20210119 R&I transcript
Tekst van het document
En als je hier zo dicht op gaat bouwen dan komen die bomen echt in gevaar, dus daar moet je meer afstand van houden, en daar moet je goed naar kijken hoe je die bomen kan bewaren, ook deze. Dus al met al, toch een aantal punten waarvan we denken: steden bouwen, maar ook landschap en groen, daar moet zorgvuldig naar gekeken worden of dat beter kan. Even heel kort wat plaatjes. Je ziet hele mooie oude bomen die er staan te midden van opgeschoten, niet gesnoeide hagen, en groenblijvende bomen. Mooie achterkanten eigenlijk naar bestaande woningen en bestaande panden aan de parkeerplaats. Dit is dat zicht waar ik het over had. Dat is nu eigenlijk een prima gezicht, en het zou jammer zijn als je hier dus een hellingbaan naar beneden maakt, en die haag wil je toch koste wat kost bewaren. Dus dat zijn dingen waar we mee opletten. Die rode beuk die hier staat die echt van majestueuze omvang is in ouderdom die kun je niet Pagina 16 van 52
om laten gaan, dus daar gaan we heel goed naar kijken. En dan kan ik ook melden dat niet alleen gaan we meer afstand houden door die woning te laten krimpen, maar is er inmiddels ook een bomenexpert van Pius Floris, dat is een gerenommeerd groen- en bomenexpert bedrijf in Nederland, ingeschakeld en die hier al is wezen kijken om een plan van behoud op de step. Dus dat gaat onze bouw ook nog beïnvloeden. Je ziet ook hier weer die rode beuk als je aan den toren, kijkt naar Bij den Toren, en die rieten kap. Dus dat is belangrijk hoe we dit kunnen behouden, was voor ons een eerste uitgangspunt. Een ander beeld. Ja. Ik zou bijna zeggen, in naïviteit zeiden wij: deze uitgeschoten tak is hier tegen de gevel, die zou je eigenlijk weg moeten halen, of vervangen door een betere boom. En dat zou je op de ceder ook kunnen doen, omdat een weinig dorpscentrumachtige boom is. En we zouden dan bijvoorbeeld een mooiere iep willen zetten, iets meer afstand zodat die wat meer een lichtere kroon heeft en het niet zo donker is. Nou, dat presenteerden we ook in de klankbordgroep, en daar kwam behoorlijk wat tumult over, en daar is een klankbordgroep ook voor, denk ik. Dus men zei: ja, dat kun je zo wel zeggen, en misschien vind je dat dendrologisch wel vanuit jouw optiek, maar wij hechten aan die boom.
Hij is groot, hij is oud, en we vinden hem erg mooi, en hij past erg goed, dus laat hem in hemelsnaam staan. Dus dat hebben we in ons plan ook aangepast. Dat is natuurlijk ook goed mogelijk, en je hebt wel gelijk: het is een grote groene boom en het is ook wel een mooie boom op zich, dus zo moet het ook werken, denk ik, in een interactief proces. En deze doorgestoken taxussen, dat is waarschijnlijk een haag geweest die men heeft nagelaten heeft te snoeien. Inmiddels heel erg hoog. Staan op eigen terrein, dus daar hebben we ook helemaal niks over te zeggen. Maar wat we wel erg mooi zouden vinden is om hier bijvoorbeeld nog een of twee meer loofachtige bomen voor te zetten, zodat het in plaats van een uitgeschoten haag, een wat groenere klump wordt. Want dit is wel waar je op aan komt rijden als je van de Brink komt, en nu wij daar die ruimte maken aan die voorkant. Dus we willen hier een mooie groene voorkant maken, en dit bijplanten als het ware, zodat het meer een soort parkachtig aanzicht krijgt. Nou, dat zijn even wat beelden die we hebben meegenomen uit de omgeving om te laten zien hoe kritisch het is, ook qua groen en qua zichten. Uiteindelijk hebben we dus het plan zoals het er lag zo verschoven en aangepast, en ook verder gebracht, qua parktuin, dat er nu dit voorstel ligt. En als je goed kijkt, denk je: wat is nu het verschil? Dus ik ga even inzoomen.
Het belangrijkste is dat wij de parkeergarage versmald hebben door het efficiënter in te delen. We komen nog steeds goed uit qua aantallen parkeren, dus daarover geen zorg, maar we konden het smaller maken waardoor aan deze kant naar de bestaande bewoningen toe aan de noordkant, veel meer ruimte is voor echt groen, volle grond groen. Dus daar kunnen we bomen planten, daar kunnen we struiken maken die bloeien, daar kunnen we hagen die er nu staan, en die mensen in die tuinen groen hebben echt oprecht kunnen behouden zonder dat daar schade aan komt. Dus ik denk dat dat één van de grootste winstpakkers is, om het zo maar te zeggen. Wat we voorstellen is om de hellingbaan naar de garage later te laten beginnen, en eigenlijk te laten afbuigen, waarbij je nooit in dat zwarte gat kijkt… Natuurlijk komt daar wel een mooie speedgate of een goeie kelderdeur, maar die zal pas hier liggen, dus die ziet niemand vanaf de openbare routes. Dus dat is een truc eigenlijk, afbuigen en later beginnen, en daarmee ook het groen van deze mensen, en die haag die hier staat kunnen garanderen dat die blijft bestaan, en bovendien ook geen kelderinrit naast hun huis hier zo dichtbij te hebben. Dus ik denk dat we daardoor meer afstand maken, net als hier. Dat we daar echt de omwonenden in die wijze een eind tegemoetkomen.
Tweede punt is, en dit moet ik nog zeggen over de kelderbak, dat we hier de voorzieningen zoals die gedacht zijn op de begane grond, en in de bestaande kelderbak… En men denkt aan de ruimte voor sport en spel, yoga en dat soort dingen, en een kleine uitspanning waar je een versnapering kan kopen, dat het heel belangrijk is dat het wel zijn gezicht houdt aan deze kant, maar vooral ook naar, zeg maar, de openbare kant toe. En dat er fietsen in de kelder kunnen staan, en tegelijk ook fietsen buiten. En hier zie je het nog eens een keer: als je die kelderbak versmalt dan is het mogelijk voor ons om die parktuin eigenlijk met recht eromheen te maken, en ook hier zoveel ruimte te krijgen dat we een doorgang kunnen maken voor wandelaars en fietsers. En daar door de voorkanten van de gebouwen die daarboven op die kelderbak op een logische manier staan. Hier zie je in het zwart de contour Pagina 17 van 52
van de kelderbak, en twee kleinere paviljoenen, en het nieuwe post, het hoofdhuis, op die manier in een goede parksetting kunnen maken. Ik zoom nog een stukje in. Wat we hebben gedaan is ook de nieuwe post ietsje naar voren geschoven zodat het net voor de bestaande bebouwing uitsteekt. En dat is eigenlijk wel heel erg mooi, want als je hier dus aan komt rijden zie je in eerste instantie dit gebouw, en vervolgens het hoofdgebouw met zijn fraaie aangezicht die hierop gericht. En dat is een antwoord op het hofje hier als het ware. In groen maken we daar dus ook een klein gebaar. Tegelijkertijd maken we ook … De stoep laten we iets verbreden, zodat er een kleine ruimte ontstaat voor mensen om even samen te komen als het weer mag. Tenslotte, binnenkort. En als hier een uitspanning is, en je hebt een versnapering meegenomen dat je bij wijze van spreken op de stoep op een hele informele dorpse manier elkaar kan ontmoeten, een praatje kan maken, en je weg weer kan vervolgen. Dus ja, het is een verkeersruimte, maar het wordt ook deels een verblijfsruimte, en die verzachten we door met groen en nieuwe struiken en bomen, en dit is dan de bestaande ceder, mind you, te zorgen dat dit een hele aangename en bijna plantsoenachtige plek is.
