CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

20210119 R&I transcript

Commissie Ruimte en Infrastructuur 24 maart 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie R&I d.d. 19 januari 202135.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En beuken zijn gevoelig voor vocht veranderingen, dus daar moeten we heel zorgvuldig mee omgaan. Als er dan vervolgens een huis staat, dan kan zo’n boom ook daar omheen groeien. Dan krijg je zo’n klagende bewoner: bladeren in mijn dakgoot of geen licht. Maar daar heeft die boom dan heel weinig last van. Dat hoort het toch allemaal niet. Dus als we het goed doen bij de bouw dan komt het daarna ook goed, zal ik maar zeggen. Maar mensen die nog meer verstand van hebben die hebben we dus ook ingehuurd om ons hier heel deskundig over te adviseren, want we kunnen ons hier geen fouten op veroorloven, bij die boom. Dus dat gaat goed komen, zou ik maar zeggen. Net als met het beeld, hoor. Want dat was eigenlijk voor ons ook evident dat we daar een leuke plek voor zoeken. Normaal moet je geld uitgeven om kunst in je park te voorzien, of bij een gebouw, en nu… Ik zal niet zeggen: krijgen het we gratis. Het staat op openbaar gebied, geloof ik. Maar we kunnen het zeker hergebruiken, dus daar hebben we het graag met jullie samen over wat dan een mooie plek zou zijn. De verwarring over wat nu vastgesteld wordt en wat de verkavelingstekening wordt of niet. Mijn voorstel zou zijn om nog één keer de meest actuele tekening aanleveren, en dat we daarin de hekjes weggelaten, zodat daar geen discussie over ontstaat. Dat stellen we dan uit tot de volgende keer.

Dat we dan de kappen ervan afhalen zodat daar ook geen verwarring over ontstaat alsof we gebouwen vaststellen, maar puur de witte vlakken volumes, en dat we ook aangeven wat eventueel nog een marge is of zoiets. Want je zal merken als dadelijk die parkeergarage gemaakt wordt dat dan nog net eens een keer zo’n gebouw 10 centimeter of 5 centimeter naar links of naar rechts, en naar boven naar onder moet, omdat het dan precies goed op die kelderbak staat. Dus zo wou ik het ook dan wel introduceren. Dat je zegt: het is de verkaveling, het is nog geen definitief matenplan. Is dat een goed voorstel? De heer Van den Berg: Het is wat mij betreft een goed voorstel aan beantwoording. Voorzitter, ik heb nog een vraagje. De voorzitter: De heer Van den Berg heeft het woord. De heer Van den Berg: Nou, ik wil een vraag aan u stellen, want ik wil niet zomaar het woord weer nemen. Ik meende nog twee antwoorden ontbroken, ontbraken, sorry. En dat is één, ik vroeg nog aan de heer Stam: wat er in de huidige, als de bestemming kantoren blijft, wat er maximaal aan bebouwing aan oppervlakte volgebouwd zou kunnen worden als de bestemming niet wijzigt? Dat vind ik belangrijk in het perspectief van de stedelijke verkaveling die nu voorligt.

En de tweede vraag is: of de wethouder reeds een inzicht kan geven zoals dat onlangs ook bij de Lichtweide gebeurde over het prijsniveau van de verschillende appartementen of Pagina 30 van 52

dat daar… Want dat heeft toch ook wel een beetje te maken met de verkaveling, en de grootte, en de kansen, of hij daar nog iets van kan zeggen? De voorzitter: De wethouder heeft het woord. Het woord is aan u. De heer Stam: Wat het tweede betreft: ja, u heeft volkomen gelijk dat ik over de Lichtweide wat heb durven zeggen. En dat had te maken met het simpele feit dat wij de eigenaar zijn van de grond, dus daar kunnen wij vrij gemakkelijk in sturen. Als u heeft over in La Gare, zoals het tegenwoordig heet, de prijs is tussen de 1 en 2 miljoen, dat klopt volgens mij niet. We hebben daar een gemiddelde vierkante meter, als ik me goed herinner, van 135 meter of iets dergelijks. En die wordt op dit moment, als ik het volg, voor een prijs in de markt gezet tegen de € 10.000 per vierkante meter, dus laten we maar zeggen, het is een gemiddelde prijs. Ik zou het niet kleiner maken dan het is, hoor. Het is een fors bedrag, maar je praat dan over bedragen van gemiddeld 1,3 miljoen daar. Ik durf niet op dit moment in te gaan, en ik denk dat het ook meer in het bestemmingsplan hoort. Als je echt gaat kijken: hoe ziet de echte indeling van die huizen in die paviljoens er nu uiteindelijk uit? En dat zal dan discussie opleveren die wij ongetwijfeld als college te voeren hebben met mijnheer Voerman, en die uiteindelijk in het bestemmingsplan ook zijn neerslag zal moeten gaan vinden.

Dan het punt van… Dat heb ik niet helemaal goed begrepen, maar misschien kan mijnheer Voerman dat punt van het kantoor dan nog één keer beantwoorden? Als hij nog… De voorzitter: De heer Voerman heeft het woord. Mijnheer Voerman. De heer Voerman: Dank u wel, voorzitter. Ja, de toelichting op het aantal kuubs, dat hebben wij onderzocht. In het huidige bestemmingsplan, met de huidige bestemming, kun je tot 15.000 kuub bouwen, dus dat is plus 2000 kuub erbij. En dat zou zelfs tot 10% verhoogd kunnen worden middels een vrijstelling waar het college toe bevoegd is. Dus sowieso 2000, en dan nog een eventuele vrijstelling van 10% erbovenop. Dat was het. De voorzitter: Dank u zeer. Dank u. Dames en heren, ik denk dat we een uitstekende ronde hebben gehad, en we hebben natuurlijk alle gelegenheid om dit als bespreekpunt terug te halen bij de aanstaande raad waar we daar politiek nog het nodige over kunnen zeggen, en zou ik wat mij betreft willen voorstellen om het voor vanavond hierbij te laten, en natuurlijk nog de heer Ten Kroode nog de gelegenheid te geven om nog iets toe te voegen. Hij heeft daar recht op met 2 minuten. Als u het daarmee eens bent, dan zou ik met dus de vraag aan de heer Ten Kroode om nog een paar… De heer Vos: Nee, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Even wachten. Ik ben nog bezig.

Mijn voorstel zou zijn om het op deze wijze te doen, maar wanneer u zegt: ik wil graag nog een tweede ronde of althans nog de gelegenheid hebben om wie daar behoefte aan heeft om nog iets te zeggen ’…’ handen. Ik wacht af of er behoefte is om nadere toelichting. Ik zie de heer Loeff met een handje. Het woord is aan u. Mijnheer Loeff? De heer Loeff: Sorry, voorzitter. Ik had geen opmerking. Het handje stond nog omhoog denk ik, excuses. De voorzitter: O. Dan is het woord aan de heer Vos. De heer Vos heeft zijn handje nog... De heer Vos: Ja, dat klopt de, mijnheer de voorzitter. Ja, het is zojuist opgestoken. Ja, dat heeft u goed gezien. Ja, ik had toch nog één vraag, of liever gezegd twee vragen die zijn blijven liggen. En één opmerking, en dat ging even over de tijd die het gekost had, zo’n late communicatie, en toen gaf de wethouder aan dat: zat met Pagina 31 van 52

name in de communicatie met de griffie. Daar heb ik toch nog een beetje moeite mee. Ja, dat heeft u wel degelijk gezegd. En ik geloof niet dat het een terechte opmerking was, maar dit terzijde. Ja, ik vind dat u dat niet kunt zeggen. Dan nog toch… Ik heb niet echt een antwoord gekregen op de vraag over de mededeling van de heer Ten Kroode, maar ook van de heer Oomkes, dat er sprake is van misbruik, dat was een welles nietes, hé? Als ik me dan bedenk: het wettelijk kader? Wat was dan eigenlijk het wettelijk kader, dus eigenlijk hebben zij niks te vertellen. Heb ik dat goed begrepen? En dan wel een hele principiële vraag. Als wij nu vaststellen dat wij hiermee akkoord gaan dan is dat geen opzet, maar dan is het wel iets anders, maar het bekruipt mij het gevoel - en ik hoop dat de wethouder mij toch echt gerust kan stellen - dat als wij hiermee akkoord gaan dat we een aanzetje doen tot het bouwen van een aantal panden, wijziging van het bestemmingsplan, en zijn wij links afgegaan, en krijgen we later te horen: ja, maar jullie zijn toen links afgegaan. En ja, wie A zegt die moet ook B zeggen.

