[T25.03392] Nota van beantwoording n.a.v. zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Tekst van het document
Nota van beantwoording n.a.v. zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
www.lansingerland.nl
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Procedure De gemeenteraad besloot op 27 maart 2025 om het ontwerp van de Omgevingsvisie 2.0 met de Leefomgevingsfoto Lansingerland en de (milieu)effectbeoordeling vast te stellen en vrij te geven voor zienswijzen. Het ontwerp lag vervolgens ter inzage van 3 april tot en met 14 mei 2025. In deze nota zijn de bezwaren zoals opgenomen in de ingekomen zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien met daarbij de eventuele gevolgen voor de Omgevingsvisie 2.0. Daarnaast zijn er enkele ambtshalve aanpassingen. Behandeling zienswijzen In totaal heeft de gemeenteraad 26 zienswijzen ontvangen. Een ingediend bezwaarschrift is aangemerkt als zienswijze. De zienswijzen zijn voor afloop van de termijn ingediend. Enkele zienswijzen kwamen per mail binnen. Ook deze zijn in behandeling genomen. De namen en adressen van de indieners van zienswijzen en andere naar personen herleidbare informatie zijn om reden van privacy niet vermeld. Uitzondering hierop vormen organisaties. De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. 3B Wonen d.d. 7 april 2025, Corsanummer I25.05947 2. Cumula Nederland d.d. 24 april 2025, Corsanummers I25.07253 3. Inwoner d.d. 16 april 2025, Corsanummer I25.06903 4. Inwoner d.d. 30 april 2025, Coranummer I25.07929 5. ProRail d.d. 6 mei 2025, Corsanummer I25.07642 6. Huurdersvereniging Lansingerland d.d. 8 mei 2025, Corsanummers I25.07983 7.
Hoogheemraadschap van Delfland d.d. 12 mei 2025, Corsanummer I25.07981 8. Inwoner d.d. 8 mei 2025, Corsanummer I25.07896 9. Inwoner d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.07895 10. Urban Interest d.d. 8 mei 2025, Corsanummer I25.08283 11. Natuur- en vogelwacht Rotta d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08072 12. Natuurmonumenten d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08167 13. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08071 14. Rijkswaterstaat d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08234 15. GGD Rotterdam-Rijnmond d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08168 16. Inwoners d.d. 11 mei 2025, Corsanummer I25.07992 17. Inwoner d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.07982 18. Metropool Regio Rotterdam Den Haag d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08207 19. Inwoner d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08208 20. Stichting BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs d.d. 14 mei 2025, Corsanummers I25.08214 21. Belangen Vereniging Kruisweg d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.08209 22. Inwoner d.d. 8 mei 2025 d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08166 23. Inwoners d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08169 24. Glastuinbouw Nederland d.d. 14 mei 2025, Corsanummer I25.08172 25. Inwoners d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08171 26. Inwoners d.d. 12 mei 2025, Corsanummer I25.08173
2/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 1. 3B Wonen d.d. 7 april 2025, Corsanummer I25.05947 3B Wonen geeft twee zaken ter overweging: 1. Ambitie: We dragen bij aan de regionale opgaven, kwalitatief (p.23): “In beginsel bieden we geen ruimte aan aanvullende woningbouwontwikkelingen vanaf 40 woningen, tenzij dit significant bijdraagt aan onze kwalitatieve doelstellingen en huisvesting van bijzondere doelgroepen.” 3B Wonen wenst deze mogelijkheid wel voor woningcorporatiewoningen vanwege kansen voor extra ontwikkeling (verdichting, een extra locatie, herstructurering). 2. Ambitie: Flexibele schil voor tijdelijke huisvesting (p.25): “Onder een flexibele schil verstaan wij tijdelijke of permanente woningen met tijdelijke huurcontracten voor de bewoners of opvang.” 3B Wonen ziet ook kansen in het creëren van permanente doorstroomlocaties binnen de flexibele schil. Deze woningen zijn sober, klein en niet voorzien voor bewoning voor de rest van iemands leven. Vanwege wettelijke regels mag 3B Wonen voor slechts een zeer beperkt deel van groepen spoedzoekers voor wie 3B Wonen dit product geschikt acht tijdelijke huurcontracten inzetten. Dit betekent dat 3B Wonen deze huurders een permanent huurcontract wil geven terwijl 3B Wonen tegelijk blijft inzetten op doorstroming. Door op te nemen dat in de flexibele schil alleen verhuurd wordt op basis van tijdelijke huurcontracten wordt deze mogelijkheid uitgesloten.
3B Wonen stelt daarom voor om het woord ‘tijdelijke’ hier weg te laten of toe te voegen dat er in de flexibele schil ook woningen met een permanent huurcontract kunnen worden verhuurd. Antwoord: De gemeente waardeert ook de intensieve samenwerking met 3B Wonen om de doelstellingen uit de Omgevingsvisie 2.0 voor voldoende passende en betaalbare woningen te realiseren. Het voorstel is om beide suggesties (in aangepaste vorm) over te nemen. Voor wat betreft de eerste is het voorstel is om een uitzondering te maken voor sociale huurwoningen en middenhuurwoningen (in beheer bij een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet en vallend onder de diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet). Hiermee wordt aangesloten op de terminologie van de Omgevingswet. Op deze manier staat de gemeente niet aan de toevoeging van dit type woningen, waaraan een groot tekort bestaat, in de weg; dit zijn woningen die door woningcorporaties ‘blijvend’ betaalbaar blijven. De tweede suggestie om ‘tijdelijk’ weg te halen is een goed voorstel zodat de gemeente met initiatiefnemers kan overleggen of tijdelijke of permanente huurcontracten mogelijk en wenselijk zijn. Dat er maar een beperkt aantal tijdelijke huurcontracten mogen worden gegeven, is voortschrijdend inzicht bij de gemeente.
Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen. Deze zijn onderstreept. Aan de ambitie (p. 23): We dragen bij aan de regionale opgaven, kwalitatief is de volgende zin toegevoegd: ‘Op dit beginsel wordt een uitzondering gemaakt voor sociale huurwoningen en middenhuurwoningen (in beheer bij een toegelaten instelling: als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet en vallend onder de diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet).’ In de ambitie (p. 25): Flexibele schil voor tijdelijke huisvesting is in de zin ‘Onder een flexibele schil verstaan wij tijdelijke of permanente woningen met tijdelijke huurcontracten voor de bewoners of opvang.’ het tweede woord ‘tijdelijke’ geschrapt.
3/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 2. Cumula Nederland d.d. 24 april 2025, Corsanummers I25.07253 en I25.07082 Cumula Nederland is de bracheorganisatie die namens de in Lansingerland gevestigde en werkzame cumulabedrijven een zienswijze indient. Het gaat hierbij om ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. In de zienswijze worden het belang en de aard van de werkzaamheden toegelicht en wordt aandacht besteed aan de maatschappelijke uitdagingen zoals het versterken van het landschap en de natuur. Hierbij wordt ook aangegeven wat daarvoor nodig is, te weten vakbekwaam en goed opgeleid personeel, innovatief machinepark en dito werkwijze en moderne bedrijfslocaties, lokaal in het landelijk werkgebied. Gelet hierop verzoekt Cumula Nederland het volgende: 1. Het creëren van mogelijkheden om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de Omgevingsvisie 2.0 vermelde ambities; 2. Het erkennen van het bestaansrecht van cumulabedrijven in het buitengebied en dit expliciet te benoemen; 3. Het bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening houden met het materieel van cumulabedrijven; 4.
