nog een declaratie van tachtigduizend euro binnen, dat is vervelend. Ik zou niet weten hoe je dat moest oplossen, de heer Den Dunnen weet dat ook niet en dat kan hij ook niet weten. We moeten alleen die vijf jaar terugknippen, dat is natuurlijk gewoon te gek voor woorden eigenlijk, zou ik zeggen. Verder is het wat het is. Dank u wel. De voorzitter: Liberaal Laren. O, pardon. De heer Den Dunnen: Een korte reactie, mijnheer de voorzitter. U heeft ook in het stuk gelezen dat wij zeg maar met de aanbieders lumpsumafspraken willen maken. Daar krijgen we op dit moment nog niet helemaal de handen voor op elkaar, maar ik zie wel enige beweging in de regio. Als we dus inderdaad lumpsumafspraken kunnen maken, ook dan weer komen we korter bij de realisatie. De voorzitter: Dank u wel voor die toelichting. De heer De Jong. De heer De Jong: Ik kijk op dit moment dus even heel anders naar het geheel. Op het moment dat wij de jaarrekening 2020 opstelden, wisten wij nog niet … Toen was de begroting al gemaakt, dus dat was nog niet helemaal bekend.

Maar als ik nu kijk bij de Jeugdwet en ik zie de kosten van de hele Jeugdwet over de jaarrekening 2020, als we die in geheel als prognose in 2021 gezet hadden, waren we eigenlijk niet afgeweken. Het was veel lager begroot, dus dan waren we nu quitte uitgekomen. Hetzelfde geldt voor de Wmo. Als ik de jaarrekening 2020 neem, ik zeg: nou, als we dat kostenniveau gewoon overgezet hadden naar ’21, klakkeloos de cijfertjes overzetten, hadden we ook daar geen tekort, want dan was het gelijk gebleven. Dus we hebben de begroting gewoon toch wat conservatief gemaakt, terwijl we dat niet helemaal zeker wisten op dat moment, hoor, dat moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen. Maar als je dus wat conservatiever en wat hogere kosten begroot – en nu keek ik alleen naar de kostenkant – dan waren we op nul uitgekomen en dan was hetgeen uit het Gemeentefonds gekomen was, was winst geweest en dan hadden we hier heel anders gezeten. Dus mijn voorstel is gewoon altijd iets conservatiever begroten, de cijfers wat behoudender inzetten, de kosten wat hoger inschatten en dan kom je uiteindelijk als je dan een extra bijdrage krijgt uit het Gemeentefonds kom je ineens positief uit. Dat is ook wat heel veel gemeentes doen in Nederland, hè? Dat Pagina 21 van 52

heb ik in Binnenlands Bestuur gelezen, die als ze een begroting maken voeren ze de kosten toch wat op, dat als het jaar afgesloten is, dat ze wat geld overhouden. Dat voelt heel anders als dat je aan het eind van het jaar tegen een tekort aan zit te kijken. Dat waren mijn opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: We praten nu over begrotingssystematiek en dan moet ik eigenlijk naar mijn buurman kijken, want het is natuurlijk zo dat je bij een begroting probeert zo realistisch mogelijk te begroten. Ik kan me voorstellen dat de systematiek die u aanhangt minder leidt tot, nou ja, zeg maar momenten als deze waarin je dus een tekort moet presenteren. Aan de andere kant, als je dus conservatief gaat begroten leg je ook wel beslag op een heleboel geld wat je niet anders kan gebruiken. Misschien dat mijn collega van Financiën dat verder kan … De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Zoals ik net ook al zei, de heer De Jong heeft altijd uiterst verstandige opmerkingen. Had maar wat meer in de begroting gezet voor deze kosten, dan was het begrote verlies ook enorm opgelopen natuurlijk. Dus daarom hebben wij dat inderdaad conservatief begroot en ingeschat wat we daar zouden mogen en kunnen verwachten. Want als we voor posten denken: laten we het maar wat ruimer begroten, want misschien kost het wel een beetje meer.

Dan word je dus onderaan de streep met een zeer reëel probleem geconfronteerd. Met name als ik kijk naar de gevoelens binnen deze raad als we zeggen: het Gemeentefonds is heel fluctuerend, kan je niet altijd peil op trekken, groeit het nou of niet? Als we zeggen: dat Gemeentefonds hebben we geen indicatie voor. Sterker nog, toen de begroting gemaakt werd was er sprake van opschalingskorting, kleine gemeenten worden gekort in hun uitkering. Er is al een tijdje discussie over die mogelijke herijking van de verdeling van het Gemeentefonds, wat zoals aangekondigd nu, wat nog niet vaststaat, maar toch fors negatief is voor Laren. Ja, dan zie je dat met zijn allen hebben wij ontzettend gekeken naar mogelijke bezuinigingen en ik heb het al eens eerder gezegd, die mogelijkheden hebben we tot de laatste druppel uitgeknepen. Als we dan zien dat er een groot verlies ontstaat, ja, dan is er maar één uitweg en dat is een forse ozb-verhoging. Dat wil de raad ook niet, dus wij proberen zo scherp mogelijk aan de wind varen en te kijken hoe we de begroting goed kunnen presenteren.

