[T25.06222] Bijlage 2 - Onderbouwing BOPA Zonneveld Munnikenpark v1
Tekst van het document
6.12
Luchtkwaliteit
6.12.1 Kaders Juridische kaders Paragraaf 5.1.4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt de monitoring van de kwaliteit van de buitenlucht. Volgens artikel 5.53 en 5.54 vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien de te verwachten uitstoot van zowel NO2 en PM10 lager is dan 1,2 pg/m3. Het project draagt in dit geval niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging en blijft binnen de NIBM-grens van 30Zo van de omgevingswaarde voorde jaargemiddelde concentraties. Dit kan op twee manieren
aannemelijk gemaakt worden: *
Aangetoond moet worden dat een project binnen de getalsmatige grenzen van een vooraf aangewezen categorie blijft. Onder deze categorieën vallen onder andere kantoren, woonwijken, en het telen van gewassen.
*
Dat op een andere manier aannemelijk gemaakt kan worden dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Dit kan soms middels een kwalitatieve beschrijving, maar ook met het gebruik van de NIBM-tool. Hiermee kan eenvoudig worden berekend of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
18 Delta N.V. (2014). Zonneveld Ceresweg - Wegbeeldanalyse Oesterdam (N659). Bron: httpsV/repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2015-16053/1/Bijlage/exb-2015-16053.pdf
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 51
PONDERA
Uit de intaketafel werd door de gemeente bezorgdheid geuít over de mogelijke vorming van plankton in de bassins waarin zonnepanelen worden geplaatst, wat zou kunnen leiden tot geuroverlast. Raadpleging van deskundigen heeft uitgewezen dat dit probleem zich tot op heden niet heeft voorgedaan, waardoor de kans op optreden als gering wordt ingeschat. Indien dergelijke planktonvorming zich alsnog voordoet tijdens de uitvoeringsfase, kan deze worden bestreden met behulp van algen. 6.12.2 Toetsing De toetsing van dit aspect is uitgevoerd door de NIBM-tool in te vullen. Deze tooi is ontwikkeld om op eenvoudige wijze te bepalen of een plan Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. De extra voertuigbewegingen tijdens de bouwfase door toedoen van de realisatie van het project is ingevoerd in de NIBM-tool. In Figuur 6.7 is het resultaat van de berekening weergegeven. De bijdrage van het extra verkeer is niet-in betekenende mate. Er hoeft dus geen extra onderzoek te worden uitgevoerd.
Figuur 6.7 Resultaat NIBM-tool
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2024 Jaar van plan realisatie
2026
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
48
Aandeel vrachtverkeer
16.070
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
NCį in ļjg/m3
0.09
PMio in gg/nr
0.01
Grens voor "Niet In Betekenende Mate'' in ļjg/nr
1.2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
In de gebruiksfase heeft het zonneveld geen permanente verkeersaantrekkende werking en geeft derhalve geen extra toename van de concentratie N02 en PM10. Tijdens het in gebruik zijn van het zonneveld zal er incidenteel sprake zijn van de aanwezigheid van een bedrijfsbus voor inspectie en onderhoud, deze kan via de ten behoeve van het project aan te leggen onderhoudsweg het zonneveld bereiken en op de opstelplaats bij het zonneveld parkeren. 6.12.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet 'in betekenende mate' zal verslechteren. Het is daarmee ook niet aannemelijk dat het plan de 37o grens overschrijdt. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan door middel van onderzoek. Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er daarom sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 52
PONDERA
6.13
Mobiliteit (verkeer en parkeren)
6.13.1 Kaders Beleidskaders Aangezien er geen sprake is van langdurig parkeren (gegeven de beperkte bouwperiode) en omdat een zonneveld in de operationele fase alleen verkeer aantrekt voor inspectie en onderhoud, zijn parkeernota en - beleid niet aan de orde. Beleidskader zonne-energie Lansingerland Zonepanelen langs infrastructurele lijnen mogen geen negatief effect hebben op de verkeersveiligheid. Juridische kaders Omgevingswet Op basis van de Omgevingswet dient de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. Besluit kwaliteit leefomgeving Paragraaf 5.1.7.6 van het Bkl bevat instructieregels die gaan over Landelijke fiets- en wandelroutes. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die de aangewezen landelijke fiets- en wandelroutes kunnen doorsnijden, dient het belang van de instandhouding van deze fiets- en wandelroutes te worden betrokken. In paragraaf 5.1.8 van het Bkl is een instructieregel opgenomen over het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.
Provinciale omgevingsverordening In de provinciale omgevingsverordeningen zijn verschillende instructieregels opgenomen over mobiliteitsonderwerpen. In ş 7.3.8 geeft de provincie instructieregels die gaan over stedelijke ontwikkelingen. In artikel 7.45c uit deze paragraaf wordt de instructie meegegeven dat een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. 6.13.2 Toetsing Verkeer In de bouwfase heeft het projectvoornemen een verkeersaantrekkende werking. Deze verkeersaantrekkende werking behelst ritten met vrachtverkeer (o.a. voor het leveren van de pv-panelen, parkinfrastructuuren mobiele werktuigen) en ritten met personenauto’s of werkbusjes van het bouwpersoneel. De hoeveelheid dagelijkse verkeersbewegingen in de bouwfase zal maximaal ca. 50 (worst case) verkeersbewegingen per etmaal betreffen. Gezien de verkeersdruk op 60km p/u weg, de Munnikenweg, is er geen sprake van significante toename. In het Handboek Wegontwerp (CROW-
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 53
PONDERA
publicatie 164d)19 wordt gesteld dat bij enkele honderden verkeersbewegingen per dag een rijbaanbreedte van 5,50 m geen problemen oplevert. Bij een intensiteit van 1.000 of meer voertuigen is de kans op bermschade erg groot en dient een bredere verharding te worden aangelegd. Die hoeveelheid wordt, zelfs tijdens de bouwfase, ruimschoots niet gehaald. Effecten op de bereikbaarheid en de weg worden daarom tijdens de bouwfase verwaarloosbaar geacht. Een vergelijkbare argumentatie is van toepassing tijdens de gebruiksfase, omdat de dagelijkse verkeersaantrekkende werking tijdens de gebruiksfase significant lager ligt dan tijdens de bouwfase. Effecten op de bereikbaarheid en de weg worden daarom tijdens de gebruiksfase verwaarloosbaar geacht. Parkeren In de bouwfase wordt er werkruimte nabij het projectvoornemen vrijgemaakt voor de mobiele werktuigen. Er worden rijplaten uitgelegd, waardoor de grote voer- en werktuigen over de onverharde grond kunnen rijden. Naar verwachting zijn er per dag gedurende de bouwperiode circa 35 auto’s, busjes of vrachtauto’s aanwezig op het bouwterrein (uitgaande van een bouwperiode van 3 maanden). In het prepareren van de werkruimte wordt er rekening gehouden met parkeerplaatsen voor het bouwverkeer (verhard met rijplaten). Deze parkeerplekken zijn tijdelijk. De parkeergelegenheid wordt om bovengenoemde redenen voldoende geacht.