En nu wordt het zicht, doordat we dit gebouw iets naar achteren hebben geschoven en wat korter hebben gemaakt, het zicht niet meer opgevangen door de zijkant van dit gebouw, maar door de entree eigenlijk naar de bijna Springeriaanse parktuin. Dus in plaats van een gebouw kijk je nu uit op de kopgevel van de bestaande mooie woning hier, en de entree van ons park. Dus ik denk dat dat een grote verbetering is, en ook iets waar de welstand om vroeg. En wat we hier hebben gedaan is dat we de tweekapper hebben verkleind, zodanig in volume en aanzien ook, dat de kroonprojectie van de rode beuk nu gevrijwaard lijkt. En vooralsnog is dat het eerste wat je moet doen, en vervolgens gaan we kijken met de Pius Floris, de bomenexpert, wat we nog meer moeten doen om te zorgen dat die behouden blijft ook tijdens de bouw en daarna. Dus dat wordt zorgvuldig meegenomen. Hier was ook een punt van de welstand: maak daar nu niet een protserige, dure grote villa van, maar hou die in zekere zin in een bescheidenheid die past bij de dorpse Brinkachtige oude stukje van Laren, dus dat doen we.
Inzoomend hebben we ook nagedacht, en dat was voor ons een open vraag: moet dit nu een openbaar parkje worden, of moeten we dat afsluiten? En naar aanleiding van wat we hebben bedacht met toekomstige bewoners, maar ook bestaande bewoners is dat ook een overgrote wens om te zeggen: we vinden het prima als hier mensen lopen, maar laten we zorgen dat het ’s avonds afgesloten kan worden. Dus dat geven deze stippellijnen aan, met een mooi sierhekwerk. Hier staat al een heel mooi sierhekwerk, en hier, om daarop aan te sluiten en te zorgen dat je hier, hier, en hier het complete parkje kan afsluiten, zodat er nooit ’s avonds hangjongeren daar overlast kunnen veroorzaken, enzovoort. Dus dat wordt een gecontroleerde, gewoon in eigendom zijnde terrein, collectief van de nieuwe bewoners, af te sluiten als dat nodig is. De voorkant gaat natuurlijk open overdag zodat mensen ook gewoon post kunnen bezorgen aan deze kant, hun fiets kunnen parkeren, en ik denk dat daarmee de achterkant veel luwer en rustiger wordt. En het lijkt ons leuk om daar bijvoorbeeld nog een vijvertje te maken met een klein prieeltje. Alleen maar voor de bestaande bewoners, dus stel je niet de Hertenkamp of de Brink voor met dat soort reuring, maar gewoon heel pittoresk en klein zoals dat in een Springeriaanse park kan en eigenlijk wel mag hebben.
Je herkent op de vormentaal, denk ik wel van wat Springer doet, maar dan in een eigentijdse jas. En op die manier dat het mogelijk wordt om ook om het parkje, om de gebouwen heen te lopen, echt een ommetje te maken als dorpsbewoner, ook als je er niet woont, en het hek staat open. En dan kom je langs hier, de plint die opengewerkt zal worden in de architectuur, waardoor je ook kan zien dat daar voorzieningen zijn, dat je daar misschien iets te drinken kan kopen, dat je daarna je yogaclub of je zangles gaat, of wat dan ook het precies wordt. Dat wordt allemaal nog uitgewerkt. En vervolgens als het hek hier open is ook een doorsteekje kan maken, en dat is wel een leuke route, in het dorpje dan ben je nabij Bij den Toren. En over die hekjes: nou zo zetten of zo zetten. Allemaal nog voer voor uitwerking. Vooralsnog doen we het zo, maar dit zal een mogelijkheid zijn dat deze route bijvoorbeeld altijd openblijft. Dat is natuurlijk ook in samenspraak met deze eigenaren en gebruikers van die gebouwen. Oké. Hier zien we de verschuiving die eigenlijk maar minimaal is ten opzichte van wat er stond, maar toch wel cruciaal. En natuurlijk kregen we in de klankbordgroep van Pagina 18 van 52
sommige mensen te horen, bijvoorbeeld mensen die hier wonen, die zeggen: ja, nu komt dit gebouw dichterbij wat ik eerst had. Terwijl de mensen die hier wonen natuurlijk zeggen: ja, ik ben allang blij, want eerst om de Rabobank, zeg maar, even tot hier en tot daar. Dus dat zul je altijd houden, en dat is ook prima dat mensen zich wat dat betreft hun klank kunnen laten horen. En unanimiteit zul je wat dat betreft in zo’n groep ook nooit bereiken. En unaniem betekent dat iedereen eensluidend één stem spreekt. Maar wij nemen die klanken wel degelijk mee. En van daaruit hebben we ook gekeken dat dit gebouw korter is geworden. Dus we drukken dat in mekaar om die afstanden zo groot mogelijk te houden. Tegelijk denk we ook niet elke meter is per definitie beter. Wij denken dat de mensen hier ook vooral erbij gebaat zijn geworden door die verschuivingen die we gedaan hebben dat dit groen bewaard kan blijven, en dat we goed groen ertussen kunnen stoppen. En een aantal mensen gaven ook aan: zet daar vooral wel bomen neer, omdat ik dan niet naar die gebouwen hoef te kijken. Waar wij in eerste instantie misschien ook dachten: nou ja, laten we niet te veel bomen neerzetten, want dat houdt weer zon tegen. Dus ook daarin zijn we nog best vrij, en kunnen we met mensen op maat van kijken: laten we deze boom nu wel hier zetten, want die persoon wil het graag hier, en hier juist niet of andersom.
Ja, die flexibiliteit blijft in het plan zitten. Het is nog geen parkontwerp, in die zin. Nou, als laatste de bestaande, het voor… Hoe moet ik dat zeggen? Het voorlaatste plan, zo was het, dat we aantroffen, en de veranderingen en de verbeteringen en de verdere invullingen zoals we die hebben gedaan, en zoals we het nu aan de welstand is gepresenteerd, en zoals het dan feitelijk ook in de commissie nu wordt voorgelegd. Tot zover onze toelichting. De voorzitter: Dank u wel. Ik ben zeer onder de indruk van uw voortreffelijk betoog. Uitermate helder, denk ik. Mijn complimenten. Ik spreek voor mezelf, maar ik heb de indruk dat ik namens de commissie spreek om u te complimenteren met deze introductie. Ik denk dat nu het moment is gekomen dat de raad, de commissie, kan reageren. Ik ben bijzonder blij dat u daarvoor beschikbaar bent, en mocht dat nodig zijn kan naast de wethouder eventueel ook nog mijnheer Voerman, voor zover dat nodig is, inspreken bij beantwoording van de vragen. Wie mag ik als eerste het woord geven naar aanleiding van het voorstel dat nu voor ons ligt? Nogmaals wetende dat het beeldkwaliteitsplan en de bestemmingsplanwijziging dat die eerst in een later stadium aan de orde zijn. Dus we moeten ons vanavond concentreren op de stedenbouwkundige opzet van de herontwikkeling van de Rabo. Daar gaat het vanavond om.
Wie mag ik als eerste… De heer Faas mag ik als eerste het woord geven. De heer Faas. De heer Faas: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is een lang proces geweest met wel zeer uitgebreide participatie. Het nu voor ons liggende opzet met de splitsing in meerdere paviljoens dat heeft onze instemming. Het is daardoor veel fijnkorreliger en veel beter passend in het dorp. Het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit waar niet alleen ik, maar een meerderheid van de raadsleden die heb ik daar ook mogen aantreffen, die waren zeer lovend over de plannen en zij hebben ook geadviseerd om een landschapsarchitect daarbij te betrekken, en de resultaten daarvan hebben we net gezien, en ook dat heeft ons zeer overtuigd. Dus als je dat allemaal ziet dan staan wij positief tegenover dit plan. Is iedereen nu blij? Nee. Dat lukt niet. De landschapsarchitect memoreerde dat net ook al even. In een dusdanig intensief bebouwd stuk van het centrum zal het je nooit lukken om alle omwonenden en alle stakeholders blij te maken. Het zal zo blijven dat een aantal van de omwonenden het hergebruik van het Rabobankpand zouden prefereren boven nieuwbouw. Wij hebben daar begrip voor. Het zal een stevige verbouwing of een stevige bouwerij zijn met de nodige overlast, maar het gaat er natuurlijk om wat het uiteindelijk oplevert. Wat ons betreft is het behoud van de Rabobank niet aan de orde.