Ook in dat verband kan ik u mededelen dat, u heeft nu de begroting ontvangen, recentelijk is de septembercirculaire over de uitkering van het Gemeentefonds ontvangen en in de loop van volgende week sturen wij u een raadsinformatiebrief waarin we uiteenzetten welke zeer substantiële verbeteringen door de toename van de Gemeentefondsuitkering teweeg zullen brengen in onze begroting. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede ronde? De heer Van Midden: Wij moeten nog voor de eerste ronde, mijnheer de voorzitter, dus daar zouden we graag gebruik van willen maken. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Midden: Ik wil graag eerst vragen in het kader van totale begroting voor het sociaal domein en daarna zou Désirée inhoudelijk wat dingen willen vragen – mevrouw Niekus, moet ik eigenlijk zeggen. Ik heb geprobeerd dit begrotingsvoorstel te bekijken vanuit het totaal van de begroting van het sociaal domein. Want ik denk dat, als je kijkt naar individuele posten, dat we binnen de individuele posten we steeds wat fluctuaties zullen hebben. Maar uiteindelijk is onze ambitie om het in dat totaal van de begroting op lange termijn, om Pagina 22 van 52

een trend omlaag te hebben. De vraag is of we uiteindelijk die trend ook te pakken hebben met dit soort dingen. Misschien wordt het wat technisch, maar ik heb dat ook op papier gezet, dus als ik de cijfers voorlees, ik heb wel kopietjes, dan kunt u mij misschien goed volgen. Ik loop even … Ik stuur het na, maar het gaat er eerst even om dat mijn vraag een beetje begrijpelijk overkomt. Dus ik zal proberen zo goed mogelijk de getallen te spellen, mijnheer Vos. Als we kijken in het totaal van de begroting van deze wijziging, als ik kijk naar de oorspronkelijke begroting van 2021 zoals opgenomen in de Programmabegroting 2021 en Meerjarenraming 2022-2024, dan was die 7.308.965. Als ik kijk naar de nieuwe programmabegroting, dan staat daar de gewijzigde begroting 2021 in van 7.367.830. Dus met andere woorden, de gewijzigde begroting is 59.000 euro hoger. Zit in de gewijzigde begroting zoals die in de meerjarenplannen is opgenomen, zitten daar ook deze 257.594 in, zoals we die vandaag zien en toestemming voor willen geven? De heer Calis: Mijnheer de voorzitter, mag ik daarop … De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Calis. De heer Calis: Dit is een dermate technische vraag dat ik de heer Van Midden zou willen voorstellen om deze vraag te behandelen in de financiële klankbordgroep die voorzien is voor maandag 25 oktober. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Van Midden: Dat is prima, dat is een goede afspraak. Dan stuur ik hem ook in, want ik kan er helaas niet fysiek bij aanwezig zijn. Maar ik wil toch nog heel even doorgaan hier ook in het kader van wat we nu zien en wat we accorderen, want als ik uiteindelijk dit vertaal naar een meerjarenraming van de begroting en ik leg het aan tegen de oorspronkelijke programmabegroting zoals die in 2021 is vastgesteld en de nieuwe zoals die hier ligt en ik kijk naar het jaar 2024, dan zie ik dat uiteindelijk de kosten – en dat is de trend dus omhoog – 309.000 euro ruim hoger zijn. Dat betekent dat we op de wat langere termijn op vierenhalf procent hogere kosten uitkomen ten opzichte van wat we oorspronkelijk begroot hebben. Als daar die 257.000 euro niet in zit, betekent dat dus een verhoging van de kosten van pak hem beet zevenenhalf, acht procent op de wat langere termijn. Ik weet niet of het zo is, maar het schrikbeeld wat ik krijg is, en dat heb ik ook naar aanleiding van de voorstellen zoals we die in de vorige commissievergadering gehad hebben met zeg maar de schuldsaneringsvoorstellen die ook een begrotingseffect in zich hadden, de verhoging van het inkomensplafond voor de regelingen, ook de forfaitaire regelingen. Nou, nou hebben we deze weer.

Ik ben bang dat wij steeds fragmenten krijgen en daar akkoord op geven, dat uiteindelijk het zicht op de ontwikkeling van de kosten op de langere termijn verdwijnt en we uiteindelijk op een scenario uitkomen zoals ik denk waar we nu uit zullen komen. Ik lees ook in de stukken van mijnheer Den Dunnen – die op zich heel goed leesbaar zijn, dus wat dat betreft complimenten daarvoor – maar dat we eigenlijk nog niet goed in staat zijn, althans dit jaar nog niet, om uiteindelijk die ontwikkelingen op lange termijn te kunnen monitoren. Daar zit eigenlijk mijn grootste angst: hebben we nou een situatie die beheersbaar is, of beheerst is, of, ik wil niet zeggen onbeheersbaar is, maar in ieder geval uitnodigt om daar toch eens heel kritisch naar te kijken en kritisch mee om te gaan. Dat is eigenlijk mijn vraag. Ik besef me ook dat die misschien meer thuishoort in de programmabegroting, of de meerjarenbegroting van 5 november, maar ik wil hem toch hier alvast even neerleggen. Hoewel ik mij besef dat het stuk zoals het hier ligt, dat het in feite de realisatie is en niet de begroting, hè? Dus we zullen er wel akkoord mee moeten gaan. Maar ik wil toch even deze waarschuwende vinger wat omhoogsteken. Dat is eigenlijk de achtergrond van mijn verhaal. De heer Van den Berg: Voorzitter?

Pagina 23 van 52

De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: In de eerste termijn interrumperen we niet, maar ik zou eigenlijk willen vragen of de twee toch wel belangrijke vragen van de heer Van Midden, om die gewoon even kort nog in de raad toegelicht kunnen worden als antwoord, en niet dat het alleen in die financiële commissie uitgedokterd wordt. De voorzitter: Ik ben het helemaal met u eens, ik ging ervan uit dat dat zou gebeuren. Daar moeten ze terugkomen. Dat was uw opmerking? De heer Calis: Mijnheer de voorzitter, een kort antwoord daarop. Dat is wat we met name proberen ook met dat dashboard te doen is om te kijken: wat is de trend, hoe ontwikkelt zich dat? Als we dus nu op dit moment zien op jeugd, dan zien we dus de aanvragen – maar dat kan door corona komen, dus wat dat betreft hebben we ook wel een heel slecht referentiejaar – maar dat jeugd op een gegeven moment in zijn aanvragen terugloopt, maar in zijn zwaarte oploopt. Op het moment dat we dat soort dingen zien, dan kun je dus ook beter je prognoses maken. Dat proberen we vooral in dat dashboard boven water te brengen, zodat we zeg maar ook meer aan de voorkant kunnen komen en dan ook meer aan de voorkant duidelijkheid hebben: wat gebeurt er nou precies? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg: En daaraan toevoegen, mijnheer de voorzitter.