En daar maak ik me toch wel een beetje zorgen om, dat in die volgorde… En dat was ook in de eerste ronde mijn vraag al: waar ga ik nu eigenlijk mee akkoord? En ik zie al een klein beetje de route uitgetekend waarbij wij straks bij een cafetaria aangekomen zijn waar wij zeggen: ja, maar daar heeft u zelf voor getekend. Dus ik wil heel graag een geruststelling hebben, van de wethouder, dat als wij hier akkoord gaan met deze verkaveling dat wij niet straks geconfronteerd worden met de mededeling tijdens één van de volgende raadsvergaderingen: ja, voor u ligt de herschikking van het bestemmingsplan, kunt u eventjes aangeven dat u het hier alsnog toch wel heel erg mee eens was? En daar wil ik toch wel even iets over zeggen, want volgens mij, over die bestemming en over woningen en woningen van 1,2, 1,8, 2 miljoen, daar vind ik wel wat van. En ik wou graag gerustgesteld worden. En dat gaat mijnheer Stam vast wel doen. De voorzitter: De heer Stam heeft het woord. De wethouder. De heer Stam: Ja, ik begrijp dat mijnheer Vos een politieke knuffel wil, maar ik zal hem in die zin… Kan ik hem niet anders dan geruststellen door de dingen die ik al heb gezegd. Namelijk, wat wij vandaag vaststellen is, nogmaals, een stedenbouwkundige verkaveling. U onderschat uw eigen positie wat dat betreft.

Ik spreek u dan aan als raadslid omdat uiteindelijk in het bestemmingsplan… Er komt eerst nog een concept bestemmingsplan. Er komt een concept beeldkwaliteitsplan. Dat gaat u nog vaststellen. Dan gaat dat nog… Dan komt dat ter inzage, er kunnen zienswijzen worden ingediend, daar zullen mensen ongetwijfeld gebruik van maken, dan zullen we een nota van zienswijze van maken, en dan gaat uiteindelijk… En dat zal na de zomer pas zijn, komt er een definitief voorstel bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan, en dat gaat de raad in de commissie eerst in de raad vaststellen, mag ik hopen. En dat heeft allemaal mogelijkheden tot inspraak en zienswijzen, en daar zullen we allemaal heel zorgvuldig mee moeten omgaan. En de dingen die u vraagt: ja, hebben we dan al vastgelegd op allerlei invulling? Dat doet u vandaag niet. Ik heb al aangegeven: die plint die moet nog op een bepaalde manier een invulling krijgen. Dat gaat, als je het hebt over: hoe gaat de invulling in de appartementen? Hoe is de architectonische invulling, heel belangrijk onderdeel er nog van. Dat komt allemaal nog aan de orde in dat concept bestemmingsplan. Dus ik hoop u daarmee gerust te kunnen stellen, en ik geloof dat u wat dat betreft uw eigen positie niet hoeft te onderschatten. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van den Berg, die ook nog een handje heeft opgestoken. De heer Van de Berg.

De heer Van den Berg: Ja, dat is even voor een stukje discussie over het laatste onderwerp. Want wat de heer Vos, maar ook collega’s al aangekaart hebben: door het in deze volgorde te doen, en wij dadelijk in commissieverband voorstellen om het naar de raad door te geleiden, en wij gaan daar als raad de stedelijke verkaveling omarmen, in meerderheid. Dan wordt het, denk ik, wel een heel lang lastig verhaal als je ergens verderop in het traject als gemeenteraad zou zeggen: nee, maar dit willen we toch eigenlijk niet. Dus in die zin

Pagina 32 van 52

heeft de heer Vos wel een punt, dat we ons goed moeten realiseren dat we een paar stappen… En ik doe niks af aan wat de wethouders zegt dat er alle zorgvuldigheid in het proces betracht wordt, maar op het moment dat wij een verkaveling, niet in deze commissie, maar in de raad, de verkaveling vaststellen dan ligt dat wel, denk ik, redelijk vast waardoor je wel beperkt wordt in het verdere traject. En dat wil ik wel opgemerkt hebben dat we ons daar toch wel terdege moeten realiseren, omdat net wel wat gemakkelijk wordt gezegd dat we er uiteindelijk altijd nog overgaan, maar ik zie dat toch wel wat ingewikkelder. Niets afdoend, even, aan wat de meerderheid van de raad zou willen, hé? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Stam nog een opmerking? De heer Stam: Ja, ik kan dan niks anders van zeggen dan dat… Natuurlijk neemt u nu een stap. Ik bedoel, ik ontken dat ook helemaal niet. Natuurlijk neemt u nu de stap, want u gaat vaststellen, die stedenbouwkundige verkaveling. Als u zegt: ja, maar ik wil eigenlijk niet bewegen. Ja, dan moet u het vooral niet doen. Maar op het moment dat je zegt: we zijn nu al jarenlang bezig in dit proces. In mijn inleiding heb ik ook gezegd: we hebben geprobeerd dat zo zorgvuldig mogelijk in de herstart te doen. Daar kan door sommigen misschien anders over worden gedacht, maar ik heb daarop zichzelf een plezierig gevoel bij.

Ook een gevoel bij dat we met een gebalanceerd voorstel komen wat ook kwalitatief goed is en wat… En ik hecht er wat dat betreft ook altijd waarde aan het oordeel van de Commissie Ruimte en Kwaliteit. En ik heb de indruk ook, datgene wat mijnheer Godefroy vandaag aan ons heeft laten zien, stemt mij buitengewoon tevreden. Ik hoop ook echt dat het iets moois … Ik ben ervan overtuigd dat het iets heel moois kan worden in het dorp. En tegelijkertijd neemt u een stap. En die stap heeft natuurlijk consequenties, dat ontken ik ook helemaal niet. Want ja, als u geen stap maakt dan komt u ook niet vooruit. En de bedoeling is dat dit proces vooruitgaat, en vooruitgaat het nu naar het bestemmingsplan beeldkwaliteit in concept waarin al die procedurele stappen in gemaakt kunnen worden. Dus laat ik dat vooral duidelijk en helder maken. De voorzitter: Mag ik concluderen, voor de heer Ten Kroode het woord te nemen, dat de commissie intensief dit voorstel heeft besproken? Dat aan de raad adviseert om dit ook als bespreekpunt te behandelen bij de aanstaande raad? Het is al geagendeerd door de raad. Het advies van de commissie is om het als bespreekpunt te behandelen. Als u het met die conclusie eens bent, dan zal ik nu het woord willen geven aan de heer Ten Kroode, ter afsluiting van dit onderwerp voor vanavond. Het woord is aan de heer Ten Kroode.

De heer Ten Kroode: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: ’…’ behoefte aan heeft? De heer Ten Kroode: Ik wil even aan… De voorzitter: De heer Ten Kroode. De heer Ten Kroode: Ja, dank u wel. Ik heb net gehoord wat de heer Van den Berg en de heer Vos zeiden over die volgorde. Dat heb ik ook in mijn inspraak eerste ronde aangegeven. De vraag is even: is er een alternatieve route? Is er een alternatieve volgorde of zitten we hieraan vast? Dan heeft deze discussie niet veel zin. Maar als er een alternatief is, en daarna zou het fijn zijn om die ernaast te leggen, en om te kijken: bij welke voelt de raad zich het meest comfortabel? Dat zou iedereen de meest charmante oplossing vinden. Dan wil ik als laatste afsluitende opmerking aangeven: er wordt gesproken over een terras, horeca in de strip, bij het pand, ter versterking van de publieke functie. Er is een centrumplan waarin radialen zijn vastgelegd. En de Van Nispenstraat is geen radiaal. Ik heb daar ten tijde van het vaststellen van het centrumplan daar uitgebreid Pagina 33 van 52

opmerkingen over gemaakt. Die straat voldoet aan alle eisen, aan het eind een parkeerplaats, maar nee, het moest de nieuwe weg worden. Nou, die voldeed niet aan de eisen, die had geen parkeerplaats aan het eind. Maar goed, het is geworden wat het is. De Van Nispenstraat is geen radiaal, en dat betekent dat er geen nieuwe horeca mag komen, en ook geen nieuwe detailhandel. Dat legt aanzienlijke beperkingen op om bij de invulling van deze publiekelijke functie. Ik heb het woord detailhandel zien langskomen, en ik heb terras horen langskomen. Als je de ruimte wil geven aan optimale invulling dan zul je ook het centrumplan en de radialen moeten aanpassen wil je dit stukje van de straat zijn levendigheid kunnen laten behouden. En om dat goed mogelijk te maken zou ik willen adviseren om een retaildeskundige om advies te vragen: hoeveel reuring heb je nu nodig in een dergelijk stuk straat, hoeveel loop heb je nodig in een dergelijk stuk straat om voldoende klandizie te realiseren? En dat is wel degelijk belangrijk bij het invullen van die functie, omdat je moet een zekere hoeveelheid reuring teweegbrengen. En dat verschilt per type straat, en daar is heel veel deskundigheid over. Dat zou mijn advies zijn: het opheffen van de niet radiaalfunctie in het centrumplan, als toch het bestemmingsplan wordt aangepast. En de retaildeskundige vragen om advies. De voorzitter: Dank u zeer.

