CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[T25.03392] Nota van beantwoording n.a.v. zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Commissie Ruimte 7 oktober 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Lansingerland 2.021.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zowel de oostelijke als westelijke flank zorgen voor een verbinding tussen het Groene Hart en Midden-Delfland. De Landscheiding met het Annie M.G. Schmidtpark is de centrale groene as van onze gemeente. Aan de zuidzijde van de gemeente maken de Vlinderstrik, Park de Polder en het Triangelpark deel uit van respectievelijk de Schiebroekse en Boterdorpse polder. De polders liggen deels in Rotterdam en vormen de zuidelijke flank. Dit gebied staat ook wel bekend als de Noordrand Rotterdam, maar voor Lansingerland is het de Zuidrand. De Zuidrand Lansingerland 19/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

verbindt de oostelijke en westelijke flank en de centrale as. De verbinding tussen deze flanken in het noorden van de gemeente wordt gerealiseerd door oostwestverbindingen, de ribben.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, eerste zin, p. 76: ‘Het onderscheidende karakter van de vier gebieden Rottemeren, Groenzoom, Zuidrand Lansingerland en het Annie M.G. Schmidtpark moet behouden en versterkt worden.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, kopje Rottemeren, Landschapspark De Rotte, tweede alinea, eerste vier zinnen, p. 79: ‘De Rottemeren is een centrale schakel in de groenblauwe structuur van de stedelijke regio. Op basis van het plan voor het Landschapspark de Rotte wordt een stevig landschappelijk raamwerk ontwikkeld met de Rotte als blauwe ruggengraat, en groene ribben van lanen, dijken, sloten en tochten haaks daarop. Het recreatief programma wordt versterkt vanuit de invalshoek van bewegen, buiten zijn en sport, passend in het karakter van het gebied. Het gebied bestaat uit 4 zones met verschillende deelgebieden en is hoofdzakelijk toegankelijk voor langzaam verkeer, de auto is te gast.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, kopje Rottemeren, Lage en Hoge Bergse Bos/Hoeksepark, eerste alinea, p. 79 en 80: ‘Het Lage en Hoge Bergse Bos en het Hoekse Park zijn deelgebieden in zone de Bossen.

Het Hoge Bergse Bos is aangelegd op sloop- en bouwpuin uit het naoorlogse Rotterdam langs de oevers van de Rotte. Hierdoor is er een interessant hoogteverschil in het landschap ontstaan. In dit gebied is plek voor verschillende sportactiviteiten, zoals mountainbiken, klimmen en skiën. Het naastgelegen Lage Bergse Bos bestaat vooral uit bos en water en biedt mogelijkheden voor de wandelaar. De verschillende deelgebieden worden beter op elkaar aangesloten door bosontwikkeling en slim bosbeheer.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, kopje Buurtschap Rotte, p. 80. De eerste zin: ‘Buurtschap Rotte Rotte is een buurtschap aan de rand van het Lage en Hoge Bergse Bos in de oostelijke groene flank, gelegen aan de gelijknamige rivier.’ De derde zin is geschrapt (‘Ten westen van het buurtschap bevinden zich het Lage en het Hoge Bergse Bos.) Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, na het kopje Buurtschap Rotte wordt een tekst toegevoegd over de Rottezoom, p. 80: ‘Rottezoom De Rottezoom, het gebied met de open polders ten noorden van de A12, tussen N209 en de Rotte, ligt in de zone Polders. Het gebruik van de polders is overwegend agrarisch (akkerbouw). In het deelgebied Rottezoom werkt de gemeente als deelnemer in de gemeenschappelijke regeling samen met het recreatieschap aan de uitwerking van haar ambities voor een duurzame toekomst voor dit gebied.

Net als voor het Hoekse park is hier vanuit de gemeente inzet nodig (mensen en middelen) om samen met provincie, agrariërs en andere stakeholders een verkenning op te stellen die stuurt op een robuuste, ecologische en recreatieve verbinding met het Bentwoud.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, onderdeel Zuidrand, p. 81: Het kopje ‘Zuidrand’ wordt vervangen door ‘Zuidrand Lansingerland’. Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, Zuidrand Lansingerland, Triangelpark, tweede zin, p. 81: ‘Met de aanleg van de A16 wordt het gebied doorsneden door de tunnelmond A16 en wordt de recreatieve verbinding met het Hoekse park gerealiseerd.’ Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.2 Algemene koers, Zuidrand Lansingerland, Vlinderstrik, eerste zin, p. 81: ‘Natuurgebied de Vlinderstrik ligt tussen Rodenrijs en de A16 en is onderdeel van de Zuidrand Lansingerland, de groene buffer tussen Lansingerland en Rotterdam.’

20/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 13. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08071 Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft drie aanbevelingen waarmee het een bijdrage hoopt te leveren aan een duurzame, klimaatbestendige ontwikkeling van Lansingerland: 1. (Circulaire) afvalwaterketen: zie paragraaf 3.2.2 onder de ambitie een robuust verbonden watersysteem in 2050. De capaciteit van de afvalwaterketen (van inzameling tot zuivering) is op dit moment niet toereikend voor alle uitbreidingsplannen. Het is noodzakelijk om het bestaande bebouwde gebied zoveel mogelijk verantwoord af te koppelen en de mogelijkheid open te houden voor andere, innovatieve vormen van sanitatie met kansen voor een circulaire afvalketen. 2. Bodemdaling: benoemd in het kader van droogte in paragraaf 3.2.2 onder de ambitie Klimaatadaptieve gemeente in 2050. Graag een aanvulling op voor nieuwe ontwikkelingen zoals voorgesteld in de landelijke maatlat ‘Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Bij nieuwe ontwikkelingen worden randvoorwaarden gesteld om bodemdaling tegen te gaan. Hiermee worden hoge kosten voor beheer en onderhoud in de toekomst voorkomen. 3. Waterveiligheid: in Lansingerland liggen regionale waterkeringen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hierop invloed hebben.

Het hoogheemraadschap ziet graag dat waterveiligheid en de regionale waterkeringen meegenomen worden in de Omgevingsvisie 2.0. Antwoord: Ad 1). Zoals in hoofdstuk 3.3.2 van de Omgevingsvisie 2.0 staat, past de gemeente strategisch rioolmanagement toe. Dat houdt in dat het rioolstelsel op de voorziene uitbreidingen voorbereid wordt en dat rekening wordt gehouden met de toekomstige rioolbelasting. Het voorstel is om de tekst van de Omgevingsvisie 2.0 op dit punt aan te vullen. De ambitie is een waterbestendig Lansingerland; dit houdt in dat het hemelwater in Lansingerland is afgekoppeld. De gemeente verwerkt het afvalwater doelmatig met een optimale balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s. Als andere vormen van sanitatie daarbij passen, staat de gemeente daar zeker voor open. In het omgevingsprogramma zal daar meer aandacht aan worden besteed. Ad 2). Het is voorstel is om deze aanbeveling over te nemen en toe te voegen aan de Omgevingsvisie 2.0. In de Omgevingsprogramma wordt dit nader uitgewerkt. Ad 3). De gemeente heeft de volgende ambitie: “We kunnen veilig verblijven in Lansingerland”. Waterveiligheid is een onderdeel daarvan en de veiligheidsrisico’s door het veranderende klimaat zijn expliciet benoemd.

