CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210922 R&I transcript

Commissie Ruimte en Infrastructuur 12 oktober 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie R&I d.d. 22 september 202133.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

zullen dat ook nog doen. Ik zit hier alleen omdat ik door mijn professie van deze materie meer afweet dan zij. Ik zit hier, omdat er al bijna vier jaar door het college plannen voor het voormalige Rabokantoor worden voorgelegd. Er zijn twee keuzenotas gepresenteerd, die geen keuze inhielden en werden afgewezen. Ik zit hier, omdat er door het college een woningbouwnota werd geproduceerd, terwijl om een visie voor de toekomst was gevraagd. Maar vooral omdat er sprake was van stelselmatige misleiding van de gemeenteraad door het college, c.q. de verantwoordelijke wethouder. Er werd zeer selectief geshopt in allerlei rapporten en telkens werden onjuiste conclusies getrokken. Dat gebeurt nog steeds. Ik zit hier, omdat de verantwoordelijke wethouder tot driemaal toe heeft toegezegd met de omwonenden in gesprek te zullen gaan, maar zich niet aan die toezegging hield. Toen de omwonenden zelf het initiatief namen, voelde hij zich bedreigd en werd door hem een communicatiebureau ingeschakeld. Een absoluut zwaktebod, door iemand die niet in staat is om zelf te communiceren. De opdracht aan het communicatiebureau was: de communicatie herstellen. Welke communicatie? Er is nog nooit een gesprek geweest. Er was slechts een falende wethouder, die zich niet aan zijn toezeggingen hield.

Ik zit hier, omdat zelfs de klankbordgroep die op advies van het communicatiebureau in het leven werd geroepen niet serieus werd genomen. De heer Van Uhm achtte het, toen hij begreep waar het aan schortte, beter de discussie breder te trekken en het hele dorp mag meepraten. Tijdens de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep bleek dat vier van de zeven leden voor behoud van het voormalige Rabokantoor waren. Hierop gaf de heer Voerman aan dat dit niet haalbaar was en vervolgens werd alleen van gedachten gewisseld over alternatieven, iets anders was niet mogelijk. Het verslag van deze bijeenkomsten van de klankbordgroep, dat in de bijlage voor de vergadering is opgenomen, is van de hand van de heer Van Uhm, het is nooit aan de leden van de klankbordgroep voorgelegd. Een oordeel is aan u, waarbij u zich dient te realiseren dat de wethouder de opdracht aan de heer Van Uhm gaf. Ik zit hier omdat er nauwelijks is gereageerd op onze uitnodiging om afgelopen zaterdag met ons kennis te nemen van de situatie ter plaatse. Om even met ons een rondje te lopen en te zien welke gevolgen het voorliggende plan voor ons zouden kunnen hebben. Alleen Jacqueline Timmerman en Wim van der Zwaan namen de moeite om te komen kijken.

Hebben alle anderen een duidelijk genoeg beeld om een oordeel te vellen? En realiseert u zich dat de plannen bebouwing in de tweede lijn inhouden? Wat volgens de bestaande afspraken helemaal niet is toegestaan. Ik zit hier, omdat de ontwikkelaar op het huidige parkeerterrein twee gebouwen wil realiseren met een nokhoogte van maar liefst 12,5 meter. Alle omliggende gebouwen zijn maximaal ongeveer zeven meter hoog, zowel alle woningen als het kantoorgebouw De Lindenhorst aan de Stationsweg. Het bestemmingsplan staat overigens maximaal acht meter toe. De voorgestelde gebouwen op het parkeerterrein worden eufemistisch paviljoens genoemd. Volgens Van Dale zijn paviljoens kleine bijgebouwen. 12,5 meter hoge flats kun je toch geen bijgebouwen noemen? Ik noem dit wederom bewuste misleiding. Ik zit hier, omdat als u akkoord gaat met dit voorstel, ik vanuit mijn werkkamer het torentje van de Johanneskerk niet meer kan zien. Ook de torens van de basiliek zal ik niet meer kunnen zien. Als ik ga staan vang ik misschien nog een glimp op van het kruis dat op de zuidelijke toren staat. Maar ik zit hier niet voor mijn belang. De bewoners van de Dammaat zouden er pas echt onder lijden, daarom zit ik hier. Maar vooral omdat ik helemaal genoeg heb van de bewuste en stelselmatige misleiding van de gemeenteraad en de bewoners van ons dorp. Ik zit hier om u te vragen dit voorstel af te wijzen.

Naar mijn stellige overtuiging zou het van fatsoen spreken als een besluit omtrent het voormalige Rabokantoor wordt betrokken in een brede discussie over de toekomstige huisvesting van het gemeentebestuur. Dat het zittende college nog even snel het huidige gemeentehuis zou willen verkopen is een regelrechte belediging van de inwoners van Laren. Laat het over aan het college dat na de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar ons dorp bestuurt. Voorkom eenzelfde rel als bij het plan om de Brink te toveren in een openbaar riool en en passant honderd bomen te kappen. Iedereen weet waar dat toe heeft geleid. Ik doe een beroep op uw gezond verstand, uw liefde voor ons dorp en ik verzoek u nadrukkelijk om geen politiek spelletje te spelen. Ik dank u.

Pagina 17 van 48

De voorzitter: De heer Oomkens, dank u wel voor uw inbreng. Van deze zijde in ieder geval sterkte met uw zieke vrouw. Ik ga nog even naar de collega’s kijken, is er iemand die nog een verhelderende vraag heeft? Anders doen we dat in de tweede ronde. Ik zie toch nog de hand van de heer Loeff omhooggaan. Mijnheer Oomkens, als u nog even plaats wil nemen. Misschien heeft de heer Loeff … Niet misschien, die heeft een vraag aan u. De heer Loeff: Ik heb een vraag inderdaad. Dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Oomkens, u zei: er wordt gebouwd in de tweede lijn en volgens afspraken is dat niet toegestaan. Kunt u dat verduidelijken? De heer Oomkens: Ik heb niet helemaal helder voor ogen waar het is vastgelegd, maar ik weet uit de overlevering dat er in het verleden duidelijke afspraken zijn gemaakt over tweedelijnsbepalingen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkens: Maar als u dat graag wil, dan ga ik daar zeker achteraan. De heer Loeff: Ja, u stelt het heel helder, zo van: volgens afspraken niet toegestaan. Maar dank voor de toelichting. De heer Oomkens: Het is u niet bekend, begrijp ik? De voorzitter: Niet in de context, begrijpen wij. Dan nog een vraag aan u, mijnheer Oomkens, van mevrouw Timmerman. Een vraag, hè, mevrouw Timmerman? Mevrouw Timmerman-Hamers: Mijnheer Oomkens, u zei net: wij zijn niet uitgenodigd.

Is er helemaal niemand uitgenodigd? De heer Oomkens: Niet dat ik weet, geen van de omwonenden, in ieder geval. Mevrouw Timmerman-Hamers: Niet de mensen die hier allemaal aanwezig zijn? De heer Oomkens: Nee, niemand. De voorzitter: Dat is ook een helder antwoord op een heldere vraag. Mijnheer Oomkens, dank u wel. Als u straks in de tweede termijn nog twee minuten wil nemen, dan kan u nog weer plaatsnemen en dan roep ik u straks nog weer naar voren. We gaan nu luisteren naar de tweede persoon die zich heeft aangemeld en dat is de heer K. Lagerweij, omwonende. Die is dan vanuit zijn positie als omwonende lid geweest van de klankbordgroep waar het zojuist al over ging. De heer Lagerweij gaat zitten, u ook heeft vijf minuten. Welkom. De heer Lagerweij: Dank u wel. Geachte commissie en voorzitter van de commissie en gasten, ik sluit me grotendeels aan bij mijn voorganger, Boudewijn Oomkens. Ik sluit me ook aan bij de inzendingen van de andere bewoners van de Dammaat. Ik spreek niet namens de bewoners van de Dammaat, heb ik ook niet gedaan tijdens mijn rol in de klankbordgroep. Ik wil het hebben eigenlijk over het volgende. Ik heb net als u gelezen het voorstel van de heer Stam, zes pagina’s, wat gaat om de meningen en gevoelens van de RIcommissie te peilen ten opzichte van het Rabobankplan, bestemmingsplan. Die moet natuurlijk gebaseerd worden op de verstrekte informatie.

