[T25.06222] Bijlage 2 - Onderbouwing BOPA Zonneveld Munnikenpark v1
Tekst van het document
o
ondernemersklimaat, werkgelegenheid en een gezonde middenstand. 5.4.2 Visie Lansingerland Duurzaam Vastgesteld in 2019. In deze visie is de ambitie opgenomen om in 2050 een C02-neutrale gemeente te zijn. Om dat te kunnen bereiken, stelt de gemeente onder meer het doel om in datzelfde jaar alleen nog maar duurzaam opgewekte elektriciteit te gebruiken, waarvan 2507o binnen de gemeentegrenzen wordt opgewekt. De glastuinbouwsector opereert klimaatneutraal. Onderdeel van de visie is een Uitvoeringsagenda (2021), waar het hieronder te behandelen Beleidskader Zonne-Energie Lansingerland is voortgekomen.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 27
PONDERA
Het initiatief vooreen zonneveld op de locatie aan de Munnikenweg zou een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen van de RES-regio Rotterdam Den Haag en de gemeentelijke doelstellingen. Tot nu toe zijn er binnen de gemeente nog geen grootschalige duurzame opwek van elektriciteit gerealiseerd. Met dit initiatief wordt aan deze opgave bijgedragen. 5.4.3 Beleidskader zonne-energie Lansingerland Het beleidskader is vastgesteld 30 maart 2023 door de gemeenteraad. De gemeente heeft vier typen focusgebieden gedefinieerd, op basis van de RES-zoekgebieden en voorkeuren van inwoners. Twee van de vier focusgebieden zijn relevant van het projectvoornemen: waterbassins in glastuinbouwgebied en langs infrastructurele lijnen, welke een opwekpotentieel van respectievelijk 2,1 GWh en 14,7 GWh hebben. De andere twee focusgebieden zijn zon op daken en op parkeerplaatsen. Zon op waterbassins in glastuinbouwgebied Van de waterbassins wordt geschat dat 3007o bruikbaar is voor zonnepanelen. Duurzame energie in de glastuinbouw kan onder meer gerealiseerd worden door de aanleg van een zonneveld binnen een restperceel binnen de glastuinbouw. Zon langs infrastructurele lijnen Door de industriële uitstraling van (rijen) zonnepanelen, zijn deze om landschappelijke redenen niet overal gewenst.
De uitstraling van een zonneveld is wat dat betreft passend bij de functionele uitstraling van de infrastructurele lijnen in Lansingerland. Daarbij gaat het om de hoofdinfrastructuur, te weten de A12, Nwegen, het HSL-tracé en gemeentelijke hoofdwegen. Langs de infrastructuur gaat om zon op veld, talud, geluidsscherm en op water. Reststrook In het beleidskader worden Teststroken gezien als stukken grond waarvoor het moeilijk dan wel onmogelijk is daaraan een hoogwaardige en functionele invulling te geven, ze hebben geen belangrijke rol (meer) meer in ordening- en inrichtingsvraagstukken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een stuk grond ingeklemd ligt tussen andere functies of bebouwing, of wanneer over, op of langs de grond (energie)infrastructuur loopt, waarvoor richtafstanden gelden. Op Teststroken zijn zonneweides onder voorwaarden mogelijk. Netcongestie Op projectniveau is het van belang om in een vroeg stadium de details van het project te bespreken met de netbeheerder, met name over de aansluitbaarheid. Groen en ecologie De in onze Omgevingsvisie omschreven waarden van groen en ecologie, betekent ook dat de gemeente vindt dat de installatie van zonnepanelen op geen enkele wijze afbreuk mag doen aan de vastgestelde groenstructuur, bomenstructuur en ecologische netwerken van Lansingerland.
Participatie
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 28
PONDERA
Onder lokale partijen verstaat de gemeente in ieder geval direct omwonenden en inwoners, die al dan niet verenigd zijn in een (energie)coöperatie. Lokaal eigendom geeft de lokale omgeving zeggenschap over de ontwikkeling en landschappelijke inpassing van energieprojecten en over de revenuen, die voortkomen uit die projecten. Door de lokale omgeving zeggenschap te geven, kan er binnen het project ook een eerlijke verdeling van de baten en lasten worden afgesproken. Dit kan via lokaal eigendom, maar ook via aanvullende financiële participatie of andere vormen van toegevoegde waarde voor de omwonenden. Dit draagt bij aan de maatschappelijke acceptatie van hernieuwbare energieprojecten. Relatie tot ontwikkeling De beoogde locatie aan de Munnikenweg in Berkel en Rodenrijs valt onder het focusgebied ‘langs infrastructurele lijnen’ (opwekpotentieel 14,7 GWh). Direct ten noorden van de locatie ligt namelijk de N470, een belangrijke verbindingsweg tussen Zoetermeer, Pijnackeren Berkel en Rodenrijs. Daarnaast is op de locatie zelf elektriciteitsinfrastructuur gelegen, namelijk in de vorm van hoogspanningsmasten en leidingen van landelijk netbeheerder TenneT. Ook is op de locatie infrastructuur aanwezig van Dunea (drinkwaterleiding). Deze infrastructuur zorgt ervoor dat er op de desbetreffende locatie weinig mogelijkheden zijn voor andere ontwikkelingen.
Zoals eerder toegelicht ziet de gemeente het betreffende gebied als restgebied, waar weinig andere ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. De initiatiefnemer is voornemens om op de waterbassins, die aanwezig zijn binnen het projectgebied, drijvende zonnepanelen te plaatsen. Hiermee valt het initiatief ook onder het focusgebied ‘op waterbassins in het glastuinbouwgebied’, aangezien de waterbassins in eigendom zijn van een glastuinder. Het project ligt op een reststrook, zoals gedefinieerd in het beleidskader en als zodanig aangeduid in de terugkoppeling van de omgevingstafel. Aangezien het op een smalle strook, ingeklemd tussen woningbouw en glastuinbouw ligt. Tevens zijn er door de aanwezigheid van hoogspanningsmasten en een vrijwaringszone van de drinkwaterleiding weinig mogelijkheden voor andersoortig gebruik. Aangaande netcongestie is de netbeheerder in een vroeg stadium betrokken en is reeds toegezegd dat het zonneveld een aansluiting kan krijgen (initiatiefnemer heeft een aansluit- en transportovereenkomst met Stedin getekend). Het energieopslagsysteem bevordert bovendien netneutraliteit. Wat betreft groen en ecologie; het gebied is aangeduid als een plek waar het groenblauwnetwerk versterkt moet worden. Op basis van de ecologische quickscan is een landschapsplan ontworpen dat hierop inspeelt.
Er worden onder andere groenelementen toegevoegd, wat is uitgewerkt in het landschappelijk inpassingsplan. In het participatieproces is onderzocht of de opgewekte stroom lokaal gebruikt kan worden door de kassenteler(s). Zie voor een toelichting hoofdstuk 8 en het Participatieplan in bijlage 3 over hoe er invulling wordt gegeven aan proces- en financiële participatie.