In de gebruiksfase wordt het gebied niet op reguliere basis bezocht door gemotoriseerde voertuigen. Dit gebeurt slechts incidenteel (enkele keren perjaar) voor onderhoud, reparatie, inspectie of schoonmaak. Het inspectieverkeer kan parkeren binnen het terrein, dit conflicteert niet met het parkeerbeleid van Lansingerland.20 De parkeergelegenheid wordt om deze redenen voldoende geacht.
6.13.3 Conclusie Vanuit het aspect mobiliteit er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.14
Natuur en ecologie
6.14.1 Kaders Beleidskaders Beleidskader zonne-energie Lansingerland Hierin wordt over de relatie tussen natuur en zon-pv gezegd: zonnepanelen mogen geen afbreuk doen aan de vastgestelde groenstructuur, bomenstructuur en ecologische netwerken. Omgevingsvisie Lansingerland: groenblauwe netwerken De gemeente heeft in haar omgevingsvisie (p.43) deze locatie van het projectvoornemen aangewezen als mogelijke plek om het groenblauwnetwerk te versterken door een extra verbinding toe te voegen. Juridische kaders Omgevingswet Een van de onderwerpen die onderdeel uitmaken van de fysieke leefomgeving is de natuur. Op grond van de Omgevingswet moeten bestuursorganen dan ook bij het uitoefenen van hun taken zorgdragen voor de
19 Kennisplatform CROW, Handboek wegontwerp 164d, HW013, 05-11-2023, druk 1, geraadpleegd 11-04-2024 20 Gemeente Lansingerland (2022). Algemeen Plaatselijke Verordening. Link: Algemene Plaatseliike Verordening Lansingerland 2023 I Lokale wet- en regelgeving (overheid.nľ)
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 54
PONDERA
bescherming van natuurwaarden. Als uitwerking van Europese richtlijnen richt deze waarborg voor de kwaliteit en integriteit van natuurwaarden zich op de bescherming van (kwetsbare) soorten en gebieden, onder andere door het beperken van de uitstoot en neerslag van stikstof in de natuur. De soortenbescherming richt zich in het nationale beleid op de soorten die in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Nationaal beschermde soorten zijn aangewezen. De gebiedsbescherming richt zich op de Natura 2000-gebieden, de gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden. Tot slot richt de natuurbescherming zich in het kader van de Ow op het thema faunabeheer. Besluit activiteiten leefomgeving De opdracht om bij het uitvoeren van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet zorg te dragen voor de natuur, is in hoofdstuk 11 van het Bal opgenomen. Hierin zijn regels opgenomen over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden, activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild en activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. Het Bal biedt ruimte om in afwijking van deze regels maatwerkregels op te nemen in het omgevingsplan. Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl zijn in hoofdstuk 3 regels opgenomen over de uitwerking van het beschermen van habitats en soorten.
Hierbij is het provinciebestuur aangewezen als bevoegd bestuursorgaan voor het treffen van maatregelen voor het behoud of herstel van habitats en soorten, het vaststellen van maatregelen om Natura 2000-gebieden in stand te houden en het uitvoeren van uitroeiingsmaatregelen, beheersmaatregelen en herstelmaatregelen om invasieve exoten en verwilderde dieren tegen te gaan. Op grond van het Bkl dient ook een programma te worden opgesteld om tot een reductie van uitstoot en neerslag van stikstof en natuurverbetering te komen. Dit programma kan gevolgen hebben voor het opstellen van omgevingsplannen door gemeenten. Daarnaast biedt het Bkl de mogelijkheid om een gemeentelijk programma voor de aanpak van stikstof vast te stellen. De provincie kan beschermingsdoelstellingen in haar omgevingsverordening in de vorm van instructieregels neerleggen bij gemeenten. Provinciale omgevingsverordening In de provinciale omgevingsverordeningen zijn diverse bepalingen opgenomen die gericht zijn op het beschermen van natuur en kansen voorde biodiversiteit. In ş 7.3.7 over ruimtelijke kwaliteit worden gebieden met beschermingscategorieën aangewezen. Onder deze gebieden valt het Natuurnetwerk Nederland, belangrijk weidevogelgebied en de groene buffer.
De bepalingen in deze paragraaf beschermen de aangewezen gebieden en laten ontwikkelingen slechts beperkt toe of onder de voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit gelijk blijft. In ş 7.3.16 over het Natuurnetwerk Nederland is bepaald dat een BOPA, voor het natuurnetwerk Nederland, daarbinnen geen activiteiten toelaat die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden significant beperkt. Daarnaast mogen ontwikkelingen ook niet leiden tot significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. 6.14.2 Toetsing Gebiedsbescherming Het projectvoornemen bevindt zich niet in Natura2000 gebied of NNN-gebied, zie
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 55
PONDERA
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 56
PONDERA
Figuur 6.8. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied betreft De Wilck op ca. 10 km afstand. Het dichtbij zijnde NNN-gebied is de Bieslandse Bos op 5,5 km. Om de ecologische effecten nader te onderzoeken, is een natuuronderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Equipe (zie bijlage 20). In dit onderzoek wordt ten aanzien van Natura 2000-gebieden gesteld dat het op voorhand uitgesloten is dat de activiteit verslechterende of significant verstorende gevolgen heeft. De effecten van stikstofdepositie reiken naar verwachting niet verder dan 10 kilometer, terwijl het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op 13,5 kilometer afstand ligt. Gezien de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteit en de afstand tot Natura 2000-gebieden, is het uitgesloten dat het zonneveld aantasting van soorten en begroeiingen in deze gebieden kan veroorzaken. Eenzelfde conclusie wordt getrokken ten aanzien van Natuur Netwerk Nederland (NNN) gezien de afstand van het projectgebied tot het dichtstbijzijnde aangemerkte NNN-gebied meer dan 3 kilometer is.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 57
PONDERA
Figuur 6.8 Ligging projectgebied tegenover Natura 2000- en NNN-gebieden
Soortenbescherming Voor het initiatief is door een gecertificeerd ecoloog veldonderzoek uitgevoerd. Zo kan vastgesteld worden of er beschermde planten en dieren in het gebied aanwezig zijn. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een onderzoeksrapport dat als bijlage 20 is toegevoegd. De belangrijkste resultaten van dit onderzoek ten aanzien van flora en fauna zijn in deze paragraaf toegelicht. Planten en mossen Het projectgebied heeft geen functie voor beschermde plantensoorten en overige bedreigde of mossen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ongewervelden, vissen en reptielen Tijdens het veldwerk zijn er geen beschermde ongewervelden en reptielen aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde vissen kan worden uitgesloten. Wel zullen algemeen voorkomende vissoorten in het water leven en moet rekening worden gehouden met de zorgplicht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Amfibieën Tijdens het veldwerk zijn er geen beschermde amfibieën waargenomen, aanwezigheid hiervan kan daardoor worden uitgesloten. Mogelijk kunnen wel algemeen voorkomende amfibieën voorkomen, dan geldt de algemene zorgplicht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren In het onderzoek worden uitsluitend beschermde soorten zoogdieren behandeld. Tijdens het veldwerk zijn geen beschermde (grondgebonden) zoogdieren, opening of holen van beschermde grondgebonden
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 58
PONDERA
zoogdieren waargenomen. De aanwezigheid van de haas en bunzing kan niet worden uitgesloten, hiervoor moeten maatregelen getroffen worden. De werkzaamheden mogen daarom niet ’s avonds of’s nachts worden uitgevoerd en eventuele verlichting dient niet op de aanwezige vegetatie gericht te worden. Vleermuizen De locatie is niet geschikt voor zowel zomer- als winterverblijfplaats met betrekking tot vleermuizen, mede door de afwezigheid van gebouwen in het projectgebied. Nader onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Naast verblijfplaatsen maken vleermuizen ook gebruik van migratieroutes, vliegroutes en foerageergebieden. Het projectgebied wordt geschikt bevonden als foerageergebied en vliegroute met betrekking tot groepen vleermuizen, Gezien de werkzaamheden is nader onderzoek niet noodzakelijk, echter zijn er wel maatregelen van toepassing. De werkzaamheden mogen nieťs avonds of’s nachts plaatsvinden. Ook dient eventuele verlichting niet gericht te zijn op vegetatie en waterlichamen en dient naar beneden te schijnen. Vogels Alle soorten vogels zijn beschermd. Binnen het projectgebied zijn broedvogels te verwachten. Maatregelen zijn noodzakelijk om verstoring te voorkomen. Er dient buiten het reguliere broedseizoen (circa 15 maart 15 juli) gewerkt te worden. Wanneer dit niet mogelijk is dient er vooraf een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd.