Kijk, mijn pleidooi is om binnen het dashboard ook dat grotere geheel steeds in kaart te hebben. Want nu krijgen we steeds kleine doorkijkjes, om het zo maar even te zeggen, waarbij je het gevaar loopt dat het grotere geheel verdwijnt. Dus dat dashboard is hartstikke goed en ik heb ook die demonstratie gezien, maar zorg ook dat steeds dat grotere perspectief, dat meerjarenperspectief goed in beeld blijft, want dat is uiteindelijk waar we naar streven. We hebben ook niet voor niets een stevig bezuinigingsprogramma opgesteld, juist om die trend neer te buigen. Dus hou ook die trend dan op een goede manier in de gaten, dat is eigenlijk mijn pleidooi. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Calis wilde nog iets toevoegen. De heer Calis: Even ter geruststelling voor de heer Van den Berg. De financiële klankbordgroep komt dus op 25 november bij elkaar. De voorzitter: Oktober. De heer Calis: De heren De Jong … 25 oktober, dank u wel. De heren De Jong en Van Midden kunnen daar niet bij aanwezig zijn, die heb ik dan ook dringend verzocht om hun vragen al van tevoren in te dienen, maar dat geldt uiteraard voor de andere fracties ook, zodat we daar ons beter kunnen voorbereiden. Alle vragen en antwoorden worden gedocumenteerd en rondgestuurd aan iedereen en uiteraard worden vragen en antwoorden dan komen aan bod in de begrotingsvergadering. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Van Midden: Mag ik daar dan toch even? Maar ik stel wel op prijs dat mijn eerste vraag over het effect van dit besluit op de begroting van dit jaar, dat die alvast beantwoord wordt, want die is relevant voor deze besluitvorming, lijkt mij. De voorzitter: In ieder geval voor de vergadering van de raad. Pagina 24 van 52

De heer Van Midden: Yes. De voorzitter: Mevrouw Niekus, u had nog één aanvulling? Mevrouw Niekus: Ja, eventjes ook nog wat technische dingetjes. Ik weet inderdaad dat het college erg aan het monitoren is om de kosten naar beneden te halen. Er worden ook diverse avonden georganiseerd om ons duidelijkheid te geven in allerlei onderwerpen. Zo hebben we inderdaad het normenkader gehad en ik heb begrepen dat daar al een positief resultaat uit is gekomen. De huishoudelijke hulp, ik heb begrepen dat het in zijn totaliteit een twee ton is wat eigenlijk bezuinigd wordt. Helaas zie ik dat niet zo hier terug in deze opstelling, misschien kunt u daar nog een kleine toelichting op geven. Wat mij hier verbaast in het stuk is dat de praktijkondersteuners hier in Laren nog steeds niet ingevuld zijn. Een praktijkondersteuner bij de huisarts zal heel veel onnodig doorsturen van jeugd naar GGZ-instellingen zijn en dat zal misschien toch ook weer de kosten gaan besparen. Misschien kunt u mij daar iets op zeggen waarom wij dat nog steeds Laren niet hebben. Dan zag ik in het stuk dat de dyslexie bij kinderen omhoogloopt en nog veel verder omhoogloopt.

Ik denk: accepteren wij dat gewoon dat al deze kosten voor dyslexie steeds meer omhooggaan, zit daar niet ergens een verkeerde prikkel in dat die kinderen allemaal doorgestuurd worden? Waarom zijn deze kinderen allemaal met een etiketje opgeplakt, dyslexie? Vaak komen daar dan scholen daar weer onder en die krijgen waarschijnlijk toch ook wel weer een hogere vergoeding, omdat het dan achterstandsklasjes worden, omdat je meer tijd moet besteden aan de kinderen. Maar ik hoor graag inderdaad of wij er iets aan kunnen doen om dat aantal naar beneden te halen. Verder hebben wij het eventjes gehad over de lumpsum. Ik ben van plan om de komende raad een motie in te dienen om u te ondersteunen om toch de inkoop meer te gaan motiveren om ook de specialistische jeugdhulp lumpsum toe te gaan passen, zodat wij de kosten wat meer in de gaten kunnen houden. Ik heb deze motie rondgestuurd naar alle fracties en ik hoop toch ook als ondersteuning om toch inderdaad onze kosten in de gaten te houden om daaraan mee te doen. Tot zover even, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De bezuinigingen worden pas in de loop van ’22 zichtbaar, zoals we dat ook in het dashboard gepresenteerd hebben. Je ziet nu voorzichtig een klein beetje de lijntjes ombuigen en voor de rest komen ze wel in het volgend jaar naar voren.