Naar mijn idee, naar mijn mening is de informatie die wordt verstrekt onjuist, onvolledig en totaal subjectief, dus dat is wel een beetje in lijn met wat Boudewijn Oomkens net zegt. Ik moet eerlijk zeggen: ik ben blij dat ik ook even in het vorige onderwerp erbij was, dat ik ook zie dat er toch Pagina 18 van 48

wel wat foutjes gemaakt worden met adressen en dat soort dingen en dat is eigenlijk de lijn waar ik ook een beetje op door wilde gaan. Ik zal een aantal voorbeelden geven waarvan ik vind dat ze onjuist zijn, feitelijk onjuist of onvolledig, of zelfs echt wel subjectief. Ik vraag me eigenlijk af: is dat nou expres of is dat onzorgvuldig? Ik doe even een quote’je uit de zes pagina’s, het voorstel van mijnheer Stam. “De woningen 7, 7A en 9 – het gaat over de Dammaat – krijgen bouwvolume waar niet is gebouwd.” Dat is feitelijk onjuist, want ook Dammaat 5, daar staat geen bebouwing achter en wordt wel degelijk bebouwd. Dan kunt u zeggen: ja, dat is een beetje pietluttig. Maar ik vind dat we het hier toch wel over serieuze zaken hebben, als we al 15 en 15A door elkaar gaan halen, dan vind ik ook dat als we duidelijk 7, 7A en 9 noemen, dan moet ook nummer 5 daarbij. Dan wordt er even achteraan gezegd: “De afstand van het appartementengebouw – in dit geval geen paviljoen, maar appartementengebouw en bestaand – is voldoende groot, dus aanvaardbaar.” Dat staat er gewoon, maar er wordt verder niet onderbouwd, terwijl er toch flink wat bijlagen zijn, waarvan één bijlage zelfs 520 pagina’s. Ik weet niet of u die allemaal heeft gelezen. Ik wel. Maar in ieder geval, daar staat niks over dat de afstand of wat dan ook, dat die oké is.

Dan staat er verder in het zes pagina-verhaal geen woord over privacy en uitzicht. Ik weet niet of dat bewust is. In ieder geval wel over de bezonning. Daar hebben we weer een feit wat niet correct is, namelijk: alleen Dammaat 7, 7A en 9 krijgen minder zon en dit is acceptabel. Nou, oké, dat is een aanname. Maar ook weer op pagina 35, 38 en 41, waar de bestaande en de nieuwe situatie worden vergeleken, in ieder geval geldt voor Dammaat 5 dat ik in dit geval 5 maanden geen zon heb. Nou, vind ik toch wel een beetje een misser. Waarom wordt dit niet genoemd, denk ik dan? Nogmaals, is het expres, om het allemaal wat kleiner te maken dan het is? We hebben ook al eerder gehoord dat wij ons echt zorgen maken dat er niemand met ons praat. Nou, ik zeg niet niemand, maar in ieder geval de mensen die erover gaan niet met ons praten. Of is het onzorgvuldig? Dat kan ook, maar dat vind ik eigenlijk nog veel erger, want als wij hier allemaal zitten, informatie tot ons krijgen die niet klopt en vervolgens gaan we daar allerlei meningen en gevoelens over hebben, dan maak ik me echt wel zorgen over dit hele verhaal. Eigenlijk vind ik dit wel heel illustratief, daar heeft Boudewijn Oomkens het ook al over gehad, eigenlijk voor de hele gang van zaken. Er wordt gedaan alsof alles transparant is en open, en eigenlijk is dat toch een beetje een wassen neus.

Dat kan ik ook zeggen, omdat ik lid ben geweest van de klankbordgroep. Het heeft destijds, hoe het is begonnen, ik geloof vier jaar geleden al, is dat er eigenlijk een projectontwikkelaar is geweest die voor relatief veel geld een terrein heeft gekocht waar een kantoor op stond en hij heeft de gok genomen – dat was zijn gok en zijn risico, misschien goed gedaan, zeker respect voor ondernemers – met het idee van: dit duwen we er wel door. Daar kom ik weer bij allerlei informatie die aan ons verstrekt is die niet volledig was, niet feitelijk en ook wel onzorgvuldig. Dat heeft een heleboel weerstand opgeleverd, daar hoef ik niet weer over te beginnen, maar er waren veel tegenstanders, mensen die niet tegen waren en ook voorstanders. Toen is er inderdaad, dat verhaal heeft Boudewijn verteld, werd die klankbordgroep in het leven geroepen en daar zijn maar acht mensen, uit mijn hoofd, waren daar aanwezig uit de gelederen van Laren. Wat op zich natuurlijk heel goed is, want dit gaat niet alleen de bewoners aan, maar ook de rest van Laren. Nou zat ik daar niet in als vertegenwoordiger van de omwonenden, maar gewoon als Kay Lagerweij, bewoner van Dammaat 5. Wat er inderdaad is gebeurd, de opdracht werd gesteld: je moet aan de ontwikkelaar twee voorstellen op basis van het bestaande gebouw, twee voorstellen op basis van het nieuwe gebouw.

Wat er uiteindelijk is gebeurd is dat er twee voorstellen of eigenlijk één voorstel is geweest op basis van het bestaande gebouw en dat leek eigenlijk ook wel een nieuw gebouw. Dus per saldo was er eigenlijk helemaal geen sprake meer: kunnen we het bestaande gebouw zo laten zoals het is? Uiteindelijk werd het een, dit was mijn visie, een discussie over wat is mooi en wat voor baksteen en moet er een hoog of laag torentje, het moet op een postkantoor lijken. Dat soort dingen, daar ga ik graag in mee, vind ik ook interessant. Ik moet ook zeggen dat ik het ontwerp helemaal niet lelijk vind, laat ik dat als positief iets zeggen. Alleen ik heb wel steeds duidelijk gemaakt dat ik gewoon niet blij ben met de zogenaamde paviljoens of appartementengebouwen, omdat ze veel te hoog zijn, veel te pompeus. Ik kan u vertellen: ik ben destijds in de Rabobank geweest, bij de maquette. Daar heb ik mijn Pagina 19 van 48

huis, op schaal nagemaakt, hierzo neergezet. Dit is het paviljoen, een beetje uit verhouding, geef ik toe. Maar dit krijgt u in uw achtertuin. Nou, daar schrok ik me echt te pletter van. Ik ben daar eigenlijk ook gewoon gestopt met discussiëren over dit hele verhaal. Ja, ik ga afronden. Wat ik vervelend vind aan de klankbordgroep is dat er eigenlijk geen weging zit in iedereen zijn stem. Ik bedoel, ik had één achtste stem, maar ik vind dat degenen die het direct aangaat een zwaardere weging moeten krijgen. Ik vind ook dat wij niet of veel te weinig gehoord zijn. Ik vind ook dan dat dit voorstel niet goedgekeurd moet worden en ik vind eigenlijk dat er een gesprek moet komen tussen de gemeente, laat ik dat even zo zeggen, de projectontwikkelaar en de omwonenden. In plaats van dat we nu een voorstel neer gaan leggen, dan de zienswijzen allemaal gaan vergaren. Dat kost allemaal extra veel tijd. Het lijkt me veel beter ook voor de projectontwikkelaar om in gesprek te treden met alle bewoners om zo te zorgen dat we iets krijgen waar we allemaal tevreden mee zijn. Daar wou ik het bij laten. De voorzitter: De heer Lagerweij. Iemand van de collega’s nog een vraag, verduidelijkende vraag aan de heer Lagerweij? Ik zie geen handen omhooggaan. Dat betekent dat u heel duidelijk bent geweest. Dank u wel. Ook voor u straks in de tweede termijn nog twee minuten.

Dan gaan we nu naar mevrouw Koet-Van Woudenberg en ook zij treedt nu naar voren en is omwonende. Nou, mevrouw Koet, u heeft net gehoord hoe het werkt, dus aan u het woord. Mevrouw Koet-Van Woudenberg: Ja, dank u wel. Goedenavond, allemaal. Ja, ook ik sluit me aan bij de twee vorige sprekers en ook bij degenen die een brief hebben gestuurd. Eigenlijk zijn de twee vorige sprekers mij al helemaal voor geweest, maar dat is natuurlijk niet zo gek. Ik zal toch voorlezen wat ik heb bedacht om hier nog even aan de orde te moeten stellen. 25 februari jongstleden hebben wij een brief gestuurd aan de burgemeester en wethouders, met voor ons een prangende vraag ten aanzien van de bouw en tevens iedereen uitgenodigd ons eens te bezoeken vanuit onze achtertuin, om die situatie daar eens te komen bekijken. Een aantal van u hebben dat bij ons gedaan, hebben gehoor gegeven aan deze uitnodiging, waarvoor wij nog steeds dankbaar zijn, voor uw tijd en de genomen moeite. Maar naast heel wat gezellige gesprekken heeft niemand ons antwoord kunnen geven op de voor ons belangrijke vragen. Als eerste was de vraag: vanaf welk punt van het maaiveld wordt er met de bouw gemeten? De achterkant van het Rabobankgebouw ligt namelijk anderhalve meter lager dan ons huis.

