CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[I25.17855] Ruimtelijke onderbouwing voor Noordeindseweg ten noorden van nr 57.

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Het bouwen van een nieuw bedrijfsgebouw en een nieuwe reguliere woning op een braakliggend perceel ten noorden van de Noordeindseweg 57 te Berkel en Rodenrijs26.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.5 Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit.

Stof Stikstofdioxide (NO2)

Toetsing van Grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 gg 1 m3 Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per 200 gg 1 m3 jaar worden overschreden)

Fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden) jaargemiddelde concentratie

Fijn stof (PM2,5)

Advieswaarde (WHO) 10 gg 1 m3

40 gg 1 m3 50 gg 1 m3

15 gg 1 m3

25 gg 1 m3

5 gg 1 m3

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 30Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan blijft in de regel onder het NIBM criterium waardoor niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. In het onderhavig plan is hiervan geen sprake. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.

Pagina 27

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ii m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Om te beoordelen of de bestaande luchtkwaliteit voldoende is in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de NSL-kaart geraadpleegd. Uit de waardes van de NSL-kaart blijken geen waardes te komen die maatregelen eisen, zie tabel 2. In deze tabel zijn ook de rekenjaren van de luchtkwaliteit opgenomen. Tabel 2: NSL-waardes NO2, PM2,5 en PM10 voor de jaren 2020 en 2030 ter plaatse van het plangebied.

Stof Stikstofdioxide (NO2)* Fijn stof (PM10)* Fijn stof (PM2,5)*

Waarde gg 1 m3, rekenjaar 2020 17,8

Waarde gg 1 m3 , rekenjaar 2030 13,9

Grenswaarde gg 1 m3 40

Advieswaarde (WHO) gg 1 m3 10

16,2

14,3 7,2

40 25

15 5

8,6

Uit bovenstaande tabel blijkt dat ruimschoots aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Toetsing niet-in-betekende-mate (NIBM) Een plan kan in betekende mate bijdragen aan de concentratie fijnstof. Voor fijnstof ligt het beoordelingspunt op een toename van 1,2 microgram. Het planvoornemen is een ruimtelijke ontwikkeling waarbij de bijdrage aan de luchtverontreiniging moet worden getoetst. Voor deze toetsing is de NIBM-tool (versie 2022) gebruikt, zie afbeelding 13: Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

27,4

Aandeel vrachtverkeer

ũ.0%

NO2 in pg/m3

0,01

PM10 in pg/m3

0,00

Maximale bijdrage extra ^rkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Afbeelding 13: Toetsing NIBM van het planvoornemen. Het project draag in niet betekende mate bij aan de luchtkwaliteit. Dit betekent dat het aspect ‘Luchtkwaliteit’ een positieve beoordeling niet in de weg staat.

4.6 Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: ^ risicovolle (Bevi-)inrichtingen; ^ vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; Pagina 28

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ii ji .«I SS w

■41 S'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

^ vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (:1500 m2). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en kampeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het bouwen van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het bouwen van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkt kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Als een goede onderbouwing wordt gegeven dan kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde.

Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Bevi stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is dit moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de risicovolste bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag over de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedssfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Een onderdeel van het Bevt houdt in dat voor sommige transportassen rekening moet worden gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG.). Het PAG. is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening moet worden gehouden met de effecten van een plasbrand.

Pagina 29

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 S'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risico verhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hoge druk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of voor het planvoornemen externe veiligheidsrisico’s van toepassing zijn is de risicokaart geraadpleegd, zie afbeelding 14:

Afbeelding 14: Risicokaart EV-inrichtingen, planlocatie zwart omcirkeld. Bron: Atlas Leefomgeving. Er zijn een aantal mogelijke risicovolle inrichtingen: De A12; Een defensieleiding (8000 kpa); Een niet gespecificeerde leiding, overig (22 kpa); De Oostweg (N470). In onderstaande alinea’s worden deze risicovolle inrichtingen besproken. Defensieleiding Op circa 675 meter afstand ligt een defensieleiding. De druk op deze leiding is 8000 kPa. De 1o0oletaliteitsgrens is 180 meter rondom de buisleiding. Het planvoornemen ligt niet in deze 180 meter zone, waardoor een verantwoording voor het groepsrisico niet noodzakelijk is.

Pagina 30

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Niet gespecificeerde leiding: Op circa 760 m afstand ligt een niet gespecificeerde leiding. Het planvoornemen valt buiten de plaatsgebonden risicocontour van deze leiding, waardoor een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk is. De A12: Op circa 4 kilometer afstand ligt de A12. Over de A12 worden geen stoffen vervoerd die van invloed zijn op het plangebied, zoals stofcategorie LT3 of GT4 en GT5. Het planvoornemen valt daarnaast buiten het invloedsgebied van stoffen LF1, LF2, LT1 en LT2, waardoor een verantwoording voor het groepsrisico niet noodzakelijk is. Desalniettemin is een BLEVE-scenario beschreven in paragraaf 4.6.2 om de externe veiligheid te verantwoorden. De Oostweg (N470) Op circa 880 meter afstand ligt de Oostweg (N470). Over deze weg worden de stoffen in de categorie LF1, LF2, LT2 en GF3 vervoerd. Het invloedsgebied van LT2 en GF3 is van toepassing op het planvoornemen. Voor deze stofcategorieën is een toxisch en een BLEVE-scenario geschreven en verantwoord in respectievelijk paragraaf 4.6.1 en 4.6.2. 4.6.1 Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tank met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd.