Wij kijken daar anders tegenaan. We vinden het een foeilelijk pand wat eigenlijk nooit gebouwd had mogen worden op die plek, wat ons betreft. En wij hebben de indruk dat met deze nieuwe plannen dat wordt gecorrigeerd. Een van de voorwaarden die de raad indertijd heeft gesteld of gedurende het proces heeft gesteld is dat de nieuwe ontwikkeling meerdere functies moest herbergen. En daarover heb ik Pagina 19 van 52
een vraag. Ik weet niet of het aan de wethouder is of aan de projectontwikkelaar, maar in ieder geval één van de twee zal het wel kunnen beantwoorden. In alle stukken heb ik een nogal vage omschrijving gezien van die meerdere functies. Dus een functie buiten de woonfunctie. Het lijkt een beetje op het Brinkhuis, ruimte voor kunstenaars. Ik heb al een paar keer yoga voorbij horen komen. Het klinkt allemaal buitengewoon sympathiek, maar wat gaat er nu gebeuren? En dat is concreet mijn vraag, maar het zou ook helpen om wat meer te preciseren wat nu precies de bedoeling is. Ik neem aan dat met voortschrijdend inzichten dat plan ook helderder op het netvlies is komen te staan, maar wat gaat er nu gebeuren als blijkt dat het niet exploitabel is? Dat over twee jaar of zoiets gezegd: ja, we hebben iedereen gezocht, maar er is niemand die hier iets wil gaan doen. Horeca niet, de yogi’s hebben het laten afweten, en wat hij meer zei. Wat gaat er nu gebeuren? Worden we dan geconfronteerd dat het over twee jaar een vergunning aangevraagd wordt om er toch appartementen van te maken? Ik zou daar op dat punt enige geruststelling willen. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Mag de wethouder misschien meteen op reageren? Wethouder ’…’. De heer Stam: Ja, dat wil ik wel. Ik denk mogelijk dat mijnheer Voerman daar precies een antwoord op kan geven.
Kijk, in de Bouwnota is gezegd er zal levendigheid en vitaliteit moeten staan aan de, wat heet, de plint van het gebouw. Daar heeft mijnheer Godefroy ook al het een en ander van gezegd. Daar zijn de gedachte op dit moment, denk ik, althans mij bekend, nog niet veel verder dan een aantal wat ruimere invullingen. Je moet dan meer denken in de vorm van, mijn woorden, mijnheer Voerman, een beetje grand café waar ook een heleboel werkplekken zijn waar mensen kunnen werken. Ook een relatie komt met een aantal ateliers die misschien in de kelder hun plek kunnen vinden, die vervolgens kunnen exposeren, op de een of andere manier boven, inderdaad, bepaalde activiteiten is op het gebied van zang of dans of yoga of wat dan ook. In dat soort termen moet je denken, maar ik denk dat het eindelijk aan de ontwikkelaar is om dadelijk, samen met zijn architect, daar invulling aan te geven. Uw vraag is… En ik denk niet dat dat vandaag nog direct aan de orde is, wel in algemene zin. Ik ben daarvan overtuigd dat we dat per se moeten blijven willen. En u vraagt: ja, wat gebeurt er als nu blijkt dat na drie jaar het loopt voor geen meter, en wat moet je er dan mee? Ja, ik denk nog steeds dat dan de vraag aan de eigenaar zal blijven: zorg dat je daar een andere alternatieve invulling voor kunt vinden.
Wat ik vind inderdaad het uitgangspunt van de raad dat die levendigheid, die vitaliteit in dat stuk van Van Nispen Van Sevenaerstraat behouden moet blijven. Dat dat een belangrijk uitgangspunt is, en blijven moet. Maar mogelijk is de heer Voerman in staat om dat nog wat te specificeren. De voorzitter: Het woord is aan de heer Voerman. De heer Voerman: Dank u wel, voorzitter. Welkom, leden van de commissie. Ten aanzien van de invulling van de publieke functie die de levendigheid moet versterken is ook in de klankbordgroep veelvuldig aan bod geweest hoe dat dan zou moeten. Wat er veel naar voren kwam was ook dat flexibiliteit daarin belangrijk is, want we kunnen de toekomst niet voorspellen, dat is ook wel gebleken de laatste tijd met alles wat ons overkomt. En daarom was de gedachte: denk aan een bestemming die niet heel strikt en precies vastlegt wat er moet komen, maar sluit bijvoorbeeld uit wat je er per se niet wil hebben. En dan hebben we het over dat er per se wonen kan worden uitgesloten, maar bijvoorbeeld ook de supermarkt of een bouwmarkt, mocht je dat niet willen. En dat is iets wat in het bestemmingsplan ook naar voren komt. In de presentatie in het Brinkhuis waren een heel aantal raadsleden aanwezig waren hebben wij ook de ons ingehuurde bureau een presentatie laat het doen van de mogelijkheden die het biedt.
En wij denken zelf dat het een ruime diversivisering van mogelijkheden kan hebben waar kunst inderdaad een onderdeel kan zijn, maar net zo goed flexplekken, ontmoetingsruimten, misschien ondersteunende horeca gedurende kantoortijden, niet per se in de avond, wat ons betreft. Maar wij zijn ook op zoek naar ondernemers die ons daarbij gaan helpen. We hebben ook die
Pagina 20 van 52
vraag uitstaan bij Bijzonder Laren: help ons mee met het invullen van die plek. En u als gemeente moet een bestemmingsplan uiteindelijk hier vaststellen, en dat is ons advies, en dat zullen we ook zo voorstellen. Te zijner tijd sluit vooral dingen uit die je per se niet wil, maar geeft wel ruim baan aan flexibiliteit en mogelijk over 3, 4 jaar wel een andere toekomst is dan we nu zouden kunnen voorspellen. En dan denk ik dat wij iets kunnen verzinnen wat duurzaam is voor lange termijn, waarbij ook een exploitatie mogelijk is die ook toegevoegde waarde heeft aan het dorp. En juist ook omdat deze ruimte zich bevindt deels op de begane grond, zeg maar, voor aan de Burgemeester Van Nispen, en deels ook in de kelder die wij over hebben die daarbij getrokken wordt, zijn het ook bij uitstek meters die heel goed mee kunnen in het openbaar gebied. En die zich daarmee ook een beetje op die manier ontwerpt ook veel meer geschikt maakt voor wonen. Wonen in de kelder zal sowieso niet zo gauw gebeuren, maar ook begane grond is minder aantrekkelijk als je deze ontwerp op die manier neerzet. En nogmaals, sluit vooral uit wat niet wenselijk is zoals wonen. En daar wou ik het eigenlijk bij laten, maar ik sta nog open voor verdere vragen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan is nu aan het woord de heer Vos. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Ik moest even mijn microfoon en mijn camera aanzetten, dus vandaar dat het even duurde. Ik zal mijn handje naar beneden doen om verwarring te voorkomen. Dat lijkt me onplezierig. Ja, ik denk dat een aantal insprekers mij aan het denken gezet hebben. En volgens mij, een voortreffelijke presentatie van mijnheer Godefroy. Dat is absoluut verhelderend. Toch zijn er paar dingen die ik graag aan de wethouder zou willen voorleggen die me toch een klein beetje zorgen baren. Allereerst, een heel simpele vraag, hoor. Een aantal mensen, zowel schriftelijk als mondeling, geven aan dat ze zo laat op de hoogte waren van het feit dat ze iets konden zeggen. En dat vind ik eigenlijk wel een beetje gek. Heb ik dat nu niet goed begrepen of hebben die mensen dat nu niet goed begrepen of wanneer zij ze dan op de hoogte gesteld? Ik vind dat uitermate merkwaardig. Ik moet zeggen: ik kreeg zelf ook tamelijk laat een en ander binnen, en dat was toegevoegd aan officiële stukken, maar misschien kan de wethouder daar mij helderheid in bieden. De heer Oomkens heeft een aantal dingen gezegd die door de heer De Bondt nogal in twijfel worden getrokken. Ja, dat weet ik niet of dat klopt. Hij heeft in ieder geval een punt als hij zegt dat de volgorde nogal typisch is.