5.5
Conclusie
Het zonneveld beantwoordt aan doelstellingen voor betere klimaatbestendigheid en schone energie, zowel op nationaal, provinciaal als gemeentelijk niveau. Het zonneveld kan een bijdrage leveren aan de energiedoelstellingen van de RES en gemeente. De zonnepanelen op de waterbassins vervullen het gewenste meervoudig ruimtegebruik, en bovendien past het zonneveld binnen het karakter van het gebied doordat het langs infrastructurele lijnen geplaatst wordt. De gemeente ziet het projectgebied als reststrook, en daarmee, onder voorwaarden, mogelijkheden vooreen zonnevelden. Het projectgebied kan worden gepast in trede 2 in de voorkeursvolgorde zon, wat betekent volgens de Bestuursakkoord
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 29
m
PONDERA
Voorkeursvolgorde Zon waaraan de provincie Zuid-Holland zich gecommitteerd heeft, hier mogelijkheden zijn mits aan meervoudig ruimtegebruik wordt voldaan.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 30
PONDERA
6 Omgevingsaspecten Elk omgevingsaspect wordt getoetst aan de beleidsmatige en juridische kaders. Ten slotte wordt per aspect geconcludeerd of sprake is van een aanvaardbare situatie en een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ en onder welke eventuele voorwaarden.
6.1 6.1.1
Mer-beoordeling
Kaders Vooreen deel van de milieubelastende activiteiten gelden de regels van milieueffectrapportage (MER). In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn in één lijst zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. Een MER brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. De verwachte gevolgen worden beschreven in een milieueffectrapport. Zo kan de overheid de milieueffecten meenemen bij haar besluit over het plan of project.
6.1.2 Toetsing Bij het toelaten van een zonneveld in het omgevingsplan hoeft de gemeente meestal geen milieueffectrapport (MER) te maken. Een zonneveld en/ of een EOS is vaak niet mer(beoordelings)plichtig. Dit blijkt uit een uitspraak van de Raad van State.3 Ze vallen namelijk niet onder de volgende categorieën uit bijlage V van het Omgevingsbesluit: *
C1: centrales voor de productie van elektriciteit, of;
*
J11: stedelijk ontwikkelingsproject, of;
*
J12: landinrichtingsproject.
6.1.3 Conclusie Een zonneveld en EOS vallen niet onder de mer-beoordelingsplicht. Daarmee is voorde realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.2
Bodem
6.2.1 Kaders Beleidskaders Volgens het Bodemloket4 valt de projectlocatie onder gebied met generiek beleid. Conform het Beleidskader zonne-energie Lansingerland wordt vereist dat de grond na de ontmanteling van het zonneveld qua kwaliteit niet achteruit is gegaan. Dit betekent dat de panelenveldopstelling dusdanig moet worden ingepast dat de bodem niet achteruitgaat. Aspecten als lichtinval en het infiltreren van hemelwater in de bodem is hierbij van belang. Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving
3 ECLI:NL:RVS:2019:2770 4 Kaart I Bodemloket
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 31
PONDERA
Het Bkl (paragraaf 5.1.4.5) geeft instructieregels over het toelaten van bodemgevoelige gebouwen (bijvoorbeeld woningen) op bodemgevoelige locaties (bijvoorbeeld een plaats waar een woning is toegelaten). Het Bkl bepaalt dat het omgevingsplan de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet bevatten. Daarnaast bepaalt het Bkl dat er geen bodemgevoelige gebouwen (op bodemgevoelige locaties) toe worden gelaten waar de kwaliteit van de bodem ongeschikt is. In het omgevingsplan kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Bij het vaststellen van de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, die op zijn genomen in het bijlage MA bij het Bal. Door het overnemen van deze interventiewaarden wordt in ieder geval voorzien in een aanvaardbare situatie. Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn rechtstreeks werkende rijksregels gesteld over bodemhandelingen. Het gaat onder meer om graven in de bodem en het toepassen van grond of baggerspecie. Voor deze activiteiten bevat het Bal rechtstreeks geldende rijksregels (hoofdstuk 4 van het Bal). De gemeente kan afwijken van deze regels door maatwerkregels op te nemen in het omgevingsplan.
Buiten het omgevingsplan kunnen maatwerkvoorschriften gesteld worden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit heeft dan het karakter van een beschikking. Pro vineiale omge vingsverordening Paragraaf 7.3.5 van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland bevat instructieregels die gericht zijn op het waarborgen van de grondwaterkwaliteit en het voorkomen van verdere verspreiding van verontreinigingen in het watersysteem. Allereerst, bij het toelaten van bouwactiviteiten op grondwatergevoelige locaties moeten grondige voorzorgsmaatregelen worden genomen. Dit omvat het uitvoeren van onderzoek om te controleren op verontreiniging van grondwater, tenzij het omgevingsplan anders bepaalt. Als er sprake is van verontreiniging, is een risicobeoordeling vereist en moeten er sanerende maatregelen worden getroffen om verdere vervuiling te voorkomen. Een omgevingsvergunning is vereist voor bouwactiviteiten op dergelijke locaties, waarbij maatregelen voor sanering moeten worden aangetoond. Ten slotte is er aandacht voor activiteiten op locaties met een historische bodemverontreiniging. Maatregelen moeten worden genomen om verdere verontreiniging van het grondwater te voorkomen of te beperken.
Omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor watersystemen worden alleen verleend als deze verenigbaar zijn met het belang van waterbeheer en bescherming van de kwaliteit van watersystemen. Deze samenhangende regels zorgen voor een geïntegreerde aanpak van grondwaterkwaliteit en bescherming van watersystemen binnen de provincie Zuid-Holland. 6.2.2 Toetsing Een zonneveld of EOS met een klein formaat zoals in dit project, hebben op zichzelf een relatief gering effect op de bodemkwaliteit. Het hemelwater kan afstromen tussen de zonnepanelen omdat er ruimte open wordt gelaten tussen de panelen en de panelenrijen in de voorgenomen zuid-opstelling. Deze zuidopstelling zorgt er eveneens voor dat voldoende zonlicht de bodem bereikt, waardoor het effect op de
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 32
PONDERA
bodemkwaliteit van de pv-panelen beperkt is. Het EOS beslaat maar een geringe oppervlakte en heeft relatief weinig effect op de waterafvoer en bodemkwaliteit in het gebied. Bij de verandering van agrarisch grondgebruik naar zonneveld betekent dat de grond niet meer geroerd zal worden en er geen mest over wordt uitgereden. Dit heeft een positief effect op de bodemkwaliteit. Vanwege mogelijke versterking van het bodemleven, kan na de exploitatieperiode de grond ook weer voor andere doeleinden worden gebruikt. Het projectvoornemen ligt niet grondwatergevoelige locatie, zoals aangewezen door de provincie ZuidHolland.5 Ter plaatse is er een verkennend bodemonderzoek (nul) gedaan door Bodembemonstering B.V. (bijlage 10). Het doel van dit onderzoek is het vastleggen van de nulsituatie van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Hiervoor zijn verschillende monsters van grond en grondwater getest op vervuilende stoffen. Het gebied toont over het algemeen lichte verhogingen met molybdeen, PAK, kobalt en nikkel aan. Dit geldt tevens voor het grondwater. Echter heeft de aanleg van het zonneveld hier geen verslechterende invloed op. Ook is er geen vervolgonderzoek nodig en kan dit gezien worden als een voldoende vastgestelde nul situatie.