Dus als u van de Burgemeester van Nispenstraat gaat meten, komt er volgens ons geen 12,5 meter hoog gebouw, maar zou het wel eens op 14 meter uit kunnen komen. Is dat een addertje onder het gras of is dat iets wat ons duidelijk uitgelegd kan worden? Hoeveel meter begint de bouw vanuit onze erfgrens? Nu is dat ongeveer vijf meter, maar met een overhellend dak van zeker een meter is dat heel moeilijk in te schatten en lijkt nog geen vier meter. We kijken nu uit op een dood dak, daarmee bedoel ik een dak zonder ramen. Dat is, toen wij destijds ons huis gingen kopen, een bewuste keuze geweest. Geen achterburen, geen inkijk en de hele dag een zonnige tuin. Nu zou ons uitzicht de noordgevel van het rechterpaviljoen met 22 ramen en een totaal ander of geen helling van dak, dus loodrecht omhoog, worden en er wordt een situatie gecreëerd die niemand van u denk ik in zijn eigen achtertuin zou willen wensen. Een derde vraag was hoe diep ongeveer het perceel is vanaf de Burgemeester van Nispenstraat tot de Dammaat, want hoeveel daarvan dan bebouwd gaat worden. Om te kunnen inschatten hoeveel ruimte er overblijft voor de door u voorgestelde parktuin. Dan heb ik nog een vraag. We hebben eerder aangegeven dat de gegevens van ons huis en bijvoorbeeld de garage van de buren niet correct zijn opgenomen in het schetsontwerp.

Is dat inmiddels aangepast? Want dat is, denk ik, dat geeft een vertekend beeld en zoals ik het kan inschatten is dat dus nog niet gebeurd. Verder vinden wij dat het lijkt misschien fantastisch en sociaal dat de inwoners van de gemeente Laren mogen participeren in de ontwikkeling van het nieuwe aanzicht bij binnenkomst van ons dorp middels, onder andere, een klankbordgroep, die bovenal zwijgplicht had opgelegd gekregen. Maar u gaat voorbij aan de emotie en de daarbij behorende stress die de direct-aanwonenden voelen door ze te negeren Pagina 20 van 48

en continu te blijven onthouden van eventueel belangrijke informatie nu hun woonomgeving zo drastisch zou kunnen gaan veranderen. Dat was het. De voorzitter: Mevrouw Koet, dank u wel voor uw duidelijke inbreng. Blijft u nog even zitten, ik ga nog even rondkijken of er nog een collega is. Ik zie een hand omhooggaan van de heer Hans Faas, VVD. Stel uw vraag aan mevrouw Koet. De heer Faas: Dank u wel, voorzitter. De inspreekster stelt een aantal hele concrete technische vragen en ik zou eigenlijk wel van het college daar antwoord op willen hebben. De voorzitter: Mevrouw Koet, de vraag van de heer Faas is duidelijk. Dat houdt in dat alles wat u ingebracht heeft, daar gaat zo meteen door de wethouder op gereageerd worden dan wel … Mevrouw Koet-Van Woudenberg: Oké, heel graag. De voorzitter: Ook voor u geldt: als u weer plaats wil nemen net buiten. Ik zie nog één vraag, dan komt u straks nog voor een tweede termijn van twee minuten. Maar ook de heer Vos van Groen Laren … De heer Vos: Dat komt een beetje door de vraag van mijn buurman, van de heer Faas. U geeft aan dat u die vraag al gesteld heeft of die zijn al eerder gecommuniceerd. Mevrouw Koet-Van Woudenberg: Ja, zeker. Waaronder in de brief van 25 februari. De heer Vos: Oké. Dus die antwoorden hadden er al kunnen zijn, begrijp ik? Mevrouw Koet-Van Woudenberg: Dat had kunnen gebeuren. De heer Vos: Oké.

Nee, want de vraag wordt nu gesteld: kan de wethouder ze even beantwoorden? Dat lijkt mij heel erg lastig. Maar als die vragen al gesteld zijn, dan had u die vragen … De voorzitter: Ja, maar daar hoeft u zich geen zorgen over te maken, dat mag de wethouder dan zeggen. De heer Vos: Nee, maar dat is mijn vraag, eigenlijk een beetje gelijk aan de opmerking van de heer Faas. Dan ben ik inderdaad ook heel nieuwsgierig wat dan die antwoorden geweest zijn. De voorzitter: Voor alle insprekers die tot op heden geweest zijn, die hebben allerlei woorden uitgesproken en dat geldt ook voor de mensen thuis. Die denken dan: wat wordt er allemaal gezegd? Maar goed, dit gaat over de achtertuin van mensen en over het wonen, dus iedereen moet toch een keer ergens zijn hart kunnen uitspreken in deze commissie. Dan gaat nu … Dank u wel, u mag weer in de hal plaatsnemen. Dan gaat nu Antoinette, onze zeer gewaardeerde commissiegriffier, een tweetal brieven voorlezen, als eerste van mevrouw Van Wieringen en de heer M. Van Aken, dat zijn omwonenden, en van de heer ‘…’, eveneens een omwonende. Het woord is aan Antoinette. Mevrouw Kroon-Stam: De door griffie ontvangen spreekreactie van mevrouw Van Wieringen en de heer M. Van Aken. Beste aanwezigen, ik ben zeer teleurgesteld door wat men op het terrein van de Rabobank wil realiseren.

Met name hetgeen wat op de huidige parkeerplaats wil gaan bouwen, waarvan het maaiveld aanzienlijk lager ligt als onze tuin, waardoor wij een ruim uitzicht hebben en genietend van onze privacy in de tuin van de zon kunnen genieten. Deze nieuwe bouwvlekken worden maar liefst ruim 12,5 meter hoog, in Pagina 21 van 48

tegenstelling tot de eerdere maquettes, welke uitingen van maximaal twee verdiepingen en dit ook nog op luttele meters van de erfafscheiding. Weg zon en privacy, ramen aan onze zijde op de eerste, tweede, op de derde verdieping, met uitzicht op onze achtertuin, keuken en slaapkamer. Hoe zou u zelf op een dergelijk plan reageren? Deze bouwwerken zijn geïnspireerd op Gooise villa’s, in plaats van pittoreske weverswoningen en Saksische boerderijen, welke Laren tot zo’n schilderachtig dorp maken. Wat ik mij afvraag: wordt de inhoud van de huidige Rabobank, 13.000 kubieke meter, niet overschreden door deze vier gebouwen? Is de gemeente er nu voor de belangen van zijn huidige bewoners of is deze er om de belangen van een projectontwikkelaar te behartigen? In een eerder stadium werd er nog rekening gehouden met starters op de woningmarkt, huur of koop, maar daar is nu niets meer van terug te vinden. Er is geen jonge Vos, Bus, Calis of Willard, die zich een dergelijke woonruimte kan veroorloven. Kortom, er wordt gebouwd voor rijkelui van buiten onze gemeente en niet met de huidige inwoners. Dan nog het volgende. Op het ogenblik ligt de grond/maaiveld van het parkeerterrein van de Rabo aanzienlijk lager als de tuinen van de Dammaat. Op bladzijde 166 van het document van ruim 500 pagina’s staat een schets, waarbij er van gelijke hoogte wordt uitgegaan.