En in die zin begrijp ik ook wel wat hij bedoelt, want wij hebben het over een stedenbouwkundige visie, en tegelijkertijd worden we getrakteerd op een beeldkwaliteitsplan. En dat vertroebelt een beetje het beeld. Ik begreep wat mijnheer Oomkens bedoelt dat de volgorde een beetje typisch is. Wat gaan we nu doen? Gaan we nu instemmen, en als we ingestemd hebben: waarop hebben we dan ingestemd, en kunnen we dan nog terug? Dus mijn vraag aan de wethouder is als hij mij iets zou kunnen vertellen over de volgorde, en met name over de koninklijke volgorde? Dat was mijn tweede vraag. Ik ga ze heel nadrukkelijk stellen dat heeft de ervaring geleerd dat het handig is. Dan werd er gesproken over misbruik van de klankbordgroep. En daar werd nu over gezegd: ja, en we moeten luisteren. Misbruik? Nou, dat is niet zozeer misbruik. Maar als toch twee mensen dat aanhoren dan heb ik er toch een beetje moeite mee, en wil ik toch graag weten hoe dat dan zat? Hoe kan dat nu dat daar verwarring is ontstaan over het misbruik? Want er werd gezegd: ja, een meerderheid van de klankbordgroep vond dat. En dan zegt: ja, de klankbordgroep heeft helemaal geen zeggenschap over. Nou, volgens mij een gevalletje welles nietes. Daar heb ik tenminste behoefte aan.
Ik heb wel behoefte aan het feit of er wel instemmingsrecht is geweest van de klankbordgroep of niet? Wat is nu precies de stand van zaken met betrekking tot de status van de klankbordgroep? Hebben ze nu een wettelijk kader waarbinnen ze opereren of was het leuk dat ze er waren en verder gaan we lekker verder? Dat is mijn volgende vraag dus, aan de wethouder. Dan zegt de wethouder letterlijk: ja, een kantoor dat zie ik niet zitten. Ja, dat maakt mij niet uit of u dat ziet zitten of niet. Dat maakt niemand uit. Volgens mij hebben we hier te maken met beleid, en met uitgangspunten die wij in het verleden omschreven hebben. En dan kom ik toch even terug op mijnheer Faas die dat ook al aangeeft, en niks van gebruikers. En ik hoor mijnheer Voerman Pagina 21 van 52
zeggen: nou, in ieder geval geen bewoning. Nou, dat weet ik niet. Er is uitgesproken, volgens mij, dat wij een levendigheid willen hebben, een mix van gebruikers, en ik ben dus wel heel nieuwsgierig wat de wethouder dan als die mix hier ingevuld ziet? Dat vind ik toch wel een hele belangrijke om daar een uitspraak over te krijgen, want waarover gaan wij straks beslissen? Wat ga ik straks mijn handje voor opsteken, mijn virtuele of mijn letterlijke handje? En dat zijn eigenlijk de vragen die ik graag zou willen voorleggen aan de wethouder. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder, de heer Stam. De heer Stam: Ja, mijnheer de voorzitter. Altijd bijzondere vragen die altijd bijzondere antwoorden verlangen, natuurlijk. Er wordt inderdaad gezegd: we zijn laat op de hoogte gesteld. Ja, we hebben daar… Ja, vanuit het college wordt er contact opgenomen met de griffie en meestal gaan we dat zelf oppakken. Het presidium is pas in december bij elkaar geweest. En we hebben, was wat aan de late kant, maar veel sneller kon het niet corona zit ons ook een beetje dwars natuurlijk - een week geleden de brief rondgebracht aan iedereen. Neemt niet weg dat er natuurlijk gelegenheid is om alle stukken relatief te bestuderen en de gelegenheid te geven. Dat zie je ook eigenlijk aan de grote hoeveelheid insprekers die toch hun zegje kwamen doen hier.
En wat dat betreft, zelfs in deze moeilijke coronatijd, de weg weten te vinden. Het vertroebelen, zegt u, van datgene wat we vandaag voorleggen met het beeldkwaliteitsplan. Dat hoeft niet zo te zijn. We hebben in de Raadsinformatiebrief duidelijk gemaakt dat we die beeldkwaliteitsplan aan de raad, aan de commissie, willen voorleggen ter abstractie, ter nadere informatie. Mijnheer Godefroy heeft de gelegenheid genomen om dat heel uitdrukkelijk nog eens aan de orde te stellen, maar vandaag is aan de orde de stedenbouwkundige verkaveling. En de stedenbouwkundige verkaveling gaat natuurlijk met name over de plaatjes die zich in het platte vlak bevinden, zou je kunnen zeggen, zoals we dat ook in de tijd met Lichtweide en Harmen Vosweg, zoals ik al zei, hebben gedaan. En ja, de vraag van misbruik is interessant. Ik vind het woord, heb ik al eerder gezegd, nogal zwaar. Ik ben het er ook, voor zover ik het kan beoordelen, niet mee eens. Ik ben er niet bij geweest, dat moet ik erbij zeggen. De heer Ten Kroode was lid, mijnheer Oomkens was helemaal geen lid. Dus waar hij die wijsheid vandaan haalt dat weet ik niet. Misschien heeft hij het ergens in de straat gehoord of zo, maar in ieder geval dat er sprake zou zijn van misbruik van de klankbordgroep, dat kan ik me niet voorstellen.
Nogmaals, er is zowel mijnheer Van Uum, die ik als een gerespecteerde professionals zie, die neutraal voor heeft gezeten, als degene die volwassen mensen die de klankbordgroep hebben bezet, daar zei ik al van: als je het niet eens was op de manier waarop de klankbordgroep werkte… En die zijn wel zes keer, geloof ik, of misschien wel zeven keer bij elkaar geweest, zowel voor als na die raadsbijeenkomst, dan zou je toch denken dat er al lang iemand was opgestapt, of herrie had gemaakt, of had gezegd: ja, maar zo pik ik niet. Dus het feit dat die mensen bij elkaar zijn blijven zitten, ook in de raadsvergaderingen, en in de raadsbijeenkomsten, in het Brinkhuis ook aanwezig zijn geweest hun oordeel hebben gegeven en ook mee hebben gedacht en mee hebben gepraat, geeft mij geen enkele aanleiding om dit soort zware woorden te gebruiken. En dan zegt u: ja, maakt mij niet uit als u zegt: het kan geen kantoor zijn. Ik bedoelde te zeggen: als je de reacties ziet van mijnheer Oomkens, die zegt: de Rabobank moet gewoon blijven staan, dan maken we daar een kantoor van. Ik zal u vertellen… Op dit moment… Regus in het dorp, die kent u goed, dat is naast de Jumbo, die zit zich op te maken om te kijken of zij daar niet uit zullen gaan, omdat ze het niet kunnen vullen met de kantoorfunctie, om maar even aan te geven. En dat is een veel kleiner kantoor dan eventueel de Rabobank zal zijn.
Dat neemt niet weg dat de plint waar mijnheer Voerman ook aan refereert, waar ik ook iets van heb gezegd, dat geeft ons de gelegenheid om dadelijk natuurlijk een goede invulling te geven. Dus bijvoorbeeld het werken van mensen die daar met de computer kunnen werken en een aantal uren mensen kunnen ontvangen. Dat geeft ook een vorm van een flexibele schil waar je mensen de gelegenheid biedt vanuit het dorp om daar te werken, en mensen te spreken. Dus wat dat betreft zit die mix er wat mij betreft wel degelijk in.
Pagina 22 van 52
De voorzitter: Dank u wel. Het woord is vervolgens aan de heer Loeff. De heer Loeff? De heer Loeff: Ja, dank u, voorzitter. Ik moest ook even camera en geluid uitzetten. Ja, we zijn er. En ik zit op twee schermen te kijken, dus af en toe kijk ik even een beetje de andere kant uit, want dan kan ik ook het document goed volgen. We hebben met belangstelling het plan bekeken, en ik moet zeggen: ik was heel blij met de uitleg van de heer Godefroy over waar we nu precies naar kijken. En dat was ook eigenlijk de eerste vraag die ik wilde stellen aan de wethouder, en die blijft eigenlijk nog wel een beetje hangen. En dat is: wat stellen we nu precies vast? De heer Vos zei het ook al. Ik denk dat het heel goed is dat de wethouder precies bewijzen produceert wat wij nu precies gaf vaststellen. Er wordt gesproken in de stukken over een stedenbouwkundig plan. Er wordt gesproken in het raadsbesluit over een stedenbouwkundige opzet, er wordt gesproken over een verkavelingsplan, en dat zijn drie verschillende dingen. Terwijl misschien dat het allemaal hetzelfde zou kunnen zijn, maar ik vind het belangrijk dat we hier antwoord krijgen voordat we de raad ingaan waar we nu precies een go op geven.