Afhankelijk van de weersomstandigheden en de windrichting kan de toxische wolk het plangebied indrijven. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Bij een ongeval met toxisch gas of vloeistof kan de brandweer optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen of op te nemen met water. Dit is wel afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS­ palen) of NL-alert. Het advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is om te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Indien het plangebied alsnog moet worden ontruimd, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Het plangebied biedt hier voldoende ruimte voor, zoals zuidelijke vluchtrouters over de Noordersingel en over de Noordeindseweg. 4.6.2 BLEVE-scenario BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof gasexpansie explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen.

Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen of meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. Bij een BLEVE is het uitgangspunt vluchten. De mogelijkheden om te kunnen

Pagina 31

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. In dit geval kan goed van de N470 en de A12 afgevlucht worden over de Noordeindseweg en de Noordersingel. 4.6.3 Conclusie externe veiligheid Op basis van bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat het aspect ‘Externe veiligheid’ geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.

4.7 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag over de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Het melden dient meteen te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Planspecifiek Zoals beschreven in het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.3.4) ligt het planvoornemen in Zone VI van de archeologische beleidskaart van de gemeente Lansingerland. Op basis van de Geactualiseerde Beleidsnota Archeologie en de archeologische beleidskaart dient archeologische onderzoek te worden uitgevoerd als een ontwikkeling meer dan 2,5 m-mv de diepte in gaat en meer dan 1.000 m2 oppervlak beslaat.

De reguliere woning en het bedrijfsgebouw beslaan tezamen ongeveer 600 m2 in oppervlakte, waardoor archeologische onderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect ‘Archeologie’ vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

4.8 Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hooggehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt over water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 geadviseerd over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21ste eeuw worden twee keuzes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: ^

^

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als Pagina 32

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 S'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer met de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het bij elkaar brengen van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door een watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische toepassing van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in een aparte watervergunning. Nationaal Waterplan 2022-2027 Het NWP (maart 2022) bevat de belangrijkste punten van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren. Onderdelen hiervan zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee.

Het NWP beschrijft de nationale beleidsen beheerdoelen over klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Vanwege Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo werken we al in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstroming risicobeheersplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma-invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Waterbeheerplan Hoogheemraadschap van Delfland De missie van het Hoogheemraadschap van Delfland (droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater) staat centraal. Alles wat daaraan bijdraagt doen wij allemaal. Veel van het werk van Delfland aan het water lijkt vanzelfsprekend. Een geraffineerd en fijnmazig watersysteem is hiervoor actief en dit vergt veel inspanningen. Het vanzelfsprekende is enerzijds goed, omdat het comfort en vertrouwen biedt. Anderzijds mag het niet leiden tot te weinig aandacht voor de hoofdtaken: Waterveiligheid, Waterbeheer en Waterzuivering. Water is het werk en kenmerk van Delfland.

Vandaar de titel van dit Waterbeheerprogramma: Waterwerk-Watermerk. Water is de eerste en dagelijkse levensbehoefte; Dankzij water groeien mens, dier en gewas. Daarnaast is het een belangrijke bron voor plezier en gezondheid. Zwemmen, varen, vissen, schaatsen; zonder water gaat het niet. Tegelijkertijd is het een natuurlijke vijand. Water kan bedrieglijk en verwoestend zijn. Tegenwoordig vormt in ons land ook een tekort aan water, langdurige droogte, een realistische dreiging. We oriënteren ons op trends en ontwikkelingen van vandaag, morgen en overmorgen. De grootste impact op ons werk heeft klimaatverandering. Het weer neemt extreme vormen aan, dat leidt tot te veel, te weinig of bedreigend water. De beelden van de heftige situaties die dit veroorzaakt kennen we inmiddels goed. De gevolgen van de klimaatverandering zijn kortom ingrijpend en de urgentie om hier iets aan te doen is groot. Het IPCC-rapport laat daar geen twijfel over. Het KNMI heeft dat voor ons land vertaald in het Klimaatsignaal’21 en gaat dat in 2023 in nieuwe klimaatscenario’s vertalen. Met name

Pagina 33

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

de zeespiegelstijging en extremer weer (nat en droog) zijn ingrijpend voor Nederland. Daar naast zijn er minder zichtbare ontwikkelingen, die evenzeer ingrijpend en urgent zijn, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van het water of bodemdaling. De komende jaren moeten we tevens invulling geven aan het uitgangspunt van de Nationale Omgevingsvisie, dat het waterpeil bepaalt welke functies op welke plekken mogelijk zijn. Voorts heeft het waterschap een Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld. Deze handreiking heeft als doel om alle aspecten in een ruimtelijk plan met ggevolgen ten aanzien van waterhuishouding goed mee te kunnen wegen. De meest actuele versie is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. Planspecifiek In de hierna beschreven onderdelen wordt ingegaan op de aspecten over water. Deze zijn het bestaand watersysteem, het lozen van afvalwater, uitloogbare materialen, hemelwater, watercompensatie en de watersleutel. Bij het uitwerken en beschrijven van de maatregelen is onder andere de richtlijn compensatie verharding toegepast. Bestaand watersysteem incl. beheer Het plangebied ligt deels in de zone van het waterstaatswerk en valt in de beschermingszone. Voor een overzicht van het plangebied en de leggerkaart, zie afbeelding 15:

Afbeelding 15: Leggerkaart en plangebied (rood omlijnd). Bron: Hoogheemraadschap van Delfland.