Bij het toevoegen van een EOS aan het projectgebied, door het geringe oppervlak, zal dit geen verschil maken voor de bodemkwaliteit en is er dus geen aanvullend onderzoek nodig. 6.2.3 Conclusie Op basis van het nulsituatiebodemonderzoek kan worden geconstateerd dat de verhoogde waardes die in sommige monsters aangetroffen zijn, geen invloed ondervinden van de bouw van het zonneveld met EOS. Er is daarom ook geen aanvullend bodemonderzoek nodig. Door het nemen van maatregelen, namelijk voldoende ruimte voor landschappelijke inpassing en ruimte tussen de pv-panelen) - kan het een zonneveld zelfs een positieve bijdrage leveren aan de toekomstige bodemkwaliteit. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.3
Archeologie en cultuurhistorie
6.3.1 Kaders Beleidskaders Gemeentelijk archeologie beleid Op 7 maart 2017 is de geactualiseerde Beleidsnota Archeologie Lansingerland in werking getreden. De gemeente beschikt al sinds maart 2013 over eigen archeologisch beleid. Daarmee heeft de gemeente Lansingerland invulling gegeven aan haar archeologische taak en de daarbij horende verantwoordelijkheden. Dit beleid is bij de actualisatie op enkele punten herzien. Vooral wat betreft de archeologische beleidskaart was deregulering mogelijk. Te veel gebieden hadden een hoge archeologische verwachting, terwijl uit archeologisch onderzoek bleek dat deze verwachting naar laag of afwezig kon worden bijgesteld. Op basis van deze geactualiseerde nota en beleidskaart kan worden bepaald wat de verwachtingswaarde van een bepaald gebied is.
5 Provinciaal blad 2021,6814 I Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 33
PONDERA
Cultuurhistorische Nota Plus gemeente Lansingerland Vastgesteld in 2012. De zone langs de Noordeinseweg van het projectgebied is onderdeel van het historische lint. Binnen de gemeente Lansingerland volgt de “Landscheiding” een globaal noord-zuid lopend tracé. De kade is als landschappelijke lijn gedeeltelijk goed te herkennen, gedeeltelijk slecht als gevolg van afgravingen van delen, bijvoorbeeld netten noorden van Berkel en Rodenrijs. Juridische kaders Omgevingswet Het beschermen en beheren van cultureel erfgoed is een van de belangen van de Ow (art. 1.2). De Erfgoedwet is deels opgegaan in de Ow: in de Ow zijn de regels voor de omgang met de fysieke leefomgeving geïntegreerd, waaronder onderdelen uit de Monumentenwet 1988 die voorheen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet waren opgenomen. Daarbij blijven de bevoegdheden en beschermingsniveaus in grote lijnen gehandhaafd. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Ow is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet, de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Ow. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld in de Ow. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op grond van de Ow.
Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). In het Bal staan regels voor de bescherming van rijksmonumenten en archeologische monumenten. In het Bbl zijn regels over het bouwen, verbouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken opgenomen. Besluit kwaliteit leefomgeving Paragraaf 5.1.5 van het Bkl bevat instructieregels die gaan over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De regels dragen de gemeente op om rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Pro vineiale omge vingsverordening In ş 7.3.18 over archeologie worden gebieden met bekende archeologische waarde aangewezen en beschermd. Omgevingsplannen moeten regels bevatten om deze waardevolle gebieden te beschermen, zoals een verbod op grondbewerking van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld, tenzij archeologisch onderzoek aantoont dat de waarden niet worden aangetast. Als behoud ter plaatse niet mogelijk is, kan het omgevingsplan het behoud van archeologische waarden elders toestaan, mits andere belangen zwaarder wegen.
In het Omgevingsplan Lansingerland geldt voorgebieden met een archeologische verwachtingswaarde 1 dat een archeologisch onderzoek benodigd is wanneer meer dan 100 m2 en dieper dan 50 cm wordt afgegraven. Bij archeologische verwachtingswaarde 2 is een onderzoek benodigd bij een afgraving op meer dan 500 m2 en dieper dan 30 cm. 6.3.2 Toetsing In het bestemmingsplan van de gemeente Lansingerland ‘Noordoostpolder2013’ zijn stukken van het gebied aangewezen als gebieden met archeologische verwachtingswaarde 1 en 2. Echter is de
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 34
PONDERA
archeologische beleidskaart6 van de gemeente Lansingerland in 2016 herzien en zijn de beleidszones aangepast. Het projectgebied valt hierdoor niet meer binnen de archeologische verwachtingswaarde 1 en 2 en is extra onderzoek op het gebied van archeologie niet nodig. Een deel van het projectgebied is onderdeel van het historische lint in de gemeente Lansingerland. De westzijde van het project ligt in het polderlint bij de Noordeindseweg in het noorden van Berkel. De Noordeindseweg heeft zijn oorspronkelijk karakter behouden. Het lint heeft het welstandsniveau ‘bijzonder’. In het gemeentelijk ruimtelijk beleid is vastgelegd dat de lintbebouwing herkenbaar moet blijven. Om dit te bewerkstelligen moet het landschappelijk raamwerk maximaal ervaarbaar worden gehouden. Hier wordt rekening mee gehouden door de volgende punten toe te passen: *
de hoogte van de zonnepanelen is maximaal 2,5 meter (zie Bijlage 11, advies Stedenbouw);
*
de zone langs Noordeindseweg krijgt een landschappelijke inrichting;
*
de afstand van de rand van de zonnepanelen tot aan de rand van het fietspad aan de zijde van de Noordeindseweg is minimaal 50 meter;
*
de afstand van de rand van de zonnepanelen (met uitzondering van de zijde van de Noordeindseweg) tot aan de openbare weg en de oevers van watergangen is minimaal 7,5 meter;
*
er wordt watercompensatie gerealiseerd langs de bestaande watergangen;
*
de watergangen krijgen natuurlijke oevers.
Langs de Munnikenweg en aan de zijde van de N470 bevinden zich een landschappelijke structuur met laanbeplanting en een watergang. Deze zullen beide intact blijven tijdens de realisatie van het zonneveld. 6.3.3 Conclusie Een archeologisch onderzoek is niet benodigd gezien het project zich niet bevindt in zones met archeologische verwachtingen. Daarnaast voldoet project aan de eis uit de Cultuurhistorische Nota Plus gemeente Lansingerland dat de lintbebouwing herkenbaar moet blijven. Tot slot wordt rekening gehouden met de landschappelijke structuren langs de Munnikenweg en aan de zijde van de N470. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.4 6.4.1
Duurzaamheid
Kaders Voor het aspect duurzaamheid geldt geen specifiek toetsingskader.
6.4.2 Toetsing Het zonneveld inclusief batterij draagt bij aan duurzaamheid aangezien er duurzame c.q. hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt. Hierdoor hoeft er minder elektriciteit m.b.v. fossiele bronnen te worden opgewekt. Het beoogde zonneveld kan elektriciteit opwekken voor ongeveer 3200 huishoudens.