De gemeente neemt de regionale waterkeringen en polderkaden mee in het omgevingsprogramma en werkt graag samen met de waterschappen aan onze waterveiligheid. De gemeente zet de samenwerking door, ook bij het opstellen van het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen. Deze zijn onderstreept. In de ambitie (p. 28) Een robuust verbonden watersysteem in 2050 is de zin ‘De capaciteit van rioolwaterzuiveringen en van onze riolering wordt meegenomen bij de locatiekeuze voor (grootschalige) woningbouw.’ als volgt aangepast: ‘Dat houdt in dat we ons rioolstelsel op de voorziene uitbreidingen voorbereiden en rekening houden met de toekomstige rioolbelasting, en dat capaciteit van rioolwaterzuiveringen en van onze riolering wordt meegenomen bij de locatiekeuze voor grootschalige woningbouw en verstedelijking.’ In de ambitie (p. 27) Klimaatadaptieve gemeente in 2050 zijn aan de laatste alinea de volgende zinnen toegevoegd: ‘Bij nieuwe ontwikkelingen worden, conform de landelijke maatlat 'Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving', randvoorwaarden gesteld om bodemdaling tegen te gaan (zoals een restzettingseis) op basis van een levenscyclus benadering. Hiermee worden hoge beheer en onderhoudskosten, in de toekomst, voorkomen.’

21/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 14. Rijkswaterstaat d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08234 Rijkswaterstaat merkt op dat de ontwikkelingen van de gemeente op het gebied van woningbouw en economie effect zullen hebben op de verkeersafwikkelingen naar de rijkswegen. Rijkswaterstaat is beheerder van de rijkswegen A12, A13 en A16 en ziet toe op een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer. Rijkswaterstaat verlangt dat bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen een analyse wordt opgesteld van de verkeersintensiteiten waarbij de verkeerseffecten van het plan op de (aansluitingen van) rijkswegen in beeld worden gebracht. Verzocht wordt om tijdig overleg over de verkeerseffecten van genoemde ontwikkelingen. Antwoord: De gemeente hecht, net als Rijkswaterstaat, veel waarde aan een goede (auto)bereikbaarheid, verkeersveiligheid en doorstroming. Bij (grootschalige) ontwikkelingen wordt in de planvorming structureel aandacht besteed aan verkeerseffecten op het onderliggend en bovenliggend wegennet. Hiervoor wordt verkeerkundig onderzoek verricht met ondersteuning van de meest up-to-date verkeersmodellen. In het kader van bovengenoemde ontwikkelingen treedt de gemeente in een vroegtijdig stadium in overleg met Rijkswaterstaat over de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het hoofdwegennet, om zo gezamenlijk te kunnen sturen op een veilige en vlotte doorstroming van het verkeer.

Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

22/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 15. GGD Rotterdam-Rijnmond d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08168 De GGD doet enkele concrete suggesties voor aanvulling in de tekst met een toelichting (hierna integraal opgenomen behoudens bronvermeldingen staan in de zienswijze): 1. P.34: Straling: Graag de zin m.b.t. de GGD aanpassen in: Het aanvullende GGD-advies op het gebied van straling (EMV) nemen we bij elke ontwikkeling in overweging (EMV= ElektroMagnetische Velden). De GGD adviseert: Voorkom zo veel als redelijkerwijs mogelijk dat er nieuwe situaties ontstaan waarin mensen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die jaargemiddeld sterker zijn dan 0,4 microtesla. Niet alleen bij bovengrondse hoogspanningslijnen, maar ook bij elektriciteitshuisjes (transformatorhuisjes), hoogspanningsstations en ondergrondse kabels. 2. P.23: Graag toevoegen bij de tekst over schaduw: Extra aandacht wordt besteed aan het toevoegen van schaduw bij de inrichting van locaties waar kinderen spelen om hen te beschermen tegen huidkanker. De GGD adviseert tenminste 40% schaduw voor verblijfsplekken en langzaam verkeersroutes op de hoogste zonnestand (21 juni om 14:00), tenminste 60% op speelplekken en 30% op buurtniveau. De zonkracht is toegenomen en huidkanker komt zeer veel voor. De beste preventie is om vooral kinderen hiertegen te beschermen.

Schaduw is een van de maatregelen om huidkanker te voorkomen die tevens zorgt voor koelte. Op pleinen kan de zonkracht extra hoog zijn door weerkaatsing van zonlicht door tegels en muren. Schaduw van grote bomen zorgt voor zowel beperking van UV-straling als hitte. 3. P.25: Tiny houses en flexibele schil: Graag een ambitie toevoegen ten aanzien van gezondheid en milieu. De GGD adviseert: Een gezonde leefomgeving is belangrijk, ook bij tijdelijke woningen die er maar kort staan. Door rekening te houden met de locatie en de gezondheidseisen, kan men ervoor zorgen dat iedereen veilig en comfortabel kan wonen, ongeacht de duur van hun verblijf. Stel eisen aan de locatiekeuze voordat projectontwikkelaars een plan maken. Stel eisen aan luchtkwaliteit en geluidbelasting binnen een geschikte locatie: het GGD-advies is maximaal 50 dB (Lden) en 40 dB (Lnight) op de gevel met een maximale binnenwaarde van 33 dB (Lden) en slaapkamers aan de stilste zijde met goede ventilatie. Maak hiervoor geen verschil tussen permanente en tijdelijke woningen. Houd rekening met wensen van omwonenden en behoud bestaand groen en voeg groen toe; dit is rustgevend en beperkt hittestress. Ontwerp de locatie zo dat deze gezondheid bevordert en zorg voor toegang tot voorzieningen en goede fietsverbindingen. Vraag de GGD om advies bij de inrichting van een nieuwe locatie. 4.

P.30: Ten aanzien van het toevoegen van groen kan toegevoegd worden dat de gemeente ook rekening houdt met het beperken van allergie door zoveel mogelijk allergeenarm groen toe te passen. 5. P.35: Geluid: Graag de 1e alinea aanvullen: door onder andere in te zetten op ten minste een aangename, geluidsluwe, stille zijde bij woningen. 6. P.46: Energietransitie en Circulaire Economie: Zin toevoegen: Ook bij energietransitieopgaven heeft de gemeente oog voor gezondheidsaspecten. 7. P.51: Hier wordt houtstook benoemd. Graag aanvullen met een ambitie. De GGD adviseert vanwege de gezondheidsrisico’s voor stokers en omwonenden, om houtstook te ontmoedigen. Daarnaast kan de gemeente mogelijkheden onderzoeken om naast de landelijk geldende regels ook lokale regels op te stellen voor het gebruik van houtkachels, open haarden en houtstook buitenshuis, zoals vuurkorven en buitenhaarden. 8. Bijlage 1 - Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland P.93: klimaatadaptatie: trends en ontwikkelingen: Kans op infectieziekten nemen toe, pollenseizoen wordt langer. P.94: tabel: bij water en klimaatadaptatie is ook het risico op infectieziekten een aandachtspunt. Deze punten zouden ook meegenomen moeten worden in de effectbeoordeling. 9. Bijlage 2 – Verantwoording participatieproces P.108: Tot slot wil de GGD graag reageren op hetgeen geschreven is in deze bijlage.