Langs de zuid-, oost- en de westkant van het plangebied liggen watergangen. De zuidelijke watergang heeft een oppervlakte van ca. 110 m2. De westelijke watergang heeft een oppervlak van ca. 58 m2 en de oostelijke watergang heeft een oppervlakte van 66 m2. De watergangen aan de oostzijde wordt niet aangepast als gevolg van het plan. Aan de westzijde komt een extra ontsluiting van het terrein, hiervoor is een dam over de watergang nodig. Als gevolg van de vereiste watercompensatie wordt de watergang aan de zuidzijde uitgebreid. Voor het beheer van de watergangen ontstaan er geen belemmeringen. Lozen van afvalwater De bedrijfsruimte en de reguliere woning generen alleen huishoudelijk afvalwater. De lozing vanuit deze locatie zal gebeuren via het vuilwaterriool met een pompput op het hoofdriool aan de Noordersingel. Uitloogbare materialen Er worden zinken goten toegepast. Deze zijn bewerkt tegen uitloging.

Pagina 34

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Hemelwater Voor het afvoeren van hemelwater geldt dat maatregelen genomen moeten worden die er voor zorgen dat de trits van ‘het water vastgehouden, bergen en vertraagd afvoeren’ zo goed mogelijk ingevuld wordt. De trits “vasthouden - bergen - afvoeren” voorkomt, dat hemelwater direct het oppervlaktewater belast, waardoor de kans op wateroverlast verkleind wordt. In voorliggend plan wordt het hemelwater langer vastgehouden door middel van ondergrondse kratten. Zie voor nadere info hierover de oplossing beschreven bij de ‘Watersleutel’. Watersleutel In de bestaande situatie bestaat het plangebied alleen uit onverhard oppervlak. In de nieuwe situatie wordt er ca. 600 m2 stedelijke verharding aan bebouwing toegevoegd. Daarnaast wordt ca. 800 m2 aan bestrating toegevoegd. Deze bestrating wordt als halfverharding uitgevoerd dus dit opp. wordt voor 500Zo meegerekend. Op basis van de watersleutel dient met de beoogde verhardingstoename van ca. 1.000 m2 voor ongeveer 414 m2 aan oppervlaktewater extra te worden gerealiseerd dan wel 168,2 m3 waterberging in de vorm van ondergrondse kratten of een vergelijkbare oplossing. Voor het planvoornemen is gekeken welke oplossingen mogelijk zijn om de watercompensatie uit te voeren. Door het verbreden van de sloot aan de zuidzijde kan 106 m2 extra wateroppervlakte gerealiseerd worden.

Bij deze verbreding zal ook voorzien worden in een natuurvriendelijke oever om de waterkwaliteit en de biodiversiteit van de watergang te verbeteren. Voor het realiseren van het open water zal een aparte watervergunning aangevraagd worden. Het totaal benodigd wateroppervlakte kan echter niet gerealiseerd worden middels open water. Er is in het plan daarom ook voor het bedrijfsgebouw een strook ingericht waar ondergrondse bergingskratten ingegraven kunnen worden. Het volume boven het gemiddeld grondwaterpeil van de bergingskratten bedraagt 168 m3. Er kan door deze oplossingen voldaan worden aan de vereiste waterberging. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal de exacte dimensionering van de kratten en de verbrede watergang uitgewerkt worden. Onderstaand is de locatie van de verbrede sloot en de waterbergingskratten weergegeven. De volledige uitwerking is opgenomen als bijlage 6.

Afbeelding 16: Maatregelen ten aanzien van de waterberging in het plangebied. Bron: Oosterlaan Architecten.

Pagina 35

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Waterkering De woning is (deels) gesitueerd in de zone waterstaatswerk en de bijbehorende beschermingszone. In deze zones gelden regels voor activiteiten waaronder bouwen. De concrete voorwaarden zijn opgenomen in de beleidsregel medegebruik waterkeringen. Zo zal de woning bijvoorbeeld op minimaal 10 meter afstand tot de buitenkruinlijn moeten liggen en mag het theoretische leggerprofiel niet doorsnijden. Er zal ook een watervergunning aangevraagd moeten worden. Deze vergunning zal voor de woning aangevraagd worden. In onderstaande afbeelding is aangetoond dat buiten het theoretisch leggerprofiel gebouwd wordt en meer dan 10 meter afstand van de buitenkruin van de dijk gebouwd wordt. Bij het verstrekken van de omgevingsvergunning zal gezien de ligging nabij de waterkering afstemming gezocht en toestemming gevraagd worden.

Afbeelding 17: Doorsnede woning met theoretisch leggerprofiel. Bron: Oosterlaan Architecten. Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering, en onderwerpen als hitte, droogte en wateroverlast. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein door creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om waterbergende of -vasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open of halfverharding ter plekke van parkeerplaatsen verkeersbestemming of watervasthoudende maatregelen zoals de aanleg van wadi’s, groene daken en het afkoppelen van hemelwaterafvoer (regentonnen). Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt om voldoende watercompensatie op eigen terrein uit te voeren voorzien in ondergrondse waterbergingskratten.

4.9 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. In het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Lansingerland’ zijn aanvullende regels opgenomen voor het onderdeel parkeren. Deze regels refereren naar de ‘Nota parkeernormen Gemeente Lansingerland’ die is vastgesteld op 29 april 2014. Planspecifiek Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Lansingerland is de planlocatie als matig stedelijk te categoriseren. In onderstaande alinea’s wordt ingegaan op het aantal parkeerplaatsen voor het planvoornemen en de verkeersgeneratie van het planvoornemen. Parkeerplaatsen Op basis van de Nota parkeernormen van de gemeente Lansingerland geldt voor een bedrijfsgebouw (arbeidsextensief) een gemiddelde parkeernorm van 1,1 per 100 m2. Voor een reguliere woning geldt Pagina 36

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

een gemiddelde parkeernorm van 2,4 (koophuis, vrijstaand). In totaal wordt Ca. 600 m2 aan bedrijfsoppervlakte en één reguliere woning mogelijk gemaakt. Hierdoor dienen voor het bedrijfsgebouw 5 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd en voor de reguliere woning 3 parkeerplaatsen. Zodoende moeten er 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In het plangebied kunnen de parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Afbeelding 18: Uitwerking parkeeroplossing. Bron: Oosterlaan Architecten.