Er zijn een paar dingen ook in de plaatjes waarvan ik denk: ja, is dat handig, wat moeten we ermee, en wat moeten wij er in deze fase mee? Ik ga even uit van een behandeling zoals die net is geweest door de heer Godefroy, ik neem zelf nu het op drie na laatste plaatje dan maar als het verkavelingsplan, wat kennelijk bedoeld wordt als bijlage in het raadsvoorstel, maar ik weet niet of dat klopt. Wat het verkavelingsplan bevat dus meerdere plaatjes, of de PowerPoint bevat meerdere plaatjes. Het verkavelingsplan heeft ook een kappenplan. En het is een beetje mijn vraag, bij de villa’s zie ik geen kappenplan, maar bij de appartementen zie ik ze wel. Wat stellen we nu vast? Stellen we nu meteen een kappenplan vast of stellen we alleen een verkavelingsplan vast? Ik was nog meer een beetje getriggerd door de opmerking van de heer Godefroy als het gaat over het ’s avonds afsluiten met een hek van een doorgang. Het uitgangspunt van een van de bijzondere kenmerken van het gebied was nu juist dat er een doorgang zou zijn tussen de Van Nispenstraat en de Bij den Toren, en op het moment dat er sprake is van een VvE die ’s avonds het hek dicht doet, dan kan de VvE ook in haar zelfstandigheid besluiten om het overdag ook dicht te houden, en hebben we dus een gated community in het dorp. Daar ben ik fel op tegen, voorzitter.
En nu een aantal hekken staat ingetekend op het verkavelingsplan kan ik nu al wel stellen dat wij daar niet mee akkoord gaan, mocht dat zo zijn. Dat zou iets moeten zijn wat in een latere fase aan de orde komt, en dan wil ik dan eigenlijk ook een duidelijke toezegging over dat het dit soort doorgangen blijven. En de angst die er zou zijn bij omwonenden, die deel ik absoluut niet. Als we kijken naar het Hamdorff waar zo’n onderdoorgang is 24/24 open. Bij het hele ziekenhuisterrein zijn er allerlei stukjes open tot en met naast de supermarkt waar toch al ’…’, nul overlast. En ik wil vermijden dat we hier een gated community gaan goedkeuren vanavond. Verder, waardering, en dat is eigenlijk het belangrijkste voor waar we nu zitten. We zijn begonnen met inderdaad een plan waarvan we zeiden: dit is het niet. Vervolgens hebben we inderdaad in juni bij elkaar gezeten. We zaten een beetje ’…’ dat we als raad gesproken hebben over… We hebben als raad, volgens mij, geluisterd naar de plannen die afgewezen waren, en de plannen die in de klankbordgroep besproken waren.
Daar kwam een variant uit, en dat was nogal een paleisachtige grote brede voorgevel, en dan kwam inderdaad de opmerking van een paar raadsleden, zeker ook van collega Timmerman: kan dat worden opgeknipt? En wat we hier zien voldoet, naar mijn idee, echt heel goed aan het opknippen van die volumes waardoor er een beter aanzicht ontstaat. En de verschuiving, zoals die is voorgesteld door de heer Godefroy, om het middelste blok wat naar achteren te schuiven zodat het aanzicht vanaf de Brink, goed is. Dat is gewoon heel scherp bekeken, dus echt alle lof en complimenten voor dat zeer nauwkeurige puzzelstukje wat daar is opgelost. En hetzelfde geldt voor de entree van de inrit en verschuiving van de villa om de boom te waarborgen. Ik moet echt een compliment geven dat overtuigd in hoe je op dit soort manier met stedenbouwkundige opzet omgaat, dus dat vind ik belangrijk om te zeggen. Dus in die zin positief. Dus de hamvraag is eigenlijk: wat gaan we vaststellen? Op het moment dat we daar zekerheid over hebben, en een toezegging over het openblijven zodat heel Laren kan
Pagina 23 van 52
genieten van de Springerachtige opzet van de tuin, dan denk ik dat wij vanuit Larens Behoud dat kunnen doorgeleiden naar de raad. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder. De heer Stam: Ja, ik vlieg er even uit. Wacht even. Even kijken. Ja, ik weet het. Ik ben even uit beeld, zie ik. Hoort u mij nog? De voorzitter: Jazeker. Ik hoor u zeer goed. De heer Stam: Ik ben even het beeld… Het beeld heeft iets merkwaardigs gedaan, maar goed. Ik ga toch het antwoord geven. Nou, ik denk dat op zichzelf een aantal dingen die mijnheer Loeff zegt ook, wethouder, en denk ik, de ambtenaren hier blij stemmen. Als u het heeft over geen gated community, nou, ik denk niet dat wij dat zouden willen. En als dat betekent dat er hekken zouden komen, dan zullen we daar met elkaar heel zorgvuldig over moeten praten, en dat is volgens mij geen halszaak. Dat moet oplosbaar zijn als het er al zou staan. Dan: wat stellen we nu vast? Kijk, achteraf, denk ik, dat het woord wat in het besluit staat, in het beslisvoorstel raad, wordt het genoemd stedenbouwkundige opzet voor de herontwikkeling Rabobank vast te stellen. En misschien zou het beter zijn om dat woord opzet weg te laten en dat te vervangen door: de stedenbouwkundige verkaveling. Want dat is, denk ik, toch een helderder woord dan opzet.
Dat vind ik zelf ook achteraf gezien niet een fraai woord, dus ik zou zelf, als het toch naar de raad gaat, de raad willen voorstellen… Om de commissie te willen voorstellen, om de raad voor te stellen daar: stedenbouwkundige verkaveling van te maken. En wat stel je nu vast? Volgens mij, is dat we kiezen voor het vertrekken uit, het afzien van het oude Rabobankpand, en dat we naar een nieuwe opzet gaan, dat is de eerste belangrijke vaststelling, lijkt mij. En de tweede is dat wij nog geen kappenplan en grote hoogte en dat soort taken vaststellen. Ook niet als je een concrete invulling doen, maar wel zo goed mogelijk nu met elkaar vaststellen dat deze verkaveling, ik noemde het net in het platte vlak als het ware, de basis wordt om ons de gelegenheid te geven dat nader uit te werken naar een bestemmingsplan en een beeldkwaliteitsplan wat uiteindelijk weer terechtkomt bij de raad. En wat een veel preciezere invulling gaat geven, en ook concretere invulling gaat geven van datgene wat we dan uiteindelijk besloten hebben, en wat moet leiden tot een uiteindelijke vaststelling. Uiteindelijk als definitief bestemmingsplan en een definitief beeldkwaliteitsplan.
Misschien kan ik Huub of Karin nog even vragen, Mijnheer De Jong of mevrouw Loman, in te gaan op het punt: wat stellen we nog vast? Misschien is daar nog wat over op te merken als het gaat om die pagina’s 15 en 16 die in het stuk ook zitten. Misschien één van jullie tweeën? Als het mag, mijnheer de voorzitter, het een en ander over zeggen? De voorzitter: Ja, graag. Het woord is aan de ambtenaren. Mevrouw Loman: Ik had mijn handje opgestoken, Karin Loman. Ja, wat stellen we nu vast? Dat is eigenlijk, als je scrolt door de pagina’s, er staan weliswaar geen paginanummers op, maar als je scrolt dan zie je wel paginanummers. En bij pagina 15 en 16 zie je eigenlijk de verkaveling die je vaststelt. Het rode vlak is vlakken die er gegeven zijn zoals het was, en de witte vlakken is het vlak wat vastgesteld wordt, en dat is dan eigenlijk uitgewerkt op pagina 16, in zijn geheel. De voorzitter: Oké. Duidelijk. Dank u zeer. Dan is nu het woord aan de heer Grunwald. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Er is al veel gezegd, en dat hele gebouw gaat ons zeer aan het hart, dus ik zal me beperken tot nog wat nieuwe dingen die nog niet beantwoord zijn, of ik heb eigenlijk Pagina 24 van 52
helemaal geen vragen over. Eigenlijk vinden we dat een goed plan wat doorgang zou moeten vinden, dus er kan wat ons betreft naar de raad. Ik wil wel heel even ingaan op de participatiegeschiedenis. Toen het plan van de heer Voerman en de wethouder voor het eerst in de commissie besproken werd toen bleef er eigenlijk geen spaan van heel. De participatie werd als onvoldoende beoordeeld, en het ontwerpen van het gebouw wat ze in gedachten hadden voldeed ook al niet. Dus we hebben ze eigenlijk naar huis gestuurd om het huiswerk over te maken, en vervolgens zijn ze daar op een zeer constructief en goeie manier mee aan de gang gegaan wat tot het huidige voorliggende plan geleid heeft. En daarbinnen is dus met nadruk heel nauwgezet gekeken naar de participatie van de omwonenden. Ik wil alle insprekers bedanken voor hun bijdrage om dit de invulling van de Rabobank tot een goed eind te brengen, maar hier moet ik zeggen: ja, er zitten toch een aantal mensen die gewoon de kansen gemist hebben. Er is dus, naar onzes inziens, een goed proces doorlopen waarbij uiteindelijk de commissie een voorkeur uitgesproken heeft, en naar mijn mening zijn al die dingen ook overgenomen uiteindelijk. En daarin blinkt dit plan dus uit dat dus alle belanghebbenden gehoord zijn, en dat ook nog eens in een fraai ontwerp resulteert. Dus, helaas pindakaas, zou ik zeggen voor deze mensen.