Wordt de grond van de Rabo opgehoogd en kijken we straks de nieuwe bewoners over de bestaande schutting direct in de ogen? Waarom worden de afstanden tot de erfafscheiding huidige bebouwing niet benoemd? Omdat dit wellicht te confronterend is. Op pagina 4 van het commissievoorstel staat het volgende: het huidige gebouw staat decentraal aan de oostzijde van het terrein. De beoogde nieuwe bebouwing wordt richting de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat geschoven en de gebouwen komen mede daardoor wat verder van de woningen in de tuinen van de Dammaat afgeschoven. De woningen Dammaat 7, 7A en 9 krijgen een bouwvolume achter zich waar nu niet is gebouwd. Naast de beoogde twee-onder-een-woning aan de Dammaat, en het gebouw met de centrumbestemming, is een strook grond vrijgehouden voor een mogelijke doorgang naar de Dammaat. Eén en ander is conform de stedenbouwkundige verkaveling, die eerder door de raad is vastgesteld. Waar komt deze doorgang dan op de Dammaat? Graag zou ik willen dat u in deze vergadering antwoord geeft op de volgende vragen. Sommigen zijn al eerder gesteld. Dit om het een en ander concreet te maken.

Wat wordt het bouwvolume van de nieuwe bebouwing? Waarom wordt er niet onderkelderd een souterrain om aan extra volume te komen, waardoor de hoogte wordt beperkt? Wat gebeurt er met de grond/maaiveld? Blijft deze ook op dezelfde hoogte als de huidige parkeerplaats of wordt deze verhoogd? Is er al toestemming verleend voor het wijzigen van de bouwvlek, en wanneer dan? Op welke afstand komt de bebouwing te staan van de huidige erfafscheiding en kan deze nog verschoven worden richting het kantoorpand aan de Stationsweg? Waar wordt de doorgang naar de Dammaat gerealiseerd? Met vriendelijke groet, bewoners Dammaat: Gerda van Wieringen en Mark van Aken. De voorzitter: Dan gaan we nu over naar de heer ‘…’. Antoinette. Mevrouw Kroon-Stam: Geachte commissieleden, hoezeer onze voorkeur ook uitgaat naar het behoud van het huidige Rabogebouw, wij kunnen ons niet onttrekken aan het onheilspellende gevoel dat dit project tegen alle protesten in gerealiseerd gaat worden. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de stijl van de bouw in het huidige ontwerp al vele malen beter oogt dan het eerdere ontwerp. Ook de groene buffer rondom is een verbetering. Echter, indien u onverhoopt tot de conclusie komt dat het huidige gebouw gesloopt dient te worden, dan plaatsen wij onderstaande kanttekeningen.

Een bouwhoogte van 12,4 meter, met aanzienlijke inkijk als gevolg op een positie waar nu geen bouwwerk staat, kan volgens ons niet de bedoeling zijn. Een gebouw van maximaal twee lagen is noodzakelijk om de privacy van omwonenden te borgen en ligt ook in de lijn met alle omliggende bouwwerken. Dit betekent waarschijnlijk dat de projectontwikkelaar zijn principe om de totale inhoud van de nieuwe bebouwing te evenaren met die van de huidige bebouwing dient los te laten. Tijdens de vorige commissievergadering en presentatie van het landschapsontwerp benadrukte Larens Behoud dat de groene zone rondom de gebouwen openbaar toegankelijk dient te zijn. Wij hebben hierover Pagina 22 van 48

onze ernstige bedenkingen. Waar nu rust en privacy heerst, ontstaat straks een vrij toegankelijk park met de nodige overlast en een open invitatie voor de hangjeugd op de Stationsweg. In het nieuwe ontwerp komt de ingang van de parkeergarage dicht bij onze perceelgrens. Wij hebben ons laten informeren dat een dergelijke inrit veelal gepaard gaat met de nodige geluidsoverlast door een klankkasteffect. Met vriendelijke groet, ‘…’, Dammaat. De voorzitter: Dank u wel. U kunt begrijpen, ook thuis, dat als iets voorgelezen wordt, dan wordt het lastig vragen stellen. Ik ga naar mijn collega’s kijken en dan gaan wij dit commissievoorstel in bespreking geven en dan ga ik even kijken naar de heer De Bondt. Ik wil namelijk bij u beginnen als VVD, maar u wijst naar de heer Faas, maar die zit aan de andere kant van de zaal. Dus dan komt mijn planning in de war, maar goed. Mijnheer Faas, aan u het woord. De heer Faas: Heerlijk, voorzitter, dat ik uw planning in de war mag gooien. De Rabobank, hoe vaak hebben we het daar al niet over gehad in dit huis? Een uitermate complex proces. Wij hebben de indruk dat het wel heel zorgvuldig is doorlopen. Dat moet ook, want in dit soort zaken moet zeker niet lichtvaardig geoordeeld worden. Langdurig proces, zoals ik al aangaf. Er is een klankbordgroep geweest, de commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft zich er diverse keren over gebogen.

Ik ben daar diverse keren bij geweest en niet alleen ik, maar velen van mijn collega-raadsleden hebben zich daar ook geïnformeerd. Gaandeweg, ik moet zeggen, ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat het bestaande Rabobankgebouw ik een dissonant vind in Laren, het is een lelijk gebouw, maar over smaak valt niet te twisten. De eerste plannen die ter tafel kwamen verbeterden dat beeld niet heel ernstig, moet ik zeggen, maar gaandeweg, iedere keer weer als er nieuwe plannen bij de commissie van Ruimtelijke Kwaliteit werden gepresenteerd, werd het wat mooier en werd het steeds passender in de situatie. Het is natuurlijk niet te voorkomen dat er bij zo’n grote ontwikkeling er altijd mensen zijn die daarop tegen zijn. Misschien wel terecht, ik kan me voorstellen als je minder zon hebt dat je daar niet blij mee bent. Maar ik denk ook dat het niet haalbaar is om zo’n groot plan te realiseren terwijl iedereen daar blij en gelukkig mee is. Gaandeweg werd het steeds mooier. Wij denken dat het goed past in de stijl van Laren, wij denken dat het een aanwinst is voor Laren. Het gaat hier over het peilen van meningen en gevoelens en de VVD zit er overwegend positief in. Daar wilde ik het even bij laten in de eerste instantie. De voorzitter: Een tip, om de volgende keer iets dichter nog in de microfoon te praten, de heer Faas.

Van onder die prachtige snor komen hele mooie woorden, maar ik heb begrepen dat het soms thuis wat moeilijk te verstaan was. Dan ga ik toch terug nu naar de andere kant, om het rijtje af te maken, en kijk ik naar de heer Loeff, dan wel de Van Goozen. Wie mag ik het woord geven van Larens Behoud? De heer Loeff, Larens Behoud. De heer Loeff: Dank u, voorzitter. Dank aan de insprekers voor hun meningen en gevoelens, om het zo maar te zeggen. Het is inderdaad, zoals collega Faas zegt, altijd lastig als je een bouwplan voorgeschoteld krijgt wat naast je is. In dit geval is er inderdaad al heel lang sprake van: hoe gaan we dit doen? Met een klankbordgroep, met opties. Ik herinner me nog in het Brinkhuis dat er een grote bouwmassa was gepresenteerd en een aantal andere varianten, ook zelfs een heel modern gebouw, het aanpassen van het huidige gebouw in een soort moderne optie. Allemaal geen opties. Uiteindelijk zijn we gekomen op een verkavelingsmodel en dat verkavelingsmodel hebben we vanuit de raad gezegd: dat ligt in ieder geval op voldoende afstand en dat ligt ook in de kavel op een behoorlijke manier. Eigenlijk is wat er vanavond voorligt de uitwerking van het verkavelingsvoorstel, om het zo maar te zeggen, en dat gaat inderdaad de hoogte in.

Dan is natuurlijk de hamvraag: is die hoogte of die omvang of die massa of die architectuur of die functie, is dat nou wat je hier acceptabel vindt, wenselijk vindt of zelfs heel mooi vindt? Dat is, als je de meningen en gevoelens wilt peilen, Pagina 23 van 48

natuurlijk altijd een subjectief verhaal. Ik begrijp ook vanuit de omwonenden van de Dammaat dat ze zeggen: wij zien dat liever niet. Aan de andere kant, vanuit onze fractie was inderdaad Wim van der Zwaan aanwezig, die heeft ook meegelopen en we hebben zelf ook de locatie natuurlijk daaromheen bekeken. Het is een plek die midden in het centrum ligt en daar is de consequentie van als je daar iets gaat doen, dat je en gaat slopen en iets anders gaat doen. Vandaar dat we het belangrijk vinden dat de omgeving ook op een hele goede manier wordt vormgegeven. Wij zijn blij dat daar heel veel aandacht en zorg aan is besteed. Als we kijken naar de architectuur, dan zien we een beeldkwaliteitsplan en een schetsontwerp. De eerste vraag eigenlijk aan de wethouder is: in het voorstel staat ‘het plan’, maar hoe zit het nou met dat beeldkwaliteitsplan? Kunnen wij dat beeldkwaliteitsplan, moeten wij dat nu vaststellen, los van het bestemmingsplan, komt dat eerst? Want volgens mij, als ik de welstandsadviezen lees, dan zegt de welstand iets over het plan. Ik denk dat zij schetsen hebben gezien. Maar hebben zij ook ergens een advies gegeven over het beeldkwaliteitsplan? Daar ben ik in de eerste instantie even benieuwd naar. Dan het andere. Als er gebouwd gaat worden, dan is er sprake inderdaad van een maaiveld en anderhalve meter verschil is niet niks.

