CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.03610] Leefomgevingsfoto Lansingerland

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Lansingerland 2.0 (diverse amendementen)31.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

8.3.6

Grondwaterbeschermingsgebieden In de gemeente Lansingerland zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden rondom bronnen voor drinkwater gelegen.

8.4

Referentiesituatie In de referentiesituatie zal het bodem-, water- en ondergrondsysteem van de gemeente Lansingerland naar verwachting verder onder druk komen te staan wanneer er geen aanvullende maatregelen worden getroffen. De bodemsamenstelling blijft grotendeels hetzelfde, met kleigronden en enkele veengronden die gevoelig zijn voor zetting en bodemdaling. Deze processen zullen, door natuurlijke invloeden en menselijke activiteiten zoals grondwateronttrekking en verstedelijking, in omvang toenemen. Vooral in gebieden met veengrond kan oxidatie van organisch materiaal leiden tot onomkeerbare bodemdaling en een verhoogde CO2-uitstoot. Door de toenemende vraag naar ruimte voor landbouw, glastuinbouw en bebouwing, zal het bodemgebruik intensiever worden, wat leidt tot verdere uitputting, of verarming van de bodem. Dit verhoogt de kans op verzilting, verminderde bodemkwaliteit en afname van het draagvermogen. 59

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

De waterkwaliteit zal in de toekomst verder verslechteren door de aanhoudende invloed van meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere verontreinigingen vanuit de landbouw en glastuinbouw. De kwaliteit van oppervlaktewateren, zoals de Rotte en Rottemeren, zal hierdoor onder de gewenste normen blijven. Daarnaast kunnen langdurige droogteperiodes, veroorzaakt door klimaatverandering, het waterpeil verder doen dalen en de problemen rondom waterkwaliteit en grondwateraanvulling versterken. Het watersysteem zal door bodemdaling en toenemende regenval onder druk komen te staan. Regionale watersystemen zullen steeds meer moeite hebben om water op een efficiënte manier af te voeren, wat leidt tot een verhoogd risico op wateroverlast en overstromingen. Zonder maatregelen kan het beheer van waterpeilen en waterkwaliteit in de polders moeilijker worden, wat negatieve gevolgen heeft voor zowel stedelijke als landelijke gebieden. De gemeente kent relatief veel gebieden met potentiële bodemverontreiniging. Daar komt bij dat er steeds meer aandacht komt voor PFAS in de bodem. Bodemverontreiniging zal zonder maatregelen niet verdwijnen.

8.5

Trends en ontwikkelingen ^

Bodemdaling en de gevolgen voor infrastructuur: In veengebieden, waaronder grote delen van WestNederland, veroorzaakt bodemdaling ernstige verzakkingen van gebouwen, dijken en wegen. Volgens Deltares zakt de bodem in sommige gebieden met 1 tot 2 cm per jaar, wat jaarlijkse kosten van ruim C 1 miljard met zich meebrengt. Dit leidt tot hogere onderhouds- en herstelkosten, terwijl de effecten van bodemdaling toenemen door droogteperiodes en lage grondwaterstanden.

^

Verslechterende waterkwaliteit door landbouw en stedelijke activiteiten: Diffuse vervuiling vanuit landbouw, zoals meststoffen en pesticiden, blijft een groot probleem voor waterkwaliteit. In stedelijke gebieden is de druk op riolering en waterzuivering hoog door verstening en hevigere regenbuien. Het RIVM constateerde dat in 2022 slechts 38% van de waterlichamen in Nederland de gewenste ecologische kwaliteit had bereikt, wat negatieve gevolgen heeft voor biodiversiteit en drinkwaterwinning.

^

PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in de bodem: Er is in het afgelopen decennium meer aandacht ontstaan voor de aanwezigheid van PFAS in het milieu. Sinds 2018 is bekend dat PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) zijn een groep synthetische chemische verbindingen die vanwege hun water-, vet­ en vuilafstotende eigenschappen breed worden toegepast in industriële processen en consumentenproducten (oa. pannen, regenjassen, douchegordijnen). Deze stoffen zijn zeer persistent, breken nauwelijks af in het milieu en kunnen zich ophopen in de bodem, het water en levende organismen. Hierdoor worden ze ook wel 'forever chemicals' genoemd. Blootstelling aan PFAS wordt in verband gebracht met diverse gezondheidseffecten, waaronder verminderde leverfunctie, een verhoogd risico op kanker en hormoonverstoringen. Vanwege hun toxiciteit en wijdverspreide aanwezigheid vormen PFAS-bodemverontreinigingen een belangrijke uitdaging voor milieubeheer en volksgezondheid. (Provincie Zuid-Holland, 2024) (RIVM, 2024).

60

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

8.6

antea'group

Beoordeling

Huidige situatie In de huidige situatie bevindt de gemeente Lansingerland zich in een licht negatieve toestand op het gebied van bodem, water en ondergrond. De bodemsamenstelling is over het algemeen geschikt voor landbouw, maar kleigronden vertonen een zekere gevoeligheid voor zetting en inklinking, vooral door menselijke invloeden zoals grondwateronttrekking. De waterkwaliteit is redelijk, maar kampt met problemen door landbouwvervuiling, zoals het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Het watersysteem functioneert redelijk goed, hoewel er uitdagingen zijn door bodemdaling en verhoogde mate van regenval. De regionale watersystemen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen. Referentiesituatie In de referentiesituatie zal de druk op het bodem-, water- en ondergrondsysteem toenemen en wordt hierdoor negatiever beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie. Bodemdaling, voornamelijk door klei- en veengronden, zal verder toenemen naar verwachting, vooral in combinatie met grondwateronttrekking en de verstedelijking in de gemeente en de regio. Dit zal leiden tot een verhoogd risico op CO2-uitstoot en schade aan infrastructuur en mogelijk gebouwen.

De waterkwaliteit zal, indien er geen mitigerende maatregelen worden genomen, verder verslechteren door de aanhoudende belasting van meststoffen, bestrijdingsmiddelen en verontreiniging uit de landbouw. Tegelijkertijd moeten de KRW-doelstellingen worden gehaald en vraagt dit dus ook om verdere maatregelen. Bovendien zullen de waterpeilen en de capaciteit van het watersysteem verder onder druk komen te staan door klimaatverandering, wat het risico op wateroverlast en overstromingen vergroot. Daarbij komt dat Lansingerland relatief veel bodemverontreiniging kent en naar verwachting zal hier in de toekomst ook meer aandacht voor komen, bijvoorbeeld in het kader van PFAS, of het Europese bodembeleid. Dit vraagt meer inzet in de toekomst. De referentiesituatie is zodoende over het algemeen slechter beoordeeld.

61

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

9.

Klimaatadaptati e

9.1

Introductie

antea'group

Klimaatverandering, zoals hittestress, wateroverlast en droogte heeft impact op mens, dier en leefomgeving. Hoe wij omgaan met de effecten van klimaatverandering betreft klimaatadaptatie. Dit hoofdstuk richt zich op de beoordeling van hittestress, wateroverlast en droogte. De beoordeling van hittestress richt zich op de mate waarin de regio gevoelig is voor verhoogde temperaturen. Wateroverlast wordt beoordeeld in verband met zware regenval. Droogte wordt beoordeeld door te kijken naar de impact op de watervoorziening en de landbouw. Hogere temperaturen kunnen leiden tot uitdroging, oververhitting en, in ernstige gevallen, hitteberoertes, die vooral gevaarlijk zijn voor kwetsbare groepen. Langdurige hitte verhoogt ook de belasting van het hart en de ademhalingswegen. Daarnaast kan een hoge stedelijke temperatuur de luchtkwaliteit verslechteren door een toename van ozon en fijnstof, wat de kans op luchtweginfecties vergroot. Wereldwijd zijn hittegolven dan ook de natuurrampen die de meeste slachtoffers maken. Hoewel in Nederland de oversterfte bij hitte de afgelopen 70 jaar is afgenomen, is het belangrijk alert te blijven op de effecten van hitte in een toenemend warm klimaat (Ministerie van I&W, 2019).