De praktijkondersteuner huisartsen, wij hebben er vrij lang over gedaan om tot een contact te komen met de huisartsen. We hadden een programma, althans, een aantal ideeën die we met hen wilden bespreken. Dat is pakweg anderhalf, twee maanden terug geweest en de huisartsen hebben zich bereid verklaard dat als wij nadere informatie konden geven over effecten elders, wat in andere plaatsen waar de praktijkondersteuner al werkt, hoe dat dat daar werkt en hoe dat dat bevalt. Ze wilden ook graag hebben dat vanuit hun eigen beroepsgroep een mening gegeven wordt over praktijkondersteuners. Daar zijn we op dit moment mee bezig. Althans, waren we mee bezig, alleen de dame die dat deed op MO, die is naar een andere gemeentes gegaan. Dus dat ligt ambtelijk even stil op dit moment, maar we proberen dat wel met de huisartsen te gaan realiseren. Voor wat betreft de prikkels in de dyslexie. Je krijgt niet zomaar het stempel dyslexie. Scholen moeten aangeven op een gegeven moment: wij hebben een kind dat dyslexie heeft. Dan wordt dat getest en daar is een bepaald programma voor wat ze dan doorlopen en dan wordt er aan het eind van dat programma gezegd: het kind heeft inderdaad dyslexie. Helaas moeten we constateren dat op dit moment bij vrij veel kinderen dat geconstateerd wordt.

Op dat moment willen we dus wel zo snel mogelijk daarop acteren om te zorgen dat de kinderen in hun verdere ontwikkeling daar geen of minder last van hebben. De lumpsummotie, ja, die kan ik alleen maar toejuichen, vooral omdat het idee zeg maar in de BEL-gemeentes is geboren om dat zo te doen en we toch een klein

Pagina 25 van 52

beetje tegenstand ontmoeten voor wat betreft de regio voor het oppakken van deze zaak. Dus u zou mij daar een goede dienst mee bewijzen. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk niet dat er een tweede ronde nodig is, de vragen gehoord hebbende. Dan zou ik dit punt willen afsluiten en doorleiden naar de raad van 5 … Of, eerst in de raad van … Sorry, de gewone raad te komen over tien dagen. Dan zou ik willen doorgaan naar … Als bespreekpunt, sorry, dank u wel. Wat? Nee, bespreekpunt. Het is een belangrijk genoeg onderwerp en we krijgen sowieso nog, hoe heet het, de toelichting over de cijfers. Dus een hamerstuk is … 6.

Bespreking Motie subsidieverlening padelbanen De voorzitter: Dan ga ik over naar punt 6, ‘Bespreking Motie subsidieverlening padelbanen’. De portefeuillehouder is de heer Stam. Voor dit onderwerp hebben we een inspreker, namelijk de heer Van Kampen. Ik wil zo de procedure doen: na de heer Van Kampen, als u plaatsneemt … Ton, daar is ook nog een … Nadat de heer Van Kampen, als voorzitter van ‘t Laer, klaar is met zijn speech, dan krijgt de commissie gelegenheid voor nadere toelichting en daarna gaan we het stuk pas behandelen. De heer Van Kampen, aan u het woord. Vijf minuten, de microfoon voor u. De heer Van Kampen: Ik doe mijn best, voorzitter. Dank u wel. Als voorzitter van tennisclub ’t Laer bij het hertenkamp en als inwoner van Laren wil ik graag mijn visie op padel in Laren geven. Padel is een snelgroeiende sport en ook in Laren kunnen we hier niet omheen. LLTC – met alle respect – is hier snel op ingesprongen. Toch vind ik dat er een aantal kanttekeningen gemaakt moeten worden, welke ik hierbij graag onder de aandacht wil brengen. De KNLTB, de landelijke bond voor tennis, is bovenop de padelsport gesprongen om hun verloop in leden kunnen omzetten van een daling naar een groei. Commercieel gezien is het verstandig van de KNLTB om padel als aanvulling op de tennissport te promoten.

Maar waarom valt squash daar dan niet onder? Wie zegt dat er over een aantal jaar er geen Koninklijke Nederlandse Padel Bond komt? In mijn ogen vullen de twee verschillende sporten elkaar goed aan, maar ze kunnen prima onafhankelijk van elkaar functioneren. De grootste leeftijdsgroep van padelspelers is tussen de 25 en 45 jaar, dit is landelijk al vastgesteld. Als je dit afzet tegenover de demografische cijfers qua leeftijd van de inwoners van Laren, is dit maar een beperkte groep. Als derde punt, landelijk gezien komen er steeds meer klachten over geluidsoverlast van padelbanen. Er is zelfs hiervoor een speciale website in het leven geroepen, Meldoverlastpadelbanen.nl. Een kleine quote van een inwoner uit Den Haag hieromtrent: “Het is gewoon nooit meer rustig. Er is van ’s morgens negen uur tot ’s avonds elf uur lawaai en ‘s avonds een enorme bak licht aan de overkant van onze huizen. Dat galmende geluid van die bal tegen het racket, maar ook tegen de glazen wanden eromheen is verschrikkelijk.” Op dit moment is de situatie zo dat LLTC padelbanen wil gaan aanleggen. SV Laren heeft dit ook onderzocht en ook mijn club, om het zo maar te zeggen, tennisclub ’t Laer is aan het onderzoeken naar de mogelijkheden. Wij werken hier onder andere samen met ’t Melkhuisje, dat is een ideale plek, maar ook midden in een woonbuurt, en we zijn dan ook in overleg met de tennisclub in Eemnes.