6 Archeologische beleidskaart gemeente Lansingerland: https://archeologie-delft.nl/images/zaken/ArcheologischebeleidskaartLansingerland.pdf
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 35
PONDERA
6.4.3 Conclusie Het voornemen draagt bij aan de verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.5 6.5.1
Externe veiligheid
Kaders Beleidskaders VNG-richtstafstanden Het bestemmingsplan hanteert de VNG-richtafstanden. Het zonneveld met haar transformatoren (aansluiting van 5 MVA) valt onder de categorie " Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen dO MVA”, categorie 2. Hiervoor geldt de richtafstand voor gevaar van 30m. het projectvoornemen ligt in een ‘gemengd gebied’ waar normaliter 1 afstandstap verkleind kan worden, maar dat geldt niet voor het aspect gevaar. Juridische kaders Paragraaf 5.1.2 van het Bkl bevat instructieregels over het waarborgen van de veiligheid. Het doel van die instructieregels is dat rekening wordt gehouden met risico’s van branden, rampen en crises. Ook moet rekening worden gehouden met het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de zelfredzaamheid van personen en met mogelijkheden tot hulpverlening (zoals bereikbaarheid voor hulpdiensten). Deze risico’s worden gevormd door het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportassen - wegen en spoorwegen maar bijvoorbeeld ook buisleidingen. Daarnaast worden risico’s gevormd door verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s - zoals het opslaan van gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid gaat hierover het uitsluiten van de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven.
In het Bal zal in de toekomst het opslaan van lithium-houdende batterijen en het exploiteren van een EOS worden aangewezen als milieubelastende activiteit, hierbij zal worden verwezen naar PGS 37-1. Dit is een richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in EOS. Ondanks dat op moment van indienen van deze vergunningaanvraag de batterij nog niet als milieubelastende activiteit wordt aangemeld, is wel aan de PGS 37-1 richtlijnen getoetst.
6.5.2 Toetsing Het zonneveld met EOS is geen kwetsbaar of bekend kwetsbaar object in de zin van het Bal en Bkl. Er zijn geen personen aanwezig. Een zonneveld is daarnaast ook geen risicobron of inrichting dat valt onder het Bal en Bkl. Het zonneveld met haar omvormers (aansluiting van 5 MVA) valt onder de categorie " Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen dO MVA”, categorie 2. Hiervoor geldt de richtafstand voor gevaar van 30m, welke afstand voor de omliggende gebouwen wordt aangehouden. TenneT gaat akkoord met het zonneveld met EOS bij de hoogspanningslijnen (zie Bijlage 6). Er ligt een ondergrondse gasleiding ten noorden aan het projectgebied. De vrijwaringszone valt buiten het projectgebied en hiermee zijn er geen belemmeringen voor de geplande ontwikkeling. Overleg Veiligheidsregio
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 36
PONDERA
Er is een overleg geweest met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (zie Bijlage 12) om de bluswatervoorziening in het ontwerp te incorporeren. De Veiligheidsregio heeft aanvullend de technische tekeningen (Bijlage 13 en 14) gezien en is akkoord gegaan met het ontwerp. Fi.6.1 Omgevingsveiligheid
I PONDERA
Legenda 20241030 Projectgebied
Bestemmingsplan Noordpolder2013 Dubbe/bestemming [
Waterstaat - Waterkering
Leefomgeving #
Verblijfsobjecten (NL)
Infrastructuur 8t EV Risicovolle inrichtingen O
Risicovolle inrichtingen
Kwetsbare objecten Kwetsbare objecten ^
Kantoor
^
Onderwijsinstelling
^
Publieksgebouw
^
Tehuis Overig
Buisleidingen —— Buisleidingen
Hoogspanningslijnen (bovengronds) — Hoogspanningslijnen (bovengronds)
Niet-gesprongen explosiever) (NGE) Volgens de Bommenkaart is er vooronderzoek gedaan op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven door Saricon in 2011. In onderstaande figuur is de situatie t.a.v. niet-gesprongen explosieven weergeven. Er zijn geen verdachte gebieden in de uitgevoerde vooronderzoeken ter plekke van het informatieverzoek. Het overlappende vooronderzoek van de gemeente Lansingerland is onder de BRL uitgevoerd en voldoet dus niet aan de huidige regelgeving, Saricon adviseert om een update uit te voeren waarmee het voldoet aan het CS-VROO. Echter lijkt het onwaarschijnlijk dat er in de tussentijd (tussen oude en nieuwe norm) iets veranderd is aan de situatie ter plekke, dus houden we de conclusie dat er geen verdachte gebieden in het projectgebied verwacht worden aan.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 37
PONDERA
Figuur 6.2 Niet Gesprongen-Explosieven
PGS 37-1 PGS 37-1 is een richtlijn voorde veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen (EOS). Deze richtlijn beschrijft hoe op een veilige manier moet worden omgegaan met grote batterijen. Om de EOS te toetsen aan de PGS 37-1 maatregelen is uitgegaan van een Hithium LFP batterijtype. Het systeem voldoet aan alle PGS 37-1 maatregelen die worden gesteld rondom bijvoorbeeld brandveiligheid en blusmogelijkheden (zie Bijlage 15). De bereikbaarheid van het systeem moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld, op basis van de uitgangspunten is het conform de PGS. Daarnaast wordt ook het noodplan (dat is afgestemd op de nader overeen te komen leverancier) getoetst. 6.5.3 Conclusie Uit het oogpunt van omgevingsveiligheid zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld met EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.6
Geluid door activiteiten
6.6.1 Kaders Beleidskaders VNG-richtafstanden
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 38
PONDERA
In het omgevingsplan worden de richtafstanden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gebruikt. Deze richtafstanden geven en indicatie hoeveel afstand aan te houden tussen een projectvoornemen en geluidsgevoelige objecten, zonder direct een gedetailleerd akoestisch onderzoek te moeten uitvoeren. Het zonneveld met haar transformatoren valt onder de categorie ‘Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen < 10 MVA’, ofwel milieucategorie 2. Hiervoor geldt de richtafstand voor geluid van 30m. Het projectvoornemen ligt in een ‘gemengd gebied’ waar 1 afstandstap verkleind kan worden voor geluid, derhalve geldt hier een richtafstand van 10m.7 Juridische kaders Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl zijn instructieregels opgenomen die toezien op het beheersen van geluid door activiteiten (paragraaf 5.1.4.2). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluid door specifieke activiteiten (zoals geluid door windturbines, windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen) en andere activiteiten. In de instructieregels is ook onderscheid gemaakt in de wijze waarop in een aanvaardbare situatie wordt voorzien. Een EOS is nog niet opgenomen in het Bal als milieubelastende activiteit, waardoor hier de regels voor geluid gelden uit het omgevingsplan.