In stedelijke gebieden kan de concentratie van verhard oppervlak leiden tot extra verhoogde temperaturen, wat gezondheidsrisico's met zich meebrengt en de leefbaarheid vermindert. Daarnaast zorgt het stedelijk hitte-eiland effect ook voor een extra vraag naar koeling, en dus energie, wat mogelijk tot overbelasting van het stroomnet en extra uitstoot van broeikasgassen leidt. Inzet van koeling binnenshuis zorgt op zijn beurt ook voor verwarming buitenshuis. Airconditioners verplaatsen de warmte vanuit een gebouw naar de directe buitenomgeving, wat het hitte-eilandeffect in steden extra versterkt. Dit effect is met 's nachts groot en kan voor een stedelijke temperatuur zorgen die enkele graden warmer is dan in buitenstedelijke gebieden (AMS, 2021, AMS Institute - Cooling systems can increase city temperatures during extreme heat events). Thema

Aspecten

Klimaatadaptatie

Hittestress Wateroverlast Droogte

9.2

Beleids- en beoordelingskader Europese Green Deal en klimaatadaptatiestrategie De EU moet in 2050 volledig in staat zijn zich aan te passen aan de effecten van de klimaatverandering. Om dit te bereiken is, in het kader van, in 2021 een nieuwe klimaatadaptatiestrategie ontwikkeld. Deze strategie moet ervoor zorgen dat de EU maatschappelijk en economisch weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Denk hierbij aan teruglopende oogstopbrengst door toenemende droogte of oversterfte door extreme hitte. Met de Europese Green Deal moet Europa schoner, gezonder en klimaatneutraal worden door anders te gaan produceren en consumeren. De Europese Green Deal is de groeistrategie van de EU. Dit pakket beleidsinitiatieven kwam er in 2019 en zet de EU op weg naar een groene transitie, met als einddoel klimaat-neutraliteit in 2050. De Green Deal vormt de bijdrage van de EU aan de Overeenkomst van Parijs. Die overeenkomst is zelf eerst bekrachtigd door de EU en alle lidstaten, en heeft als doel de opwarming van de aarde op maximaal 1,50C te houden ten opzichte van vóór het industriële tijdperk. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De rijksoverheid heeft in het Deltaprogramma als 'overall' doel geformuleerd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust (veilig voor overstromingen) moet zijn.

De NAS is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Het nationaal Deltaprogramma helpt Nederland klimaatbestendig te maken. Het programma bevat maatregelen tegen overstromingen, voor voldoende zoetwater en voor de inrichting van een klimaatbestendig Nederland.

62

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Bijvoorbeeld door dijken te versterken, de watervoorraad in het IJsselmeer te vergroten en door wadi's in wijken aan te leggen tegen wateroverlast bij extreme regenbuien. Klimaatadaptatiestrategie Zuid-Holland Met Weerkrachtig Zuid-Holland heeft de provincie in 2018 een klimaatadaptatiestrategie gepresenteerd. In lijn met het rijksbeleid heeft de provincie Zuid-Holland de ambitie om klimaatbestendig te zijn in 2050. De strategie geeft richting aan de inzet van de provincie Zuid-Holland op het gebied van klimaatadaptatie en bodemdaling. Daarbij zet de strategie in op 6 doelen. Deze doelen zijn: toekomstbestendige bebouwing, robuuste infrastructuur, een groene leefomgeving, waardevol water, een adaptieve economie en veerkracht bij weersextremen. Convenant klimaatadaptief bouwen De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van nieuwe woningen. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen meteen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit.

9.3

Huidige situatie

9.3.1

Hittestress Door de aanwezigheid van grote kassen bij glastuinbouwbedrijven is er relatief veel sprake van het zogeheten 'hitte-eiland effect'. Dit effect geeft het verschil in temperatuur aan tussen gebieden die hitte vasthouden en het buitengebied op een warme dag. Meestal wordt bij het hitte-eiland effect gesproken over de warmte die steden vasthouden op warme dagen. In bebouwde omgevingen houden de verharde wegen en stenen gebouwen warmte vast, die lang blijft hangen en zorgt voor een hogere temperatuur dan men buiten de stad vindt. In de gemeente Lansingerland treedt dit effect ook op tussen de vele kassen. Door de aanwezigheid van veel glas in de dicht bij elkaar geplaatste kassen is er weinig kans voor de hitte om te ontsnappen op warme dagen. Dit is te zien in de kaart van het gemiddelde stedelijk hitte-eiland effect in de zomer. Het hitte-eiland effect is in de gemeente Lansingerland buiten de bevolkingskernen het hoogst. Op sommige locaties leidt dit zelfs tot een temperatuur die gemiddeld meer dan 2 graden hoger is dan in onbebouwd gebied, op hete dagen kan dit zelfs oplopen tot 7 of 8 graden Celsius. Dit hitte-eiland effect heeft effect op de temperatuur in de nabijgelegen bewoonde gebieden. In Figuur 9-1 is namelijk te zien dat de bebouwing het dichtst bij de glastuinbouw gelegen een iets hogere temperatuur heeft op hete dagen.

63

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Figuur 9-1 Stedelijk hitte-eiland effect. (Bron: RIVM, 2020)

9.3.2

Wateroverlast Als gevolg van de stijgende temperaturen zullen extreme regenbuien in de toekomst vaker voorkomen. Daarnaast neemt als gevolg van de stijgende zeespiegel en een dalende bodem het risico op overstromingen toe. Intense neerslag kan leiden tot wateroverlast, waarbij het afvoersysteem het water niet snel genoeg kan verwerken. Dit kan schade veroorzaken aan eigendommen en kan de veiligheid van bewoners in gevaar brengen. Wateroverlast vormt een wezenlijk risico voor de gemeente Lansingerland. Gelegen relatief dichtbij zee en op laag liggende, vochtige bodem is de gemeente kwetsbaar voor wateroverlast. In bebouwde gebieden met relatief veel verharding is het risico op wateroverlast bij piekbuien extra groot. Onderstaand figuur toont de waterdiepte bij een bui van 70 mm per 2 uur. Een bui van die intensiteit komt ongeveer eens in de honderd jaar voor. Op sommige plaatsen kan meer dan 15-20 mm water op straat blijven staan. Dit kan leiden tot overlast door het onderlopen van kelders of parkeergarages of doordat wegen onbegaanbaar worden. In het 'Convenant Klimaatadaptief Bouwen' van de provincie Zuid-Holland, waarbij de gemeente Lansingerland zich heeft aangesloten, is het uitgangspunt een piekbui waarbij 70 mm regen in één uur valt. De verwachte overlast is bij zo een bij nog groter. Er is echter nog geen kaartmateriaal beschikbaar dat uitgaat van dat scenario.