Het betrof niet een reactie van de GGD op de uitnodigingsmail voor de dialoogbijeenkomst, maar een reactie naar aanleiding van een publicatie/brief hiervan die de GGD per toeval onder ogen kreeg. De strekking van de reactie is juist. 23/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Antwoord: De GGD heeft enkele suggesties gedaan voor opname in de tekst van de Omgevingsvisie 2.0. Deze worden hieronder van een reactie voorzien: Ad 1). Het voorstel is om deze suggestie over te nemen. Ad 2). Idem Ad 3). In de ambities die de gemeente stelt voor de gezonde leefomgeving wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende woonvormen. Deze gelden dus ook voor Tiny House communities. Om deze reden wordt de suggestie niet overgenomen. Ad 4). In de bomen- en plantenlijst wordt aangegeven of een plant allergeenarm is. De gemeente houdt hiermee rekening bij het inrichten van de leefomgeving. In de omgevingsprogramma’s gaat de gemeente hier verder op in. Ad 5). Dit aspect zal worden meegenomen in de omgevingsprogramma’s. Om deze reden wordt de suggestie niet overgenomen. Ad 6). Het voorstel is om deze suggestie over te nemen. Ad 7). De gemeente heeft gekozen voor een algemene ambitie op het gebied van luchtkwaliteit. In de omgevingsprogramma’s zal deze ambitie verder worden uitgewerkt. Om deze reden wordt de suggestie niet overgenomen. Ad 8). Het voorstel is om beide tekstsuggesties over te nemen. Beide punten zullen worden meegenomen in het omgevingsprogramma. Ad 9). Deze toelichting is duidelijk en wordt voor kennisgeving aangenomen. Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot enkele aanpassingen. Deze zijn onderstreept. In de ambitie (p.

35) We volgen de Europese en daarmee Nederlandse wetgeving en richtlijnen op het gebied van straling is de zin ‘Aanvullende GGD- adviezen op het gebied van straling nemen we altijd in overweging.’ vervangen door de volgende: ‘Het aanvullende GGD-advies op het gebied van straling (EMV) nemen we bij elke ontwikkeling in overweging (EMV= ElektroMagnetische Velden).’ In de ambitie (p. 27) Klimaatadaptieve gemeente in 2050 is de volgende zin opgenomen: ‘Extra aandacht wordt besteed aan het toevoegen van schaduw bij de inrichting van locaties waar kinderen spelen om hen te beschermen tegen huidkanker.' Aan de ambitie (p. 47) Een klimaatneutrale gemeente in 2050 is de volgende zin opgenomen: ‘Ook bij energietransitieopgaven heeft de gemeente oog voor gezondheidsaspecten.’ In bijlage 1 - Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland: In het onderdeel Klimaatadaptatie (p. 95) is onder Trends en ontwikkelingen de volgende zin opgenomen: ‘De kans op infectieziekten neemt toe; het pollenseizoen wordt langer.’ In de tabel op p. 96 is bij water en klimaatadaptatie het volgende aandachtspunt opgenomen: ‘het risico op infectieziekten’.

24/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 16. Inwoners d.d. 11 mei 2025, Corsanummer I25.07992 Inwoners kunnen zich niet vinden in de transformatie van de Chrysantenweg naar Horti Science gerelateerde bedrijvigheid met een hoge milieubelasting. Inwoners komen niet ter sprake in het ontwerp, terwijl de afstand kort is. De N209 vlakbij is enorm druk en zal drukker worden door diverse ontwikkelingen. Ook wordt onder de route van Rotterdam – The Hague Airport gewoond. Daarnaast zijn er zorgen over het toenemende vrachtverkeer op de parallelweg (60 km/u). Hoe ziet de gemeente de ontsluiting van dit industriegebied? Door de toenemende drukte van de N209 en nu de plannen voor een industriegebied kan geen sprake zijn van een gezonde leefomgeving in Bleiswijk. Antwoord: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied. In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Voor beide trajecten heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden.

Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken aan de Chrysantenweg zullen de initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanaciviteit, BOPA) moeten indienen omdat er op grond van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (omgevingsplan) een agrarische bestemming op dit gebied ligt. Wordt deze aanvraag ingediend, dan zullen de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief getoetst worden aan de gemeentelijke ambities en de geldende wet- en regelgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid. De gemeente kan op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder medewerking aan het initiatief mogelijk is. Het is aan de initiatiefnemers van de ontwikkeling om met de omgeving te participeren. De ontwerp Omgevingsvisie 2.0 stelt dat de gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving in 2050. Verschillende ambities leveren hieraan een bijdrage, bijvoorbeeld de ambities op het gebied van groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulaire economie, bewegen, ontmoeten en verschillende milieuaspecten die de gemeente wil behouden of versterken. Ook het herstructureren en transformeren van glastuingebieden en bedrijventerreinen zal nodig zijn om deze ambities te kunnen verwezenlijken.

Het streven naar een gezonde leefomgeving is gemeente breed en kan niet overal op dezelfde manier of met hetzelfde resultaat tot uiting komen, de Omgevingsvisie 2.0 stelt immers dat de beschikbare ruimte beperkt is. De gemeente maakt daarom overal een zorgvuldige afweging om gemiddeld gezien een zo gezond mogelijke leefomgeving te creëren. De gemeente herkent de gestelde problematiek ten aanzien van het drukker worden van de N209, zoals ook staat beschreven in bijlage 1 van de omgevingsvisie ‘Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland.’ Specifiek voor de verkeerssituatie op en rondom de N209 en het bedrijventerrein Klappolder is veel aandacht in lopende verkeerskundige onderzoeken, waar ook oplossingsrichtingen worden aangedragen. Deze worden opgenomen en nader uitgewerkt, onder meer in het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit. Zie ook het antwoord op zienswijze 22, onderdeel 3. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

25/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 17. Inwoner d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.07982 In de plannen wordt onvoldoende rekening gehouden met de infrastructuur. In de Hoefweg zijn de verkeersbewegingen te hoog. Dit leidt tot onveiligheid voor bewoners, “sluipverkeer”, fietsers en wandelaars. Dit blijkt uit eigen waarneming en uit tellingen. De drukte zal sterk toenemen door het nog in gebruik nemen van het logistieke centrum Klappolder. Ook wordt verergering gezien door de aanzuigende werking van de verbinding A16 met de A13. Antwoord: De gemeente herkent de gestelde problematiek ten aanzien van het drukker worden van de N209 en de verwachte verkeeraantrekkende werking van de A16, zoals ook staat beschreven in bijlage 1 van de omgevingsvisie ‘Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland.’ De gemeente deelt de visie van de indiener van deze zienswijze ten aanzien van de verkeersveiligheid en het voorkomen van verkeershinder. Specifiek voor de verkeerssituatie op en rondom de N209 en het bedrijventerrein Klappolder is veel aandacht in lopende verkeerskundige onderzoeken, waar ook oplossingsrichtingen worden aangedragen. Deze worden opgenomen en nader uitgewerkt, onder meer in het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

26/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 18. Metropool Regio Rotterdam Den Haag d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08207 De Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH) maakt een drietal opmerkingen: 1. Samenwerking in de MRDH De MRDH blijft graag in gesprek over de verdere uitwerking van de ambities in de mobiliteitsvisie en de visie op het economisch vestigingsklimaat. Daarin blijft de MRDH zich inzetten voor meer welvaart en welzijn van inwoners. Ook in de Omgevingsvisie wordt ingegaan op Brede Welvaart. De MRDH wil samen dit thema verder laden en concreet maken. 2. Economisch vestigingsklimaat De MRDH onderschrijft de ambities in de thematische uitwerking van economie en het horti science cluster. Het bedrijf op de juiste plek en het beter benutten van bestaande werklocaties zijn de leidende principes uit de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 20232030. 3. Mobiliteit De MRDH ondersteunt de inzet op nabijheid van voorzieningen binnen 15 minuten lopen/fietsen en OV. De ZoRo-corridor is een belangrijke schakel binnen de metropoolregio. Het zou mooi zijn als de knooppunten op de lijn beter benut kunnen worden. In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 wordt gesproken van een nieuw OV-knooppunt Berkel en Rodenrijs. Op welke locatie word gedoeld? In het traject van de Mobiliteitsvisie MRDH wordt gesproken over een goede invulling van toekomstbestendige mobiliteit voor de ontwikkeling van de regio.