Ik hoor aan de ene kant dat de woningen aan Dammaat hoger liggen dan aan de andere kant. Kunt u aangeven wat nu precies het peil wordt? Want dat is denk ik bij dit bouwplan wel essentieel. Dus die vraag van de insprekers wil ik graag overnemen. Ik kan me voorstellen dat dat de parkeerkelder is, want volgens mij, als ik het allemaal goed heb bestudeerd, blijft gewoon de parkeerkelder bestaan en wordt die uitgebreid. Maar het is denk ik van groot belang dat dat nog duidelijk wordt gemaakt. Verder hadden we het over openbaar en privé en ik merk uit één van de digitale insprekers, bij monde van mevrouw Kroon, dat ze daar geen voorstander van zijn, vanwege mogelijke angsten. Ik ben toch heel benieuwd hoe in het bestemmingsplan die openbaarheid van het gebied gewaarborgd wordt. Er stond wel het een en ander over een bevoegdheid van het college om daar iets van te vinden of aan te doen, maar het lijkt ons van essentieel belang dat de doorsteek, die werd gezien als een duidelijke pré om het ommetje mogelijk te maken, dat die gewaarborgd blijft en ik neem aan ook een groot deel van het achterperceel van wat nu zo mooi open in een soort parkachtige sfeer ontworpen wordt.

Als we dan kijken naar de architectuur zelf, dan is natuurlijk altijd de vraag: hoe waarborg je kwaliteit? Ik ben wel – en daar is onze fractie tevreden over, wat de welstandsadviezen zeggen – die zeggen eigenlijk: er is hier gemoduleerd, gekneed, geschoven en dat is een proces geweest wat je natuurlijk niet zo ziet, behalve als je erbij bent. Ook daar waren van onze fractie regelmatig mensen aanwezig en we hebben de worsteling gezien, maar ook meegemaakt hoe het uiteindelijk tot het ontwerp is gekomen wat er nu is. Dat is ook voor welstand aanvaardbaar in massa en in opbouw en in vorm. Dus in die zin zijn wij ook positief over wat hier staat, waarbij de kanttekening van welstand wel een hele belangrijke is, dat die kwaliteit ook moet worden gewaarborgd. In die zin wil ik hier graag de opmerking maken, als laatste in Cadzand, daar zie je dat de Belgische bouwers de Frans-Normandische stijl hanteren met wat plakwerk van balkjes. Dat mag het dus niet worden. Als het dat wordt, dan is dat niet de kwaliteit die we willen.

Dus ik hecht eraan dat er een hele duidelijke afspraak wordt gemaakt over de kwaliteit die dan echt wordt uitgevoerd bij die gebouwen, dat dat ook zorgvuldige detailleringen zijn, dat dat materialen zijn die kloppen en dat dat bouwwijzen zijn die passen bij de traditionele bouwwijze en niet plakwerk wordt als decoratiemateriaal, want dat is wat we denk ik niet willen. Dat zijn eigenlijk in de eerste instantie onze vragen en daar zit meteen een stukje mening en gevoel bij, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Karel Loeff, dank u wel, Larens Behoud. Dan komen we nu uit bij het CDA. Het nadeel van voorzitter zijn is dat je dan niet het woord mag voeren, maar de heer Van Hest, oudgediende, is hier aanwezig als commissielid en wat gaat u als CDA inbrengen? De heer Van Hest: Ik vind het heel moeilijk. Als ik kijk naar De Houtzagerij, dan zijn we met een groep vanuit de raad twee, drie jaar onderweg geweest om met omwonenden te praten over wat er ging gebeuren. Toen dat Pagina 24 van 48

tot een overeenkomst was gekomen hebben we het ook gedaan. Ik heb toch het gevoel, maar meer kan ik er niet over zeggen, want ik zit niet helemaal in die materie, dat onvoldoende met de bouwers en de omwonenden en een groep vanuit de raad gesprekken gaan voeren hoe het wel kan. Ik denk dat het niet verstandig is om het te doen zoals het nu voorligt. De voorzitter: Kort maar krachtig. Dank u wel, mijnheer Van Hest. Dan gaan we over naar mevrouw Timmerman van Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dit laatste was mij uit het hart gegrepen, mijnheer Van Hest. Er wordt ons gevraagd voor meningen en gevoelens te peilen en daarna wordt het plan direct als conceptbestemmingsplan, mind you, 520 pagina’s – ik heb ze trouwens allemaal gelezen – ter inzage gelegd als conceptbestemmingsplan. Zonder dat de mening van de commissie en de mening van de omwonenden die er ook heel erg belangrijk meegewogen moeten worden, dat wekt dan de indruk, als er een conceptbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, dat dat in feite al geaccordeerd is door de gemeenteraad. Dat is hier niet het geval. Ik vind de volgorde nou niet eigenlijk zoals het hoort. Wij hebben andere bestemmingsplannen meegemaakt en dan is er een hele andere volgorde.

Het peilen van meningen en gevoelens, dat komt eerst, dan wordt dat verwerkt, er komt een stedenbouwkundige opzet met van alles en nog wat erin en dan pas, dat zijn de kaders om het conceptbestemmingsplan te maken en die wordt dan ter inzage gelegd. Die stedenbouwkundige opzet hebben we dus niet, dat ontbreekt hier. Wij hebben op 27 januari, er staat wel in het bestemmingsplan dat op 27 januari de stedenbouwkundige opzet is vastgesteld, maar dat is niet juist, dat was een stedenbouwkundige verkaveling. Dat waren een paar platte vlakken op een stuk papier en dat was het. Er was ook nog een beeldkwaliteitsplan dat we de avond ervoor kregen voorgelegd of kregen opgestuurd ’s avonds laat en daar mochten we niet over praten en het beeldkwaliteitsplan, nu ik het daar toch over heb, de welstand zei daarover – en ik heb dat destijds ook gezegd in januari – in het rapport: dat hoef je niet eens te bespreken, want er staat in feite niets in. Er staan allemaal mooie plaatjes in, hoe mooi Laren is, maar er staat in feite niet echt iets in waar je wat aan hebt als kader voor het bestemmingsplan.

Dan wil ik ook eigenlijk toch hier memoreren, ik heb alle welstandsvergaderingen bijgewoond en bij de welstand is zelfs gezegd: als wij – en dan kan ik misschien gelijk de vragen van mijnheer Loeff beantwoorden – als wij van tevoren hadden geweten dat dit soort gebouwen uit deze nota zouden komen, dan hadden we nooit het beeldkwaliteitsplan goedgekeurd. Dus de welstand heeft het goedgekeurd, maar daar waren ze, daar was een grote druk en anders hadden ze het nooit gedaan, werd er gezegd. Bij een stedenbouwkundige opzet, dan heb je het dus over niet alleen maar de hoogte, maar ook over de afstanden en de afstanden van de buren, naar de achterburen. Ik heb alle 520 pagina’s gelezen, omdat ik daar naar een aantal antwoorden op zoek was, maar dat staat er dus niet in. Er staat alleen in het voorstel dat het allemaal wel meevalt en als ik zelf de plaatjes vergelijk van hoe het is nu en hoe het wordt, dan kan ik geen grotere afstand constateren, op geen enkele manier. Dus ik zou inderdaad graag de afmetingen willen: wat is de afstand nu, wat wordt de afstand straks? Dat horen onderleggers te zijn voor een bestemmingsplan en nu tasten we met heel veel dingen in het duister. Op basis van deze verkaveling is een ontwerpbestemmingsplan gemaakt, maar op basis waarvan? Wij hebben niet gezegd bijvoorbeeld: de drie grote gebouwen, die moeten 7,5 bij 13 zijn. Hebben wij niet gezegd.