In het omgevingsplan gelden de regels voor geluid die zijn weergegeven in Tabel 6.1. In het onderzoek naar het geluid van de batterijinstalIaties is hier rekening mee gehouden (zie bijlage 16). Tabel 6.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw (Bron: omgevingsplan gemeente Lansingerland)
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Lar.lt als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau ĽAmax als gevolg van activiteiten
Geluid door andere dan specifieke activiteiten Bij een ontwikkeling moet rekening gehouden worden met het geluid door activiteiten anders dan specifieke activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij moet erin voorzien worden dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Er wordt in ieder geval in een aanvaardbare situatie voorzien als de standaardwaarde wordt gehaald voor het toelaatbare geluid op een geluidgevoelig gebouw. Daarnaast dient de grenswaarde te worden verankerd voor het toelaatbare geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. De standaardwaarde voor het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen kan, op een aangewezen bedrijventerrein, verhoogd worden met 5 dB(A). Ook kan de standaardwaarde voor het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen, in een aangewezen agrarisch gebied, verlaagd worden met 5 dB(A). Gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie kan afgeweken worden van de standaardwaarde. Een hogere waarde kan alleen worden opgenomen als dit niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarde in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Daarnaast is het stellen van een hogere waarde een mogelijkheid
7 Bedrijven en milieuzonering - Kenniscentrum InfoMil
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 39
PONDERA
als sprake is van een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift op basis waarvan reeds een hogere waarde gold. Daarnaast bepaalt het Bkl onder meer dat het omgevingsplan waarden voor een maximaal geluidniveau in de dagperiode kan bevatten, kan afwijken van waarden bij festiviteiten of waar waarden gelden, geen waarden bevatten of andere regels dan waarden stellen. 6.6.2 Toetsing Zonnevelden produceren geen relevant geluid. Alleen de bijbehorende omvormers (5MVA) kunnen overdag zorgen voor (enig) zoemend geluid. Voor dit project is gekozen voor 2 centrale omvormers met geluidsdempers. Geluidsbelasting door omvormers is zeer minimaal en het fysieke bereik verwaarloosbaar. De omvormers vallen onder de categorie "Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen < 10 MVA”. Hiervoor geldt de richtafstand voor geluid van 30m ten overstaan van gevoelige objecten, maar omdat deze in gemengd gebied ligt, geldt een afstand van 10m. Voor het geluid van de batterijen is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd door DGMR (zie bijlage 16). Hieruit blijkt dat de grenswaardes niet worden overschreden en er dus geen belemmeringen kunnen worden verwacht op het gebied van geluid van zowel de batterijen als de centrale omvormers van het zonneveld. De exacte locatie van de omvormers en de batterijen zijn weergegeven in Error! Reference source not found..
Figuur 6.3 Exacte locatie EOS west en EOS oost
Westzijde projectgebied
EOS west
I PONDERA Legenda
r
* ' * OottWAnj L'___________ I I Projectgebied Drijvende zonnepanelen Grondgebonden zonnepanelen I Toegangsweg ĩ~l Hekwerk |
Customer cabinet
| DNO cabin |
Inverter transformer station EOS Watergang met natuurvriendelijke oever Kruidenrijk grasland
Oostzijde projectgebied
Struweel
EOS oost
ľrŕ Z Spooryadu Ble^swijk 0
75
150 m
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 40
PONDERA
6.6.3 Conclusie Uit het oogpunt van geluidshinder zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.7 6.7.1
Lichtschittering en reflectie
Toetsingskader Een mogelijk ruimtelijk effect van zonnepanelen op de omgeving is de reflectie van zonlicht. De meeste inkomende zonnestralen die op de zonnepanelen terecht komen kunnen worden geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. Echter, omdat de bovenste laag van de panelen van glas is gemaakt, zal een deel van het zonlicht ook worden gereflecteerd. Deze schittering op omliggende objecten komt vooral voor bij zonsopgang en zonsondergang, wanneer de zon haaks op de panelen staat. Het licht dat op een zonnepaneel valt, wordt in één specifieke richting weerkaatst omdat een zonnepaneel een glad oppervlak heeft. Dit reduceert het aantal invalshoeken waarbij overlast ervaren kan worden.
6.7.2 Onderzoek Onderzoek bij een ander grootschalig zonneveld heeft uitgewezen dat de reflectie van zonnepanelen lager is dan het achtergrondlicht van de zon zelf8. In ditzelfde onderzoek wordt ook aangegeven dat de hoeveelheid lichtreflectie op een zonneveld lager is dan de reflectie van (vlak) water. Dit komt onder meer doordat moderne zonnepanelen worden voorzien van anti-reflectieve coatings, die de lichtreflectie beperken en daarmee het rendement vergroten. Dat is ook het geval voor de panelen in het beoogde zonneveld. De oriëntatie van de panelen speelt een belangrijke rol. Bij oriëntatie van de panelen in de richting van bijvoorbeeld omliggende woningen of passerend verkeer, kan schittering als hinderlijk worden ervaren. De stand van de zon en de oriëntatie van de panelen bepalen de voornaamste schitteringsrichting. In onderhavig zonneveld worden de panelen ondereen lichte hoek geplaatst van ca. 13 graden, waardoor enige reflectie gedurende de dag voornamelijk in verticale richting is en daardoor minimale overlast geeft voor omwonenden of passanten. In Figuur 6.4 is een schets te zien van een reflectiepatroon van zonnepanelen ondereen hoek van 10 graden, onderhavig zonneveld zal hier weinig van afwijken.
8 Delta N.V. (2014). Zonneveld Ceresweg - Wegbeeldanalyse Oesterdam (N659). Bron: httpsV/repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2015-16053/1/Bijlage/exb-2015-16053.pdf
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 41
PONDERA
Figuur 6.4 Reflectiepatroon van zonnepanelen ondereen hoek van 10 graden, vergelijkbaar met de panelen in onderhavig zonneveld. Bron: QING Engineering.
Voor dit project is een onderzoek uitgezet om de schittering van de panelen te analyseren, door de Zonnewijzer (zie Bijlage 17). De drijvende zonnepanelen in zonneveld Munnikenpark krijgen een oost-west opstelling. De grondgebonden zonnepanelen krijgen een portret mode opstelling en zijn richting het zuiden georiënteerd. In het schitteringsonderzoek is de schitter vanuit verschillende observatiepunten onderzocht met behulp van een model. De uitgangspunten van dit model zijn terug te lezen in Bijlage 17. De Oostweg (N470) is een autoweg. Wanneer een bestuurder op deze weg een nabeeld krijgt van de schittering kan dit aanleiding geven tot onveilige verkeerssituaties. Op de Oostweg treedt 10 minuten schitter op per dag gedurende 71 dagen (observatiepunt P) tot 122 dagen (observatiepunt O) perjaar. Deze schitter geeft volgens het onderzoek een lage kans op nabeeld en wordt daarom niet als verkeersonveilig geclassificeerd. De schitter treedt alleen op bij wolkeloze dagen. Wanneer gewogen wordt met de kans op bewolking zoals het KNMI deze verstrekt hebben de observatiepunten waar schitter optreedt slechts enkele uren perjaar schitter. Langs de Munnikenweg blijkt vrijwel geen schitter op te treden, dit komt me name door de aanwezige struwelen. Wanneer er een onderbreking in de struwelen zit kan de schitter hier doorheen komen. Dit geldt voor observatiepunt A en E.
het betreft 10 tot 15 minuten schitter per dag voor ongeveer 4 weken perjaar vroeg in de ochtend. De struwelen zullen goed op elkaar worden aangesloten op de schitter te minimaliseren. Figuur 6.5 Observatiepunten schitteringsrapport (bijlage 17).