Wanneer wateroverlast lang aanhoudt en het grondwaterpeil langdurig te hoog is kan dat ook leiden tot problemen. Mogelijke gevolgen van hoge grondwaterstand zijn onder andere: overstromingen en andere wateroverlast, 'verdrinken' van gewassen, bomen en planten, verlies aan draagkracht van de bodem, bodemerosie, verlies aan vruchtbare grond door afvloei van mineralen en bodemfauna en verspreiding van grondwaterverontreinigingen.

64

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

ZtVŕT)ilUİţťn

WATERDIEPTE BIJ 2 PIEKBUIEN WATERDIEPTE (CM)

] Kilometers

Esn fíedeHanį: Klirnaàteffeçlaáas OellareîTEsn Nee

jmrnonity Klap Cootnbutcns

Figuur 9-2 Maximale waterdiepte bij een extreme bui met 70 mm neerslag in 2 uur (1:100). (Bron: Klimaateffectatlas, 2021)

Geen significante overstromingskans Extreem kleine kans: í 1/30.000 per jaar Zeer kleine kans: 1/3.000 tot 1/30.000 per jaar Kleine kans: 1/300 tot 1/3.000 per jaar Middelgrote kans: 1/30 tot 1/300 perjaar Grote kans: > 1/30 per jaar

Figuur 9-3 Overstromingskans in 2050. (Bron: Klimaateffectatlas, 2021)

9.3.3

Droogte Door langdurige periodes van droogte dalen de grondwaterstanden. Voor agrarische gebieden kan dit leiden tot gewasderving, voor natuurgebieden leidt dit tot risico op natuurbranden. Ook kan droogtegevoelige (vochtminnende) natuur verloren gaan door langdurige structurele watertekorten. Dalende grondwaterstanden vergroten de doorluchting van de bodem. Bij lage grondwaterstanden komen veengronden in aanraking met lucht. 65

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Hierdoor treedt veenoxidatie op. Veenoxidatie is een proces waarbij veengronden oxideren door blootstelling aan lucht en zuurstof. Als gevolg van die oxidatie klinkt de bodem in, met bodemdaling en mogelijk schade aan infrastructuur en funderingen als gevolg. Afhankelijk van de grondwaterstand kan veengrond 5 tot 15 mm per jaar inklinken als gevolg van oxidatie. Daarnaast zorgt veenoxidatie ook voor extra uitstoot van broeikasgassen die eerder zijn vastgelegd in de veenbodem. Veen is ten slotte organisch materiaal, waarin CO2 is 'opgeslagen'. Dalende grondwaterstanden kunnen ook leiden tot problemen in stedelijk gebied. Als de grondwaterstand daalt kunnen funderingen droog komen te staan. Bij houten funderingen kan dit leiden tot paalrot. Op onderstaande kaart is te zien dat de risico's door droogte in de gemeente voornamelijk 'laag' en 'matig' zijn.

Figuur 9-4: Droogtestress in 2050. (Bron: Klimaateffectatlas, 2017)

9.4

Referentiesituatie Zonder aanvullende maatregelen zal de referentiesituatie voor klimaatadaptatie in Lansingerland leiden tot aanzienlijke uitdagingen. Het hitte-eiland effect, veroorzaakt door de grote concentratie glastuinbouw en verharde oppervlakken, zal zorgen voor aanhoudend hogere temperaturen, met negatieve gevolgen voor gezondheid, energieverbruik en luchtkwaliteit. Extreme regenval die ook nog eens vaker voor kan komen, mede door klimaatverandering, zal vaker leiden tot wateroverlast in bebouwde gebieden. Straten, kelders en parkeergarages kunnen onder water komen te staan, en een stijgende zeespiegel verhoogt het risico op overstromingen. Tegelijkertijd leidt droogte tot dalende grondwaterstanden, wat gewasschade, bodemdaling en funderingsproblemen veroorzaakt, vooral in gebieden met veengrond. Deze problemen kunnen zich steeds vaker en heftiger voordoen naarmate de klimaatverandering vordert, zonder dat de huidige leefomgeving voldoende weerstand biedt om deze risico's te beperken.

9.5

Trends en ontwikkelingen ^

Toename van wateroverlast door extreme neerslag: Klimaatverandering zorgt voor intensievere en frequentere regenbuien, wat leidt tot wateroverlast in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Volgens het KNMI is het aantal dagen met zware neerslag sinds 1950 met ruim 30% toegenomen. Dit legt druk op

66

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

riolering en infrastructuur, met name in verstedelijkte gebieden waar verharding waterinfiltratie belemmert. ^

9.6

Hittestress in stedelijke gebieden groeit: Door toenemende verstedelijking en klimaatverandering nemen periodes van extreme hitte toe. Stedelijke gebieden zijn kwetsbaar door de concentratie van bebouwing en asfalt, wat leidt tot hogere temperaturen (stedelijk hitte-eiland-effect). In 2022 registreerde het RIVM in steden temperaturen die 4-7 graden hoger lagen dan in omliggende groene gebieden, met negatieve effecten op de volksgezondheid.

Beoordeling

Huidige situatie Alle aspecten onder het thema klimaatadaptatie zijn als licht negatief beoordeeld. In de huidige situatie ondervindt Lansingerland namelijk al verschillende klimaatgerelateerde uitdagingen, zoals het hitte-eiland effect, wateroverlast en droogte. Het hitte-eiland effect is aanwezig door de grote concentratie van glastuinbouw en verharde oppervlakken, wat de temperatuur op warme met enkele graden kan verhogen ten opzichte van het buitengebied. Dit veroorzaakt negatieve effecten op de gezondheid van kwetsbare groepen, de luchtkwaliteit en de leefomgeving. Daarnaast kan dit effect kan leiden tot een verhoogde vraag naar energie voor koeling, wat het risico op overbelasting van het stroomnet vergroot. Door intensievere regenbuien is er een toenemend risico op wateroverlast, vooral in bebouwde gebieden met veel verharding. In piekbui-scenario's kunnen straten en kelders onder water komen te staan. Het risico wordt verergerd door de stijgende zeespiegel en bodemdaling, die de waterafvoer en waterveiligheid verder onder druk zet. Droogte kan eveneens problematisch zijn, met dalende grondwaterstanden die gewasderving en veenoxidatie veroorzaken, wat leidt tot bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen. Referentiesituatie In de referentiesituatie zullen de klimaatgerelateerde problemen waarschijnlijk verergeren, waardoor deze negatiever zijn beoordeeld.

Het hitte-eiland effect zal toenemen door de groei van de verstedelijking en glastuinbouw, wat zorgt voor nog hogere temperaturen, verhoogde gezondheidsrisico's en een grotere belasting van het stroomnet. Zonder ingrijpende maatregelen zullen extreme regenbuien vaker leiden tot wateroverlast, met risico voor schade aan bebouwing en infrastructuur. De zeespiegelstijging en bodemdaling zullen het risico op overstromingen verder vergroten. Droogte zal intensiever en frequenter optreden, wat leidt tot grotere verliezen in de landbouw en versnelde bodemdaling door veenoxidatie, wat nog meer CO2-uitstoot veroorzaakt en de waterkwaliteit verstoort. Als er geen maatregelen genomen worden, zal de bestaande bebouwing en infrastructuur onvoldoende bestand zijn tegen deze toenemende klimaatrisico's.

67

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

10.