Verkeersgeneratie Op basis van de CROW 381 geldt voor een bedrijfsgebouw (arbeidsextensief) een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,8 per 100 m2. Voor een reguliere woning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 (koophuis, vrijstaand). De totale verkeersgeneratie voor het bedrijfsgebouw is 19,2 en voor de reguliere woning 8,2. De aangrenzende Noordersingel is een 30 km/h weg. Per etmaal passeren er in totaal 27,4 voertuigen extra over deze weg. Per uur is dit gemiddeld 1,2 voertuigen. De omliggende verkeersstructuur heeft de verkeerscapaciteit om deze extra intensiteit aan te kunnen. Als onderdeel van het wettelijk vooroverleg is vanuit verkeer het aandachtspunt meegegeven over de zichtbaarheid naar de Noordersingel te handhaven. Dat wil zeggen: geen hoge hagen of schuttingen, zodat vanaf de inrit goed overzicht is op de Noordersingel. Bij de nadere uitwerking van het plan zullen hagen en schuttingen bij de inrit niet opgenomen worden om goed zicht te garanderen. Op basis van bovenstaande alinea’s vormt het aspect ‘Verkeer en parkeren’ geen belemmering voor voorliggend plan.

Pagina 37

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

5 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Vanwege de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid op een andere manier is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden door de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Ook wordt een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor het plan wordt de uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure gevolgd op basis van de Wabo. In het kader van het wettelijk vooroverleg zijn verschillende partijen om een reactie gevraagd ten aanzien van het plan. Een verslag van de reacties is opgenomen in bijlage 7 ‘Nota overleg en staat van wijzigingen uitgebreide procedure bouwen van een bedrijfsgebouw en bedrijfswoning op het perceel ten noorden van de Noordeindseweg 57 te Berkel en Rodenrijs’. In deze nota is ook aangegeven of en hoe de reactie tot aanpassing van het plan heeft geleid. Tevens heeft het plan ter inzage gelegen als ontwerp zodat een ieder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze op het plan in te dienen De stukken hebben van donderdag 17 oktober 2024 tot en met woensdag 27 november 2024 ter inzage gelegen. Er is enkel een reactie door het waterschap ingediend op het plan. Deze reactie heeft tot een aanvulling van de waterparagraaf geleid. Het meest actuele beleid is aangehaald, tevens is de wijze van afvoer van hemelwater aangevuld. Tot slot is vermeld dat het waterschap betrokken zal worden bij de toekomstige omgevingsvergunning.

Pagina 38

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

6 Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7

Watersleutel, Hoogheemraadschap van Delfland, 21 november 2022; Akoestisch onderzoek Wgh Noordeindseweg tnv 57 te Berkel en Rodenrijs, Weel Geluidsadvies, 23 november 2022; Quickscan Wnb Noordeindseweg ong. te Berkel en Rodenrijs, Blom Ecologie, projectnummer: 2022-1267, 16 december 2022 Verkennend bodemonderzoek ten noorden van de Noordeindseweg 57 te Berkel en Rodenrijs, Mol Ingenieursbureau, projectnummer: A8436, 23 februari 2023; Aeriusberekening Noordeindseweg boven nr. 57 te Berkel en Rodenrijs, Plannen-makers, 3 juli 2023. Watercompensatie oplossingen, Oosterlaan Architecten, 29 januari 2024 Nota overleg en zienswijzen

Pagina 39

Ruimtelijke onderbouwing Noordeindseweg ten noorden van nr. 57 te Berkel en Rodenrijs

ll m .«I SS w

■41 i'4 1 HP J .éi* ■ IKK 55T

Watersleutel

Versie 07-2020

Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 13-12-2022

Noordeindseweg ten noorden van nr.

15 164 1 0 44

Bedrijfsgebouw en bedrijfswoning

NeottmniuJKkip «i»

Delfland

Watersysteem Meerpolder

polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied

mm/etmaal

18.6

kaart

GPG2008BKL X oost

Oppervlakteverdeling plangebied

HUIDIG

v]

TOEKOMSTIG

Stedeliik verhard infrastr./bebouwing

m2

0

1000

onverhard stedelijk

m2

0

0

verhard glasgebied

m2

0

0

onverhard glasgebied

m2

0

0

Huidig, actueel klimaat, T10

Agrarisch glastuinbouw

Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk

m2

0

0

onverhard landelijk

m2

5330

4330

huidig aanwezig water

m

163

163

oppervlakte plangebied

m

5493

5493

Water

Totaal

Gebiedskenmerken

HUIDIG

TOEKOMSTIG

gemiddeld maaiveld

NAPm

-3.68

maatgevend peil

NAPm

-5.6

-5.6

m

1.92

1.92

gemiddelde drooglegging

-3.68 Ontwikkeling, klimaat 2050, T100

Oppervlaktewater in m2 Totaal

Ontwikkeling

extra te realiseren

414

277

huidig aanwezig

163

163

totaal te realiseren aandeel plangebied

Klimaat 2050 137

577

440

137

10.507o

8.007o

2.507o

Waterberging in m3 Totaal extra te realiseren

Ontwikkeling 168.2

112.5

Klimaat 2050 55.7

Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes

Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai op basis van de Wet geluidhinder voor de bouw van een woning aan Noordeindseweg t.n.v 57. te Berkel en Rodenrijs.