Het toestaan van voldoende (buiten)opslagmogelijkheden bij de bedrijfslocaties van cumulabedrijven en dit expliciet te benoemen; 5. Het creëren van voldoende mogelijkheden bij de bedrijfslocaties van cumulabedrijven om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen. Antwoord: Ad 1). De gemeente zet in op het beter benutten van werklocaties alsmede het creëren van nieuwe werklocaties. Het buitengebied is in onze gemeente en de Omgevingsvisie 2.0 geen aangewezen term en gebied. Glastuinbouwgebieden zijn per definitie werklocaties. Ad 2). Buitengebied is geen praktische terminologie in deze context. Het bestaansrecht van bedrijven is te vinden in de secties ‘werklocaties’. Ad 3). De gemeente heeft begrip voor het belang van een goede bereikbaarheid van en voor bedrijven in de groen, grond en infrasector, mede in relatie tot de ligging van hun activiteiten in het buitengebied. In het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid van verschillende modaliteiten, waaronder ook landbouwverkeer en groot materieel. Daarin wordt een wegencategoriseringsplan uitgewerkt waarin routes voor landbouwvoertuigen en materieel met beperkte snelheid worden meegenomen.
Bij de herinrichting en het onderhoud van (ontsluitings)wegen houdt de gemeente rekening met de relevante CROW-richtlijnen, waaronder profielbreedte, boogstralen en draagkracht voor zwaar materieel. De inzet is om onnodige verkeersbewegingen in het dorpsgebied of op minder geschikte wegen te voorkomen en tegelijkertijd de verkeersveiligheid en functionaliteit van het wegennet te waarborgen. Ad 4). De indeling van bedrijfspercelen is afhankelijk van de noodzaak hiervoor vanuit de bedrijfsvoering van het bedrijf. Dit is bekend bij een gemeente waar veel logistieke bedrijvigheid aanwezig is. Logistieke bedrijfspercelen bijvoorbeeld hebben ook veel open ruimte. Zodoende is optimalisatie van percelen bij ons zeker niet gelijk aan een maximaal bebouwingspercentage. Ad 5). De opwek en opslag van energie zijn in ons gebied belangrijk omdat dit kan bijdragen aan verhoogde onafhankelijkheid van het energienet en netwerkcongestie. Dit wordt dus zeker aangemoedigd. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
4/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 3. Inwoner d.d. 16 april 2025, Corsanummer I25.06903 Inwoner heeft een aantal kanttekeningen en aanvullingen alsmede een aantal vragen: 1. Ambitie: de gemeente is de regisseur van alle activiteiten in de buitenruimte. De verzochte aanvulling is: “Niet kiezen, is gekozen worden”. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de mogelijkheid om lokaal antennebeleid op te stellen. Op bestuurlijk vlak kan dit ook betekenen dat een lokale gemeente via VNG, overheid of Europese Unie een richting krijgt voorgeschoteld en opvolgt waarbij andere wetenschappelijke informatie wordt gemist. 2. Ambitie: gezondheid komt centraal te staan bij nieuwe ontwikkelingen. Hierover worden enkele vragen gesteld: is dit zo? Wie heeft er vastgesteld dat dit de onderwerpen zijn die de grootste impact hebben op onze gezondheid? Zijn er in genoemde bewonerspeiling ook vragen gesteld en/of meerkeuze-antwoorden opgenomen m.b.t. zorgen van inwoners rondom straling, rondom de uitrol van 5G op het gebied van gezondheid en privacy? Is hierover door de gemeente iets in kaart gebracht? En volgt de gemeente Lansingerland het door de Gezondheidsraad geadviseerde voorzorgprincipe m.b.t. de risico’s van straling op? 3. Ambitie: we volgen de Europese en daarmee Nederlandse wetgeving en richtlijnen op het gebied van straling. “De nationale wetgeving op het gebied van straling is zorgvuldig tot zijn recht gekomen.
Aanvullende GGD-adviezen op het gebied van straling nemen we altijd in overweging.” Inwoner heeft zich verdiept in de toepassingsmogelijkheden, voordelen en risico’s van 5G. Hierna volgt een overzicht van correspondentie met de gemeente. Het gaat om zelf nadenken en zelf onderzoek doen. Besluiten kunnen gebaseerd worden op informatie van de VNG, overheid en Europese Unie of op het zelf verdiepen in de materie. 4. Ambitie: een goede lokale en regionale bereikbaarheid. Het gaat om de gehele ambitie. Volgens complottheorieën is dit een tactiek om de bewegingsvrijheid van burgers in te perken. Voorgesteld wordt om hierover een lokaal standpunt in te nemen zodat voor iedereen duidelijk is dat een mogelijke inperking van bewegingsvrijheid niets iets is wat de gemeente nastreeft. 5. Ambitie: ruimte geven aan voetganger en fietser door het STOMP-principe te hanteren. “Bij ontwikkelingen in de gemeente is STOMP het leidende ordeningsprincipe. Stomp staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Maas (Mobility As A Service) en Privéauto. In Lansingerland krijgen lopen en fietsen de hoogste prioriteit in de woonwijken.” Zie 4. 6. Ambitie: voorbereid op autonome mobiliteit. Het gaat om de gehele ambitie.
De vragen zijn: heeft de gemeente Lansingerland al eens een peiling gedaan onder haar inwoners over wie hierop zit te wachten? Zijn er werkelijk mensen die behoefte hebben aan deze technologie? Het zal ongetwijfeld het economisch belang dienen, maar wie kijkt er echt naar uit om niet meer zelf te hoeven nadenken en als een robot door het verkeer te navigeren? Bestaat er werkelijk een menselijke behoefte aan deze ontwikkelingen? 7. Ambitie: digitale connectiviteit is een voorwaarde voor innovatie. Het gaat om de gehele ambitie. Verwezen wordt naar het lied “Your ancestor” van Nynke Laverman met de uitnodiging om dit te beluisteren. 8. Ambitie: diverse nieuwe geothermiebronnen in onze gemeente in 2030. Het gaat om de gehele ambitie. Rekening houdend met de actualiteiten in onze gemeente m.b.t. de laagfrequente bromtoon, wordt gevraagd kaders op te stellen m.b.t. aan welke voorwaarden deze geothermiebronnen moeten voldoen om de leefbaarheid in onze gemeente optimaal te houden. Daarna volgen enkele samenvattende slotzinnen met als kern: is dit de koers die we richting 2050 werkelijk willen varen? Antwoord: Ad 1). De ambitie stelt dat de gemeente de regie neemt over alle activiteiten in de buitenruimte. De gemeente maakt hierbij een zorgvuldige afweging waarin alle belangen worden afgewogen.