De gemeente kan in de komende jaren nieuwe aanvragen ontvangen voor een subsidie voor de aanleg van padelbanen als een investering in een nieuwe sport voor Laren, ook vanuit ’t Laer, en als daar een potje voor is zullen wij dat gaan aanvragen. In onze ogen en in mijn ogen is dit geen verduurzaming of onderhoud, maar een investering in een nieuwe sport. Kortom, kunnen de burgemeester, wethouders en de lokale politiek samen met de bestaande sportverenigingen niet eens kijken naar een gemeenschappelijke oplossing om padel, maar dit kan ook een andere sport zijn, te introduceren in Laren en beschikbaar maken voor alle inwoners? Denk hierbij aan de volgende opties: één locatie in Laren om padel te kunnen spelen voor alle inwoners met de mogelijkheid om te kunnen uitbreiden. Ik denk daar aan andere banen of andere sporten. Geen onderdeel van een tennisPagina 26 van 52

/padellidmaatschap, maar een apart lidmaatschap of een aparte vereniging om dit voor iedereen toegankelijk te maken die alleen maar padel wil spelen. Geen speciale voorrang of korting omdat je al lid bent van de vereniging, of van een buurt… buurvereniging, laat ik het goed zeggen. En als laatste, een locatie kiezen die gezien de groei en geluidsoverlast ideaal is binnen Laren. De locaties bij LLTC, maar ook niet bij ’t Laer, zijn niet ideaal voor de omwonenden. Een ideale locatie is een ander terrein en daar ben ik als voorstander nog steeds van dat het terrein bij SV Laren daar een mooie oplossing voor is. Als slot, laten we samen padel beschikbaar maken voor alle inwoners van Laren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Bij mijn inleiding heb ik vergeten te vertellen dat de heer Stam wordt bijgestaan door mevrouw Schols, welkom. Mijnheer Van Kampen, wilt u nog even blijven zitten? Want de commissieleden hebben nu het recht vragen aan u te stellen over datgene wat u gezegd heeft. Liberaal Laren, mevrouw … Mevrouw …: Dank u wel, voorzitter. Heeft u een locatie op het oog? De heer Van Kampen: Wat ik zei, ik denk het terrein bij SV Laren is een ideale plek. Weinig omwonenden en dus minder last van de herrie, het geluid van de padelsport, maar ook de mogelijkheid om verder te kunnen uitbreiden. Mevrouw …: Dank u. De voorzitter: Larens Behoud, de heer Loeff.

De heer Loeff: Dank u. Ik heb één vraag. U had het over, u onderzoekt vanuit uw vereniging ook padelbanen. U had het over buiten Laren, maar stel dat het in Laren zou zijn, en dat zouden open banen zijn, dan liggen ze ook midden in een woonwijk. Zouden dat dan overdekte banen worden, of hoe ziet u dat? De heer Van Kampen: Padel zie je als sport ook in binnenlocaties, om het zo maar te zeggen. Die zijn er ook. Maar ik denk, ja, hier in Laren zie ik daar niet zo één, twee, drie een mogelijkheid, tenzij je daar een compleet sportcomplex voor zou moeten neerzetten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Geen. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Aansluitend op de vraag van de heer Loeff. Eerste vraag is nog, de sporthallen bij de hockeyvelden, die tennishallen, zouden die daar geschikt voor gemaakt kunnen worden? Dat is eigenlijk vraag één. Vraag twee is, inderdaad Eemnes is ook bezig met onderzoek van padelbanen. Ik heb het misschien gemist, maar ik vroeg mij even af of mijnheer inderdaad zeg maar in de discussie waar we nu in beland zijn al eerder ook heel formeel ook benaderd is. Misschien heeft u er wel iets van gezegd, maar dan heb ik dat gemist, om ook zeg maar die vragen om uitgedaagd te worden om mee daarover te denken. Dat heb ik even gemist of dat wel of niet zo is. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Kampen.

Pagina 27 van 52

De heer Van Kampen: De hallen bij Sprokkelenburg, dan zou ik mijn persoonlijke mening geven: ja, die zijn daarvoor geschikt, maar het is een commerciële club. De tweede vraag van u snap ik niet helemaal. Wij hebben … Ik probeer hem te beantwoorden. Wij hebben regelmatig overleg met de sportvereniging in Laren, maar ook buiten Laren. Wij kijken als tennisclub bijvoorbeeld ook naar overleg met ’t Melkhuisje, omdat het qua locatie en aantal leden redelijk overeenkomt. Ook met Eemnes praten wij over: wij hebben gehoord dat jullie padelbanen willen aanleggen, wat is jullie idee – en ik heb daar nog geen antwoord op gehad – qua lidmaatschap? Is dat een combinatie met tennis, of is het alleen maar een padellidmaatschap? Want stel je voor dat bij ’t Laer geen padelbanen zouden kunnen komen, zou ik best wel graag aan mijn leden, want ik weet dat ik daar genoeg leden voor heb die dat best wel willen spelen, maar alleen een padelabonnement willen hebben en niet een combinatie met tennis. De heer Van den Berg: Dank u wel voor de beantwoording. Maar dan versta ik dat inderdaad in de Larense situatie met drie tennisverenigingen daar die communicatie niet heeft voorgekomen, maar omdat dus de LLTC in ieder geval eigenlijk heel ondernemend een sprong voorwaarts heeft gedaan. De heer Van Kampen: LLTC, met alle respect, heeft ons ook uitgenodigd.

Wij hebben daar ook een gesprek gehad met de voorzitter, maar daar kwam heel snel naar voren een tweetal zaken. Dat zij een abonnement met combinatie met tennis zouden doen. Ik zeg: ja, dan wordt het heel moeilijk om daar verder in te kunnen samenwerken. Daarna ging de discussie over: wij zullen leden van jullie gaan afsnoepen. Ik zeg: nou ja, dat zou heel goed kunnen, maar de doelgroep is er niet, daarom zal ik ook als tennisclub moeten kijken naar padel. De voorzitter: Dank u wel. Ja, gaat uw gang, D66. De heer …: U hebt een mogelijkheid geboden voor een alternatief, dat wil zeggen bij SV Laren en dat zou dan betekenen dat daar dus overleg moet zijn tussen de drie tennisvereniging om gezamenlijk daar te gaan zitten. Dat begrijp ik van u. Mijn vraag is: hebt u in de afgelopen maand, de afgelopen maanden, de afgelopen jaren contact gehad met niet alleen die collega’s van die twee andere tennisverenigingen, maar ook met het college om dit als zodanig in die context te bespreken? Wij zijn eerder geïnformeerd door de wethouder dat het alternatief SV Laren, om een aantal redenen die hij niet helemaal heeft uitgelegd, maar de conclusie was in ieder geval dat SV Laren de locatie niet geschikt zou zijn voor padelbanen. Dat was de informatie van de zijde van de wethouder.