De raad geeft de kaders mee, maar die heeft hier nul kaders meegegeven. De huizen bij de toren, de tweeonder-een-kap, 6-11, hebben wij ook niet meegegeven. Die zijn eigenlijk veel te groot op die plek. De voorzitter: Gaat u langzaam naar afronding toe, mevrouw Timmerman? Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, even kijken. Er staan ook nogal wat discrepanties in en dat heeft te maken met het plangebied. De oppervlakte van het plangebied, dat hoort toch eenduidig te zijn in het Pagina 25 van 48

bestemmingsplan, lijkt me. Op een gegeven moment staat er: 4700 vierkante meter. Daarna wordt er gesproken over 5240 vierkante meter of 5236 vierkante meter. Dat scheelt ruim 540 vierkante meter, en als je daar je berekeningen op baseert. Het verhard oppervlak zal afnemen met 1000 vierkante meter, wordt er gezegd. Maar het verhard oppervlak, als je het gaat uitrekenen, is het maar 650 vierkante meter. Er staan zoveel onduidelijkheden in dat als je het hebt over, er wordt gezegd: de nieuwe bebouwing in het voorstel, nieuwe bebouwing is lager. Nou, de nieuwe bebouwing is niet lager, hij is fors hoger. Want ik heb hier een plaatje van de oude Rabobank en als je dan kijkt dat het voorstuk vijf meter is, het stuk daarnaast zeven meter en alleen het dak, zonder ramen of wat dan ook, dertien meter, dan is dat een heel groot verschil. Ik vraag me dus heel erg af of dat de kubieke meters wel overeenkomen met de zeven/dertien die er nu is. Ik wil nog even één ding zeggen, als dat mag. Want dat gaat namelijk over, ik had het over afstanden, maar het zicht van de achterburen, er is gezegd – even kijken – dat dat ongeveer hetzelfde zou blijven. Het staat dus op dezelfde afstand, maar als ik ga kijken naar het achterstuk dan is dat maar zes bij elf. En de zes … Nee, ik zeg het nu verkeerd. Dat komt eigenlijk omdat u zegt: wilt u afronden? Ik had het opgeschreven.

De voorzitter: Maar u krijgt nog een tweede termijn en er komt straks … Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, ik kom er straks op terug, want de achterburen, zeg maar, van wat er nu komt aan de Dammaat, die krijgen een volledig ander beeld achter zich. Dat heeft niet alleen met de nokhoogte te maken, maar ook met de ramen in het dak en ook met de goothoogte, want die wordt ook veel hoger. Ik kom er straks op terug. De voorzitter: Ik geloof zeker dat er een tweede ronde zal komen, mevrouw Timmerman. Dan ga ik naar de heer Vos, Bart Vos, van Groen Laren. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Als ik even probeer voor mezelf er een lijn in te krijgen, dan wil ik eerst even refereren naar de insprekers. Die noemen eigenlijk volgens mij twee hele belangrijke dingen. Volgens mij zijn er een hele hoop angsten voor het resultaat, wat dat ook zal zijn, of dat nou gevoeld is of dat dat waarschijnlijk zo zal zijn of dat het een veronderstelling is, dat doet niet zoveel ter zake. Er is in ieder geval onrust daarover en dat is heel belangrijk. Ik begrijp ook volkomen dat men graag wil weten: wat gaat er nou eigenlijk gebeuren? Want volgens mij wordt er gememoreerd: als dat in je achtertuin staat, nou, daar vind ik ook wat van. Dus ik begrijp heel goed dat daar zorgen over bestaan. Die zijn heel gedetailleerd en daar ga ik verder niks over zeggen, want daar vind ik iets anders van, namelijk.

Het tweede wat ik constateerde dat is dat heel veel mensen zich beriepen op het proces. Volgens mij zit er tijd, geld en moeite en discussie genoeg in dit proces, daar kunnen we vrij kort over zijn. Of het zorgvuldig is, dat weet ik niet. Ik heb wel gezien een staatje van bijeenkomsten die er geweest zijn. Maar mogelijkerwijs heeft het te maken met, daar werd onder andere naar gerefereerd: de klankbordgroep had ik maar één achtste inspraak. Ja, maar dan is er misschien bij de hele inspraakronde en bij het bedenken wat nou eigenlijk de invloed is als klankbordgroep ten onrechte de indruk gewekt dat een klankbordgroep een beslissing kan nemen, want dat is natuurlijk niet zo. Een klankbordgroep is volgens mij iets anders als een inspraakgroep. Dus misschien is dat nog iets waar we nog eens naar moeten kijken en waar misschien ook de wethouder op kan antwoord geven, welke indruk er nou gewekt is naar de leden van de klankbordgroep, wat nou feitelijk hun mandaat was. Als ik dan toch naar de wethouder refereer, daar is ook een beetje onaardig over gesproken, maar in ieder geval is de wethouder wel slim, want we zitten natuurlijk wel met een strategie, en dat is eigenlijk mijn derde punt. Kijk, eerst is er over een verkaveling gepraat, mevrouw Timmerman noemde dat al een plat stukje papier.

Dat klopt, en dat platte stukje papier, daar gingen we over praten, of het naar voren, naar achteren, naar links, naar rechts, een beetje groter, een beetje kleiner. Nou, nou ligt het daar. Het nare is dat als dat stukje papier daar ligt, dan kan het eigenlijk nog Pagina 26 van 48

maar op één manier ingevuld worden. En of we dat nou leuk vinden of niet, er kunnen nooit meer vier panden komen. Er kunnen nooit meer tien kleine pandjes komen, er kunnen maar drie – er werd al aan gerefereerd – paviljoens neergezet, die inderdaad wel een beetje een mooie eufemistische term zijn, dat is echt heel mooi bedacht, ja. Door dat instemmen met die verkaveling zou je de indruk kunnen krijgen dat de raad alsnog akkoord is gegaan dus met de invulling daarvan. Dat is in ieder geval in mijn geval niet zo. Ik heb de indruk dat we linksaf gegaan zijn waar ik dacht: nou, misschien hadden we misschien beter rechtsaf kunnen gaan. Maar ja, nu zijn we helemaal linksaf gegaan en dan zitten we dus, mijns inziens, op een verkeerde weg. We hebben het over het beeldkwaliteitsplan, we hebben pagina’s genoeg. Als ik er goed naar kijk, het ziet er hartstikke mooi uit, gelikt uit. We zijn eigenlijk een beetje bezig met het herschrijven van de geschiedenis. Hoe zou onze geschiedenis er heel mooi uit hebben kunnen zien? Als mensen dat als een beeldbepalende plek van het dorp, als binnenkomer, zeggen ze: o, dat is wel heel erg mooi hier. Ze vergeten eventjes dat we eerst even het oude postkantoor hebben gesloopt en er staan nog wat andere dingetjes. Het is een beetje het herschrijven van de geschiedenis.

Dat is niet erg, als je je maar wel realiseert dat die geschiedenis dan ook herschreven kan worden. Want in die zin zouden we er natuurlijk voor moeten pleiten, ik heb dat al eens eerder gezegd, om die Rabobank te laten staan als een modern monument, gewijd aan de ‘…’. Dan gaan we daar hele andere dingen mee doen, dan zetten we daar inderdaad die grote marmeren platen, die staan ergens voor en daar kunnen wij iets mee. Dat kunnen wij dan zien als waarschuwing – dat zal mijn overbuurman van het CDA zeker aanspreken – als waarschuwing voor hebzucht en grote plannen die eigenlijk nergens toe leiden. Misschien moeten we dat maar eens overwegen. Dan kom ik naar mijn afronding. Er is een aantal jaren geleden gesproken: ja, dat hele verhaal daar, dat moeten we eigenlijk integraal gaan benaderen. De Golden River, de Chinees, moet plat, daar komt La Gare. Nou, we hebben gezien wat er allemaal gaat komen. Dan gaan we nog meer mooie appartementen neerzetten en dan gaan we daar een plint in laten maken en die is dan het sociale schaamlapje voor de levendigheid en de sociale woningbouw en de gemengdheid die wij zo graag zouden willen zien en die in de nota is vastgelegd. Nou, ik weet niet of daar dit plan in gaat voorzien. Ik heb er wel een idee over. Ik heb het gevoel dat een beetje we gedwongen zijn gaan lopen in een richting die we misschien niet allemaal willen.