Op deze manier maakt de gemeente ook een bewuste keuze om wel of geen aanvullend beleid op te stellen bij beleid van hogere overheden. Zo is ook de beslissing genomen geen aanvullend antennebeleid op te stellen. Ad 2). Het RIVM stelt: “milieufactoren veroorzaken in Nederland ongeveer 6% van de ziektelast. Ruim driekwart daarvan wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging”. De milieugezondheidsrisico (MGR) kaarten worden door het RIVM gemaakt op basis van de gegevens over luchtkwaliteit en geluid. In de bewonerspeiling is de vraag gesteld: “Over welk milieuprobleem maakt u zich het meest zorgen?” Hier kon niet gekozen worden voor straling of 5 G. Wel hadden de bewoners de mogelijkheid om ‘anders’ te 5/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
kiezen en een toelichting te geven. Bij ‘Anders’ noemt men onder andere de hoeveelheid afval, overbevolking, wateroverlast, klimaatverandering en gebrek aan natuur. Het aanvullende GGD-advies op het gebied van straling (EMV) neemt de gemeente bij elke ontwikkeling in overweging. Dit advies is in lijn met het advies van de Gezondheidsraad. Ad 3). De gemeente volgt het nationale beleid op het gebied van straling en 5G. Dat is gebaseerd op internationaal erkende limieten, deze zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en houden rekening met kwetsbare groepen. Het aanvullende GGD-advies op het gebied van straling (EMV) neemt de gemeente bij elke ontwikkeling in overweging. Ad 4 en 5). De inzet op het 15-minuten-principe is niet bedoeld om de bewegingsvrijheid van inwoners te beperken, maar juist om meer vrijheid en keuzevrijheid te bieden aan alle inwoners, vooral ook aan hen die geen beschikking hebben over een auto. Het uitgangspunt van de 15-minute omgeving is dat de meeste dagelijkse voorzieningen (zoals winkels, scholen, zorg, werkplekken en ontspanning) binnen 15 minuten bereikbaar zijn per fiets, te voet of met het openbaar vervoer. Dit verhoogt de toegankelijkheid, stimuleert de gezondheid en vergroot de zelfstandigheid van kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en mensen zonder auto.
Bovendien draagt het bij aan een leefbare, verkeersveilige en duurzame leefomgeving, met minder verkeersdruk, uitstoot en geluidshinder. Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service, Privéauto) is een ordeningsstrategie voor duurzame mobiliteit. Het doel is niet om de auto te verbieden, maar om eerlijkere ruimteverdeling in het mobiliteitssysteem te realiseren. Waar mogelijk krijgen lopen en fietsen meer ruimte, zeker in de nieuwe wijken. De auto blijft daarbij een belangrijk vervoermiddel. STOMP stimuleert dat kortere afstanden op een gezondere en efficiëntere manier worden afgelegd, waardoor de auto minder vaak nodig is en dus minder ruimte hoeft in te nemen. De gemeente benadrukt dat het vrijheid van verplaatsing altijd centraal blijft staan. Er is op geen enkel moment sprake van beperkingen in bewegingsvrijheid. Integendeel: met deze aanpak worden juist meer mensen in staat gesteld om zelfstandig en duurzaam mobiel te zijn. Ad 6). De gemeente heeft geen specifieke peiling uitgevoerd onder onze inwoners naar de wenselijkheid van autonome mobiliteit. Tegelijkertijd constateert de gemeente dat technologische innovaties in hoog tempo plaatsvinden en dat deze ook hun weg vinden naar de mobiliteitssector.
Ontwikkelingen zoals Talking Traffic en Talking Logistics maken het mogelijk dat voertuigen, verkeerslichten en andere wegkantsystemen met elkaar communiceren. Deze vormen van ‘connected mobility’ dragen bij aan een betere verkeersdoorstroming, vermindering van CO₂-uitstoot en geluidoverlast, en vooral verhoging van de verkeersveiligheid. Autonome mobiliteit omvat meer dan alleen zelfrijdende auto's. Denk bijvoorbeeld aan slimme verkeerslichten die anticiperen op nood- en hulpdiensten, bussen met automatische rijtaakondersteuning, of het realtime informeren van automobilisten via digitale verkeersborden in de auto. Deze toepassingen zijn onderdeel van de digitalisering van mobiliteit, die ook door de Rijksoverheid en de EU actief wordt gestimuleerd via onder meer de Data Top 15 – een nationale datastrategie waarin de belangrijkste mobiliteitsdata gedeeld worden om verkeersveiligheid en bereikbaarheid te verbeteren. Hoewel de volledig zelfrijdende auto nog niet op korte termijn wordt verwacht, bereidt de gemeente zich wél voor op een toekomst waarin (gedeeltelijk) geautomatiseerd vervoer een rol gaat spelen. Dit is noodzakelijk en onontkoombaar vanwege: • De verwachte bevolkingsgroei en daarmee toenemende mobiliteitsvraag, • De behoefte aan meer verkeersveiligheid, • En de noodzaak tot efficiënt ruimtegebruik en verduurzaming van het mobiliteitssysteem.
De ambitie is dan ook niet gebaseerd op een voorspelde wens onder inwoners om zelfrijdend te worden vervoerd, maar op het feit dat deze technologie zich maatschappelijk en economisch ontwikkelt en het gemeentelijke beleid zich hier tijdig op moet voorbereiden. Tegelijkertijd blijft de menselijke maat – en dus ook autonomie – een belangrijk uitgangspunt in de uitwerking van het mobiliteitsbeleid. Ad 7). Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad 8). In het nog op te stellen Warmteprogramma (onderdeel van het omgevingsprogramma Energietransitie en circulaire economie) worden de effecten op de leefomgeving van verschillende technologieën, waaronder geothermie, uiteengezet en afgewogen. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 6/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 4. Inwoner d.d. 30 april 2025, Coranummer I25.07929 In de zienswijze wordt een schaduwzijde belicht: met name bij het onderdeel Gezondheid, de risico's die het implementeren van 5 G en hoger(!) kunnen opleveren. In het boek van Drs.Ing. Jan van Gils “5G.Zegen of Vloek” wordt een verontrustend beeld geschetst. In andere landen is men wel voorzichtiger. Als voorbeelden worden de VS (schadeclaims), België (voorzorg), Grenoble (blokkade antennes) en Italië (Italiaanse rechters achten relatie met kanker bewezen). Op de voorlichtingsavond is gesproken over een onderzoek van de GGD. Die is niet gevonden. Verzocht wordt om dit op een ander moment te laten zien. Onder de ambitie We kunnen veilig verblijven in Lansingerland komt in de visie de term 5G (en hoger) niet voor. Er staat wel dat de energietransitie veiligheidsrisico’s met zich meeneemt. De vraag is welke risico's integraal worden afgewogen. Vraag is of het gemak (tussen aanhalingstekens) van een sneller en sneller internet tegenover de schaduwkanten echt goed is overwogen. Verzocht wordt om antwoord hierop. Uit de stukken op de website van de GGD blijkt er besef te zijn van de risico’s van straling maar pas op de plaats maken wordt niet overwogen. Gevraagd wordt of de gemeente hier echt achter staat.
Zo niet, van wie moet dit dan eigenlijk? Volgens Van Gils lijkt het antwoord hierop puur financieel van aard te zijn. Verzocht wordt om dit niet uit te voeren. De inwoners verheugen zich op bloeiende dorpskernen en veel groen. Geen zelfrijdende auto’s. Autonomie graag. Antwoord: Het onderzoek waarnaar verwezen werd op de informatieavond is ‘The effect of exposure to radiofrequency fields on cancer risk in the general and working population: A systematic review of human observational studies’, Ken Karipidis et al. 2024. Dit onderzoek is een systematische review van 28 jaar aan onderzoek naar de effecten van radiogolven op (hersen)kanker. De conclusie van dit onderzoek is dat er geen verband is aangetoond tussen het gebruik van mobiele telefonie en hersentumoren. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de WHO (World Health Organisation). De gemeente heeft op 30 april jl. dit onderzoek toegestuurd. De gemeente hoort uw zorgen rondom 5G en straling; de gemeente volgt hierin het nationale beleid. Dat is gebaseerd op internationaal erkende limieten; deze zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en houden rekening met kwetsbare groepen. Voor wat betreft de opmerkingen over mobiliteit wordt verwezen naar het antwoord op zienswijze 3. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
7/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 5. ProRail d.d. 6 mei 2025, Corsanummer I25.07642 In de gemeente ligt een groot spoornetwerk. Het spoornetwerk heeft ruimte nodig om nu en in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. De zienswijze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Bescherming van het spoornetwerk en haar omgeving Ontwikkelingen en het spoor kunnen elkaar belemmeren. Om dit te voorkomen denkt ProRail graag vroegtijdig mee bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk. Rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) ligt een beperkingengebied op grond van artikel 3.5 Omgevingsbesluit. Bouwen in dit gebied is vergunningsplichtig. Daarnaast wordt gevraagd om de instructieregel uit artikel 5.163 Besluit kwaliteit leefomgeving te respecteren (omgevingsplan). Gevraagd wordt om – bij nieuwe woon- en werklocaties naast het spoor - toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. Specifiek gaat het om Bleizo-West en de ruimtereservering voor de Koningscorridor. 2.