Uw advies, daarmee is de discussie gesloten, heb ik de eer om mijn dank uit te spreken in de eerste plaats aan onze gasten van vanavond: de heer Godefroy, de heer Voerman en uiteraard ook aan de ambtenaren die vanavond hiervoor vrij zijn gemaakt. En natuurlijk ook aan de commissieleden voor de uitermate constructieve bijdrage die is geleverd inclusief de insprekers ook in de vorm van de heer Ten Kroode. Daarmee sluit ik dit punt af, als u het goedvindt? 6.2 Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2021, 2022 en 2023 De voorzitter: En kom ik bij het volgende punt van de agenda, te weten: het programmaplan Implementatie Omgevingswet. Het voorstel is uitvoerig beschreven in 8 punten die ik niet allemaal zal voorlezen. Mijn vraag is: wie van de commissie behoefte heeft hier een nadere discussie over te voeren, althans, een opmerking hierover te maken? De commissie is aan zet. Wetende dat we ook een ambtelijke assistentie hebben, in dit geval, en die wil ik graag welkom heten. En met excuses dat u zo lang hebt moeten wachten om eventueel aan de beurt te komen. Dat is mevrouw Van der Marel en de heer Van Amelsfoort die de wethouder graag wensen te assisteren voor zover mogelijk. Wil de wethouder zelf nog enige toelichting geven, wellicht? De heer Stam: Nou, heel kort. We zijn op dit moment volop bezig natuurlijk met de implementatie te doen.

Bekend is dat onze vrienden uit Den Haag de Omgevingswet implementatie ingangsdatum een jaar hebben opgeschoven. Ik ben erg benieuwd of eventueel de Tweede Kamer de eventuele behandeling nog controversieel gaat verklaren. Dat kan nog allemaal gebeuren. De VNG heeft zich inmiddels er tegenaan gesproken, dat zouden wij ook vervelend vinden, maar ja, we moeten het maar even afwachten. En belangrijk vandaag is dat we de tweede tranche willen gaan doen, en dat betekent ook dat we een klankbordgroep uit raden, uit 3 raden willen gaan gebruiken met die klankbordgroep een belangrijk deel van het werk op papier willen gaan krijgen. Dat gaat dan om het adviesrecht, participatie en delegatie, en de harmonisatie van de regelgeving. En dat is ooit eens geweest in de motie van de drie raden dat men gezegd heeft: probeer nu zo goed mogelijk binnen BEL verband, en dat is ook een stuk efficiënter natuurlijk, tot gelijkluidende regels te komen. De vlaggenmast, hebben we het wel eens over gehad met mevrouw Van der Marel. De vlaggenmast in Eemnes is, geloof ik 6 meter en in Blaricum 8, en in Laren 7. Nou ja, daar kun je misschien het wel een keer over eens worden. Zo zijn er honderden voorbeelden van dit soort dingen. Belangrijk is dat we hebben gezegd, en dat wil ik nog wel even melden, dat de bedoeling is van de Implementatie Omgevingswet dat er ook nog een Omgevingsvisie komt.

Daar heeft de stuurgroep van gezegd, daar zitten wethouders in die zich daarmee bezighouden: dit lijkt ons niet chique om nu op het eind van de raadsperiode en op het eind van het

Pagina 34 van 52

collegeperiode nog een Omgevingsvisie te produceren. Laat de nieuwe raad, het nieuwe college dat doen. Maar wat we wel zeggen, wat we kunnen doen, we kunnen daar volledig op ingaan is een soort koersdocument maken waarbij we een soort aantal bouwstenen aanreiken die de basis zouden kunnen vormen voor de manier waarop die visie kan worden opgesteld. Nou, dat even heel in het kort. En we hebben daarna, als we het in 2022 in werking hebben gezegd, met minimale eisen, tot 2030 om het allemaal te implementeren. En of u dat allemaal mee gaat maken:, dat weet ik niet helemaal zeker. Goed, ik wacht op de vragen. De voorzitter: Er zijn een… Bijna iedere commissieleden blijkbaar behoefte om nadere discussie. Het woord is aan de heer Van den Berg. De heer Van de Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter. Ik ben er. Ja, kijk, we ontkomen er niet aan om hiermee door te gaan. In mijn dagelijkse praktijk komt de Omgevingswet zo’n beetje iedere dag voor, en ik denk dat we als Laren van geluk mogen spreken dat die keer op keer uitgesteld wordt, die implementatie, want anders waren we nu rijkelijk te laat geweest.

En dat gezegd hebbende, denk ik dat het goed is om het niet vooruit te schrijven, maar ons toch terdege van bewust te zijn, ondanks dat die wet aan alle kanten nog rammelt op rijksniveau, dat we ons in Laren daar wel tegenaan gaan bewegen, en dat niet alleen maar aan een nieuwe raad overlaten maar ook wel degelijk, zeg maar, in de huidige periode nog op een actieve manier mee aan de slag gaan. Want regeren is vooruitzien, en de Omgevingswet gaat gewoon over onze ruimte. Maar dat gezegd hebbende, voorzitter, omdat ik begon met dat we eigenlijk rijkelijk te laat zijn zou het ook raar zijn als we nu allerlei kritische opmerkingen maken. Ik denk dat het politiek volgende week gewoon erdoorheen moet. Er zitten natuurlijk wel wat kosten in. Er zijn nog wel wat vragen over te stellen, maar ik verwacht dat daar de collega’s ook nog wel op doorgaan, omdat bijvoorbeeld ergens in detail staat dat er een stagiaire wordt ingeschakeld, als ik het goed heb, en daar hangt dan een prijskaartje aan. Nou dan… En er hangt een prijskaartje meen ik, aan van een ton of zo, als ik het goed begrepen heb. Nou, dat zijn van die details, waarvan ik denk: daar moet het wel overgaan. Maar voor nu dan denk ik: doorgaan met die implementatie, want we zijn gewoon eigenlijk te laat. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff. De heer Loeff: Ja, dank u, voorzitter.

Nou ja, ik denk inderdaad dat we eensluidend kunnen zijn, de heer Van den Berg en ik, als het gaat over de wet en hoe die moet worden geïmplementeerd. Het is inderdaad de vraag: ja, zijn we er blij mee, zijn wij niet blij mee? Het gaat een hoop veranderingen kosten die moeten worden geïmplementeerd. Ik heb wel een tweetal vragen. De eerste is al door de heer Van den Berg gezegd: de trainee die € 33.000 kost in het vierde kwartaal van 2021. Ik hoor heel graag, en mijn mede-fractieleden ook, trainee worden bij de BEL Combinatie voor € 33.000 voor één kwartaal? Maar misschien kan daar een toelichting op komen wat die kosten precies behelzen of wordt dat aangepast? Andere vraag was: de afvaardiging van de raden. Er wordt gesproken over een klankbordgroep. Dat was… Want we zaten ook in een klankbordgroep. Heb ik zelf ook ingezeten, maar dat was eigenlijk een meedenkgroep. En nu wordt daar ook gesproken over dat die groep een mandaat zou krijgen. En de vraag is: wat is de achterliggende gedachte van dat mandaat, en wat zou dat mandaat dan moeten inhouden? Omdat in principe de raden zelf zouden moeten beslissen over welke delen uit - dat is een technisch begrip - die bruidsschat dan waaraan toe zou moeten vallen, en wat we dan wel niet zouden moeten doen? Dat zijn eigenlijk de twee hoofdvragen die wij hebben. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de wethouder. Wethouder.