Ik denk dat het goed was geweest als u alerter was geweest, en nadrukkelijk geparticipeerd had in dit proces. Maar helaas kan het niet iedereen naar zijn zin gemaakt worden, maar voor de volgende keer is het misschien wel interessant om daar dus, inderdaad, als er belangen zijn, om daar dan ook goed op in te zetten, en er vooral bij te zijn. Goed, dat gezegd hebbende, wil ik nog eens aangeven dat wellicht in de stukken nog eens inderdaad de besluitvorming in de klankbordgroep wat uitgebreider en gedocumenteerd zou kunnen worden, maar wat ons betreft kan het zo door naar de raad. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Ik heb niet de indruk dat onmiddellijk een vraag aan de wethouder aan vastzit, maar misschien heeft hij toch een kleine toevoeging wethouder, met betrekking tot de laatste opmerking van de heer Grunwald? De heer Stam: Ook is mij niet direct een vraag opgevallen, dus het lijkt mij, gelet op de tijd, beter dat ik dan de heer Grunwald bedank voor zijn bijdrage. De voorzitter: Oké. Dan zijn we nu toe aan mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman, Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, net zoals velen vanavond, bekroop ons ook het gevoel en de verwarring toen we gingen lezen: waar gaat het besluit over, en waar besluiten we straks over? In het doel staat verkaveling, en dat is verdelen van grond onder eigenaren.
In het besluit staat stedenbouwkundige opzet, en dat gaat natuurlijk veel verder, want dan gaat het ook over gebouwen, dan gaat het over hoogte, breedte, waar zet je ze neer, en dan gaat het over een stedenbouwkundige invulling. Die wordt op pagina 3 dan weer zo genoemd. En als je dan alleen een plattegrond zonder afmetingen en dergelijke hebt, diepte, afstanden noch hoogte, grote hoogte, dan kun je daar iets van vinden. Dan als je het hebt over een stedenbouwkundige opzet dan zou dat allemaal bekend moeten zijn dus… Ja? De voorzitter: Mevrouw Timmerman? Mag ik u even onderbreken, als u mij toestaat? De wethouder heeft zojuist aangegeven… Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, daar kom ik nu op. De voorzitter: ’…’ Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter? Daar kom ik nu op. Als u mij de kans geeft.
Pagina 25 van 52
De voorzitter: Laat u mij even uitpraten, mevrouw Timmerman. Er is door de wethouder zojuist aangegeven dat het woord opzet zou moeten worden vervangen door verkaveling. Ik denk dat we dat nu als uitgangspunt moeten nemen. Het woord is aan u. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, dank u wel. En als u mij nu had laten uitpraten, want ik kwam bij mijnheer Stam, de uitleg. Die heeft inderdaad gezegd: we gaan het hebben over de stedenbouwkundige verkaveling, en we gaan het niet… Dus dat besluiten we, en het niet nu al hebben over hoogtes enzovoorts, dat is prima. Daar zijn we het helemaal mee eens. En pagina 16 besluit, en dat zou ik dan graag ook eigenlijk op alle pagina’s waarin een andere kreet wordt gebruikt willen laten veranderen. De voorzitter: Prima. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja. Dank u. Dan wordt er steeds gesproken over … En staat ook weer hier in het voorstel, en het is al vanaf het begin af aan al drie jaar fout gegaan, en ik heb ik dacht ik al 100 keer gezegd: er wordt steeds gesproken over de Burgemeester Van Nispenstraat nummer 1. En dan gaan we de sigarenhandel van de Haas verbouwen. Dat is een heel ander pand, en we hadden het vanavond even over die sigaren, maar daar gaat het niet over. Alstublieft, verander dat nu eens een keertje, want ook juridisch is dat natuurlijk niet juist.
Als je een beslisvoorstel hebt en er staat Burgemeester Van Nispenstraat 1, dan gaan we de sigarenhandel verbouwen. Ja, dan de klankbordgroep. Ja, er is al heel veel over gezegd. Wij zijn daar als raad natuurlijk niet bij betrokken geweest. Wat ik wel mis dat zijn verslagen. Er is wel een perceptie van een gebeurtenis, maar dat is geen verslag door u boven tafel gebracht, maar wij zouden toch graag eigenlijk een verslag willen hebben hiervan, en dat ontbreekt. Ja, dan had ik een heel stuk: waarom dan niet de maten en dergelijke, want als u het zelf heeft in het voorstel over kubieke meters en vierkante meters dat het wordt, dan moet dat toch bekend zijn? Maar dat doen we dus nu nog niet. Beeldkwaliteitsplan. In eerste instantie werd er gezegd: daar gaan we niet over praten. Toen kregen we het toegestuurd, en als ik mijnheer Godefroy goed beluisterd heb dan vertelde hij dat de slides tot stand zijn gekomen op basis van het beeldkwaliteitsplan, dus waarom deze volgorde? Even kijken hoor. Wat heb ik nog meer? De slides, die heb ik nu ook gehad. Ja, er is al zoveel gezegd. Nou, welk plaatje… Hebben we het ook over gehad. Daarnaast, nog een vraag. Er is gesproken inderdaad over de mix van gebruikers.
Wat gaat er gebeuren als de plint toch niet ingevuld kan worden? Ja, dan kom je … Wat in het voorstel staat dat het een centrumfunctie gaat krijgen, bestemmingsplan Centrum, en dan kunnen er dus ook gewoon woningen komen. De vraag is: wat gaan wij hiermee doen? Er kan additionele horeca komen, enzovoort, detailhandel zelfs. Wordt dat nog nader gespecificeerd, of laten we dit verder helemaal vrij, maar mijn vraag is dus echt: als het niet ingevuld kunnen worden zoals wij willen dan is het risico dat er gewoon woningen komen, en dan hebben wij dus helemaal geen mix. Hoe onderbouwen we dat, en hoe voorkomen we dat? En hier wil ik het voorlopig bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Dank u, mevrouw Timmerman, voor de woorden. Ja, die sigaren uit eigen doos die moeten we dan maar eens inderdaad oplossen, want dat ben ik met u eens. Als dat zo is, ik heb dat niet gecheckt, maar u zult ongetwijfeld gelijk hebben. Dat heeft u wel vaker. Dus dat moeten we natuurlijk even netjes corrigeren. Ik heb al aangegeven dat ik het woord opzet achteraf gezien niet een fraai woord vindt. Ik vind inderdaad uw suggestie om daar overal verkaveling van te maken lijkt mij prima, en als we dat van u mogen, van de commissie, dan zullen we dat in het raadsbesluit ook meenemen en opnemen op die manier. Ja, het verslag van de klankbordgroep.
Ik heb daar, heb ik al eerder gezegd vanavond, geen bemoeienis bij gehad. Ik heb me er niet mee bemoeid, ik heb gedacht: laat die klankbordgroep nu met de ontwikkelaar en mevrouw Loman die daar altijd bij is geweest zijn gang gaan, en ik denk dat mijnheer Van Uum uiteindelijk een eindverslag heeft Pagina 26 van 52
gepresenteerd. In hoeverre hij dat met de klankbordgroep heeft afgestemd, dat weet ik niet. Ik ga ervanuit, hoor ik ook van een aantal kanten, dat dit een goede weergave is van het hele proces, en van de resultaten die eruit zijn gekomen. Er zijn volgens mij verslagen gemaakt. Ik voel me in het geheel niet vrij om daarvan te zeggen: ik ging er niet over, ik heb me er niet mee bemoeid om te zeggen: nou, we gaan die verslagen dan toch maar openbaar maken. Dat was de opzet van de klankbordgroep ook niet. Ja, de volgorde waar u op wijst. Ja, kijk, we hadden om dat in de sessie met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bent u, mevrouw Klingenberg, bij geweest, geloof ik.