Dit geldt ook voor de door de gemeente voorgestelde mobiliteitsmaatregelen. Antwoord: Ad 1). De gemeente ziet de meerwaarde van regionale samenwerking op het gebied van mobiliteit en economie. Deze wordt graag voortgezet. De gemeente vindt het belangrijk om een focus aan te brengen in de strategie en koers van de MRDH waarbij wat de gemeente betreft (ruimtelijke) economie en mobiliteit steeds meer in elkaar ingrijpen. Ad 2). De gemeente is blij dat de ambities worden onderschreven. Ad 3). De gemeente benadrukt het belang van de ZoRo-corridor en ziet deze als drager van duurzame verstedelijking en motor voor nieuwe ontwikkelingen, zoals ook in de concept Mobiliteitsvisie MRDH is opgenomen. Binnen de gemeente Lansingerland is een nadrukkelijke ambitie om ook de OV- en fietsverbindingen tussen de drie kernen van Lansingerland Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs, en Bergschenhoek te versterken. Voor Bleiswijk bestaat specifiek de wens om een directe OV- en fietsverbinding te realiseren naar de ZoRocorridor en de Metropolitane Fietsroute ZoRo. Deze verbinding is voorzien via de Anthuriumweg, die daar verknoopt met OV- en fietsverbindingen bij de Noordpolder in het noorden van Berkel en Rodenrijs. Deze locatie biedt kansen voor verdere ontwikkeling rondom de verknoping van deze mobiliteitssystemen. De gemeente zal dit nader uitwerken in het omgevingsprogramma Mobiliteit.

Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

27/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 19. Inwoner d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08208 Deze zienswijze richt zich op ‘versterken groen blauwe netwerk’. Er worden drie voorstellen voor deze ambitie gedaan: 1. Een heldere beschrijving van wat op de visiekaart met de legenda eenheid “versterken groenblauwe netwerk” wordt beoogd. Ter toelichting zijn twee zaken onvoldoende duidelijk: a. De concreetheid van de locaties: de nieuwe beschrijving dient inzicht te bevatten over welke ruimte voor flexibiliteit in lokalisering is beoogd. Afbeelding 3.2: abstracte weergave pijler gezond samenleven. Deze kent een veel hoger abstractieniveau dat niet te herleiden is naar percelen. Dit levert ongewenste onduidelijkheid qua rechten en plichten. b. Te realiseren doelen: de nieuwe beschrijving dient helder inzicht te bevatten over welke aspecten bepalend zijn voor de definitieve locatie en inrichting van het groenblauwe netwerk. Het gaat hierbij zowel om ambities die van invloed kunnen/moeten zijn op het groenblauwe netwerk als om relevante passages over bijvoorbeeld recreatieve verbindingen, ecologische verbindingen, klimaat adaptatie (hitte stress en 5-10% water). 2.

Goede sturende doorwerking naar kaders voor andere functies en gebieden Ter toelichting: bij de aanduiding groenblauw netwerk in bestaand of nog te ontwikkelen glastuinbouw gebied bevat de tekst weinig richting en ambitie: “Waar mogelijk zoeken we kleinschalige verbindingen door het glastuinbouwgebied”. Voorstel voor nieuwe tekst: “Bij reconstrueren van bestaande en bij ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwgebieden vormt het realiseren van het groenblauwe netwerk een integraal onderdeel van de projectopgave.” In de gebiedsspecifieke passages komen zonder onderbouwing geheel verschillende teksten voor. Er volgen een aantal voorbeelden. Verzocht wordt deze aan te passen. Met de voorgestelde formulering versterkt de gemeente zijn positie t.o.v. de projectontwikkelaar, mits er voldoende duidelijke kaders zijn over de inzet van de gemeente (voorstel 1). Anderzijds laat de voorgestelde formulering ruimte voor nadere uitwerking over inhoud en financiering. 3. De gemeente stelt voor eind 2026 een programma “concretisering Groenblauw netwerk” op. Ter toelichting: gelet op de hoofdstukken 5 en 6 van de Omgevingsvisie 2.0 en de gesignaleerde behoefte aan concretisering en bevorderen van een consistente doorwerking is het zeer gewenst dat B&W op niet te lange termijn een Programma conform de Omgevingswet opstelt om daadwerkelijk van Visie naar uitvoering te komen.

Antwoord: De indiener van deze zienswijze wil bijdragen aan, en doet suggesties voor, de concretisering, doorwerking en realisering van de ambities in de Omgevingsvisie 2.0 ten aanzien van het aspect ‘versterken groenblauwe netwerk’. Deze aspecten worden in de Omgevingsprogramma’s verder uitgewerkt. De uitvoering van de Omgevingsvisie 2.0 en opgaven worden ondergebracht in de zes (nog op te stellen) Omgevingsprogramma’s. De uitwerking van het aspect ‘versterken groenblauwe netwerk’ krijgt een plek in het programma ‘Kwaliteit van de leefomgeving’. Zie hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie 2.0. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

28/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 20. Stichting BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs d.d. 14 mei 2025, Corsanummers I25.08214 en I25.08170 Stichting BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs is verantwoordelijk voor het beheer en het behoud van een aantrekkelijk werk- en vestigingsklimaat van bedrijvenpark Rodenrijs. Voor dit bedrijvenpark is van belang dat de ambities van de gemeente aansluiten bij de doelen en ambities van de bedrijven op het bedrijvenpark Rodenrijs zelf. Dit is niet volledig het geval. De stichting kan zich niet vinden in de toevoeging van perifere detailhandel en onderwijs in het noordelijke deel van het bedrijvenpark: 1. Geen toevoeging van perifere detailhandel Ter toelichting: dit vermindert de aantrekkelijkheid als vestigingslocatie voor bedrijven. Bedrijvenpark Rodenrijs is namelijk ontwikkeld met het oog op de meer grootschalige, logistieke en industriële activiteiten. Bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 zijn toegestaan. Het toevoegen van perifere detailhandel doet afbreuk aan het uniforme en professionele karakter van het bedrijvenpark. Daarnaast zijn er gevolgen voor de mobiliteit en bereikbaarheid. Het trekt een ander soort verkeer aan en leidt tot een toename van de verkeersdrukte. Dit kan leiden tot congestie en verminderde bereikbaarheid. De bereikbaarheid staat al onder druk. Ook kan er parkeerproblematiek ontstaan. Op dit moment is er al een hoge parkeerdruk.

Bovendien kan perifere detailhandel leiden tot versnippering. Het belemmert de mogelijkheden voor clustering van bedrijven. Tot slot zal de introductie van perifere detailhandel leiden tot concurrentie met naastgelegen winkelgebieden (leegstand en verzwakking aanbod). Het toevoegen van perifere detailhandel is niet toegestaan op grond van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het bedrijventerrein Berkelse Poort is hiervoor een logischere optie. 2. Geen toevoeging van onderwijs op bedrijvenpark Rodenrijs Ter toelichting: de aantrekkelijkheid van het park als vestigingslocatie voor bedrijven zal aanzienlijk verminderen. Het is primair gericht op zakelijke en industriële activiteiten en is niet voorzien van de infrastructuur en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor onderwijsfuncties. Het zal tot congestie leiden en een hoger aantal verkeersbewegingen. Dit heeft negatieve effecten op de bereikbaarheid van bedrijven en kan tot onveilige situaties leiden. De parkeerdruk zal toenemen. Daarnaast leidt de aanwezigheid van onderwijs tot een vermenging van functies. De ruimtelijke samenhang en uitstraling van het bedrijvenpark Rodenrijs zal worden verstoord. Overige algemene opmerkingen: 1. Mobiliteit: het belang van mobiliteit en een goede bereikbaarheid van bedrijven komt te weinig terug in de ontwerp Omgevingsvisie.