Ecologie

10.1

Introductie

antea'group

Ecologie heeft betrekking op de biodiversiteit en de bescherming van natuurgebieden. Dit hoofdstuk behandelt de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, opgericht om de biodiversiteit te behouden. In Nederland omvat dit netwerk 162 gebieden, zowel op land als op zee, die specifieke dieren, planten en hun natuurlijke leefomgevingen beschermen. Het belang van Natura 2000 ligt in het behoud van zeldzame en bedreigde soorten en habitats, wat bijdraagt aan de ecologische stabiliteit en het behoud van natuurlijke rijkdommen voor toekomstige generaties. Het Natuurnetwerk Nederland is een nationaal netwerk van beschermde natuurgebieden dat aansluit op Natura 2000. Het doel is om ecologische verbindingen te creëren en de kwaliteit van natuurgebieden te verbeteren, zodat flora en fauna zich kunnen ontwikkelen en verspreiden. Dit netwerk is van belang omdat het bijdraagt aan het behoud en herstel van biodiversiteit, het versterken van ecologische processen en het bieden van recreatiemogelijkheden voor de samenleving. Biodiversiteit verwijst naar de variëteit aan leven op aarde. Een hoge biodiversiteit draagt bij aan ecologische stabiliteit, veerkracht en het leveren van ecosysteemdiensten zoals voedselproductie en waterzuivering.

Het belang van biodiversiteit ligt in het feit dat het de basis vormt voor gezonde ecosystemen die essentieel zijn voor het welzijn van de mens en het milieu. De beoordeling van deze aspecten biedt inzicht in de natuurwaarden in de regio en de potentiële risico's voor ecologische doelstellingen. Thema

Aspecten

Ecologie

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit

10.2

Beleids- en beoordelingskader Europese Green Deal en EU-biodiversiteitsstrategie Als uitwerking van de Europese Green Deal is een EU-biodiversiteitsstrategie opgesteld. Het biodiversiteitsbeleid van de EU is erop gericht om voor 2030 een halt toe te roepen aan het verlies van biodiversiteit en ecosystemen en herstelmaatregelen te starten. De EU streeft ernaar ten minste 30% van het land- en zeegebied in de EU te beschermen en aangetaste ecosystemen te herstellen. Dit omvat het verminderen van pesticidengebruik met 50%, het aanplanten van 3 miljard bomen en het besteden van 20 miljard euro per jaar aan biodiversiteit (bevordering, bescherming en herstel). Daarnaast legt de in 2024 aangenomen Natuurherstelwet bindende doelen vast voor het herstellen van habitats, bestuivers en ecosystemen in de EU. Het beleid wordt ondersteund door bestaande wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn (Natura 2000) en de Kaderrichtlijn Water (bron: Europese Raad, 2020). Beschermde gebieden Omgevingswet De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De Wet natuurbescherming is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit.

In de Omgevingswet wordt met betrekking tot natuurbescherming van soorten, bescherming van gebieden en bescherming van houtopstanden. Het kader voor het Natura 2000 beheerplan en voor vergunningverlening is hetzelfde ten opzichte van de Wet natuurbescherming. Natura 2000 gebieden Specifieke Natura 2000-gebieden, zijn beschermd op basis van Europese richtlijnen. Voor deze juridisch beschermde gebieden gelden per gebied specifieke instandhoudingsdoelen voor de natuurlijke habitats en flora en fauna. Aantasting en/of verstoring van Natura2000-gebieden is niet zondermeer toegestaan. Als effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten dient een zogenaamde Passende Beoordeling te worden opgesteld. Als

68

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

negatieve effecten niet passend beoordeeld kunnen worden dient een zogenaamde ADC-toets doorlopen te worden waarin dient te worden gemotiveerd dat het effect onvermijdelijk is omdat er geen alternatieven bestaan (A), de activiteit van dwingend openbaar belang is (D) en het effect volledig gecompenseerd wordt (C). Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden behorend tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) zijn beschermd via regelgeving onder de Wet ruimtelijke ordening. Het rijksbeleid ten aanzien van de begrenzing en de bescherming van het NNN is vastgelegd in de Nota Ruimte. Aantasting en/of verstoring van NNN-gebieden is niet zondermeer toegestaan. Als effecten optreden dient een zogenaamde Nee-Tenzij afweging te worden gemaakt waarin dient te worden gemotiveerd dat het effect onvermijdelijk is omdat er geen alternatieven bestaan, de activiteit van zwaarwegend maatschappelijk belang is en het effect volledig wordt gecompenseerd wordt, middels een compensatieplan.

10.3

Huidige situatie

10.3.1

Natura 2000 Binnen het grondgebied van de gemeente Lansingerland liggen geen Natura 2000-gebieden, wel zijn verschillende Natura 2000-gebieden in de omgeving gesitueerd. De natuurgebieden 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', 'De Wilck', 'Boezems Kinderdijk' en 'Donkse Laagten' zijn niet stikstofgevoelig. De Natura 2000-gebieden 'Meijendel & Berkheide', 'Westduinpark & Wapendal' en 'Solleveld & Kapittelduinen' bij de Noordzeekust zijn wel stikstofgevoelig, deze liggen respectievelijk op circa 13, 15 en 16 kilometer. Ten oosten ligt verder het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' op circa 13 km.

Figuur 10-1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente.

10.3.2

Natuurnetwerk Nederland In het zuidwesten van de gemeente zijn gronden gelegen die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het betreft natuur- en recreatiegebied Schieveen. Dit gebied loopt door richting het westen in de gemeente Rotterdam. Bij de N209 is verder nog een ecologische verbindingszone beoogd in het Triangelpark.

69

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

ļ Bestaande en nieuwe natuur Ecologische verbinding

Morrkiprlli

Ztrènhuizti

Kilometers

'ommunity Map Contributors

Figuur 10-2: NNN-gebieden in en in de directe omgeving van de gemeente.

10.3.3

Biodiversiteit Op de kaart wordt voor heel Nederland de geschatte soortendiversiteit per kilometerhok in klassen weergegeven, op basis van gegevens van de laatste 10 jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen (vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels). In de kaart is gecorrigeerd voor het effect dat er niet op elke locatie even intensief wordt waargenomen. De kaart geeft relatieve en geen absolute soortenaantallen in klassen weer, waardoor relatief soortenrijke gebieden worden onderscheiden van relatief soortenarme gebieden op basis van de zeven belangrijke soortgroepen.

70

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

n

i - iūū

D 101 - 200 n 201 - 300 n 301 -400 B 401 - 500 B 501 - 600 B 601 - 700 B 3* 700

De meest soortenrijke gebieden liggen in het zuidwesten van de gemeente, overeenkomend met de daar liggende NNN-gebieden. Relatief soortenarme gebieden op deze kaart zeggen niets over het wel of niet voorkomen van beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming.

10.4

Referentiesituatie Gezien de hoge mate van bescherming vormen de Natura 2000-gebieden in de omgeving een vaststaand gegeven in de autonome situatie, hetzelfde geldt voor de NNN-gebieden. Door natuurherstel en het schoner worden van verkeer worden natuurwaarden naar verwachting versterkt. Stikstofdepositie van de bestaande woningen en bedrijven vormt geen belemmering, aangezien dit is opgenomen in de achtergrondconcentratie. De realisatie van de beoogde ecologische verbindingszone in het Triangelpark, nabij de N209 kan een positieve ontwikkeling teweegbrengen in het natuurnetwerk.

10.5

Trends en ontwikkelingen ^

Aanhoudend biodiversiteitsverlies: Ondanks herstelprogramma's blijft biodiversiteit in Nederland onder druk staan door verstedelijking, intensieve landbouw en versnippering van natuurgebieden. Rond de eeuwwisseling was slechts 15% van de biodiversiteit over die Nederland ooit kende. Vermesting, verzuring, verdroging en versnippering zijn de grootste veroorzaker van biodiversiteitsverlies. Dit verlies van biodiversiteit kan deels hersteld worden door grootschalige inzet op natuurinclusieve ontwikkelingen en regeneratieve landbouw.