Voorkomen belemmeringen voor functioneren en veiligheid spoornetwerk ProRail verzoekt de gemeente om onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing, bebouwing te realiseren op te dichte afstand en te allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds- en hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Binnen planontwikkelingen moeten zichtlijnen naar de hoofdingang van een station geborgd blijven. Het gebruik van gronden of percelen in eigendom en beheer bij ProRail kan niet zonder schriftelijke toestemming. 3. Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor Voor een goede leefomgeving is het belangrijk dat eventuele negatieve effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd. Bij de uitwerking naar het omgevingsplan vraagt ProRail aandacht voor specifiek genoemde aspecten zoals geluid en wordt verwezen naar een bijlage. 4. Bureau Spoorbouwmeester Dit is een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie kan gebruik worden gemaakt van www.spoorbeeld.nl. Antwoord: Ad 1). De gemeente erkent het belang van een goed functionerend en veilig spoorsysteem en waardeert de betrokkenheid van ProRail bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie 2.0.
De gemeente onderschrijft het uitgangspunt dat ruimtelijke ontwikkelingen nabij het spoor zodanig moeten worden vormgegeven dat het gebruik, de instandhouding en mogelijke uitbreiding van de spoorinfrastructuur niet worden belemmerd. Ten aanzien van de Koningscorridor wordt opgemerkt dat in het kader van het programma MIRT-MoVe onderzocht wordt wat de kansen zijn voor een mogelijke verlenging van de Koningscorridor (Scheveningen – Voorburg) naar station Lansingerland-Zoetermeer, parallel aan de Goudse lijn. Voor het traject Koningscorridor-Oost (CID-Binckhorst-Zoetermeer) is het startbesluit door het Rijk opgeschort naar circa 2040. De noodzaak van uitbreiding hangt mede af van de toekomstige invulling van intercitydiensten op het traject Den Haag – Utrecht. De gemeente volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en treedt hierover graag met ProRail in overleg. Voor de viersporigheid van het traject Den Haag – Gouda geldt dat tot 17 februari 2025 een ruimtereservering in het Provinciaal Omgevingsprogramma aanwezig was. Inmiddels is hiervan geen sprake meer. Wel blijft de gemeente – conform het Besluit kwaliteit leefomgeving – bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van hoofd- en regionale spoorwegen proactief in overleg met betrokken spoorbeheerders en vervoerders over de thema’s veiligheid, ruimtelijke inpassing, externe veiligheid en hinderbeperking.
Ten aanzien van onderstations en relaiskasten onderstreept de gemeente het belang van bereikbaarheid en vrije ligging. Dit zal zijn uitwerking krijgen in het omgevingsplan. Voor ontwikkelingen bij stationslocaties erkent de gemeente het belang van behoud van zichtlijnen en beperking van windhinder. Deze elementen worden betrokken bij de ruimtelijke inpassing en stedenbouwkundige uitwerking van plannen nabij stations, zoals in Bleizo-West. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van hoofdspoorwegen en regionale spoorwegen treedt de gemeente in 8/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
overleg met de betrokken spoorbeheerders en vervoerders over veiligheid, ruimtelijke inpassing en het voorkomen van hinder. Ad 2). De genoemde aspecten ten aanzien van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor het rijden van treinen, worden op een passend moment uitgewerkt (omgevingsprogramma(‘s) en/of omgevingsplan). Ook nu wordt met nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor functioneren en veiligheid van het spoornetwerk. Dit zal in de toekomst niet wijzigen gezien het belang van een goed openbaar vervoer netwerk. Het beschermen van de omgeving tegen effecten van het spoor zullen zeker verder worden uitgewerkt in de omgevingsprogramma’s en/of het omgevingsplan. Veel van de eisen voor een goede leefomgeving vloeien rechtstreeks voort uit de Omgevingswet. Hiermee heeft Lansingerland zeker al richtlijnen om verder uit te werken. De genoemde aspecten in bijlage 1: uitwerking omgevingseffecten kunnen/zullen als richtlijn worden gebruikt voor de voorzieningen die opgenomen moeten worden in de omgevingsprogramma’s/omgevingsplan. Ad 3). De gemeente neemt het belang van het spoor mee en is zich bewust van de geldende wet- en regelgeving, ook met betrekking tot een goede leefomgeving.
De gemeente draagt er zorg voor dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd en blijft daarover met ProRail in gesprek. Op deze manier worden de genoemde aspecten op een passend moment uitgewerkt (Omgevingsprogramma, Omgevingsplan). Ad 4). Met dank voor de suggestie wordt deze opmerking voor kennisgeving aangenomen. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
9/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 6. Huurdersvereniging Lansingerland d.d. 8 mei 2025, Corsanummers I25.07983 en I25.08069 Volgens de Huurdersvereniging Lansingerland (HVLL) verdienen de volgende punten in de Omgevingsvisie 2.0 meer nadruk: 1. Wonen Gewaardeerd wordt dat de gemeente zich inzet voor het vergroten van het aandeel betaalbare woningen, met als streven minimaal 2/3 betaalbaar bij nieuwbouw vanaf 5 woningen. Het belang van het volgende wordt benadrukt: • Voldoende sociale huurwoningen, ook voor nieuwe doelgroepen zoals starters, ouderen en statushouders • Betaalbaarheid op lange termijn, rekening houdend met huurverhogingen na renovaties of bij mutatie • Bescherming van bestaande voorraad: aandacht voor het behoud van bestaande sociale huurwoningen, inclusief sloop-/nieuwbouwplannen • Concrete uitvoeringsmaatregelen om te zorgen dat deze woningen ook daadwerkelijk voor de bestemde doelgroepen beschikbaar blijven, bijvoorbeeld via toewijzingsafspraken met de woningcorporaties. Hier moet aandacht aan worden besteed tijdens het opstellen van de prestatieafspraken • Monitoring en handhaving op afgesproken prijsklassen en doelgroepgericht bij nieuwbouwprojecten • In aanvulling op het bovenstaande heeft de HVLL de nadrukkelijke wens om te sparren met een vaste gesprekspartner in beleidstrajecten vanuit de gemeente. 2.