Daar is ook een eerste aanzet, een vrij definitieve eerste aanzet natuurlijk van het beeldkwaliteitsplan gepresenteerd, en ik vond het in ieder geval in de haak om de hele commissie en ook de raad daarvan te informeren, omdat anders het leek alsof een deel van alleen maar diegene die aanwezig waren bij de presentatie aan de commissie daarvan kennis hebben kunnen nemen, en dat lijkt mij een… Ik hou wat dat betreft wel van een level playingfield, en dan is iedereen op de hoogte van wat daar gepresenteerd is, maar belangrijk is, dat heb ik ook gezegd, een aantal keer al, dat we vandaag praten over de stedenbouwkundige verkaveling, en dat pas in een latere fase het beeldkwaliteitsplan en ook het bestemmingsplan een de orde komt. En dan brengt mij gelijk ook op uw laatste punt van de mix. Dat moet, en ik luister goed naar wat u zegt, en daar heeft mijnheer Voerman ook het een en ander ook al over gezegd. Ik denk dat inderdaad een goede suggestie zou zijn om na te denken, en dat zullen wij zeker doen, als we beginnen met het uitwerken van het bestemmingsplan. Goed dat je zegt: wat willen wij daar in ieder geval niet, en wat zou er niet moeten gebeuren? En ik gaf zelf al aan dat wat mij betreft wonen niet de wens is van de commissie, ook niet in de raad, in de Bouwnota is geweest, en juist die levendigheid en die vitaliteit en die plint tot stand moet komen.
Maar ik begrijp, met mijnheer Voerman, ook wel dat dit iets is wat je vast kan stellen vandaag, maar je misschien na vijf jaar tegen elkaar moet zeggen: daar zou iets anders moeten komen. Maar die mix zit volgens mij in de combinatie van kunstenaars, ateliers, exposeren, flexibele werkplekken, wat mijnheer Voerman een versnapering noemde. Ik was wel in mijn gedachte bij een grand café, maar goed. In die zin moet er iets komen dat je daar kunt gaan zitten, een kop koffie kan drinken en daar met plezier kunt zitten, en dat het een waarde toevoegt, een vitaliteit en levendigheid toevoegt aan de Van Nispen, Van Sevenaerstraat. Dat is een punt wat mijnheer Ten Kroode ook wel eens heeft gemaakt, en daar ben ik het ook vanzelf mee eens: die levendigheid moet terugkomen. Dat is ook aan de raad toegezegd, en dat moet in het bestemmingsplan ook zijn neerslag gaan vinden. Dat is wat mij betreft, de beantwoording op uw punten, mevrouw Timmerman. De voorzitter: Dank u zeer. Het woord is aan de heer Van den Berg. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter, dank u wel. Als je aan het einde bent dan is er veel gezegd, maar er zijn nog een aantal dingen niet gezegd. In ieder geval kan ik anticiperen op de stedelijke verkaveling, want dat is nu wel helder dat het daar over gaat.
Maar nog wel moet mij iets van het hart, want net bekroop mij even het gevoel voorzitter, toen u collega Timmerman onderbrak, dat ik dacht: ja, als dat … Dat ik dat gevoel van sommige klankbordgroep leden misschien dan toch wel kan begrijpen als je als raadslid je eigen inbreng wil geven, dat je dan toch wordt onderbroken, dus ik hoop dat als ik ergens in herhaling val dat u mij niet onderbreekt. En waarom zeg ik dit? Omdat collega Grunwald inderdaad wel terecht aangeeft: de laatste keer dat wij hierover spraken ontstond er een aardige janboel in de raad. Brak bijna de pleuris los, om het maar eens plat te zeggen, dus wij vinden wel dat op deze plek het alle aandacht mag verdienen. En het is laat, dus zo meteen zal u ongetwijfeld zeggen: over vijf of tien minuten moeten we afronden. Maar ik denk dat we onszelf rechtdoen om hier goed bij stil te staan. Al was het maar dat deze locatie binnen 50, 60 jaar nu voor de derde keer gesloopt wordt als het doorgaat. Dus in die zin is het een ongelukkige plek geweest kennelijk voor alle gebouwen die er tot op heden gestaan hebben. Wat ons betreft vanuit de CDA-fractie volledig aan voorbij gegaan wordt… En nu denk ik meer een politieke discussie is, omdat het hier over de stedelijke verkaveling Pagina 27 van 52
gaat, is toch het handhaven van de kantoorwerklocatie met de bestemming die het nu heeft. En in dat verband wil ik graag aan de wethouder vooral de kernvraag stellen: als de bestemming ongewijzigd blijft, dus kantoor, ook dan behoud van het gebouw, wat kan er dan nog maximaal aan kuubs en aan gebouwen uitgebreid worden met die huidige kantoorbestemming op de huidige locatie? Dat is vraag één. Vraag twee is: we hebben het over stedelijke verkaveling, en dan kom je toch ook meteen terug bij aantallen, wat mij betreft. In het rapport wordt gesproken, of in de plannen wordt gesproken over 12 tot 16 woningen, 10 tot 14 appartementen, een twee-onder-een-kapwoning. Ik denk wel dat als we het … En de heer Loeff zei het zojuist ook al: als wij dadelijk een bepaald beeld of plan… Ik geloof dat nu het derde plaatje genoemd wordt, wat hoort daar dan voor verkaveling bij en ook het aantal woningen? Want ik denk dat dat toch wel heel duidelijk bij een verkaveling hoort. ’…’vast zou moeten stellen. Dat er geen discussie meer over is, hoeveel woningen of hoeveel appartementen er moeten komen. Dat is vraag twee, wethouder. Ik verzuim nog eigenlijk te zeggen dat ik sowieso de insprekers wil bedanken, maar ook de landschapsarchitect, en ook de heer Voerman die tussendoor al een paar keer een antwoord heeft gegeven. Nogmaals, belangrijk omdat het een belangrijke plek in het dorp is.
Ik heb nog wel een paar opmerkingen ook die voorgangers gemaakt hebben, maar die inderdaad ook bij mij even de wenkbrauwen deed fronsen. Als het gebied inderdaad afgesloten zal worden in de avonduren dat zal mij als CDA ernstig jammer vinden, en ik denk ook, zoals ook door de heer Loeff is aangegeven, dat we dat echt tot een minimum moeten beperken. En tegelijkertijd, maar ook omdat er als het bijvoorbeeld over de strip gaat, en de ruime invulling die daar mogelijk is, dat dat ook een beetje contrair aan elkaar is. Als je aan de ene kant het gebied open wilt houden, kan het aan de andere kant afgesloten worden. En dat zou niet bij elkaar passen. Er wordt dan net gesproken in termen van een grand café en een kopje koffie. Nou, we weten op dit moment dat het er allemaal moeilijk voorstaat in de wereld, en in het land, maar zeker ook in Laren. Ik wil in dat verband toch al wel vast memoreren aan het mooie Hamdorff complex waar jarenlang discussie is geweest over de horeca daaronder die geen terras mocht hebben, omdat de appartementen daarboven dat eigenlijk konden tegenhouden, omdat er ergens in de verkoop in ontwikkeling een beetje vergeten was.
Dus ik stel wel vast dat als wij daar inderdaad iets willen in een verkaveling met een plint met horeca of additionele horeca of zoals de heer Voerman tussen neus en lippen zei: misschien alleen overdag faciliterend aan de andere bedrijvigheid, dan denk ik wel dat we heel goed moeten nadenken dat als wij daar een horecabestemming aan geven dat het niet beperkt wordt dadelijk door de inwoners, of de bewoners, van de diverse woningen die daar komen. Dat gezegd hebbende, als je daar dan toch zit op een terras mis ik even in het hele verhaal het mooie monument schuine streep het mooie beeldkunstwerk van de Klepperman, die volgens mij, zoals het nu gepresenteerd wordt, daar prima zal gehandhaafd kunnen blijven, maar dat mis ik. Maar misschien heb ik dat gemist dat dat wel aan de orde is geweest. Daar zou ik dan graag iets over horen, omdat het ook wel juist, net als bij Kraanbaan, een eigen idee geeft aan die plek. Ik heb het net gehad. Er wordt er wordt even geschetst in het landschapsplan over de bomen die gehandhaafd moeten worden, en daar werd ook de rode beuk in genoemd.