71

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

10.6

antea'group

Beoordeling

Huidige situatie Het aspect Natura 2000 wordt als neutraal beoordeeld en Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit als licht positief. In de huidige situatie heeft de gemeente Lansingerland namelijk geen Natura 2000-gebieden binnen de gemeente, maar liggen er diverse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op redelijke afstand, zoals 'Meijendel & Berkheide' en 'Westduinpark & Wapendal'. Hoewel er geen stikstofgevoelige natuurgebieden binnen de gemeentegrenzen zijn, kunnen de gebieden indirect invloed ondervinden van lokale stikstofemissies. Er is sprake van een beperkte biodiversiteit, maar het zuidwesten van de gemeente, waar het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt, herbergt de gemeente relatief veel biodiversiteit. De biodiversiteit in Lansingerland lijkt gemiddeld, met relatief soortenrijke gebieden in het zuidwesten. Echter, op grotere schaal wordt de biodiversiteit in de gemeente als neutraal tot positief beschouwd. Referentiesituatie De ecologische situatie is in grote lijnen als gelijk aan de huidige situatie beoordeeld, behalve een licht positievere beoordeling voor Natuurnetwerk Nederland.In de referentiesituatie blijft het ecosysteem in de gemeente Lansingerland grotendeels hetzelfde, met behoud van de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Het gebied Schieveen, een natuur- en recreatiegebied, maakt deel uit van het NNN en biedt kansen voor natuurbehoud en -ontwikkeling. Wel wordt verwacht dat de natuurwaarden in de omgeving, mede door natuurherstelmaatregelen en schoner verkeer, zullen verbeteren. Daarentegen kan verstedelijking juist ruimte voor natuur wegnemen, als er niet natuur inclusieve maatregelen worden genomen en zet de trend van biodiversiteitsverlies naar verwachting door. De stikstofdepositie van bestaande woningen en bedrijven wordt in de achtergrondconcentratie opgenomen, wat de natuur niet verder onder druk zet. Nieuwbouw mag geen significante bijdrage leveren in stikstofdepositie. De ecologische verbindingszone in het Triangelpark zal mogelijk bijdragen aan een verbetering van het natuurnetwerk.

72

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

11.

Cultuurhistorie en archeologie

11.1

Introductie

antea'group

Cultuurhistorie en archeologie zijn belangrijke dragers van de geschiedenis en de identiteit van een plek, gemeente en regio. Dit hoofdstuk richt zich op cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden, evenals archeologische waarden. Cultuurhistorie betreft de sporen van menselijke activiteiten in het landschap, zoals historische gebouwen, landschapsstructuren en archeologische vindplaatsen. Deze elementen geven inzicht in de geschiedenis en identiteit van een gebied en zijn belangrijk voor het behoud van cultureel erfgoed. Het belang van cultuurhistorie ligt in het behoud van de geschiedenis en de identiteit en het versterken van de gemeenschapsidentiteit. Archeologische waarden omvatten materiële resten uit het verleden, zoals nederzettingen, grafvelden en artefacten. Archeologische vondsten bieden informatie over vroegere samenlevingen en dragen bij aan ons begrip van de menselijke geschiedenis. De beoordeling van deze aspecten biedt inzicht in de staat en bescherming van cultureel erfgoed en de mogelijke impact van ontwikkelingen op historisch en archeologisch waardevolle locaties. Thema

Aspecten

Cultuurhistorie

Cultuurhistorie Archeologische waarden

11.2

Beleids- en beoordelingskader Landschap algemeen Bescherming van landschappelijke waarden is niet vanzelfsprekend vastgelegd in een wet. Landschap en bescherming ervan zijn wel beschreven in diverse beleidskaders op zowel nationaal (NOVI, Visie erfgoed en Ruimte en provinciaal (Omgevingsvisie en -verordening, Leidraad Landschap en Cultuurhistorie). Hierbij heeft het Rijk de eerste verantwoordelijk voor het landschap (zoals voorheen de aanwijzing van Nationale Landschappen) overgedragen naar de provincies. Centrale aspecten in de diverse beleidskaders zijn: ^ Erkenning van bijzondere en/of zeldzame landschappelijke waarden (zowel Landschappelijke structuren als geheel als individuele elementen zoals bomen); ^ Zorgplicht ruimtelijke kwaliteit: ^ Zuinig ruimtegebruik ^ Bewuste keuze en zorgvuldige afweging van ruimtegebruik; ^ Duurzame ontwikkeling van de ruimte ^ Landschappelijke inpassing: voorkomen dan wel verminderen van negatieve ^ Effecten op landschappelijke waarden; ^ Bevorderen ruimtelijke kwaliteit/ Kwaliteitsverbetering landschap: Passende functies mogen zich ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat: bijdrage aan behoud, herstel en versterking van landschappelijke waarden.

Cultuurhistorie algemeen Bescherming van cultuurhistorische waarden is deels vastgelegd in de wet (Erfgoedwet en Omgevingswet), deels in diverse beleidskaders op zowel nationaal (NOVI, Visie Erfgoed en Ruimte) en provinciaal (Omgevingsvisie en verordening Zuid-Holland, Cultuurhistorische waardenkaart Zuid-Holland). Het rijk heeft een (groot) deel van de verantwoordelijk voor bescherming van cultuurhistorische waarden overgedragen naar de provincies en de gemeenten. Het rijk beschermt zelf (Unesco) Werelderfgoed, Beschermde stads- en dorpsgezichten en Rijksmonumenten. Het beleid is deels gericht op behoud van cultuurhistorische waarden (Erfgoedwet en Omgevingswet) deels op behoud door ontwikkeling: het behouden van cultuurhistorische waarden door er een nieuwe passende functie voor te geven (het voormalige Belvedère-beleid). Het cultuurhistorische beleid van de provincie Zuid-Holland richt zich op de bescherming en versterking van belangrijke cultuurhistorische waarden, zoals archeologische sites, monumentale landschappen en historisch

73

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

waardevolle structuren. Het beleid is gebaseerd op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die drie belangrijke thema's bevat: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Deze structuur dient als basis voor het ruimtelijke beleid en heeft als doel om provinciale erfgoedgebieden te beschermen en te integreren in ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke actiepunten van het beleid zijn onder andere het behoud van kroonjuwelen van het landschap, die als uniek en bepalend voor de identiteit van een regio worden beschouwd, en de bescherming van werelderfgoedlocaties zoals het Molengebied. De provincie stelt strikte richtlijnen op voor gebieden zoals molens, landgoederen, en kasteelterreinen, en werkt met beschermende biotopen om deze historische elementen te behouden. Deze aanpak is vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening, die regels en richtlijnen bevat voor het beheer van het culturele erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland.