De Industrieweg wordt als doorgaande weg gebruikt en de maximale capaciteit van deze weg is bereikt. De gemeente wordt verzocht hiermee afdoende rekening te houden. 2. Warmtenet: het is onduidelijk waar het warmtenet komt te liggen en wat de mogelijke consequenties zijn voor de bedrijven. Daarnaast zijn de mogelijke effecten van het uitfaseren van aardgas niet in kaart gebracht. Het is van belang dat de toelevering van energie altijd gegarandeerd blijft. 3. Begrippen: verzocht wordt om belangrijke begrippen als “perifere detailhandel”, dorp- en regioverzorgende bedrijven” en “onderwijs” duidelijk af te bakenen. 4. Beperkingen: het doel is om niet langer mee te werken aan de uitbreiding van caravanstallingen, opslagboxen en kleine bedrijfsunits. De gemeente wordt verzocht om dit te effectueren in de verdere beleids- en planvorming. Antwoord: Ten aanzien van de aantrekkelijkheid van het bedrijventerrein Rodenrijs voor potentiële bedrijven en investeerders merken wij het volgende op. Deze ontwikkeling zien wij niet. De trend tot op heden is dat er een schaarste is aan werklocaties. De noordelijke kant van het bedrijventerrein is vanwege de bereikbaarheid en ligging ten opzichte van de woonwijk geschikt voor mengbare functies in de mileucategorie t/m 3.1. en 3.2.

Perifere detailhandel is detailhandel in volumineuze goederen en kan daardoor zich niet vestigen in winkelgebieden in de centra. Vanwege de nabijheid van het metrostation is deze plek ook geschikt voor een (dependance van een) onderwijsinstelling. 29/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

De gemeente erkent het belang van een goede bereikbaarheid voor het behoud van een aantrekkelijk werken vestigingsklimaat op bedrijvenpark Rodenrijs, net zoals dit van toepassing is op de andere bedrijventerreinen. De ligging van met name de zuidkant van het bedrijventerrein is op loopafstand van metrostation Rodenrijs (E-lijn). Dit biedt kansen voor duurzame mobiliteit, volgens het STOMP principe. De goede OV bereikbaarheid is een belangrijk uitgangspunt voor de omgevingsvisie en de beoogde functies op het bedrijventerrein, zoals in dit geval ook de functie onderwijs. Deze functie kenmerkt zich tot een hoog aandeel OV-gebruikers en/of fietsgebruik, afhankelijk van het type onderwijs. De gemeente zet daarbij in op het verbeteren van fietsverbindingen naar de metro en ontmoedigt forensenparkeren in de omgeving van het station via parkeerschijfzones. In het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit kan, indien nodig, opnieuw aandacht worden besteed aan parkeerdruk en eventuele aanvullende maatregelen. Ten aanzien van het door de indiener van deze zienswijze geschetste knelpunt op de Industrieweg wordt opgemerkt dat de constatering dat de maximumcapaciteit is bereikt subjectief is en op dit moment niet verkeerskundig is onderbouwd.

Wel zal de functie en benutting van de Industrieweg worden betrokken in het op te stellen wegencategoriseringsplan, waarin voor het hele gemeentelijk wegennet gekeken wordt naar functie, gebruik en gewenste inrichting. Bij toekomstige ontwikkelingen op het bedrijventerrein – zoals vestiging van nieuwe bedrijven of functiewijzigingen – wordt het benodigde en beschikbare aantal parkeerplaatsen beoordeeld op basis van het geldende omgevingsplan, waarin parkeernormen zijn opgenomen. Op die manier wordt bij elke ruimtelijke ontwikkeling zorgvuldig beoordeeld of voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Voor wat betreft de overige algemene opmerkingen is het antwoord: Ad 1). Mobiliteit: zie hiervoor. Ad 2). Warmtenet: Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland heeft op 15 mei 2025 de Intentieovereenkomst Regionaal Warmtenet Oostland ondertekend. Hierin is opgenomen dat de gemeenten onder meer verantwoordelijk zijn het belang van het open Regionaal Warmtenet Oostland voor een haalbare en betaalbare warmtevoorziening voor de glastuinbouw en delen van de gebouwde omgeving op te nemen in hun beleid. Het streefbeeld (Grand Design Regionaal Warmtenet Oostland) geeft richting aan de mogelijke eindsituatie en is ook als bijlage bij de intentieovereenkomst opgenomen.

De gemeente zal het Grand Design Regionaal Warmtenet Oostland opnemen in het omgevingsprogramma Energietransitie en Circulaire Economie. Ad 3). Een visie is een vergezicht. De betekenis van deze begrippen in het reguliere taalgebruik zijn afdoende voor een visie. Ad 4). De gemeente werkt dit verder uit in het omgevingsprogramma Economie. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

30/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 21. Belangen Vereniging Kruisweg d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.08209Kruisweg In de visie wordt met meerdere argumenten het belang onderstreept van een balans tussen open landschap en bebouwd gebied. De vereniging stelt voor om de polder te betrekken bij de groene flanken. De ligging maakt het tot een natuurlijke verbinding tussen bestaande groene structuren, waarbij de potentie groot is om een rustgevend, ecologisch en recreatief aantrekkelijk gebied te ontwikkelen. De vereniging doet concrete voorstellen om de polder op te nemen in de recreatieve structuur van de groene flanken: 1. Verlenging van het bestaande fietspad 2. Behouden van de openheid 3. Aanleg van een voedselbos 4. Beleving van het landschap centraal te stellen 5. Mogelijkheid voor ontwikkeling waterbekkens 6. Plaatsing aarden geluidswal langs A12 De vereniging noemt ook een aantal bedreigingen: o Ongecontroleerde uitbreiding van industrieterreinen o Gebrek aan regionale afstemming o Vervuiling en geluidsoverlast o Voorstellen voor windmolens o Het buurtschap Kruisweg De conclusie is dat de polder ten noordoosten van de Kruisweg een unieke kans biedt om een waardevolle schakel te vormen in de groene flanken zoals die langs de Rotte ontwikkeld worden.

Juist vanwege de bedreigingen die op dit gebied afkomen, is het van groot belang dat dit gebied wordt ontwikkeld als landschappelijk, recreatief en ecologisch waardevolle zone. Door opname in de hoofdinfrastructuur van de groene flanken wordt het beschermd én versterkt als onderdeel van een duurzaam en gezond leefklimaat in Lansingerland. De gemeente wordt geattendeerd op de omgevingsvisie van Zoetermeer dat gelijke kenmerken ten aanzien van de inrichting van het gebied bevat. Samenwerking met Zoetermeer ligt gezien het medegebruik en de grondpositie voor de hand ligt. Antwoord: De polder ten noordoosten van de Kruisweg (de polder 140-Morgen) maakt deel uit van het Rottemerengebied, dat is de oostelijke groene flank. In dit gebied werkt de gemeente samen met de gemeentes Rotterdam en Zuidplas aan de ontwikkeling van groen ten behoeve van natuur en recreatie. Voor de ontwikkeling van het gebied moet een gebiedsuitwerking worden opgesteld met gezamenlijke partijen. In de gebiedsuitwerking zullen nadere afspraken worden gemaakt over fietspaden, inrichting etc. De verbinding met het Bentwoud is daarbij een belangrijk aspect. Zie in dit verband ook het antwoord op de zienswijze van Natuur- en vogelwacht Rotta (zienswijze 11).