Die geluiden heb ik ook een beetje gehoord en een van de insprekers refereerde daar ook naar: geen huizen voor Vosjes, Calisjes en Van den Brinkjes, die kunnen er allemaal niet terecht. Het economisch beginsel staat voorop en volgens mij … De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: … is dat niet slim. Ik ga afronden, mijnheer de voorzitter. Neemt u mij niet kwalijk dat ik zo lang van stof ben. De voorzitter: Nee, ik zie u alleen maar naar beneden kijken, maar rond het gauw af, dank u wel. De heer Vos: Ja, ik ga het doen en ik ga dat heel kort doen, mijnheer de voorzitter, want er is volgens mij ook een heel duidelijke, heldere afronding mogelijk. Je kunt als raad en als commissie ook soms gewoon zeggen: nee, nee, laten we dat nou maar niet doen. Is dat voldoende kort, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Het ging me niet alleen om kort, maar het is een mooi en helder einde. Dank u wel, mijnheer Vos. Dan komen we als laatste bij Andreas Grunwald van D66 in deze eerste ronde en dan gaan we daarna over naar de wethouder en ambtenaar Karin Loman. Eerst Andreas Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Soms lijkt het niet heel erg alsof we in de commissie zitten, maar alsof we al in de raad bezig zijn.

Dan komen er allerhande politieke zienswijzen en beschouwingen naar voren, maar waar het eigenlijk om gaat is natuurlijk kijken of wat we nu op tafel hebben liggen, of dat deugt, zodat de Pagina 27 van 48

raad daar een goed oordeel over kan nemen en proberen de raad te helpen met wat extra informatie, zodat het ook echt tot in de puntjes gaat. Wat is er aan de hand? We hebben ooit … Of, ooit is de Rabobank verkocht aan een projectontwikkelaar, die heeft een eerste ontwerp gemaakt waarvan niemand gecharmeerd was en waar ook niemand bij betrokken was. Het credo toen was: terug naar de schoolbank en nog eens overdoen. Dat is gedaan en tegelijkertijd is er dus een inspraakprocedure op gang gebracht die zoveel mogelijk mensen daarbij zou moeten betrekken, zodat iedereen zijn inbreng in zou kunnen hebben. Naar onze mening is dat ook wel zorgvuldig gebeurd. Het verbaast me dus nu dat er nog weer zoveel ingebracht wordt op dit moment, terwijl er eerder de gelegenheid is geweest om dat uitgebreid te doen. Ik ben zelf bij een aantal van die momenten geweest, ik heb zelf ook polshoogte genomen op de plek van het gebeuren, dus ik heb daar ook wel enig zicht op. Maar wat opvalt is dat heel veel dingen door elkaar lopen, gevoelens en technische opmerkingen, afstanden, hoogtes, nou ja, vermoedens, insinuaties naar bouwers toe of naar de wethouder. Dus dat maakt het er allemaal niet makkelijker op. Waar we nu naar moeten kijken is: waar staan we nou in het proces wat we zelf hebben opgezet? Het proces loopt van breed naar smal, waarbij je op het eind dus hopelijk je project gerealiseerd hebt.

Naar onze mening, zoals gezegd, is die inspraakprocedure zorgvuldig doorlopen. Wat ons betreft is het idee om met, wat paviljoens genoemd worden, te werken deugt ook. Het aanzien en de uitstraling van de beoogde gebouwen, nou, dat kan onze goedkeuring ook wegdragen. Blijft dat we natuurlijk gaandeweg dat proces nog verder moeten finetunen, dus dat we zeggen dat we op basis van de plannen die er nu liggen en de stukken die er nu liggen en met ook de items die door de inspreker zijn aangedragen moeten kijken: nou, hoe gaan we dat nou verder perfectioneren en hoe gaan we dat nou verder brengen richting realisatie? Daar gaat het dus om op dit moment, dus wat ons betreft, nou, de grote lijnen zijn akkoord, dat zien we wel zitten. Dat geeft wat ons betreft ook een positieve impuls aan de entree van Laren. Maar daar zijn nog een paar hobbeltjes te nemen, zoals dus de insprekers die ook aangegeven hebben. En nou ja, ook dat meenemen in wat mevrouw Timmermans zei, daar zijn nog te veel onduidelijkheden en die onduidelijkheden moeten nu opgelost worden, zodat we dus verder kunnen praten en ook weten waar we over praten. Tenslotte wil ik even nog een vraag stellen in ieder geval over het aantal appartementen wat er gerealiseerd wordt. Er is sprake van twaalf tot achttien appartementen eigenlijk.

De vraag is: hoeveel worden het dan nu in die zin? Dat kan natuurlijk ook van grote invloed zijn op bouwhoogtes bijvoorbeeld en ja, misschien een stukje doorstroming, zo niet in Laren, dan wel elders in het land, wie weet. Nou ja, daar willen we dus eigenlijk wel duidelijkheid over hebben: waar gaan we nou over praten? Zodat ook dit duidelijk is en dat daar niet achteraf weer mee willens of niet-wetens, weet ik wat, mee geschoven kan worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank jullie wel, D66, dank u wel voor uw inbreng. De wethouder en ambtenaar hebben duchtig meegeschreven. Nou hebben wij elkaar goed eraan gehouden om elkaar niet te interrumperen, dus ik zou wel willen vragen dat de heer Stam nu, annex mevrouw Loman, ook op ordentelijke wijze hun ronde af kunnen maken. En even naar de heer Stam toe, er worden nogal wat uitspraken gedaan, ook wel een beetje op de persoonlijke noot, maar ik denk dat we hier voor de techniek zitten en buiten kijf staat dat u gewoon onze wethouder bent. Maar gaat u vooral in op alles wat hier besproken is en waar u op wil reageren, dan gaan wij naar u luisteren. Voor de ordentelijkheid is het dan vervolgens dat mevrouw Loman ook nog vragen kan beantwoorden en dan gaan we over daarna naar de tweede ronde, als die wordt gewenst.

Ook voor dit voorstel geldt: het gaat niet naar de raad, het is een voorstel, dus vandaar ook dat het goed is dat we er hier goed over spreken. Mijnheer Stam, wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. In de eerste plaats, u zegt het terecht, is vanavond aan de orde de vraag of dat de commissie voor gevoelens en meningen heeft over het voorliggende plan. En ja, daar hoor ik graag nog het een en ander over. Er zijn een aantal vragen gesteld, die zal ik zo dadelijk proberen te Pagina 28 van 48

beantwoorden. Voor het overige is het natuurlijk zo formeel gesproken – daar is door mijnheer Lagerweij al wat van gezegd – is het de vraag als we dit neerleggen om naar buiten, dan kunnen er zienswijzen worden ingediend en we zullen dan een nota van zienswijzen indienen en die ook behandelen, die zullen behandeld worden door de raad. Dus wat dat betreft krijgt iedereen, ook u, de gelegenheid om zijn mening te geven. Ik ga maar niet in op opmerkingen van de heren Oomkens en Lagerweij als het gaat tot mijn persoon, want die ken ik nou langzamerhand wel. Het is altijd nogal persoonlijk getint, zoals u zelf ook aangeeft. Ik begrijp op zichzelf heel goed, laat ik zeggen, de onrust bij bewoners. Tegelijkertijd hebben we daar natuurlijk al de afgelopen jaren heel veel aandacht aan besteed, mijnheer Grunwald wijst daar ook op. We hebben geprobeerd in een aantal sessies – in het Brinkhuis, later ook in het Mauve – heel uitgebreid tot akkoorden te komen en met elkaar tot afspraken te komen. We hebben met elkaar moeten constateren, ik heb dat zelf toen een restart genoemd, nadat de eerste fase misschien niet helemaal zo goed was gegaan hebben we een restart gemaakt en we hebben uiteindelijk geconstateerd dat we daar ook in die inspraakrondes er niet uit kwamen.