Weel geluidadvies Rapporttitel: Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Noordeindseweg te Berkel en Rodenrijs Referentie: PLA 22.20 Datum: 23 november 2022

Opdrachtgever:

Plannen-makers B.V. Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl

Contactpersoon:

Behandeld door:

Weel geluidadvies van Noordtkade 18 B 1013 BZ Amsterdam

Kvk:

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 2

1. Inleiding.

In opdracht van Plannen-makers te Utrecht is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels van een te realiseren woning aan de Noordeindseweg in Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland. De woning komt op een ruim perceel juist ten noorden van huisnummer 57, te Berkel en Rodenrijs. In dit onderzoek wordt het plan getoetst aan de vigerende geluidwetgeving. De woning wordt gebouwd binnen een in de Wet geluidhinder gedefinieerde geluidzone, zijnde de Noordeindseweg, 50 km/uur. De berekende geluidbelasting op de gevels van de woning wordt getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder en het Hogere waardenbeleid van de gemeente Lansingerland voor zover de rekenresultaten daar aanleiding toe geven. Indien de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden wordt ingegaan op maatregelen om de geluidbelasting te verlagen.

2. Situatiebeschrijving.

Aan de Noordeindseweg liggen percelen waarop veelal een vrijstaande woning staat. Er wordt een vrijstaande woning gerealiseerd met een bedrijfsruimte achter op een nog leeg perceel, zie figuur 2. De woning komt aan de zijde van de Noordeindseweg, de bedrijfsruimte komt aan de zijde van de Noordsingel. Vanuit de Noordeindseweg bezien is dat achterop het perceel. De bouwhoogten van de woning wordt circa 11 meter, twee bouwlagen met een schuine kap. Figuur 1 toont de ligging in Berkel en Rodenrijs.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 3

Figuur 1: ligging van het plan in Berkel en Rodenrijs.

3. Wettelijk kader.

Het onderhavige onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder wordt het begrip geluidzone van een weg gehanteerd. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze zone dienen te worden getoetst aan de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan deze ontwikkelingen. De omvang van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg, binnen- of buitenstedelijk. Het betreft hier een binnenstedelijk gebied. Aangezien het plangebied binnen een zone ligt is een akoestisch onderzoek verplicht.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 4

De Noordeindseweg heeft een geluidzone van 200 meter. Wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur hebben van rechtswege geen zone (artikel 74 lid 2b Wet geluidhinder). Dat betekent dat het geluid van het wegverkeer in die straat niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Op grond van jurisprudentie kan het echter wel noodzakelijk om te bezien of het plan kan worden gekenmerkt door een goede ruimtelijke ordening. In de directe nabijheid zijn geen 30 km/uur-wegen die moeten worden betrokken bij de berekening. Normering wegverkeerslawaai.

De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai op de gevel van een geluidgevoelige bestemming bedraagt 48 dB (art. 82 lid 1 van de Wet geluidhinder). Van de berekende geluidbelasting op die gevel mag, alvorens getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder nog 5 dB worden afgetrokken wegens het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst (artikel 110g van de Wet geluidhinder). De aftrek van 5 dB geldt voor wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur. Voor nieuw te projecteren woningen binnen de geluidzone van een gezoneerde binnenstedelijke weg geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB (art. 83 lid 2 van de Wet geluidhinder). De geluidbelasting op de gevel van een woning wordt voor wat betreft de toetsing aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder altijd getoetst per weg. De geluidbelasting voor wegverkeerslawaai wordt berekend met de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2019.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 5

Burg Schuurmans Kavel Noordersingel Variant C - Noordersingel Mr.lH-16

Detumlũ/05/20

Figuur 2: stedenbouwkundig plan. Rechts de woning.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 6

Schaal: 1:1000

4. Verkeersgegevens.

De verkeersgegevens van de relevante wegen zijn ontleend aan de website van de gemeente Lansingerland en in onderstaand overzicht getoond. De overige gegevens staan in de bijlage met de invoergegevens. In het geleverde verkeersmodel van de gemeente staat de Noordeindseweg met twee aparte rijlijnen gemodelleerd, dus een noord- en een zuidrichting. kenmerk 202212625 intensiteit |__

22-11-21 12:13 per etmaal

percent. Qĵ verkeersintensiteiten in 9ó dag intens v

O O

LTl

I» actueel I

50 50

26.32 1.39 0.19 0

22-11-21 12:13 per etmaal

percent. Qĵ verkeersintensiteiten in 96

nacht intens v

LTl

O

type wegdek I

50 147,05 50 3.5 0,72 50 0

LTi

licht 31S.61 ïiidde 13 93 zwaar 4,16 motor 0

avond intens v

kenmerk 202213357 intensiteit

dag intens V 50 50 50 50

I ® Niet gebruiken

licht

282.33 12.91 3.35 motor 0

nidde zwaar

avond intens V 50 130.56 50 3.24 50 0.66 50 0

type wegdek I I = actuee 01 g Lad asf a L t -- DĤB

nacht intens V 50 50 50 50

23.31 1.29 0.13 0

50 50 50 50

n = Niet gebruiken V

code hellingcorrectie omschrijving rijlijn Noordeindseweg aftrek

0: opge-ge-UĒTi sn e L he L d

De omschrijving van de in de tabel genoemde categorieën luidt: " categorie lv (lichte motorvoertuigen): motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie mv en categorie zv bedoelde motorvoertuigen; "

categorie mv (middelzware motorvoertuigen): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd;

"

categorie zv (zware motorvoertuigen): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.