Los daarvan is en blijft de gemeente Lansingerland binnen de gemeentegrenzen het bevoegd gezag voor vergunningverlening, ook op gronden die in eigendom zijn van de gemeente Zoetermeer. De provincie is bevoegd gezag m.b.t. het ontwikkelen van windturbines. De provincie houdt hierbij rekening met de geldende normen voor de ontwikkeling van windturbines en stelt – voordat zij een voorkeursbeslissing nemen – een milieueffectrapportage op. De gemeente vertrouwt erop dat de provincie dit zorgvuldig doet. De gemeente zet zich in voor het behouden van de recreatieve (en ecologische) groene waarde van het gebied in samenhang met de woningbouwopgave waar de gemeente voor gesteld staat. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

31/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 22. Inwoner d.d. 8 mei 2025 d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08166 Bezwaar bestaat tegen de voorgenomen plannen aan de Chrysantenweg ten zuiden van het bedrijventerrein Klappolder: het transformeren van het huidige kassengebied naar een bedrijventerrein met circulaire Horti Science-gerelateerde bedrijvigheid met een hoge milieubelasting. De impact op de leefomgeving baart inwoner ernstige zorgen. De redenen hiervoor zijn de volgende: 1. Milieubelasting en leefbaarheid Ter toelichting: de keuze om in het gebied aan de Chrysantenweg bedrijvigheid met een hoge milieubelasting te vestigen, is zorgwekkend gezien de nabijheid van bestaande woonwijken en ecologisch waardevolle groengebieden. De omgevingsvisie biedt onvoldoende duidelijkheid over: « De aard en schaal van de beoogde milieubelastende bedrijvigheid * De gevolgen voor luchtkwaliteit, geluidsoverlast en verkeersdruk » De borging van gezondheid en leefkwaliteit: Zonder onderbouwing is de voorgestelde functiewijziging niet verantwoord vanuit het oogpunt van duurzame en zorgvuldige ruimtelijke ordening. 2. Gebrek aan participatie en inspraak Ter toelichting: een helder overzicht ontbreekt van hoe bewoners en ondernemers betrokken zijn bij het opstellen van de visie. Conform de uitgangspunten van de Omgevingswet (vroegtijdige participatie en gebiedsgerichte afstemming) is deze werkwijze onvoldoende transparant.

Zonder aantoonbaar participatieproces wordt het draagvlak onder de bevolking ernstig ondermijnd. 3. Onvoldoende onderbouwing van verkeersontsluiting en infrastructuur Ter toelichting: In de visie ontbreekt een nadere toelichting op of onderbouwing van de noodzaak van een 'betere verbinding naar de A12'. Hierdoor blijft onduidelijk: - welke infrastructurele ingrepen worden voorgesteld en waar deze precies plaatsvinden; met name omtrent het huidige kruispunt. » wat de verwachte toename van verkeersdruk op gaat zijn Chrysantenweg en omliggende wegen, met de daarbij komende geluidsoverlast. Een integraal mobiliteitsplan ontbreekt; dat maakt de plannen op dit punt onvolledig en risicovol voor de leefomgeving. Gelet op bovenstaande punten worden de huidige plannen voor transformatie van het gebied rondom de Chrysantenweg onvoldoende onderbouwd en maatschappelijk ongewenst. Verzocht wordt om: - de plannen voor deze locatie te heroverwegen; vanwege geluidsoverlast en verkeershinder; - Inwoners actief te betrekken bij nieuwe planvorming; - Een gedetailleerd milieueffectonderzoek te verrichten. Antwoord: Ad 1 en 2). In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied.

In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Voor beide trajecten heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken aan de Chrysantenweg zullen de initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanaciviteit, BOPA) moeten indienen omdat er op grond van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (omgevingsplan) een agrarische bestemming op dit gebied ligt. Wordt deze aanvraag ingediend, dan zullen de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief getoetst worden aan de gemeentelijke ambities en de geldende wet- en regelgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid. De gemeente kan op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder medewerking aan het initiatief mogelijk is. Het is aan de initiatiefnemers van de ontwikkeling om met de omgeving te participeren. De ontwerp Omgevingsvisie 2.0 stelt dat de gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving in 2050.

Verschillende ambities leveren hieraan een bijdrage, bijvoorbeeld de ambities op het gebied van groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulaire economie, bewegen, ontmoeten en verschillende milieuaspecten die de gemeente wil behouden of versterken. Ook het herstructureren en transformeren van glastuingebieden en bedrijventerreinen zal nodig zijn om deze ambities te kunnen verwezenlijken. Het streven naar een gezonde leefomgeving is gemeente breed en kan niet overal op dezelfde manier of met hetzelfde resultaat tot uiting komen, de Omgevingsvisie 2.0 stelt immers dat de beschikbare ruimte beperkt 32/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

is. De gemeente maakt daarom overal een zorgvuldige afweging om gemiddeld gezien een zo gezond mogelijke leefomgeving te creëren. Ad 3). De gemeente herkent de zorgen ten aanzien van de toenemende verkeersdruk op de N209, zoals ook beschreven in bijlage 1 van de Omgevingsvisie 2.0 (‘Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland’). De gemeente deelt de visie van de indiener van deze zienswijze dat een goede bereikbaarheid én het voorkomen van verkeersonveiligheid en hinder randvoorwaarden zijn voor gebiedsontwikkeling. Voor de situatie rondom de Chrysantenweg en Klappolder zijn meerdere verkeerskundige studies uitgevoerd en nog lopend. Deze studies onderzoeken concrete mogelijkheden om de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid in dit gebied te verbeteren. Onderdeel hiervan is ook de afwikkeling naar de N209 en het verbeteren van de aansluiting op de A12. Voor de voorgenomen transformatie van het gebied rondom de Chrysantenweg geldt dat een robuuste ontsluiting richting de A12 noodzakelijk is. De huidige infrastructuur biedt hiervoor onvoldoende capaciteit en verkeersveiligheid. In de lopende studies wordt gewerkt aan scenario’s voor een directe verbinding tussen de Chrysantenweg en de Klappolder, en optimalisaties van de kruispuntenstructuur met de N209.

Deze verbindingen zijn noodzakelijk om een toekomstbestendige ontwikkeling van het gebied mogelijk te maken zonder onaanvaardbare druk op de bestaande wegen teweeg te brengen. De concrete uitwerking van maatregelen en afweging van effecten voor specifiek deze ontwikkeling vindt plaats in het nadere planfasen en in algemene zin in het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit en andere omgevingsprogramma’s. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

33/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 23. Inwoners d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08169 De gemeente wil aan de Chrysantenweg in Bleiswijk van een kassengebied een industrieterrein maken met een hoge milieubelasting. Hiermee komt er een einde aan het woonplezier. Het gebied bestaat uit kassen en woningen, geflankeerd door groen en water (recreatiegebied De Rottemeren). Transformatie naar woningen en/of natuur ligt hier meer voor de hand. Bij transformatie naar zware industrie zijn er de volgende nadelige gevolgen: geluidsoverlast, stankoverlast, luchtvervuiling, bodem- en waterverontreiniging, verkeersdrukte en –onveiligheid (de Chrysantenweg is niet toegerust op veel verkeer en zwaar vrachtverkeer), esthetische nadelen, risico op ongelukken, sterke waardevermindering van de woning as gevolg van deze nadelen. De woning wordt omgezet naar een burgerwoning. De gemeente wordt verzocht om niet mee te werken aan de herbestemming van het kassengebied naar een industrieterrein. Het gebied is er niet voor geschikt. Mocht de gemeente wel meewerken, dan wordt met klem verzocht om alle denkbare maatregelen te nemen om de nadelige impact op de woonomgeving te minimaliseren, te compenseren voor de waardedaling van de woning en alternatieve woonruimte aan te bieden. Antwoord: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied.