Een aanwezig nest mag buiten het broedseizoen niet worden verwijderd/verplaatst. De aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde soorten kan worden uitgesloten, hiervoor is nader onderzoek niet noodzakelijk. Vellen van houtopstanden Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar houtopstanden blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op houtopstanden. Groenblauwe netwerken Het projectgebied grenst aan meerdere zones die onderdeel zijn van het Groenblauwe netwerk en biedt daarmee kansen voor versterking en verbinding. Door de aanleg van kruidenrijk grasland en groene stroken, gecombineerd met het behoud en de verbetering van natuurlijke oevers, wordt de ecologische samenhang binnen het gebied versterkt. Hierdoor kan het projectgebied optimaal bijdragen aan de verbindende functie van het Groenblauwe netwerk. Provinciale beschermingscategorie Het projectvoornemen ligt naast een beschermingscategorie 2 als aangewezen door de provincie. In dit geval een groene bufferen recreatiegebied. De groene bufferen recreatiegebied hebben geen externe werking (art. 7.43İ en 7.43k Omgevingsverordening Zuid-Holland), met andere woorden gelden de regels voor dit type gebied alleen wanneer een project in het betreffende gebied wordt gerealiseerd.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 59
PONDERA
Figuur 6.9 Beschermingscategorieën provincie Zuid-Holland Lansinghage
gebied met beschermingscategorie 1 (cat.1) NatuurNetwerk Nederland ļ ļ (cat.1) beschermd grasland ín de
ď
Bollenstreek \N» (cat.1) kroonjuweel cultureel erfgoed gebied met beschermingscategorie 2 ' (cat.2) belangrijk weidevogelgebied (cat.2) groene buffer
/y (cat.2) recreatiegebied gebied met beschermingscategorie 3 (cat. 3) buitengebied
6.14.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voorde realisatie van het zonneveld vanuit natuur en ecologie. Er zijn geen verdere onderzoeken dan wel omgevingsvergunningen flora- en fauna-activiteit nodig. De maatregelen die vanuit de specifieke zorgplicht zijn aangeraden, worden opgevolgd en het project draagt met de meervoudige functies die het ondersteunt, bij aan de blauwgroennetwerken. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.15
Stikstof
6.15.1 Toetsingskader Gebiedsbescherming is opgenomen in de Omgevingswet en biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden, alsmede de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Natura2000-gebieden hebben een externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Het is juridisch verplicht om projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht (omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten) als het project een significant gevolg kan hebben voor een Natura 2000-gebied (art. 5.1 lid 1, onder e, OW). Als een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ^ 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Het project is dan vanwege stikstofdepositie niet vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet.
Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden en is ook dan het project niet vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. In de twee genoemde situaties staat de Omgevingswet besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 60
PONDERA
AERIUS-calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator. Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage ten opzichte van de referentiesituatie, indien aanwezig. Tevens bepaalt zij zelfde rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000- gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van stikstofgevoelige habitatten. 6.15.2 Onderzoek Voor het project is door Pondera een stikstofonderzoek (Voortoets) uitgevoerd met rekenprogramma AERIUS, voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 21. Voor verdere toelichting van de uitgangspunten, rekenmethodes, gegevensinvoeren resultaten, wordt verwezen naar deze bijlage. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden doorstikstofuitstoot. Er is sprake van een (afgeronde) depositie van 0,00 mol N per hectare per jaar.
6.15.3 Conclusie Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen als gevolg van stikstofuitstoot tijdens de bouw- en de gebruiksfase. Daarmee is er op het aspect stikstof sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.16
Stedenbouw, landschap en ruimtelijke kwaliteit
6.16.1 Kaders Beleidskaders Beleidskader zonne-energie Lansingerland In het beleidskader wordt gestuurd op behoud van ruimtelijke kwaliteit en functioneel grondgebruik. Regels zijn: *
Het zonneveld naast opwek ook in een nevenfunctie voorziet.
*
De panelen een hoogtebeperking van 2,5 meter aanhouden.
*
Minimaal 1007o van het oppervlak bestemd voor landschappelijke inpassing, waarbij inpassingsrand minimaal 7,5m breed is.
*
Bodem wordt dusdanig geschermd dat de grond na 25 jaar weer bruikbaar is voor andere doeleinden, waaronder voedselproductie.
*
Voor de inpassing wordt gebruik gemaakt van inheemse beplanting en kruiden.
Reststroken zijn stukken grond waarvoor het moeilijk dan wel onmogelijk is daaraan een hoogwaardige en functionele invulling te geven. Door het karakter of de situering van die grond, speelt het geen belangrijke rol (meer) meer in ordeningen inrichting vraagstukken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een stuk grond ingeklemd ligt tussen andere functies of bebouwing, of wanneer over, op of langs de grond (energie)infrastructuur loopt, waarvoor richtafstanden gelden. Op reststroken zijn zonneweides onder voorwaarden mogelijk.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 61
PONDERA
Juridische kaders Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in paragraaf 5.1.5: 'Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed'. Daarnaast zijn er beleidskaders vastgelegd, zowel in de provinciale omgevingsvisie als in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Op basis van deze documenten is een beschermingsregime opgenomen voor het behoud en versterken van kenmerkende landschapsstructuren en cultureel erfgoed. Pro vineiale omge vingsverordening In ş 7.3.7 geeft de provincie instructieregels die gaan over ruimtelijke kwaliteit. In deze paragraaf worden gebieden aangewezen met verschillende beschermingscategorieën. Daarnaast wordt ingegaan op ruimtelijke ontwikkelingen en wordt aangegeven wanneer sprake is van inpassen, aanpassen of transformeren. Daarbij wordt voorgeschreven dat een omgevingsplan een ruimtelijke ontwikkeling alleen toelaat als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In de paragraaf wordt vervolgens nog ingegaan op het borgen van de ruimtelijke kwaliteit, de randvoorwaarden bij ontwikkeling en de motivering van de locatiekeuze. Bij ruimtelijke ontwikkelingen speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol.