Pagina 35 van 52

De heer Stam: O, ik dacht dat u nu het rondje maakte. Oké. Ja, of we nu te laat zijn, zoals mijnheer Van den Berg zegt. Dan ga ik ook maar even in op zijn opmerking. Dat weet ik niet. We zijn in ieder geval hartstikke hard bezig, al ruim een jaar, onder leiding van ambtelijk, maar ook met een stuurgroep. En ook in de raad, zoals mijnheer Loeff zegt, met een raadadviesgroep zijn we bezig geweest. Dus het is wel belangrijk om even te melden… Ik heb niet gezegd dat de wet, die Omgevingsplannen, niet zou moeten worden ingevoerd. Ik heb alleen gezegd… Ik heb niet gezegd: er moet ook een Omgevingsvisie komen. En die visie, daarvan heb ik alleen gezegd: het lijkt mij verstandig, en dat is gedeeld in de stuurgroep - dus drie wethouders vonden dat ook - dat je die visie nu niet moet opstellen, want dan komt het klaar ergens in oktober, november van dit jaar. En in de wetenschap dat het 3, 4 maanden later een nieuw college en een nieuwe raad zit. En daar was toch de ’…’ opinie: laat nu die nieuwe raad, nieuwe college dat vaststellen, want dat is echt een visie op het dorp, en dat vond ik wat ver gaan om in de huidige… Maar laat de raad daar vooral wat van vinden, en ook die raadsgroep die daarmee aan de gang gaat. En wat betreft de kosten waar mijnheer Loeff naar vraagt. Ikzelf vind dat ook wat aan de hoge kant. Ik heb in ieder geval gezegd: het is verantwoord.

En ik denk dat mevrouw Van der Marel daar ook wel even op in kan gaan, maar we zullen zeker in de stuurgroep… We gaan dat niet per se uitgeven als het niet hoeft. We zullen proberen daar kritisch op te zijn. Maar misschien wil mevrouw Van der Marel nog even twee dingen behandelen. Dat is: hoe verklaren we die kosten? Met name die trainee, dat is ook wel een vraag, ook in het college geweest. En hoe zit dat met de afvaardiging van de raden, met name waar het gaat om ’…’. De voorzitter: Mevrouw Van der Marel heeft het woord. Mevrouw Van der Marel. Mevrouw Van der Marel: Dank u wel. Ja, die kosten van die trainee. Het heeft een conversatiewaarde, zou je bijna zeggen. Ook in de commissie van Eemnes en in de RTG van Blaricum is deze vraag gesteld. Ja, en toch is het een vrij eenvoudige rekensom. Een trainee begint met iets van bovenin de € 50 per uur, en het tweede halfjaar wordt dat al 62. En als je dan gewoon rustig doorrekent dan kom je met 32 uur in een week en 40 weken, geloof ik, of meer, want we hebben meer dan 40 weken, maar dan kom je … Ik zal het rekensommetje nog naar u sturen hoor, maar dan kom je gewoon op die ton uit. Zeker omdat wij geconstateerd hebben dat die trainee inhuren om een aantal collega’s van de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling te ontlasten, dus die trainee moet wel het een en ander kunnen overnemen.

Dus we moeten niet iemand hebben die echt net uit de schoolbanken komt. We moeten wel iemand hebben die wat kan. Ja, dan zit je op een gegeven moment aan het uurtarief vast. Mooier kunnen we het niet maken, eigenlijk. En waarom wij voor een trainee gekozen hebben, dat wil ik nog wel even benadrukken, is omdat dat toch een wat jonger en frisser iemand is die, naar wij denken, gelijk op de manier die we bedacht hebben aan de Omgevingswet gaat werken, en daarin ook de frisse wind een beetje erin brengt, en in staat is om ons te laten zien dat het ook anders kan. Dat zijn de twee dingen over de trainee. De voorzitter: Dank u zeer. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van der Marel: De raadsbrede werkgroep. Die zinslede die in het voorstel staat over het mandaat die komt vanuit Eemnes, omdat men daar constateerde dat die raadsbrede werkgroep, dat we daar eigenlijk nooit wat over vastgelegd hebben. En ik moet eerlijk zeggen dat ik dacht: ja, als we daar heel uitgebreid ons over gaan buigen dan is die raadsbrede werkgroep er niet voordat de wet in werking treedt, dus daar moeten we voor oppassen. Mijn idee is om dat kort even op te schrijven, en eigenlijk te herhalen datgene wat ik al in de mail heb gezegd, en wat bij u in het presidium ook besproken is. Wat we gaan doen als raadsbrede werkgroep is voorstellen bespreken.

En het geeft projectleider Joop en mij de gelegenheid om te sonderen en te kijken hoe bepaalde ideeën bij u vallen. Het heeft niets met besluitvorming te maken, het heeft zeker niet

Pagina 36 van 52

iets met politiek te maken, want politiek, dat doet u natuurlijk in de raad, maar het zijn allemaal nieuwe onderwerpen. En we proberen die onderdelen zoveel mogelijk af te stemmen zodat wij als Bel Combinatie uiteindelijk vergelijkbare regelgeving krijgen in alle drie de gemeente als dat mogelijk is. Nou, om dat te sonderen hebben we een raadsbrede werkgroep nodig, en dat zou ik graag in een paar regeltjes voor u opschrijven. De voorzitter: Oké. Dank u zeer. Het woord is aan de heer Faas. De heer Faas. De heer Faas: Dank u wel, voorzitter. Het plan gaat… Ben ik te horen? De voorzitter: Ja, u bent te horen, ja. De heer Faas: Oké. Dank u wel. Het plan gaat vrij diep in om wat men gaat doen. Maar daar staat weinig in hoe men dat gaan doen. Ik neem aan dat dat in een latere fase nog aan de orde komt. Op zich lijkt het ons een prima plan. En mijn fractie die kan hier wel mee instemmen, en wat ons betreft kan het door naar de raad. Er zijn nog wel een paar vragen die ik heb. De eerste vraag is een verbazing. En deze vraag is, denk ik, voor mijnheer Calis. Het heeft mij nogal verbaasd dat er nu al een begrotingswijziging is. De kosten van de Omgevingswet die waren toch al jaren te voorzien, en hier had toch zeker een stelpost opgenomen kunnen worden in de begroting van 2021? Maar nu al moeten wij, wat is het, € 68.000 wegpoetsen of althans toevoegen aan de begroting.

Dat verbaast mij, en wellicht dat mijnheer Calis daar kort op kan reflecteren. Een tweede opmerking die ik wil maken als ik de stukken gelezen heb, en überhaupt ook andere stukken tot mij heb genomen, betreffende de Omgevingswet. Dan heb ik gezien dat het webportaal en de bijbehorende software sterk succes bepalend zullen zijn voor de uiteindelijke wet. En nu misschien, een beetje kort door de bocht, maar ICT en overheid gaat in mijn beleving niet altijd briljant samen, dus ik wil eigenlijk wel wat reassurance hebben dat dat in dit geval goed gaat. En wellicht een korte toelichting van de wethouder: hoe gaat dat, moeten wij dit zelf maken, krijgen we dit aangeleverd van de centrale overheid het komend jaar? En wat moet Laren dan … Of de BEL, laat ik dat even zeggen, dan zelfs nog doen om dit werkend te krijgen voor januari 2022? En een laatste vraag. Ik heb het stuk gelezen, en daarin maak ik op dat eigenlijk al helemaal vanaf het begin de drie BEL gemeentes alle kanten opgaan. Zou het nu niet logisch zijn om althans een poging te wagen om één gezamenlijke wet, Omgevingswet, te doen ontstaan? Ik heb zelfs al gezien dat de naam van het programmaplan, of de Omgevingsplan al drie verschillende namen heeft door de drie gemeentes. Het lijkt mij dat als je dat met één ambtenarencorps moet realiseren dan zou je toch kunnen nastreven om één gelijkluidende wet daarvan te maken.