11.3

Huidige situatie

11.3.1

Cultuurhistorie Lansingerland kent een rijke cultuurhistorische achtergrond die zichtbaar is in het landschap, de bebouwing en de infrastructuur. Dit gebied is sterk beïnvloed door menselijke ingrepen, met name gericht op waterbeheer en agrarisch gebruik. Deze historische ontwikkelingen hebben het gebied een herkenbare ruimtelijke structuur gegeven, die een belangrijke rol speelt in de huidige identiteit en inrichting van de gemeente. De historische achtergronden en ruimtelijke kenmerken zijn uitgebreider beschreven in de Nota Cultuurhistorie Plus van de gemeente Lansingerland (2012), waarop onderstaand overzicht is gebaseerd. Landschapsontwikkeling Het landschap van Lansingerland is in de loop der eeuwen gevormd door een opeenvolging van veenontginningen, verveningen en droogmakerijen. Vanaf de Middeleeuwen werd het gebied systematisch ontgonnen, waarbij sloten en kades werden aangelegd om het veenlandschap te ontwateren en geschikt te maken voor landbouw. Deze werkzaamheden resulteerden in het ontstaan van lange polderlinten, zoals de Noordeindseweg en Hoefweg. Vanaf de 16e eeuw leidde grootschalige turfwinning tot het ontstaan van grote veenplassen. Om deze onbruikbare wateroppervlakken te transformeren, werden vanaf de 17e eeuw droogmakerijen aangelegd.

Deze droogmakerijen, zoals de West- en Zuidpolder, kenmerken zich door hun strakke verkavelingspatronen en open landschappen. De overgang tussen de hoger gelegen linten en de lagergelegen droogmakerijen is nog steeds in het landschap waarneembaar. Historische nederzettingen De huidige kernen van Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek zijn ontstaan langs ontginningsassen in veengebied. Deze lintbebouwing ontwikkelde zich tot dorpen met een meer geconcentreerde bebouwing, vaak op hoger gelegen grond. Vanaf de 18e eeuw werden deze nederzettingen omringd door ringgrachten, die zorgden voor een eigen waterpeil. In de loop van de 19e en 20e eeuw breidden de dorpen zich verder uit, aanvankelijk langs de linten en later in de aangrenzende droogmakerijen. Met de toename van de glastuinbouw en de groei van de omliggende steden, werden de dorpen belangrijke woon- en werkplekken voor forensen. De aanwijzing van Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs als VINEX-locaties in de jaren '90 heeft geleid tot grootschalige stadsuitbreidingen. Waterbeheer en infrastructuur Waterbeheer vormt een kernaspect van de cultuurhistorie van Lansingerland. De historische waterstructuren, waaronder de Rotte, poldertochten en molengangen, hebben eeuwenlang een cruciale rol gespeeld in het drooghouden en ontwateren van het gebied.

Deze structuren zijn deels behouden gebleven en bieden inzicht in de wijze waarop het landschap functioneerde als een "watermachine". De infrastructuur binnen de gemeente is nauw verweven met de historische ontwikkelingen. Oorspronkelijk volgden de belangrijkste wegen de ontginningsassen en linten. Later werden spoorwegen, zoals de Hofpleinlijn, en snelwegen, zoals de A12, toegevoegd, die het landschap doorsneden en nieuwe verbindingen creëerden.

74

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde van Lansingerland ligt in de samenhang tussen de historische linten, droogmakerijen, waterstructuren en bebouwde kernen. Belangrijke elementen zijn: ^ De hoger gelegen historische linten, zoals de Rodenrijseweg en de Hoekeindseweg, met hun agrarische en glastuinbouwgebouwen. ^ De ringgrachten en waterstructuren, die inzicht bieden in het historische waterbeheer. ^ De monumentale bebouwing, waaronder boerderijen, molens en vroeg-industriële bouwwerken, die de ontwikkeling van de streek weerspiegelen. In onderstaande afbeelding zijn de cultuurhistorische gebieden weergegeven. CD

a cd

a

CD

a

CD

Historische polder lm ten Historische dijklinten Historische kernen Rijtjes aan straten (1950 1970) Stroken en blokken (1960-1975) Woonerven (1970-1990) Woongebieden na 1985 Woon- en werklinten in het glastuinbouwgebied Bedrijventerreinen Agrarisch gebied Recreatie- en sportgebieden

a II I 11 Ontwikkelingsgebied ÏÏ7Å Transformatiegebíed

Figuur 11-1 Cultuurhistorische gebiedenkaart (bron: Nota Cultuurhistorie Plus, 2012)

11.3.2

Archeologische waarden Lansingerland heeft een rijke archeologische geschiedenis die zich uitstrekt over meerdere tijdsperioden, van de prehistorie tot de moderne tijd. Het bodemarchief in de gemeente bevat waardevolle archeologische resten die inzicht bieden in de bewoningsgeschiedenis en landschapsontwikkeling van het gebied. Om deze archeologische waarden te beschermen en te integreren in ruimtelijke ontwikkelingen is er een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld.

75

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Bewoningsgeschiedenis en bodemopbouw De archeologische verwachting van Lansingerland is nauw verbonden met de geologische en landschappelijke kenmerken van het gebied. Tot aan de Vroege Middeleeuwen waren de bewoners voornamelijk afhankelijk van de hogere, droge plekken in het landschap vanwege de overwegend natte omstandigheden. Vanaf de Late Middeleeuwen zorgde menselijk ingrijpen, zoals ontginningen en waterbeheersystemen, voor een kunstmatige uitbreiding van de bewoningsmogelijkheden. De ondergrond van Lansingerland bevat meerdere geologische afzettingen die archeologisch relevant zijn. Zo bevinden zich binnen de eerste meters van de bodem de Hollandveen Laag, het Laagpakket van Wormer en de Gantel Laag. Dieper in de ondergrond liggen sedimenten van de Formatie van Echteld en mogelijk rivierduinen van de Formatie van Kreftenheye. Deze afzettingen zijn van belang voor het inschatten van archeologische waarden, aangezien zij gedurende verschillende perioden aantrekkelijk waren als bewoningslocaties. Archeologische verwachtingskaart De archeologische rijkdom van Lansingerland draagt bij aan het begrip van de regionale geschiedenis en de menselijke interactie met het landschap. Door middel van zorgvuldig beleid en de integratie van archeologische waarden in ruimtelijke ontwikkelingen wordt zowel het erfgoed beschermd als de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente versterkt.

Op basis van geologische analyses, historische gegevens en bekende archeologische vindplaatsen is een verwachtingskaart ontwikkeld. Deze kaart onderscheidt zones met een hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting: Hoge verwachting: Geconcentreerd rond dorpskernen en bewoningslinten die vanaf de Late Middeleeuwen zijn ontstaan. Hier bevinden archeologische waarden zich vaak direct onder de bouwvoor. Middelhoge verwachting: Toegewezen aan relatief hooggelegen afzettingen uit eerdere perioden, zoals geulsedimenten en rivierduinen. Lage verwachting: Gebieden met een beperkte archeologische potentie, zoals de dekafzettingen van de Gantel Laag. In de onderstaande beleidskaart zijn de archeologische verwachtingen weergegeven van gebieden die al onderzocht zijn. Binnen de oude kernen van Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek bevindt zich bijvoorbeeld zone met een hoge verwachting, deze komt ook al terug als Middeleeuwse stads en dorpskern in de CHS.

76

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Zone I, vindplaatsen, max. verstoring: 0m2 8. 0.30m -MV Zone II, hoge verwachting, max. verstoring: 50m2 8* 0.30m -MV Zone III, hoge verwachting, max. verstoring: 100m2 Ã 0.50m -MV Zone IV, middelhoge verwachting, max. verstoring: 500m2 8. 0.30m -MV Zone V, middelhoge verwachting, max. verstoring: 500m2 S 1.00m -MV Zone VI, middelhoge verwachting, max. verstoring: 1.000m2 ã 2.50m -MV Zone VII, middelhoge verwachting, max. verstoring: 1.000m2 81 5.00m -MV fa/teen archeologisch onderzoek a/s oppervlakte en diepte groterz/jn dan max. verstoring)

Figuur 11-2 Archeologische beleidskaart van de gemeente Lansingerland uit 2012.