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 42
PONDERA
6.7.3 Conclusie Vanaf 18 observatiepunten is onderzocht wanneer en waar schittering zichtbaar kan zijn. Langs de Munnikenweg is nauwelijks schittering. Op de Oostweg N470 kan er bij somminge punten tot 10 minuten per dag schittering optreden, maar dit wordt niet als verkeersonveilig geclassificeerd. Bovendien gaan de berekeningen uit van wolkeloze dagen; in werkelijkheid zal door bewolking de daadwerkelijke schittering beperkt blijven tot enkele uren per jaar. Vanuit het aspect lichtschittering en reflectie zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.8
Gezondheid
6.8.1 Kaders Er bestaat een relatie tussen milieu en gezondheid. Ook andere factoren dan milieufactoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen, denk aan roken, beweging en het binnenklimaat van woningen. In het verleden is bij sommige projecten voorzonne-energie gebleken dat er bij omwonenden zorgen kunnen bestaan over de mogelijke gevolgen van een zonneveld op de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid. In deze paragraaf wordt daarom het onderwerp zonne-energie in relatie tot gezondheid nader belicht. Wanneer zonnevelden en batterijen in of nabij bewoonde gebieden worden geplaatst, zouden omwonenden hinder kunnen ervaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake is van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). Hinder van zonnevelden en batterijopslagsystemen komt voornamelijk voort uit visuele effecten (zichtbaarheid en schittering) of uitstootgassen tijdens de bouwfase. Elektromagnetische velden Waar sprake is van de productie van stroom is tevens sprake van elektromagnetische velden (EM-velden). Elektromagnetische velden komen overal om ons heen voor. Zo produceren huishoudelijke apparaten EMvelden, maar ook de aarde zelf heeft zijn eigen EM-veld.
Rond de bekabeling van het zonneveld, de transformatorgebouwen en de omvormers is sprake van Extreem Laag Frequente Elektromagnetische Velden (ELF-EMV). Langdurig verblijf binnen elektromagnetische velden, bijvoorbeeld in de directe omgeving van de transformatorgebouwen, moet worden vermeden. Het RIVM heeft onderzoek9 uitgevoerd naar ELF-EMV-velden rondom verschillende typen bronnen. Uit literatuurwaarden en metingen bleek dat onder redelijk maximale omstandigheden10 de afstand tot de omvormer waarop het gemeten veld zwakker wordt dan 0,4 pT circa 1,0 meter is. Voor schakelkasten is dat 6,0 meter. Hiermee wordt rekening gehouden in technisch ontwerp van het zonneveld met EOS. Geconcludeerd kan worden dat op grotere afstand het EMV-veld, zelfs onder maximale omstandigheden, niet groter is dan 0,4 pT. Overige gezondheidseffecten
9 Dusseldorp, A.; Pruppers, van Putten, E.M. Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magneetvelden bij verschillende bronnen. Een aanvulling op eerdere metingen. Briefrapport 2018-0015, RIVM, geraadpleegd 19-4-2024 via https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2018-0015.pdf 10 bij sterke zonneschijn, daardoor meer stroomproductie en een sterker ELF-EMV-veld
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 43
PONDERA
Voor het overige geldt dat het aspect gezondheid impliciet deel uitmaakt van andere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de regels die zijn opgesteld voor onder andere luchtkwaliteit, geluid en schittering beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die regels speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader. 6.8.2 Onderzoek Elektromagnetische velden In het geval van het beoogde zonneveld geldt dat binnen enkele meters van de installaties geen personen verblijven. Het projectgebied is publiek toegankelijk, maar de panelen, batterijen en toebehoren niet en wordt alleen bezocht tijdens periodiek onderhoud. De dichtstbijzijnde woning tot de installaties ligt op een afstand van ca. 25 meter. Vandaar dat er geen aanleiding bestaat voor nader onderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten als gevolg van EM-velden. Overige gezondheidseffecten Andere eventuele gezondheidseffecten zijn impliciet besproken in andere paragrafen. Het gaat hierom effecten als gevolg van: *
Geluid (paragraaf 6.6)
*
Lichtreflectie (paragraaf 6.11)
*
Landschappelijke inpassing (paragraaf 6.16)
*
Luchtkwaliteit (paragraaf 6.12)
6.8.3 Conclusie Uit het oogpunt van gezondheid zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.9
Kabels, leidingen en aansluiting
6.9.1 Kaders Beleidskaders Netbeheerder TenneT De landelijke netbeheerder benadrukt het belang van afstemming wanneer een bouwwerk (zoals een zonneveld dat een bouwwerk, geen gebouw zijnde is) in de nabijheid van haar hoogspanningskabels is voorgenomen. Voor TenneT zijn belangrijke voorwaarden om toestemming te verlenen (Bijlage 18): »
Algemene voorwaarden: o Toegankelijkheid hoogspanningslijnZ-masten tijdens realisatie en in beheerfase; o Brandwerendheid; o Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) beïnvloeding; o Aansprakelijkheid (i.r.t. schade).
»
Realisatiefase: o Specifieke voorwaarden over veilige werk afstanden (onder andere m.b.t. hoogtebegrenzingsportalen met doorrijhoogte tijdens bouw).
»
Beheerfase: o Regulier (en/ of groot) onderhoud, beheer en inspectie (afstemming met netbeheerder);
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 44
PONDERA
o Calamiteiten/Incidenten; o Overdracht. Beleidskader zonne-energie Lansingerland Lokaal, dichtbij gebruikers en efficiënt aansluiten van een zonneveld heeft de voorkeur. Juridische kaders Elektriciteitswet, Bkl en Bal Kabels en leidingen vervullen verschillende functies. De omvang en ínhoud, en daarmee het risico bij beschadiging, verschilt hierdoor ook. Daarnaast kunnen kabels en leidingen in zowel openbare als particuliere gronden gelegen zijn, waardoor verschillende belangen geraakt worden. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van kabels en leidingen opgenomen. Dit bestaat uit de ruimtelijke regels (beheer verordeningen en bestemmingsplannen) en de bruidsschat. De hiernavolgende leidingen zijn planologisch relevant: *
hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger (art. 22a Elektriciteitswet 1998);
*
buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar (art. 5.18 en 5.135 Bkl, tevens art. 3.101 Bal);
*
buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar (art. 3.101 Bal);
*
buisleidingen meteen diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom (art. 3.135 en art. 3.101 Bkl);
*
buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voormens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken (art. 3.101 Bal).11
Pro vineiale omge vingsverordening In ş 7.3.24 is een instructieregel met betrekking tot beschermingszones voor de drinkwatervoorziening opgenomen. In deze instructieregels is aangegeven dat een omgevingsplan, waarin een leiding behorende tot de vitale infrastructuur voor de openbare drinkwatervoorziening is opgenomen, een zone van minimaal vijf meter aan weerszijden van de leiding aanwijst als ‘beschermingszone drinkwatervoorziening’. Daarnaast is bepaald dat het omgevingsplan nieuwe ontwikkelingen binnen deze beschermingszone drinkwatervoorziening slechts toelaat zover daarbij geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de drinkwatervoorziening. Voor de beoordeling of hier sprake van is, wordt tijdig advies ingewonnen bij het drinkwaterbedrijf dat beheerder is van de leiding. 6.9.2 Toetsing Binnen het projectgebied staan vijf hoogspanningsmasten (380 kV) met een masthoogte van 53m, van TenneT. Rondom de hoogspanningsmasten worden geen zonnepanelen geplaatst. Onder de hoogspanningsleidingen tussen de masten heeft TenneT toestemming (zie bijlage 6) gegeven om, onder voorwaarden, zonnepanelen te plaatsen.