En ik zou eigenlijk nog wel de vraag, wethouder, willen stellen: die beuk heeft nu al bepaalde omvang, daar wordt nu rekening mee gehouden met betrekking tot de nieuwe bouw, maar zo’n beuk groeit nog wel even door als het meezit, en die kroon wordt dan ook nog groter, dus in dat verband zou ik toch wel graag op dat niveau ook… Want dat heeft ook te maken met de verkaveling, of dat dan zeg maar niet over 20 jaar alsnog tot een probleem gaat leiden? Nou, dan zijn we bij de mix van openbaarheid. Hamdorff heb ik genoemd, het terras. Het gaat nog heel even over geluidsoverlast. Er werd net gezegd door de heer Voerman, wethouder, dat je misschien nog kon denken aan dansen of muziek of iets anders. Nu hebben we natuurlijk een Brinkhuis, en een muziekcentrum, nou, dat zit volgens mij nog steeds allemaal niet helemaal vol. Maar op het moment dat je daar dat soort activiteiten zou bedenken krijg je wel met hele andere zaken te maken als geluidsoverlast, en gebruik. Dus ik vraag me even af, of in het kader van de verkaveling, inderdaad een aandachtspunt is: wat kunnen we daar wel, en wat willen we daar eigenlijk helemaal niet? En dan ga ik afronden, voorzitter. Wat ik dus wel mis is eigenlijk de principiële discussie of we Pagina 28 van 52
deze locatie, woon-werk locatie, schuine streep werklocatie, kantoorlocatie wel op moeten offeren voor woningen. En in die stedelijke verkaveling, wethouder, daar heeft u bij de vorige keer bij de Lichtweide al best wel duidelijk aangegeven in welke prijscategorie u dacht. Nou, dat wilde ik u eigenlijk hier ook vragen. Of u hier al een indicatie heeft van wat dat voor een appartement moeten worden. En waarom vraag ik dit? Aan de overkant is een bouwplan in ontwikkeling, en als ik het goed begrepen heb variëren de prijzen daar inmiddels tussen de 1 miljoen en bijna 2 miljoen. Dus ik vind het eigenlijk wel een goede zaak om te horen hoe dat hier gezien wordt, en ook nog of hier betaalbare woningen in voorzien zijn. Ik heb het niet over sociaal, maar wel over betaalbaar. En hoe dat zich verhoudt in de stedelijke verkaveling? Nou, voor nu wil ik het daarbij laten. Ik ben niet … Op zich vind ik het plan mooi gepresenteerd. Het is bovenmatig goed, denk ik. Maar ik vind het nog wel goed dat we een principiële discussie in de raad hebben of dit nu nodig is om onze woon-werklocatie die daar is op te offeren. Nou, daar kun je over van mening verschillen, maar het werk wat gedaan is, voor zover ik kan zien, is goed, maar dat mag ook niet leiden tot gemakzucht. Vandaar deze toch nog op het einde, voorzitter, misschien nog uitgebreide inbreng. De voorzitter: Dank u zeer.
Ik zal de instructie die u aan de voorzitter gegeven hebt vanavond verder bestuderen. Ik geef nu het woord aan de wethouder. Dank u wel. De heer Stam: Ja, mijnheer Van den Berg slaat er toch in een hoop vragen te stellen, zo op het eind. Ik ga proberen ze te beantwoorden. Of het geen gelukkige plek is, dat weet ik niet. Dat postkantoor heeft er vrij lang gestaan, volgens mij. Maar dat die Rabobank… Ja, die zal er uiteindelijk, wat ons betreft, in dit plan natuurlijk betrekkelijk kort staan als je de eeuwigheid tenminste in acht neemt. Ja, u zegt: ik heb net toch… Als ik u hoor zeggen: ja die kantoor-werklocatie had ik toch eigenlijk graag wel willen handhaven. Ik weet niet hoe u het daarmee eigenlijk bedoelt? Dat die Rabobank had moeten blijven staan. Het voorstel wat wij nu doen… In ieder geval zo hebben we dat ook uiteindelijk in de klankbordgroep naar gekeken… Ik zeg dan nog maar wij, waarschijnlijk in de meerderheid, maar ook toegelicht aan de raad in die sessies in het Brinkhuis, waar ik ook ben heen gegaan, kiezen wij dus voor een stedelijke verkaveling, een stedenbouwkundige verkaveling, die uitgaat van een ander principe. We gaan daar appartementen bouwen, en we gaan op de plint proberen die levendigheid, die vitaliteit die de raad van ons verlangde ook in te vullen.
Dus waar het kantoor-werklocatie betreft, ja, dat zullen we op een andere manier misschien elders moeten doen. Ik gaf het net al aan: ik heb zelf contact met de ontwikkelingen rondom Regus. En je ziet nu al dat die in zwaar weer zit als het gaat om gewoon het invullen van werkplekken, waarvan iedereen dacht dat dat fantastisch zou kunnen lopen in het dorp. Ik ben zelf… Ook in een eerdere discussie heb ik wel eens gezegd: als je het nu hebt over kantoor, dan is een kantoor natuurlijk allesbehalve levendig en vitaal, want die zijn in het weekend in principe allemaal dicht. Dan heb je gewoon een donkere plek in het dorp wat niet bepaald levendig en vitaal is, dus vandaar dat dit voorstel op deze manier naar de commissie, en uiteindelijk naar de raad is gegaan en door zal gaan, wat ons betreft. Aantallen. Daar hebben we in het stuk, in het document van gezegd: we praten over twee grondgebonden woningen, en 10 à 14 appartementen. Nou, dat zal allemaal in de verdere ontwikkelingen natuurlijk nader worden uitgewerkt. De mate waarin … Er is al het nodige over gezegd in opmerkingen naar aanleiding van de opmerkingen van mijnheer Loeff. Ja, die afsluiting in de avonduren. Dat moet zeer wel bespreekbaar zijn om daar een andere oplossing voor te vinden. Een gated community zou helemaal het verkeerde idee zijn.
Maar de bedoeling is natuurlijk dat uiteindelijk daar niet een horeca komt die tot één uur ’s nachts bezig is, maar dat het is, zoals mijnheer Voerman ook al aangaf, dat het een horeca is die op een gegeven moment vooral overdag werkt, en misschien tot een uur of zeven, acht, negen en dan dichtgaat. Dat maakt het over het algemeen voor een bewoners die daar komen te wonen natuurlijk ook een stuk aantrekkelijker. De beperkingen die nog gaat komen als het gaat om: wil zo iemand die dat misschien gaat exploiteren een terras? Ja, dat zijn allemaal zaken die in een later stadium nog aan de orde moeten komen die Pagina 29 van 52
denk ik nog niet passen in de discussie over de stedenbouwkundige verkaveling. Maar uw vraag over De Klepperman. Ik heb indertijd al, ik denk vier jaar geleden, al gezegd: tuurlijk moet die Klepperman een goede plek krijgen. Of dat nu precies voor de deur is, maar we zullen ongetwijfeld moeten zorgen dat De Klepperman, dat is natuurlijk een karakteristiek beeld in het dorp, een meer dan voortreffelijke plek kan krijgen. Het liefst in relatie tot de plek waar het al staat en stond, en daar ben ik het helemaal mee eens. Hij zal niet verdwijnen in de vergetelheid. Het moet een behoorlijke plek krijgen. En de vraag naar de beuk. Ja, misschien kan mijnheer Godefroy die veel meer verstand van heeft… Alhoewel ik zelf ook een beuk heb, maar toch weinig verstand van het voortbestaan van zo’n beuk. Misschien dat hij daar iets van zou willen zeggen over de doorgaande kronen, en dat soort zaken. De voorzitter: De heer Godefroy heeft het woord. De heer Godefroy: Ja, dat is dan uiteindelijk waar ik voor gestudeerd heb, voor bomen. Het is wel zo dat een boom op een gegeven moment als hij zijn volwassen grootte heeft bereikt, dan blijft het wel doorleven, maar groeit het niet nog veel groter. Dus als zo’n ding een 20 tot 30 meter hoogte en diameter heeft, dan is het al klaar. Het belangrijkste is eigenlijk dat als je gaat bouwen in de buurt je zijn wortelgestel bewaard.