11.4

Referentiesituatie In de referentiesituatie, waarin geen specifieke maatregelen worden getroffen voor cultuurhistorische en archeologische waarden, zullen deze aspecten grotendeels afhankelijk zijn van bestaande regelgeving en natuurlijke processen. Voor de cultuurhistorie betekent dit dat kenmerkende structuren, zoals polderlinten, historische waterwegen en de openheid van droogmakerijen, in principe behouden blijven zolang er geen ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Echter, bij stedelijke uitbreidingen of infrastructurele projecten kan de herkenbaarheid van deze elementen afnemen, vooral wanneer integratie van cultuurhistorische kenmerken geen expliciet aandachtspunt is. Voor archeologie geldt dat veel van de archeologische waarden in de bodem intact blijven zolang deze niet worden blootgesteld aan bodemingrepen. Het ontbreken van maatregelen kan echter leiden tot incidentele schade door onvoorziene activiteiten of natuurlijke processen, zoals erosie of verzakking. Bekende archeologische vindplaatsen in dorpskernen of langs oude bewoningslinten kunnen mogelijk worden aangetast bij stedelijke ontwikkeling, tenzij deze processen al standaard worden begeleid door archeologisch onderzoek conform bestaande regelgeving.

In gebieden met een lage archeologische verwachting zullen er naar verwachting weinig veranderingen optreden, aangezien de kans op aanwezige waarden daar al gering is. Al met al zal in de referentiesituatie veel afhankelijk zijn van de omvang en aard van ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder maatregelen is het behoud van cultuurhistorische waarden niet gegarandeerd.

77

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

11.5

11.6

antea'group

Trends en ontwikkelingen ^

Toenemende druk op cultuurhistorisch erfgoed door verstedelijking: Nieuwe bouwprojecten bedreigen cultuurhistorisch waardevolle landschappen en gebouwen. Lokale overheden signaleren dat erfgoedbescherming vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan economische belangen en woningbouw.

^

Groeiende belangstelling voor herbestemming van erfgoed: Er is meer aandacht voor de herbestemming van historische panden, zoals kerken en boerderijen, maar de kosten en complexe regelgeving belemmeren uitvoering. Dit leidt ertoe dat veel panden alsnog leeg blijven staan of worden gesloopt.

Beoordeling

Huidige situatie Zowel cultuurhistorie als archeologie worden als positief beoordeeld. In de huidige situatie heeft Lansingerland namelijk een rijke cultuurhistorie, zichtbaar in het landschap, de bebouwing en de infrastructuur. Het landschap is gevormd door een opeenvolging van veenontginningen, verveningen en droogmakerijen, die het gebied een herkenbare ruimtelijke structuur hebben gegeven. De historische nederzettingen, zoals Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek, zijn langs ontginningsassen ontstaan en kenmerken zich door lintbebouwing. Het waterbeheer speelt een cruciale rol, met oude waterstructuren zoals de Rotte en poldertochten, die een integrerend deel vormen van de cultuurhistorie van het gebied. De cultuurhistorische waarde van Lansingerland ligt in de samenhang tussen de historische linten, droogmakerijen, waterstructuren en bebouwde kernen. Dit betreft onder andere de historische linten zoals de Rodenrijseweg, ringgrachten en monumentale bebouwing, waaronder boerderijen, molens en vroeg-industriële bouwwerken. In de Lansingerlandse bodem ligt ook een rijke archeologische geschiedenis, die teruggaat tot de prehistorie. De bodem bevat waardevolle archeologische resten die inzicht bieden in de bewoningsgeschiedenis en landschapsontwikkeling.

De archeologische verwachtingskaart toont gebieden met hoge, middelhoge en lage archeologische verwachtingen, waarbij gebieden zoals de oude dorpskernen van Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek een hoge archeologische verwachting hebben. Referentiesituatie In de referentiesituatie zal het behoud van de cultuurhistorische en archeologische waarden grotendeels afhangen van beleidsambities, bestaande regelgeving, ruimtelijke ingrepen en natuurlijke processen, waardoor deze iets negatiever is beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie. De cultuurhistorische structuren, zoals polderlinten, historische waterwegen en droogmakerijen, blijven in principe behouden, tenzij ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De kans op verlies van cultuurhistorische waarde is aanwezig bij stedelijke uitbreidingen of infrastructuurprojecten indien geen expliciete aandacht wordt besteed aan het behoud van deze kenmerken. Op het gebied van archeologie is het behoud van de archeologische waarden in de bodem grotendeels gegarandeerd met regelgeving en zolang er geen bodemingrepen plaatsvinden. Echter, bij stedelijke ontwikkelingen of andere ingrepen kunnen archeologische waarden in waardevolle gebieden, zoals oude dorpskernen of bewoningslinten mogelijk worden aangetast.

Het ontbreken van specifieke maatregelen kan leiden tot schade door onvoorziene activiteiten of natuurlijke processen, zoals erosie of verzakking. Gelet op bovenstaande zijn de beoordelingen voor de referentiesituatie voor beide aspecten licht positief beoordeeld, omdat behoud niet vanzelfsprekend is zonder ambitie.

78

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

12. Energietransitie en circulariteit 12.1

Introductie De energietransitie en circulariteit zijn van belang voor het verduurzamen van de leefomgeving en het verminderen van de ecologische voetafdruk. Indirect hebben deze thema's ook invloed op de gezondheid van mens en leefomgeving. Dit hoofdstuk behandelt energieverbruik, energieopwekking, CO2-emissies en circulariteit. Energieverbruik verwijst naar de hoeveelheid energie die door huishoudens, bedrijven en industrieën wordt gebruikt. Het belang van energieverbruik ligt in het feit dat het direct bijdraagt aan de vermindering van de ecologische voetafdruk, het verlagen van energiekosten en het bevorderen van energiezekerheid. Energieopwekking betreft de productie van energie uit diverse bronnen, zoals fossiele brandstoffen, kernenergie, wind, zon en biomassa. De transitie naar hernieuwbare energiebronnen is cruciaal voor het verminderen van de ecologische voetafdruk en het bestrijden van klimaatverandering. CO2-emissies zijn de uitstoot van koolstofdioxide in de atmosfeer, voornamelijk door de verbranding van fossiele brandstoffen. Deze emissies dragen bij aan de opwarming van de aarde en klimaatverandering. Het belang van het verminderen van CO2-emissies ligt in het feit dat het essentieel is voor het beperken van klimaatverandering, het beschermen van ecosystemen en het waarborgen van een leefbare planeet voor toekomstige generaties.