11 Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 45
PONDERA
TenneT heeft aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen de aanleg van een zonneveld met EOS binnen de belemmerde strook, mits vóór de uitvoering van het werk, tijdens het werk, en gedurende de exploitatieperiode van het zonneveld strikt aan de voorwaarden - in de vorige paragraaf puntsgewijs benoemd - wordt voldaan. Figuur 6.6 Hoogspanningsmasten - vrijwaringszone
Zoals gesteld in Beleidskader zonne-energie is het projectvoornemen centraal gelokaliseerd nabij een netaansluiting en afnemers. Aansluiting zonneveld Wat betreft de aansluiting van het zonneveld is de initiatiefnemer het volgende voornemens: Uitgangspunt: aansluiting bij Stedin Met netbeheerder Stedin wordt afgestemd dat het zonneveld wordt aangesloten op het onderstation Zoetermeer 3, dat Stedin beheert. Ondanks dat er momenteel problemen zijn met teruglevering van elektriciteit in het gebied, werkt Stedin actief mee, het heeft reeds een offerte voor een basisontwerp voor de aansluiting voorgelegd aan de initiatiefnemer. Stedin is bezig het probleem van netcongestie ter plaatse op te lossen. De aansluiting ligt op slechts 267 meter afstand van het projectgebied. Aanvullende optie:12 Parallel aan de aansluiting bij de netbeheerder worden door de initiatiefnemer nog overwogen hoe de opgewekte elektriciteit te distribueren door middel van Net-neutrale opwek: het zonneveld zal netneutraal aansluiten. In het projectplan is een batterijopslagsysteem opgenomen, waardoor de opgewekte energie op het juiste moment terug geleverd kan worden aan het energienetwerk. Omdat het om een 4-uursbatterij gaat, kan precies de grootste piek aan opwek overdag worden opgevangen, om die bij de vraagpiek einde van de middag weer terug te leveren.
6.9.3 Conclusie Met TenneT is afgestemd en deze is akkoord met het projectvoornemen, omdat ze geen risico’s voorziet. De gekozen aansluiting is 5 MVA bij Stedin, waarvoor een overeenkomst is getekend (Bijlage 19). Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 12 Er is nog een vorm onderzocht: of het mogelijk is om de opgewekte stroom lokaal te gebruiken. Eén van de grondeigenaren is een paprikateler waarbij de mogelijkheid is gezien om zijn bedrijf op het zonneveld aan te sluiten. Uit nader onderzoek blijkt dat een dergelijke aansluiting niet mogelijk is.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 46
PONDERA
6.10 6.10.1
Klimaatadaptatie
Kaders Beleidskaders Convenant Klimaat Adaptief Bouwen 2.0 (CKAB, 2022) Een zonneveld met EOS is ook een vorm van bebouwing en daarvoor gelden onverkort de verschillende minimumeisen uit CKAB. Belangrijkste eis voor thema water: opvang van de eerste 50 mm van elke regenbui (dus niet rechtstreeks afwentelen op de sloot, pas na 24 uur en geleidelijk). Specifiek voor hemelwater geldt in Lansingerland de eis van tijdelijke berging (opvang voor 24-60 uur) van een piekbui van max. 50 mm neerslag binnen één uur gevallen. Als er berging wordt gevonden in bijv. een wadi, moet in het plan worden aangegeven hoe het regenwater in de wadi terechtkomt. Doel is dat de eerste 50 mm van een piekbui niet op het moment van de bui of kort daarna wordt afgewenteld op de aanwezige sloten, maar gefaseerd na 24 uur en vóór 60 uur wordt geloosd. Juridische kaders In ş 7.3.6a geeft de provincie instructieregels die gaan overtoekomstbestendig bouwen en ontwikkelen. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen met 12 woningen of meer dienen de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen betrokken te worden. Daarbij gaat het over de volgende aspecten die betrekking hebben op duurzaamheid en klimaatadaptatie: *
de risico’s van klimaatverandering;
*
de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie;
*
de toepassing van circulaire of bio-based grondstoffen of producten;
*
de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO2 te beperken in de bouw- en gebruiksfase;
*
het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen;
In deze paragraaf is ook een instructieregel opgenomen waarin staat dat rekening wordt gehouden met de risico’s voor klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: *
wateroverlast door overvloedige neerslag;
*
overstroming;
*
hitte;
*
droogte;
* de gevolgen op het risico van bodemdaling. Als dergelijke risico’s aan de orde zijn, wordt rekening gehouden met het zoveel mogelijk voorkomen en beperken via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s. 6.10.2 Toetsing Het grootste deel van het projectgebied bestaat uit zonnepanelen, dat geen verharding betreft aangezien het hemelwater tussen de pv-panelen en panelenrijen valt. De enige verharding die wordt toegevoegd betreft een inkoopstation, transformatorhuisjes en een batterijsysteem. Voor deze beperkte toegevoegde verharding moet middels waterberging gecompenseerd worden, zie de toelichting hierop in paragraaf 6.17.2. Voorde aanleg van de weg is gekozen voor grastegels, die doorlaatbaar zijn en daardoor niet bijdragen aan verharding in het projectgebied.
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 47
PONDERA
Ongeveer 5007o van het projectgebied wordt gebruikt voor landschappelijke inpassingselementen, die bijdragen bij aan de klimaatadaptatiedoelen. Bijvoorbeeld het extra groen reduceert de hittestress in bebouwde omgevingen vanwege het verkoelende effect van groen (vanwege verdampende werking van het groen). In de Weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) wordt met het waterschap nader overeengekomen hoe de vertraagde waterafvoer precies wordt meegenomen in het landschappelijk ontwerp. Deze toets is uitgevoerd en meegenomen in de waterberging in het landschappelijk ontwerp in minimalisering van verharding en het intact laten van natuurlijke oevers en waterwegen. De gemeente Lansingerland vraagt om een toetsing aan de Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0. Deze leidraad is gericht op gebouwen13. Het zonneveld, inkoopstation en transformatorhuisjes betreffen geen gebouwen, maar bouwwerken, geen gebouw zijnde. Toch is het zonneveld getoetst aan deze leidraad, zie onderstaande tabel. Tabel 6.2 Verhouding projectvoornemen tot eisen klimaat adaptief bouwen
Praktijktabel klimaat adaptief bouwen, per thema (p.20 Leidraad)
Prestatie eisen
Initiatief zonneveld Munnikenpark
Wateroverlast Geen schade bij ľOmm/u neerslag aan bebouwing (gebouwen), infrastructuur en vitale voorzieningen (energievoorziening behoort daartoe volgens Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie 2015). Vitale voorzieningen blijven functioneren bij OOmm/u
Geen sprake van gebouwen in projectgebied. De vitale functie energievoorziening c.q. infrastructuur voor het zonneveld de kabels - liggen ondergronds en zijn waterdicht waardoor schade kan worden voorkomen
Op privaat terrein wordt 50mm (met range van 40-70mm) van piekbui van ľOmm/u op eigen terrein verwerkt via infiltratie, vasthouden/bergen. Waterberging voorziening in projectgebied voert de eerste 24 u daarna vertraagd af en moeten binnen 60 u weer beschikbaar zijn
Het hemelwater dat op de pvpanelen valt kan infiltreren in de zavel bodem. De omvang van het verhard oppervlak van het inkoopstation en transformatorhuisjes i.r.t. hemelwaterafvoer is verwaarloosbaar
(grond)Waterpeilen en zoetwaterbeschikbaarheid in projectgebied en omgeving zijn sturend voor functie- en systeemkeuze en inrichting projectgebied
Het verschil tussen maaiveld en grondwaterpeil is gering, ca. 30 cm. Pv-panelen hebben echter geen effect op het grondwaterpeil en ook niet op de zoetwaterbeschikbaarheid
Inrichting gebied is infiltratieneutraal bij uitbreiding
Het hemelwater infiltreert in de zavel bodem
Droogte
Bij ontwerp wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering waterkwaliteit
N.v.t.