Dat bleef in grote hoeveelheid voor- en tegenstanders en dat ging over sloop of niet sloop, wat gaan we daar nou doen, wat gaan we daar niet doen? En we zijn eigenlijk tegen bouwen, en anderen wilden wel bouwen. En uiteindelijk zelfs, ik geloof op een instigatie van mijnheer Lagerweij, is toen gezegd: laten we nou eens met een aantal mensen bij elkaar gaan zitten in de vorm van een klankbordgroep en probeer dat bij elkaar te brengen in de vorm van een representatieve groep uit het dorp, maar ook mensen van de Dammaat, die hebben meegepraat. Dat is ook gebeurd. Ik heb daar zelf, en mevrouw Loman is daarbij geweest in een meer secretariële rol, als ik het zo mag zeggen … Mevrouw Loman: Luisterende rol. De heer Stam: Luisterende rol, dat is een goede benaming. Maar dat is een secretariële rol is een luisterende rol natuurlijk. Ik heb me daar in het geheel niet mee bemoeid. Ik heb dat van tevoren ook aan de klankbordgroep duidelijk gemaakt. De klankbordgroep, mijnheer Van Uhm is daar gevraagd om dat proces te begeleiden, die dat eerder had gedaan in het Brinkhuis en in Mauve. Uiteindelijk heeft de klankbordgroep aan mij gerapporteerd, om het nou zo te zeggen, dat de meerderheid van die groep van mening was dat er zou moeten gaan gebeuren wat uiteindelijk ook vandaag op tafel ligt, als ik het zo mag vertalen.

Daar waren mensen tegen in die groep, voor zover ik het heb kunnen beoordelen – maar nogmaals, ik ben daar niet bij geweest – maar er was een grote meerderheid die zei: laten we nou iets gaan doen wat in de richting gaat van datgene wat we uiteindelijk zijn gaan doen en ook hebben laten zien en zijn gaan uitwerken in wat is gaan heten het verkavelingsplan, het stedenbouwkundige verkavelingsplan. Ik realiseer me goed dat dat wat dat betreft – en we komen vanavond nog wel ook bij andere onderwerpen aan de orde – ik ken het dorp niet anders dan dat, als je ergens iets wilt gaan doen, degenen die er wonen in het algemeen niet staan te trappelen van ongeduld en van grote blijdschap. Dat is een soort gegeven waar ik mee te leven heb, waar ik serieus mee dien om te gaan en dat proberen we ook te doen. Tegelijkertijd is – en dan kom ik ook wel nog op de andere punten terug – op het punt van de volgorde van mevrouw Timmerman. Ik vind zelf dat dit een hele nette volgorde is en ook zeer goed verdedigbaar. We zijn begonnen met het verzoek van de raad de bouwnota te produceren. In die bouwnota zijn duidelijke uitgangspunten geformuleerd en we hebben gezegd: nou, we zijn voor zover wij toen konden overzien, we hebben vijf projecten in het dorp en langs een aantal lijnen willen wij graag aan de raad voorstellen om langs die lijnen te gaan ontwikkelen, praten en verdergaan.

Vervolgens en met al die projecten op verschillende tijdstippen, verschillende momenten zijn we ook verdergegaan. Vanavond komt de Harmen Vosweg ook nog aan de orde, we zijn bezig met de Ligweide, Golden River is besproken. Enfin, langs die lijnen is ook de Rabobank aan de orde gekomen. Wat wij hebben gedaan uiteindelijk is aan de raad in, dat is januari geloof ik geweest, een verkavelingsvoorstel gedaan waarbij we op basis van datgene wat de klankbordgroep ons had meegegeven zijn gekomen tot een verkaveling die Pagina 29 van 48

uiteindelijk leidde in wezen tot een uitspraak van de raad, waarbij gezegd is: sloop het oude gebouw en bouw op het terrein zelf – niet alleen de plek waar de Rabobank stond, maar ook op de plek daarachter – bouw dan wat is gaan heten een paviljoen. Ik mag u er wel op wijzen, het woord paviljoen, ik weet niet of iemand wel eens geweest is in het huis van de Provinciale Staten, of waar Gedeputeerde Staten in Haarlem zijn, dat heet ook het Paviljoen Welgelegen. Nou, dat is meer een paleis dan een toevallig klein gebouwtje, dat is een reusachtig gebouw. Dus het woord paviljoen kun je op verschillende manieren opvatten. Uiteindelijk is dat verkavelingsplan, wat je er verder van denken mag – je kunt zeggen zoals mevrouw Timmerman het uitdrukt: het is platte vlakken op een stuk papier. Ja, zo kun je het ook zeggen natuurlijk. Je kunt ook zeggen: daar heeft de raad een zorgvuldig besluit genomen over een zorgvuldig voorbereid plan. Ook daar is het beeldkwaliteitsplan aan de orde geweest en ook de architect die dat toen gemaakt heeft is daar uitgebreid op ingegaan. Vervolgens is langs vele schijven heeft de commissie Ruimtelijke Kwaliteit daar het een en ander van gevonden. Ik moet zeggen, daar heb ik grote waardering voor, omdat ze zijn zeker niet over één nacht ijs gegaan.

Ze zijn, ik geloof wel – als ik het heb hier bij me – maar een keer of vier bij elkaar geweest om uiteindelijk tot een eindoordeel te komen. Een van de eerste documenten die ik terugzie is 22 maart ‘21 waarin – misschien ook goed om dat nog even te melden – wordt gezegd in de tweede alinea: “In vervolg op de presentatie van het document ‘Sierlijk 1900 beeldkwaliteitsontwikkeling Rabobank’ op 5 januari zijn thans de gevelaanzichten aan de beurt. Dus die commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft wel degelijk het beeldkwaliteitsplan meegenomen in zijn afweging, heeft ook de manier waarop het is gepresenteerd door zowel ene als de andere architect meegenomen in zijn afwegingen en ik moet zeggen dat ze uiteindelijk tot een oordeel zijn gekomen – en dan heb ik het natuurlijk met name over de architectonische kant en niet over hoe werkt dat uit naar de Dammaatkant – maar de commissie Ruimtelijke Kwaliteit zegt: we kunnen thans instemmen met het plan, het biedt een goede basis voor de uitwerking van het definitieve ontwerp.

Dat betekent natuurlijk, in antwoord ook op de vraag die mijnheer Loeff stelt, dat betekent dat wij nu een basis zouden kunnen leggen om daarmee verder te gaan en het is aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit om heel zorgvuldig – en overigens aan de gemeente ook waar het gaat om de vergunningen, maar in het bijzonder de commissie Ruimtelijke Kwaliteit – om ook toe te zien dat die kwaliteit ook geborgd wordt in de manier waarop die uiteindelijk tot een oordeel gaan komen als het gaat om de detaillering in het kader van de vergunning. Ik vind zelf dat, ik ondersteun dat ook van harte, dat dat natuurlijk een buitengewoon kwalitatief goed ding moet zijn, omdat door een aantal van u ook al is gezegd dat dat natuurlijk een ontwerp is wat midden in het dorp ligt en wat ook daarom alleen al aan hoge kwaliteitseisen moet voldoen. Nog even langs dan de verschillende partijen. Ik heb als ik het goed heb begrepen van de VVD niet direct een vraag gehoord, tenzij ik me vergis, anders hoor ik het nog wel even. Mijnheer Loeff heeft gevraagd: hoe is het met het peil? Wat mij betreft is het peil – en dat is door de insprekers ook gevraagd – het peil is wat mij betreft de hoogte van de parkeergarage. Dat zou het peil moeten zijn wat we aan dienen te houden als het gaat om de opbouw van de gebouwen.

Dan is een ander belangrijk uitgangspunt altijd geweest, dat staat ook in de stukken natuurlijk, dat wij van het begin af aan tegen de Rabobank-eigenaar, de nieuwe eigenaar hebben gezegd: er kan mogelijk ontwikkeld worden, maar u dient zich te houden aan een aantal uitgangspunten: het mag niet hoger zijn dan het nu is, het mag niet meer kubieke meters krijgen dan het nu heeft en u moet rekening houden met dit soort uitgangspunten, het kan niet zo zijn dat u veel meer gaat doen dan u nu doet. Als u minder wil doen, mag dat natuurlijk, maar u mag er in geval niet overheen. Dat is ook zo gebeurd. Dan vraagt mijnheer Loeff: de openbaarheid van het gebied en de doorsteek waarborgen. Op de tekeningen is heel duidelijk aangegeven dat die doorsteek bestaat. Mocht dat onvoldoende duidelijk in de tekst tot uitdrukking komen, dan zal ik kijken of we daar nog extra aandacht aan kunnen schenken. Maar wat mij betreft ook in de discussie over de verkaveling is duidelijk door de raad uitgesproken dat die doorsteek wel degelijk gewaarborgd moet zijn. Ook is gezegd dat het gebied openbaar zou dienen te blijven, zolang dat daar goed gaat. Er is toen door de ontwikkelaar gezegd: we willen dat het liefst afsluiten in de avond. De raad heeft toen gezegd: daar voelen wij Pagina 30 van 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10656296/1