Kwaliteit van de leefomgeving De Omgevingsvisie benoemt ‘vitale buurten’ en ‘groene woonmilieus’ als speerpunten. Extra aandacht wordt gevraagd voor: • Leefbaarheid in bestaande wijken: investeer niet alleen in nieuwbouwlocaties, maar ook in vergroening, schoon als ook veiligheid en voorzieningen in bestaande huurwijken • Sociale cohesie: zorg voor gemengde buurten met een goede balans tussen koop/ huur en sociale interactie • Inspraak: betrek bewoners – inclusief huurders – actief bij wijkontwikkeling en verduurzamingsprojecten • Woonlasten neutrale verduurzaming: investeringen in bijvoorbeeld isolatie en warmtenetten mogen niet leiden tot hogere maandlasten voor huurders • Transparantie over kosten en baten, zeker waar corporaties verduurzamen en de kosten willen doorberekenen • Bescherming van huurders bij experimenten met nieuwe energieconcepten. 3. Mobiliteit en nabijheid van voorzieningen. De visie stelt terecht dat nabijheid van voorzieningen een leidend principe moet zijn. Voor huurders is dit essentieel: • Goede OV- en fietsverbindingen, vooral naar werk, school, zorg en winkels • Doelgroepenvervoer voor minder mobiele bewoners • Maak het Regionale Openbaar vervoer gratis voor alle senioren van 70 en ouder waardoor autoverkeersbewegingen afnemen en verkeersontsluitingsproblemen van de nieuwe woonwijken op bestaande infrastructuur beter op elkaar aansluiten.
De HVLL verzoekt nadrukkelijk om bovenstaande punten in acht te nemen bij de verdere uitwerking en uitvoering van de visie en bijbehorende programma’s. Antwoord: Ad 1). Hieronder is puntsgewijs een antwoord op de aandachtspunten opgenomen: in de Omgevingsvisie 2.0 is de volgende ambitie al opgenomen “Ambitie: Voldoende blijvend betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens”. Dit houdt in dat de gemeente ook stuurt op voldoende sociale huurwoningen, naar gelang de behoefte in onze gemeente. Dus ook voor starters, statushouders, ouderen en andere nieuwe doelgroepen die een sociale huurwoning nodig hebben. Uitwerking hierop vindt in het omgevingsprogramma Wonen en/of de prestatieafspraken verder plaats. 10/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
-
het voorstel is om in de Omgevingsvisie 2.0 het aandachtspunt ‘Betaalbaarheid op lange termijn’ meer te benadrukken. Dit door een zin op te nemen die aangeeft dat de gemeente betaalbare woonlasten van belang vindt. Hierdoor is ook aandacht gegeven aan aandachtspunt 2.4 van de zienswijze (“Woonlasten neutrale verduurzaming”). Uitwerking hierop vindt in het omgevingsprogramma Wonen en/of de prestatieafspraken verder plaats. de gemeente stuurt dus op voldoende sociale huurwoningen voor de doelgroepen in Lansingerland. In de ontwikkeling van het omgevingsprogramma Wonen en/of prestatieafspraken wordt aangegeven hoe de gemeente dit wil bereiken. Dit geldt onder meer voor bescherming van de sociale huurwoningvoorraad, concrete uitvoeringsmaatregelen om te zorgen dat deze woningen ook daadwerkelijk voor de bestemde doelgroepen beschikbaar blijven, en monitoring en handhaving afgesproken prijsklassen en doelgroepgericht bij nieuwbouwprojecten. in de ontwikkeling van de prestatieafspraken zal de gemeente aandacht geven aan de wens van HVLL om te sparren met een vaste gesprekspartner vanuit de gemeente in beleidstrajecten. In principe voert HVLL al gesprekken met een vaste gesprekspartner vanuit de gemeente (namelijk met adviseur(s) wonen van het cluster wonen).
Afhankelijk van de onderwerpen die besproken worden sluiten nu één of meerdere andere medewerkers van de gemeente aan als gesprekspartner. Ad 2). De ambities gelden voor de hele gemeente, dus ook voor de bestaande wijken. Bij de ambitie ‘vitale buurten’ is het voorstel om nog extra te benadrukken dat het ook voor de bestaande wijken geldt en aandacht te geven aan het belang van sociale verbondenheid. Het proces om daar uitvoering aan te geven of de maatregelen die mogelijk zijn, kunnen per situatie verschillen. Bijvoorbeeld omdat het om nieuwe ontwikkelingen gaat of om bestaand gebied. In bestaande (huur-) wijken werkt de gemeente aan de leefbaarheid door vergroening, schoon en veilig en voorzieningen, door o.a. (zie ambities hoofdstuk 3): te sturen op een klimaatadaptieve gemeente in 2025, ook in bestaand bebouwd gebied stuurt de gemeente op vermindering van onnodige verharding en bodemherstel door vergroening; Kwaliteit leefomgeving het koesteren van bestaande parken; Kwaliteit leefomgeving in bestaande woonwijken te sturen op het combineren van functies omdat dat bijdraagt aan de levendigheid en sociale veiligheid. Economie te sturen op een gemengd betaalbaarheidsaanbod in de wijk met verschillende woningtypen. Wonen Bij veranderingen in de wijk (wijkontwikkeling) worden bewoners betrokken.
De woningcorporatie is zelf verantwoordelijk voor een toekomstbestendige woningvoorraad en dus ook voor het isoleren van de woningen, die zij in bezit heeft. In de Omgevingsvisie 2.0 is bij ad 1) voorgesteld om toe te voegen dat betaalbare woonlasten van belang zijn. Verder heeft de gemeente hier aandacht voor in de ontwikkeling van het omgevingsprogramma Wonen, dan wel prestatieafspraken. Indien er sprake is van nieuwe energieconcepten, zoals warmtenetten, zet de gemeente in op een betaalbare warmtevoorziening. Ook hier is aandacht voor betaalbare woonlasten. Ad 3). In de zienswijze wordt aandacht gevraagd voor vervoer voor kwetsbare doelgroepen en senioren. In de omgevingsvisie 2.0 is aandacht voor deze doelgroepen. De ambitie is dan ook dat voor iedere doelgroep een passend vervoeraanbod is. Waar mogelijk streeft de gemeente naar slimme combinaties van doeltroepenvervoer en openbaar vervoer t.b.v. een voor iedereen toegankelijk publiek mobiliteitssysteem. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar de meest kwetsbaren in de samenleving, waaronder senioren, minima en kwetsbare jongeren. Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot enkele aanpassingen. Deze zijn hierna onderstreept.
In de ambitie (p.23) Voldoende blijvend betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens is na de zin: ‘We hanteren voor deze betaalbare woningen prijscategorieën die landelijk zijn afgesproken en hebben daarbij een staffel toegevoegd om binnen de betaalbaarheidsgrenzen differentiatie te realiseren.’ de volgende zin toegevoegd: ‘Bovendien vinden we betaalbare woonlasten van belang.’ De eerste alinea van de ambitie (p.25) Vitale buurten is als volgt aangepast: Om goed te wonen vinden wij sociale, gezonde en veilige leefgemeenschappen van belang, waarbij aandacht is voor sociale verbondenheid. Hiervoor dienen er in de nabijheid voldoende maatschappelijke functies, werkfuncties, groen en blauw, winkels, cultuur en mogelijkheden voor kinderen om fijn op te groeien te vinden zijn. Nabijheid als ordenend principe voor deze voorzieningen is met name van belang 11/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
voor kwetsbare mensen, die vaker een kwalitatief goede plek nodig hebben om goed te wonen en weinig keuze hebben in de plek waar ze wonen. De directe woon- en leefomgeving dient daarom van een goede ruimtelijke kwaliteit te zijn, onder meer schoon, heel en veilig, en uit te nodigen om naar buiten te gaan, te verblijven en te ontmoeten. Dit vinden wij van belang in bestaande wijken en bij nieuwbouwontwikkelingen. Daarnaast is de volgende passage in deze ambitie naar voren gehaald: ‘We sturen daarnaast aan op sociale menging in de wijk. Hierdoor dragen we bij aan sociale verbondenheid tussen verschillende groepen. We sturen op een gemengd betaalbaarheidsaanbod in de buurt met verschillende woningtypen. Op deze manier kan de woningvoorraad ook mogelijkheden bieden voor jonge mensen om in te stromen, en voor oudere mensen om door te stromen.’