In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Voor beide trajecten heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken aan de Chrysantenweg zullen de initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanaciviteit, BOPA) moeten indienen omdat er op grond van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (omgevingsplan) een agrarische bestemming op dit gebied ligt. Wordt deze aanvraag ingediend, dan zullen de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief getoetst worden aan de gemeentelijke ambities en de geldende wet- en regelgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid. De gemeente kan op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder medewerking aan het initiatief mogelijk is. Het is aan de initiatiefnemers van de ontwikkeling om met de omgeving te participeren. De ontwerp Omgevingsvisie 2.0 stelt dat de gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving in 2050.

Verschillende ambities leveren hieraan een bijdrage, bijvoorbeeld de ambities op het gebied van groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulaire economie, bewegen, ontmoeten en verschillende milieuaspecten die de gemeente wil behouden of versterken. Ook het herstructureren en transformeren van glastuingebieden en bedrijventerreinen zal nodig zijn om deze ambities te kunnen verwezenlijken. Het streven naar een gezonde leefomgeving is gemeente breed en kan niet overal op dezelfde manier of met hetzelfde resultaat tot uiting komen, de Omgevingsvisie 2.0 stelt immers dat de beschikbare ruimte beperkt is. De gemeente maakt daarom overal een zorgvuldige afweging om gemiddeld gezien een zo gezond mogelijke leefomgeving te creëren. De reden om deze gebieden op korte of middellange termijn voor functieverandering van Agrarisch – Glastuinbouw naar Horti Science gerelateerde bedrijvigheid aan te merken heeft te maken met: - De structuur van het gebied (kleinschalig kavels) waardoor het gebied lastig te herstructureren is; - Moeilijk (energetisch) te verduurzamen; - Goede kansen in het gebied voor een andere functie. Voor de Chrysantenweg is het uitgangspunt om de nieuwe activiteiten zoveel mogelijk versterkend te laten zijn aan het Horti Science ecosysteem.

Om het Horti Science district toekomstbestendig te maken is behoefte aan ruimte voor circulaire activiteiten met een mogelijke hogere milieubelasting. Voor wat betreft het aspect verkeer wordt verwezen naar zienswijze 22, onderdeel 3. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.

34/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

Zienswijze 24. Glastuinbouw Nederland d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08172 Glastuinbouw Nederland dient de zienswijze in mede namens Glastuinbouw Oostland en LTO Noord Midden Zuid-Holland. De zienswijze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Home of Horti Science Gevraagd wordt naar de mogelijkheden om de mogelijkheden en voordelen te onderzoeken van een gezamenlijke positionering en ‘branding’ van de drie regionale campussen: Horti Science cluster (optimalisatie van het gewas), Westland ((kas)techniek) en Barendrecht (logistiek en vers). 2. Sterke primaire sector als fundament Horti Science Het fundament van een sterk glastuinbouwcluster, inclusief het Horti Science Park, is een sterke primaire glastuinbouwsector. Dat is een randvoorwaarde. In de visie wordt dit onderschreven. De gemeente zet in op continue modernisering van glastuinbouwgebieden en zoekt daarbij de samenwerking met ondernemers om kansen te identificeren. Glastuinbouw Nederland trekt hierin graag met de gemeente op. 3. Huisvesting internationale werknemers De glastuinbouw is bereid haar internationale werknemers onder voorwaarden te huisvesten op percelen met een glastuinbouwbestemming. Dit zowel grootschalig in glastuinbouwgebieden als kleinschalig bij de bedrijven, waarbij de huisvesting altijd een tijdelijk karakter heeft. Het beleid van uw gemeente maakt dit mogelijk.

Huisvesting in glastuinbouwgebieden dient wel gericht te zijn op internationale werknemers die ook in de primaire glastuinbouw werkzaam zijn. Glastuinbouw hanteert de voorwaarde dat 80% van de werknemers die op een glastuinbouwperceel wonen, in de primaire glastuinbouw werkzaam moeten zijn. Dit kan geborgd worden in afspraken met huisvesters. Glastuinbouw Nederland is niet bereid gronden beschikbaar te stellen voor werknemers uit andere sectoren. En vraagt de gemeente in dit kader de bedrijfseffectrapportage voor huisvesting een vast onderdeel te maken van de vergunningsverlening. 4. Natuur en biodiversiteit De gemeente heeft de ambitie een natuurinclusieve leefomgeving te stimuleren en de biodiversiteit te verbeteren en vergroten. In dat kader stelt de gemeente voor de glastuinbouwgebieden: “Natuur en landschap krijgen in dit gebied een gemiddelde prioriteit.” Het is Glastuinbouw Nederland niet helder wat dit in de praktijk betekent. Hierna worden een aantal voorbeelden van pilots genoemd (onderzoek naar biodiversiteit binnen en buiten de kas). De sector wil bijdragen aan het verbeteren en verhogen van de biodiversiteit onder de voorwaarde dat er geen negatief effect is op de teelt in de kas. Geen gewasschade. Het aantal gewasbeschermingsmiddelen is zeer beperkt en de sector heeft de ambitie om helemaal geen chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.

Aanleg van biodiversiteit en natuur moet dus ten alle tijden een keuze zijn van de ondernemer en ‘verantwoord’ zijn. 5. Recreatieve fietsroutes Met recreatieve fietsroutes kunnen mensen kennismaken met de sector. Deze kans wordt aangegrepen. Fiets- en autoverkeer dient hierbij wel strikt gescheiden te zijn om zo de veiligheid van fietsers te garanderen. De gemeente wordt gevraagd hier strikt op toe te zien. 6. Verhoogde grondwaterstand In de visie staat: “In onze polders, gelegen in laagveengebieden, streven we naar een grondwaterstand van 20 cm tot 40 cm onder maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie.” Het is Glastuinbouw Nederland niet duidelijk welke polders dit concreet betreft. Het baart grote zorgen als zich in deze polders glastuinbouwbedrijven bevinden. Een zeer hoge grondwaterstand is slecht voor de bedrijven én slecht voor het milieu. Dit wordt hierna toegelicht met voorbeelden en de gevolgen. Het kan niet zo zijn dat de gemeente deze gevolgen accepteert. Als deze ambitie tuinbouwbedrijven raakt, dringt Glastuinbouw Nederland er op aan af te zien van deze ambitie in die polders. De gevolgen van deze maatregel zijn zowel voor de glastuinbouwbedrijven als de maatschappij zeer ongewenst en onnodig. 7.