6.16.2 Toetsing Vergunningsperiode De initiatiefnemer verzoekt de gemeente af te wijken van de gestelde 25 jaar exploitatieperiode in het beleidskader om deze weer vrij te geven voor functies zoals voedselproductie, deze te verlengen naar 30 jaar. Dit zou mogelijk zijn omdat het Teststroken (trede 2 op de voorkeursvolgorde zon: Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik) betreft, waar andersoortige functies lastig in te passen zijn. Ook het huidig gebruik is niet voor voedselproductie. Het oogsten van energie is ook functioneel ruimtegebruik. Tevens is deze 30 jaar nodig omdat de business case onder druk staat doordat er veel ruimteclaims op deze locatie zijn en er rekening moet worden gehouden met diverse vrijwaringszones. Het netto oppervlak wat bruikbaar is voor de opwek van duurzame energie is daarom relatief klein, en het oppervlak dat gebruikt wordt voor natuurontwikkeling c.q. landschappelijke inpassing hoog. Zie meer hierover in paragraaf 7.1.5 Zon op waterbassins Gemeente Lansingerland kent een omvangrijk glastuinbouwgebied, waarbij veel kassen zijn voorzien van een waterbassin. Deze bassins liggen verhoogd en bieden kansen voor drijven zonnepaneelinstallaties, zonder daarmee afbreuk te doen aan de uitstraling van het gebied.
Relevantie: Binnen het projectgebied zijn drie waterbassins aanwezig waar drijvende zonnepanelen op geplaatst worden. De initiatiefnemer heeft gesprekken gevoerd met grondeigenaren (paprikateler en eigenaar bassins), zij hebben aangegeven dat er geen behoefte is aan meer waterbassins. Ook is het meervoudig ruimtegebruik van zon op waterbassins in lijn met de Omgevingsvisie (paragraaf 3.3.2 Home of Hortiscience), omdat de tuinders de stroom duurzaam kunnen afnemen, dat bijdraagt aan de doelstelling dat de glastuinbouwsector in 2040 klimaatneutraal moet zijn. Zeker omdat Lansingerland een relatief groot en intensief glastuinbouwcluster herbergt, kan dit project hier een bijdrage aan leveren. Zon langs infrastructuur Door de industriële uitstraling van (rijen) zonnepanelen, zijn deze om landschappelijke redenen niet overal gewenst. Echter past de uitstraling van de zonnepanelen bij de functionele uitstraling van de
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 62
PONDERA
infrastructurele lijnen in Lansingerland (Figuur 6.10). De wegen vormen de belangrijkste structuurdragers. Daarbij gaat het om de hoofd infra structuur, te weten de A12, N-wegen, het HSL-tracé en gemeentelijke hoofdwegen. Figuur 6.10 Wegenstructuur. Bron: Landschappelijk inpassingplan (bijlage 4)
Reststrook Het zonneveld is gelegen op een reststrook, zoals bedoeld in het Beleidskader zonne-energie Lansingerland, waar kansen worden gezien voor zonnevelden door de gemeente. Uit terugkoppeling van de omgevingstafel blijkt ook dat het projectgebied door de gemeente als reststrook wordt gezien. Aan de noordzijde liggen de woonbuurten van de Zoetermeerse wijk Rokkeveen en bedrijventerrein Lansinghage, aan de zuidzijde ligt het uítgestrekte kassengebied Noordeinde bij Berkel en Rodenrijs (Figuur 6.11). De lengterichting van het projectgebied valt samen met de oorspronkelijke kavelrichting van de Noordpolder. Figuur 6.11 Omgeving projectgebied
PONDERA a company of Royal HaskoningDHV
Legenda I
Datum: 20-05-2025 CRS: EPSG:28992
I Projectgebied
Ľ3 Woonwijk Rokkeveen a Industriegebied Lansinghage Ĵ
Kassengebied Noordeinde
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 63
PONDERA
Groenblauwe netwerk De initiatiefnemer versterkt het groenblauwe netwerk in de gemeente Lansingerland met dit zonneveld. Immers is het huidig gebruik agrarisch grasland, en de ecologische waarde kan worden vergroot wanneer met het zonneveld ook groen- en blauw elementen worden toegevoegd zoals inheemse hagen. Deze inpassingen zij uitgewerkt in het landschappelijk ontwerp, zo ook de blauwe elementen. Dit wordt gedaan op basis van de resultaten van de Quickscan ecologie en de terugkoppeling van de omgeving uit het participatieproces (zie hoofdstuk 8 en bijlage 3). In Figuur6.12 zijn de mogelijke versterkingen voorde groene en blauwe structuren te zien. In Figuur 6.13 is het ontworpen inpassingplan, met de bijbehorende groene en blauwe structuren te zien. Figuur 6.12 Versterkingen groenblauw netwerk. Bron structuren: Landschappelijk inpassingplan (bijlage 4)
ĄPONDERA a company of Royal HaskoningDHV
Legenda
Datum: 20-05-2025 CRS: EPSG:28992
Bestaande groenstructuren --------
Bestaande waterstructuren
Uitgangspunten landschappelijk ontwerp Voor het ontwikkelen van een landschappelijk inpassingsplan is Joeri de Bekker, landschapsarchitect van Oog voor schoonheid landschapsarchitectuur (OVSL) ingeschakeld. Het plan laat zien hoe de huidige landschappelijke situatie van het projectgebied en de omgeving in elkaar steekt en geeft weer hoe het zonneveld kan worden vormgegeven en kan worden ingepast in de omgeving. Bij het ontwerpen van de nieuwe situatie wordt laten zien hoe de inpassing kan aansluiten bij de bestaande landschappelijke kenmerken en hoe het initiatief inspeelt op de biodiversiteit in het projectgebied. Tot slot geeft het plan ook aan hoe de wateropgave binnen het gebied een plek kan krijgen. In bijlage 4 is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 64
PONDERA
De uitgangspunten van het inpassingsplan zijn: *
uit de omgevingsvisie van gemeente Lansingerland blijkt dat deze strook gebruikt kan worden voor het versterken van het groenblauwe netwerk. De ruimtelijke inpassing is in samenwerking met een ecologisch adviesbureau opgesteld, zodat de kernkwaliteiten van het gebied versterkt worden. Er zal inheemse beplanting worden toegepast waardoor de natuurwaarden versterkt kunnen worden;
*
door de restruimte voor ruimtelijke inpassing en inheemse beplanting blijft de bodemkwaliteit geborgd voor gebruik van andere doeleinden na de operationele fase.