12/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 7. Hoogheemraadschap van Delfland d.d. 12 mei 2025, Corsanummer I25.07981 De zienswijze heeft betrekking op de volgende onderdelen van de Omgevingsvisie 2.0: 1. Het aspect waterveiligheid gaat ook om waterkeringen. Om de waterveiligheid te borgen, moeten waterkeringen met gevolgen voor het ruimtebeslag in stand gehouden, beschermd en versterkt worden. Verzocht wordt om in de Omgevingsvisie 2.0, de (milieu)effectbeoordeling en de Leefomgevingsfoto Lansingerland ook aandacht aan waterkeringen te geven. 2. De aspecten “afvalwater” en “riolering” spelen een rol binnen verschillende ambities van de omgevingsvisie. Geadviseerd wordt een eigen ambitie te wijden aan de afvalwaterketen en te beschrijven, hoe met de verwachte groei van het aantal inwoners (+50%) en de daarmee verbonden toename van vervuilingseenheden omgegaan wordt. Daarnaast wordt gevraagd om de afvalwaterketen ook in de (milieu)effectbeoordeling en de Leefomgevingsfoto Lansingerland te beschrijven. 3. In de Leefomgevingsfoto Lansingerland en bijlage 1 van de Omgevingsvisie 2.0 wordt bodemdaling als uitdaging en risicofactor benoemd. Gevraagd wordt te beschrijven hoe bij nieuwe ontwikkelingen met het risico op bodemdaling omgegaan wordt. 4. Daarnaast zijn een aantal aanvullende opmerkingen en verdiepende vragen in de bijlage bij de zienswijze verwoord.
Verzocht wordt om hiermee bij de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 rekening te houden. Antwoord: Ad 1). Verwezen wordt naar het antwoord op onderdeel 3 van de zienswijze van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (zienswijze 13). Ad 2). De gemeente werkt aan de evaluatie van het Afvalwaterakkoord Kortenoord. De toekomstige groei van het aantal inwoners van Lansingerland en het voorbereiden van de afvalwaterketen daarop is onderdeel van deze evaluatie en daaruit voortkomende acties. De gemeente zal hieraan in het omgevingsprogramma meer aandacht besteden. Ad 3). Verwezen wordt naar het antwoord op onderdeel 2 van de zienswijze van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (zienswijze 13). Ad 4). B1: Ambitie over groene en klimaatadaptieve werklocaties: groene ommetjes zijn korte schaduwrijke looproutes die werknemers in hun pauze kunnen bewandelen. B2: Ambitie Schoon en gezond water in 2050. Dit wordt in het omgevingsprogramma nader uitgewerkt. De gemeente besteedt het budget doelmatig, dus als het niet nodig is om overstorten te saneren gaat de gemeente dat niet zomaar doen omdat het kan. B3 en B4: ambitie Schoon en gezond water in 2050. Dit wordt in het omgevingsprogramma nader uitgewerkt. B5: Ambitie: Een robuust en verbonden watersysteem in 2050.
Verwezen wordt naar het antwoord op onderdeel 1 van de zienswijze van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (zienswijze 13). B6 en B7: ambitie Een robuust en verbonden watersysteem in 2050. Dit wordt in het omgevingsprogramma nader uitgewerkt. B8, B9 en B10: Ambitie Een waterbestendig Lansingerland. Deze zullen in het omgevingsprogramma nader worden uitgewerkt. B11. Ambitie Ruimte voor parkeren. Deze specifieke maatregel zal worden beoordeeld in de nog op te stellen omgevingsprogramma’s. B12. Thema zonne-energie. Het is de gemeente bekend dat er mogelijke consequenties zijn voor de waterkwaliteit en ecologie van drijvende zonneparken. Uiteraard neemt de gemeente contact op met de Hoogheemraadschappen als zich een mogelijkheid voordoet voor een drijvend zonnepark. B13. Het voorstel is om het woord ‘infiltratiekratten’ te verwijderen en de tekst in de Omgevingsvisie 2.0 aan te passen. B14. Hoofdstuk 4. Gebiedsgerichte uitwerking. Dit wordt in het omgevingsprogramma nader uitgewerkt. B15. Hoofdstuk 5. Afwegingskader. De Omgevingsvisie 2.0 dient onder meer als afwegingskader voor de beoordeling van initiatieven die in strijd zijn met het omgevingsplan. Aan de intaketafel worden de initiatieven beoordeeld. in de Omgevingsvisie 2.0 is op p.
81 (hoofdstuk 5 Afwegingskader) over de haalbaarheid van initiatieven het volgende opgenomen: ‘Als dat zo is, wordt in beginsel medewerking verleend. Is hiervan sprake, dan vindt daarna onderzoek naar de haalbaarheid plaats (denk aan nader onderzoek naar omgevingsaspecten, overleg met ketenpartners en kostenverhaal etc.).’ Het voorstel is om in de tweede zin de omgevingstafel expliciet te noemen. 13/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
B16. Hoofdstuk 5. Afwegingskader. Algemeen geldt dat bij initiatieven die voldoen aan het omgevingsplan geen afweging van belangen meer kan plaatsvinden. Deze afweging waaronder de weging van het waterbelang heeft dan eerder plaatsgevonden namelijk bij het vaststellen van het omgevingsplan. In sommige gevallen staat er in het omgevingsplan overigens dat de gemeente verplicht advies opvraagt bij de waterbeheerder. Het kan wel zo zijn dat voor het uitvoeren van desbetreffende activiteit nog een watervergunning nodig is. De aanvrager mag zelf kiezen welke aanvragen hij in welke volgorde indient. Het bevoegd gezag is daarbij verplicht de initiatiefnemer te laten weten welke vergunningen er nog meer nodig zijn (artikel 3:19 Algemene wet bestuursrecht). Dit voor zover dat door het bevoegd gezag in te schatten is. Het is een zogenaamde inspanningsverplichting. B17. Beschrijving van de fysieke leefomgeving. Het voorstel is om zowel de tekst in de Omgevingsvisie 2.0 als de Leefomgevingsfoto (LOF) op dit punt te verduidelijken. Aanpassingen: Voor een deel wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (zienswijze 13). Hierna zijn de aanpassingen onderstreept weergegeven. In hoofdstuk 3.3.7 Richtinggevende uitspraken (p.
54) is de zin ‘Ook in de ondergrond is ruimte nodig, bijvoorbeeld voor wortelende bomen en waterbergende oplossingen zoals infiltratiekratten.’ gewijzigd in: ‘Ook in de ondergrond is ruimte nodig, bijvoorbeeld voor wortelende bomen en waterbergende oplossingen.’ Op p. 83, hoofdstuk 5 Afwegingskader, eerste tekstblok, is de zin: ‘Als dat zo is, wordt in beginsel medewerking verleend. Is hiervan sprake, dan vindt daarna onderzoek naar de haalbaarheid plaats (denk aan nader onderzoek naar omgevingsaspecten, overleg met ketenpartners en kostenverhaal etc.).’ als volgt aangepast: ‘Als dat zo is, wordt in beginsel medewerking verleend. Is hiervan sprake, dan vindt daarna aan de omgevingstafel onderzoek naar de haalbaarheid plaats (denk aan nader onderzoek naar omgevingsaspecten, overleg met ketenpartners en kostenverhaal etc.).’ Op p.