Maar hebt u de afgelopen, zeg maar het laatste halfjaar op politiek niveau contact gehad om uw suggestie als zodanig verder uit te werken? De heer Van Kampen: Ik heb op politiek niveau contact gehad met Larens Behoud, omdat daar ook een aantal leden van ons lid zijn van de club. Ik heb contact gehad met LLTC, maar toen was eigenlijk de subsidie al rond. En verder niet op politiek niveau, nee. De heer …: … als zodanig? De heer Van Kampen: Nee. De heer …: Mag ik vragen waarom eigenlijk niet? De heer Van Kampen: Het is, ik moet zeggen, heel snel gegaan allemaal. Ook voor ons, wij denken al aan padel een paar jaar, maar de sprong is heel erg recentelijk gekomen dat de groei in padel heel hard is toegenomen. Wij waren er ook niet van op de hoogte vooraf dat LLTC subsidie voor padelbanen had aangevraagd, nee.

Pagina 28 van 52

De voorzitter: Dank u wel. VVD, nog vragen aan de heer Van Kampen? Niet? Dan dank ik u … O, pardon. Mevrouw …: U zegt net inderdaad dat de tennisclub alleen maar tennis met padel aanbiedt, maar dat weet ik dat dat niet zo is. Je kan ook los daar gaan padelen en een los lidmaatschap tennis hebben. Dus ook de mensen van ’t Laer kunnen ook dan padelen op die baan. De heer Van Kampen: Dan herhaal ik eventjes wat de voorzitter destijds van LLTC tegen mij heeft gezegd, dat is dat voor de bestaande leden van LLTC hebben zij de mogelijkheid om te kiezen tussen tennis of tennis en padel. Voor de nieuwe leden is het een combinatie van tennis en padel. Overigens, ik heb toch even wat ‘…’. De voorzitter: We gaan geen discussie nu aangaan. De heer Van Kampen: Nee, het is geen discussie, ik wil alleen een opmerking maken, want mevrouw Timmerman weet ook dat ik die vraag vanmorgen gesteld heb aan Ewald Frénay, voorzitter van LLTC, van joh, ben je bereid ’t Laer de mogelijkheid te bieden met arrangementen om ook bij jullie te komen tennissen en die bereidheid is er. Kijk, je loopt natuurlijk het gevaar dat je het paard van Troje binnenhaalt en dat je zegt, het is zo gezellig bij LLTC, ik word daar meteen maar tennislid in plaats van bij ’t Laer.

Maar de bereidheid is er, althans, dat heeft hij zo expliciet uitgesproken om ook met ‘t Laer speciale arrangementen te maken om het voor jullie mogelijk te maken. Dus dan ben je eigenlijk al waar je wilt zijn, in mijn beleving. Maar goed, misschien ook goed om dat expliciet bij hem te toetsen hoor. De voorzitter: Mijnheer Van Kampen, bedankt. Je krijgt na de discussie nog 2 minuten de tijd om dan te reageren op wat er gezegd is. De heer Van Kampen: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu aan de commissie de discussie. Mijnheer Van den Berg, mag ik u vragen of u begint? De heer Van den Berg: Ik ben eigenlijk in blijde afwachting van de set vragen. De heer…: Ik meen begrepen te hebben, ook via het presidium, dat de bedoeling is vanavond dat ik in eerste instantie, dus nu en niet nadat wij gesproken hebben, dit college gaat vertellen welke gevolgen zij verbindt aan de motie die is aangenomen, wat is de stand van zaken op dit moment? En in het licht van het exposé van de wethouder lijkt het me dan nuttig dat we daar een antwoord op geven. Dus het is nu denk ik eerst aan het college om te zeggen, naar aanleiding van wat er gebeurd is, dit is de stand van zaken, dat is wat we gaan doen en dan kunnen we daarop reageren. Dank u wel. De voorzitter: Is iedereen het daarmee eens? Goed.

De heer Stam, mag ik u dan het woord geven? De heer Stam: Ja, in die zin vindt dat prima en uiteraard, als u dat graag wil, dan gaan we dat ook doen. Aan de raad is gesteld, aan de commissies is gevraagd vragen in te dienen. Dat zouden ze tot en met vorige week woensdag doen en de enige vraag die we ontvangen hebben, de vragen die we ontvangen hebben waren afkomstig van Liberaal Laren. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg.

Pagina 29 van 52

De heer Van den Berg: Volgens mij is er in de vorige commissievergadering een uitgebreide set vragen ingediend door Larens Behoud en in mijn beleving zijn die misschien wel voor een belangrijk deel beantwoord maar ook niet allemaal. Aanvullend de vragen van Liberaal Laren en dan de motie is volgens mij al voldoende, want daar lag voldoende inhoud in om dit te bespreken. De voorzitter: Ik ben het met u eens, maar als er leden van de commissie zijn die graag het woord eerst, van de heer Stam, van de portefeuillehouder, heb ik daar geen punt mee. De heer Stam: In die zin ben ik er wel door verrast maar ik zal proberen daar mijn best voor te doen. Kijk, ik heb in de vorige raadsvergadering uitgebreid, volgens mij, in een vrij lang betoog antwoord gegeven op de vragen van Laren Behoud. Het lijkt me niet zinvol, maar ik hoor wel wat u daarvan vindt, om dat nog eens een keer te gaan herhalen. Dus ik kan hoogstens nog eens proberen samen te vatten wat in mijn antwoorden besloten lag, en dat zijn vragen die ik, als ik ze zou moeten samenvatten, nog eens zou willen concentreren op een aantal onderdelen daarvan. In de eerste plaats de vraag die aan de orde is gekomen, was het college bevoegd. Nou, daar heb ik in de antwoorden een antwoord op gegeven, ja, het college was bevoegd om dit soort besluiten te nemen op basis van een artikel drie lid één van de algemene subsidieverordening.