13 CKAB (2022). Leidraad Klimaatadaptief bouwen 2.0. Link: Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0 Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 48
PONDERA
Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen droogte
De vitale functie ‘energievoorziening’, hier de zonnepanelen en kabels, zijn niet vatbaar voor droogte
N.v.t., want gaat over schaduwwerking op verblijfsplaatsen en koeling gebouwen
N.v.t.
Hitte
Bodemdaling
Natuurlijke draagkracht van bodem is mede sturend in functie- en systeemkeuze en inrichting gebied
Schade door bodemdaling blijft beheersbaar. Het projectvoornemen ligt in een gebied dat gevoelig is voor bodemdaling.14
Gewicht van zonnepanelen en bijbehorende voorzieningen verwaarloosbaar i.r.t. draagkracht van de bodem. Wat betreft het gewicht van een inkoopstation en transformatorhuisjes wordt afgestemd met de gemeente, maar gezien de verhouding tussen de beperkt gedimensioneerde stations en het landoppervlak zal dit geen belemmering zijn De zonnepanelen en infrastructuur versterken de bodemdaling niet vanwege het geringe gewicht in verhouding met het landoppervlak
Biodiversiteit en natuurinclusiviteit Ecologische oplossingen hebben de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen
Een groot deel van het projectgebied wordt gebruikt van groenblauwe landschappelijke elementen dat de ecologische waarden kan versterken
Inrichting is in samenhang met bestaande groenblauwe inrichting op buurtniveau
Er is geen sprake van een buurt
Creatie van habitat voor gebouw bewonende soorten
Het inkoop- en transformatorstation zijn gesloten bouwwerken
Gevolgbeperkingen overstromingen Schade voorkomen bij overstroming (c0,2m) moet schade worden voorkomen aan gebouwen, elektrische installaties en hoofdwegen
Schade beperken bij overstroming c0,5m door maatregelen te nemen, mits deze doelmatig zijn
Bescherming vitale functies (overstroming ^,0m)
In het gebied is de kans op overstroming relatief klein (eens per 100.000 jaar)15. De elektrische installaties (trafo’s, inkoopstation en kabels16) zijn waterdicht Momenteel worden geen maatregelen voorbereid voor een dergelijke overstroming, aangezien de kans hierop klein is en de maatregelen gezien de omvang van het zonneveld niet doelmatig zullen zijn. De vitale functie ‘energievoorziening’, de zonnepanelen bijbehorende infra
14 Sianalerinaskaarten Bodem en Ondergrond 15 Thema Overstromingen I Klimaatatlas Zuid-Holland 16 Stedin (2024). Voorwaarden en richtlijnen. Link: Voorwaarden en richtlijnen I Stedin
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 49
PONDERA
wordt beschermd door waterdichte coatings, de transformatoren moeten aan ontwerpeisen voldoen voor waterdichtheid17 Schuilen en evacueren (overstroming c0,5m)
Er zijn geen personen aanwezig in projectgebied
6.10.3 Conclusie Het projectvoornemen draagt bij aan klimaatadaptieve doelstellingen door toevoeging van groenelementen. Tevens wordt waterafvoer door het in stand houden van bestaande watergangen en toegang van regenwater tot de bodem, meegenomen in het landschappelijk ontwerp. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld en EOS sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.11 6.11.1
Licht
Kaders Beleidskaders Beleidskader Zonne-energie Lansingerland Hier wordt vereist dat er rekening moet worden gehouden met verkeersveiligheid. Zonnepanelen langs infrastructurele lijnen mogen geen negatief effect hebben op de verkeersveiligheid. Juridische kaders Omgevingswet en Besluit kwaliteit leefomgeving Lichthinder is een thema dat gemeenten moeten afwegen. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn geen instructieregels opgenomen voor lichthinder. Wel maakt het onderdeel uit van een ‘evenwichtige toedeling van functies en locaties’ en kan het daarvoor toch noodzakelijk zijn om aandacht te besteden aan lichthinder. Besluit activiteiten leefomgeving In artikel 4.790 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen.
6.11.2 Toetsing Een mogelijk ruimtelijk effect van zonnepanelen op de omgeving is de reflectie van zonlicht. De meeste inkomende zonnestralen die op zonnepanelen terecht komen worden geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. Echter, omdat de bovenste laag van de panelen van glas zijn gemaakt, zal een deel van het zonlicht ook worden gereflecteerd. Deze schittering op omliggende objecten komt vooral voor bij zonsopgang en zonsondergang, wanneer de zon haaks op de panelen staat. Het licht dat op een zonnepaneel valt, wordt in één specifieke richting weerkaatst omdat een zonnepaneel een glad oppervlak heeft. Dit reduceert de aantal invalshoeken waarbij overlast ervaren kan worden van het licht.
17 Ontwerpcriteria inkoopstation.pdf
Bijlage 2. Onderbouwing BOPA 724110 | Zonneveld Munnikenpark | V1 | Pagina 50
PONDERA
Onderzoek bij een ander grootschalig zonneveld heeft uitgewezen dat de reflectie van zonnepanelen lager is dan het achtergrondlicht van de zon zelf18. In ditzelfde onderzoek wordt ook aangegeven dat de hoeveelheid lichtreflectie op een zonneveld lager is dan de reflectie van (vlak) water. Dit komt onder meer doordat moderne zonnepanelen zijn voorzien van anti-reflectieve coatings, die de lichtreflectie beperken en daarmee het rendement vergroten. Dat is ook het geval voor de panelen bij het beoogde zonneveld. De oriëntatie van de panelen speelt een belangrijke rol. Bij oriëntatie van de panelen in de richting van bijvoorbeeld omliggende woningen of passerend verkeer, kan schittering als hinderlijk worden ervaren. De stand van de zon en de oriëntatie van de panelen bepalen de voornaamste schitteringsrichting. In onderhavig zonneveld worden de panelen ondereen lichte hoek geplaatst, waardoor enige reflectie gedurende de dag voornamelijk in verticale richting is en daardoor minimale overlast geeft voor omwonenden of passanten. De beoogde zuid-opstelling van de zonnepanelen zou een schittering kunnen veroorzaken richting de Munnikenweg; door de opstelling van de panelen in een hoek wordt het verstrooide licht laag aan de grond gereflecteerd.
Groene elementen en bosschages kunnen deze minimale schittering blokkeren en voegen daarnaast toe aan de landschappelijke inpassing van het zonneveld. Om deze redenen is hinder op omwonenden of wegpassanten door lichtschittering geheel afwezig of verwaarloosbaar. 6.11.3 Conclusie Uit het oogpunt van schittering zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonneveld sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.