In dezelfde redeneerlijn is Circulariteit een relevant thema. Circulariteit verwijst naar een economisch systeem waarin producten, materialen en grondstoffen zo lang mogelijk in de keten worden gehouden. Dit wordt bereikt door hergebruik, reparatie, refurbishing en recycling, wat leidt tot minder afval en een efficiënter gebruik van grondstoffen. De beoordeling van deze aspecten biedt inzicht in de vooruitgang richting verduurzaming en de effecten van huidige energie- en grondstoffenstromen op de regio. Thema

Aspecten

Energietransitie en circulariteit

Energieverbruik Energieopwekking CO2-emissies Circulariteit

12.2

Beleids- en beoordelingskader Klimaatakkoord en Klimaatwet Veel beleid en wet- en regelgeving op het gebied van klimaat en energietransitie is gebaseerd op internationale afspraken en EU-beleid en -richtlijnen. Zo is het Klimaatakkoord van Parijs vertaald naar de Nederlandse Klimaatwet. Doelstellingen uit het klimaatakkoord zijn: In 2030 is 70% van alle elektriciteit en minimaal 27% van alle energie (elektriciteit, gas en warmte) duurzaam opgewekt. In 2030 55% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 (streven is 60%) en in 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. " De overstap naar duurzame energie gebeurt stapsgewijs. Belangrijke stappen die Nederland wil zetten zijn: " zuiniger omgaan met energie; " van elektriciteit uit kolen naar elektriciteit uit zon en wind; " van warmte uit aardgas naar duurzame warmte, zoals aardwarmte, restwarmte en groene waterstof; " omwonenden betrekken door ze de kans te bieden om mee te denken over of mede-eigenaar te worden van lokale energieprojecten; " energieprojecten op een slimme manier inpassen in de omgeving en het landschap. Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 - 2030 De rijksoverheid heeft het streven dat Nederland in 2030 50% minder primaire grondstoffen moet gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). En in 2050 moet Nederland volledig circulair zijn.

79

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Regionale energiestrategie (RES) 1.0 De gemeente Lansingerland draagt bij aan de regionale energieopgave van 1,8 tot 2,2 Twh van de RES-regio Rotterdam Den Haag door middel van de inzet op zonne- en windenergie in afstemming met de provincie en Stedin. De zogenaamde RES 1.0 is in 2022 door de gemeenteraad vastgesteld.

12.3

Huidige situatie

12.3.1

Energieverbruik In Lansingerland is het percentage hernieuwbare energie 12%. Dit percentage gaat om energie in totaal: dus warmte en elektriciteit samen. Dit ligt iets lager dan het landelijk gemiddelde van 14,6%. Het percentage hernieuwbare energie laat zien hoeveel van onze energie uit duurzame bronnen komt, zoals zon en wind, in plaats van uit fossiele brandstoffen. Dit is belangrijk omdat hernieuwbare energie minder CO2 uitstoot, de lucht schoner houdt en landen minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen, wat helpt bij het tegengaan van klimaatverandering en het verbeteren van de energiezekerheid. In 2023 verbruikten inwoners van Lansingerland gemiddeld 790 m3 gas en 2.830 kWh elektriciteit per huishouden. Vrijstaande woningen gebruikten het meest, met een verbruik van 1.290 m3 gas en 4.420 kWh stroom, terwijl appartementen het minst verbruikten, met 500 m3 gas en 1.800 kWh stroom. De wijk Bedrijventerrein Rodenrijs verbruikte het meeste gas (1.840 m3), terwijl Bergboezem de hoogste stroomconsumptie kende (4.720 kWh). Er zit ook verschil in het verbruik tussen huurwoningen en koopwoningen. Bij de laatstgenoemde ligt het verbruik aanzienlijk hoger. Dit heeft meerdere verklaringen. Koopwoningen zijn vaak groter dan huurwoningen. Huurwoningen bevinden zich relatief vaker in stedelijke gebieden, waar het gemiddelde energieverbruik lager ligt.

Huurwoningen zijn ook relatief vaak appartementen, die veel efficiënter te verwarmen zijn dan (deels) vrijstaande woningen (CLO, 2024). Vrijstaande woningen gebruiken gemiddeld meer dan twee keer zo veel energie als appartementen.

80

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

antea'group

Het gasgebruik ligt lager dan het landelijk gemiddelde (circa 1.125 m3 gas), wat te verklaren is door de relatief nieuwe woningvoorraad met betere isolatie dan in gemeentes met een oudere woningvoorraad. Dit is ook terug te zien in het energielabel van de woningen, welke over het algemeen ook een stuk beter is dan het landelijk gemiddelde.

Het elektriciteitsverbruik in Lansingerland is echter wel hoger dan het nationale gemiddelde van 1.929 kWh. Ook hierin ligt het verbruik hoger in de koopwoningen. Het hogere elektriciteitsverbruik in koopwoningen in Lansingerland kan verklaard worden door verschillende factoren. Ten eerste zijn koopwoningen vaak groter dan huurwoningen, waardoor er meer ruimte is om te verlichten en te verwarmen, wat leidt tot een hoger energieverbruik. Daarnaast hebben eigenaren van koopwoningen vaak meer mogelijkheden om elektrische apparatuur en technologie in huis te installeren, zoals airconditioning, warmtepompen of elektrische vloerverwarming, die veel stroom verbruiken.

Gemiddeld elektriciteitsgebruik woningen Lansingerland, kwh 4.ÛÜÜ

3.120

3.200 2.400 1.600 800

0 0 Huurwoningen

0Koopwoningen |

Nederland

CBS/ABF | 2023

Figuur 12-2 Gemiddeld elektriciteitsverbruik woningen Lansingerland

12.3.2

Energieopwekking In Lansingerland zijn 50'^ van de woningen voorzien van zonnepanelen (Bron: Waarstaatjegemeente.nl/ CBS Woningen met zonnepanelen, 2023). Momenteel zijn er in Lansingerland geen operationele windturbines. Als glastuinbouwgemeente is er in Lansingerland naast elektriciteit een grote vraag naar warmte. Lansingerland ligt in de samenwerkingsregio Oostland. Een samenwerkingsverband tussen de verschillende naburige gemeentes waar ook veel glastuinbouw te vinden is. Waar kassen voorheen voornamelijk verwarmd werden door aardgas zijn glastuinbouwbedrijven aangesloten op een door restwarmte aangedreven warmtenet. Dit is het warmtenet van de B3-hoek (Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk). Sinds 2019 is een deel van dit warmtenet aangesloten op een geothermische bron. 1december 2024 is een vergunningsaanvraag voor een uitbreiding van het warmtenet op geothermie in de Noordpolder gedaan. Dit nieuwe warmtenet kan extra glastuinbouwbedrijven van duurzame warmte voorzien.

81

Leefomgevingsfoto Lansingerland Ten behoeve van Omgevingsvisie 2.0 projectnummer 0489196.100 27 januari 2025 Gemeente Lansingerland

12.3.3

antea'group

CO2-Emissies De CÜ2-uitstoot in de gemeente Lansingerland laat een dalende trend zien over de afgelopen jaren, mede dankzij energiebesparende maatregelen en de overstap naar duurzamere energiebronnen. In 2010 bedroeg de totale CO2 uitstoot bijna 950 kiloton, terwijl dit in 2021 was gedaald naar circa 740 kiloton. Deze daling weerspiegelt de inspanningen van de gemeente en betrokken partners en sectoren om de uitstoot te verminderen en een duurzame energievoorziening te realiseren. De gebouwde omgeving in Lansingerland draagt substantieel bij aan de totale CÜ2-uitstoot, met name door het gebruik van aardgas en elektriciteit in woningen en commerciële gebouwen. De gebouwde omgeving is de tweede grootste bron van CO2 uitstoot binnen de gemeente Lansingerland, na de landbouwsector en voor verkeer (regionale Klimaatmonitor, 2022). In 2021 was de uitstoot van woningen en commerciële diensten gezamenlijk goed voor een groot deel van de uitstoot binnen deze sector. Het aardgasverbruik, voornamelijk voor verwarming, en elektriciteitsverbruik dragen hieraan bij. Hoewel het elektriciteitsverbruik per huishouden is gedaald, blijft de totale uitstoot in deze sector een belangrijk aandachtspunt. De sector verkeer en vervoer levert een kleinere maar consistente bijdrage aan de totale uitstoot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=150efcb5-55f7-4104-a4ba-0f0afce333f1