Dat heb ik ook in antwoord op de vragen van Liberaal Laren op pagina vraag vier van Liberaal Laren ook nog eens uitgebreid aan de orde gesteld. Dat is in samenhang met de ... Dat artikel luidt, het college bevoegd om op basis van door de raad vastgestelde beleidsregels, in de beleidsregels lezen dan als dat is de regeling investeringssubsidies sport en scoutingvereniging Laren van begin 2019. En van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. Nou, daar is ook in dat stuk op antwoord van de vraag vijf van Liberaal Laren is daar een antwoord op gegeven, in de begrotingen, respectievelijke begrotingen van 2019, ’20 en ‘21 zijn geld bedragen opgenomen, door de raad goedgekeurd en binnen die twee lijnen, dus de basis van de beleidsregels en de financiële middelen, is het college bevoegd die subsidies te verstrekken. Daarnaast, dat lijkt me een vrij belangrijk punt.

Een ander punt is natuurlijk, heeft het college die bevoegdheid dan juist gebruikt? Daarvan heb ik ook een aantal antwoorden al zowel in antwoord op de vragen van Liberaal Laren als in de eerdere vragen van Larens Behoud gegeven waarbij ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat in de regeling investeringssubsidies, waar ik het net ook al over had, de accommodaties en voorzieningen, dat afgesproken is dat accommodaties en voorzieningen op een adequaat kwaliteitsniveau gehouden of gebracht moeten worden en dat we graag het vitale sportaanbod willen behouden in het dorp. Ik heb aangegeven dat we dat betreft de definitie van accommodatie is een gebouw of een voorziening en een voorziening, ook volgens Van Dale is een middel of mogelijkheid om te sporten, dat is bijvoorbeeld een terrein voor balspelen. Dus een voorziening is ook een terrein waar je sport op kunt bedrijven, bij voorkeur met een bal, als ik Van Dale goed mag begrijpen. De investeringskosten worden gedefinieerd als kosten voor de aanleg, de renovatie of de uitbreiding van accommodatie. Dat betekent dus, wat mij betreft, dat er sprake is van een investering in een nieuwe voorziening en dus een uitbreiding van de accommodatie van LLTC Laren in dit verband en dat draagt bij aan de versterking van het vitale klimaat en aan het multifunctionele gebruik van het complex en heeft een aantoonbare sportieve urgentie.

Nou, daar kan ik nog veel uitgebreider op ingaan, maar ik heb geprobeerd in de antwoorden die ik heb gegeven aan Liberaal Laren, ook daar nog eens een keer nadrukkelijk op te wijzen. Dus wat dat betreft is het antwoord van het college, is die bevoegdheid juist gebruikt, ja, het antwoord is wij hebben die bevoegdheid op een juiste manier gebruikt. Uiteindelijk kom je dan op een vraag waar ik bij de, in antwoord op het aannemen van de motie ook al een aantal dingen in de raad over heb gesproken, je komt op de vraag, is dit een juridisch onomkeerbaar proces of niet? Daar heb ik vorige keer al van gezegd, dat is het volgens mij. En de vraag die vervolgens aan de orde komt, zijn er dan lessons learned die in het proces aan orde kunnen komen? Daarvan heb ik ook in de raad al gezegd dat het college aan heeft gegeven dat het wellicht beter was geweest om in een vroeger stadium de raad te vragen naar meningen en Pagina 30 van 52

gevoelens. Je zou kunnen afspreken met elkaar om dat in de toekomst op een andere manier te regelen. Ik heb een suggestie gedaan om dat te doen bijvoorbeeld bij grotere subsidies dan bijvoorbeeld € 100.000. Je ziet ook in de staat die aan Liberaal Laren in de beantwoording van de vragen aan Liberaal Laren ter beschikking is gesteld, dan zie je ook, in die drie jaar dat we vrij grote bedragen ter beschikking hebben gesteld. Een nieuwbouw renovatie clubhuis SV Laren van € 275.000, de nieuwbouw voor het scouting clubhuisgebouw € 130.000 en in dit geval voor de padel ook een bedrag boven de € 100.000. Dat zijn op zichzelf natuurlijk forse bedragen, maar ik kan me voorstellen dat de raad zegt, daar zullen we in de toekomst wat mee moeten doen en ik heb daar voldoende in beantwoord - althans, ik vond het voldoende beantwoord - aangegeven dat dat wel degelijk vraagt wellicht aanpassing en als de raad meent dat dat het geval moet zijn dan moeten we dat vooral gaan doen. Dan zijn er verder een heleboel andere zaken die ik maar even overlaat nu aan de commissie. Waar het gaat … Ik heb al iets gezegd over de juridische positie waarbij ik ook nog een keer aandacht gevraagd voor het feit dat een derde partij, in dit geval een LLTC, mocht vertrouwen op een toezegging die het bevoegd gezag heeft gedaan en dat is in Nederland toch een niet onbelangrijk proces.