En als dat dan gaandeweg niet blijkt te lukken dan kan je altijd daar nog van afwijken. Dat waren mijn drie vragen en opmerkingen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. De wethouder heeft het woord. De wethouder. De heer Stam: Nou, ik denk dat mijnheer Calis misschien… Ik zie dat hij er nog is. Dat hij iets zou kunnen zeggen over de begroting. Tegelijkertijd zijn de opmerkingen van de heer Faas om te kijken of we tot een geharmoniseerde, tussen de BEL gemeenten, opzet kunnen komen in een Omgevingsplan, en eventueel ook de visie. Is nu prima. Dat is ook wat… Gaf ik ook al aan in mijn inleiding, dat de drie gemeenteraden hebben daar ook een motie over aangenomen, en hebben het college opgeroepen om dat zo goed mogelijk samen met de raad op één noemer te krijgen. Ja, of dat uiteindelijk gaat lukken dat zullen we zien, maar het is wel de intentie. Ik weet niet of mijnheer Calis nog wat wil zeggen? De voorzitter: Ja, de heer Calis. Gaat uw gang.

Pagina 37 van 52

De heer Calis: Dank u wel, voorzitter. Ja, zolang de plannen niet zijn gepreciseerd worden ze niet in de begroting opgenomen. En als ze nu wel gedefinieerd worden… Er is… Ik wil nog even verwijzen naar het begin van deze inleiding waarin een presentatie is gegeven van de begroting. En van de begroting hebben we ook gezegd, zoals mevrouw Van der Marel zegt: zowel in Blaricum, Eemnes als in Laren zijn daar vragen over gesteld, en ook binnen het college. Dus vooralsnog gaan we ervan uit dat dit een oriënterend bedrag is. Daar kunnen we, zeker met het oog op mogelijke rechtmatigheidsvraagstukken, nu een begrotingswijziging voor maken. Maar ik wil nadrukkelijk stellen dat het geen vrijbrief is om dit allemaal uit te geven. De voorzitter: Oké. Dank u zeer. Het woord is aan de heer… Ik zie verder geen handjes meer, eerlijk gezegd. De heer Faas: Voorzitter, ik heb op één van mijn vragen geen antwoord gekregen. Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter? O. De voorzitter: U krijgt dadelijk het woord. Wat was ook weer uw vraag waar u geen antwoord op gekregen hebt, mijnheer Faas? De heer Faas: De opmerking, c.q. vraag, die ik heb gemaakt over het webportaal en de noodzakelijke software. Of wij dat aangeleverd krijgen, en wat de BEL gemeentes daar zelf aan moeten doen? En wat reassurance dat dat goed gaat komen het komend jaar.

De voorzitter: De heer Van der Marel of de wethouder? Mevrouw Van der Marel. De heer Stam: Mevrouw Van der Marel de kans om hier een helder antwoord op te geven. De voorzitter: Mevrouw Van der Marel. Kunt u dat uitleggen, mevrouw? Mevrouw Van der Marel: Ja, daar ben ik. Ja, ik kan u geruststellen. En dat doe ik een beetje met aarzeling, want, weet je, als BEL Combinatie ben je zo langzamerhand een beetje voorzichtig geworden. Maar technisch gezien zijn wij als BEL Combinatie klaar. Onze informatie en ICT-systemen zijn dusdanig gekozen dat wij kunnen koppelen met het nieuwe digitale stelsel van de Omgevingswet. Het digitale stelsel wordt ons door het rijk aangereikt. Dat maakt het rijk… Nou, u heeft in alle kranten kunnen lezen dat dat niet altijd even lekker gaat, maar toch zijn ze op de goede weg. We hebben zelf een aantal programma’s moeten aanschaffen. Die kunnen we allemaal met elkaar koppelen. Die kunnen datgene doen wat ze moeten doen. Wij moeten het alleen nog wel gaan implementeren, en we moeten dit jaar gaan oefenen met die dingen. Maar technisch gezien zijn wij klaar. De heer Faas: Dank u wel. De voorzitter: Het woord is nu aan de heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat voorliggende stuk behelst alleen maar nog een programmaplan implementatie, dus dat is de Omgevingswet op zichzelf nog niet. Dat moet dan allemaal nog gevuld worden.

Ik wil op dit moment in ieder geval aangeven dat het wel van uiterst groot belang is om alle raadsbrede werkgroepen en beslismoment die nog komen op dit pad dat die ook uitstekend bezet moeten worden, zodat de Omgevingswet uiteindelijk een verbetering wordt, en geen verslechtering, want ik zie allemaal valkuiltjes op de weg. En zeker daar waar met haast besloten moet worden is de kans wat groter aanwezig. Nou, verder heb ik een aantal vragen die nog niet aan de orde geweest zijn. Die wil ik heel graag Pagina 38 van 52

stellen. Allereerst: wat is de actuele stand van zaken nu voor wat betreft de implementatie? Is dat hetgeen wat in de bijlage 1 beschreven wordt, of zijn we inmiddels verder? Dat is één vraag. Over het budget wil ik nog even vragen inderdaad. Het wordt een lastig bedrag van het rekeningresultaat, maar wat gebeurt als je straks het rekeningresultaat in 2021 een negatief wordt? Dan krijgen we toch al meer dan financiële grotere problemen. Goed, verder is er in het stuk sprake dat de ambtenaren vrijgemaakt moeten worden om dat hele implementatieproces uit te voeren. Mij dunkt dat dat ten koste van het een en ander gaat. Dat staat wel een beetje beschreven, maar ik zou heel graag weten welke concrete effecten dat heeft op de dienstverlening door de BEL Combinatie? Ditgeen hebben we gehad. Vervolgens is in de begroting ook nog één ding opgenomen. Er staat: participatiedelegatie en advies. Maar er staat helemaal geen budget bij. Is het de bedoeling dat daaraan gedaan wordt, dan kost het ook geld of wordt dat gewoon overgeslagen? Nou, uiteindelijk dan nog het contourendocument. Ja, ons lijkt juist eigenlijk van dat het helemaal niet zo handig is inderdaad om dat dan nu op te stellen en daar veel moeite in te steken daar waar in 2022 een nieuwe ploeg aantreedt. Dus wij willen eigenlijk voorstellen om in die plannen dat enigszins te wijzigen dan. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Wethouder, het woord is aan u. Wethouder. De heer Stam: Ja, hoor. Ik denk dat… Ik heb al gezegd: die visie, die zullen we niet gaan doen. Wat we wel van plan zijn, dat is ook in de stuurgroep besloten. Ik heb met twee andere wethouders, wilden ook graag wel een contourendocument, en ik heb dat genoemd: een aantal bouwstenen die op maat gemaakt zouden kunnen worden tot een visie, Omgevingsvisie. Nou ja, dat zal ook, denk ik, met de raadsbrede werkgroep besproken moeten worden wat daarin moet komen, en hoe je dat in de concrete zin moet gaan zien. Wat betreft… Ja, ik onderschat totaal niet, en mevrouw Van der Marel en haar collega die er ook is, onderschatten dat zeker niet. Het is een enorme klus, die Omgevingswet implementeren. Om steeds plannen maken en de hele zaak implementeren, de hele IT-problematiek, waar mijnheer Faas terecht ook op wijst. Maar gelukkig hebben we daarna natuurlijk nog wel even tot 2030 de tijd om dat op een goede manier volwaardig te gaan implementeren in de komende jaren. Het neemt niet weg dat het een enorme fysisch zware arbeid is waar de rijksoverheid ons mee opzadelt, maar het heeft natuurlijk wel een aantal goede uitgangspunten.

Namelijk, het moet allemaal sneller kunnen, het moet de burger beter kunnen bedienen, het moet minder duur zijn en ga zo maar door, een aantal van die voordelen, waarvan wij natuurlijk tegen elkaar als cynische Nederlanders natuurlijk zeggen: nou, dat moeten we allemaal nog zien. Maar het is wel uit het uitgangspunt van de wet en dat gaan we proberen in te vullen. Misschien dat mevrouw Van der Marel nog even kan zeggen op dit moment: wat is de actuele stand, waar mijnheer Grunwald om vraagt. En dat budget wat gevraagd wordt heeft natuurlijk een effect op het als het niet … Er zullen ook wel meevallers komen, hoor, mevrouw of mijnheer Grunwald. Dus wat dat betreft zullen we zien hoe dat uitpakt, het rekeningresultaat. Maar het kan misschien als mijnheer Calis de behoefte voelt jullie daar ook wel wat over zeggen. Maar misschien wil mevrouw Van der Marel iets zeggen over de stand van zaken en de aanpak dit jaar. Mevrouw Van der Marel: Ja, dank u wel. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw. Mevrouw Van der Marel: Dank u wel. U heeft het goed gezien. De stand van zaken is opgenomen in bijlage 1. Dat is de evaluatie van de vorige periode. En we zijn inmiddels wel ietsjes verder dan wat er in de bijlage 1 beschreven is. Bijvoorbeeld de werkprocessen. Die hebben wij eigenlijk opgesteld.