Van de Noordersingel zijn geen gegevens beschikbaar. Gelet op de afstand van de woning tot deze weg, 85 meter, zal een beperkte hoeveelheid verkeer geen overwegende invloed hebben op de woning.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 7

5. Gebruikte documenten.

De tekening van het stedenbouwkundig plan is geleverd door Plannen-Makers en is opgesteld door Oosterlaan Architecten te Berkel en Rodenrijs. Voor het Hogere waardenbeleid is gebruikt gemaakt van de nota "Beleidsnota Hogere waarden" van 1-9-2009. Bij de modellering is een digitale ondergrond gebruikt. 6. Modellering.

De contouren van het plan zijn met de omgeving gemodelleerd tot een rekenmodel waarin alle voor de geluidoverdracht relevante kenmerken zijn gedigitaliseerd. Het rekenmodel bevat gebouwen, waarneempunten, harde en (gedeeltelijk) zachte bodemgebieden. Alle grasgebieden zijn als 1000Zo absorberend ingevoerd, het perceel met de te realiseren woning en de bedrijfsruimte is ingevoerd als 5007o absorberend. Alle overige gebieden zijn als hard gebied ingevoerd. Er zijn waarneempunten op de gevels van woningen gelegd op 1,5, 4,5 en 7,5 meter. Bijlage 4 toont de invoer. Bijlage 2 toont de afdruk van het gehele invoermodel.

7. Hogere waardenbeleid. Onderstaand kort samengevat de belangrijkste punten uit dit Hogere waardenbeleid van de gemeente toegespitst op dit onderzoek; een deel van het beleid is niet van toepassing. 1. Wettelijke maatregelen worden als eerste overwogen (wegdek, snelheid); 2. Geluidluwe gevel aanwezig; 3. Aanvaardbaarheid gecumuleerde geluidbelasting. Na de berekening wordt ingegaan op bovengenoemde punten.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 8

8. Rekenresultaten.

Met het programma "Winhavik" versie 9.1.4 is op basis van de Standaard Rekenmethode II de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai berekend op de gevels van de woning. Noordeindseweg.

De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Noordeindseweg bedraagt maximaal Lde^56 dB, inclusief aftrek art. 110g Wet geluidhinder, op de voorgevel van de woning. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt met maximaal 8 dB overschreden, zie figuur 3. Ter plaatse van de twee zijgevels wordt de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai met 2 respectievelijk 6 dB overschreden. De achtergevel is geluidluw.

Figuur 3: geluidbelasting vanwege Noordeindseweg, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 9

9. Bespreking rekenresultaten. Ten aanzien van wegverkeerslawaai kan worden geconcludeerd dat het wegverkeer in de Noordeindseweg leidt tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De hoogste geluidbelasting bedraagt 56 dB aan de voorgevel. Dit betekent dat het verlenen van een hogere waarde nodig is, en dat het hogere waardenbeleid van toepassing is.

10.

Toetsing aan het Hogere waardebeleid.

1. Bronmaatregelen.

De overschrijding kan worden verminderd met de aanleg van een stiller asfalt op de Noordeindseweg. Op zich is de weg daar geschikt voor. Een product als SMA 0/5 geeft een kleine reductie maar is wel geschikt voor stedelijke wegen, een product als ZOAB is ongeschikt voor gemeentelijke wegen. Deze beslissing is aan de gemeente. Het spreekt voor zich dat geluidschermen niet stedelijk inpasbaar zijn op deze locatie. Los van de vraag of het product geschikt is, staat bij voorbaat vast dat sec voor dit plan het vervangen van het wegdek op financiële bezwaren stuit. Het gaat hier slechts om één woning. 2.

Geluidluwe gevel.

De woning heeft de beschikking over een geluidluwe gevel. Er wordt voldaan aan het beleid. 3.

Geluidluwe buitenruimte.

De tuin aan de achterzijde kan worden benut als geluidluwe buitenruimte. 4.

Geluidluw gelegen slaapvertrek.

Van de woning zijn nog geen plattegronden beschikbaar, de indeling is nog niet bekend. Wel kan, gelet op de grootte van de woning, ervan uitgegaan worden dat er ten minste één slaapvertrek aan de geluidluwe zijde zal zijn gesitueerd. 5.

Cumulatie.

Er is geen sprake van cumulatie omdat er maar een geluidbron is. 6.

Ontheffingsgrond.

Als ontheffingsgrond kan worden aangevoerd dat er een open plek tussen bestaande bebouwing wordt opgevuld; langs de Noordeindseweg staan voornamelijk vrijstaande woningen op een vergelijkbaar perceel.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 10

11.

Conclusie.

Aan de Noordeindseweg wordt een vrijstaande woning met bedrijfsruimte gerealiseerd. Alleen het wegverkeer op de Noordeindseweg leidt tot een relevante geluidbelasting. De voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 8 dB overschreden op de voorgevel van de woning. De achtergevel is geluidluw met Ldei^ 41 dB. Maatregelen om de geluidbelasting te verlagen zijn mogelijk zoals het aanbrengen van bijvoorbeeld SMA 0/5. Deze maatregel stuit op financiële bezwaren, het gaat slechts om een woning. Een geluidscherm is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar. Aan de eisen uit het Hogere waardenbeleid wordt voldaan; er is een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Voor de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Noordeindseweg dient B&W een hogere waarde te verlenen van Lde^56 dB.

Amsterdam, Bijlagen:

1. 2. 3.