Opslag van water Glastuinbouw Nederland ondersteunt de inzet op: “Door in te zetten op het infiltreren, vasthouden en bergen van hemelwater in de ondergrond kan schade door wateroverlast en droogte voorkomen worden.”. Gevraagd wordt actief mee te werken aan het stimuleren van de opslag van regenwater in de ondergrond. De gemeente wijst daarnaast op de mogelijkheid van het vergroten van de wateropslag door het aanleggen van grotere waterbassins, “waarbij het aanleggen van collectieve 35/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

systemen de voorkeur heeft.” Collectieve oplossingen worden niet uitgesloten maar dit moet altijd de keuze zijn van ondernemers en zij dienen volledig vrij te zijn in die keuze. 8. Functiemenging Bij ‘Opgave economie’ staat: “Bestaande werklocaties gaan we beter benutten. [...] Dat betekent dat [...] we meervoudig ruimtegebruik en functiemenging toepassen.” Het is Glastuinbouw Nederland niet duidelijk of de sector de invulling van deze opgave wordt betrokken. Glastuinbouw Nederland stimuleert dubbel ruimtegebruik, zoals zon op waterbassins en daken van bedrijfsruimten maar is groot tegenstander van functiemenging. Er is een trend bij een aantal gemeenten om in het beleid ‘meer toe te staan’ in duurzame glastuinbouwgebieden, waarbij met name zogenaamde ‘Greenportfunties’ worden bedoeld. Duurzame glastuinbouwgebieden dienen beschermd te worden tegen dergelijke ‘functievervulling’. Mits de activiteit een onlosmakelijk onderdeel is van het primaire glastuinbouwbedrijf, daaraan ondersteunend is en past binnen het maximaal toegestane ‘versteningspercentage’, is de plaats voor een dergelijke activiteit een industrie- of handelsterrein en niet het duurzame glastuinbouwgebied. 9. Herstructurering en modernisering glastuinbouw Het is van groot belang om obstakels die herstructurering en modernisering van de glastuinbouw in de weg liggen te voorkomen of weg te nemen.

Gevraagd wordt om prioriteit te geven aan handhaving op strijdig gebruik in duurzame glastuinbouwgebieden. Ook woningen in glastuinbouwgebieden die niet door actieve glastuinbouwondernemers of werknemers van een bedrijf worden bewoond kunnen een groot obstakel zijn. Dringend wordt verzocht om geen ‘overtollige’ bedrijfswoningen om te zetten naar ‘Plattelandswoning’ of ‘Wonen’. Onbegrijpelijk en onacceptabel is dat de gemeente meewerkt aan de omzetting van woningen bij een actief glastuinbouwbedrijf, waarbij er geen agrarische bedrijfswoning meer resteert bij het bedrijf. Met dit ‘ruimhartige’ wordt ook de optimale inrichting en verduurzaming van glastuinbouwbedrijven belemmerd. Als voorbeeld wordt WKK’s op waterstof genoemd; dit vraagt een grotere afstand tot woningen gasgestookte WKK. Glastuinbouw Nederland dringt er bij de gemeente op aan - in navolging van andere glastuinbouwgemeenten - instrumentarium te ontwikkelen en in te zetten om overtollige woningen uit te plaatsen naar hiervoor aangewezen woonclusters aan de randen van glastuinbouwgebieden of nog beter, niet duurzame glastuinbouwgebieden in te zetten als uitplaatslocatie. Glastuinbouw Nederland heeft veel kennis en ervaring met dergelijk instrumentarium dat in andere gemeenten succesvol wordt toegepast en gaat hierover graag met de gemeente op korte termijn in gesprek. 10.

Klimaatneutrale glastuinbouw Glastuinbouw Nederland is blij met de constructieve samenwerking in Greenport West-Holland verband en de Warmtesamenwerking Oostland (WSO). De inzet van de gemeente als partner in de verduurzaming van de glastuinbouw wordt gewaardeerd. De verduurzaming van de sector, o.a. met aard- en restwarmte, inclusief de aanleg van een regionaal gebiedsdekkend warmtenetwerk is van belang voor de glastuinbouw en de verduurzaming van woningen en andere bedrijven. Glastuinbouw Nederland bedankt voor die samenwerking en kijkt uit naar de voorzetting hiervan. Antwoord: Ad 1). Dit is ook het uitgangspunt van de gemeente. Tegelijkertijd stuurt de gemeente hierin niet alleen. De gesprekken met de andere campussen om ook dat doel te realiseren zijn inmiddels gestart. Ad 2). Prima. De huidige samenwerking is constructief en wordt van gemeentezijde graag voortgezet en geïntensiveerd waar nodig. Ad 3). De gemeente is met Glastuinbouw Nederland van mening dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van hun werknemers. De bedrijfseffectrapportage is een interessante suggestie. In het omgevingsprogramma Wonen en/of Economie zal hier aandacht aan worden besteed. Onderzocht zal worden of en welke juridische mogelijkheden hiervoor zijn. Hierbij zal ook de provinciale omgevingsverordening worden betrokken.

Glastuinbouw Nederland geeft ook aan dat er een voorwaarde is dat 80% van de werknemers die gehuisvest worden op een perceel met een glastuinbouwbestemming ook werken in de primaire glastuinbouw. Hiervoor heeft de gemeente aandacht in genoemde omgevingsprogramma’s. Het kan zijn dat hiervoor afspraken met huisvesters kunnen worden gemaakt; de gemeente onderzoekt de manier waarop juridische borging mogelijk is. Hierbij zij opgemerkt dat er per situatie van gemeentezijde een andere beoordeling kan plaatsvinden. Het kan namelijk voorkomen dat sommige huisvestingslocaties ook dicht tegen de distributiecentra liggen 36/43

T25.03392

Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0

zodat meerdere medewerkers van zo’n centra daar kunnen verblijven. Bovendien kan het ook andersom: huisvestingslocaties die tegen de logistieke distributiecentra aan liggen, hier kunnen ook medewerkers verblijven die werken in de glastuinbouw. Ad 4). Voor alle ontwikkelingen in de gemeente geldt het toetsingskader klimaat- en natuurinclusief bouwen. Dat geldt dus ook voor ontwikkelingen in het glastuinbouwgebied. Ad 5). De gemeente onderkent het belang van verkeersveiligheid voor fietsers. Het merendeel van de wegen in het kassengebied ligt buiten de bebouwde kom en betreft verkeersluwe erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 60 km/u. Menging van fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer is op deze wegen het uitgangspunt. Afgezien van enkele ontsluitingswegen (bijvoorbeeld de Groendalseweg ) zijn deze wegen primair bedoeld voor lokaal verkeer. Langs de belangrijkste ontsluitingsroutes zijn al vrijliggende fietspaden aanwezig, of worden deze nog aangelegd. Voor wegen in het kassengebied die onderdeel uitmaken van hoofdfietsroutes of waar sprake is van intensiever (recreatief) fietsverkeer, wordt de noodzaak van aanvullende fietsvoorzieningen of andere verkeersveiligheidsmaatregelen nadrukkelijk afgewogen. Verkeersveiligheid heeft daarbij prioriteit.

Dit krijgt een plek in het op te stellen wegencategoriseringsplan, waarin zowel de functie van wegen als fietsroutes systematisch worden opgenomen en geanalyseerd. Op basis daarvan worden concrete maatregelen uitgewerkt en opgenomen in het omgevingsprogramma Mobiliteit. Ad 6). Deze ambitie sluit aan op de brief Water en Bodem Sturend, d.d. 25 november 2022. Zoals in de brief staat, niet overal kan of moet een peil van 20 cm onder maaiveld gehaald worden. Er is lokaal maatwerk nodig, in gebiedsprocessen waar de agrarische sector een belangrijke rol heeft. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de brief en het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Naar aanleiding van deze zienswijze is het voorstel om de Omgevingsvisie 2.0 op dit punt aan te passen in die zin dat de gemeente naar een grondwaterstand van 20 cm tot 40 cm onder maaiveld beweegt, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied. Ad 7). Het doet de gemeente deugd dat Glastuinbouw Nederland de gemeentelijke inzet ondersteunt. De exacte invulling van het bergen van hemelwater is afhankelijk van lokale omstandigheden en behoeft maatwerk. Specifieke maatregelen kunnen in het omgevingsprogramma nader worden uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=1ac7476f-b75e-44aa-9d57-b8b4c7801ba0