*
creëren van eenduidige randen door de bestaande groen- en waterstructuren te versterken en nieuwe toe te voegen;
*
vrijhouden van doorzichten (in de noord-zuidrichting);
*
zoveel mogelijk beperken van het zicht op de zonnepanelen en de randvoorzieningen;
*
mogelijkheden voor recreatief medegebruik onderzoeken, zoals de aanvulling van een paardenweide;
*
ongeveer de helft van het totale projectgebied zal gebruikt worden voor ruimtelijke inpassing om aan de minimale ICP/o vereiste voldoen uit het beleidskaderzonne-energie te voldoen. Tevens wordt eraan de zuidkant aan inpassingsstrook aangelegd van minimaal 7,5m.
Figuur 6.13 Schetsontwerp landschappelijke inpassing. Bron: Landschappelijk inpassingplan (bijlage 4)
aanvullen bomenrij (bditerr plangebied struweel
struweel
watergang met natuurvriendelijke oever krüidenrijkgraslam
Doelstelling is dat de ontwikkeling substantieel zal bijdragen aan het versterken van de zichtbaarheid en kwaliteit van groen-, landschap- en waterstructuren vanaf openbare wegen (aansluiting met de N470 als duurzaamste weg van Nederland). Er is in het ontwerp rekening gehouden met de beperkte zichtbaarheid van de zonnepanelen vanaf de openbare weg (zie dwarsdoorsnedes in bijlage 22 en 23) Cultuurhistorische Nota Plus gemeente Lansingerland Het historische lint van de Noordeindseweg wordt niet door het initiatief aangetast. De zijde van het projectgebied dat grenst aan deze weg wordt opengehouden en als kruidenrijk grasland ingericht. Daarnaast blijven de laanbeplantingen langs de Munnikenweg en de N470 behouden. Deze maatregelen zorgen ervoor dat het initiatief voldoet aan de Cultuurhistorische Nota Plus van de gemeente.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 65
PONDERA
Beheer en onderhoud Het Zonneveld en omliggende landschap worden beheerd door de initiatiefnemer. Dit beheer omvat, naast het beheer aan de technische onderdelen, periodiek onderhoud aan de vegetatie, zoals maaien en snoeien om de biodiversiteit te behouden en de natuurlijke balans te ondersteunen. Daarnaast wordt erop toegezien dat de waterhuishouding optimaal blijft, met regelmatige inspecties van de watergang ten zuiden van het projectgebied. 6.16.3 Conclusie Het landschappelijk inpassingsplan houdt rekening met de uitgangspunten van het Beleidskader zonneenergie, de adviezen van de omgevingstafel en het advies van het ecologiebureau Equipe adviseurs. De initiatiefnemer vraagt de gemeente af te wijken van de gestelde exploitatieperiode van 25 jaar in het beleidskader en deze voor 30 jaar te vergunnen, vanwege de genoemde punten in paragraaf 6.14.2. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het aspect ‘landschap’. Daarmee is er op het aspect landschap sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor meer details over de landschapsanalyse en het ontwerpen van het landschappelijk inpassingsplan wordt verwezen naar bijlage 4.
6.17
Water
6.17.1 Kaders Beleidskaders Hier wordt het beleid van Hoogheemraadschap van Delfland behandeld (hierna: het waterschap). Handreiking Weging van waterbelang Delfland heeft een Handreiking Weging Waterbelang (voorheen de watertoets, er is er geen verschil in vergelijking met de watertoets, procedureel wel) voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voorde invulling van proces en ínhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Omgevingswet. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. De watertoets is gebaseerd op twee uitgangspunten: 1.
2.
Standstill-beginsel: dit houdt in dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen in elk geval niet mag verslechteren. Negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem moeten worden voorkomen; Verbetering: veranderingen in de inrichting van een gebied bieden ook mogelijkheden om het watersysteem te verbeteren. Kansen die zich voordoen in ruimtelijke ontwikkelingen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen worden benut.
Sta ndstill-beginsel In overeenstemming met het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijk plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen vooreen snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 66
PONDERA
afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Waterschapsverordening: legger Rondom en in het projectgebied liggen een aantal sloten, het waterschap heeft in haar Legger gedefinieerd welke gebieden vrij moeten worden gehouden. Figuur 6.7 Legger
«
Blauwe lijnen: secundair oppervlaktewaterlichamen aan de noord- en zuidkant van het projectgebied
«
Groene lijn: Overige waterkering: landscheiding middenkruinlijn aan de noordkant
Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen Op 27 juni 2012 heeft het algemeen bestuur van het waterschap het Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: * * *
Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m2 Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m2 en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak Grote plannen: Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak het projectvoornemen betreft 12,9 hectare
Bij grote plannen wordt maatwerk toegepast. Daarbij worden de waterhuishouding en de verschillende aspecten van het watersysteem in het gebied apart beschouwd. Bergen, vasthouden, afvoeren Van de eerste 50 mm van elke regenbui (dus niet rechtstreeks afwentelen op de sloot, pas na 24 uur en geleidelijk). Watercompensatie bij verhard oppervlak Er gelden eisen voor watercompensatie voor verhard oppervlak vanuit het waterschap. Om deze eisen te bepalen is de Watersleutel tooi ingevuld (Bijlage 24). Provincie Zuid-Holland Nog geen vastgesteld beleid, maar hier wordt het alvast benoemd zodat erop geanticipeerd kan worden. Naar verwachting gaat de provincie de komende járen de zogenoemde omgekeerde osmose van diep
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 67
PONDERA
grondwater verbieden als bron voor teeltwater. Hiermee worden waterbassins nog belangrijker, t.b.v. het opvangen en vasthouden van hemelwater. Beleid drinkwaterbedrijf Dunea Langs de zuidrand loopt een vrijwaringszone vanwege een drinkwaterleiding van Dunea. Zij moet in geval van nood of reparatie bij de leiding kunnen komen. Rondom de leiding ligt aan weerszijde een vrijwaringszone van 9 meter. In de vrijwaringszone is het niet mogelijk om te een permanente bebouwing te plaatsen. De initiatiefnemer is in overleg gegaan met Dunea, om te onderzoeken of er in de vrijwaringszone toch zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Dunea heeft hierop akkoord gegeven (bijlage 5). Gemeente Lansingerland De gemeente vraagt als inspanningsverplichting van de initiatiefnemer dat de glastuinbouwer die gebruik maakt van de huidige waterbassins kan worden aangesloten op Rainlevelr21 van het waterschap. Echter is de glastuinbouwer niet geïnteresseerd in een aansluiting op Rainlevelr. Deze aansluiting zal dus niet worden toegepast. Figuur 6.8 Drinkwaterleiding - vrijwaringszone
Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving Paragraaf 5.1.3 Bkl bevat instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De belangen van de waterbeheerder worden bij het omgevingsplan betrokken (vergelijkbaar met de ‘watertoets’ in bestemmingsplannen). Vooreen aantal specifieke rijks belangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels zoals voor de bescherming van primaire waterkeringen, behoud waterveiligheid kust, behoud waterveiligheid grote rivieren en het IJsselmeergebied. Pro vineiale omge vingsverordening Paragraaf 7.3.4 van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland bevat instructieregels voor waterkeringen die gericht zijn op het waarborgen van de veiligheid en functie van regionale waterkeringen. Om te beginnen moeten omgevingsplannen de functie "regionale waterkering" toekennen aan regionale waterkeringen en "beperkingengebied met betrekking tot een waterkering" aan de locaties van
21 Hemelwater dat op kassen valt wordt geïnjecteerd op specifieke locatie in de grond zodat een waterbassin ontstaat
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 68
PONDERA
beperkingengebieden ter bescherming van deze waterkeringen. De legger van de beheerder van de waterkering en de aangewezen beperkingengebieden zijn daarbij leidend. Voor activiteiten in het omgevingsplan die invloed hebben op regionale waterkeringen moet worden gewaarborgd dat er geen belemmeringen ontstaan voor instandhouding, onderhoud of versterking van deze waterkeringen. Advies van de beheerder van de waterkering is hierbij vereist. Daarnaast moet het omgevingsplan het profiel van vrije ruimte voor toekomstige versterking of uitbreiding van waterkeringen in acht nemen. Dit profiel wordt vastgesteld in een waterschapsverordening. 6.17.2 Toetsing Hoogheemraadschap Delfland (waterschap) Waterkering Het projectvoornemen betreft volgens de definitie van het waterschap een groot project ^ 10 ha). Hiervoor wordt maatwerk toegepast, zoals afgesproken met het waterschap (zie gespreksverslag in bijlage 7). Onder maatwerk wordt verstaan dat het onder voorwaarden mogelijk is pv-panelen, omvormers en EOS te plaatsen in de vrijwaringszone. Deze vrijwaringszone ‘waterkering’ aan de noordkant van projectgebied heeft de functie landscheiding, ofwel een grens tussen beheergebieden tussen twee waterschappen. Het heeft geen waterveiligheidsfunctie.
Bovendien is het waterschap akkoord met het projectvoornemen (zie bijlage 5) Beheer- en inspectiezones De zones die moeten worden vrijgehouden voor beheer en inspectie op grond van de legger, zijn door vertaald in onderstaande figuur (hier: vrijwaringszone genoemd). Er worden hier geen pv-panelen geplaatst. Figuur 6.9 Legger - vrijwaringszone
Watercompensatie Daarnaast vereist het waterschap watercompensatie bij toevoeging van verharding. Het instrument de Watersleutel van het waterschap geeft een indicatie wat de waterberging opgave is ter compensatie. De toegevoegde verharding betreft het dakoppervlak van een inkoopstation en transformator. Langs de pvpanelen kan hemelwater afstromen, waardoor deze niet wordt gezien als verharding. In de Watersleutel is worstcase uitgegaan van een inkoopstation en transformatorstation van beide 30 m2 en een batterijsysteem, in totaal 100 m2, wat leidt tot een waterbergingsopgave van 1.162 m3. De correcte afvoer en berging van deze opgave is in het landschappelijk ontwerp meegenomen door een verbreding van de
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 69
m
PONDERA
watergang tussen de zonneweide en de Munnikenweg te creëren. Daarnaast worden er natuurvriendelijke oevers langs de noordzijde van deze watergang gecreëerd.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 70
PONDERA
Provincie Zuid-Holland Gezien in de toekomst hoogstwaarschijnlijk grondwateronttrekking door telers wordt verboden, krijgen de waterbassins meer belang. Deze blijven dan ook bestaan in het projectgebied, er kunnen pv-panelen op worden gelegd. Drinkwaterbedrijf Dunea Aangaande de vrijwaringszone is Dunea meegenomen in het projectvoornemen en akkoord met de plannen. De vrijwaringszone wordt volledig vrijgehouden en het project vormt daarmee geen risico voor de drinkwatervoorziening. 6.17.3 Conclusie In het ontwerp wordt er rekening gehouden met de waterschapsbelangen. Vanwege de verharding die zal worden toegevoegd is er in het landschappelijk inpassingsplan ruimte opgenomen voorwaterberging. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de vrijwaringszone. Er wordt gekeken naar maatwerk, in nauwe afstemming met het waterschap. Het initiatief is besproken en afgestemd met Dunea. Er is op het aspect water sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.18
Vergunningsvoorschriften en maatwerk
In de eerdere hoofdstukken is uiteengezet op welke wijze de voorgenomen ontwikkeling past binnen de verschillende beleidskaders en hoe de ontwikkeling past binnen de verschillende juridische kaders. In hoofdstuk 6 zijn vervolgens de verschillende omgevingsaspecten uiteengezet. Het kan zo zijn dat er nog voorwaarden verbonden moeten worden aan een BOPA om uiteindelijk te kunnen voldoen aan het criterium van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Ook kan het mogelijk zijn dat een maatwerkvoorschrift wordt opgelegd. De gemeente dient BOPA’s voor voortdurende activiteiten, binnen vijfjaar vanaf januari 2032 in het omgevingsplan te verwerken. Daarbij is het van belang dat er goed in beeld is welke voorschriften naar het omgevingsplan moeten worden vertaald. Voor dit voornemen worden er de volgende specifieke vergunningsvoorschriften of maatwerk toegepast: Er dient buiten het reguliere broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli) gewerkt te worden. Wanneer dit niet mogelijk is dient er vooraf een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 71
PONDERA
7 Haalbaarheid 7.1
Financieel economische uitvoerbaarheid
De ontwikkeling van een zonneveld in Nederland vereist een grondige analyse van de financieeleconomische uitvoerbaarheid. Deze uitvoerbaarheid hangt af van verschillende factoren, zoals de initiële investeringskosten, operationele kosten, subsidiemogelijkheden, en opbrengsten uit de verkoop van opgewekte energie. Hieronder worden de belangrijkste aspecten besproken. 7.1.1
Investeringskosten De opstartkosten van een zonneveld omvatten onder andere de aanschaf van zonnepanelen, installatiematerialen, grondkosten (of huur), en ontwikkelkosten. De kosten zijn afhankelijk van de schaalgrootte van het project en de gekozen technologie. In dit geval gaat het om grondgebonden zonnepanelen.