Toelichting enkele begrippen wegverkeerslawaai. Afdruk van het invoermodel Invoergegevens.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 11

Bijlage 1: Weaverkeerslawaai - de belangrijkste begrippen toegelicht. Voorkeursgrenswaarde

De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt sinds 1 januari 2007 48 dB. Dat betekent dat elke berekende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai tot en met 48 dB toelaatbaar is. Indien de geluidbelasting meer bedraagt dan 48 dB, maar minder dan de maximale ontheffingswaarde, dan kan onder voorwaarden ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden aangevraagd. Daarbij speelt het Hogere Waardenbeleid dat de gemeente kan opstellen een belangrijke rol. Maximale ontheffingswaarde

In de gevallen waarin de berekende geluidbelasting meer bedraagt dan maximale ontheffingswaarde is ontheffing niet mogelijk. Dat betekent dat er doorgaans, maar niet in alle gevallen, niet gebouwd mag worden. Aanvullend onderzoek is dan noodzakelijk. De hoogte van de maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie. Men onderscheidt: » stedelijk gebied » buitenstedelijk gebied » bestaande situaties » nieuwe situaties » bestaande weg » nieuwe weg Verder kunnen er allerlei specifieke uitzonderingen bestaan die van invloed zijn op de maximale ontheffingswaarde, bijvoorbeeld bedrijfswoningen. Buitenstedelijk gebied.

De definitie van een buitenstedelijk gebied luidt: Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het "Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990", het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 12

Zone.

In onderstaande tabel staat de omvang van een zone van een verkeersweg, gerekend vanaf de wegas, vermeld. De zone ligt aan elke zijde van de weg. Weg in

Aantal rijstroken

Zonebreedte [m]

stedelijk gebied

Een of twee Drie of meer Een of twee

200 350 250

Drie of vier Vijf of meer

400 600

buitenstedelijk gebied

Langs een weg waar een maximum rijsnelheid geldt van 30 km/uur ligt geen zone. Dit geldt ook voor wegen op een woonerf. Geluidbelasting in dB.

De geluidbelasting in dB wordt berekend aan de hand van de bijdragen van de bron in de dagperiode van 7:00 tot 19:00, de avondperiode van 19:00 tot 23:00 en de nachtperiode van 23:00 tot 7:00. Deze rekenwijze geldt voor wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai, niet voor industrielawaai. De formule voor de berekening van Lden is als volgt: Lden = 10 log n/24 (12* 10log(U.yA0H 4*log((Lev+5)/10) + 8*log((Lnig^10V10))) De bijdragen van de dag-, de avond- en de nachtperiode worden energetisch gemiddeld, waarbij de geluidniveaus in de avond- en nachtperiode zwaarder meewegen doordat de ondervonden geluidhinder in deze perioden ernstiger is dan in de dagperiode. Geluidbelasting in dB(A)

Industrielawaai wordt berekend in dB(A)'s waarbij per etmaalperiode het equivalente geluidniveau wordt berekend. De etmaalwaarde Letm is de hoogste waarde van » Het equivalente geluidniveau in de dagperiode; » Het equivalente geluidniveau in de avondperiode+5; » Het equivalente geluidniveau in de nachtperiode+10,

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 13

Bijlage 2: afdruk van het invoermodel.

Met luchtfoto

Zonder luchtfoto, nummering waarneempunten

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 14

Zonder luchtfoto, ingezoomd, nummering waarneempunten

Bijlage 3: invoergegevens met de geluidbelasting per waarneempunt. [volgende pagina’s]

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 15

Akoestisch onderzoek Noordeindseweg, Berkel en Rodenrijs Weel geluidadvies

Pagina 16

Weel Geluidadvies

1

Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie:

Noordeindseweg tnv 57

913 eerste situatie

uitsnede:

basismodel

omschrijving

verkeerslawaai

rekenhart:

17.2.0 (build2) kenhart17;rmg2019

aut. berekening gemiddeld maaiveld:

0 0

alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie:

yD 21-11-2022

rekenresultaat binnengelezen (datum): rekenresultaat binnengelezen (tijd):

20:31

maximum aantal reflecties:

1 graden

minimum zichthoek reflecties:

2 graden

maximum sectorhoek:

5 graden

vaste sectorhoek:

2

methode aftrek110g:

per wnp per weg RMG2012/2014

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

23-11-2022 06:37

Weel Geluidadvies

2

Gebouwen noklijn nr adres 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

z,gem m,gem 7.0 7.0 8.0 3.5 2.5 9.0 7.0 8.0 6.0 6.0 6.0 9.0 9.0 9.0 7.0 8.0 6.0 4.0 8.0 6.0 8.0 8.0 8.0 6.0 7.5 5.0 3.0 6.0 4.0 8.0 7.0 3.0 4.0 10.0

0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0

noksoort 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn

reflectie gevel gekoppeld nokhoogte 1 nokhoogte 2

1

2

3

4 vl/rl

il

-----------------------------------

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

ū

-----------------------------------

soort geb.

kenmerk

23-11-2022 06:37

Weel Geluidadvies

3

Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag

nr

z1

ml adres

1

0.0

0.0

gevel

2

0.0

0.0

gevel

3

0.0

0.0

gevel

4

0.0

0.0

gevel

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

huisnrtype afw.toets refl kenmerk

rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL

totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0)

sh

wnh

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5

(A) VL: ex. optrektoeslag

dag avond

nacht

Lden

af Lden(*) Letm

af Letm(*)

dag(A) avond(A) nacht(A)