We zijn ze nu aan het doornemen met onze informatie en ICT-manager, zodat ook daar die ICT-component aan vastgeplakt wordt. En ja, dat is toch wel iets waarin wij redelijk voorlopen ten opzichte van onze regiogemeentes. Het is natuurlijk Pagina 39 van 52

ook een onderdeel wat we bijvoorbeeld gedeeld hebben in de regio. En er wordt even genoemd dat wij redelijk laat zijn bij de BEL Combinatie. Nou dat wil ik wel een beetje tegenspreken. We toetsen dat ook af en toe bij onze ketenpartners: hoe vinden jullie… Waar staan wij volgens jullie? En wat wij terugkrijgen is dat wij over het algemeen gezien worden als een goede middenmoter. En nou, daar ben ik wel blij mee, want ik moet eerlijk zeggen ik geloof in de wet van de remmende voorsprong. Daar hebben we geen last, maar we willen ook niet helemaal in de achterhoede zijn. Dus dat zijn we niet. Die implementatie heeft zijn impact op de capaciteit die we hebben in de ambtelijke organisatie. Dat is nadrukkelijk aan de orde geweest bij alle gesprekken die er zijn tussen BEL Combinatie en bestuur en wethouders over de uren die we kunnen besteden. De DVO, dat is voor u geen onbekende term: de Dienstverleningsovereenkomst. In dat kader is nadrukkelijk gesproken over het feit dat we een bepaalde hoeveelheid uur aan die Omgevingswet moeten besteden, aan die implementatie, en daar komt dus ook uit voort het idee om een trainee in te schakelen om onze ambtenaren te ontlasten. Vervolgens zei u: dat de participatie en de delegatie, die onderwerpen, dat die geen geld kosten. Wat u het komend jaar gaat doen, en daar hebben we ook de raadsbrede werkgroep, willen we daar heel graag voor gebruiken.

U gaat voor het eerst invulling geven aan nieuw beleid. Die Omgevingswet die vraagt van u op een aantal punten beleid te maken. En kost dat geld? Ja, dat kost geld, maar dat zijn geen kosten van externen, behalve dan dat mijn collega Joop, die aanwezig is, die moet toch straks ook wel even wat zeggen, die dat onderwerp gaan trekken. Maar daar gaat u dus de komende maanden in de raadsbrede werkgroep mee kennismaken met die problematiek, en daar gaan we beleid maken. De voorzitter: Begrijp ik dat mijnheer Van Amelsfoort nog iets zou moeten toevoegen, mevrouw? Mevrouw Van der Marel: Ja, over het beleid participatie delegatie. De voorzitter: De heer Van Amelsfoort heeft het woord. En ik mag de heer Ten Kroode die nog steeds gezellig bij ons is… In die zin, in de publieke tribune zit. Maar u hoeft zich niet verplicht te voelen om te blijven zitten. Het onderwerp waar hij voor kwam is afgewerkt. Van inspreken is verder geen sprake, maar als hij insisteert om deze vergadering toch te blijven beluisteren ben ik niet degene om daar een antidemocratisch standpunt van in te nemen. Maar gezien het tijdstip nodig ik hem eigenlijk uit om lekker naar bed te gaan, maar het is aan u, mijnheer Ten Kroode. Het woord is aan de heer Van Amelsfoort. De heer Van Amelsfoort: Ja, dank u, voorzitter.

We gaan wel degelijk met participatie, delegatie, adviesrecht en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan de slag. We willen daarbij ook graag gebruikmaken van die raadswerkgroep, en de kosten die daarmee zijn verbonden die ziet u staan één regel later, één regel lager moet ik zeggen: intake snel service vergunningverlening operationeel. Dat is dat bedrag van die € 14.000, en die onderdelen participatie, delegatie en advies worden daarin meegenomen. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is nu aan de heer Vos. Ik wijs u erop dat het overigens bijna elf uur is, en we zijn wel toe aan het einde van de vergadering. De heer Vos: Ja. Nee, dat klopt, mijnheer Wegter. De voorzitter: Mijnheer Vos heeft het woord. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, en dan komt nog het belangrijkste onderdeel van deze vergadering, dus dat wordt nog wat. Ja, ik heb een keertje begrepen dat de Omgevingswet het vooral voor burgers, en voor eenvoudige zielen, zoals ik daar eentje ben, doorzichtelijker zouden worden en eenvoudiger zouden worden. Ik meen dat ik zo’n zin gelezen heb in het document. Ik ben maar een eenvoudig mens, zoals ik al zei. Ik vond Pagina 40 van 52

het niet zo eenvoudig. En mijn vraag eigenlijk aan de wethouder is heel simpel: als dit nu allemaal zo mooi geïmplementeerd is, en we hebben prachtige plannen dan uitgesteld, rode blokjes, groene blokjes, hartstikke leuke blokjes. Hoe gaan wij nog eenvoudigere zielen dit dienst maken? Want dat wordt nog een hele klus, volgens mij, en dat mis ik een beetje in dit stuk. En dat komt dan waarschijnlijk nog, denk ik, maar dat zou ik dan toch graag van de wethouder horen, want ja, ik voorzie dat dat toch nog wat langer gaat duren dan tot 2030 voordat we dit tussen de oren krijgen. Of misschien zegt mevrouw Van der Marel ook dat ik me geen zorgen hoef te maken. Dat zou ik graag horen. De voorzitter: De wethouder, het woord is aan u. De heer Stam: Ja, ik geef graag de kansen aan de ambtenaar om daar iets van te zeggen. Mijnheer Vos is net als zoveel van de dorpsgenoten een zeer hoogopgeleide burger. Hij doet zichzelf weer wat te kort, en ik heb er alle vertrouwen in dat hij wel zal begrijpen hoe dat dan werkt. Maar ik geef het net al aan dat de rijksoverheid heeft ons opgezadeld met een, in uitgangspunten buitengewoon interessante wet, maar in zijn uitwerking een buitengewoon ingewikkelde.

En we zitten wat dat betreft gewoon in een soort, ja, bijna wetgeving uitvoeringscyclus waar we met elkaar nu iets moois van moeten maken om het zodanig in elkaar te zetten dat burgers er beter van worden, sneller geholpen kunnen worden, en dat we met elkaar beter kunnen gaan begrijpen hoe de motors van de overheid draaien op gemiddeld niveau. Dat moet uiteindelijk het resultaat worden. En dat we zitten nu in een soort in de keuken, we zijn een heel interessant recept aan het voorbereiden, en dat is ingewikkeld, maar wat er uitkomt, dat ziet er voor de meeste die het gaan op eten meestal uit een heel simpel iets. Maar ik denk dat dat toch nog gaat gebeuren. En we moeten daar doorheen. En nogmaals, het is zeker voor Marjolein en ook voor Joop een hele behoorlijke klus om dat voor elkaar te krijgen, en ik denk dat ook voor de raadsbrede werkgroep die we gaan formeren heel wat werk aan de winkel is om dat voor elkaar te krijgen. Maar misschien wel één van beide ambtenaren nog het een en ander van zeggen? De voorzitter: De heer Van Amelsfoort. De heer Van Amelsfoort: Ja, dank je wel, voorzitter.

Terecht een vraag van de heer Vos: wat merkt nu een burger of een ondernemer van die Omgevingswet? Wat we voor dit jaar op de hor hebben staan is het doorontwikkelen van de snel serviceformule, dus dat klanten heel snel eenvoudig geholpen kunnen worden, en dat we een onderscheid gaan aanbrengen tussen eenvoudige vergunningen, wat moeilijkere vergunningen en complexe vergunningen. Ongeveer 80% dat zijn eenvoudige vergunningen. We gaan kijken of we daar echt in een aantal dagen zo’n vergunning kunnen verlenen. We willen daarbij ook gaan automatiseren, dus het aantal vergunningen gaan automatiseren. We gaan de vragenbomen introduceren. Dus iemand heeft bijvoorbeeld een vraag: mag ik een boom kappen, mag ik een inrit uitleggen of aanleggen, ik wil een dakkapel bouwen, dat die heel snel naar de juiste informatie wordt doorgeleid en via een vragenboom helder krijgt of hij een vergunning moet aanvragen of dat het vergunningsvrij is of een melding. Dus die snel service en het doorontwikkelen van het KCC staat voor dit jaar op de rol. De voorzitter: Oké, dank u zeer. Het woord is aan mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de Omgevingswet. Even vooraf. Er werd door meerdere gesproken over de invoering van de Omgevingswet, en of dat wel of niet implementatie en dergelijke in orde is.