7.1.2 Subsidies en regelingen In Nederland spelen subsidies zoals de SDE+n-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) een cruciale rol in de financiële haalbaarheid van zonnevelden. Deze regeling compenseert het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de marktprijs. De SDE-subsidie is berekend op basis van een grondgebonden zonneveld, waarvan slechts een beperkt deel van het projectgebied wordt ingericht met ruimtelijke inpassing. In dit geval wordt ongeveer de helft van de ruimte van het projectgebied ingericht met landschappelijke inpassing. 7.1.3 Opbrengsten en marktprijzen De belangrijkste bron van inkomsten voor een zonneveld is de verkoop van elektriciteit. De marktprijs van elektriciteit kan echter fluctueren door schommelingen in vraag en aanbod. Langlopende Power Purchase Agreements (PPA’s) met vaste prijzen kunnen financiële zekerheid bieden, terwijl verkoop op de spotmarkt meer flexibiliteit biedt, maar ook meer risico met zich meebrengt. Een batterijopslagsysteem zal de stroom kunnen vasthouden op momenten dat de prijs laag is, om deze vervolgens te verkopen als vraag- en daarmee prijs hoog is. 7.1.4 Operationele kosten Naast investeringskosten zijn er ook doorlopende operationele kosten, zoals huur van de percelen, onderhoud, monitoring, verzekeringen, en belastingen.
Efficiënt beheer van deze kosten is essentieel om een zonneveld rendabel te houden. Vanwege de ruime landschappelijke inpassing in dit project, is minder dan de helft van het projectgebied ingericht met zonnepanelen. Daardoor zijn de operationele kosten zoals huur van de percelen en het groenonderhoud relatief duur voor dit project. 7.1.5 Terugverdientijd en rendement Het rendement op de investering (ROI) wordt beïnvloed door technologische prestaties, economische omstandigheden, en beleidsveranderingen. Vanwege de relatief hoge operationele kosten geldt voor dit project langere terugverdientijd en een lager rendement dan gemiddeld. Dit ligt voornamelijk aan de ruime verhouding van ruimtelijke inpassing en beperkte oppervlakte aan zonnepanelen. Een looptijd van 30 jaar
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 72
PONDERA
is daarom belangrijk om het project economisch rendabel te maken, zodat financiële participatie interessant wordt voor omwonenden. 7.1.6 Risico’s en uitdagingen Belangrijke risico’s zijn wijzigingen in subsidiebeleid, dalende energieprijzen en stijgende prijzen van de investering zelf. Goede stakeholdercommunicatie, financiële buffers, en strategische planning kunnen deze risico’s helpen beperken.
7.2
Conclusie
De financieel-economische uitvoerbaarheid van een zonneveld in Nederland is sterk afhankelijk van de combinatie van technologische keuzes, subsidies, operationele efficiëntie, en marktprijzen. Met name de operationele kosten voor het project zijn vanwege de ruime landschappelijke inpassing relatief hoog. Een looptijd van 30 jaar is daarom belangrijk om het project economisch rendabel te maken, zodat financiële participatie interessant blijft voor omwonenden.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 73
PONDERA
8 Maatschappelijke belangenafweging In dit hoofdstuk beschrijven wij op welke wijze de maatschappelijke belangenafweging plaats zal vinden. Ten eerste gaat het dan over het adviesrecht van de gemeenteraad ten aanzien van het plan, ten tweede de betrokkenheid van de ketenpartners en ten derde de wijze van participatie. Als bijlage 3 is het participatieplan gevoegd. Dit participatieplan gaat concreet in op de procesparticipatie en op de financiële participatie die direct gekoppeld is aan dit plan.
8.1
Verplichte participatie, bindend adviesrecht gemeenteraad en procedure
De gemeenteraad heeft op 22 september 2022 de beleidsregels ‘Bindend adviesrecht en verplichte participatie vastgesteld. De beleidsregels zijn per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beleidsregels gaan concreet in op de aanleg van een grondgebonden zonneveld (artikel 1, lid f juncto artikel 2 lid m) waarbij aangegeven wordt dat zowel participatie verplicht is als een bindend advies van de gemeenteraad. De regulier procedure voor een omgevingsvergunning is van toepassing en al afgestemd met de gemeente, waarbij gebruik gaat worden van de BOPA-procedure.
8.2
Belangen andere bestuurslagen en ketenpartners
Voor de totstandkoming van het projectplan voor zonneweide Munnikenpark is nauw samengewerkt met diverse ketenpartners. Een zorgvuldig ontwikkeld energieproject vraagt om afstemming met partijen die verantwoordelijk zijn voor de fysieke, juridische en maatschappelijke randvoorwaarden binnen het projectgebied. In de periode van november 2023 tot heden is dan ook actief contact geweest met onder meer Dunea drinkwaterbedrijf, TenneT, Stedin, het Waterschap en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Deze samenwerking heeft bijgedragen aan een integrale benadering van het project, waarbij vroegtijdig rekening is gehouden met technische, ruimtelijke en veiligheid- technische aspecten. In de rest van dit hoofdstuk wordt per partij toegelicht hoe het contact is verlopen, welke aandachtspunten naar voren zijn gebracht, en op welke wijze deze zijn meegenomen in het uiteindelijke projectontwerp. Dunea Drinkwaterbedrijf: Tijdens het ontwikkelproces van zonneweide Munnikenpark is intensief afgestemd met Dunea, beheerder van de aanwezige waterleidinginfrastructuur binnen het projectgebied. Gedurende de planvorming is actief rekening gehouden met de randvoorwaarden en wensen die Dunea heeft gesteld om de veiligheid en instandhouding van de waterleiding te waarborgen.
Zo is er onder meer een plantenlijst gedeeld waarin is gespecificeerd welke beplanting toegestaan is binnen de vrijwaringzone rondom de waterleiding. Daarnaast is de ligging van het onderhoudspad in relatie tot de ondergrondse leiding uitvoerig besproken, met als doel een veilige en toegankelijke situering van de infrastructuur te waarborgen. Op 28 mei 2025 heeft Dunea per e-mail bevestigd akkoord te zijn met het ontwerp van de zonneweide zoals dat op dat moment voorlag (zie bijlage 5). Deze bevestiging onderstreept dat het projectplan op zorgvuldige wijze is afgestemd op de eisen van de betrokken leidingbeheerder. TenneT: Vanaf medio 2023 tot en met de intaketafel en ook in de periode daarna is overleg gevoerd met TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk. Binnen het projectgebied zijn meerdere hoogspanningsmasten
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 74
PONDERA
en -leidingen van TenneT aanwezig. Bovendien is een deel van de zonneweide gesitueerd onder deze bovengrondse leidingen, wat specifieke ruimtelijke en technische randvoorwaarden met zich meebrengt. Tijdens de gesprekken is met name aandacht besteed aan de positionering van de batterijopslag en de omvormers. In overleg met TenneT is vastgesteld dat er geen apparatuur geplaatst mag worden die mogelijk storingen of interferentie kan veroorzaken met de hoogspanningsinfrastructuur. Daarnaast is benadrukt dat rondom de masten voldoende vrije ruimte beschikbaar moet blijven voor onderhoud en calamiteiten. Het ontwerp van de zonneweide is op deze voorwaarden aangepast, waarbij de benodigde vrijwaringszones zorgvuldig zijn gerespecteerd. Hoogheemraadschap Delfland: In het kader van de ontwikkeling van zonneweide Munnikenpark heeft er op meerdere momenten overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Delfland, waaronder een formeel vooroverleg op 10 april 2025. Tijdens dit overleg zijn de waterstaatkundige en ecologische aspecten van het project besproken, met bijzondere aandacht voor de inrichting van de zuid- en noordrand van het projectgebied. Aan de zuidzijde van het gebied is in overleg met het waterschap gekozen voor de ontwikkeling van een natuurvriendelijke oever.