94 staat onder het kopje Bodem, water en ondergrond, huidige situatie, de volgende zin: ‘De waterkeringen en watergangen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen.’ Deze is als volgt aangepast: ‘De regionale watersystemen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen.’ In de LOF (p.60) staat de volgende zin: ‘Regionale waterkeringen en watergangen zullen steeds meer moeite hebben om water op een efficiënte manier af te voeren, wat leidt tot een verhoogd risico op wateroverlast en overstromingen.’ Deze zin is aangepast naar: ‘Regionale watersystemen zullen steeds meer moeite hebben om water op een efficiënte manier af te voeren, wat leidt tot een verhoogd risico op wateroverlast en overstromingen. In de LOF (p.61) staat de volgende zin: ‘De waterkeringen en watergangen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen.’. Dis is gewijzigd in: ‘De regionale watersystemen zijn in staat om water efficiënt af te voeren, maar de verhoogde druk door klimaatverandering kan de capaciteit op termijn verminderen.’
14/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 8. Inwoner d.d. 8 mei 2025, Corsanummer I25.07896 Deze zienswijze gaat over de voorgenomen functieverandering aan de Chrysantenweg: van glastuinbouw naar industrie met een hoge milieuklasse. Circulaire Hort Science is daarbij het belangrijkste doel. Gevraagd wordt waarom deze verandering nodig is, omdat Hort Science toch tuinbouw is? Daarnaast zijn er vraagtekens bij de verkeersdrukte op de N209. Het is al zeer druk (mede vanwege distributiecentra); er worden grote problemen in de toekomst verwacht met veel overlast van vracht- en woon/werkverkeer. Het verzoek is om deze functieverandering niet te laten plaatsvinden. De functie industrie kan ook op Bleizo, waar al industrie is. Dit geeft ruimte voor bijvoorbeeld woningen aan de Chrysantenweg. De zienswijze is om nog een lange tijd op de Chrysantenweg te blijven wonen in een leefbare agrarische omgeving. Antwoord: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied. In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Voor beide trajecten heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden.
Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken aan de Chrysantenweg zullen de initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanaciviteit, BOPA) moeten indienen omdat er op grond van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (omgevingsplan) een agrarische bestemming op dit gebied ligt. Wordt deze aanvraag ingediend, dan zullen de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief getoetst worden aan de gemeentelijke ambities en de geldende wet- en regelgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid. De gemeente kan op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder medewerking aan het initiatief mogelijk is. Het is aan de initiatiefnemers van de ontwikkeling om met de omgeving te participeren. De reden om deze gebieden op korte of middellange termijn voor functieverandering van Agrarisch – Glastuinbouw naar Horti Science gerelateerde bedrijvigheid aan te merken heeft te maken met: - De structuur van het gebied (kleinschalig kavels) waardoor het gebied lastig te herstructureren is; - Moeilijk (energetisch) te verduurzamen; - Goede kansen in het gebied voor een andere functie. Voor de Chrysantenweg is het uitgangspunt om de nieuwe activiteiten zoveel mogelijk versterkend te laten zijn aan het Horti Science ecosysteem.
Om het Horti Science district toekomstbestendig te maken is behoefte aan ruimte voor circulaire activiteiten met een mogelijk hogere milieubelasting. De gemeente herkent de gestelde problematiek ten aanzien van het drukker worden van de N209, zoals ook staat beschreven in bijlage 1 van de omgevingsvisie ‘Kwaliteit van de fysieke leefomgeving van Lansingerland.’ Specifiek voor de verkeerssituatie op en rondom de N209 en het bedrijventerrein Klappolder is veel aandacht in lopende verkeerskundige onderzoeken, waar ook oplossingsrichtingen worden aangedragen. Deze worden opgenomen en nader uitgewerkt, onder meer in het op te stellen omgevingsprogramma Mobiliteit. Zie ook het antwoord op zienswijze 22, onderdeel 3. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
15/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 9. Inwoner d.d. 9 mei 2025, Corsanummer I25.07895 Gevraagd wordt naar de plannen voor de Hoefweg/Chrysantenweg. Bewoners worden niet geïnformeerd. De geruchten zijn zware industrie, milieuklasse 4. Infra, is het nog de moeite waard om het huis te verduurzamen, allemaal onbeantwoorde vragen. Verzocht wordt om de vergunning niet te verlenen en het ontwerpbesluit aan te passen. Antwoord: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied. In de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Voor beide trajecten heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken aan de Chrysantenweg zullen de initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanaciviteit, BOPA) moeten indienen omdat er op grond van het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (omgevingsplan) een agrarische bestemming op dit gebied ligt. Wordt deze aanvraag ingediend, dan zullen de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief getoetst worden aan de gemeentelijke ambities en de geldende wet- en regelgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid.
De gemeente kan op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder medewerking aan het initiatief mogelijk is. Het is aan de initiatiefnemers van de ontwikkeling om met de omgeving te participeren. Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
16/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 10. Urban Interest d.d. 8 mei 2025, Corsanummer I25.08283 Urban Interest wenst de locatie Rodenrijseweg 457/459 te Berkel en Rodenrijs te ontwikkelen van een bedrijfsmatige bestemming naar wonen. Het betreft het CRM-/kassenterrein. Het initiatief is in strijd met het omgevingsplan. Op 10 oktober 2024 is een startovereenkomst met de gemeente gesloten om de haalbaarheid van het plan te onderzoeken. Het plangebied valt binnen de provinciale beschermingscategorie 2 ‘Groene buffers’. Met de provincie vindt ook afstemming plaats. De woonontwikkeling wordt beschouwd als een passende aanpassing binnen de bestaande identiteit van het gebied, dat reeds is gekenmerkt door gemengde lintbebouwing met diepe kavels en woonbuurten. Aandacht wordt gevraagd voor de status van het initiatief in relatie tot de ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Het huidige gebruik (CRM- en kassenterrein) en de beoogde woningbouwfunctie vallen niet expliciet binnen de functieaanduidingen op de visiekaart. Is woningbouw op deze locatie, ook onder voorwaarden, mogelijk? Gelet op de status van het initiatief - waarin de wenselijkheid reeds is vastgesteld en het haalbaarheidsonderzoek in uitvoering is – wordt verzocht om de locatie Rodenrijseweg 457/459 te Berkel en Rodenrijs expliciet aan te merken als mogelijke woningbouwlocatie, met oog voor de inpassing binnen de gewenste groenstructuren.
Antwoord: De locatie CRM ligt deels in de zone ‘verstevigen groene flanken’. Daarvoor is in 2013 de gebiedsontwikkeling voor de Vlinderstrik gestart als onderdeel van de aanleg van ca. 400 ha nieuw natuuren recreatiegebied (Noordrand Rotterdam/ PMR-gebied). Hiervoor is door gebiedspartners ca. 55 miljoen geïnvesteerd. Woningbouw op deze locatie is daarom alleen onder voorwaarden mogelijk. Het vraagstuk over de haalbaarheid dient binnen de kaders van het ‘verstevigen groene flanken’ te worden onderzocht. Zie in dit verband ook het antwoord op de reactie van Natuurmonumenten (zienswijze 12 onderdeel 1). Aanpassingen: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
17/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 11. Natuur- en vogelwacht Rotta d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08072 Rotta vindt de bescheiden aandacht voor de Rottezoom opvallend. Op allerlei niveaus wordt gewerkt aan een ecologische verbinding, via de groengebieden in onze gemeente, met het Groene Hart/Krimpenerwaard via het Bentwoud en met Midden Delfland. Er zijn twee belangrijke knelpunten. Over één ervan, het Triangelpark, bestaat waardering over de beschreven visie. Het tweede knelpunt is de Rottezoom, vooral door de onzekere toekomst. Ondanks de verzekering van het gemeentebestuur en van de provincie dat het gebied open en groen moest blijven, is de Rottezoom volgens Rotta nog steeds bedreigd gebied, recent vanwege eventuele plaatsing van windmolens. Het gebied verdient meer aandacht in de Ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Gepleit wordt voor een duidelijke beschrijving, gericht op handhaving en versterking van het open polderlandschap van de Rottezoom, waarbij wordt aangegeven hoe een robuuste, ecologische en recreatieve verbinding met het Bentwoud gerealiseerd kan worden. Antwoord: Voor de aanpak (handhaving en versterking van het open polderlandschap met kaders voor de realisatie van een robuuste, ecologische en recreatieve verbinding met het Bentwoud) is een gebiedsuitwerking nodig. Deze stelt de gemeente met de gebiedspartners op. De visie gaat alleen over de ambities.