Als een toezegging wordt gedaan door iemand die in staat is gesteld om dat gezag ook uit te oefenen, dan mag die derde daar op vertrouwen. En ik heb ook vorige keer aangegeven dat vier maanden, we zijn inmiddels ruim vier maanden na datum, hebben we ook een positie waarin LLTC heel grote stap heeft gedaan om dat ook allemaal inmiddels mogelijk te gaan maken. Dan de afweging van de plek van de padelbaan - ik hoor mijnheer Van Kampen daar het een en ander over zeggen - daar kan je lang over twisten. Ik heb in de beantwoording aan de raad uitvoerig getracht aan te geven dat wat ons betreft SV Laren wel aan de orde is gekomen, dat was overigens ook na datum, maar dat we dat met elkaar toch uiteindelijk hebben afgewezen en dat ook ik van het SV Laren bestuur heb begrepen dat ze daarmee konden leven. Dan hebben we nog aan u gegeven een stuk in de chronologie en ik kan ook wel even, dat is tenslotte een nieuw, ingaan op de vragen van liberaal Laren, als u dat wenst.

Die heeft u natuurlijk allemaal keurig ontvangen op papier en ik weet niet of het nodig is om dat nu te doen of dat u zegt, die vragen die hebben we allemaal in ons bezit, als daar verduidelijking voor nodig is, voordat ik al die antwoorden nou ga oplepelen, die u al schriftelijk zijn verleend, is het misschien verstandig, maar ik doe maar een suggestie, mijnheer de voorzitter, om dat toe te staan aan de commissie om de verduidelijking te vragen, of op een andere manier daar met mij over te praten. Dat is wat mij betreft, als u daarin vraagt, in eerste instantie mijn, het voorstel van deze kant. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg, mag ik u vragen. De heer Van den Berg: Opdat we de vragen op papier hebben beantwoord gekregen, maar ik denk dat het wel goed is om even gewoon, want het is een commissiebehandeling, het is nogal zwaar aangezet met een motie en dat hebben we niet voor niks gedaan, dat die vragen toch even ordentelijk worden herhaald en ook gewoon even worden verteld. Kijk, het punt is dat we hier in de commissie nu dan ook over van gedachten kunnen wisselen en anders blijft het een beetje op de achtergrond. Dan begin ik bijna te denken, als de collega’s niet dit zouden willen behandelen, door dat nog even aan te horen, kun je bijna denken, wat doen we dan eigenlijk met de motie? De voorzitter: Nee, ik wou hem nu behandelen, de vragen c.q. eigen vragen.

Daar mag u mee beginnen. De heer Van den Berg: Laten we eerst de vragen die van Liberaal Laren en Laren Behoud zijn beantwoord. Nou goed, oké. Liberaal Laren en dan de motie en dan zien we wel hoe de discussie ook loopt. Wij hebben niet aanvullend nog extra vragen buiten dat zo meteen als we de discussie hebben, toch je een hele vraag vooruit kan stellen. We zijn er niet voor een enkele sportvereniging, we kijken naar sportbeleid breed. Ik denk dat als de een of andere vereniging zich meldt, dat we niet moeten gaan bewerkstelligen dat er een soort Pagina 31 van 52

concurrentieslag tussen verenigingen ontstaat. Sterker nog, als dit doorgaat en ’t Laer en voor mijn part SV Laren, ook met dit soort verzoeken, kun je niet gaan zeggen, ja, dat doen we dan niet. Dus het gaat me ook om het gelijkheidsprincipe en de afweging, ik zoek naar de afwegingen die nu gemaakt zijn waarom dan op een ingeschoten is, maar dat is eigenlijk inherent aan de motie. Dus daar gaat de discussie over. De voorzitter: U stelt dus voor eerst de vragen van Liberaal Laren? Dan geef ik het woord aan Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Goed, vraag een. In de raadsvergadering van afgelopen maand is door de wethouder aangegeven dat er vanaf 2019 al gesprekken worden gevoerd over uitruilgrond, subsidieverstrekking padelbanen op basis van de investeringssubsidie sport. Dat verbaast ons omdat zowel in begrotingen als jaarrekening 2020-2021 niets over deze plannen met bijbehorend budget wordt vermeld. Zelfs niet als plan in de begroting 2021, terwijl alle andere plannen daarvoor wel vermeld zijn, zeer uitgebreid. Waarom niet? De voorzitter: Aangezien de vragen doorlopen met elkaar, denk ik … Mevrouw Timmerman-Hamers: Ga ik verder. Vraag twee. In diezelfde raadsvergadering is op onze vraag uit wel jaar het subsidiebedrag komt geantwoord, 2020.

Kunt u hierover opheldering geven? Het is nu 2021, wat was het totaalbedrag in de begroting 2020 voor de accommodaties in algemene zin, voor dat subsidiejaar en was hiervoor niet al een andere besteding voorzien? Vraag drie. In de subsidieverordening kunnen we lezen dat er een tendersysteem wordt toegepast waarbij de aanvraag voor een bepaalde datum moet zijn aangevraagd en op basis van toetsingscriteria de volgorde wordt bepaald. Vraag, op welke datum is de aanvraag ingediend? Vraag, welke toetsingscriteria zijn er gehanteerd? Een van de toetsingscriteria is aantoonbare urgentie. Vindt u dat hiervan sprake is en zo ja, kunt u dit aantonen? Vraag vier, in de jaarrekening van 2020 kunnen we als doel van sportsubsidies accommodaties op pagina 45 lezen, faciliteren van sportclubs, ook de kleinere bij achterstallig onderhoud, renovaties van hun sportaccommodaties en voldoen aan de regelgeving waardoor sporten toegankelijk blijft voor iedereen. Vraag, onder welk onderdeel van deze doelstelling vallen nieuwe padelbanen? Hele antwoord. Vraag vijf, kunt u ons een gespecificeerd overzicht geven van welke bedragen voor welk jaar via de begrotingen ter beschikking zijn gesteld, 2018, ’19, ’20 en ’21 en welke verenigingen hiervan voor welk doel gebruik hebben gemaakt en tegen welk bedrag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808141/1