Ter ondersteuning hiervan heeft het waterschap een document met beleidsregels voor natte ecologische zones gedeeld, waarmee in het ontwerp van het project rekening is gehouden. Aan de noordzijde van het projectgebied bevinden zich waterkerende zones. Voor de geplande plaatsing van de batterijopslagsystemen en centrale omvormers binnen deze zones is door de initiatiefnemers een ontheffing aangevraagd. Deze vrijstelling is op 25 april 2025 per e-mail formeel bevestigd door het Hoogheemraadschap Delfland. Door het tijdig en zorgvuldig afstemmen van deze onderdelen is geborgd dat het projectplan voldoet aan de geldende waterstaatkundige eisen en dat het project tevens bijdraagt aan ecologische meerwaarde binnen het gebied. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (vr-rr) In het kader van de ruimtelijke en technische uitwerking van zonneweide Munnikenpark is overleg gevoerd met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VR-RR). Dit overleg richtte zich met name op de aspecten van blusveiligheid en de bereikbaarheid van het projectgebied in geval van een calamiteit. Samen met een vakspecialist van de VR-RR is beoordeeld of het ontwerp voldoet aan de vereisten met betrekking tot bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezigheid van voldoende en toegankelijk bluswatervoorzieningen.
Daarbij is gekeken naar de plaatsing van installaties zoals batterijopslag en omvormers, alsmede de inrichting van toegangswegen en onderhoudspaden. Op 7 mei 2025 heeft de vakspecialist operationele informatie en advisering bluswater en bereikbaarheid van de VR-RR bevestigd dat het projectontwerp voldoet aan de geldende eisen van de veiligheidsregio. Deze bevestiging onderstreept dat de brandveiligheid en bereikbaarheid van het zonneveld zorgvuldig zijn meegenomen in het ontwerp en uitvoeringsplan.
8.3
Procesparticipatie
Voor de ontwikkeling van zonneweide Munnikenpark is een zorgvuldig participatieproces doorlopen waarin omwonenden, grondeigenaren en andere belanghebbenden actief zijn betrokken. De doelstelling van dit proces was om het projectplan op transparante en toegankelijke wijze af te stemmen met de directe omgeving, en waar mogelijk te verbeteren op basis van lokale kennis, zorgen en wensen. Zie bijlage 3 voor het participatieverslag voor een meer gedetailleerde beschrijving van het participatieproces.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 75
PONDERA
Communicatiestrategieën en contactmomenten Gedurende de planvormingsfase zijn diverse communicatie- en participatievormen ingezet om een breed draagvlak te realiseren: *
Keukentafelgesprekken Met direct omwonenden zijn persoonlijke gesprekken gevoerd aan huis, op initiatief van zowel de projectontwikkelaar als de bewoners zelf. Deze gesprekken boden ruimte voor specifieke vragen en zorgen, zoals de visuele impact van het zonneveld, mogelijke geluidseffecten, de veiligheid van het batterijopslagsysteem en de landschappelijke inpassing van het geheel. Ook is er actief gezocht naar het toevoegen van elementen om meerwaarde voor de omwonenden te creëren.
*
Verzonden bewonersbrief In een vroeg stadium is een brief verstuurd aan omliggende bewoners, waarin het voornemen voor de ontwikkeling van het zonneveld werd aangekondigd. De brief informeerde bewoners over de achtergrond van het project en nodigde hen uit om vragen te stellen of deel te nemen aan verdere gesprekken en de inloopavond.
*
Lancering van de projectwebsite Via de website www.zonneweidemunnikenpark.nl is het projectplan openbaar gemaakt. Hier werden onder andere het ontwerp, de uitgangspunten en antwoorden op veelgestelde vragen gedeeld. De website fungeerde tevens als kanaal voor het stellen van vragen of het indienen van opmerkingen.
*
Inloopavond op 20 mei 2024 In mei 2024 is een fysieke informatieavond georganiseerd voor bewoners van Berkel en Rodenrijs en andere geïnteresseerden. Tijdens deze avond konden bezoekers het ontwerp bekijken, in gesprek gaan met het projectteam en leden van energiecoöperatie Lansingerstroom, en feedback geven via reactieformulieren. De bijeenkomst was laagdrempelig van opzet en werd goed bezocht.
Aanpassingen en toevoegingen naar aanleiding van participatie De inbreng van de omgeving heeft geleid tot concrete aanpassingen en toevoegingen in het ontwerp van de zonneweide. Enkele belangrijke wijzigingen zijn: *
Optimalisatie van zichtlijnen In overleg met omwonenden zijn bepaalde segmenten van het zonneveld verschoven, zodat directe
*
Aanvullende landschappelijke inpassing Op meerdere plaatsen is extra beplanting toegevoegd, waaronder hagen, struweel en kruidenrijk
zichtlijnen vanuit nabijgelegen woningen beter worden afgeschermd.
grasland. Deze ingrepen dienen zowel esthetische als ecologische doelen. *
Veiligheidsborging van het batterijopslagsysteem Op verzoek van omwonenden is extra toelichting gegeven op de veiligheidsmaatregelen rondom de batterijopslag. Ook is deze installatie zo gepositioneerd dat deze buiten de directe zicht- en belevingszones van woningen valt.
*
Toevoeging van nieuwe functies aan het projectgebied Naar aanleiding van wensen vanuit de omgeving is het ontwerp verrijkt met functies die de leefbaarheid vergroten: o Een loopgebied voor paarden, waarmee wordt aangesloten op het bestaande gebruik van de omgeving. o Een recreatief wandelpad voor omwonenden, zodat het terrein niet alleen een technische, maar ook een maatschappelijke en recreatieve functie krijgt.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 76
PONDERA
Conclusie De participatieaanpak voor zonneweide Munnikenpark kenmerkte zich dooreen persoonlijke en toegankelijke benadering. Door gebruik te maken van keukentafelgesprekken, digitale communicatie en een goed bezochte inloopavond is waardevolle input opgehaald uit de omgeving. Deze is niet alleen benut om zorgen weg te nemen, maar ook om het ontwerp daadwerkelijk te verbeteren en te verrijken. Dankzij deze aanpak is een plan ontstaan dat ruimtelijk en technisch inpasbaar is, ecologische meerwaarde biedt én aansluit bij de wensen van de omgeving. In samenwerking met energiecoöperatie Lansingerstroom zal het project op termijn in lokaal eigendom worden gebracht, waarmee de opbrengsten van het zonneveld terugvloeien naarde gemeenschap.