Nou is het zo, en dat hebben we allemaal kunnen lezen, minister Ollongren die ligt op ramkoers met de Eerste Kamer. En dat is specifiek eigenlijk vanwege de grote kosten voor de gemeente en het digitale stelsel van de Omgevingswet, die rammelt nogal. En daar heeft de Eerste Kamer nogal wat Pagina 41 van 52

opmerkingen over, dus het zou zomaar kunnen dat we nog wat meer tijd hebben voordat we dit allemaal zullen moeten gaan invoeren. En ik denk dat dat geen overbodige luxe is. Inderdaad, we zitten er mee opgescheept. Ik hoor mijnheer Van de Vos nu zeggen: we gaan al snel beginnen met snel vergunningen en dergelijke, maar wat ik mis in dit hele stuk, wat eigenlijk meer geschreven is voor het operationele proces voor de ambtenaren dan voor de raad, en wij gaan hier in feite als raad over. Wat ik in eerste instantie mis is het opstellen van een participatiewet. Er wordt op… Wat gaan we in 2021 doen, en wat hebben we nodig, de doelen van de ambtelijke organisatie, en zeker als je het dan hebt over die snel vergunningen. Die participatiewet die hoort voordat de Omgevingswet gaat worden gebruikt eigenlijk al vastgesteld te zijn, of het participatiebeleid van de gemeente. En daar heb ik een vraag over: waarom wordt daar helemaal niet over gesproken, en waarom is daar niet al aan begonnen of wordt daar niet aan begonnen? Want dat is toch wel een heel erg belangrijk instrument voor de burger om hiermee te gaan werken, of hiermee geconfronteerd te worden. Mijn tweede vraag ging over de begroting: waarom dat geld nog niet was opgenomen, maar dat is nu al door zoveel mensen gezegd.

Ik vind nog steeds dat je kon het zien aankomen, dus het had best in de begroting gekund, al was het maar een p.m. geweest, want dit was allemaal duidelijk dat het eraan kwam. En dan had ik nog… Ja, de werkgroep. Ik heb ook in de vorige werkgroep gezeten, met groot genoegen overigens, en ik ga ook in de nieuwe groep zitten. Wat is het verschil nu eigenlijk, ook de mandaten waar ik net al eigenlijk over is gesproken, tussen de oude werkwijze en de nieuwe werkwijze? Voor de rest is al heel veel gezegd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder, het woord is aan u. De heer Stam: Mevrouw Van der Marel misschien, als u dat goed vindt? De voorzitter: Mevrouw Van der Marel. Mevrouw Van der Marel: Dank u wel. Ja, ik moet eerlijk bekennen mijn geluid hapert af en toe, dus ik kan niet goed inschatten of ik duidelijk te horen ben. De voorzitter: U bent voor ons heel duidelijk te horen. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Marel: Dank u wel. Mevrouw Timmermans, u vraagt: waarom wij nog niet bezig zijn met participatie? Daar zijn wij wel degelijk mee bezig, en we hebben daar ook… Een voorbeeld: mevrouw ’…’ heeft een avond gevuld over het onderwerp participatie. Wat wij de komende tijd gaan doen in de raadsbrede werkgroep is dat verder vormgeven.

Maar de basis hebben we al gelegd, en de afdeling communicatie is ook bezig in gemeentes om het participatiebeleid te herijken ’…’, maar ze zijn al wel geweest in Blaricum en in Eemnes, dus dat komt nog. Mevrouw Timmerman-Hamers: Oké. Dank u wel. Voorzitter mag ik hier nog iets op zeggen? De voorzitter: Heel even. Ja, heel kort. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel. Ik vroeg dat namelijk omdat het juist … Ik heb dat webinar gevolgd, omdat daar gezegd werd dat dat één van de belangrijkste instrumenten is die je vooraf eigenlijk klaar moet hebben, en dat dit in het hele stuk nergens voorkomt, daarom mijn verbazing. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff?

Pagina 42 van 52

De heer Loeff: Ja, mijn beeld doet het ook weer. Ja, nee het was voor mij duidelijk. Ik blijf nog een beetje bij die vraag van die trainee om daar een ton aan uit te geven. Dat brengt echt een hele rare … En ik vraag, even los van de begroting af, of we daarmee akkoord moeten gaan of dat er niet een andere oplossing voor is? Het is gewoon echt duur in een tijd dat je denkt: kan dit? De voorzitter: Oké. Wethouder, wilt u daar nog iets… Mijnheer Calis, nog iets over zeggen? De financiële implicaties? De heer Stam: Sorry, mijn microfoon stond uit. Het is een voorstel natuurlijk wat op dit moment in drie commissieraden aan de orde is. Mijn voorstel zou zijn om af te spreken dat we heel goed geluisterd hebben naar een vrij algemeen verdeeld gevoel in deze commissie en in de betrokken raad, dat wij … Mijnheer Calis heeft het ook al aangegeven dat we gaan proberen daar heel kritisch nog naar te kijken. We zullen dat ook gewoon in het bestuur ook bespreken, want ik vermoed dat die opmerkingen ook zullen zijn gemaakt in Eemnes en in Blaricum, en dat we daar nog eens kritisch terug naar de raad zullen gaan koppelen op welke manier we wat zuinig met de centen kunnen omgaan.

Mijn voorstel naar u zal zijn: laten we de begrotingswijziging door laten lopen, want anders komen we weer in een andere cyclus terecht, maar dat u van ons mag verwachten, van de drie colleges, daar zal mijnheer Calis het ongetwijfeld mee eens zijn, dat wij dat samen met de betrokken ambtenaren nog eens kritisch tegen het licht zullen houden, en de raad zullen laten weten hoe we dat het beste kunnen insteken. De voorzitter: Ja, dank u zeer. Dat lijkt me uitstekend. Mag ik aannemen … De heer Van den Berg heeft nog een handje opgestoken. De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Wilt u nog reageren? Heel kort graag. De heer Van den Berg: Ik hecht er waarde aan, omdat de heer Loeff daarnet toch ook nog even over begon over die kosten voor die trainee, en op het gevaar dat ons gezeur wordt verweten. Kijk, ik denk dan … Want het ging even in de beantwoording, en ik denk dat we dit mee moeten nemen. Misschien nog wel in een ander moment als in een commissievergadering dat er gesproken werd over uurtarieven, en dan denk ik meteen aan een zzp’er. Terwijl als ik aan een trainee denk, dan denk ik aan iemand die net een à twee jaar misschien van school af is, en gewoon fris en fruitig erin komt. En dan denk ik: waarom zou de BEL Combinatie niet iemand fris en fruitig drie jaar aan zich kunnen binden door gewoon een dienstverband aan te bieden? Want dat lijkt me wat structureler.

Anders zijn we namelijk na de inzet van deze mevrouw of meneer na een bepaalde tijd gewoon weg, en dan hebben we haar of hem opgeleid. En ik weet dat het dan niet met de inhoud van de implementatie te maken heeft, maar ik hecht er wel waarde aan dat wij als collega’s, raadsleden hier toch nog eens een keer bij stilstaan, ook op een andere manier.