De gemeente is het met Natuur- en vogelwacht Rotta eens dat de ambities voor de groene flanken in de tekst niet helemaal goed uit de verf komen. Met de inbreng van Rotta is het voorstel om de tekst van de Omgevingsvisie 2.0 aan te scherpen. De intentie blijft ongewijzigd. Samengevat komt in de aanscherping het volgende sterker naar voren: De Rottezoom maakt deel uit van het Rottemerengebied, de oostelijke flank. Voor alle flanken geldt dat de gemeente zijn omvangrijke open en groene gebieden koestert. Daarbij zet de gemeente in op het behouden van de openheid van deze gebieden en het versterken van de regionale ecologische (en recreatieve) verbinding, via de groengebieden in onze gemeente, met het Groene Hart/Krimpenerwaard via het Bentwoud en met Midden Delfland. Dus ook voor de Rottezoom geldt dat de gemeente inzet op de ontwikkeling van een robuuste, ecologische en recreatieve verbinding. Dit doet de gemeente samen met de andere deelnemers van het recreatieschap, provincie, agrariërs en andere stakeholders. In de Omgevingsvisie 2.0 staat als ambitie opgenomen dat fietsverbindingen aantrekkelijk zijn en zoveel mogelijk ingepast in het groen, zowel tussen de kernen als binnen de regio. De gemeente voorkomt daarbij versnippering van groenstructuren door inpassing of doorsnijding van infrastructurele ingrepen.
In de hoofdgroenstructuur is infrastructuur ondergeschikt en past deze zich aan. Recreatieve langzaamverkeersverbindingen zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan water- en groenstructuren, met respect voor het landschap. In de uitwerking van de visie in het omgevingsprogramma is ook ruimte voor een recreatieve verbinding naar het Bentwoud. Dit betreft dan ook zo’n langzaamverkeersverbinding, gekoppeld aan water- en groenstructuren. Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot enkele aanpassingen. Zie hiervoor hetgeen is opgenomen onder de zienswijze van Natuurmonumenten (zienswijze 12).
18/43
T25.03392
Nota van beantwoording n.a.v. ingediende zienswijzen Omgevingsvisie 2.0
Zienswijze 12. Natuurmonumenten d.d. 13 mei 2025, Corsanummer I25.08167 Natuurmonumenten merkt op dat de volledige gebieden Vlinderstrik, Park de Polder/Triangelpark en Hoekse Park West zijn aangewezen als onderdeel van de Groene Flanken (p. 76). Voor deze gebieden vraagt Natuurmonumenten aandacht: 1. Vlinderstrik-West/Zuidpolder van Berkel: op en bij het CRM terrein in de Zuidpolder van Berkel wordt momenteel woningbouw onderzocht. Dit terrein is onderdeel van de Groene Flanken. De Zuidpolder van Berkel is een flessenhals in de groenzone tussen Rotte en Schie, zowel in ecologisch als in recreatief opzicht. Eerder heeft Natuurmonumenten hierover bij het bestemmingsplan Zuidpolder een reactie gegeven. Natuurmonumenten raadt aan om bij de nog voorgenomen ontwikkeling de destijds gegraven sloot tussen het natuur- en recreatiegebied door te trekken als uiterste grens demarcatie woningbouw/natuur. Deze grens is op een kaart aangegeven. 2. Triangelpark: Natuurmonumenten ondersteunt het college in haar ambitie het Triangelpark als natuur- en recreatiegebied te gaan realiseren, als essentiële ecologische en recreatieve verbinding tussen Rotte en Schie. 3. Hoekse Park West: Het Hoekse Park West is kwetsbaar voor versnippering en verrommeling.
Natuurmonumenten roept de gemeente op om tenminste de eigen percelen in het Hoekse Park West duurzaam te reserveren voor ontwikkeling van natuur en recreatie (bijvoorbeeld combinaties van bos en agrarische activiteiten waar recreanten welkom zijn) in lijn met de Omgevingsvisie en het Ontwikkelplan Landschapspark De Rotte. Natuurmonumenten roept de gemeente verder op om de ontwikkeling van natuur en recreatie in Hoekse Park West meer prioriteit te geven (menskracht/middelen) om niet-passende ontwikkelingen te voorkomen en uitvoering te geven aan de ambities in de eigen Omgevingsvisie en het Ontwikkelplan Landschapspark De Rotte. Antwoord: Ad 1). Woningbouw op deze locatie is alleen onder voorwaarden mogelijk. Het plan zal op basis van de kaders voor het ‘verstevigen groene flanken’ worden getoetst. Kaders voor de groene flanken worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma. Ad 2). Ontwikkelingen op deze locatie zijn alleen onder voorwaarden mogelijk. Plannen worden getoetst aan de kaders uit de vastgestelde gebiedsuitwerking 3 december 2024. Ad 3). Met Natuurmonumenten is de gemeente van mening dat de tekst in de Omgevingsvisie 2.0 aanpassing behoeft. Daarmee wordt de Omgevingsvisie 2.0 in lijn gebracht met het Ontwikkelplan Landschapspark De Rotte. Zie in dit verband ook het antwoord op de zienswijze van Natuur- en vogelwacht Rotta over de Rottezoom (zienswijze 11).
Aanpassingen: De zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen. Deze zijn onderstreept. Hoofdstuk 4.6, onderdeel 4.6.1 Introductie, eerste alinea, p. 76: ‘Aan de randen van de gemeente zijn omvangrijke open en groene gebieden aaneengeschakeld. Deze groenstructuren worden gekoesterd en mogen dan ook niet aangetast worden door nieuwe ontwikkelingen. De openheid van deze gebieden wordt zoveel mogelijk in stand gehouden. De Rotte in het Rottemerengebied loopt van noord naar zuid en vormt de oostelijke gemeentegrens. Het Rottemerengebied maakt deel uit van Landschapspark De Rotte, hier hebben zich veel ecologische kwaliteiten kunnen ontwikkelen. Hierdoor is het hele gebied in potentie één grote ecologische verbinding is geworden. Tegelijkertijd staan de natuurwaarden in het gebied onder druk door de toegenomen recreatiebehoefte. De balans tussen natuur en recreatie behoeft hier daarom continue aandacht. De Groenzoom met de Bergboezem zijn ontstaan als onderdeel van de Groenblauwe Slinger, het groene natuuren recreatiegebied dat nu onderdeel is van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, en vormen de westelijke flank van de gemeente. In de Groenzoom heeft de ontwikkeling van natuur, naast de waterbergende functie van het gebied, de hoogste prioriteit.