53.05 54.36 55.01 59.81 60.83 61.03 57.87 58.96 59.10 44.96 45.37 45.93

42.26 43.57 44.22 49.02 50.04 50.24 47.08 48.17 48.31 34.18 34.58 35.14

53.04 54.35 55.00 59.80 60.82 61.02 57.86 58.95 59.09 44.96 45.36 45.92

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

53.05 54.36 55.01 59.81 60.83 61.03 57.87 58.96 59.10 44.96 45.37 45.93

49.27 50.57 51.21 56.01 57.02 57.21 54.07 55.15 55.29 41.19 41.57 42.13

48 49 50 55 56 56 53 54 54 40 40 41

53.05 54.36 55.01 59.81 60.83 61.03 57.87 58.96 59.10 44.96 45.37 45.93

48 49 50 55 56 56 53 54 54 40 40 41

49.27 50.57 51.21 56.01 57.02 57.21 54.07 55.15 55.29 41.19 41.57 42.13

42.26 43.57 44.22 49.02 50.04 50.24 47.08 48.17 48.31 34.18 34.58 35.14

23-11-2022 06:37

Weel Geluidadvies

4

Rijlijnen Intensiteiten nrz,gem

lengte wegdek

hellingcor. groep

omschrijving

kenmerk

art 110g

61

0.0

432 01 glad asfalt/DAB

(1)

Noordeindseweg

202212625

vlicht

860

0.0

432 01 glad asfalt/DAB

(1)

Noordeindseweg

202213357

vlicht

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

etm.intens. 0Zo periode .0 Q dag avond nacht .0 Q dag avond nacht

0Zo

snelheden

licht

middel

zwaar

motor

318.61 147.05 26.82 282.88 130.56 23.81

13.93 3.50 1.39 12.91 3.24 1.29

4.16 .72 .19 3.85 .66 .18

.00 .00 .00 .00 .00 .00

licht middel zwaar motor 50 50 50 50 50 50

50 50 50 50 50 50

50 50 50 50 50 50

50 50 50 50 50 50

23-11-2022 06:37

Weel Geluidadvies

5

Bodemabsorptie nr

lengte

absorptie [y]

1 2 3 4 5 6 7 8 9

80 45 97 429 105 1105 160 58 259

100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 50.0

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

kenmerk gras gras gras gras gras gras gras gras perceel woning

23-11-2022 06:37

Weel Geluidadvies

WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software

6

23-11-2022 06:37

BLOM ECOLOGIE Verbindt natuur en samenleving

Quickscan Wet natuurbescherming Noordeindseweg ong. te Berkel en Rodenrijs Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

blomecologie.nl

Colofon

Status:

Definitief

Project:

2022-1267

Datum:

16 december 2022

Samensteller: Collegiale toets: Opdrachtgever: Contactpersoon

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schríftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

BLOM

ri ECOLOGIE

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Planlocatie

5

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep

7

2 Methode

8

2.1

Uitvoering onderzoek

8

2.2

Soortenbescherming

8

2.3

Gebiedsbescherming

10

2.4

Houtopstanden

11

2.5

Houdbaarheid en toepassing

11

3 Beoordeling

12

3.1

Soortenbescherming

12

3.2

Gebiedsbescherming

16

3.3

Houtopstanden

17

4 Samenvatting

18

4.1

Soortenbescherming

18

4.2

Gebiedsbescherming

18

4.3

Houtopstanden

18

5 Conclusie

19

5.1

Conclusie

19

5.2

Uitvoerbaarheid

19

5.3

Vervolgstappen

19

5.4

Te treffen maatregelen

19

BLOM r~ì ECOLOGIE Verbindt natuur en samenleving

1

Inleiding Aan de Noordeindseweg ong. (kadastraal bekend als perceel 6280) te Berkel en Rodenrijs is een agrarisch perceel gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens hier bebouwing te realiseren. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ruimtelijke ingreep en dient derhalve te worden gewijzigd van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf'. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Plannenmakers begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid.

Onderzoeksdoelen ^ ^

^

^ ^

Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?

Figuur 1.1

De planlocatie is gelegen aan de Noordeindseweg ong. te Berkel en Rodenrijs.

4

BLOM A ECOLOGIE

1.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Noordeindseweg ong. te Berkel en Rodenrijs (figuur 1.2). De planlocatie betreft een paardenwei. Aan de noord en zuid zijde liggen percelen met woningen. Tussen de planlocatie en het perceel aan de zuid zijde (Noordeindseweg 57) ligt een sloot. Aan de oostzijde is een dijk met de Noordeindsevaart gesitueerd. Het perceel is te betreden aan de westzijde waar een sloot en een bosschage met vier hoge bomen de grens afscheidt. Er is geen bebouwing aanwezig. In figuur 1.3 en bijlage 1 zijn een aantal foto's opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.

Figuur 1.2 De planlocatie is gelegen aan de Noordeindseweg ong. te Berkel en Rodenrijs.

5

BLOM A ECOLOGIE

De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door weilanden, grote woonpercelen en sloten. Aan de directe westzijde ligt de Noordersingel, aan de oostzijde loopt de Noordeindsevaart en direct daarnaast Noordeindseweg. Verder in de omgeving staan boerderijen, woningen en grote kassen.

Figuur 1.3 Op de planlocatie is men voornemens om het weiland te bebouwen met een bedrijfsgebouw en een woning.

Figuur 1.4 Fotografische indruk van de omge ving van de planlocatie.

6

BLOM A ECOLOGIE

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft nieuwbouw van bedrijfsbebouwing en een woning. De functie van het perceel dient te wijzigen van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf'. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: ^ ^ ^ ^ ^

Indien nodig kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

Figuur 1.5

Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: Oosteriaan Architecten).

7

BLOM A ECOLOGIE

2 Methode Dit oriënterend

onderzoek verkent alle relevante vakgebieden

met betrekking tot de Wet

natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en de provinciale omgevingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=318b2b2b-8243-4d9f-af77-6e16514b3535