De voorzitter: Oké. Dank u zeer. Mag ik afsluiten met de vaststelling dat een toezegging is gedaan door het college om nog met de collega’s van de andere twee gemeentes nog eens het licht te doen schijnen met betrekking tot de financiële implicaties, en om te kijken of daar nog iets mooi aan te pas… En dat we dit punt als bespreekpunt doorzenden naar de aanstaande raad? Het is al geagendeerd. Maar wij adviseren de raad om dit als bespreekpunt op te nemen. Als u het daarmee eens bent, dan dank ik in het bijzonder mevrouw Van der Marel en de heer Van Amelsfoort dat ze een lange adem hebben gehad om vanavond zolang in ons Pagina 43 van 52

midden te zijn. Dat stellen wij bijzonder op prijs, en ongetwijfeld zullen we in de komende maanden nog geregeld van uw diensten gebruik moeten maken. Bijzonder dank voor uw aanwezigheid. 6.3 Bestuursopdracht Groenplan Laren De voorzitter: En daarmee komen we bij het volgende punt van de agenda. Te weten, de Bestuursopdracht Groenplan Laren. U wordt geacht in te stemmen met de voorgestelde bestuursopdracht voor het opstellen van een Groenplan Laren. Dat het beknopt is, de kwaliteit van het openbaar bestuur bewaakt, ruimtelijke uitgangspunten bevat, de kosten voor aanleg en onderhoud beheerst, en waarmee flexibel ingespeeld kan worden op ontwikkelingen. Zou de betrokken wethouder een nadere toelichting kunnen geven als hij daar behoefte aan heeft? Dan kunnen we vervolgens overgaan tot de bespreking, waarbij ik erop wijs dat het ondertussen twaalf minuten over elf is. Het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Ikzelf denk niet dat ik dat moet doen, gelet op de tijd. Mevrouw Rena Heilema ’…’ is te stellen van het voorstel. Uiteraard door het college is het met haar besproken. Daar staan op zichzelf geen buitengewoon schokkende dingen, denk ik, in. Ik vond het zelf een interessant voorstel. Maar ik hoor graag van de commissie of die dat ook met mij delen. En mevrouw Heilema die zou graag bereid zijn om waar nodig toelichting te geven. De voorzitter: Oké.

Het woord is aan mevrouw Timmerman. Mag ik vragen, mevrouw Timmerman één… Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Als u mij… Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik wilde eigenlijk voorstellen. Het is zo’n belangrijk onderwerp voor het dorp om … We hebben nog … Het is tien over elf. We hebben nog twee onderwerpen te gaan, en ik ben bang dat dit een beetje afgeraffeld gaat worden, nu, terwijl het veel te belangrijk is. Ik weet niet hoe de rest van de commissie erover denkt, maar we kunnen ook zeggen: we schuiven dit een maand door. De voorzitter: ’…’ (Buiten microfoon) Mevrouw Timmerman-Hamers: Dit is een heel belangrijk onderwerp, en als dat op het laatst om tien over elf nog behandeld moet gaan worden… De voorzitter: ’…’ (Buiten microfoon) De heer Stam: Mag ik mevrouw Timmerman… De voorzitter: ’…’ Mijnheer de wethouder. Ik ben bereid dit voorstel, bij deze, aan de commissie voor te leggen, maar de wethouder heeft blijkbaar nog behoefte aan een toevoeging, maar ikzelf zou wel een voorstel zijn van het wijze voorstel van mevrouw Timmerman. De heer Stam: Maar ik denk inderdaad dat we langzamerhand in een squeeze terechtkomen, en niks ergers dan een burgemeester te laten wachten op zijn te behandelen onderwerp, dus ik zal het niet erg vinden om het op te schrijven en dat wij met drie weken verder… Ik geloof dat het wel meevalt, wat betreft..

Maar het is zeker wel dat ik samen met mevrouw Heilema wel doorga met een aantal voorbereidingen zodat we niet… Dat

Pagina 44 van 52

helemaal de zaak stilvalt, maar het lijkt mij in het licht van wat er vanavond allemaal behandeld is, belangrijke zaken, dat we dit best drie weken later kunnen doen. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel. De voorzitter: Zijn er in de commissie nog leden het daarmee eens? Kan ik aannemen dat we als zodanig besluiten? Dan is dat bij deze … De heer Vos: Nee, mijnheer de voorzitter. Ho. De voorzitter: De heer Vos, begrijp ik, heeft het woord. De heer Vos: Nou, die vroeg het woord, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Vos heeft het woord. De heer Vos: Oké, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Nou, u gaat een beetje snel de hele tijd, want zo krijgen we nooit de kans om even nog wat ervan te vinden. En ik begrijp volkomen de opmerking van mevrouw Timmerman, en u heeft ook gelijk. Maar ik moet toch wel eventjes een klein beetje mijn verbazing uitspreken over het feit dat we eerst gaan besluiten om M&F niet door te laten gaan, en dan gaan we lekker agendapunten toevoegen aan de huidige agenda, en vervolgens krijgen we te horen: ja, we moeten een beetje opschieten, want we hebben het laatste punt ook nog op de agenda staan. Ik vind niet dat we erg goochem bezig zijn, als ik heel eerlijk moet zijn. Dus mogelijk kunnen de nog acht collega’s van het presidium volgende keer eerst even bedenken wat ze dan doen.

Want ze hadden natuurlijk ook fijn kunnen zeggen, dat beheer Groenplan bij de MNF, dat het ook gekund, dus ik begrijp de overweging, ik steun ook het voorstel, daar gaat het niet om, maar ik vind onszelf wel een beetje pannenkoeken. De voorzitter: Ik ben blij dat u het voorstel steunt. Dan stel ik bij deze vast dat dit punt over drie weken opnieuw aan de orde is in de volgende vergadering van de R&I. Dank u zeer. 6.4 Vaststelling Verordening gegevensverstrekking Basisregistratie Personen Laren 2021 De voorzitter: Dan komen we bij het laatste punt van de agenda, vaststelling Verordening gegevensverstrekking Basisregistratie Personen Laren. Ik neem aan dat in dit geval de burgemeester aanwezig is, althans, bereikbaar is. Wie van de commissie heeft hierover behoefte om daar iets over te zeggen? Er is blijkbaar… Ja, de heer De Bondt, begrijp ik, en mevrouw Klingenberg bieden zich beiden aan. Het woord is aan de heer De Bondt. De heer De Bondt. De heer De Bondt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter, op dit late uur. Ik zal u niet al te lang ophouden, maar ik wou toch opgemerkt hebben dat de VVD altijd zeer voorzichtig omgaat met onderwerpen die de privacy van mensen raken, en dat raakt dit natuurlijk ook. Er zitten twee begrippen in waar ik wat toelichting op zou willen hebben.

In de eerste plaats gaat het om organisatie van gewichtig, maatschappelijk belang, en ik vraag me af hoe je dat nu beoordeeld? En het tweede is dat er staat dat er alleen noodzakelijke gegevens worden verstrekt. Ja, en dat roept bij mij weer de vraag op: wat zijn dan noodzakelijke gegevens? En wie beoordeelt dat in feite? En dan kom ik dus ook bij de vraag… Ik begrijp nu dat de portefeuillehouder zich heeft aangediend in de persoon van de burgemeester. Het wordt vaak teruggelegd, het aantal beslissingen, bij het college. Ik begrijp nu dat de portefeuillehouder deze aangelegenheid de voorzitter van het college is, die dan ook

Pagina 45 van 52

eventueel, wanneer er zaken spelen, ter verantwoording kan worden geroepen door de raad. Tenslotte, een opmerking, want ik hou het ook kort. Verzamel niet meer gegevens dan strikt noodzakelijk is. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de competente portefeuillehouder, te weten de burgemeester. De heer Mol heeft het woord. De heer Mol: Dank u, voorzitter. Is het een idee om gezien het tijdstip dat we eerst even alle vragen van de commissie verzamelen? Dan kan ik daar een antwoord doorheen slalommen. De voorzitter: Zeker, prima. Het woord is aan mevrouw Klingenberg. Mevrouw Klingenberg? Mevrouw Klingenberg-Klinkhamer: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is een beetje taal waar eigenlijk niets concreet uit af te leiden is. Op bladzijde 2 staat: per concreet bezoek moet beoordeeld worden of de gegevensverstrekking noodzakelijk en proportioneel is. Dan wil ik graag weten wat daar de criteria voor zijn? Want die worden verder, volgens mij, niet genoemd. En, nou ja, wat is de reikwijdte, wat zijn de verschillen ten opzichte van hetgeen waar nu mee gewerkt wordt? Wat is nu de werkwijze, en wat gaat nu precies veranderen? Ja, het is misschien laat op de avond, maar het meest belangrijk vind ik het eerste dat je zegt: wat zijn de criteria? Dank u wel. De voorzitter: De heer Loeff, heeft het woord. De heer Loeff. De heer Loeff: Ja, dank u, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9927891/1